Bijlage 2.08 - Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019
Tekst van het document
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Lokale wet- en regelgeving
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 Geldend van 15-04-2025 t/m heden
Intitulé Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019
Hoofdstuk 1 Algemene Bepalingen Artikel 1.1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: 1.
bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan gedeputeerde staten de grenzen hebben vastgesteld overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de Wegenwet
2.
bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
3.
bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Bouwverordening Vlaardingen;
4.
bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet;
5.
college: het college van burgemeester en wethouders van Vlaardingen;
6.
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder c, van de Woningwet;
7.
handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen;
8.
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
9.
openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties.
10.
openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;
11.
parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
12.
rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht;
13.
voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen;
14.
weg: a.
de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen;
b.
de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
1/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
c.
de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn;
d.
andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten;
Artikel 1.2 Beslistermijn 1.
Het bevoegd bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag.
2.
Het bestuursorgaan kan zijn beslissing gemotiveerd en met redenen omkleed voor ten hoogste acht weken verdagen.
3.
Het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt niet voor zover in deze verordening andere beslistermijnen zijn vastgesteld.
4.
In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing als beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2.13, derde lid, aanhef en onder a of artikel 2.14.
Artikel 1.3 Indiening aanvraag Vervallen
Artikel 1.4 Voorschriften en beperkingen 1.
Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.
2.
Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen.
Artikel 1.5 Karakter van vergunning of ontheffing 1.
De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.
2.
De exploitatievergunning voor openbare inrichtingen waarvoor de sluitingstijden gelden als genoemd in artikel 2.41, tweede lid, heeft tevens een zaaksgebonden karakter.
Artikel 1.6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a.
ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;
b.
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;
c.
de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
d.
van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen of gedurende een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;
e.
de werkelijke situatie afwijkt van de vergunde situatie; of
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
2/223
29-04-2025, 13:30
f.
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
de houder dit verzoekt.
Artikel 1.7 Vergunning of ontheffing voor onbepaalde tijd 1.
De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet.
2.
De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft.
Artikel 1.8 Weigeringsgronden 1.
2.
De vergunning of ontheffing kan door het daartoe bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a.
de openbare orde;
b.
de openbare veiligheid;
c.
de volksgezondheid;
d.
de bescherming van het milieu.
Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan 3 weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.
Artikel 1.9 Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen Vervallen.
Artikel 1.10 Geen positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen Vervallen.
Hoofdstuk 2 Openbare Orde Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2.1 Samenscholing en ongeregeldheden 1.
Het is verboden op de weg deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.
2.
Degene die op de weg a.
aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
b.
aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of
c.
zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing
is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
3/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
3.
Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op terreinen, wegen of weggedeelten die door of vanwege het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.
4.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid.
5.
Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties.
6.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2.2 Aanwijzing overlastgebied 1.
De burgemeester is bevoegd om een gebied aan te wijzen waar naar zijn oordeel sprake is van een ernstige verstoring of bedreiging van de openbare orde.
2.
Het is verboden zich in een aangewezen gebied op te houden in een groep van meer dan vier personen indien dit leidt tot een verstoring van de openbare orde.
3.
De burgemeester trekt de aanwijzing in zodra naar zijn oordeel sprake is van een voldoende herstel van de openbare orde in het aangewezen gebied.
Afdeling 2 Betoging Artikel 2.3 Optochten Vervallen.
Artikel 2.4 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1.
Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester.
2.
De kennisgeving bevat: a.
naam en adres van degene die de betoging houdt;
b.
het doel van de betoging;
c.
de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging;
d.
de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging;
e.
voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
f.
maatregelen die degene die de betoging houdt, zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.
3.
Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.
4.
Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip voorafgaat vóór 12.00 uur.
5.
De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.
Artikel 2.5 Afwijking termijn https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
4/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Vervallen (opgenomen in artikel 2.4).
Artikel 2.6 Te verstrekken gegevens Vervallen (opgenomen in artikel 2.4).
Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken Artikel 2.7 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of afbeeldingen (folderen en flyeren) 1.
Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden op door het college aangewezen wegen of gedeelten daarvan.
2.
Het college kan het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3.
Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en afbeeldingen.
4.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste lid.
5.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg Artikel 2.8 Feest, muziek en wedstrijd e.d. Vervallen.
Artikel 2.9 Dienstverlening Vervallen.
Artikel 2.10 Straatartiest en straatmuzikant 1.
Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest of straatmuzikant op te treden op door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen openbare plaatsen.
2.
De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.
3.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2.10a Draaiorgel 1.
Het is verboden zonder of in strijd met een vergunning van de burgemeester muziek te maken met een draaiorgel.
2.
De vergunning, bedoeld in het eerste lid, is geldig tot en met 31 december van het kalenderjaar waarvoor de vergunning is verleend.
3.
De burgemeester kan weggedeelten aanwijzen waar het verboden is muziek te maken met een draaiorgel ter voorkoming of beperking van overlast voor weggebruikers en gebruikers van in de nabijheid
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
5/223
29-04-2025, 13:30
4.
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
gelegen onroerende zaken. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg Artikel 2.11 Het plaatsen van voorwerpen op, aan of boven de weg in strijd met de publieke functie ervan 1.
Het is verboden zonder voorafgaande melding aan het college, de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan.
2.
De melding geschiedt op een door het college vastgesteld formulier.
3.
De melding wordt geacht eerst dan te zijn gedaan wanneer het formulier volledig en naar waarheid is ingevuld.
4.
Het college kan het gebruik verbieden, indien: a.
het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, gevaar oplevert of kan opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg;
b.
het gebruik afbreuk doet aan het uiterlijk aanzien van de openbare ruimte;
c.
dit in het belang is van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaak.
5.
Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon- en leefomgeving nadere regels stellen over het bepaalde in het vierde lid.
6.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: a.
vlaggen, wimpels of vlaggenstokken indien deze geen gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of goederen en niet voor commerciële doeleinden worden gebruikt;
b.
zonneschermen, voor zover ze zijn aangebracht boven het voor voetgangers bestemde gedeelte van de weg en voor zover: -
elk onderdeel zich hoger dan 2,2 meter boven dat gedeelte bevindt, en
-
elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, zich op meer dan 0,5 meter van het voor rijverkeer bestemde gedeelte van de weg bevindt, en
-
elk onderdeel, in welke stand het scherm ook staat, minder dan 1,5 meter buiten de opgaande gevel reikt;
c.
de voorwerpen of stoffen, die noodzakelijkerwijze kortstondig op de weg gebracht worden in verband met laden of lossen ervan. Degene die werkzaamheden verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg daarvan gereinigd is;
d.
voertuigen;
e.
voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens worden geopenbaard;
f.
evenementen als bedoeld in afdeling 7 van dit hoofdstuk;
g.
terrassen als bedoeld in artikel 2.39, vijfde lid;
h.
banieren die worden gebruikt voor aankondiging van evenementen en stadspromotie of door culturele semipublieke instanties die door het college worden gesubsidieerd, mits ze worden geplaatst op de door het college daartoe aangewezen plaatsen en voldoen aan de door het college ter zake te stellen beleidsregels;
i.
standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
6/223
29-04-2025, 13:30
j.
7.
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
betonnen bergingen met een maximale afmeting van 2,00 x 1,40 x 1,60 m (lxhxb) voor de plaatsing van (rol)containers bestemd voor de openbare inzameling van huishoudelijk afval;
k. voorwerpen als bedoeld in artikel 5.30. Voor de toepassing van het zesde lid, onder c, wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
8.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale wegenverordening.
9.
De verbodsgrond van het vierde lid, onder a is niet van toepassing indien in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
10.
De verbodsgrond van het vierde lid, onder b geldt niet voor bouwwerken.
11.
De verbodsgrond van het vierde lid, onder c is niet van toepassing indien in het geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2.12 Winkeluitstallingen Vervallen (valt onder artikel 2.11).
Artikel 2.13 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde bestuursorgaan een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, de aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat, alsmede alle niet openbare ontsluitingswegen van gebouwen.
3.
De vergunning wordt verleend: a.
als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening of voorbereidingsbesluit; of
b.
door het college in de overige gevallen.
4.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.
5.
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Vlaardingen 2017.
6.
Op de vergunning, niet zijnde een omgevingsvergunning, is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2.14 Maken, hebben of veranderen van een uitweg 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college: a.
een uitweg te maken naar de weg;
b.
van de weg gebruik te maken voor het hebben van een uitweg;
c.
verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.
3.
De vergunning kan worden geweigerd in het belang van:
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
7/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
a.
de bruikbaarheid van de weg;
b.
het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
c.
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
d.
de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente
e. 4. 5.
of indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Afdeling 6 Veiligheid op de weg Artikel 2.15 Veroorzaken van gladheid Vervallen.
Artikel 2.16 Winkelwagentjes 1.
Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt, is verplicht deze: a.
te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en
b.
terstond te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.
2.
Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op de weg achter te laten anders dan op een daartoe aangewezen plaats.
3.
Het is verboden zich met een winkelwagentje op de weg te bevinden buiten de onmiddellijke omgeving van het bedrijf of, indien het bedrijf gelegen is in een winkelcentrum, buiten de onmiddellijke omgeving van het winkelcentrum. Als onmiddellijke omgeving van het bedrijf of winkelcentrum wordt aangemerkt de weg of het weggedeelte, grenzend aan het bedrijf of winkelcentrum en tevens een aan die weg of dat weggedeelte aansluitende parkeerplaats.
4.
Het eerste lid, aanhef en onder b is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.
Artikel 2.17 Hinderlijke beplanting of voorwerp Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te hebben op zodanige wijze dat aan weggebruikers het vrije uitzicht wordt belemmerd of voor hen op andere wijze hinder of gevaar ontstaat.
Artikel 2.18 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.
Artikel 2.19 Kelderingangen en dergelijke Vervallen.
Artikel 2.20 Rookverbod in bossen en op natuurterreinen https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
8/223
29-04-2025, 13:30
1.
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Het is verboden in bossen, op heide, veengronden of natuurterreinen of binnen een afstand van dertig meter daarvan: a.
te roken gedurende een door het college aangewezen periode;
b.
voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
2.
Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 3 , van het Wetboek van Strafrecht.
3.
Het verbod in het eerste lid, onder a, is voorts niet van toepassing voor zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.
Artikel 2.21 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 1.
Het is verboden op, aan of boven het voor voetgangers of (brom)fietsen bestemde deel van de weg op enigerlei wijze prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2 meter boven dat gedeelte van de weg.
2.
Het verbod is niet van toepassing op prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m uit de uiterste rand van de weg, op van de weg af gerichte delen van een afscheiding zijn aangebracht.
3.
Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.
Artikel 2.22 Vallende voorwerpen Vervallen.
Artikel 2.23 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1.
De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk, voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het openbaar verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.
Artikel 2.24 Veiligheid op het ijs Vervallen.
Artikel 2.25 Sneeuwvrij maken van voetpad Vervallen.
Artikel 2.25a (Slaap)verblijf op de weg, in voertuigen en in kampeermiddelen Het is verboden in een door het college aangewezen gebied op de weg, al dan niet in een motorvoertuig, te slapen, dan wel aan de weg een voertuig, woonwagen, tent, caravan of een soortgelijk of ander onderkomen te plaatsen met het kennelijke doel dit als slaapplaats te gebruiken of daarin te slapen dan wel gelegenheid daartoe te bieden.
Afdeling 7 Evenementen
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
9/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Artikel 2.26 Definities 1.
2.
3.
4.
In deze afdeling wordt onder evenement verstaan: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a.
bioscoop- en theatervoorstellingen;
b.
markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet;
c.
kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;
d.
het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen;
e.
betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
f.
activiteiten als bedoeld in artikel 2.10 van deze verordening;
g.
sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder g.
Onder evenement wordt mede verstaan: a.
een herdenkingsplechtigheid;
b.
een braderie;
c.
een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2.4 van deze verordening;
d.
een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
e.
een snuffelmarkt;
f.
een straatfeest of buurtbarbecue.
g.
een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s.
Evenementen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: a.
0-evenement: evenement met een laag risicoprofiel, waarvoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het bezoekersaantal bedraagt maximaal 250 mensen;
b.
A-evenement: laag risico-evenement, waarbij sprake is van een beperkte impact op de omgeving en het verkeer;
c.
B-evenement: gemiddeld risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de directe omgeving en/of gevolgen voor het verkeer;
d.
C-evenement: hoog risico-evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de stad en/of regionale gevolgen voor het verkeer.
In deze afdeling wordt onder 0-evenement verstaan een eendaags evenement waarbij: a.
het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;
b.
de activiteiten plaatsvinden op maandag tot en met zaterdag tussen 09:00 en 23:00 uur of op een zon- of feestdag tussen 13:00 en 23:00 uur;
c.
geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 22.00 uur, dan wel in dit tijdsbestek het maximaal toelaatbare geluidsniveau van 70 dB(A) op de gevels van omringende woningen niet wordt overschreden;
d.
de activiteiten niet plaatsvinden op de rijbaan, (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormen voor het verkeer en de hulpdiensten; en
e.
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 25 vierkante meter per object. Onder kleine objecten worden geen springkussens begrepen.
f.
er geen extra politiecapaciteit nodig is;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
10/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
5.
Het is verboden zonder melding aan de burgemeester een 0-evenement te organiseren, toe te laten of feitelijk te leiden.
6.
De melding van een 0-evenement wordt ten minste vijf werkdagen voordat het evenement plaatsvindt, ingediend.
7.
Het evenement mag worden gehouden als de burgemeester de melding schriftelijk heeft bevestigd.
Artikel 2.27 Evenementenvergunning 1.
Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een A-, B- of Cevenement te organiseren, toe te laten of feitelijk te leiden.
2.
De vergunning geldt voor één evenement.
3.
De burgemeester weigert de vergunning voor een B- of C evenement indien de organisator:
4.
a.
onder curatele staat,
b.
in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of
c.
de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen indien naar zijn oordeel: a.
een gebeurtenis van nationale omvang op de dag van het evenement of daags voor het evenement een dusdanig effect op het gemeenschapsleven heeft, dat het niet wenselijk is dat de activiteiten worden voortgezet;
b.
de vergunningvoorschriften niet worden nageleefd;
c.
ten behoeve van de vergunningverlening onvolledige of onjuiste gegevens zijn verstrekt;
d.
er een onevenredig beroep op de beschikbare bezetting van de hulpverleningscapaciteit wordt gedaan;
e.
tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke maatregel is genomen;
f.
de bescherming van een jaar- of weekmarkt nodig is;
g.
het B- of C-evenement niet voor 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin het evenement plaatsvindt, is aangemeld;
h.
een volledige aanvraag voor een A-evenement niet ten minste vier weken voor het evenement plaatsvindt, is ontvangen;
i.
een volledige aanvraag voor een B- of C-evenement niet ten minste acht weken voor het evenement plaatsvindt, is ontvangen;
j.
de inhoud, frequentie of uitstraling van het evenement niet past in het evenementenbeleid, het imago of de belangen van de stad Vlaardingen.
5.
De burgemeester kan ter regulering van het evenement voorschriften aan de vergunning verbinden.
6.
Risicoverhogende feiten of omstandigheden waarvan eerst na de aanvraag is gebleken, worden door de organisator onverwijld aan de burgemeester gemeld.
7.
Dit artikel is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto artikel 148 van de WVW 1994.
8.
In afwijking van artikel 1.2, eerste lid, beslist de burgemeester: a.
indien er sprake is van een A-evenement, binnen vier weken na de dag waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 2.27 is ontvangen.
b.
indien er sprake is van een B- of C- evenement, binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag om een vergunning krachtens artikel 2.27 is ontvangen.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
11/223
29-04-2025, 13:30
9.
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2.28 Ordeverstoring Vervallen.
Artikel 2.29 Grootschalige evenementen Vervallen.
Artikel 2.30 Beëindiging (grootschalig) evenement Vervallen.
Artikel 2.31 Vrijstelling vergunningplicht Vervallen.
Artikel 2.32 Verboden evenement Vervallen.
Artikel 2.32a 0-evenementen Vervallen (opgenomen in artikel 2.26).
Artikel 2.32b Beslistermijn Vervallen (opgenomen in artikel 2.27).
Artikel 2.32c Openbare orde en veiligheid 1.
De burgemeester kan in de aanloop naar, tijdens, en na een evenement alle aanwijzingen geven die hij noodzakelijk acht ter handhaving van de openbare orde. De burgemeester bedient zich daarbij van de onder zijn gezag staande politie, brandweer en hulpverlening.
2.
De organisator van een evenement is verplicht in de aanloop naar, tijdens, en na het evenement:
3.
a.
alle maatregelen te treffen ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde;
b.
het evenement onverwijld te beëindigen bij verstoring van de openbare orde of de vrees daarvoor;
c.
een aanwijzing van de burgemeester onverwijld op te volgen;
d.
ervoor te zorgen dat bij een verstoring van de openbare orde na een aanwijzing van de burgemeester, dan wel een ambtenaar van politie, of brandweer geen publiek meer tot het evenement wordt toegelaten.
Het is voor bezoekers van een evenement tijdens en na het evenement: a.
verboden zich op het evenemententerrein te gedragen met het kennelijke doel om de openbare orde of veiligheid te verstoren of te bedreigen;
b.
verboden al dan niet op het evenemententerrein – op of aan de weg of op voor het publiek toegankelijke plaatsen - voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, te dragen of te vervoeren die kennelijk bestemd zijn om de openbare orde of veiligheid te verstoren;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
12/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
c.
verboden zich op een evenemententerrein te begeven indien overeenkomstig het eerste, dan wel het tweede lid onder d opdracht is gegeven het evenemententerrein te verlaten;
d.
verplicht ter ordelijk verloop van een evenement of bij enig voorval waardoor wanordelijkheden ontstaan of dreigen te ontstaan, op een daartoe strekkende aanwijzing van een ambtenaar van de politie of brandweer, zijn weg te vervolgen of aanwijzingen van andere aard in het belang van de openbare orde of veiligheid van personen en goederen, dan wel ter beperking van gemeen gevaar, onverwijld en stipt op te volgen.
Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2.33 Definities 1.
2.
In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden verstrekt of bereid. Onder een openbare inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel, motel, restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, bar, automatiek, croissanterie, crêperie, broodjeswinkel, shoarmazaak, koffiehuis, ijssalon, discotheek, buurthuis, clubhuis of daaraan verwante inrichting waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt, dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie worden bereid en/of verstrekt. Onder openbare inrichting wordt tevens verstaan een bij deze inrichting behorend terras en andere aanhorigheden;
b.
terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt;
c.
exploitant: degene die een openbare inrichting exploiteert op grond van het bepaalde in artikel 2.34 en 2.34a;
d.
leidinggevende(n): de natuurlijke persoon of personen die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent of uitoefenen in een openbare inrichting;
Deze afdeling verstaat niet onder bezoekers: a.
de gezinsleden van de exploitant en leidinggevende, alsmede zijn elders wonende bloed en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;
b.
de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;
c.
de personen wier aanwezigheid in de openbare inrichting wegens dringende redenen noodzakelijk is.
Artikel 2.34 (Tijdelijke) Exploitatievergunning openbare inrichting 1.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
2.
Indien naar het oordeel van de burgemeester onvoldoende vaststaat dat de weigeringsgronden genoemd in artikel 2.39, tweede lid zich voordoen, kan de burgemeester een vergunning afgeven voor een proefperiode van ten hoogste één jaar (tijdelijke vergunning).
3.
Indien gedurende de proefperiode als bedoeld in het tweede lid blijkt dat de weigeringsgronden genoemd in artikel 2.39, tweede lid zich voordoen, kan de burgemeester nadere voorschriften aan de vergunning verbinden of de tijdelijke vergunning intrekken.
4.
Indien tijdens de proefperiode niet van bezwaren is gebleken, deelt de burgemeester de exploitant van de openbare inrichting schriftelijk mee dat de tijdelijke vergunning met ingang van een nader door hem te bepalen datum wordt beschouwd als een vergunning als bedoeld in het eerste lid.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
13/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Artikel 2.34a Voorlopige exploitatievergunning openbare inrichting 1.
Zodra een aanvraag exploitatievergunning is ingediend voor de overname van een bestaande openbare inrichting die binnen dezelfde of lichtere exploitatiecategorie zal worden geëxploiteerd, kan een voorlopige exploitatievergunning worden aangevraagd.
2.
Een voorlopige exploitatievergunning kan, in aanvulling op het bepaalde in artikel 2.39, eerste, tweede en derde lid, worden geweigerd, indien: a.
overlastklachten over de bestaande exploitatie van de inrichting zijn ontvangen bij de gemeente of de politie;
b.
jegens de aanvrager van de voorlopige exploitatievergunning of de inrichting zelf een bestuurlijke maatregel van kracht is dan wel een voornemen tot het nemen van een bestuurlijke maatregel bestaat;
c.
over de bestaande exploitatie bestuurlijke procedures lopen.
d.
de inrichting langer dan 6 maanden niet is geëxploiteerd.
3.
Een voorlopige exploitatievergunning wordt niet verleend voor de exploitatie van een coffeeshop of speelautomatenhal.
4.
De burgemeester stelt nadere regels vast over de stukken die bij de vergunningaanvraag moeten worden overgelegd.
Artikel 2.35 Vrijstelling vergunningplicht 1.
Geen vergunning is vereist voor de exploitatie van een openbare inrichting, die zich bevindt in een: a.
schoolkantine;
b.
bedrijfskantine of -restaurant, voor zover deze uitsluitend als zodanig in gebruik is;
c.
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet, voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit. Hiervan is in ieder geval sprake als wordt voldaan aan alle hieronder genoemde voorwaarden: -
het horecagedeelte bevat maximaal 9 zitplaatsen;
-
het horecagedeelte is beperkt in omvang in verhouding tot de oppervlakte van de totale winkel;
-
in het horecagedeelte worden geen alcoholhoudende dranken verstrekt;
-
er zijn geen speelautomaten aanwezig;
-
er worden hooguit op beperkte schaal eet- en drinkwaren verstrekt die in relatie staan tot het assortiment van de winkel (uitgezonderd grootwinkelbedrijven).
d.
crematorium of rouwcentrum;
e.
museum, bejaardentehuis, ziekenhuis of verpleeghuis, voor zover deze uitsluitend zijn gericht op de bezoekers, bewoners c.q. verzorgingsbehoeftigen/patiënten en hun bezoekers, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
f.
-
het horecagedeelte is beperkt in omvang in verhouding tot de oppervlakte van de totale inrichting;
-
in het horecagedeelte worden geen alcoholhoudende dranken verstrekt;
-
er worden hooguit op beperkte schaal eet- en drinkwaren verstrekt.
buurt- of clubhuis waar kleinschalige niet commerciële activiteiten plaatsvinden, zoals bij verenigingen of stichtingen, mits ze voldoen aan alle hieronder genoemde voorwaarden: -
de horeca-exploitatie is ondergeschikt aan de hoofddoelstelling en activiteiten;
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
14/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
-
er wordt geen levende muziek ten gehore gebracht;
-
er worden geen alcoholhoudende dranken verkocht en geschonken;
-
de ruimten worden niet gebruikt om feesten en partijen te geven;
-
er vindt geen zalenverhuur plaats;
er zijn geen speelautomaten aanwezig. een gebouw in gebruik door een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in afdeling 8a van deze verordening Voor de in het eerste lid genoemde openbare inrichtingen kan worden volstaan met een schriftelijke melding aan de burgemeester vóór aanvang van de exploitatie. g.
2.
Artikel 2.36 Eisen exploitant en leidinggevende 1.
De exploitant en de leidinggevende van een openbare inrichting voldoen aan de bij of krachtens artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b en c, en tweede lid van de Alcoholwet aan leidinggevenden gestelde eisen, met dien verstande dat de exploitant en de leidinggevende de minimale leeftijd van 18 jaar heeft bereikt.
2.
Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren indien door de exploitant niet of niet langer wordt voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste lid, aanhef en onder b en c, en tweede lid van de Alcoholwet aan leidinggevenden gestelde eisen.
Artikel 2.37 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en leidinggevende 1.
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben zonder dat de exploitant of leidinggevende in de openbare inrichting aanwezig is.
2.
De exploitant of leidinggevende is verplicht er voortdurend op toe te zien dat in de openbare inrichting geen strafbare feiten plaatsvinden.
3.
De burgemeester kan openbare inrichtingen of categorieën van openbare inrichtingen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet geldt.
4.
Het verbod geldt niet voor openbare inrichtingen als genoemd in artikel 4 van de Alcoholwet.
Artikel 2.38 Beslistermijn 1.
De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de aanvraag met bijbehorende gegevens en bescheiden heeft ontvangen.
2.
In afwijking van het eerste lid, beslist de burgemeester binnen vijf werkdagen na de datum waarop hij de aanvraag voor een voorlopige exploitatievergunning heeft ontvangen.
3.
De beslissing als in het eerste lid kan gemotiveerd en met redenen omkleed eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd.
4.
De beslissing op een aanvraag voor een voorlopige exploitatievergunning kan gemotiveerd en met redenen omkleed eenmaal voor ten hoogste vijf werkdagen worden verdaagd.
5.
Op de vergunning als bedoeld in artikel 2.34 en 2.34a is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
Artikel 2.39 Weigerings- en intrekkingsgronden 1.
De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.34 en 2.34a indien: a.
de vestiging of de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het geldende bestemmingsplan;
b.
niet wordt voldaan aan de in artikel 2.36, eerste lid gestelde eisen.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
15/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 kan de burgemeester de vergunning als bedoeld in het eerste lid van artikel 2.34 en 2.34a slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare inrichting.
3.
Bij de toepassing van de in het vorige lid genoemde weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met:
4.
a.
het karakter van de straat en van de wijk waarin de openbare inrichting is gelegen of zal komen te liggen;
b.
de aard van de openbare inrichting;
c.
de spanning waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de openbare inrichting;
d.
de wijze van bedrijfsvoering van de houder van de inrichting in deze of in andere openbare inrichtingen, alsmede diens antecedenten.
De burgemeester kan de vergunning tijdelijk of voor onbepaalde tijd geheel of gedeeltelijk intrekken of wijzigen: a.
indien blijkt, dat de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens en bescheiden is verleend;
b.
indien de exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting de bepalingen in deze afdeling, dan wel de voorschriften, behorende bij de vergunning, overtreedt;
c.
indien aannemelijk is, dat de exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting betrokken is of hem ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten in of vanuit de openbare inrichting, die een gevaar opleveren voor de openbare orde en/of een bedreiging vormen voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
d.
indien de exploitant of leidinggevende strafbare feiten pleegt in de openbare inrichting, dan wel toestaat of gedoogt dat in zijn openbare inrichting strafbare feiten worden gepleegd;
e.
indien de exploitant of leidinggevende van de openbare inrichting zich schuldig maakt aan discriminatie naar ras, geslacht, seksuele geaardheid, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid of op welke grond dan ook;
f.
indien zich in of vanuit de openbare inrichting anderszins feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat het geopend blijven van de openbare inrichting gevaar oplevert voor de openbare orde en/of een bedreiging vormt voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van de openbare inrichting;
g.
indien de exploitatie van de openbare inrichting voor een periode van langer dan zes maanden is of wordt onderbroken, alsmede indien er sprake is van een gewijzigde exploitatie, waarvoor geen nieuwe vergunning is aangevraagd;
h.
indien op grond van verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen, dat intrekking wordt gevorderd door de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is vereist;
i.
indien de exploitant of leidinggevende niet langer voldoet aan de in artikel 2.36, eerste lid gestelde eisen;
j.
indien blijkt dat er sprake is van een wijziging van de exploitant, waarvoor geen nieuwe exploitatievergunning is aangevraagd.
5.
In afwijking van het bepaalde in artikel 2.11 beslist de burgemeester in geval van een melding die betrekking heeft op een terras behorend bij een openbare inrichting voor zover dit zich op de weg bevindt, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.
6.
Onverminderd het gestelde in het tweede en derde lid kan de burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming van die weg ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting horende terrassen verbieden:
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
16/223
29-04-2025, 13:30
a.
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan;
b. 7.
indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Het vijfde en zesde lid zijn niet van toepassing in situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken of de provinciale wegenverordening.
Artikel 2.40 Opheffing vergunningplicht Vervallen.
Artikel 2.41 Sluitingstijden 1.
Het is de exploitant of leidinggevende van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a niet zijnde een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.49a, verboden deze voor bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven op zondag tot en met donderdag tussen 01.00 uur en 07.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 02.00 uur en 07.00 uur.
2.
De burgemeester kan ten hoogste zeven openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a aanwijzen, waarvan de eigenaar of exploitant verplicht is te zorgen dat de openbare inrichting in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, is gesloten en door bezoekers is verlaten op zondag tot en met donderdag tussen 04.00 en 19.00 uur, en op vrijdag en zaterdag tussen 05.00 en 20.00 uur. De burgemeester is bevoegd van het maximum aantal openbare inrichtingen af te wijken, indien naar zijn oordeel sprake is van een zodanig bijzonder concept van bedrijfsvoering van de openbare inrichting, dat het de in dit lid genoemde sluitingstijden rechtvaardigt.
3.
Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.35, eerste lid onder c, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de winkel.
4.
De burgemeester kan voor openbare inrichtingen als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a of voor een daartoe behorend terras, die gevestigd zijn in door hem aangewezen gebieden, andere sluitingstijden vaststellen.
5.
De burgemeester kan door middel van een vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor een afzonderlijke openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a.
6.
Het is de exploitant van een openbare inrichting die beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a, toegestaan om in afwijking van de in het eerste, vierde en vijfde lid genoemde sluitingstijden, maximaal tien keer per jaar zijn inrichting, met uitzondering van het terras, voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tot 05.00 uur op maandag tot en met zondag, mits de exploitant dit op de dag waarop de afwijking sluitingstijden geldt, aan de burgemeester heeft gemeld.
7.
Het is de exploitant van een openbare inrichting die beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a, toegestaan om in afwijking van de in het tweede, vierde en vijfde lid genoemde sluitingstijden, maximaal 10 keer per jaar zijn inrichting, met uitzondering van het terras, voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tot 05.00 uur op zondag tot en met donderdag, en tot 06.00 uur op vrijdag en zaterdag, mits de exploitant dit op de dag waarop de afwijking sluitingstijden geldt, aan de burgemeester heeft gemeld.
8.
Een melding als bedoeld in het zesde en zevende lid kan alleen worden gedaan in combinatie met een kennisgeving incidentele festiviteit als bedoeld in artikel 4.3 van deze verordening. Nadat de melding/kennisgeving is gedaan, is het de exploitant toegestaan om:
9.
-
af te wijken van de sluitingstijden; of
-
een incidentele festiviteit te houden; of
-
op dezelfde dag af te wijken van de sluitingstijden en een incidentele festiviteit te houden.
Het is de exploitant van een openbare inrichting die beschikt over een exploitatievergunning als bedoeld in artikel 2.34 of in artikel 2.34a, toegestaan op maximaal twaalf door de burgemeester aan te wijzen dagen, zijn openbare inrichting, met uitzondering van het terras, voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tot 05.00 uur.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
17/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
10.
Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na sluitingstijd.
11.
Het eerste, tweede, vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is voorzien.
Artikel 2.42 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 1.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2.41 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 13b van de Opiumwet voorziet.
Artikel 2.43 Gesloten verklaren van een openbare inrichting 1.
Onverminderd het bepaalde in artikel 2.42 kan de burgemeester een openbare inrichting - al dan niet voor een bepaalde duur - gesloten verklaren: a.
indien deze openbare inrichting wordt geëxploiteerd zonder geldige vergunning;
b.
indien deze openbare inrichting wordt geëxploiteerd in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;
c.
indien de burgemeester oordeelt, dat één van de in artikel 2.39, vierde lid, genoemde situaties waarin intrekking van de vergunning mogelijk is, zich voordoet.
2.
De sluiting wordt geacht in het openbaar bekend te zijn gemaakt zodra een besluit tot sluiting op, in of nabij de toegang of toegangen van de openbare inrichting is aangebracht.
3.
Een sluiting voor onbepaalde duur kan op aanvraag van belanghebbende(n) door de burgemeester worden opgeheven, wanneer later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en naar zijn oordeel voldoende garanties aanwezig zijn, dat geen herhaling van de gronden die tot de sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden.
Artikel 2.44 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting 1.
Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de tijd dat deze inrichting krachtens artikel 2.41 of ingevolge een op grond van artikel 2.42 of 2.43 genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of aldaar te bevinden.
2.
Het is de exploitant of de leidinggevende van de openbare inrichting verboden na het van kracht worden van de sluiting bedoeld in het eerste lid, bezoekers tot de openbare inrichting toe te laten of daarin te laten verblijven.
Artikel 2.45 Glazen drinkgerei 1.
De exploitant en leidinggevende van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2.33 alsmede de leidinggevende van een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.49b, zijn verplicht zodanige maatregelen te nemen dat de bezoekers van hun inrichting geen drinkgerei van glas of flessen van glas buiten de besloten ruimte en het terras van de inrichting brengen.
2.
Het is de exploitant en leidinggevende van een inrichting als bedoeld in het eerste lid die door de burgemeester is aangewezen of die is gelegen aan een door de burgemeester bij openbare kennisgeving aangewezen weg, verboden drank in glas te verstrekken binnen de besloten ruimte en op het terras van de inrichting gedurende een door de burgemeester in die openbare kennisgeving aangegeven periode.
3.
De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede lid genoemde verbod.
4.
Het in het tweede lid bepaalde geldt niet voor restaurants.
5.
Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
18/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Artikel 2.45a Verbod verkoop bier in blik voor openbare inrichtingen Het is verboden in door de burgemeester aangewezen openbare inrichtingen, tijdens een evenement als bedoeld in artikel 2.26, in de door de burgemeester aangewezen periode, bedrijfsmatig of anders dan om niet bier in blik te verstrekken.
Artikel 2.45b Lachgasverbod openbare inrichting Het is verboden, om als exploitant, leidinggevende en bezoeker, in en om een openbare inrichting lachgas voor recreatief gebruik te verkopen, aanwezig te hebben en/of te gebruiken.
Artikel 2.46 Handel binnen openbare inrichtingen 1.
In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.
2.
De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze overdraagt.
Artikel 2.47 Ordeverstoring 1.
Het is verboden in een openbare inrichting de orde te verstoren.
2.
Degene die naar het oordeel van een ambtenaar van politie of de exploitant van de openbare inrichting handelt in strijd met het eerste lid is verplicht die openbare inrichting op bevel van die ambtenaar c.q. op aanzegging van die exploitant terstond te verlaten.
Artikel 2.48 Geldigheidsduur vergunning 1.
Een door de burgemeester verleende vergunning als bedoeld in artikel 2.34, eerste lid, heeft in beginsel een geldigheidsduur van onbepaalde tijd.
2.
Een voorlopige exploitatievergunning vervalt op de dag van beslissing op de aanvraag exploitatievergunning.
3.
De burgemeester kan in het belang van de openbare orde en het woon- en leefklimaat voor een openbare inrichting of voor een bepaalde categorie van openbare inrichtingen een geldigheidsduur voor bepaalde tijd vaststellen.
4.
De burgemeester kan ten hoogste eens in de vijf jaar degene aan wie een exploitatievergunning is verleend, verzoeken de juistheid van de bij de burgemeester bekende gegevens omtrent degene aan wie of omtrent de activiteit waarvoor een exploitatievergunning is verleend, binnen een door de burgemeester te stellen termijn te controleren.
5.
Degene aan wie het verzoek als bedoeld in het vierde lid is gedaan, is verplicht daaraan te voldoen.
Artikel 2.48a Beëindiging exploitatie De exploitatievergunning vervalt a.
zodra de exploitant of exploitanten de exploitatie van de openbare inrichting heeft of hebben beëindigd;
b.
indien de openbare inrichting om andere redenen dan een bestuurlijke sanctie als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, onder a van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes aaneengesloten maanden niet wordt geëxploiteerd.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
19/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
Artikel 2.49 Proeverijen in slijterijen Met inachtneming van artikel 3, eerste lid van de Winkeltijdenwet is het toegestaan proeverijen in slijtlokaliteiten buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld te houden. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld waaraan een proeverij moet voldoen.
Afdeling 8a Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Alcoholwet Artikel 2.49a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: -
alcoholhoudende drank;
-
horecabedrijf;
-
horecalokaliteit;
-
inrichting;
-
paracommerciële rechtspersoon;
-
zwak-alcoholhoudende drank;
datgene wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet.
Artikel 2.49b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1.
Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het organiseren van activiteiten van sportieve aard, zoals een handbal-, korfbal-, tennis-, schiet-, jeu de boules en watersportvereniging, met uitzondering van een voetbal- en hockeyvereniging, kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op maandag tot en met zondag van 12.00 tot 24.00 uur.
2.
Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het organiseren van voetbal- of hockeyactiviteiten, kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op:
3.
4.
5.
a.
maandag tot en met vrijdag van 12.00 tot 24.00 uur;
b.
zaterdag en zondag van 12.00 tot 20.00 uur.
Een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op recreatieve activiteiten, zoals een volkstuin-, vogel-, honden- en duivensportvereniging, kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op: a.
maandag tot en met vrijdag van 12.00 tot 24.00 uur;
b.
zaterdag en zondag van 12.00 tot 19.00 uur.
Een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op het bevorderen van sociale interactie en waarbij het samenzijn in een ontspannen sfeer een kenmerkend onderdeel is van de hoofdactiviteit, zoals een wijk- en jeugdvereniging, kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op: a.
maandag tot en met vrijdag van 12.00 tot 24.00 uur;
b.
zaterdag en zondag van 12.00 tot 22.00 uur.
Een poppodium dat een paracommerciële rechtspersoon is, kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op: a.
maandag tot en met donderdag en zondag van 12.00 tot 01.00 uur;
b.
vrijdag van 12.00 tot 02.00 uur
c.
zaterdag van 12.00 tot 04.00 uur.
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR625146/11
20/223
29-04-2025, 13:30
Algemene Plaatselijke Verordening Vlaardingen 2019 | Lokale wet- en regelgeving
6.
Een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op culturele activiteiten, zoals het organiseren van voorstellingen en andere theateractiviteiten, kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken op maandag tot en met zondag van 12.00 tot 24.00 uur.
7.
Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens in haar inrichting plaatsvindende bijeenkomsten van persoonlijke aard.
8.
Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens in haar inrichting plaatsvindende bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de betreffende rechtspersoon betrokken zijn.
9.
In afwijking van het bepaalde in het achtste lid kan een paracommerciële rechtspersoon tijdens de voor haar geldende schenktijden, alcoholhoudende drank verstrekken tijdens bijeenkomsten waar activiteiten plaatsvinden conform de statutaire doelstelling van rechtspersonen, niet zijnde een naamloze vennootschap of een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, die zich richten op activiteiten van recreatieven, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard.
Artikel 2.49c Sluitingstijden inrichtingen van paracommerciële rechtspersonen 1.
De sluitingstijden van een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.49b, eerste tot en met het vierde lid, en het zesde lid zijn van 24.00 tot 07.00 uur.
2.
De sluitingstijden van een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.49b, vijfde lid zijn: a.
op maandag tot en met donderdag en zondag van 01.00 tot 08.00 uur;
b.
op vrijdag van 02.00 tot 08.00 uur;
c.
op zaterdag van 04.00 tot 08.00 uur.
3.
Het is de exploitant van een inrichting van een paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in artikel 2.49b, eerste tot en met het vierde lid, en het zesde lid, toegestaan maximaal 6 keer per jaar zijn inrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te laten tot maximaal 01.00 uur op maandag tot en met donderdag en zondag en tot maximaal 02.00 uur op vrijdag en zaterdag ten behoeve van een bijzondere aan de instelling gerelateerde activiteit overeenkomstig de statutaire doelstelling of bestemming, mits de exploitant dit op de dag waarop de afwijking sluitingstijden geldt, aan de burgemeester heeft gemeld.