CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

reactienota planMER Windbeleid

gemeenteraad 1 december 2025, gemeente VoorstBij agendapunt: Regionaal Programma Energievoorziening (RPE)49.850 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

30 alinea's met “lokaal”: 23 24 38 39 44 77 79 82 105 155 163 172 181 229 231 238 270 349 358 360 362 383 530 646 731 798 805 819 827 879

Een vraag om de aan- of afwijzing van locaties kan niet beantwoord worden, hier wordt later pas over besloten. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 26 Reactienummer:

26

Indiener:

NN

Samenvatting De Belangengroep Tegenwind Noordelijk Buitengebied Scherpenzeel heeft een zienswijze ingediend over het planMER Windbeleid van de Provincie Gelderland. Zij maken zich zorgen over de plaatsing van eventuele windturbines in de regio, met name in zoekgebied Scherpenzeel FV5. Er zijn met name zorgen over de afstandsnormen tot bewoning die in de planMER worden gepresenteerd (2-4 x de ashoogte). Deze wijken af van de Europese geluidsnormen en hiermee voldoen de Nederlandse normen voor windparken niet aan de Europese Wet- en regelgeving. Daarnaast zijn er zorgen over de gezondheidseffecten van windturbines. De belangengroep pleit voor strengere normen en wijst op de negatieve impact van grote windturbines op het landschap, vogels en de lokale gemeenschap. Ze verzoeken de Provincie om de afwegingskaders/normen voor de hoogte van turbines en minimumafstand tot bebouwing aan te passen en het planMER WiRES bij te stellen. Antwoord Het PlanMER en de Regionale Aanvulling geven niet aan waar windturbines gerealiseerd gaan worden. De Regionale Aanvulling beschrijft enkel de milieueffecten van windenergie in de zoekgebieden, zodat overheden deze kunnen betrekken bij later te maken afwegingen. De uitkomsten kunnen inzicht geven of een herijking van de RES 1.0 noodzakelijk of gewenst is.

Specifieke toetsing op lokaal niveau vindt plaats bij de uitwerking van een eventueel concreet windproject. In het PlanMER en de Regionale Aanvullingen zijn geen normen gesteld, er gelden namelijk geen wettelijke normen. Wel zijn verschillende geluidsbelastingen in kaart gebracht. Wel is inzicht gegeven in verschillende mogelijke normen en de effecten daarvan. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 24 Reactienummer:

24 Pagina 23 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Indiener:Waterschap Rivierenland Samenvatting Indiener benoemt dat het waterschap beheerder is van de primaire keringen langs de Rijn, Waal en Maas, niet Rijkswaterstaat. Waterschap Rivierenland heeft het beleid om geen omgevingsvergunning te verlenen voor windturbines in de waterkering en in de beschermingszone. Windturbines zijn diep in de ondergrond verankerd, en kunnen daardoor een extra nadelige invloed hebben op de waterkering. De indiener benoemt ook dat regionale waterkeringen, zoals bijvoorbeeld die langs de Linge, ontbreken op de kaarten. Daarnaast wijst de indiener op het ontbreken van een beoordeling van grondwater volgens de Kaderrichtlijn Water. De indiener roept op om ook de uitbreidbaarheid van waterkeringen in de toekomst mee te nemen als nadelig effect. Ook voor warmtedistributie kan de kruising van een kering gezien worden als effect. Antwoord Waterkeringen Wij hebben dit gewijzigd. Zie hiervoor de wijzigingentabel in hoofdstuk 4. In het planMER zijn voornamelijk de primaire keringen in beeld gebracht. De beschreven milieueffecten kunnen inderdaad ook optreden bij regionale waterkeringen, al zullen de gevolgen voor waterveiligheid hier minder groot zijn. Grondwater In het planMER is op diverse plekken ingegaan op effecten op grondwater. In eerste instantie op drinkwaterwinning (paragraaf 5.4) en ook op verzilting (paragraaf 5.9.3).

Er is niet concreet ingegaan op de KRW doelstellingen voor grondwaterlichamen, maar de eerder genoemde effecten kunnen hiervoor als indicator gebruikt worden. Het doorboren van grondlagen kan effect hebben op het grondwater. Zo kan een slecht doorlatende laag worden doorsneden waardoor kwel of infiltratie kan ontstaan. Dit heeft mogelijk invloed om het grondwater, waarbij zowel de kwaliteit als de kwantiteit kan wijzigen. De effecten zijn afhankelijk van onder andere het type ondergrond, de diepte waarop de slecht doorlaten laag ligt, de diepte van het grondwater en het type fundering dat wordt toegepast. Veel effecten kunnen met maatregelen voorkomen of beperkt kunnen worden. Bij een concreet project dient hier nader onderzoek naar plaats te vinden. In de Kader Richtlijn Water (KRW) zijn de doelstellingen vastgelegd voor de (grond-)waterkwaliteit. Hierin is opgenomen dat het grondwater van goede kwaliteit moet blijven. Voor de aanleg van een windpark zijn mogelijk boringen nodig. De effecten zijn afhankelijk van onder andere de hierboven benoemde aspecten. Omdat het planMER niet over concrete windparken ging, waren de effecten nog niet betrouwbaar in beeld te brengen. Ze zijn daarom niet apart onderzocht in het MER. Wijzigingen Het waterschap is toegevoegd als beheerder van primaire waterkeringen. Ook zijn de regionale waterkeringen meegenomen.

Zie de wijzigingentabel in hoofdstuk 4. Zienswijze 29 Reactienummer:

29

Indiener:

NN

Samenvatting Indiener stelt dat een aantal cruciale onderzoeksthema's niet (op de juiste wijze) worden meegenomen 1. Het rapport kijkt alleen naar hoorbaar geluid, in het kader van gezondheid is het ook noodzakelijk om onderzoek te doen naar laagfrequent geluid 2. In het planMER wordt gerekend met jaargemiddelden. Hierdoor wordt piekbelasting niet meegewogen. Dit is wel noodzakelijk. De werkelijke geluidsbelasting over 24 uur moet meegenomen worden.

Pagina 24 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

3. In het planMER wordt gerekend met een bandbreedte van 45 tot 47 dB voor geluid. Vanuit het voorzorgsprincipe moet u de geluidsbelasting maximeren op een veilig niveau. Hier moet u eerst onderzoek naar doen. 4. Uit vele onderzoeken blijkt dat een afstandsnorm van 2x de tiphoogte te laag is om gezondheidsschade te voorkomen. Hoe gaat de provincie eigenaren van 'molenaarswoningen' informeren over de juridische en praktische consequenties van besluiten? 5. In het planMER is niet onderzocht wat het effect is van het lekken van chemicaliën, zoals BPA, op de bodem- en waterkwaliteit. 6. Het planMER hanteert achterhaalde uitgangspunten de normen uit het activiteitenbesluit, oude normen m.b.t. industrielawaai, en het toestaan van zonnepanelen op landbouwgrond. 7. De indiener roept op om specifieke, gedetailleerde kaarten te delen om te kunnen beoordelen wat de exacte effecten zijn op een locatie. Antwoord

1. In het planMER (paragraaf 5.3) is beschreven dat het laagfrequent geluid van windturbines vergelijkbaar is als van andere bronnen als verkeer. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat de voormalige norm van 47 dB voldoende rekening houdt met laagfrequent geluid. Dit is daarom niet onderzocht. 2. De Lden waarde is een tijdgewogen jaargemiddeld geluidsniveau. Het stukje 'tijdgewogen' betekent dat in deze waarde rekening gehouden wordt met dat het in de avond en nacht vaak rustiger is waardoor windturbines beter te horen zijn (piekmomenten). Deze perioden wegen zwaarder mee dan de periode overdag. Bij nieuwe windprojecten bestaat de mogelijkheid om bij de vergunningverlening een LAeq-norm toe te passen. Dit is een norm voor het geluid dat er op een bepaald moment is. Dit in tegenstelling tot de Lden norm die een jaargemiddelde betreft. 3. Het planMER sluit aan bij actuele inzichten van de WHO en het RIVM. Zie hiervoor hoofdstuk 5.3 van het planMER. De in beeld gebrachte effecten worden daarnaast gespiegeld aan de in de eind 2023 verschenen ontwerpnormen voor windturbinegeluid. Het RIVM en de WHO, beide onafhankelijke instanties, verwijzen hier naar omdat het om goed onderbouwde en betrouwbare informatie gaat. 4. In het planMER is beschreven dat de WHO het onderzoek dat gevonden is rondom gezondheidseffecten van windturbines van lage kwaliteit vindt.

Ook het RIVM komt tot eenzelfde conclusie. Indirect kunnen effecten als slaapverstoring of hart- en vaatziekten optreden, maar er is geen causaal verband aangetoond. Dit betekent dat de klachten voornamelijk verband houden met niet-akoestische factoren als het planproces, en niet met de daadwerkelijke mate van blootstelling. Het planMER legt niet vast of er molenaarswoningen moeten komen en welke dat moeten zijn. Dat is aan bevoegde gezagen om af te wegen. 5. Zie reactienummer 23, vraag en antwoord 6 6. Tijdens het opstellen van het milieuonderzoek is gebruik gemaakt van het toen geldende beleid. Het kan zijn dat dit nu inderdaad achterhaald is op sommige punten. Per beleidsstuk wordt gekeken of dit effect heeft op de uitkomsten van het onderzoek, en daarmee aanleiding geeft om het planMER aan te vullen en/of te actualiseren. Provincie gaat bijvoorbeeld geluidsnormen vaststellen Wij stellen dan een aanvullende notitie op voor het planMER. We herzien op het moment van vaststellen van de geluidsnormen (nieuw beleid) de planMER (door een aanvullende notitie op te stellen).Rondom het activiteitenbesluit is nog geen duidelijkheid over de nieuwe normen. In het planMER zijn diverse geluidsniveaus en hun effect in beeld gebracht. Het nieuwe provinciale beleid rondom de zonneladder zorgt niet voor andere uitkomsten rondom het onderzoek naar milieueffecten. Pagina 25 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Bij nieuw beleid wordt steeds beoordeeld of de planMER nog actueel is. Zo nodig wordt deze aangevuld met een notitie, bijvoorbeeld bij het vaststellen van geluidsnormen. Op basis van die aanvulling kan het nieuwe beleid worden vastgesteld.

7. De kaarten zijn gepubliceerd in een webviewer op de website van de provincie. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 30 Reactienummer:

30

Indiener:

NN

Samenvatting Zie reactienummer 29 in dit hoofdstuk.

Antwoord Zie reactienummer 29 in dit hoofdstuk.

Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 32 Reactienummer:

32

Indiener:

NN

Samenvatting Zie reactienummer 29 in dit hoofdstuk. Antwoord Zie reactienummer 29 in dit hoofdstuk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 37 Reactienummer:

37

Indiener:

NN

Samenvatting Zie reactienummer 29 in dit hoofdstuk.

Pagina 26 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Antwoord Zie reactienummer 29 in dit hoofdstuk. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 39 Reactienummer:

39

Indiener:

NN

Samenvatting 1. Indiener roept op om zelf onderzoek te doen naar de gezondheidseffecten, omdat er nog veel onzekerheid is over de exacte effecten van windturbines op de gezondheid. Het is onverantwoord om op basis van onjuiste en incomplete informatie een beslissing te nemen over grote windturbines in de leefomgeving. 2. De indiener benoemt dat de invloedszone van effecten door windturbines groot is. De indiener roept de provincie op om te overwegen of er niet een groot gebied helemaal kan worden vrijgemaakt voor windturbines, waarbij de inwoners die het gebied hierdoor moeten verlaten ruim gecompenseerd worden. Zo kan de aantasting van de leefomgeving geminimaliseerd worden. 3. Windturbines en zonnevelden in de open lucht zijn kwetsbaar uit oogpunt van defensie. Bij concentratie van de energievoorziening kan dit beter beveiligd worden door bijvoorbeeld een iron dome. 4. Het planMER gaat niet goed om met de resultaten van het RES1.0-proces. Aan veel biedingen zijn ruimtelijke en procedurele voorwaarden verbonden. Deze worden niet meegenomen. Ook komt de niet-bindende status van de biedingen onvoldoende terug in het planMER 5. De indiener verzoekt het planMER aan te vullen met informatie over trillingen die zich verplaatsen door de grond, en hier normering voor te ontwikkelen. 6.

De resultaten van het planMER geven geen eerlijk beeld van de belangen van omwonenden (zachte of onzekere milieueffecten) in vergelijking met die van windinitiatieven (harde gegevens in GWh en euro's). Afwegingen op basis van dit planMER komen nu waarschijnlijk uit op meer turbines. Doe zelf onderzoek om de gegevens over milieueffecten te versterken, en voeg een disclaimer toe over onzekerheden in de gepresenteerde gegevens. 7. De afweging tussen percentage ernstig gehinderden en GWh is een onmogelijke. Wetgeving geeft aan dat verslechtering van de leefomgeving niet is toegestaan. Geef turbines een plek ver weg van bewoning. 8. Het gebruik van de term onderzoeksgebied is discutabel. De kaart met zoekgebieden lijkt een overzicht van windparken te zijn wat de beleidsvrijheid van het bevoegd gezag aantast. 9. Er is geen onderbouwing voor het verlagen van de norm van 47 dB met 3 dB om zo meer ruimte te creëren voor onderzoeksgebieden. 10. Het ontstaan van potentiële gebieden voor windenergie is niet goed af te leiden uit de opsomming van knelpunten en belemmeringen. Het is niet helder hoe vanuit potentiële gebieden is gekomen tot zoekgebieden. Graag een toelichting over de uitsluiting van het gebied tussen S3H25 en S3H24, en dezelfde vraag voor het gebied onder Laren tussen S3H18 en S3H22. 11.

Gebied S3H23 aan de Papenslagweg te Exel is in de Omgevingsvisie van Lochem 2040 aangemerkt als weidevogelgebied, en zou dus uitgesloten moeten zijn voor windenergie. 12. Het is onduidelijk of de risico's van het plaatsen van grote windturbines in het buitengebied van Laren/Lochem, dat voornamelijk uit ontgonnen broekgebieden bestaat, voldoende onderzocht zijn. Antwoord 1. In het planMER zijn bestaande studies gebruikt waarover de wetenschap het eens is en die worden gebruikt of uitgevoerd door gerenommeerde onderzoeksinstellingen. Hierin is inderdaad nog veel onzeker. Vanuit de reactie op eerdere vragen over het voorzorgsprincipe (zienswijze 23, vraag 7) blijkt dat ook met deze onzekerheid besloten kan worden over omgevingsplannen rondom windenergie; er is besloten dit onderzoek te gaan doen. Het uitvoeren van aanvullend onderzoek kan lang duren, en moet bij voorkeur op een landelijke schaal gebeuren. Het RIVM is hier mee bezig. Pagina 27 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

2. Het is niet realistisch om een gebied vrij te houden voor de hele provinciale opgave. Uit het planMER komen geen gebieden naar voren die groot genoeg zijn om de opgave in 1 keer te halen. Het vrijmaken van een gebied is tevens financieel niet haalbaar.Dank voor uw suggestie. 3. In het planMER zijn inderdaad alleen de gebiedsaanduidingen van de RES-plannen gebruikt. De aanvullende regels per gebied kunnen RES-regio's zelf meewegen in hun vervolgproces. 4. De effecten van trillingen in de grond zijn doorgaans beperkt tot enkele tientallen meters. Hoe groter de afstand tot een windturbine hoe kleiner de kans op trillingen. Ook heeft het bodemtype en het type fundering dat wordt toegepast invloed op het verspreiden van trillingen. Zo reiken trillingen verder in een harde bodem dan een zachte bodem. Om effecten van trillingen tot trillingsgevoelige objecten te voorkomen is in het planMER uitgegaan van minimaal een halve rotordiameter afstand tot trillingsgevoelige objecten zoals woningen. Dit betekent dat hoe groter een windturbine is, hoe groter de afstand is die aangehouden wordt. In de fase waarin concrete plannen worden uitgevoerd dienen sonderingsonderzoeken plaats te vinden om de trillingsgevoeligheid van de bodem in het onderzoeksgebied nader te bepalen en eventuele maatregelen vast te leggen. Meerdere studies onderschrijven dit.

Over het algemeen geven deze aan dat trillingen van windturbines meetbaar zijn op een 'verre' afstand (tot 1500 km), maar niet voelbaar of schadelijk. 5. In het planMER zijn diverse negatieve effecten beschreven van windenergie. De verschillende alternatieven in het planMER geven invulling aan deze zienswijze. 6. Een relatieve weging helpt om per saldo opwek de locatie te kiezen met de minste omwonenden. Daarmee is dit nuttige informatie voor de RES-partners om mee te wegen in hun besluit. 7. Met de term onderzoeksgebieden duiden we de gebieden aan die vanuit de uitsluitingsgebieden overblijven. Belemmeringen vanuit wet- en regelgeving en vanuit fysieke beperkingen zijn onbetwistbaar. Belemmeringen op basis van beleid of richtlijnen, kunnen als minder strikt worden beschouwd. Er is in de Regionale Aanvulling enkel rekening gehouden met beleid vanuit Provincie en Rijk. Dit betekent niet dat in de onderzoeksgebieden windturbines gerealiseerd gaan worden. Er is enkel helder gemaakt welke milieueffecten optreden als windenergie in een zoekgebied wordt gerealiseerd, om vervolgens de zoekgebieden goed met elkaar te kunnen vergelijken. Specifieke toetsing op lokaal niveau vindt plaats bij de uitwerking van een eventueel concreet windproject. 8. In een planMER kan ook gekeken worden naar de effecten van mitigerende maatregelen die genomen kunnen worden.

Hierdoor wordt er meer inzicht gekregen in de milieueffecten die optreden. Aangezien geluid een belangrijk thema is bij windturbines, is inzicht in de effecten van een geluidreducerende maatregel als uitgangspunt zinvol. Windturbines kennen een geluidreducerende modus, waarin ze minder energie opwekken, maar ook minder geluid produceren. Over het algemeen geldt dat de geluidreducerende maatregel zo’n 3 dB minder geluid oplevert. Onderzocht is wat de effecten zijn van die 3 dB verlaging. Hiermee heeft het planMER in tegenstelling tot de Regionale Aanvulling een groter gebied onderzocht waar windturbines zouden kunnen komen. Dit past bij de meer theoretische insteek tegenover de meer praktische insteek van de Regionale Aanvulling. 9. Om van potentiële gebieden naar zoekgebieden te gaan is onderzocht of er ruimte is voor minimaal 2 grote of 3 kleinere windturbines die samenhang vertonen. Samenhang betekent dat binnen een afstand van 6 keer de rotordiameter minstens 2 turbines geplaatst kunnen worden. Als dit mogelijk is, wordt het gebied als onderzoeksgebied aangemerkt. Bij de potentiële gebieden tussen S3H25 en S3H24, en voor het gebied onder Laren tussen S3H18 en S3H22 geldt dat dit niet mogelijk was. Daarom zijn deze niet meegenomen als onderzoeksgebied. 10.

Specifieke toetsing op lokaal niveau, en dus ook het lokale beleid, vindt plaats bij de uitwerking van een eventueel concreet windproject. 11. Specifieke toetsing op lokaal niveau vindt plaats bij de uitwerking van een eventueel concreet windproject, dit geldt ook voor het thema landschap en de invloed voor gebruik in de omgeving. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen. Zienswijze 41 Reactienummer:

41

Pagina 28 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Indiener:

Gemeente Amersfoort

Samenvatting 1. Het planMER geeft geen inzicht in de effecten op provincie Utrecht. Het is onduidelijk of er rekening is gehouden met milieugevoelige gebouwen en Natuurnetwerk Nederland in Provincie Utrecht. 2. In het planMER is geen rekening gehouden met de toekomstige woningbouwontwikkeling Bovenduist, in de regionale aanvulling wel. 3. Gemeente Amersfoort heeft een natuurgebied aangewezen met ambitie om de kwaliteit te versterken, o.a. voor weidevogels. Graag zien we dat in het planMER de effecten op dit gebied worden meegewogen.

Antwoord 1. Woningen en natuurgebieden over de provinciegrenzen heen zijn betrokken bij het onderzoek. 2. Het planMER houdt geen rekening met toekomstige ontwikkelingen zoals Bovenduist die formeel nog geen autonome ontwikkeling vormen (vereiste is tenminste een ontwerpbesluit). Dit kunnen bestuurders bij hun besluit meewegen. 3. Het planMER houdt inderdaad geen rekening met lokaal beleid. Dit kunnen bestuurders bij hun besluit zelf meewegen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen. Zienswijze 43 Reactienummer:

43

Indiener:

NN

Samenvatting Zie voor de samenvatting van vragen over de regionale aanvulling hoofdstuk 6, reactienummer 44. Antwoord Zie voor de beantwoording van vragen over de regionale aanvulling hoofdstuk 6, reactienummer 44. Zie voor uw vragen over geluidshinder en laag frequent geluid ook reactienummer 29 in dit hoofdstuk (H5). Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 47 Reactienummer:

47

Indiener:

NN

Samenvatting Voor de samenvatting van vragen over het hoofdrapport zie samenvatting in hoofdstuk 5, reactienummer 29.

Antwoord Voor de beantwoording op vragen over het hoofdrapport zie beantwoording in hoofdstuk 5, reactienummer 29.

Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen. Pagina 29 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Zienswijze 50 Reactienummer:

50

Indiener:

Van der Reest Advies

Samenvatting Voor de samenvatting van vragen over de regionale aanvulling zie hoofdstuk 6, reactienummer 51. Antwoord Voor de beantwoording van vragen over de regionale aanvulling zie hoofdstuk 6, reactienummer 51.

Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 52 Reactienummer:

52

Indiener:

RES Groene Metropoolregio Arnhem - Nijmegen

Samenvatting De indiener benoemt dat de onderzoeksresultaten van het onderzoek naar netcapaciteit afwijken van wat eerder is onderzocht in het planMER voor de groene metropoolregio. Ze stelt dat deze analyse onvolledig is en leidt tot een onjuiste weergave van de werkelijkheid. In het onderzoek wordt gewerkt met indicatieve bedieningsgebieden, en oplossingen als cable pooling worden niet meegenomen. Hierdoor geeft het kaartmateriaal een beeld weer dat afwijkt van de werkelijkheid. Dit kan in politiek en beeldvorming gebruikt worden om essentiële elektriciteitsprojecten tegen te houden. De indiener vraagt de analyse aan te passen en rekening te houden met toegekend en gereserveerd aansluitvermogen, cable pooling met een ander energieproject, cable pooling met bestaande aansluitingen of in smart energy hubs, aansluitingen op alternatieve onderstations in nabijgelegen groene gebieden, curtailment en de komst van flexibele contracten. Antwoord Het is inderdaad zo dat het onderzoek indicatief is, dat er in individuele gevallen maatwerkoplossingen als cablepooling denkbaar zijn en dat er op langere termijn wellicht meer mogelijkheden zijn op met deze beperkingen om te gaan. Deze leemten zijn in het onderzoeksrapport Netcapaciteit benoemd.

Dit neemt niet weg dat netcapaciteit voor het ruimtelijk alloceren van de RES-doelstelling tot 2030 wel degelijk een beperking kan vormen waarvoor bij de besluitvorming op RES-niveau aandacht nodig is. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 53 Reactienummer:

53

Indiener:

Gemeente Heusden

Samenvatting 1. De indiener roept de provincie op om, bij latere projecten, ook inwoners van gemeente Heusden actief te betrekken. Pagina 30 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

2. De indiener roept de provincie op om natuurgebieden en erfgoed in Heusden mee te nemen bij de afweging, en koppelkansen op het gebied van water, natuur of infrastructuur inzichtelijk te maken. 3. Gemeente Heusden heeft een afstandsnorm van 750 m tot woonkernen en 400 m tot individuele woningen in het buitengebied vastgelegd. Ze roept de provincie op deze eveneens aan te houden. 4. We houden in het vervolgproces graag ambtelijk en bestuurlijk contact om overleg te blijven voeren over de voortgang en keuzes die worden gemaakt, met name als het gaat om de zoekgebieden nabij de gemeentegrenzen van Heusden. Antwoord 1. Participatie is belangrijk in onze projecten. Uw zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. 2. Voor het planMER is rekening gehouden met provinciaal en nationaal beleid. Niet met gemeentelijk beleid. De RES-regio neemt het gemeentelijke beleid mee in hun verdere afweging. In deze afweging kan mogelijk ook naar koppelkansen worden gekeken. . 3. Het planMER houdt geen rekening met windbeleid van gemeenten. Gemeentelijk omgevingsbeleid als omgevingsvisie en programma windenergie is namelijk zelfbindend en dus kaderstellend voor de betreffende gemeente. Voor een zuivere analyse in het planMER is het wenselijk beperkingen die voortkomen uit deze visies niet op voorhand mee te nemen.

Dat neemt niet weg dat gemeenten bij hun reactie op de uitkomsten van het planMER aan kunnen geven waar zij een conflict of juist synergie zien met hun omgevingsvisies. Daarnaast, provincie Gelderland heeft ook windbeleid. Als de omvang van een windparkproject 15MW of meer is, geldt het provinciaal windbeleid en niet het lokaalbeleid. 4. Uw zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen.

Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 55 Reactienummer:

55

Indiener:

Gemeente Voorst

Samenvatting Gemeente Voorst benadrukt het belang van de Voorster Energie Strategie (VES). De locaties uit het planMER komen niet overeen met de strategie uitgezet in de VES. Uitgangspunt is dat er eerst gekeken wordt naar de zonneladder uit de VES. Voor windenergie is nagenoeg geen draagvlak onder de inwoners. De gemeente heeft een viertal bezwaren 1. De gemeente heeft een onevenredig groot aantal van acht zoekgebieden toebedeeld gekregen door de provincie 2. De gemeente heeft ook een onevenredig groot aantal windturbines toebedeeld gekregen in vergelijking tot de andere gemeenten. 3. De gemeente wijst erop dat de RES1.0 heeft uitgewezen dat clustering van windmolens op dit moment niet mogelijk wordt geacht. 4. De gepresenteerde zoekgebieden sluiten niet aan op de VES.

Pagina 31 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Antwoord De uitkomsten van het planMER dienen als hulpmiddel voor overheden om ruimtelijke keuzes af te wegen en te kijken wat op welke plek kan. Dit betekent dat het planMER geen specifieke en definitieve windenergielocaties of keuzes voor plekken beschrijft. De uitkomsten kunnen inzicht geven of een herijking van de RES 1.0 noodzakelijk of gewenst is. Het planMER is niet gebaseerd op gemeentelijk beleid. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 57 Reactienummer:

57

Indiener:

NN

Samenvatting 1. De indiener is van mening dat de communicatie rondom de terinzagelegging en informatiebijeenkomsten beter had gekund. Er was een lage opkomst bij de informatiebijeenkomsten, er werden weinig kritische vragen gesteld, inwoners hebben geen uitnodiging ontvangen, het rapport is lastig leesbaar en een samenvatting ontbreekt, er is geen terugkoppeling verstuurd van de informatiebijeenkomst. 2. De indiener heeft zorgen rondom de handhaafbaarheid van een jaarlijks gemiddelde geluidsnorm, en is bang dat windparken die vaak stilstaan veel meer geluid kunnen produceren als wettelijk is toegestaan. 3. Voor de samenvatting van vragen over de regionale aanvulling, zie hoofdstuk 6, reactienummer 58. 4. Houd rekening met de effecten van windturbines op recreatie. Dit (economische) aspect ontbreekt in het rapport. 5. Het planMER gaat in tegen wat inwoners hebben aangegeven in het participatieproces rondom de Aaltense Omgevingsvisie. Er is geen draagvlak voor meer en hogere windturbines. 6. Industrieterreinen worden niet benoemd als zoekgebied in het planMER terwijl ze bij uitstek geschikt zijn voor de plaatsing van windturbines. In diverse gemeenten worden plannen ontwikkeld voor uitbreiding van industrieterreinen. Neem deze terreinen mee als zoekgebied. 7.

De indiener oppert om, als de Duitse plannen voor windturbines op de grens met de Achterhoek doorgaan, van de nood een deugd te maken en ook aan de Nederlandse kant op de grens aan te sluiten met windturbines. 8. De indiener roept op dat, met de veranderende geopolitiek, het draagvlak voor de huidige energietransitie verder afneemt. Antwoord 1. Het is ondoenlijk, niet gebruikelijk en niet wettelijk verplicht alle Gelderse inwoners direct uit te nodigen voor een informatie bijeenkomst. Onze inwoners, organisaties, instellingen en bedrijven (maar ook alle omringende gemeenten, provincies inclusief de Duitse autoriteiten en van Gelderland) zijn indirect uitgenodigd door onder meer met huis-aanhuis bladen. Het ontwerp planMER is voorzien van twee samenvattingen, een bij het hoofdrapport en een oplegnotitie. Ook van de informatiebijeenkomsten zijn op 28 februari terugkoppelingen gestuurd aan alle aanmelders. De inhoud van het planMER is inderdaad complex. Deze complexiteit maakt ook de leesbaarheid lastiger.

Pagina 32 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

8. Een exploitant van een windpark moet jaarlijks een rapportage ‘emissieterm LE’ aanleveren. Daarin is aangegeven wat de jaarlijkse geluidsbelasting op nabij gelegen woningen van een windturbine is. De Omgevingsdienst controleert dit rapport. Bij overschrijding wordt handhavend opgetreden. Het is overigens niet zo dat windturbines die vaak stil staan ‘meer geluid kunnen produceren als wettelijk is toegestaan’. Een windturbine kan niet meer geluid produceren dan wanneer hij op maximaal vermogen draait. De geluidsbelasting op maximaal vermogen wijkt niet veel af van de gemiddelde norm. Bij nieuwe windprojecten bestaat de mogelijkheid om bij de vergunningverlening een LAeq-norm toe te passen. Dit is een norm voor het geluid dat er op een bepaald moment is. Dit in tegenstelling tot de Lden norm die een jaargemiddelde betreft. Voor beantwoording van vragen over de regionale aanvulling, zie hoofdstuk 6, reactienummer 58. 2. In het planMER wordt alleen onderzoek gedaan naar milieueffecten, dus niet naar economische effecten voor recreatie. In beeld is gebracht wat de unieke kenmerken zijn van verschillende landschappen, maar dit is niet vertaald in economische waarde. Gemeentes en RES-regio's kunnen dit aspect nader onderzoeken en betrekken bij hun afweging in een eventueel vervolgproces. 3.

In het planMER worden alle locaties waar technisch een windpark geplaatst zou kunnen onderzocht. Vanuit wetgeving is het belangrijk om op deze locaties de milieueffecten te weten. Er is niet op voorhand rekening gehouden met gemeentelijk beleid. Gemeentes kunnen hun beleid immers wijzigen als zij hierover beslissen. In het planMER wordt echter geen keus gemaakt voor een gebied. De Aaltense gemeenteraad kan in het RES-proces hun omgevingsvisie meenemen bij het maken van een afweging over gebieden. 4. Alle locaties waar technisch een windpark geplaatst kan worden zijn onderzocht. Ook gebieden waar mogelijk plannen zijn voor industrie. Er gelden wel diverse regels rondom het plaatsen van windturbines in de buurt van industrie. Net als bij woningen moet er vanwege veiligheid afstand gehouden worden tot gebouwen. Ook geldt er soms een aanvullend risico als er ontplofbare stoffen zijn opgeslagen. Gemeenten en RES-regio's kunnen dit meewegen in hun besluit. 5. De uitkomsten van het planMER dienen als hulpmiddel voor overheden om ruimtelijke keuzes af te wegen en te kijken wat op welke plek kan. Dit betekent dat het planMER geen specifieke en definitieve windenergielocaties of keuzes voor plekken beschrijft. Uw voorstel wordt voor kennisgeving aangenomen. 6. Uw zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen.

Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 59 Reactienummer:

59

Indiener:

NN

Samenvatting 1. Indiener stelt dat de ethische basis uit het rapport niet strookt met de basisrechten van de Nederlandse burger, en deze schrik aanjaagt. De overheid staat geen activiteiten toe die een ander gezondheid ontnemen. Met het toestaan van hinder door windturbines doet u dat wel. Daarnaast vergelijkt u die met de opbrengst, dit is ethisch ontoelaatbaar. Een opbrengst van wat dan ook mag niet afgezet worden tegen de gezondheidsschade die daarvoor nodig bleek te zijn. 2. Indiener stelt dat de onderzoeksgegevens en gebruikt bronnen, van bijvoorbeeld het RIVM, de WHO en TNO, niet valide zijn in het kader van de gezondheidsvraag en dus niet als basis van het planMER gebruikt mogen worden. Er wordt bijvoorbeeld niets besproken over laagfrequent geluid, bij veel onderzoeken wordt benoemd dat er nader onderzoek moet plaatsvinden, of dat een onderzoekspopulatie niet representatief was. 3. De indiener stelt dat de onderzoeksopzet van zwakke kwaliteit en zeer onvolledig is. Hierbij wijst de indiener op - het aanwijzen van zoekgebieden is een taak van bestuurders gebieden die nu niet onderzocht zijn kunnen geschikt gemaakt Pagina 33 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

worden door uitkopen van eigenaren of het ondergronds brengen van infrastructuur er wordt uitgegaan van 47 dB, er zijn twijfels over de wetenschappelijke basis hiervoor - er wordt geen rekening gehouden met het voorzorgsprincipe - er wordt geen onderzoek gedaan naar laagfrequent geluid - er wordt geen onderzoek gedaan naar trillingen - doe onderzoek naar het klankkasteffect bij nabijgelegen gebouwen - doe meer uitspraken over de effecten van slagschaduw op gezondheid, naast het noemen van een aantal uren of minuten - onderzoek het effect van bewegend licht op gezondheid - onderzoek giftige stoffen als SF6 en Bisfenol A - onderzoek de toename van infectieziekten bij vermindering van insecten- en vogelpopulaties - onderzoek deze effecten op kwetsbare mensen - onderzoek de effecten van slagschaduw, licht en beweging bij kinderen met autisme en epilepsie - onderzoek de ernst van de stapeling van factoren 4. Indiener stelt dat het windturbinedossier een afschuwelijk dossier is dat mensen tegen elkaar opzet en het gevoel van veiligheid ontneemt. Molenaarswoningen zijn in het kader van de sociale ontwrichting een zeer zorgelijke ontwikkeling. Naar sociale processen en sociale ontwrichting nabij windparken moet onderzoek gedaan worden.

Een molenaarswoning heeft een juridische, functionele en/of technische binding met het windpark waardoor in regelgeving en afwegingen anders kan worden omgegaan. 5. De indiener is ontevreden over het inspraakproces rondom de NRD, en is eveneens van mening dat de materie en het volume aan documenten voor het planMER te groot is om binnen 6 weken te kunnen beoordelen. De indiener is van mening dat de provincie het proces te veel naar zich toe trekt, terwijl gemeenten hierover beslissen. Ook wordt uitgegaan van verouderd beleid, en is de tijd ondertussen veranderd. De indiener roept op om een andere koers te varen.

Antwoord 1. In zienswijze 23, vraag 7 is beschreven dat vanuit de rechtspraak geconcludeerd kan worden dat de overheid moet werken aan het verminderen van de risico's van de uitstoot van fossiele brandstoffen. De onzekerheid over het wel of niet veroorzaken van hinder is op dit moment geen valide argument om geen besluiten te nemen. Wij begrijpen tegelijk dat gezondheid en ethiek rond windturbines gevoelig liggen. In het planMER is gebruikgemaakt van wetenschappelijk onderbouwde studies waarover brede consensus bestaat. Gezondheidseffecten zoals geluid en hinder zijn daarin meegenomen. 2. Vanuit de wetgeving moet een MER juiste en volledige informatie bevatten. Dit betekent dat de milieu-informatie klopt en actueel is. Daarnaast wordt de kwaliteit van een milieueffectrapport onafhankelijk getoetst door de commissie voor de mer. Het RIVM, de WHO en TNO zijn allen onderzoeksbureaus met wetenschappelijke expertise op gezondheid en milieu die onafhankelijk onderzoek uitvoeren o.a. in opdracht van de landelijke overheid. Dit zijn betrouwbare bronnen om te gebruiken voor een mer-procedure. 3. Voorliggend onderzoek is geen besluit, dit is inderdaad aan bestuurders. Alle technisch mogelijke locaties zijn verkend zodat bestuurders alle nodige beslisinformatie in handen hebben rondom milieu. Een deel van uw vragen is al beantwoord in zienswijzen 23 en 29 en in hoofdstuk 2.

Veelgestelde vragen, onderdeel ‘planMER is geen beleid’.Het klankkasteffect kan pas bekeken worden op het moment dat er een concreter plan ligt. Het is aan gemeenten om dit in een vervolgprocedure mee te nemen. De frequentie van slagschaduw is niet zo groot dat dit voor een trigger kan zorgen voor mensen met epilepsie. Gebaseerd op informatie van

Pagina 34 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

het Informatiepunt leefomgeving. Net als bij geluid is er verder weinig bekend over het gezondheidseffect van slagschaduw, naast dat dit als hinderlijk ervaren wordt. Onderzoek naar cumulatie van effecten is in deze fase beperkt mogelijk. Zodra er concretere plannen zijn voor concretere locaties, kunnen berekeningen gedaan worden naar de cumulatie van geluid. 4. Deze zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen.

De omvang van de rapportage is inderdaad groot. De inzageleggingperiode van 6 weken is een redelijke termijn om te reageren op het planMER. Dit is in de wet geregeld.. De provincie herkent zich niet in de stelling dat ze de planMER naar zich toetrekt. Voor het planMER wordt er met de RES regio’s samengewerkt. Het planMER is ook bedoeld voor vaststelling van het provinciaal windbeleid én toekomstige programma’s herijkte RES’sen; de gemeenten gaan niet alleen over de thema’s wind- en zonenergie. Een planMER is een milieueffectrapport dat wordt opgesteld om de mogelijke milieugevolgen van onder andere windenergie in beeld te brengen. Het doel van een planMER is om provincie en gemeenten te helpen bij het maken van een goed onderbouwde beslissing over de locatie van windenergieprojecten. Het planMER zelf stelt geen normen en daarom was het niet van belang om hierop te wachten. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen. Zienswijze 60 Reactienummer:

60

Indiener:

Rijksvastgoedbedrijf

Samenvatting De indiener roept de provincie op om in de verdere besluitvorming over de RES naar aanleiding van het planMER rekening te houden met het Nationaal programma ruimte voor Defensie. Mogelijk kunnen keuzes die het kabinet dit jaar vast zal stellen aanvullende belemmeringen opleveren. De indiener verzoekt de provincie om zo mogelijk het planMER en de bijbehorende kaarten aan te passen zodat de juiste informatie alsnog wordt weergegeven. De indiener kan de nodige data hiervoor leveren. Tenslotte wil de indiener de provincie verzoeken om toekomstige concrete plannen voor het plaatsen van windmolens in een vroeg stadium te bespreken, om er samen voor te zorgen dat er geen onnodige knelpunten ontstaan. Antwoord Wij betrekken defensie voor toekomstige plannen in een vroeg stadium. Op de datum van publicatie van het ontwerp planMER is er nog geen besluit genomen rondom het Nationaal programma ruimte voor Defensie. Dit zien we daarom niet als autonome ontwikkeling waar we in het kader van de planmer-procedure rekening mee kunnen houden. Aan dit planMER is geen besluit gekoppeld. Bestuurders kunnen bij een later besluit het Nationaal programma ruimte voor Defensie meewegen.

Defensie en alle direct betrokken overheden gaan met elkaar om tafel om te komen tot spelregels inzake laagvliegen (op basis van keuze licht planologisch beschermingsregime, oftewel afstemming en geen toestemming door Defensie). Provincie benadrukt hierbij op voorhand al raakvlak met RES in vooral Achterhoek/Liemers en Betuwe en de verstedelijkingsopgave in de Stedendriehoek en Achterhoek. Dit n.a.v. de projectie door provincie Gelderland van de zoekgebieden PlanMER RES over de laagvlieggebieden van Defensie. BZK/VRO en provincie informeren het ministerie Klimaat en Groene Groei hierover (want het raakt een nationale opgave). Ook vraagt de provincie aandacht voor stiltegebieden/weidevogelgebieden. Dit nemen we mee in Ruimtelijk Arrangement.+ Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Pagina 35 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Zienswijze 63 Reactienummer:

63

Indiener:

Gemeente Heerde

Samenvatting Gemeente wil een aantal punten meegeven • Obstakels in de hoogwatergeul in de gemeente Heerde zijn niet toegestaan. Rijkswaterstaat hanteert zeer strikte regeling voor nieuwe functies in het gebied van de geul. Er is geen rekening gehouden met het programma Ruimte voor de rivier. Bovendien is een groot deel van het hoogwatergeulgebied een weidevogelgebied en ganzenrustgebied. • De realisatie van de hoogwatergeul heeft veel gevraagd van de inwoners van Heerde. Er wordt daarom gevraagd rekening te houden met de sociaal maatschappelijke draagkracht van het gebied. Antwoord 

De zienswijze betreft onderzoeksgebied S3H01 en de hoogwatergeul Veessen-Wapenveld, aangelegd in het kader van Ruimte voor de Rivier. Vanuit dit afgeronde programma gaat momenteel zelf geen direct ruimtelijke juridische sturing. De (waterstaatkundige) aanpassingen die eruit zijn voortkomen en in beleid en wetgeving vastgelegd wel, zoals beschermingszone van waterkeringen waar dit planMER rekening meehoudt. Weidevogelgebieden zijn in dit planMER uitgesloten; onderzoeksgebied S3H01 ligt daar niet in. De Regionale Aanvulling beschrijft enkel de milieueffecten van windenergie in de zoekgebieden, zodat overheden deze kunnen betrekken bij later te maken afwegingen. U kunt daarbij ook de sociaal maatschappelijke draagkracht van een gebied betrekken. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 65 Reactienummer:

65

Indiener:

NN

Samenvatting De indiener benoemt een aantal thema's die onvoldoende aandacht krijgen in het planMER 1. Een afstand van 435 meter biedt onvoldoende bescherming tegen de negatieve effecten die windturbines kunnen hebben op de gezondheid en het welzijn van omwonenden. Wetenschappers en omwonenden zeggen dat een grotere afstand noodzakelijk is om schadelijke effecten te minimaliseren. 2. Het planMER doet onvoldoende onderzoek naar buffers tegen geluidsoverlast en maatregelen als een grotere afstand of alternatieve technologieën om geluidsoverlast te mitigeren. 3. Er moet zorgvuldig onderzoek gedaan worden naar de gevolgen voor de flora en fauna in een gebied, en de impact op lokale ecosystemen. De ecologische waarde van het landschap kan op lange termijn worden aangetast, wat zou leiden tot een verlies van biodiversiteit en de vernietiging van kwetsbare natuurgebieden. 4. De gevolgen voor het iconische landschap van Gelderland moeten verder worden geanalyseerd. Het is van groot belang om aantasting van visuele als esthetische waarde mee te wegen in de besluitvorming. Er moet een balans gevonden worden tussen de noodzaak voor duurzame energie en de bescherming van cultureel en natuurlijk erfgoed. Antwoord 1. Het planMER brengt diverse geluidsbuffers in kaart, maar neemt geen beslissing over een norm.

Het planMER rekent met een contour van 435 meter waar een belasting voor geldt van dBA. Het planMER brengt meerdere geluidseffecten in kaart. De laagste geluidsbelasting komt neer op een afstand van minimaal 435 meter tot aan een woning. Dit is, nu er geen landelijke normen zijn, aan Pagina 36 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

lokale bestuurders. Met de informatie die het planMER geeft kunnen lokale bestuurders bepalen wat zij acceptabele normen vinden in relatie tot de effecten. Zie ook hoofdstuk 2 Veelgestelde vraag. 2. In het planMER zijn diverse geluidsbuffers in kaart gebracht. Bij deze buffers in aangegeven wat het percentage verwachtte gehinderden is. Ook zijn technieken benoemd die gebruikt kunnen worden om effecten te mitigeren. 3. In het planMER zijn de mogelijke effecten op flora en fauna beschreven vanuit een bureaustudie. Concrete plannen moeten nogmaals getoetst worden aan natuurwetgeving, waarbij ook in het veld gekeken moet worden naar de aanwezigheid van soorten, en hoe deze in stand gehouden kunnen worden op lange termijn. 4. In het planMER is onderzoek gedaan naar de kernkwaliteiten van het Gelders landschap, en beschreven welke effecten windmolens en zonne-energie hierop kunnen hebben. Vanuit het planMER is de beslisinformatie aanwezig voor overheden om de afweging tussen duurzame energie en erfgoed te maken. Een nadere analyse van het landschap is, in lijn met het advies van de commissie mer, nodig bij een besluit over concrete parken. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen. Zienswijze 68 Reactienummer:

68

Indiener:

NN

Samenvatting 1. De indiener benoemt dat hoge windmolens maar 23% meer energie opleveren dan de minder hoge, maar dat dit voor de natuur, landschap en leefomgeving vernietigende impact veroorzaakt. 2. De indiener vraagt of de aanname juist is dat in de loop van 2025 gebieden worden aangewezen, waar dan voor gemeenten een inspanningsverplichting geldt. In het rapport wordt regelmatig aangegeven dat men nog wel op projectniveau moet kijken of gebieden wel echt bruikbaar zijn. Als een gebied is aangewezen lijkt er geen weg meer terug, ook als blijkt dat windturbines daar niet kunnen staan. Klopt dit, en zo ja, kan er een tussenstap worden toegevoegd met een onderzoek op projectniveau voordat een gebied als windmolenpark wordt aangewezen? 3. De indiener benoemt dat de voorgestelde aanname van 47 dB als norm voor geluidshinder volgens recente wetenschappelijke inzichten te hoog is, en onvoldoende rekening houdt met de negatieve effecten van langdurige geluidsoverlast op de gezondheid van omwonenden. In de bijlage wordt aangegeven dat buiten 750m geen geluidshinder meer voorkomt, slechts enkele gevallen. De indiener verzoekt de provincie om de norm te heroverwegen en te verlagen om de gezondheid van inwoners te beschermen, vóórdat gebieden worden aangewezen. 4.

De indiener benoemt dat de afstand van 435 meter tussen woningen en windmolens te kort is om negatieve effecten op bewoners te beperken. Hierdoor kan geluidsoverlast, visuele hinder, schaduwhinder en effecten op de gezondheid optreden. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat een grotere afstand noodzakelijk is. In het rapport wordt benoemd dat cumulatieve geluidsbelasting, slagschaduw en lichthinder niet-maatgevend zijn, omdat deze niet maatgevend zijn voor de locatiekeuze of de keuze tussen wind- en zonne-energie. De indiener noemt het onjuist om deze aspecten geheel niet mee te nemen. Er zijn zeker berekeningen te maken die een indicatie kunnen geven, om deze vormen van hinder wel mee te wegen. Op deze wijze wordt overlast onderkend. De indiener verzoekt een afstand van tenminste 1.000 meter in acht te nemen en de niet-maatgevende effecten maatgevend te maken. Voor de samenvatting van vragen over de regionale aanvulling zie samenvatting in hoofdstuk 6, reactienummer 71.

Antwoord

Pagina 37 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

1. Met het plaatsen van hogere windmolens, zijn minder windmolens nodig om te voldoen aan de doelstelling. Hogere windturbines vangen gemiddeld meer wind waardoor ze aanzienlijk meer energie produceren. Uw zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. 2. Het is aan een RES regio om (nieuwe) gebieden voor windenergie aan te wijzen. Buiten het RES verband heeft de provincie niet de intentie dat te doen. In de uitvoering binnen de RES gebieden op meer detailniveau dan in het planMER is opgenomen moeten worden gekeken naar milieueffecten. Dat wordt bedoeld met de teksten als ‘op projectniveau moet kijken of gebieden wel echt bruikbaar zijn’. De aangewezen gebieden in de RES kunnen worden aangepast als bijvoorbeeld blijkt dat een locatie niet kan (of toch niet wenselijk is). 3. Benadrukt wordt dat dit planMER alleen milieueffecten in kaart brengt. Bij een geluidsniveau van 47 dB ondervindt zo'n 10% van de omwonenden hinder. Het is aan de bestuurders om te beslissen over wat zij een acceptabel hinderniveau vinden. 4. 'Niet-maatgevend' betekent dat de effecten gelijk zijn op alle locaties die gekozen worden. Deze effecten helpen bestuurders niet om locaties met elkaar te vergelijken. Deze effecten zijn inderdaad wel aanwezig, daarom is een beschouwing opgenomen in paragraaf 5.9 van deze effecten, waarbij inzicht is gegeven in de schaal waarop deze effecten optreden.

Voor de beantwoording van vragen over de regionale aanvulling zie beantwoording in hoofdstuk 6, reactienummer 71. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 69 Reactienummer:

69

Indiener:

Weidevogelvereniging Achterhoek

Samenvatting De indiener wijst de provincie erop dat het vanuit de Wet natuurbescherming verboden is om vogels opzettelijk te verstoren. Windturbines hebben een verstorend effect op weidevogels, waardoor deze op zoek moeten gaan naar een ander gebied. In de wijde omgeving van het Beltrumse Veld zijn deze nauwelijks te vinden door intensieve veehouderij en droogteproblematiek. De indiener vraagt om een compensatiegebied aan te wijzen als er windmolens zouden komen, waar weidevogels op eenzelfde manier kunnen floreren als in het Beltrumse veld. De indiener benoemt dat als verstorende werking van turbines habitatverlies, vermijdingsgedrag, barrièrewerking en mortaliteit wordt benoemd, maar dat het rapport niet ingaat op een verhoogd aanvaringsrisico bij baltsende vogels en tijdens het verjagen van predatoren, en indirecte sterfte door geluidvervuiling, wat communicatie tussen ouders en jongen verstoort. Het lopende onderzoek naar een zwarte wiek als mitigerende maatregel laat tot nu toe nog geen effecten zien. De indiener roept op om, als er ecologisch onderzoek gedaan wordt, dit te laten plaatsvinden in de periode maart tot juni, omdat dit de broedtijd is van weidevogels. De indiener is hier graag bij betrokken om inzicht te geven in nestlocaties. Antwoord In het planMER worden effecten op weidevogels beschreven.

Vanuit de provinciale omgevingsverordening is het niet toegestaan om windturbines of zonnevelden in provinciaal aangewezen weidevogelgebied te plaatsen en dus niet als zoekgebied opgenomen. Bij plaatsing direct buiten een weidevogelgebied kan de functie van het weidevogelgebied verstoord worden. Pagina 38 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Er wordt inderdaad niet concreet ingegaan op aanvaringsrisico's en het effect van mitigerende maatregelen. Dit type onderzoek past niet bij het schaalniveau van een provinciaal planMER. Effecten als aanvaring zijn erg locatie specifiek, en moeten, bij concretere plannen inderdaad onderzocht worden. Dank voor uw aanbod om hierbij betrokken te zijn. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 72 Reactienummer:

72

Indiener:

Gemeente Montferland

Samenvatting 1. Onjuiste Beoordeling Bergherbos Het Bergherbos in Montferland wordt ten onrechte als grootste potentiële zoeklocatie voor windenergie in de Achterhoek aangeduid. Dit waardevolle natuur- en recreatiegebied zou door windturbines ernstig worden aangetast. 2. Indiener stelt dat de gehanteerde afstanden ten opzichte van woningen een te rooskleurig beeld geeft omtrent de potentiële zoeklocaties. Het onderzoek gaat uit van een 47dB norm bij geconcentreerde woningen als vertrekpunt van de akoestische beoordeling. De Raad van State heeft eerder geoordeeld dat deze norm buiten toepassing moest worden gelaten, omdat er eerst een deugdelijke onderbouwing voor opgesteld moet worden. Een 47 dB norm kadert de zoekgebieden, maar geeft niet aan of gebieden daadwerkelijk haalbaar zijn. Samen met de manier waarop omgegaan wordt met verspreide woningen wekt dit te hoge verwachtingen ten aanzien van de beschikbare ruimte. In het onderzoek is het ook onduidelijk welke afstand er nu gehanteerd wordt tussen woningen en een windturbine. Hier staan verschillende uitspraken over, waardoor er mogelijk sprake is van discrepantie in de rapporten. 3. Het onderzoek houdt geen rekening met gemeentelijke plannen in de nabijheid van potentiële zoekgebieden voor windturbines. Er zijn in de gemeente Montferland diverse woningbouwplannen in de directe omgeving van potentiële zoekgebieden.

Het onderzoek naar nieuwe locaties voor windenergie kan er niet zonder meer toe leiden dat voorziene woningbouwuitbreidingen onder druk komen te staan. 4. Zoekgebied AH28 De landschappelijke en cultuurhistorische waarde van zoekgebied AH28 ten zuiden van Stokkum wordt onjuist beoordeeld. Dit gebied is waardevol en moet als sterk negatief worden beoordeeld. 5. Het onderzoeken van aanvullende zoekgebieden ten opzichte van RES 1.0 geeft onzekerheid voor inwoners. Er wordt bovendien een te ruim beeld geschetst van de beschikbare ruimte als gevolg van de wijze waarop met gevoelige objecten wordt omgegaan. Antwoord 1. De Regionale Aanvulling beschrijft enkel de milieueffecten van windenergie in de zoekgebieden, zodat overheden deze kunnen betrekken bij later te maken afwegingen. Dit betekent dat het planMER geen specifieke en definitieve windenergielocaties of keuzes voor plekken beschrijft. Daarnaast geldt voor alle zoekgebieden dat natuur is meegenomen in de beoordeling. Voor de wijze waarop, wordt verwezen naar de uitgangspuntennotitie (bijlage 1 bij de Regionale Aanvulling). Specifieke toetsing op lokaal niveau vindt plaats bij de uitwerking van een eventueel concreet windproject. 2. In het planMER wordt alle technisch mogelijke ruimte onderzocht. Dit is gedaan, omdat gemeenten al deze gebieden kunnen overwegen om vast te leggen in een RES.

Voor een zuivere afweging is het belangrijk om milieu-informatie mee te nemen, ook over gebieden waarvan op voorhand al hinder verwacht wordt. De effectbeoordelingen geven meer inzicht in de haalbaarheid van gebieden. Met deze informatie kunnen bestuurders overwegen wat zij acceptabele milieueffecten vinden, en welke gebieden dan in de RES overwogen kunnen worden voor wind- en zonne-energie.

Pagina 39 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

3. Het planMER houdt inderdaad geen rekening met gemeentelijke plannen. Gemeenten kunnen dit zelf meenemen bij hun afwegingen in RES-verband. 4. AH28 ligt in het kommenlandschap en scoort inderdaad negatief op landschap (-). Omdat het zoekgebied grenst aan de A3 en bundeling bij hoofdinfrastructuur wenselijk is wordt de beoordeling iets positiever (zie Regionale Aanvulling, Bijlage I, pagina 33 voor toelichting). 5. Uw zienswijze wordt ter kennisgeving aangenomen. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 77 Reactienummer:

77

Indiener:

Gemeente Buren

Samenvatting 1. De indiener vraagt of de provincie aan kan geven waarom het proces tussen het aangeven van de start van een planMER (2021), publicatie van de NRD (2023) en publicatie van het planMER (2025) zo lang heeft geduurd. Daarnaast of het mogelijk is om, vooruitlopend op het definitieve planMER, wel een concept projectbesluit voor windpark Echteld- Lienden op te starten, terwijl de provincie aanzienlijke vertraging oploopt in de besluitvorming rondom het planMER voor windbeleid en RES van uw provincie. 2. Er wordt verzocht om de tekst in de Regionale Aanvulling RES-regio Rivierenland op pagina 6 onder ‘Ambitie: 2030 (…) begrensd in de RES’ aan te passen. Een uitgangspunt om windparken mogelijk te maken is de inspanningsverplichting van de gemeenten. De vraag heerst waarom er windmolens op het Burense grondgebied voor het windpark Echteld Lienden zijn meegenomen in de Zoekgebieden RES 1.0 Rivierenland. De onderzochte locaties op Burens grondgebied maken geen onderdeel uit van het RES-bod 1.0 en hebben geen officiële status. Vanuit lokaal beleid is vastgesteld dat de aanwezigheid van grootschalige industriële molens niet wenselijk is in dit gebied. Verzoek is om het gebied reserve na 2030 uit de regionale aanvulling te halen.

Op basis van het raadbesluit van 17 juni 2021 blijkt dat er bij de lokale invulling van RES 1.0 geen maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak is voor (toekomstige) windparken op het grondgebied van de gemeente Buren. Verder wordt opgemerkt dat een reeks zoekgebieden in het planMER is opgenomen die niet als zodanig in het RES-bod voorkomen van de gemeente Buren. De aanvullende zoekgebieden krijgen geen formele status als zoekgebieden in de RES 1.0. Antwoord 1. Het consortium aan onderzoeksbureaus zijn in september 2022 gestart, de NRD heeft begin 2023 ter inzage gelegen. Om het planMER goed te kunnen laten aansluiten op de herijkte RES’en die toen niet waren – nu er niet zijn – is intensieve samenwerking met de Gelderse RES-regio’s essentieel. Deze samenwerking en afstemming op inhoud heeft een periode in beslag genomen van begin 2023 tot eind 2024. Hierin heeft er onder andere een second opinion plaatsgevonden door nationaal programma regionale energiestrategie (NPRES). Dit advies heeft ertoe geleid dat een nieuw consortium de milieueffecten tot een dieper detailniveau in beeld heeft gebracht (regionale aanvullingen). Beide mer-procedures kunnen naast elkaar plaatsvinden. Voor het besluit over windpark Echteld-Lienden (en overige besluiten die worden genomen tot het nieuwe windbeleid is vastgesteld) wordt het huidige windbeleid aangehouden. 2.

De teksten in hoofdstuk 2 van de Regionale Aanvulling voor de Regio Rivierenland zijn in overeenstemming met de RES1.0. Lokaal beleid of lokale afwegingen zijn geen onderdeel van het PlanMER en de Regionale Aanvullingen. De Pagina 40 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

Regionale Aanvulling beschrijft enkel de milieueffecten van windenergie in de zoekgebieden, zodat overheden deze kunnen betrekken bij later te maken afwegingen. Dit betekent dat de PlanMER geen specifieke en definitieve windenergielocaties of keuzes voor plekken beschrijft. De uitkomsten kunnen inzicht geven of een herijking van de RES 1.0 noodzakelijk of gewenst is. Specifieke toetsing op lokaal niveau vindt plaats bij de uitwerking van een eventueel concreet windproject mocht hiertoe besloten worden in het kader van de (herijking van de) RES. Dit geldt ook voor lokaal beleid.

Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen. Zienswijze 78 Reactienummer:

78

Indiener:

Hengelsportvereniging Hoop Op Geluk

Samenvatting De indiener maakt zich zorgen over de aanwijzing van plas Watergoor in gemeente Nijkerk als zoeklocatie voor zonnevelden. De plaatsing van een zonneveld op deze plas kan negatieve gevolgen hebben voor de sportvisserij (1) plaatsing van zonnepanelen op de plas vormt een inbreuk op de visrechten en het eigendomsrecht van de indiener; (2) de plaatsing van zonnepanelen kan de toegankelijkheid van de plas voor sportvissers beperken. Dit kan leiden tot een vermindering van recreatieve mogelijkheden en economische schade voor de indiener; (3) zonnepanelen kunnen de waterkwaliteit negatief beïnvloeden door veranderingen in lichtinval en temperatuur. Dit kan leiden tot een verstoring van het ecosysteem en de afname van de vispopulatie; en (4) de installatie en het onderhoud van zonnepanelen kunnen de natuurlijke habitat van vissen en andere waterorganismen verstoren. Dit kan leiden tot een afname van biodiversiteit en een negatieve impact op de visserij. De indiener verzoekt de plas Watergoor uit te sluiten als zoekgebied, en alternatieve locaties te overwegen die minder impact hebben op de gevestigde rechten, de sportvisserij en het lokale ecosysteem. Daarnaast wijst de indiener erop dat de locatie onderaan de voorkeursvolgorde uit de zonneladder staat. Antwoord Op bladzijde 57 is opgenomen dat zon op water geen onderdeel is van het planMER.

De milieueffecten van zon op water kunnen veelomvattend zijn. Deze effecten zijn systeem specifiek en afhankelijk van de inrichting en bestaande toestand van het water. Projectspecifiek onderzoek is hiervoor nodig, waar het rapport al wat aanbevelingen voor geeft. In de globale belemmeringstudie op provinciaal niveau zijn kleine waterpartijen niet expliciet verwijderd uit de kaarten, ondanks dat ze geen deel uitmaken van het onderzoek. Bij de afweging in de RES Foodvalley kunnen uw argumenten een rol spelen, als deze locatie aan de orde komt. Wijzigingen Deze zienswijze geeft geen aanleiding tot wijzigingen.

Zienswijze 81 Reactienummer:

81

Indiener:

't Schoutenhuis b.v.

Samenvatting De indiener beschrijft de waarde van landschapsbeheer en de rol die indiener hierin vervult als beheerder. In het planMER wordt geen rekening gehouden met landgoederen. Dit is een tekortkoming omdat hiermee de beoordelingen van cultuurhistorische waarden en het landschap onvolledig en onjuist zijn. Landgoederen zijn een samenhangend geheel van landerijen, bossen, natuur en bebouwing. Door ze niet mee te nemen in het planMER wordt voorbijgegaan Pagina 41 van 198

Reactienota planMER Windbeleid en RES provincie Gelderland

aan de bijzondere status die landgoederen hebben. Dit is extra bijzonder, omdat de provincie het behoud en de ontwikkelingen van landgoederen in Gelderland nastreeft. In het planMER worden landgoederen benoemd als niet tot nauwelijks kansrijk voor windturbines en matig kansrijk tot kansrijk voor zonneparken. Tevens worden landgoederen als zeer waardevol gebied aangemerkt. Dit komt echter niet terug in de scores en belemmeringen. De indiener verzoekt de provincie om landgoederen op te nemen in de belemmeringen voor wind, en in de beoordeling het thema 'landgoederen' toe te voegen in het hoofdrapport en in de regionale aanvulling Foodvalley. Daarnaast merkt de indiener op dat het niet juist is om een planMER op te stellen zonder landelijke normen voor geluid en afstand. Nu worden op basis van aannames plannen verder uitgewerkt waarbij de kans groot is dat bij de bekendmaking van de nieuwe normen een groot deel van het werk opnieuw gedaan moet worden. Antwoord Zoals u beschrijft, wordt in het planMER rekening gehouden met landgoederen als onderdeel van het landschap. Daarnaast zijn landgoederen die een monumentenstatus hebben in het onderzoek naar cultuurhistorie meegenomen, naast oude boskernen, houtwallen en heggen meegenomen. Gezamenlijk geeft dit een goed beeld van de effecten die te verwachten zijn op het gebied van landgoederen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16052860/2