2.2 BP Noordeinde 4 46 46-bis en 46 Waddinxveen toelichting en regels 01-09-2022
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.BPnoordeinde4en46-0401
Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a VASTGESTELD
21 september 2022
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Stichting Belangenbehartiging Greenport Boskoop Italiëlaan 3 2391 PS Hazerswoude-Dorp
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 29 mei 2018 21 mei 2021 19 april 2022 21 september 2022
VERSIE 1e versie 2e versie 3e versie 1e versie
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
4
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 9
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur
11 11
Hoofdstuk3 Planbeschrijving 3.1 Beleidsmatige ontwikkelingen 3.2 Randvoorwaarden en uitgangspunten 3.3 Nieuwe situatie 3.4 Verkeer en parkeren
15 15 17 18 22
Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Regionaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid
25 25 27 33 34
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.5 Waterhuishouding
39 39 39 40 40 41
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Landschap 6.4 Flora en fauna 6.5 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
45 45 56 59 60 63
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
65 65 65 65 67
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
69 69
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro
71 71
Toelichting
5
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
9.2 9.3
Communicatie Zienswijzen
Regels
71 73
75
Hoofdstuk1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
76 76 81
Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Agrarisch Agrarisch met waarden Wonen Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waterstaat - Waterkering
82 82 85 87 90 93 96
Hoofdstuk3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
98 98 99 100 101 102
Hoofdstuk4 Artikel 14 Artikel 15
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
103 103 104
Bijlagen toelichting Bijlage 1
M.e.r-beoordelingsbesluit
Bijlage 2
V-Stacks berekening
Bijlage 3
Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai
Bijlage 4
Historischbodemonderzoek Noordeinde 4
Bijlage 5
Onderzoek archeologie
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek
Bijlage 7
Nota van beantwoording Zienswijzen
Bijlage regels Bijlage 1
6
Beplantingsplan
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Noordeinde 4 (deelgebied 1) Aan het Noordeinde 4 is een sierteeltbedrijf gevestigd. Sierteeltbedrijven buiten het sierteeltconcentratiegebied dienen op grond van provinciaal beleid zoveel mogelijk te worden gesaneerd. Daarbij komt dat het sierteeltbedrijf in het tracé van de toekomstige Bentwoudlaan ligt, zoals aangegeven in de gemeentelijke structuurvisie. Het sierteeltbedrijf teelt nu meerjarige planten in de volle grond. Het bedrijf heeft onvoldoende mogelijkheden om op de locatie te groeien dan wel te blijven. De redenen hiervoor zijn de beperkte mogelijkheden voor bebouwing en een tekort aan gietwater voor de heesters. In verband hiermede wil initiatiefnemer zijn sierteeltbedrijf saneren om in het kader van de ruimte voor ruimteregeling één compensatiewoning mogelijk te maken tussen Noordeinde 4 en 6, kadastraal bekend, gemeente Waddinxveen, sectie C, nummer 6618. Het recht op de overige twee compensatiewoningen wordt in depot gehouden, omdat na overleg met omwonenden onvoldoende geen draagvlak is om hier meerdere woningen te realiseren. Daarnaast dient de bestaande bedrijfswoning aan het Noordeinde 4 te worden omgezet in een zogenaamde plattelandswoning. Deze wijziging is in overeenstemming met het gemeentelijke en provinciale beleid om sierteeltgebieden buiten het sierteeltconcentratiegebied te saneren.
In dit bestemmingsplan dient te worden aangetoond dat omzetting naar Wonen en Agrarisch zonder sierteelt van het perceel Noordeinde 4 (verder ook als deelgebied 1 aangeduid) vanuit een goede ruimtelijke ordening mogelijk is. Noordeinde 46, 46bis en 46a (deelgebied 2) Op de percelen Noordeinde 46, 46bis en 46a zijn drie sierteeltbedrijven gevestigd met elk een eigen bouwvlak. De drie bedrijven hebben de wens om op hun drie percelen opstallen te slopen en samen te voegen tot één agrarisch bouwvlak, zodat één sierteeltbedrijf aan het Noordeinde 46 haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten. De sierteeltbedrijven aan het Noordeinde 46bis en 46a worden ontmanteld, waarbij de achter het sierteeltbedrijf op nummer 46a aanwezige kassen ter grootte van afgerond 770 m² wordt gesloopt. De bestemming van de percelen is Agrarisch met de functieaanduiding sierteelt. Door de ligging buiten de sierteeltcontour zijn er beperkte bouwmogelijkheden. Het integrale planvoorstel voorziet in een nieuw aangepast bouwvlak met een toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing van 2.650 m², waarbij de sierteeltbedrijven landschappelijk worden ingepast. Hiervoor is een landschapsinrichtingsplan overlegd, waarbij rekening is gehouden met het tracé van de toekomstige Bentwoudlaan richting het Noordeinde.
Zo worden buitenranden van de waterbassins ten oosten van de Eerste Tocht van beplanting voorzien, zodat per saldo de ruimtelijke kwaliteit wordt verbeterd. Dit bestemmingsplan maakt de voorgenomen aanpassing van het agrarisch bouwvlak aan het Noordeinde 46, 46bis en 46a (verder ook als deelgebied 2 aangeduid) juridisch planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Noordeinde 4 Dit deelgebied ligt ten westen van de Dorpstraat in het westelijk buitengebied van Waddinxveen. Het plangebied is via een ventweg vanaf de Dorpstraat bereikbaar. Ten noorden van het plangebied staat op nummer 6 een woning. In zuidelijke richting van nummer 4 is een geitenhouderij gevestigd aan het Noordeinde 2. Noordeinde 46, 46bis en 46a Dit deelgebied ligt eveneens in het agrarisch buitengebied West van Waddinxveen. Ten oosten hiervan ligt het bebouwingslint van het Noordeinde met daarachter de woonwijken Groenswaard 1 en 2. Aan weerszijden van het plangebied staan vrijstaande woningen. Een situatietekening van beide deelgebieden is opgenomen in figuur 1.
Toelichting
7
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Figuur 1: Situering twee deelgebieden (zwart gestippelde lijn) en omgeving.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor de twee deelgebieden gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan "Waddinxveen Noord-West" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"
Raadsbesluit 10 april 2013 19 september 2018
Uitspraak ABRvS N.v.t. N.v.t.
Beide deelgebieden zijn in het bestemmingsplan 'Waddinxveen Noord-West' bestemd voor 'Agrarisch' met de functieaanduiding 'Sierteelt' (figuur 2). Voor het oostelijke gedeelte hiervan geldt de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 2' en 'Waterstaat – Waterkering'. Voor het deelgebied Noordeinde 46, 46bis en 46a geldt voor het westelijk deel van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 3'. Het deelgebied Noordeinde 4 beschikt over één agrarisch bouwvlak, terwijl in het deelgebied aan het Noordeinde 46, 46bis en 46a drie afzonderlijke bouwvlakken aanwezig zijn. In het bouwvlak op nummer 46a is voorts een plattelandswoning toegestaan. In de regels zijn geen afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden opgenomen om enerzijds een compensatiewoning in het kader van de ruimte voor ruimteregeling en een functiewijziging naar plattelandswoning mogelijk te maken in deelgebied 1 en anderzijds het agrarisch bouwvlak aan te passen voor deelgebied 2. Mitsdien zijn de planontwikkelingen hiermee in strijd.
8
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Figuur 2: Uitsnede plankaart bestemmingsplan Noord-West (deelgebieden gearceerd met rode lijn).
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
Toelichting
9
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
10
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Ruimtelijke en functionele structuur
Algemeen Beide deelgebieden liggen in de polder Achterof in Waddinxveen. De polder heeft een kenmerkend regelmatig rechthoekig wegen- en verkavelingspatroon. De polder ligt enkele meters lager dan het omliggende land. Om het water uit de polder te weren liggen er kaden om de polder heen. Dwars op de verkavelingsrichting lopen enkele brede sloten die 'tochten' worden genoemd. Deze vervullen een belangrijke rol in de afwatering van de polder. De polder Achterof is grotendeels in gebruik voor akkerbouw. Tussen het Noordeinde en de Eerste Tocht zijn ook sierteeltbedrijven gevestigd. Daarnaast komen niet-agrarische activiteiten in het bebouwingslint voor zoals een loonwerkersbedrijf en een bouwmarkt. Voor het overige staan er verspreid liggende woningen. Bentwoud Aanvankelijk was het de bedoeling om de polder te transformeren naar bosgebied voor de ontwikkeling van het Bentwoud. Deze plannen hebben geen doorgang gevonden als gevolg van bezuinigingen door het Rijk wat heeft geresulteerd in een onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur d.d. 20 september 2011 tussen het Rijk en het lnterprovinciaal Overleg (lPO). Hierbij zijn de projecten Recreatie om de Stad (RodS) als rijkstaak vervallen. Als vervolg hierop hiervan hebben Provinciale Staten de RodS-opgave bij besluit van 10 oktober 2012 herijkt en de Beleidsvisie Groen vastgesteld.
Hierin is vastgelegd dat een verkleind Bentwoud (exclusief de randzone tussen de Eerste Tocht en het Noordeinde en het zuidelijk deel van Waddinxveen ten zuiden van de Maaltocht tot de Kleikade) wordt ontwikkeld met een eenvoudige en sobere inrichting. Dit betekent voor de zittende agrarische bedrijven dat zij hun activiteiten kunnen voortzetten, zoals dat is vastgelegd in het bestemmingsplan Noord-West. Planspecifiek Deelgebied 1 Aan het Noordeinde 4 is een sierteeltbedrijf gevestigd. Dit bedrijf teelt meerjarige planten in de volle grond. Achter de bedrijfswoning staat bedrijfsbebouwing van afgerond 498 m². Elders in het plangebied (ten zuiden van de woning op nummer 6) staat een wagenberging van 65 m². De sierteeltgronden tot de Eerste Tocht hebben een oppervlakte van afgerond 6,7 ha. De ontsluiting naar het plangebied is slecht.
Toelichting
11
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
De bedrijfswoning Noordeinde 4.
Naastgelegen woning op nr. 6.
Te slopen schuren achter woning.
Achterzijde woningen Dorpstraat.
Plangebied met wagenberging op voorgrond.
Stal geitenhouderij op nr. 2.
Deelgebied 2 Op de perceel Noordeinde 46 is kwekerij "Vredebest" gevestigd. Het bedrijf beschikt over een bedrijfswoning en een bedrijfsloods voor verwerking van sierteeltproducten van afgerond 800 m². Hiernaast is op nummer 46bis een boomkwekerij aanwezig. Dit bedrijf beschikt eveneens over een bedrijfswoning en een bedrijfsloods van afgerond 450 m². Ten noorden hiervan was een kwekerij gevestigd, welke niet meer als zodanig in gebruik is. De woning 46a is inmiddels bestemd als plattelandswoning. Achter het woonperceel staan bedrijfsgebouwen met een oppervlakte van afgerond 770 m². De drie bedrijven beschikken elk over een eigen agrarisch bouwvlak. Per bouwvlak is 300 m² aan kassen toegestaan. Aan de achterzijde van de sierteeltgronden ten oosten van de Eerste Tocht liggen waterbassins. De twee nog in gebruik zijnde sierteeltbedrijven worden via een gemeenschappelijke inrit ontsloten op het Noordeinde. De oppervlakte van de sierteeltgronden is afgerond 9 ha (figuur 3).
Figuur 3: situatietekening sierteeltbedrijven aan Noordeinde 46, 46bis en 46a
12
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Bedrijfswoning nr. 46.
Bedrijfswoning nr. 46bis.
Plattelandswoning nr. 46a.
De twee bedrijfsloodsen.
Sierteeltgronden.
Eerste Tocht. rechts waterbassin.
Toelichting
13
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
14
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Beleidsmatige ontwikkelingen
Randweg Waddinxveen en Bentwoudlaan In het gebied tussen Gouda en Alphen aan den Rijn hebben de provincie en betrokken gemeenten de afgelopen jaren meer stappen gezet om de leefbaarheid en bereikbaarheid rond de N207 en de Greenport Boskoop te verbeteren. Zo verbetert de Oostelijke Rondweg in Boskoop de ontsluiting van de Greenport ten oosten van de Gouwe. De provincie en gemeente Waddinxveen hebben in 2015 een besluit genomen over de realisatie van de Vredenburghlaan, Bentwoudlaan (1e fase) en Verlengde Beethovenlaan. Voor de aanleg van de Vredenburghlaan is een bestemmingsplan vastgesteld (januari 2018). Deze randweg sluit aan op de nieuwe parallelstructuur langs de A12 en de Moordrechtboog richting de A20. Planstudie N207 Zuid fase 2: uitvoeringsbesluit In de afgelopen jaren hebben de provincie en gemeenten Alphen aan den Rijn en Waddinxveen in fase 2 van de planstudie in samenwerking met belanghebbenden de Verlengde Bentwoudlaan zo goed mogelijk ingepast in de omgeving en het Bentwoud. Ook zijn samen met belanghebbenden maatregelen uitgewerkt om de bereikbaarheid en leefbaarheid op en rond de N209 in Hazerswoude-Dorp te verbeteren. Dit zijn niet alleen maatregelen op de N209, maar ook aanvullende gemeentelijke lokale maatregelen zijn noodzakelijk. Als vervolg hierop hebben Provinciale Staten op 25 april 2018 een besluit genomen over de planstudie N207-Zuid.
Onderdeel hiervan is doortrekking van de Bentwoudlaan naar de Hoogeveenseweg. Hiervoor zal een inpassingsplan worden voorbereid. Relatie met plangebied De toekomstige Bentwoudlaan ligt ten westen van deelgebied 1. Deze laan wordt aangesloten op de Verlengde Beethovenlaan die wordt verbonden met het Noordeinde. De geplande Verlengde Beethovenlaan ligt ten zuiden van deelgebied 2. De verkeersdoorstroming in de regio verbetert dankzij de weg, net als de verkeersveiligheid en leefbaarheid in Waddinxveen (Noordeinde) en in Boskoop (Hoogeveenseweg en Zijde). In figuur 4 is het toekomstige tracé weergegeven.
Toelichting
15
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Figuur 4: Tracé nieuwe ontsluitingsstructuur ten westen van Waddinxveen.
16
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
3.2
Randvoorwaarden en uitgangspunten
De gemeente heeft de navolgende uitgangspunten en ruimtelijke randvoorwaarden opgesteld. Als basis hiervoor geldt ruimtelijke kwaliteitswinst als doelstelling. Basisuitgangspunten De volgende uitgangspunten worden gehanteerd: Deelgebied 1 Een vervolgfunctie in de vorm van één compensatiewoning aan het Noordeinde 4 is mogelijk na sloop van agrarische bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van afgerond 560 m² en sanering van de sierteeltgronden van het sierteeltbedrijf, totaal afgerond 6,7 ha. Het recht op de overige twee compensatiewoningen kan in depot worden gehouden als gevolg van de resultaten van de omgevingsdialoog met omwonenden. Deze twee woningen kunnen elders in het buitengebied van Waddinxveen worden ingezet, met dien verstande dat de Polder Bloemendaal hiervan is uitgesloten. De woning moet milieuhygiënisch inpasbaar zijn. Bestaande (agrarische) bedrijven mogen niet worden beperkt in hun bedrijfsvoering. De compensatiewoning mag pas in gebruik worden genomen, nadat de overtollige bedrijfsbebouwing is gesloopt en de sierteeltgronden zijn gesaneerd. De bestaande bedrijfswoning kan van functie wijzigen naar plattelandswoning. De agrarische gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch met waarden' om natuur- en landschapswaarden te benadrukken, waarbij tevens de aanleg van een wandelpad (naar de Onderweg) in de toekomst tot de mogelijkheden behoort.
Deelgebied 2 De drie bouwvlakken van de sierteeltbedrijven kunnen worden samengevoegd tot één bouwvlak met een toegestane oppervlakte aan bedrijfsbebouwing van 2.650 m², welke opgave als volgt tot stand is gekomen: 1. de bestaande (permanente) bedrijfsbebouwing achter Noordeinde 46 en 46bis van 1.250 m²; 2. inlevering bouwrechten van 2 x 300 m² kassen in verband met schrappen 2 bouwvlakken; 3. sloop van bedrijfsbebouwing (kassen met een oppervlakte van 770 m²) van het niet meer in gebruik zijnde sierteeltbedrijf aan het Noordeinde 46a. De invloed op de omgeving dient bij aanpassing van het bouwvlak gewaarborgd te zijn. Hierbij is vooral het milieutechnische aspect van belang, de inpassing, inclusief verkeersafwikkeling, mag geen belemmeringen opleveren voor omliggende woningen. Nieuwe bedrijfsbebouwing en de (bestaande) waterbassins dienen landschappelijk te worden ingepast in verband met aanleg van toekomstige infrastructuur (Bentwoudlaan, 2e fase en Verlengde Beethovenlaan). Inpassingskaders Deelgebied 1 Voor inpassing van één compensatiewoning aan het Noordeinde 4 gelden de volgende uitgangspunten: De bestaande watergangen dienen voor zover mogelijk behouden te blijven. Er dient aandacht te worden besteed aan de maat, de schaal en de richting van het landschap.
Het nieuwe bouwvolume dient landschappelijk te worden ingepast door deze tussen de woningen Noordeinde 4 en 6 te realiseren, zodanig dat zichtlijnen niet onevenredig worden aangetast. De nieuwe woning mag geen grotere inhoud hebben dan 750 m³ (inclusief bijbehorende bouwwerken, zoals aan- en uitbouwen) met een maximale goothoogte van 3,5 meter en bouwhoogte van 8,5 meter. Voor de bestaande bedrijfswoning die van functie wijzigt naar plattelandswoning zijn de bouw- en gebruiksregels voor het buitengebied van toepassing. Deelgebied 2 Voor aanpassing van het bouwvlak aan Noordeinde 46 en 46bis gelden de volgende uitgangspunten.
Toelichting
17
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
De bestaande agrarische bedrijfsbebouwing met een oppervlakte van afgerond 1.250 m² mag worden uitgebreid met maximaal 1.370 m² ( totaal afgerond naar 2.650 m²). De tijdelijk vergunde sorteerruimte dient te worden verwijderd. Voor de agrarische bedrijfsbebouwing binnen het bouwvlak zijn voor het overige de bouw- en gebruiksregels van het geldende bestemmingsplan van toepassing. Ten westen en zuiden van de waterbassins dient na het in gebruik nemen van de Verlengde Beethovenlaan beplanting te worden aangebracht overeenkomstig het landschapsinrichtingsplan van Lagendijk Tuin- en Landschapsarchitecten B.V. van 27 januari 2017. Aanleg hiervan dient door middel van een voorwaardelijke verplichting te worden vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. Zier hiervoor de planregels onder artikel 3.4.3.
3.3
Nieuwe situatie
Deelgebied 1 Op basis van genoemde beleidskaders is een plan ontwikkeld voor het oprichten van één compensatiewoning. De woning wordt via een inrit ontsloten op het Noordeinde. De woning wordt tussen de twee bestaande woningen gesitueerd, zodat deze landschappelijk wordt ingepast. De afstand tussen de woningen is zodanig (minimaal 30 meter) dat doorzichten naar de polder niet onevenredig worden beperkt. De goot- en bouwhoogte van de bestaande woning wordt niet hoger dan respectievelijk 6 en 10 meter. De nieuwe woning krijgt na overleg met omwonenden een lagere goot- en bouwhoogte van respectievelijk 3,5 meter en 8,5 meter. Om dit woonperceel wordt water gegraven om de woning landschappelijk in te passen. De (overige) bouwregels van het geldende bestemmingsplan Noord-West zijn van toepassing voor zowel de compensatiewoning als de plattelandswoning op nummer 4. In figuur 5 is een situatietekening opgenomen van de nieuwe toestand. De agrarische gronden krijgen de bestemming 'Agrarisch met waarden'. De gronden kunnen worden gebruikt voor de teelt van akkerbouwproducten, alsmede agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Daarnaast behoort het tot de mogelijkheden om in de toekomst een wandelpad aan te leggen naar de Onderweg.
In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat de sierteeltgronden worden gesaneerd en de overtollige bedrijfsbebouwing inclusief wagenberging (afgerond 560 m²) wordt gesloopt, voordat de compensatiewoning in gebruik kan worden genomen.
18
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Figuur 5: Situatietekening compensatiewoning en omgeving (indicatief). Deelgebied 2 De drie bestaande bouwvlakken van de sierteeltbedrijven maken plaats voor één geïntegreerd bouwvlak ten behoeve van kwekerij 'Vredebest'. In het nieuwe bouwvlak is 2.650 m² bedrijfsbebouwing toegestaan, zodat de bedrijfsvoering van het bedrijf duurzaam kan worden geoptimaliseerd. De tijdelijk vergunde sorteerruimte bij de kwekerij wordt verwijderd. De situering van het bouwvlak is zodanig gekozen dat zichtlijnen vanaf het Noordeinde niet worden beperkt, omdat nieuwe bedrijfsbebouwing alleen mogelijk is achter de bestaande bedrijfsbebouwing. (Het bouwvlak wordt in noordelijke en zuidelijke verbreed tot de bestaande bebouwing en in westelijke richting vergroot.) De afstand tussen de perceelsgrenzen van de plattelandswoningen en het bouwvlak is 11 meter, zodat er voldoende manoeuvreerruimte aanwezig blijft. Door sloop van de kassen achter de plattelandswoning op nummer 46a wordt de ruimtelijke kwaliteit verbeterd en ontstaat daar een beter zicht vanaf het Noordeinde op de polder Achterof. De goot- en bouwhoogte van bebouwing is overeenkomstig het geldende bestemmingsplan niet meer dan respectievelijk 6 en 10 meter. De bouwregels van de geldende bestemmingsplannen voor het buitengebied zijn onverminderd van toepassing voor de in het gebied gelegen woningen.
De bedrijfswoning op nummer 46bis wordt in dit plan een plattelandswoning, omdat de eigenaar zijn bedrijf heeft verkocht aan kwekerij 'Vredebest'. De woning op nummer 46a was al een plattelandswoning in het bestemmingsplan. Een terreinsituatie met het nieuwe agrarisch bouwvlak is opgenomen in figuur 6.
Toelichting
19
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Figuur 6: Verkavelingstekening plangebied (voorlopig). 3.3.1 Landschappelijke inpassing deelgebied 1 Het staken van sierteeltactiviteiten buiten het sierteeltconcentratiegebied stimuleert de gemeente, zodat het oorspronkelijke agrarisch gebruik van deze gronden kan worden hersteld. Het saneren van sierteeltgronden en slopen van afgerond 560 m² aan bedrijfsbebouwing bij de bedrijfswoning geeft een ruimtelijke kwaliteitsimpuls. Om dit mogelijk te maken kunnen drie compensatiewoningen worden gerealiseerd. Na overleg met omwonenden wordt in het lint tussen de twee bestaande woningen één compensatiewoning gebouwd. De overig e twee woningen worden in depot gehouden. Om de woning landschappelijk in te passen wordt deze tussen de twee bestaande woningen gepositioneerd, zodat doorzichten vanaf de woningen aan de Dorpstraat niet onevenredig worden verminderd. Ondanks het feit dat de woning al circa 4 meter lager komt te liggen dan de woningen aan de Dorpstraat ten opzichte van het Actueel Hoogtebestand Nederland (zie figuur 7) is ervoor gekozen om de goothoogte te beperken tot 3,5 m en de bouwhoogte tot 8,5 meter. De nokrichting van het hoofdgebouw dient haaks op het Noordeinde te worden gesitueerd. Door de ligging van de woonkavel en de daarop te plaatsen woning wordt bereikt dat het uitzicht op de polder transparant blijft.
Figuur 7: Doorsnedetekening op basis van Actueel Hoogtebestand Nederland. De woonkavel kenmerkt zich door enerzijds een landschappelijk karakter en anderzijds verlopend naar een dorps karakter. De kavel wordt omringd door watergangen, waarbij de oever een natuurlijke uitstraling krijgt en er ruimte ontstaat voor het aanplanten van streekeigen beplanting. Vanaf het Noordeinde gezien krijgt de kavel een open, transparant maar tevens besloten en groen karakter door toepassing van grasbermen, streekeigen bosschages, enkele streekeigen bomen, (deels lage) hagen en open erven. Deze beplanting vormt vanaf het Noordeinde gezien een groen filter tussen woningen en polder. Het aanleggen van watergangen tussen de kavel geeft een duurzame garantie op doorzicht op de polder. In figuur 6 is de verkavelingstekening opgenomen van de woning.
20
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
3.3.2 Landschappelijke inpassing deelgebied 2 Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Verordening ruimte een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. In verband hiermee is voor deelgebied 2 een landschapsinrichtingsplan opgesteld, omdat dit deelgebied langs toekomstige infrastructuur van de Bentwoudlaan 2e fase en de Verlengde Beethovenlaan ligt. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties Het landschap waarin de Bentwoudlaan 2e fase en Verlengde Beethovenlaan zijn gepland bestaat uit een voormalige droogmakerij/kleipolder. Deze wordt gekarakteriseerd door openheid en is in gebruik als landbouwgrond (akkerbouw) en (boom)kwekerij. De provincie heeft als doelstelling terughoudendheid te betrachten ten aanzien van de aanplant van bomen. Omdat de Verlengde Beethovenlaan direct ten zuiden van dit deelgebied is gepland, is het van belang hiermee rekening mee te houden. Zicht vanaf de Verlengde Beethovenlaan op de projectlocatie kan gebruikt worden als reclame en aandacht voor het bedrijf en de (boom)kwekerij karakteristiek in het gebied. Deelgebied 2 Het deelgebied betreft een relatief smalle langgerekte kavel (in oost-westrichting) ten opzichte van de overige kavels in de polder.
Het projectgebied wordt aan de westzijde beëindigd door de Eerste Tocht. Dit is een watergang die is gegraven na het droogmalen van de polder om het gebied zo systematisch mogelijk te verkavelen. Doordat het deelgebied aan de oostzijde grenst aan een dicht bebouwd gebied en ten westen aan een open polder is het van belang een goede overgang te realiseren hiertussen en eventuele bebouwing zo dicht mogelijk aan het Noordeinde te realiseren. Ook heeft het de voorkeur de bebouwing zoveel mogelijk te bundelen, zodat er meer eenvoud wordt gecreëerd in het landschap. Hiermee ontstaat meer visueel contact met het achterland gezien vanaf het Noordeinde. Landschappelijke kwaliteiten Het Noordeinde is de scheidslijn tussen bebouwde omgeving aan de oostzijde van Waddinxveen enerzijds en het kleipolderlandschap met boomkwekerijen en landbouwgronden aan de westzijde anderzijds. Aan de westzijde van de weg staan veelal vrijstaande woningen en bedrijfsgebouwen met verschillende rooilijnen. Echter vanaf het Noordeinde is er slechts op enkele plaatsen zicht op de polder doordat de woningen met erfbeplantingen e.d. een vrij dichte massa vormen. Ter hoogte van het deelgebied geeft het Noordeinde een verrommeld beeld. Dit komt door een grote verscheidenheid aan gebouwen met verschillende rooilijnen en erven afgewisseld met siertuinen en gestrooide bomen.
De polder waarin het gebied ligt, geeft een open beeld in noordelijke-, zuidelijke- en westelijke richting gezien vanaf deze sierteeltlocatie. De belangrijkste kwaliteiten van deze polder zijn de rechthoekige verkaveling, rechte sloten en tochten vaak in gebruik als boomkwekerij. Het is van belang het karakteristiek van het boomkwekerijlandschap te behouden en herkenbaar te laten zijn. De aanwezige waterbassins in het plangebied vormen met hun omvang en verschijningsvorm storende elementen in het landschap. Van belang is deze waterbassins op een juiste manier in het landschap in te passen, zodat deze minder opvallend zijn, nadat de nieuwe regionale infrastructuur is gerealiseerd. Dit betreft de geplande Bentwoudlaan en een aftakking ten zuiden van de sierteeltlocatie (de Verlengde Beethovenlaan). Dit is mogelijk door de waterbassins aan de buitenranden van beplanting te voorzien. Hierbij valt te denken aan een bodembedekkende/klim beplanting van Hedera helix en rondom een heesterbeplanting met groenblijvende Hedera helix. Een inrichtingsplan is opgenomen in figuur 8. De landschappelijke inpassing van de waterbassins wordt via een voorwaardelijke verplichting geborgd in de in de specifieke gebruiksregels 3.4.3 van de bestemming 'Agrarisch'.
Toelichting
21
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Figuur 8: Voorstel inpassing waterbassins. Inpassing nieuwe bedrijfsbebouwing Het is van belang hierbij het samenspel tussen beplanting, al dan niet structuur dragend, en architectuur op esthetisch verantwoorde wijze uit te voeren, zodat de gewenste beeldkwaliteit gaat ontstaan. Hierbij is het van belang de juiste balans te creëren tussen groenbeleving en architectuur. Tevens is het van belang als ontwerpuitgangspunt dat zichtbaar en voelbaar wordt dat zodra je het gebied passeert je realiseert dat het gebied in een overgangszone ligt tussen sierteeltgebied en het Noordeinde. Om deze redenen wordt voorgesteld om nieuwe bedrijfsgebouwen grotendeels te voorzien van groene wanden, dit in relatie tot het groene karakter van de bedrijfstak. In figuur 9 zijn hiervoor enkele referentiebeelden opgenomen. Een nadere uitwerking van de gebouwen in samenspraak met het gewenste programma zal meer duidelijkheid geven over de uiteindelijke verschijningsvorm van bedrijfsbebouwing.
Figuur 9: Referentiebeelden groenaankleding bedrijfsgebouwen.
3.4
Verkeer en parkeren
Verkeer Het Noordeinde is een provinciale weg (N455) richting N11 via Boskoop en Hazerswoude-Dorp. De N207 (route Gouda – Alphen aan den Rijn - Leimuiden richting rijksweg A4 en A12) is bereikbaar via de Zijdeweg (Boskoop). In zuidelijke richting is het centrum van Waddinxveen en rijksweg A12 bereikbaar. Deelgebied 1 Dit gedeelte van het Noordeinde is in eigendom en beheer bij de aanwonenden. De weg heeft een maximum snelheid van 15 km/uur en dient als ontsluiting voor de percelen 2 tot en met 10 (even) vanaf
22
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
de Dorpstraat. Via een nieuw aan te leggen inrit wordt de compensatiewoning ontsloten. De woning Noordeinde 4 behoudt haar uitrit op het Noordeinde. Deelgebied 2 De sierteeltbedrijven worden ontsloten via de bestaande uitrit op het Noordeinde. De plattelandswoning aan Noordeinde 46a heeft een eigen uitrit. In de nieuwe situatie is dat niet anders. De weg heeft ter plaatse een maximum snelheid van 50 km/ uur. Aan de overzijde van de weg ligt een tweezijdig vrij liggend fietspad. Noordeinde. Inrit naar sierteeltbedrijven.
Dorpstraat (links afslag naar Noordeinde 2-10).
Noordeinde ten westen van Dorpstraat.
Parkeren Ieder plan dient te voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen erf. De vraag hoe wordt bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid wordt beantwoord in het parkeerbeleid van de gemeente Waddinxveen. In juli 2014 heeft de gemeente Waddinxveen Parkeerbeleid vastgesteld. In het paraplubestemmingsplan voor parkeren is dit planologisch verankerd. Hierin beschrijft de gemeente hoe wordt omgegaan met parkeernormen. Het parkeerbeleid is met name gericht op de bebouwde kom. Voor de parkeernormen wordt thans de CROW-publicatie 381 als uitgangspunt gehanteerd. Bij uitwerking van nieuwe bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan deze parkeernorm. De parkeernormen zijn opgenomen in tabel 3.1. De regels voor parkeren zijn opgenomen in artikel 13.1 Parkeerregeling, waarbij de regels van het parapluplan zijn overgenomen. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan deze parkeerregeling. Tabel 3.1 Parkeernormen Functies Woning, vrijstaand Bedrijf arbeidsextensief/ bezoekersextensief
Norm buitengebied, matig stedelijk 2,8 per woning min. 0,8 pp per 100 m² max. 1,3 pp per 100 m²
Aandeel bezoekers waarvan 0,3 per woning 5%
Deelgebied 1
Toelichting
23
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Voor zowel de bestaande woning als de nieuwe woning zullen op eigen terrein minimaal drie parkeerplaatsen per woning aanwezig zijn, zodat kan worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Deelgebied 2 Voor de bedrijfsbebouwing (totaal 2.650 m²) kan worden uitgegaan van de minimum norm, omdat veel (tijdelijke) werknemers op de fiets komen. Dit betekent bij een minimum norm dat er in de eindsituatie (0,8 x 26,5 =) 21,2 parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn. Op het verharde voorterrein is hiervoor ruim voldoende gelegenheid. Een fietsenstalling is al aanwezig op het voorterrein. Voor dit deelgebied is bij de drie woningen voldoende gelegenheid aanwezig om per woning 3 auto's op eigen terrein te stallen.
24
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de NOVI, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.
De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: "Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief." Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd.
Toelichting
25
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Naast de beleidskeuze, is ook het volgende nationaal belang opgenomen: "behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang". Het Rijk is medeverantwoordelijk voor het beschermen van waardevol landschap, zoals het Groene Hart, de Waddenzee en de Veluwe. De opgave bij dit nationale belang is om cultureel erfgoed en (inter)nationale unieke landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten te ontwikkelen, te behouden, te versterken en te benutten bij gebiedsontwikkeling en transformatie. Het plangebied ligt in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap. Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sanering van een sierteeltgebied buiten het sierteeltconcentratiegebied. Deze vervolgfunctie geeft een impuls aan de kwaliteit van dit perceel in het buitengebied, waarbij de landschappelijke waarden worden verbeterd. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken.
Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen hebben geen betrekking op onderhavig plangebied. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de nieuwe Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Deelgebied 1 In dit deelgebied wordt één nieuwe woning mogelijk gemaakt. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Op grond van jurisprudentie is er geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop ingegaan. Deelgebied 2 Sprake is van een aanpassing van een bouwvlak ten behoeve van bestaande agrarische bouwpercelen ten behoeve van een sierteeltbedrijf.
Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Hieronder wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen', zodat een laddertoets achterwege kan blijven.
26
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De functiewijziging betreft geen stedelijke ontwikkeling, zodat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 7 augustus 2021 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen.
Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 4. Naar een klimaatbestendige delta 5. Naar een nieuwe economie: the next level 6. Naar een levendige meerkernige metropool 7. Energievernieuwing 8. Best bereikbare provincie 9. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het programma Ruimte zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit.
Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. De kaart geeft een
Toelichting
27
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. Het Noordeinde ligt in het gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas. In paragraaf 4.2.3 wordt hierop ingegaan. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Deelgebieden 1 en 2 In de laag van de ondergrond maken beide deelgebieden onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Uit de laag van cultuur- en natuurlandschappen valt af te leiden dat droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg.
Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen. Als richtpunt voor droogmakerijen (klei) geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. Voorts liggen beide deelgebieden aan een dijklint. Dijken bepalen in hoge mate de kwaliteiten van het veenlandschap. Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in de stads- of dorpsrand. De stads- en dorpsrand is de zone op de grens van bebouwd gebied en landschap. Het is het deel van stad of dorp met potentie voor een hoogwaardig en geliefd woonmilieu, doordat hier de genoegens van stedelijk en buiten wonen bij elkaar komen; de nabijheid van voorzieningen gecombineerd met het vrije zicht en het directe contact met het buitengebied. De relatie tussen bebouwd gebied en landschap is afhankelijk van de karakteristieken van de bebouwingsrand en die van het aangrenzende landschap.
Daarbij worden drie typen ‘overgangskwaliteiten’ onderscheiden. Uitgangspunt bij ontwikkelingen aan dorpsranden is de contactkwaliteit. Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit (front, het contact en de overlap). Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Dit plan maakt twee kleinschalige ontwikkelingen mogelijk, waarbij de richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. Deelgebied 1 Deze planontwikkeling levert een bijdrage aan het actief opruimen en tegengaan van verrommeling, waarbij rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het landschap. Sprake is van een kwaliteitsverbetering, omdat sanering van agrarische bedrijfsbebouwing en sierteeltgronden buiten het sierteeltconcentratiegebied plaatsvindt. De belevingswaarde van de oorspronkelijke droogmakerij wordt hierdoor hersteld. De compensatiewoning wordt landschappelijk ingepast tussen twee bestaande woningen aan het Noordeinde 4 en 6. De realisatie van de Bentwoudlaan staat deze planontwikkeling niet in de weg. Deze transformatie geeft vanuit landschappelijk en cultuurhistorisch oogpunt een duurzame kwaliteitsverbetering van deze droogmakerij. Deelgebied 2 Het voorliggend initiatief sluit qua aard en omvang aan op de doelstellingen uit de Omgevingsvisie.
De aanwezige kwaliteiten van de droogmakerij worden niet aangetast. Per saldo is sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, omdat drie bouwvlakken plaatsmaken voor één nieuw bouwvlak met beperkte uitbreidingsmogelijkheden. Bestaande zichtlijnen worden niet aangetast door het aangepaste bouwvlak. Het tracé van de Bentwoudlaan ligt ten westen van de Eerste Tocht, zodat deze planontwikkeling ook op dit onderdeel inpasbaar is. Voldaan wordt aan de provinciale belangen met betrekking tot functie en gebruik voor agrarische doeleinden ten behoeve van twee bestaande
28
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
sierteeltbedrijven. De bestaande structuur en kwaliteit van het gebied verandert hierdoor nauwelijks. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond hiervan dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. In lid 2 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen.
In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Deelgebied 1 Dit onderdeel van het plan maakt de ontwikkeling van één compensatiewoning mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Twee woningen die rechtstreeks mogelijk worden gemaakt zijn niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4). Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Toetsing aan de ladder is derhalve niet nodig. Vanuit een goede ruimtelijke ordening is deze functiewijziging overigens goed inpasbaar, omdat verrommeling wordt tegengegaan en de nieuwe bebouwing landschappelijk wordt ingepast. Deelgebied 2 Dit bestemmingsplan maakt een aangepast agrarisch bouwvlak mogelijk voor een bestaand sierteeltbedrijf.
Hier is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de begripsbepaling in de Verordening ruimte. Hieronder wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart (inpassen); b. als de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar wijziging op structuurniveau voorziet (aanpassen), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door: 1. zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. c.
als de ruimtelijke ontwikkeling niet past bij de bestaande gebiedsidentiteit (transformeren), wordt deze uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door: 1. een integraal ontwerp, waarin behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht is besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in
Toelichting
29
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
ruimte en tijd, alsmede rekening is gehouden met de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart, en 2. het zo nodig treffen van aanvullende ruimtelijke maatregelen zoals bedoeld in het derde lid. De aanvullende ruimtelijke maatregelen kunnen op grond van artikel 6.9, lid 3 bestaan uit (een combinatie van): i. duurzame sanering van leegstaande bebouwing, kassen en/of boom- en sierteelt; ii. wegnemen van verharding, iii. toevoegen of herstellen van kenmerkende landschapselementen; iv. andere maatregelen waardoor de ruimtelijke kwaliteit verbetert. Voornoemde maatregelen worden in beginsel getroffen binnen hetzelfde plangebied als de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling, tenzij kan worden gemotiveerd dat dat niet mogelijk is. Toelichting Omgevingsverordening Het kwaliteitsbeleid gaat uit van 'ja, mits': ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of verbetering van de ruimtelijke kwaliteit en geldt in principe voor het grondgebied van de gehele provincie, dat wil zeggen zowel de groene ruimte als de bebouwde ruimte.
De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheid maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie. Dit betekent dat ruimtelijke ontwikkelingen: 1. moeten passen binnen de bestaande gebiedsidentiteit bij de aard en schaal van het gebied en 2. moet voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. Als een ontwikkeling niet past bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Deelgebied 1 Dit bestemmingsplan maakt een bestemmingswijziging mogelijk, waarin sierteeltgronden worden gesaneerd. Overtollige bedrijfsbebouwing wordt gesloopt. De sierteeltgronden worden getransformeerd tot akkerbouwgrond c.q. grasland en de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar plattelandswoning. Voorts wordt met toepassing van de ruimte voor ruimteregeling één compensatiewoning gerealiseerd. Deze functiewijziging is qua aard en schaal passend te beschouwen, omdat de oorspronkelijke droogmakerij wordt hersteld, zonder dat toekomstige regionale infrastructuur (Bentwoudlaan) onmogelijk wordt gemaakt. Gesteld kan worden dat deze duurzame sanering van sierteeltgebied buiten het concentratiegebied en sloop van overtollige bebouwing past binnen de bestaande gebiedsidentiteit en qua aard en schaal past bij wat er al is. Voor linten zijn de volgende richtpunten relevant: Linten blijven linten als onderscheidende bebouwingsvorm in het gebied. Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing een direct contact met het landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. De nieuwe lintbebouwing voegt zich tussen de bestaande bebouwing.
Door de woning tussen de bestaande woningen te plaatsen wordt rekening gehouden met cultuurhistorische kwaliteiten van zowel het lint als geheel, als van de individuele bebouwing. Doorzichten naar de droogmakerij worden hierdoor niet onevenredig aangetast. Het vorenstaande betekent dat er sprake is van ‘inpassing’, zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor dit gedeelte van het plan. De bruikbaarheid, duurzaamheid én belevingswaarde van de droogmakerij krijgt een kwaliteitsimpuls.
30
Toelichting
bestemmingsplan Noordeinde 4, 46, 46bis en 46a
Deelgebied 2 Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'droogmakerij (klei)'. Als richtpunt wordt aangehouden dat nieuwe ontwikkelingen in de droogmakerij worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van ruime doorzichten. In dit geval is sprake van bestaande sierteeltbedrijven buiten het concentratiegebied. De ruimtelijke kwaliteit wordt evenwel verbeterd, omdat één sierteeltbedrijf wordt gesaneerd en twee bouwvlakken worden ingeleverd voor één geïntegreerd bouwvlak, waarin de bestaande bedrijfsbebouwing staat met een geringe uitbreidingsmogelijkheid. Het tracé van de Bentwoudlaan staat deze ontwikkeling niet in de weg, omdat deze weg ten westen van de Eerste Tocht komt te liggen. Rondom de waterbassins wordt beplanting aangebracht, wat ten goede komt aan de landschappelijke kwaliteiten. De situering houdt rekening met de bestaande ontginningslijnen. Bestaande zichtlijnen worden niet aangetast. De lintbebouwing wijzigt in deze dorpsrand niet, omdat het aangepaste bouwvlak in het verlengde van de bestaande bedrijfsbebouwing wordt gesitueerd, zodat bestaande doorzichten niet worden beperkt.