3. Nota van beantwoording zienswijzen
Tekst van het document
Nota van beantwoording zienswijzen naar aanleiding van de tervisielegging van het ontwerpbestemmingsplan ‘Zuidelijke Rondweg ongenummerd (achter Akkeroord)’
Gemeente Waddinxveen Afdeling Ruimte Datum: 26 februari 2024
1
Hoofdstuk 1
Inleiding
1.1 Aanleiding Dit bestemmingsplan is opgesteld om op drie percelen aan de Zuidelijke Rondweg in Waddinxveen, kadastraal bekend gemeente Waddinxveen, sectie F, perceelnummers 3005, 3006 en 3007, een bedrijvenontwikkeling mogelijk te maken. Volgens het bestemmingsplan ‘Actualisatie bestemmingsplan Coenecoop’ (d.d. 10 april 2013) zijn ter plaatse grondgebonden agrarische bedrijven in de vorm van een akkerbouwbedrijf en/of veehouderijbedrijf toegestaan. Voortzetting van deze agrarische bestemming is niet reëel. Enerzijds is het perceel te klein om hier een volwaardig agrarisch bedrijf te kunnen exploiteren. Anderzijds is de kwaliteit van het grasgebied, dat is ingeklemd tussen rijks-, provinciale- en gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen, niet meer geschikt voor het houden van dieren. Met het bestemmingsplan wordt voorzien in de behoefte aan een nieuw regulier-gemengde bedrijventerrein. Het bestemmingsplan maakt de nieuwvestiging van een bedrijventerrein met een oppervlakte van circa 1.3 hectare en de realisering van groene elementen mogelijk. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan ‘Zuidelijke Rondweg ongenummerd (achter Akkeroord)’ heeft met ingang van 25 mei 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tevens is het ontwerpbestemmingsplan gedurende deze periode digitaal raadpleegbaar geweest op www.ruimtelijkeplannen.nl (NL.IMRO.0627.BPachterakkeroord-0301).
Eenieder is daarbij in de gelegenheid gesteld om naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan – mondeling of schriftelijk – een zienswijze in te dienen. Gedurende de termijn van terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan zijn acht schriftelijke zienswijzen ontvangen. 1.2 Ontvankelijkheid zienswijzen Ten aanzien van de ontvankelijkheid: De zienswijzen zijn binnen de termijn van tervisielegging ontvangen en aan de gemeenteraad gericht. De zienswijzen zijn ontvankelijk. Ten aanzien van de inhoud: De ingekomen zienswijzen naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan zijn samengevat en beantwoord in hoofdstuk 2. Per onderdeel van de zienswijze is aangegeven of deze al dan niet gegrond is en of het plan wordt gewijzigd. 1.3 Algemene Verordening Persoonsgegevens In deze Nota beantwoording zienswijzen zijn de NAW-gegevens (naam, adres, woonplaats) van bepaalde indieners van zienswijzen weggelaten. Dit weglaten, de ‘anonimiseringsverplichting’, vloeit voort uit de Algemene verordening persoonsgegevens (AVG). Daarin is bepaald dat NAW-gegevens van natuurlijke personen niet elektronisch beschikbaar mogen zijn. Dit geldt niet voor ondernemingen die behoren tot een rechtspersoon (bijvoorbeeld een B.V. 2
of een v.o.f.) en voor personen die beroepsmatig betrokken zijn bij de procedure. De NAW-gegevens van de indieners zijn wel bekend bij de gemeente. Wel valt uit de Nota beantwoording zienswijzen te herleiden op welke locatie de zienswijze betrekking heeft. Dit heeft er mee te maken dat de locatie benodigd is voor een goede beantwoording van de zienswijze en het daarmee samenhangende af te wegen belang. 1.4 Overige wijzigingsvoorstellen In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan beschreven die niet het gevolg zijn van ingediende zienswijzen.
3
Hoofdstuk 2
Beantwoording zienswijzen
Nr. Samenvatting zienswijze
Reactie gemeente
Conclusie
Volgens de gemeente is voorzien in voldoende participatiemogelijkheden bij de totstandkoming van het plan.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijze 1 A.
Participatie in de voorbereiding In de voorbereiding heeft een kennismakingsgesprek met de wethouder en de ambtelijke organisatie plaatsgevonden. Daarna is er verschillende keren contact geweest tussen de ambtelijke organisatie en omwonenden. Het vervolggesprek heeft echter niet meer plaatsgevonden, omdat naast de wethouder en de behandelend ambtenaar ook de initiatiefnemer uitgenodigd werd en de omwonenden het daar niet mee eens waren.
Op 8 september 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de portefeuillehouder en omwonenden en over het plan is daarna verschillende keren ambtelijk contact geweest met omwonenden. De initiatiefnemer heeft voor dit plan een informatiebijeenkomst gehouden op 9 juni 2022, waaraan zes omwonenden hebben deelgenomen. Het gespreksverslag van deze bijeenkomst is als bijlage 11 bij de toelichting bij het plan gevoegd. Bij de inrichting, waaronder landschappelijke inpassing, van het bedrijventerrein zijn de wensen die de omwonenden naar voren hebben gebracht betrokken. Het participatieproces voldoet aan de verplichtingen die de wet daaraan stelt. Het plan is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4 van 4
de Algemene wet bestuursrecht. De omwonenden zijn in de gelegenheid gesteld een zienswijze naar voren te brengen over het (ontwerp van het) bestemmingsplan. Er bestaat voor het gemeentebestuur geen andere wettelijke verplichting om voorafgaand aan de planvaststelling in overleg te treden over de plannen van de initiatiefnemer (dit is ook bevestigd door de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak in een recente uitspraak van 22 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:699, r.o. 5.3). Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen heeft op 20 september 2023 een aanvullend gesprek plaatsgevonden tussen de betrokken partijen, waaronder omwonenden, de initiatiefnemer en de portefeuillehouder. B.
De relatie tussen de Omgevingsvisie en het bestemmingsplan Het college heeft de raad (en de omwonenden) tijdens de vergadering van de raadscommissie van Ruimte & Infrastructuur onjuist geïnformeerd. Tijdens deze vergadering heeft de wethouder aangegeven dat er in de nabije toekomst geen bedrijvigheid zou plaatsvinden op de plaats van het plangebied, terwijl er in 2020 al een principeverzoek voor het omzetten van de bestemming van agrarisch naar bedrijvigheid is ingediend.
Tijdens de raadsvergadering van 5 oktober 2022 De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing heeft de portefeuillehouder in de raadscommissie van het bestemmingsplan. Ruimte & Infrastructuur aangegeven dat er ten tijde van deze vergadering nog geen concrete plannen waren, maar dat er wel degelijk “aan de deur wordt geklopt” door initiatiefnemer. Hierbij heeft de portefeuillehouder aangegeven dat de bestemming (deels) omgezet zal gaan worden naar “bedrijfsgebouw” in een nieuw 5
bestemmingsplan. Dit is te verifiëren via het audiofragment van de raadsvergadering d.d. 5 oktober 2022 (https://waddinxveen.raadsinformatie.nl), na 1:58:00 en tot 1:59:30. De toelichting van het ontwerp bestemmingsplan is niet in overeenstemming met de “Omgevingsvisie Waddinxveen 2050” met betrekking tot het plangebied.
C.
In de “Omgevingsvisie Waddinxveen 2050” is aan het plangebied de aanduiding ‘bedrijvigheid voor de toekomst’ toegekend. Hier ligt de focus – zo volgt uit pagina 39 van de Omgevingsvisie – op de realisering van bedrijvigheid. Zoals nader is toegelicht in paragraaf 4.4.1 van de toelichting bij het bestemmingsplan, is het bestemmingsplan in overeenstemming met de Omgevingsvisie.
De juiste beoordeling en weging van het huidige woon- en leefklimaat blijft achterwege in het ontwerp bestemmingsplan In het akoestisch onderzoek in ten onrechte uitgegaan van het feit dat de woningen zijn gelegen óp het bedrijventerrein, waardoor 5 dB ruimere geluidwaarden zouden gelden.
De toepassing van artikel 2.17, derde lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer is (op pagina 5) in het akoestisch rapport slechts als opmerking genoemd. Bij het akoestisch rapport – en de beoordeling van de aanvaardbaarheid van de geluidsituatie – is niet uitgegaan van de mogelijkheid tot verruiming van 5 dB die geldt voor woningen die zijn gelegen op een bedrijventerrein.
In het akoestisch onderzoek wordt onterecht uitgegaan van een “gemengd gebied”.
Het plan is gelegen in het omgevingstype "gemengd gebied", als bedoeld in de brochure
De zienswijze geeft geen aanleiding voor het oordeel dat het akoestisch rapport dusdanige leemten in kennis vertoont, dat de raad zich bij het vaststellen van het bestemmingsplan niet op dit rapport mag baseren. Ook anderszins geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
6
"Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving van het plangebied is sprake van een sterke menging van functies, waaronder horeca en bedrijven. Hiernaast maakt de enkele omstandigheid dat het plangebied is gelegen tussen de Rijksweg A12 en de provinciale weg N451 dat hier het omgevingstype “gemengd gebied” te gelden heeft en niet het omgevingstype “rustige woonwijk” (zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2117, r.o. 4.2 en 4.3). De gehanteerde uitgangspunten van vervoersbewegingen in het akoestisch onderzoek zijn niet in overeenstemming met de vervoersbewegingen die DHL zelf op haar website aanhoudt en vraagt zich af hoeveel verkeersbewegingen er zijn te verwachten.
Het bepalen van het aantal vervoersbewegingen betreft maatwerk. Dat geldt ook voor de DHL Cityhub XL. Daarom zijn de uitgangspunten van het akoestisch onderzoek in overleg met DHL bepaald. De uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het akoestisch rapport zijn reëel en aannemelijk. De zienswijze geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel.
Het vestigen van twee bedrijven aan de voorzijde van het plangebied is niet vastgelegd, waardoor in theorie meer bedrijven gevestigd kunnen worden op dit deel van het plangebied.
De vestiging van twee bedrijven (tot en met milieucategorie 2) is een representatieve invulling van de maximale mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. In paragraaf 6.1.3.2 van de toelichting bij het bestemmingsplan is aangegeven dat twee bedrijven worden gevestigd langs de Zuidelijke Rondweg in het plangebied. 7
Ook blijkt dit uit overige onderdelen in de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan. Briefschrijver vraagt zich af waarom het niet aannemelijk is voor bedrijven met een milieucategorie 2 (of lager) dat het laden en lossen van goederen en/of afval in een andere periode dan de dagperiode plaatsvindt, waarom de maximale geluidsniveaus van het laden en lossen in de dagperiode buiten beschouwing gelaten kunnen worden en waarom de maximale geluidsniveaus geen belemmeringen vormen.
Er wordt in het akoestisch onderzoek geen rekening gehouden met de cumulatieve geluidsbelasting. Briefschrijver brengt dezelfde zienswijze naar voren ten aanzien van de luchtkwaliteit en lichthinder.
Het is een reëel en aannemelijk uitgangspunt dat de twee bedrijven alleen in de dagperiode zullen laden en lossen. In artikel 2.17, eerste lid aanhef en onder b, derde lid aanhef en onder b, vierde lid onder b, vijfde lid aanhef en onder c, en zesde lid aanhef en onder b, van het Activiteitenbesluit milieubeheer is bepaald dat de gestelde grenswaarde voor het maximale geluidsniveau (LAmax) in de dagperiode niet van toepassing is op laad- en losactiviteiten. De gemeente is van oordeel dat de berekende maximale geluidshinder die verwacht wordt door het laden en lossen in de dagperiode vanuit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is. Er zijn geen aanknopingspunten dat het bestemmingsplan leidt tot een zodanige toename aan geluid, dat daardoor de cumulatieve geluidhinder ter plaatse van de briefschrijver niet meer aanvaardbaar zal zijn. Hierbij is van belang dat geluidhinder vanuit de nieuwe inrichtingen in het plangebied vooral veroorzaakt zal worden door piekgeluiden. De geluidbelasting fluctueert over het etmaal, zodat het niet aannemelijk is dat piekgeluiden vanuit verscheidene inrichtingen zich op hetzelfde moment voordoen en een verhoogd geluidniveau opleveren. De gemeente is in dit geval niet gehouden de cumulatie van 8
geluid vanwege de bedrijven te onderzoeken (zie ook de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1357, r.o. 4.3 en 4 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1195, r.o. 7.4). De deskundigen van adviesbureau Peutz hebben onderzoek gedaan naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor de luchtkwaliteit. De resultaten daarvan zijn weergegeven in het geactualiseerde rapport “Luchtkwaliteit ten gevolge van drie nieuwe bedrijven gelegen aan de Zuidelijke Rondweg te Waddinxveen” d.d. 14 december 2023, dat als bijlage 7 bij de toelichting op het vast te stellen bestemmingsplan is gevoegd. Uit dit rapport blijkt dat de luchtkwaliteit zal blijven voldoen aan de wettelijke grenswaarden. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zal sprake zijn van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Dit is nader toegelicht in paragraaf 6.1.5 van de toelichting bij het bestemmingsplan. De zienswijze geeft geen aanleiding om aan dit oordeel te twijfelen. Datzelfde geldt voor het betoog over de cumulatieve lichthinder. Gelet op de afstand tussen de woning van briefschrijver en het plangebied en de realisering van de landschappelijke inpassing (een bomenrij, watergang en groenstrook) tussen de woning van briefschrijver en het plangebied, is het niet 9
aannemelijk dat het plan leidt tot onaanvaardbare lichthinder. Hierbij geldt dat de exacte wijze van verlichting een aspect is dat geen betrekking heeft op het plan zelf maar op de uitvoering daarvan. Volgens de gemeente is de cumulatie van merkbare gevolgen van de activiteiten in de omgeving en de ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening. De cumulatie van hinder is passend in de omgeving (aangezien het plangebied is gesitueerd aan de rand van Waddinxveen en gelegen naast een bedrijventerrein) en zal gedeeltelijk worden voorkomen door de landschappelijke inpassing van de bedrijfspanden en de realisering van twee geluidschermen. D.
Onaanvaardbare toename verkeersbewegingen en verkeersonveiligheid In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is vermeld dat circa twee nieuwe in- en uitritten worden aangelegd. Het woord “circa” is volgens briefschrijver verkeerd gebruikt, omdat het mogelijk is om slechts één ontsluiting aan te leggen.
Deze zienswijze is door de gemeente voor De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing kennisgeving aangenomen. De gemeente merkt van het bestemmingsplan. in verband met de zienswijze op dat het niet is toegestaan om ongelimiteerd nieuwe in- en uitritten te realiseren. Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening / (het tijdelijke deel van) het omgevingsplan zal een omgevingsvergunning nodig zijn voor de realisering van een nieuwe inen uitrit. 10
De CROW 381 is een te gedateerde bron en hier kan Bij het bepalen van de verkeersgeneratie is niet van worden uitgegaan. uitgegaan van de kentallen uit de CROWpublicatie 381 van december 2018. Dit is de meest recente publicatie. De gemeente heeft van deze kentallen mogen uitgaan (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van 2 februari 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2925, r.o. 7.3). Volgens briefschrijver gaat het verkeer van de vrachtwagens van DHL niet op in het reguliere verkeersbeeld.
E.
Briefschrijver maakt niet aannemelijk waarom het bestaande wegennet niet geschikt zou zijn, althans niet geschikt kan worden gemaakt, voor het veilig verwerken van het geringe aantal vrachtwagens (4) van en naar DHL Cityhub XL. Volgens de gemeente blijft sprake van een aanvaarbare verkeerssituatie.
De bedrijvengebouwen zijn stedenbouwkundig niet in te passen Het bebouwingspercentage van 70% van het bouwvlak voor bedrijfsgebouwen is niet stedelijk inpasbaar. Daarmee is ook de afwijkingsbepaling van 80% niet inpasbaar. Daarnaast is de bouwhoogte van gebouwen van 10 meter en voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, 15 meter hoog, niet inpasbaar.
Het bestemmingsplan is vanuit stedenbouwkundig oogpunt verantwoord. De afmetingen van de nieuwe bedrijfsgebouwen sluiten aan bij de maximale bebouwingspercentages en bouwhoogtes die volgens het bestemmingsplan ‘Actualisatie bestemmingsplan Coenecoop’ mogelijk zijn binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein - 1’.
De zienswijze geeft een aanleiding om de artikelen 3.3.1 (Afwijking bebouwingspercentage) en 3.3.2 (Afwijking bouwhoogte gebouwen) van het ontwerpbestemmingsplan te schrappen. Voor het overige is er geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Daardoor zijn de zichtlijnen op de nieuwe 11
bedrijven nagenoeg hetzelfde als de zichtlijnen op de bedrijventerreinen aan de andere zijde van de Zuidelijke Rondweg. Ter plaatse van die bedrijventerreinen geldt een maximaal bebouwingspercentage van 75% (met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die 85% mogelijk maakt) en een maximale bouwhoogte van 10 meter (met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die 15 meter mogelijk maakt). In het voorliggende bestemmingsplan is gekozen voor een lager bebouwingspercentage van 70% en een lagere bouwhoogte van 8 meter. Naar aanleiding van de zienswijze is ervoor gekozen om de afwijkingsregel voor een hoger bebouwingspercentage van 80% (artikel 3.3.1 van het ontwerpbestemmingsplan) en de afwijkingsregel voor een grotere bouwhoogte tot 10 meter (artikel 3.3.2) te schrappen. De nieuwe bedrijfsgebouwen zijn passend in de omgeving (aangezien het plangebied is gesitueerd aan de rand van Waddinxveen en gelegen naast een bedrijventerrein). Bovendien worden deze bedrijfsgebouwen landschappelijk ingepast. F.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid De uitkomsten van het verplichte wettelijk vooroverleg zijn niet gepubliceerd.
De uitkomsten van het bestuurlijk vooroverleg, in In paragraaf 9.1 van de plantoelichting is de zin van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke opgenomen dat er geen vooroverlegreacties zijn ordening, dienen inderdaad (volgens artikel 3.1.6, ontvangen van de partijen die betrokken zijn bij het 12
lid 1 onder c, van het Besluit ruimtelijke ordening) te worden opgenomen in de toelichting bij bestemmingsplan. In de toelichting bij het bestemmingsplan zijn de uitkomsten van het vooroverleg daarom alsnog opgenomen.
Er is nooit sprake geweest van initiatief bij de projectontwikkelaar of het college om te communiceren/participeren met betrekking tot dit plan met bewoners of ondernemers.
bestuurlijk vooroverleg. Voor het overige is er geen aanleiding tot het aanpassen van het bestemmingsplan.
De initiatiefnemer heeft voor dit plan een informatiebijeenkomst gehouden op 9 juni 2022, waaraan zes omwonenden hebben deelgenomen. Het gespreksverslag van deze bijeenkomst is als bijlage 11 bij de toelichting bij het plan gevoegd (bijlage 12 in het vast te stellen bestemmingsplan). Bij de inrichting, waaronder landschappelijke inpassing, van het bedrijventerrein zijn de wensen die de omwonenden naar voren hebben gebracht betrokken. Op 8 september 2022 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen de portefeuillehouder en omwonenden en over het plan is daarna verschillende keren ambtelijk contact geweest met omwonenden. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen heeft op 20 september 2023 een aanvullend gesprek plaatsgevonden tussen de betrokken partijen, waaronder omwonenden, de initiatiefnemer en de portefeuillehouder.
13
G.
Overige zienswijze tegen het ontwerpbestemmingsplan Een DHL Cityhub XL is niet in te passen in dit gebied.
De gemeente volgt dit standpunt niet. Naar het oordeel van de gemeente is (de omvang van) het plangebied geschikt voor de vestiging van de DHL Cityhub XL. Door de ingesloten ligging en geringe omvang van het agrarisch grasland ligt het voor de hand dit om te vormen naar een bedrijfslocatie in aansluiting op de omliggende functies. De realisering van een DHL Cityhub XL in het plangebied sluit aan op het bebouwingsbeeld aan de overzijde van de Zuidelijke Rondweg.
Een milieucategorie van 3.1 is te hoog. Dit dient een categorie van 2 te zijn.
Een bedrijf met milieucategorie 3.1 is hier ruimtelijk aanvaardbaar. In paragraaf 6.1.2 van de toelichting bij het bestemmingsplan is ingegaan op de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de milieucategorieën. Volgens de VNG-brochure “Bedrijven en milieuzonering” geldt bij bedrijven met de milieucategorie 3.1 een richtafstand van 30 meter ten opzichte van woningen. Deze richtafstand wordt behaald. Er zijn geen woningen gelegen binnen een afstand van 30 meter tot de grens van de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met milieucategorie 3.1’
Briefschrijver vraagt zich af in hoeverre het Hoogheemraadschap de watervergunning zal verlenen.
De zienswijze geeft geen aanleiding voor het oordeel dat de watervergunning aan de uitvoering van het bestemmingsplan in de weg zal staan.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
14
Briefschrijver vraagt zich af hoe het mogelijk is dat de totale depositie van stikstof tijdens de aanleg- en gebruiksfase minder dan 0,00 mol per hectare per jaar is.
Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de artikelen 2.7 en 2.8 van de Wet natuurbescherming. Uit het stikstofrapport “Effecten depositie plan Zuidelijke Rondweg te Waddinxveen” d.d. 14 november 2023 van Stalbouw.NL – bijlage 10 bij de toelichting bij het (vast te stellen) bestemmingsplan - blijkt dat het plan niet zal leiden tot een stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuurwaarden in Natura 2000gebieden die hoger is dan 0,00 mol/ha/jaar. De uitgangspunten die aan dit rapport ten grondslag liggen zijn reëel en aannemelijk. Deze uitgangspunten zijn in paragraaf 3.2 van het stikstofrapport opgesomd.
In het plangebied is een foerageergebied van vleermuizen aanwezig. Hiervoor moeten alternatieven worden geboden.
De vragen of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, komen in beginsel pas aan de orde in een procedure op grond van de Wet natuurbescherming (zie hierover de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 29 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2019:1740, r.o. 13.4). Uit het ecologisch rapport “Ecologisch Onderzoek Perceel Zuidelijke Rondweg/Akkeroord te Waddinxveen” uit september 2021 van Watersnip 15
Advies - bijlage 101bij de toelichting bij het vast te stellen bestemmingsplan - blijkt dat het plangebied een heel beperkte, marginale foerageerfunctie heeft voor vleermuizen. Ook is gebleken dat in de omgeving van het plangebied vleermuizen voorkomen, zoals de Gewone dwergvleermuis, de Laatvlieger (0-1 km), de Meervleermuis, de Rosse vleermuis, de Ruige dwergvleermuis en de Tweekleurige vleermuis (15 km). Een foerageergebied is echter alleen beschermd indien het van groot belang is voor de verblijfsplaatsen van de soorten doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Uit het onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. De aanwezigheid van rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen binnen het plangebied kan volgens het onderzoek worden uitgesloten. Het is daarom niet nodig om te zorgen voor alternatieve foerageergebieden. De bescherming van vleermuizen staat op grond van de Wet natuurbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg. Zienswijze 2 A
Gemeentelijk beleid tot 2021 Briefschrijver vraagt zich af waarom de gemeente op dit plangebied nu wel wil bouwen, terwijl dit in het verleden niet zo was.
Zoals in paragraaf 1.1 van de toelichting bij het bestemmingsplan is aangegeven, is voorzetting van de agrarische bestemming in het plangebied
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
16
niet meer reëel. Dit komt omdat het agrarisch perceel te kleinschalig is en daarnaast niet langer geschikt is voor het houden van dieren. In de “Omgevingsvisie Waddinxveen 2050” is aan het plangebied de aanduiding ‘bedrijvigheid voor de toekomst’ toegekend. Hier ligt de focus – zo volgt uit pagina 39 van de Omgevingsvisie – op de realisering van bedrijvigheid. Op dit moment heerst een tekort aan bedrijventerreinen in de regio. Dat is nader toegelicht in paragraaf 4.1.3.1 van de toelichting bij het bestemmingsplan. De transformatie van het agrarisch gebied naar een bedrijventerrein past binnen een goede ruimtelijke ordening en kan worden gezien als een uitbreiding van het bedrijventerrein Coenecoop. Hierbij geldt dat de nieuwe bedrijfspanden, evenals de bestaande bedrijfspanden op het bedrijventerrein Coenecoop (en de bedrijven aan de Akkeroord), goed ontsloten zullen zijn op lokale en regionale infrastructuur. B.
Leefklimaat, leefbaarheid en beleving Briefschrijver geeft aan ervan overtuigd te zijn dat realisatie van deze plannen een verslechtering van het leefklimaat zal betekenen, mede omdat dit gebied zeer slecht scoort op het gebied van fijnstof, geluidoverlast, luchtkwaliteit en lichtvervuiling.
Volgens het college zijn de gevolgen van de komst van het bedrijventerrein voor het woon- en leefklimaat van briefschrijver aanvaardbaar. Bij de totstandkoming van het bestemmingsplan is zorgvuldig onderzocht welke gevolgen het plan
De zienswijze geeft aanleiding om de artikelen 3.3.1 (Afwijking bebouwingspercentage) en 3.3.2 (Afwijking bouwhoogte gebouwen) van het ontwerpbestemmingsplan te schrappen. Voor het overige is er geen aanleiding tot aanpassing van het 17
zal hebben voor de omgeving. Uit deze bestemmingsplan. onderzoeken – waarvan de resultaten zijn weergeven in de rapporten die bij de toelichting bij het bestemmingsplan zijn gevoegd – blijkt dat het plan niet leidt tot een zodanige verslechtering van het woon- en leefklimaat van de briefschrijver dat het plan om die reden niet in redelijkheid kan worden vastgesteld. Hierbij is van belang dat maatregelen worden genomen, waaronder de landschappelijke inpassing van de bedrijfspanden en de realisering van twee geluidschermen, zodat een goed woon- en leefklimaat in de plansituatie gewaarborgd blijft. Verder geldt dat volgens de gemeente in de omgeving van het plangebied (“gemengd gebied”) een hogere mate van hinder ruimtelijk aanvaardbaar is dan in een “rustige woonwijk”. Briefschrijver vraagt zich verder af in hoeverre de DHL Cityhub XL ook een vestiging wordt met een servicepunt voor particulieren, eventueel met 24/7 pakketautomaten.
Dat kan het geval zijn. Daarmee is ook rekening gehouden als uitgangspunt bij de beoordeling van het aantal verkeersbewegingen en het geluidklimaat als gevolg van het plan. Dat is toegelicht op pagina 6 van het verkeersrapport “Onderbouwing verkeer bedrijventerrein Akkeroord Waddinxveen” d.d. 6 december 2023 van Mobycon, dat als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd en pagina 8 van het akoestisch rapport “Geluid ten gevolge van drie bedrijven ter plaatse van de Zuidelijke Rondweg te Waddinxveen” d.d. 14 december 2023, dat als bijlage 5 bij de toelichting op het 18
vast te stellen bestemmingsplan is gevoegd. Verder zou briefschrijver graag een onderbouwing willen zien van de conclusie dat de planontwikkeling niet meer verkeer richting de kern van Waddinxveen zal genereren.
Gelet op de ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt is het reëel en aannemelijk dat het verkeer van en naar het plangebied nagenoeg volledig ontsloten zal worden via de Zuidelijke Rondweg, Kanaaldijk en de N207 en de A20. In het verkeersrapport “Onderbouwing verkeer bedrijventerrein Akkeroord Waddinxveen” d.d. 6 december 2023 van Mobycon, dat als bijlage 2 bij de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan is gevoegd, is weergegeven welke verkeersgevolgen het plan zal hebben. Uit dit rapport blijkt dat weliswaar sprake kan zijn van een (geringe) toename aan verkeer van en naar de kern van Waddinxveen, maar dat het bestaande wegennet die toename verkeersveilig kan verwerken. Verder geldt dat de gemeente aanvullende maatregelen zou kunnen nemen om bestaande knelpunten op te lossen. Dat is echter niet noodzakelijk voor de aanvaardbaarheid van de verkeersgevolgen die ontstaan door het bestemmingsplan; zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3234, r.o. 11.2).
19
Briefschrijver vraagt zich ook af waarom er binnen dit plangebied een DHL Cityhub XL gevestigd wordt en niet binnen het groot logistiek “Distripark Doelwijk” in Waddinxveen.
Briefschrijver benadrukt dat het niet de bedoeling kan zijn dat het plangebied voor 70% bebouwd mag worden, met een mogelijke uitbreiding naar 80%, en dat de maximale hoogte is vastgesteld op 8 meter met een mogelijke uitbreiding tot 10 meter.
Volgens de gemeente is de realisering van een DHL Cityhub XL op deze locatie inpasbaar. Door de ingesloten ligging en geringe omvang van het agrarisch grasland ligt het voor de hand dit om te vormen naar een bedrijfslocatie in aansluiting op de omliggende functies. De realisering van een DHL Cityhub XL in het plangebied sluit aan op het bebouwingsbeeld aan de overzijde van de Zuidelijke Rondweg. Het bestemmingsplan is vanuit stedenbouwkundig oogpunt verantwoord. De afmetingen van de nieuwe bedrijfsgebouwen sluiten aan bij de maximale bebouwingspercentages en bouwhoogtes die volgens het bestemmingsplan ‘Actualisatie bestemmingsplan Coenecoop’ mogelijk zijn binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein - 1’. Daardoor zijn de zichtlijnen op de nieuwe bedrijven nagenoeg hetzelfde als de zichtlijnen op de bedrijventerreinen aan de andere zijde van de Zuidelijke Rondweg. Ter plaatse van die bedrijventerreinen geldt een maximaal bebouwingspercentage van 75% (met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die 85% mogelijk maakt) en een maximale bouwhoogte van 10 meter (met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die 15 meter mogelijk maakt). In het voorliggend bestemmingsplan is gekozen voor een lager bebouwingspercentage van 70% en een lagere bouwhoogte van 8 meter. 20
Naar aanleiding van de zienswijze is ervoor gekozen om de afwijkingsregel voor een hoger bebouwingspercentage van 80% (artikel 3.3.1 van het ontwerpbestemmingsplan) en de afwijkingsregel voor een grotere bouwhoogte tot 10 meter (artikel 3.3.2) te schrappen. De nieuwe bedrijfsgebouwen zijn passend in de omgeving (aangezien deze zijn gesitueerd aan de rand van Waddinxveen en gelegen naast een bedrijventerrein). Bovendien worden deze bedrijfsgebouwen landschappelijk ingepast. Zienswijze 3 A.
Geen goede ruimtelijke ordening Het vrije uitzicht over het weiland met grazende schapen zal verloren gaan door de bouwhoogte in artikel 3.2.2 sub d van de planregels van maximaal 8 meter, met een afwijkingsmogelijkheid tot 10 meter in artikel 3.3.2 van de planregels.
Hoewel het bestemmingsplan zal leiden tot een veranderd uitzicht voor omwonenden, zal de aantasting van het woon- en leefklimaat voor omwonenden volgens de gemeente niet zodanig zijn dat zij geen voorrang kan verlenen aan het belang van het toestaan van het bedrijventerrein boven het belang van omwonenden op een ongewijzigd uitzicht.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Hierbij geldt dat het zicht op het initiatief door de aanleg van een landschappelijke inpassing wordt beperkt. Door beplanting en bomen zullen de bedrijfsgebouwen grotendeels aan het zicht van briefschrijver worden onttrokken. Dat is ook geborgd met de voorwaardelijke verplichting die 21
in artikel 4.3.2 van de planregels is opgenomen. De aantallen bomen en struiken, de omvang, soorten en situering behoeft aanpassing en verduidelijking naar de zienswijze van omwonende. Bovendien zijn het loofbomen en struiken die in het najaar hun blad verliezen.
Deze zienswijze mist een feitelijke grondslag. In het beplantingsplan – bijlage 2 bij de planregels – is voldoende concreet weergegeven welke bomen en andere beplanting gerealiseerd zal worden. Daarbij is ook de situering van de aanplant weergegeven.
De voorwaardelijke verplichting die is opgenomen in artikel 3.4.3 van de planregels tot plaatsing van geluidschermen met een hoogte van 3 meter komt niet overeen met de akoestische rapportage, omdat in deze rapportage ook een lengte van 20 meter wordt geadviseerd.
Ook deze zienswijze mist een feitelijke grondslag Uit de planverbeelding en de voorwaardelijke verplichting die is opgenomen in thans artikel 3.4.2 van de planregels blijkt dat de twee geluidschermen een lengte dienen te hebben van 20 meter.
De verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan komt niet overeen met de planregels en het akoestisch rapport, nu op de verbeelding slechts één geluidscherm is waar te nemen op deze verbeelding.
De maatregelen en beperkingen die zijn geadviseerd in het akoestisch onderzoek van Peutz – op pagina 14 – zijn niet opgenomen in het bestemmingsplan.
De gemeente volgt deze zienswijze niet. Aan de gronden van twee delen van het plangebied zijn de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - geluidscherm’ toegekend. Dat blijkt ook uit de planverbeelding.
Met de voorwaardelijke verplichting die is opgenomen in thans artikel 3.4.2 van de planregels wordt de realisering van de 22
geluidsschermen geborgd. Daarmee is verzekerd dat een aanvaardbaar geluidsklimaat behouden zal blijven. B.
Ontsluiting van bedrijventerrein Over de planverbeelding merkt briefschrijver op dat de functieaanduiding ‘ontsluiting’ ter hoogte van het achterste bedrijfskavel ontbreekt.
C.
Het bestemmingsplan voorziet in twee ontsluitingen. Het gaat om één bestaande ontsluiting en één nieuwe ontsluiting. Aan de gronden waar de nieuwe ontsluiting betrekking op heeft is de functieaanduiding ‘Ontsluiting’ toegekend. Op deze locatie is volgens artikel 3.4.2 van de planregels uitsluitend een “ontsluiting” toegestaan. Mede naar aanleiding van de zienswijze is er alsnog voor gekozen om deze aanduiding te schrappen en hiervoor in de plaats de bestemming ‘Verkeer’ op te nemen, zodat hier uitsluitend een ontsluitingsweg mogelijk is.
De aanduiding ‘Ontsluiting’ binnen de bestemming ‘Bedrijf’ is geschrapt. Hiervoor in de plaats is de bestemming ‘Verkeer’ opgenomen. Voor het overige geeft de zienswijze geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
In paragraaf 3.3.1 van de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is gemotiveerd toegelicht dat het plan leidt tot een verkeersgeneratie met ca. 418 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Verkeer en parkeren Een deugdelijk onderzoek naar verkeer en parkeerbehoefte is noodzakelijk, maar dit is in de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan zeer summier en onderbelicht gebleven en een uitgebreid advies van een verkeersdeskundige ontbreekt.
Gelet op de ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt is het reëel en aannemelijk dat het verkeer van en naar het 23
plangebied nagenoeg volledig ontsloten zal worden via de Zuidelijke Rondweg, Kanaaldijk en de N207 en de A20. In het verkeersrapport “Onderbouwing verkeer bedrijventerrein Akkeroord Waddinxveen” d.d. 6 december 2023 van Mobycon, dat als bijlage 2 bij de toelichting bij het bestemmingsplan is gevoegd, is weergegeven welke verkeersgevolgen het plan zal hebben. Uit rapport blijkt dat weliswaar sprake kan zijn van een (geringe) toename aan verkeer van en naar de kern van Waddinxveen, maar dat het bestaande wegennet die toename verkeersveilig kan verwerken. Verder geldt dat de gemeente aanvullende maatregelen zou kunnen nemen om bestaande knelpunten op te lossen. Dat is echter niet noodzakelijk voor de aanvaardbaarheid van de verkeersgevolgen die ontstaan door het bestemmingsplan; zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 9 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3234, r.o. 11.2). D.
Planschade Briefschrijver stelt dat sprake zal zijn van een waardevermindering van zijn woning als gevolg van het bestemmingsplan.
De zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen. Briefschrijver kan – zoals hij ook aangeeft in zijn zienswijze – een verzoek
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
24
indienen om planschade. Hetgeen hierover in de zienswijze naar voren is gebracht staat niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg (en daarmee ook niet aan de vaststelling van het plan).
A.
Zienswijze 4 Gebruikte terminologie In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesproken over “uitbreiding van het bedrijventerrein”. Dit is onjuist, omdat het hier gaat over een wijziging van de bestemming agrarisch naar bedrijventerrein.
B.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De gemeente volgt deze zienswijze niet. De bouwhoogte en het bebouwingspercentage sluiten aan bij de bedrijfsgebouwen in de omgeving. Dat zijn objectieve maatstaven die ten grondslag liggen aan het oordeel van de gemeente dat de nieuwe bedrijfsgebouwen aansluiten op het bebouwingsbeeld in de omgeving, waaronder het bedrijventerrein Coenecoop.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
De gemeente volgt niet dat een richtafstand van 20 meter dient te worden aangehouden. Hoewel
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Subjectieve constatering In paragraaf 1.1 (Aanleiding) wordt aangegeven dat het terrein goed aansluit bij het bedrijventerrein Coenecoop. Dit is een subjectieve constatering.
C.
Met de zinsnede “uitbreiding van het bedrijventerrein” is bedoeld dat de nieuwe bedrijfsgebouwen aansluiten op het bebouwingsbeeld in de omgeving, waaronder de bebouwing op het bedrijventerrein Coenecoop.
Ondervangen van hinder De hinder van de DHL-toegangsweg wordt niet ondervangen door het houden van voldoende
25
afstand, omdat de richtafstand van 20 meter – die zou zijn geadviseerd door de Omgevingsdienst Midden-Holland – niet zou zijn aangehouden ten opzichte van de woning aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen.
het gebruik van het pand ten behoeve van wonen niet planologisch is verankerd, zal (overeenkomstig de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”) de afstand (vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening) aanvaardbaar zijn tussen het pand aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen en de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Voor milieucategorie 2 geldt volgens de VNGbrochure een richtafstand van 10 meter voor het omgevingstype "gemengd gebied". De kortste afstand tussen de grens van de bestemming ‘Bedrijf’ in het vast te stellen bestemmingsplan en de gevels van het pand aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen bedraagt circa 18 meter. Daarmee is voldaan aan de gehanteerde richtafstand uit de VNG-brochure. De aanvaardbaarheid van de afstand tussen omliggende woningen en de nieuwe bedrijfsgebouwen is nader toegelicht in paragraaf 6.1.2 van de toelichting bij het bestemmingsplan. De beoordelingswijze is in overeenstemming met de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Als voorbeeld wijst de gemeente op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 21 juli 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1607, r.o. 3.1 tot en met 3.6).
26
D.
Aangehouden getallen en werkelijkheid Briefschrijver werpt de volgende vragen op over de uitgangspunten die zijn aangehouden bij het bepalen van de gevolgen van het bestemmingsplan:
E.
•
Van wanneer dateren de aangeleverde gegevens van DHL over de verkeersgeneratie?
•
Welke ontwikkelingen verwacht DHL de komende jaren ten aanzien van de verkeersgeneratie?
•
Wordt in het ontwerp bestemmingsplan rekening gehouden met optrekken en afremmen van en naar de Zuidelijke Rondweg?
•
Waaruit blijkt dat voor de bepaling van de verkeersintensiteit een verkeersdeskundige in de arm is genomen?
Het bepalen van het aantal vervoersbewegingen De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing betreft maatwerk. Dat geldt ook voor de DHL van het bestemmingsplan. Cityhub XL. Daarom zijn de uitgangspunten die zijn gehanteerd bij de onderzoeken in overleg met DHL bepaald. Deze uitgangspunten zijn reëel en aannemelijk. De zienswijze geeft geen aanleiding voor een andersluidend oordeel. Een toelichting op de gegevens die zijn gehanteerd bij het verkeersonderzoek is opgenomen als bijlage 1 bij het verkeersrapport “Onderbouwing verkeer bedrijventerrein Akkeroord Waddinxveen” d.d. 6 december 2023 van Mobycon, dat als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd.
Bouwhoogte In het ontwerp bestemmingsplan is gekozen voor een maximale bouwhoogte van 8 meter, terwijl gesproken wordt over 6,2 meter. Omwonende wenst dat de bouwhoogte wordt vastgesteld op maximaal 6,2 meter.
Het bestemmingsplan is vanuit stedenbouwkundig oogpunt verantwoord. De afmetingen van de nieuwe bedrijfsgebouwen sluiten aan bij de maximale bebouwingspercentages en bouwhoogtes die
De zienswijze geeft aanleiding om de artikelen 3.3.1 (Afwijking bebouwingspercentage) en 3.3.2 (Afwijking bouwhoogte gebouwen) van het ontwerpbestemmingsplan te schrappen. Voor het overige is er geen aanleiding tot aanpassing van het 27
volgens het bestemmingsplan ‘Actualisatie bestemmingsplan. bestemmingsplan Coenecoop’ mogelijk zijn binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein - 1’. Daardoor zijn de zichtlijnen op de nieuwe bedrijven nagenoeg hetzelfde als de zichtlijnen op de bedrijventerreinen aan de andere zijde van de Zuidelijke Rondweg. Ter plaatse van die bedrijventerreinen geldt een maximaal bebouwingspercentage van 75% (met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die 85% mogelijk maakt) en een maximale bouwhoogte van 10 meter (met een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid die 15 meter mogelijk maakt). In het voorliggende bestemmingsplan is gekozen voor een lager bebouwingspercentage van 70% en een lagere bouwhoogte van 8 meter. Naar aanleiding van de zienswijze is ervoor gekozen om de afwijkingsregel voor een hoger bebouwingspercentage van 80% (artikel 3.3.1 van het ontwerpbestemmingsplan) en de afwijkingsregel voor een grotere bouwhoogte tot 10 meter (artikel 3.3.2) te schrappen. De nieuwe bedrijfsgebouwen zijn passend in de omgeving. Bovendien worden deze bedrijfsgebouwen landschappelijk ingepast. In artikel 3.2.2 onder d van de planregels is, evenals in de rest van het bestemmingsplan, uitgegaan van “toelatingsplanologie”. Volgens de planregel is het rechtstreeks toegestaan om te 28
bouwen tot een hoogte van 8 meter. Op dit moment is het een onzekere toekomstige gebeurtenis of DHL al dan geen gebruik zal maken van de mogelijkheid om tot deze hoogte te bouwen. De gemeente is van oordeel dat aan bedrijven de keuze moet worden gelaten of zij tot een hoogte van 8 meter bouwen. De gemeente is van oordeel dat de maximaal toegestane bouwhoogte past binnen een goede ruimtelijke ordening. F.
Landschappelijke inpassing Onder punt 3.2 van de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan staat dat het de “ambitie” is om de bebouwing zo in te passen dat een juiste aansluiting plaatsvindt met de omgeving. Is dit enkel een ambitie of wordt dit ook afgedwongen?
G.
Om de uitvoering van de landschappelijke De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing inpassing van de bedrijfsgebouwen te borgen, is van het bestemmingsplan. een voorwaardelijke verplichting in artikel 4.3.2 van de planregels opgenomen. Daarmee is verzekerd dat het beplantingsplan – dat als bijlage 2 bij de planregels is gevoegd – daadwerkelijk gerealiseerd zal worden en in stand zal worden gehouden.
In- en uitritten In onderdeel 3.3 van de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan is genoemd dat “circa” twee nieuwe in- en uitritten zullen worden gerealiseerd.
Deze zienswijze wordt voor kennisgeving De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing aangenomen. De gemeente merkt in verband met van het bestemmingsplan. de zienswijze op dat het niet is toegestaan om ongelimiteerd nieuwe in- en uitritten te realiseren. Volgens de Algemene Plaatselijke Verordening / (het tijdelijke deel van) het Omgevingsplan zal een omgevingsvergunning nodig zijn voor de 29
realisering van een nieuwe in- en uitrit. H.
Mogelijkheid bedrijfsvestiging Briefschrijver trekt de ladderonderbouwing in twijfel. Briefschrijver verwijst naar de mogelijkheden voor nieuwe bedrijven op het “Distripark Doelwijk” of “Logistiek Park A12”.
I.
Verbetering omgevingskwaliteit Wat wordt bedoeld met kwaliteitsverbetering en voor wie is deze kwaliteitsverbetering bedoeld?
J.
De gemeente meent dat in de De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing ladderonderbouwing – die als bijlage 3 bij de van het bestemmingsplan. toelichting bij het vast te stellen bestemmingsplan is gevoegd – voldoende gemotiveerd is onderbouwd dat sprake is van een kwalitatieve en kwantitatieve behoefte aan de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Deze behoefte kan niet uitsluitend worden opgelost binnen de bedrijventerreinen “Distripark Doelwijk” en “Logistiek Park A12”.
“Kwaliteitsverbetering” is volgens de provincie het De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing streven naar een optimale wisselwerking tussen van het bestemmingsplan. een gewenste ruimtelijke ontwikkeling en een goede omgevingskwaliteit. De kwaliteitsverbetering is bedoeld voor alle betrokken algemene, collectieve en individuele ruimtelijke belangen in de regio, waaronder – maar niet uitsluitend – de belangen van omwonenden.
Terminologie: ‘Passend bij de omgeving’ Wat betekent passend bij de omgeving?
De nieuwe bedrijfsgebouwen zijn passend in de omgeving. De bouwhoogte en het
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 30
bebouwingspercentage sluiten aan bij de bedrijfsgebouwen in de omgeving.
K.
Planontwikkeling en omgevingsvisie De omgevingsvisie spreekt over geen transitie op de korte termijn en daarom is het ontwerp bestemmingsplan niet in overeenstemming met de omgevingsvisie.
In de “Omgevingsvisie Waddinxveen 2050” is aan De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing het plangebied de aanduiding ‘bedrijvigheid voor van het bestemmingsplan. de toekomst’ toegekend. Hier ligt de focus – zo volgt uit pagina 39 van de Omgevingsvisie – op de realisering van bedrijvigheid. Zoals nader is toegelicht in paragraaf 4.4.1 van de toelichting bij het bestemmingsplan, is het bestemmingsplan in overeenstemming met de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050.
In het plangebied is geen sprake van gemengd gebied maar van buitengebied.
Het plan is gelegen in het omgevingstype "gemengd gebied", als bedoeld in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving van het plangebied is sprake van een sterke menging van functies, waaronder horeca en bedrijven. Hiernaast maakt de enkele omstandigheid dat het plangebied is gelegen tussen de Rijksweg A12 en de provinciale weg N451 dat hier het omgevingstype “gemengd gebied” te gelden heeft en niet het omgevingstype “rustige woonwijk” (zie ook de uitspraak van de Afdeling 31
bestuursrechtspraak van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2117, r.o. 4.2 en 4.3). L.
Verkeersgeneratie Het is onjuist dat de planontwikkeling geen verkeer naar de kern van Waddinxveen genereert, zoals aangegeven in onderdeel 4.4.2 van de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan.
Gelet op de ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt is het reëel en aannemelijk dat het verkeer van en naar het plangebied nagenoeg volledig ontsloten zal worden via de Zuidelijke Rondweg, Kanaaldijk en de N207 en de A20.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
In het verkeersrapport “Onderbouwing verkeer bedrijventerrein Akkeroord Waddinxveen” d.d. 6 december 2023 van Mobycon, dat als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan is gevoegd, is weergegeven welke verkeersgevolgen het plan zal hebben. Uit het rapport blijkt dat weliswaar sprake kan zijn van een (geringe) toename aan verkeer van en naar de kern van Waddinxveen, maar dat het bestaande wegennet die toename verkeersveilig kan verwerken. Verder geldt dat de gemeente aanvullende maatregelen zou kunnen nemen om bestaande knelpunten op te lossen. Dat is echter niet noodzakelijk voor de aanvaardbaarheid van de verkeersgevolgen die ontstaan door het bestemmingsplan; zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 9 november 32
2022, ECLI:NL:RVS:2022:3234, r.o. 11.2).
A.
Zienswijze 5 Woning 2A ontbreekt Woning 2A ontbreekt op het kaartje waar het plangebied en de functieaanduidingen worden aangegeven. Daarnaast wordt in de tekst bij onderdeel 3.1 huisnummer 2A niet vermeld.
Het gebruik van het pand aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen ten behoeve van wonen is niet planologisch toegestaan. Uit onderzoek is evenwel gebleken dat er een omgevingsvergunning met een tijdelijke instandhoudingstermijn is verleend waaruit blijkt dat de bestaande (mantelzorg)woning na 2029 moeten worden verwijderd.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Naar aanleiding hiervan is een aanvullend akoestisch onderzoek verricht door Peutz naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor het geluidsklimaat er plaatse van de (mantel)woning aan de Zuidelijke Rondweg 2A. De resultaten hiervan zijn weergegeven in het geactualiseerde akoestisch rapport “Geluid ten gevolge van drie bedrijven ter plaatse van de Zuidelijke Rondweg te Waddinxveen” d.d.14 december 2023, dat als bijlage 5 bij de toelichting op het vast te stellen bestemmingsplan is gevoegd. Peutz concludeert, mede gelet op de milieunormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer – waaraan de nieuwe 33
bedrijfsvoering in het bestemmingsplan zal zijn gebonden – en de geluidreducerende maatregelen (geluidschermen) die volgens het bestemmingsplan moeten zijn gerealiseerd, dat het aspect ‘geluid’ geen belemmering vormt voor de nieuwe bedrijven. De gemeente constateert dat het advies van Peutz - naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en - naar inhoud - inzichtelijk en concludent is. Op basis van de conclusies van Peutz, en gelet op de betrokken belangen, is de gemeente van oordeel dat het woon- en leefklimaat aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen ook in de plansituatie aanvaardbaar blijft. B.
Richtafstanden Bij onderdeel 6.1.2 (milieuzonering) wordt alleen ingegaan op de woning aan de Zuidelijke Rondweg 2, niet op nummer 2A. Ook in het akoestisch onderzoek en het onderzoek naar luchtkwaliteit ontbreekt nummer 2A.
Hoewel het gebruik van het pand ten behoeve van wonen niet planologisch is verankerd, zal (overeenkomstig de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”) de afstand (vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening) aanvaardbaar zijn tussen het pand aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen en de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Voor milieucategorie 2 geldt volgens de VNGbrochure een richtafstand van 10 meter voor het 34
omgevingstype "gemengd gebied". De kortste afstand tussen de grens van de bestemming ‘Bedrijf’ en de gevels van het pand aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen bedraagt ruim 10 meter. Daarmee is voldaan aan de gehanteerde richtafstand uit de VNG-brochure. Niet valt in te zien dat de luchtkwaliteit zodanig anders zal zijn, dat daardoor niet kan worden uitgegaan van de aanvaardbaarheid ervan. De deskundigen van adviesbureau Peutz hebben onderzoek gedaan naar de gevolgen van het bestemmingsplan voor de luchtkwaliteit. De resultaten daarvan zijn weergegeven in het geactualiseerde rapport “Luchtkwaliteit ten gevolge van drie nieuwe bedrijven gelegen aan de Zuidelijke Rondweg te Waddinxveen” d.d. 14 december 2023, dat als bijlage 7 bij de toelichting op het vast te stellen bestemmingsplan is gevoegd. Uit dit rapport blijkt dat de luchtkwaliteit zal blijven voldoen aan de wettelijke grenswaarden. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening zal sprake zijn van een aanvaardbare luchtkwaliteit. Dit is nader toegelicht in paragraaf 6.1.5 van de toelichting bij het bestemmingsplan. De zienswijze geeft geen aanleiding om tot een andersluidend oordeel te komen voor de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen.
35
C.
Toegangsweg In onderdeel 3.1 (planbeschrijving) wordt alleen nummer 2 vermeld en niet nummer 2A, terwijl het effect op nummer 2A het grootste zal zijn.
Het gebruik van het pand aan de Zuidelijke De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing Rondweg 2A in Waddinxveen ten behoeve van van het bestemmingsplan. wonen is niet planologisch toegestaan. Er is evenwel een omgevingsvergunning met een tijdelijke instandhoudingstermijn verleend, waaruit blijkt dat de bestaande (mantelzorg)woning na 2029 moeten worden verwijderd. Dit laat onverlet dat bij de totstandkoming van het bestemmingsplan wel degelijk onderzoek heeft plaatsgevonden naar de gevolgen van het plan voor de (mantelzorg)woning aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen. Naar het oordeel van de gemeente blijft ter plaatse ook in de plansituatie sprake van een aanvaardbaar woonen leefklimaat.
D.
Landschapsinrichting Bij de planbeschrijving in onderdeel 3.1 wordt de zuidwest kant niet genoemd en met deze kant wordt geen rekening gehouden bij de aanleg van hagen.
Uit het landschapsinrichtingsplan – dat als bijlage De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing 1 bij de toelichting bij het bestemmingsplan is van het bestemmingsplan. gevoegd – blijkt dat aan de zuidwestkant een dubbele bomenrij ter hoogte van het ontsluitingspad wordt geplaatst. Bovendien wordt hierin weergegeven dat een streekeigen haag wordt geplaatst aan de zuidwest kant. Ten slotte zal aan de zuidwestzijde een plasberm van ongeveer 20 centimeter diep aanwezig zijn.
36
De vogelvluchttekening City Hub DHL is zo gemanipuleerd dat het DHL-pand bescheiden oogt ten opzichte van de omliggende woningen/panden. E.
Deze zienswijze wordt voor kennisgeving aangenomen.
Geluidshinder en richtgetallen Huisnummer 2A ontbreekt bij de beoordeling van de geluidsbronnen en de te nemen maatregelen, zoals de geluidsschermen, in het akoestisch onderzoek.
De zienswijze is overgenomen. Uit het De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing geactualiseerde aanvullend akoestisch onderzoek van het bestemmingsplan. van Peutz “Geluid ten gevolge van drie bedrijven ter plaatse van de Zuidelijke Rondweg te Waddinxveen” d.d. 14 december 2023(dat als bijlage 5 bij de toelichting op het vast te stellen bestemmingsplan is gevoegd) blijkt dat bij alle rekenpunten geen sprake zal zijn van een maximaal geluidniveau 60 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Dat geldt ook voor de (mantelzorg)woning aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen. Hiermee wordt voldaan aan de standaard geluidgrenswaarden voor de dag-, avond- en nachtperiode voor de maximale geluidniveaus.
Uit het akoestisch onderzoek blijkt niet dat rekening is gehouden met het remmen en optrekken van voertuigen.
Bij het akoestisch onderzoek is wel degelijk rekening gehouden met het remmen en optrekken van voertuigen. Dit blijkt uit de invoergegevens die als bijlage 1 zijn gevoegd bij het geactualiseerde akoestisch rapport “Geluid ten gevolge van drie bedrijven ter plaatse van de Zuidelijke Rondweg te Waddinxveen” van Peutz d.d. 14 december 2023 (dat als bijlage 5 bij de toelichting op het vast te stellen bestemmingsplan 37
is gevoegd). Het perceel aan de Akkeroord is aangeduid als “gemengd gebied”, terwijl het gebied in de Omgevingsvisie 2050 wordt aangemerkt als buitengebied.
Het plan is gelegen in het omgevingstype "gemengd gebied", als bedoeld in de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving van het plangebied is sprake van een sterke menging van functies, waaronder horeca en bedrijven. Hiernaast maakt de enkele omstandigheid dat het plangebied is gelegen tussen de Rijksweg A12 en de provinciale weg N451 dat hier het omgevingstype “gemengd gebied” te gelden heeft en niet het omgevingstype “rustige woonwijk” (zie ook de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2117, r.o. 4.2 en 4.3).
Zienswijze 6
A.
Deze zienswijze is ingediend door een omwonende, wonende aan de Zuidelijke Rondweg Consistent beleid Al 27 jaar is het beleid om de agrarische bestemming van het plangebied te behouden. Het feit dat het perceel zich niet meer leent voor landbouw, is geen aanleiding om er een bedrijventerrein van te maken.
Zoals in de aanleiding bij de toelichting van het De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing ontwerpbestemmingsplan is aangegeven, is van het bestemmingsplan. voorzetting van de agrarische bestemming in het plangebied niet meer reëel. Dit komt doordat het agrarisch perceel te kleinschalig is en doordat het gebied niet langer geschikt is voor het houden van dieren. 38
Bovendien heerst op dit moment een tekort aan bedrijventerreinen in de regio. De planlocatie grenst aan bedrijventerrein Coenecoop en is daardoor goed ontsloten op lokale en regionale infrastructuur. Daarom past transformatie van het agrarisch gebied naar een bedrijventerrein volgens ons beter bij de omgeving en het bedrijventerrein Coenecoop. B.
Communicatie en participatie In het proces naar dit ontwerpbestemmingsplan toe is te weinig gecommuniceerd met de omwonenden en hebben omwonenden onvoldoende mogelijkheid gehad om te kunnen participeren.
Wij betreuren deze visie op de communicatie en participatie in het proces ter voorbereiding van dit ontwerpbestemmingsplan.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zoals wordt aangegeven in deze zienswijze, heeft op 8 september 2022 inderdaad een gesprek plaatsgevonden tussen de wethouder en de omwonenden. Daarna is er verschillende keren ambtelijk contact geweest. Het vervolggesprek heeft niet meer plaatsgevonden, omdat de omwonenden dit gesprek geen doorgang wilden laten vinden. Hiermee zijn wij van mening dat voldoende pogingen zijn gedaan om de omwonenden en ondernemers uit de omgeving zoveel mogelijk bij de plannen te betrekken. Het is echter van belang om hierbij te 39
benadrukken dat dit vooroverleg een informeel vooroverleg is geweest en dit geen formele verplichting in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) betreft. Afdeling 3.4 van de Awb voorziet namelijk in de betrokkenheid van omwonenden door bijvoorbeeld het indienen van zienswijzen. Naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen heeft op 20 september 2023 een aanvullend gesprek plaatsgevonden tussen de betrokken partijen, waaronder omwonenden, de initiatiefnemer en de portefeuillehouder.
A.
Zienswijze 7 Gebruikte terminologie In het ontwerpbestemmingsplan wordt gesproken over “uitbreiding van het bedrijventerrein”. Dit is onjuist, omdat het hier gaat over een wijziging van de bestemming agrarisch naar bedrijventerrein.
B.
Met de zinsnede “uitbreiding van het bedrijventerrein” is bedoeld dat nieuwe bedrijfsgebouwen aansluiten op het bebouwingsbeeld in de omgeving, waaronder het bedrijventerrein Coenecoop.
De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Subjectieve constatering In paragraaf 1.1 (Aanleiding) wordt aangegeven dat het terrein goed aansluit bij het bedrijventerrein Coenecoop. Dit is een subjectieve constatering.
De gemeente volgt deze zienswijze niet. De De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing bouwhoogte en het bebouwingspercentage van het bestemmingsplan. sluiten aan bij de bedrijfsgebouwen in de omgeving. Dat zijn objectieve maatstaven die ten grondslag liggen aan het oordeel van de gemeente dat de bedrijfsgebouwen aansluiten op het bebouwingsbeeld in de omgeving, waaronder het bedrijventerrein Coenecoop. 40
C.
Ondervangen van hinder De hinder van de DHL-toegangsweg wordt niet ondervangen door het houden van voldoende afstand, omdat de richtafstand van 20 meter – die zou zijn geadviseerd door de Omgevingsdienst Midden-Holland – niet zou zijn aangehouden ten opzichte van de woning aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen.
De gemeente volgt niet dat een richtafstand van De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing 20 meter dient te worden aangehouden. Hoewel van het bestemmingsplan. het gebruik van het pand ten behoeve van wonen niet planologisch is verankerd, zal (overeenkomstig de VNG-brochure “Bedrijven en Milieuzonering”) de afstand (vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening) aanvaardbaar zijn tussen het pand aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen en de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Voor milieucategorie 2 geldt volgens de VNGbrochure een richtafstand van 10 meter voor het omgevingstype "gemengd gebied". De kortste afstand tussen de grens van de bestemming ‘Bedrijf’ en de gevels van het pand aan de Zuidelijke Rondweg 2A in Waddinxveen bedraagt circa 18 meter. Daarmee is voldaan aan de gehanteerde richtafstand uit de VNG-brochure. De aanvaardbaarheid van de afstand tussen omliggende woningen en de nieuwe bedrijfsgebouwen is nader toegelicht in paragraaf 6.1.2 van de toelichting bij het bestemmingsplan. De beoordelingswijze is in overeenstemming met de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak. Als voorbeeld wijst de gemeente op een uitspraak van de Afdeling 41