CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

2.8 Ecologisch onderzoek

Besluitvormende raadsvergadering 12 oktober 2022, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: RV.RB. Vaststellen bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a Waddinxveen8.380 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Colofon Titel

Actualisatie Ecologisch Onderzoek Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Status rapport

Concept

Projectnummer

22A029

Datum uitgave

juli 2022

Samengesteld door

Heidi van der Welle, adviseur Watersnip Advies John van Gemeren, senior adviseur Watersnip Advies

Foto’s

Watersnip Advies

Naam en adres opdrachtgever

J. Borg Snijheesters v.o.f. Noordeinde 4 2742 AG Waddinxveen

Contactpersoon opdrachtgever

IntROview B.V., de heer W. Kaandorp

Alle auteursrechten ten aanzien van dit rapport worden uitdrukkelijk voorbehouden. Niets uit dit rapport mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van Watersnip Advies, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Watersnip Advies

1

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Inhoudsopgave 1

INLEIDING ...................................................................................................................... 4

2

TOETSINGSKADER .......................................................................................................... 6 2.1 EUROPESE RICHTLIJNEN ................................................................................................. 6 2.2 LANDELIJK NATUURBELEID- EN WETGEVING .......................................................................... 6 2.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) ....................................................................... 6 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland ....................................................................................... 9 2.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) ..................................................................... 10

3

LOCATIEBESCHRIJVING ................................................................................................ 12 3.1 3.2

4

HUIDIGE SITUATIE ...................................................................................................... 12 PLANNEN ................................................................................................................ 12

RESULTATEN ONDERZOEK ............................................................................................ 15 4.1 METHODE................................................................................................................ 15 4.2 FLORA .................................................................................................................... 15 4.3 FAUNA ................................................................................................................... 16 4.3.1 Vogels ............................................................................................................... 16 4.3.2 Vissen ............................................................................................................... 17 4.3.3 Amfibieën........................................................................................................... 17 4.3.4 Reptielen ............................................................................................................ 19 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................... 19 4.3.6 Vleermuizen ........................................................................................................ 21 4.3.7 Overige soorten ................................................................................................... 21

5

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ................................................................................. 23 5.1 5.2

6

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .................................................................................... 23 ALGEMENE ZORGPLICHT............................................................................................... 26

BRONNEN .................................................................................................................... 27

BIJLAGE I:

AANVULLENDE INFORMATIE N.A.V. ZIENSWIJZE................................................. 28

Watersnip Advies

2

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Watersnip Advies

3

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

1 Inleiding In verband met een nieuw bestemmingsplan voor de sierteeltregio Boskoop is ecologisch onderzoek nodig. Dit onderzoek is in september 2018 uitgevoerd door Watersnip Advies (rapportnummer 18A051). Omdat dit onderzoek ouder is dan 3 jaar is actualisatie van het onderzoek en rapport nodig. Hiertoe is in maart 2022 opnieuw een veldbezoek gebracht aan het plangebied. Hierbij is gekeken of de situatie de afgelopen jaren is veranderd en zich nieuwe kansen voordoen voor beschermde soorten. De nieuwe, geactualiseerde informatie is cursief toegevoegd aan de oorspronkelijke rapportage van het ecologische onderzoek. In deze rapportage worden twee verschillende locaties beschreven. Te weten Noordeinde 4 en Noordeinde 46, 46bis en 46a. Ten noorden van Noordeinde 4 ligt een perceel waarin een nieuwe (compensatie)woning kan worden gebouwd. De bedrijfswoning wordt in het bestemmingsplan omgezet in een plattelandswoning. Drie bestaande agrarische bouwvlakken aan Noordeinde 46, 46bis en 36a worden omgezet in één nieuw bouwvlak voor Noordeinde 46. Binnen dit bouwvlak worden oude kassen en een schuur afgebroken en zal ruimte zijn voor nieuwbouw van een loods. De initiatiefnemer van de voorgenomen plannen dient te verkennen of er mogelijk schadelijke gevolgen zijn voor beschermde natuurwaarden in het plangebied.

Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen beschermde planten- en diersoorten en beschermde gebieden. Concreet betekent het dat nagegaan moet worden of: - Er overtreding van de verbodsbepalingen voor beschermde soorten plaatsvindt (toetsing Wet Natuurbescherming). Beschermde plantensoorten mogen niet vernietigd of beschadigd worden. Beschermde diersoorten mogen niet gedood, verwond of opzettelijk verontrust worden. Daarnaast mogen hun nesten, holen of andere voortplantings- of vaste rust- of verblijfsplaatsen niet beschadigd, vernield, uitgehaald, weggenomen of verstoord worden en mogen hun eieren niet vernietigd of vernield worden; - Er mogelijke significante gevolgen zijn voor beschermde gebieden (toetsing Wet Natuurbescherming); - Er wezenlijke waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Nederland aangetast worden (Toepassing Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, Compensatiebeginsel Natuur, Recreatie en Landschap). Om te onderzoeken of bovenstaande bepalingen overtreden of aangetast worden dient het plangebied onderzocht te worden, middels een bureaustudie en onderzoek naar de aanwezige flora en fauna door een deskundige op het gebied van ecologie. In september 2018 en in maart 2022 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie verricht in het plangebied.

Hierbij werd met name gelet op het voorkomen van beschermde planten- en diersoorten. Daarnaast zijn de verschillende biotopen binnen het plangebied beoordeeld met betrekking tot potentieel voorkomende beschermde soorten.

Watersnip Advies

4

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Dit rapport geeft een overzicht van de voor het plangebied geldende natuurwetgeving, de aanwezigheid van beschermde gebieden in de nabije omgeving en de aanwezige en verwachte flora en fauna in het plangebied. Vervolgens wordt aangegeven of er bij het realiseren van de voorgenomen plannen schade verwacht wordt aan beschermde soorten. Met het oog op de algemene zorgplicht, die geldt voor alle planten- en diersoorten, worden waar mogelijk maatregelen beschreven, gericht op het voorkomen van schade.

Watersnip Advies

5

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

2 Toetsingskader 2.1 Europese richtlijnen Binnen de Europese Unie vormen de Natura2000-gebieden een netwerk van beschermde natuur. Het doel van deze gebieden is het behoud van de biodiversiteit in Europa. Het beschermen van kwetsbare planten en dieren en hun leefgebieden is hierbij het uitgangspunt. Deze richtlijnen zijn in Europa uitgewerkt in de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de Nederlandse wetgeving zijn deze geïmplementeerd in de Wet Natuurbescherming. Deze wet is van kracht geworden op 1 januari 2017.

2.2 Landelijk natuurbeleid- en wetgeving 2.2.1 Wet Natuurbescherming 2017 (Wnb) In de Wet Natuurbescherming zijn per 1 januari 2017 drie wetten opgenomen, te weten de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en Boswet. Natura2000-gebieden In Nederland zijn gebieden aangewezen als speciale beschermingszones. Deze gebieden vallen onder de Vogelrichtlijn en/of de Habitatrichtlijn en worden aangeduid als Natura2000gebieden. Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Per provincie is het college van Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het treffen van instandhoudingsmaatregelen en passende maatregelen. Tevens heeft de provincie de bevoegdheid om bijzondere landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen, mits deze niet reeds onder een Natura2000-gebied vallen. Activiteiten die mogelijk negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit van de natuurlijke habitats, of habitats van soorten kunnen verslechteren of een significant verstorend effect zouden kunnen hebben op aangewezen soorten binnen een gebied, zijn vergunningsplichtig. Soorten De soortenbescherming is bedoeld om in het wild levende planten- en diersoorten te beschermen als er werkzaamheden plaatsvinden in en rond het leefgebied van een soort.

In de Wet Natuurbescherming worden drie beschermingsregimes onderscheiden; Europees beschermde soorten vallen onder beschermingsregimes soorten “Vogelrichtlijn (wnb-vrl) en beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn” (wnb-hrl) en nationaal beschermde soorten vallen onder beschermingsregime “andere soorten” (wnb- andere soorten). Werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan soorten zijn, o.a; (ver)bouwen, slopen, of wegen aanleggen, water dempen en graven. Voor werkzaamheden die geen schade veroorzaken aan beschermde soorten, hoeft vooraf niets geregeld te worden. Als het echter onmogelijk is om schade aan beschermde soorten te voorkomen, dan moet vooraf bepaald worden of er een vrijstelling geldt of dat er een ontheffing moet worden aangevraagd. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Wanneer in geval van ruimtelijke ontwikkeling en inrichting schade ontstaat aan beschermde planten en dieren, is het mogelijk te werken met een goedgekeurde gedragscode die toepasbaar is voor de geplande activiteiten en de aangetroffen soorten. Indien dit niet het geval is en er schade ontstaat aan beschermde soorten dient een ontheffing te worden

Watersnip Advies

6

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

aangevraagd. Ontheffingen worden aangevraagd bij de provincie. De voorwaarden verbonden aan een vrijstelling of ontheffing zijn afhankelijk van de mate van bescherming van de planten- en diersoorten die binnen het plangebied voorkomen. Een ontheffing wordt alleen toegekend als de werkzaamheden het voortbestaan van de soort niet in gevaar brengen. Door het nemen van (mitigerende) maatregelen kan een ontheffingsaanvraag in de meeste gevallen voorkomen worden. Deze maatregelen dienen voorafgaande aan de werkzaamheden uitgevoerd te worden om zo de functionaliteit van het plangebied voor de beschermde soort(en) ten allen tijden te behouden. Het gaat daarbij dus om het voorkómen van schade (zie figuur 1). Deze mitigerende maatregelen dienen opgesteld te worden door of in samenwerking met een ter zake kundige. Ook het integreren van ecologische maatregelen in onderdelen van het plan met het oog op consolideren van het leefgebied voor populaties kan een ontheffingsaanvraag voorkomen.

Figuur 1: Stappenplan onderzoek Wet natuurbescherming (Bron: www.regelink.net)

In het kader van de Wet natuurbescherming zijn alle vogels beschermd. Tijdens het broedseizoen zijn de nesten van alle vogels beschermd en mogen niet verontrust worden. Nesten van sommige vogelsoorten zijn jaarrond beschermd. Ten aanzien van jaarrond beschermde nesten onderscheidt de Wnb vijf categorieën: nesten die buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (1), nesten van koloniebroeders die jaarlijks dezelfde vaste broedplaats hebben (2), nesten van vogels die niet in kolonie broeden maar wel jaarlijks dezelfde vaste broedplek hebben (3), nesten van vogels die jaarlijks gebruik maken van hetzelfde nest (4) en ten slotte nesten van vogels die geneigd zijn

Watersnip Advies

7

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

terug te keren naar de broedplek van het vorige jaar, maar wel flexibel genoeg zijn om zich elders te vestigen indien nodig (5). De nesten van de vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd. De nesten van de soorten in categorie (5) zijn jaarrond beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn of als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Algemene zorgplicht (artikel 1.11) Voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor Natura2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten, of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Houtopstanden, hout en houtproducten Het is verboden om een houtopstand buiten de grenzen van de bebouwde kom geheel of gedeeltelijk te kappen, zonder hier voorafgaande aan de werkzaamheden melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Indien er houtopstand gekapt moet worden geldt er een herplantplicht. Let wel, hakhoutbeheer geldt als bestendig beheer.

Het gaat om kappen ter verwijdering op korte of langere termijn. Toetsing Wet Natuurbescherming 2017 De plangebieden maken geen onderdeel uit van een Natura2000-gebied of bijzondere provinciale natuurgebied. Noordeinde 4: Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ ligt 5,5 km ten oosten van het plangebied. De Natura2000-gebieden ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en ‘De Wilck’ liggen respectievelijk 9,5 ten noordoosten en 9 km noordwesten van het plangebied. Noordeinde 4, 46bis en 46a: Het dichtstbijzijnde Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ ligt 6 km ten oosten van het plangebied. De Natura2000-gebieden ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ en ‘De Wilck’ liggen respectievelijk 9 ten noordoosten en 8,5 km noordwesten van het plangebied. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Broekvelden-Vettenbroek & Polder Stein’ zijn: Kleine Zwaan, Krakeend, Slobeend en Smient. Doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ zijn: Noordse woelmuis, Bittervoorn, Gestreepte waterroofkever, Groenknolorchis, Kleine modderkruiper, Meervleermuis, Platte schijfhoren, Rivierdonderpad, Zeggekorfslak, Grote zilverreiger, Kolgans, Krakeend, Purperreiger, Rietzanger, Roerdomp, Smient, Snor, Zwarte stern en Zwartkopmeeuw. De doelsoorten van het Natura2000-gebied ‘De Wilck’ zijn Kleine zwaan en Smient.

Een deel van deze doelsoorten komt uitsluitend voor binnen het Natura2000-gebied. Andere soorten, zoals Smient, Krakeend, Grote zilverreiger en Kolgans foerageren ook in de wijdere omgeving van het Natura2000-gebied. Het plangebied aan het Noordeinde 4 is beperkt van omvang en ingesloten door een dijk met weg, woningen en kwekerij. Hierdoor is het niet Watersnip Advies

8

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

geschikt als foerageergebied voor genoemde soorten. De cultuurdruk is te hoog. Noordeinde 46 bestaat hoofdzakelijk uit loodsen, verharding en kwekerij. Ook hier is de cultuurdruk te hoog om te kunnen fungeren als foerageergebied voor de doelsoorten. Beide plangebieden zijn niet geschikt als foerageergebied. Negatieve effecten op de doelsoorten van de Natura2000-gebieden zijn derhalve niet aan de orde. Een uitgebreide beschrijving van de flora en fauna binnen het plangebied is te vinden in hoofdstuk 4. Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van de gemeente Waddinxveen. Er is geen sprake van het kappen van houtopstanden. De herplantplicht in het kader van de Wet Natuurbescherming is daarom niet aan de orde. 2.2.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland in de wet benoemd als de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is een netwerk van natuurgebieden in Nederland om de biodiversiteit te behouden en te versterken. Via dit netwerk kunnen planten en dieren zich verspreiden, waardoor de kans op uitsterven verkleind wordt. De NNN bestaat uit: - Natura 2000 gebieden; - bestaande natuurgebieden, zoals de Nationale Parken; - gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; - landbouwgebieden, die beheerd worden volgen agrarisch natuurbeheer en; - grote wateren, zoals meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en Waddenzee.

De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan van 1990, en via de planologische kernbeslissing Nota Ruimte van de voormalige Ministeries van VROM, LNV, V&W en EZ (2006) voortgezet in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, opgesteld door het Ministerie van I&M (2012). In 1995 werden de doelsoorten en natuurdoeltypen gedefinieerd, die in 2000 werden doorgevoerd in de provinciale plannen. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de uitvoering van de NNN. De natuur in de NNN is beschermd middels een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de NNN zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Eventuele schade moet zoveel mogelijk worden gemitigeerd en/of gecompenseerd. Toetsing Natuurnetwerk Nederland De plangebieden maken geen deel uit van NNN-gebied (zie figuur 2). Ook zijn er geen bijzondere landschapselementen aanwezig in het plangebied. De ruimtelijke ingrepen die verband houden met de bouw van woningen aan Noordeinde 4 en de sloop en nieuwbouw van bedrijfsruimtes op Noordeinde 46 zullen vanwege de ligging van het plangebied geen schade veroorzaken aan de NNN.

Watersnip Advies

9

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Figuur 2: Overzicht van de nabijgelegen Natura2000 en NNN-gebieden t.o.v. de plangebieden (rode contour: Noordeinde 4, blauwe contour: Noordeinde 46,bis,a (bron: ruimtelijkeplannenzuidholland.nl, kaart 8)

2.2.3 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (1 april 2019) en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap Zuid-Holland (2013) Op 1 april 2019 is het Omgevingsbeleid in werking getreden. In het Omgevingsbeleid heeft de Provincie Zuid-Holland verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving samengebracht. De voorheen fungerende Visie ruimte en mobiliteit (VRM) is ook opgenomen in het Omgevingsbeleid. Met dit nieuwe beleid heeft de provincie voorgesorteerd op de Omgevingswet die 1 januari 2023 in werking treedt. Het Omgevingsbeleid bestaat uit de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. In het nieuwe Omgevingsbeleid zet de provincie in op een betere relatie tussen stad en land. En ook is het doel een betere samenhang tussen de verschillende functies binnen de groene ruimte, zoals landbouw, natuur, recreatie, water en cultuurhistorie te realiseren. Er moet een samenhangend stelsel komen van de verschillende groene ruimtes en de stad, de zogenoemde groenblauwe structuur. Bescherming van natuurgebieden en het Natuurnetwerk Nederland zijn hiervan belangrijke onderdelen. Het ontwikkelen van nieuwe plannen kan inbreuk maken op te beschermen waarden in het landschap. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat er compensatie plaatsvindt als er specifieke natuur-, recreatie- of landschapswaarden verloren gaan.

GS heeft hiervoor in mei 2013 de beleidsregel compensatie natuur, recreatie en landschap Zuid-Holland 2013 vastgesteld. Deze beleidsregel is opgenomen in de Omgevingsverordening. In deze beleidsregel is voor een aantal gebieden compensatie noodzakelijk bij het verlies van ecologische waarden. Dit zijn; • het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS); • de belangrijke weidevogelgebieden; • de recreatiegebieden om de stad; • strategische reservering natuur; • de karakteristieke landschapselementen. Biotopen voor Rode lijstsoorten zijn niet langer compensatie plichtig.

Watersnip Advies

10

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Toetsing Visie Ruimte en Mobiliteit en Compensatie Natuur, Recreatie en Landschap ZuidHolland Bovenstaande elementen zijn in en rond het plangebied niet aanwezig. Er zal daardoor geen schade ontstaan door de geplande werkzaamheden.

Figuur 3: Ligging belangrijk weidevogelgebied t.o.v. de plangebieden (rode contour: Noordeinde 4, blauwe contour: Noordeinde 46,bis,a (bron: ruimtelijkeplannenzuidholland.nl, kaart 7)

Watersnip Advies

11

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

3 Locatiebeschrijving 3.1 Huidige situatie De plangebieden liggen in de kilometervakken met de Amersfoortse coördinaten 103,451. Het plangebied Noordeinde 4 bestaat uit twee kleine weidegebieden, waar IJslandse pony’s grazen. Op het noordelijke weideperceel staat een open schuur, van golfplaten, voor de opslag van materiaal. Het overige deel van het plangebied bestaat uit een kwekerij waar volle grond planten gekweekt worden. Rond het plangebied liggen sloten. Aan de noord-, zuid- en westkant van het plangebied vormen deze sloten de grenzen. Deze sloten zijn afgescheiden van de andere sloten van het poldersysteem. De eigenaar kan zelf water inlaten in deze sloten vanuit de ringvaart. Aan de oostkant ligt een dijk met daarop de weg, het Noordeinde.

452

451

103

104

Figuur 4: De plangebieden (rode contour: Noordeinde 4, blauwe contour: Noordeinde 46, bis en a)

Het plangebied Noordeinde 46, 46bis en 46a is een kwekerij bestaande uit relatief nieuwe bedrijfsgebouwen en containerteelt. Aan de noordkant van het plangebied staat een oude kas en een loods. Het plangebied wordt aan de noord-, zuid- en westkant begrensd door sloten. Aan de oostkant ligt het plangebied aan het Noordeinde. Tijdens het veldbezoek in 2022 is gebleken dat er geen grote veranderingen hebben plaatsgevonden binnen de beide plangebieden.

3.2 Plannen Aan de noordkant van Noordeinde 4 liggen twee weilanden waar een nieuwe (compensatie)woning zal worden gebouwd. Een gedeelte van de sloot wordt gedempt. De overige sloten blijven behouden en er zal tevens meer water gegraven worden. De aanwezige knotwilgen worden verwijderd. Noordeinde 46, 46bis en 46a betreft drie bouwvlakken die omgezet gaan worden naar één bouwvlak. Aan de noordkant van het plangebied staat een oude kas en een loods. Deze zullen worden afgebroken. In de toekomst zal mogelijk bij bedrijfsuitbreiding achter de bestaande nieuwe loodsen een extra loods gebouwd worden. Er zijn geen bomen aanwezig binnen het plangebied. Er vinden geen werkzaamheden plaats aan de aanwezige sloten. N.B. In de rapportage wordt over dit plangebied verder gesproken als Noordeinde 46.

Watersnip Advies

12

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Figuur 5: Bestaande situatie Noordeinde 4

Figuur 6: Plangebied Noordeinde 46, met in de uiterste noordoosthoek de af te breken kassen en loods

Watersnip Advies

13

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Figuur 6 Situatie Noordeinde 4 (maart 2022)

Figuur 7 Situatie Noordeinde 46 (maart 2022)

Watersnip Advies

14

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

4 Resultaten onderzoek 4.1 Methode Voordat begonnen is met het verkennend veldonderzoek, is een korte, grondige bureaustudie uitgevoerd, waarbij diverse internetsites, relevante artikelen en verspreidingskaarten (o.a. RAVON) zijn geraadpleegd, om te bepalen welke beschermde planten- en diersoorten in het plangebied zouden kunnen voorkomen. De bureaustudie dient ertoe een meer gerichte, effectieve en efficiënte veldinventarisatie te kunnen uitvoeren. Er is op 30 maart 2022 opnieuw een NDFF quickscan uitgevoerd om te zien of er wijzigingen zijn opgetreden in de waarnemingen tussen 2018 en 2022. Soorten die op een afstand van 0-1 km van het plangebied voorkomen, en niet zijn genoemd in de rapportage van 2018, worden in deze actualisatie opgenomen. Op vrijdag 21 september 2018 hebben gekwalificeerde medewerkers van Watersnip Advies een Flora- en fauna-inventarisatie gedaan in beide plangebieden. Tevens is tijdens de inventarisatie een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. Op woensdag 30 maart 2022 is een veldbezoek uitgevoerd voor de actualisatie van deze rapportage.

4.2 Flora Bij Noordeinde 4 komen, op de open stukken grasland, naast Engels raaigras voornamelijk stikstofminnende soorten, zoals Grote brandnetel, Ridderzuring, Paardenbloem, Blaartrekkende boterbloem, Herderstasje en Melganzevoet. In de sloot tussen de percelen staan enkele oeverplanten, waaronder Liesgras en Zwanenbloem. In deze sloot groeit Waterpest en Puntkroos. In dit deel van de sloot is een gradiënt ontstaan, doordat er geen doorstroming van water plaatsvindt, met enkele ondergedoken waterplanten en een goede waterkwaliteit. Langs de stal staat een rij met jonge knotwilgen, zonder holtes. Langs de zuidelijk gelegen sloot staan enkele bomen, zoals Wilg, Berk, Els en Paardenkastanje. Deze bomen staan buiten het plangebied. Bij Noordeinde nr. 6 staan ook enkele bomen langs de sloot, zoals Treurwilg, Els en Es. Het perceel van Noordeinde 46 is ingericht als kwekerij voor containerplanten en bestaat grotendeels uit betonplaten en bebouwing. Rond de oude kas groeien enkele (on)kruiden. Figuur 8 Kuifeend in de sloot bij Noordeinde 4

Watersnip Advies

15

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Er zijn binnen beide plangebieden geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Er is binnen de plangebieden ook geen geschikt biotoop aanwezig voor beschermde plantensoorten, die vaak specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving. Beschermde plantensoorten worden daarom niet verwacht binnen de plangebieden. De situatie ten opzichte van flora is in 2022 is ongewijzigd.

4.3 Fauna 4.3.1 Vogels Tijdens de inventarisatie zijn verschillende vogelsoorten waargenomen in de omgeving van de plangebieden. Bij Noordeinde 4 is een Ekster waargenomen. In de sloot zwommen Meerkoet en een vrouwtje Kuifeend. Bij Noordeinde 46 is een Witte kwikstaart waargenomen. Alle vogels zijn beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. De nesten van alle vogels zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen niet opzettelijk verontrust worden. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden buiten het broedseizoen. Er zijn daarom geen broedende vogels aangetroffen. Nesten van enkele vogelsoorten, zoals Gierzwaluw, Huismus en verschillende uilensoorten, zijn jaarrond beschermd. Binnen het plangebied van Noordeinde 4 is geen geschikte bebouwing aanwezig die geschikt is voor de gebouwbewonende vogelsoorten Huismus en Gierzwaluw. De bebouwing van Noordeinde 46 is ook niet geschikt voor deze vogelsoorten. De af te breken kas heeft geen nestmogelijkheden onder het dak. Op het dak van de loods liggen asbestplaten, die niet geschikt zijn als broedlocatie voor Huismus en Gierzwaluw. De aanwezigheid van nesten van de Huismus en Gierzwaluw binnen de plangebieden kan worden uitgesloten. Figuur 9: Schuur op terrein bij Noordeinde 4

Andere soorten met jaarrond beschermde nesten, zoals uilen en roofvogels zijn in beide plangebieden niet aangetroffen. Er is gekeken naar de aanwezigheid van braakballen en mestsporen. Jaarrond beschermde nesten of rustplaatsen van deze soorten zijn niet aanwezig binnen het plangebied. De situatie ten opzichte van vogels is niet gewijzigd ten aanzien van jaarrond beschermde nesten. Wel is tijdens het veldbezoek in 2022 een oud nest van een boerenzwaluw aangetroffen in de schuur bij Noordeinde 4. Deze nesten zijn niet jaarrond beschermd. De verwijdering van dit nest i.v.m. de sloopwerkzaamheden dienen buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. Nesten van de Boerenzwaluw vallen in categorie 5. Dit betekent dat deze vogelsoort flexibel genoeg is om op een andere locatie een nieuwe nestlocatie te vinden. In de directe omgeving zijn voldoende nest mogelijkheden aanwezig voor de Boerenzwaluw.

Watersnip Advies

16

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Figuur 10 Kas en schuur op terrein Noordeinde 46

Figuur 11: Oud nest boerenzwaluw

4.3.2 Vissen Uit de bureaustudie blijkt dat de Grote modderkruiper (wnb-andere soorten / Rode lijst status ´kwetsbaar´) voorkomt in de omgeving van de beide plangebieden (1-5km). De Grote modderkruiper leeft in ondiepe wateren met een dikke modderlaag en veel waterplanten. De Grote modderkuiper verschuilt zich tijdens de dag en voedt zich tijdens de nacht met kleine ongewervelden, zoals kreeftjes, muggenlarven, watervlooien, wormen en waterpissenbedden. De soort komt vooral voor in verlandende wateren en moerasgebied. Binnen beide plangebieden is geen sprake van verlandingssituaties met veel waterplanten. Er is geen leefgebied aanwezig dat voldoet aan de specifieke eisen die de Grote modderkruiper stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Grote modderkruiper kan in beide plangebieden worden uitgesloten. Er worden binnen de plangebieden geen andere beschermde vissoorten verwacht. De situatie ten opzichte van vissen is in 2022 is ongewijzigd. 4.3.3 Amfibieën Tijdens de veldinventarisatie zijn geen beschermde amfibieën aangetroffen binnen de plangebieden. Er kan aangenomen worden dat Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad en Kleine watersalamander (allen wnb-andere soorten) voorkomen binnen de plangebieden (01km). De Meerkikker (wnb-andere soorten) komt voor in de omgeving van de plangebieden (1-5km).

Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming in de Provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van de plangebieden (0-1km). In de wijdere omgeving komt de Alpenwatersalamander (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) voor (1-5km).

Watersnip Advies

17

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

De Rugstreeppad komt voornamelijk voor op zandige terreinen met een betrekkelijk hoge dynamiek, zoals de duinen, de uiterwaarden van grote rivieren, opgespoten terreinen, heidevelden en akkers. Voor de voortplanting maakt de Rugstreeppad gebruik van ondiepe plassen en poelen om haar eieren in af te zetten. De Rugstreeppad maakt voor de overwintering gebruik van rommelhoekjes met opgeslagen stenen of van braakliggende zandhopen, waarin hij zich makkelijk kan ingraven. De sloot tussen de percelen, met het goed watergradiënt, kan wellicht geschikt zijn als Figuur 12: Mogelijk geschikte geïsoleerde sloot bij voortplantingslocatie voor de Rugstreeppad. Noordeinde 4 Doordat er geen afname is van de hoeveelheid oppervlaktewater zal er geen schade ontstaan aan de voortplantingslocatie. Binnen het plangebied van Noordeinde 46 is geen geschikt voortplantings- en overwinteringsgebied aanwezig voor de Rugstreeppad. Er zijn geen plassen of poelen aanwezig die kunnen dienen als voortplantingslocatie. Het terrein is zeer verhard en opgeruimd. Er zijn geen zandhopen en/of rommelhoeken aanwezig die geschikt kunnen zijn als overwinteringslocatie. Ook rond de af te breken kas en schuur zijn deze niet aangetroffen. Op het moment dat er binnen de plangebieden hopen zand voor langere tijd braak komen te liggen, worden beide gebieden wel aantrekkelijk als overwinteringsgebied.

De Rugstreeppad staat erom bekend dat hij lange afstanden kan afleggen op zoek naar een geschikte overwinteringslocatie. De Alpenwatersalamander leeft voornamelijk in bosrijke gebieden met zowel loof- als naaldbomen. In beide plangebieden zijn niet voldoende bomen aanwezig. Ook zijn er geen poelen aangetroffen waar deze soort zich kan voortplanten. De plangebieden voldoen niet aan de specifieke eisen die deze soort stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Alpenwatersalamander kan, in beide plangebieden, worden uitgesloten. In 2022 is de situatie t.a.v. amfibieën ongewijzigd. De geïsoleerde sloot bij Noordeinde 4 is nog steeds aanwezig en blijft ook gehandhaafd. In deze sloot verandert het waterpeil steeds omdat er water in- en uitgelaten wordt ten behoeve van beregening. Op het moment van het veldbezoek in maart 2022 stond het water hoog, waardoor ook de geschiktheid als voortplantingslocatie niet meer aan de orde is. Voortplantingslocaties voor de Rugstreeppad moeten ondiep zijn. Daarnaast is het water sterk chemisch beïnvloed door

Watersnip Advies

Figuur 13: Geïsoleerde sloot bij Noordeinde 4 met hoog water, maart 2022

18

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

residuen door de teelten. Dat maakt deze sloot ongeschikt als voortplantingslocatie voor de Rugstreeppad. Er zijn geen braakliggende zandhopen aanwezig waarin de Rugstreeppad zou kunnen overwinteren. Op basis van de geraadpleegde verspreidingskaarten worden binnen het plangebied geen andere beschermde amfibieën verwacht. 4.3.4 Reptielen Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de Ringslang (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied aan Noordeinde 46, 46bis en 46a (0-1km). De Ringslang komt voor in de omgeving van het plangebied aan Noordeinde 4 (1-5km). De Ringslang is een watergebonden soort. Deze soort heeft rijk begroeide oevers nodig om in te jagen en om zich te kunnen verschuilen. Voor de voortplanting maakt deze soort gebruik van broeihopen van takken, stro en bladeren. De soort komt voor in het sierteeltgebeid in Boskoop op enkele kilometers afstand. Binnen beide plangebieden zijn geen rijkbegroeide oevers aanwezig waar de Ringslang kan jagen en schuilen. Tevens zijn er geen hopen met tuin- en snoeiafval aangetroffen die kunnen dienen als broeihoop. De plangebieden voldoen dus niet aan de eisen die de Ringslang stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van deze soort binnen de plangebieden kan worden uitgesloten.

Op basis van de bureaustudie worden binnen het plangebied geen andere beschermde reptielen verwacht. In 2022 is de situatie t.a.v. reptielen ongewijzigd. 4.3.5 Grondgebonden zoogdieren Uit de bureaustudie blijkt dat er meerdere zoogdiersoorten voorkomen in en rond de plangebieden, zoals Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Veldmuis en Vos (allen wnb-andere soorten) (0-1km). Wezel en Woelrat (allen wnbandere soorten) komen voor in de omgeving van de plangebieden (1-5km). Voor deze soorten geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet natuurbescherming in de provincie Zuid-Holland. Uit de bureaustudie blijkt dat de Otter (wnb-hrl / Rode lijst status ‘verdwenen uit NL’) is waargenomen in de directe omgeving van het plangebied aan Noordeinde 4 (0-1km) en in de wijdere omgeving van het plangebied aan Noordeinde 46 (1-5km). De Bever (wnb-hrl, Rode lijst status ‘gevoelig), Boommarter (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’), Steenmarter (wnb-andere soorten) en Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komen voor in de wijdere omgeving van beide plangebieden (1-5km). De Otter leeft in oevers met voldoende oevervegetatie om te schuilen en te rusten. Hij komt o.a. voor in meren, plassen, rivieren, kanalen, beken en moerassen. Hij heeft de voorkeur voor schoon, zoet water.

Beide plangebieden voldoen niet aan de specifieke eisen die deze soort stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Otter kan in beide plangebieden worden uitgesloten.

Watersnip Advies

19

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

De Bever komt voor in overgangsgebieden tussen land en water, o.a. in moerassen, langs beken, en rustige rivieren en meren. Langs het water moeten bossen aanwezig zijn, waar voldoende hout aanwezig is wat de Bever kan gebruiken om dammen van te maken. Ook voor deze soort geldt dat de plangebieden niet voldoet aan de specifieke eisen die de Bever stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Bever binnen de plangebieden kan worden uitgesloten. De Boommarter leeft met name in bosrijk gebied. Binnen het plangebied van Noordeinde 4 staan enkele jonge knotwilgen en langs de oevers van de sloten aan de noord- en zuidkant van het plangebied staan enkele bomen. Dit is echter niet voldoende om geschikt leefgebied te vormen voor de Boommarter. Binnen het plangebied van Noordeinde 46 is door de afwezigheid van bomen geen geschikt leefgebied aanwezig voor de Boommarter. De aanwezigheid van deze soort kan in beide plangebieden worden uitgesloten. De Steenmarter leeft in steenachtige biotopen en plaatsen waar hij kan schuilen, zoals in steengroeven, rotsige hellingen en gebouwen. De steenmarter komt ook voor in parklandschappen. Hij is te vinden in de omgeving van dorpen en boerderijen maar ook in de stad. Hij heeft een voorkeur voor gebieden met oude schuren, heggen en geriefhoutbosjes.

Binnen het plangebied van Noordeinde 4 zijn geen stenen gebouwen aanwezig die kunnen dienen als verblijfplaats voor de Steenmarter. Ook zijn de enkele knotwilgen te beperkt van omvang of als geschikt leefgebied te dienen. Het plangebied van Noordeinde 46 is te verhard en er is geen geschikte bebouwing aanwezig. De plangebieden voldoen dus niet aan de specifieke eisen die deze soort stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Steenmarter kan binnen beide plangebieden Figuur 14: Binnenzijde loods Noordeinde 46 worden uitgesloten. De Waterspitsmuis komt voor langs schone sloten die niet te voedselrijk zijn. De sloten dienen een goede watervegetatie te hebben en ruige oevers. De Waterspitsmuis is zeer schuw en kan zich letterlijk doodschrikken van een hard geluid. In beide plangebieden zijn geen oevers aanwezig met een rijke oeverbeplanting. Hierdoor is er geen geschikt leefgebied aanwezig voor de Waterspitsmuis. De aanwezigheid van de Waterspitsmuis binnen de plangebieden kan worden uitgesloten. In 2022 is de situatie t.a.v. grondgebonden zoogdieren ongewijzigd.

Watersnip Advies

Figuur 15: Binnenzijde kas Noordeinde 46

20

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

4.3.6 Vleermuizen Hoewel vleermuizen zoogdieren zijn, worden deze vanwege hun afwijkende eigenschappen als afzonderlijke groep behandeld in deze rapportage. Alle vleermuizen die voorkomen in Nederland zijn beschermd (wnb-hrl). Uit de bureaustudie blijkt dat er verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van de plangebieden, zoals Gewone dwergvleermuis en Laatvlieger in de directe omgeving van beide plangebieden (0-1km). De Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis komen voor in de wijdere omgeving van de plangebieden (1-5km). De rapportage van NDFF van 2022 geeft aan dat op 0-1 km afstand van het plangebied de Rosse vleermuis en de Ruige dwergvleermuis waargenomen zijn. In 2018 kwamen deze op 1-5 km afstand van het plangebied voor. Tijdens de veldinventarisatie is een indicerend vooronderzoek uitgevoerd met betrekking tot vleermuizen. Hierbij is middels de checklist van het Vleermuisprotocol van de Gegevensautoriteit Natuur geïnventariseerd welke functies het plangebied ten aanzien van vleermuizen zou kunnen vervullen. De aanwezige knotwilgen binnen het plangebied van Noordeinde 4 kunnen, in combinatie met de bomen bij Noordeinde 6 gebruikt worden als foerageergebied. Foerageergebied is alleen beschermd bij onvoldoende alternatief. Er is in de directe omgeving echter voldoende alternatief foerageergebied aanwezig.

De jonge knotwilgen zijn ook onderzocht op scheuren en kieren waar boombewonende vleermuizen in kunnen verblijven. Deze zijn niet aangetroffen. De aanwezige halfopen schuur is niet geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende soorten. De schuur is deels open en opgebouwd uit golfplaten. Hierdoor is er geen geschikt, stabiel microklimaat aanwezig. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van boombewonendeen gebouwbewonende vleermuizen kan bij Noordeinde 4 worden uitgesloten. In de kas op Noordeinde 46 zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van vleermuizen. De loods heeft geen spouwmuur, een enkelwandige houten opbouw en asbestplaten op het dak. Ook hier is geen geschikt stabiel microklimaat aanwezig voor gebouwbewonende vleermuizen. Er zijn binnen het plangebied van Noordeinde 46 geen bomen aanwezig. Ook is er geen opgaande hoge begroeiing die kan dienen als foerageergebied en/of verblijfplaats voor boombewonende vleermuissoorten. De geplande werkzaamheden zullen bij beide plangebieden geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van verschillende vleermuissoorten. In 2022 is de situatie t.a.v. vleermuizen ongewijzigd. 4.3.7 Overige soorten Uit de bureaustudie blijkt dat de Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) en Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomen in de omgeving van de plangebieden (1-5km).

De Groene glazenmaker is voor zijn voortplanting afhankelijk van de waterplant Krabbenscheer. Deze plantensoort is niet aangetroffen in de sloten rond beide plangebieden. De aanwezigheid van de Groene glazenmaker kan worden uitgesloten.

Watersnip Advies

21

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

De Platte schijfhoren leeft in water met een goed ontwikkelde watervegetatie en een goede waterkwaliteit. In de directe omgeving van Noordeinde 4 is geen geschikt leefgebied voor deze soort aanwezig. Het stukje geïsoleerde sloot met onderwatervegetatie kan wel geschikt zijn als leefgebied. Het is niet uitgesloten dat de Platte schijfhoren meekomt met het inlaten van water vanuit de ringvaart. De aanwezige watervegetatie is echter te gering en te kwetsbaar voor een duurzame populatie van de Platte schijfhoren. Dat de soort aanwezig is kan echter niet geheel worden uitgesloten. Deze sloot blijft behouden, waardoor er geen schade zal ontstaan aan het leefgebied van de Platte schijfhoren. Binnen het plangebied van Noordeinde 46 is geen geschikt leefgebied voor de Platte schijfhoren aangetroffen. Er zijn geen ondergedoken waterplanten aanwezig in de sloten. De aanwezigheid van de Platte schijfhoren binnen dit plangebied kan op basis van afwezigheid van geschikt leefgebied worden uitgesloten. Op basis van de biotoopkenmerken worden binnen het plangebied geen andere beschermde insecten, vlinders of andere ongewervelde soorten verwacht. In 2022 is de situatie t.a.v. overige soorten ongewijzigd.

Watersnip Advies

22

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

5 Conclusies en aanbevelingen In dit hoofdstuk volgt een opsomming van de conclusies en aanbevelingen. Daarnaast wordt er aangegeven of er bij het realiseren van de nieuwbouwplannen schade verwacht wordt aan de beschermde soorten binnen het plangebied.

5.1 Conclusies en aanbevelingen ▪

De plangebieden hebben geen directe relatie met beschermde gebieden (Natura2000, NNN-gebieden of ecologische verbindingszones). De plangebieden zijn niet geschikt als foerageergebied voor de doelsoorten van de nabij gelegen Natura2000-gebieden. Schade aan Natura2000-doelsoorten is derhalve niet aan de orde.

▪

Voor een deel van de beschermde soorten (Bastaardkikker, Bruine kikker, Gewone pad, Kleine watersalamander, Meerkikker, Bosmuis, Bunzing, Dwergmuis, Egel, Haas, Hermelijn, Huisspitsmuis, Konijn, Veldmuis, Vos, Wezel en Woelrat) geldt een algemene vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming door de provincie Zuid-Holland. Er hoeft voor deze soorten geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dient voor deze soorten de algemene zorgplicht in acht genomen te worden.

▪

Er zijn binnen de plangebieden geen broedende vogels aangetroffen, omdat de inventarisatie buiten het broedseizoen heeft plaatsgevonden. Indien bomen en struiken verwijderd worden, dient dit bij voorkeur buiten het broedseizoen van vogels te gebeuren, zodat overtreding van de Wet natuurbescherming wordt voorkomen. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli. De Wnb hanteert echter geen standaard periode voor het broedseizoen; van belang is of een nest bewoond is. Indien een bewoond nest wordt aangetroffen, mogen er geen werkzaamheden uitgevoerd worden die het nest verstoren. Voor aanvang van werkzaamheden tijdens het broedseizoen dient een terzake kundige een inspectie uit te voeren ten aanzien van eventuele broedende vogels.

▪

Binnen het plangebied van Noordeinde 4 is geen geschikte bebouwing aanwezig voor nesten van de Huismus en Gierzwaluw. De aanwezige kas en loods bij Noordeinde 46 zijn ook niet geschikt als broedlocatie voor deze soorten. De aanwezigheid van nesten van de Huismus en Gierzwaluw kunnen worden uitgesloten. Vogelnesten van andere soorten, zoals uilen en roofvogels, die jaarrond beschermd worden door de Wnb, zijn niet aangetroffen of te verwachten binnen het plangebied. Er is geen geschikt biotoop voor deze soorten aangetroffen binnen de plangebieden.

▪

Uit de bureaustudie blijkt dat de Grote modderkruiper (wnb-andere soorten / Rode lijst status ´kwetsbaar´) voorkomt in de omgeving van de beide plangebieden (1-5km). Binnen beide plangebieden is echter geen geschikt leefgebied aanwezig voor deze soort. De aanwezigheid van de Grote modderkruiper, binnen de plangebieden, kan worden uitgesloten.

▪

Uit de bureaustudie blijkt dat de beschermde Rugstreeppad (wnb-hrl / Rode lijst status ‘gevoelig’) voorkomt in de directe omgeving van de plangebieden (0-1km). In de wijdere omgeving komt de Alpenwatersalamander (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘thans niet bedreigd’) voor (1-5km). Een klein deel van een sloot (geïsoleerde

Watersnip Advies

23

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

deel) binnen het plangebied van Noordeinde 4 kan geschikt zijn als voortplantingslocatie voor de Rugstreeppad. Doordat er geen afname is van de hoeveelheid oppervlaktewater zal er geen schade ontstaan aan de mogelijke voortplantingslocatie. Binnen het plangebied van Noordeinde 46 zijn geen geschikte voortplantingslocaties aangetroffen. Voor beide plangebieden geldt dat ze in hun huidige staat niet geschikt zijn als overwinteringsgebied voor de Rugstreeppad. Op het moment dat er werkzaamheden gaan plaatsvinden kan het plangebied mogelijk wel geschikt worden als voortplantings- en overwinteringsgebied. Geadviseerd wordt te voorkomen dat er gedurende de voortplantingsperiode (globaal half april – augustus) water stagneert en er plassen en poelen ontstaan waar de Rugstreeppad haar eieren in af kan zetten. Tevens dient voorkomen te worden dat er lang zand/grond braak ligt gedurende de overwinteringsperiode (globaal van november – maart). Dit om ingraven voor overwintering te voorkomen. ▪

Tijdens de inventarisatie zijn geen beschermde reptielen aangetroffen. Uit de geraadpleegde verspreidingskaarten blijkt dat de Ringslang (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied aan Noordeinde 46, 46bis en 46a (0-1km). De Ringslang komt voor in de omgeving van het plangebied aan Noordeinde 4 (1-5km), in het Boskoopse sierteeltgebied. In beide plangebieden zijn geen geschikte voortplantings- en overwinteringslocaties voor de Ringslang aangetroffen. De plangebieden voldoen niet aan de specifieke eisen die de soort stelt aan zijn leefgebied. De aanwezigheid van de Ringslang kan in beide plangebieden worden uitgesloten.

▪

Uit de bureaustudie blijkt dat de Otter (wnb-hrl / Rode lijst status ‘verdwenen uit NL’) voorkomt in de directe omgeving van het plangebied aan Noordeinde 4 (0-1km) en in de wijdere omgeving van het plangebied aan Noordeinde 46 (1-5km). De Bever (wnbhrl, Rode lijst status ‘gevoelig), Boommarter (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’), Steenmarter (wnb-andere soorten) en Waterspitsmuis (wnb-andere soorten / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) komen voor in de wijdere omgeving van beide plangebieden (1-5km). Voor de Otter, Bever, Boommarter en Waterspitsmuis geldt dat de plangebieden niet voldoen aan de specifieke eisen die deze soorten stellen aan hun leefgebied. De aanwezigheid van de Otter, Bever, Boommarter en Waterspitsmuis binnen de plangebieden kan worden uitgesloten. Voor de Steenmarter is de bebouwing in de plangebieden ongeschikt om te kunnen dienen als schuil- en rustlocatie. Ook voor deze soort is geen geschikt leefgebied aanwezig binnen de plangebieden. De aanwezigheid van de Steenmarter kan in beide plangebieden worden uitgesloten.

▪

Uit de bureaustudie blijkt dat verschillende beschermde vleermuissoorten voorkomen in de omgeving van het plangebied, zoals Gewone dwergvleermuis, Laatvlieger (01km) Meervleermuis, Rosse vleermuis, Ruige dwergvleermuis en Watervleermuis (15km). De jonge knotwilgen binnen het plangebied van Noordeinde 4 kunnen mogelijk onderdeel zijn van een foerageergebied. Foerageergebied is alleen beschermd indien het van groot belang is voor de functionaliteit van de verblijfplaatsen van de soorten, doordat er onvoldoende alternatieven aanwezig zijn. Dit is hier niet aan de orde. Er is voldoende alternatief. Er zijn geen mogelijkheden voor verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten aangetroffen. De schuur is niet geschikt als verblijfplaats voor gebouwbewonende vleermuissoorten. Verblijfplaatsen binnen het plangebied van Noordeinde 4 kunnen worden uitgesloten. De bebouwing binnen het plangebied van Noordeinde 46 is niet geschikt als verblijfplaats voor

Watersnip Advies

24

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

gebouwbewonende vleermuissoorten. Er is in de kas en de loods geen geschikt, stabiel microklimaat aanwezig. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten kan worden uitgesloten. Binnen het plangebied van Noordeinde 46 zijn geen bomen aanwezig die kunnen dienen als foerageergebied of verblijfplaats. De geplande werkzaamheden zullen geen schade veroorzaken aan de gunstige staat van instandhouding van de populatie van de verschillende vleermuissoorten. ▪

Uit de bureaustudie blijkt dat de Groene glazenmaker (wnb-hrl / Rode lijst status ‘bedreigd’) en Platte schijfhoren (wnb-hrl / Rode lijst status ‘kwetsbaar’) voorkomen in de omgeving van de plangebieden (1-5km). Er is in de sloten binnen de plangebieden geen Krabbenscheer aanwezig wat nodig is voor de voortplanting van de Groene glazenmaker. De aanwezigheid van deze soort kan worden uitgesloten. Eén van de sloten binnen het plangebied van Noordeinde 4 kan mogelijk geschikt zijn als leefgebied voor de Platte schijfhoren. Deze sloot blijft echter behouden waardoor er geen schade zal ontstaan. Binnen het plangebied van Noordeinde 46 is geen geschikt leefgebied voor de Platte schijfhoren. De soort kan hier worden uitgesloten.

▪

De huidige situatie van het plangebied is ongewijzigd ten opzichte van 2018. Er hebben zich geen beschermde soorten gevestigd in het plangebied. De bovenstaande conclusies uit 2018 blijven derhalve ook gelden voor deze actualisatie.

Watersnip Advies

25

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

5.2 Algemene Zorgplicht Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt. Natuur-inclusief bouwen Het is nodig natuur-inclusief te bouwen met het oog op de biodiversiteit en in dit kader een aantal gewenste voorzieningen te integreren voor Huismus, Boerenzwaluw en vleermuizen: a. Voor de Huismus kan ruimte beschikbaar worden gehouden onder de onderste twee rijen dakpannen. Op een aantal plaatsen kunnen in afwijking hiervan vogelvides aangebracht worden op de onderste panlat. b. Voor de boerenzwaluw wordt geadviseerd om verschillende nestgelegenheden op te hangen. c. Voor vleermuizen kunnen kasten worden ingemetseld in de spouw op diverse plaatsen en op een aantal zijgevels vleermuiskasten geplaatst. Aanbevolen wordt: voorzieningen voor de Gewone dwergvleermuis, voor de Laatvlieger en in beperkte mate voor de Ruige dwergvleermuis.

Enkele aanbieders van producten zijn Faunaprojecten.nl, Veldshop.nl, Vivarapro.nl Tips en verhalen voor natuur-inclusief bouwen zijn te vinden op www.bouwnatuurinclusief.nl

Figuur 16 Mogelijkheden plaatsing van vleermuiskasten in een gevel

Watersnip Advies

26

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

6 Bronnen Geraadpleegde literatuur 1. Uitgeverij 12 Provinciën, Topografische Atlas Zuid-Holland 1:25.000, Landsmeer 2012 2. Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming), dec 2015 3. Ecologica, Wet natuurbescherming, samenvatting wijzigingen natuurwetgeving, 4 oktober 2016 4. Ministerie van Landbouw, natuurbeheer en voedselkwaliteit, Rode Lijsten, Den Haag, 2004 5. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging en Gegevensautoriteit Natuur 2017. Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. 6. Provincie Zuid-Holland, Visie Ruimte en Mobiliteit, geconsolideerd, in werking per 19 januari 2018 7. Noordeinde 4: '© NDFF - quickscanhulp.nl 22-08-2018 14:00:43' Noordeinde 46, 46bis en 46a: '© NDFF - quickscanhulp.nl 22-08-2018 14:04:57' 8. ‘NDFF - quickscanhulp.nl 30 maart 2022'

Geraadpleegde internetsites: 9. www.rijksoverheid.nl 10. www.bij12.nl 11. www.rvo.nl 12. www.ravon.nl 13. www.vleermuis.net 14. www.zuid-holland.nl 15. www.zoogdiervereniging.nl 16. www.ruimtelijkeplannenzuidholland.nl/VRM 17. http://geo.zuid-holland.nl/geo-loket/html/atlas.html?atlas=EHS 18. waarneming.nl

Watersnip Advies

27

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Bijlage I: Aanvullende informatie n.a.v. zienswijze Inleiding Binnen het plangebied Noordeinde 4 in Waddinxveen is ten noorden van de woning en schuren een plan in voorbereiding om één woning te bouwen. Hiervoor zal een gedeelte van de oost-west-sloot gedempt worden. Ter compensatie worden twee nieuwe sloten gegraven. Vanuit de omgeving kwam de vraag wat de effecten zullen zijn op de populatie groene kikkers in het plangebied. De Groene kikker komt hier namelijk ruim voor en zijn aanwezigheid wordt gewaardeerd. Voor de Groene kikker geldt een vrijstelling in het kader van de Wet Natuurbescherming. Voor het verkleinen van het leefgebied van de Groene kikker is dan ook geen ontheffing nodig met aspecten als mitigatie en compensatie. Deze soort amfibie valt echter wel binnen de “Algemene Zorgplicht” (art 1.11). “Voor planten- en diersoorten geldt in het kader van de Wet Natuurbescherming de algemene zorgplicht. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen kan hebben voor flora en/of fauna, deze handelingen achterwege dient te laten of verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken. De zorgplicht kan gezien worden als algemene fatsoenseis die voor iedereen geldt.”

Veldbezoek Op maandag 27 juni 2022 heeft een deskundig medewerker van Watersnip Advies het plangebied bezocht op verzoek van de opdrachtgever. Watersnip is gespecialiseerd in aquatische systemen in het Groene Hart. Er is gekeken naar de kwaliteit van de te dempen sloot (A) als leefgebied voor de Groene kikker. Ook is sloot (B) onderzocht die intact blijft, ten westen van het plangebied en die verder de polder inloopt. Sloot A is relatief breed en ondiep. De bodem is geheel bedekt met een ondergedoken vegetatie van Smalle waterpest en Puntkroos. Het water is zeer helder. Het is heel goed voorstelbaar dat hier Bruine kikker, Gewone Pad en Groene kikker en Kleine watersalamander zich voortplanten. Sloot B is wat smaller, bevat eveneens zeer helder water met een mooie onderwaterbegroeiing. In tegenstelling tot sloot A staan hier diverse helofyten in het water. Daaronder zagen we diverse exemplaren Pijlkruid wat een indicator is van water van een betere kwaliteit. Ook deze sloot heeft ongetwijfeld aantrekkingskracht op diverse soorten amfibieën en is zeer geschikt als voortplantingslocatie. De opdrachtgever meldde dat de genoemde sloten in een droge periode soms bijna droogvallen, mede omdat het water gebruikt wordt als gietwater voor de Ilex-teelt. Hij zei geen invloed van kwelwater te bemerken.

Sloten met een kleibodem zijn in Midden-Holland meestal beter van waterkwaliteit dan sloten met een veenbodem. De opdrachtgever vermoedt dat er nog weinig Amerikaanse rivierkreeften in sloot A en B zijn. Deze kreeften staan erom bekend dat ze in de wateren van het Groene Hart grote schade aanrichten aan de watervegetaties. Het dempen van sloot A wordt gecompenseerd door twee nieuwe sloten C en D. Het oppervlakte nieuw te graven water is groter dan het oppervlakte dat gedempt gaat worden. Watersnip beveelt aan het dempen van oost naar west te laten plaats vinden en de nieuwe sloten C en D tegelijkertijd te graven met het dempen. Wij adviseren de werkgang zo te

Watersnip Advies

28

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

organiseren dat vegetaties en dieren kunnen wegvluchten in de nieuw te graven sloten tijdens het werk. Op deze wijze blijft de basis van het habitat duurzaam intact. Natuurlijk zal de nieuwe situatie zich moeten ontwikkelen naar het oude hoge niveau. Een voordeel hierbij is dat het water niet meer zal worden gebruikt als gietwater, waardoor de sloten niet langer bijna droog komen te staan. In de periode dat dit het geval is kan sloot B zijn huidige kraamkamerfunctie voor de Groene kikker blijven behouden, waardoor de duurzame staat van instandhouding van de nu aanwezige populatie wordt geborgd. Het is wel mogelijk dat er een tijdelijke afname van het aantal exemplaren optreedt. Dit zal zich echter snel herstellen als de sloten C en D goed begroeid zijn. Het is belangrijk de initiatiefnemer hiervoor verantwoordelijkheid, aandacht en zorg op zich neemt en de aannemer goed aanstuurt op dit punt.

Figuur 17: Sloot A

Watersnip Advies

Figuur 18: Sloot B

29

22A029 ActEO Noordeinde 4, 46, 46bis, 46a te Waddinxveen

Figuur 19: Nieuwe situatie Noordeinde 4

Watersnip Advies

30

Watersnip Advies Advies voor ecologie, landschap, water en recreatie Watersnip v.o.f. ’s-Gravenbroekseweg 154 2811 GK Reeuwijk KvK 29031331 +31 (0)182-395460 www.watersnipadvies.info advies@watersnip.info

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11864816/1