CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Reactie op advies PAR Waddinxveen - Regiovisie Jeugd en Wmo

Besluitvormende raadsvergadering 13 oktober 2021, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB Regiovisie Midden-Holland Jeugd en WMO ‘Samen scherper aan de wind’1.733 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Reactie op advies PAR Waddinxveen Inleiding In de afgelopen periode is door de gezamenlijke gemeenten in de regio Midden-Holland een regiovisie opgesteld voor de uitvoering van de Jeugdwet en Wmo. De visie getiteld “Samen scherper aan de wind 2021-2023” ligt nu bij de gemeenteraden uit de regio ter vaststelling. Tijdens het opstellen van de visie is de lokale adviesraad geraadpleegd en is er overleg geweest. De adviesraden uit de regio zijn gevraagd advies uit te brengen over de eerste vijf, inhoudelijke, hoofdstukken van de conceptvisie. De adviezen zijn beoordeeld en betrokken bij het opstellen van de uiteindelijke versie van de regiovisie. De adviesraad van de gemeente Waddinxveen heeft ervoor gekozen om niet expliciet een advies te geven, maar vragen te stellen en daarmee aan te geven waar zij accenten en aandachtspunten ziet. De vragen zijn door het college van B&W beantwoord en hieronder opgenomen.

Vraag 1-2 Waarom is niet de lokale uitvoering van de WMO en Jeugdwet op basis van de lokale visie en uitgangspunten het vertrekpunt en daarmee de basis voor het bepalen van de taken op het niveau van de regio? Wat betekent de inhoud van de regiovisie voor het door de Raad vastgestelde Beleidskader Sociaal domein en aansluitend de “Verordening voor het sociaal domein “Samenredzaam””? Gezien de inhoud van de regiovisie bepaalt deze de uitwerking van de lokale visie en uitgangspunten. Tevens wordt daarmee de uitvoering op lokaal niveau van de WMO en de jeugdwet bepaald. Onze lokale visie op Jeugd en Wmo is een bouwsteen van de regiovisie. De regiovisie is daaraan niet strijdig. De afgelopen jaren zijn door gemeenten lokale visies, verordeningen, e.d. opgesteld; die zijn leidend voor de uitvoering. Voor de thema’s die in regionaal verband worden uitgevoerd vormen deze stukken de basis voor de regiovisie. De formulering in de regiovisie kan afwijken, omdat naar een gezamenlijke tekst voor de vijf gemeenten is gestreefd.

De uitgangspunten van het lokale beleid blijven ongewijzigd Vraag 3 Waarom wordt in de regiovisie niet duidelijk gemaakt hoe de complexe jeugdzorg georganiseerd wordt in het samenspel tussen lokaal, regionaal en bovenregionaal? Dit staat in hoofdstuk 3, de tekst bij samenwerking complexe jeugdproblematiek en in figuur 1 Overzicht lokale, regionale en bovenregionale taken. Als het is gewenst, kan dit nog worden toegelicht. Vraag 4 Voldoet de regiovisie feitelijk aan de vereisten vanuit de NvO en het vraagstuk verwoord in de kamerbrief? Ja. Vraag 5 Welk perspectief biedt de regiovisie aan de ouders en verzorgers van een kind waarvoor geen enkele instelling in staat of bereid is de geëigende (complexere) jeugdzorg te bieden. De regiovisie gaat uit van een inzet op een dekkend zorglandschap. Als voor bepaalde problematiek of casuïstiek geen aanbod is dan wordt met de aanbieders in gesprek gegaan om te zoeken naar een passend aanbod. Juist op de complexe jeugdzorg is (boven)regionale samenwerking aan de orde.

Vraag 6 Welk (financieel) perspectief biedt de regiovisie aan de betreffende instellingen om de gevraagde (complexere) jeugdzorg te bieden. Bij contractafspraken is het uitgangspunt reële tarieven, die passen bij de geboden dienstverlening. Bij enkele diensten zien we dat dit ondanks de nieuwe tarieven nog kan wringen. Bekeken wordt of het nodig is meer productdifferentiatie toe te passen, zodat ook recht gedaan wordt aan de verschillen in dienstverlening tussen aanbieders of dat juist gekeken kan worden naar een betere spreiding van complexe casuïstiek over aanbieders. Vraag 7 Waarom moet er een vervolg komen op de Gebundelde krachten terwijl op lokaal niveau sinds de start van de decentralisatie het nodige is gebeurd met betrekking tot het ontwikkelen en invoeren van beleid en een daarop geënte uitvoeringspraktijk? Het kader gebundelde krachten is inmiddels verouderd, op onderdelen sluit het niet meer aan op de ontwikkelingen die lokaal en regionaal plaatsvinden. Vanuit de NvO is er de verplichting om een regiovisie op te stellen. Lokaal en regionaal beleid dienen inhoudelijk samenhangend en aanvullend op elkaar te zijn in de ontwikkeling. Het is van belang om een gedeeld beeld te hebben over de regionale taken.

Vraag 8 Waarom is er, blijkens de regiovisie, niet voor gekozen om het lokaal vigerende beleid en uitvoering als vertrekpunt te nemen en een daarop aansluitende regiovisie die betrekking heeft op de taken die regionaal zijn belegd? De nabijheid wordt immers lokaal verwezenlijkt en niet door de regio. Het lokale beleid is het uitgangspunt, in de regiovisie wordt ingegaan op de taken die we regionaal oppakken. Vraag 9-10 Waarom zijn er in de paragraaf 4.3 met de titel “Regionale taken op maatwerkvoorziening WMO en jeugd” ambities opgenomen waarvan de realisatie op lokaal niveau liggen en dus niet bij de regio? Waarom zijn in de paragraaf 4.3 met de titel “Regionale taken op maatwerkvoorziening WMO en jeugd” niet de ambities op regioniveau opgenomen die aansluiten op het beleid en de uitvoering op regionaal niveau? In de regiovisie komt naar voren dat we samen optrekken bij de inkoop, het inkoopmodel en het maken van een dekkend zorglandschap. Hier zijn veel partijen bij betrokken die niet alleen lokaal werken, maar vooral regionaal of bovenregionaal. Voor deze partijen is het niet efficiënt om met elke gemeente individueel afspraken te maken.

Vraag 11 Leiden de in paragraaf 4.3 met de titel “Regionale taken op maatwerkvoorziening WMO en jeugd” opgenomen ambities tot een verandering in de uitvoering van de WMO en jeugdwet op lokaal niveau, in bijzonder de van de gemeente Waddinxveen? Inkoop en contractering vinden regionaal plaats. De uitvoering vindt plaats door de gecontracteerde partijen. Afhankelijk van de zorgvraag kan de uitvoering lokaal verschillen. Het is niet de verwachting dat dit om grote veranderingen gaat. Mogelijke veranderingen kunnen zijn: aanpassingen in verordeningen of nadere regels vanwege afbakening en veranderingen in werkwijzen door lokale medewerkers.

Vraag 12-13 Welke betekenis hebben de in de paragraaf 4.3 met de titel “Regionale taken op maatwerkvoorziening WMO en jeugd” gespecificeerde ambities voor het Beleidskader sociaal domein 2024-2028 en tevens de bijbehorende verordening? Waarom wordt dit uitgangspunt niet nader toegelicht terwijl dit met de overige punten wel gebeurd is? Deze regiovisie heeft een looptijd tot en met 2024. In een op te stellen lokaal beleidskader voor 2024 en verder heeft de raad in Waddinxveen de mogelijkheid om nieuwe ambities vast te stellen en daarmee ook input te geven voor het nieuwe regionale kader. Alle uitgangspunten zijn in de nieuwe versie nader toegelicht. Vraag 14 Ook hier de vraag waarom niet als vertrekpunt genomen is wat lokaal al gebeurt met betrekking tot dit uitgangspunt? Zowel lokaal als regionaal zijn acties nodig; de inzet is dat deze complementair zijn aan elkaar. Vraag 15 Welke rol gaat de regio spelen bij het inzetten van het model van de positieve gezondheid op regionaal niveau in samenhang met het inzetten van dit model op lokaal niveau om het gedeelde belang te realiseren? Positieve gezondheid maakt onderdeel uit van de lokale visie en de regiovisie. In de praktijk zijn er meerdere inhoudelijke beleidsthema’s die regionaal worden opgepakt, zoals gezondheid en wonen. Het is waardevol om daar waar dat mogelijk is de vraagstukken integraal te benaderen.

Vraag 16 Welke betekenis moet worden toegekend aan de opsomming van de lokale taken? Is dit een minimum aan taken voorgeschreven door de regio die geldt voor een gemeente? Er zijn geen door de regio voorgeschreven taken waar geen lokale instemming aan vooraf is gegaan. Op onderdelen is de keuze gemaakt om juist lokaal beleid te maken en wordt er geen regionaal beleid gemaakt. Vraag 17 Waaruit blijkt dat met het uitvoeren van de gespecificeerde taken inclusief de vijf basisfuncties aan het vraagstuk van de complexe jeugdzorg tegemoet wordt gekomen? De vijf basisfuncties zijn door het Rijk bedacht bij het vraagstuk van de complexe jeugdzorg. De voortgang zal worden gevolgd, zo nodig volgen hier voorstellen uit voor bijsturing. Vraag 18 Waaruit blijkt dat de regiovisie, als uitwerking van de NvO, een duidelijk antwoord is op de zorgen met betrekking tot het opdrachtgeverschap in relatie tot het opdrachtnemerschap op regionaal en boven regionaal niveau in samenhang met de uitvoering van de complexe jeugdzorg? De inzet is om te komen tot verbetering in de uitvoering van de complexe jeugdzorg. De regiovisie biedt hiervoor handvatten. Het proces dat daaruit volgt is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de regiogemeenten en partners.

Vraag 19 Waarom wordt in de regiovisie geen aandacht besteed aan de oorzaken van het toenemend beroep op de (complexe) jeugdzorg en met name de rol van de regio hierin? Op regionaal niveau is er een werkgroep aan de slag met het thema ‘sturen op kosten’. Onderdeel daarvan is verbeterde monitoring van groei (zorgvraag en uitgaven), om ook oorzaken te kunnen vaststellen.

Vraag 20 Op grond van welke bevindingen is er volgens de regiovisie sprake van “de onterechte vraag en toekenning van de maatwerkvoorzieningen” en daarmee van een oneigenlijk beroep op de WMO en de jeugdwet? Dit zal deels naar voren komen in de uitwerking van de opgave van afbakening en normalisering. Gestart wordt met een gezamenlijke verkenning om te bepalen langs welke leidende principes we normalisering als regio willen vormgeven en hoe dat concreet op korte en middellange termijn eruit kan zien. Vraag 21 Waarom is er geen (melding gemaakt van) overleg geweest met professionals in de met name de complexe jeugdzorg en daarnaast de ouders en de jongeren? Binnen de voorbereiding en uitvoering van de regionale programma’s is er overleg met partijen. Voor de regiovisie is er advies gevraagd aan de adviesraden/cliëntraden om ideeën op te halen bij hun achterban. Ketenpartijen en aanbieders zijn ook bevraagd over de regiovisie. Vraag 22 Hoort het oplossen van het vraagstuk van de complexe jeugdzorg niet tot een van de toekomstige opgaven? Het vraagstuk van de complexe jeugdzorg behoort tot de huidige opgaven met als inzet om te komen tot duurzame oplossingen voor de toekomst. Indien gewenst gaan we graag verder in gesprek over de specifieke aspecten van de complexe jeugdzorg.

Vraag 23 Hoort het inrichten van het opdrachtgeverschap in samenhang met het opdrachtnemerschap met betrekking tot het besturen en uitvoeren van de complexe jeugdzorg niet ook tot een van de toekomstige opgaven om te voldoen aan de ambitie van de NvO en als antwoord op de achterliggende kamerbrief? Het gaat hierbij niet om een afzonderlijk vraagstuk of thema. Een aantal opgaven is ook minder van toepassing op de regio. De invulling van opdrachtnemerschap en opdrachtgeverschap (ook in relatie tot de nieuwe NvO) krijgt vorm in de contracten, afspraken over de uitvoering en de wijze van verantwoording.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10543323/2