Gebiedsvisie De Kar
Tekst van het document
G e b i e d sv i s i e ‘ D e K a r ’ Gemeente Voorst Januari 2025
COLOFON Opdrachtgever: Gemeente Voorst I.o.v. Jelle Koopman H.W. Iordensweg 17 7391 KA Twello
Opdrachtnemer: MLG Gebiedsontwikkeling Velder 23 5298 MB Liempde R. Huisman M. Schaafsma– Tilstra D. van den Bighelaar S. van den Helm Status: Definitief Datum: Januari 2025 Project: P0268
2
INHOUDSOPGAVE 1
Inleiding De opgave: een gebiedsvisie voor De Kar Het projectgebied De Kar Hoe zijn we tot de visie gekomen? Leeswijzer
2
Huidige situatie
Beschrijving huidige situatie Foto’s 3
Landschapsanalyse Historie Landschappelijke kwaliteiten Beleid en ontwikkelingen
4
Uitgangspunten voor de visie
5
Voorkeursscenario ‘De Kar’ Groene hart Bufferzones Ontwikkelzone bedrijvigheid Randvoorwaarden
6 Advies voor vervolg Bijlage: Doelgroep ontwikkelzone
3
1 INLEIDING De opgave: een gebiedsvisie voor De Kar
Het projectgebied De Kar
De gemeente Voorst heeft een visie ontwikkeld voor het gebied
Gemeente Voorst is onderdeel van de Stedendriehoek Apeldoorn –
nabij het buurtschap ‘De Kar’, waarmee wordt voorgesorteerd op
Zutphen – Deventer en ligt als een groene ader tussen deze drie
mogelijke toekomstige ontwikkelingen rondom dit gebied. Het
grotere steden in. Vanuit de toenemende verstedelijking ontstaat de
projectgebied ligt op de grens van gemeente Voorst en
laatste jaren druk op de groene en ruimtelijke kwaliteiten, zo ook
gemeente Apeldoorn. In het gebied zijn een aantal bedrijven
rondom het buurtschap De Kar.
gevestigd zoals Attero, Bredenoord, Schoneveld Breeding,
Het projectgebied op de grens tussen stedelijk Apeldoorn en het
BBA Pumps. Daarnaast wordt er in het gebied landelijk gewoond
landelijk gebied van de gemeente Voorst staat onder druk. De
en bevat het natuur- en landschapselementen en agrarische
gemeente Apeldoorn zoekt ruimte voor bedrijventerrein. De gemeente
gronden en -bedrijven. Het gebied wordt verder omsloten door
Voorst vindt de groene en landelijke kwaliteiten en het landelijk
de hoofdwegen zoals de A1, de N345 en de Sluinerweg.
karakter alsmede een aangenaam woon- en leefklimaat van belang. En de regio staat op haar beurt voor de opgave de banen in de regio in balans te houden met de beoogde inwonergroei. De stedelijke druk op het projectgebied wordt alsmaar groter,
ontwikkelingen langs de A1 lijken een logisch gevolg. Het landelijke karakter met de toenemende stedelijke druk staan in die zin op gespannen voet met het landelijke karakter waar nu vooral gewoond wordt. Om toekomstige ontwikkelingen (wonen en werken) in projectgebied De Kar goed te kunnen beoordelen, vindt de gemeente het noodzakelijk een duidelijke en sterke visie te hebben. Dit om
antwoord
te
kunnen
ontwikkelingsvraagstukken,
geven
eventuele
op
toekomstige
uitbreidingsmogelijkheden,
maar ook om te kijken hoe de kwaliteit van het landschap, het woongenot en de bedrijvigheid, passend bij de schaal van het gebied, behouden en verstrekt kunnen worden.
4
Hoe zijn we tot de visie gekomen?
Leeswijzer
Om deze visie te ontwikkelen zijn een aantal stappen doorlopen.
•
In dit proces zijn verschillende belanghebbenden meegenomen zoals grondeigenaren, buurtbewoners, Algemeen Belang Wilp-
Hoofdstuk 2: bevat de huidige situatie: waar ligt het gebied en hoe ziet het eruit.
•
Hoofdstuk 3: beschouwing van het landschap zoals de
Achterhoek (ABWA) de provincie Gelderland, het waterschap
ondergrond van het gebied, de geschiedenis, kwaliteiten en
Vallei en Veluwe, gemeente Apeldoorn en verschillende
(voorgenomen) ontwikkelingen.
disciplines binnen de gemeente Voorst.
•
Hoofdstuk 4: toont de gehanteerde uitgangspunten voor de visie.
Als eerste is het gebied in kaart gebracht en is gekeken naar de
•
Hoofdstuk 5: toont het voorkeursscenario inclusief toelichting.
bestaande
•
Hoofdstuk 6: beschrijft aanbevelingen voor het vervolg.
kwaliteiten
en
lopende
ontwikkelingen.
Dit
resulteerde in de eerste uitgangspunten voor de visie. Vervolgens zijn inrichtingsprincipes verkend waarmee de groene kwaliteiten van het gebied gewaarborgd konden worden. Deze zijn als
voorloper van de uiteindelijke visie als landschappelijke raamwerken getypeerd (‘Robuust’, ‘Verweven’ en ‘Groene hart’). Deze raamwerken zijn gedeeld met de belanghebbenden waarop suggesties, ideeën en reacties zijn opgehaald. De reacties zijn vervolgens meegenomen bij het maken van het voorkeursscenario. Het voorkeursscenario is gepresenteerd en
gedeeld
met
gereageerd
de
waarna
belanghebbenden. het
definitieve
Hierop
is
opnieuw
voorkeursscenario
is
opgesteld en opgenomen in dit visiedocument.
5
2 H U I D I G E S I T UAT I E Het projectgebied heeft een open karakter en bestaat
voornamelijk uit graslanden. Het betreft het achterland van buurtschap ‘De Kar’. Een aantal woningen, boerderijen en bouwlanden zijn verspreid in het landschap, wat zorgt voor een kleinschalig en landelijk karakter. Het gebied is kwetsbaar doordat het vrij geïsoleerd ligt. In noordelijke richting blokkeert de A1, die hoger in het
landschap ligt, het zicht richting Twello. In oostelijke richting is de stortplaats van Attero dominant aanwezig in het
Attero
A1
landschap wat zorgt voor een grote zichtblokkade. Aan de westkant ligt de bedrijfsbebouwing van Bredenoord. Naar het
8
9
zuiden toe is er wel een zichtrelatie met de agrarische 1+2
3
Bredenoord 4+5+6
gronden rondom de N345, die logisch in het landschap liggen en geen visuele barrière vormen. De Groote Wetering is een
7
belangrijke blauwe ader en ecologische verbindingszone die niet overal even goed zichtbaar is het landschap. N345
Luchtfoto plangebied en omgeving
6
FOTO’S
Afb. 2: Zicht op kassencomplex en stortplaats van Attero vanaf Withagenweg.
Afb. 3: Zicht vanaf Aerdenbroek richting Bredenoord.
Afb. 4: Zicht vanaf Oude Apeldoornseweg richting het noordwesten.
Afb. 5: Zicht vanaf Oude Apeldoornseweg richting het noorden met zicht op de A1.
Afb. 6: Zicht vanaf Oude Apeldoornseweg richting het noordoosten (Aerdenbroek).
Afb. 7: Zicht op buurtschap ‘De Kar’ en aangrenzende N345.
Afb. 8: Zicht vanaf Ardeweg richting het uitbreidingsgebied van Attero (nu in gebruik als depot).
7 van Afb. 9: Zicht op de Groote Wetering ter hoogte Bredenoord.
Foto’s gemaakt in april 2023
Afb. 1: Zicht op kassencomplex en zonneveld vanaf Withagenweg.
3 L A N D S C H A P S A N A LY S E
Het
projectgebied
(rode
cirkel)
ligt
in
het
overgangsgebied van de hoge stuwwal (Veluwe) naar de laaggelegen IJsselvallei. Daartussenin kenmerkt het lager gelegen gebied zich als weteringen-landschap met
verschillende landgoederen en oude essencomplexen. Kenmerkend voor dit landschap zijn de noord-zuid gerichte weteringen die tussen de IJsselvallei en de Veluwe in liggen. Het landschap rondom de Wetering is een wat lager gelegen gebied dat in verbinding staat met de
omliggende watergangen. De watergangen stroomden bij hoogwater over in dit ‘beekdal’, waardoor de akkers en/of weilanden niet altijd begaanbaar waren. Vandaar dat men de percelen voornamelijk als hooiland in gebruik had. Behalve
een
IJsselvallei,
overgangsgebied
is
het
tussen
projectgebied
Veluwe
en
ook
een
overgangsgebied tussen het stedelijke (stad Apeldoorn) en het landelijke gebied. Voet van de Stuwwal
Beekdal
IJsselvallei
8
Op de historische kaarten is de noord-zuidrichting in het landschap nog goed te herkennen. De ‘Groote Wetering’, ‘Stouwgraaf’ en ‘Twellosche beek’ zijn belangrijke aders in het gebied. Verder is het een kleinschalig landschap door de vele landschappelijke (kavel)beplantingen zoals houtsingels, hagen, kleine bosjes e.d.; deze zorgen voor variatie en afwisseling. Dit is in de loop der jaren veranderd door intensivering van de landbouw, het vergroten van het wegennetwerk en de uitbreiding van dorpen en steden. Hierdoor is het landelijk gebied veranderd en is veel van de landschappelijke (kavel)beplanting verdwenen. De kenmerken van het weteringenlandschap verdwijnen daardoor langzaam uit het zicht. Voornamelijk door de uitbreiding van het wegennetwerk is het projectgebied geïsoleerd komen te liggen. Het buurtschap is niet uitgebreid en typeert zich door een mengeling van bewoning en kleinschalige
bedrijvigheid.
Door
de
combinatie
van
infrastructuur en bedrijvigheid is het een missende schakel in de
groene natuurzone rondom de rand van Apeldoorn. In de natuurzone rondom de rand van Apeldoorn ontbreken sterke schakels om de natuurzones te verbinden. 'De Kar' vormt een belangrijke schakel in de verbinding van de natuurzones (zie rood gestippelde cirkel in rechter afbeelding). Door in te zetten op natuurontwikkeling kan 'De Kar' de onderlinge verbinding van
natuurzones versterken. De zone ten zuidwesten van 'De Kar' (de groen gestippelde cirkel) is eenzelfde ontbrekende schakel in het geheel.
9
10 Historische kaart 1970
Historische kaart 1900
Landschappelijke kwaliteiten
De huidige kwaliteiten van het gebied vormen de basis voor de visie.
De natte kwaliteiten zijn de drie zuid-noord gerichte waterstromen,
Ze geven inzicht hoe het gebied in elkaar zit, welke kwaliteiten
die de hoofdrichting in het landschap benadrukken. Ze zijn niet alle
gehandhaafd en beschermd moeten worden en welke kansen er
drie meer even goed herkenbaar in het landschap. De Groote
zijn om het landschap te versterken.
Wetering is het meest prominent aanwezig (en het GNN/GO beleid
Het plangebied beschikt over een aantal ‘droge’ en ‘natte’
is hier ook aan gekoppeld).
kwaliteiten. Het maakt deels onderdeel uit van Gelders Natuur
De droge kwaliteiten bestaan uit beplantingsstructuren, zoals
Netwerk (GNN) en Groene Ontwikkelzone (GO). Het zijn
(kavel)beplanting en sloten die nog her en der zichtbaar zijn,
beschermde gebieden, waar ook gewerkt wordt aan herstel en
besloten landgoederen en open landbouwgebied. Met name de
instandhouding van natuur. De overige algemene kwaliteiten zijn
kavelbeplanting geeft het gebied de kenmerken van een nog
landschappelijke kwaliteiten die horen bij het typische noord-zuid
aanwezig coulisselandschap: een halfopen landschap dat wordt
gerichte beekdallandschap en het lager gelegen Weteringen
doorbroken met hagen, singels e.d..
landschap.
Het gebied bevat ook kwaliteit als landelijk woongebied. Met verre uitzichten en het landelijke (open) groene karakter wordt hier het echte landelijk leven nog volop ervaren.
11
Kaart Landschappelijke kwaliteiten
Legenda
12
Kaart Beleid en ontwikkelingen
Legenda
In en rondom het projectgebied zijn er al ruimtelijke
Bovenstaande kaart geeft de belangrijkste bedrijvigheid en
ontwikkelingen. Dit zorgt ervoor dat het landschap in plangebied
ontwikkelingen aan. Behalve Bredenoord en Attero die aan het
De Kar onder druk staat, vooral door de bedrijvigheid die zich
plangebied grenzen, bevinden zich hier ook BBA, de Kouswijken,
steeds verder ontwikkelt. Anderzijds gaat het vooral om
wegrestaurant De Kar en een gebied dat is aangewezen voor de
bedrijvigheid met een lokale binding, die zich al generaties lang in
tuinbouw (hier ligt Schoneveld Breeding). Ook ligt aan de
het gebied bevindt en daardoor ook op een bepaalde manier
oostkant het Leisure en recreatiegebied Bussloo.
passend is.
13
Omdat de (kavel)beplantingen een belangrijke kwaliteit zijn die de kenmerkende structuur van het landschap benadrukken, is een inventarisatiekaart gemaakt van het huidige groen. Op het kaartje is verder geen onderscheid gemaakt in het soort
Huidige situatie landschappelijk groen
groen. Wat opvalt is dat er voornamelijk aan de oostkant van het gebied opgaande beplanting is. Verder
hebben
vrijwel
alle
woningen
ruime
erfbeplanting wat het gebied een groene uitstraling geeft. In het middengebied (gebied tussen Atterro en Bredenoord) is het coulissenlandschap vrijwel
verdwenen.
Zoals
op
de
beleid-
en
ontwikkelingenkaart
zichtbaar is, zijn er rondom buurtschap de Kar een aantal ontwikkelingen gaande. Het kaartje hiernaast ‘Voorgenomen ontwikkelingen – landschappelijk
Voorgenomen ontwikkelingen landschappelijk groen
groen’ toont hoe het gebied eruit komt te zien als deze ontwikkelingen gerealiseerd zijn. Hierbij is goed
zichtbaar dat de uitbreidingen van bedrijven en infrastructuur worden ingepast met landschappelijk groen.
Hierdoor
ontstaat
er
een
heldere
groenstructuur waar in de toekomst goed op aangehaakt kan worden.
14
4 UITGANGSPUNTEN VOOR DE VISIE De landschapsanalyse uit het vorige hoofdstuk leidt tot uitgangspunten voor de visie. Deze uitgangspunten zijn leidend geweest bij het opstellen van het uiteindelijke
•
Respect voor het overgangsgebied van Veluwe naar IJssel en van stedelijk naar landelijk;
•
Het natuur- en landschapsbeleid (GNN / GO) is leidend;
•
Behouden van een prettig (landelijk) woon- en leefklimaat;
•
Mogelijkheid bieden voor ontwikkeling (lokale) bedrijven;
•
Balans tussen natuur en landschap versus bebouwing en bedrijvigheid;
•
Versterken van de aanwezige en zichtbare noord-zuid watergangen;
•
Versterking van de oost-west verbindingen qua landschap, natuur en ecologie;
•
Creëren van stevige groene buffers aan de randen;
•
Versterking bieden van het groene casco, natuur- en landschappelijke kwaliteiten.
voorkeursscenario.
15
5 VOORKEURSSCENARIO ‘DE KAR’ Vanuit de landschapsanalyse en de opgestelde uitgangspunten is
De zones zijn voldoende breed opgezet zodat er duidelijke
naar een passende invulling voor het plangebied gezocht. Dit heeft
structuren
eerst geleid tot een raamwerk van groene inrichtingsmogelijkheden
voornamelijk bij de overgang tussen wonen en werken robuuste
op hoofdlijnen die paste bij de kwaliteiten en schaal van het
bufferzones te creëren blijft de openheid in het middengebied
plangebied, en waarmee de landschappelijke, natuur- en
behouden.
woonkwaliteiten voldoende waren geborgd. Het voorkeursscenario is de concrete uitwerking van het raamwerk. Het voorkeursscenario (getoond op de volgende pagina) houdt rekening met het woongenot in een landelijke omgeving, mogelijkheden voor passende en lokale bedrijvigheid, en versterkt
bestaande en introduceert nieuwe landschappelijke structuren. Het voorkeursscenario bestaat uit drie verschillende zones: het groene hart, de bufferzone en de ontwikkelzone bedrijvigheid.
en
ecologische
verbindingen
ontstaan.
Door
Ontwikkelzone bedrijvigheid In het plangebied wordt al van oudsher gewoond en gewerkt. Dit hoort bij het karakter van het gebied; een goede balans tussen wonen en werken is een voorwaarde. De bewoners en ondernemers vinden het belangrijk dat er een toekomst blijft voor prettig wonen en dat er voor lokale (huidige) ondernemers toekomstperspectief blijft bestaan. De ontwikkelzones geven de ruimte voor werken weer waar dit mogelijk is. Daarnaast zijn er een aantal
Groene hart
randvoorwaarden opgesteld waaraan moet worden voldaan als er
Het middengebied van het projectgebied, ook wel het groene hart
een ontwikkelwens is. Op deze wijze blijven landschap, wonen en
genoemd, is bestemd voor landschappelijk wonen in combinatie
werken in balans. Hoe we dat zien wordt verderop in deze visie
met landbouwkundig gebruik. Herstel van en investeren in de
toegelicht.
landschappelijke kwaliteiten is de voorwaarde om dit gebied toekomstbestendig te maken en te houden met oog op prettig wonen en werken. Bufferzones
Voor de genoemde balans worden bufferzones ingezet. Deze bufferzones creëren ‘ruimte’ tussen het wonen en werken. De groene bufferzones zijn robuuste zones met opgaande beplanting.
Door de verschillende zones en bijbehorende randvoorwaarden in deze visie wordt het woongenot in plangebied De Kar zoveel mogelijk behouden. Deze visie behelst een goede balans tussen wonen,
werken,
natuur
en
landschap.
Tevens
blijft
het
karakteristieke noord-zuid gerichte weteringenlandschap intact, en
wordt het plangebied door versterking van natuur en landschap onderdeel van de groene structuur rond de stad Apeldoorn. 16
Landschappelijk raamwerk voorkeursscenario en beoogde ontwikkelruimte rondom De Kar.
17
• ‘Open en groen’ met ruimte voor wonen (bestaand), landbouw, natuur en landschap; • Sterker maken van natuur en landschap door het toevoegen van: • > 1ha bosblokken
• > 1km linten en lijnen zoals hagen, singels en bomenrijen • Versterken erfbeplanting
• Mogelijkheden voor uitvoering (en financiering) door te koppelen met bestaande programma’s:
• A1 miljoen bomen • Brongebied Groote Wetering • Stichting Landschapsbeheer Gelderland
Randvoorwaarden
Groene Hart
• Natuurlijk beheer akkerranden
18
Randvoorwaarden
Bufferzones
1. Bufferzone Groote Wetering • Natte natuur (plas-dras, water, moerasbos) in verbinding met de Groote Wetering • Optimaliseren huidige natuurwaarden, ecologische
verbindingszone
2. Bufferzones tussen wonen en werken • Robuuste zone met snel opgaand en opgroeiend groen (min. 15m breed) tussen werken en wonen en als noord-zuid verbinding • Een groene zone ten oosten van de weg Aerdenbroek als buffer tussen het ‘Groen Hart’ en Attero met uitbreiding van bedrijvigheid. • Een brede strook als buffer tussen het ‘Groen Hart’ en de uitbreiding van bedrijvigheid nabij Bredenoord.
• In overleg met de provincie Gelderland (GO/GNN)
• Uitwerken in samenwerking met ‘afdelingen groen, landschap en stedenbouw’ van de gemeente Voorst 3. Bufferzone Sluinerweg • Behoud openheid, oost-west verbindingen versterken
4 1
2
• Robuuste inpassing van bedrijfsbebouwing, wanneer die zich hier ontwikkelt • Uitbreiden van en aansluiten op bestaande laanbeplanting langs de Sluinerweg
2 3
19
4. Bufferzone A1 • Bossingel • Geen voorkeur voor grondwal, tenzij landschappelijk goed ingepast • Aan de oostzijde kansen voor combinatie met een natuurlijker inrichting van de bermsloot of creëren van een ‘natter’ gebied op lager gelegen percelen.
19
• Toevoegen 5 tot 6 hectare bedrijvigheid (netto) • Aansluiten bij de huidige identiteit van de bestaande bedrijvigheid in het gebied. Bedrijvigheid dat zich onderscheid door bijdragen in de transitie en verduurzaming van de
economie, bijvoorbeeld kennisintensieve innovatieve maak- en
Randvoorwaarden
Ontwikkelzone
techniekbedrijven. Als bijlage is een beschrijving van de gewenste doelgroepen opgenomen en een systematiek (bedrijventrechter)
om
te
bepalen
aan
welke
bedrijfsontwikkeling wordt meegewerkt. • Zorgvuldige
inpassing
van
de
bedrijfsbebouwing
met
beplanting, passend in een overgangsgebied van stedelijk naar landelijk; Zorgen voor een zachte overgang en hoogwaardige uitstraling. Met aandacht voor behoud van bestaande landschapselementen. • Borging: bij de uitwerking samenwerken met de afdelingen natuur, landschap en stedenbouw van de gemeente • Géén 'verdozing': Bedrijfsbebouwing met aandacht voor
mogelijkheden om natuurinclusief, biobased, circulair en klimaatadaptief te bouwen met bij het gebied passende beeldkwaliteit. • De groene inpassing met bufferstroken opnemen in de bedrijfsontwikkeling. • De verkeersontsluiting aan de oostzijde is beoogd via de bestaande aansluiting op de Sluinerweg (ingang Attero) om de Aerdenbroek als plattelandsweg te ontzien. Dit is nader te verkennen als gebiedsontwikkeling met Attero.
20
6 ADVIES VOOR VERVOLG
Het voorkeursscenario geeft aan welke bestaande kwaliteiten
en dienen als randvoorwaarde bij toekomstige uitbreidingen of
(wonen, landschap, natuur) bewaard moeten blijven. Welke
vestiging van nieuwe bedrijven. Wellicht is het zinvol om te
ontwikkelingen passend zijn en welke optimalisaties mogelijk zijn
verkennen of reeds vooraf groen kan worden aangelegd door
om het karakter van het gebied rond De Kar voor de lange termijn
bijvoorbeeld het oprichten van een zogenaamd ‘groenfonds’.
te behouden en te versterken. Dit visiedocument dient daarom als uitgangspunt te worden gebruikt bij het toetsen van (verzoeken
De aanleg van de bufferzone langs de A1 biedt mogelijkheden
voor) toekomstige ontwikkelingen door de Gemeente Voorst.
m.b.t. het verkennen binnen het ‘A1-miljoen bomen initiatief’.
Daarnaast levert deze visie inbreng en inspiratie voor de
Ontwikkelingen zijn echter afhankelijk van grondeigenaren, het
ontwikkelingen in de gemeente Apeldoorn, net over de
betreft faciliterende planologie met mogelijkheden van gemeente
gemeentegrens. Ook voor andere overheden (waterschap en
voor cofinanciering voor het groene landschap.
provincie) biedt dit visiedocument een duidelijke richting bij het nemen van besluiten over De Kar en haar omgeving.
Om te zorgen dat het Groene Hart ook in de toekomst groen blijft en niet onder druk komt te staan, is een kwaliteitsimpuls voor
Het voorkeursscenario is een visie op hoofdlijnen, waarbij voor de
natuur en landschap gewenst. De toevoeging van bosblokken,
verschillende onderdelen wel randvoorwaarden zijn benoemd,
linten en lijnen, erfbeplanting en natuurlijke bermen of
maar nog geen (detail)ontwerp is gemaakt. Dit vindt plaats
akkerranden is hiervoor noodzakelijk. Het is noodzakelijk om
wanneer een partij initiatief neemt voor een concrete ontwikkeling
hiervoor een programma te maken in samenwerking met de
in het gebied. Wanneer dit gebeurt dient een ontwerp voor zowel
bewoners en agrarisch gebruikers, en op zoek te gaan naar
groen als rood te worden opgesteld in samenwerking met de
financiering bij de genoemde bestaande programma’s. De
afdeling stedenbouw en landschap van de gemeente Voorst,
gemeente speelt hierin een faciliterende rol. Mogelijk kan dit
waarbij ook dit visiedocument leidend is.
worden meegenomen in de uitwerking van het Programma Landelijk
De aanleg van de bufferzones tussen de Ontwikkelzones en het
Gebied,
bijvoorbeeld
als
onderdeel
van
uitvoeringsprogramma.
Groene hart zijn primair de verantwoordelijkheid van de aangrenzende bedrijven,
21
het
Bijlage: Doelgroep ontwikkelzone Uitwerking ontwikkelruimte bedrijven Voor toekomstige ontwikkelingen op het gebied van bedrijvigheid op De Kar vinden we het belangrijk om aan te sluiten bij de identiteit van de bestaande bedrijvigheid en de kenmerken waar dit gebied zich door onderscheid. Beide gebieden zijn bij voorkeur gericht op bedrijvigheid welke zich onderscheid door bijdragen in de transitie en verduurzaming van de economie, bijvoorbeeld kennisintensieve innovatieve maak- en techniekbedrijven. Allereerst wordt de omschrijving van de gewenste doelgroepen op de twee deelgebieden beschreven, vervolgens wordt de methode om daadwerkelijke filtering van de gewenste doelgroep op de deelgebieden toegelicht. Hierin komt ook de operationalisering van de genoemde identiteit terug.
Operationalisering van gewenste doelgroep door middel
van een bedrijventrechter Om de bedrijven die de gemeente Voorst graag faciliteert op de twee deelgebieden te bepalen, gebruiken we een trechter. Wanneer het bedrijf door de trechter heen komt kan het initiatief goedgekeurd worden. Met ieder criterium wordt de trechter smaller. Bij het eerste criterium is de doorgang van de trechter nog vrij breed, bij het tweede criterium wordt de doorgang al smaller en bij het derde criterium is hij op zijn smalst. De definitie van de gewenste doelgroep wordt dus met ieder criterium strakker. Voor het westelijk deelgebied zetten we drie criteria in, voor het oostelijk deelgebied zetten we de eerste twee criteria in.
Omschrijving van de gewenste doelgroep westelijk gebied Op deze locatie voorzien we maximaal 1 bedrijfsvestiging welke ingepast kan worden conform de landschappelijke uitgangspunten uit de visie. Deze locatie is primair gericht op uitbreidingsruimte van bestaande gevestigde bedrijven. Omschrijving van de gewenste doelgroep oostelijk gebied Op deze locatie voorzien we 1 tot maximaal 3 bedrijfsvestigingen welke ingepast kunnen worden conform de landschappelijke uitgangspunten uit de toekomstvisie. De ontwikkeling van deze nieuwe bedrijvigheid moet in samenhang worden opgepakt als gebiedsproces met de ontwikkelingen bij Attero en de groene en landschappelijke inpassing van het gebied zoals aangegeven in de visie. De gewenste doelgroep bestaat uit kennisintensieve innovatieve maak- en techniekbedrijven.
22
Bijlage: Doelgroep ontwikkelzone
Criterium 1: Wat willen we niet in deze gebieden? De volgende type bedrijvigheid willen we niet faciliteren op de bedrijfskavels op De Kar (beide deelgebieden): • Bedrijvigheid waarvan de hoofdactiviteitactiviteit hoort bij de sector Groothandel en Logistiek, SBI-code 46.21 t/m 46.90.2, SBI-code 49.41 en SBI-afdeling 52 (52.10 t/m 52.29.2)*. • Bedrijvigheid waarvan de hoofdactiviteitactiviteit hoort bij de sector afvalverwerking, SBI-afdeling 38 (38.11 t/m 38.32) Criterium 2: Welke eigenschappen willen we wel in deze gebieden? De bedrijven die door de eerste laag van de trechter komen beoordelen we op basis van een aantal aanvullende eigenschappen. Alleen bedrijven die aan alle eigenschappen voldoen behoren tot de passende doelgroep. Per eigenschap beschrijven we hoe we deze eigenschap operationaliseren en meten.
Criterium 3: Welke sectoren willen we wel in dit gebied? De bedrijven die uiteindelijk op de kavels in de twee deelgebieden gaan landen moeten goed bij de gewenste doelgroep passen. Voor een beschrijving van de gewenste doelgroep in het oostelijke deelgebied verwijzen we naar de eerder beschreven omschrijving. Voor het westelijke deelgebied gaan we een stap verder. We voegen een derde criterium toe aan de trechter. Het kan namelijk voorkomen dat er partijen door de eerst twee lagen van de trechter komen die nog niet voldoende passen bij de gewenste doelgroep in het westelijk deelgebied. We formuleren daarom een definitie van de sectoren die we wél binnen dit deelgebied willen faciliteren. Bedrijfsfuncties waar ruimte aan gegeven wordt in het westelijk deelgebied: • Bedrijvigheid op gebied van mobiele stroomvoorzienig, aggregaten(aggregatenbedrijf: bedrijf dat aggregaten ontwikkelt, fabriceert, verhuurt en verkoopt (zowel diesel gedreven als met een alternatieve brandstofvoorziening). SBI afdeling 27(27.11 t/m 27.90), SBI-afdeling 28 (28.11 t/m 28.99) ,SBI-afdeling 33 (33.11 t/m 33.29) of SBI-code 77.39.9. • Metaalbewerkingsbedrijvigheid, SBI-afdeling 25 (25.11 t/m 25.99) • Elektrotechnische bedrijven, SBI-code 43.21
* Een SBI-code is een getal van vier of vijf cijfers en geeft aan wat de activiteit van een onderneming is. De SBI-codes zijn opgenomen in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel.
23
24