Bijlage 3: Programmabegroting 2027 - 2030 zienswijzenversie
Tekst van het document
Hiervoor zetten wij het regionale Centrum voor Natuur- en Duurzaamheidseducatie De Zwanebloem in. Specialistische taken De ODMH voert alle milieutaken uit inclusief in- en externe advisering op het gebied van bodem en ondergrond, geluid, lucht, ecologie, externe veiligheid en andere aspecten uit de fysieke leefomgeving. Bodem en Archeologie De ODMH ondersteunt en adviseert bij besluitvorming van wettelijke taken en bij de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Zo zorgen we dat er niet gebouwd wordt op ernstig verontreinigde grond, houden toezicht op het verantwoord toepassen van grond, stimuleren we hergebruik van grond en beschermen we archeologische waarden. Ook kan bodemonderzoek via de ODMH worden uitgevoerd. Daarnaast worden onze opdrachtgevers geïnformeerd over wijzigingen in de bodemregelgeving en geadviseerd hoe hiermee om kan worden gaan. Geluid en Lucht De meeste klachten die jaarlijks binnenkomen bij de ODMH hebben betrekking op geluid en lucht. Om die hoeveelheid klachten te verminderen en waar mogelijk te voorkomen voert de ODMH, bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium, bedrijfscontroles en metingen uit. Daarnaast adviseren wij op deze milieuthema’s bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen en evenementenvergunningen. De ODMH ondersteunt zijn opdrachtgevers in de breedte.
Bijvoorbeeld ondersteuning bij de uitvoering van de doelen uit het Schone Lucht Akkoord. Geluid en luchtkwaliteit zijn prioritaire onderwerpen in de Nota VTHA 2027-2030. Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM), Ecologie en Externe veiligheid Het cluster ROM adviseert en ondersteunt op milieugebied bij ruimtelijke plannen in de regio MiddenHolland. In een zo vroeg mogelijk stadium brengt de ODMH de benodigde randvoorwaarden in kaart om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Gezien dat ruimte steeds schaarser wordt, is dit meer en meer relevant. Ook hebben we aandacht voor kansen om de kwaliteit van de leefomgeving te verhogen. Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
23 van 48
De ecologen van de ODMH waarborgen de ecologische inbreng in de ruimtelijke planvorming en ondersteunen de omgevingsvergunningverleners bij het uitvoeren van hun taak. Ook ondersteunen zij bij natuur- en biodiversiteitsvraagstukken van onze opdrachtgevers. Bij externe veiligheid worden de plaatselijke risico’s voor de omgeving tijdens de verschillende productiefases van gevaarlijke stoffen (produceren, behandelen of vervoer) in kaart gebracht. We objectiveren de risico’s en de adviezen worden meegenomen in het planvormingsproces.
4.3
Wat gaat het kosten?
Het begrotingstotaal van het programma milieu bedraagt € 13.563.711. De complete begroting voor het jaar 2027 ziet er als volgt uit:
Programmabegroting 2027 Milieu Baten
Lasten
Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves
-17.045.703 -96.851 -2.520.518 -315.218
Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
10.403.981 455.559 171.640 2.520.518 12.013
Totaal baten
-19.978.290
Totaal lasten
13.563.711
Saldo van baten en lasten
-6.414.579
Voor de gemeentelijke en provinciale bijdragen voor het programma milieu wordt verwezen naar bijlagen 1 en 2.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
24 van 48
5
Programma bouw- en woningtoezicht
De ODMH voert naast de milieutaken, ook taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht en ruimtelijke ordening (BWT-taken) uit voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas en de provincie Zuid-Holland. De afdeling Bouw- en woningtoezicht bestaat uit drie teams (team Juridische Zaken, team Toezicht en Handhaving en team Vergunningverlening).
5.1
Wat willen we bereiken?
De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. De afdeling BWT van de ODMH ziet namens de opdrachtgevers toe op de veilige bouw en het toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Wij doen dat door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van bouwregelgeving en ruimtelijke ordening. De ODMH voert de taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht voor vier gemeenten uit. Door de overdracht van de BWT-taken van gemeenten aan de ODMH wordt een betere dienstverlening aan ondernemers en inwoners mogelijk. De bundeling van kennis en taken leidt bovendien tot meer specialisme en minder kwetsbaarheid in de dienstverlening. De kwaliteit verbetert ook door een meer eenduidige wijze van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de regio.
5.2
Wat gaan we daarvoor doen?
De programmabegroting van de ODMH is gebaseerd op een inschatting van het aantal uur dat wij zullen leveren aan de opdrachtgevers. Deze inschatting maken we door het te verwachten aantal producten per opdrachtgever (gemeente/provincie) te vermenigvuldigen met het kental. Voor producten die vanwege hun aard of omvang niet geschikt zijn om op grond van een kental af te rekenen, zoals het voeren van vooroverleg op grond van conceptaanvraag en het afhandelen van principeverzoeken tot vaststelling van de vergunbaarheid, maken we een inschatting van het benodigde aantal uur per jaar. Na afronding van het product volgt een nacalculatie op het daadwerkelijk gemaakte aantal uren. Dit geldt ook voor het product ‘Minnelijk traject bij handhavingszaken en bezwaarprocedures inclusief mediation’. Ook kunnen we op offertebasis aparte afspraken maken met de opdrachtgever (maatwerk). Deze maatwerkproducten rekenen we na afronding af op basis van de daadwerkelijk gemaakte uren. De algemene taken bundelen we in een regionaal budget en verdelen we op basis van de verdeelsleutel inwoneraantal. De regionale uren bestaan uit het organisatorisch inrichten en operationeel hebben van een klantencontactcentrum voor de gemeenten (frontoffice), het delen van gebiedskennis of datamanagement en het up-to-date houden van modellen.
In paragraaf 2.3 Bestuurlijke ontwikkelingen benoemen we de onderwerpen die regionaal extra aandacht vragen in 2027 (en verder). Omgevingsvergunningverlening Voor de vier gemeenten die hun BWT-taken hebben overgedragen aan de ODMH handelen wij de aanvragen en het toezicht op de vergunning ingevolge de Omgevingswet af. Een omgevingsvergunning kan op meerdere activiteiten betrekking hebben zoals bouwen, slopen, kappen, reclame, aanleg, inritten en brandveilig gebruik.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
25 van 48
Leges De inning van de leges is en blijft een verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente. Wel levert de ODMH de benodigde informatie voor de legesinning, zoals NAW-gegevens, de opgegeven bouwkosten en de hoogte van de op te leggen legesaanslag. Ook kan de ODMH, als daar behoefte aan is, adviseren bij bezwaarprocedures. Toezicht en handhaving Toezicht Op grond van beleidsplannen en uitvoeringsplannen (Nota VTHA) wordt, aan de hand van de gemeentelijke criteria, bepaald welk toezichtniveau noodzakelijk is per verleende omgevingsvergunning of activiteit. Vervolgens voeren we op basis van het vastgestelde toezichtniveau één of meerdere controles uit en stellen we een rapportage op van deze controles. Handhaving Naast toezicht voert de ODMH ook de handhaving uit. Handhaving is er op gericht illegale situaties te beëindigen. Het omvat onder meer het versturen van een voorwaarschuwing of een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang, en het stilleggen van werkzaamheden. De ODMH beschikt hiervoor over handhavingsjuristen, Boa’s (bijzondere opsporingsambtenaren), inspecteurs en toezichthouders. Juridische aspecten en diverse Naast het behandelen van de aanvragen voor omgevingsvergunningen en uitvoeren van het toezicht en handhaving, voert de ODMH ook andere Omgevingswet-gerelateerde werkzaamheden uit die samenhangen met BWT-activiteiten.
Het gaat onder meer om: informatieverstrekking over procedures en criteria; bouwplantoetsing inclusief het geven van juridisch advies bij omgevingsplanwijzigingen; advies over het restaureren of verbouwen van monumenten; (coördinatie van) de toetsing van constructieberekeningen en –tekeningen; het opstellen van rapportages en brieven ten aanzien van de constateringen bij toezichtbezoeken; het opsporen van illegale Omgevingswet-gerelateerde activiteiten en het rapporteren hier over; advisering t.a.v. asbesthandhaving, het beoordelen van asbestinventarisatierapporten en het begeleiden van asbestonderzoeken; bezwaar- en beroepschriften en overige juridische procedures die verband houden met de BWTtaken (het opstellen van verweerschriften, om de vertegenwoordiging tijdens hoorzittingen in bezwaar- en beroepzaken en om het opstellen van besluiten op bezwaar); afhandeling van verzoeken om planschade voor de gemeente Gouda Afhandeling van Woo-verzoeken. Ook beschikt de ODMH over een wachtdienst die bouwgerelateerde voorvallen afhandelt. In het kader van de rampenbestrijding bemensen we onder meer de teams Bouwbeheer en Milieubeheer. Waar nodig voeren onze medewerkers het overleg met betrokken partijen zoals gemeenten, welstands- en monumentencommissies, de regionale brandweer en de waterschappen ten behoeve van bovenstaande werkzaamheden en taken.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
26 van 48
5.3
Wat gaat het kosten?
Het begrotingstotaal van het programma bouw- en woningtoezicht bedraagt € 6.970.344. De complete begroting voor het jaar 2027 ziet er als volgt uit:
Programmabegroting 2027 BWT Baten
Lasten
Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves
-8.902.943 -30.000 -47.263 -135.578
Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
6.685.605 217.599 19.877 47.263 -
Totaal baten
-9.115.784
Totaal lasten
6.970.344
Saldo van baten en lasten
-2.145.441
Voor de gemeentelijke en provinciale bijdragen voor het programma BWT wordt verwezen naar bijlagen 1 en 2.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
27 van 48
6
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien
6.1
Overhead
Het BBV schrijft voor dat de overhead apart gepresenteerd wordt. De inhoudelijke programma’s milieu en bouw- en woningtoezicht bevatten geen kosten en opbrengsten van overhead meer. In het vernieuwde BBV wordt overhead gedefinieerd als ‘Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces’. Overhead bestaat in elk geval uit: 1. Leidinggevenden primair proces (hiërarchisch). Projectleiding valt hier buiten. Het betreft alle hiërarchische leidinggevenden in het primair proces. Zij hebben een personele verantwoordelijkheid waaronder het voeren van functioneringsgesprekken. Niet: projectleiding en coördinatoren. 2. Financiën, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie. Het betreft functies als controllers, financieel adviseurs en specialisten, planning & control, financiële verantwoording, administratieve organisatie, risicomanagement, (EDP) auditing, interne kwaliteitszorg, toezicht en controle gericht op de eigen organisatie; 3. Human Resource (HR). Het betreft salarisadministratie, HRM-advies, organisatie- en formatieadvies, OR-ondersteuning, mobiliteitscentrum, coaching, leren en ontwikkelen, bedrijfsmaatschappelijk werk, ARBO, recruitment, arbeidsvoorwaarden, HR-control. Het is exclusief opleidingen, welke door HR gegeven worden en gericht zijn op de directe uitvoeringspraktijk. 4.
Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement). 5. Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie (KCC). Het gaat om zowel interne als externe communicatie. Niet: projectcommunicatie en medewerkers die bij een projectbureau werken. 6. Juridische zaken. Het betreft juridische medewerkers die op de bedrijfsvoering afdeling werken of belast zijn met een bedrijfsvoeringstaak op een afdeling. Niet: afhandeling van bezwaar- en beroepschriften. Niet: juristen die primaire taken verrichten (bijvoorbeeld vergunningverlening). 7. Bestuurszaken en bestuursondersteuning. Het betreft bestuursadviseurs en bestuursondersteuner, zijnde de ambtelijke ondersteuning en beleidsadvisering van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders. Niet: raadsgriffie (behoort tot facilitering bestuursorganen, taakveld 0.1). 8. Informatievoorziening en automatisering (ICT). Het betreft medewerkers informatisering en automatisering, systeem-en netwerkbeheer, werkplekondersteuning, helpdesk, ontwikkeling ICT projectmanagement, technisch applicatiebeheer en functioneel applicatiebeheer dat door bedrijfsvoering medewerkers wordt gedaan (het is exclusief functioneel beheer ten behoeve van primaire proces systemen). 9. Facilitaire zaken en Huisvesting. Het is inclusief receptie, beveiliging en catering en gebouwenbeheerders. 10. DIV.
Het betreft medewerkers die kaders stellen en richtlijnen ontwikkelen, zich bezighouden met expertise-ontwikkeling, adviseren bij procesinrichting en –aansluitingen op e-depot, DMS inrichten en beheren, zich bezighouden met postregistratie en e-depot, archiefonderzoeken en coördineren (niet zijnde leidinggevende), fysieke en digitale documenten verwerken, vernietigen en overbrengen en fysiek en digitaal archief opbouwen en beheren.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
28 van 48
11.
Managementondersteuning primair proces. Het betreft secretariaten, office management en management assistentie in het primair proces.
Bovenstaande indeling kan teruggebracht worden tot de volgende uitgangspunten als men naar de gehele organisatie kijkt. Directe kosten zoveel mogelijk direct toerekenen aan de betreffende taakvelden. Ondersteunende taken zijn niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product en behoren derhalve tot de overhead. Wanneer deze ondersteunende taken worden uitbesteed, behoren de uitbestedingskosten bedrijfsvoering tot de overhead (bijvoorbeeld uitbesteding salarisadministratie). Sturende taken vervuld door hiërarchisch leidinggevenden behoren tot de overhead. De bijbehorende loonkosten behoren ondeelbaar tot de overhead. De positionering van een functie binnen de organisatie heeft geen invloed op de beoordeling of er sprake is van overhead. Specifiek voor de ODMH kunnen de volgende conclusies getrokken worden: De afdeling Informatisering en Dienstverlening wordt toegerekend aan de overhead met uitzondering van het onderdeel Functioneel en Gegevensbeheer, welke de systemen van het primair proces in beheer heeft. De huisvestingslasten zijn overhead met uitzondering van de kosten die gemaakt worden voor de Zwanebloem. Alle loonkosten van MT-leden en teamleiders van de afdelingen Expertise, Bedrijven en BWT behoren tot de overhead. Alle loonkosten van de bedrijfskundige en communicatiemedewerkers behoren tot de overhead.
De juristen op het gebied van milieu en BWT behoren tot het primair proces. Juristen op het gebied van bedrijfsvoering en bestuursondersteuning behoren tot de overhead. Beleidsadvisering op het gebied van milieu en BWT behoort tot het primair proces.
6.2
Vennootschapsbelasting
Per 1 januari 2016 is de Wet Modernisering Vennootschapsbelastingplicht Overheidsondernemingen in werking getreden. Ondersteund door een fiscalist van Deloitte heeft de ODMH onderzocht welke gevolgen deze wet heeft voor de dienst. Geconcludeerd is dat de ODMH aangemerkt wordt als ondernemer in de zin van de wet voor een beperkt aantal van haar aanvullende taken. Niet voor de primaire taken voor milieu en BWT. Omdat op deze aanvullende taken geen winst behaald wordt, is de ODMH volledig vrijgesteld van aangifte én van de administratieve rompslomp die daarbij komt kijken. Om ook in de toekomst gevrijwaard te blijven van aangifte, moet de ODMH deze en eventuele nieuwe taken blijven monitoren.
6.3
Onvoorzien
De ODMH heeft net als voorgaande jaren geen post onvoorzien opgenomen in haar begroting.
6.4
Wat gaat het kosten?
Het begrotingstotaal van de overhead bedraagt € 9.566.167. De complete begroting voor het jaar 2027 ziet er als volgt uit:
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
29 van 48
Programmabegroting 2027 Overhead Baten Contractuele bijdragen Overige bijdragen Financieringsbaten Onttrekking reserves
Totaal baten
Lasten -652.841 -200.000 -153.308
-1.006.149
Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
6.697.163 2.810.374 58.631 -
Totaal lasten
9.566.167
Saldo van baten en lasten
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
8.560.020
30 van 48
7
Paragrafen
Artikel 26 van het BBV schrijft de volgende paragrafen voor.
7.1
Lokale heffingen
De paragraaf betreffende de lokale heffingen is voor het ODMH niet van toepassing.
7.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De paragraaf weerstandsvermogen moet omvatten: a. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover het ODMH beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken; b. Een inventarisatie van de risico's, waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Hierbij dient bijvoorbeeld te worden gedacht aan risico’s in het kader van organisatieontwikkelingen, rechtmatigheid, garantieverplichtingen, voldoen aan formele voorschriften met betrekking tot de uitvoering van regelingen door het ODMH; c. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s en de realisatie daarvan. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is in artikel 11 van het BBV gedefinieerd als “De relatie tussen de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken, en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie.” Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin de ODMH in staat is middelen vrij te maken om de risico’s, die zich in de praktijk voordoen, op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid gewijzigd dient te worden.
Het vermogen om het beleid door te zetten is afhankelijk van de omvang van de weerstandscapaciteit. Er zijn geen algemeen geldende normen voor de gewenste omvang van het weerstandsvermogen. Iedere gemeenschappelijke regeling moet zelf invulling geven aan de gewenste omvang, gelet op haar eigen situatie en context. De omvang van het weerstandsvermogen moet in verhouding staan tot de risico’s die de organisatie loopt en die niet kunnen worden opgevangen door stuur- en beheersmaatregelen en ook niet financieel kunnen worden afgedekt door voorzieningen. De omvangbepaling van het weerstandsvermogen vindt plaats op basis van een risico-inventarisatie. Jaarlijks wordt deze risico-inventarisatie geactualiseerd. Weerstandscapaciteit Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan: het geheel aan beschikbare en vrij aanwendbare financiële middelen om mogelijke “resterende” risico’s met financieel gevolg op te kunnen vangen. Met “resterende” risico’s worden bedoeld: de risico’s die onvoldoende “in control” zijn of kunnen worden gehouden door stuur- en beheersmaatregelen en/of waarvoor (nog) geen specifieke voorzieningen zijn of kunnen worden getroffen. Wanneer een risico zich voordoet, welke niet kan worden opgevangen in de reguliere exploitatie, zal in eerste instantie een beroep gedaan worden op de weerstandscapaciteit.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
31 van 48
Tot de aanwezige weerstandscapaciteit kunnen worden gerekend (in volgorde van aanspreken bij het voordoen van een risico): 1. Algemene reserve 2. Verhoging jaarlijkse bijdrage 3. Verzilveren eventuele stille reserves De hoogte van de weerstandscapaciteit op basis van de geprognosticeerde standen is als volgt: Algemene reserve: € 1.450.653 (geprognosticeerde stand per begin 2026) De algemene reserve bestaat uit de componenten van het eigen vermogen waaraan het algemeen bestuur geen ‘bepaalde’ bestemming heeft gegeven. De algemene reserve heeft als belangrijkste functie het dienen als een buffer voor financiële tegenvallers. Het exploitatieresultaat van de jaarrekening (zowel voordelig als nadelig) komt in principe ten gunste respectievelijk ten laste van de algemene reserve en bepaalt dus in beginsel de werkelijke hoogte van de algemene reserve. Risico-inventarisatie Om aan te sluiten bij algemeen aanvaarde grondslagen hanteert de ODMH sinds 2017 NARIS, de methodiek van het Nederlands Adviesbureau Risicomanagement (NAR). De eerste uitkomsten van de risicoanalyse zijn meegenomen in de Nota Weerstandsvermogen & Risicomanagement 2018. Deze nota is vastgesteld op 21 juni 2018. De nota zal in 2026 geactualiseerd worden. Inmiddels hebben we NARIS vervangen door NARIS Next, de verbeterde software van het NAR. De migratie naar NARIS Next is eind 2025/begin 2026 uitgevoerd.
Deze is gepaard gegaan met een uitgebreide actualisatie van de risicoanalyse. De uitgevoerde risico-inventarisatie inclusief kwanticering (kans & financiële impact) is een logische basis voor het bepalen van het gewenste weerstandsvermogen. Daarbij is extra aandacht besteed aan de gemeentelijk bezuinigingsopdracht vanaf 2026, de verdere ontwikkeling van de technologie (waaronder cybersecurity en toepassing AI), het voldoen aan relevante wet- en regelgeving en de robuustheid van de ODMH. Bij de uitgevoerde actualisatie van de risico-inventarisatie zijn 27 risico’s vastgesteld. De risico's liggen vooral op personeel, financieel en productievlak.
Het risicobedrag is afgenomen ten opzichte van 2025. Ook het gewenste weerstandsvermogen is daarom afgenomen ten opzichte van vorig jaar.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
32 van 48
De in NARIS uitgevoerde risicosimulatie op basis van de geactualiseerde inventarisatie levert de volgende tabel met de bij de zekerheidspercentages behorende bedragen voor het benodigde weerstandsvermogen op: Zekerheidspercentage 25% 50% 75% 80% 85% 90% 95% 98% 99% 100%
Bedrag € 507.601 € 774.260 € 1.094.479 € 1.181.408 € 1.289.684 € 1.427.279 € 1.643.088 € 1.889.664 € 2.068.083 € 3.441.145
Uitgaande van het door het NAR geadviseerde zekerheidspercentage van 90% voor het totaal aan risico’s wordt het gewenste weerstandvermogen (streefhoogte van de algemene reserve) op basis van deze risico-inventarisatie bepaald op € 1.427.279. Het streefsaldo van het weerstandsvermogen bedraagt dus € 1.427.279. Als het algemeen bestuur instemt met het voorstel voor de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 zal de aanwezige weerstandscapaciteit per 1 januari 2026 € 1.450.653 bedragen. Geconcludeerd kan worden dat de berekende aanwezige weerstandscapaciteit dan 101,6% (ratio Ratio Betekenis van 1,02) van het gewenste weerstandvermogen bedraagt. Met een ratio van 1,02 valt de ODMH in de categorie ‘voldoende’. In het kader van het IBP VTH gelden geldt als minimale robuustheidseis een ratio van 0,8. Hier voldoet de ODMH ruimschoots aan.
>2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8
uitstekend ruimvoldoende voldoende matig onvoldoende
Kengetallen Op grond van een ministeriële regeling moeten de volgende financiële kengetallen weergegeven worden. Verloop van de kengetallen
Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Verslag 2025 0,0% 0,0% 22,5% 2,8% n.v.t. n.v.t.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
Begroting 2026 6,4% 6,4% 22,2% -1,2% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2027 5,1% 5,1% 15,7% -1,7% n.v.t. n.v.t.
33 van 48
Verloop van de kengetallen
Kengetallen: netto schuldquote netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen solvabiliteitsratio structurele exploitatieruimte grondexploitatie belastingcapaciteit
Begroting 2028 4,2% 4,2% 15,5% 0,0% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2029 3,2% 3,2% 15,5% 0,0% n.v.t. n.v.t.
Begroting 2030 2,3% 2,3% 15,5% 0,0% n.v.t. n.v.t.
De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Normaliter ligt de netto schuldquote tussen 0% en 90%. Pas bij 100% wordt de kritische norm bereikt. De ODMH voldoet dus ruim aan de norm. Het corrigeren voor alle verstrekte leningen wijzigt de netto schuldquote niet. De ODMH verstrekt immers geen leningen. Solvabiliteit gaat over de vraag of een organisatie in staat is om aan alle financiële verplichtingen te voldoen. De VNG hanteert als richtlijn een minimum omvang van 20% als norm. De solvabiliteit van de ODMH zakt daar door de verduurzaming en de herinrichting van het pand iets onder. De structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een organisatie heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Uit de resultaten blijkt dat de structurele lasten in de jaren 2026 en 2027 hoger zijn dan de baten. In die jaren wordt dat gecompenseerd door onttrekkingen aan de bestemmingsreserves. Vanaf 2028 zijn de structurele baten en lasten weer gelijk. De kengetallen voor de grondexploitatie en de belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de ODMH.
7.3
Onderhoud kapitaalgoederen
In deze paragraaf moet inzicht gegeven worden in de realisatie van het beleid ten aanzien van het onderhoud van kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties ten opzichte van de begroting. Het gaat hierbij ook om het verlangde onderhoudsniveau, de (lange termijn) onderhoudsplanning voor alle belangrijke activa en het voorzieningenbeleid ter zake. Sinds begin 2015 is het Midden-Hollandhuis eigendom van de ODMH. Voor het meerjaren onderhoud is een voorziening beschikbaar, die gebaseerd is op het meerjaren onderhoudsplan. In het begin van 2025 is het meerjaren onderhoudsplan van het Midden-Hollandhuis geactualiseerd. Op basis van dit geactualiseerde onderhoudsplan is met ingang van 2024 de dotatie aan de voorziening voor het onderhoud naar beneden bijgesteld met circa € 68.000. Dit voordeel kan ingezet worden voor de dekking van de afschrijvingslasten, die voortvloeien uit de investeringen, die de ODMH de komende jaren moet gaan plegen voor de verduurzaming en herinrichting van het Midden-Hollandhuis. Zoals verder is beschreven in hoofdstuk 2.2.1.
7.4
Financiering
In deze paragraaf dient de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille te worden opgenomen. In de vergadering van het algemeen bestuur van de ODMH van 14 maart 2019 is het actuele Treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut wordt de beleidsmatige infrastructuur van de treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
34 van 48
doelstellingen, richtlijnen en limieten. Het statuut maakt een objectieve en transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Jaarlijks wordt zowel in de begroting als in de jaarrekening een treasuryparagraaf opgenomen. In deze paragraaf worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van de treasury vastgelegd. In het kort wordt de huidige situatie weergegeven met betrekking tot een aantal aandachtspunten: Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het totaal van de (primitieve) begroting van € 30,1 miljoen, ofwel bijna € 2,47 miljoen. De confrontatie van de kasgeldlimiet aan de netto vlottende schuld vindt per kwartaal plaats. Geldstromenbeheer De kosten van het geldstromenbeheer hebben wij beperkt door gebruik te maken van het “pakket geïntegreerde dienstverlening” van de Bank voor Nederlandse Gemeenten (BNG). Het betalingsverkeer is zoveel mogelijk uitgevoerd door de BNG. Vanaf december 2013 heeft de overheid het schatkistbankieren voor o.a. de gemeenschappelijke regelingen verplicht gesteld. De ODMH bezit geen aandelen en financiële derivaten.
Renterisicobeheer Bij het aantrekken van langlopende financiering stelt de wet Fido een norm waaraan het renterisico van de langlopende opgenomen leningen als geheel moet voldoen. Deze norm wordt aangeduid als de renterisiconorm en bedraagt 20% van het begrotingstotaal. De aflossingen en renteherzieningen van de bestaande leningenportefeuille mogen jaarlijks deze norm niet overschrijden. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal van € 30,1 miljoen ofwel € 6,0 miljoen. De toetsing van het renterisico aan de norm laat zien dat de ODMH binnen de norm blijft. De berekening van deze toetsing is als volgt:
Renterisico's Renteherzieningen 2027 Aflossingen 2027 Renterisico 2027
242 242
Berekening renterisiconorm Begrotingstotaal 2027 Percentage conform regeling Renterisiconorm 2027
30.100 20% 6.020
Toetsing renterisco aan norm Renterisico Renterisiconorm Onderschrijding
242 6.020 5.778
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
35 van 48
Financiering Tegelijk met het pand heeft de ODMH de bijbehorende geldlening van het ISMH overgenomen. Op 1 januari 2026 bedraagt deze geldlening € 1.876.610. De lening is annuïtair en het rentepercentage bedraagt sinds 1 juli 2024 3,34% met een rentevastperiode van 10 jaar. De geldlening eindigt na die 10 jaar op 30 juni 2033. Omdat de ODMH de jaarprogramma’s elk kwartaal vooruit in rekening brengt, is verdere financiering van de exploitatielasten niet noodzakelijk. Renteschema Het vernieuwde BBV stimuleert een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente (harmonisering) en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de overheden met rente zijn omgegaan (transparantie). Daarbij is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de (verwachte) werkelijke rentelasten. Renteschema Externe lasten over de korte en lange financiering Externe baten Saldo rentelasten en rentebaten Aan projectfinanciering toe te rekenen rente Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
Bedrag 58.631 -200.000 -141.369 0 0 0 0 0 0 -141.369
De ODMH betaalt alleen rente over haar geldlening voor het pand en rekent deze toe aan het taakveld 0.5 Treasury. Het renteresultaat is nihil. In onderstaand schema is de toerekening aan het pand omschreven als projectfinanciering.
7.5
Bedrijfsvoering
De afdelingen Concernstaf, Mens & Organisatie en Informatie & Dienstverlening leveren diensten aan de overige afdelingen van de ODMH. Ook worden diensten aan HECHT (GGD), Regio MiddenHolland en het Streekarchief geleverd. Dit gebeurt op basis van dienstverleningsovereenkomsten met genoemde organisaties. De hierboven genoemde afdelingen ondersteunen de uitvoering van het programma. Het welslagen van het programma is mede afhankelijk van de doelmatigheid, transparantie en kwaliteit van de bedrijfsvoering. De externe dienstverlening is gebaat bij een goede interne bedrijfsvoering. De paragraaf bedrijfsvoering dient inzicht te geven in de stand van zaken en de realisatie van de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering. Hierbij gaat het om de volgende onderwerpen: Human Resources (HR): In 2025 heeft HR een adviserende rol gehad in het doorontwikkelen van de organisatie. Er is voor gekozen om op basis van de interne en externe ontwikkelingen de afdelingsbedrijfsvoering her in te richten naar de drie pijlers voor een toekomstbestendige organisatie: 1) Rechtmatigheid
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
36 van 48
2) Data en informatie(beveiliging) 3) Mensen Ad 1. Wij hebben een afdeling Concernstaf zo ingericht om enerzijds de rechtmatigheid van handelen van de ODMH verder te borgen en anderzijds goede strategische advisering en organisatiebreed beleid op te stellen om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen en trends. Ad 2. De afdeling Informatievoorziening & Dienstverlening is toegevoegd aan de organisatie daar de ontwikkelingen op dit gebied om extra aandacht en kennis vragen. De digitalisering neemt steeds meer toe in onze verschillende vakgebieden. Daarnaast het datagedreven werken en de hoeveelheid data die wij verwerken krijgt op deze wijze een goede borging binnen onze organisatie. Ad 3. De afdeling Mens & Organisatie krijgt een plek binnen de organisatie, omdat mensen ons belangrijkste kapitaal zijn. Het werk dat wij moeten doen, wordt gedaan door mensen in een veranderende context. Door complexiteit van vragen en door digitalisering is het noodzakelijk om hier constant aandacht voor te hebben. Externe inhuur In de vergadering van het algemeen bestuur van 13 maart 2025 is besloten dat de ODMH 4% bezuinigt met ingang van boekjaar 2026. De ODMH ziet mogelijkheden om die bezuinigingsopdracht voor ongeveer 2,5% in te vullen door de flexibele schil te verkleinen. Voor functies die nu ingevuld worden door inhuur zijn of zullen vaste medewerkers gezocht worden.
In de huidige, krappe arbeidsmarkt zal dat een uitdaging worden, die we graag aangaan. De inspanningen om hier te komen hebben in 2026 al geresulteerd in een beperking van de externe inhuur. Een kleinere flexibele schil blijft nodig om schommelingen in de personele behoefte op te kunnen opvangen met zo min mogelijk gevolgen voor ons personeel in vaste dienst. Schommelingen worden veroorzaakt door onder andere de conjunctuur en veranderingen in wetgeving zoals de Omgevingswet, Wet kwaliteitsborging voor het bouwen en de overdracht van provinciale bodemtaken naar gemeenten onder de Omgevingswet. Financieel beheer en Administratieve organisatie: Bij de vaststelling van de Financiële Verordening artikel 216 van de Provinciewet en Controle verordening artikel 217 van de Provinciewet is bepaald wanneer afzonderlijke nota’s moeten worden geactualiseerd: - reserves en voorzieningen iedere 4 jaar; - tarieven op verzoek van algemeen bestuur; - weerstandsvermogen en risicomanagement iedere 4 jaar; Facilitaire zaken: Tot de facilitaire taken behoren inkoop, receptie- en reprowerkzaamheden. Ook zorgt dit cluster voor het beheer van het pand aan de Thorbeckelaan 5, het Midden-Hollandhuis. Duurzaam inkopen De ODMH streeft naar duurzame keuzes. Naast kwaliteit en doelmatigheid, is duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt in ons inkoopproces.
Op dit moment speelt onder andere de verduurzaming van ons kantoorpand.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
37 van 48
ICT-dienstverlening De data die binnen de ODMH wordt gebruikt, is op meerdere manieren waardevol. Primair voor de eigen dienstverlening, maar ook externe partijen tonen mogelijk interesse. Wanneer dit bekende en geautoriseerde partners betreft, verloopt dit conform richtlijnen en bekende afspraken. Er zijn echter ook bedreigingen van buitenaf. De ODMH beschikt daarom over een geavanceerde firewall waarmee al het netwerkverkeer actief en passief wordt gemonitord, onder andere via systeem- en logcontroles en geautomatiseerde processen. Uit deze controles blijkt dat slechts een klein deel van de aanlogpogingen legitiem is; het merendeel is ongewenst. De medewerker vormt hierbij de kwetsbaarste schakel. ICT beperkt dit risico onder meer door multi-factor authenticatie (MFA) en door structureel te werken aan bewustwording via trainingen en blogs. Betrouwbare back-ups zijn eveneens essentieel. Dagelijkse back-ups op de hoofdlocatie worden gerepliceerd naar een colocatie in een datacenter. Daarnaast is er een extra back-up in de cloud en op een fysieke gegevensdrager, die wekelijks extern wordt opgeslagen. Deze maatregelen zijn erop gericht de integriteit en continuïteit van de data van de ODMH te waarborgen.
Informatievoorziening De ODMH zet zich continu in om zijn informatievoorziening goed te laten aansluiten bij de informatiebehoefte van zijn medewerkers, partners en de inwoners en bedrijven. In 2027 gaan we verder met het ontwikkelen van slimme informatieproducten, waarmee we ons werk beter en sneller kunnen uitvoeren. We volgen technologische ontwikkeling als AI en kijken waar deze van waarde kan zijn voor de ODMH. Regelgeving als de Wet open overheid (Woo), de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) en de nieuwe Archiefwet, vergt extra inzet tijdens de implementatie, maar biedt ook kansen om verdere stappen te zetten naar een open overheid en betere dienstverlening. Informatiebeveiliging en privacy De beveiliging van onze infrastructuur en zorgvuldige omgang met data en persoonsgegevens is een constante binnen de ODMH evenals de aandacht daarvoor. Hierbij zijn de medewerkers een belangrijk onderdeel. Daarom wordt er via verschillende media en e-learnings gezorgd voor bewustwording over de verschillende onderwerpen. De BIO en de AVG zijn de maatgevende regelingen waaraan de ODMH moet voldoen. De CISO bij de ODMH is projectleider van het proces om te voldoen aan de BIO en zorgt dat alle geledingen van de organisatie worden aangehaakt. Ook de Cyberbeveiligingswet (NIS2) wordt opgepakt. Vastgesteld is dat deze wet ook voor de ODMH geldt.
Het belang van de CISO wordt uiteraard ook door andere omgevingsdiensten onderschreven. Het aantrekken van een volledige fte is slechts voor een enkele omgevingsdienst haalbaar. Daarom zijn de 5 Zuid-Hollandse omgevingsdiensten op dit gebied in 2025 een samenwerking aangegaan. Een gezamenlijk team van een CISO, ISO’s en privacyofficers gaat de vijf omgevingsdiensten bedienen. Daarnaast is ook gezamenlijk een Functionaris gegevensbescherming aangesteld, die vanuit een onafhankelijke rol toezicht houdt op de naleving van de AVG en de Wpg. Een groot voordeel in deze samenwerking is dat de werkzaamheden van de omgevingsdiensten vele overeenkomsten vertonen. Procedures kunnen hierdoor eenvoudiger eenmaal worden ontwikkeld en bij meerdere omgevingsdiensten worden ingezet.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
38 van 48
7.51
Rechtmatigheid
Met ingang van verslagjaar 2023 legt het dagelijks bestuur zelfstandig verantwoording af in de jaarrekening over de naleving van de financiële rechtmatigheid. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op drie criteria: begrotingscriterium, voorwaardencriterium en het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium. In navolging van het controleprotocol worden verbijzonderde interne controles (VIC) uitgevoerd, waarbij we in nauwe samenspraak met de accountant de omvang van de steekproeven en de uit te voeren controles bepaald hebben. Hoe we controleren, leggen we jaarlijks vast in het intern controleplan. Met onze interne controles hanteren we de goedkeurings- en rapporteringstoleranties, zoals vastgelegd in het Controleprotocol. Voor 2027 gelden de volgende percentages. Verantwoordingsgrens Afwijkingen in de jaarrekening en onduidelijkheden in de uitvoering van de controle (% lasten)
2%
Het percentage wordt genomen van de begrote lasten, exclusief de stortingen in de reserves. Op basis van de programmabegroting zal de verantwoordingsgrens in 2027 circa € 600.000 bedragen. De werkelijke verantwoordingsgrens wordt bepaald door de gerealiseerde lasten in 2027. Begrotingscriterium De begrotingsrechtmatigheid heeft betrekking op het financiële handelen binnen het kader van de geautoriseerde begroting. Dit wordt formeel als volgt omschreven: “Financiële beheershandelingen die ten grondslag liggen aan de baten en lasten (exploitatie), alsmede de balansposten (investeringen), dienen tot stand te zijn gekomen binnen de grenzen van de geautoriseerde begroting en hiermee samenhangende programma’s (begrotingscriterium). Voorwaardencriterium Het voorwaardencriterium heeft betrekking op de eisen die worden gesteld bij de uitvoering van de financiële beheershandelingen. De eisen/voorwaarden zijn afkomstig uit diverse wet- en regelgeving, zowel intern als extern. Misbruik en oneigenlijk gebruik criterium Het derde criterium betreft misbruik en oneigenlijk gebruik. De ODMH heeft geen specifiek M&Obeleid. Gelet op de aard van de primaire taken die ODMH uitvoert en de financiële processen die daaraan ten grondslag liggen, achten wij een M&O-beleid niet relevant.
Immers, de ODMH verstrekt geen subsidies, uitkeringen of andere voorzieningen of emolumenten waar misbruik of oneigenlijk gebruik van kan worden gemaakt. Ook heft de ODMH geen belastingen of leges. Ook andere omgevingsdiensten, die dezelfde producten leveren en processen hebben ingericht, zien geen aanleiding om M&O-beleid te ontwikkelen. Waar het het risico op fraude betreft, verwijzen wij naar het vastgestelde Integriteitsbeleid, en de waarborgen die zijn getroffen in de (financiële) processen om fraude te voorkomen. Veelal is M&O-beleid geïntegreerd binnen de processen. Qua onderbouwing van de verantwoording op dit gebied kan daarom gebruik worden gemaakt van de procescontroles die worden uitgevoerd om vast te stellen of voldaan is aan het voorwaardencriterium. Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
39 van 48
7.52
Openbaarheid
Op 1 mei 2023 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet verplicht bestuursorganen om verschillende categorieën documenten uit eigen beweging openbaar te maken (actieve openbaarmakingsplicht). Deze verplichting treedt voor de verschillende informatiecategorieën gefaseerd in werking. Voor de ODMH betekent de Woo dat we zowel documenten van de eigen bestuursorganen als documenten van de opdrachtgevers openbaar maken. De ODMH geeft als volgt invulling aan de verplichtingen uit de Woo: de ODMH is aangesloten op de Woo-index2 en houdt de index actueel. De ODMH maakt nu de volgende informatiecategorieën actief openbaar: bereikbaarheidsgegevens, informatie over de organisatie en werkwijze, de agenda en vergaderstukken van het algemeen bestuur, de agenda en besluitenlijsten van het dagelijks bestuur, besluiten van algemene strekking, verordeningen, de besluiten op Woo-verzoeken en sommige beschikkingen. De ODMH bereidt zich voor op de openbaarmaking van de overige informatiecategorieën. De ODMH wil de processen hiervoor zoveel mogelijk automatiseren. Wel zal het anonimiseren van documenten de nodige aandacht en tijd vragen.
7.6
Verbonden partijen
De ODMH heeft op dit moment geen verbonden partijen (een privaat- dan wel publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeenschappelijke regeling een bestuurlijk én een financieel belang heeft). De relatie tussen de ODMH en de deelnemende provincie en gemeenten valt niet onder deze noemer.
7.7
Grondbeleid
De verplichte paragraaf Grondbeleid is niet van toepassing voor de ODMH.
2
https://organisaties.overheid.nl/woo/28147764/Omgevingsdienst_Midden-Holland
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
40 van 48
8
Vaststelling begroting van baten en lasten 2027 - 2030
Het algemeen bestuur van de omgevingsdienst Midden-Holland, gezien het voorstel van het dagelijks bestuur van 2 april 2026, gezien de toezending van de ontwerpbegroting aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan Provinciale Staten van de Provincie Zuid-Holland, twaalf weken voor de vaststelling in het algemeen bestuur, BESLUIT: De gewijzigde programmabegroting van baten en lasten voor de jaren 2027 – 2030 vast te stellen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van het algemeen bestuur op 25 juni 2026.
De secretaris,
De voorzitter,
A. Mutter
T. van Vugt
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
41 van 48
Bijlagen
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
42 van 48
Bijlage 1: Bijdragen 2027 Organisatie
Milieu Regulier jaarprogramma Bezuiniging 1,5% Materieel budget Korting publicatiekosten Totaal milieu Bouw- en woningtoezicht Regulier jaarprogramma Sloopmelding en -toezicht Bezuiniging 1,5% Totaal bouw- en woningtoezicht Totaal Organisatie
Milieu Regulier jaarprogramma Bezuiniging 1,5% Materieel budget Korting publicatiekosten Totaal milieu Bouw- en woningtoezicht Regulier jaarprogramma Sloopmelding en -toezicht Bezuiniging 1,5% Totaal bouw- en woningtoezicht Totaal
Alphen aan den Rijn
Bodegraven Reeuwijk
Gouda
Krimpenerwaard
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
33.450,0 n.v.t.
4.018.349 60.275-
14.916,0 n.v.t.
1.791.859 26.878-
17.967,0 n.v.t.
2.158.376 32.376-
21.559,0 n.v.t.
2.589.883 38.848-
33.450,0
3.958.073
14.916,0
1.764.981
17.967,0
2.126.000
21.559,0
2.551.034
16.254,0
1.952.593
22.024,0
2.645.743
2.926,0 n.v.t. 2.926,0 36.376,0
351.500 5.273346.228 4.304.301
n.v.t. 16.254,0 31.170,0
29.2891.923.304 3.688.285
n.v.t. 22.024,0 39.991,0
39.6862.606.057 4.732.057
2.823,0 n.v.t. 2.823,0 24.382,0
339.127 5.087334.040 2.885.075
Provincie Zuid-Holland
Waddinxveen
Zuidplas
Totaal
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
Uren
Bijdrage
26.131,0 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 26.131,0
3.139.117 47.08754.500 30.0003.116.530
11.767,5 n.v.t.
1.413.630 21.204-
18.618,5 n.v.t.
2.236.640 33.550-
144.409,0 -
11.767,5
1.392.425
18.618,5
2.203.091
144.409,0
17.347.853 260.21854.500 30.00017.112.135
13.099,5
1.573.643
18.113,0
2.175.915
n.v.t. 13.099,5 24.867,0
23.6051.550.038 2.942.464
n.v.t. 18.113,0 36.731,5
32.6392.143.276 4.346.367
69.490,5 5.749,0 75.239,5 219.648,5
8.347.894 690.627 135.5788.902.943 26.015.079
26.131,0
3.116.530
Index 2027: 4,15% Uurtarief 2027: € 120,13
Toelichting uurtarief Het uurtarief voor het jaar 2027 is tot stand gekomen door het uurtarief van 2026 te indexeren met 4,15%. In het uurtarief 2026 is reeds uitvoering gegeven aan de structurele bezuinigingsopdracht die vanaf 2026 van kracht is. Door het uurtarief 2026 als uitgangspunt te nemen, werkt deze tariefsverlaging automatisch door in het uurtarief voor 2027. Voor verdere uitleg wordt verwezen naar hoofdstuk 2.1 Uitgangspunten. Toelichting bezuiniging Conform het besluit in de vergadering van het algemeen bestuur op 13 maart 2025 is in 2026 in het kader van het zogenaamde Ravijnjaar een bezuiniging op de bijdragen toegepast van 4%. Een deel daarvan is uitgevoerd door het tarief in 2026 met 2,5% te verlagen. Dit betreft meteen een structurele bezuiniging, omdat die eenmalige verlaging doorwerkt in de tarieven van de latere jaren. Het andere deel (1,5%) wordt vooralsnog in 2026 en 2027 uitgevoerd door een korting te geven op de bijdragen BWT en milieu. Deze korting wordt gedekt vanuit de bestemmingsreserve Ontwikkelingen. Het algemeen bestuur heeft besloten het resultaat van de jaarrekening 2024 te storten in die bestemmingsreserve Ontwikkelingen en deze gelden te gebruiken als tijdelijk dekkingsmiddel in de periode waarin gezocht gaat worden naar structurele bezuinigingen.
De gevonden oplossingen zullen vanaf 2028 voor de structurele invulling van de bezuiniging van 1,5% moeten gaan zorgen.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
43 van 48
Toelichting reguliere jaarprogramma’s milieu De jaarprogramma’s milieu zijn voor de gemeenten gebaseerd op de omvang van de jaarprogramma’s in de Programmabegroting 2026, waarbij de uren van 2026 voor de (laatste) overdracht van de bodemtaken in 2027 opgeteld zijn bij het reguliere jaarprogramma. De omvang van het jaarprogramma van PZH is groter geworden door toevoeging van de extra inzet voor ZZS en voor de zwemwatertaak aan de structurele bijdrage. Tot en met 2026 werden deze uren opgevoerd als incidentele uren. Klimaatadaptatie In het reguliere jaarprogramma van de gemeente Krimpenerwaard zijn 300 uur opgenomen ten behoeve van klimaatadaptatie, net als in 2025 en 2026. Deze uren zijn incidenteel. Toelichting reguliere jaarprogramma's BWT De jaarprogramma’s BWT zijn gelijk aan de jaarprogramma’s, zoals deze in de Programmabegroting 2026 zijn verwerkt. Toepassingsbereik Wkb Het rijk wil de Wet kwaliteitsborging bouwen gefaseerd invoeren. Bij het opstellen van deze begroting zijn we er van uit gegaan dat er in 2027 ten opzichte van 2026 niets verandert in het toepassingsbereik van de Wkb. In 2024 is een bezuiniging doorgevoerd in de programmabegroting van de ODMH voor de invoering van de Wkb met als uitgangspunt dat ‘gevolgklasse 1’ integraal ingevoerd wordt per 1 januari 2024.
Dit bleek niet het geval: de Wkb is toen wel in werking getreden voor nieuwbouw in gevolgklasse 1, maar niet voor verbouw. Dit is gecorrigeerd in de programmabegroting 2026, in het basisniveau. Basisniveaus BWT Voor de 4 BWT-gemeenten zijn basisniveaus van toepassing. Deze geven de afgesproken minimale omvang weer van de jaarprogramma’s BWT. De basisniveaus zien er in 2027 als volgt uit: Gemeente Bodegraven Reeuwijk Gouda Waddinxveen Zuidplas
Basisniveau 2027 13.955 16.414 7.688 14.634
Toelichting sloopmelding en – toezicht Alphen aan den Rijn en Krimpenerwaard De taken voor sloopmelding en -toezicht worden in de programmabegroting toegerekend aan het programma BWT. Bij de gemeenten Alphen aan den Rijn en Krimpenerwaard maken deze taken onderdeel uit van de jaarprogramma’s milieu. Robuustheid De robuustheidcriteria schrijven voor dat een omgevingsdienst een omzet op milieugerelateerde taken moet hebben van minimaal € 16,5 mln en dat er daarom een onderscheid moet zijn op de begroting tussen deze en de niet-milieugerelateerde plustaken. De bovenstaande tabel maakt onderscheid naar milieu en bouw. Bij milieu is de omzet meer dan € 16,5 mln. Daarmee voldoet de ODMH aan het omzetcriterium.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
44 van 48
Het onderscheid tussen bouw en milieu in deze tabel volgt op één onderdeel niet de lijn zoals die door het rijk gevraagd wordt. Basistakenpakket categorie 5: asbest is bij de ODMH onderdeel van de taken met betrekking tot sloopmelding en –toezicht en deze rekenen wij in de programmabegroting toe aan het programma BWT. Als we dit onderdeel isoleren uit het programma BWT en toevoegen aan het programma milieu, dan bedraagt het programma milieu € 18,3 miljoen.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
45 van 48
Bijlage 2: Provinciale bijdragen 2025 - 2027 Werkplan Structurele bijdrage (uren) - Afname bodemtaken 2026 - Materieel budget - Creditering publicatiekosten - Incidentele inzet OZHZ AT-pool - Extra inzet Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) - Extra uren zwemwatertaak Subtotaal Variabele bijdrage - Werkplan Spoed en Nazorg - Aanpak loodverontreiniging binnenstad Schoonhoven - Financiële bijdrage BRIKS-advisering gemeenten - Extra inzet Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) - Grondwaterkwaliteitstaak - Veiligheidsonderzoek waterbodems - Vervanging zwemwaterborden - Intensivering toezicht - Indirecte lozingen Subtotaal Aanvullende bijdrage (eenjarig) - Zwemwaterportaal - Aanpak gezonde en veilige circulaire economie - Maatwerk circulaire economie - Circulair loket - Actieplan Circulaire Economie Groene Hart - Provinciedekkend bijenlandschap Subtotaal Aanvullende bijdragen (tranche) - Intensivering toezicht (Wagro) - Grondwaterkwaliteit - circulaire economie Subtotaal Totale provinciale bijdrage voor het werkplan
2025 Werkplan
Realisatie
2026 Werkplan
2027 Begroot
3.025.830 (26.131) 74.97154.500 30.00025.029 38.062 3.038.450
3.139.117 (26.131)
1.567.490 74.971 50.000 103.806 60.000 50.000 15.709 1.921.976
n.t.b. n.t.b. 50.000 n.v.t. n.t.b. 60.000 50.000 n.t.b. n.t.b. 160.000
n.v.t. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. n.t.b. -
3.036.099 (25.574) 54.500 30.00074.067-
3.036.099 (25.444) 43.536 30.00074.067-
2.986.532
2.975.568
1.678.501
930.892
50.000 25.047 170.965 60.000 50.000 60.000 24.525 2.119.038
11.367 11.862 85.496 38.722 7.896 20.048 24.940 1.131.223
60.000 50.806
67.702 40.043
28.933 15.045 154.784
20.716 5.729 134.189
25.605 16.148 5.767 23.068 11.534 82.122
-
60.000 103.806 11.534 175.340
n.t.b. n.t.b. n.t.b. -
5.217.888
3.323.617
5.260.354
4.240.980
54.500 30.000n.v.t. n.v.t. 3.163.617
Toelichting Dit overzicht toont de gerealiseerde provinciale bijdragen voor het jaar 2025, de werkplannen voor de jaren 2025 en 2026 en de begrote bijdragen voor het jaar 2027.
De extra inzet voor ZZS en de zwemwatertaak wordt vanaf 2027 als structurele taak beschouwd. De grondwatersaneringstaak zal op termijn onderdeel gaan uitmaken van de structurele bijdrage. De structurele omvang is nog niet bekend. De omvang voor 2027 moet nog bepaald worden. De omvang van diverse aanvullende bijdragen is nog niet bekend. Deze posten worden ingevuld bij het opstellen van het werkplan 2027. Dit geldt ook voor een aantal variabele bijdragen.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
46 van 48
Bijlage 3: Begroting op taakvelden
Taakveld Omschrijving 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van rekening van baten en lasten 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 7.2 Riolering 7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen Totaal taakvelden
Taakveld Omschrijving 0.1 Bestuur 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van rekening van baten en lasten 4.3 Onderwijsbeleid en leerlingzaken 7.2 Riolering 7.4 Milieubeheer 8.3 Wonen en bouwen Totaal taakvelden
Jaarrekening 2025 Lasten Baten 16 8.269 -597 74 -231 12 -53 910 334 -342 669 -886 12.724 -18.816 7.030 -9.114 30.039 -30.039
Begroting 2026 Lasten Baten 24 8.309 -499 67 -200 12 -454 293 -352 659 -825 11.530 -17.046 7.091 -8.608 27.983 -27.983
Begroting 2027 Lasten Baten 24 9.484 -653 59 -200 12 -604 330 -335 661 -869 12.561 -18.459 6.970 -8.980 30.100 -30.100
Begroting 2028 Lasten Baten 24 9.882 -680 51 -200 13 -78 334 -349 669 -903 12.709 -19.190 7.072 -9.353 30.753 -30.753
Begroting 2029 Lasten Baten 24 10.258 -708 43 -200 13 -53 347 -363 696 -941 13.237 -19.986 7.374 -9.741 31.992 -31.992
Begroting 2030 Lasten Baten 24 10.655 -738 35 -200 14 -53 362 -378 726 -980 13.800 -20.815 7.694 -10.145 33.310 -33.310
Alle bedragen x € 1.000
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
47 van 48
Bijlage 4: Informatie 2027 voor verbonden partijen
26.015.079 131
Alphen aan den Rijn 4.304.301 22
Bodegraven Reeuwijk 3.688.285 18
Eigen vermogen begin jaar Eigen vermogen ultimo jaar Vreemd vermogen begin jaar Vreemd vermogen ultimo jaar Financieel resultaat
2.637.000 2.045.000 14.011.000 15.843.000 -
x x x x x
x x x x x
x x x x x
Gewenst weerstandsvermogen Aanwezige weerstandscapaciteit Aanwezige weerstandscapaciteit in %
1.427.279 1.450.653 101,6%
x x x
x x x
x x x
5,1% 15,7% -1,7%
x x x
x x x
x x x
Omschrijving
Totaal
Belang deelnemer in ODMH Stemverhouding per AB-lid
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Belang deelnemer in ODMH Stemverhouding per AB-lid
2.885.075 14
Provincie ZuidHolland 3.116.530 16
Eigen vermogen begin jaar Eigen vermogen ultimo jaar Vreemd vermogen begin jaar Vreemd vermogen ultimo jaar Financieel resultaat
x x x x x
Gewenst weerstandsvermogen Aanwezige weerstandscapaciteit Aanwezige weerstandscapaciteit in % Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Omschrijving
Krimpenerwaard
Waddinxveen
Gouda 4.732.057 24
Zuidplas
2.942.464 15
4.346.367 22
x x x x x
x x x x x
x x x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
x x x
Toelichting stemverhouding: Voor elke € 100.000 ingebracht (structureel) budget op basis van de laatst vastgestelde begroting ontstaat voor de betreffende deelnemer één stem. Elke deelnemer heeft twee AB-leden.
Programmabegroting 2027 - 2030, Omgevingsdienst Midden-Holland
48 van 48