CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en MER De Spurkt20.370 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 Gemeente Venray

NL.IMRO.0984.BP20008-va01 VASTGESTELD

Contactpersoon T M E

Arcadis Nederland B.V.

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting

7

Hoofdstuk 1

Samenvatting MER

7

Hoofdstuk 2

Inleiding

8

2.1

Aanleiding en nut en noodzaak

8

2.2

Ligging plangebied

8

2.3

Gecombineerde toelichting met milieueffectrapport

9

Hoofdstuk 3

Locatiekeuze

11

3.1

Trechtering locatiealternatieven bedrijventerrein

11

3.2

Locatiekeuze bedrijventerrein De Spurkt

22

Hoofdstuk 4

Referentiesituatie

23

4.1

Huidige situatie

23

4.2

Autonome ontwikkeling

23

Hoofdstuk 5

Voorgenomen ontwikkeling

24

5.1

Het voornemen

24

5.2

Inrichtingsalternatieven

28

Hoofdstuk 6

Beleidskader

29

3

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

6.1

Rijksbeleid

29

6.2

Provinciaal beleid

31

6.3

Gemeentelijk beleid

32

6.4

Conclusie beleid

33

Hoofdstuk 7

Toelichting op beoordeling milieuaspecten

34

7.1

Inleiding

34

7.2

Plangebied en studiegebied

34

7.3

Methodiek

34

7.4

Uitgangspunten milieuonderzoek

36

Hoofdstuk 8

Conclusie milieueffecten

37

Hoofdstuk 9

Onderzoek milieuaspecten

38

Hoofdstuk 10

Kabels en leidingen

39

Hoofdstuk 11

Juridische planbeschrijving

40

11.1 Planvorm

40

11.2 Plansystematiek

40

11.3 Uitleg van de regels

41

Hoofdstuk 12

Uitvoerbaarheid

45

12.1 Economische uitvoerbaarheid

45

12.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

45

Hoofdstuk 13

Overleg

46

13.1 Kennisgeving voornemen

46

13.2 Vooroverleg

58

13.3 Wijzigingen naar aanleiding van ontwerp-bestemmingsplan

60

Bijlagen

4

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Bijlage 1

Samenvatting MER

Bijlage 2

Conclusie MER

Bijlage 3

Watertoets

Bijlage 4

Quickscan Flora en Fauna

Bijlage 5

Aanvullend ecologisch onderzoek

Bijlage 6

Passende Beoordeling

Bijlage 7

Geuronderzoek

Bijlage 8

Bureauonderzoek Archeologie

Bijlage 9

Vooronderzoek Conventionele explosieven

Bijlage 10

Hoofdstuk 8 Milieuaspecten

Bijlage 11

Laddertoets

Bijlage 12

Regionale Visie Bedrijventerreinen

Bijlage 13

Beeldkwaliteitsplan De Spurkt

Bijlage 14

Advies Veiligheidsregio

5

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

6

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Toelichting Hoofdstuk 1

Samenvatting MER

In Bijlage 1 bij deze toelichting is de zelfstandig leesbare samenvatting van het MER gevoegd.

7

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

2.1

Inleiding

Aanleiding en nut en noodzaak

Tot enkele jaren geleden werden in de regio Noord Limburg bedrijventerreinen door individuele gemeenten gepland en ontwikkeld op basis van lokale motieven. Afgelopen jaren zijn de eerste stappen gezet in de regio om te komen tot een gezamenlijk bedrijventerreinbeleid. Daarnaast wordt er samengewerkt in de ontwikkeling van het Klavertje 4 gebied en wordt de ontwikkeling van logistieke ruimte en functies in de gehele regio afgestemd. Dit gebeurt om concurrentiestrijd, inefficiency, overaanbod en eenheidsworst aan terreinen terug te dringen. De gemeente Venray is aandeelhouder van het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo, maar heeft als enige aangesloten gemeente nog geen ontwikkeling op grondgebied binnen de eigen gemeente. Dit is wel een nadrukkelijke wens van alle partijen. Tijdens het traject van het Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL2014) zijn door de provincie nieuwe richtingen aangegeven die de regio graag wil overnemen. De provincie zet in op dynamisch voorraad beheer en heeft de regio's gevraagd een visie vast te stellen waarbij hiermee rekening wordt gehouden. Tegen deze achtergrond heeft een verkenning plaats gevonden naar de mogelijkheid om gronden op Venrays grondgebied te bestemmen als werklandschap, en in te brengen in het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo.

Op 27 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Venray de Regionale visie bedrijventerreinen vastgesteld (Bijlage 12). In deze regionale visie zijn de betrokken partijen (gemeenten en Provincie) met elkaar overeengekomen om voor bedrijven die in Venray economisch actief zijn en die geen uitbreidingsruimte op de huidige vestigingslocatie(s) hebben, ontwikkelruimte toe te kennen. De behoefte naar ontwikkelruimte heeft de gemeente onderzocht door middel van een laddertoets. Hieruit blijkt dat er aanvullende vraag is van 10-35 hectare (ha) aan bedrijventerrein binnen de gemeente Venray. Daar boven op is de verwachting dat binnen de regio de vraag groter is dan het aanbod. In de regio is om die reden afgesproken 30 ha bedrijventerrein te ontwikkelen binnen de gemeente Venray. Daarbij is het bestaande aanbod veelal niet geschikt voor de combinatie van middelgrote en grootschalige bedrijvigheid waarop Venray inzet met deze ontwikkeling. Venray zal door de ontwikkeling van nieuw werklandschap aantrekkelijk zijn voor zowel middelgrote als grote bedrijven. Samenvattend is de verwachting dat er voldoende vraag is naar 30 ha bedrijventerrein. De laddertoets, die dit onderbouwt, is bijgevoegd in Bijlage 11. Het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo wil om deze redenen netto 30 ha uitgeefbaar bedrijventerrein ontwikkelen op grondgebied van de gemeente Venray.

Dit bedrijventerrein is bedoeld voor doorgroeiende regionaal gebonden bedrijven uit Venray. Het bedrijventerrein richt zich op middelgrote (Venrayse) bedrijven vanaf circa 2 hectare die actief zijn in de maakindustrie, agrofood en logistieke sector. Tevens wordt ingezet op grootschalige bedrijven. Er worden geen bedrijven toegestaan met een milieucategorie hoger dan 4.2 volgens de richtafstandenlijst 'bedrijven en milieuzonering' van de VNG. Volgens afspraken in de Regionale visie bedrijventerreinen moet er, voordat er 30 ha wordt ontwikkeld in Venray, eerst 30 ha uit de voorraad bedrijventerrein worden gehaald binnen de regio. Dit wordt 'salderen' genoemd. Om het ontwikkelen van het bedrijventerrein planologisch-juridisch mogelijk te maken, wordt een bestemmingsplan opgesteld.

2.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt ten noorden van Venray en ligt tegen het bestaande bedrijventerrein Smakterheide aan. Ten oosten van het gebied ligt de A73. In en rond het gebied ligt het Loobeekdal. In Figuur 2-1 is de ligging van bedrijventerrein De Spurkt aangegeven.

8

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Figuur 2-1: Afbakening plangebied met topografische ondergrond.

2.3

Gecombineerde toelichting met milieueffectrapport

2.3.1

Aanleiding milieueffectrapport en passende beoordeling

In twee gevallen heeft de overheid een plicht om een milieueffectrapport (MER) te vereisen bij een besluit: Indien de overheid een besluit neemt dat het 'kader schept' voor een latere m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit; Indien de overheid een besluit neemt waarin een zogenaamde passende beoordeling op grond van de Wet Natuurbescherming vereist is. Dit is bij (grootschalige) ontwikkelingen in de omgeving van Natura 2000-gebieden vaker het geval. M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten zijn beschreven in het besluit-m.e.r. Het planologisch mogelijk maken van de aanleg van een bedrijventerrein voor De Spurkt is niet direct m.e.r.-beoordelingsplichtig. Dit omdat het plan niet meer dan 75 hectare bedrijventerrein mogelijk maakt. Een passende beoordeling is verplicht wanneer niet kan worden uitgesloten dat een plan of project significante gevolgen heeft op een Natura 2000-gebied. De beoordeling gaat in op de instandhoudings-doelstellingen voor het betreffende Natura 2000-gebied, de effecten van het initiatief op de soorten/habitattypen in het gebied en of er sprake is van aantasting van de natuurlijke kenmerken van het gebied.

Voor het bestemmingsplan De Spurkt moet een passende beoordeling worden gemaakt, omdat het plan een geringe toename aan stikstofdepositie mogelijk maakt en de Natura 2000-gebieden in de omgeving overbelast zijn met stikstof-depositie (in vaktermen: de kritische depositiewaarde "KDW" van soorten die voorkomen in die gebieden is overschreden). Significante effecten zijn daarom niet op voorhand uit te sluiten. De Wet milieubeheer bepaalt dat voor een bestemmingsplan waarvoor een passende beoordeling gemaakt moet worden een planMER plicht geldt. De passende beoordeling maakt daarbij dan onderdeel

9

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

uit van het planMER, en is opgenomen in Bijlage 6. 2.3.2

Aanleiding samenvoegen milieueffectrapport en toelichting

De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet conform de Wet ruimtelijke ordening worden aangetoond. Dit betekent dat het plan ook uitvoerbaar moet zijn vanuit wet- en regelgeving die geldt voor diverse omgevingsaspecten. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt de uitvoerbaarheid - mede vanuit milieu - gemotiveerd. Ook in een milieueffectrapport (MER) wordt het plan beoordeeld op diverse omgevingsaspecten. Op basis van conclusies die volgen uit het MER kan het zijn dat voorwaarden in de regeling van het bestemmingsplan moeten worden opgenomen. Er is dan ook een grote verwevenheid tussen het bestemmingsplan en het MER. Vanwege deze verwevenheid worden Milieueffectrapport en de toelichting op het bestemmingsplan geïntegreerd in één document. In voorliggend document zijn de gevolgen van het voornemen voor de milieukwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit en de eventuele mitigerende maatregelen en / of randvoorwaarden voor het bestemmingsplan integraal terug te vinden. 2.3.3

Inhoudelijke vereisten Milieueffectrapport en bestemmingsplan

Milieueffectrapport De inhoudelijke eisen aan een planMER zijn vastgelegd in art. 7.7 van de Wet Milieubeheer (hierna: Wm). De vereisten voor het planMER zijn duidelijk terug te vinden in voorliggend document. De inhoudsvereisten zijn hieronder puntsgewijs weergegeven. Achter de punten wordt weergegeven hoe deze terug te vinden zijn in voorliggend document. Doel: een beschrijving van wat met de voorgenomen activiteit wordt beoogd. In dit document is dat beschreven in paragraaf 2.1. Voorgenomen activiteit en alternatieven: een beschrijving van de voorgenomen activiteit en van de redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven of varianten daarvoor, inclusief de motivering van de keuze voor de in beschouwing genomen alternatieven of varianten. In voorliggend document is de voorgenomen activiteit beschreven in Hoofdstuk 5. In paragraaf 5.2 is beschreven waarom in dit MER geen alternatieven en/ of varianten worden beschouwd. Relevante plannen en besluiten: in het geval van een m.e.r.-plichtig plan een overzicht van eerder vastgestelde plannen die betrekking hebben op de voorgenomen activiteit. In voorliggend document is dit beschreven in Hoofdstuk 6.

Huidige situatie en autonome ontwikkeling: een beschrijving van de bestaande toestand van het milieu, voor zover de voorgenomen activiteiten daarvoor gevolgen kunnen hebben, en van de te verwachten ontwikkeling van dat milieu, indien die activiteiten worden ondernomen. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10. Effecten: een beschrijving van de gevolgen voor het milieu die de voorgenomen activiteiten, inclusief een motivering van de wijze waarop deze gevolgen zijn bepaald en beschreven. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10. Vergelijking: een vergelijking van de beschreven te verwachten ontwikkeling van het milieu met de beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen ontwikkeling. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10. Mitigerende en compenserende maatregelen: een beschrijving van de maatregelen om belangrijke nadelige gevolgen op het milieu van de activiteit te voorkomen, te beperken of zoveel mogelijk teniet te doen. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10.

Leemten in informatie: een overzicht van de leemten in de beschrijvingen van de bestaande toestand van het milieu en de gevolgen voor het milieu als gevolg van het ontbreken van de benodigde gegevens. In voorliggend document is dit voor alle milieuaspecten separaat beschreven in hoofdstuk 2 t/m 14 in Bijlage 10. Samenvatting: een samenvatting die aan een algemeen publiek voldoende inzicht geeft voor de beoordeling van het milieueffectrapport en van de daarin beschreven mogelijke gevolgen voor het milieu van de voorgenomen activiteit en van de beschreven alternatieven. De samenvatting van het MER is als Hoofdstuk 1 in voorliggend document gevoegd.

10

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

Locatiekeuze

Volgens artikel 7.7 van de Wet milieubeheer worden in een MER de 'redelijkerwijs in beschouwing te nemen' alternatieven beschreven. In de eerste fase van de m.e.r.-procedure, het bepalen van reikwijdte en detailniveau, zijn locatiealternatieven voor het bedrijventerrein onderzocht. Hierbij zijn de mogelijke locaties beschouwd op basis van de geschiktheid van de locatie en risico's op milieueffecten waarbij ook is bezien of de locaties hierin onderling verschillen. In een aantal stappen is getrechterd van enkele potentiële locaties voor het bedrijventerrein binnen de gemeente Venray naar voorkeurslocatie De Spurkt. Locatie De Spurkt is gelegen ten noorden van bedrijventerrein Smakterheide. In paragraaf 3.1 zijn de trechteringsstappen nader uitgewerkt. In paragraaf 3.2 is de locatiekeuze voor De Spurkt samengevat.

3.1

Trechtering locatiealternatieven bedrijventerrein

In het locatieonderzoek is bekeken welke gebieden geschikt zijn voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein. In een aantal stappen is getrechterd naar potentiële locaties die redelijkerwijs in beschouwing kunnen worden genomen, met als doel te komen tot een voorkeurslocatie waar én voldoende ruimte aanwezig is voor de ontwikkeling van het bedrijventerrein én die de minste risico's heeft op milieueffecten en hinder voor de omgeving. Onderstaand zijn de stappen toegelicht. Stap 1. Ligging binnen gemeente Venray In het kader van de Regionale visie bedrijventerreinen is afgesproken 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen in de gemeente Venray. Voor potentiële locaties wordt daarom gezocht binnen de gemeentegrenzen van Venray. Locaties buiten Venray zijn buiten beschouwing gelaten. Stap 2. Aansluitend op bestaande bedrijventerreinen Het Provinciale Omgevingsplan Limburg (POL, 2014) bevat een aantal basisprincipes voor de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen. Zo dient de ontwikkeling te passen binnen de geformuleerde verstedelijkingsprincipes van de provincie Limburg, waaronder de Ladder voor duurzame verstedelijking. Twee belangrijke uitgangspunten daarbij zijn: 1. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen moeten een plek krijgen binnen het bebouwd gebied.

Als dat in uitzonderingsgevallen niet kan, dan toch zoveel mogelijk aansluitend daaraan én met een stevige tegenprestatie voor het verlies aan omgevingskwaliteiten. 2. Goed gebruik maken van reeds bestaande voorzieningen (benutten bestaande voorraad, optimaal benutten wegen door verkeer- en vervoersmanagement, meervoudig ruimtegebruik e.d.). Sinds 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) van toepassing op bestemmingsplannen. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder volgt een aantal criteria, waaronder het ruimtelijk verzorgingsgebied, de nut en noodzaak en de ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied. Voor de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein buiten bestaand stedelijk gebied moet gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Dat is bijvoorbeeld vanwege de beoogde milieucategorieën, kavelgroottes en bestaande functies die al aanwezig zijn. In dit geval is er behoefte aan middelgrote en grootschalige kavels en ruimte voor bedrijvigheid met een milieu impact die gerelateerd is aan de maakindustrie, agrofood en logistieke sector. Het bedrijventerrein richt zich op zowel middelgrote bedrijven vanaf circa 2 hectare, als op grootschalige bedrijven vanaf circa 5 hectare.

Er bestaat een aanvullende behoefte aan bedrijfskavels in Venray. In Venray is er een verwachte behoefte van 45-85 hectare tot en met 2029 met name in het segment groter dan 2 hectare. Binnen het primaire verzorgingsgebied is de komende tien jaar een vraag naar maximaal circa 250-300 hectare bedrijventerrein. Ook binnen het secundaire verzorgingsgebied is er een

11

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

aanvullende vraag naar bedrijventerreinen de komende tien jaar. In verband met de uitstraling van bedrijven in deze sectoren en van deze omvang op de omgeving, is de ontwikkeling van het bedrijventerrein binnen bestaand stedelijk gebied niet mogelijk. Volgens de uitgangspunten in het POL dient de ontwikkeling van het bedrijventerrein zoveel mogelijk aan te sluiten op bestaand stedelijk gebied, en dient goed gebruik te worden gemaakt van reeds bestaande voorzieningen. Daarom is gezocht naar locaties waar aangesloten kan worden op bestaande bedrijventerreinen. Bestaande bedrijventerreinen kennen al milieueffecten zoals geluidseffecten, landschappelijke effecten en effecten op luchtkwaliteit. Het aansluiten op bestaande bedrijventerreinen zorgt ervoor dat deze bestaande effecten worden gebundeld met de toekomstige effecten van het nieuwe bedrijventerrein. Dit is in de geest van de Ladder voor duurzame verstedelijking. Door deze bundeling worden er zo min mogelijk 'nieuwe' omwonenden belast met mogelijke effecten. Daarbij hebben bestaande bedrijventerreinen infrastructuur die erop is gericht de bedrijventerreinen zo goed als mogelijk te bedienen en het bestemmingsverkeer goed af te wikkelen. Er is in deze stap gekeken naar locaties in de nabijheid van bedrijventerreinen die qua schaalniveau vergelijkbaar zijn met de ambitie van 30 ha netto bedrijventerrein.

Bij bestaande bedrijventerreinen van een kleinere schaal zullen de effecten juist flink worden vergroot als er 30 ha nieuw bedrijventerrein bij komt. Bedrijventerreinen van een kleine schaal zijn daarom niet meegenomen in de trechtering van het locatieonderzoek. Figuur 3-1 toont alle bestaande grootschalige bedrijventerreinen binnen of grenzend aan de gemeente Venray.

Figuur 3-1 Bedrijventerreinen binnen of grenzend aan de gemeente Venray Er zijn vijf grootschalige (>30 ha) bestaande bedrijventerreinen binnen of grenzend aan de gemeente Venray: 1. De Blakt en Witte Vennen. Deze terreinen liggen tegen elkaar aan, aan de oostkant van het knooppunt van de N270 en de A73 (zie nr. 1 in Figuur 3-1). 2. De Hulst II. Dit terrein ligt tussen de kernen van Oostrum en Venray ten noordoosten van het

12

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

knooppunt N270 en A73 (zie nr. 2 in Figuur 3-1). 3. Smakterheide en Keizersveld. Deze terreinen liggen aan de noordkant van Venray, ten westen van de A73 (zie nr. 3 in Figuur 3-1). 4. Wanssum. Dit terrein ligt ten oosten van Wanssum, aan de noordkant van de N270 (zie nr. 4 in Figuur 3-1). 5. Venrayseweg II in Horst aan de Maas. Dit terrein ligt ten westen van de A73 aan weerszijden van de N553 (Venrayseweg). Het terrein zelf ligt net buiten de gemeentegrenzen van Venray, maar aan de noordzijde zou op grondgebied van Venray kunnen worden aangesloten bij dit bedrijventerrein. De locatie is om deze reden meegenomen in de trechtering. Voor deze grootschalige bedrijventerreinen is gekeken of er rond die terreinen ruimte is voor een nieuw bedrijventerrein binnen de gemeente Venray. Hierop zijn vijf locaties bepaald voor een eventueel nieuw bedrijventerrein. Deze zijn weergegeven in Figuur 3-2: Locatie 1 ligt ten zuiden van bedrijventerrein De Blakt Locatie 2 ligt ten noorden van bedrijventerrein De Hulst Locatie 3 ligt ten noorden van bedrijventerrein Smakterheide Locatie 4 ligt ten oosten van bedrijventerrein Wanssum Locatie 5 ligt ten zuiden van Castenray

Figuur 3-2 Locaties die aansluiten op bestaande bedrijventerreinen met schaalgrootte >30ha Stap 3. Voldoende ruimte voor ambitie 30 ha netto De ambitie van 30 ha netto bedrijventerrein is sterk gekoppeld aan de onderliggende financiële businesscase die voor een dergelijk terrein is opgesteld. Om aan de behoefte voor middelgrote en grootschalige bedrijventerreinen voor de maakindustrie, agrofood en logistiek in Venray te voldoen, is een oppervlakte van 30 ha netto nodig. Dit is nodig om minimaal kostenefficiënt het bedrijventerrein te kunnen uitbaten in een situatie dat het tegen zit.

13

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Voor de vijf locaties uit stap 1 en 2 is gekeken of het op voorhand mogelijk is om hier 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen. Concreet is er gekeken of er voldoende percelen zijn die op voorhand geen grote planologische en juridische belemmeringen hebben. Belemmeringen komen enerzijds voort uit een gebrek aan fysieke ruimte, in dit geval vanwege de aanwezigheid van woonkernen en/of bestaande bebouwing, en anderzijds door mogelijke grote juridische belemmeringen vanuit huidige weten regelgeving. In dit tweede geval is gekeken naar de aanwezigheid en/of nabijheid van wettelijk en provinciaal beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden en Goudgroene natuurzone uit het POL2014). Gebieden met een dergelijke status zijn niet realistisch geacht voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein in het geval er locatiealternatieven zijn, die niet in dit type gebieden zijn gelegen. Uit deze analyse komt naar voren dat de locaties 1 t/m 3 de mogelijkheid bieden om 30 ha netto bedrijventerrein te ontwikkelen. Locatie 4 (ten oosten van bedrijventerrein Wanssum) kent mogelijkheden aan de oost- en westkant van het bestaande bedrijventerrein. De beschikbare oppervlakte is niet voldoende om invulling te kunnen geven aan de ambitie van 30 ha netto. Ook is het ontwikkelen van 2 aparte locaties omwille de flexibiliteit in de uitgeefbaarheid van de (grootschalige) kavels niet wenselijk.

Ter plaatse van Locatie 5 ligt de Goudgroene natuurzone. De Goudgroene natuurzone is streng beschermd natuurgebied waarin, volgens de Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POL, 2014), geen nieuwe activiteiten zijn toegestaan die de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied aantasten. Daarom is deze locatie is buiten beschouwing gelaten in het locatieonderzoek. Om bovengenoemde redenen zijn de locaties 1 t/m 3 meegenomen naar stap 4. Stap 4. Milieueffecten De locaties die na stap 3 nog over zijn, zijn op hoofdlijnen met elkaar vergeleken op basis van een aantal milieuaspecten met als doel te komen tot een voorkeurslocatie dat in het MER wordt uitgewerkt en beoordeeld. Deze beoordeling van de milieueffecten is op kwalitatieve wijze uitgevoerd. Waar zinvol is met (richt)afstanden gewerkt. Er zijn geen berekeningen uitgevoerd. Reden hiervoor is dat er in dit stadium nog geen concrete terreinen en inrichtingen binnen de locatiealternatieven zijn uitgewerkt. De milieuaspecten en criteria die in deze stap zijn beschouwd, zijn in Tabel 3-1 weergegeven. De locaties zijn beoordeeld volgens een driepuntschaal. Daarbij zegt een '+' dat er zich een kans voordoet binnen het genoemde milieuaspect. Dit kan een kans zijn op vermindering van milieueffecten of een kans voor de verdere invulling van het zoekgebied (afhankelijk van het aspect).

Een '-' geeft aan dat er een risico is op milieueffecten door de ontwikkeling van een bedrijventerrein binnen deze locatie. Bij een '0' zijn er geen kansen of risico's voorzien. Tabel 3-1 Milieuaspecten voor de beoordeling van locatie alternatieven Aspect

Criterium

Verkeer

Ontsluiting en bereikbaarheid

Woon- en leefmilieu

Afstand tot 'gevoelige' bestemmingen (woningen)

Natuur

Afstand tot Natura 2000

Toelichting Een bedrijventerrein is bij voorkeur goed ontsloten en ligt dichtbij een snelweg. Bij voorkeur vindt verkeersafwikkeling plaats via wegen waar zo min mogelijk omwonenden last van hebben. Gekeken wordt naar woonbebouwing rondom de locaties. Hoe dichterbij en hoe omvangrijker de bewoning, hoe meer kans op verslechtering van het woon- en leefmilieu door bijvoorbeeld een toename van de geluidsbelasting, een verslechtering van luchtkwaliteit of een hoger risico vanuit externe veiligheid. Gekeken wordt naar de afstand tot Natura 2000-gebieden. Hoe kleiner de afstand, hoe groter de kans is dat er een effect optreedt vanuit het bedrijventerrein op het Natura 2000-gebied.

14

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Ligging in provinciaal Gekeken wordt naar de ligging in goud- en zilvergroene beschermde natuur (goud- en natuurzone zoals opgenomen in de Geconsolideerde zilvergroene natuurzone) versie Omgevingsverordening Limburg 2014. Gekeken wordt naar de ligging in bronsgroene Ligging in provinciaal / landschapszones zoals opgenomen in de Landschap gemeentelijk beschermde Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg landschapszones 2014, en het Ruimtelijk kwaliteitskader van de gemeente Venray (2010). Bodem & Gekeken wordt naar het voorkomen van 'bodemlocaties' Bodemverontreiniging archeologie volgens het ondergrondportaal van de provincie Limburg. Gekeken wordt naar archeologische verwachting en Archeologische verwachting AMK-terreinen volgens het ondergrondportaal van de provincie Limburg. Ligging in Gekeken wordt naar ligging in Water grondwaterbeschermingsgebie milieubeschermingsgebieden volgens de den Omgevingsverordening Limburg 2014. Gekeken wordt naar potentie voor opwekken van Mogelijkheden opwekken Duurzaamhei duurzame energie op de locaties. Hierbij is gekeken naar duurzame energie, geothermie d aansluitingspunten op het elektriciteitsnetwerk en en Warmte Koude Opslag grondwaterbeschermingsgebieden. Gekeken wordt naar de fysieke ruimte voor de inpassing Mogelijkheden van klimaatadaptieve maatregelen zoals groenstructuren, klimaatadaptatie retentiegebied en infiltratie.

Gekeken wordt naar ruimte voor maatregelen om het Duurzame inpassing bedrijventerrein landschappelijk in te passen, en de bedrijventerrein in het ligging ten opzichte van bestaande stedelijke en landschap landschappelijke structuren. Inpasbaarheid grootschalige Gekeken wordt naar de bestaande landschapsstructuren Inpasbaarheid bedrijfskavels binnen en lijnen en of hierbinnen voldoende flexibiliteit is om verkaveling bestaande grootschalige verkaveling toe te passen. landschapsstructuren

In Tabel 3-2 is een beoordeling voor de criteria uit Tabel 3-1 uitgevoerd. Tabel 3-2 Beoordeling locaties op milieueffecten Aspect

Criterium

Verkeer

Ontsluiting en bereikbaarheid

Loc 1 Loc 2 Loc 3 Toelichting 0 0 Bij locaties 1 (Deurneseweg – Nobelstraat – A73) en 3 (Spurkt – Metaalweg – A73) liggen ontsluitingswegen met voldoende capaciteit om een verkeerstoename als gevolg van het bedrijventerrein af te kunnen wikkelen. Bij locatie 2 (De Hulst) ligt geen goede bestaande ontsluitingsweg: de gemeente streeft naar het verkeersluwer maken van de Stationsweg tussen de A73 en sluit niet aan op de A73. Deze weg loopt door de woonkernen Oostrum en Venray, waardoor er risico is op overlast (verkeer, langzaam verkeer, geluid). Bij de locaties 1 en 3 is dit niet het geval.

15

-

-

0

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Woon- en leefmilieu

Natuur

Afstand tot 'gevoelige' bestemmingen (woningen)

-

-

-

-

0

0

-

-

-

0

0

0

-

-

-

0

0

0

Afstand tot Natura 2000 gebied

Ligging in provinciaal beschermde natuur (goud- en zilvergroene natuurzone)

Landschap

Ligging in provinciaal / gemeentelijk beschermde landschapszones

Bodem & archeologie

Bodemverontreiniging

Archeologische verwachting

Water

Ligging in grondwaterbescherming s-gebieden

De drie locaties liggen allen buiten de richtafstand van de VNG (300 meter). Locatie 1 en 2 liggen op een kleinere afstand van woonkernen dan locatie 3 (de kern Oirlo ligt binnen 350 meter van locatie 1; de kernen Oostrum, Antoniusveld en Landweert liggen binnen 350 meter van locatie 2). De dichtstbijzijnde woonkern de Brabander bij locatie 3 ligt op ca 800 meter afstand. Op kortere afstanden zijn ook enkele woningen aanwezig voor de verschillende locaties. De risico's op overlast is daarom bij locatie 1 en 2 groter dan bij locatie 3. Geen van de locaties ligt in Natura 2000-gebied. Alle locaties zullen mogelijk effecten kunnen hebben op Natura 2000-gebied als gevolg van stikstofdepositie als gevolg van aanleg en gebruik van het bedrijventerrein. Hierbij ligt Locatie 2 op de kortste afstand tot Natura 2000-gebied Boschhuizerbergen (ca 500 meter), waardoor het risico op effecten voor deze locatie het grootst is. De andere locaties liggen verder van het Natura 2000-gebied: locatie 1 ligt op ca 3 km, locatie 3 op ca 1 km. Geen van de ontwikkellocaties liggen in de zilvergroene natuurzone. Alleen locatie 1 kent risico's voor de goudgroene natuurzone. Locatie 1 en 3 liggen binnen gebied dat is aangewezen als bronsgroene landschapszone. Zoals onder 'natuur' aangegeven, ligt locatie 1 tevens in de goudgroene natuurzone.

Locatie 2 ligt in een essenlandschap volgens het Ruimtelijk Kwaliteitskader Venray. Geen van de locaties kent bekende bodemverontreinigingen. Alle locaties kennen een hoge archeologische verwachting volgens de Archeologische Verwachtingskaart Venray (RAAP, 2011). Locatie 1 ligt dichtbij een archeologisch monument. Geen van de locaties ligt binnen grondwaterbeschermingsgebied. Locatie 1 grenst aan de boringsvrije zone Venloschol.

16

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

+

+

+

-

+

+

-

+

+

-

+

+

Mogelijkheden Duurzaamhei opwekken duurzame d energie

Mogelijkheden klimaatadaptatie

Duurzame inpassing bedrijventerrein in het landschap

Inpasbaarheid grootschalige Inpasbaarhei bedrijfskavels binnen d verkaveling bestaande landschapsstructuren

Alle locaties kennen kansen voor het opwekken van duurzame energie zoals zonne-energie. Windenergie is op geen van de locaties haalbaar in verband met de radarverstoringszone Volkel. Op locatie 1 is beperkt ruimte beschikbaar voor klimaatadaptieve maatregelen (er is zeer beperkt ruimte beschikbaar voor groene en blauwe structuren). De andere twee locaties hebben deze ruimte wel en bieden om deze reden kansen voor de uitwerking van voldoende klimaatadaptieve maatregelen. Locatie 1 heeft zeer weinig ruimte voor landschappelijke inpassing en sluit in mindere mate direct aan bij bestaand stedelijk gebied en bestaande landschapsstructuren. Locatie 2 en 3 bieden, door hun aansluiting op bestaand stedelijk gebied en de ruimte die er is, kansen voor een duurzame landschappelijke inpassing van het bedrijventerrein. Grootschalige bedrijfskavels zijn in mindere mate inpasbaar binnen Locatie 1 dan bij de locaties 2 en 3. Locatie 1 kent vanuit de huidige landschappelijke structuur en vorm beperkte mogelijkheden voor het inpassen van grootschalige kavels. Bij Locatie 2 en 3 biedt de aanwezige landschappelijke structuur de mogelijkheid wel.

Nadere toelichting aspecten Onderstaand is voor de aspecten natuur, landschap, verkeer, inpasbaarheid verkaveling en woon- en leefmilieu een nadere toelichting gegeven op de effecten zoals opgenomen in tabel 3-2. De onderstaande figuur laat de verschillende natuur- en landschappelijke waarden zien, zoals opgenomen in de in de Geconsolideerde versie Omgevingsverordening Limburg 2014.

17

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Figuur 3-3 Locaties en de verschillende natuur- en landschappelijke waarden Landschap Voor de locaties 1, 2 en 3 geldt dat de locatieaanduiding ruim is gekozen, omdat er nog geen afbakening en inpassing van een bedrijventerrein heeft plaatsgevonden. Voor alle drie de locaties geldt dat deze aanduiding in meer of mindere mate in de bronsgroene zone ligt. Voor de locaties 1 en 3 geldt dat bij de verdere inpassing van het bedrijventerrein en/of inperking naar logische ontwikkelruimte dat aansluit op bestaand bedrijventerrein altijd sprake zal zijn van ruimtebeslag op de bronsgroene zone. Deze locaties zijn daarom negatief beoordeeld (-). Voor locatie 2 geldt dat binnen de locatie ontwikkelruimte beschikbaar is om een ligging in de bronsgroene zone te vermijden. Locatie 2 ligt echter wel in een waardevol essenlandschap conform het Ruimtelijk Kwaliteitskader Venray, waardoor ook deze locatie negatief (-) is beoordeeld op landschap. Natuur Zoals aangeven bij het aspect landschap geldt dat voor locaties 1, 2 en 3 de locatieaanduiding ruim is gekozen, omdat er nog geen afbakening en inpassing van een bedrijventerrein heeft plaatsgevonden. Binnen de zoekgebieden van locaties 2 en 3 bevinden zich zilvergroene natuurzones.

Voor de locaties 2 en 3 geldt dat bij de verdere inpassing van het bedrijventerrein en/of inperking naar logische ontwikkelruimte dat aansluit op bestaand bedrijventerrein ruimtebeslag op de zilvergroene zone uitgesloten kan worden. Binnen het zoekgebied van locatie 1 is aantasting van de goudgroene zone, door een mogelijke ligging ten westen van de A73, niet op voorhand uit te sluiten. Met een worst-case beoordeling is locatie 1 voor het aspect natuur negatief (-) beoordeeld t.o.v. de neutrale (0) beoordelingen bij locatie 2 en locatie 3. Verkeer Alle locatiealternatieven liggen - hemelsbreed - op relatief korte afstand van de A73 (zie figuur 3-4, 3-5 en 3-6). Bij locatie 1 kan het verkeer ontsloten worden via Nobelstraat en Deurnseweg richting de A73.

18

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Bij locatie 3 kan het verkeer afgewikkeld worden via de Spurkt en Metaalweg richting de A73. Deze wegen zijn ingericht om dit type verkeer af te wikkelen. Op dit beoordelingsniveau hebben deze wegen voldoende capaciteit om een verkeerstoename als gevolg van de voorgenomen activiteit af te kunnen wikkelen. De huidige weginfrastructuur bij locatie 2 voorziet niet in een goede ontsluiting. Het realiseren van een nieuwe afslag is daarbij ook een complexe en mogelijk niet haalbare ingreep, waardoor het niet meegenomen is in de locatieafweging. Eerder is bijvoorbeeld bij de ontwikkeling van bedrijventerrein de Blakt een nieuwe aansluiting op de A73 door Rijkswaterstaat resoluut afgewezen. Afwikkeling op de A73 zou bij locatie 2 plaats moeten vinden via de Stationsweg. De gemeente streeft naar het verkeersluwer maken van de Stationsweg tussen de A73 en de woonbebouwing van Oostrum vanwege de verkeersleefbaarheid en de aanwezige drukke fietsroute tussen de kern Venray en het treinstation. Op deze ontsluitingsweg is het als gevolg van de beperkte ruimte namelijk niet mogelijk dit fietsverkeer adequaat te scheiden van het gemotoriseerde verkeer. De ontsluitingswegen van locatie 1 en 3 lopen niet door een woonkern. Ook kan het fietsverkeer bij de genoemde wegen van locatie 1 (oostzijde A73) en 3 wel gescheiden van gemotoriseerd verkeer worden afgewikkeld.

Het scheiden van type verkeer is voor locatie 1 aan de westzijde van de A73 niet volledig mogelijk. Bij locatie 2 is er daardoor een groter risico op overlast (verkeer, geluid, et cetera) als gevolg van het extra verkeer van het bedrijventerrein. Alternatief 2 is om deze reden negatief (-) beoordeeld; de locaties 1 en 3 scoren neutraal (0).

Figuur 3-4 Nabije woonkernen, omliggende wegennetwerk en verkavelingspatronen bij locatiealternatief 1

19

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Figuur 3-5 Nabije woonkernen, omliggende wegennetwerk en verkavelingspatronen bij locatiealternatief 2

Figuur 3-6 Nabije woonkernen, omliggende wegennetwerk en verkavelingspatronen bij locatiealternatief 3

20

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Inpasbaarheid Verkaveling Locatie 1 kent in tegenstelling tot locatie 2 en locatie 3 een kleinschaligere en onregelmatigere kavelstructuur, aangrenzend aan het huidige bedrijventerrein aan de oostzijde van de A73 . Aan de westzijde van het bestaande bedrijventerrein wordt de rechtlijnige inpasbaarheid van verkaveling bemoeilijkt door de aanwezige natuurzones en het diagonaal doorkruisen van de A73 ten opzichte van de huidige kavelstructuren. Binnen de zoeklocaties van locatie 2 en 3 zijn meer open en langwerpige kavelstructuren aanwezig naast de bestaande bedrijventerreinen (zie figuur 3-5 en 3-6) waardoor de huidige landschapsstructuren meer gerespecteerd kunnen worden bij het inpassen van de voorgenomen activiteit. Voor wat betreft de inpasbaarheid in de bestaande verkaveling is locatie 1 om deze reden als minder geschikt (-) beoordeeld dan de locaties 2 en 3 (+). Woon en leefmilieu De drie locaties liggen allen buiten de richtafstand van de VNG (300 meter). Locatie 2 ligt op circa 350 meter van de kernen Oostrum, Antoniusveld en Landweert (zie figuur 3-5). Wanneer binnen het zoekgebied van locatie 1 de ontwikkeling aangrenzend aan het huidige bedrijventerrein, aan de oostzijde van de A73 komt te liggen, is de afstand tot de woonkern Oirlo op circa 350 meter gelegen (zie figuur 3-4).

Wanneer binnen het zoekgebied van locatie 1 de ontwikkeling aan de westzijde van de A73 komt te liggen is de afstand tot de dichtstbijzijnde woonkern Brukske circa 800 meter. Omdat nog geen afbakening en inpassing van een bedrijventerrein heeft plaatsgevonden is een worst-case benadering gekozen in de beoordeling van alternatief 1. Locatie 3 ligt op circa 800 meter van de dichtstbijzijnde woonkern de Brabander (zie figuur 3-6), daarnaast is het aantal (individuele) woningen dat binnen de potentiële invloedsferen van het bedrijventerrein ligt bij alternatief 3 het kleinst ten opzichte van de overige locaties. Dit tezamen met de grootste afstand tot de woonkernen zorgt ervoor dat de kans op hinder op gevoelige objecten het kleinst is bij alternatief 3. Om deze redenen zijn locatie 1 en 2 negatief (-) beoordeeld en locatie 3 neutraal (0). Conclusie trechtering Voorgaand zijn drie potentiële locaties voor een bedrijventerrein van netto 30 ha beschouwd. Deze locaties liggen binnen de gemeente Venray en liggen aansluitend aan bestaande bedrijventerreinen van een vergelijkbare omvang. Van deze locaties is op hoofdlijnen beschouwd in hoeverre er kansen en /of risico's zijn voor inpassing en milieueffecten en of de locatiealternatieven daarin verschillen. De resultaten van deze beoordeling is samengevat in Tabel 3-3. De niet onderscheidende aspecten zijn niet in Tabel 3-3 opgenomen.

Tabel 3-3 Conclusie trechtering op onderscheidende aspecten Aspect

Locatie 1 0 -

Locatie 2 Locatie 3 0 0 0 0* + + + +

Verkeer Natuur Woon- en leefmilieu Duurzaamheid Inpasbaarheid verkaveling *Relatief gezien is het risico van effecten op gevoelige objecten bij locatie 3 het kleinst Locatie 1 is goed te ontsluiten via de Deurnseweg. De mogelijke locatie aan de oostzijde van de A73 ligt relatief dichtbij de woonkern Oirlo, op een afstand van 350 meter. Hiermee ligt deze locatie maar net buiten de richtafstand van 300 meter van een woonkern, zoals deze voor geluid in de richtafstandenlijst van de VNG wordt gehanteerd. Op kortere afstand ligt een aantal individuele woningen. Er blijft daarmee een risico op effecten op het woon- en leefmilieu. De locatie heeft zeer beperkte ruimte, door de verkavelingstructuur (Oostzijde A73) of aanwezige natuurwaarden (westzijde A73) en is daardoor erg krap bemeten voor het uitwerken van klimaatadaptieve maatregelen (zoals water en groenstructuren) en

21

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

een duurzame landschappelijke inpassing. Ook kent deze locatie door haar vorm en bestaande verkaveling weinig mogelijkheden voor het inpassen en uitgeven van grootschalige bedrijfskavels. Omwille de flexibiliteit in de uitgeefbaarheid van de (grootschalige) kavels is het niet wenselijk om op twee aparte locaties te ontwikkelen. Locatie 2 kent zorgen als het gaat om de ontsluiting van het bedrijfsverkeer. De bestaande wegenstructuur sluit niet aan op de A73 en de ontsluitingsweg langs woningen brengt een risico op overlast (geluid en verkeer) met zich mee. De locatie ligt relatief dichtbij de woonkern Oostrum, op een afstand van circa 350 meter. Ook deze locatie ligt maar net buiten de 300 meter grens voor geluid zoals die in de richtafstandenlijst van de VNG wordt gehanteerd. Op kortere afstand liggen individuele woningen. Er blijft een risico op effecten op woon- en leefmilieu. De locatie heeft voldoende ruimte voor het inpassen van klimaatadaptieve maatregelen en het duurzaam landschappelijk inpassen van het terrein. Locatie 2 heeft de mogelijkheid voor het ontwikkelen / uitgeven van grootschalige kavels. Locatie 3 is goed te ontsluiten via de bestaande uitvalswegen voor bedrijventerrein Smakterheide (Spurkt, Metaalweg). De locatie ligt op relatief grotere afstand van woonkernen (>800 meter).

Er liggen wel enkele individuele (bedrijfs)woningen op kortere afstand van de locatie. In zijn algemeenheid is er niet of nauwelijks risico op effecten op woon- en leefmilieu, wanneer dit vergeleken wordt met de afstanden bij locatie 1 en locatie 2. De locatie kent voldoende ruimte voor het nemen van klimaatadaptieve maatregelen en het duurzaam landschappelijk inpassen van het terrein. Locatie 3 heeft de mogelijkheid voor het inpassen / uitgeven van grootschalige kavels.

3.2

Locatiekeuze bedrijventerrein De Spurkt

Aansluitend op de bovenstaande milieuaspecten zijn passende locaties beoordeeld op een aantal andere inhoudelijke criteria. Deze criteria zijn: bestaande eigendomsverhoudingen, ontsluiting en bereikbaarheid, risicoinschatting, en tijd. Daarnaast is voor de ontwikkeling van bedrijventerrein op de locatie De Spurkt ook de financiële haalbaarheid (minimaal kostenneutraal) en het passend krijgen van de ontwikkeling - met de salderingsafspraken die in regionaal verband gelden - van belang. Uit bovenstaande samenvatting blijkt dat locatie 1 de meeste beperkingen kent, met name veroorzaakt door de beperkte(re) ruimte voor een duurzame inpassing en het inpassen en uitgeven van grootschalige bedrijfskavels en mogelijke aantasting van de goudgroene zone. Locatie 2 kent, vergeleken met locatie 3, meer risico's door de kortere afstand tot woonkernen en door de slechtere ontsluitingsmogelijkheid op bestaande infrastructuur. Voor locatie 3 geldt dat deze voor deze onderscheidende aspecten geen risico's heeft, waardoor locatie 3 als voorkeurslocatie verder is uitgewerkt in het MER.

22

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Hoofdstuk 4

4.1

Referentiesituatie

Huidige situatie

Het plangebied kent een overwegend agrarisch karakter. Er staan woonbestemmingen aan de Spurkt 5, 5a t/m c en 8. De bovengrondse 150kV hoogspanningsverbinding Haps - Venray loopt midden door het gebied. De locatie ligt grotendeels in de Bronsgroene landschapszone. De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn: het groene karakter, het visueel ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf (aardkundige waarden). Het gebied is aangewezen als aardkundig waardevol gebied van provinciaal belang en bevindt zich in het beekdal van de Loobeek op de overgang naar de hoger gelegen dekzandruggen. Vanaf 1900 is dit gebied ontgonnen en is het open landschap van de natte heideontginningen ontstaan. Het landschap wordt gekenmerkt door rechte wegen (met laanbeplanting van één soort), regelmatige (rationele) blokverkaveling (rechtlijnige karakter van beplanting, sloten en wegen) en losse (verspreide) boerderijen met erfbeplanting. Verder wordt het jonge heideontginningslandschap gekenmerkt door een grote mate van openheid (behalve de laanstructuren en erfbeplanting zijn er verder weinig landschapselementen en er is relatief weinig bebouwing) en het gebruik als grasland en bouwland. Tevens is er een dassenburcht bekend in de oostkant van het plangebied. Dit is een beschermde soort volgens de Wet natuurbescherming.

4.2

Autonome ontwikkeling

Er zijn geen autonome ontwikkelingen voorzien in het plangebied. Ter plaatse vigeert Het bestemmingsplan 'Buitengebied Venray 2010' (vastgesteld 14-12-2010) grotendeels. Dit bestemmingsplan is gedeeltelijk herzien in 2016 (regels en locaties). Aan de noordkant van het gebied is de herinrichting van het Loobeekdal planologisch mogelijk gemaakt in bestemmingsplan 'Loobeek – deelgebied De Spurkt en Venrays broek' (vastgesteld 30-10-2018).

23

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

5.1

Voorgenomen ontwikkeling

Het voornemen

Voor de inrichting van het bedrijventerrein is gezocht naar één integraal inrichtingsalternatief dat zowel invulling geeft aan de opgave voor 30 hectare met grootschalige en middelgrote bedrijfskavels, alsook optimaal rekening houdt met de aanwezige kenmerken en omgevingswaarden in en om het plangebied. Het plan voorziet in een mix van kavels voor grootschalige en middelgrote bedrijven. De kavels zullen een opervlakte hebben van minimaal 1 hectare. De verkaveling zoals deze in het plan is beoogd is geborgd in het exploitatieplan De Spurkt. Voor het plangebied geldt een beeldkwaliteitplan dat een kader vormt voor de beoordeling van bouwplannen. Dit beeldkwaliteitsplan is bijgevoegd in Bijlage 13. Uitgangspunten Vanuit de opgave voor het bedrijventerrein gelden de volgende uitgangspunten: Er moet netto 30 ha uitgeefbaar terrein zijn; De kavelstructuur geeft zowel ruimte voor grootschalige kavels, alsook voor middelgrote bedrijfskavels. Vanuit de kenmerken en omgevingswaarden in het gebied zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het bedrijventerrein moet zorgvuldig in de bronsgroene landschapszone worden ingepast.

Hierbij dient rekening gehouden te worden met het groene karakter, het visueel ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf (aardkundige waarden); Er moet ruimte zijn voor mitigerende maatregelen voor beschermde soorten volgens de Wet natuurbescherming; Er moet minimaal 25 meter afstand zijn tussen een bedrijfsbestemming en de bovengrondse 150kV hoogspanningsverbinding; Er moet ruimte zijn voor klimaatadaptieve maatregelen, zoals waterberging; Er moet zo min mogelijk hinder zijn voor woon- en leefomgeving in de nabije omgeving; Bestaande waterlopen in het gebied moeten zoveel als mogelijk worden gehandhaafd; Er moet worden aangesloten op bestaande infrastructuur. Inrichting Op basis van bovengenoemde uitgangspunten is een optimale inrichting ontworpen. Deze is opgenomen in Figuur 5-1. Na de figuur is een toelichting op de beoogde inrichting opgenomen

24

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Figuur 5-1: Inrichting bedrijventerrein De Spurkt Hieronder is beschreven hoe de inrichting tot stand is gekomen en hoe de bovenstaande uitgangspunten bij de inrichting zijn meegenomen. Verkeer: de ligging van het gebied zorgt ervoor dat er een goede afwikkeling op de Spurkt mogelijk is. Via de Spurkt en de Metaalweg kan de A73 bereikt worden. Er is rekening gehouden met een mogelijke toename op kruispuntniveau in de gebruiksfase, waarbij het plaatsen van een VRI op het kruispunt afrit A73 met de Metaalweg als mitigerende maatregel kan dienen. Landschap: rond het bedrijventerrein zijn bewust groene zones vrijgehouden zodat het bedrijventerrein landschappelijk kan worden ingepast met bijvoorbeeld bomen of een grondwal. De bouwvlakken of kavels zijn gesitueerd binnen het raamwerk van rechte wegen. Daarmee is het ontwerp van het terrein volgend op het landschap en wordt het geometrische patroon van de wegen versterkt. De Bronsgroene landschapszone omvat beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden. De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Voor de Bronsgroene landschapszone is behoud, beheer, ontwikkeling en beleving van de landschappelijke kernkwaliteiten in samenhang met versterking van natuurkwaliteiten het hoofddoel.

In het MER zijn de gevolgen voor de Bronsgroene landschapszone onderzocht. Het bedrijventerrein heeft effect op het groene karakter en het visueel-ruimtelijke karakter. Om dit effect te verminderen worden bij de inrichting van het bedrijventerrein de huidige landschappelijke dragers (bestaande bomenrijen) zoveel mogelijk gerespecteerd en gebruikt voor de compartimentering van het nieuwe bedrijventerrein. Het bestaande groen wordt daarnaast versterkt met gebiedseigen beplanting en het plan voorziet in een groene inpassing van de bedrijfspercelen aan alle zijden. De belangrijkste structuren langs de weg De Spurkt en de kavelgrenzen wordt zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt. Ecologie: als gevolg van het intensieve landbouwkundige gebruik heeft het landschap maar geringe natuurwaarden. In de oostkant van het plangebied is een dassenburcht bekend. In het ontwerp is aan de oostzijde een groene zone opgenomen, waarmee de mogelijkheden worden gecreëerd voor

25

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

het inpassen van de dassenburcht alsook voldoende leefgebied wordt gecreëerd voor in het gebied voorkomende beschermde soorten. De verkaveling is zo ingericht dat er groene passages blijven langs de bestaande watergangen en houtopstanden in het gebied. Groen: Door het realiseren van voldoende nieuw leefgebied voor de beschermde soorten door de aanleg van de natuurzone en de centrale groenzone en het aanbieden van voldoende alternatieve verblijfplaatsen kan worden voorkomen dat de werkzaamheden een negatie effect hebben op de staat van instandhouding van de diverse soorten. Het project leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding van de Huismus, Steenuil en Boerenzwaluw. Zodoende wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan het streven de populatie van de Gewone dwergvleermuis en de Das in het natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Water: Er is met de verkaveling rekening gehouden met de bestaande structuur van waterlopen in het gebied. Op diverse plekken, zoals rond de 150 kV-verbinding, wordt ruimte gereserveerd voor waterbergende maatregelen. Veiligheid: Er is een zone van minimaal 25 meter aan weerszijden van de 150 kV hoogspanningsverbinding Haps – Venray vrijgehouden om voldoende afstand te houden.

Duurzaamheid: opwekken van duurzame energie wordt in het bedrijventerrein gestimuleerd doordat de bedrijven verplicht zullen worden hun daken geschikt te maken voor PV-zonnepanelen. Verder is er ruimte voor klimaatadaptieve maatregelen, zoals waterberging (zie 'water'). Ook is er ruimte voor biodiversiteit en landschappelijke inpassing (zie 'ecologie' en 'landschap'). Verkaveling; Door de gekozen verkaveling bieden 3 van de 4 'deelkavels' (B, C en D) ruimte voor grootschalige bedrijvigheid. Binnen 'deelkavel' A zijn enkele kleine kavels van minimaal 1 hectare mogelijk. De verkaveling zoals deze in het plan is beoogd is geborgd in het exploitatieplan De Spurkt. Woon- en leefomgeving; Door middel van inwaartse milieuzonering zal worden bepaald welke milieucategorieën er binnen het bedrijventerrein worden mogelijk gemaakt, zodat er zo min mogelijk hinder is voor woon- en leefomgeving. NGE: In gebieden waar aanwijzingen zijn dat er zich niet-gesprongen conventionele explosieven kunnen bevinden dient hiermee bij het uitvoeren van bouw- en grondwerkzaamheden rekening te worden gehouden.

Indeling bedrijventerrein op basis van milieuzonering In hoofdstuk 14 in Bijlage 10 is de milieuzonering beschreven. Op basis van deze milieuzonering wordt het bedrijventerrein als volgt ingedeeld (zie Figuur 4-2). Op het bedrijventerrein wordt maximaal categorie 4.2 toegestaan (zie lijst van bedrijven in Bijlage 1 Standaard Staat van Bedrijfsactiviteiten 'standaard'). De zonering is tot stand gekomen op basis van richtafstanden tot gevoelige functies in de omgeving (VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering').

26

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Figuur 5-2: Indeling milieucategorieën op bedrijventerrein De Spurkt Duurzaamheid Met de ontwikkeling van het bedrijventerrein verandert niet alleen de fysieke omgeving, maar zal ook de energievraag veranderen. Met duurzaamheidsambities in gedachte wordt het bedrijventerrein niet op het gas aangesloten waardoor bedrijfspanden op een andere duurzame manier dienen te koelen of verwarmen. De daken van bedrijventerreinen dienen daarbij geschikt te zijn voor de installatie van zonnepanelen en bij interne bedrijfsvoering mag geen stikstof worden uitgestoten. Hiermee biedt de ontwikkeling van het bedrijventerrein veel ruimte voor het reduceren van het gebruik van fossiele energie en het opwekken van duurzame energie. Daarnaast wordt in de inrichting rekening gehouden met wateroverlast en hittestress door voldoende waterberging en diverse groenvoorzieningen te realiseren. Ook duurzaamheid op het gebied van biodiversiteit wordt gestimuleerd door bijvoorbeeld aan de oostzijde van het plangebied een extensief begraasde weide, met een opstal en fruitbomen in te richten, als natuurzone voor verschillende soorten zoals boerenzwaluw, huismus, steenuil, vleermuizen en das. Door diverse ecologisch gunstige omgevingen te creëren binnen en buiten de natuurzone wordt invulling gegeven aan duurzaam ruimtegebruik. In het MER Bijlage 10 wordt uitgebreid stilgestaan bij het aspect duurzaamheid.

Salderen Volgens afspraken in de Regionale visie bedrijventerreinen moet er, voordat er 30 ha wordt ontwikkeld in Venray, eerst 30 ha uit de voorraad bedrijventerrein worden gehaald binnen de regio. Dit wordt 'salderen' genoemd. Voor de opgave van het salderen wordt eerst gekeken naar mogelijkheden binnen de eigen gemeente. Indien niets of onvoldoende voorradig is, wordt ook gekeken naar salderingsmogelijkheden binnen de regio. Op lokaal niveau zijn de volgende locaties beschikbaar: De Hulst 1: 1 hectare; De Hulst 2: 1,3 hectare;

27

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

De Melkfabriek: 2,2 hectare; De Brier: 2,7 hectare. In totaal gaat het om 7,2 hectare bedrijventerrein dat binnen de gemeente gesaldeerd kan worden. Daarnaast is gekeken naar locaties binnen de regio. In Venlo is een deel van Venlo Greenpark dat zich van bedrijventerrein naar campus ontwikkelt. Het gaat om circa 12 hectare. Gezamenlijk is de totale oppervlakte die voor Venrayse ontwikkelruimte beschikbaar circa 20 hectare. De afspraken die over de ontwikkelruimte in Venray zijn gemaakt, zijn opgenomen in de 'Samenwerkings- en Aandeelhoudersovereenkomst' tussen de gemeente Venray en het Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo. Regionaal is een inventarisatie gemaakt naar de mogelijkheden tot salderen van 10 hectare binnen het daarvoor door de Provincie Limburg bijgehouden bestaande systeem REBIS. Uit de regionale inventarisatie is gebleken dat binnen REBIS in de regio voldoende ruimte bestaat om de laatste 10 hectare van De Spurkt te kunnen salderen, volgens het principe van het administratief correctie. De 10 hectare kunnen gesaldeerd worden door het onttrekken van de bestemming van locaties waar een bedrijfsbestemming op rust maar waar het gebruik feitelijk anders is dan onder een bedrijfsbestemming valt. Gedacht moet worden aan locaties die in gebruik zijn voor grootschalige detailhandel, kantoren, onderwijs, maatschappelijk of nog anders.

Daarnaast is ook in een aantal gevallen gebleken dat de feitelijke bestemming in het bestemmingsplan al afwijkt van de aanduiding bedrijventerrein in REBIS. Deze saldering is in feite een administratieve correctie binnen het REBIS systeem. Salderen op deze wijze is passend bij de in regionaal verband gemaakte afspraken en is in eerdere vergelijkbare casussen eveneens toegepast.

5.2

Inrichtingsalternatieven

In het MER wordt het inrichtingsalternatief getoetst aan de wettelijke vereisten en beoordeeld op mogelijke milieueffecten. In het MER wordt beoordeeld of, en zo ja, welke milieueffecten er kunnen optreden en of er optimalisatie van het plan noodzakelijk en mogelijk is om effecten te voorkomen en/of kansen te benutten. Er wordt in het MER één inrichtingsalternatief onderzocht, die op basis van het MER, waar nodig, kan worden aangescherpt. Het bestemmingsplan voor De Spurkt biedt ruimte voor flexibiliteit in de toekomstige plannen. Dat betekent dat op voorhand niet bekend is wat de precieze inhoud van toekomstige ontwikkelingen is. Daarom wordt bij de te onderzoeken milieuaspecten uitgegaan van een bandbreedte op basis van een worst case benadering door uitgangspunten te kiezen die uitgaan van een maximale invulling van het plangebied. Effecten als gevolg van de toekomstige vestiging van bedrijven vallen daardoor binnen de bandbreedte aan effecten zoals bepaald in het MER. Bij het MER is een passende beoordeling opgesteld om effecten op Natura 2000 gebieden inzichtelijk te maken. Deze zal worden bijgevoegd bij het bestemmingsplan en MER.

28

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

6.1

Beleidskader

Rijksbeleid

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (2011) Het Rijk heeft haar beleid ten aanzien van infrastructuur en ruimtelijke ordening vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte en daarmee samenhangende algemene regels: het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig. Het Rijk streeft daar naar met een aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Doelen In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte formuleert het Rijk drie hoofddoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar & veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Nationale belangen De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is vertaald in het Barro. Het Barro omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen.

Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. Voor het plangebied zijn de volgende bepalingen relevant: Nationaal belang nr. 1. Een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. 5. Een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen. 6. Betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen. 8. Verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's. 13. Zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen.

Van toepassing op plangebied? Ja, in het plangebied wordt ruimte gemaakt voor de ontwikkeling van de topsectoren agrofood, maakindsutrie en logistiek. Ja, de A73 ligt nabij het plangebied De Spurkt.

Ja, het plangebied maakt onderdeel uit van een gebied dat multimodaal is ontsloten. Ja, door het vestigen van bedrijvigheid binnen het plangebied zijn de verschillende milieuthema's aan de orde. Ja.

29

bestemmingsplan De Spurkt - NL.IMRO.0984.BP20008-va01 (vastgesteld)

Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro) Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten om die reden een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Dit vereiste is met ingang van 1 oktober 2012 in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Achtereenvolgens moet worden aangetoond of er een actuele regionale behoefte is (trede 1), deze behoefte in bestaand stedelijk gebied kan worden opgevangen (trede 2), en of de locatie multimodaal is of kan worden ontsloten (trede 3). Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Bro gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Hierbij is de derde trede geschrapt en is het begrip 'actuele regionale behoefte' vervangen door 'behoefte'. Behoefte (trede 1) Een uitgebreide vraag- aanbodanalyse is opgenomen in Bijlage 11. Hieruit blijkt dat er sprake is van een behoefte.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9370743/1