CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

ecologisch onderzoek coenecoop college.pdf

Besluitvormende raadsvergadering 21 april 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Oude Dreef naast 4 - Coenecoop College4.436 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte

Plangebied: Kanaaldijk 11, Waddinxveen Opsteller(s): K. van Veen

quickscan In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte Ondertitel

Plangebied: Kanaaldijk 11, Waddinxveen

Opsteller(s)

K. van Veen

Datum

24-07-2018

Versienummer

02

Rapportkenmerk

ER20180517v02

Aantal pagina's

28

Opdrachtgever

Topos Architecten

Contactpersoon

W.P Kaandorp (IntROvieuw)

Collegiale toets

F.A. van Meurs

Wijze van citeren

Veen, van. K., 2018. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Verordening ruimte. Plangebied: Kanaaldijk 11, Waddinxveen Rapportkenmerk ER20180517v02. Ecoresult B.V., Dordrecht.

Ecoresult B.V. Van Ravesteyn-erf 156 3315 DK Dordrecht 078 75 184 12 info@ecoresult.nl www.ecoresult.nl

© copyright Ecoresult B.V. 2018 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Ecoresult B.V. kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage.

INHOUDSOPGAVE

1 Inleiding........................................................................................................................................5 1.1 Aanleiding...............................................................................................................................5 1.2 Doel.........................................................................................................................................5 1.3 Leeswijzer................................................................................................................................5 2 Toelichting onderzoekskader........................................................................................................7 2.1 Wet natuurbescherming..........................................................................................................7 2.2 Verordening ruimte..................................................................................................................8 3 Omschrijving plangebied............................................................................................................11 3.1 Algemeen..............................................................................................................................11 3.2

Beschrijving...........................................................................................................................11 3.3 Voorgenomen ontwikkelingen................................................................................................12 3.4 Planning.................................................................................................................................12 4 Onderzoeksresultaten beschermde gebieden............................................................................13 4.1 Wet natuurbescherming........................................................................................................13 4.2 Verordening ruimte................................................................................................................13 5 Onderzoeksresultaten beschermde soorten...............................................................................15 5.1 Algemeen..............................................................................................................................15 5.2 Soorten Vogelrichtlijn.............................................................................................................16 5.3 Soorten Habitatrichtlijn..........................................................................................................18 5.4 Nationaal beschermde

soorten.............................................................................................20 6 Conclusies en aanbevelingen.....................................................................................................23 6.1 Beschermde gebieden..........................................................................................................23 6.2 Beschermde soorten.............................................................................................................23 7 Geraadpleegde bronnen.............................................................................................................25 7.1 Internet..................................................................................................................................25 Bijlage 1 Sfeerimpressie plangebied.............................................................................................27

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In opdracht van de Topos Architecten heeft Ecoresult B.V. een quickscan uitgevoerd voor het plangebied genaamd: Kanaaldijk 11, Waddinxveen. De aanleiding is nieuwbouw van een schoolgebouw binnen het plangebied (zie verder hoofdstuk 3.2). Deze werkzaamheden en het nieuwe gebruik kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Wet- en regelgeving voor flora, fauna en natuurgebieden kan hierdoor worden overtreden. Deze quickscan zoomt in op de (mogelijke) effecten door de activiteiten en op welke wijze gehandeld dient te worden.

1.2

Doel

Door middel van een oriënterend bronnen- en veldonderzoek zal worden onderzocht of de voorgenomen ontwikkelingen kunnen leiden tot: • Overtreding van verbodsbepalingen voor (potentieel) aanwezige soorten flora en fauna. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). • Een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Of een negatief effect op anderzijds beschermde natuurgebieden op provinciaal niveau (o.a. bijzondere provinciale natuurgebieden, bijzondere provinciale landschappen, belangrijke weidevogel gebieden). In het kader van de Verordening ruimte.

1.3

Leeswijzer

In deze rapportage wordt allereerst het kader beschreven waar aan getoetst wordt. Vervolgens wordt het plangebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het plangebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk aanvullend onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het plangebied ten tijde van het oriënterend veldbezoek. 5

2

Toelichting onderzoekskader

2.1

Wet natuurbescherming

Per 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) van kracht. Deze nieuwe wet is een vervanging en samenbundeling van drie voorgaande wetten; de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet1. Tevens heeft er een decentralisatie van het bevoegd gezag plaatsgevonden: per 1 januari 2017 zijn de provincies verantwoordelijk voor de vergunningen en ontheffingen. De Wnb is op te delen in grofweg drie delen:

2.1.1

Bescherming van gebieden

De Wnb richt zich met de bescherming van natuurgebieden uitsluitend op Natura 2000gebieden. Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden worden bepaalde dier- en plantensoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. Invloeden (ook van buitenaf) mogen deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar brengen.

2.1.2

Bescherming van soorten

De Wnb onderscheidt drie verschillende beschermingsregimes, met elk hun eigen verbodsbepalingen (zie tabel 1). De eerste twee categorieën zijn gebaseerd op de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijn (uit 1979) en de Habitatrichtlijn (uit 1992). Het derde beschermingsregime betreft soorten die niet op Europees niveau beschermd zijn, maar wel op landelijk niveau: de Nationaal beschermde soorten (in de wet aangeduid als “andere soorten”). Als bevoegd gezag heeft iedere afzonderlijke provincie (een aantal) algemene soorten uit deze derde categorie vrijgesteld van ontheffingsplicht. Wel geldt altijd voor alle soorten de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat men bij werkzaamheden met mogelijk negatief effect op planten en dieren, maatregelen dient te nemen (binnen wat redelijkerwijs van men verwacht kan worden) om onnodige schade aan planten of dieren te voorkomen2.

1 2

www.rvo.nl Ministerie van Economische zaken (2016) Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen

7

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of vernielen of te beschadigen, of rustplaatsen van dieren te nesten van vogels weg te nemen. beschadigen of te vernielen.

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.

Beschermingsregime Nationaal beschermde soorten (andere soorten) § 3.3 Wnb Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen.

Art 3.5 lid 3 Niet van toepassing Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen.

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Niet van toepassing Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren. wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. ontwortelen of te vernielen.

Tabel 1: Soortenbescherming en verbodsbepalingen volgens de Wnb

2.1.3

Bescherming van houtopstanden

De bescherming van houtopstanden betreft voornamelijk een voortzetting van de Boswet en richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen en gelegen buiten de bebouwde kom geldt een meldplicht, herplantplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod. In deze quickscan blijft de bescherming van houtopstanden buiten beschouwing.

2.2

Verordening ruimte

In de verordening ruimte is het Natuurnetwerk Nederland (NNN) vastgelegd. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een netwerk van groene gebieden, voorheen bekend als 8

de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Het NNN wordt beschermd via het planologisch kader. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de regels uit de provinciale Verordening ruimte zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe en is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNN. Naast het NNN kan de provincie planologische bescherming aan gebieden toekennen door hen aan te wijzen als “bijzondere provinciale natuurgebieden” of “bijzondere provinciale landschappen”. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan de bescherming van belangrijke weidevogelgebieden. Het NNN kent geen uniform beschermingsregime. Iedere provincie kan een eigen invulling geven aan bijvoorbeeld compensatie. Het beschermingsregime van overige op provinciaal niveau beschermde gebieden kan sterk verschillen tussen provincies.

9

3

Omschrijving plangebied

3.1

Algemeen

Het plangebied betreft een braakliggend terrein aan de Kanaaldijk 11 te Waddinxveen, gemeente Waddinxveen, provincie Zuid-Holland.

Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (rood omlijnd), voor de regionale ligging, zie kaartinzet rechtsboven. Bron: PDOK

3.2

Beschrijving •

Het plangebied betreft een braakliggend terrein omsloten door wegen en

•

bebouwing. Bebouwing is binnen het plangebied afwezig. Dichtstbijzijnde bebouwing is

• •

aanwezig op circa 60 meter afstand ten noorden van het plangebied. In het plangebied zijn geen verhardingen aanwezig. Het groen in het plangebied bestaat enkel uit kruiden en grassen van (zeer)

•

voedselrijke gronden zoals pijpenstrootje, pitrus, smalle weegbree, kleine brandnetel en ridderzuring. Langs de watergang is riet en lisdodde aanwezig en staan enige jonge opslag van wilg. Open water is grenzend aan de oost- en zuidzijde van het plangebied aanwezig. Het betreft een watergang met een diepte tot één meter en een dikke baggerlaag. De 11

•

watergang staat niet in directe verbinding met andere watergangen. Verlichting is in het plangebied afwezig. Verlichting is buiten het plangebied

•

aanwezig in de vorm van straatverlichting langs de Dreef en de Kanaaldijk. Verlichting is tevens ten noorden van het plangebied aanwezig in de vorm van lichtmasten op de tennisbaan. Ondergrondse ruimten zijn (voor zover zichtbaar) afwezig.

In Bijlage 1 is een foto overzicht weergegeven van het plangebied.

Afbeelding 2: Het plangebied gezien vanuit het zuidoosten. Op de achtergrond de lichtmasten van de tennisbaan. Foto: K. van veen | Ecoresult B.V.

3.3

Voorgenomen ontwikkelingen

In het plangebied zal een schoolgebouw worden opgericht. Hiervoor dient het plangebied bouwrijp gemaakt te worden.

3.4

Planning

De exacte planning van de voorgenomen ontwikkelingen is op dit moment nog niet bekend.

12

4

Onderzoeksresultaten beschermde gebieden

4.1

Wet natuurbescherming

4.1.1

Natura 2000

Het meest dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein, gelegen ca. 6,4 km ten noordoosten van het plangebied3 (zie ook Afbeelding 4). Invloeden (ook van buitenaf) mogen de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden niet in gevaar brengen. Negatief effect (door bijv. emissie, verandering hydrologie, geluid, trilling of verlichting) op bovengenoemd gebied valt uit te sluiten op basis van de afstand van dit gebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd zonder vergunning op de Wet natuurbescherming voor het onderdeel beschermde natuurgebieden en zonder meldingsplicht.

4.2 4.2.1

Verordening ruimte Natuurnetwerk Nederland

Het meest dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt ca. 1,1 km ten zuidoosten van het plangebied4 (zie ook Afbeelding 4). Op basis van de afstand van dit gebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt op voorhand uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op de wezenlijke waarden en kenmerken van bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk.

3 4

http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx https://maps.noord-holland.nl

13

Afbeelding 3: Dichtstbijzijnde Natura 2000 (gearceerd), NNN (Donkergroen & paarse lijn) en belangrijk weidevogelgebied (lichtgroen) in de omgeving van het plangebied (globaal rood omcirkeld). Bron: http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN

4.2.2

Belangrijke weidevogelgebieden

Het poldergebied ca. 630 meter ten zuidoosten van het plangebied (Polder Bloemendaal) is bestemd als Belangrijk weidevogelgebied (Afbeelding 4). Op basis van de afstand van dit gebied tot het plangebied en de aard van de activiteiten die hier zullen plaatsvinden valt uit te sluiten dat er sprake is van (tijdelijke) negatieve impact op bovengenoemd gebied. Aanvullend (veld)onderzoek is niet noodzakelijk.

14

5

Onderzoeksresultaten beschermde soorten

5.1

Algemeen

Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 16-04-2018 door K. van Veen, ecologisch deskundige5 bij Ecoresult B.V. Het complete plangebied is – daar waar nodig – met hulp van een verrekijker vanaf de openbare weg onderzocht. De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is geraadpleegd om een indruk te krijgen over de aanwezigheid van beschermde soorten rondom het plangebied. In dit rapport gepresenteerde NDFF-waarnemingen zijn maximaal 5 jaar oud. Voor zover bekend zijn andere bronnen met relevante informatie afwezig of voegen niets extra's toe op de NDFF data en het veldbezoek. Op basis van het bronnenonderzoek en de aanwezige habitats was een goede inschatting van de potenties en aan- of afwezigheid van de beschermde soorten te maken. Voorliggende quickscan heeft een geldigheid van maximaal 3 jaar na uitvoering van het onderzoek.

5

Voor een definitie van ecologisch deskundige wordt verwezen naar https://mijn.rvo.nl/ecologischdeskundige?inheritRedirect=true

15

5.2

Soorten Vogelrichtlijn

5.2.1

Bronnenonderzoek

Soort Boomvalk Buizerd Gierzwaluw Grote Gele Kwikstaart Havik Huismus Kerkuil Ooievaar Ransuil Roek Slechtvalk Sperwer Steenuil Wespendief Zwarte Wouw

Soortgroep Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats Vogels met vaste rust of verblijfplaats

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km

Tabel 2: Waargenomen vogels met vaste rust- of verblijfplaatsen binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd op 17-05-2018

5.2.2

Verkennend veldonderzoek

5.2.2.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen en bomen. Bomen zijn in het plangebied afwezig. Circa 15 meter ten noorden van het plangebied zijn enkele bomen in de stakenfase aanwezig (diameter tot maximaal 15 centimeter) en een lage coniferenhaag tot 2,5 meter hoog. In de bomen zijn geen nestplaatsen aangetroffen de coniferenhaag heeft een te beperkte omvang om geschikt te zijn voor vogels met jaarrond beschermde nesten en grenst aan een tennisveld waardoor regelmatig verstoring aanwezig is. In het plangebied is bebouwing afwezig. Dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zich op een afstand van minimaal 60 meter ten noorden van het plangebied. Het plangebied is ongeschikt als essentieel functioneel leefgebied voor roofvogels en uilen. Het ligt binnen een sterk bebouwde zone omringd door wegen. Daarnaast is er voldoende alternatief leefgebied op maximaal 200 meter ten oosten van het plangebied in de vorm van open agrarisch landschap. 16

5.2.2.2

Niet jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is ongeschikt voor categorie 5 soorten vogels. In het plangebied zijn bomen en gebouwen afwezig. De bomen en coniferenhaag ten noorden van het plangebied zijn tevens ongeschikt voor nesten van vogels zoals ekster of zwarte kraai. In de bomen zijn geen holten aanwezig.

5.2.2.3

Algemene broedvogels

Het plangebied is geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels (gras- en watervogels). Verscheidene algemene vogelsoorten zijn waargenomen in en om het plangebied tijdens het veldbezoek waaronder: winterkoning, wilde eend en meerkoet.

5.2.3

Effectbeoordeling en toetsing

5.2.3.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen en gebouwen. Aanvullend onderzoek is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.2.3.2

Niet jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen en gebouwen. Aanvullend onderzoek is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

5.2.3.3

Algemene broedvogels

Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels Nesten van deze vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogels. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

17

5.3

Soorten Habitatrichtlijn

5.3.1

Bronnenonderzoek

Soort Rugstreeppad Bever Gewone dwergvleermuis Laatvlieger Otter Ruige dwergvleermuis Groene glazenmaker Meervleermuis Rosse vleermuis Watervleermuis

Soortgroep Amfibieën Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Insecten - Libellen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

Afstand 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Tabel 3: Waargenomen habitatrichtlijnsoorten binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd 17-05-2018.

5.3.2

Verkennend veldonderzoek

5.3.2.1

Vleermuizen

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende vleermuizen. Gebouwen en bomen zijn in het plangebied afwezig. Dichtstbijzijnde bebouwing bevindt zich op een afstand van minimaal 60 meter ten noorden van het plangebied. In de bomen ten noorden van het plangebied zijn geen holten aanwezig. Het plangebied is geschikt als functioneel leefgebied voor vleermuizen (foerageergebied en vliegroute) maar heeft op voorhand geen essentiële functie. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieve aanwezig in de vorm van bomenrijen, watergangen en bosschages die blijvend gebruikt kunnen worden.

5.3.2.2

Overige Habitatrichtlijn soorten

Het plangebied is ongeschikt voor de habitatrichtlijnsoorten rugstreeppad, bever, otter en groene glazenmaker. Langs het plangebied is open water aanwezig echter betreft dit een sloot tot maximaal 8 meter breed, langs een drukke weg, die niet in verbinding staat met ander open water. In de watergang rondom het plangebied is geen krabbenscheervegetatie aanwezig. Dit habitat sluit aanwezigheid van bever, otter en groene glazenmaker uit. Het plangebied is ongeschikt voor rugstreeppad wegens het ontbreken van zandige terreinen en (tijdelijke) poeltjes. Aanwezigheid van rugstreeppad is ook tijdens de werkzaamheden, wanneer voorgaand habitat wel aanwezig is, uitgesloten. Het plangebied wordt omsloten 18

door wegen en watergangen met oeverbeschoeiingen. Ten oosten ligt een strook dichte bebouwing met daarachter het kanaal de Gouwe en ten noorden en zuiden zijn ook brede stroken bebouwing aanwezig met waterpartijen. Ten westen van het plangebied ligt de spoorlijn. Migratie vanaf de agrarische gebieden ten westen of zuiden van het plangebied is redelijkerwijs uitgesloten.

5.3.3

Effectbeoordeling en toetsing

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen of als essentieel functioneel leefgebied voor habitatrichtlijnsoorten. Aanvullend onderzoek is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

19

5.4

Nationaal beschermde soorten

5.4.1

Bronnenonderzoek NDFF

Soort

Soortgroep

Afstand

Bruine kikker Gewone pad Kleine watersalamander Meerkikker Hazelworm Ringslang Boommarter Bosmuis Bunzing Dwergmuis Egel Haas Hermelijn Huisspitsmuis Konijn Veldmuis Vos Alpenwatersalamander Bastaardkikker Vliegend hert Groot spiegelklokje Schubvaren Grote modderkruiper Steenmarter Waterspitsmuis Wezel Woelrat

Amfibieën Amfibieën Amfibieën Amfibieën Reptielen Reptielen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Amfibieën Amfibieën Insecten - Kevers Vaatplanten Vaatplanten Vissen Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren Zoogdieren

0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 0 - 1 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km 1 - 5 km

Provinciale vrijstelling Zuid-Holland ja ja ja ja nee nee nee ja ja ja ja ja ja ja ja ja ja nee ja nee nee nee nee nee nee ja ja

Tabel 4: Waargenomen Nationaal beschermde soorten (Andere soorten § 3.3 Wnb) binnen een afstand van 5 km van het plangebied. Bron: NDFF – quickscanhulp, geraadpleegd 17-05-2018.

5.4.2

Verkennend veldonderzoek

5.4.2.1

Vaatplanten

Het groen in het plangebied bestaat enkel uit kruiden en grassen van (zeer) voedselrijke gronden zoals pijpenstrootje, pitrus, smalle weegbree, kleine brandnetel en ridderzuring. In het plangebied zijn geen stenen muren of andere steenstructuren aanwezig. Geschikt habitat voor zeldzame soorten als groot spiegelklokje of schubvaren is derhalve afwezig.

20

5.4.2.2

Grondgebonden zoogdieren

Het plangebied is enkel geschikt als vaste rust- en verblijfplaats en functioneel leefgebied voor Nationaal beschermde soorten zoogdieren waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffen egel, mol en verschillende soorten (spits)muizen. Geschikt habitat voor boommarter of steenmarter in de vorm van bos, bosschages, steenstort of anderzijds besloten structuren zijn afwezig. Geschikt habitat voor waterspitsmuis in de vorm van ondiepe, begroeide watergang en dicht begroeide oevers met oevervegetatie zijn afwezig. Langs de watergang is een schoeiing aanwezig waardoor deze niet direct doorloopt in het water.

5.4.2.3

Insecten

Het plangebied is ongeschikt voor vliegend hert. Geschikt habitat in de vorm van boomgaarden, liggende boomstronken en (staand/of liggend) rottend eikenhout is afwezig. Aanwezigheid is derhalve uitgesloten. Het plangebied ligt daarnaast ver buiten het natuurlijk verspreidingsgebied van het vliegend hert (hogere zandgronden en Limburg). De melding van vliegend hert in de NDFF betreft een enkel dood exemplaar dat is is aangetroffen in de omgeving van Gouda. Dit betreft zeer waarschijnlijk een ontsnapt of uitgezet exemplaar. Andere waarnemingen zijn niet bekend.

5.4.2.4

Vissen

Het plangebied is ongeschikt voor beschermde vissoorten als grote modderkruiper. In het plangebied is water afwezig. De watergang langs het plangebied is ongeschikt voor de soort. De watergang is een kunstmatig en recent gegraven watergang. Het water is geen onderdeel van een oude verkavelings cultuurlandschap en staat niet in directe verbinding met ander open water.

5.4.2.5

Amfibieën en reptielen

Het plangebied is ongeschikt voor amfibieën en reptielen die niet vrijgesteld zijn van ontheffing, te weten alpenwatersalamander, hazelworm en ringslang. In het plangebied zijn geen ondiepe poelen of vennen aanwezig of landhabitat in de vorm van houtwallen. Derhalve is aanwezigheid van alpenwatersalamander uitgesloten. Geschikt habitat voor ringslang in de vorm van ondiepe, begroeide watergang en dicht begroeide oevers met oevervegetatie zijn afwezig. Langs de watergang is een schoeiing aanwezig. Geschikt habitat voor hazelworm in de vorm van droge bossen, heideterreinen of zandgronden is afwezig. Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreffende bruine kikker, kleine watersalamander, gewone pad. 21

5.4.3

Effectbeoordeling en toetsing

Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt: egel, mol, verschillende soorten (spits)muizen, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.

22

6

Conclusies en aanbevelingen

6.1

Beschermde gebieden

6.1.1

Wet natuurbescherming

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op Natura 2000gebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een ontheffing of vergunning is niet nodig.

6.1.2

Verordening ruimte

Op basis van de afstand tot het plangebied en de aard van de werkzaamheden valt op voorhand uit te sluiten dat de activiteiten negatieve effecten hebben op het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en Belangrijke weidevogelgebieden. Aanvullend onderzoek is niet noodzakelijk. Het aanvragen van een vergunning is niet nodig.

6.2

Beschermde soorten

6.2.1

Soorten Vogelrichtlijn

6.2.1.1

Jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen of als essentieel functioneel leefgebied voor vogels met jaarrond beschermde nesten in gebouwen en bomen. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op de Wet natuurbescherming of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

6.2.1.2

Niet jaarrond beschermde nesten

Het plangebied is ongeschikt als voortplantingsplaats voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten. 23

6.2.1.3

Algemene broedvogels

Het plangebied is potentieel geschikt als voortplantingsplaats voor algemene vogels. Het betreft lokaal en regionaal algemene vogels. Tijdelijke schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 15 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen bezette nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.

6.2.2

Soorten Habitatrichtlijn

Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen of als essentieel functioneel leefgebied voor habitatrichtlijnsoorten. Aanvullend onderzoek is niet nodig. Het aanvragen van een ontheffing of het treffen van aanvullende maatregelen is niet nodig.

6.2.3

Nationaal beschermde soorten

6.2.3.1

Overige nationaal beschermde soorten

Het plangebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt: egel, mol, verschillende soorten (spits)muizen, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander. Aanvullend onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht. Dit houdt in dat indien mogelijk schadelijke effecten op soorten zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen. Te denken valt aan het verplaatsen van dieren naar veilige locaties buiten het werkgebied indien zij aangetroffen worden tijdens de werkzaamheden, of daar direct aan voorafgaand.

24

7

Geraadpleegde bronnen

7.1

Internet

Beschermde gebieden http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx http://pzh.b3p.nl/viewer/app/NNN Nationale Databank Flora en Fauna http://app.quickscanhulp.nl/ Natuurwetgeving en kennisdocumenten http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2017-01-01#Hoofdstuk2 www.rvo.nl https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-en-landschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wet-natuurbescherming/ PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart http://pdokviewer.pdok.nl Vleermuisprotocol 2017 http://www.netwerkgroenebureaus.nl/werken-aan-kwaliteit/vleermuisprotocol

25

Bijlage 1 Sfeerimpressie plangebied

Bomenrij en coniferenhaag ten noorden van het plangebied. Foto: K. van Veen | Ecoresult B.V.

27

Watergang langs de oost- en zuidzijde van het plangebied met oeverbeschoeiing Foto: K. van Veen | Ecoresult B.V.

Het plangebied gezien vanuit het oosten. Foto: K. van Veen | Ecoresult B.V.

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9933981/1