CConstaterende datWaddinxveen
Koppel je AI →
Document · PDF

1.a. Bestemminsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg, toelichting en regels versie 07-02-2024

Besluitvormende raadsvergadering 29 mei 2024, gemeente WaddinxveenBij agendapunt: Bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg27.670 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

NOPQRSTPUVWXPYZ[\[][^_`[abcd][^eUfUg

BCDEDFDGHIJKDLIMNDOIPOQQCRSTFDG hicjklcjlOm

Xno[pZqrZsnWUWf

UVWXYZ[\]V^VI_V_V`V]P _DRDDTODIaSEENTbcDDT

PZXZdP t`uv[wdx h``Z`ud][Zwx Tud][Zwx hr|d^[|d[}\x

WXZde gWnyqusnWUWz gWnyq}snWUWz WVn|[wd[~p[ZnWUWz Xno[pZqrZsnWUWf

`VUP[V W[n{[Z|s[ g[n{[Z|s[ z[n{[Z|s[ g[n{[Z|s[

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Toelichting

Toelichting

3

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

4

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Inhoudsopgave Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer

7 7 7 8 9

Hoofdstuk2 Bestaande situatie 2.1 Ruimtelijke en functionele structuur

11 11

Hoofdstuk3

15

3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidsmatige ontwikkelingen Nieuwe situatie Verkeer en parkeren Beeldkwaliteit

Hoofdstuk4 4.1 4.2 4.3 4.4

Planbeschrijving

Beleidskader

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

15 15 16 19 21 21 22 29 32

Hoofdstuk5 Water 5.1 Inleiding 5.2 Beleidskader rijk en provincie 5.3 Beleid gemeente 5.4 Beleid hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard 5.5 Waterhuishouding

39 39 39 40 40 41

Hoofdstuk6 Milieu en omgevingsaspecten 6.1 Milieu 6.2 Archeologie en cultuurhistorie 6.3 Flora en fauna 6.4 Overige realiserings- en uitvoeringsaspecten

45 45 54 56 59

Hoofdstuk7 Juridische opzet 7.1 Algemeen 7.2 Verbeelding 7.3 Regels 7.4 Handhaving bestemmingsplan

61 61 61 61 63

Hoofdstuk8 Economische uitvoerbaarheid 8.1 Financiële haalbaarheid

65 65

Hoofdstuk9 Maatschappelijke betrokkenheid 9.1 Resultaten overleg ex artikel 3.1.1 Bro 9.2 Communicatie

67 67 67

Toelichting

5

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

9.3

Zienswijzen

Regels

67

69

Hoofdstuk1

Inleidende regels

70

Artikel 1 Artikel 2

Begrippen Wijze van meten

70 75

Hoofdstuk2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6

Bestemmingsregels Groen Tuin Water Wonen

76 76 77 78 79

Hoofdstuk3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

82 82 83 84 85 86

Hoofdstuk4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

87 87 88

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Akoestischonderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 2

Wet geluidhinder; besluit Hogere waarden

Bijlage 3

Bodemonderzoek

Bijlage 4

Archeologisch onderzoek Glasparel+

Bijlage 5

Ecologisch onderzoek

Bijlage 6

Uitnodigingsbrief omwonenden

6

Inhoudsopgave

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Wayland Developments ontwikkelt actief in Glasparel+. Naast de bedrijvenontwikkeling Businesspark Vredenburgh langs de Polderweg en Logistiekpark A12 op de Willem II kavel wordt glastuinbouw mogelijk gemaakt achter de Abraham Kroesweg. Voorts zijn woningen gerealiseerd in de lanen en linten waaraan grote behoefte is. De verkoop van de woningen vond plaats vanuit het projectkantoor op de hoek van de Piet Stuurmanweg en Bredeweg. Dit kantoor wordt verwijderd, omdat het project 'De Warande' is afgerond. Het vrijkomende perceel heeft in het bestemmingsplan 'Glasparel+' de bestemming 'Agrarisch Glastuinbouw' met de aanduiding 'bedrijfswoning' waar maximaal 5 bedrijfswoningen zijn toegestaan. Aanvankelijk was deze bestemming opgenomen om bedrijfswoningen van glastuinbouwbedrijven te clusteren. Inmiddels is gebleken dat aan deze clustering geen behoefte meer is. Zo hebben de twee eigenaren van Royal Peppers aan de Piet Stuurmanweg 9 gekozen voor een woning in plan 'De Warande'. Ook overige glastuinbouwbedrijven hebben geen belangstelling voor een bedrijfswoning op de hiervoor gereserveerde kavels. In verband hiermede wordt een vervolgfunctie naar twee woningen voorgestaan, zodat de woningen voor een ieder bereikbaar zijn zonder dat (toekomstige) kopers gebonden zijn aan een glastuinbouwbedrijf.

De locatie is planologisch en landschappelijk inpasbaar, omdat twee vrijstaande woningen aansluiten bij enerzijds de noordwestelijk gelegen woonboerderij aan de Bredeweg 14 en anderzijds bij de bestaande woningen ten zuidoosten hiervan aan de Bredeweg 15, 16 en 17 en de hierachter drie te ontwikkelen woningen, waarvoor inmiddels een planologische procedure is doorlopen. Deze ontwikkeling is stedenbouwkundig goed inpasbaar, omdat de omvang van de percelen groot genoeg is om een kwalitatief goede invulling met twee vrijstaande woningen mogelijk te maken. Om het plan te kunnen realiseren is dit bestemmingsplan opgesteld.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

Het plangebied ligt op de hoek van de Bredeweg en Piet Stuurmanweg. In zuidoostelijke richting ligt aan de overzijde van de Piet Stuurmanweg een waterpartij met aansluitend drie woningen aan de Bredeweg 15, 16 en 17. In noordwestelijke richting ligt woonboerderij 'Willems hoeve'. In noordoostelijke richting vindt een uitbreiding plaats met glastuinbouwbedrijven. Aan de overzijde van de Bredeweg staat een woning met aansluitend een tuincentrum. Een situatietekening van het plangebied is opgenomen in figuur 1.

Toelichting

7

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Figuur 1: Situering plangebied (gearceerde rechthoek) en omgeving.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Voor het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan “Glasparel+" "Parapluplan Archeologie en Parkeren"

Raadsbesluit 9 juli 2014 19 september 2018

Uitspraak ABRvS 6 mei 2015 n.v.t.

Het plangebied is in het bestemmingsplan 'Glasparel+' bestemd voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' met de functieaanduiding 'bedrijfswoning'. Binnen deze bestemming zijn maximaal vijf bedrijfswoningen toegestaan. Een klein gedeelte heeft de bestemming 'Verkeer', welke bestemming niet is gerealiseerd. Het oprichten van twee burgerwoningen is hiermee in strijd. Om aan het planinitiatief medewerking te verlenen is een herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk.

8

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Figuur 2: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Glasparel+'; plangebied rood gestippelde lijn.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 beschrijft de huidige situatie en hoofdstuk 3 geeft een planbeschrijving van de nieuwe toestand. In hoofdstuk 4 wordt het beleidskader uiteengezet. Hierin wordt het voor dit bestemmingsplan relevante rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid beschreven. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de waterparagraaf. Hoofdstuk 6 omvat de milieuaspecten. Ook uitvoeringsaspecten worden hier beschreven. In hoofdstuk 7 wordt de keuze voor de planmethodiek nader toegelicht. Hoofdstuk 8 is gewijd aan de economische uitvoerbaarheid. In hoofdstuk 9 wordt tenslotte ingegaan op de uitkomsten van de gehouden inspraak en het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening.

Toelichting

9

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

10

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Hoofdstuk 2 2.1

Bestaande situatie

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied maakte vroeger onderdeel uit van een akkerbouwbedrijf. Later zijn de landbouwgronden verkocht aan Wayland Development. Zij heeft hierna een plan ontwikkeld voor de realisatie van een integraal woon/werklandschap in het zogenaamde glasparelgebied, dat glastuinbouw, wonen, werken, water en energie met elkaar combineert. Dit plangebied ligt in de Zuidplaspolder aan de zuidzijde van de gemeente Waddinxveen. Het gebied wordt begrensd door de Zesde Tochtweg/Polderweg, Plasweg, het glastuinbouwgebied aan de G. van Dort Kroonweg, Beijerincklaan, Bredeweg en de achterzijde van bestaande glastuinbouwkavels aan de Abraham Kroesweg. De in aanbouw zijnde grootschalige productielandschappen ‘glastuinbouw’ (tussen Abr. Kroesweg en Plasweg) en ‘logistiek’ (tussen Beijerincklaan/IJsermanweg en Plasweg) ontmoeten elkaar op het snijvlak met het kleinschalige woonlandschap (figuur 3). Het woonlandschap ligt langs de lanen en linten van de polder met een kleinschalig woningbouwprogramma. De Plasweg ligt centraal en is de ruggengraat van deze ontmoeting. Dit oude cultuurhistorische lint wordt de overgangszone waarin zowel de ruimtelijke als de milieutechnische contrasten samengebracht worden.

Figuur 3: Productielandschappen en Glasparel+ met lintbebouwing langs Plasweg (bestemmingsplan Glasparel+). Bredeweg Aan de Bredeweg wordt tussen de bestaande woningen op diverse locaties wonen en werken mogelijk gemaakt in het bebouwingslint als onderdeel van de gebiedsuitwerking Glasparel+. Aan de overzijde van Bredeweg op het grondgebied van de gemeente Zuidplas bevindt zich eveneens een lintzone met aansluitend een glastuinbouwgebied in Zevenhuizen. Hiertussen ligt een tuincentrum van Intratuin. Het gebied maakt onderdeel uit van de gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder. Deze ontwikkelingen worden beschreven in paragraaf 3.1.

Toelichting

11

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Woningen aan de Bredeweg 15, 16 en 17.

Boerderijwoning aan de Bredeweg 14.

Waterpartij aan de overzijde van de Piet StuurmanIntratuin aan overzijde van de Bredeweg. weg, op de achtergrond woningen in de 'De Warande'. Planspecifiek In het plangebied op de hoek van de Bredeweg en Piet Stuurmanweg, groot circa 8.000 m², staat het tijdelijk projectkantoor van Wayland Development met een bijbehorend parkeerterrein. Hier vond de verkoop plaats van woningen in plan 'De Warande'. Het overige gedeelte van het perceel is in gebruik als grasland. Het kantoor wordt verwijderd, omdat het project 'De Warande' is afgerond.

12

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Plangebied vanaf de Bredeweg.

Het tijdelijke verkoopkantoor.

Plangebied vanaf de Bredeweg/ Piet Stuurmanweg.

Plangebied vanaf de Piet Stuurmanweg.

Toelichting

13

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

14

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Beleidsmatige ontwikkelingen

Het plangebied maakt onderdeel uit van het ruimtelijk beleid van de Zuidplaspolder, zoals beschreven in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP). Een noordelijk gedeelte hiervan op grondgebied van de gemeente Waddinxveen maakt onderdeel uit van een gebiedsontwikkeling dat wordt getransformeerd tot een woon- en bedrijvenlandschap (Glasparel+). Een bestemmingsplan hiervoor heeft de gemeenteraad van Waddinxveen op 9 juli 2014 gewijzigd vastgesteld, waarin de ontwikkeling van een glastuinbouwgebied, logistiek- en distributiepark en woningen mogelijk wordt maakt. Deze ontwikkeling is inmiddels in volle gang. Het gebied ten noordoosten van het plangebied is bestemd voor glastuinbouw. De lintzone aan de noordwestzijde van het plangebied is bestemd voor 'Gemengd' waar wonen en werken in de milieucategorieën 1 en 2 zijn toegestaan. De woningen die geen onderdeel van dit plangebied uitmaken zijn nagenoeg allemaal bestemd als Wonen.

3.2

Nieuwe situatie

In het plangebied worden twee vrijstaande woningen mogelijk gemaakt, die elk een eigen ontsluiting krijgen. Eén op de Bredeweg en één op de Piet Stuurmanweg. Het plangebied wordt op een landschappelijke manier ingebed. De inhoud van een woning is maximaal 750 m³. De goot- en bouwhoogte van de nieuwe woningen wordt niet hoger dan respectievelijk 4,5 meter en 10 meter, waarbij de nokrichting haaks of evenwijdig op de weg kunnen liggen, zodat een gevarieerd beeld ontstaat. De afstand tussen een hoofdgebouw en de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 4 meter, zodat er voldoende open ruimte tussen de woningen blijft. Het bewonersparkeren wordt op eigen terrein opgelost, minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein (exclusief garage). De korrelgrootte sluit aan op de bestaande bebouwing langs de Bredeweg. De voorzijde van het plangebied vanaf de Bredeweg is bestemd als 'Tuin'. Hier mogen geen hoge erfscheidingen en schuurtjes neergezet worden. Vanaf 25 meter is een erfscheiding toegestaan in de vorm van een haag. Aan de achterzijde van de woningen kunnen bijgebouwen worden gerealiseerd met een footprint van maximaal 50 m². De ene kavel wordt ontsloten via de huidige inrit vanaf de Bredeweg; de andere kavel vanaf de Piet Stuurmanweg. Dit om de verkeersveiligheid rondom de kruising te waarborgen. De watergang langs de Bredeweg wordt doorgetrokken langs de Piet Stuurmanweg.

Verder wordt er tussen de percelen een nieuwe watergang gegraven. In figuur 4 is een situatietekening opgenomen van de nieuwe toestand. In deze verkaveling is uitgegaan van twee woonkavels van ca. 3.250 m² langs de Bredeweg.

Toelichting

15

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Figuur 4: Verkavelingstekening plangebied (indicatief).

3.3

Verkeer en parkeren

3.3.1 Verkeer Eén woning wordt ontsloten via de bestaande uitrit vanaf de Bredeweg. De tweede woning krijgt een uitrit op de Piet Stuurmanweg op ruime afstand van de kruising ter hoogte van de Bredeweg. De wegen hebben ter plaatse een maximum snelheid van 60 km/uur. Via de Bredeweg zijn de A12 en A20 aan te rijden. Het centrum van Waddinxveen is via de Bredeweg en Beijerincklaan bereikbaar. Langzaam verkeer kan via de Arie Kempkesweg gebruik maken van de Plasweg richting de dorpskern. De wegen hebben voldoende capaciteit om deze vervolgfunctie op te vangen.

16

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Bredeweg (rechts plangebied).

Piet Stuurmanweg (links plangebied).

Inrit vanaf de Bredeweg.

T-splitsing Piet Stuurmanweg/ Arie Kempkesweg.

3.3.2 Parkeren De gemeenteraad van Waddinxveen heeft op 9 juli 2014 het parkeerbeleid vastgesteld. Dit beleid is opgesteld, omdat er tot nu toe geen volledig beeld van de parkeersituatie was in Waddinxveen. De gemeente streeft naar een goede en eerlijke parkeersituatie, waarvoor duidelijke uitgangspunten worden opgesteld. De uitgangspunten geven aan: 1. wat wordt verstaan onder een goede parkeersituatie; 2. wat is het bereik van de verantwoordelijkheid van de gemeente. Dit beleid is in 2017 aangevuld met algemene kaders bij nieuwe ontwikkelingen en bestaand bebouwd gebied. Vervolgens is het beleid verankerd in het 'Parapluplan Archeologie en Parkeren' (2018). Ten opzichte van 2014 is niet alleen Waddinxveen gegroeid, maar is ook de mobiliteitstransitie volop in ontwikkeling. Dit zorgt ervoor dat er momenteel anders naar het bepalen van het aantal parkeerplaatsen bij een ruimtelijke ontwikkeling wordt gekeken dan in 2014. De gemeente Waddinxveen gaat nieuw parkeerbeleid opstellen, maar dat proces duurt te lang voor de projecten die nu worden voorbereid. Daarom is de notitie 'Integraal afwegingskader parkeernomen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' opgesteld om het benodigd aantal parkeerplaatsen voor ruimtelijke ontwikkelingen in Waddinxveen te kunnen toetsen op basis van de meest actuele inzichten.

Door nu een integraal afwegingskader voor parkeren op te stellen, wordt ervoor gezorgd dat alle projecten die momenteel spelen in Waddinxveen op basis van dezelfde uitgangspunten worden beoordeeld op het bepalen van het benodigd aantal parkeerplaatsen en dat de benodigde voortgang in de projecten behouden blijft. 'Integraal afwegingskader parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' In het 'Integraal afwegingskader parkeernormen bij ruimtelijke ontwikkelingen Waddinxveen' van 3 april 2023 maakt de gemeente Waddinxveen bij het beoordelen van het aantal parkeerplaatsen gebruik van de meest recente CROW-publicatie met parkeerkencijfers. Op dit moment is dat CROW-publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' (december 2018). In deze publicatie zijn drie factoren opgenomen om de parkeerbehoefte te bepalen: Mate van stedelijkheid van de gemeente (adressendichtheid) Onderscheid naar zones binnen de gemeente

Toelichting

17

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Positie in de bandbreedte van de parkeerkencijfers In CROW-publicatie 381 wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende zones binnen een gemeente. Uit eerdere studies blijkt dat functies in het centrum resulteren in een lagere parkeervraag en een lagere verkeersgeneratie dan functies van dezelfde aard elders in de bebouwde kom. Dit wordt veroorzaakt door het aanbod en de kwaliteit van andere vervoerswijzen, met name het openbaar vervoer in het centrum. Hierdoor komen niet alle gebruikers van die functie met de auto. Op een locatie buiten het centrum is het aanbod van alternatieve vervoerswijzen veelal lager en de kwaliteit minder. Hierdoor komen gebruikers eerder met de auto naar de functie. Daarnaast zijn er in een centrumgebied meer voorzieningen op korte afstand bereikbaar. Dit onderscheid naar zones wordt ook binnen Waddinxveen toegepast. Hierdoor wordt het mogelijk om bij een ontwikkeling met veel voorzieningen in de directe omgeving met een lagere parkeernorm te werken dan op locaties met weinig voorzieningen op korte afstand. Op basis van de volgende criteria wordt beoordeeld in welke zone een ontwikkeling valt: Tabel 3.1: criteria beoordeling zones binnen gemeente. Zone Criteria Centrum Afstand tot treinstation

Schil centrum

Uitgangspunt < 500 meter (circa 6 minuten lopen)

Aanwezige voorzieningen • Winkels • Horeca

< 500 meter (circa 6 minuten lopen) Hoofdwinkelcentrum (Gouweplein) Café, restaurant

Afstand tot treinstation

500 – 800 meter (6 tot 10 minuten lopen)

Aanwezige voorzieningen • Winkels Rest bebouwde kom Buitengebied

< 750 meter tot hoofdwinkelcentrum of < 500 meter buurtwinkelcentrum (primaire levensbehoeften) Overig gebied binnen de bebouwde kom dat niet aan de criteria voor centrum of schil centrum voldoet Al het gebied buiten de bebouwde kom

De loopafstanden uit tabel 3.1 zijn afgeleid uit de publicatie "Inzicht in acceptabele loopafstanden" van het CROW (2021). Over het algemeen zijn de acceptabele loopafstanden tot voorzieningen in deze publicatie groter. Zo is de acceptabele loopafstand tot een HOV-halte (zoals een treinstation) 800 meter. Vanaf huis is de acceptabele loopafstand tot een supermarkt 450 tot 1.000 meter. Als voorzieningen als een treinstation of (hoofd)winkelcentrum op acceptabele loopafstand bereikbaar zijn, is er minder noodzaak om een auto te bezitten om te kunnen voldoen in primaire levensbehoeften (voor woningen) of zijn er goede alternatieve manieren om een werklocatie te bereiken. Een ontwikkeling moet aan beide criteria voldoen om binnen een zone te vallen. De loopafstanden worden getoetst op basis van de daadwerkelijke loopafstanden. Hierdoor wordt er rekening gehouden met barrières, zoals het spoor of water, die niet overal gekruist kunnen worden. De gemeente Waddinxveen hanteert als uitgangspunt dat het midden van de bandbreedte gebruikt moet worden voor de parkeerkencijfers. In de notitie van 3 april 2023 zijn de afwijkingsmogelijkheden genoemd om af te wijken van het midden van de bandbreedte. Toetsing planinitiatief Het plangebied ligt in het buitengebied van Waddinxveen. Hiervoor kunnen de volgende parkeerkencijfers worden aangehouden zoals opgenomen in tabel 3.2.

Tabel 3.2: Parkeerkencijfers woningen CROW publicatie 381 (2018). Categorie buitengebied sterk stedelijk (min. - max.) Aandeel bezoekers koop, vrijstaand 2,0 - 2,8 waarvan 0,3 per woning Op basis van deze normering ontstaat de volgende parkeerbalans (tabel 3.3).

18

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Tabel 3.3: Parkeerbalans nieuwe situatie. Typologie Parkeernorm Functies Woningen vrijstaand 2,4 (gemiddeld) Totaal

Aantal 2 2

Totaal 4,8 5 pp (afgerond

In de nieuwe situatie zijn afgerond 3 parkeerplaatsen per woning nodig. De kavels zijn dusdanig van omvang dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid is voor minimaal 3 auto's per kavel, zodat kan worden voldaan aan de parkeernorm. Bij uitwerking van bouwplannen dient te worden aangetoond dat hieraan kan worden voldaan. In artikel 11.1 van de planregels van het bestemmingsplan wordt dit geborgd.

3.4

Beeldkwaliteit

Een bestemmingsplan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat op grond van de Omgevingsverordening een motivering, bij voorkeur vervat in een beeldkwaliteitsparagraaf, waaruit blijkt dat de ruimtelijke kwaliteit ten minste gelijk blijft. Deze paragraaf voorziet hierin. Landschappelijke hoofdstructuur omgeving en ruimtelijke relaties Het plangebied grenst aan Glasparel+ in de Zuidplaspolder. In dit gebied wordt een combinatie van wonen, glastuinbouw en bedrijven mogelijk gemaakt. Het is als het ware de proeftuin van de Zuidvleugel, waarin duidelijk wordt wat er mogelijk is binnen moderne gebiedsontwikkeling. De verschillende onderdelen in dat plan hebben op meerdere manieren een onderlinge relatie. Dit betekent dat wonen, werken en recreëren in dit plan hand in hand gaan. De landschappelijke identiteit van het gebied wordt bepaald door polderlinten, tochten en een laan. Het gaat hier om de Bredeweg en de Plasweg als (echte) polderlinten. De Plasweg is te typeren als de ruimtelijke ‘ruggengraat’ van het gebied. Het is een karaktervolle polderweg, waar veelvuldig recreatief gebruik van wordt gemaakt. Langs de linten wordt gewoond en gewerkt. Kenmerkend voor deze linten zijn de veelal grote kavelstructuur op de aanliggende percelen. De inrichting van deze kavels bestaat uit een combinatie van woningen en schuren op het achtererf.

Naarmate de linten dichter bij de bebouwde omgeving van Waddinxveen komen, wordt de bebouwing intensiever. Doordat de lanen en linten een beplantingstructuur hebben, vaak in de vorm van laanbeplantingen en kavelbeplantingen, vormen deze ‘lijnen in het landschap’ de kenmerkende grootschalige blokstructuur die op de kaart goed leesbaar is. Ten zuiden van het plangebied loopt Bredeweg met verderop rijksweg A12. Deze snelweg en de bijbehorende afslagen hebben een belangrijke ruimtelijke impact op de omgeving van het plangebied. De ligging van de weg onttrekt zich aan de polderstructuur. Ook de ruimtelijke impact van de afslagen en haar bochtstralen en de daaraan verbonden rotondes vervreemden zich van de structuur van de polder. Door de hoogteligging van de nieuwe ontsluitingstructuur is het landschap sterk begrensd. Door deze hoogteligging ontstaat een nieuwe ruimtelijke ervaring van het landschap van de Zuidplaspolder. Met name bij de afslag van de A12 en bij de overkluizing van de A12 met de Bredeweg is er een overzicht over het gebied van de Glasparel+. Inpassing twee woningen De herontwikkeling van het plangebied voorziet in twee burgerwoningen in plaats van de aanvankelijk bedachte vijf agrarische bedrijfswoningen. Deze herontwikkeling versterkt het bebouwingslint van de Bredeweg met twee woningen. De bebouwing wordt op minimaal 25 meter van de weg gerealiseerd.

De situering van de woningen is zodanig gekozen dat deze een landschappelijke eenheid vormen in aansluiting op de bestaande woningen langs de Bredeweg. Beide bouwpercelen zijn circa 40 meter breed.

Toelichting

19

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

20

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (2020) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie 'Duurzaam perspectief voor onze leefomgeving' vastgesteld (afgekort NOVI). De visie bevat hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de NOVI wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities van het rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving met bijbehorende opgaven geformuleerd. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen.

De vier prioriteiten De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. Dat zijn complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Politieke en maatschappelijke keuzes zijn vooral daar nodig, om op deze prioriteiten voortgang te boeken op een manier die draagvlak heeft en bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. Het gaat hier om de volgende prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Drie afwegingsprincipes Doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’.

Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zijn basale randvoorwaarden voor alle maatschappelijke activiteiten zoals bedrijfsmatige activiteiten, de energietransitie en de woningbouw. Om aan het afwegingsproces en de omgevingsinclusieve benadering richting te geven, gebruikt het rijk in het omgevingsbeleid drie afwegingsprincipes. Deze zijn: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen.

Toelichting

21

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (afgekort Barro) bevat een beperkt aantal beslissingen van wezenlijk belang uit de Structuurvisie. Deze algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Het Barro en de hierbij behorende ministeriële regeling zijn op 30 december 2011 in werking getreden. Door de (thans 14) nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. De rijksbelangen zijn bij dit plan niet in het geding. 4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (2017) Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. Dit betekent dat in de toelichting van een bestemmingsplan een beschrijving wordt opgenomen van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling.

Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. Doel van de ladder is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder is als een procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Hierna wordt de planontwikkeling getoetst aan de Ladder, zoals deze vanaf 1 juli 2017 geldt. Toetsing initiatief aan Ladder voor duurzame verstedelijking De belangrijkste motiveringsplichten van de Ladder, namelijk dat de behoefte aan een nieuwe ontwikkeling moet worden aangetoond en dat moet worden toegelicht – als de ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd – waarom het bestaand stedelijk gebied niet geschikt is voor de nieuwe ontwikkeling, vloeien voort uit andere wettelijke normen en jurisprudentie. Ook in het geval er geen sprake is van een formele 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', moet toch het nut en de noodzaak aan die ontwikkeling en de uitvoerbaarheid daarvan worden aangetoond. Het plangebied ligt aan het bebouwingslint van de Bredeweg, in de directe nabijeheid van plan 'De Warande' aan de Plasweg en Arie Kempkesweg.

De invulling van het plangebied met het toevoegen van twee woningen levert vanuit de verstedelijkingsladder geen belemmering op. In paragraaf 4.2.2 wordt hierop nader ingegaan. De gewenste ontwikkeling voldoet aan de kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte. In paragraaf 4.3.3 en 4.4.2 wordt dit toegelicht. 4.1.4 Conclusie Rijksbeleid Het rijksbeleid laat zich niet specifiek uit over dergelijke kleinschalige ontwikkelingen. Het initiatief raakt geen rijksbelangen zoals opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. De bestemmingswijziging betreft geen stedelijke ontwikkeling, zodat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is. Vanuit rijksbeleid zijn er geen beperkingen aan deze planontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland Op 20 februari 2019 hebben Provinciale Staten van Zuid-Holland de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. In het Omgevingsbeleid is al het bestaande provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving samengevoegd in een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening. Omdat onderdelen uit het Programma ruimte naar het visiedeel zijn omgezet, is het resterende deel hiervan nu onderdeel van het Omgevingsbeleid. Het gehele Omgevingsbeleid is alleen redactioneel gewijzigd, de beleidsinhoud is niet veranderd. Op 1 april 2023 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsvisie in werking getreden. De provincie ziet zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze nevengeschikte

22

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

ambities staan niet op zichzelf. Ze zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar deze regio voor staat. De ambities zijn de kaders waarbinnen de provincie ruimte geeft. Die ruimte kan per opgave verschillen. Door in te zetten op de zes ambities draagt de provincie bij aan het sterker maken van Zuid-Holland. Bij de zes ambities is een aantal opgaven geïdentificeerd. De opgaven zijn vanuit provinciale optiek en op een zeker abstractieniveau geformuleerd zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. Het betreft de volgende ambities: 1. Naar een klimaatbestendige delta 2. Naar een nieuwe economie: the next level 3. Naar een levendige meerkernige metropool 4. Energievernieuwing 5. Best bereikbare provincie 6. Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving In het Omgevingsprogramma zijn de instrumenten opgenomen waarmee de doelen en ambities uit de Omgevingsvisie uitgevoerd gaan worden. Omgevingskwaliteit Verbetering omgevingskwaliteit Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Daarbij streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit.

Met het provinciaal omgevingsbeleid wordt aangesloten op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet: het doelmatig benutten van de fysieke leefomgeving voor maatschappelijke opgaven en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. Met het samenvoegen van al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving heeft de provincie een eerste stap gezet richting een meer integrale sturing op omgevingskwaliteit. Een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit is weergegeven in de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit', behorende bij zowel de Omgevingsvisie als de Omgevingsverordening. Voor het realiseren van een goede omgevingskwaliteit werkt de provincie vanuit twaalf samenhangende opgaven van het omgevingsbeleid die zij van provinciaal belang acht. De 12 opgaven zijn: landschap en cultuurhistorie, gezondheid en veiligheid, natuur en recreatie, ruimte en verstedelijking, wonen, bodem en ondergrond, cultuurparticipatie en bibliotheken, klimaatadaptatie, zoetwater en drinkwater, bereikbaarheid, regionale economie en energievoorziening. Kwaliteitskaart Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening.

De kwaliteitskaart is voor de provincie een belangrijk instrument om ruimtelijke ontwikkelingen zodanig te sturen dat ze een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. De kaart geeft een beschrijving van de gebiedskenmerken en kwaliteiten van Zuid-Holland, waar rekening mee gehouden dient te worden in de planvorming. In de Laag van de ondergrond maakt het plangebied onderdeel uit van een 'Veencomplex - Oude zeeklei'. De ondergrond in deze droogmakerijen varieert van venig tot (oude zee)klei. Uit de Laag van cultuur- en natuurlandschappen valt af te leiden dat droogmakerijen zijn ontstaan uit natuurlijke meren en uit verveningen. Ze hebben een duidelijke begrenzing door een ringdijk, ringvaart of oude hoge oeverlanden. Het landschap is visueel open (tenzij het is verstedelijkt), grootschalig en ligt gemiddeld enkele meters lager dan de omgeving. De droogmakerij kent een aangelegd watersysteem met hoofdtochten, gemaal en een regelmatige basisverkaveling. Ontginningsboerderijen liggen op regelmatige afstand langs de ontginningsweg. Elke droogmakerij heeft haar eigen ordening en maat; kavelgrootte en lengte-breedte-verhouding zijn uniek. Deze typerende opbouw is bepalend voor de manier van inpassing van nieuwe ontwikkelingen.

Als richtpunt voor droogmakerijen (klei) geldt dat nieuwe ontwikkelingen worden vormgegeven als eigentijdse objecten aan de ontginningslijnen, passend bij de schaal en het patroon van de rechthoekige verkaveling, met strakke groene omzoming en behoud van doorzichten. Voorts ligt het plangebied aan een polderlint van de Bredeweg. De bebouwing ligt hier

Toelichting

23

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

op één niveau met de omgeving. Dit biedt ruimte voor plaatselijke verbreding van het profiel door differentiatie in kaveldiepte. Er liggen hier kansen voor ontwikkeling, mits rekening wordt gehouden met de overige karakteristieken van het lint. Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. Op de Laag van de stedelijke occupatie ligt het plangebied in een rand van het glastuinbouwgebied (figuur 5). Als richtpunt geldt onder andere dat ontwikkelingen aan de rand van een glastuinbouwgebied bijdragen aan het realiseren van een rand met passende overgangskwaliteit. Op de Laag van de beleving ligt ten zuidoosten van het plangebied de ecologische hoofdstructuur van Natuurnetwerk Nederland (figuur 5).

Figuur 5: Links uitsnede Laag van de stedelijke occupatie en rechts uitsnede van Laag van de beleving (met nog verouderde aanduiding natuurgebied). Toetsing aan kwaliteitskaarten Deze planontwikkeling maakt een herbestemming mogelijk van agrarische bedrijfsgronden naar twee burgerwoningen waar nu vijf bedrijfswoningen zijn toegestaan. De woningen sluiten aan op de het bestaande bebouwingslint aan de Bredeweg. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur, wordt niet aangetast, omdat het plangebied hierbuiten ligt. Conclusie De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de provincie. Deze ontwikkeling valt onder de noemer inpassing, omdat dit bestemmingsplan een transformatie mogelijk maakt van een klein agrarisch perceel naar twee woningen. Deze vervolgfunctie valt onder de noemer gebiedseigen ontwikkeling, die past bij de schaal en de maat van bestaande kenmerken van het gebied. De bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied worden verbeterd, waarbij de richtpunten worden gerespecteerd. Het plan is niet in strijd met de provinciale Omgevingsvisie. 4.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. De geconsolideerde versie is op 1 april 2023 in werking getreden.

In deze verordening zijn alle regels voor de fysieke leefomgeving van het bestaande provinciale omgevingsbeleid samengevoegd. Voor zover relevant worden deze hieronder toegelicht. Ladder voor duurzame verstedelijking De in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen in artikel 6.10 de Omgevingsverordening. Op grond van dit artikel dient een bestemmingsplan waarin een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt te voldoen aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare

24

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeldop kaart 19 in bijlage II. In lid 3 is bepaald dat Gedeputeerde Staten bij de aanvaarding van een regionale visie kunnen aangeven in hoeverre de Ladder voor duurzame verstedelijking op regionaal niveau geheel of gedeeltelijk is doorlopen. In de toelichting van het bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid, kan in dat geval worden verwezen naar de regionale visie bij de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling, als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening. Toetsing aan Ladder voor duurzame verstedelijking Dit bestemmingsplan maakt het oprichten van twee woningen mogelijk. Het begrip 'woningbouwlocatie', zoals opgenomen in de definitie in het Besluit ruimtelijke ordening is niet nader gedefinieerd in het Bro. Het moet echter gaan om een ruimtelijke ontwikkeling van enige omvang. Het oprichten van zes woningen in een dorp, dat voornamelijk uit lintbebouwing bestaat (waarvan drie woningen rechtstreeks en drie door middel van een wijzigingsbevoegdheid), wordt niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling (ABRvS 18 december 2013, nr. 201302867/1/R4).

Gesteld kan worden dat de gebruiksmogelijkheden te kleinschalig zijn om onder het regime van artikel 3.1.6 lid 2 Bro te vallen, waarin de Ladder voor duurzame verstedelijking is opgenomen. Dit neemt niet weg dat de behoefte aan de mogelijk gemaakte ontwikkeling in het kader van de uitvoerbaarheid van het voorliggende plan dient te zijn onderbouwd. De behoefte naar deze woningtypologie is volop aanwezig, zoals beschreven in paragraaf 4.3.3 terwijl deze herontwikkeling vanuit een goede ruimtelijke ordening inpasbaar is, omdat de woningen landschappelijk worden ingepast in het bebouwingslint van de Bredeweg. Een toetsing aan de Ladder is niet nodig. Ruimtelijke kwaliteit Op grond van artikel 6.9, lid 5 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een bestemmingsplan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit: a. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; b. de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau.

Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; c. de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren. Toetsing aan ruimtelijke kwaliteit Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. Voor ruimtelijke ontwikkelingen die niet passen bij de aard en/of de schaal van het gebied zijn ontwerpoptimalisaties, inpassingsmaatregelen of aanvullende ruimtelijke maatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te verbeteren.

De landschappelijke dynamiek van de Bredeweg wordt opgewaardeerd met twee woningen op de hoek van de Bredeweg en Piet Stuurmanweg. Per saldo is er sprake van een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit, omdat vijf agrarische bedrijfswoningen op het perceel worden geschrapt. In de plaats hiervan komen maar twee burgerwoningen. De historische gaafheid van het lint wordt gerespecteerd, waarbij rekening wordt gehouden met cultuurhistorische kwaliteiten van het gebied. Hier is sprake van ‘inpassing’, zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor het plan.

Toelichting

25

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Glastuinbouwgebied In artikel 6.15, lid 1 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen het glastuinbouwgebied, zoals verbeeld op kaart 11 in bijlage II, alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toelaat, alsmede de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. In lid 4 is opgenomen dat in het bestemmingsplan de begrenzing van het glastuinbouwgebied in beperkte mate kan worden aangepast, rekening houdend met de lokale omstandigheden en bestaande bedrijven en functies, anders dan glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. Verder is lid 5 relevant. Hierin is het bij afwijking mogelijk in een bestemmingsplan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toe te laten die niet behoren tot de keten glastuinbouw voor zover: d. het gronden betreft binnen de glastuinbouwgebieden Glasparel en Knibbelweg Oost, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 11 in bijlage II; en e. de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt met toepassing van efficiënt en meervoudig grondgebruik door een combinatie met glastuinbouw.

Toetsing aan glastuinbouwgebied In de Omgevingsverordening is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen die de gemeente de mogelijkheid biedt om maatwerk toe te passen. Het plangebied ligt aan een cultuurhistorisch waardevol bebouwingslint dat in het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplaspolder (zie paragraaf 4.3.1) is aangeduid als 'lintzone' tussen 'bestaand en gepland: glastuinbouw' waarmee de provincie heeft ingestemd. Ten opzichte van de geldende bestemming 'Agrarisch' met de functie-aanduiding 'Bedrijfswoning' voor vijf bedrijfswoningen brengt deze bestemmingswijziging vanuit een goede ruimtelijke ordening een kwaliteitsverbetering met zich mee. Daarbij komt dat dat de (toekomstige) gebruiksmogelijkheden van het achterliggende glastuinbouwgebied niet in de weg staan, omdat de woningen op voldoende afstand komen te staan van toekomstige kassen. Bovendien is het perceel te klein om hier een (volwaardig) glastuinbouwbedrijf te kunnen exploiteren. Tegen deze achtergrond kan gebruik worden gemaakt van de in lid 4 en lid 5 opgenomen afwijkingsregeling.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) In artikel 6.9e, lid 1 is opgenomen dat een bestemmingsplan voor gronden binnen Natuurnetwerk Nederland, onderverdeeld in bestaande en nieuwe natuur, waternatuurgebied en ecologische verbinding, waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op ‘Kaart 7 Natuurnetwerk Nederland’, geen bestemmingen aanwijst die de instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden significant beperken of leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van die gebieden. Op grond van de toelichting van de Omgevingsverordening behoren bestaande bebouwing, erven, tuinen en wegen met een gesloten verharding (inclusief bermen) niet tot het NNN. Toetsing aan NNN Het plangebied ligt ten noordoosten van NNN (aan de overzijde van de Piet Stuurmanweg), zoals aangeduid in figuur 6. De vervolgfunctie naar twee woningen (waar nu vijf agrarische bedrijfswoningen zijn toegestaan) heeft geen negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied. Het NNN wordt hierdoor niet aangetast. Het is niet noodzakelijk een compensatieplan op te stellen specifiek voor dit bestemmingsplan.

26

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Figuur 6: Omgevingsverordening; Kaart 7: Natuurnetwerk Nederland. Samenvattend Onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan de ambities van de Omgevingsvisie om de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren. De vervolgfunctie naar wonen is een gebiedseigen ontwikkeling in het verlengde van de gerealiseerde woningen langs de Bredeweg. Gesteld kan worden dat deze vervolgfunctie qua aard, schaal en maat van de bestaande kenmerken van het gebied past bij wat er al is in de directe omgeving zonder dat de bestaande structuur en kwaliteiten van het gebied wijzigen. Dit betekent dat sprake is van 'inpassing', zodat aanvullende maatregelen op het vlak van ruimtelijke kwaliteit niet nodig zijn voor deze onderdelen van het plan. Het NNN heeft door deze planontwikkeling geen negatief effect, omdat de herontwikkeling hierbuiten plaatsvindt. Risico'svan klimaatverandering In paragraaf 6.2.8a (toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen) zijn in artikel 6.27a regels opgenomen over risico's van klimaatverandering. Hierin is vastgelegd dat in een bestemmingsplan rekening dient te worden gehouden met de gevolgen van de risico's van klimaatverandering tenminste voor zover het betreft de risico's ten aanzien van: a. wateroverlast door overvloedige neerslag, b. overstroming, c. hitte en d. droogte, alsmede de effecten van de bovengenoemde risico's op het risico van bodemdaling.

Voor zover risico's zich voordoen wordt rekening gehouden met het zo veel mogelijk voorkomen en beperken, via maatregelen of voorzieningen, dan wel het gericht aanvaarden van deze risico's. In paragraaf 4.4.4 (duurzaamheid) wordt nader ingegaan op welke wijze met risico's van klimaatverandering is omgegaan. Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat: het plan in overeenstemming is met artikel 6.10 lid 1 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (Ladder); het plan in overeenstemming is met artikel 6.9 lid 5 sub a (inpassen) van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (ruimtelijke kwaliteit); het plan niet in strijd is met de regels van glastuinbouwgebied, omdat gebruik kan worden gemaakt van de in de Omgevingsverordening opgenomen afwijkingsbevoegdheid als genoemd in artikel 6.15,

Toelichting

27

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

lid 4 en 5; het plan niet strijdig is met artikel 6.24 van de Omgevingsverordening Zuid-Holland (NNN), omdat wezenlijke kenmerken en waarden van het plangebied niet significant worden beperkt, dan wel leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte, kwaliteit of samenhang van het plangebied. Gelet hierop is er geen strijdigheid met de provinciale belangen. 4.2.3 Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas De provincie Zuid-Holland heeft voor Bentwoud, Rottemeren en Zuidplas een gebiedsprofiel opgesteld. Een gebiedsprofiel omvat een beschrijving van karakteristieken (wat is er), ontwikkeling (wat speelt er), kwaliteiten (wat is waardevol) en ambitie (wat willen we) van het landschap van het betreffende gebied. Het gebiedsprofiel is in samenwerking met gemeenten en andere overheden en gebiedspartners opgesteld als gezamenlijke basis voor de ruimtelijke kwaliteit van dit gebied. Gedeputeerde Staten stellen het gebiedsprofiel vast als bevestiging van dit gezamenlijke vertrekpunt en tegelijk als uitgangspunt voor provinciale plannen. Dit gebiedsprofiel is op 16 december 2014 vastgesteld. Het gebiedsprofiel is een handreiking om de kwaliteit van plannen en ontwikkelingen te stimuleren om zo de ruimtelijke kwaliteit te behouden of te versterken.

Het gebiedsprofiel bevat een schat aan informatie die gebruikt kan worden om te bepalen met welke kwaliteiten het wenselijk is rekening te houden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het gebiedsprofiel is de basis voor het plannen met kwaliteit. Elke ontwikkeling vraagt uiteindelijk om maatwerk. Ontstaansgeschiedenis In de 19e eeuw werd de Zuidplas drooggelegd. De drooglegging startte met de aanleg van de 23 kilometer lange, U-vormige ringvaart. Maar liefst 30 molens en twee stoomgemalen werden ingezet om de Zuidplas leeg te malen, via de ringvaart naar de Oude IJssel. De Zuidplaspolder werd ruimtelijk ingedeeld volgens een gridpatroon met een raster van 800 x 800 meter. Dit grid werd verder verfijnd aan de hand van een rationeel verkavelingspatroon met kavels van 40 x 800 meter. Het rechthoekige netwerk van wegen, tochten en kavels is georiënteerd op de lijn tussen de kerken van Moerkapelle en Moordrecht. De polder wordt begrensd door de Kleikade in Waddinxveen en een U-vormige ringvaart. De dorpen liggen aan de ringvaart. Overige bebouwing is van oorsprong gekoppeld aan de linten. Deze vormen ook nu nog belangrijke structuurdragers, maar voor het huidige gebruik zijn ze vaak te krap gedimensioneerd. Grofweg tussen de A12 en A20 bevindt zich een complex van kreekruggen waarvan het reliëf nog zichtbaar is.

De Zuidplaspolder is strategisch gelegen in de Randstad en staat onder grote ontwikkelingsdruk. Dit uit zich in stedelijke uitbreiding van de dorpen, ontwikkeling van bedrijventerreinen en glastuinbouw, doorsnijdende infrastructuur en een toenemende versnippering. Project Zuidplaspolder In het project Zuidplaspolder is in een gezamenlijk gebiedsproces gewerkt aan een integrale ontwikkeling van de Zuidplas. In paragraaf 4.3.1 wordt hierop nader ingegaan. Nieuwe ontwikkelingen moeten aansluiten op de bestaande structuren en cultuurhistorische waarden. Er wordt ruimte gegeven aan een mix van functies, gestuurd op landschappelijke inpassing. De gebiedspartijen hebben in 2008 de ruimtelijke en milieutechnische ambities voor de gebiedsontwikkeling vastgelegd in het Handboek Kwaliteit Zuidplaspolder, dat in 2014 geactualiseerd is in het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder. Ambities De onderliggende verkavelingsstructuur van agrarische landschap met zeer rationeel verkavelingspatroon vormt de basis voor de ambities van het gebied. De restanten nog open polderlandschap brengen openheid en rust en vormen zo een bijzondere kwaliteit die gekoesterd zou moeten worden. Daarnaast vormt het verkavelingspatroon met zijn verschillende richtingen, maat en schaal de logica van het landschap.

Bij het ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied moet daarom de verkavelingstructuur als uitgangspunt worden genomen. Versterking van de hoofdstructuur van de polder is mogelijk, waardoor er ruimte is voor een gevarieerde ontwikkeling. De linten vormen hiertoe belangrijke structuurdragers van de polder. Deze kunnen worden benut en uitgebouwd als landschappelijk raamwerk voor nieuwe ontwikkelingen.

28

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

De hier relevant zijnde ambitie voor de droogmakerij is dat de bebouwing gekoppeld blijft aan de linten. Erven worden groen ingepast. Nieuwe ontwikkelingen zijn passend bij de grote maat en rationele opzet van de droogmakerij. Het lint dient als structuurdrager van de hoofdstructuur te worden versterkt. Eenheid en de typerende opbouw van de polder dient herkenbaar te worden gehouden. Toetsing planontwikkeling aan Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas Het kenmerkende landschap van de aangrenzende linten zijn nog altijd herkenbaar nabij het plangebied, maar niet meer zo sterk bepalend door de vele, vooral infrastructurele, ingrepen, zoals de (in voorbereiding zijnde) bovenlokale infrastructuur Vredenburghlaan/ Bentwoudlaan en nieuwe op- en afritten naar de A12. Het contrast tussen het nieuwe bedrijvenlandschap (Glasparel+) en behoud van het lint zorgt ervoor dat deze structuurdrager beleefbaar blijft (het lint blijft het lint). Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan een strategie van 'behoud, herstel en ontwikkeling': behoud van de lintstructuur, zonder daarmee 'het gebied op slot te zetten' (ontwikkeling). De twee woningen bieden een versterking van het bebouwingslint van de Bredeweg enerzijds en een logische overgang richting de aan de overzijde te realiseren woningen achter de Bredeweg 15, 16 en 17 anderzijds. Bestaande kwaliteiten worden niet aangetast.

Conclusie Deze planontwikkeling is in overeenstemming met het ambitiebeeld van het Gebiedsprofiel Bentwoud-Rottemeren-Zuidplas, omdat de ontwikkeling een bijdrage levert aan het behouden en/of versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de aangrenzende cultuurhistorisch waardevolle linten.

4.3

Regionaal beleid

4.3.1 Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas Het Intergemeentelijk Structuurplan Zuidplas (ISP) is een gezamenlijk plan van thans de drie Zuidplas gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. Het ISP is onder bestuurlijke regie van de Stuurgroep driehoek RZG tot stand gekomen, dat wil zeggen in samenwerking met de provincie Zuid-Holland, de gemeente Rotterdam en het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Het ISP is een uitwerking van de vastgestelde Interregionale Structuurvisie (2004). Het plan geeft inzicht over de ontwikkelingen in de Zuidplas tot 2030, waarbij het accent ligt op de periode 2010-2020. Het streven is om het ISP binnen deze periode in fasen uit te werken en uit te voeren. Het ISP is voor de gemeenten in de Zuidplas de basis voor het ruimtelijk beleid. De gemeentebesturen moeten zich bij het maken van bestemmingsplannen houden aan wat in het ISP staat. Voor burgers en organisaties komen uit het ISP geen juridisch bindende gevolgen voort. Dat gebeurt pas na de vaststelling van bestemmingsplannen. Aan het ISP kunnen dan ook door burgers en bedrijven niet direct rechten worden ontleend. Het ISP is door de gemeenteraad van Waddinxveen op 1 februari 2006 vastgesteld.

Het ISP omvat: Een inrichtingsschets voor de Zuidplaspolder op schaal 1:25.000 De hoofdstructuur voor groen, water en verkeer Aantallen te bouwen woningen Aantallen hectares voor bedrijventerreinen en glastuinbouw Een visie op de financiering Een visie op de ontwikkelingsorganisatie Een fasering van het programma. Het plangebied Zuidplas bestaat globaal uit de Zuidplaspolder, de bovenlanden langs de Hollandsche IJssel, de Eendragtspolder, de Tweemanspolder, Polder de Wilde Veenen en een zone ten westen van Waddinxveen. Het betreft het grondgebied van de Zuidplasgemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas. De belangrijkste richtinggevende uitspraken voor het ruimtelijk beleid in de Zuidplas, zoals geformuleerd in de Interregionale Structuurvisie (vanuit de lagenbenadering) zijn voor zover betrekking op het noordelijke gebied: Droogmakerijen (zoals de Zuidplas) lenen zich beter voor intensieve verstedelijking dan de veenweidegebieden. Uitbreiding van de groenstructuur is in de Zuidvleugel nodig. De Rottewig vormt met de Eendragtspolder, de Tweemanspolder en Polder de Wilde Veenen met het Bentwoud een robuuste

Toelichting

29

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

groene as. Aan de zuidkant wordt de groenstructuur gecompleteerd met de Krimpenerwaard, de Hollandsche IJssel en Hitland en het restveengebied van de Zuidplas. Conclusie De plankaart kent drie lagen: 'groenblauw casco', 'infranetwerk' en 'occupatie'. Het plangebied is hierin aangeduid als 'lintzone' grenzend aan 'bestaand en gepland: glastuinbouw'. Het plangebied is met een gele stip aangeduid op de plankaart (figuur 7). De vervolgfunctie naar wonen is in overeenstemming met de uitgangspunten van het ISP.

Figuur 7: Plankaart ISP. Plangebied met gele stip aangeduid. 4.3.2 Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder In het Ambitiedocument Kwaliteit Zuidplaspolder (2014) zijn de ruimtelijke en milieutechnische ambities en richtlijnen opgenomen voor de ontwikkeling van de Zuidplaspolder. Dit document is vastgesteld door het bestuur van de ROZ en dient als inspiratie bij toetsing van nieuwe aanvragen door de gemeenten. Het Handboek bevat een omvangrijke set uitspraken over drie kwalitatieve aspecten, waarmee in de verdere planvorming voor de deelgebieden rekening moet worden gehouden: 1. duurzaamheid 2. hoofdplanstructuur van de Zuidplaspolder 3. kwaliteit in de deelgebieden Een belangrijk uitgangspunt bij uitwerking van de plannen is het principe van 'Linten, lanen en tochten'. Het stelsel van 'Linten, lanen en tochten' is sinds de voorstudies uit 2004 van de bureaus H+N+S en

30

Toelichting

bestemmingsplan Bredeweg, hoek Piet Stuurmanweg

Palmboom-Van de Bout het belangrijkste structurerende element in de Zuidplaspolder. Het door hen geschetste principe van verdubbelde groene linten in noord-zuidrichting en brede tochten in oostwest-richting zorgde voor een herkenbare structuur, waarbinnen allerlei variaties in ruimtelijke en programmatische zin denkbaar zouden zijn. Initiatieven in de linten Op diverse plaatsen in de linten van de Zuidplaspolder ontstaan op dit moment particuliere initiatieven. Zo zijn er door Wayland Developments circa 130 woningen langs de Plasweg gebouwd. Op de meeste van deze locaties ontstaan delen van een dubbele of drievoudige lintstructuur met een parallelle ontsluiting die de bestaande lintwegen (wanneer deze nieuwe wegen geschakeld worden) kunnen ontlasten van verkeer. In dit project wordt gevarieerde, solitaire bebouwing mogelijk gemaakt die past bij de bestaande korrelgrootte en erfstructuur, en georiënteerd is op de oude lintwegen. Het lint Bredeweg - Middelweg is ruimtelijk de centrale as van de polder en maakt onderdeel uit van de hoofdplanstructuur. Het lint aan de Bredeweg heeft overwegend een bedrijfsmatig karakter. De lintzone kan herkenbaar blijven door continue bebouwingsafstanden en door een duidelijke grens te bewaren tussen de wereld van de lintbebouwing zelf en de achterliggende bouwvelden.

Als richtinggevend principe is onder andere opgenomen: "Waar bij ontwikkeling mogelijk en noodzakelijk ontlasten van de bestaande linten door versterking van het polderwegennet met ‘lintverdubbelingen’, ontsluitingswegen parallel aan de bestaande linten en beperking van de lintonderbrekingen in de dwarsrichting" (nummer 28). Toetsing planinitiatief aan Ambitiedocument Het plangebied ligt aan de Bredeweg in de directe nabijheid van de gerealiseerde 130 woningen langs de Plasweg. Deze ontwikkeling is een aanvulling op het project Glasparel+ en maakt gevarieerde, solitaire bebouwing mogelijk in het bebouwingslint met twee woningen aan de Bredeweg. De woningen passen bij de bestaande korrelgrootte en erfstructuur. Deze worden georiënteerd op het bestaande lint van de Bredeweg, waarbij voor één woning gebruik wordt gemaakt van een nieuwe ontsluiting op de Piet Stuurmanweg. Conclusie De planontwikkeling voldoet aan de in het Ambitiedocument genoemde criteria, zodat inpassing mogelijk is op grond van dit bestemmingsplan. 4.3.3 Regionale Agenda Wonen Midden-Holland is een aantrekkelijke woonregio. Met een centrale ligging in het (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid is de regio een goede vestigingsplek voor huishoudens. Ook door de ligging nabij de regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio Rotterdam – Den Haag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14092108/5