CConstaterende datVoorst
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 06 02 Beantwoording nagekomen technische vragen P&C documenten

gemeenteraad 23 juni 2025, gemeente VoorstBij agendapunt: Jaarstukken 20242.630 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Beantwoording aanvullende technische vragen Jaarstukken 2024 en Prioriteitennota 2026-2029 Jaarstukken 2024 1. (CDA) Blz 70 lokale heffingen: begraafrechten , daarvan wordt gezegd dat het maximaal kostendekkend is, terwijl in de bezuinigingen voor 2025 en volgt wordt aangegeven dat er geen sprake is van kostendekkendheid (blz Het uitgangspunt is dat de begraafrechten maximaal kostendekkend zijn (zie blz. 72 paragraaf Lokale heffingen) 2. (CDA) Blz 74 totale opbrengsten lokale heffingen De OZB is van 6.021.210 euro in 2021 gestegen naar 8.105.055 euro in 2024, deze coalitie heeft toch geen moties ingediend die tot deze verhoging hebben geleid? Bij de Prioriteitennota 2021 is besloten om de OZB trapsgewijs te verhogen als ombuigingsmaatregel van totaal € 1,4 miljoen. Daarnaast een verhoging door de jaarlijkse indexering. 3. (CDA) Blz 78/79 beschikbare weerstandscapaciteit In hoeverre wordt de weerstandscapaciteit beïnvloedt als er geen sprake meer is van onbenutte belastingcapaciteit? De weerstandscapaciteit zal dalen. Ten opzichte van de ratio in de jaarstukken 2024 (2,62) zal deze naar verwachting dalen tot circa 1,6. 4. (CDA) Blz 87 kasgeldlening Er zijn een vijftal kasgeldleningen aangetrokken, voor welke financieringsbehoefte was dat? De inkomsten en uitgaven binnen de exploitatie lopen nooit parallel.

Er ontstaan gedurende het jaar perioden waarin tijdelijk een kortlopende financieringsbehoefte ontstaat. 5. (CDA) Blz 92 personeel en organisatie Er wordt gesproken over de doorstroom van 17 senioren naar de rol van teamleider, hoeveel teamleiders zijn er in de organisatie? Als we uitgaan van 207 fte en 47 wsw’ers dan zijn de 17 teamleiders gemiddeld genomen verantwoordelijk voor 15 fte’s…..is dat niet wat weinig? Efficiency en bestuurlijke drukte: Een span of control van minder dan 15 fte kan vragen oproepen over efficiency en bestuurlijke drukte. Dit beschouwen wij niet als een technische vraag. Dit betreft uitvoering. 6. (CDA) Blz 95 WOO Kunt u een schatting geven wat de kosten voor de organisatie zijn geweest van 70 WOO verzoeken? Nee, hier is geen schatting van te geven. 7. (CDA) Blz 98 GR’n Is het slim om eens kritisch te kijken naar de hoogte van het eigen vermogen van de diverse GR’n, kan dat bijvoorbeeld voor Tribuut iets minder? Dit beschouwen wij niet als een technische vraag. 8. (CDA) Hoe staat het met het evaluatie onderzoek van Tribuut ? De resultaten van het evaluatie onderzoek worden tijdens de bestuursvergadering van Tribuut van donderdag 5 juni besproken. 9. (CDA) Blz 113 “kosten van onderzoek en ontwikkeling van een bepaald actief”, wat is het en waardoor is bedrag toegenomen? Zie hiervoor de toelichting op blz.

119 en 120 (grondslagen voor waardering) en de toelichting op de balans op blz. 125

10. (CDA) Bouwgronden in exploitatie, wat is het verwachtingspatroon? Zijn er winstnemingen mogelijk? Zie de paragraaf Grondbeleid op blz. 108. 11. (CDA) Subtotaal uitzettingen, wat is dit en waardoor is het verschil opgetreden? Zoals gespecificeerd in de balans betreft dit openstaande vorderingen en het bedrag dat op grond van het schatkistbankieren bij de staat is uitgezet per 31-12-2024. De stand kan jaarlijks verschillen. 12. (CDA) Blz 116 programma 1, 2 ,3, wat wordt bedoeld met saldo 2024 zijn dat tegoeden binnen het programma? Dit betreft het verschil tussen de raming 2024 na wijziging en de werkelijke cijfers. 13. (CDA) Blz 131 waardoor heeft er een vermeerdering van 717.127 euro plaatsgevonden in de locatie Nieuw Basselt? Zie de toelichting in paragraaf Grondbeleid op blz. 108. In 2024 is verder gewerkt aan het archeologisch (vervolg)onderzoek en onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten. Daarnaast zijn personeelskosten toegerekend. 14. (CDA) Blz 136 was/ is er geen onderhoud nodig voor het gebouw Lawa Mena? Het gebouw is niet in eigendom van de gemeente. Wij beheren de door het rijk afgekochte onderhoudslasten. Lawa Mena plant zelf het onderhoud. 15. (CDA) Blz 143 de lagere lasten uitvoering wmo, waardoor? Zie de toelichting op blz. 154. 16.

(CDA) Blz 144 dubieuze debiteuren , kunt u daar eens voorbeeld van geven? Voor bepaalde vorderingen wordt vooraf ingeschat in hoeverre het gehele bedrag daadwerkelijk ontvangen zal worden. Dit zijn met name vorderingen binnen het sociaal domein. 17. (CDA) Blz 145 hoe hoog zijn de wachtlijsten voor jeugdhulp op de diverse soorten? Er zijn twee verschillende vormen van wacht- of doorlooptijden; de tijd tussen de aanvraag bij de gemeente en het afgeven van een beschikking door de gemeente voor het inzetten van jeugdhulp, en de tijd tussen het afgeven van een beschikking en de daadwerkelijke start van de zorg bij de zorgaanbieder. Er zijn verschillende factoren van invloed op beide doorlooptijden. Data hierover wordt wel verzameld en vastgelegd in onze systemen, maar is geen onderdeel van de huidige rapportages en dashboards. Aan de hand van de huidige managementinformatie uit onze eigen systemen wordt de raad halfjaarlijks bijgepraat vanuit de uitwerking van de motie ‘Meten is weten’. 18. (CDA) Blz 153 sociaal Voorst waardoor heeft de raming na wijziging voor een vermindering gezorgd Met name door bijstellingen zoals opgenomen in de Najaarsrapportage 2024 (o.a. hogere incidentele bate vanuit maatschappelijke opvang en beschermd wonen). 19.

(VVD?L2000) Kunt u het verschil tussen de beleidsindicatoren formatie en bezetting toelichten? Wij verwijzen u naar de bijlage Definities beleidsindicatoren bestuur en organisatie. 20. (VVD/L2000) Kunt u mij als vergelijking met Voorst de beleidsindicatoren van de ( kleine vergelijkbare ) buurtgemeenten uit de regio stedendriehoek gemeenten; Epe - en Brummen opgeven voor het jaar 2024 wat betreft het aantal FTE per 1000 inwoners? Wij verwijzen u naar de bijlage Vergelijking Epe en Brummen. 21. (VVD/L2000) Op pagina 68 staan ook de indicatoren apparaatskosten ( 932 ) externe inhuur (12,8%) en overhead ( 13,16% ) voor het jaar 2024. Kunt u mij deze 3 indicatoren inhoudelijk toelichten. Wij verwijzen u naar de bijlage Definities beleidsindicatoren bestuur en organisatie.

Kunt u mij als vergelijking met Voorst de beleidsindicatoren van de gemeenten Epe en Brummen opgeven ? Wij verwijzen u naar de bijlage Vergelijking Epe en Brummen. Prioriteitennota 2026 -2029 22. (CDA) Kan per programma de vrijval van personeel weer worden gegeven als wordt geschrapt in de taken? Nee, dat is niet mogelijk. 23. (CDA) 6.3 inkomensregeling zorgpolis: komen alle mensen met een laag inkomen in aanmerking? Bijv ook mensen met eigen woning? Alle inwoners met een netto-inkomen tot 125% van de voor hen geldende bijstandsnorm komen in aanmerking voor het afsluiten van de gemeentepolis. Er is geen sprake van een vermogenstoets, alleen een inkomenstoets. 24. (CDA) Wat wordt bedoeld met de laatste zin op blz 22 De opbrengsten uit de reclamebelasting worden verhoogd naar € 165.000. Dit komt door hogere kosten voor het innen van deze belasting en het onderhoud van de parkeergarage. Het bedrag wordt daarnaast elk jaar aangepast met een indexering. Er zijn geen afspraken vastgelegd met de ondernemersvereniging over de verwachte opbrengsten, alleen dat er tot 2029 geen betaald parkeren komt. 2029 lijkt daarom een logisch moment om de opbrengsten vanaf dat jaar beter af te stemmen op de bijbehorende uitgaven. 25.

(VVD/L2000) In de prio komt het college met het voorstel van een aanzienlijke belasting verhoging van bijvoorbeeld 40% WOZ verhoging, tarief mogelijk lager bij meevallers vanuit de meicirculaire, hierover heb ik enkele vragen Komt de jaarlijkse inflatiecorrectie hier nog bij op? Ja. Hoe hoog is de berekende onbenutte OZB belasting capaciteit op dit moment jaar 2025? Op basis van de laatst bekende cijfers bedraagt deze € 1.572.800. Ik zag op de site van waar staat jou gemeente dat dit percentage in 2023 was vastgesteld op 3,4%, klopt dat ? Dat klopt. Dit betreft de onbenutte belastingcapaciteit uitgedrukt in een percentage van de totaal geraamde OZB-opbrengst. 26. Als bezuinigingsmaatregel doet het college een voorstel om de investeringen voor de huisvesting van de scholen ( IHP ) uit te stellen, hierover heb ik een aantal vragen. Als wij als raad instemmen met het voorstel van het college, gaan er dan op korte termijn helemaal geen investeringen plaatsvinden in het kader van het IHP? Ik bedoel stellen wij dan nu alles uit voor de komende jaren? Verwezen wordt naar de beantwoording van de eerder gestelde technische vragen. Voldoen de schoolgebouwen bij uitspel van de geplande investeringen nog wel aan de wettelijke eisen die er zijn voor de scholen, qua M2 en kwaliteit? Op dit moment is er bij een aantal scholen al een vierkante meter tekort. Dit is ook beschreven in het IHP.

De scholen voldoen op dit moment niet aan alle kwaliteitseisen die in het IHP staan beschreven, maar de scholen voldoen wel aan de eisen die in het besluit bouwwerken zijn opgenomen.

Definities beleidsindicatoren ‘bestuur en organisatie’ Vanaf het begrotingsjaar 2017 lichten gemeenten de effecten van beleid toe door een vaste set beleidsindicatoren op te nemen in de begroting en de jaarrekening. De meeste van deze indicatoren zijn te vinden via Waarstaatjegemeente.nl, onder het dashboard “Besluit Begroting en Verantwoording”. Bij elk van deze indicatoren is een omschrijving en nadere toelichting vermeld. Een aantal van deze indicatoren dient echter door gemeenten uit de eigen gegevens of de eigen begroting overgenomen te worden, omdat daar geen landelijke bron voor beschikbaar is. Het gaat hier om de 5 indicatoren op het gebied van Bestuur en Organisatie. Dit zijn de indicatoren Formatie, Bezetting, Apparaatskosten, Externe inhuur en Overheadkosten.

Omdat deze indicatoren uit de eigen gemeentelijke bronnen komen en er geen centrale verzameling plaatsvond, werden deze indicatoren niet ontsloten via Waarstaatjegemeente.nl. VNG Realisatie heeft nu in 2018 voor het eerst deze beleidsindicatoren handmatig uit de PDFbegrotingen van gemeenten verzameld. Hierbij zijn enige correcties doorgevoerd, bijvoorbeeld wanneer gemeenten de indicator niet in de juiste grootheid opnamen waarbij dat wel herleid kon worden vanuit feitelijke gegevens. Waar bij een gemeente geen cijfers vermeld staan zijn deze door de gemeenten niet opgegeven in de begroting van 2018. Op termijn worden deze 5 indicatoren Bestuur en Organisatie opgenomen in de uitvraagsystematiek van IV3.

De 5 indicatoren zijn ontsloten in een apart Excelbestand op het dashboard “Besluit Begroting en Verantwoording”. Meer informatie over de indicatoren en de gehanteerde definities is te vinden in dit document.

Formatie •

Eenheid: Fte per 1.000 inwoners

•

Bron: eigen gegevens Toelichting:

Het gaat hier om de toegestane formatie in fte van het ambtelijk apparaat van uw organisatie voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari. Uitgangspunt is het vastgestelde formatieplan, dus niet de werkelijke bezetting. Het gaat om formatieplaatsen ongeacht of die worden ingevuld door iemand met een vaste aanstelling, een tijdelijke aanstelling of nog openstaan in de vorm van een vacature. Fte is het equivalent van een 36urige werkweek.

NB: indien u formatieplaatsen heeft opgenomen voor taken die u uitvoert voor andere overheidsorganisaties (verhuurde fte's aan bijvoorbeeld een andere overheidsorganisatie of een shared service organisatie) brengt u die dan in mindering op de totale formatieve omvang.

Bezetting •

Eenheid: Fte per 1.000 inwoners

•

Bron: eigen gegevens Toelichting:

Het gaat hier om het werkelijk aantal fte dat werkzaam is, dus niet om de toegestane formatieve omvang uit het formatieplan. Let op: ook boventallige medewerkers moeten hier meegeteld worden.

Voor veel gemeenten is het niet gebruikelijk de werkelijke bezetting voor een toekomstig begrotingsjaar in te schatten. In dat geval neemt u de werkelijke bezetting in fte op 1 januari van het vorige jaar. Voor de begroting van 2017 betekent dit dat de bezetting van 1 januari 2016 wordt opgenomen.

Terugkijkend naar een begrotingsjaar wordt de werkelijke bezetting berekend. Conform de definitie van Venters voor Bedrijfsvoering berekent u de gemiddelde bezetting in dat begrotingsjaar door het gemiddelde te nemen van de werkelijke bezetting op 1 januari en op 31 december. Voor het jaarverslag 2017 betekent dit de bezetting op 1 januari 2017 + bezetting op 31 december 2017 gedeeld door 2.

Apparaatskosten • •

Eenheid: Kosten per inwoner Bron: eigen begroting

Omschrijving Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken.

Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.

Toelichting:

Apparaatskosten bestaan onder meer uit de loonkosten voor het gehele ambtelijke apparaat en, ICTkosten, huisvestings- en facilitaire kosten, inclusief externe inhuur. Apparaatskosten kunnen zowel uit overheadkosten bestaan als uit directe toewijsbare kosten, zoals bijvoorbeeld het wagenpark van de gemeentereiniging of de gemeentelijke afvalverwerking , de kosten van het personeel van een beleidsafdeling. Kapitaallasten (afschrijvingen en rente) vallen onder apparaatskosten, mits deze betrekking hebben op het laten functioneren van de organisatie, en niet voor bijvoorbeeld investeringen in verkeersinfrastructuur.

Indien u omzet voor derden maakt (bijvoorbeeld vanwege het leveren van diensten aan een shared service organisatie of andere gemeenten), brengt u deze in mindering op de apparaatskosten. Apparaatskosten bevatten echter geen programmakosten zoals subsidies, kosten voor aanleg van groenvoorziening of kosten voor infrastructuur. Apparaatskosten bevatten niet de inkoopkosten voor diensten die uitbesteed zijn en dus niet in eigen beheer zijn, bijvoorbeeld bij uitbesteding van de reiniging of afvalverwerking of outsourcing van taken aan een shared service organisatie. Soms is er sprake van een grijs gebied: zijn bijvoorbeeld de kosten van huisvuilwagens nu organisatiekosten of zijn het programmakosten? We hanteren hier het volgende uitgangspunt: Stel dat bij uitbesteding van een specifieke taak niet alleen de ambtelijke formatie zou verminderen, maar ook hiermee samenhangende gemeentelijke materiële kosten, dan beschouwen we de materiële kosten als organisatiekosten oftewel apparaatskosten.

Externe inhuur Eenheid: Kosten inhuur externen als % van totale loonsom + kosten inhuur externen Bron: eigen begroting

Omschrijving Onder externe inhuur wordt verstaan*: het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt.

Toelichting Het kan onder andere gaan om de inzet van uitzendkrachten, zzp'ers of detacheringsovereenkomsten. Het kan zowel gaan om inhuur voor tijdelijke vervanging of voor

inhuur van specialisten met specialistische vakkennis die ontbreekt in uw organisatie. Kenmerk van inhuur is dat de ingehuurde functionaris een plaats krijgt in de hiërarchie van de organisatie. Onder de definitie van externe inhuur valt niet: • alle vormen van uitbesteding en outsourcing waarin sprake is van resultaatopdrachten of waarbij resultaatafspraken worden gemaakt, zonder dat er door de opdrachtgever op inzet van specifieke capaciteit wordt gestuurd. Anders gezegd: alle vormen waarin een product of opdracht compleet in de markt wordt gezet. • Inhuur van deskundigheid voor de uitoefening van wettelijke taken, zoals tolken.

* Definitie conform Vensters voor Bedrijfsvoering, HR Monitor A+O fonds gemeenten.

Overhead • •

Eenheid: % van totale lasten Bron: eigen begroting

Omschrijving Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces*.

Toelichting: Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead wordt bovenstaande definitie geïntroduceerd. De definitie omvat naast alle loonkosten van de met name genoemde zogenaamde PIOFACH- functies in de definitie van ‘Vensters voor Bedrijfsvoering’, ook de ICT kosten van alle PIOFACH-systemen, alle huisvestingskosten, de uitbestedingskosten bedrijfsvoering en naar rato de rentekosten die niet zijn toe te delen aan de taakvelden in het primaire proces. Dat betekent dat in ieder geval de kosten in verband met de volgende elementen tot kosten van overhead worden gerekend en moeten worden opgenomen: Financiën, Toezicht en Controle gericht op de eigen organisatie; • • • • • • •

Personeel en organisatie; Inkoop (incl. aanbesteding en contractmanagement); Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie; Juridische zaken; Bestuurszaken en bestuursondersteuning (exclusief de griffie omdat die geen onderdeel uitmaakt van de ambtelijke organisatie); Informatievoorziening en automatisering van PIOFACH-systemen; Facilitaire zaken en Huisvesting (incl. beveiliging)

• •

Documentaire informatievoorziening (DIV); Managementondersteuning primair proces.

N.b. Om het percentage overheadkosten te berekenen dienen de ‘overheadkosten’ zoals begroot/verantwoord op taakveld 0.4 gedeeld te worden door het totaal saldo van de lasten (exclusief toevoegingen aan reserves).

* Definitie conform BBV.

Bijlage Vergelijking beleidsindicatoren Bestuur en organisatie gemeenten Epe en Brummen

Gemeente Epe

Gemeente Brummen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15623881/1