VERVALLEN Jaarstukken 2022
Tekst van het document
raming 2022 143.124
werkelijk 2022 121.458
Toelichtingverschil: De lagere uitgaven van € 21.666 zijn het gevolg van een te hoge raming voor kosten kwijtschelding. Volgens Tribuut waren moesten eind december 2022 nog 3 aanvragen kwijtschelding worden afgehandeld (raming bij volledige honorering € 1.800. Risico’s De risico's bij lokale heffingen zijn voornamelijk incidenteel van aard, maar kunnen financiële gevolgen hebben als ze niet tijdig worden ontdekt en opgevangen. De belangrijkste financiële risico's zijn onvoldoende onderbouwde grondslagen voor de berekening van de OZB-tarieven en onvoorziene kostenontwikkelingen bij afvalverwerking en riolering. Op de lange termijn kan er ook een risico zijn als de areaaluitbreiding van woningen en niet-woningen afwijkt van de prognose, waardoor de WOZ-waardeontwikkeling anders uitkomt dan voorzien. Dit risico wordt echter deels tenietgedaan doordat dezelfde WOZ-waardeontwikkeling als correctie op de algemene uitkering wordt gehanteerd. Het is daarom van belang dat lokale overheden de risico's van lokale heffingen goed monitoren en tijdig maatregelen nemen om financiële gevolgen te voorkomen of te beperken.
72 |
4.2 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In de paragraaf weerstandsvermogen wordt niet alleen teruggekeken op de risico's van het afgelopen jaar, maar kijken we ook vooruit naar welke risico's er op dit moment zijn. De blik in de toekomst is belangrijk om de financiële positie van de gemeente in de juiste context te kunnen plaatsen. Om inzicht te krijgen in welk effect risico's hebben op de financiële positie wordt het het weerstandsvermogen bepaald. Dit geeft de mate van financiële robuustheid van de gemeente aan. Op vrijwel alle gemeentelijke beleidsterreinen zijn risico's aanwezig die niet door deze maatregelen zijn afgedekt. Dat deze risico's aanwezig zijn is geen probleem, zolang deze in evenwicht zijn met de weerstandscapaciteit. Inflatie en energiecrisis Door de oorlog in Oekraïne hebben de sancties tegen Rusland geleid tot een stijging van de energie- en grondstofprijzen. Uiteindelijk resulteerde deze crisis tot een inflatie van 10,2% in 2022. Door deze sancties werden we geconfronteerd met een verplichte beëindiging van ons energiecontract met Gazprom. Per oktober 2022 hebben we noodgedwongen een nieuwe gasleverancier gecontracteerd met een enorme stijging van de tarieven als gevolg. Bij het opstellen van deze jaarrekening was het (nog) niet bekend of het rijk de forse financiële gevolgen van de stijgende energiekosten (gedeeltelijk) compenseert.
De verwachting was dat door de koppeling van de gasprijzen aan de prijs voor elektriciteit de kosten voor elektriciteit ook aanzienlijk zouden stijgen. Dit effect is echter niet opgetreden in 2022 waardoor de uiteindelijke stijging van de kosten voor elektriciteit zoals werd verwacht bij de Bestuursrapportage 2022 beperkt is gebleven. In onze begroting 2023 is rekening gehouden met hogere kosten voor energie en onderhoud kapitaalgoederen. We monitoren onze risico’s voortdurend. Met betrekking tot de balansposities aangaande de grondexploitaties zijn deze met de kennis per 31 december 2022 beoordeeld op een toereikende waardering. De toename en ontwikkeling van de prijsstijgingen kan mogelijk leiden tot onzekerheden aangaande de terugverdiencapaciteit van de grondexploitaties in 2023 en de jaren daarna. Continuïteit en fraude Continuïteit De Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) heeft in de 2e helft van 2020 aangekondigd dat zij het beleid op de gebieden Fraude en Continuïteit meer concreet en meer zichtbaar tot uitdrukking wil brengen. In hoofdlijnen komt het er op neer dat over de onderwerpen continuïteit en fraude afzonderlijk in de controleverklaring bij de jaarrekening wordt gerapporteerd. Onder de term continuïteit wordt verstaan in hoeverre de onderneming (gemeente) haar bedrijfsactiviteiten in de voorzienbare toekomst kan voortzetten.
In het kort kan hierover voor de gemeente Voorst het volgende worden aangegeven: ▪ de risico’s vanuit de bedrijfsvoering kunnen financieel worden opvangen (voldoende weerstandsvermogen); ▪ de bedrijfsvoering kan zonder tussenkomst van de provinciale toezichthouder worden voortgezet (repressief toezicht). Er is als zodanig geen sprake van continuïteitsonzekerheid. Fraude Binnen de gemeente Voorst is aandacht voor (fraude)risico's en de preventie daarvan. Op het moment van samenstelling van deze jaarstukken is de gemeente Voorst vanuit de interne controle bezig met het verder in beeld brengen van alle processen gericht op het opstellen van een interne (fraude)risicoanalyse. Deze analyse is voorzien in het 3e kwartaal 2023. | 73
Risicoprofiel In het onderstaande overzicht zijn de belangrijkste risico's opgenomen. Tabel 1: belangrijkste financiële risico's Incidenteel/ Risico Gevolgen Programma 1: Bouwend Voorst Grondexploitatie algemeen: Het lager uitvallen van de minder opbrengsten binnen de geraamde opbrengsten omdat we complexen. de grondprijzen moeten bijstellen Grondexploitatie algemeen: Boekwaarde van grond moet nieuwe complexen komen niet worden afgewaardeerd, wat leidt tot ontwikkeling. tot financieel verlies Bouwmateriaal: hoge inflatie Hogere investeringen leiden tot op de kosten en ontstaan een structurele toename in de schaarste (o.a. door oorlog kapitaallasten. Oekraïne). Als gevolg van externe Lagere legesopbrengsten. effecten (rente, inflatie en tariefstelling) in relatie tot de invoering van de Omgevingswet bestaat het risico dat de legesopbrengsten dalen. Programma 2: Mooi Voorst Als gevolg van het niet (of Reparaties leiden tot een tekort in niet tijdig) realiseren van het budget. de maatregelen uit het programma Water bestaat het risico dat schade ontstaat in de openbare ruimte. Als gevolg van stijgende Hogere investeringen leiden tot energie- en materiaalkosten een structurele toename in de bestaat het risico dat de kapitaallasten. investeringen m.b.t. de infrastructurele projecten hoger uitvallen.
Als gevolg van het versnellen Budget wordt overschreden en van de verduurzaming van kapitaallasten nemen toe. gebouwen en installaties wordt het budget overschreden. Programma 3: Bedrijvig Voorst Door uitstappen van één of Hoge onvoorziene kosten voor meerdere partijen in regionale overige partijen, waaronder de samenwerkingsverbanden gemeente blijven de overige partijen met hoge kosten achter
74 |
Kans Financieel gevolg structureel 50%
max. € 750.000 Incidenteel
10%
max. € 6.000.000 Incidenteel
50%
max. € 400.000 Structureel
80%
max. € 500.000 Structureel
10%
max. € 500.000 Incidenteel
80%
max. € 200.000 Structureel
50%
max. € 500.000 Structureel
50%
max. € 400.000 Incidenteel
Incidenteel/ Risico Gevolgen Kans Financieel gevolg structureel Programma 4: Gezond Voorst Als gevolg van toenemende Hogere uitgaven. 30% max. € 500.000 Structureel vraag naar jeugdzorg bestaat het risico dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat. Programma 5: Sociaal Voorst Als gevolg van een toename Nieuwe inkoopafspraken, hogere 50% max. € 800.000 Structureel van aanvragen WMO inkoopprijzen maar een maximale (vergrijzing en open einde eigen bijdrage waardoor het regeling) bestaat het risico resultaat onzeker is dat budgetten worden overschreden, waardoor er een tekort ontstaat. Als gevolg van een Hogere uitgaven. 30% max. € 100.000 Structureel toenemende vraag om maatschappelijke dienstverlening / schuldhulpverlening / bijzondere bijstand bestaat het risico dat budgetten worden overschreven, waardoor er een tekort ontstaat. Programma 7: Dienstverlenend Voorst Aanspraak maken op de Financieel verlies 20% max. € 3.000.000 Incidenteel garantie van de lening Als gevolg van stijgende Hogere uitgaven. 70% max. € 1.000.000 Structureel energiekosten bestaat het risico dat bij aflopende energiecontracten de lasten toenemen. Begrotingstekorten in Financieel bijspringen 50% max. € 500.000 Incidenteel gemeenschappelijke door de gemeente aan regelingen. gemeenschappelijke regelingen. Als gevolg van het overtreden Boete opgelegd krijgen of extra 10% max.
€ 1.000.000 Incidenteel van de AVG of een Datalek kosten door onderzoek / repareren kan de gemeente Voorst datalek in systeem beboet worden. Als gevolg van een (nieuwe) Hoger ziekteverzuim, hogere 50% max. € 500.000 Structureel pandemie wordt de gemeente zorgkosten, handhaving, etc. geconfronteerd met extra kosten en werkzaamheden. Als gevolg van een Hack of Het herstellen van de 10% max. € 1.500.000 Incidenteel gijzelsoftware kan de digitale infrastructuur en data kent grote infrastructuur lange tijd niet financiële gevolgen. bereikbaar zijn en schade oplopen (dataverlies). Algemene risico's Algemene Uitkering wordt Tekort aan inkomsten. 50% max. € 500.000 Structureel lager door herverdeling gemeentefonds. Vergrijzing personeel Hogere uitgaven inhuur personeel. 60% max. € 500.000 Structureel gemeente Voorst. Kans op ontbreken specifieke kennis, opvullen van vacatures is problematisch vanwege krapte op de arbeidsmarkt. Algemene post kleine risico's. Hogere uitgaven. 25% max. € 2.300.000 Structureel
Totaal alle risico's: € 16.400.000
| 75
Benodigde weerstandscapaciteit Op basis van alle risico's is een risicosimulatie uitgevoerd. De risicosimulatie wordt toegepast omdat het reserveren van het maximale bedrag (€ 21.450.000) ongewenst is. De risico's zullen immers niet allemaal tegelijk en in hun maximale omvang optreden. Hieruit volgt dat voor het afdekken van de risico's een weerstandscapaciteit van € 5.990.000 nodig is. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit zijn de middelen welke beschikbaar zijn om niet-begrote kosten, die onverwachts en substantieel zijn, financieel af te kunnen dekken, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Deze middelen bestaan uit de algemene reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien. De onbenutte belastingcapaciteit is bij deze jaarrekening (einde 2022) nog relatief groot. De begrote verhoging van de OZB in de begroting 2022 en meerjarenraming is hierin niet verwerkt. De beschikbare weerstandscapaciteit zal daardoor in de komende jaren hoogstwaarschijnlijk dalen. Beschikbare weerstandscapaciteit gemeente Voorst Weerstand Algemene reserves* Onbenutte belastingcapaciteit ** Onvoorzien incidenteel Totale weerstandscapaciteit
Startcapaciteit 7.916.284 2.111.980 25.000 10.053.264
* De algemene reserve is weergegeven exclusief het rekeningresultaat **de onbenutte belastingcapaciteit als weerstandscapaciteit is de ruimte tussen de fictieve OZB-opbrengst bij maximale tarieven conform de zgn. artikel 12norm en de OZB-opbrengst bij de huidige tarieven binnen de gemeente Voorst
Weerstandsvermogen De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit wordt afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandcapaciteit
=
€ 10.053.264 € 5.990.000
=1,68
De ratio weerstandsvermogen ligt tussen de 1,4 en 2,0 en heeft daardoor op grond van de waarderingscijfers het oordeel "Ruim Voldoende". Waarderingscijfer A B C D E F
76 |
Ratio >2,0 1,4 - 2,0 1,0 - 1,4 0,8 - 1,0 0,6 - 0,8 < 0,06
Oordeel Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Financiële kengetallen In deze paragraaf is een basisset van vijf financiële kengetallen opgenomen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De hoogte van de schuldquote hangt af van meerdere factoren (onder andere afgesloten en doorgeleende gelden of omvang van de voorraad gronden). Omdat bij leningen onzekerheid kan bestaan of ze allemaal worden terugbetaald wordt bij de berekening van de netto schuldquote onderscheid gemaakt door het kengetal te berekenen, zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Het is belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld.
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft inzicht hoe de woonlasten in de gemeente zich verhouden ten opzichte van het landelijke gemiddelde. Onder de woonlasten worden verstaan de OZB, de rioolheffing en afvalstoffenheffing voor een woning met gemiddelde waarde in de gemeente. Overzicht kengetallen gemeente Voorst In onderstaande tabel zijn de voor de gemeente Voorst berekende kengetallen opgenomen. Financiële kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
Jaarrekening 2021 64% 63% 21% 0,00% -4,30% 103%
Begroting Jaarrekening 2022 2022 89% 61% 88% 60% 17% 26% 0,66% 4,90% -4% 9,71% 103% 113%
| 77
Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Een individueel kengetal kan niet worden gebruikt voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd zijn een stuk lager in vergelijking met de begroting 2022 en liggen iets lager dan in de jaarrekening 2021. De netto schuld is lager dan in de begroting 2022 vastgesteld, omdat wij minder financieringsmiddelen nodig hadden als van te voren verwacht. De totale baten zijn daarentegen ook gestegen. De solvabiliteitsratio is met name gestegen door een toename van het eigen vermogen. Hierdoor wijzigt de verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen en is het percentage toegenomen, wat positief is. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. Het jaar 2022 laat een positief jaarrekeningresultaat zien en dit zien we terug in het gestegen percentage van het kengetal structurele exploitatieruimte. Dit betekent dat de structurele baten groter zijn ten opzichte van de structurele lasten.
Ten opzichte van 2021 is dit kengetal positief ontwikkeld en is de structurele exploitatieruimte toereikend om de structurele lasten te dekken. Het kengetal grondexploitatie is gestegen als gevolg van de toename van te ontwikkelen gronden. In 2022 is het grondcomplex Nieuw Basselt en Fliertlanden geopend en zijn de eerder aangekochte gronden ingebracht. Het kengetal belastingcapaciteit was voor 2022 113%. Deze stijging is een gevolg van de verhoging van de OZB, die in 2022 is doorgevoerd. Dit betekent dat de woonlasten zijn gestegen en iets boven het landelijk gemiddelde liggen.
78 |
4.3 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties met betrekking tot de kapitaalgoederen van de gemeente. De belangrijkste kapitaalgoederen zijn: wegen, riolering, groen, gebouwen en openbare verlichting. Daarnaast behoort het materieel van de buitendienst tot de kapitaalgoederen. Per kapitaalgoed wordt ingegaan op de beleidskaders, de financiële consequenties en de vertaling daarvan in de begroting en de mate van kwaliteit en risico’s. Voor de onderdelen wegen, riolering, mobiliteit en groen zijn de beleidskaders al herzien door de vaststelling van het Integraal Wegenplan (IWP) Voorst 2020 – 2024, het Programma Water 2020-2025, het Programma Groen 2020-2025 en het Programma Mobiliteit 2020-2030. Volgens de Financiële verordening is met ingang van 2021 geen vierjaarlijks onderhoudsplan openbare ruimte meer opgesteld, maar zijn de beleidskaders zoals opgenomen in de diverse vastgestelde programma's opgenomen in de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen. Wegen Beleidskader De beleidsuitgangspunten voor het wegonderhoud zijn vastgelegd in het Integraal Wegen Plan (IWP) 2020-2024. Het beheer richt zich op het bereiken en vasthouden van: ▪ ▪ ▪ ▪
een gemiddelde kwaliteit waarbij de kans op ongevallen klein is; een kwaliteit waarbij de bereikbaarheid niet in het geding is; een kwaliteit die comfortabel gebruik mogelijk maakt; een kwaliteit die er redelijk uitziet en waarbij aan de wettelijke eisen voldaan wordt.
Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies, omvormen van semi-/verharde fietspaden naar betonpaden en groot onderhoud. Kwaliteit en risico’s Periodiek toetsen we aan de normering van de Stichting Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond, Weg- en Waterbouw en Verkeerstechniek (CROW). Dit is een landelijke normering die het mogelijk maakt verhardingen objectief te beoordelen en daardoor de kwaliteit eenduidig vast te leggen. Het systeem richt zich er op om de juiste maatregel op het juiste moment te nemen. Binnen deze systematiek wordt bereikt dat instandhouding plaats vindt voor de laagste kosten. De inspectie van de verhardingen vindt jaarlijks plaats. Verantwoording 2022 In het kader van het IWP is het volgende te melden. In Voorst is de herinrichting van de Helena H. Wilkensstraat uitgevoerd. In Wilp-Achterhoek is de herinrichting van de Oud Lochemseweg en Zwaluwenweg uitgevoerd. Hierbij is nu de gehele kern van WilpAchterhoek ingericht als 30-km zone. De herinrichting van de Mozartstraat in Twello is aanbesteed. In verband met de lange leveringstijd van de betonbuizen wordt begin 2023 gestart met de uitvoering.
Exploitatie (wegenonderhoud) In 2022 hebben wij in het kader van de exploitatie (wegenonderhoud) in grote lijnen de volgende werkzaamheden uitgevoerd: | 79
Terwolde De Heegseweg is voorzien van een nieuwe deklaag. Ter voorkoming van bermschade zijn aan weerszijden grasbetonstenen gelegd. De Hazeltweg is voorzien van een nieuwe deklaag en de slechte stukken asfalt zijn hersteld. Op de algemene begraafplaats Terwolde is het hoofdpad voorzien van nieuw asfalt. Het oude asfalt in een aantal zijpaden is vervangen door klinkers en semiverharding van “Achterhoeks Padvast” waardoor een meer natuurlijk beeld is ontstaan. Nijbroek Deel van de Benedenste Kruisweg is voorzien van een nieuwe deklaag. Ter voorkoming van bermschade zijn grasbetonstenen gelegd. Klarenbeek De Verlengde Broekstraat is voorzien van een nieuwe deklaag. Ter voorkoming van bermschade zijn aan weerszijden grasbetonstenen gelegd. Polveensweg is voorzien van een nieuwe deklaag. Ter voorkoming van bermschade zijn aan weerszijden grasbetonstenen gelegd. Wilp Zonnenbergstraat (tussen de Leemsteeg en Tienmorgen) is voorzien van een nieuwe deklaag. Ter voorkoming van bermschade is bermbeton aangebracht. Verspreid in het buitengebied zijn op diverse plekken asfaltreparaties uitgevoerd door plaatselijk het asfalt weg te frezen en nieuw asfalt in te brengen (bakfrezen). Tevens zijn enkele wegen voorzien van een nieuwe slijtlaag om de levensduur van het asfalt te verlengen.
Binnen de bebouwde kom zijn op diverse plekken kleine verzakkingen in het straatwerk en wortelopdruk hersteld. Riolering Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Water. Het Programma Water is eind 2019 voor de planperiode 2020 - 2025 door de gemeenteraad vastgesteld. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het onderhoudsbudget is opgenomen in de begroting op basis van de vastgestelde beleidskaders. Daarnaast zijn kredieten beschikbaar gesteld voor reconstructies en grootonderhoud. Kwaliteit en risico’s De uitvoering van de beheerswerkzaamheden is vastgelegd in het Programma Water 2020-2025. Periodiek wordt onderzocht hoe de rioleringszorg integraal met onderhoud en reconstructie van groen en verhardingen kan worden uitgevoerd. Binnen het Programma Water is de instandhouding van de riolering geborgd en is er ruimte voor nog te nemen milieumaatregelen. Verantwoording 2022 In 2022 is weer goed gebruik gemaakt van de afkoppelbijdrage regeling, met name de regentonnen blijven favoriet. Helaas is in de loop van vorige jaar besloten tijdelijk geen eikenregentonnen meer te verstrekken gezien de extreem grote kostenstijging. De kosten voor het grondwatermeetnet waren dit jaar wat hoger. Dit had ermee te maken dat diverse verouderde systemen zijn vervangen. Hiermee voldoen wij weer goed aan onze inspanningsverplichting.
In het kader van energiebesparing wordt bij renovatie van de drukriolering een ander signaleringssysteem toegepast voor de aansturing van de pompen. In plaats van borrelbuizen wordt nu een vlottersysteem gebruikt. Dit systeem is wel kwetsbaarder maar scheelt beduidend in de energieverbruik.
80 |
Groen Beleidskader Het beleidskader staat verwoord in het Programma Groen. Het Programma Groen is eind 2020 door de gemeenteraad vastgesteld voor de planperiode 2020 t/m 2025. Het Programma Groen is een nieuw, algeheel vastgesteld beleidsplan voor de gehele gemeente. Naast dat dit programma gericht is op de openbare ruimte komt ook de landschappelijke/ecologische component intensief aan de orde. Met dit programma lopen we vooruit op de nieuwe Omgevingswet. Het beheer van de openbare ruimte en ons landschap gaat stevig veranderen de komende decennia. De ecologische kringloop wordt veel meer gerespecteerd en als uitgangspunt gaan we telkens uit van de drie kernbegrippen: leefbaarheid, duurzaamheid en biodiversiteit. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Het uitvoeringsprogramma van het Programma Groen is verwerkt in de begroting vanaf 2022. Verantwoording 2022 Regulier beheer In 2022 is het reguliere onderhoud van het gemeentelijk groen volgens plan uitgevoerd. Bestrijding van ongewenste kruiden vindt plaats op een 100% milieuvriendelijke wijze. Laanherstel Incidenteel zijn bomen vervangen en aangevuld. Door een wederom hete zomer zijn veel bomen verminderd in conditie. Dat kan op de korte en middellange termijn een intensiever her- plantprogramma opleveren.
Nieuwe laanbeplantingen in welke vorm dan ook zijn meer resistent tegen hitte en leveren altijd een meerwaarde op voor biodiversiteit. Groenrenovatie Op diverse locaties binnen de dorpen zijn groenrenovaties uitgevoerd. Daarnaast is tijdens wegreconstructies ook veelal versleten groen aangepast. We werken steeds meer met beplantingen die een toegevoegde waarde geven aan biodiversiteit. Boomonderhoud/veiligheid Eenmaal per vier jaar krijgen alle bomen binnen het Voorster buitengebied een snoeibeurt en vindt er boominspectie plaats. Openbare verlichting Beleidskader In oktober 2010 heeft de gemeenteraad het kwaliteitsniveau vastgesteld. De hieraan gekoppelde beleidsregels zijn voortgezet. De algemene beleidsuitgangspunten voor verlichting zijn: ▪ het verlichtingsniveau is gebaseerd op de Praktijkrichtlijn welke is opgesteld door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde; ▪ afschrijving van de armaturen en masten is respectievelijk 20 en 40 jaren; ▪ nieuw te plaatsen verlichting wordt voorzien van een dimunit; ▪ de nieuw te plaatsen verlichting bestaat uit LED-verlichting ; ▪ duurzaamheid en milieu maken deel uit van de beleidskeuzes. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het jaarlijks onderhoud- en vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Kwaliteit en risico’s | 81
Het laatste deel van de verbetering van het verlichtingsniveau is uitgevoerd. Het verlichtingsniveau is op het afgesproken niveau gebracht. Vanaf nu zullen er voornamelijk vervangingen plaats vinden. Bij vervanging van armaturen zal steeds gezocht worden naar de meest energiezuinige oplossing. De middelen in de begroting zijn voldoende voor de uitvoering van dit beleid. Verantwoording 2022 Voor 2022 is een regulier onderhoudsplan opgesteld. Het vervangingsprogramma omvatte de vervanging van 575 stuks armaturen door moderne LED-armaturen. Hierin is een stap gezet in de verduurzaming van ons openbare verlichtingsareaal. Ledverlichting verbruikt minder stroom, heeft een langere levensduur en heeft minder onderhoud nodig.
Het vervangingsplan betrof hierbij de lichtmasten aan onder andere de Boterbloem, Broekstraat, Kopermolenweg, Bandijk, Wijkseweg, Wolterkampsweg, Prinses Beatrixstraat, Prins Bernhardstraat, Doornweerdstraat, Henri Dunantstraat, Koningin Emmastraat, Johan Willem Frisostraat, Jan van Galenstraat, Handelstraat, Hietweideweg, de Hoeven, Kortenaerstraat, Kruisakkerweg, Kruisdwarsweg, Kruisvoorderweg, Kruisweg, Abraham Kuyperstraat, Molendwarsstraat, Molenveld, Nijverheidsstraat, Oranjestraat, Parkelerweg, Deken Rekveltstraat, Reuvekampsweg, Schubertstraat, Stationdwarsstraat, Wassenaar Obdamstraat, Witte de Withstraat, Zoutmanstraat, Bussloselaan, Enkweg, Keizershofweg, Klarenbeekseweg, Baron van Wijnbergenlaan, Wilhelminaweg, Ardeweg, Enkweg, Grotenhuisweg, HW Iordensweg (Posterenk), Molenallee, Oud lochemseweg, Zwaluwenweg en Zwarte Kolkstraat. Gemeentelijke gebouwen Beleidskader, verduurzaming gebouwen en installaties De gemeente is eigenaar van 38 gebouwen met bijbehorende installaties. In 2019 is besloten om het beheer en onderhoud van alle gemeentelijke gebouwen weer helemaal in eigen regie te nemen. Het technisch beheer en onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is in 2021 binnen de bestaande beleidskaders, met behulp van het duurzaam meerjarenonderhoudsprogramma (DMJOP), uitgevoerd. Aan het DMJOP ligt de NEN 2767 systematiek ten grondslag.
Onderdeel van het planmatig technisch beheer en onderhoud is het versneld verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed, op basis van het Addendum op de Nota Duurzaamheid 2016. Het onderhoud in combinatie met innovatie en verduurzaming wordt waar mogelijk uitgevoerd in samenwerking met lokale partijen. Het technisch beheer bevond zich in 2022 in een moeilijke overspannen bouw- en installatiemarkt. Door hoge inflatiecijfers en tekort aan materiaal en personen kregen we te maken met omhoog schietende prijzen. De verwachting is dat deze situatie structureel zal blijken. Verantwoording 2022 Gymzalen De voorbereidingen voor de renovatie en verduurzaming van gymzaal Teuge is in 2022 afgerond. In deze gymzaal wordt ook het all-electric principe toegepast. Door het plaatsen van circa 80 PV panelen op het dak is ook deze gymzaal energetisch zelfvoorzienend. In de opvolgende jaren zullen ook de laatste gymzalen aan de beurt komen. Sporthal Jachtlust Het verduurzamingsplan cq renovatieplan voor Sporthal Jachtlust is in 2021 concreet gemaakt en de aanbesteding is uitgezet. In 2022 is de renovatie en verduurzaming van Sporthal Jachtlust uitgevoerd en afgerond.
Tijdens de uitvoering zijn er onder andere 360 zonnepanelen en met een totaalvermogen van 142.200Wp op het dak geplaatst, is de verlichting vervangen voor duurzame LED-verlichting, is de akoestiek verbeterd, zijn de klimaatinstallaties vernieuwd, is de scheidingswand vervangen, heeft de vloer een facelift gekregen en is de buitenzijde in een nieuw jasje gestoken – onder andere door het gebruik van duurzaam Accoya hout - zodat deze eigentijds en toekomstbestendig is. 82 |
Vervangende nieuwbouw voor Brandweerkazerne en Gymzaal in Twello Door de woningbouwontwikkeling aan de Jupiter/Hietweideweg zullen de huidige brandweerkazerne en gymzaal gesloopt worden. De nieuwe locatie voor een nieuwe gym-/sportzaal wordt op dit moment onderzocht. Omdat we hier te maken hebben met verschillende belangenafwegingen hebben beide locatieonderzoeken behoorlijke vertraging opgelopen. Op 1 maart 2021 heeft de gemeenteraad besloten de nieuwe brandweerkazerne van Twello aan de Zuiderlaan te bouwen. In 2022 is er door de Total Engineer gestart met het ontwerp van de te realiseren brandweerkazerne aan de Zuiderlaan te Twello. Demarcatie VNOG Verantwoordelijkheden op het gebied van beheer en onderhoud en facilitaire zaken gaan voor 56 kazernes in 22 gemeentes binnen de veiligheidsregio veranderen. Taken zullen meer richting VNOG verschuiven waardoor meer eenheid in werkwijzen en procedures is gewaarborgd. Bestuurlijk is daar in 2022 een definitief besluit over genomen en kan met de uitvoering van het demarcatieproces worden begonnen. Dit moet afgerond zijn in 2023. De financieel consequenties zijn daarom ook meegenomen in de begroting van 2023. Verduurzaming en energiebesparing De oorlog tussen Rusland en Oekraïne heeft duidelijk gemaakt dat er nog meer snelheid is vereist op het gebied van verduurzaming en energiebesparing in de gemeentelijke gebouwen.
De afhankelijkheid van Russisch gas is door Europese sancties eenzijdig opgeheven maar ging wel te koste van exorbitante stijging van de energieprijzen (gas maar ook elektriciteit) In 2022 is een werkgroep energiebesparing gestart die nogmaals alle mogelijkheden van energiebesparing in kaart gaat brengen. Laaghangend fruit maatregelen worden direct uitgevoerd. Bijvoorbeeld het nog beter inregelen van stooklijnen maar ook het aanspreken van gebruikers en huurders op hun verantwoordelijkheid. Andere maatregelen waar grote(re) investeringen mee zijn gemoeid worden uitgevoerd binnen de duurzame meerjarenonderhoudsplannen. Omdat alles sneller uitgevoerd moet worden is het noodzakelijk dat oude technieken eerder dan gepland afgeschreven moeten worden en nieuwe technieken eerder ingezet. In de toch al overspannen markt van bouw -en installatiebedrijven betekend dit zondermeer dat de komende jaren meer geld vrijgemaakt moet worden om dit te kunnen realiseren. Inkoop Energie voor oa gemeentelijke gebouwen Onafhankelijk worden van Russisch gas, de gaskraan in Groningen dicht maar überhaupt minder afhankelijk worden van energieleveranciers betekend dat we toe moeten naar een nieuwe manier van de inkoop van energie. Het zou mooi zijn als dit lokaal groene opgewekte energie is. Ook bij de inkoop van energie zijn wij in 2022 keihard met de neus op de feiten gedrukt.
Gestuurd door Europese sancties werd het inkoopcollectief geconfronteerd met onwillige energieleveranciers die alleen tegen ongunstige voorwaarden en skyhoge prijzen wilden leveren. Dit heeft het inkoopcollectief doen beseffen dat de huidige inkoop van energie met marktpartijen misschien op den duur wel eindig is. Er zal meer regie genomen moeten worden door de overheden zelf en die zullen samen met lokale partijen (energie coöperaties) de mogelijkheden moeten verkennen om samen te werken op het gebied van opwek en inkoop van groene lokale energie. Concrete plannen voor opwek van lokale duurzame energie binnen de RES kunnen daar aan bijdragen. Kulturhus Met de ingebruikname van het gerenoveerde gemeentehuis zijn in 2022 de organisaties die (tijdelijk) gehuisvest waren in het Kulturhus weer terug verhuisd naar het gemeentehuis. Dit heeft tot gevolg dat het Kulturhus in 2022 voor het grootste gedeelte leeg is komen te staan. De plannen om de organisaties die op dit moment gehuisvest zijn in Klein Twello te huisvesten in het Kulturhus worden in 2023 definitief. | 83
Samen met de huisvesting van andere (los vaste) huurders is dan het Kulturhus ook weer volledig bezet. Opvang (Oekraïense) vluchtelingen. Door de oorlog tussen Oekraïne en Rusland werd ook de gemeente Voorst geconfronteerd met een opgave om uit Oekraïne gevluchte mensen op te vangen. Met stoom en kokend water is daarvoor de leegstaande gemeentewerf tot opvanglocatie getransformeerd. Ook zijn enkele panden gehuurd en ook getransformeerd en ingezet voor de (langdurige) opvang van Oekraïense vluchtelingen. Hartverwarmend was het om te constateren dat de hele Voorster gemeenschap in beweging kwam om dit te helpen realiseren maar ook door zelf particulieren opvanglocaties aan te bieden. De kans is groot dat door de onveilige situatie in Europa maar ook in de rest van de wereld een aanhoudende vraag naar opvanglocaties voor vluchtelingen zal blijven bestaan. De druk op – toch al schaars beschikbare bruikbare - panden om aan deze doelstelling te voldoen zal alleen maar groter worden. Hierbij is flexibiliteit, creativiteit en out of the box denken noodzakelijk en de wetenschap dat opvang in welke vorm dan ook reuring zal veroorzaken in de Voorste samenleving. Renovatie gemeentehuis Het jaar 2022 stond in het teken van de oplevering en ingebruikname van het gemeentehuis. De realisatiefase startte in 2020 met de circulaire sloop van het pand.
Uiteindelijk bleef alleen de betonnen draagconstructie en het dak overeind. Hierna kon eind 2021 gestart worden met het weer opbouwen van het gemeentehuis. De bouwkundige en installatietechnische oplevering van het gemeentehuis heeft plaatsgevonden op 10 maart 2022. Hierna is gestart met de inrichting van het gemeentehuis en is 7 juni 2022 het gemeentehuis operationeel in gebruik genomen. Ondanks de ontwikkelingen in de bouwsector, is het de verwachting dat we binnen de taakstellende begroting blijven (prijspeil 2018). Naamgeving gebouw Gemeentehuis Gemeentewerf / Brandweerkazerne Hietweideweg 20 (oudbouw Veluws College) Brandweergarage plus dienstwoning Vermeersweg 61 Maarten Tromplaan 2 (oudbouw De Kleine Wereld) Het Baken Kortenaerstraat 16 5 Kerktorens H.W. Iordensweg 11 Schaapskooi Veeschuurtje te Voorst Molenstomp De Vecht (molen Koekkoek) Parkeerhuis 2 Sporthallen (inclusief turnhal + multizaal) Zwembad (binnenbad + buitenbad) Kulturhus SCC Pand Oude Rijksstraatweg 38 7 Gemeentelijke gymlokalen 2 Aula's en lijkenhuisjes Schuur 'Het Kleine Zand' te Teuge Muziektent Voorst en Terwolde
84 |
Huisvesting / huurder organisatie Bestuurlijke en ambtelijke organisatie Buitendienst en korps Twello Tijdelijke huisvesting bestuurlijke en ambtelijke organisatie Korpsen Voorst en Terwolde Stichting de Koepel Stichting de Koepel Onderdeel van een kerk Particulier en Imkervereniging Hartgers Parkeerders Stichting De Koepel De Schaeck Stichting De Koepel IJsseldal Wonen (opvang statushouders) Stichting De Koepel Bezoekers -
BVO (m2) 5.400 2.505 2.325 320 759 1.142 523 302 125 49 33 50 3.150 9.152 2.850 1.800 450 3.428 178 180 20
Vervangingsplan materieel Beleidskader Voor het materieel t.b.v. de begraafplaatsen, landmeters en logomobiel, bestel- en dienstauto's is een vervangingsschema opgesteld op basis van de theoretische levensduur van het materieel. De werkelijke vervangingen vinden plaats op basis van de technische levensduur. Financiële consequenties en vertaling in de begroting Voor de uitvoering van het vervangingsprogramma zijn de middelen in het meerjareninvesteringsprogramma van de begroting opgenomen. Verantwoording 2022 De in 2002 geplande vervanging van de logomobiel, dienstauto's en bestelauto's vindt plaats in 2023. Bij de Bestuursrapportage 2022 is extra budget beschikbaar gesteld voor de dienstauto's en bestelauto's door de stijgende nieuwprijzen van elektrische auto’s.
| 85
4.4 Paragraaf Financiering In deze paragraaf wordt het treasurybeleid beschreven. Treasury, het beheren van geld- en kapitaalstromen, neemt bij gemeenten een belangrijke plaats in. De wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het beheer van de treasury. De wet bevat normen voor het beheersen van risico's op kort- en langlopende geldleningen, de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Beleid In het Financieringsstatuut 2018 zijn kaders vastgelegd om het renterisico te beheersen en de rentekosten zo laag mogelijk te houden. Risicobeheer De risico’s die de gemeente loopt op het gebied van treasury bestaan voornamelijk uit renterisico’s. Om die risico’s te beperken geldt er een kasgeldlimiet en is er sprake van een renterisiconorm. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeente maximaal als gemiddelde nettovlottende schuld over een periode van 3 maanden mag hebben. Indien we de kasgeldlimiet 2 achtereenvolgende kwartalen overschrijden, moeten we in het daaropvolgende kwartaal maatregelen nemen om een structurele overschrijding te voorkomen. De kasgeldlimiet voor 2022 bedraagt maximaal 8,5% van de omvang van de totale begroting, groot € 62,8 mln. De kasgeldlimiet is in 2022 afgerond € 5,3 miljoen. Binnen de voorschriften, zoals gesteld in de wet FIDO, is in 2022 de kasgeldlimiet niet ongeoorloofd overschreden.
De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen/ te spreiden. De renterisiconorm beoogt de risico’s van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de gemeentelijke rentelasten binnen beheersbare kaders te houden. De renterisiconorm houdt in, dat de jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen niet meer mogen bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Voor 2022 is de renterisiconorm op begrotingsbasis € 12,5 miljoen.
1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7
8 9
10 7 11
86 |
Renterisico's Renteherziening op vaste schuld o/g Renteherziening op vaste schuld u/g Netto renteherziening op vaste schuld (1a-1b) Nieuwe aangetrokken vaste schuld o/g Nieuwe verstrekte leningen u/g Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a-3b) Betaalde aflossingen Herfinanciering (laagste van 4 en 5) Renterisico’s op vaste schuld (2+6) Renterisiconorm Stand van de vaste schuld per 1 januari Stand van begrotingstotaal per 1 januari Bij ministeriële regeling vastgesteld % Renterisiconorm (8*9) Toets renterisiconorm Renterisiconorm Renterisico op vaste schuld Ruimte (+) / Overschrijding (-), (10-7)
Rekening Begroting Rekening Begroting 2021 2021 2022 2022 7.000 5000 4.800 4.800 7.000 5.000 4.800 4.800 1.066 1.066 1.257 1.257 1.066 1.066 1.257 1.257 1.066 1.066 1.257 1.257 38.307 66.257 20%
38.307 66.257 20%
44.241 62.876 20%
44.241 62.876 20%
13.251 1.066 12.185
13.251 1.066 12.185
12.575 1.257 11.318
12.575 1.257 11.318
Gemeentefinanciering Onze financieringsbehoefte wordt in belangrijke mate bepaald door de investeringen die plaatsvinden in het kader van het Meerjaren Investerings Programma (MIP), het Meerjaren Onderhouds Programma (MJOP), de ontwikkelingen binnen de grondexploitatie en het verloop van de exploitatieuitgaven en -inkomsten. Het MIP en MJOP wordt doorlopend geactualiseerd en bijgesteld. Het betreffen de kosten voor met name de riolering (op basis van het Gemeentelijk RioleringsPlan), wegen (uitwerking Integraal WegenPlan) en de voorfinanciering vanuit de grondexploitatie. In de financieringsbehoefte wordt voorzien door het aantrekken van lang- en kortlopende geldleningen. Het daadwerkelijk beroep op financieringsmiddelen is afhankelijk van de realisatie van de geplande investeringen, de ontwikkelingen binnen de grondexploitaties en de feitelijke liquiditeitspositie op het moment dat uitgaven worden gedaan. Het aantrekken van aanvullende financieringsmiddelen vindt plaats binnen de kaders van de wet Fido en het Financieringsstatuut 2018. Verstrekte geldleningen Binnen de volgende categorieën zijn geldleningen verstrekt: Bedragen x € 1.000 Risicogroep Woningbouw Stimuleringsfonds Totaal
Restant schuld per 31-12-22 54 4.911 4.965
Percentage 1,1% 98,9% 100,00%
Aan IJsseldal Wonen zijn geldleningen verstrekt voor diverse woningbouwprojecten. De risico’s van de leningen zijn overgedragen aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (W.S.W.). De gemeente zit met de garantstelling in een achtervangpositie. Hierdoor wordt het risico zeer gering geacht. De gemeente Voorst neemt sinds 2000 deel aan het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten. De gemeente heeft hiervoor gelden in het zogenaamde revolving fund gestort. Hieruit worden laagrentende stimuleringsleningen verstrekt, waarvan de aflossingen weer terugvloeien naar het fonds. Deze aflossingen zijn vervolgens beschikbaar voor nieuw te verstrekken leningen. De stimuleringsfondsen betreffen leningen voor starters, duurzaamheid woningen, asbestsanering (particulier en zakelijk) en toekomstig bestendig wonen. Leningenportefeuille In 2018 is een geldlening van € 15,3 miljoen aangegaan bij de NV Bank Nederlandse gemeenten op te nemen in drie termijnen. De geldlening is bestemd voor de revitalisering en verduurzaming van het gemeentehuis. Overeenkomstig de geldleningsovereenkomst zijn in 2020 en 2021 stortingen gedaan voor in totaal € 10,5 miljoen en op 3 januari 2022 de 3e en laatste storting van € 4,8 miljoen. In 2022 zijn daarnaast geen nieuwe langlopende geldleningen afgesloten. De totale leningenportefeuille van onze gemeente bedraagt op 31 december 2022 € 47,7 miljoen.
Het opnemen van aanvullende financieringsmiddelen is afhankelijk van de liquiditeitenplanning. Er is namelijk, gelet op de rentestand, gekozen om binnen de vastgestelde kaders zoveel mogelijk met kortlopende geldleningen in de vorm van kasgeldleningen in de financieringsbehoefte te voorzien. De rente gedurende 2022 was erg laag. Op de geldmarkt offreren de NV BNG en overige geldgevers kasgelden tegen een negatief percentage. Dit houdt in dat de gemeente bij het afsluiten van een kasgeldlening een rentevergoeding ontvangt in plaats van rentekosten te moeten betalen. In 2022 is de liquiditeitspositie mede door de kavelverkopen van de in exploitatie zijnde grondcomplexen en hogere inkomsten van het Rijk (via Algemene Uitkering etc.) goed te noemen. Met de beschikbare financiële middelen konden de gemeentelijke uitgaven worden gedaan. | 87
Kasgeldlening Gelet op de goede liquiditeitspositie was het niet nodig geweest om in 2022 naast de € 4,8 miljoen voor het gemeentehuis aanvullende financieringen (kort en/of lang) aan te trekken. Interne rente Bij de wijzigingen in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de invoering van de Vennootschapsbelasting (VPB) is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. De commissie BBV adviseert een renteschema in de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee geven we inzicht in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van toerekening. Volgens de vastgestelde programmabegroting 2022-2025 werd uitgegaan van een interne rente van 0,1 %. De rentelasten zijn toegerekend aan de diverse programma’s op basis van de boekwaarde van de investeringen. Het renteresultaat over 2022 bedraagt afgerond € 39.000. De toegerekende rentelast aan bouwgronden in exploitatie, op begrotingsbasis sluit aan op de fiscale systematiek (vennootschapsbelasting) zoals uiteengezet in de notitie Grondexploitatie van de commissie BBV. De toegerekende rentelast aan de grondexploitatie bedraagt 1,0%. Het verschil (renteresultaat) tussen de betaalde en ontvangen rente en de interne doorberekende rente wordt bij de algemene dekkingsmiddelen verantwoord. Renteschema Bedrag (x € 1.000) a. b.
c.
De externe rentelasten over de korte en lange financiering Overige kosten De externe rentebaten (in mindering) Totaal door te rekenen externe rente De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
478 19 -3 494 -33 -280 -313 181
Saldo door te rekenen externe rente d1. d2.
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
-
De aan taakvelden (programma's incl. overzicht Overhead) toe te rekenen rente
181
e.
De werkelijk aan taakvelden (programma's incl. overzicht Overhead) toegerekende rente (renteomslag)
220
f.
Renteresultaat op het taakveld Treasury
-39
88 |
Wet- en regelgeving Financieringsstatuut 2018 Binnen de wettelijke kaders: de Gemeentewet, Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet fido), de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), het Besluit leningvoorwaarden decentrale overheden, de Regeling Uitzettingen en Derivaten Decentrale Overheden (Ruddo) en de Regeling schatkistbankieren decentrale overheden is de gemeente verplicht haar eigen doelstellingen en kaders ten aanzien van financiering (treasury) vast te stellen. De kaders zijn vastgelegd in de door de gemeenteraad vastgestelde Financiële verordening 2017 ex art.212 van de gemeentewet en de uitvoeringsregels in het door het college vastgestelde Financieringsstatuut 2018. Schatkistbankieren Voor gemeenten en andere decentrale overheden is het verplicht schatkistbankieren ingevoerd. Decentrale overheden dienen banktegoeden, die een vooraf bepaalde drempelwaarde te boven gaan, af te storten naar een rekeningcourant bij het ministerie van Financiën. Vanaf 1 juli 2021 is voor gemeenten (provincies, waterschappen en hun gemeenschappelijke regelingen) met een begrotingstotaal tot € 500 miljoen de drempel voor het verplicht schatkistbankieren verhoogd naar 2% van het begrotingstotaal met een minimum van € 1 miljoen.
Tegen deze drempelwaarde moet het gemiddelde van de banksaldi van de gemeentein een kwartaal worden afgezet. Ieder jaar sturen we erop dat we de drempelwaarde niet overschrijden en dat de gemeente dus geen of heel beperkt financiële middelen hoeft te stallen bij het Rijk. In 2022 zijn tegoeden in rekening-courant boven het drempelbedrag dan ook automatisch afgeroomd naar de schatkist en indien nodig weer teruggehaald om de debetstand in rekeningcourant tegen te gaan. Door de renteontwikkeling in 2022 wordt vanaf medio september, in tegenstelling tot voorgaande jaren, rente (€ 1.352 ontvangen) vergoed over het in de schatkist aanwezige saldo. Wet HOF Met de wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) zijn de Europese afspraken van het stabiliteits- en groeipact en het al bestaande Nederlandse budgettaire beleid vanaf 1 januari 2014 wettelijk verankerd. De Wet Hof bepaalt onder meer dat Rijk, gemeenten, provincies en waterschappen een gelijkwaardige inspanning leveren bij het op orde brengen van de overheidsfinanciën. Daarmee worden de tekorten van gemeenten of provincies door de Europese Commissie meegeteld bij de berekening van het begrotingstekort, dat volgens de EU-regels niet meer dan drie procent mag bedragen. Conclusie De uitvoering van de financieringsfunctie heeft in 2022 plaatsgevonden binnen de vastgestelde kaders.
De in de wet Fido genoemde renterisiconorm is in 2022 niet overschreden. De financiering met kortlopend geld is gelet op de liquiditeitspositie in 2022 niet nodig geweest.
| 89
4.5 Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen De inrichting en aansturing van de bedrijfsvoering vindt plaats onder verantwoordelijkheid van het college. De raad heeft in de programmabegroting een aantal indicatoren bepaald aan de hand waarvan de raad vanuit zijn controlerende rol kan toetsen of de sturing door het college zich binnen de gestelde hoofdkaders beweegt. Deze indicatoren zijn: het oordeel van de accountant over de rechtmatigheid en getrouwheid van de jaarrekening en zijn constateringen in het accountantsverslag, ontwikkeling van de organisatiestructuur en van de omvang van de ambtelijke formatie, ontwikkeling van het ziekteverzuim en het personeelsverloop en de samenwerking met de inspraakorganen. (Onder andere) over deze aspecten met betrekking tot de bedrijfsvoering handelt deze paragraaf. Rechtmatige en doelmatige bedrijfsvoering: planning en control Het college geeft gestalte aan de bedrijfsvoering en aan de uitvoering van de programma's met inachtneming van de geldende externe regelgeving en van de door de raad vastgestelde kaders zoals de programmabegroting en de verordeningen ex artikel 212 en 213 van de Gemeentewet. De verklaring en het accountantsverslag bij de gemeentelijke jaarrekening vormen een belangrijke graadmeter voor de beantwoording van de vraag of het college in deze opdracht is geslaagd.
Verwezen wordt naar de in dit boekwerk opgenomen controleverklaring en naar het accountantsverslag. Daarnaast is het college gehouden een verklaring over informatiebeveiliging in de jaarrekening op te nemen of bij de jaarrekening te voegen en aan de raad te rapporteren over het gevoerde informatiebeveiligingsbeleid. Verwezen wordt naar de verklaring en rapportage opgenomen in deze jaarrekening. Rechtmatigheid Met ingang van het begrotingsjaar 2023 wordt de verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders voor de rechtmatigheid benadrukt doordat het college een verantwoording van rechtmatigheid af moet gaan geven in plaats van de accountant. Deze wijziging komt voort uit het rapport ‘Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten’ van de commissie Depla. Het uitgangspunt van de wetgever is dat de reikwijdte van de verantwoording door het college niet wijzigt ten opzichte van de situatie waarin de accountant een oordeel gaf. Uitkomst daarvan is dat er over rechtmatigheid een aantal zaken opgenomen moeten worden in deze paragraaf. Vanaf 2023 zijn er een aantal verplichte onderdelen.
Voor de jaarstukken 2022 zijn de verplichte onderdelen beperkt tot het doen van een uitspraak over de rechtmatigheid rond de uitvoering van de wet Financiering decentrale overheden (fido) en onderliggende regelingen: er zijn geen niet-financiële onrechtmatigheden geconstateerd die voortvloeien uit de bepalingen in de wet Fido. Ter voorbereiding op de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording, treffen we op ambtelijk niveau al voorbereidingen om voor het jaar 2023 een volwaardige rechtmatigheids-verantwoording op te nemen in de jaarrekening.
90 |
Omvang ambtelijke formatie De ambtelijke organisatie (inclusief griffie) omvatte eind 2022 191 formatieplaatsen. Het aantal formatieplaatsen binnen de WSW (Wet Sociale Werkvoorziening) bedroeg eind 2022 56. Vanaf 1 januari 2015 kunnen er geen mensen meer instromen in de WSW. We hebben een relatief jong bestand van mensen in de WSW en deze mensen blijven hun rechten houden op basis van de oude WSW. Het bestand met mensen in de WSW gaat in de loop van de jaren daarom teruglopen, maar met een lange doorlooptijd. De Participatiewet is in de plaats gekomen van de WSW, maar ook in de plaats van de Wet Werk en Bijstand en een groot deel van de Wajong. De ontwikkeling van de ambtelijke formatie (exclusief griffie en exclusief WSW) in de afgelopen jaren is als volgt: Aantal FTE 2019
Aantal FTE 2020 190
Aantal FTE 2021 188
Aantal FTE 2022 187
188
Loonsom In onderstaand overzicht zijn de werkelijk gerealiseerde loonsomuitgaven opgenomen en afgezet tegen de geraamde loonsom volgens de begroting 2022. Aant. pers.
Aant. FTE's
Totaal Totaal jaarwedde toelagen
Afdracht sociale lasten
Realisatie Geraamde netto netto Saldo lasten lasten
Bestuur Raad College Voormalig bestuurders Subtotaal
19 4 18 41
276.620 342.633 436.303 495.135 245.395 264.643 958.318 1.102.411
66.013 58.832 19.248 144.093
Ambtelijke organisatie Griffie Ambtelijke organisatie WSW-ers Subtotaal
3 2,56 136.930 33.455 46.584 216.969 225.452 215 188,00 9.163.938 2.195.987 3.202.318 14.562.243 15.372.642 63 55,77 1.466.736 378.605 10.742 1.856.083 1.883.726 281 246,33 10.767.604 2.608.047 3.259.644 16.635.295 17.481.820
8.483 810.399 27.643 846.525
Totaal salarissen
322 287,33 11.413.383 2.887.315 3.292.915 17.593.613 18.584.231
990.618
19,00 4,00 18,00 41,00
77 407.521 238.181 645.779
276.543 2.618 107 279.268
26.164 7.107 33.271
Ambtelijke loonsom In de begroting voor 2022 was aan ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie), een bedrag van afgerond € 14.960.100 opgenomen (begroting 2022, blz. 93). In het Voortgangsbericht 2022 zijn de effecten van de CAO gemeenten 2021 en 2022 verwerkt (€ 412.500). Voor ambtelijke loonsomlasten (exclusief griffie) was hierdoor een budget van € 15.372.600 beschikbaar. De werkelijke uitgaven bedroegen € 14.562.242. De ambtelijke salarisuitgaven zijn daarmee ruim (met € 810.358) binnen de gestelde budgettaire kaders gebleven. Daar staat tegenover dat er personele inhuur heeft plaats gevonden. Voor de medewerkers WSW (Wet Sociale Werkvoorziening) was in 2022 een budget van € 1.883.700 voor loonkosten geraamd. De werkelijke uitgaven bedroegen € 1.856.100. Hiermee zijn we binnen de raming voor 2022 gebleven. Tijdelijke inhuur voor continuïteit van de bedrijfsvoering Volgens vast beleid is de ruimte in de loonsom die ontstaat als gevolg van vacatures en dergelijke voor het college beschikbaar om met tijdelijk personeel te voorzien in continuïteit van de bedrijfsvoering. We hebben € 99.700 aan inkomsten ontvangen, zoals ontvangsten van ziektewetuitkeringen en (loonkosten)subsidies. We hebben ook in 2022 kosten gehad binnen onze loonsomdie betrekking hadden op 2021,dit betreft de onkosten- en coronavergoeding en de functiewaarderingsronde (totaal € 321.500). | 91
Deze bedragen zijn in 2021 al meegenomen in de resultaten en opgenomen als een nog te betalen post in 2022. Daarnaast was de ruimte binnen de loonkosten m.b.t. de medewerkers voormalige buitendienst (€ 368.200) nodig voor uitbesteding van werkzaamheden. Voor personele inhuur was in 2022 een totaal budget beschikbaar van € 863.400. Rekening houdend met specifieke dekking door middel van subsidiegelden of detacheringsvergoedingen heeft per saldo voor een bedrag van € 934.600 aan personele inhuur plaatsgevonden. Ter vergelijking: in 2021 was dit € 948.500 (2020: € 569.364; 2019: € 379.600; 2018: € 468.300; 2017: € 309.000. Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving is in verband met bouwactiviteiten in de gemeente extra capaciteit ingehuurd. Hier is bewust gekozen voor tijdelijke personele maatregelen in plaats van indienstneming van vast personeel, in verband met de invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen. Tot slot: Net als de afgelopen jaren blijkt het noodzakelijk én onvermijdelijk te zijn om te kunnen beschikken over een flexibele schil in de ambtelijke capaciteit om adequaat te kunnen reageren op de complexiteit van en dynamiek in maatschappelijke vraagstukken. Deze flexibele schil in ambtelijke capaciteit maakt dat er slagvaardig en adequaat gereageerd kan worden op wat de samenleving vraagt.
Personeel en organisatie Het jaar 2022 was een uitdagend jaar waarin wij te maken hebben met grote vraagstukken, maar ook een steeds uitdagender jaar wat betreft de arbeidsmarkt. In het jaar 2021 zagen we de krapte en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en deze trend heeft zich in 2022 voortgezet. Het is van groot belang om een aantrekkelijke werkgever te zijn en te blijven, in het bijzonder voor de jongere generaties. Een positieve werksfeer met veel ruimte voor eigen inbreng, creativiteit en eigen verantwoordelijkheid. Aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden zoals individueel keuzebudget, flexibele werktijden met mogelijkheden tot thuiswerken, beschikbaar stellen van eigentijdse werk- en communicatiemiddelen, en een actief en ruimhartig opleidings- en mobiliteitsbeleid dragen hier aan bij. Doorgroeimogelijkheden en persoonlijke groei zijn een belangrijk item, maar in 2022 is er ook veel aandacht geweest voor het welzijn van onze medewerkers. We zagen een toenemende druk op de arbeidsmarkt met moeilijk invulbare vacatures. Zoals in 2021 al verwacht, heeft deze trend zich negatief voortgezet en is de werving van personeel moeilijker, arbeidsintensiever en duurder geworden in 2022. De werkdruk op onze medewerkers is als gevolg van moeilijk invulbare vacatures én steeds groter wordende vraagstukken enorm toegenomen.
Er wordt steeds meer van onze medewerkers gevraagd en de signalen uit de organisatie geven een beeld dat hetgeen wat er gebeuren moet niet behapbaar is met onze huidige formatieplaatsen. Uitval van medewerkers (als gevolg van werkdruk of andere omstandigheden) resulteert in meer werkdruk bij andere collega’s. We zien in de cijfers een toename in de inhuurkosten, grotendeels te verklaren door vervanging bij ziekte, openstaande vacatures, te verwachten wetswijziging en tijdelijke extra ondersteuning. Deze inhuur is geen structurele oplossing, maar biedt op korte termijn continuïteit en doorgang in de werkzaamheden. De verwachting is dat ook in 2023 deze trend zich negatief voortzet en wij voorlopig voor een uitdaging blijven staan, waarbij het welzijn van onze medewerkers de hoogste prioriteit heeft. Ook in 2022 is in het wervings- en selectiebeleid geprobeerd het accent te leggen op de jongere generaties. Dit is nog gelukt: van de 40 medewerkers die in 2022 in dienst zijn getreden zijn 21 personen jonger dan 35 jaar, een percentage van 52%. Ter vergelijking: in 2021 behoorden 9 van de 18 personen die in dienst traden tot de jongere generatie (50%) en in 2020 waren dit 19 van de 31 personen (61%). Conclusie is dat het nog steeds lukt om jongeren te interesseren voor een loopbaan bij de gemeente, maar de krapte op de arbeidsmarkt maakt wel dat het lastiger wordt.
Daarnaast stromen jongere mensen ook weer sneller uit, omdat de kansen op de arbeidsmarkt toenemen. 92 |
Daarnaast hebben 35 medewerkers in 2022 de organisatie verlaten, 21 personen op eigen verzoek waarbij het grootste gedeelte vanwege het aanvaarden van een baan elders, 5 wegens (keuze)pensioen, 6 om overige redenen en 3 vanwege het aflopen van het contract. 13 medewerkers zijn intern doorgestroomd in de organisatie naar andere functies. In totaal zijn in 2020 72 WSW medewerkers in dienst gekomen. Inmiddels zijn tot en met 2022 9 medewerkers uitgestroomd. In 2022 hebben we het beschikbare opleidingsbudget overschreden met, afgerond € 46.000,-. De oorzaak hiervan is onder andere opleidingen die op “hold” stonden in verband met de corona pandemie en welke in 2022 opgepakt zijn. Daarnaast zien we een positief beeld van nieuwe, jonge mensen die aan het begin van hun loopbaan staan en een aanspraak doet op het opleidingsbudget en de behoefte naar nascholing en het up-to-date houden van kennis. Maar ook om medewerkers te binden aan onze organisatie en de interne doorstroom te bevorderen stimuleren wij de medewerkers om opleidingen te volgen. Het ziekteverzuim had in 2022 een omvang van 5,11% (2021: 3,63%, 2020:3,8%, 2019:4,1%, 2018: 4,7%, 2017: 5,1%; 2016: 4,2%; 2015: 3,7%). Het landelijke referentiecijfer is 5,6%. Daar zitten wij nog onder, echter is ten opzichte van 2021 het verzuim gestegen, zeker in het laatste kwartaal van 2022. Hier zijn meerdere oorzaken van.
We zien bij de medewerkers vooral een combinatie van meerdere factoren terug. Eén van deze factoren is een hoge werkdruk. Dit hebben wij ook teruggekregen in het medewerkersonderzoek dat in 2022 heeft plaatsgevonden. Het ziekteverzuim voor onze WSW medewerkers had in 2022 een omvang van 17,9% (2021: 11,3%). Het landelijk referentiecijfer voor deze doelgroep is 14,74% (op basis van de meest actuele beschikbare verzuimcijfers tot en met het tweede kwartaal 2020). Samen met de bedrijfsarts doen we er alles aan om voor alle medewerkers passende werkplekken te vinden. De WSW medewerkers behoren allen tot een kwetsbare groep qua gezondheid en zij moesten soms preventief thuis blijven in verband met corona. Hiervoor is met alle werkgevers een adequate oplossing gevonden, zodat alle medewerkers aan het werk gebleven zijn. Met de inspraakorganen, de Ondernemingsraad (OR) en het lokaal overleg (voorheen de commissie voor Georganiseerd Overleg), is ook in 2022 constructief samengewerkt. De belangrijkste overlegonderwerpen zijn het welzijn en de arbeidsomstandigheden van de medewerkers. Zo heeft de OR een medewerkers onderzoek in samenwerking met een externe partij uitgezet. Hierop scoorde de organisatie een mooie 7,6. Een van de punten die naar voren kwam is dat de werkbelasting erg hoog is binnen onze organisatie.