CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

VERVALLEN Jaarstukken 2025 (2)

gemeenteraad 6 juli 2026, gemeente VoorstBij agendapunt: Jaarstukken 202539.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

7 alinea's met “plus”: 214 218 360 362 413 414 973

voorgesteld om deincidentele middelen vanuit de decembercirculaire in 2026 voor deze doelen in te zetten. Lokale heffingen niet gebonden besteding Voor een toelichting op de realisatie van de diverse lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is zoals de reclamebelasting en de onroerendezaakbelastingen wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen. Hierin wordt in hoofdlijnen inzicht gegeven in de diverse lokale heffingen, belastingen en de lokale lastendruk. Dividend Vitens De gemeente Voorst heeft 21.364 gewone en 14.322 preferente aandelen in Vitens. Door de lage WACC (de gewogen gemiddelde kosten van het vermogen) en het voor de komende jaren verhoogde investeringsniveau staat de financierbaarheid van Vitens onder druk. Dit heeft impact op de solvabiliteit van Vitens. Gevolg is dat er voorlopig geen dividend uitgekeerd wordt aan aandeelhouders. Het hernieuwde financieel beleid is door de Raad van Bestuur vastgesteld. Een van de uitgangspunten van dit beleid stelt dat bij een solvabiliteit lager dan 30% Vitens in beginsel geen dividend uitkeert. Bank Nederlandse Gemeenten De gemeente Voorst heeft 112.983 aandelen in het maatschappelijk kapitaal van de NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). Over het boekjaar 2024 is een dividend van € 283.588 in 2025 ontvangen.

Voor een verdere toelichting op de algemene dekkingsmiddelen en financiering verwijzen we u naar de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 2025. Verbonden partijen Verbonden partij Tribuut belastingsamenwerking

NV Bank Nederlandse Gemeenten

Waterbedrijf Vitens (dividend)

68 |

Doel Tribuut voert voor de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Zutphen en Voorst alle gemeentelijke heffingen en belastingen uit. Een uitzondering geldt voor de heffing en invordering van de leges publiekszaken. Het aanwezig zijn van een bankiersbedrijf specifiek ten behoeve van overheden met het oog op het bijdragen aan zo laag mogelijke kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger. Als aandeelhouder ontvangt de gemeente Voorst jaarlijks een dividend. Vitens houdt zich bezig met het winnen, zuiveren en leveren van drinkwater. Als aandeelhouder heeft de gemeente Voorst jaarlijks een dividend ontvangen. De komende jaren wordt vanwege wijzigingen in het financiële beleid bij Vitens geen dividend uitgekeerd.

3.9 Overhead Algemeen In dit onderdeel is de realisatie van de kosten van de overhead opgenomen. Onder overheadkosten vallen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces (zogenaamde PIOFACH-kosten: Personeel Informatievoorziening Organisatie Financiën Automatisering Communicatie Huisvesting). Ook de rente en afschrijvingskosten op investeringen op het terrein van de overhead vallen onder dit onderdeel. Deze kosten worden, conform de vernieuwing van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), niet meer toegerekend aan de programma's. Exploitatie Taakveld

Raming 2025 voor wijziging

Lasten 0.4 Overhead Totaal Lasten Baten 0.4 Overhead Totaal Baten Saldo Programma Mutaties reserves Onttrekkingen aan reserves Saldo Mutaties reserves Resultaat programma

Raming 2025 Rekening 2025 na wijziging

Saldo 2025

10.374.975 10.374.975

10.958.953 10.958.953

11.717.503 11.717.503

-758.550 -758.550

924.271 924.271 -9.450.704

924.271 924.271 -10.034.682

1.235.906 1.235.906 -10.481.597

311.635 311.635 -446.915

-9.450.704

216.850 216.850 -9.817.832

103.186 103.186 -10.378.412

-113.664 -113.664 -560.580

Voor een toelichting op de cijfers verwijzen we u naar de toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. Beleidsindicatoren Bij ministeriële regeling vastgestelde beleidsindicatoren. De volgende indicatoren hebben betrekking op dit programma: Taakveld Naam indicator Overhead Apparaatskosten

Eenheid Kosten per inwoner

2022 736

2023 803

2024 939

Overhead Externe inhuur

Kosten als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen % van totale lasten

6,07%

10,84%

12,80%

11,40%

11,97%

13,16%

Overhead Overhead

2025 Bron 965 Eigen begroting 9,40% Eigen begroting

13,13% Eigen begroting

| 69

Hoofdstuk 4 Paragrafen

70 |

4.1 Paragraaf Lokale heffingen Algemeen In de verantwoording van de paragraaf Lokale heffingen gaan we in op de veranderingen en daadwerkelijke inkomsten van alle gemeentelijke heffingen. Van de gemeentelijke heffingen worden de onroerende-zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolrechten aangemerkt als directe woonlasten belastingen. Beleid ten aanzien van lokale heffingen Binnen de paragraaf lokale heffingen zijn drie soorten opbrengsten te onderscheiden, namelijk belastingen, heffingen en rechten (gebruiks- of genotsrechten). De belastingen worden gebruikt als algemeen dekkingsmiddel, de heffingen en rechten worden ingezet ter bestrijding van gemaakte kosten. Voor de heffingen en rechten geldt als uitgangspunt een kostendekking op begrotingsbasis van maximaal 100%. Het streven is een volledige dekking van de gemaakte kosten door middel van heffingen en rechten. Omschrijving Onroerende zaakbelasting Toeristenbelasting Reclamebelasting Rioolheffing

Type Belasting Belasting Belasting Heffing

Afvalstoffenheffing & reinigingsrecht

Heffing/recht

Begraafrechten

Rechten

Marktgeld

Rechten

Leges

Rechten

Besteding Algemene middelen Algemene middelen Algemene middelen Specifieke lasten, verband houdend met collectieve voorzieningen. Specifieke lasten, verband houdend met collectieve (afval) of individuele (reiniging) voorzieningen. Specifieke lasten verband houdend met individuele diensten. Specifieke lasten verband houdend met individuele diensten. Specifieke lasten verband houdend met individuele diensten

Opbrengst Vrij Vrij Vrij (afspraken) Max. kostendekkend.

Max. kostendekkend.

Max. kostendekkend.

Max. kostendekkend.

Max. kostendekkend.

Onroerende-zaakbelastingen Onder de naam onroerende-zaakbelastingen (verder OZB) worden binnen onze gemeente twee directe belastingen geheven. In het geval van woningen: een eigenarenbelasting en in het geval van niet woningen: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. Vanaf 2009 zijn de tarieven per heffingseenheid vervangen door tariefpercentages per € 1.000 van de OZB-waarde van de onroerende zaak. Tarief Woningen - eigenaar Niet woningen - eigenaar Niet woningen - gebruiker Ontvangsten Begroot

2022 0,1126% 0,2359% 0,1957% 6.757.376 6.743.063

2023 0,1018% 0,2474% 0,1972% 7.327.487 7.373.113

2024 0,1069% 0,2736% 0,2213% 8.105.055 8.039.649

2025 0,1065% 0,2730% 0,2164% 8.234.642 8.258.775

Toelichting verschil: Het tekort aan opbrengsten uit de OZB bedraagt € 24.133. Afvalstoffenheffing/reinigingsrecht Het inzamelen, afvoeren en laten verwerken van huishoudelijk afval is een gemeentelijke taak. In de Wet milieubeheer is geregeld dat de gemeenteraad ter bestrijding van de gemaakte kosten daarvoor een heffing kan instellen: de afvalstoffenheffing. Daarnaast biedt de gemeente de mogelijkheid aan een beperkte | 71

groep belastingplichtigen (o.a. scholen) om bedrijfsafval van beperkte omvang en hoeveelheid aan te bieden. In de Gemeentewet is geregeld dat de gemeenteraad ter bestrijding van de gemaakte kosten daarvoor een heffing kan instellen: de afvalstoffenheffing en het reinigingsrecht. Om te stimuleren het afval te scheiden is de aanslag afvalstoffenheffing/reinigingsrecht opgesplitst in een vast- en een variabel deel. De hoogte van het variabele deel van de aanslag is te beïnvloeden door belastingplichtige. Het aantal aanbiedingen van de grijze restafvalcontainer bepaalt namelijk de hoogte van het variabele deel van de aanslag. Tarief per huishouden Afvalstoffenheffing vastrecht Afvalstoffenheffing lediging grijze container 140L (voorheen 180L) Afvalstoffenheffing lediging grijze container 240L Reinigingsrecht vastrecht * Reinigingsrecht lediging grijze container Afvalstoffenheffing lediging grijze container 240L Ontvangsten Begroot

2022 164,65 5,40

2023 169,60 5,55

2024 174,70 4,45

2025 186,65 4,55

N.v.t. 199,25 6,55 N.v.t. 2.114.795 1.957.302

N.v.t. 205,20 6,75 N.v.t. 2.158.248 2.137.250

7,60 211,36 5,40 9,25 2.317.290 2.201.368

7,77 216,22 5,52 9,46 2.517.236 2.336.999

* vanaf 2017 incl. BTW

Toelichting verschil: De meeropbrengst afvalstoffenheffing 2025 bedraagt € 180.237. Kostendekkendheid afval

Omschrijving Afval

Directe lasten Overhead 2.779.366 73.361

Inkomst KostenTotale Andere Totale dekkenduit BTW lasten heffingen inkomsten baten heid 273.874 3.126.601 2.517.236 609.365 3.126.601 100%

Rioolheffing Met de rioolheffing worden alle kosten gedekt die verbonden zijn aan de inzameling, transport en zuivering van huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater. Daarnaast worden ook de kosten gedekt voor het treffen van maatregelen (en beheer) voor de afvoer en inzameling van hemelwater en de gevolgen van overtollig grondwater of een te lage grondwaterstand. Met deze extra taken vanuit de wet Milieubeheer en de Waterwet wordt de heffing breder ingezet dan enkel vervanging van het rioleringssysteem. De hoogte van de aanslag en de tarieven rioolheffing zijn afhankelijk van het aantal afgevoerde m3 afvalwater. Tarief Rioolheffing: basistarief Ontvangsten Begroot

2022 217,55 2.477.527 2.438.745

2023 224,10 2.578.257 2.532.073

2024 224,10 2.602.854 2.552.238

2025 € 233,58 2.731.007 2.680.324

Toelichting verschil: De meeropbrengst rioolheffing 2025 bedraagt € 50.683. Kostendekkendheid riolering

Omschrijving Riolering

Directe lasten Overhead 2.330.847 339.755

Inkomst KostenTotale Andere Totale dekkenduit BTW lasten heffingen inkomsten baten heid 102.165 .2.772.767 2.731.007 41.760 2.772.767 100%

Toelichting afvalstoffen- en rioolheffing Voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing geldt dezelfde financiële systematiek. Het uitgangspunt is dat deze heffingen kostendekkend zijn: de 72 |

opbrengsten uit de heffing mogen worden gebruikt om de kosten van de betreffende taak te betalen, maar zijn daar ook toe begrensd. In de praktijk kunnen de werkelijke kosten en opbrengsten per jaar van elkaar verschillen. In het ene jaar kan sprake zijn van een hogere opbrengst dan nodig is, terwijl in een ander jaar de opbrengst juist onvoldoende is om alle kosten volledig te dekken. Om die schommelingen op te vangen, is hiervoor een voorziening ingesteld. Wanneer in een jaar meer opbrengsten worden gerealiseerd dan nodig is, worden deze toegevoegd aan de voorziening. Wanneer in een later jaar juist een tekort ontstaat, wordt een bedrag aan deze voorziening onttrokken. Die onttrekking vindt naar rato plaats, zodat de lasten op een evenwichtige manier worden toegerekend en binnen het totaal van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing geen ongewenst exploitatietekort ontstaat. Dit betekent dat dit niet alleen naar één afzonderlijk jaar wordt gekeken, maar ook naar het meerjarige evenwicht tussen kosten en opbrengsten. De voorziening zorgt er daarmee voor dat tijdelijke verschillen tussen opbrengsten en uitgaven kunnen worden opgevangen, zonder dat direct sprake is van een structureel tekort of overschot binnen deze heffingen.

Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven voor personen die niet zijn ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente voor het tegen vergoeding overnachten in de gemeente. De middelen zijn vrij besteedbaar. Een deel van de opbrengst wordt gebruikt voor het realiseren van toeristische voorzieningen en/of activiteiten. In 2012 heeft de gemeenteraad (i.o.m. de toeristenbranche) gekozen voor de huidige differentiatie van de oorspronkelijke grondslag: het aantal overnachtingen in de gemeente. De exploitant is belastingplichtige en verantwoordelijk voor het bijhouden van het nachtregister en het aanleveren van het soort en aantal overnachtingen. De uitzondering voor het bijhouden van een nachtregister is bij jaar- of seizoenplaatsen, de exploitant kan opteren voor forfaitaire tarieven. Tarief Per overnachting (kampeermiddel) Per overnachting (overig) Per overnachting (hotel, ontbijthotel of vliegtuighotel.) Ontvangst Begroot

2022 0,94 1,33 1,95 221.443 190.641

2023 0,97 1,37 2,01 236.651 196.361

2024 1,00 1,41 2,07 266.933 202.252

2025 1,02 1,44 2,12 281.737 271.829

Toelichting verschil: De meeropbrengst toeristenbelasting 2025 bedraagt € 9.908. Lijkbezorgingsrechten (Begraafrechten) De lijkbezorgingsrechten heffen we voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Lijkbezorgingsrechten heffen we van de nabestaande voor onder andere het begraven en/of bijzetten van stoffelijke overschotten, de huur van een graf, de verlenging van een grafrecht, etc. Omschrijving Begraafrechten

raming 2025 174.171

werkelijk 2025 163.266

Toelichting verschil: De opbrengst aan begraafrechten is € 10.905 lager dan begroot.

| 73

Kostendekking lijkbezorging

Omschrijving Lijkbezorging

Directe lasten Overhead 244.725 17.133

BTW 0

Inkomst Totale Andere uit lasten heffingen inkomsten 261.858 163.266 327

KostenTotale dekkendbaten heid 163.593 62%

Marktgeld De gemeente maakt kosten voor het beheer van de marktplaatsen. De Gemeentewet maakt het mogelijk om door de gemeente gemaakte kosten te dekken door middel van marktgeld. Het marktgeld wordt geheven van degene die gebruik maakt van deze dienst: het innemen van een standplaats. De grondslag voor de berekening van het marktgeld is het aantal strekkende meters van de standplaats. Omschrijving Marktgelden

raming 2025 45.508

werkelijk 2025 49.826

Toelichtingverschil: De meeropbrengst van het marktgeld bedraagt € 4.318. Kostendekking markt

Omschrijving Markt

Directe lasten Overhead 46.507 18.245

BTW 0

Inkomst Totale Andere uit lasten heffingen inkomsten 64.752 49.826 10.711

KostenTotale dekkendbaten heid 60.536 93%

Reclamebelasting In de gemeente Voorst wordt enkel reclamebelasting geheven van bedrijven (gebruikers) in het centrumgebied van Twello. De belasting wordt geheven voor het hebben van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. In beginsel zijn de opbrengsten vrij te besteden. Bij de invoering van de reclamebelasting zijn echter afspraken gemaakt over de verdeling van de jaarlijkse opbrengst. Een vast deel wordt aangewend voor de exploitatie van de parkeergarage, een vast deel wordt als subsidie doorgesluisd naar de ondernemersvereniging Twello Centrum en een vast deel wordt aangemerkt als perceptiekosten belastingen. Een belangrijk onderdeel van de afspraken was: geen invoering van parkeerbelasting in Twello centrum. Deze afspraak is per 2019 verlengd tot 2030. Tarief Tarief (basis) Per 1.000 van WOZ waarde Ontvangst Begroot

2022 850 0,65 112.705 110.000

2023 850 0,65 118.573 110.000

2024 850 0,65 110.867 110.000

2025 850 0,65 109.878 110.000

Toelichting verschil: De minderopbrengst uit de reclamebelasting bedraagt € 122, waardoor de stand van de reserve reclamebelasting uitkomt op € 3.878. Over de besteding van meeropbrengsten uit de reclamebelasting zijn met ondernemersvereniging Twello Centrum afspraken gemaakt tot en met 2029. Conform de gemaakte afspraken bedraagt de reserve maximaal € 4.000. Leges Leges zijn vergoedingen die door gemeenten worden gevraagd voor het verlenen van diensten. Deze diensten kunnen variëren van het verstrekken van bouwvergunningen tot het afgeven van paspoorten. Het uitgangspunt bij het heffen van leges is dat deze jaarlijks worden geïndexeerd met het indexpercentage. Dit betekent dat de hoogte van de leges meestijgt met de inflatie. De kostendekkendheid wordt jaarlijks herijkt op basis van de meest actuele gegevens. 74 |

Omschrijving Leges

raming 2025 € 1.710.983

Begroting na wijziging 2025 € 1.280.716

werkelijk 2025 € 1.965.187

Toelichting verschil: De meeropbrengst leges 2025 (na wijziging begroting) bedraagt € 684.471. De meest in het oog springende voorbeelden van lagere/hogere opbrengsten zijn: 1. Leges hoofdstuk 2 (omgevingswet). De geraamde opbrengsten leges omgevingsvergunningen in het kader van de omgevingswet zijn in de Najaarsrapportage 2025 afgeraamd tot € 500.000. Uiteindelijk is het jaar positief afgesloten met een gerealiseerde opbrengst van € 1.137.919. De markt lijkt weer aan te trekken waardoor 2024 en 2025 als incidenten worden beschouwd. 2. Legesinkomsten voor ruimtelijke plannen en adviezen Deze inkomsten komen over 2025 € 27.496 lager uit dan geraamd. Met de invoering van de omgevingswet worden steeds meer aanvragen behandeld binnen het reguliere vergunningentraject. Daarnaast worden er ro-inkomsten gegenereerd door het afsluiten van anterieure overeenkomsten (10 overeenkomsten in 2025). Het tekort aan legesinkomsten wordt volledig goed gemaakt door de inkomsten uit anterieure overeenkomsten. De totale inkomsten voor de ruimtelijke plannen en adviezen komen hiermee hoger uit dan geraamd. 3. Leges rijbewijzen Deze leges laten over 2025 een hogere opbrengst zien van € 35.433. In 2024 was het tekort toe te schrijven aan het aantal aanvragen die digitaal bij de RDW werden ingediend. Deze digitale route levert de gemeente minder opbrengsten op.

In 2025 is het aantal rijbewijzen wat bij de balie is aangevraagd toegenomen waardoor ook de opbrengst is toegenomen. 4. Leges reisdocumenten De meeropbrengst leges reisdocumenten bedraagt per saldo € 152.881.Dit verschil is volledig te verklaren aan de hand van de paspoortpiek. Kostendekkendheid leges In de Meerjarenprogrammabegroting 2025-2028 is in de paragraaf lokale heffingen een drietal tabellen opgenomen over de kostendekkendheid van de leges. Voor een uitgebreide toelichting verwijzen wij u naar deze begroting. Onderstaand zijn, op basis van realisatie in 2025, dezelfde tabellen opgenomen. De leges zijn niet kostendekkend. Hoofdstuk legesverordening 1. Burgerlijke stand en persoonsdocumenten 1. Reisdocumenten 1. Rijbewijzen 1. Overige leges Totaal hoofdstuk 1

Hoofdstuk legesverordening 2. Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning Totaal hoofdstuk 2

Hoofdstuk legesverordening 3. Horeca, evenementen en markten 3. Kinderopvang 3. Overige leges Totaal hoofdstuk 3 Totaal tarieventabel

Begroting lasten 2025 € 133.321 € 226.268 € 224.552 € 213.863 € 798.004

Begroting baten 2025 € 86.840 € 225.281 € 79.172 € 60.143 € 451.436

Realisatie baten 2025 € 130.229 € 378.433 € 114.605 € 59.666 € 682.933

Kostendekking 98% 167% 51% 28% 86%

Begroting lasten 2025 € 3.267.306

Begroting baten 2025 € 1.238.299

Realisatie baten 2025 € 1.264.881

Kostendekking 39%

€ 3.267.306

€ 1.238.299

€ 1.264.881

39%

Begroting lasten 2025 € 183.452 € 50.465 € 46.087 € 280.004 € 4.345.314

Begroting baten 2025 € 19.173 € 4.021 € 1.012 € 24.206 € 1.713.941

Realisatie baten 2025 € 14.636 € 2.737 €€ 17.373 € 1.965.187

Kostendekking 8% 5% 0% 6% 45%

| 75

Totale opbrengsten lokale heffingen Belasting c.q. heffing Onroerende-zaakbelastingen Afvalstofheffing Rioolheffing Toeristenbelasting Begraafrechten Marktgelden Reclamebelasting Precariobelasting Leges Totaal lokale heffingen

2022 6.757.376 2.114.795 2.477.527 221.443 190.334 42.948 112.705 1.294.252 1.769.561 14.980.941

2023 7.327.487 2.158.248 2.578.257 236.651 168.230 42.326 118.573 2.005.806 14.635.578

2024 8.105.055 2.317.290 2.602.854 266.933 164.280 42.351 110.867 1.400.857 15.010.486

2025 8.234.642 2.517.236 2.731.007 281.737 163.266 49.826 102.110 2.024.238 16.104.062

Aanduiding van de lokale lastendruk De hoogte van de gemeentelijke woonlasten, de "lokale lastendruk", krijgt regelmatig aandacht in de media. Onder gemeentelijke woonlasten scharen we de onroerendezaakbelastingen, afvalstoffenheffing en rioolheffing. Dit zijn de belastingen en heffingen waarmee ieder huishouden in een gemeente jaarlijks te maken krijgt. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert jaarlijks de Atlas van lokale lasten. Daarin zijn de lokale lasten op basis van "appels met appels" met elkaar vergeleken. Bij die vergelijking hanteert het Coelo voor alle gemeenten dezelfde uitgangspunten. Bij die uitgangspunten houdt het Coelo rekening met een gemiddelde WOZ -waarde en WOZ-waardestijging. Ook wordt er rekening gehouden met het feit dat gemeenten met dure woningen een lagere algemene uitkering uit het gemeentefonds ontvangen dan gemeenten met goedkopere woningen. Door deze factoren mee te nemen, kunnen de lokale lasten op een eerlijke en vergelijkbare manier worden beoordeeld tussen verschillende gemeenten. De vergelijking van de woonlastendruk voor een meerpersoonshuishouden met eigen woning wordt elk jaar gepubliceerd in de Atlas lokale lasten (Coelo). Voor Voorst heeft het Coelo op basis van de gehanteerde uitgangspunten de woonlastendruk bepaald op € 1.042 in 2025.

Dit is €11 minder dan het landelijk gemiddelde (€ 1.053). Volgens de Coelo atlas 2025 staat Voorst nu op plaats 183 van de 352gemeenten (plaats 1 heeft de laagste woonlasten). Kwijtscheldingsbeleid De gemeente Voorst biedt inwoners de mogelijkheid om gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en het rioolrecht aan te vragen, op basis van een beoordeling van hun vermogen en betalingscapaciteit. De kwijtscheldingsnorm die wordt gehanteerd is 100%, wat betekent dat de gemeente de volledige kosten van de belastingen kwijtscheldt als aan de voorwaarden wordt voldaan. Personen met een laag inkomen kunnen in sommige gevallen automatisch in aanmerking komen voor kwijtschelding zonder dat zij een aanvraag hoeven in te dienen. De kosten van de kwijtschelding worden in de tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolrechten meegenomen. Omschrijving Kosten kwijtscheldingsbeleid

Begroting 2025 Realisatie 2025 € 141.541 € 120.576

Toelichting verschil: De lagere uitgaven van € 20.965 zijn het gevolg van een te hoge raming. Het beleid is in de afgelopen jaren niet gewijzigd, de daadwerkelijke kosten zijn vanaf 2020 rond de € 120.000. Bij het opstellen van de nieuwe begroting wordt gekeken of dit budget bijgesteld kan worden.

76 |

4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf weerstandsvermogen wordt niet alleen teruggekeken op de risico's van het afgelopen jaar, maar kijken we ook vooruit naar welke risico's er op dit moment zijn. De blik in de toekomst is belangrijk om de financiële positie van de gemeente in de juiste context te kunnen plaatsen. Om inzicht te krijgen in welk effect risico's hebben op de financiële positie wordt het weerstandsvermogen bepaald. Dit geeft de mate van financiële robuustheid van de gemeente aan. Op vrijwel alle gemeentelijke beleidsterreinen zijn risico's aanwezig die niet door deze maatregelen zijn afgedekt. Dat deze risico's aanwezig zijn is geen probleem, zolang deze in evenwicht zijn met de weerstandscapaciteit. Continuïteit en fraude Continuïteit De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) heeft aangegeven dat zij het beleid op de gebieden Fraude en Continuïteit meer concreet en meer zichtbaar tot uitdrukking wil brengen. In hoofdlijnen komt het er op neer dat over de onderwerpen continuïteit en fraude afzonderlijk in de controleverklaring bij de jaarrekening wordt gerapporteerd. Onder de term continuïteit wordt verstaan in hoeverre de onderneming (gemeente) haar bedrijfsactiviteiten in de voorzienbare toekomst kan voortzetten.

In het kort kan hierover voor de gemeente Voorst het volgende worden aangegeven: ▪ de risico’s vanuit de bedrijfsvoering kunnen financieel worden opvangen (voldoende weerstandsvermogen); ▪ de bedrijfsvoering kan zonder tussenkomst van de provinciale toezichthouder worden voortgezet (repressief toezicht). Er is als zodanig geen sprake van continuïteitsonzekerheid. Fraude Binnen de gemeente Voorst is aandacht voor (fraude)risico's en de preventie daarvan. Vanuit de interne controle wordt gewerkt aan het verder in beeld brengen van alle processen gericht op een interne (fraude)risicoanalyse. Risicoprofiel In het onderstaande overzicht zijn de belangrijkste risico's opgenomen. Risico Programma 1: Bouwend Voorst Grondexploitatie algemeen: minder opbrengsten binnen de complexen.

Gevolgen

Het lager uitvallen van de geraamde opbrengsten omdat we de grondprijzen moeten bijstellen Grondexploitatie algemeen: nieuwe Boekwaarde van complexen komen niet tot ontwikkeling. grond moet worden afgewaardeerd, wat leidt tot financieel verlies Bouwmateriaal: hoge inflatie op de Hogere investeringen kosten en ontstaan schaarste (o.a. door leiden tot een structurele oorlog Oekraïne). toename in de kapitaallasten. Als gevolg van externe effecten Lagere (rente, inflatie en tariefstelling) legesopbrengsten. in relatie tot de invoering van de Omgevingswet bestaat het risico dat de legesopbrengsten dalen.

Financieel gevolg (x € 1,00)

Incidenteel/ structureel

50%

750.000 max

Incidenteel

10%

6.000.000 max

Incidenteel

50%

400.000 max

Structureel

80%

750.000 max

Structureel

Kans

| 77

Risico

Gevolgen

Programma 2: Mooi Voorst Als gevolg van het niet (of niet tijdig) Reparaties leiden tot een realiseren van de maatregelen uit het tekort in het budget. programma Water bestaat het risico dat schade ontstaat in de openbare ruimte. Als gevolg van stijgende energieHogere investeringen en materiaalkosten bestaat het leiden tot een structurele risico dat de investeringen m.b.t. toename in de de infrastructurele projecten hoger kapitaallasten. uitvallen. Als gevolg van het versnellen van Budget wordt de verduurzaming van gebouwen overschreden en en installaties wordt het budget kapitaallasten nemen overschreden. toe. Programma 3: Bedrijvig Voorst Door uitstappen van één of Hoge onvoorziene meerdere partijen in regionale kosten voor overige samenwerkingsverbanden blijven de partijen, waaronder de overige partijen met hoge kosten achter gemeente Programma 4: Gezond Voorst Als gevolg van toenemende vraag Hogere uitgaven. naar jeugdzorg bestaat het risico dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat. Programma 5: Sociaal Voorst Als gevolg van een toename van Nieuwe inkoopafspraken, aanvragen WMO (vergrijzing en open hogere inkoopprijzen einde regeling) bestaat het risico dat maar een maximale budgetten worden overschreden, eigen bijdrage waardoor waardoor er een tekort ontstaat. het resultaat onzeker is Als gevolg van een toenemende vraag Hogere uitgaven.

om maatschappelijke dienstverlening / schuldhulpverlening / bijzondere bijstand bestaat het risico dat budgetten worden overschreven, waardoor er een tekort ontstaat. Programma 6: Veilig Voorst Ondermijning – Misbruik van Er bestaat een gemeentelijke processen door criminele risico dat criminele partijen, leidend tot financieel verlies en partijen gemeentelijke reputatieschade processen, zoals vergunningverlening, inkoop, subsidies of vastgoedtransacties, misbruiken voor eigen gewin. Dit kan leiden tot financieel verlies, aantasting van de bestuurlijke integriteit en reputatieschade. Programma 7: Dienstverlenend Voorst Aanspraak maken op de garantie van Financieel verlies. leningen Als gevolg van stijgende energiekosten Hogere uitgaven. bestaat het risico dat bij aflopende energiecontracten de lasten toenemen. Begrotingstekorten in Financieel bijspringen gemeenschappelijke regelingen. door de gemeente aan gemeenschappelijke regelingen. Als gevolg van het overtreden van de Boete opgelegd krijgen AVG of een Datalek kan de gemeente of extra kosten door Voorst beboet worden. onderzoek / repareren datalek in systeem

78 |

Financieel gevolg (x € 1,00)

Incidenteel/ structureel

10%

500.000 max

Incidenteel

80%

300.000 max

Structureel

50%

500.000 max

Structureel

20%

400.000 max

Incidenteel

50%

600.000 max

Structureel

50%

800.000 max

Structureel

30%

100.000 max

Structureel

10%

500.000 max

Incidenteel

20%

3.000.000 max

Incidenteel

60%

1.000.000 max

Structureel

50%

500.000 max

Incidenteel

10%

1.000.000 max

Incidenteel

Kans

Risico

Gevolgen

Als gevolg van een (nieuwe) pandemie Extra kosten voor wordt de gemeente geconfronteerd met crisisorganisatie, extra kosten en werkzaamheden. zorg en handhaving; inkomstenderving bij gemeentelijke heffingen; vertraging projecten. Mogelijke (gedeeltelijke) compensatie door het Rijk. Als gevolg van een Hack of Het herstellen van de gijzelsoftware kan de digitale infrastructuur en data infrastructuur lange tijd niet bereikbaar kent grote financiële zijn en schade oplopen (dataverlies). gevolgen. Algemene risico's Lagere algemene uitkering als Tekort aan inkomsten. gevolg van een nieuwe financieringssystematiek van het rijk Vergrijzing personeel gemeente Hogere uitgaven inhuur Voorst. Kans op ontbreken specifieke personeel. kennis, opvullen van vacatures is problematisch vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Algemene post kleine risico's. Hogere uitgaven.

Kans 10%

Financieel gevolg (x € 1,00) 750.000 max

Incidenteel/ structureel Structureel

10%

1.500.000 max

Incidenteel

60%

2.000.000 max

Structureel

60%

500.000 max

Structureel

25%

2.500.000 max

Structureel

Totaal alle risico's: € 24.350.000 Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van alle risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 24.350.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Hieruit volgt dat voor het afdekken van de risico's een weerstandscapaciteit van € 7.075.000 nodig is. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen welke beschikbaar zijn om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, financieel af te kunnen dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Deze middelen bestaan uit de algemene reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. In onderstaande tabel is de stand van de algemene reserve opgenomen per 31 december 2025. Beschikbare weerstandscapaciteit gemeente Voorst Weerstand Algemene reserve* Onbenutte belastingcapaciteit ** Onvoorzien incidenteel Totale weerstandscapaciteit

Startcapaciteit 10.965.329 1.211.907 25.000 12.202.236

* De algemene reserve is weergegeven exclusief het rekeningresultaat **de onbenutte belastingcapaciteit als weerstandscapaciteit is de ruimte tussen de fictieve OZB-opbrengst bij maximale tarieven conform de zgn. artikel 12norm en de OZB-opbrengst bij de huidige tarieven binnen de gemeente Voorst

| 79

Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit

=

€ 12.202.236 € 7.075.000

= 1,72%

De ratio weerstandsvermogen ligt tussen de 1,4 en 2,0 en heeft daardoor op grond van de waarderingscijfers het oordeel "Ruim voldoende". Waarderingscijfer A B C D E F

Ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,06

Oordeel Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende

Financiële kengetallen In deze paragraaf is een basisset van vijf financiële kengetallen opgenomen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de schuldquote hangt af van meerdere factoren (onder andere afgesloten en doorgeleende gelden of omvang van de voorraad gronden). Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald, wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld.

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de woonlasten in de gemeente zich verhouden ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. 80 |

Overzicht kengetallen gemeente Voorst In onderstaande tabel zijn de voor de gemeente Voorst berekende kengetallen opgenomen. Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit

Jaarrekening 2024 71% 70% 25% 11,82% 0,46% 102%

Begroting Jaarrekening 2025 2025 65% 64,0% 65% 63,8% 19% 22,5% 2% 12,2% 0,08% -0,1% 102% 99%

Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Een individueel kengetal kan niet worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie. De netto schuldquote is gedaald ten opzichte van de begroting 2025 en de jaarrekening 2024.In 2025 is weliswaar een vaste geldlening aangetrokken van € 10 miljoen om te kunnen voorzien in de financiering van verschillende investeringen, maardaarnaast zijn ook geldleningen afgelost en zijn middelen uitgezet die op korte termijn nog niet nodig zijn. De solvabiliteitsratio is ten opzichte van de jaarrekening 2024licht gedaald. Het eigen vermogen is weliswaar toegenomen, maar ook het vreemd vermogen is gestegen door het aantrekken van externe financiering. De verhouding ten opzichte van het totaal vermogen is daardoor ongeveer hetzelfde gebleven. Ten opzichte van de begroting 2025 is dit kengetal hoger doordat in de begroting rekening was gehouden met een hogere onttrekking aan de reserves voor dekking van investeringen. Het kengetal grondexploitatie is ten opzichte van de jaarrekening 2024 op hetzelfde niveau gebleven.

De lasten zijn licht gestegen, maar ook de totale baten binnen de algemene exploitatie zijn gestegen. Ten opzichte van de begroting 2025 is dit kengetal hoger, omdat in de begroting 2025 rekening was gehouden met de exploitatie en verkoop van gronden van het grondcomplex Nieuw Basselt en Fliertlanden. Het jaar 2025 laat een positief jaarrekeningresultaat zien, maar het resultaat wordt beïnvloed door incidentele baten en lasten. Dit zien we terug in het kengetal structurele exploitatieruimte. Dit betekent dat de structurele baten lager zijn ten opzichte van de structurele lasten. Het kengetal belastingcapaciteit was voor 202599%. Dit betekent dat de belastingcapaciteit iets beneden het landelijke gemiddelde lag.

| 81

4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente. De belangrijkste kapitaalgoederen zijn: wegen, riolering, groen, gebouwen en openbare verlichting. Daarnaast behoort het materieel t.b.v. onderhoud begraafplaatsen en bestel- en dienstauto's tot de kapitaalgoederen. Per kapitaalgoed wordt ingegaan op de beleidskaders, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting en de mate van kwaliteit en risico’s. Voor de onderdelen wegen, riolering, mobiliteit en groen zijn de beleidskaders al herzien door de vaststelling van het Programma Wegen 2025-2030, het Programma Water 2020-2025, het Programma Groen 2020-2025 en het Programma Mobiliteit 2020-2030. Wegen Beleidskader De beleidsuitgangspunten voor het wegonderhoud zijn vastgelegd in het Programma Wegen 2025-2030. Het beheer richt zich op het bereiken en vasthouden van: ▪ een gemiddelde kwaliteit waarbij de kans op ongevallen klein is; ▪ een kwaliteit waarbij de bereikbaarheid niet in het geding is; ▪ een kwaliteit die comfortabel gebruik mogelijk maakt; ▪ een kwaliteit die er redelijk uitziet en waarbij aan de wettelijke eisen voldaan wordt.

Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies, omvormen van semi-/verharde fietspaden naar betonpaden en groot onderhoud. Kwaliteit en risico’s Periodiek toetsen we aan de normering van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Weg- en Waterbouw en Verkeerstechniek (CROW). Dit is een landelijke normering die het mogelijk maakt verhardingen objectief te beoordelen en daardoor de kwaliteit eenduidig vast te leggen. Het systeem richt zich er op om de juiste maatregel op het juiste moment te nemen. Binnen deze systematiek wordt bereikt dat instandhouding plaats vindt voor de laagste kosten. De inspectie van de verhardingen vindt jaarlijks plaats. Verantwoording 2025 Programma Wegen 2025-2030 is opgesteld. Hierin is het wegenonderhoud beschreven voor de periode 2025-2030. Het Programma Wegen is de opvolger van het IWP. Op de Zanden in Teuge zijn drempels aangebracht en de straat heeft de inrichting gekregen van een GOW 30 km/h weg. Op de diverse wegen is groot asfaltonderhoud uitgevoerd. De werkzaamheden bestonden onder ander uit het aanbrengen van een nieuwe deklaag, het aanbrengen van bermbeton en grasbetonstenen.

Verspreid in het buitengebied zijn op diverse plekken asfaltreparaties uitgevoerd. Dit is uitgevoerd door plaatselijk het asfalt weg te frezen en nieuw asfalt in te brengen (bakfrezen). Door het toepassen van voegvulling bij scheuren in het asfalt is de levensduur van diverse wegen verlengd. Binnen de bebouwde kom zijn op diverse plekken kleine verzakkingen in het straatwerk en schade door wortelopdruk hersteld. 82 |

Riolering Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Water. Het Programma Water is eind 2019 voor de planperiode 2020 - 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies en grootonderhoud. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek wordt onderzocht hoe de rioleringszorg integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kan worden uitgevoerd. Binnen het Programma Water is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen milieumaatregelen. Verantwoording 2025 In 2025 heeft de raad het Programma Water geprolongeerd tot de vaststelling van de omgevingsvisie. We zijn gestart met het opstellen van een Systeemanalyse Stedelijk Water (SSW) wat de werking van ons rioolstelsel beschrijft en aangeeft waar verbetermogelijkheden zijn. Het concept ligt nu voor. Delen van de riolering in de Michiel de Ruyterstraat, Diepenbrockstraat, Händelstraat en Holthuizerstraat in Twello zijn gerepareerd door middel van relining. Ook zijn enkele putten in de Michiel de Ruyterstraat, Stationsdwarsstraat en Duistervoordseweg gerepareerd.

Bij de aanleg van de rotonde Fliertweg / H.W. Iordensweg is de riolering onder dit kruispunt vervangen en in diameter vergroot. In samenwerking met de gemeente Apeldoorn en BBA is het project opgestart om de drukriolering, die over de grond van BBA loopt, te verleggen en om te koppelen naar het stelsel van de onze buurgemeente. Groen Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Groen. Het Programma Groen is eind 2020 door de gemeenteraad vastgesteld voor de planperiode 2020 t/m 2025. De beleidskaders zullen worden opgenomen in de omgevingsvisie, echter zal dit pas in 2026 / 2027 gereed zijn. Om deze periode te overbruggen heeft de raad het Programma groen geprolongeerd tot de vaststelling van de omgevingsvisie. Het Programma Groen geldt voor de gehele gemeente. Naast dat dit programma gericht is op de openbare ruimte komt ook de landschappelijke/ecologische component intensief aan de orde. Het beheer van de openbare ruimte en ons landschap gaat stevig veranderen de komende decennia. De ecologische kringloop wordt veel meer gerespecteerd en als uitgangspunt gaan we telkens uit van de drie kernbegrippen: leefbaarheid, duurzaamheid en biodiversiteit. Dit zien wij o.a. terug in de vorm van groenblauwe casco's / dooradering bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.

Maar ook vergroenen bij reconstructies en het omzetten van regulier intensief beheer naar ecologisch beheer. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het uitvoeringsprogramma van het Programma Groen is verwerkt in de begroting. Verantwoording 2025 Regulier beheer In 2025 is het reguliere onderhoud van het gemeentelijk groen volgens plan uitgevoerd. Bestrijding van ongewenste kruiden vindt plaats op een 100% milieuvriendelijke wijze. We zijn gestopt met het gebruik van Sentari voor de bestrijding van de | 83

eikenprocessierups. Voor het bestrijden van de Japanse duizendknoop is er geëxperimenteerd met het injecteren van kokend water om te voorkomen chemische middelen te moeten gebruiken. Vooralsnog heeft het experiment nog niet de resultaten die we hadden verwacht. We zijn nog in afwachting van de definitieve resultaten. Voor de bestrijding sluiten we verder aan bij landelijke ontwikkelingen. Laanherstel In het afgelopen jaar zijn in de gemeente 115 bomen verwijderd en vervangen door nieuwe aanplant. De noodzaak tot vervanging is deels het gevolg van de extreme weersomstandigheden van de afgelopen jaren. Met name de grote schommelingen in grondwaterstanden vormen een zware belasting voor bomen, waardoor zij gevoeliger worden voor ziekten, verminderde vitaliteit of omwaaien. Deze ontwikkeling kan ertoe leiden dat op de korte en middellange termijn een intensiever herplantprogramma noodzakelijk blijft. De nieuwe laanbeplantingen worden uitgevoerd met soorten die beter bestand zijn tegen droogte en hittestress. Hiermee wordt niet alleen de toekomstbestendigheid van de bomenstructuur versterkt, maar ook een duidelijke bijdrage geleverd aan de biodiversiteit in onze gemeente. Groenrenovatie Op verschillende locaties binnen de dorpskernen zijn in het afgelopen jaar groenrenovaties uitgevoerd.

Daarnaast is bij diverse wegreconstructies verouderde of versleten beplanting vervangen en, waar de ruimte dat toeliet, uitgebreid. Openbare verlichting Beleidskader In oktober 2010 heeft de gemeenteraad het kwaliteitsniveau vastgesteld. De hieraan gekoppelde beleidsregels zijn voortgezet. De algemene beleidsuitgangspunten voor verlichting zijn: ▪ het verlichtingsniveau is gebaseerd op de Praktijkrichtlijn welke is opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde; ▪ afschrijving van de armaturen en masten is respectievelijk 20 en 40 jaren; ▪ nieuw te plaatsen verlichting wordt voorzien van een dimunit; ▪ de nieuw te plaatsen verlichting bestaat uit LED-verlichting ; ▪ duurzaamheid en milieu maken deel uit van de beleidskeuzes. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het jaarlijks onderhoud- en vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Kwaliteit en risico’s Het laatste deel van de verbetering van het verlichtingsniveau is uitgevoerd. Het verlichtingsniveau is op het afgesproken niveau gebracht. Vanaf nu zullen er voornamelijk vervangingen plaats vinden. Bij vervanging van armaturen zal steeds gezocht worden naar de meest energiezuinige oplossing. De middelen in de begroting zijn voldoende voor de uitvoering van dit beleid.

Verantwoording 2025 In 2025 zijn circa 410 conventionele armaturen vervangen naar energiezuinige LEDarmaturen. In samenwerking met IJsseldalwonen zijn 180 armaturen in achterpaden vervangen naar LED-armaturen en in 2026 volgen de laatste 100 armaturen bij achterpaden. Bij zebrapaden is een proef uitgevoerd met aangepaste (lichtkleur en lichtsterkte) verlichting om de zebrapaden beter zichtbaar te maken. De proef is uitgevoerd bij school De Wingerd. Dit willen wij in 2026 uitbreiden naar meer zebrapaden. 84 |

Op de parkeerplaats bij het Sportcomplex aan de Zuiderlaan is een pilot uitgevoerd met een nieuw type armatuur. Hierbij wordt 's nachts de lichtsterkte gedimd en verandert het naar een zachtere kleur. Dit is beter voor het milieu en de flora en fauna. De eerste ervaringen zijn goed en wij willen dit concept in 2026 gaan toepassen op alle lichtmasten op deze parkeerplaats. Gemeentelijke gebouwen Beleidskader en verduurzaming van gebouwen en installaties De gemeente is eigenaar van een aanzienlijk aantal gebouwen en bijbehorende installaties. In 2019 is besloten het beheer en onderhoud van al het gemeentelijk vastgoed volledig in eigen regie uit te voeren. In 2025 is het technisch beheer en onderhoud binnen de bestaande beleidskaders uitgevoerd, ondersteund door het duurzaam meerjarenonderhoudsprogramma (MJOP), gebaseerd op de NEN 2767systematiek. In 2024 is gestart met een volledige actualisatie van het MJOP voor alle gemeentelijke gebouwen. Tijdens dit traject zijn alle panden opnieuw geschouwd en technisch in kaart gebracht. Dit actualisatietraject is in 2025 afgerond en heeft geleid tot een nieuw, actueel MJOP, waarvoor tevens extra financiële middelen zijn vrijgemaakt. Het onderhoud wordt, waar mogelijk, gecombineerd met innovatie en verduurzaming, uitgevoerd in samenwerking met lokale partijen.

Net als in voorgaande jaren had het technisch beheer in 2025 te maken met een overspannen bouw- en installatiemarkt. Hoge inflatie, schaarste aan materialen, personeel en geopolitieke ontwikkelingen zorgden voor aanzienlijke prijsstijgingen. De verwachting is dat deze situatie structureel van aard is. Onze accountant heeft geconstateerd dat het huidige model van onderhoudsuitvoering op termijn niet houdbaar is. Met name het structureel voldoen aan de Europese aanbestedingsrichtlijnen komt in het gedrang. Daarom is in 2025 gestart met de voorbereidingen voor een Europese aanbesteding. De verwachting is deze aanbesteding in 2026 in de markt te zetten, zodat de uitvoering in 2027 van start kan gaan. Verduurzaming gemeentelijk vastgoed Het versneld verduurzamen van gemeentelijk vastgoed vormt een belangrijk onderdeel van het planmatig technisch beheer. Tot op heden gebeurde dit op basis van het Addendum op de Nota Duurzaamheid 2016. Dit document is echter inmiddels tien jaar oud en door nieuwe Europese en landelijke wet- en regelgeving achterhaald. Vastgoedeigenaren, waaronder gemeenten, worden steeds sterker verplicht om hun maatschappelijk vastgoed te verduurzamen. Een grote uitdaging blijft het beschikbaar komen van voldoende financiële middelen. Daarnaast belemmert netcongestie ook binnen onze gemeente de mogelijkheden om panden verder te elektrificeren en te verduurzamen.

Verantwoording 2025 Huisvesting “Nieuwkomers” De opvang en huisvesting van nieuwkomers, waaronder Oekraïense vluchtelingen, statushouders en asielzoekers blijft zorgen voor een blijvende en toenemende vraag naar geschikte huisvesting binnen de gemeente Voorst. Door de inwerkingtreding van de Spreidingswet wordt de gemeente gehouden aan de verplichtingen rondom het huisvesten van de hiervoor aangewezen doelgroepen. Omdat beschikbare locaties en panden schaars zijn, vraagt dit om flexibiliteit, creativiteit en out-of-the-box-denken. Daarbij is het belangrijk te beseffen dat elke vorm van opvang impact heeft op de Voorster samenleving.

| 85

Vervangingsplan materieel Beleidskader Voor het materieel t.b.v. de begraafplaatsen, landmeters, logomobiel en bestel- en dienstauto's is een vervangingsschema opgesteld op basis van de theoretische levensduur van het materieel. De werkelijke vervangingen vinden plaats op basis van de technische levensduur. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Verantwoording 2025 In 2025 zijn er geen vervangingen geweest.

86 |

4.4 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt het treasurybeleid beschreven. Treasury is het beheren van geld- en kapitaalstromen. De wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het beheer van de treasury. De wet bevat normen voor het beheersen van risico's op kort- en langlopende geldleningen, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beleid In het Financieringsstatuut 2018 zijn kaders vastgelegd om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Risicobeheer De risico’s die de gemeente loopt op het gebied van treasury bestaan voornamelijk uit renterisico’s. Om die risico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en is er sprake van een renterisiconorm. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde netto-vlottende schuld over een periode van drie maanden mag hebben. Als de kasgeldlimiet twee achtereenvolgende kwartalen overschreden wordt, dan moeten in het daaropvolgende kwartaal maatregelen genomen worden om een structurele overschrijding te voorkomen. De kasgeldlimiet voor 2025 bedraagt maximaal 8,5% van de omvang van de totale begroting, groot € 89,3 mln. De kasgeldlimiet is in 2025 afgerond € 7,6 miljoen. Binnen de voorschriften, zoals gesteld in de wet FIDO, is in 2025 de kasgeldlimiet niet ongeoorloofd overschreden.

De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen/ te spreiden. De renterisiconorm beoogt de risico’s van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de gemeentelijke rentelasten binnen beheersbare kaders te houden. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2025 is de renterisiconorm op begrotingsbasis € 17,8 miljoen.

1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7

8 9

10 7 11

Renterisico's Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Nieuwe aangetrokken vaste schuld o/g Nieuwe verstrekte leningen u/g Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) Betaalde aflossingen Herfinanciering (laagste van 4 en 5) Renterisico’s op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm Stand van de vaste schuld per 1 januari Stand van begrotingstotaal per 1 januari Bij ministeriële regeling vastgesteld % Renterisiconorm (8*9) Toets renterisiconorm Renterisiconorm Renterisico op vaste schuld Ruimte (+) / Overschrijding (-), (10-7)

Rekening Begroting Rekening Begroting 2024 2024 2025 2025 5.000 10.000 5.000 10.000 1.330 1.330 3.835 3.835 1.330 1.330 3.835 3.835 1.330 1.330 3.835 3.835 46.459 77.089 20%

46.459 77.089 20%

50.128 89.389 20%

50.128 89.389 20%

15.418 1.330 14.088

15.418 1.330 14.088

17.878 3.835 14.043

17.878 3.835 14.043

(bedragen x € 1.000)

| 87

Gemeentefinanciering Onze financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de investeringen die plaatsvinden in het kader van het Meerjaren Investerings Programma (MIP), het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP), de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie en het verloop van de exploitatieuitgaven en -inkomsten. Het MIP en MJOP worden doorlopend geactualiseerd en bijgesteld. Het betreffen de kosten voor met name de riolering (op basis van het programma Water), wegen (uitwerking Programma Wegen) en de voorfinanciering vanuit de grondexploitatie. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende geldleningen. Het daadwerkelijk beroep op financieringsmiddelen is afhankelijk van de realisatie van de geplande investeringen, de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en de feitelijke liquiditeitspositie op het moment dat uitgaven worden gedaan. Het aantrekken van aanvullende financieringsmiddelen vindt plaats binnen de kaders van de wet Fido en het Financieringsstatuut 2018. Verstrekte geldleningen Binnen de volgende categorieën zijn geldleningen verstrekt: Bedragen x € 1.000 Risicogroep Woningbouw Stimuleringsfonds Totaal

Restant schuld per 31-12-25 36 4.854 4.890

Percentage 0,7% 99,3% 100,00%

Aan IJsseldal Wonen zijn in het verleden rechtstreeks geldleningen verstrekt voor diverse woningbouwprojecten. Hiervan resteert nog een beperkt bedrag. De gemeente zit met de garantstelling van woningbouwleningen die aan IJsseldal Wonen zijn verstrekt door o.a. de Bank Nederlandse Gemeenten in een achtervangpositie. De risico’s van de leningen zijn overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (W.S.W.). Hierdoor wordt het risico zeer gering geacht. De gemeente Voorst neemt sinds het jaar 2000 deel aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVN). De gemeente heeft hiervoor gelden in het zogenaamde revolving fund gestort. Hieruit worden laagrentende stimuleringsleningen verstrekt, waarvan de aflossingen weer terugvloeien naar het fonds. Deze aflossingen zijn vervolgens beschikbaar voor nieuw te verstrekken leningen. De stimuleringsfondsenbetreffen leningen voor starters, duurzaamheid woningen, asbestsanering (particulier en zakelijk) en toekomstig bestendig wonen. Leningenportefeuille In 2025 is een nieuwe langlopende geldlening afgesloten voor een bedrag van € 10 miljoen. Deze geldlening is bestemd voor de financiering van verschillende investeringen in gebouwen (aankoop en verbouw) en de uitvoering van het MIP en MJOP. De totale leningenportefeuille van onze gemeente bedraagt op 31 december 2025 € 56,2 miljoen.

Het opnemen van aanvullende financieringsmiddelen is afhankelijk van de liquiditeitenplanning. Kasgeldlening In 2025 zijn gedurende het jaar geen kasgeldleningen aangetrokken om tijdelijk te kunnen voorzien in de financieringsbehoefte. Interne rente Bij de wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De commissie BBV adviseert een renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. 88 |

Volgens de vastgestelde programmabegroting 2025-2028 werd uitgegaan van een interne rente van 0,3%. De rentelasten zijn toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. Het renteresultaat over 2025 bedraagt afgerond € 213.000 negatief. Het verschil (renteresultaat) tussen de betaalde en ontvangen rente en de interne doorberekende rente wordt bij de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Renteschema

De externe rentelasten over de korte en lange financiering Overige kosten De externe rentebaten (in mindering) Totaal door te rekenen externe rente

Bedrag (x € 1.000) 912 38 -161 789

De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Saldo door te rekenen externe rente

-280 509

De werkelijk aan taakvelden (programma's incl. overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)

296

Renteresultaat op het taakveld Treasury

213

Wet- en regelgeving Financieringsstatuut 2018 Binnen de wettelijke kaders: de Gemeentewet, Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido), de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is de gemeente verplicht haar eigen doelstellingen en kaders ten aanzien van financiering (treasury) vast te stellen. De kaders zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Voorst 2023 ex art.212 van de gemeentewet en de uitvoeringsregels in het door het college vastgestelde Financieringsstatuut 2018. Schatkistbankieren Voor gemeenten en andere decentrale overheden is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Vanaf 1 juli 2021 is voor gemeenten (provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.

Tegen deze drempelwaarde moet het gemiddelde van de banksaldi van de gemeenten een kwartaal worden afgezet. Ieder jaar sturen we erop dat we de drempelwaarde niet overschrijden en dat de gemeente dus geen of heel beperkt financiële middelen hoeft te stallen bij het Rijk. In 2025 zijn tegoeden in rekening-courant boven het drempelbedrag dan ook automatisch afgeroomd naar de schatkist en indien nodig weer teruggehaald om de debetstand in rekeningcourant tegen te gaan. Wet HOF Met de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening | 89

van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen. Conclusie De uitvoering van de financieringsfunctie heeft in 2025 plaatsgevonden binnen de vastgestelde kaders. De in de wet Fido genoemde renterisiconorm is in 2025 niet overschreden.

90 |

4.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De inrichting en aansturing van de bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college. De raad heeft in de programmabegroting een aantal indicatoren bepaald aan de hand waarvan de raad vanuit zijn controlerende rol kan toetsen of de sturing door het college zich binnen de gestelde hoofdkaders beweegt. Deze indicatoren zijn: het oordeel van de accountant over de getrouwheid van de jaarrekening en zijn constateringen in het accountantsverslag, ontwikkeling van de organisatiestructuur en van de omvang van de ambtelijke formatie, ontwikkeling van het ziekteverzuim en het personeelsverloop en de samenwerking met de inspraakorganen. (Onder andere) over deze aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering handelt deze paragraaf. Rechtmatige en doelmatige bedrijfsvoering: planning en control Het college geeft gestalte aan de bedrijfsvoering en aan de uitvoering van de programma's met inachtneming van de geldende externe regelgeving en van de door de raad vastgestelde kaders zoals de programmabegroting en de verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet. De verklaring en het accountantsverslag bij de gemeentelijke jaarrekening vormen een belangrijke graadmeter voor de beantwoording van de vraag of het college in deze opdracht is geslaagd.

Verwezen wordt naar de in dit boekwerk opgenomen controleverklaring en naar het accountantsverslag. Daarnaast is het college gehouden een verklaring over informatiebeveiliging in de jaarrekening op te nemen of bij de jaarrekening te voegen en aan de raad te rapporteren over het gevoerde informatiebeveiligingsbeleid. Verwezen wordt naar de verklaring en rapportage opgenomen in deze jaarrekening. Rechtmatigheidsverantwoording Met ingang van het begrotingsjaar 2023 is de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het college een verantwoording van rechtmatigheid afgeeftin plaats van de accountant. Het college heeft over 2025 de rechtmatigheidsverantwoording opgenomen in de jaarrekening op pagina 170. In de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie gemeente Voorst 2023 is opgenomen dat het college in de paragraaf bedrijfsvoering een toelichting geeft op alle afwijkingen die in de rechtmatigheidsverantwoording zijn opgenomen voor zover deze de rapportagegrens overschrijden en welke maatregelen genomen worden om deze afwijkingen in de toekomst te voorkomen. Waar gaat de rechtmatigheidsverantwoording over De rechtmatigheidsverantwoording gaat enkel in op de fouten en onduidelijkheden die tot stand komen op de zuivere rechtmatigheidscriteria.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17075786/3