1. Bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen, toelichting en regels, versie 16-04-2025
Tekst van het document
NL.IMRO.0627.KrommeEsse4b-0401
Kromme Esse 4b, Waddinxveen VASTGESTELD
16 april 2025
REDACTIONELE GEGEVENS Gemeente Waddinxveen Bremmer Boomkwekerijen Vastgoed B.V. Kromme Esse 6d 2741 KP Waddinxveen
STATUS Concept: Voorontwerp: Ontwerp: Vastgesteld:
DATUM 12 april 2023 16 november 2023 12 december 2023 16 april 2025
VERSIE 2e versie 1e versie 1e versie 3e versie
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Toelichting
Toelichting
3
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
4
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Inhoudsopgave Toelichting
3
Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
7 7 7 8 8
Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Bestaande situatie
9 9
Hoofdstuk3
11
3.1 3.2 3.3 3.4
Beleidsmatige ontwikkelingen Nieuwe situatie Beeldkwaliteit Verkeer en parkeren
Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4
Planbeschrijving
Beleidskader
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 12 14 17 17 18 24 25
Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk, provincie en gemeente 5.3 Beleid hoogheemraadschap van Rijnland 5.4 Waterhuishouding
31 31 31 32 33
Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten
35 35 44 47 49
Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan
51 51 51 51 53
Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid
55 55
Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie 9.3 Zienswijzen
57 57 57 57
Toelichting
5
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Regels
59
Hoofdstuk1
Inleidende regels
60
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
60 65
Hoofdstuk2
Bestemmingsregels
66
Artikel 3 Artikel 4
Agrarisch - Sierteelt Waarde - Archeologie 2
66 69
Hoofdstuk3
Algemene regels
72
Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
72 73 74 75 76
Hoofdstuk4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
77 77 78
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Akoestisch onderzoek
Bijlage 2
Besluit maatwerkvoorschrift
Bijlage 3
Bodemonderzoek
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek
6
Inhoudsopgave
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Op het perceel Kromme Esse 4b in Waddinxveen is een sierteeltbedrijf gevestigd. Dit bedrijf maakt onderdeel uit van Bremmer Boomkwekerijen dat is gevestigd aan de Kromme Esse 6d. Het plangebied ligt in het sierteeltconcentratiegebied. De eigenaar/ exploitant is voornemens om een nieuwe bedrijfshal met kantoorruimte te realiseren waar nu nog een verouderde kas en een loods staan, zodat de bedrijfsvoering op deze locatie kan worden geoptimaliseerd. De uitbreiding van het bouwvlak komt in het verlengde van de huidige verkavelingsstructuur te liggen, zodat de nieuwe bedrijfsloods landschappelijk kan worden ingepast. De noordelijk gelegen watergang blijft behouden, zodat bestaande doorzichten vanaf de Kromme Esse niet onevenredig worden aangetast. Over de situering van het bouwvlak tot de noordelijk gelegen watergang heeft inmiddels overleg plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap van Rijnland. Met de beoogde uitbreiding van het bouwvlak kunnen zij instemmen. Dit bestemmingsplan maakt het vergroten van het agrarisch bouwvlak voor het sierteeltbedrijf juridisch planologisch mogelijk.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied ligt aan de Kromme Esse 4b in de polder Bloemendaal van het oostelijk gelegen buitengebied. Ten westen van de Kromme Esse ligt de Zeeheldenwijk. Aan de noordzijde van het plangebied ligt een sloot met aansluitend sierteeltgronden met een wijzigingsbevoegdheid om hier maximaal drie woningen mogelijk te maken. Ten zuiden van het plangebied zijn aan de Kromme Esse 4c, 4d en 4e enkele bedrijven gevestigd in een bedrijfsverzamelgebouw, waaronder een groothandel in horeca met hierachter het sierteeltgebied. In westelijke richting staat een burgerwoning aan het bebouwingslint van de Kromme Esse 4. Een situatietekening is opgenomen in figuur 1.
Figuur 1: Plattegrond plangebied en omgeving.
Toelichting
7
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Ruimte voor Ruimte, Polder Bloemendaal" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"
Raadsbesluit 17 juli 2014 19 september 2019
Uitspraak ABRvS 15 april 2015 Geen beroep ingesteld
Het plangebied is in het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte, Polder Bloemendaal" bestemd voor 'Agrarisch - Sierteelt' met deels een bouwvlak (figuur 2). Binnen het bouwvlak zijn bedrijfsgebouwen toegestaan. Voor het plangebied gelden de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie 2 en 4'. Om een aanpassing van het bouwvlak mogelijk te maken is een herziening van het bestemmingsplan nodig. De Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geen betrekking gehad op onderhavig plangebied. In het nadien vastgestelde "Parapluplan Archeologie en Parkeren" is de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' beperkt tot de lintzone langs de Kromme Esse.
Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Ruimte voor Ruimte, Polder Bloemendaal'.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.
8
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande situatie
Bestaande situatie
In de polder Bloemendaal kwam van oorsprong, naast weidebouw, tuinbouw (groenteteelt) voor. Deze groenteteelt is in de loop van de tijd vervangen door sierteelt (boomteelt). Ook de relatief kleine kassen ten behoeve van de groenteteelt worden thans voor de sierteelt gebruikt. In het gedeelte ten oosten van de Zeeheldenbuurt/ Kromme Esse tot de Winterdijk zijn voornamelijk sierteeltbedrijven gevestigd. Daarnaast zijn ook enkele niet agrarische functies gevestigd en speeltuinvereniging De Overkant aan de Kromme Esse 6. In het gebied ten westen van de Kromme Esse bevindt zich de Zeeheldenwijk. Deze wijk ligt tussen de voormalige loop van de Gouwe en de huidige loop. Het gevolg is dat het gebied is afgesneden van de kern en een geïsoleerde ligging heeft. De buurt bestaat uit kleine arbeiderswoningen in rij, die direct zijn gesitueerd aan de straat. Doordat ook sprake is van smalle straatprofielen ontstaat een gebied met een zeer kleinschalig, besloten karakter. In het noordelijke gedeelte liggen enkele bedrijven, zoals de inmiddels opgeheven machinefabriek Van den Berg en BRUWA (een meubelfabriek). Beide bedrijven waren gevestigd aan de Henegouwerweg, maar de bedrijfsbebouwing loopt door tot de Kromme Esse. Tussen beide voormalige bedrijven ligt de Van Speykstraat. Via deze ontsluitingsweg worden de bedrijven en woningen aan de Kromme Esse ontsloten op de Henegouwerweg.
De woning aan de Kromme Esse 4.
Noordelijk gelegen te behouden sloot.
Bedrijfsverzamelgebouw aan de Kromme Esse 4c/f.
Sierteeltgronden achter het plangebied.
Planspecifiek Het plangebied ligt achter een bebouwingslint ten oosten van de Kromme Esse. In westelijke richting staat een burgerwoning op huisnummer 4. Ten noorden van het perceel zijn de gronden bestemd voor sierteelt met een wijzigingsbevoegdheid naar maximaal drie compensatiewoningen. Momenteel zijn deze gronden in gebruik als grasland. In zuidelijke richting ligt aan het bebouwingslint een bedrijfsverzamelgebouw met onder andere een groothandel in horeca. De gronden hierachter zijn in gebruik als sierteeltrond. De gronden ten oosten van het plangebied maken onderdeel uit van het sierteeltbedrijf van initiatiefnemer. Een luchtfoto van de bestaande situatie is opgenomen in figuur 3.
Toelichting
9
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Figuur 3: Luchtfoto bestaande situatie met loods en kas. Bestaande loods.
Verhard terrein naast loods en voor kas.
10
Bestaande kas, waarin producten worden verwerkt.
Verhard voorterrein.
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Hoofdstuk 3 3.1
Planbeschrijving
Beleidsmatige ontwikkelingen
In de bestemmingsplannen 'Landelijk Veen' en 'Ruimte voor Ruimte polder Bloemendaal' zijn de beleidsmatige ontwikkelingen vastgelegd op basis waarvan private initiatieven kunnen worden gefaciliteerd. Voor alle ontwikkelingen geldt dat de ruimtelijke, de milieukundige en de financiële uitvoerbaarheid dient te worden aangetoond om hieraan medewerking te verlenen. Het gemeentelijk beleidskader hiervoor zijn de Inrichtingsvisie Weids Bloemendaal (zie paragraaf 4.4.2) en de Ruimte voor Ruimteregeling voor de polder Bloemendaal. De ruimte voor ruimteregeling is niet van toepassing op onderhavig plangebied.
3.2
Nieuwe situatie
In 2019 heeft Bremmer Boomkwekerijen B.V. 8 ha sierteeltgrond aan de Kromme Esse 2 aangekocht. Deze percelen sluiten aan bij de kwekerij die is gesitueerd op Kromme Esse 4b. Geleidelijk aan is het in 2019 gekochte land ingericht als kwekerij. Bij volledige inrichting verdubbelt het teeltareaal op deze locatie. Verwerking, aan- en afvoer van goederen en planten nemen navenant toe. Eén en ander vraagt extra verwerkingsruimte, zowel voor het oppotten als het afleveren van de planten. De bestaande bedrijfsgebouwen op de Kromme Esse 4b zijn verouderd. De loods van 240 m² uit 1985 heeft een asbestdak, enkel glas, onvoldoende isolatie, enz. In dit pand is een werkplaats en opslag gevestigd. De kas van 1.000 m² dateert van 2002. Deze verouderde kas wordt gebruikt als hal voor het oppotten. Het dak lekt en het werkklimaat voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd ('s-winters koud, 's-zomers warm). Om de bedrijfsvoering duurzaam te exploiteren dient de huidige bebouwing om de volgende redenen te worden vervangen: verdubbeling van de productie op locatie Kromme Esse 2/4b; de locatie geschikt maken voor directe verzending naar de klant; vervangen van verouderde bebouwing door een duurzaam gebouw overeenkomstig eisen van Bijna Energieneutrale Gebouwen ((BENG).
Situering nieuwe bedrijfshal Zoals hierboven beschreven krijgt de nieuwe bedrijfshal meerdere functies: verzendhal voor gereed product, verwerkings- c.q. oppotruimte, opslag van materialen en werkplaats. De verzendhal voor gereed product wordt aan de voorzijde (westzijde) geplaatst en voorzien van twee dockshelters voor het laden van vrachtwagens. Naast de laaddocks komt een ruimte voor kantoor en kantine. In het achterste deel (oostzijde) komen de overige functies. De nieuwe bedrijfsbebouwing heeft een oppervlakte van afgerond 1.892 m². De goot- en bouwhoogte is respectievelijk afgerond 5,8 meter en 7,2 meter. Het kantoor aan de voorzijde van de bebouwing krijgt een bouwhoogte van circa 3,2 meter. Het agrarisch bedrijfsperceel van de huidige en toekomstige bebouwing grenzend aan de Kromme Esse is relatief smal, circa 32 meter. De achterste helft van de hal moet bereikbaar blijven voor vrachtwagens voor het lossen van potgrond, potten en dergelijke. Daarnaast is het belangrijk dat de ontsluiting langs de hal (zuidzijde) voldoende breed is dat verkeer elkaar kan passeren en om de achterliggende kwekerij toegankelijk te houden. Om die reden kan de ruimte aan de slootkant van de noordzijde niet gemist worden en dient het gebouw tot op de slootkant te worden gebouwd, zodat de bereikbaarheid van de oostelijk gelegen sierteeltgronden via de zuidzijde kan plaatsvinden.
Als gevolg van deze ontwikkeling dient het bouwvlak te worden aangepast, zodat er een duurzaam agrarisch bedrijfsperceel ontstaat. Zichtlijnen worden als gevolg van aanpassing van het bouwvlak niet onevenredig beperkt vanaf de Kromme Esse, omdat de bestaande watergang behouden blijft. In figuur 4 is een situatietekening opgenomen. Een vogelvluchttekening van de nieuwe situatie is weergegeven in figuur 5.
Toelichting
11
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Figuur 4: Situatieekening nieuwe toestand.
Figuur 5: Vogelvluchttekening nieuw bedrijfsgebouw.
3.3
Beeldkwaliteit
Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties De polder Bloemendaal is een voorbeeld van een klassieke Hollandse ontginning, waarbij het veen door
12
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
de aanleg van sloten en dijken werd ontwaterd ten nutte van de landbouw. Om een goede afwatering te garanderen werden de sloten dwars op de hoogtelijnen aangelegd. De kavels waren min of meer van gelijke omvang en werden verpacht of verkocht aan kolonisten uit de wijde omgeving, vandaar de naam “Cope” ontginning. Het huidig gebruik van de Polder Bloemendaal is voornamelijk agrarisch, daarbij is beperkt recreatief medegebruik van het gebied mogelijk. Er worden percelen gebruikt voor veehouderij. Verder zijn er sierteeltbedrijven aanwezig en bevinden zich kassen in de polder die veelal ondersteunend zijn voor de sierteelt dan wel voor tuinbouwdoeleinden worden gebruikt. Veel van die kassen zijn in het grootste deel van de polder gesaneerd in het kader van de ruimte voor ruimteregeling Polder Bloemendaal. Behalve in de noordwesthoek van de polder. Daar is juist een ruimer beleid voor de vestiging van boomkwekerijen met bedrijfsgebouwen en ondersteunende kassen tot 1/3 van de bedrijfsoppervlakte. Dit sierteeltconcentratiegebied grenst aan de bebouwde kern. Zo is aan de Kromme Esse en Henegouwernesse een sierteeltconcentratie gelegen met diverse boomkwekerijen met vele bedrijfsruimten en kassen, met daartussen ook bedrijfsbestemmingen. Een gedeelte van dit gebied is opgenomen in onderstaand kaart.
Sierteeltconcentratiegebied in noordwesthoek van polder Bloemendaal. Het plangebied maakt in de Inrichtingsvisie Weids Bloemendaal onderdeel uit van de zuidwestkwadrant. Dit gebied is aangeduid als boomsierteelt. Om de openheid van het veenweidelandschap in Weids Bloemendaal te behouden en te versterken, wordt ingezet op het sterker concentreren van de sierteelt en het saneren van verspreid glas en sierteelt buiten de boom- en sierteeltcontour. Binnen de sierteeltcontour zijn optimalisatiemogelijkheden mogelijk, waaronder ruimte behouden en creëren voor ondersteunend glas en bedrijfsgebouwen. De polder Bloemendaal is een veenweidegebied met typische kenmerken zoals het patroon van en slagenlandschap met sloten en weiden. De polder wordt bijna rondom omsloten door lintbebouwing. Vanaf diverse wegen is de polder nog goed zichtbaar, echter op deze locatie aan de Kromme Esse is dat niet meer het geval, doordat hier relatief veel meer bebouwing en bedrijvigheid is gevestigd. De woonhuizen, bedrijfsgebouwen en kassen zijn voornamelijk geconcentreerd aan de wegzijde. Concreet is er sprake van een geringe vergroting van een bestaand agrarisch bouwvlak voor een bestaand sierteeltbedrijf met bestaande bedrijfsruimte binnen de sierteeltcontour. De locatie betreft een vrij dicht bebouwd sierteeltgebied in de noordwesthoek van de polder Bloemendaal.
Het ligt niet in het deel met karakteristiek veenweidegebied en ook niet aan de rand van dit gebied. Er is dan ook geen sprake van een harde grens of overgang naar het naastgelegen gebied. Ten zuiden van het perceel ligt een perceel met industrie/bedrijfsterrein. Het perceel ten noorden van het plangebied heeft eveneens de
Toelichting
13
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
bestemming 'Agrarisch - Sierteelt' met een woning op de bouwkop en bouwvlakken erachter op het sierteeltperceel ten behoeve van bedrijfsbebouwing en/of kassen. De locatie zelf is momenteel een volledig verhard terrein met plein en oudere bedrijfsgebouwen. De nieuwe, vervangende bedrijfsloods, wordt evenwijdig aan de verkavelingsstructuur gesitueerd, zodat zichtlijnen vanaf de Kromme Esse niet onevenredig worden aangetast. De toegestane goot- en bouwhoogte van respectievelijke 5,8 meter en 7,2 meter met een hierbij passende kleurstelling is passend in het agrarische landschap. De kenmerkende landschapselementen worden niet aangetast. Het verkavelingsplan, zoals weergegeven in figuur 4, heeft als basis gediend voor het bestemmingsplan. Voor de vernieuwde bedrijfsruimte is een ruime parkeerplaats gepland langs de noord- en westzijde van het perceel. Deze parkeerruimte zal in de nieuwe situatie groen en met in het gebied passende bomen worden ingericht, onder andere langs de slootkant, en daarmee evenwijdig aan het verkavelingspatroon.
3.4
Verkeer en parkeren
3.4.1 Verkeer Het moederbedrijf van Bremmer Boomkwekerijen B.V. is gevestigd aan de Kromme Esse 6d/ Henegouwernesse 14. Tot op heden worden nagenoeg alle verzendingen van planten verstuurd vanaf laatstgenoemde locatie. Dat heeft veel vervoersbewegingen tot gevolg van Kromme Esse 4b en 6d visa versa. Doordat de afleverhal op de Kromme Esse 6d onvoldoende is berekend op de toenemende afzet is het voornemen om ook directe verzending vanaf Kromme Esse 4b te laten plaats vinden. Deze werkwijze zal naar verwachting de verkeersdruk van vrachtverkeer tussen beide locaties op de openbare weg verminderen. Op dit moment wordt de ontsluiting van Kromme Esse 2 niet gebruikt voor de kwekerij, omdat deze ontsluiting is niet geschikt voor vrachtverkeer aangezien de brug te smal is en de toegangsweg vlak langs een woonhuis loopt. De huidige ontsluiting op Kromme Esse 4b voldoet wel voor vrachtwagens. De Kromme Esse is aangemerkt als een erftoegangsweg in de bebouwde kom met een snelheid van 30 km/uur. Via de Van Speykstraat is de Henegouwerweg (N207) bereikbaar. Deze gebiedsontsluitingsweg is de verbindingsweg tussen Gouda en Alphen aan den Rijn. De maximum snelheid is ter plaatse 50 km/uur. In zuidelijke richting ligt Gouda. In noordelijke richting is het centrum van Waddinxveen via de hefbrug bereikbaar.
Verkeersgeneratie Toekomstige verkeerssituatie De agrarische bedrijfsactiviteiten hebben een gering effect op het goederenverkeer. Uitgaande van een nieuw bedrijfsvloeroppervlak van (1.892 m² (nieuw) - 1.240 m² (bestaand) =) 652 m² is de toekomstige nieuwe verkeersgeneratie gemiddeld 29 voertuigbewegingen per werkdag, waarvan 4 vrachtwagens per dag, zijnde 15% (bron CROW 744, augustus 2024); verkeersgeneratie gemiddeld 4,5 per 100 m² bvo in rest bebouwde kom, sterk stedelijk voor bedrijf, arbeidsextensief (loods, opslag/ transportbedrijf). Effecten verkeersafwikkeling Als gevolg van de herschikking van bedrijfsactiviteiten, neemt de verkeersgeneratie met circa 29 motorvoertuigbewegingen per werkdagetmaal toe; waarvan 4 vrachtwagens per dag. Aan de hand van de geprognosticeerde verkeersgeneratie kan worden vastgesteld dat het effect leidt tot een beperkte toename van het verkeer op de omliggende wegvakken. De toename vindt verspreid over de dag plaats en is verkeerskundig dermate laag dat mag worden verondersteld dat het verkeer opgaat in het reguliere verkeersbeeld en niet leidt tot (nieuwe) knelpunten op gebied van verkeersafwikkeling. De bedrijfsbebouwing wordt naar achteren verplaatst om op het voorterrein vrachtwagens de mogelijkheid te geven om op eigen terrein te keren.
Tevens wordt de loods van dockshelters voorzien voor gemak met laden en lossen en beperking van geluidsoverlast. Vanwege de helling in deze voorziening vraagt dit veel ruimte.
14
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
3.4.2 Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het Parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het parkeerbeleid heeft betrekking op de (toekomstige) bebouwde kom van Waddinxveen. De basis hiervoor is de regeling zoals opgenomen in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018) en aanvullend de richtlijnen van CROW-publicatie 744, 'Parkeerkencijfers 2024' (augustus 2024). Het CROW maakt onderscheid in de stedelijkheidsgraad en de locatie. Waddinxveen gaat voor de hele gemeente uit van 'sterk stedelijk' als stedelijkheidsgraad. Afhankelijk van de betreffende locatie wordt gekozen voor 'rest bebouwde kom' of 'buitengebied'. De te kiezen plek in de bandbreedte is afhankelijk van situatiespecifieke kenmerken. Een locatie dicht bij een aansluiting op een snelweg kan een hoger autogebruik veroorzaken en daarmee een hogere vraag naar parkeerplaatsen. Anderzijds kan een locatie dicht bij een treinstation een lager autogebruik veroorzaken en daarmee minder vraag naar parkeerplaatsen.
Omdat Waddinxveen vlak bij de A12 en de A20 ligt én drie treinstations, wordt uitgegaan van het midden van de bandbreedte. Parkeren wordt in eerste instantie op de te ontwikkelen locatie opgelost. Hiervan kan worden afgeweken, bijvoorbeeld als blijkt dat er in de directe omgeving een overcapaciteit aan parkeerplaatsen in de openbare ruimte is. De parkeerkencijfers zijn opgenomen in tabel 3.1. Tabel 3.1 Parkeerkencijfers in verband met oprichten bedrijfshal met kantoor Functies Per 100 m² Oppervlakte Bedrijven sterk stedelijk/ buitengebied gemiddelde norm Bedrijf, arbeidsextensief/ bezoekersextensief 0,95 pp 1.750 m² (loods, opslag, transportbedrijf) Kantoor (zonder baliefunctie) 1,65 pp 142 m² Totaal 1.892 m²
Aantal pp 16,6 pp 2,4 pp 19 pp
Op het perceel staan nu een kleine loods en een kas. Na sloop wordt hiervoor in de plaats een bedrijfshal met kantoor teruggebouwd van 1,892 m², waarvan 142 m² kantoor. Dit betekent een parkeerbehoefte van 19 parkeerplaatsen. Op het voorterrein is voldoende ruimte om de parkeerbehoefte op eigen terrein te vangen. Hier kunnen 26 parkeerplaatsen worden aangelegd zoals aangegeven in figuur 4. Daarnaast wordt er ruimte gereserveerd voor stalling van fietsen. Het laden van vrachtwagens vindt plaats via de twee dockshelters. Bij uitwerking van het bouwplan dient te worden aangetoond dat kan worden voldaan aan deze parkeernorm. Dit wordt geborgd in de parkeerregels in artikel 9.1, waarbij de regels van het Parapluplan Archeologie en Parkeren zijn overgenomen.
Kromme Esse.
Toelichting
Brede inrit vanaf Kromme Esse naar het plangebied.
15
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
16
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die op 1 januari 2024 in werking is getreden. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities.
Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.
Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Relatie tot het bestemmingsplan In de uitwerking van prioriteit 4 'Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied' is een aantal beleidskeuzes opgenomen. Eén van de beleidskeuzes is als volgt: 'Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschapsinclusief.' Onder unieke landschappen wordt onder andere het Groene Hart benoemd. Het plangebied is gelegen in het Groene Hart, dit gebied is aangewezen als Nationaal landschap.
Het doel is om de kwaliteit te versterken en te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het vergroten van een agrarisch bouwvlak van een bestaand sierteeltbedrijf binnen de sierteeltcontour. Deze
Toelichting
17
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
ontwikkeling is passend. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Het plangebied ligt niet binnen één van de rijksbelangen. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.
Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. In dit bestemmingsplan wordt een aanpassing van een agrarisch bouwvlak mogelijk gemaakt van een bestaand sierteeltbedrijf.
Er is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in het Besluit ruimtelijke ordening. Hieronder wordt verstaan: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor deze planontwikkeling. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen voor deze planontwikkeling.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van
18
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit.
Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening.
De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. De provincie vraagt gemeenten om voor ontwikkelingen in en nabij het buitengebied de kwaliteitskaart te benutten en gebruik te maken van de opgestelde gebiedsprofielen. Het plangebied ligt in het gebiedsprofiel Gouwe Wiericke. In paragraaf 4.2.3 wordt hierop ingegaan. De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Het plangebied maakt in de Laag van de ondergrond (eerste laag) onderdeel uit van veen in een veencomplex met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Als richtpunt geldt dat ontwikkelingen in het veenlandschap zorgdragen voor behoud van het veen en zijn met name bij de diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. In de Laag van cultuur- en natuurlandschappen maakt het plangebied onderdeel uit van 'Sierteelt op veen' (figuur 6). De structuur in de veengebieden is sterk bepaald door de rivieren en veenstromen, de op enige afstand daarvan aangelegde weteringen en andere ontginningsbasissen. Loodrecht daarop staan de (regelmatige) verkavelingspatronen. Het landschap is tussen deze structuren weids met lange zichtlijnen.
Andere kenmerken zijn de smalle kavels, vele sloten met hoog waterpeil en overwegend grasland als bodemgebruik. Het agrarisch gebruik overheerst. Belangrijke kenmerken van het veenweidegebied zijn het contrast tussen (meer verdichte) hooggelegen boezems, linten en bovenlanden en het uitgestrekte, ingeklonken veen (open gebied). Veenstromen, dijken en kades vormen landschappelijke structuurdragers en begrenzen de (open) poldereenheden. Het gebruik richt zich op
Toelichting
19
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
behoud van de maat van de poldereenheden, het verkavelingspatroon, de beplanting, de kades en dijken en de zichtbaarheid van water in de vorm van sloten, weteringen en boezems. Een duurzaam gebruik en eigenaarschap van het veen(weide)gebied is van belang. Het maken van nieuwe (agrarische) natuurlandschappen met een (extensieve) recreatieve functie behoort daarbij tot de mogelijkheid. Richtpunten zijn onder andere: Bewaren diversiteit aan verkavelingspatronen. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden. Ontwikkelingen houden rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Ontwikkelingen dragen bij aan behoud van de maat en weidsheid van de poldereenheden. Nieuwe bebouwing en bouwwerken worden geplaatst binnen de bestaande structuren/ linten en niet in de veenweidepolders. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied gedeeltelijk in de stads- en dorpsrand (figuur 6). Ontwikkelingen aan de stads- of dorpsrand dragen bij aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Op de Laag van de beleving is het plangebied niet specifiek aangeduid. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Dit bestemmingsplan maakt een aanpassing van een agrarisch bouwvlak mogelijk voor een bestaand agrarisch bedrijfscomplex in de 'stads- en dorpsrand', waarbij rekening wordt gehouden met de kernkwaliteiten van het landschap.
De bestaande verkavelingsstructuur wordt gerespecteerd, omdat de uitbreiding van het bouwvlak binnen de sierteeltkavel blijft en de noordelijk gelegen lengtesloot blijft behouden. De planontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.
Figuur 6: Links uitsnede Laag van de cultuur- en natuurlandschappen en rechts Laag van de stedelijke occupatie.
20
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden. In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeldop kaart 19 in bijlage II. Toetsing aan ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt een vergroting van een agrarisch bouwvlak mogelijk voor een bestaand sierteeltbedrijf in het boom- en sierteeltgebied als genoemd in artikel 6.16 van de Omgevingsverordening.
De nieuwe bedrijfsloods heeft een oppervlakte van 1.892 m². Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen (o.a. Uitspraak Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 23 april 2014, zaaknummer 201306183/1). Een verdere bespreking is dan ook niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c.
de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. In lid 8 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor een gebied met beschermingscategorie 3, zijnde Buitengebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 14 in bijlage II, ontwikkelingen mogelijk kan maken die kunnen vallen onder noemer inpassen, aanpassen of transformeren en die in overeenstemming zijn met artikel 6.9a. In dit artikel (Beschermingscategorie 3 Buitengebied) is bepaald dat een bestemmingsplan voor een locatie binnen buitengebied kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging.
Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.
Toelichting
21
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Op de Kwaliteitskaart is het plangebied aangeduid als 'sierteelt op veen'. Als richtpunten voor 'sierteelt op veen' wordt onder andere het volgende aangehouden: De structurerende watergangen (zichtsloten) worden niet gedempt en resterende windakkers blijven behouden. Schaalvergroting wordt gebaseerd op de historische copeverkaveling. Ontwikkelingen in de rand van het sierteeltgebied dragen bij aan goede overgangskwaliteit naar het omliggend veenweide- en droogmakerijenlandschap. De uitbreiding van het agrarisch bouwvlak is gebaseerd op de historische copeverkaveling (de uitbreiding vindt in oostelijke richting plaats). De lengtesloten en kenmerkende landschapselementen blijven behouden. Evenmin worden zichtlijnen vanaf de Kromme Esse aangetast. De ontwikkeling houdt rekening met het behoud van kenmerkende landschapselementen. Boom- en sierteeltgebied In artikel 6.16, lid 1 (Boom- en sierteeltgebied) is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het boom- en sierteeltgebied, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II alleen bedrijven toelaat die zich bezighouden met boom- en sierteelt en de daarbij behorende voorzieningen. Het plangebied maakt hiervan onderdeel uit. Tevens heeft het plangebied op grond van lid 10 de aanduiding 'maatwerkgebied boom- en sierteeltgebied'. In figuur 7 is dat weergegeven.
De maatwerkregeling is hier niet van toepassing, omdat de nieuwe ruimtelijke ontwikkeling tot het boom- en sierteeltgebied behoort. Er is geen strijd met de Omgevingsverordening.
Figuur 7: Uitsnede Kaart 11, Greenports. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling. Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Met deze planontwikkeling wordt een uitbreiding van een bouwvlak voor een bestaand sierteeltbedrijf
22
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
mogelijk gemaakt. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling' zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan in overeenstemming is met de regels van boom- en sierteeltglastuinbouwgebied, omdat het plangebied onderdeel uitmaakt van het boom- en sierteeltgebied, zoals aangeduid in kaart 11 Greenports van Omgevingsverordening als genoemd in artikel 6.16, lid 1. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Gouwe Wiericke Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben voor Gouwe Wiericke op 16 december 2014 een gebiedsprofiel vastgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied.
Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken. Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. De werkgebieden in Gouwe Wiericke concentreren zich in de Oude Rijnzone en in de nabijheid van de (afritten van) de A12 en N11. In het landelijk gebied komen verspreid enkele grote bedrijven voor, zoals in Reeuwijk-dorp. De westrand van Gouwe Wiericke wordt gedomineerd door het sierteelt-werkgebied van Boskoop. Verspreid liggen enkele glasopstanden binnen de grenzen van Gouwe Wiericke. Het plangebied maakt onderdeel uit van een sierteelt werkgebied. De kavelopbouw bestaat veelal uit een woongebouw middenvoor op de kavel, op afstand van de weg en evenwijdig aan de kavelgrenzen. Daarachter staat de bedrijfsbebouwing in de vorm van kassen of loodsen. Waar de sierteeltbedrijven aan de veenweide grenzen zijn vaak de lange en monotone zijkanten van de bedrijfsgebouwen. Vroeger was de siertuin aan de weg een plek waar de kweker zijn producten toonde. Tegenwoordig is de logistieke functie zwaarder en komt er meer verharding bij de entrees.
Ambities zijn onder andere: geen bedrijfsbebouwing of glas direct aan de weg. Aansluiting dient te worden gezocht bij de huidige kavelopbouw, waarbij een representatieve groene entree en het woonhuis het visitekaartje vormen. doorzichten tussen de bedrijfsgebouwen handhaven. waar bedrijfsgebouwen aan open grasland grenzen extra aandacht voor de zijkanten van de bebouwing. Streekeigen beplanting zorgt voor een groene en zachte overgang. Spiegeling aan gebiedsprofiel Het plangebied ligt aan een rand van het sierteelt werkgebied. De bedrijfsbebouwing komt achter het bebouwingslint. Bij de situering van het bouwvlak is rekening gehouden met de bestaande kavelstructuur. De noordelijk gelegen sloot wordt gehandhaafd, zodat doorzichten vanaf de Kromme Esse niet onevenredig worden beperkt. Verder heeft een uitwerking van de ambities al min of meer plaatsgevonden in de Inrichtingsvisie Weids Bloemendaal (december 2011), zoals opgenomen in paragraaf 4.4.2. Met dit plan wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van doorzichten en handhaving sloten zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). Conclusie Onderhavige planontwikkeling voorziet in een vergroting van een agrarisch bouwvlak voor een bestaand sierteeltbedrijf. Doorzichten vanaf de Kromme Esse worden niet aangetast.
De planontwikkeling voldoet aan het provinciale belang met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit zoals vastgelegd in artikel 6.9, lid 5
Toelichting
23
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
van de Omgevingsverordening Zuid-Holland.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport Boskoop De Greenport regio Boskoop - het netwerk van bedrijven in de boomsierteelt - heeft een echte centrumpositie. Om die positie te kunnen vasthouden en uit te bouwen, hebben de betrokken gemeenten met overtuiging gekozen voor de ontwikkeling van de Greenport. De Intergemeentelijke Structuurvisie (afgekort ISV) is gemaakt om de ruimtelijke keuzes in samenhang te kunnen bepalen. Kernbegrippen zijn: compactheid, bereikbaarheid en duurzaamheid. De ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Greenport Boskoop worden al langer beperkt door het ruimtelijk beleid in het Groene Hart. Mede daardoor is een achterstand ontstaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten in balans met de omgeving plaatsvinden. Daarnaast zijn aanzienlijke investeringen in de infrastructuur nodig. Als gevolg van de aanwijzing als Greenport zal er ook schaalvergroting plaatsvinden. De ambitie van de structuurvisie ligt in een sterke, duurzame en beleefbare Greenport in een leefbare omgeving. Een sterke Greenport wordt bereikt door de centrumfunctie te versterken, de eigen identiteit te versterken en door een betrouwbare bereikbaarheid te waarborgen. Duurzaamheid ontstaat allereerst door efficiënt ruimtegebruik: bundelen, concentreren en herstructureren. Ook moet de wateropgave structureel geregeld worden met duurzaam waterbeheer en voldoende zoetwatervoorziening.
De Greenport moet beleefbaar zijn, een uitstraling krijgen die aantrekkelijk is voor inwoners en bezoekers van het Groene Hart. Op die manier vormt de Greenport een schakel tussen de stedelijke gebieden en het open veenweidegebied. De leefbaarheid van de omgeving wordt vergroot door verkeersoverlast te voorkomen, mede dankzij de voorgenomen infrastructurele verbeteringen. In de ISV is voor polder Bloemendaal opgenomen dat voor bedrijven die willen verplaatsen of stoppen een nadere regeling zal worden opgesteld. Hieraan is uitvoering gegeven door het opstellen van een Visie voor de polder Bloemendaal. In hoofdstuk 4.4.2 wordt hierop ingegaan. Op de visiekaart is het plangebied aangeduid als 'transformatie boomsierteelt'. Het ISV heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 16 februari 2011 vastgesteld. Conclusie Onderhavige planontwikkeling wordt niet specifiek genoemd in de ISV. Er is sprake van een bestaand sierteeltbedrijf, waarbij alleen een bouwvlak wordt vergroot. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de ISV. 4.3.2 'Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop - herziening 2020' De gemeenteraad van Waddinxveen heeft in zijn vergadering van 17 februari 2021 de Intergemeentelijke Structuurvisie Greenport regio Boskoop - herziening 2020 (ISV) vastgesteld.
Hierin is de ambitie vastgesteld om de centrumpositie vast te houden en uit te bouwen en de Greenport verder te ontwikkelingen. In dat kader streeft de ISV naar versterking van de Greenpoort, waarbij compactheid, bereikbaarheid en duurzaamheid kernbegrippen zijn. Binnen de Greenport wordt ruimte geboden voor faciliteiten en activiteiten die direct en indirect van belang zijn. Herstructurering van het gebied is daarbij belangrijk. Om tot herstructurering te komen wordt naast verbetering van infrastructuur en waterhuishouding ook ingezet op schaalvergroting. Sommige delen van het sierteeltgebied zijn vanwege de kleinschaligheid, gebiedsstructuur en moeilijke bereikbaarheid niet meer geschikt voor moderne en toekomstbestendige sierteeltbedrijven. Op de visiekaart maakt het plangebied onderdeel uit van het 'boomsierteeltgebied, maatwerk/ conservering' (figuur 8). De planlocatie ligt binnen de contour van de boomsierteelt. Een herziening van de sierteeltcontour kan zich aandienen wanneer dit bij lokale uitwerking duidelijk wordt en voor zover dit realiseerbaar is zonder wezenlijk negatief gevolg voor de economische functie van de Greenport. Conclusie De herziening van de Structuurvisie Greenport regio Boskoop (2020) heeft een hoog abstractieniveau. Sprake is van een bestaand sierteeltgebied dat als zodanig is toegestaan in het geldende bestemmingsplan.
Deze planontwikkeling is passend binnen de uitgangspunten van de door de drie
24
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
Greenportgemeenten Alphen aan den Rijn, Bodegraven-Reeuwijk en Waddinxveen vastgestelde herziening 2020, waarin het plangebied is aangeduid als boomsierteeltgebied.
Figuur 8: Visiekaart 2020 ISV Greenport regio Boskoop, partiële herziening 2020, waarin het gebied is aangeduid als 'onderdeel boomsierteeltgebied, maatwerk/conservering'.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 vastgesteld. Bij het opstellen van de omgevingsvisie zijn inwoners, bedrijven en andere organisaties betrokken. Waarom een Omgevingsvisie? Waddinxveen is in de afgelopen jaren flink gegroeid. Er wonen nu met meer dan 31.000 mensen in de gemeente. Tot 2050 wordt er (vanwege de lopende nieuwbouwprojecten) een flinke groei van de bevolking verwacht ten opzichte van 2020. Dit betekent nog al wat. Er zijn voldoende passende, betaalbare en toekomstbestendige woningen nodig. Om niet in de knel te komen met de maatschappelijke voorzieningen (zoals onderwijs, sport en zorg) of te maken te krijgen met vastlopend verkeer, is het van belang om goed na te denken over hoe Waddinxveen er in de toekomst uit moet zien. Hoe biedt de gemeente ook over 20 tot 30 jaar een mooie en prettige omgeving om te wonen, werken en onze vrije tijd door te brengen? Tegelijkertijd wil de gemeente de natuur en biodiversiteit beschermen en herstellen terwijl we blijven recreëren in het landschap. Ook heeft de gemeente een grote klimaatopgave waar zij zich hard voor wil maken. Daarnaast veranderen de maatschappelijke verhoudingen en de rol van de overheid. Inwoners en bedrijven nemen steeds vaker zelf het initiatief om maatschappelijke en economische vraagstukken op te pakken.
De vraagstukken zijn groot en kunnen niet los van elkaar gezien worden. Ze vragen samen meer ruimte dan zomaar beschikbaar is. De koers hiervoor wordt uitgezet in de omgevingsvisie. Ambities voor de toekomst De ontwikkeling van Waddinxveen heeft zich altijd gekenmerkt door een krachtdadige houding ten opzichte van de omstandigheden van haar omgeving. De historie laat zien dat het landschap van Waddinxveen altijd is veranderd door - en naar de hand is gezet van - haar inwoners, om in te spelen op
Toelichting
25
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
de ontwikkelingen die op haar afkwamen. Ook nu komen er grote ontwikkelingen op haar af. En ook nu moet de gemeente, net als in het verleden, de moed hebben om ingrijpende keuzes te maken. Zo kan de brug (tegen wil en dank toch medebepalend voor de identiteit van Waddinxveen) worden geslagen tussen verleden en toekomst, tussen stad en land, tussen landschappen (hoog en laag, nat en droog) en tussen mensen onderling. Het credo 'Waddinxveen; bruggen bouwen richting de toekomst' wordt verder uitgewerkt langs drie pijlers: 'Veelzijdig polderlandschap', 'Goed leven tussen stad en land' en 'Innovatieve knoop aan de Gouwe'. De belangrijkste ruimtelijke ingrepen zijn weergegeven op de integrale visiekaart Waddinxveen 2050. De arceringen en icoontjes op de kaart zijn indicatief en de locaties liggen nog niet overal vast. Het plangebied is hier aangeduid als 'sierteelt' (figuur 9).
Figuur 9: Integrale visiekaart Waddinxveen 2050. Koers per deelgebied Op basis van de algemene koers, die voor de gemeente als geheel geldt, is per specifiek deelgebied een koers beschreven. Hierbij worden de gewenste gebiedskwaliteiten benoemd en zoveel mogelijk concrete ontwikkelingen. Waar relevant geeft de gemeente aan of kleinere locaties in dat deelgebied nog een afwijkende opgave hebben. De volgende deelgebieden worden onderscheiden: Woonwijken (Woonkern); Gouweplein centrum Waddinxveen en Sleutelkwartier (Woonkern); Bedrijventerreinen (Bedrijvigheid); Glastuinbouwgebieden (Bedrijvigheid) Polders Achterof en Zuidplas; Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder; Recreatiegebieden Bentwoud, Gouwebos en 't Weegje (Buitengebied). Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & Voorofsche polder Polder Bloemendaal en de Voorofsche polder hebben een hoge omgevingskwaliteit met bijzondere polders met hoge cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. Het zijn waardevolle gebieden
26
Toelichting
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
voor weidevogels en ze bevatten een grote hoeveelheid archeologische sporen. In de polder lopen ook bewoningslinten door en er is bedrijvigheid in verschillende vormen aanwezig: landbouw in afnemende mate en kwekerijen. De polders worden niet overal als even goed bereikbaar en fietsvriendelijk ervaren. Ook moet opgepast worden met het toestaan van nieuwe ontwikkelingen: het huidige karakter ten zuiden van de Brugweg en van de Voorofsche polder dient bewaakt te worden. Toetsing planinitiatief Er is sprake van een bestaand sierteeltbedrijf. De geringe aanpassing van het bouwvlak gaat gepaard met de nieuwbouw van een bedrijfsgebouw. De landschappelijke kwaliteiten van het bebouwingslint worden niet aangepast, omdat het bouwvlak achter het lint is gelegen en in oostelijke richting wordt uitgebreid. Het plan is in overeenstemming met de koers voor de Polder Bloemendaal, waarin het plangebied is aangeduid als 'sierteelt' (figuur 10). Bij uitwerking van het bouwplan wordt rekening gehouden met klimaatadaptatie. In paragraaf 4.4.4 wordt hierop ingegaan.
Figuur 10: Uitsnede Kaart 'Veenweidegebied: Polder Bloemendaal & de Voorofsche polder'. Plangebied zwart omkaderd. Conclusie De Omgevingsvisie Waddinxveen 2050 heeft een hoog abstractieniveau, waarin ontwikkelingen niet op perceelsniveau zijn beschreven. Het plangebied ligt achter het bebouwingslint van de Kromme Esse. Op de Visiekaart Waddinxveen 2050 is het plangebied aangeduid als 'boomteelt'. Om een duurzame herinrichting van het bedrijfsperceel mogelijk te maken is een vergroting van het agrarisch bouwvlak nodig. De planontwikkeling is in overeenstemming met de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Toelichting
27
bestemmingsplan Kromme Esse 4b, Waddinxveen
4.4.2 Inrichtingsvisie Weids Bloemendaal De gemeenteraad van Waddinxveen heeft de inrichtingsvisie Weids Bloemendaal op 14 december 2011 vastgesteld. Centraal in de inrichtingsvisie staat het behoud en de versterking van de kwaliteiten van het veenweidelandschap in dit deel van het Groene Hart. Daarbij wordt ernaar gestreefd dit gebied meer maatschappelijke waarde te geven, onder andere door het vergroten van de betekenis voor natuur en recreatie. Aanpassing van het grondgebruik aan het bestaande peil, mede om verdergaande bodemdaling tegen te gaan is wenselijk. Er wordt ingezet op transformatie naar natuur, waarbij de landbouw als beheerder van het gebied kan blijven functioneren, met name door weidebouw. Karakteristieke landschapselementen worden waar mogelijk hersteld en beheerd. Binnen de sierteeltcontour blijft de sierteelt een beeldbepalende vorm van landgebruik. Om de recreatieve structuur te versterken wordt tevens gestreefd naar uitbreiding van het wandelroutenetwerk en realisatie van kleinschalige recreatieve voorzieningen (uitkijkpunt e.d.). In de Inrichtingsvisie (figuur 11) is het plangebied aangeduid als 'sierteelt'. Het bebouwingslint is aangeduid als 'gesloten lint (indicatief)' langs de Kromme Esse. De ruimtelijke koers voor de boomsierteelt is behoud en versterken van de boomsierteeltfunctie.