Bijlage 1 Wijzigingen toegelicht
Tekst van het document
Bijlage 1: Wijzigingen ASV 2024 toegelicht Subsidiesoorten en subsidies voor meerdere jaren: In de ASV 2011 stonden twee verschillende subsidies: structurele subsidies die jaarlijks voor dezelfde activiteiten worden verstrekt en incidentele subsidies die eenmalig worden verstrekt. Dit blijft zo, de term incidenteel wordt vervangen met eenmalig en structureel met (meer) jaarlijks. Beide subsidies kunnen voor maximaal 4 jaar worden verleend. De drempel is verlaagd door het specifieke artikel uit de ASV 2011, waarin staat dat de raad een subsidie voor meerdere jaren mag vaststellen, niet terug te laten komen in de ASV 2024. Er is een onderscheid gemaakt tussen subsidies tot en met € 5.000, tot en met € 25.000, tot en met € 75.000 en hoger dan € 75.000. Hieronder worden ze kort toegelicht: 1. Subsidies tot en met € 5.000,-: a. Bij de verlening wordt het subsidiebedrag gelijk vastgesteld en er wordt geen verantwoording gevraagd, tenzij het college dit wil. b. In 2023 ging het om ongeveer 33 subsidiedossiers (exclusief diegene waar een specifieke subsidieregeling voor is, zoals verwijderen rookkanalen). c. Dit sluit aan op de modelverordening VNG. 2. Subsidies hoger dan € 5.000 en tot en met € 25.000. a. De subsidie wordt zonder voorgaande subsidieverlening direct vastgesteld. Er wordt wel om een verantwoording gevraagd.
Op basis daarvan kan de subsidie eventueel met terugwerkende kracht lager vastgesteld worden en een terugvordering plaatsvinden. b. In 2023 ging het om ongeveer 44 dossiers. c. In de huidige ASV werden subsidie tot €15.000 direct vastgesteld. Het verruimen van deze categorie subsidies vermindert de administratieve belasting voor de subsidieontvangers en de gemeente. Een lichte verantwoording is beter in verhouding met de hoogte van het subsidiebedrag. 3. Subsidies hoger dan € 25.000 en tot en met € 75.000. a. Bij deze categorie wordt het bedrag (als voorschot) verleend en achteraf op basis van de verantwoording vastgesteld en indien nodig teruggevorderd. b. In 2023 ging het om ongeveer 32 dossiers. 4. Subsidies hoger dan € 75.000. a. Bij deze categorie wordt het bedrag (als voorschot) verleend en achteraf op basis van de verantwoording vastgesteld en indien nodig teruggevorderd. b. De verantwoording moet een verklaring van de accountant bevatten. c. In 2023 ging het om ongeveer 39 dossiers. d. In de huidige ASV is een accountantsverklaring bij een subsidiebedrag van € 50.000 of hoger verplicht. Vanwege de administratieve belasting en hoge kosten die dit met zich meebrengt is deze categorie verruimd.
Wij zijn van mening dat we met deze categorieën ook tegemoet komen aan de wens van de Rekenkamer om te letten op de administratielast voor de gemeentelijke organisatie én voor de subsidieaanvragers. Aanvraagtermijn In de ASV 2011 was sprake van twee aanvraagtermijnen: 1 november voor structurele subsidies en minimaal 8 weken van te voren voor incidentele subsidies. In de ASV 2024 wordt dit: (meer) jaarlijkse subsidies: 1 oktober voorafgaand van het jaar waarop de aanvraag van toepassing is. Eenmalige subsidies voor één of meerdere kalenderjaren: 1 oktober voorafgaand van het jaar waarop de aanvraag van toepassing is. Eenmalige subsidies voor overige termijnen: minimaal 8 weken voordat de activiteit plaatsvindt. In de tijdsperiode tot 1 oktober overleggen gemeente en organisatie over de inhoud van de aanvraag en de te leveren prestaties. In de periode 1 oktober – 31 december wordt de aanvraag vervolgens administratief afgehandeld. Er is met deze wijziging meer tijd om nog eventuele wijzigingen op te pakken en de beslistermijn te halen.
Vermogensvorming Bij vermogensvorming is sprake van een spanningsveld. Enerzijds moeten gesubsidieerde instellingen voldoende vrijheid van handelen krijgen om slagvaardig en bedrijfsmatig te werken. In dat kader is het van belang een eventueel positief resultaat niet direct en volledig af te romen. Een reserve biedt de mogelijkheid een korte periode waarin het financieel wat slechter gaat te overbruggen. Anderzijds moet voorkomen worden dat, op kosten van de gemeenschap, overmatig aan reservevorming bij instellingen wordt gedaan. Reservevorming is dus tot op zekere hoogte wenselijk, maar het aantal en de omvang van de reserves moeten beperkt zijn. Om die reden zijn bepalingen in de ASV 2024 opgenomen over vermogensvorming. Het college kan bij de vaststelling van de subsidie toestemming verlenen aan de subsidieontvanger om binnen bepaalde normen met niet bestede subsidiegelden reserves te vormen. In de huidige ASV mag de subsidieontvanger, wanneer alle activiteiten zijn verricht tegen een lager bedrag maximaal 5% van het ontvangen subsidiebedrag reserveren. In totaal mag nu die organisatie 10% als reserve hebben wat is opgebouwd van subsidiemiddelen. Het is gezien de huidige tijd, groei van kosten, inflatie en risico’s wenselijk dat subsidieontvangers een weerstandsvermogen opbouwen waarmee toekomstige tegenslagen kunnen worden opgevangen.
In de nieuwe ASV is daarom het maximaal te reserveren bedrag verhoogd naar 10% van het ontvangen subsidiebedrag per jaar. In totaal mogen ze dan 20% als reserve hebben wat is opgebouwd van subsidiemiddelen. Deze mogelijkheid geldt alleen voor (meer)jaarlijkse subsidies (ofwel de structureel terugkerende subsidies). Stevigere sturing op verantwoording subsidieontvangers: Naar aanleiding van aanbeveling 4 van de Rekenkamer en de wens van het college is er gekeken naar de mogelijkheden om in de nieuwe ASV duidelijker op te nemen wat de consequenties zijn wanneer de subsidieontvanger zich niet houdt aan de door ons gestelde verplichtingen die in de beschikking zijn opgenomen of op grond van de ASV gelden. In de nieuwe ASV zijn daarover bepalingen opgenomen: Het niet tijdig indienen van een aanvraag, zonder verzoek om uitstel, is opgenomen als weigeringsgrond o Deze weigeringsgronden zijn opgenomen als een kan-bepaling. Dat betekent dat er beleidsruimte is om gemotiveerd van af te wijken. Ten behoeve van de verantwoording worden de volgende eisen opgenomen: o Als de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het gestelde tijdstip is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen (dit noemen wij de rappelbrief). Als de aanvraag niet binnen deze termijn wordt ingediend, kan het college overgaan tot ambtshalve vaststelling.
Ambtshalve vaststelling betekent de subsidie vaststellen op basis van de informatie die beschikbaar is en dit betekent in dit geval ook automatisch dat de subsidie lager wordt vastgesteld. Hoeveel lager is maatwerk en wordt niet bepaald in de ASV. De ASV noemt wel een aantal algemene uitgangspunten voor de vaststelling van de subsidie. De wijze van vaststellen kan eventueel wel uitgewerkt worden in nadere regels. o Indien de subsidieontvanger zich niet houdt aan de verplichtingen die zijn opgenomen in de verleningsbeschikking, wordt de subsidie lager vastgesteld. Hoeveel lager is maatwerk en wordt niet bepaald in de ASV. Dit kan eventueel wel uitgewerkt worden in nadere regels. Het openbaar subsidieregister: In de ASV 2024 wordt een artikel opgenomen over het openbaar subsidieregister en wat hierin minimaal wordt vermeldt. Het openbaar subsidieregister bevat nu de subsidieverleningen en we willen dit uitbreiden met de vaststellingen. Dit zodat achteraf inzichtelijk is hoeveel subsidie er werkelijk is uitgegeven voor welke activiteiten. Het doel is om de komende jaren, zoals ook aanbevolen in het Rekenkameronderzoek, het register uit te breiden met een koppeling met de vastgestelde beleidsdoelen. Dit sluit aan bij aanbeveling 5 van de Rekenkamer.