bestemmingsplan | Toelichting Bijlagen
Tekst van het document
Winkler Prins-park, Voorst beeldkwaliteitsplan, d.d. 23/11/2023
Colofon Beeldkwaliteitsplan Specht architectuur en stedenbouw www.spechtarchitecten.nl Westerkade 2 9718 AN Groningen NL info@spechtarchitecten.nl +31 (0)50 711 52 35
In opdracht van Gemeente Voorst & IJsseldal Wonen 23 november 2023
INHOUD
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
3
1
STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN
7
2
STEDENBOUWKUNDIG PLAN
17
3
DOORSNEDES
27
4
BEELDKWALITEITSPLAN
39
VOORWOORD
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
Voorst koestert het landschap. Daarom wordt ruimte voor nieuwe woningen liever in het bestaande dorp gezocht, dan in dorpsuitbreiding. Ook omdat ze voor de leefbaarheid van het bestaande dorp belangrijk zijn. Het Winkler Prinsterrein is in de Kansenkaart van Steenhuis Meurs (dd.12-4-2022) aangedragen als één van de maatwerklocaties voor kleinschalige woningbouw. IJsseldal Wonen en de Gemeente Voorst hebben de handen ineengeslagen om gezamenlijk een stedenbouwkundig plan voor deze locatie te ontwikkelen. IJsseldal Wonen is voornemens om de 13 woningen aan de G.J. van Heuvenstraat en de Binnenweg te slopen en nieuw te bouwen. Gezocht wordt naar verdichting met woningen voor starters, compacte gezinnen en ouderen. Het vertrekpunt voor het stedenbouwkundig plan is de cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit van de locatie en het omliggende dorp.
5
1.STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN
1.1 PLANGEBIED
Het door tuinen en plantsoen omsloten terrein is een boomrijk restgebied, een ingesloten stukje landschap dat is overgebleven na de verdichting van de historische dorpslinten (Binnenweg en Schoolstraat) en de aanleg van nieuwe straten in de naoorlogse periode (H.H. Wilkensstraat en G.J. van Heuvenstraat). Het terrein wordt omgeven door zowel particuliere woningen als corporatiewoningen van IJsseldal Wonen. IJsseldal Wonen heeft aangegeven de aangrenzende woningen aan de G.J. van Heuvenstraat en de Binnenweg te willen herontwikkelen.
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
8
1.2 DRIE SFEREN
In de Kansenkaart van SteenhuisMeurs worden de verschillende sferen met bijbehorende karakteristieken van Voorst gedefinieerd. De Binnenweg valt onder de categorie ‘dorpslint langs historische route’. De G.J. Van Heuvenstraat is een ‘naoorlogs bebouwingsveld achter het lint’. Het ingesloten stukje landschap is een achterterrein, omsloten door bebouwing. Het is niet onderdeel van een historisch lint, maar er is ook geen ruimte voor een bebouwingsveld met straten en plantsoenen naar het naoorlogse model. Hier geldt een nieuwe sfeer, namelijk ‘bouwen in het groen’.
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
9
01
Binnenweg: het historische lint
02
G.J. van Heuvenstraat: naoorlogse bebouwingsveld
03
Het groene binnenterrein
01
Het vertrekpunt voor het stedenbouwkundig plan is de cultuurhistorie en ruimtelijke kwaliteit van de locatie en het omliggende dorp. De karakteristieken van de verschillende sferen zijn daarom een belangrijk gegeven.
Naoorlogse bebouwingsvelden achter de linten
02
Bouwen in het groen
Dorpslinten langs historische routes
03
1.3 STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN
De in de Kansenkaart geformuleerde stedenbouwkundige, landschappelijke en architectonische uitgangspunten worden gehanteerd in het stedenbouwkundig plan: Stedenbouwkundige en landschappelijke uitgangspunten: • Koester het groene karakter van de door bebouwing omgeven locatie. Het terrein is een ingesloten stukje landschap en draagt in belangrijke mate bij aan de groene beleving van Voorst. Voorkom te sterke verdichting en bebouw maximaal 25% van het terrein, met het behoud van de bomenstructuur en het groene karakter als uitgangspunt. • Houd de historische ontwikkeling en ruimtelijke karakteristieken van Voorst (linten en bebouwingsvelden) leesbaar. Bouw voort op het onderscheid tussen de historische lintbebouwing (Binnenweg) en de naoorlogse bebouwingsensembles daarachter. De Winkler Prinslocatie is een achterterrein, omsloten door bebouwing. Het is niet onderdeel van een historisch lint, maar er is ook geen ruimte voor een bebouwingsveld met straten en plantsoenen naar het naoorlogse model. Hier geldt een zesde sfeer, namelijk bouwen in het groen. Verkies een hof- of erfachtige opzet, waarbij de bebouwing landt in een collectieve groene ruimte. Eventuele privétuintjes zijn hieraan ondergeschikt. • Sluit het Jac. Lugtmeijerplantsoen aan op de groenstructuur van het Winkler Prinsterrein. • Rond de bebouwingswand rond het Jac. Lugtmeijerplantsoen af.
Er dienen geen achterkanten of blinde zijkanten op de Anthony Winkler Prinsstraat uitkomen. • Koester het zicht vanaf de G.J. van Heuvenstraat en de Binnenweg op het open landschap van de Voorsterklei. • Vergroen de straatprofielen van de H.H. Wilkensstraat en de G.J. van Heuvenstraat en maak ook hier het groene karakter van Voorst beleefbaar. De hoeken van de straten (Binnenweg, G.J. Heuvenstraat en H.H. Wilkensstraat) vragen om speciale oplossingen, met
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
kwalitatief groen. Geef de bebouwing hier een alzijdig karakter, zonder blinde gevels. Architectonische uitgangspunten: • De Binnenweg is een zeer oude route en een historisch dorpslint, pas de bebouwing (in het geval van sloopnieuwbouw) in dit lint in, met ruimtes tussen de bebouwing (doorzichten), afwisselende bouwvolumes en een alzijdige vormgeving. • De G.J. van Heuvenstraat en de H.H. Wilkensstraat zijn naoorlogse straten met veelal seriematige en sterk samenhangende bebouwing. Bouw hierop voort. • Ook voor eventuele bebouwing op het binnenterrein is het dorpse karakter van de Voorster bebouwing het uitgangspunt. Dit betekent: overwegend baksteen, zadel- of schilddaken, simpele bouwvolumes en een terughoudende vormgeving. Grotere volumes dienen vanaf de omliggende straten verborgen te zijn achter het groen. Bouw voort op de karakteristieke 'samenhang in verscheidenheid', met variatie in bouwvolumes en op elkaar afgestemde architectonische diversiteit. • Voor bebouwing aan bestaande straten (Binnenweg, G.J. Heuvenstraat, H.H. Wilkensstraat en Anthony Winkler Prinsstraat) geldt een maximale bouwhoogte van 9 meter, met een goothoogte van 6 meter (bij twee bouwlagen). Dit sluit aan op de maximale maatvoering voor woningbouw in Voorst (zie bestemmingsplan).
Op het midden van het terrein zijn, alleen in het geval van gestapeld wonen en uit het zicht vanaf de bestaande straten, incidentele afwijkmogelijkheden, mits de uitgangspunten op deze pagina standhouden.
10
Op twee punten wordt afgeweken van de door SteenhuisMeurs geformuleerde uitgangspunten: ‘Grotere volumes dienen vanaf de omliggende straten verborgen te zijn achter het groen’. ‘Voor bebouwing aan bestaande straten (Binnenweg, G.J. Heuvenstraat, H.H. Wilkensstraat en Anthony Winkler Prinsstraat) geldt een maximale bouwhoogte van 9 meter’. De ontwikkelruimte in het landschap blijkt zeer klein te zijn in verband met de wens om de bestaande bomen zoveel mogelijk te behouden. Er is daarom gekozen om aan de Binnenweg een groter bouwvolume (met een hogere bouwhoogte dan 9 meter) te realiseren met gestapeld wonen. Door aan weerszijden royale afstand te houden tot de belendende bebouwing en hiermee de groene overhoek te vergroten, schikt het grotere volume zich in de lintbebouwing. In de beeldkwaliteitsplan is extra aandacht besteed aan dit appartementengebouw om te borgen dat de juiste schaal en maat leidt tot een zorgvuldige inpassing.
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
11
1. Winkler Prins-park is openbaar, autovrij en goed verbonden met de buurt 2. Meer ‘lucht’ en groen in G.J. van Heuvenstraat 3. Representieve gevelwand waarin de symmetrie-as uit het Jac. Lugtmeijerplantsoen wordt opgepakt 4. Grotere korrel, alzijdige bebouwing aan de Binnenweg met aan weerszijden doorzichten tussen de bebouwing 5. Doorzicht naar groen binnenterrein 6. Zoveel mogelijk / de gezondste bomen behouden
traat Helena H. Wilkenss
7. Achterkanten van de woningen tegen elkaar n e r e k r a P
8. Parkeren niet in het park
t traa ools Sch
3 1 6 7 4
n e r e k r a P
2
g we
e rt Ko
5 Parkeren
Binne nweg
en nn bi
2.STEDENBOUWKUNDIG PLAN
2.1 STEDENBOUWKUNDIG PLAN
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
14
aat Helena H. Wilkensstr
G.J.
t traa inss
van Heu vens traa t
r Pr inkle
yW hon Ant
Legenda Openbaar groen Haag (inheems) 0.8m hoog Nieuwe bomen Paden - verhard Paden - onverhard Delftse stoep
Parkeerplaats (halfverharding) Eigendomsgrens gevelopeningen in kopgevels
0 N
5
15
30m
Binne nweg
Ko rte
Bin ne nw eg
Privé tuin
2.2 DRIE SFEREN IN SCHAAL EN MAAT
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
15
De impressies en de maquette geven een abstracte indruk van van de maat en schaal van de drie verschillende sferen. De bebouwing aan de Winkler Prinsstraat en het woonpad hebben een lage gootlijn met kap, waardoor een kleinschalige maat en geborgen sfeer ontstaat. Het kleinschalige appartementengebouw aan de Binnenweg is drie bouwlagen waarvan de appartementen op de bovenste bouwlaag zich in de kap bevinden. Het gebouw heeft aan weerszijden voldoende ruimte, zoals karakteristiek is voor de lintbebouwing. Het bouwvolume aan de G.J. Heuvenstraat heeft (nagenoeg) dezelfde lente als de tegenoverliggende bebowuing. De lage gootlijn geeft de straat een intiemere sfeer. Doordat de groene overhoek ruimer is geworden wordt het zicht op de Voorsterklei vergroot.
1.
GSPublisherVersion 804.59.59.100
01
het woonpad vanaf de Winkler Prinsstraat
02
Het appartementengebouw aan de Binnenweg
03
G.J.van Heuvenstraat 2.
3.
GSPublisherVersion 804.59.59.100
GSPublisherVersion 805.57.57.100
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
16
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
17
2.2 BOMEN
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
18
aat Helena H. Wilkensstr
G.J.
t traa inss
van Heu vens traa t
r Pr inkle
yW hon Ant
Legenda
boom kappen Binne nweg
boom nieuw
0 N
5
15
30m
Ko rte
Bin ne nw eg
boom behouden
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
01
Solitaire beuk achter G.J. van Heuvenstraat
02
Volwassen bomen in Jac. Lugtmeijerplantsoen
01
19
02
2.3 OPENBAAR<> UITGEEFBAAR
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
20
aat Helena H. Wilkensstr
C 114 m2 A 107 m2
yW hon Ant
C 94 m2 A 112 m2 C 103 m2
A 90 m2
B 93 m2
B 98 m2
B 100 m2
t traa inss
G.J.
B 110 m2
r Pr inkle
van Heu vens traa t
A 86 m2
A 86 m2 C 105 m2
A 90 m2 A 86 m2
C 97 m2 B 100 m2
A 90 m2
B 93 m2
A 107 m2
C 105 m2
B 98 m2 B 105 m2
A 112 m2
Legenda Binne nweg
Uitgeefbare grond
0 N
5
15
30m
Ko rte
Bin ne nw eg
D 787 m2
2.4 WONINGTYPES
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
21
aat Helena H. Wilkensstr
van Heu vens traa t G.J.
t traa inss
Compacte gezinswoning - 7m 1 laag + dak aantal : 6
r Pr inkle
yW hon Ant
Legenda
Levensloopbestendige woning 8,7m 1 laag + dak aantal : 4 Woning klein huishouden A - 4.8m 1 laag + kap aantal : 8
Appartement 3 lagen, met kap aantal : 10
0 N
5
15
Binne nweg
30m
Ko rte
Bin ne nw eg
Woning klein huishouden B - 4.8m 1 laag + kap aantal : 6
2.5 ORIENTATIE WONINGEN
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
22
aat Helena H. Wilkensstr
G.J.
t traa inss
van Heu vens traa t
r Pr inkle
yW hon Ant
Entreezijde woningen Gevelopeningen in kopgevels
0 N
5
15
30m
Binne nweg
Ko rte
Bin ne nw eg
Legenda
2.6 DAKEN
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
23
aat Helena H. Wilkensstr
G.J.
t traa inss
van Heu vens traa t
r Pr inkle
yW hon Ant
Kap Binne nweg
Groendak 0 N
5
15
30m
Ko rte
Bin ne nw eg
Legenda
2.7 OVERGANGSZONES
24
aat Helena H. Wilkensstr
G.J.
t traa inss
van Heu vens traa t
r Pr inkle
yW hon Ant
Legenda voortuin met haag
haag met bankje in voorgevel haag met collectieve tuin met inheemse Binne nweg
beplanting
0 N
5
15
30m
Ko rte
Bin ne nw eg
Delftse stoep
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
25
01 Delftse stoep aan woonpad 01 Woonpad met Delftse stoep 01 Erfscheidingen op de hoeken zijn in materiaal en detaillering ontworpen als onderdeel van de kopgevel 01 Loggia's achter de voorgevel 01 Bankje achter de voorgevel
02
01
04
05
2.8 ERFSCHEIDINGEN
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
26
aat Helena H. Wilkensstr
G.J.
t traa inss
van Heu vens traa t
r Pr inkle
yW hon Ant
gemetselde tuin muur h=1.8m groene erfscheiding h=1.8m blokhaag 0 N
5
15
30m
Binne nweg
Ko rte
Bin ne nw eg
Legenda
27
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
01 Gemetselde tuinmuur 01 Opengewerkt metselwerk 01 Blokhaag met ondiepe voortuin (G.J. van heuvenstraat) 01 Groene erfscheiding achtertuin
02
01
02
01
03 04
04
2.9 MATERIALISATIE PADEN EN PARKEREN
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
28
aat Helena H. Wilkensstr
G.J.
t traa inss
van Heu vens traa t
r Pr inkle
yW hon Ant
Legenda Openbaar groen Haag (inheems) 0.8m hoog Nieuwe bomen Paden - verhard Paden - onverhard Delftse stoep
Parkeerplaats (halfverharding) Eigendomsgrens gevelopeningen in kopgevels
0 N
5
15
30m
Binne nweg
Ko rte
Bin ne nw eg
Privé tuin
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
01
29
Siergrassen en bloemen voor de plantenvakken aan het woonpad
02 Wandelpaden in park: halfverharding 03/04 Parkeervakken hebben een groene waterdoorlatende verharding
01
02
01
03
01
04
2.10 PARKEREN
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
30
aat Helena H. Wilkensstr
parkeerplaats
0 N
5
15
Binne nweg
30m
Ko rte
Bin ne nw eg
G.J.
t traa inss
van Heu vens traa t
r Pr inkle
yW hon Ant
Legenda
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
In het plangebied worden 34 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de zuidzijde van het Jac. Lugtmeijerplantsoen, aan de Anthony Winkler Prinsstraat, worden 18 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Aan de Binnenweg, ten noorden van het appartementencomplex, wordt een parkeerkoffer gerealiseerd met 11 parkeerplaatsen. Aan de Binnenweg, voor het appartementencomplex, worden 5 parkeerplaatsen gerealiseerd. De bestaande parkeerplaatsen aan de G.J. van Heuvenstraat en de Binnenweg blijven behouden. Dit zijn 16 parkeerplaatsen. In totaal zijn er 50 parkeerplaatsen (34 + 16) in en rondom het plangebied aanwezig. In totaal zijn in het gebied minimaal 38 parkeerplekken noodzakelijk voor de voorgenomen ontwikkeling van de 34 woningen. Hier wordt ruimschoots aan voldaan.
31
3. DOORSNEDES
3.1 OVERZICHT DOORSNEDES
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
34
t Helena H. Wilkensstraa
G.J.
t traa inss
van Heu venst raat
r Pr inkle
W ony Anth
D
C
B
Binne nweg
GSPublisherVersion 804.59.59.100
Ko rte
Bin ne nw eg
A
3.2 DOORSNEDE A BINNENWEG
0
1
2
5 meter
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
35
3.3 DOORSNEDE B WINKLER PRINSPAD
0
1
2
5 meter
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
36
3.4 DOORSNEDE C WINKLER PRINSSTRAAT
0
1
2
5 meter
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
37
3.5 DOORSNEDE D G.J. VAN HEUVENSTRAAT
0
1
2
5 meter
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
38
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
39
4. BEELDKWALITEITSPLAN
4.1 LANDSCHAPPELIJK WONEN IN HET WINKLER PRINS-PARK Rondom het bestaande groen wordt een nieuw, samenhangend buurtje gevormd waar ontmoeting wordt gefaciliteerd. Met het zichtbaar maken van klimaatadaptatie en natuurinclusiviteit krijgt het buurtje een onderscheidend eigentijds karakter. Zowel de openbare ruimte als de woningen zijn klaar voor de toekomst en gezond voor mens en natuur. In het stedenbouwkundig plan is gezocht naar welke kwaliteitsverbetering te bereiken is en welk woonprogramma past in de buurtvernieuwing. De bestaande kwaliteiten zijn benut, zoals de volwassen bomen en de karakteristieken van de omringende bebouwing. Het centrale parkje met de bestaande bomen vormt het hart van het nieuwe buurtje. Het parkje is autovrij, parkeren vindt plaats in de rand. Verdichting vindt plaats door de beuk- en dieptematen van de woningen aan te passen op de locatie en door aan de Binnenweg woningen te stapelen. Woningen zijn zowel georiënteerd op de straat als op het Winkler Prinspark. Er zijn geen achterkanten van woningen op de straat gericht. De karakteristieke sferen van de Binnenweg en de Van Heuvenstraat worden vertaald in een eigentijdse en kwaliteitsvolle architectuur. Aan de Binnenweg vindt kleinschalig gestapeld wonen plaats met uitzicht op de Voorsterklei. Doorzichten aan weerzijden van het alzijdige gebouw naar het groene hart.
Seriematige, grondgebonden woningen aan de Van Heuvenstraat sluiten aan op de na-oorlogse woningbouw aan de overzijde van de straat. De straat wordt vergroend en de groene overhoeken van de straat worden versterkt. De gevelwand aan het van Lugtmeijerplantsoen is representatief, waarbij de symmetrie-as uit het van Lugtmeijerplatsoen wordt opgepakt in zowel de architectuur als de openbare ruimte.
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
42
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
43
at olstra Scho
3
t traa inss
3. Sterke interactie tussen woning en openbare ruimte Woningen krijgen een open uitstraling en langs alle straten, paden en het parkje zijn woningen geadresseerd. Sociale ogen op de straat zorgen voor een gevoel van veiligheid Met het (gevel)ontwerp ontstaat een sterke relatie tussen binnen en buiten. Zorgvuldig ontworpen overgangszones tussen openbaar en privé (privé stoepje, haag, veranda etc.) faciliteren ontmoeting. Zo wordt het stimuleren van positieve gezondheid op verschillende manieren gefaciliteerd in het plan.
Helena H. Wilkensstraat
er Pr inkl
2
Bin ne nw eg
1
Binne nweg
Ko rte
2. Zichtbaar klimaatadaptief en natuurinclusief Maatregelen in het kader van klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen worden zichtbaar gemaakt. Zo wordt water zichtbaar afgevoerd naar de openbare ruimte, wordt hittestress verminderd door verharding te beperken en groen te integreren en zijn nestvoorzieningen voor vogels en vleermuizen een integraal onderdeel van het gevelontwerp. Ook het materiaalgebruik past bij het natuurlijke, duurzame karakter.
44
W hony Ant
1. Samenhang en variatie Het dorpse karakter van de Voorster bebouwing het uitgangspunt. Dit betekent: overwegend baksteen, zadel- of schilddaken, simpele bouwvolumes en een terughoudende vormgeving. Er wordt voortgebouwd op de karakteristieke 'samenhang in verscheidenheid', met variatie in bouwvolumes en op elkaar afgestemde architectonische diversiteit. Variatie ontstaat door de drie verschillende deelgebieden met elk hun eigen sfeer: de Binnenweg, de G.J. van Heuvenstraat en de Winkler Prinsstraat. De deelgebieden hebben hun eigen criteria voor de beeldkwaliteit. Onderscheid in de sferen worden bepaald door de overgang, materialisering en kapvorm.
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
G.J. van Heuv enst raat
4.2 PIJLERS VOOR DE BEELDKWALITEIT
0
5
10
25m
N
Een samenhangend buurtje met variatie in de drie deelgebieden:
GSPublisherVersion 804.59.59.100
1. Binnenweg 2. G.J. van Heuvenstraat 3. Winkler Prinsstraat
g we nen Bin
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
45
01 Terughoudende vormgeving: sobere, zorgvuldige detaillering 02 Variatie door verschillende metselwerkverbanden 03 Zichtbaar natuurinclusief 04 Overgangen stimuleren ontmoeting
01
3 03
02
3 04
4.3 NATUURINCLUSIEF BOUWEN
Het stimuleren van biodiversiteit is een belangrijk uitgangspunt voor het plan. In het park wordt waar mogelijk gewerkt met natuurlijke beplanting, zoals natuurlijke kruidenmengsels en inheemse bomen en struiken. Zo krijgt het groen in de buurt ecologische meerwaarde. De bestaande bomen worden zoveel mogelijk behouden, zodat de schuil- en nestplekken voor vogels intact blijven. Natuurinclusief bouwen is het oprichten van bouwwerken en inrichting van de omgeving van de gebouwen zodanig dat de ecologie er baat bij heeft. Het gaat dus niet alleen om aan de Wet natuurbescherming te voldoen, maar juist om proactief te handelen ten voordele van de natuur. De Checklist Natuur Inclusief Bouwen van de gemeente Voorst is hiervoor opgesteld. Het accent ligt op kenmerkende soorten voor de gemeente Voorst. Dit vraagt om extra aandacht voor de huismus, gier- en huiszwaluw en vleermuis. De Checklist houdt in dat er een lijst van suggesties is die toegepast kunnen worden. Elke suggestie heeft een bepaalde puntentoekenning. Een bouwplan heeft 15 punten nodig om natuur inclusief te zijn. Door natuur inclusief bouwen vanaf het ontwerp van woning en inrichting van de kavel als uitgangspunt te nemen, kosten deze maatregelen niet veel extra. Voor appartementengebouwen geldt een afwijkende regeling. Voor meer informatie over deze maatregelen: https://www.checklistgroenbouwen.nl/advies-op-maat/
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
46
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
47
01 Nestvoorzieningen geïntegreerd in de kopgevels als onderdeel van de gevelcompositie 02 Hemelwater wordt zichtbaar afgevoerd via halfopen hwa 03 Klimgroen geïntegreerd in ontwerp metselwerk gevel, zorgt voor schaduw en verkoeling 04 Biodivers groendak op platte daken, zorgt voor verkoeling en fungeert als waterbuffer 05 Robuuste hagen aan de voorzijde van de woningen 06 Voorzieningen voor dieren waaronder vogels, vleermuizen en insecten ontworpen als onderdeel van gevelcompositie
01
02
04
03
05
06
4.4 DEELGEBIED 1: BINNENWEG
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
Het alzijdige, kleinschalige appartementengebouw is krachtig en ingetogen van uitstraling. Zoals ook de oude boerderijen aan het lint dat zijn. De open ruimte van het landschap van de Voorsterklei wordt benut om hier een grotere korrel toe te passen. Ondanks de grotere korrelgrootte voegt het gebouw zich zorgvuldig in het historische lint.
een grote korrelmaat zich zorgvuldig voegt in de omgeving, zoals de school waar nu het dorpshuis is gevestigd. Het is zaak om heel zorgvuldig de juiste schaal en maat te vormen zodat het gebouw zich op een goede manier in de straat voegt. Het bouwvolume is eenduidig en heeft mee-ontworpen verbijzonderingen, zoals bijvoorbeeld grote dakkapellen in het dak voor de appartementen in de kap. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen. De bovenste bouwlaag bevindt zich in de kap. De maximale goothoogte is 7m. De maximale nokhoogte is 13m. De bergingen bevinden zich in het bouwvolume van het appartementengebouw. Er worden geen bijgebouwen geplaatst.
Oriëntatie en rooilijn De oriëntatie van het kleinschalige appartementengebouw is gericht op de Binnenweg. De hoofdentree bevindt zich aan deze zijde en de woonkamers en buitenruimten van de appartementen zijn gericht naar de Binnenweg en het open landschap van de Voorstklei. Het gebouw kent echter geen achterkant, de kopgevels en de gevel aan de parkzijde zijn met dezelfde materialisering en zorgvuldigheid ontworpen als de gevel aan de Binnenweg. Het gebouw is alzijdig. De rooilijn aan de Binnenweg ligt op of achter de rooilijn van de belendende bebouwing. De rooilijn van de kopgevel aan de G.J. van Heuvenstraat ligt terug zodat de groene overhoek meer ruimte (voor beplanting en evt. een boom) krijgt. Zo wordt het open landschap van de Voorsterklei beter zichtbaar vanuit de G.J. van Heuvenstraat. De rooilijn van de andere kopgevel ligt op een royale afstand van de belendende bebouwing. Dit sluit aan bij de grote tussenruimtes in de lintbebouwing. Zo is er ruimte om het gebouw rondom in het groen te zetten en doorzicht te maken naar het parkje. Positie op de kavel Het gebouw staat centraal op de kavel, parallel aan de Binnenweg. Het gebouw is omgeven door een collectieve tuin. Rondom het gebouw is afstand tot de openbare ruimte en de belendende bebouwing. Langs het gebouw zijn doorzichten naar het parkje.
Bouwvolume en bouwhoogte Een appartementengebouw heeft een grotere korrelmaat dan de dorpse schaal in de oude uitvalsweg. Er zijn echter een paar goede voorbeelden in de rand van Voorst waar
Materialisatie en ornamentiek Detaillering De detaillering van het appartementengebouw is sober, maar zorgvuldig. De verschijning van het gebouw is krachtig en ingetogen. De collectieve voordeur is representatief door extra aandacht in de detaillering en formaat. Gevels Alle gevels van het appartementengebouw worden gematerialiseerd in metselwerk. De kleur van de baksteen is rood genuanceerd, refererend naar de kleur van de steen van de klei uit de IJssel, zoals de oudere boerderijen aan de Binnenweg. De voegkleur is ingetogen (dus geen contrasterende kleur zoals antraciet of een hele lichte voeg). Door middel van varianten in metselwerkverband, voegdiepte en verspringingen in het metselwerk krijgen de gevels plastiek. De gevel aan de Binnenweg is bij voorkeur spiegelsymmetrisch. Kopgevels hebben gevelopeningen naar de openbare ruimte (‘sociale ogen’).
48
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
49
01 boerderij aan de Binnenweg met rode steen uit IJsselklei 02 rood genuanceerde metselwerk 03 kopgevels alzijdig gebouw: kopgevels met gevelopeningen 04 eenduidig bouwvolume met mee-ontworpen verbijzonderingen zoals dakkappellen
02
01
03
04
4.4 DEELGEBIED 1: BINNENWEG
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
Buitenruimtes en galerij De buitenruimtes van de appartementen bevinden zich aan de zijde van de Binnenweg, aan de zonzijde met uitzicht op de Voorsterklei. De buitenruimtes liggen terug ten opzichte van de voorgevel (loggia's). De bovenkant van de borstwering van de loggia's op de bovenste verdieping ligt op dezelfde hoogte als de bovenkant goot. Ook de appartementen op de begane grond hebben een loggia. De omringende collectieve tuin wordt niet gebruikt als privé tuin. De galerij bevindt zich aan de parkzijde van het gebouw. Borstweringen van de loggia’s en galerij worden gemaakt uit hetzelfde metselwerk.
Opties Alle mogelijke opties (denk aan: extra zonnepanelen, dakkapellen en uitbouwen aan de achterzijde, extra bijgebouwen) zijn direct mee ontworpen en gaan niet ten koste van het ensemble.
Kozijnen: Kozijnen worden uitgevoerd in hout en zijn wit, de draaiende delen zijn lichtgrijs. Daken Het gebouw heeft een zadel- of mansardedak. Het dak wordt gematerialiseerd met mat donkergrijze, keramische dakpannen. De dakgoot is een verholen goot. De hemelwaterafvoer is thermisch verzinkt staal. Installaties Indien warmtepompen worden toegepast, worden deze niet in de tuin geplaatst. De tuinen zijn compact en de warmtepomp geeft zo geluidsoverlast vanwege het geluid. Er kan gekozen worden voor een buitenunit in het schuine dak of voor een warmtepomp zonder buitenunit. Zonnepanelen liggen in aaneengesloten rechthoekige of vierkante vlakken en worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het dak. Dakdoorvoeren (installatie af- en aanvoer) zijn uitgevoerd in de kleur dakafwerking en de positie wordt afgestemd op de positie van PV panelen.
Overgangszone vanaf de straat naar het gebouw Het gebouw staat in een collectieve tuin die aan alle zijden wordt omzoomd met een haag. De tuin wordt uitgevoerd in bijvoorbeeld een bloemrijk kruidenmengsel. In de groene overhoek bij de G.J. Heuvestraat is ruimte voor een boom. Appartementen op de begane grond hebben geen privétuin, maar een loggia. Ter plaatse van de hoofdentree van het appartementengebouw aan de Binnenweg staan meerdere fietsnietjes.
50
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
51
01 zorgvuldig gedetailleerde entree met gevelplastiek 02 loggia in het dak 03 bijzonder gevelmetselwerk geeft de gevel textuur
01
03
02
4.5 DEELGEBIED 2: VAN HEUVENSTRAAT
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
Het beeld van het bouwblokje van brede, ondiepe woningen refereert aan de sobere, seriematige naoorlogse bebouwing aan de overzijde, maar dan wel met een krachtiger, eigentijdse uitstraling.
refererend naar de kleur van de oudere bebouwing aan de rand van Voorst, zoals de kerk en naar de na-oorlogse woningbouw. Wel heeft de baksteen meer karakter in kleur en textuur door bv. nuances in mosterdgeel en mosgroen. De voegkleur is ingetogen (dus geen contrasterende kleur zoals antraciet of een hele lichte voeg). Door middel van varianten in metselwerkverband, voegdiepte en verspringingen in het metselwerk krijgen de gevels plastiek. De voorgevels hebben een geïntegreerd bankje, zodat er ook aan de voorzijde van de woning een plekje is om buiten te zitten. Kopgevels hebben gevelopeningen naar de openbare ruimte (‘sociale ogen’).
Oriëntatie en rooilijn De brede, ondiepe woningen vormen een compact bouwblok waarbij de helft van de woningen zijn georiënteerd op de G.J. van Heuvenstraat en de andere helft op het parkje. De rooilijn is doorlopend. De rooilijn aan de G.J. van Heuvenstraat is naar voren geschoven om zo ruimte te creëren voor de bebouwing aan de parkzijde. Tussen de stoep en de voorgevel is nog 1,5m voor de groene overgangszone. De rooilijn aan de parkzijde wordt bepaald door de minimale vereiste afstand tot de boomkroon van de grote beuk. Tussen de kopgevels en de belenden bebouwing is nog voldoende ruimte om een royaal woonpad te maken die de woningen aan de parkzijde ontsluiten. Bouwvolume en bouwhoogte De lengte van het bouwblok refereert aan de lengte van de rij naoorlogse woningen aan de overzijde van de straat. De woningen zijn één bouwlaag met een kap, zo ontstaat er -zowel aan de G.J. van Heuvenstraat als aan de parkzijdeeen intiemer beeld. De maximale goothoogte is 3,5m. De maximale nokhoogte is 7,5m. De bergingen bevinden zich in de achtertuin. Materialisatie en ornamentiek Detaillering De detaillering van de woningen is sober, maar zorgvuldig. Ter plaatse van de voordeur krijgt elke woning een verbijzondering in detail in de vorm van bijvoorbeeld een melkmeisje, een luifel of een bijzondere plastiek in het metselwerk. Gevels Alle gevels worden gematerialiseerd in metselwerk.
De kleur van de baksteen is zandkleurig genuanceerd,
Kozijnen: Kozijnen worden uitgevoerd in hout en zijn wit, de draaiende delen zijn lichtgrijs. Daken Het gebouw heeft een zadel- of (a-symmetrisch) mansardedak. Het dak wordt gematerialiseerd met mat donkergrijze, keramische dakpannen. De bergingen hebben platte, groene daken. Witte bakgoot met thermisch verzinkte kraalrand en thermisch verzinkt hemelwaterafvoer. De hemelwaterafvoer is thermisch verzinkt staal. Installaties Indien warmtepompen worden toegepast, worden deze niet in de tuin geplaatst. De tuinen zijn compact en de warmtepomp geeft zo geluidsoverlast vanwege het geluid. Er kan gekozen worden voor een buitenunit in het schuine dak of voor een warmtepomp zonder buitenunit. Zonnepanelen liggen in aaneengesloten rechthoekige of vierkante vlakken en worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het dak. Dakdoorvoeren (installatie af- en aanvoer) zijn uitgevoerd in de kleur dakafwerking en de positie wordt afgestemd op de positie van PV panelen.
52
Opties Alle mogelijke opties (denk aan: extra zonnepanelen, dakkapellen en uitbouwen aan de achterzijde, extra bijgebouwen) zijn direct mee ontworpen en gaan niet ten koste van het ensemble. Overgangszones en erfscheidingen G.J. van Heuvenstraat De woningen aan de G.J. van Heuvenstraat worden door middel van een smalle overgangszone (ca. 1,5m) gescheiden van de straat. Deze zone bestaat voornamelijk uit een brede haag. De woningen krijgen aan de straat een buitenplekje in de vorm van een gebouwd bankje, die geïntegreerd is met de voorgevel. Voor de haag staat een fietsnietje. Aan het park Woningen in het park krijgen een Delftse stoep die de overgang tussen woning en de autovrije voetpaden vormt. De stoep wordt uitgevoerd in een ander, stenig materiaal dan het openbare voetpad. Erfscheidingen Erfscheidingen van het openbaar naar privaat domein vormen een integraal onderdeel van het ontwerp. Tuinmuren zijn gemaakt uit hetzelfde metselwerk als de aangrenzende gevels, eventueel opengewerkt. Ze zijn afgedekt met een thermisch verzinkte muurafdekker of metselwerk. Hoogte is minimaal 1,80m. Groene erfscheiding Achtertuinen worden gescheiden van de achterpaden middels een erfscheiding van een stalen hekwerk met beplanting.
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
53
01 Zandkleurig metselwerk refereert naar historische bebouwing Voorst 02 Zandkleurig metselwerk 03 Extra aandacht t.p.v. de voordeur met melkmeisje en bijzonder metselwerk 04 In de voorgevel geintegreerd bankje
01 01
02
03
04
4.6 DEELGEBIED 3: WINKLER PRINSSTRAAT
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
De woningen aan de Winkler Prinsstraat vormen een ensemble tussen het Jac. Lugtmeijerplantsoen en het parkje. Oriëntatie en rooilijn De gevelwand aan de Winkler Prinsstraat is representatief en spiegel-symmetrisch naar het Jac. Lugtmeijerplatsoen. De rooilijn ligt iets voor de erfscheidingen van de belendende bebouwing, zodat de straat en het plantsoen aan allure wint. Woningen aan de Winkler Prinsstraat zijn georienteerd op het plantsoen. De achterliggende woningen zijn georiënteerd op het woonpad dat het plantsoen met het parkje verbindt.
de rand van Voorst, zoals de kerk en naar de na-oorlogse woningbouw. Wel heeft de baksteen meer karakter in kleur en textuur door bv. nuances in mosterdgeel en mosgroen. De voegkleur is ingetogen (dus geen contrasterende kleur zoals antraciet of een hele lichte voeg). Door middel van varianten in metselwerkverband, voegdiepte en verspringingen in het metselwerk krijgen de gevels plastiek. De woningen aan de Winkler Prinsstraat aan weerszijden van het woonpad krijgen een symmetrisch accent op de hoek. Kopgevels hebben gevelopeningen naar de openbare ruimte (‘sociale ogen’).
Opties Alle mogelijke opties (denk aan: extra zonnepanelen, dakkapellen en uitbouwen aan de achterzijde, extra bijgebouwen) zijn direct mee ontworpen en gaan niet ten koste van het ensemble.
Positie op de kavel Het ensemble volgt (nagenoeg) de symmetrie-as van het plantsoen.
Kozijnen: Kozijnen worden uitgevoerd in hout en zijn wit, de draaiende delen zijn lichtgrijs.
Winkler Prinsstraat Deze woningen hebben een kleine voortuin omzoomd met een haag.
Bouwvolume en bouwhoogte Aan de WinklerPrinsstraat is de gevelwand representatief en spiegel-symmetrisch. Deze woningen hebben een lage gootlijn (maximaal 3,5m) met een steile, hoge kap (nokhoogte is maximaal 10 m). De woningen aan het woonpad hebben eenzelfde goothoogte, maar de maximale nokhoogte is lager, zodat het smalle woonpad voldoende lichtinval krijgt (maximale nokhoogte is 7,5m). De bergingen bevinden zich in de achtertuin.
Daken Het gebouw heeft een zadel- of (a-symmetrisch) mansardedak. Het dak wordt gematerialiseerd met mat donkergrijze, keramische dakpannen. De bergingen hebben platte, groene daken. Witte bakgoot met thermisch verzinkte kraalrand en thermisch verzinkt hemelwaterafvoer. De hemelwaterafvoer is thermisch verzinkt staal.
Erfscheidingen Erfscheidingen van het openbaar naar privaat domein vormen een integraal onderdeel van het ontwerp. Tuinmuren zijn gemaakt uit hetzelfde metselwerk als de aangrenzende gevels, eventueel opengewerkt. Ze zijn afgedekt met een zinken muurafdekker. Hoogte is minimaal 1,80m. Achtertuinen worden gescheiden van de achterpaden middels een erfscheiding van een stalen hekwerk met beplanting.
Materialisatie en ornamentiek Detaillering De detaillering van de woningen is sober, maar zorgvuldig. Ter plaatse van de voordeur krijgt elke woning een verbijzondering in detail in de vorm van bijvoorbeeld een melkmeisje, een luifel of een bijzondere plastiek in het metselwerk. Gevels Alle gevels worden gematerialiseerd in metselwerk. De kleur van de baksteen is zandkleurig genuanceerd, refererend naar de kleur van de oudere bebouwing aan
Installaties Indien warmtepompen worden toegepast, worden deze niet in de tuin geplaatst. De tuinen zijn compact en de warmtepomp geeft zo geluidsoverlast vanwege het geluid. Er kan gekozen worden voor een buitenunit in het schuine dak of voor een warmtepomp zonder buitenunit. Zonnepanelen liggen in aaneengesloten rechthoekige of vierkante vlakken en worden zoveel mogelijk geïntegreerd in het dak. Dakdoorvoeren (installatie af- en aanvoer) zijn uitgevoerd in de kleur dakafwerking en de positie wordt afgestemd op de positie van PV panelen.
54
Overgangszones en erfscheidingen Delftse stoep De woningen aan het woonpad park krijgen een Delftse stoep die de overgang tussen woning en de autovrije voetpaden vormt. De stoep wordt uitgevoerd in een ander materiaal dan het openbare voetpad.
WINKLER PRINS-PARK, VOORST
01 Intiem woonpad: lage gootlijn en groene oevrgang 02 Woonpad met private stoep 03 Accent op de symmetrie-as t.p.v. de doorgang tussen plantsoen en park 04
55
Onderzoek stikstofdepositie
Voorst, Winkler Prins
Gemeente Voorst
Datum: 13 november 2023 Projectnummer: 230290 Versie: 1.1
INHOUD
1
Inleiding
3
1.1 1.2
Situering en huidige situatie Toekomstige situatie
3 4
2
Wettelijk kader en berekeningsmethodiek
5
2.1 2.2
Natura 2000-gebieden Berekeningsmethodiek
5 6
3
Onderzoeksgegevens
8
3.1 3.2 3.3
Huidige situatie Aanlegfase Toekomstige situatie, gebruiksfase
8 8 10
4
Onderzoeksresultaten
11
4.1 4.2
Aanlegfase Gebruiksfase
11 12
5
Conclusie
13
5.1 5.2 5.3
Aanlegfase Gebruiksfase Eindadvies
13 13 13
Bijlage 1: Aerius pdf-bestand aanlegfase Bijlage 2: Aerius pdf-bestand gebruiksfase
1
Inleiding In Voorst bestaat het voornemen om aan de Athony Winkler Prinsstraat 34 woningen te realiseren. In het kader van de Wet natuurbescherming is het noodzakelijk de mogelijke stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk te maken. Het voorliggende rapport voorziet in dit onderzoek.
1.1
Situering en huidige situatie Het voorliggende plan voorziet de realisatie van woningnieuwbouw op de percelen aan de Anthony Winkler Prinsstraat en de hoek aan de G.J. van Heuvenstraat/Binnenweg. De locatie ligt aan de oostzijde van Voorst. De directe omgeving wordt gekenmerkt door onder andere woningbouw, bedrijvigheid en landbouw. Navolgende figuren geven de ligging van de ontwikkellocatie ten opzichte van de nabije omgeving en een luchtfoto van de ontwikkellocatie weer.
Topografische kaart met globale aanduiding ontwikkellocatie (in rood)
3
Luchtfoto van de ontwikkellocatie (in rood)
1.2
Toekomstige situatie De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van in totaal 34 woningen. Dit betreffen 10 appartementen en 24 grondgebonden woningen. Onderstaande figuur geeft het stedenbouwkundig ontwerp weer.
Stedenbouwkundig ontwerp
4
2 2.1
Wettelijk kader en berekeningsmethodiek Natura 2000-gebieden Ingevolge artikel 2.1 van de Wet natuurbescherming zijn er Natura 2000-gebieden aangewezen ter uitvoering van Vogelrichtlijn en/of Habitatrichtlijn. Dit impliceert dat eenieder voldoende zorg in acht moet nemen voor deze gebieden en dat negatieve gevolgen zo veel mogelijk beperkt dienen te worden. Voor de habitattypen en leefgebieden waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden in Natura 2000-gebieden zijn kritische depositiewaarden (KDW) voor stikstofdepositie vastgesteld. Met de KDW wordt bedoeld: de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast als gevolg van de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Plannen zoals het in dit rapport genoemde project kunnen door stikstofemissie effect hebben op habitattypen binnen omliggende Natura 2000-gebieden en gelet op de instandhoudingsdoelstelling van een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soort verslechteren. Gezien het gegeven dat stikstofemissie, in de vorm van stikstofoxiden (NOx) of ammoniak (NH3), kan plaatsvinden bij onder andere landbouw, gemotoriseerd verkeer, industrie en ook bij de verwarming van huizen, is het wettelijk vereist deze emissie in beeld te brengen. Het voorliggende rapport voldoet aan deze vereiste.
Onderstaande figuur geeft de locaties van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden weer.
Situering ontwikkellocatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Het betreft de volgende dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden met de bijbehorende afstanden tot de ontwikkellocatie: - Rijntakken circa 1,5 kilometer - Landgoederen Brummen circa 3 kilometer
5
Overige Natura 2000-gebieden zijn op grotere afstand van het plangebied gelegen. De opgesomde en grafisch weergegeven Natura 2000-gebieden zijn niet per definitie gelijk aan de Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen maar geven slechts een overzicht van de ligging van het plan ten opzichte van nabijgelegen Natura 2000-gebieden. In voorgaande figuur wordt de locatie van het plan inzichtelijk gemaakt en tevens worden de mogelijk aanwezige stikstofgevoelige habitattypen weergegeven, van zeer gevoelig (donker paars), gevoelig (licht paars) tot minder/niet gevoelig (licht groen). De meest actuele kaart van alle Natura 2000-gebieden is via de website van de provincie te raadplegen en niet per definitie opgenomen in het programma Aerius Calculator 2023.0.11.
2.2
Berekeningsmethodiek De berekeningen naar de stikstofdepositiebijdrage vanwege de aanlegfase en gebruiksfase van het plan/project worden uitgevoerd met het programma Aerius Calculator 2023.0.1. De gehanteerde ‘grenswaarde’ voor de stikstofdepositie bedraagt 0,00 mol/hal/j. In het kader van een stikstofonderzoek kunnen significant negatieve effecten met deze waarde worden uitgesloten, waardoor het uitvoeren van vervolgonderzoeken niet aan de orde is en het aspect stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de realisatie van een plan of project 2. Een hogere waarde wordt beschouwd als overschrijding zodat er op verzoek van het bevoegd gezag een nadere beschouwing conform wettelijke kaders dient plaats te vinden. Blijkens jurisprudentie kan daarbij nader onderzoek achterwege blijven wanneer stikstofdepositie plaatsvindt op hexagonen die niet overbelast of naderend overbelast zijn3. Immers, op deze hexagonen leidt een stikstofdepositie niet tot een overschrijding of naderende overschrijding van de kritische depositiewaarde 4. Dit betekent per definitie dat stikstofdepositie daar geen probleem vormt voor de gunstige staat van instandhouding van de aanwezige habitats en dat significante gevolgen in zoverre zijn uitgesloten5. In geval de depositie de grens van de KDW overschrijdt noemen we dit overbelast.
In de praktijk wordt een veiligheidsmarge van 70 mol/ha/jaar aangehouden voor het gebruik van berekeningen voor toestemmingsverlening van initiatieven. Hexagonen noemen we naderend overbelast als de depositie hoger is dan de KDW minus deze veiligheidsmarge. Hexagonen met een depositie lager dan deze waarde zijn gedefinieerd
1
Aerius Calculator 2023.0.1, release op 6 november 2023.
2
Met deze versie van de Aerius Calculator kan tot maximaal 25 kilometer rondom de emissiebronnen gerekend worden. In Nederland zijn over het algemeen binnen 25 kilometer Natura 2000-gebieden aanwezig. In gebieden waar mogelijk op meer dan 25 kilometer afstand van emissiebronnen overschrijdingen mogelijk zijn, zijn in de relevante windrichtingen rekenpunten gelegd om overschrijdingen uit te sluiten.
3
Raad van State, ECLI:NL:RVS:2012:BY7360
4
Raad van State, ECLI:NL:RVS:2016:497
5
Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1969 6
als niet overbelast. Uit het navolgende hoofdstuk zal moeten blijken of op basis van de rekenresultaten een overschrijding op overbelaste hexagonen wordt geconstateerd. Bij de berekening van stikstofemissies door mobiele werktuigen, bijvoorbeeld in de aanlegfase, maakt het programma Aerius Calculator 2023.0.1 gebruik van een nadere specificatie van Stage klasse, brandstofverbruik, draaiuren en – indien van toepassing – AdBlue verbruik. Daarmee geeft het programma Aerius Calculator 2023.0.1 een range waarbinnen invoer en berekening van gegevens en brandstofverbruik voor materieel mogelijk is. Hierbij worden nieuwere machines geclassificeerd als schoner en hebben derhalve ook een lager brandstofverbruik. Voor stikstofemissie is niet voor elk materieel bedrijfsspecifieke informatie beschikbaar, vandaar dat als controlemechanisme de berekeningsmethodiek uit onderzoek van TNO6 ‘Onderbouwing AERIUS emissiefactoren voor wegverkeer, mobiele werktuigen, binnenvaart en zeevaart’ (d.d. 8 oktober 2020) kan worden gehanteerd. Daarbij wordt de berekening in twee stappen uitgevoerd.
Stap 1: brandstofverbruik (liters) bij draaiuren 0,245 x arbeid [kWh] Stap 2: aanvullend brandstofverbruik (liters) bij stationair draaien + (0,52 + 0,0034 x maximaal vermogen [kW]) x draaiuren [h] In combinatie met de door TNO7,8 vastgestelde gemiddelde motorlast van 60% (bij uitsluiting stationair gebruik) en een gemiddelde belasting van circa 65% (bij uitsluiting stationair gebruik) betreft de totale gemiddelde motorlast (inclusief stationair) ongeveer 39%. Uitgaande van deze berekening en vergelijkbare projecten hanteert SAB, tenzij anders door de opdrachtgever c.q. aannemer vermeld, het gemiddelde vermogen van materieel. Op basis van de TNO-formule zou het brandstofverbruik derhalve gemiddeld conform de kenmerken in onderstaande tabel moeten zijn. De door SAB gehanteerde ervaringscijfers sluiten hier grotendeels bij aan. Het door aannemers vermelde verbruik wijkt consistent af van het met behulp van de TNO-methode berekende verbruik. Daarom is het verbruik afgerond om de door SAB gehanteerde kencijfers te bepalen. Gemiddeld brandstofverbruik conform TNO
Aerius indeling vermogen 18 <= kW < 37 37 <= kW < 56 56 <= kW < 75 75 <= kW < 130 130 <= kW < 300 300 <= kW < 560 560 <= kW < 1000
Gemiddeld brandstofverbruik 3 liter/uur 5 liter/uur 7 liter/uur 11 liter/uur 22 liter/uur 43 liter/uur 78 liter/uur
* Indien geen gegevens door aannemers verstrekt
6
TNO rapport 2020 R11528
7
TNO rapport 2020 R11528
8
TNO emissiefactoren 2020 voor AERIUS 2020 7
Gehanteerd brandstofverbruik * 5 liter/uur 5 liter/uur 5 liter/uur 10 liter/uur 20 liter/uur 40 liter/uur 80 liter/uur
3 3.1
Onderzoeksgegevens Huidige situatie De ontwikkellocatie betreft momenteel 13 rijwoningen. In de huidige situatie worden de woningen verwarmd met gas en vindt er verkeersgeneratie plaats ten behoeve van de woningen. Om nieuwbouw mogelijk te maken zullen sloopactiviteiten plaatsvinden, deze worden als onderdeel van de aanlegfase inzichtelijk gemaakt.
3.1.1
Stookinstallatie De huidige woningen worden met gas verwarmd. Aangezien het gasverbruik niet bekend is bij de huidige beheerder wordt uitgegaan van kencijfers 9. Voor oudere rijwoningen wordt uitgegaan van een uitstoot van 2,00 kg NO x per jaar en 0,47 kg NH3 per jaar voor tussenwoningen en 2,42 kg NOx per jaar en 0,47 kg NH3 per jaar voor hoekwoningen ten gevolge van verwarming met stookinstallaties. In totaal betreft de uitstoot voor de 7 tussenwoningen en 6 hoekwoningen 28,52 kg NOx per jaar en 6,11 kg NH3 per jaar.
3.1.2
Verkeer Aan de hand van CROW, ASVV 2021, d.d. oktober 2021, is de verkeersgeneratie bepaald. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2023) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Voorst wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Het kencijfer voor rijwoningen betreft voor deze locatie 7,4 bewegingen per etmaal. In totaal komt dit neer op 97 bewegingen per etmaal. Hierbovenop is een aantrekkende werking van middelzwaar vrachtverkeer van 1% gerekend. Gemiddeld betreft dit 1 beweging per etmaal. Het verkeer is van het kruispunt G.J van Heuvenstraat/Binnenweg tot aan het kruispunt Binnenweg/Rijksstraatweg gemodelleerd. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 10
3.2
Aanlegfase Het plan voorziet in de realisatie van 10 appartementen en 24 grondgebonden woningen. De start van de aanlegfase zal in 2023 plaatsvinden. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2023. Ten behoeve van de aanlegfase voor het plangebied vinden een aantal relevante stikstofemissies naar de lucht plaats. Deze stikstofemissies worden veroorzaakt door mobiele werktuigen en bouwverkeer ten behoeve van het project en worden in onderstaande paragraven beschreven. In bijlage 1 is de Aerius export van de aanlegfase bijgevoegd.
9
emissiewaarden_aerius_def_versie_05_juli_2018
10
Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1054 8
3.2.1
Mobiele werktuigen Voor de aanleg zal gebruik worden gemaakt van mobiele werktuigen. In overleg met de opdrachtgever is een inschatting gemaakt van het gebruik van mobiele werktuigen op basis van cijfers uit vergelijkbare projecten. Ten eerste zal de bestaande bebouwing gesloopt worden en het plangebied bouwrijp gemaakt worden. Hiervoor zullen de sloopkraan, shovel en graafmachine gebruikt worden. Daarna zal de fundering gegoten worden en de ruwbouw worden uitgevoerd. Hiervoor worden de boor-/heistelling, mobiele kraan en betonpomp gebruikt. De effectieve sloop- en bouwtijd duurt in totaal 1 jaar. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het groot materieel en het te verwachten dieselverbruik en minimale AdBlue-gebruik in deze periode. Overzicht inzet groot materieel Vermogen in Voertuig kW Sloopkraan 130 - 300 Shovel 75 - 130 Graafmachine 75 - 130 Boor-/Heistelling 300 - 560 Mobiele kraan 130 - 300 Betonpomp 130 - 300
Leeftijd stage IV stage IV stage IV stage IV stage IV stage IV
Bedrijfsduur (uren/jaar) ca. 80 ca. 80 ca. 200 ca. 80 ca. 600 ca. 75
Brandstofverbruik (liters/jaar) ca. 1.600 ca. 800 ca. 2.000 ca. 3.200 ca. 12.000 ca. 1.500
AdBlue verbruik (liters/jaar) ca. 96 (6%) ca. 48 (6%) ca. 120 (6%) ca. 192 (6%) ca. 840 (7%) ca. 90 (6%)
Om overschrijdingen ten gevolge van de aanlegfase te voorkomen dient het groot materieel ten minste van leeftijdsklasse stage IV te zijn en dient voor de mobiele kraan 7% AdBlue te worden toegevoegd. Voor het overige materieel dient 6% AdBlue te worden toegevoegd. 3.2.2
Bouwverkeer Ten behoeve van de aan- en afvoer van bouwmaterialen en het personeel ter plaatse vindt van en naar de ontwikkellocatie werkverkeer plaats. Gemiddeld per jaar komen er 8 busjes (lichtverkeer) en 2 vrachtwagen per dag naar het plangebied, dat zijn respectievelijk circa 16 en 4 bewegingen. Het bouwverkeer is gemodelleerd vanuit de ontwikkellocatie tot aan het kruispunt Binnenweg/Rijksstraatweg. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 11 Ook is er op de ontwikkellocatie zelf stationair bouwverkeer ingevoerd. Omdat onbekend is hoe lang wachtend vrachtverkeer op de bouwplaats stationair zal draaien kan de methode uit de Aerius instructie12 niet direct worden toegepast. In de instructie staat over de emissiecijfers voor stationair verkeer het volgende: “Hierbij is aangenomen dat de stationaire emissie […] gelijk is aan de emissie van stagnerend stadsverkeer”. Daarom is het stationair draaien op locatie gemodelleerd door middel van een gemiddelde rijlijn over het bouwterrein met 100% stagnatie voor alle bouwverkeer.
11
Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1054
12
Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2022, Januari 2023 9
3.3
Toekomstige situatie, gebruiksfase Het plan voorziet in de realisatie van 10 appartementen en 24 grondgebonden rijwoningen. De voor stikstofdepositie relevante bronnen voor dit plan in de gebruiksfase betreffen de stookinstallaties van de te realiseren nieuwbouw en de aantrekkende verkeersbewegingen ten gevolge van het plan. Deze worden in onderstaande paragraven beschreven. In bijlage 2 is de Aerius export van de gebruiksfase bijgevoegd. De nieuwbouw is op zijn vroegst in 2024 gereed. Daarom is in dit onderzoek uitgegaan van rekenjaar 2024 voor de gebruiksfase.
3.3.1
Stookinstallaties De nieuwbouw krijgt geen aansluiting op het gastransportnet (Wet voortgang energietransitie, 01-07-2018) en is haardloos verwarmd. Er vindt derhalve geen stikstofdepositie naar de lucht plaats ten gevolge van stikstof emitterende stookinstallaties. De stikstofdepositie voor de gebruiksfase betreft voor dit plan enkel de stikstofdepositie door de verkeersgeneratie.
3.3.2
Verkeer Aan de hand van CROW, ASVV 2021, d.d. oktober 2021, is de verkeersgeneratie bepaald. Op basis van de omgevingsadressendichtheid (CBS, 2023) wordt de stedelijkheidsgraad van een gemeente vastgesteld. De gemeente Voorst wordt geclassificeerd als ‘weinig stedelijk’. Onderhavige locatie wordt beschouwd als ‘rest bebouwde kom’. Onderstaande tabel geeft de verkeersgeneratie weer van de beoogde nieuwbouw waarbij het getal naar boven is afgerond. Zo wordt de worst-case situatie berekend. Berekening verkeersgeneratie per etmaal kenmerk aantal kencijfer Appartementen (sociale huur) 10 4,1 Huis (sociale huur) 10 5,6 Rijwoning (koop) 14 7,4 totaal afgerond 37
per woning woning woning
verkeersgeneratie gemiddeld 41 56 103,6 210
Bovenop de hierboven beschreven verkeersgeneratie wordt gerekend met een aantrekkende werking voor middelzwaar vrachtverkeer van 1% van de totale verkeersgeneratie. In dit geval betreft dit, naar boven afgerond, gemiddeld per jaar 4 middelzware vrachtverkeerbewegingen per etmaal. Het verkeer van de sociale huur woningen en appartementen is vanaf de zuidzijde van het plangebied gemodelleerd tot aan het kruispunt Binnenweg/Rijksstraatweg. Het verkeer van de rijwoningen is gemodelleerd vanaf de nieuwbouw tot aan het kruispunt Schoolstraat/Rijksstraatweg. Hierna is het aan- en afrijdende verkeer door zijn snelheid en rij- en stopgedrag nog niet dan wel niet meer te onderscheiden van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt en derhalve opgenomen in het heersende verkeersbeeld.13
13
Raad van State, ECLI:NL:RVS:2021:1054 10
4 4.1
Onderzoeksresultaten Aanlegfase Onderstaande figuur geeft een uitsnede van de Aerius-berekening van de aanlegfase weer.
Resultaatblad Aerius aanlegfase
Met de gehanteerde parameters blijkt dat uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase er geen resultaten zijn voor de projectberekening onder het Wnb registratieset. Daarmee kunnen significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten.
11
4.2
Gebruiksfase Onderstaande figuur geeft een uitsnede van de Aerius-berekening van de gebruiksfase weer.
Resultaatblad Aerius gebruiksfase
Uit de uitgevoerde berekeningen voor de gebruiksfase blijkt een grootste afname van 0,01 mol stikstof/ha/j op 6,79 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
12
5
Conclusie In Voorst bestaat het voornemen 13 bestaande woningen te slopen en in totaal 34 nieuwbouwwoningen te realiseren. In het kader van de Wet natuurbescherming is de stikstofuitstoot door de beoogde ontwikkeling inzichtelijk gemaakt.
5.1
Aanlegfase Met de gehanteerde parameters blijkt uit de uitgevoerde berekeningen van de aanlegfase dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol stikstof/ha/j op de stikstofgevoelige habitattypen in de omliggende Natura 2000-gebieden. Er zijn daardoor geen nadelige milieueffecten te verwachten op de omliggende Natura 2000-gebieden.
5.2
Gebruiksfase Uit de uitgevoerde berekeningen van de gebruiksfase blijkt een grootste afname van 0,01 mol stikstof/ha/j op 6,79 ha gekarteerd Natura 2000-gebied voor de relevante hexagonen in de toekomstige situatie ten opzichte van de referentiesituatie. Dit zijn hexagonen in Natura 2000-gebieden die in het kader van de Wet natuurbescherming relevant zijn bevonden voor beoordeling van het onderdeel stikstofdepositie. Daarmee is sprake van een afname van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.
5.3
Eindadvies Geconcludeerd wordt dat aan de hand van de gehanteerde parameters14 significant negatieve effecten derhalve worden uitgesloten. Er is geen vergunning ten behoeve van de Wet natuurbescherming benodigd.
14
Om overschrijdingen ten gevolge van de aanlegfase te voorkomen dient het groot materieel ten minste van leeftijdsklasse stage IV te zijn en dient voor de mobiele kraan 7% AdBlue te worden toegevoegd. Voor het overige materieel dient 6% AdBlue te worden toegevoegd. 13
Bijlage 1: Aerius pdf-bestand aanlegfase
Projectberekening Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron Deze PDF is een digitaal bestand dat weer in te lezen is in AERIUS. Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via:
www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
SAB adviseurs Anthony Winkler Prinsstraat, - Voorst aanlegfase Voorst 6% Adblue aanlegfase 1jarig kraan met 7%, rest 6% Adblue
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RcWwHSeKPSRE 13 november 2023, 17:12 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
Resultaten
Hoogste bijdrage
Hexagon
Gebied
Referentiesituatie - Referentie Aanlegfase - Beoogd Referentiesituatie - Referentie Aanlegfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename Grootste afname
RcWwHSeKPSRE (13 november 2023)
2023 2024
0,01 mol/ha/j 0,01 mol/ha/j -
6,3 kg/j 5,1 kg/j
4815924 4815924
29,9 kg/j 67,0 kg/j
Rijntakken Rijntakken
2/9
Projectberekening
Referentiesituatie (Referentie), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 2 3
Wonen en Werken | Woningen | gasverbruik 6 woningen Wonen en Werken | Woningen | gasverbruik 3 woningen Wonen en Werken | Woningen | gasverbruik 4 woningen Verkeersnetwerk
RcWwHSeKPSRE (13 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
2,8 kg/j 1,4 kg/j 1,9 kg/j 0,1 kg/j
12,0 kg/j 6,0 kg/j 8,0 kg/j 3,9 kg/j
3/9
Projectberekening
Aanlegfase (Beoogd), rekenjaar 2024 Emissiebronnen 1 Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning | plangebied Verkeersnetwerk
RcWwHSeKPSRE (13 november 2023)
Emissie NH₃
Emissie NOₓ
5,1 kg/j 49,5 g/j
64,3 kg/j 2,7 kg/j
4/9
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste toename (projectberekening) Grootste afname (projectberekening) Hoogste totaal (achtergrond + projectberekening)
De letters bij de bronlabels op de kaart geven bij welke type situaties de bronnen horen: beoogde situatie (B), referentiesituatie (R) en/of salderingssituatie (S). RcWwHSeKPSRE (13 november 2023)
5/9
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "Aanlegfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Berekend (ha gekarteerd)
Totaal
-
Hoogste totale Met toename Grootste depositie (mol (ha gekarteerd) toename (mol N/ha/jr) N/ha/jr)
-
-
-
Met afname (ha Grootste afname gekarteerd) (mol N/ha/jr)
-
-
Onderstaand is een overzicht opgenomen van alle Natura 2000-gebieden (binnen de maximale rekenafstand van 25 km) waar in de "Beoogde situatie" een bijdrage groter dan 0,00 mol/ha/jaar is berekend, maar waar in de "Projectberekening" (=verschilberekening) geen toe- of afname is berekend. Het effect vanuit de "Projectberekening" op deze gebieden is daarmee 0,00 mol/ha/jaar. Rijntakken
RcWwHSeKPSRE (13 november 2023)
6/9
Projectberekening
Referentiesituatie, Rekenjaar 2023 1
Wonen en Werken | Woningen
Naam gasverbruik 6 Uittreedhoogte woningen Warmteinhoud Locatie X:206866,95 Y:464688,92 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 2
Wonen en Werken | Woningen
Naam gasverbruik 3 Uittreedhoogte woningen Warmteinhoud Locatie X:206906,31 Y:464686,23 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 3
Wonen en Werken | Woningen
Naam gasverbruik 4 Uittreedhoogte woningen Warmteinhoud Locatie X:206912,95 Y:464711,04 Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie 4
8,0 m 0,000 MW
NOₓ NH₃
12,0 kg/j 2,8 kg/j
8,0 m 0,000 MW
NOₓ NH₃
6,0 kg/j 1,4 kg/j
1,0 m 0,000 MW
NOₓ NH₃
8,0 kg/j 1,9 kg/j
Wegverkeer | Weg
Naam Locatie Lengte Wegtype Rijrichting Tunnelfactor Type hoogteligging Weghoogte t.o.v. maaiveld Verkeer
verkeer huidge situatie X:206848,83 Y:464502,66 354,20 m Binnen bebouwde kom (doorstromend) Beide richtingen 1 Normaal 0m
Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer
RcWwHSeKPSRE (13 november 2023)
Max. snelheid
Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren Voorgeschreven factoren
Links Rechts NOₓ 3,9 kg/j Type scherm - - NO₂ 0,6 kg/j Hoogte - - NH₃ 0,1 kg/j Afstand tot de weg - -
Aantal voertuigbewegingen
97,0 /etmaal 1,0 /etmaal 0,0 /etmaal 0,0 /etmaal
In file
0,0 % 0,0 % 0,0 % 0,0 %
7/9
Projectberekening
Aanlegfase, Rekenjaar 2024 1
Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning
Naam Locatie Oppervlakte
plangebied X:206872,92 Y:464740,29 0,73 ha
NOₓ NH₃
Naam
Stageklasse
sloopkraan
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 1600 l/j SCR: ja
shovel
Brandstofverbruik
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 800 l/j SCR: ja
64,3 kg/j 5,1 kg/j
Draaiuren AdBlue verbruik
Stof Emissie
96 l/j
NOₓ 9,0 kg/j
80 u/j
48 l/j
NH₃ 0,4 kg/j NOₓ 4,7 kg/j
80 u/j
graafmachine Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, 2000 l/j SCR: ja