2. Programmabegroting 2025 - 2028
Tekst van het document
Programmabegroting 2025 - 2028
Versienummer: Datum:
1.0 19 maart 2024
Productnummer Omschrijving Status Datum Opdrachtgever Opgesteld door
193744 Programmabegroting 2025 - 2028 Versie 1.0 19 maart 2024 Aangesloten gemeenten Midden-Holland en provincie Zuid-Holland Omgevingsdienst Midden-Holland
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
2 van 43
Inhoudsopgave 1
Inleiding ............................................................................................................................................5 1.1
2
3
4
5
Leeswijzer ................................................................................................................................ 6
Begroting in één oogopslag ..............................................................................................................7 2.1
Uitgangspunten ....................................................................................................................... 7
2.2
Staat van baten en lasten 2023 - 2028 ................................................................................. 11
2.3
Structurele mutaties in de reserves ....................................................................................... 11
2.4
Programmabegroting 2025 .................................................................................................... 12
2.5
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten .......................................................................... 13
2.6
Incidentele baten en lasten ................................................................................................... 13
2.7
Structureel begrotingssaldo ................................................................................................... 13
2.8
Financiële positie ODMH ....................................................................................................... 14
2.8.1
Inleiding ......................................................................................................................... 14
2.8.2
Vermogensontwikkeling 2023 - 2028 ............................................................................ 14
2.8.3
Geprognosticeerde balans ............................................................................................ 14
2.8.4
EMU-saldo ..................................................................................................................... 15
2.8.5
Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen ............................... 16
2.8.6
Financiering ................................................................................................................... 16
2.8.7
Begrotingsgrondslagen.................................................................................................. 16
2.8.8
Reserves en voorzieningen ........................................................................................... 16
2.8.9
Investeringen 2025 – 2028 ............................................................................................ 17
Programma milieu ......................................................................................................................... 18 3.1
Wat willen we bereiken? ........................................................................................................ 18
3.2
Wat gaan we daar voor doen? .............................................................................................. 18
3.3
Wat gaat het kosten? ............................................................................................................ 21
Programma bouw- en woningtoezicht ........................................................................................... 22 4.1
Wat willen we bereiken? ........................................................................................................ 22
4.2
Wat gaan we daar voor doen? .............................................................................................. 22
4.3
Wat mag het kosten?............................................................................................................. 24
Overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien ...................................................................... 25 5.1
Overhead ............................................................................................................................... 25
5.2
Vennootschapsbelasting ....................................................................................................... 26
5.3
Onvoorzien ............................................................................................................................ 26
5.4
Wat mag het kosten?............................................................................................................. 26
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
3 van 43
6
7
Paragrafen ..................................................................................................................................... 28 6.1
Lokale heffingen .................................................................................................................... 28
6.2
Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................... 28
6.3
Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................ 31
6.4
Financiering ........................................................................................................................... 31
6.5
Bedrijfsvoering ....................................................................................................................... 33
6.5.1
Rechtmatigheid .............................................................................................................. 35
6.5.2
Openbaarheid ................................................................................................................ 35
6.6
Verbonden partijen ................................................................................................................ 36
6.7
Grondbeleid ........................................................................................................................... 36
Vaststelling begroting van baten en lasten 2025 - 2028 ............................................................... 37
Bijlagen .................................................................................................................................................. 38 Bijlage 1: Bijdragen 2025 .................................................................................................................. 39 Bijlage 2: Provinciale bijdragen 2023 - 2025 ..................................................................................... 41 Bijlage 3: Begroting op taakvelden .................................................................................................... 42 Bijlage 4: Informatie 2025 voor verbonden partijen........................................................................... 43
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
4 van 43
1
Inleiding
De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doen wij door de uitvoering van de milieutaken voor de hele regio Midden-Holland, de gemeente Alphen aan den Rijn en de provincie Zuid-Holland en de bouw- en woningtoezichttaken voor de gemeenten BodegravenReeuwijk, Gouda, Zuidplas, Waddinxveen en de provincie Zuid-Holland (PZH). Op 1 januari 2024 zijn zowel de Omgevingswet als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking getreden. De Wkb geldt nu alleen voor nieuwbouw, gedurende 2024 wordt bekend of de Wkb per 1 januari 2025 ook gaat gelden voor verbouw. Deze wetten hebben impact op de manier van werken, de werkprocessen, digitaliseringstrajecten ende dienstverlening, maar ze hebben ook een financiële impact. 2024 is dus het eerste jaar dat de ODMH ervaring heeft kunnen opdoen met deze nieuwe wetten en de impact die dit heeft op de producten en diensten. De eerste ervaringen met de Omgevingswet leiden gelet op de beperkte referentieperiode vooralsnog niet tot een aanpassing in de begroting. Op dit moment is er te weinig ervaring opgedaan om hier uitspraken over te kunnen doen. Ook (toekomstige) Europese verdragen en richtlijnen en de doorvertaling daarvan naar landelijke regels hebben grote invloed op de werkzaamheden van de gemeenten, de provincie en de ODMH.
Denk hierbij aan de Kaderrichtlijn Water en de daaraan gekoppelde kamerbrief Water en Bodem sturend, het Klimaatakkoord of de landelijke duurzaamheidsambities. De transitie naar een klimaat neutrale regio is nauw vervlochten met thema’s als klimaatadaptatie, mobiliteit, circulaire economie, energiebesparing, aardgasvrije wijken, duurzame landbouw, de stikstofproblematiek of netcongestie. De uitdagingen zijn groot en met elkaar vervlochten en zorgen voor een ingewikkelde puzzel op het vlak van de ruimtelijke ordening. Tegelijkertijd biedt dit ook kansen voor een verdere samenhang in de uitvoering en meer transparantie naar en participatie door inwoners en bedrijven. Deze samenhang vinden we terug in de beleidsmatige keuzes die door gemeenten en provincie worden gemaakt. De ODMH ondersteunt vanuit de aanwezige kennis en beschikbare data. Door middel van vergunningverlening, toezicht en handhaving vindt borging plaats van het wettelijk traject. In het begrotingsproces probeert de ODMH deze relevante ontwikkelingen financieel te vertalen. Doorgaans kan worden voortgeborduurd op ingezet beleid en behoeven de doorlopende plannen slechts een marginale aanpassing. Door de krimp van gemeentefonds vanaf 2026 verslechtert de financiële positie van gemeenten aanzienlijk. De ODMH is zich hiervan bewust.
Het komende jaar zal duidelijk worden of en zo ja in welke mate dit impact heeft op de taakuitvoering van de ODMH. Tegelijkertijd speelt de robuustheidsdiscussie in het kader van het Interbestuurlijk Programma (IBP) VTH. In 2023 heeft het IBP VTH ook een toetsingskader voor robuuste omgevingsdiensten opgeleverd, dat alle omgevingsdiensten in 2023 hebben ingevuld. De ODMH is naar de mening van het ministerie van I&W niet robuust genoeg op een aantal onderdelen. In 2024 hebben wij daarom een plan van aanpak opgesteld om meer robuust te worden. Ook dit zal doorwerken in onze taakuitvoering in 2025 en verder. Binnen Zuid-Holland werken de vijf omgevingsdiensten op verschillende vlakken nauw samen. Na een Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
5 van 43
inventarisatie weten we dat we dit (in)formeel op maar liefst 100+ onderwerpen doen. Denk aan velden als VTH, Externe Veiligheid, arbeidsmarktcommunicatie, stikstofproblematiek, PFAS of Zeer Zorgwekkende Stoffen. Deze samenwerking continueren wij en breiden we waar mogelijk verder uit. De voorbije jaren is veel zorg uitgegaan naar de forse inflatie. In 2023 leidde deze forse inflatie tot een tussentijdse tariefverhoging. Voor 2025 wordt uitgegaan van een beperktere inflatie. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een indexatie van het uurtarief met 4,92%, waarmee het uurtarief 2025 uitkomt op € 115,73. De ODMH richt zich nadrukkelijk op zijn dienstverlening, nu en in de toekomst. Dat betekent dat wij kwalitatief hoogwaardige dienstverlening willen leveren tegen zo laag mogelijke kosten. Basis voor de realisatie zijn de jaarplannen en het productenboek. De processen binnen de ODMH worden ondersteund door hoogwaardige ICT, die voortdurend in ontwikkeling is. Speerpunt is de verdere digitale doorontwikkeling, waaronder data gestuurd en risico gestuurd werken. Bij het verder ontwikkelen van onze digitale infrastructuur (en het gebruik daarvan) is het belangrijk dat de menselijke maat niet verdwijnt. Ook speelt digitale veiligheid een belangrijke rol. De ODMH zal zijn bestuur goed blijven informeren over alle relevante ontwikkelingen.
1.1
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de Programmabegroting 2025 - 2028 van de ODMH op hoofdlijnen beschreven. Allereerst worden de gehanteerde uitgangpunten omschreven, daarnaast bevat dit hoofdstuk een resultaat- en vermogensbeschouwing. Hoofdstuk 3 bevat het programma milieu en hoofdstuk 4 het programma bouw- en woningtoezicht. Hoofdstuk 5 bevat de informatie over met name de overhead van de ODMH. In hoofdstuk 6 volgen alle verplichte paragrafen. Omdat de ODMH een gemeenschappelijke regeling is, zijn niet alle gemeentelijke paragrafen van toepassing. Daar waar dat aan de orde is, is dat in de paragraaf vermeld. De vaststelling van deze programmabegroting is opgenomen in hoofdstuk 7. De programmabegroting eindigt met een drietal bijlagen, waarin de bijdragen van de deelnemers weergegeven worden en de meerjarenbegroting op taakvelden.
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
6 van 43
2
Begroting in één oogopslag
2.1
Uitgangspunten
De cijfers uit de meerjarenprogrammabegroting 2025 – 2028 vloeien voort uit de uitgangspuntennotitie 2025, de gewijzigde programmabegroting 2024 en de jaarrekening 2023. Voorts zijn de productieafspraken 2025 - indien en voor zover bekend - meegenomen in de prognoses. In het vervolg van dit hoofdstuk zetten we de belangrijkste uitgangspunten van deze begroting uiteen. Indexering 2025-2028 Op 1 november 2023 is aan de dagelijks besturen van de gemeenschappelijke regelingen in de regio Hollands-Midden een brief gestuurd door het bestuurlijk overleg financiële kaderstelling. In deze brief is voorgesteld de uniforme systematiek voor het bepalen van de jaarlijkse indexering van lonen en prijzen voort te zetten. De ODMH hanteert deze systematiek omdat deze algemeen aanvaard is in de regio en omdat deze aansluit op de Cao SGO. Dit is vastgelegd in de Nota Planning & Control. De voorgestelde prijsindexatie voor het jaar 2025 is opgeknipt in een index voor de beloning van werknemers en in een index voor materieel. Respectievelijk bedragen deze 11,1% en 3,7%. In deze indexcijfers zijn correcties meegenomen voor de jaren 2022 tot en met 2024. Gebruikelijk is dat alleen de 2 voorgaande jaren in de correctie meegenomen worden. Door de hoge inflatie in 2022 is bij uitzondering ook dat jaar bij de berekening betrokken.
Omdat het voor de ODMH in 2023 noodzakelijk was om het uurtarief incidenteel op te hogen worden de correctiepercentages in bovenstaande indexcijfers niet geheel meegenomen. De aanvullend uitgevoerde indexering in 2023 is op de indexcijfers in mindering gebracht. Op basis van langjarige gemiddelden en rekening houdend met de reeds uitgevoerde correctie in 2023 is een gewogen indexcijfer bepaald. Dit gewogen indexcijfer bedraagt 4,92%. Indexering van het uurtarief van 2024 ad € 110,30 met 4,92% leidt tot een uurtarief van € 115,73 in 2025. Daarnaast is op 29 november 2023 de provinciale kaderbrief voor het jaar 2024 verstuurd aan de ODMH. Hierin zijn de (financiële) uitgangspunten en specifieke aandachtspunten voor de begroting 2024 beschreven. In deze brief wordt voorgesteld een gewogen index van 3,9% toe te passen. Het gewogen indexcijfer wordt gebruikt voor de indexering van met name de contractuele bijdragen. Voor de overige opbrengsten- en kostensoorten zijn de inflatieverwachtingen van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Rabobank als uitgangspunt gehanteerd in deze programmabegroting. In 2025 houden we rekening met een kostenstijging van 5% en voor de jaren 2026 tot en met 2028 met 4%. Dienstverlening De maatschappij en de wetgeving veranderen. Dit betekent dat ambtenaren ook op een andere manier hun werk uitvoeren en op een nieuwe wijze met hun klanten om gaan.
De ODMH investeert veel in zijn medewerkers. Ontwikkelingen zoals de Omgevingswet en de Kaderrichtlijn Water (met de daaraan gekoppelde kamerbrief Water en Bodem sturend) vragen ook om meer samenwerking in de keten. Ook hier investeert de ODMH in. Handhaving milieu Onze visie ten aanzien van de milieuhandhaving gaat uit van het huidige adequaat niveau. Hierbij werken we met een risico gestuurd toezicht, waarbij de bezoekfrequentie toeneemt, naarmate de milieucategorie van een bedrijf zwaarder is. Ook passen we een bonus/malus regeling toe. Bedrijven die bewezen hebben op een goede wijze aan de milieunormen te voldoen, bezoeken we minder vaak, Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
7 van 43
in tegenstelling tot de bedrijven die zich hier niet aan houden. De volumes die samenhangen met deze handhavingsstrategie kunnen door middel van deze programmabegroting worden gefinancierd. Omgevingsvergunningverlening De vergunningen die de afdeling BWT voor de gemeenten Bodegraven Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas afgeeft, dienen adequaat te zijn. We geven deze vergunningen snel af, minimaal binnen de geldende termijnen. Hierbij bedienen we de burgers en bedrijven vanuit een klantgerichte houding. Dit geldt natuurlijk ook voor de milieuvergunningen die de ODMH verstrekt. Het aantal toezichthouders en vergunningverleners binnen de dienst baseren we mede op bovenstaande uitgangspunten. Duurzaamheid Het onderwerp duurzaamheid is de laatste jaren hoog op de politieke agenda gekomen. Onderwerpen zoals energietransitie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, duurzame landbouw en landgebruik en circulaire economie hebben de aandacht. Gemeenten krijgen daarmee ook meer (wettelijke) verantwoordelijkheden. De ODMH wordt ingezet op inhoudelijke thema’s energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, duurzame mobiliteit en verduurzaming van de landbouw en de gebouwde omgeving. Wettelijke taken voor energiebesparing bij bedrijven en toezicht op de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen vragen aandacht in 2024 en 2025.
De eerste omdat hier cofinanciering op plaatsvindt tot en met 2026 (SPUK THE). De tweede taak wordt tot en met 2024 gefinancierd met SPUK IBP VTH. In de programmabegroting 2025 zijn geen extra middelen gereserveerd voor deze taken. Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen In 2025 hebben we een jaar ervaring met de Omgevingswet. We hebben dan de eerste inzichten in hoe het loopt. We leren wat de gevolgen zijn voor initiatiefnemers, gemeenten, provincie en de ODMH. We zullen bijsturen waar dat mogelijk of wenselijk is. Bij het opstellen van de gemeentelijke omgevingsplannen is de bij de ODMH aanwezige expertise en informatie over de fysieke leefomgeving nodig. De ODMH neemt dan ook deel in deze trajecten. Tegelijkertijd met de Omgevingswet is de Wet kwaliteitsborging bouwen (Wkb) ingevoerd. Door de invoering van deze wet is een gedeelte van de vergunningverlening van de afdeling BWT en het toezicht op de bouwplaats sinds 1 januari 2024 naar de markt. Mogelijk komen er ook nieuwe taken voor terug. Vergelijkbaar met de Omgevingswet beschikken we in 2025 over eerste inzichten in de gevolgen (denk aan taakuitvoering, leges en gevolgen voor initiatiefnemers en hun adviseurs). Ook hier geldt dat we waar mogelijk of wenselijk zullen bijsturen. Sinds de start van de Omgevingswet voert de ODMH ook de slooptaken uit voor de gemeente Krimpenerwaard.
Deze taak is per 2025 opgenomen in de programmabegroting van de gemeente, conform de businesscase Krimpenerwaard. De invoering van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen heeft zowel financiële als personele gevolgen. In 2024 is een bezuiniging doorgevoerd in de programmabegroting van de ODMH omdat we verwachtten dat de omvang van de bouw- en woningtoezichttaken afneemt vanwege de Wkb. In de bezuiniging die 2024 is doorgevoerd gingen we er van uit dat de Wkb voor de zogenaamde ‘gevolgklasse 1’ integraal wordt ingevoerd per 1 januari 2024. Dit blijkt niet het geval: de Wkb is wel in werking getreden voor nieuwbouw in gevolgklasse 1, maar niet voor verbouw. Naar Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
8 van 43
verwachting wordt halverwege 2024 duidelijk of de Wkb ook voor verbouw in zal gaan per 1 januari 2025. In het geval de Wkb niet ingaat voor verbouw per 2025, dan zal de ODMH een correctie doorvoeren in de programmabegroting, ter compensatie van het deel dat te veel is bezuinigd. Om tegemoet te komen aan de verwachte afname in werk heeft de ODMH in de afgelopen jaren een flexibele schil opgebouwd. Bodemtaken Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is er veel veranderd met betrekking tot bodem en ondergrond. Er zijn nieuwe taken bijgekomen en ook zijn sinds inwerkingtreding van de Omgevingswet gemeenten bevoegd gezag over de bodem. Gemeenten krijgen in de Omgevingswet ook meer ruimte om eigen keuzes te maken. De afgelopen decennia stond het bodembeleid met name in het teken van preventie van bodemverontreiniging, bodemsanering en verbeteren van de bodemkwaliteit. Dit zijn nog steeds belangrijke bodemtaken, maar we zien dat bodembeleid ook steeds meer leidend wordt in de ruimtelijke inrichting. De bodem is nodig om op te bouwen en op te leven, voor het telen van gewassen, voor bodemenergie, voor het afvoeren van (regen)water, etc.. We moeten leren om breder te kijken naar de kwaliteit van onze bodem. Verschillende provinciale bodemtaken zijn overgedragen aan de gemeenten.
2025 en 2026 zijn een soort tussenjaren waarin het meeste bodemwerk al door gemeenten wordt uitgevoerd, maar er ook nog regulier bodemwerk onder Provinciaal gezag plaatsvindt. Het gaat hierbij met name om BUSsaneringen, BUS-evaluaties, ingediende saneringsplannen, en evaluaties en het toezicht en handhaving hierop. Deze reguliere werkzaamheden voor de Provincie zullen naar verwachting voor het grootste gedeelte uitfaseren na 2026. Voor het jaar 2025 heeft dit als resultaat dat de bodemuren in de begroting van de Provincie met 2050 uur naar beneden zijn bijgesteld ten opzichte van 2024. Taken die vanaf dat moment opgepakt moeten worden door en verschuiven naar de gemeenten. Voor 2026 zijn nog geen afspraken gemaakt met de Provincie, maar de verwachting is dat er nog een kleine verschuiving plaatsvindt. Dit heeft financiële en juridische gevolgen. Gemeenten krijgen in de Omgevingswet ook meer ruimte om eigen keuzes te maken, maar die ruimte lijkt op korte termijn beperkt van omvang. De gemeenten krijgen geen middelen van het Rijk voor de uitvoering van deze wettelijke taken. Bodemtaken die de ODMH onder provinciaal bevoegd gezag heeft gestart nemen in de jaren 20242026 af, tegelijkertijd bouwen deze taken bij de gemeenten op. Onder de Omgevingswet zijn de provincies verantwoordelijk voor het grondwater.
In de ZuidHollandse Omgevingsverordening (ZHOV) staan regels voor het grondwater. In de verordening zijn ook instructieregels opgenomen voor de gemeenten, met name voor een grondwatertoets bij bouwactiviteiten. In 2025 hebben we meer inzicht wat het effect van deze regels is. Externe Veiligheid In voorgaande jaren is een bestemmingreserve externe veiligheid (EV) gevormd. De gelden uit deze bestemmingsreserve reserveren we voor de jaren 2025 en verder, ter compensatie van weggevallen rijksgelden voor de EV-taakuitvoering. Doorontwikkeling omgevingsdiensten Zuid-Holland en vervolgopdracht In 2021 is in opdracht van de provincie samen met de gemeenten en de diensten in Zuid-Holland een provinciebrede verkenning gedaan naar een toekomstbestendige uitvoering van de VTH-taken. Er is toen ingezet op een intensivering van de samenwerking tussen de Zuid-Hollandse Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
9 van 43
omgevingsdiensten. In deze verkenning zijn vijf thema's benoemd die belangrijk zijn voor de dóórontwikkeling van de omgevingsdiensten: Kennis is Key, Betere samenwerking in de keten gericht op een betere uitwisseling van data en informatie, Robuustere financiering, Nabijheid en transparantie en Een sterke(re) bestuurlijke samenwerking. De ODMH herkent zich in deze thema’s. In de afgelopen jaren zijn reeds mooie successen geboekt met samenwerken op projectbasis, samen optrekken op de arbeidsmarkt en kennisdeling. Op verzoek van de bestuurlijke begeleidingscommissie van het doorontwikkeltraject werken de vijf omgevingsdiensten samen verder aan de doorontwikkeling. Naar de toekomst toe zou dit organisatorische veranderingen op kunnen leveren, maar dit is geen doel op zich. De samenwerking zal zich richten op taken of specialismen die zich hiervoor lenen. Denk aan nichetaken of aan specialismen die samenhangen met de grote maatschappelijke transitie opgaven. In 2024 en 2025 ontwikkelt iedere omgevingsdienst in ZuidHolland, in afstemming met elkaar, ook een innovatiekalender. Dit draagt bij aan de robuustheid van de ODMH. Bij de (her-)definitie van projecten zal de ODMH steeds nagaan of voldoende middelen beschikbaar zijn en hierover dan in contact treden met zijn opdrachtgevers.
InterBestuurlijk Programma versterking VTH-stelsel De samenwerking tussen de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland past volledig binnen het landelijk Interbestuurlijk Programma voor de versterking van het VTH-stelsel in Nederland (IBP VTH). Het IBP VTH volgde op de tien aanbevelingen die door de onderzoekscommissie van Aartsen zijn uitgebracht over het VTH-stelsel in Nederland. Het IBP VTH is eind 2022 begonnen en heeft een doorlooptijd tot en met 2024. Het IBP VTH levert gedurende zijn looptijd nieuwe inzichten op, die zullen doorwerken in de wijze waarop de ODMH werkzaamheden uitvoert in 2025 en verder. Naar het oordeel van het ministerie van I&W voldoet de ODMH niet aan alle in het IBP VTH opgestelde robuustheidscriteria. Het ministerie vraagt aandacht voor de minimale jaaromzet op milieugerelateerde taken, congruentie van het werkgebied en innovatie. De ODMH heeft daarom een plan van aanpak opgesteld dat 14 maart 2024 is vastgesteld door het algemeen bestuur van de ODMH, dat deze onderwerpen adresseert. Datagedreven werken Er is informatie beschikbaar over vergunningen, naleefgedrag, handhaving of milieu-effecten. De ODMH wil toezicht en handhaving effectiever maken door deze data verder te ontsluiten, te bundelen en in samenhang te analyseren. In de aankomende jaren willen we dit verder implementeren in onze VTH-taakuitvoering.
Meer datagedreven werken is ook één van de aanbevelingen uit het IBP VTH. Meer datagedreven werken zal dus bijdragen aan de robuustheid van de ODMH. De inzet van ICT en datagedreven werken zal steeds meer toenemen binnen de omgevingsdienst. Als knelpunten optreden in de informatievoorziening en/of -bescherming kan dat de bedrijfsvoering schaden. Binnen de ODMH is er daarom veel aandacht voor informatieveiligheid, zie ook de paragraaf Bedrijfsvoering Verbreding toepassing strafrecht Voor toezicht en handhaving volgt de ODMH de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De ODMH beoogt het strafrecht breder in te gaan zetten. In 2025 wil de ODMH vijf medewerkers in dienst hebben die boa-taken uitvoeren. Buitengewoon opsporingsambtenaren (boa's) zijn ambtenaren met een opsporingsbevoegdheid, ze sporen strafbare feiten op. In de aankomende Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
10 van 43
jaren brengt de ODMH meer (strategische) sturing aan op het strafrecht en een meer gestructureerde werkwijze rond de inzet van het strafrechtelijk instrumentarium. We zoeken ook de samenwerking op met partijen zoals politie, openbaar ministerie (OM), gemeenten en provincie. En samen met de vijf omgevingsdiensten in Zuid-Holland zetten we een boa-pool op.
2.2
Staat van baten en lasten 2023 - 2028
De prognose met betrekking tot de resultaten over de jaren 2023 tot en met 2028 luidt als volgt: Overzicht van baten en lasten bedragen x € 1.000
Baten en lasten Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Totaal baten en lasten Mutaties reserves Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Totaal mutaties reserves Resultaat
Lasten
Baten en lasten Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Treasury Totaal baten en lasten Mutaties reserves Programma Milieu Programma Bouw- en woningtoezicht Overhead Totaal mutaties reserves Resultaat
Lasten
Begroting 2024 * Baten Saldo
Lasten
11.358 6.457 7.615 93 25.523
-16.486 -7.903 -697 -202 -25.288
-5.129 -1.445 6.918 -110 235
11.225 5.831 7.942 89 25.086
-16.999 -7.264 -667 -112 -25.042
-5.774 -1.433 7.275 -24 44
10
-40 -443 -483
11 11
-8 -47 -55
3 -47 -44
-
10
-50 -443 -493
25.533
-25.781
-248
25.097
-25.097
-
-
Overzicht van baten en lasten bedragen x € 1.000
Jaarrekening 2023 Baten Saldo
Lasten
Begroting 2026 Baten
Saldo
Lasten
11.693 6.609 8.601 67 26.970
-17.813 -8.045 -849 -200 -26.907
-6.119 -1.436 7.752 -133 63
12
-17 -47 -63
-
12
-29 -47 -75
26.982
-26.982
-
-
Begroting 2027 Baten
Saldo
Begroting 2025 Baten
Saldo
11.244 6.355 8.270 74 25.943
-17.127 -7.736 -816 -200 -25.880
-5.884 -1.381 7.454 -126 64
12
12
-29 -47 -75
-17 -47 -64
25.955
-25.955
Lasten
Begroting 2028 Baten
-
Saldo
12.161 6.873 8.945 59 28.038
-18.525 -8.367 -883 -200 -27.975
-6.364 -1.494 8.062 -141 63
12.648 7.147 9.303 50 29.148
-19.266 -8.702 -918 -200 -29.086
-6.618 -1.554 8.384 -150 62
13
-16 -47 -63
13 -
13
-29 -47 -75
13
-29 -47 -75
-16 -47 -62
28.050
-28.050
-
29.161
-29.161
-
In alle overzichten zijn opbrengsten met een minteken weergegeven. * Dit betreft de Gewijzigde Programmabegroting 2024 – 2027
De meerjarenbegroting toont een meerjarenbeeld dat financieel in evenwicht is. Met ingang van het jaar 2024 vindt een afname plaats in de opbrengsten als gevolg van de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). In dat jaar start fase 1 van de invoering. De afname breidt zich verder uit in 2027. Dan wordt fase 2 van de invoering verwacht. Omdat de ODMH geanticipeerd heeft op deze wet door een flexibele schil op te bouwen, kan de afname in de opbrengsten gecompenseerd worden door een vergelijkbare afname in de personeelskosten. Naast de Wkb is ook de Omgevingswet (Ow) begin 2024 in werking getreden. Deze wet heeft vooralsnog geen andere gevolgen dan een verschuiving in de taken en dus opbrengsten. Hiervan is de overdracht van een aanzienlijk deel van de bodemtaken van de provincie naar de gemeenten de meest ingrijpende.
2.3
Structurele mutaties in de reserves
De structurele mutaties in de reserves voor de jaren 2025 – 2028 zien er als volgt uit:
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
11 van 43
Structurele toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
2025
2026
2027
2028
Structurele stortingen Reserve Bodemkwaliteitskaarten
11.573
12.036
12.517
13.018
Totaal structurele stortingen
11.573
12.036
12.517
13.018
Structurele onttrekkingen Reserve Informatisering/Automatisering Reserve Bodemkwaliteitskaarten Reserve Verbouwing Reserve Digitalisering Reserve Externe Veiligheid
6.075 6.766 32.968 7.500 21.827
6.075 6.766 32.968 7.500 21.827
6.075 6.766 32.968 7.500 21.827
6.075 6.766 32.968 7.500 21.827
Totaal structurele onttrekkingen
75.136
75.136
75.136
75.136
Totaal structurele reservemutaties
63.563
63.100
62.618
62.118
De structurele storting betreft de jaarlijkse dotatie aan de bestemmingsreserve bodemkwaliteitskaarten ter grootte van 100 uur. Door deze structurele toevoeging blijft de bestemmingsreserve op niveau en wordt gespaard voor actualisaties van de kaarten. Met ingang van het jaar 2025 zal ook de bestemmingsreserve externe veiligheid ingezet worden gedurende een periode van 4 jaar. Vanaf dat jaar zullen de huidige bijdragen vanuit het gemeentefonds naar verwachting wegvallen. Alle overige structurele onttrekkingen zijn ter dekking van de eveneens structurele afschrijvingslasten op de investeringen.
2.4
Programmabegroting 2025
Naast de organisatiebrede begroting is voor het jaar 2025 een begroting opgesteld, waarin de programma’s milieu en bouw- en woningtoezicht apart gepresenteerd worden. Conform de voorschriften in het vernieuwde BBV wordt ook de overhead apart weergegeven. Programmabegroting 2025
Milieu
Bouw- en Woningtoezicht
Overhead
Totaal
Baten Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Financieringsbaten Onttrekking reserves
-15.703.176 -51.380 -1.372.922 -28.593
-7.664.591 -30.000 -41.028 -
-816.451 -200.000 -46.543
-23.367.767 -897.831 -1.413.949 -200.000 -75.136
Totaal Baten
-17.156.070
-7.735.619
-1.062.994
-25.954.682
Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
9.399.369 332.583 138.788 1.372.922 11.573
6.133.959 173.592 6.395 41.028 -
5.530.404 2.739.766 74.304 -
21.063.732 3.245.941 145.183 1.413.949 74.304 11.573
Totaal lasten
11.255.234
6.354.974
8.344.474
25.954.682
Saldo baten en lasten
-5.900.836
-1.380.645
7.281.481
Lasten
-
Doordat de overhead op grond van het BBV apart weergegeven wordt, toont het voorgaande overzicht geen zuivere resultaten voor de programma’s milieu en BWT. Het extracomptabel verdelen van de
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
12 van 43
overheadlasten toont een meerjarenbegroting, die zowel voor milieu als BWT budgetneutraal is. Het verdelen van de overheadlasten gebeurt op basis van de bijdragen.
2.5
Toelichting kosten- en opbrengstensoorten
In de tabellen van de volgende paragrafen en hoofdstukken worden de baten en lasten weergegeven in diverse kosten- en opbrengstensoorten. Hierna volgt per soort een korte uiteenzetting van de kosten en opbrengsten, die onder deze posten verantwoord worden. Baten: - Contractuele bijdragen: Bijdragen conform de jaarprogramma’s voor zowel milieu als BWT; - Overige bijdragen: Overige inkomsten en bijdragen; - Projectbaten: Projectopbrengsten, deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; - Financieringsbaten: Rentebaten - Onttrekking reserves: Bijdragen in de exploitatie vanuit de reserves. Lasten: - Personeelskosten: Salarislasten van personeel van de ODMH, inclusief ingehuurd personeel; - Apparaatskosten: Diverse kosten, zoals voor de leaseauto’s, automatiseringskosten, huisvestingslasten en afschrijvingslasten; - Directe productkosten: Algemene, productiegerelateerde, kosten, zoals werkbudgetten; - Projectlasten: Projectlasten, deze maken in het algemeen geen onderdeel uit van het exploitatieresultaat; - Financieringslasten: Rentelasten - Dotatie reserves: Bijdragen vanuit de exploitatie aan de reserves.
2.6
Incidentele baten en lasten
De meerjarenbegroting van de ODMH bevat voor de jaren 2025 tot en met 2028 naar verwachting geen financiële mutaties die een incidenteel karakter hebben. Het begrip incidenteel wordt in de ‘Notitie incidentele en structurele baten en lasten’ van de commissie BBV omschreven als baten en lasten die zich gedurende maximaal drie jaar voordoen, waarbij het van belang is dat het gaat om ‘eenmalige zaken’.
2.7
Structureel begrotingssaldo
Het structurele begrotingssaldo van de ODMH ziet er voor de jaren 2025 tot en met 2028 als volgt uit: Presentatie van het structurele begrotingssaldo (bedragen x € 1.000)
Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
Begroting 2025 64 -64 -
Begroting 2026 63 -63 -
Begroting 2027 63 -63 -
Begroting 2028 62 -62 -
Het totale structurele begrotingssaldo van de ODMH is nihil. De begroting is daarmee meerjarig in evenwicht.
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
13 van 43
2.8
Financiële positie ODMH
2.8.1 Inleiding In het kader van de programmabegroting 2015 is een meerjarige financiële analyse uitgevoerd, teneinde een oordeel te kunnen vellen over de ontwikkeling van het eigen vermogen. In deze programmabegroting 2025 - 2028 is deze meerjarige financiële analyse herhaald en geactualiseerd.
2.8.2 Vermogensontwikkeling 2023 - 2028 De financiële ontwikkeling van een organisatie laat zich goed analyseren aan de hand van de ontwikkeling van het eigen vermogen (EV). De ontwikkeling van het eigen vermogen is namelijk de resultante van zowel het reguliere operationele resultaat als van de directe mutaties in de reserves, voorzieningen en andere balansposten. Van 2023 tot en met 2028 kent het eigen vermogen van de ODMH de volgende geprognosticeerde ontwikkeling:
Eigen Vermogen ODMH
2023 *
2024
2025
2026
2027
2028
Stand 1 januari
2.280
2.045
1.982
1.919
1.856
1.793
Mutatie
-235
-62
-64
-63
-63
-62
Stand 31 december
2.045
1.982
1.919
1.856
1.793
1.731
Bedragen x € 1.000,* Onder voorbehoud van goedkeuring van de jaarstukken 2023 door de accountant en het algemeen bestuur.
De daling van het eigen vermogen vanaf 2024 vindt geleidelijk plaats en is vooral het gevolg van het inzetten van de diverse bestemmingsreserves ter dekking van de afschrijvingslasten voor diverse investeringen. In 2023 zijn extra onttrekkingen gedaan aan de reserves, omdat in dat jaar de inflatie heel hoog was en de reguliere indexatie onvoldoende bleek om deze inflatie op te vangen.
2.8.3 Geprognosticeerde balans Met het oog op een goede raming en beheersing van het EMU-saldo wordt een geprognosticeerde balans gepresenteerd. Dit betekent dat de werkelijke balans voor het jaar 2023 is opgenomen en geprognosticeerde balansen voor de jaren 2024 tot en met 2028. (bedragen x € 1.000)
ACTIVA
Rekening 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Vaste activa Materiële vaste activa
5.866
5.689
5.524
5.369
5.224
5.090
Totaal vaste activa
5.866
5.689
5.524
5.369
5.224
5.090
Vlottende activa Uitzettingen met en rentetypische looptijd korter dan één jaar
5.306
4.840
4.840
4.840
4.840
4.840
Liquide middelen
506
505
505
505
505
505
Overlopende activa
828
540
540
540
540
540
Totaal vlottende activa
6.641
5.885
5.885
5.885
5.885
5.885
Totaal activa
12.507
11.574
11.409
11.254
11.109
10.975
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
14 van 43
(bedragen x € 1.000)
PASSIVA
Rekening 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Vaste passiva Eigen vermogen
2.045
1.982
1.919
1.856
1.793
Voorzieningen
970
783
849
901
956
1.731 947
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
2.558
2.338
2.111
1.877
1.634
1.384
Totaal vaste passiva
5.573
5.103
4.879
4.634
4.383
4.062
Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische loopptijd korter dan één jaar Overlopende passiva Toe- / afname schuldpositie
420
588
588
588
588
588
6.515
5.515
5.515
5.515
5.515
5.515
0
368
427
517
623
810
Totaal vlottende passiva
6.935
6.471
6.530
6.620
6.726
6.913
Totaal passiva
12.507
11.574
11.409
11.254
11.109
10.975
2.8.4 EMU-saldo Conform het BBV is de ontwikkeling van het EMU-saldo voor de drie jaren volgend op het begrotingsjaar vereist in de meerjarenbegroting. De begroting van de ODMH is opgesteld conform een (gemodificeerd) stelsel van baten en lasten. Het EMU saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven van de overheidsorganisatie, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Rekening 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
-235
-62
-64
-63
-63
-62
563
552
541
530
519
509
129
107
113
117
121
126
159
375
375
375
375
375
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
+
-
-
-
-
-
-
-
164
294
48
65
66
135
-
-
-
-
-
-
-
134
-73
167
144
137
63
(bedragen x € 1.000)
1 2 3 4
5
6
7 8 9
10
11
Omschrijving Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) (een nadelig saldo wordt negatief weergegeven) Afschrijvingen ten laste van de exploitatie + Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten + bate van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn + verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen + verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten Boekwinst bij verkoop effecten Berekend EMU-saldo
Als gevolg van Europese regelgeving mogen EU-lidstaten een begrotingstekort (EMU-saldo) hebben van maximaal 3% van het bruto binnenlands product (BBP). Aan dit maximale tekort van 3% hebben, Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
15 van 43
naast de Rijksoverheid, ook de decentrale overheden een aandeel. Zoals eerder aangegeven werkt de EMU-systematiek op een andere manier dan het (gemodificeerde) baten- en lastenstelsel dat de gemeentelijke organisaties hanteren. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, daarbij wordt uitgegaan van de afschrijvingslasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Het EMU-saldo voor het jaar 2025 komt uit op € 167.000 positief. Het betekent dat in EMU-termen de inkomsten € 167.000 groter zijn dan de uitgaven.
2.8.5 Jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Op grond van artikel 20 lid 2 moet de programmabegroting de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van gelijke volume weergeven. Als gevolg van de invoering van het individueel keuzebudget (IKB) in 2017 heeft de ODMH dergelijke verplichtingen niet meer.
2.8.6 Financiering De ODMH heeft een langlopende lening voor het Midden-Hollandhuis. Deze is in 2015 tezamen met het pand in 2015 overgenomen van het toenmalige ISMH. Omdat de ODMH de jaarprogramma’s elk kwartaal vooruit in rekening brengt, is verdere financiering van de exploitatielasten niet noodzakelijk.
2.8.7 Begrotingsgrondslagen In hoofdstuk 2.1 zijn de uitgangspunten weergegeven, die gehanteerd zijn bij het opstellen van deze begroting. Vaste grondslag voor de begroting is de Nota Planning & Control. In die nota zijn de afspraken benoemd, die de ODMH en haar deelnemers overeengekomen zijn. Voorbeelden daarvan zijn afspraken omtrent indexering, bezuinigingen en de wijze van afrekening. De Nota Planning & Controle is in 2023 geactualiseerd.
2.8.8 Reserves en voorzieningen Het verloop van de reserves en voorzieningen van de ODMH in de periode 2023 tot en met 2028 ziet er als volgt uit: Omschrijving
Rekening 2023 Saldo begin dienstjaar
Toevoegingen
Begroting 2024 * Onttrekkingen
Saldo ultimo dienstjaar
Toevoegingen
Onttrekkingen
Saldo ultimo dienstjaar
Algemene reserve 1 Algemene Reserve
Totaal Algemene Reserves
1.402.500 1.402.500
248.153 248.153
250.000 250.000
1.400.653 1.400.653
6.075 50.000 32.968 7.500
66.821 44.839 362.656 82.500 87.307 644.123
-
-
1.400.653 1.400.653
Bestemmingsreserves 2 BR Informatisering/Automatisering 3 BR Bodemkwaliteitskaarten 4 BR Verbouwing 5 BR Digitalisering 6 BR Externe Veiligheid 7 BR Ontwikkelingen Totaal Bestemmingsreserves
72.896 84.747 395.624 90.000 87.307 146.670 877.244
10.092
10.092
146.670 243.213
11.030
11.030
6.075 26.766 32.968 7.500
73.309
60.746 29.104 329.688 75.000 87.307 581.845
Voorzieningen 8 VZ Personeel 9 VZ Verlofsparen 10 VZ Onderhoud Midden-Hollandhuis Totaal Voorzieningen
36.093 8.007 961.103 1.005.203
65.114 100.000 165.114
36.093
Totaal Reserves en Voorzieningen
3.284.948
423.359
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
164.303 200.396
73.121 896.800 969.921
106.920 106.920
294.166 294.166
73.121 709.554 782.675
693.609
3.014.698
117.950
367.475
2.765.173
16 van 43
Omschrijving
Begroting 2025 Toevoegingen
Onttrekkingen
Begroting 2026 Saldo ultimo dienstjaar
Toevoegingen
Onttrekkingen
Saldo ultimo dienstjaar
Algemene reserve 1 Algemene Reserve -
Totaal Algemene Reserves
-
1.400.653 1.400.653
-
-
1.400.653 1.400.653
Bestemmingsreserves 2 BR Informatisering/Automatisering 3 BR Bodemkwaliteitskaarten 4 BR Verbouwing 5 BR Digitalisering 6 BR Externe Veiligheid 7 BR Ontwikkelingen Totaal Bestemmingsreserves
6.075 6.766 32.968 7.500 21.827
11.573
11.573
75.135
54.671 33.911 296.720 67.500 65.480 518.282
6.075 6.766 32.968 7.500 21.827 75.135
48.596 39.181 263.752 60.000 43.654 455.183
116.668 116.668
65.377 65.377
73.121 824.761 897.882
128.704
140.512
2.753.718
12.036
12.036
Voorzieningen 8 VZ Personeel 9 VZ Verlofsparen 10 VZ Onderhoud Midden-Hollandhuis Totaal Voorzieningen
112.180 112.180
48.264 48.264
73.121 773.471 846.592
Totaal Reserves en Voorzieningen
123.753
123.400
2.765.527
Omschrijving
Begroting 2027 Toevoegingen
Onttrekkingen
Begroting 2028 Saldo ultimo dienstjaar
Toevoegingen
Onttrekkingen
Saldo ultimo dienstjaar
Algemene reserve 1 Algemene Reserve -
Totaal Algemene Reserves
-
1.400.653 1.400.653
-
-
1.400.653 1.400.653
Bestemmingsreserves 2 BR Informatisering/Automatisering 3 BR Bodemkwaliteitskaarten 4 BR Verbouwing 5 BR Digitalisering 6 BR Externe Veiligheid 7 BR Ontwikkelingen Totaal Bestemmingsreserves
6.075 6.766 32.968 7.500 21.827
12.517
12.517
75.135
42.521 44.933 230.784 52.500 21.827 392.565
6.075 6.766 32.968 7.500 21.827 75.135
36.446 51.186 197.816 45.000 330.448
126.188 126.188
134.708 134.708
73.121 872.031 945.152
139.206
209.843
2.676.252
13.018
13.018
Voorzieningen 8 VZ Personeel 9 VZ Verlofsparen 10 VZ Onderhoud Midden-Hollandhuis Totaal Voorzieningen
121.334 121.334
65.545 65.545
73.121 880.551 953.672
Totaal Reserves en Voorzieningen
133.852
140.680
2.746.890
* De mutaties van het jaar 2024 zijn aangepast aan de huidige inzichten.
2.8.9 Investeringen 2025 – 2028 Voor de jaren 2025 tot en met 2028 zijn investeringen geraamd op het gebied van automatisering, apparatuur en meubilair. Deze betreffen vervangingsinvesteringen. Investeringen
2025
2026
2027
2028
Automatisering Apparatuur milieu Huisvesting / meubilair
250.000 50.000 75.000
250.000 50.000 75.000
250.000 50.000 75.000
250.000 50.000 75.000
Totaal
375.000
375.000
375.000
375.000
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
17 van 43
3
Programma milieu
3.1
Wat willen we bereiken?
De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Dit doen we door milieutaken in de hele regio en bouw- en woningtoezichttaken in een deel ervan uit te voeren in opdracht van de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland. Daarnaast voeren wij de wettelijke zwemwatertaak uit in de gehele provincie Zuid-Holland. De taken van de ODMH omvatten vergunningverlening, toezicht en handhaving van milieuregels, bouw- en woningtoezicht en advisering, ontwikkeling en uitvoering van duurzaamheidsbeleid. De ODMH adviseert gemeenten ook over milieuaspecten bij ruimtelijke plannen. Daarnaast voert de ODMH taken uit ten aanzien van bodem en ondergrond, archeologie, externe veiligheid, geluid- en luchtkwaliteit, ecologie en milieueducatie. De ODMH houdt ook toezicht op de kwaliteit en veiligheid van officiële zwemwaterlocaties en badinrichtingen in de gehele provincie Zuid-Holland. Bij de uitvoering van deze taken streven wij ernaar een professionele, betrouwbare en vertrouwde organisatie te zijn.
3.2
Wat gaan we daar voor doen?
De programmabegroting van de ODMH is gebaseerd op een inschatting van het aantal uur dat wij zullen leveren aan de opdrachtgevers. Deze inschatting maken we door het te verwachten aantal producten per opdrachtgever (gemeente/provincie) te vermenigvuldigen met het kental. Daar waar we geen kental hanteren, maken we een inschatting op urenbasis (maatwerk). De realisatie van het maatwerk bespreken we tweemaandelijks met onze opdrachtgevers. De algemene taken van de ODMH bestaande uit juridische en beleidsondersteuning, klachtenbehandeling, milieuvluchten, applicatiebeheer van het inrichtingenbestand, geografisch databeheer, de helpdesk, gebiedsgerichte controles en beleidsondersteuning bundelen we in een regionaal budget en verdelen we op basis van inwoneraantal. Bij de bepaling van het te verwachten aantal producten houden we rekening met nieuwe ontwikkelingen in het gehele werkveld van de ODMH, zoals de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), en met de realisatiecijfers van 2023. Omgevingsvergunningen Het team vergunningverlening milieu van de ODMH behandelt aanvragen en neemt zelf initiatief tot ambtshalve actualisering of intrekking van vergunningen als dat nodig is. Een omgevingsvergunning milieu heeft als doel om (economische) activiteiten te laten uitvoeren op een manier die milieuhygiënisch verantwoord is, die overlast voor omwonenden beperkt.
Vergunningen voor vergelijkbare activiteiten worden op vergelijkbare wijze verleend, zodat sprake is van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid voor de ondernemers. Hierbij werken wij met een standaard voorschriftenpakket waarbij maatwerk tot de mogelijkheden behoort. De wettelijke procedure die wordt doorlopen, geeft omwonenden de gelegenheid inspraak uit te oefenen en tijdig kennis te nemen van de inhoud van de vergunning. Met de start van de Omgevingswet kan een bevoegd gezag leges heffen over milieubelastende activiteiten. De inning van de leges is een verantwoordelijkheid van de betreffende gemeente. Wel levert de ODMH de benodigde informatie voor de legesinning. Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
18 van 43
Toezicht en handhaving De ODMH controleert namens de aangesloten gemeenten en de provincie Zuid-Holland of bedrijven binnen de regio zich houden aan de (milieu-)wet- en regelgeving. Fysieke controles De omgevingsdienst controleert namens B&W en GS omgevingsvergunningen en meldingen. Tijdens de fysieke controles houden we toezicht op de impact van bedrijven op de veiligheid en de milieubelasting. Zo letten we op de aanwezigheid, het gebruik en de emissie van gevaarlijke stoffen en kunnen gevaarlijke en of hinderlijke situaties worden onderkend en zo nodig verkleind. Ook zien we toe op de vereiste voorzieningen waarmee overlast van geur, stof en geluid voor omwonenden wordt voorkomen of beperkt. De ODMH maakt bij fysieke controles onderscheid tussen preventieve, pro-actieve en reactieve controles(al dan niet naar aanleiding van klachten en meldingen). Hierbij passen wij de volgende risicomethodiek toe. Bedrijven met de grootste impact op de veiligheid of de milieubelasting krijgen de meeste aandacht. Het inplannen van de bedrijfscontroles gebeurt risicogericht waarbij we rekening houden met de ervaringen bij de bedrijven in de afgelopen jaren. Afhankelijk van onder andere het naleefgedrag, klachten en bedrijfsmeldingen voeren we extra toezicht uit waar dit nodig is. Administratieve controle Naast de fysieke controles houdt de ODMH ook administratief toezicht.
Bij een administratieve controle doen we onderzoek naar de juistheid en betrouwbaarheid van de door bedrijven beschikbaar gestelde informatie. Hierbij werken we samen met de andere omgevingsdiensten in Zuid-Holland aan de optimalisering van het toezicht. De ODMH hanteert twee typen toezicht: • Systeemtoezicht: hierbij maken we zoveel mogelijk gebruik van de eigen beheerssystemen van een bedrijf. • Informatiegestuurd toezicht: op basis van de beschikbare informatie bij de partners (bestuurs- en strafrecht, fiscaal) wordt de effectiviteit van toezicht verhoogd bij problemen die het domein van een enkel bevoegd gezag overstijgen. Bestuursrechtelijke en strafrechtelijke handhaving Bij de constatering van een overtreding zetten we een optimale mix van bestuursrechtelijke en strafrechtelijke instrumenten in om de overtreding ongedaan te maken. De basis hiervoor is de landelijke handhavingsstrategie. De ernst van de overtreding (milieu, veiligheid, gezondheid) en het gedrag van de overtreder (proactief, onverschillig, calculerend bewust, structureel negatief) zijn bepalend voor de te kiezen instrumentaria. De ODMH heeft boa’s (bijzondere opsporingsambtenaren) in dienst. Boa’s zetten wij in op diepgaande strafrechtelijke onderzoeken op het gebied van milieuwetgeving. Daarnaast zetten wij boa’s in voor het punitieve instrument ‘bestuurlijke strafbeschikking’.
De vijf Zuid-Hollandse omgevingsdiensten hebben een samenwerkingsovereenkomst gesloten over de inzet van boa’s in de provincie Zuid-Holland. De boa’s zijn bij de eigen omgevingsdienst in dienst, maar kunnen wel in heel Zuid-Holland hun werk doen.
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
19 van 43
Badinrichtingen en zwemwater Gedeputeerde Staten is het bevoegd gezag voor de handhaving van de gelegenheid geven tot zwemmen en baden (Omgevingswet, hoofdstuk 15). De ODMH voert deze taak op het grondgebied van de hele provincie Zuid-Holland uit. Dit betekent dat wij jaarlijks de bad- en zweminrichtingen in Zuid-Holland controleren op hygiëne en veiligheid. We houden toezicht op de zwembaden en de oppervlaktewaterlocaties. In de Omgevingswet is het zwemseizoen niet langer vastgelegd, maar ter bepaling van GS. In deze periode controleren wij de buitenlocaties. De waterkwaliteit bewaken we aan de hand van monsters die de waterkwaliteitsbeheerders nemen en laten analyseren. De ODMH ontvangt de analyseresultaten en maakt de kwaliteit bekend via www.zwemwater.nl en de zwemwatertelefoon. Indien de kwaliteit niet in orde is, volgt een waarschuwing, een negatief zwemadvies of, in ernstige gevallen, een zwemverbod. Duurzaamheid De ODMH ondersteunt bij de uitvoering van duurzaamheidsprogramma’s van onze deelnemende gemeenten. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het begeleiden van de energietransitie zoals het aardgasvrij maken van bestaande en nieuwe gebouwen en het stimuleren van duurzame energieopwekking. Ook stimuleert en controleert de ODMH bedrijven om bedrijfsgebouwen en –processen te verduurzamen.
Nederland wil in 2030 50% minder primaire grondstoffen gebruiken en in 2050 volledig circulair zijn. De Zuid-Hollandse omgevingsdiensten werken samen om Circulaire Economie een goede plek in de uitvoering te geven en samen kennis op te bouwen en werkwijzen te ontwikkelen. In het verlengde van duurzaamheid werkt de ODMH aan natuur- en milieueducatie. Hiervoor zetten wij het regionale Centrum voor Natuur- en Milieueducatie De Zwanebloem in. Kinderen in het basisonderwijs kunnen lessen op onze leszolder volgen en de ODMH verzorgt leskisten en lesmateriaal voor basisscholen. Ook bestaat de mogelijkheid voor buitenlessen op locatie vlakbij de school. Specialistische taken De ODMH voert alle milieutaken uit inclusief in- en externe advisering op het gebied van bodem, archeologie, geluid, lucht, ecologie, externe veiligheid en andere aspecten uit de fysieke leefomgeving. Bodem en Archeologie De bodemwerkzaamheden leiden ertoe dat het bodemaspect van de openbare ruimte tijdens de inrichting en het beheer wordt meegewogen en meegenomen in de besluitvorming. Zo worden voorwaarden verbonden aan het al dan niet bouwen op ernstig verontreinigde grond. Medewerkers zien toe op het verantwoord toepassen van grond en op het behoud van archeologisch erfgoed. Hergebruik wordt gestimuleerd en bodemonderzoek tegen een scherpe prijs aangeboden.
Ook heeft bodembeleid als doel zoveel mogelijk grond en bagger te hergebruiken zonder dat risico’s optreden voor de gebruikers. Geluid en Lucht De meeste klachten die jaarlijks binnenkomen bij de ODMH hebben betrekking op geluid en lucht. Om die hoeveelheid klachten te verminderen en waar mogelijk te voorkomen voert de ODMH, bij voorkeur in een zo vroeg mogelijk stadium, bedrijfscontroles en metingen uit. Daarnaast adviseren wij op deze milieuthema’s bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen milieu.
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
20 van 43
Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM), Ecologie en Externe veiligheid Het cluster ROM adviseert en ondersteunt op milieugebied bij ruimtelijke plannen in de regio MiddenHolland. In een zo vroeg mogelijk stadium brengt de ODMH de benodigde randvoorwaarden in kaart om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken. Gezien dat ruimte steeds schaarser wordt, is dit meer en meer relevant. Ook hebben we aandacht voor kansen om de kwaliteit van de leefomgeving te verhogen. Om de waarde van onze natuur is veel te doen. De ecologen van de ODMH waarborgen de ecologische inbreng in de ruimtelijke planvorming en ondersteunen de omgevingsvergunningverleners bij het uitvoeren van hun taak. Ook ondersteunen zij bij biodiversiteitsvraagstukken van onze opdrachtgevers. Bij externe veiligheid worden de plaatselijke risico’s voor de omgeving tijdens de verschillende productiefases van gevaarlijke stoffen (produceren, behandelen of vervoer) in kaart gebracht. We objectiveren de risico’s en de adviezen worden meegenomen in het planvormingsproces van de regionale gemeenten. Kwaliteit uitvoering VTH taken Vanuit de Omgevingswet en de vastgestelde kwaliteitsverordening hebben het college van B&W, respectievelijk Gedeputeerde Staten, jaarlijks de verplichting over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH taken te rapporteren aan de gemeenteraad, respectievelijk Provinciale Staten.
De kwaliteitscriteria 2.3, zowel voor de kritieke massa als voor de processen, zijn de basis voor de uitvoering van de taken door de ODMH. De kwaliteitscriteria 2.3 zijn een door de samenwerkende overheden ontwikkelde standaard voor de uitvoering van de taken. Jaarlijks rapporteren we hierover aan de opdrachtgevers. Voor de VTH-taken op het gebied van milieu voldoet de ODMH aan de landelijke kwaliteitscriteria.
3.3
Wat gaat het kosten?
Het begrotingstotaal van het programma milieu bedraagt € 11.255.234. De complete begroting voor het jaar 2025 ziet er als volgt uit:
Programmabegroting 2025 Milieu Baten
Lasten
Contractuele bijdragen Overige bijdragen Projectbaten Onttrekking reserves
-15.703.176 -51.380 -1.372.922 -28.593
Personeelskosten Apparaatskosten Directe productkosten Projectlasten Financieringslasten Dotatie reserves
9.399.369 332.583 138.788 1.372.922 11.573
Totaal baten
-17.156.070
Totaal lasten
11.255.234
Saldo van baten en lasten
-5.900.836
Voor de gemeentelijke en provinciale bijdragen voor het programma milieu wordt verwezen naar bijlagen 1 en 2.
Programmabegroting 2025 - 2028, Omgevingsdienst Midden-Holland
21 van 43
4
Programma bouw- en woningtoezicht
De ODMH voert naast de milieutaken, ook taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht en ruimtelijke ordening (BWT-taken) uit voor de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Waddinxveen en Zuidplas en de provincie Zuid-Holland. De afdeling Bouw- en woningtoezicht bestaat uit drie teams (team Juridische Zaken, team Toezicht en Handhaving en team Vergunningverlening).
4.1
Wat willen we bereiken?
De ODMH draagt bij aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. De afdeling BWT van de ODMH heeft een duidelijke opdrachtmissie: BWT ziet namens de opdrachtgevers toe op de veilige bouw en het toegestane gebruik van gronden en bouwwerken. Wij doen dat door vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering op het gebied van bouwregelgeving en ruimtelijke ordening. De ODMH voert voor vier gemeenten de taken op het gebied van bouw- en woningtoezicht uit. Door de overdracht van de BWT-taken van gemeenten aan de ODMH wordt een betere dienstverlening aan ondernemers en inwoners mogelijk. De bundeling van kennis en taken leidt bovendien tot meer specialisme en minder kwetsbaarheid in de dienstverlening. De kwaliteit verbetert ook door een meer eenduidige wijze van vergunningverlening, toezicht en handhaving in de regio.
4.2
Wat gaan we daar voor doen?
De programmabegroting van de ODMH is gebaseerd op een inschatting van het aantal uur dat wij zullen leveren aan de opdrachtgevers. Deze inschatting maken we door het te verwachten aantal producten per opdrachtgever (gemeente/provincie) te vermenigvuldigen met het kental. Voor producten die vanwege hun aard of omvang niet geschikt zijn om op grond van een kental af te rekenen, zoals het voeren van vooroverleg op grond van conceptaanvraag en het afhandelen van principeverzoeken tot vaststelling van de vergunbaarheid, maken we een inschatting van het benodigde aantal uur per jaar. Na afronding van het product volgt een nacalculatie op het daadwerkelijk gemaakte aantal uren. Dit geldt ook voor het product ‘Minnelijk traject bij handhavingszaken en bezwaarprocedures inclusief mediation’. Ook kunnen we op offertebasis aparte afspraken maken met de opdrachtgever (maatwerk). Deze maatwerkproducten rekenen we na afronding af op basis van de daadwerkelijk gemaakte uren. De ‘regionale uren’ algemene taken van de ODMH bundelen we in een regionaal budget en worden verdeeld op basis van inwoneraantal. De regionale uren bestaan uit het organisatorisch inrichten en operationeel hebben van een klantencontactcentrum voor de gemeenten (frontoffice), het delen van gebiedskennis of datamanagement en het up-to-date houden van modellen.