CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray Motivering

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22c, Nieuw Medisch Centrum Venray30.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

2 alinea's met “informatieavond”: 464 467

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

53

subsidies. Energiebespaarcoaches: de Venrayse energiebespaarcoaches komen op huisbezoek bij inwoners die graag willen besparen op hun energierekening. Laadpalen electische auto's: alles over oplaadpunten voor elektrische auto's Deze onderwerpen zijn natuurlijk ook toe te passen c.q. van toepassing op de te realiseren bebouwing voor het nieuwe medisch centrum. Het gebouw zal in ieder geval gasloos worden gerealiseerd en voldoen aan de vereiste BENG-norm. Het doel is naast het realiseren van een nieuwe medisch centrum dat voldoet aan de eisen en wensen van deze tijd, er ook een duurzaam gebouw wordt gerealiseerd. Voor de energievoorziening zal zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van zonne-energie. Daarnaast zal als onderdeel van de parkeervoorziening/plaatsen voorzien worden in noodzakelijk laadpalen voor electrische auto's.

Klimaatadaptatie Er zijn verschillende manieren om de omgeving aan te passen aan de klimaatverandering. Door het extreme klimaat zoals: extreme regenbuien, hitte en droogte is het belangrijk om te zorgen dat de leefomgeving bestand is tegen deze klimaatveranderingen. Hieronder worden de effecten van klimaatverandering behandeld. 1. wateroverlast; 2. droogte; 3. hittestress. Er zijn verschillende manieren om invulling te geven aan de bevordering van klimaatadaptie, voor elk van deze aspecten gelden andere mogelijke maatregelen die hieronder worden toegelicht. Wateroverlast Door klimaatverandering valt er steeds meer neerslag en neemt de intensiteit en extreemheid van de buien toe. Dit vergroot het risico op wateroverlast. Wateroverlast ontstaat als er zoveel regen valt, dat het oppervlaktewater de afvoer van het regenwater niet meer kunnen verwerken. Het is daarom belangrijk dat wanneer er verharding wordt toegevoegd, er gecompenseerd moet worden met waterbergingen. In de gemeente Venray geldt een bergingseis van 60 mm/m2 bebouwing/verharding voor het afkoppelen van het hemelwater. Hiervoor zijn er verschillende opties mogelijk: groen mosdak; een verlaging in het maaiveld (wadi) een natuurlijke vijver; grindkoffers; combinaties hiervan zijn uiteraard ook mogelijk.

Voor de realisatie van het nieuwe medisch centrum zal in voldoende mate worden voorzien in de nodige hemelwatervoorzieningen. Dit zal zijn in de vorm van wadi's of grindkoffers onder de verharding. Een groen mosdak behoort niet tot de mogelijkheden omdat dit 'gereserveerd is voor de benodigde installaties en zonnepanelen. Droogte Door klimaatverandering komen langere droogteperiodes voor. Hierdoor, en ook door bijvoorbeeld ontwatering en waterwinning neemt verdroging van de bodem toe. Droogte en verdroging zijn nadelig voor de biodiversiteit, natuur, drinkwaterproductie, industrie en landbouw. Het probleem van wateroverlast, kan tegelijkertijd de oplossing voor droogte zijn. In dat kader geeft het Waterschap Limburg een voorkeursvolgorde aan, hoe om te gaan met hemelwater. De meest wenselijke mogelijkheid: water bergen en vasthouden voor hergebruik. Hiermee kan in tijden van veel neerslag het water worden opgevangen en in droge periodes het opgeslagen water worden gebruikt om droogte te bestrijden. Hemelwater kan simpelweg worden opgevangen in wadi's van waaruit het kan infiltreren in de bodem. Ook

54

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

kan er voor gekozen worden om een deel van het hemelwater op te vangen in een (watervoerende) vijver om te gebruiken voor de bewatering van het groen binnen het plangebied in droge perioden. Hittestress Klimaatverandering leidt tot meer zomerse en tropische dagen. Extreme hitte heeft een groot aantal gevolgen, bijvoorbeeld voor de gezondheid van mensen, voor de buitenruimte en de leefbaarheid in de stad. Hitte heeft ook gevolgen voor andere aspecten van de leefomgeving, waaronder infrastructuur, drinkwater en oppervlaktewater. Om een gebouw zo klimaatbestendig te maken zijn er verschillende manieren om in de zomer de hitte zo veel mogelijk te beperken. Er zijn dan ook meerdere manieren mogelijk om warmte en wateroverlast tegen te gaan: groen mosdak; een verlaging in het maaiveld (wadi) combinaties hiervan zijn uiteraard ook mogelijk. Deze dragen ook bij aan het voorkomen van hittestress. Belangrijk is om een goede 'balans' te vinden tussen enerzijds bebouwing en verharding, en anderzijds groen. Hierin moet een evenwicht gevonden worden om het oplopen van de temperatuur te voorkomen in warme periodes. In dat kader wordt naast de bebouwing voor het nieuwe medisch centrum en de noodzakelijke ontsluiting met parkeervoorziening voorzien in het nodige groen in de vorm van wadi's voor de opvang van het hemelwater en landschappelijke inpassing.

Door de parkeervoorzieningen te combineren met bomen kan door de schaduwwerking van de bomen voorzien worden in verkoeling. Dit leidt teven tot verbetering van biodiversiteit. Door de combinatie draagt het bij aan het reduceren van de hittestress. 4.10.3

Conclusie

Bij de nadere uitwerking van het planvoornemen kan in voldoende mate rekening worden gehouden met duurzaamheid en klimaatadaptatie. Door maatregelen te combineren en onderdelen (gebouw, verharding, groen en water) in samenhang te zien kan hier zeker een bijdrage worden geleverd.

4.11

Verkeer en parkeren

4.11.1 Wettelijk kader Voor verkeer en parkeren is er geen wettelijk kader. Wel dient bij een ruimtelijke ontwikkeling verkeer- en parkeeraspecten in kaart te worden gebracht. De ontsluiting, verkeersgeneratie en parkeerbehoefte is daarbij van belang. Hierdoor worden ongewenste of onveilige verkeerssituaties tegengegaan en kan de realisatie voor parkeerplaatsen in voldoende mate worden geborgd. Hiervoor is gebruik gemaakt van de richtlijnen uit de CROW ten aanzien van de verkeersgeneratie en de parkeernormen uit de parkeernota van de gemeente Venray 4.11.2 Toetsing Verkeer Ten behoeve van de ontsluiting van het plangebied is in een groter verband een verkeersanalyse gemaakt in het kader van de reconstructie van de N270 als onderdeel van het economisch programma 'Via Venray' om de bereikbaarheid van de regio Venray te optimaliseren (Royal Haskoning DHV, referentie BI2356-114-100_M&I_RP2406111205, d.d. 11 juni 2024, Bijlage 15). Dit betreft een rekenkundige verkeersanalyse voor deelproject 1 kruising Leunseweg op basis van de volgende nieuwe uitgangspunten: Restlevensduur Viaduct Leunseweg: tot op heden was reconstructie van het viaduct over de Leunseweg niet wenselijk vanwege kapitaalvernietiging. De technische restlevensduur van het viaduct is op dit moment circa 21 jaar.

Het recent door Provinciale Staten vastgestelde 'Leidraad Inrichting Provinciale Infrastructuur' (LIPI) leert dat onderhavig wegvak van de N270 een 2 x 1 wegprofiel dient te hebben. Op termijn kan dit leiden tot een andere invulling van de verkeerskundige oplossing in de omgeving.

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

55

Ontwikkeling VieCuri; Ten westen van de Leunseweg (op het huidige honkbalterrein) wordt de nieuwe locatie van VieCuri Venray gerealiseerd. Met de komst van dit poliklinische ziekenhuis (geen overnachtingen / bezoek) moet er een adequate ontsluiting meegenomen worden in de herontwikkeling. Woningbouwlocatie De Brier; Aan de noordkant van het huidige bedrijventerrein De Brier is woningbouw voorzien. Hier worden circa 300 woningen ontwikkeld. Deze woningen komen deels in de plaats van de bestaande bedrijfslocaties. Planontwikkeling Oude Melkfabriek; Voor de Oude Melkfabriek, gelegen aan Albionstraat te Leunen, in de nabijheid van het viaduct over de Leunseweg zijn op dit moment geen concrete plannen. Ontsluiting van het perceel dient gewaarborgd te zijn. Verkeersmodel Limburg; in de tussentijd is het verkeersmodel voor de omgeving vernieuwd en geactualiseerd. Dit kan leiden tot (beperkt) andere prognoses. Essentiële route; De Leunseweg is een essentiële route om het centrum van Venray te bereiken vanuit Leunen. Naast deze hernieuwde uitgangspunten zijn er diverse (gemeentelijke) projecten in de omgeving van de N270 – Leunseweg waar in het kader van deze heroverweging rekening gehouden dient te worden.

Het betreft de volgende projecten: Aanleg Oostverbinding als gebiedsontsluitingsweg tussen de Henri Dunantstraat en de Stationsweg (is voltooid en wordt opengesteld na gereedkomen herinrichting Stationsweg). Herinrichten Stationsweg tussen de A73 en rotonde Oostsingel tot gebiedsontsluitingsweg (wordt voltooid in 2024). Reeds in 2021 is de rotonde Leunseweg-Zuidsingel sterk verbeterd. Hier zijn de oversteken verder van de rotonde gelegd, met positieve effecten op de verkeersveiligheid en doorstroming. Ook is ter hoogte van de Acaciastraat een middengeleider aangelegd, waardoor fietsers en voetgangers hier veilig kunnen oversteken. Zuidsingel – Sportlaan aanpassing voorrangssituatie met betere oversteekbaarheid door inpassen bredere middengeleider. (planning ± 2025). Maasheseweg – Keizersveld/Nieuwhuisweg twee kruisingen VRI/rotonde aanpassingen (planning ± 2025). Hierbij is het voor de gemeente Venray van groot belang dat de geplande projecten rondom VieCuri (onderhavig planvoornemen) en de herontwikkeling van de Brier verkeersveilig moeten kunnen worden afgewikkeld. Deze projecten waren ten tijde van de concretiseringsstudie niet in beeld waardoor qua verkeersintensiteit en gewenste capaciteit een nieuw uitgangspunt is ontstaan.

Uitgangspunt is dat de verkeersafwikkeling van en naar de Leunseweg en bedrijventerrein De Brier en de verkeersveiligheid ook na de realisatie van deze twee projecten is geborgd en daarmee een robuust knooppunt is gerealiseerd. Op basis van het hernieuwde onderzoek naar de verkeersafwikkeling op deelproject 1 en de directe omgeving van N270 Leunseweg kunnen de volgende zaken worden geconcludeerd: Met de huidige inzichten en uitgangspunten is voor het toekomstbestendig maken van de omgeving van de Leunseweg het behoudt van het viaduct noodzakelijk. Aanvullende maatregelen rondom of op de Provinciale weg N270 zijn voor vooralsnog niet noodzakelijk anders de dan voorgestelde kleinschalige maatregelen op de aansluitende wegen. De doorstroming van het verkeer op de wegvakken van de N270 ten oosten en ten westen van de Leunseweg staat op dit moment niet onder druk. Ook in de toekomst (2040) zijn conform de verwachtingen geen knelpunten in de verkeersdoorstroming te verwachten. Ook in het kader van de verkeersveiligheid zijn hier geen knelpunten te verwachten. Ook op de toe- en afritten van de N270 zijn geen aandachtspunten op het gebied van de verkeersafwikkeling te verwachten. Wel zorgen hogere verkeersintensiteiten en de wens voor veilige langzaam verkeersroutes ervoor dat de verkeersveiligheid in de toekomst een aandachtspunt blijft.

Het verdient aanbeveling om op deze locaties met kleinschalige maatregelen de verkeersveiligheid te borgen en waar mogelijk te verbeteren. Voor het onderliggende wegennet rondom de Leunseweg is de verkeersafwikkeling op dit moment nog

56

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

geen probleem, maar door diverse ontwikkelingen in Venray zoals het ziekenhuis / woningen op de Brier en de autonome groei van het verkeer kan de verkeersafwikkeling op kruisingen van de Leunseweg onder druk komen te staan in de toekomst als het verkeer zich zoals verwacht ontwikkeld. Het verdient aanbeveling om nadrukkelijk in te zetten op een verschuiving in de verkeersmodaliteiten (mobiliteitstransitie) zodat de groei van het autoverkeer op deze verbindingen in de toekomst beperkt blijft. Daarnaast is het nader uitwerken en uitwerken van de kleinschalige maatregelen gericht op de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid op deze locaties in dit kader wenselijk. Gezien de verkeersstromen op de N270 en de Leunseweg naar verwachting in de komende jaren zullen toenemen verdient het aanbeveling om de ontwikkeling van de verkeersintensiteiten nauwgezet te volgen om tijdig te kunnen inspelen indien de ontwikkelingen afwijken van de verwachting. Door regelmatig te monitoren, zowel op het gebied van doorstroming als op het gebied van verkeersveiligheid kan tijdig worden ingegrepen indien de verkeersintensiteiten anders ontwikkelen dan verwacht. Daarnaast biedt dit ook de mogelijk om, gelet op de mogelijke aanpak van het viaduct in de Leunseweg, tijdig aan de slag te gaan met een passende oplossing die past binnen het dan geldende verkeersaanbod en de wensen en eisen die dan gelden.

In dat kader wordt er dan ook nog vervolgonderzoek gedaan naar de juiste verkeerskundige en -technische vorm van de ontsluiting op de Leunseweg en In de Wieën en dat hierbij nadrukkelijk gekeken wordt naar de (on)gewenste verkeerseffecten in de omgeving. Aangezien dit planvoornemen meegenomen is in deze verkeersanalyse en de verkeersafwikkeling op dit moment geen probleem is vormt het aspect verkeer dan ook geen belemmering.

Parkeren Voor inzicht te krijgen in het parkeren is de parkeerbehoefte berekend. Aan de hand van een parkeerbehoefteberekening is het aantal benodigde parkeerplaatsen inzichtelijk gemaakt. Deze parkeerbehoefteberekening is gemaakt op basis van: gemeentelijk beleid (parkeernormen ziekenhuis); gemeentelijk beleid (parkeernormen gezondheidscentrum); maatwerkberekening CROW.

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

57

Uit de verschillende parkeerbehoefteberekeningen, op basis van de verschillende rekenmethodes, blijkt dat ongeveer 119 tot 176 parkeerplaatsen benodigd zijn bij het nieuwe medisch centrum. De maatwerkberekening CROW geldt daarbij in veel gevallen als het meest betrouwbaar. Het uitgangspunt voor het verkeerskundig ontwerp is dan ook dat ongeveer 175 parkeerplaatsen benodigd zijn.

Verkeerskundig ontwerp De verkeersanalyse en de parkeerbehoefteberekening zijn gebruikt om te komen tot een verkeerskundig schetsontwerp. Dit is opgesteld om te beoordelen hoeveel ruimte rondom het pand van het nieuwe medisch centrum nodig is om enerzijds in de ontsluiting op het terrein te voorzien en anderzijds om in het aantal parkeerplaatsen te voorzien. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: De parkeeropgave bedraagt circa 175 parkeerplaatsen. Eventuele parkeerplaatsen die vanuit de bestaande situatie mogelijk komen te vervallen worden in het ontwerp gecompenseerd. De ligging van het gebouw is overgenomen zoals in voorstel verkoop grond aan VieCuri is aangegeven, waarbij zoveel mogelijk rekening is gehouden met het in het omgevingsplan opgenomen bouwvlak. De maatvoering van de parkeervakken en -wegen is overeenkomstig met de eisen uit de NEN2443: 2013 (Parkeren en stallen van personenauto's op terreinen en in garages). Daarnaast is met behulp van rijcurvesimulaties het ruimtebeslag voor grotere voertuigen in beeld gebracht. Ook hierop is de maatvoering van de wegvakken en bochten afgestemd. In eerste instantie is het ontsluitingsprincipe overgenomen uit een analyse van Royal HaskoningDHV (RHDHV)3. Aan de Leunseweg wordt een aansluiting voorzien enkel voor vertrekkend verkeer.

Conform het advies van RHDHV dient de aansluiting voorzien te worden van een verkeerslicht, om hiermee de kwaliteit van de verkeersafwikkeling voor verkeer komend vanaf het parkeerterrein te garanderen. De verwachting nu (anno september 2024) is dat de huidige vormgeving van de Leunseweg gehandhaafd blijft en dat de aansluiting voor het vertrekkende verkeer een voorrangskruispunt blijft, met verkeer op de Leunseweg in de voorrang.

58

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

Aan In de Wieën is een zogenaamde 'halve aansluiting' voorzien, waarop het verkeer rechtsaf in- en rechtsaf uit kan rijden. Hierin gaan we uit van de huidige vormgeving van de oprit richting de N270. In het ontwerp is gestreefd om zoveel mogelijk inzicht te geven in de benodigde ruimte voor het ontwerp op de beschikbare kavels, rekening houden met zoveel mogelijk flexibiliteit in combinatie met een verkeersveilige vormgeving. De bestaande aanwezige bomen, welke zoveel mogelijk gehandhaafd moeten blijven, hebben invloed op de vormgeving en positie van vooral de verschillende aansluitingen. Dit heeft geresulteerd in onderstaand (indicatief) verkeerskundig schetsontwerp parkeerplaatsen en aansluiting van het nieuwe medisch centrum op de bestaande infrastructuur.

Verkeerskundig schetsontwerp (indicatief, hieraan zijn geen rechten te ontlenen) De ontsluiting van het nieuwe medisch centrum wordt voorzien middels een in- en uitrit vanaf In de Wieën en uitsluitend een uitrit op de Leunseweg ter plaatse van de huidige in-/uitrit naar het hockeycomplex en medisch centrum De Wieën. Het parkeerterrein voor het nieuwe medisch cenrum, bestaande uit 175 parkeerplaatsen, is in zijn geheel aan de linker zijde van het gebouw voorzien en is middels parkeerapparatuur afgesloten. In deze opzet is voldoende ruimte voor de slagboom en het opstellen van een eventuele wachtrij, waarbij het overige verkeer op het eigen terrein niet gehinderd wordt. De ligging van het parkeerterrein voor het nieuwe medisch centrum aan de westzijde maakt het mogelijk om alle parkeerplaatsen aan deze zijde te realiseren en deze fysiek los te koppelen van het parkeerterrein aan de noordoostzijde (Hockey en MC de Wieënhof). Voetgangers van en naar dit parkeerterrein hebben daarnaast een natuurlijke geleiding richting het gebouw. Voor het fietsverkeer vanaf de In de Wieën is een doorsteek opgenomen. Deze bevindt zich aan de zuidoost kant van het terrein. Doel is om het fietsverkeer zoveel mogelijk een eigen infrastructuur te geven en los te koppelen van het autoverkeer.

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

59

4.11.3 Conclusie Uitgaande van de uitgevoerde verkeersanalyse voor de omgeving van het nieuwe medisch centrum (inclusief provinciale weg N270) kan ten aanzien van verkeer geconcludeerd worden dat afwikkeling van het verkeer afkomstig van het nieuwe medisch centrum in voldoende mate verwerkt kan worden en dit niet tot capaciteitsproblemen zal leiden. Uit de parkeerbehoefteberekening en het verkeerskundige schetsontwerp blijkt dat in een adequate verkeersontsluiting in combinatie met voldoende parkeerplaatsen kan worden voorzien binnen het plangebied. Om te waarborgen dat ook daadwerkelijk voldaan zal worden aan de parkeernormen van de gemeente Venray is hiervoor in artikel 11.3 van de regels van dit TAM-omgevingsplan de verplichting opgenomen dat op eigen terrein voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd overeenkomstig de gemeentelijke parkeernormen.

4.12

Bedrijven en milieuzonering

4.12.1 Wettelijk kader In het kader van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt gestreefd naar het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten, met als doel het handhaven en waar mogelijk bevorderen van een goede kwaliteit van het leefmilieu. Dit gebeurt onder andere door het fysiek scheiden van milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en milieugevoelige functies (zoals woningen) door het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding daartussen. Deze ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand, hetgeen ook wel wordt aangeduid als milieuzonering in de vorm van een richtafstand. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: 1.

Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; 2. Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt in de praktijk (nog steeds) gebruik gemaakt van VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave). De VNG-uitgave geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. Deze uitgave bevat een lijst waarin voor veelvoorkomende milieubelastende activiteiten indicatieve richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies, uitgaande van een gemiddeld modern bedrijf. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. Afwijken van de richtafstanden is mogelijk, mits wordt onderbouwd dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. De indicatieve richtafstanden uit de VNG-brochure gaan uit van de afstand die dient te worden gehouden van het gebiedstype 'rustige woonwijk'. Indien sprake is van een 'gemengd gebied' mogen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (uitzondering is de richtafstand voor gevaar).

Een gemengd gebied is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. In onderhavig geval kan gesteld worden dat het plangebied is gelegen binnen een gemengd gebied door de verschillende functies in de omgeving en met name de ligging aan doorgaande wegen (provinciale weg N270, Leunseweg). Hierom kunnen de richtafstanden van de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' in deze situatie, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsstap verkleind worden.

60

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

Dit geldt niet voor de richtafstand van het aspect gevaar. 4.12.2 Toetsing De realisatie van een nieuwe medisch centrum (ziekenhuis) betreft een hinderveroorzakend object en wordt aangemerkt als een milieucategorie 2 bedrijf met een maximale richtafstand van 30 meter (op basis van geluid). Deze richtafstand kan met één afstandstap verkleind worden naar 10 meter vanwege de ligging in gemengd gebied. Binnen deze richtafstand zijn geen woningen of andere milieugevoelige objecten gelegen. Direct grenzend aan het plangebied is een gezondheidscentrum (artsenpraktijk, klinieken en dagopvang). Een dergelijk voorziening wordt aangemerkt als milieucategorie 1 met een maximale richtafstand van 10 meter (op basis van geluid). Met de verkleining van één afstandstap is dit nog maar 0 meter. Echter de bebouwing van het nieuwe medisch centrum wordt op minstens 10 meter uit de perceelsgrens gebouwd waardoor in feiten voldaan wordt aan de richtafstand van 10 meter. Ook grenst het plangebied direct aan het sportcomplex. Een sportcomplex (met verlichting) wordt aangemerkt als milieucategorie 3.1 (op basis van geluid). Het nieuwe medisch centrum is gelegen binnen deze richtafstand van 50 meter, welke verkleind kan worden met 1 stap naar 30 meter. In dat kader moet een medisch centrum gezien worden als een geluidsgevoelig object.

de meeste sportvelden op het sportcomplex liggen op meer dan 30 meter van het bouwvlak waar het medisch centrum gerealiseerd wordt en daarmee niet van invloed op het planvoornemen. Alleen het oefen hockeyveld direct grenzend aan het plangebied, aan de noordzijde, is binnen deze afstand van 30 meter gelegen. Echter dit veld heeft kleinere afmetingen dan een normaal hockeyveld waardoor het niet voor wedstrijden (met publiek) wordt gebruikt, maar alleen voor trainingen. Gezien het 'beperkte' beschikbare ruimtebeslag zal dit gebruik niet wijzigen. Het geluid afkomstig van dit trainingsveld bestaat uitsluitend uit stemgeluid tijdens de trainingen. Dit (piek)geluid kan buiten beschouwing gelaten worden. Ook het clubgebouw met kantine en kleedruimten ligt op een grotere afstand dan 30 meter en is vastgelegd door middel van een bouwvlak, waardoor eventueel geluid afkomstig van het clubgebouw gezien de daadwerkelijke afstand van 50 meter niet van invloed is. Tevens wordt het oefen sportveld voor trainingen overwegend in de avonduren en weekenden gebruikt en daarmee op momenten dat het medisch centrum dicht is, zodat eventuele geluidhinder afkomstig van het sportcomplex niet als zodanig wordt ervaren. Hetzelfde kan gesteld worden ten aanzien van lichthinder. De sportvelden zijn voorzien van lichtmasten, waaronder ook het oefenhockeyveld.

Echter deze zullen alleen aan zijn tijdens de avonduren wanneer het medisch centrum dicht is. Alleen in de winterperiode zal er mogelijk eventueel sprake zijn van enige lichthinder als het vroeg donker is en het medisch centrum nog in gebruik is als eventuele trainingen op doordeweekse avonden rond 17.00 uur beginnen. Ten noorden van het plangebied is een bedrijfsfunctie gelegen (Leunseweg 14/14a). Hier is milieucategorie 1 en 2 (richtafstand 10 en 30 meter) toegestaan. Ook hiervoor geldt weer dat de richtafstand verkleind kan worden naar respectievelijk 0 en 10 meter). Gezien de afstand tussen de grens van het plangebied en de grens van de bedrijfsfunctie van 25 meter wordt hieraan voldaan. Ook hier wordt de bebouwing van het nieuwe medisch centrum op ten minste 10 meter van de perceelsgrens gebouwd waardoor de afstand 35 meter bedraagt en in feite voldaan wordt aan de richtafstand van 30 meter. Aan de overzijde van de Leunseweg ligt een kantoorfunctie. Voor kantoren geldt een milieucategorie 1 met een richtafstand van 10 meter. Gezien de ligging van het plangebied achter het gezondheidscentrum en de tussenliggende Leunseweg wordt ruimschoots voldaan aan deze richtafstand. Ten zuiden van het plangebied, aan de andere zijde van de provinciale weg N270 (Deurneseweg) ligt een bedrijfsfunctie en detailhandelsfunctie.

Binnen de bedrijfsfunctie zijn milieucategorie 1 en 2 toegestaan en specifiek een interieurbouwbedrijf en dierenkliniek. Een detailhandelsfunctie wordt aangemerkt als milieucategorie 1. De richtafstanden hiervoor zijn 10 meter en 30 meter. Ook hiervoor geldt weer dat de richtafstand verkleind kan worden naar respectievelijk 0 en 10 meter. Gezien de afstand en de tussenliggende provinciale weg wordt ruimschoots voldaan aan deze richtafstand.

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

61

Tot slot ligt op enige afstand van het plangebied ligt een intensieve veehouderij waar het aspect geur een rol speelt. Hiervoor wordt verwezen naar paragraaf 4.8 en 4.9. 4.12.3 Conclusie Gelet op voorgaande toetsing op basis van gebiedstype, milieucategorie en richtafstand kan geconcludeerd worden dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormen voor de realisatie van het nieuwe medisch centrum. Om het binnenniveau te waarborgen is op voorhand besloten om de gevels van het gebouw aan alle buitenzijden als 'niet-geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen' uit te voeren. Dit is in de bouwregels nader bepaald.

4.13

Molenbiotoop

4.13.1 Wettelijk kader Er is geen wettelijk kader voor het vastleggen van een molenbiotoop behorende bij een molen. De gemeente heeft daarmee geen wettelijke verplichting om afspraken over de molenbiotoop vast te leggen. Echter dit is wel gebruikelijk om te doen om zodoende de windvang voor de molen te waarborgen zodat deze ook functioneel in gebruik kan blijven. In dat kader heeft de gemeente Venray in het voormalige bestemmingsplan 'Venray', thans onderdeel van het (tijdelijk) omgevingsplan van rechtswege, de molenbiotoop van de molen aan de Sportlaan vastgelegd middels de 'vrijwaringszone - molenbiotoop' met bijbehorende regels. In deze regels is bepaald dat de gronden mede bestemd zijn voor bescherming en instandhouding van de belangen van de bestaande molen als werktuig en beeldbepalend element. Binnen de vrijwaringszone is het niet toegestaan: binnen 100 m van de molen nieuwe bouwwerken op te richten, hoger dan de onderste punt van de verticale wiek; binnen 400 m van de molen nieuwe bouwwerken op te richten met een grotere hoogte dan 1/30 van de afstand gemeten tussen het bouwwerk en de onderste punt van de verticaal staande wiek. Hiervan kan eventueel afgeweken worden om hogere gebouwen of bouwwerken, geen gebouw zijnde op te richten, indien de vrije windvang en het zicht op de molen reeds zijn beperkt door bebouwing.

Hierover dient vooraf advies te zijn ingewonnen bij een door het bevoegd gezag aan te wijzen onafhankelijke deskundige. 4.13.2 Toetsing De molenbiotoop heeft een maximale radius van 400 meter en ligt daarmee grotendeels over het plangebied. De molen zelf is op een onderbouw geplaatst met een hoogte van ongeveer 3,0 meter. Hierdoor is het onderste punt van de verticaal staande wiek op ongeveer 3,5 meter gelegen. Door deze verhoogde ligging van de molen betekent dit concreet het volgende: De kortste afstand gemeten tussen het onderste punt van de verticale wiek en de beoogde locatie bedraagt ca. 210 meter. Op basis hiervan geldt een maximaal toegestane bouwhoogte van (210/30=) 7 meter + 3,5 meter = 10,5 meter ter plaatste van de meest westelijke zijde van de locatie. De grootste afstand gemeten tussen het onderste punt van de verticale wiek en de beoogde locatie bedraagt ca. 400 meter. Op basis hiervan geldt een maximaal toegestane bouwhoogte van (400/30=) 13,3 meter + 3,5 meter = 16,8 meter ter plaatse van de meest oostelijke zijde van de locatie. Op een afstand groter dan 400 meter wordt aansluiting gezocht bij de aangrenzende maatschappelijke bestemming van het medisch centrum waarvoor de maximum bouwhoogte 16 meter bedraagt. Onderstaande grafiek en afbeelding geven schematisch weer wat de maximaal toegestane bouwhoogte binnen

62

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

het plangebied is.

Schematische weergave maximaal toegestane bouwhoogte binnen het plangebied Uitgaande van een maximum bouwhoogte van 13,0 meter en de situering van het bouwvlak c.q. de bebouwing van het nieuwe medisch centrum in het oostelijk deel van het plangebied in aansluiting op de bebouwing vormt de realisatie van het nieuwe medisch centrum geen belemmering voor de molen. 4.13.3 Conclusie Door de situering van het bouwvlak c.q. de bebouwing van het nieuwe medisch centrum tussen de 13,3 meter-lijn en de 17,5 meter- lijn met een hoogte van maximaal 13,0 meter vormt het nieuwe medisch centrum geen belemmering voor de molen.

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

63

4.14

Water

4.14.1 Wettelijk kader In artikel 5.37 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is bepaald dat in een omgevingsplan rekening moet worden gehouden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. Daarbij worden, voor een duiding van die gevolgen, de opvattingen van het bestuursorgaan dat is belast met het beheer van die watersystemen betrokken. Voor een aantal specifieke rijksbelangen geldt aanvullende instructieregels: bescherming van primaire waterkeringen (5.38 Bkl); behoud waterveiligheid kust (5.39 – 5.40 Bkl); behoud waterveiligheid grote rivieren (5.41 – 5.47 Bkl); IJsselmeergebied (5.48 – 5.49 Bkl). Met inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Waterwet vervallen. Dit geldt niet voor de diverse beleidsstukken op het gebied van water. Nationaal Water Programma 2022-2027 In Nederland liggen grote opgaven voor het waterdomein: Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering; Nederland moet blijven werken aan een goede bescherming tegen overstromingen en aan een klimaatrobuuste zoetwatervoorziening tegen toenemende droogte; Ook de zorg voor goede waterkwaliteit en duurzame drinkwatervoorziening verdient aandacht. Om aan te geven hoe om te gaan met de uitdagingen van water, heeft de Rijksoverheid het Nationaal Water Programma (NWP) 2022-2027 ontwikkeld.

Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast. De Rijksoverheid werkt aan schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is. Ook is er aandacht voor de raakvlakken van water met andere sectoren. Het NWP beschrijft de nationale beleids- en beheersdoelen op het gebied van klimaatadaptatie, waterveiligheid, zoet water & waterverdeling, waterkwaliteit & natuur, scheepvaart, en de functies van de rijkswateren. Provinciaal Waterplan Limburg 2022-2027 Het waterbeleid in het Provinciaal Waterplan 2022-2027 omvat de strategische hoofdlijnen voor het provinciale waterhuishoudkundige beleid. Hierin geeft de provincie uitwerking aan de in de Omgevingsvisie Limburg opgenomen provinciale belangen op het gebied van water: Een integrale en realistische benadering van hoogwaterbescherming, wateroverlast, watertekort, verdroging en de verbetering van de waterkwaliteit in het stroomgebied van de Maas; Het in samenhang bezien en aanpakken van de zoetwatervoorziening (voor drinkwater en andere functies), natuurherstel, watersysteemherstel, waterveiligheid, landbouw, landschap en de stikstofproblematiek; Een ecologisch gezond, veerkrachtig en adaptief watersysteem om weersextremen zoveel mogelijk op een natuurlijke wijze op te vangen.

De provincie stelt in de Omgevingsvisie Limburg en in het Provinciaal Waterprogramma Limburg de beleidskaders voor het regionale watersysteem. Op grond van het bepaalde in artikel 3.7 van de Omgevingswet zijn de onderdelen van het Provinciaal Waterprogramma die uitvoering geven aan de diverse Europese richtlijnen over water voor het waterschap kaderstellend Gelet op de inhoudelijke samenhang binnen het watersysteem en de hiervoor vermelde provinciale belangen is doorwerking van het volledige waterprogramma naar het waterschap noodzakelijk. Hieraan is in de Omgevingsverordening invulling gegeven. Waterbeheerprogramma Waterschap Limburg 2022-2027

64

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

Elke zes jaar leggen waterschappen vast welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Het programma geeft invulling aan het bestuursprogramma uit 2019 en de meerjarenbegroting waarin de koers voor de periode 2022-2027 is uitgezet. Kort samengevat zijn de belangrijkste speerpunten in het Waterbeheerprogramma: Hoogwaterbescherming Maasvallei: bescherming tegen overstromingen vanuit de Maas; Klimaatadaptatie: balans tussen water afvoeren én water vasthouden; Waterkwaliteit en ecologie: het water is schoon en wateren zin natuurlijk ingericht; Zuiveren en waterketen: zuiveren rioolwater en grondstoffen terugwinnen en gebruiken. Deze indeling is niet scherp, want water kent geen grenzen en is verbonden met andere thema's. Duurzamer grondgebruik in het stroomgebied van de Maas en de beken zorgt voor een gelijkmatiger afvoerdynamiek. Regenwater infiltreren in stedelijk gebied helpt daar ook bij: voorkomt dat riolen overstorten en ontlast onze zuiveringen. Een constantere aanvoer in de zomer verlaagt de kans op waterkwaliteitsproblemen door droogte en hitte. Kortom: alle uitdagingen moeten in samenhang met elkaar worden bekeken. Met de maatregelen worden het liefst meerdere problemen tegelijk opgelost: een integrale aanpak.

Met name klimaatadaptatie is relevant in het kader van het planvoornemen, met als relevant uitgangspunt: elke druppel vasthouden en pas afvoeren als het moet. Het hemelwater afkomstig van de bebouwing en verhardingen binnen het plangebied moet dan ook afgekoppeld worden en op eigen terrein geïnfiltreerd worden. De waterschapsverordening is de opvolger van de keur na de (recente) inwerkingtreding van de omgevingswet. Hierin zijn alle regels die het waterschap binnen haar beheersgebied stelt over de fysieke leefomgeving opgenomen. In paragraaf 1.2.1 van de waterschapsverordening heeft het algemeen bestuur van het waterschap doelcriteria vastgesteld. Deze criteria zijn bepalend voor de vraag of een handeling in het watersysteem kan worden toegestaan of niet. Het dagelijks bestuur heeft deze doelcriteria voor concrete situaties uitgewerkt in stroomschema's, vastgelegd in het document 'Uitvoeringsregels Keur Waterschap Limburg 2019'. De uitvoeringsregels bestaan uit stroomschema's toelichting op de zorgplicht, vergunningplicht, algemeen verbod en algemene regels met bijbehorende toelichting. Voor het planvoornemen is in dit kader van belang de gestelde bergingseis van 60 mm waaraan voldaan dient te worden voor de opvang van het hemelwater om dit vervolgens te infiltreren in de bodem.

Op de bij de waterverordening behorende legger van het Waterschap Limburg is te zien dat er binnen het plangebied en in de directe omgeving geen watergang of waterkering gelegen is. Ten zuiden van de provinciale weg N270 (Deurneseweg) loopt van west naar oost de watergang Scheide met een bijbehorende beschermingszone van 2 x 5 meter aan weerszijden van de watergang. De watergang met bijbehorende beschermingszone reikt niet tot aan het plangebied waardoor er geen belangen van het waterschap in het geding zijn. 4.14.2 Toetsing Met onderhavige wijziging van het omgevingsplan wordt de realisatie van een nieuwe medisch centrum mogelijk gemaakt. Er is momenteel nog geen sprake van een concreet (bouw)plan en/of inrichtingstekening van het nieuwe medisch centrum met bijbehorende voorzieningen. In het vervolgtraject bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor het bouwtechnische deel van het medisch centrum dienen onderstaande richtlijnen van het waterschap in acht te worden genomen. Grondwater Het plangebied is niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied gelegen. Op basis van de omgevingsverordening Limburg blijkt dat het plangebied ook niet gelegen is binnen de boringsvrije zone Roerdalslenk III of Venlose school.

Ook zullen er binnen het gebied ten behoeve van de realisatie van een nieuwe medisch centrum geen diepe grondwaterboringen plaatsvinden of onttrekking van

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

65

het grondwater plaatsvinden, waardoor vanuit dit kader geen belemmeringen bestaan. Oppervlakte water Binnen het plangebied en in de directe omgeving bevindt zich geen oppervlakte water waarmee rekening gehouden dient te worden. Met de realisatie van het nieuwe medisch centrum wordt ook geen primair oppervlakte water gerealiseerd. Mogelijk dat wel een eventuele waterpartij onderdeel zal zijn van de uitwerking van het concrete planvoornemen als onderdeel van het groen. Afvalwater Het (huishoudelijk) afvalwater dient te worden aangesloten op de riolering. Dit zal gescheiden aangesloten worden op de bestaande riolering zoals aanwezig ter plaatse van Leunseweg of eventueel In de Wieën. Hemelwater Ter plaatse van het plangebied wordt de realisatie van een nieuw medisch centrum bestaande uit bebouwing en verhardingen mogelijk gemaakt. In de huidige situatie is geen sprake van verhard oppervlak door het gebruik als sportcomplex. Met het beoogde planvoornemen wordt ter plaatse een bouwvlak van circa 4.500 m2 toegevoegd. Het bouwvlak mag voor 60% bebouwd worden (2.700 m2). Daarnaast zal er rekening moeten worden gehouden met verharding. Echter het oppervlak hiervan is nog onbekend. Er zal daarbij voldaan worden aan de gemeentelijke bergingseis van 60 mm/m2 verharding.

Voor het plangebied betekent dat er concreet 2.700 m2 x 0,06 m= 162 m3 aan te leggen hemelwaterberging als gevolg van de bebouwing. Daarnaast zal aanvullend dus ook voldoende hemelwaterberging als gevolg van de verharding worden aangelegd. Tevens zal voorzien worden in een overstort op het riool om wateroverlast in extreme situaties te voorkomen. Dit zal nader uitgewerkt worden in een civieltechnisch plan waarbij voldaan zal worden aan de gestelde bergingseis van 60 mm/m2. Dit is geborgd in de regels . Om inzicht te krijgen in de doorlatendheid van de bodem is tevens een infiltratieonderzoek uitgevoerd (Aelmans, rapportnummer E222767.003/LOM, d.d. 12 augustus 2022, Bijlage 16). Uit de gemeten doorlatendheden blijkt dat de infiltratie van hemelwater ter plaatse van het plangebied tot de mogelijkheden behoort. De doorlatendheid vn de ondergrond is vrij goed. Het infiltreren zou dus direct in de ondiepe ondergrond moeten plaatsvinden. Een gereguleerde voeding/afvloeiing middels bijvoorbeeld een wadi en/of grindkoffers is opportuun. De waterberging kan in verschillende vormen gerealiseerd worden, zodat het hemelwater op eigen terrein kan infiltreren, hieronder enkele voorbeelden: groen mosdak; een verlaging in het maaiveld; een natuurlijke vijver; grindkoffers; combinaties hiervan zijn uiteraard ook mogelijk.

Met deze verschillende mogelijkheden wordt het opvangen van het hemelwater niet als een probleem gezien. naar verwachting zal er voor de opvang van het hemelwater voorzien worden in de aanleg van wadi's in combinatie van grondkoffers onder verharding, met voldoende bergingscapaciteit. Deze dienen daarbij boven de GHG worden aangelegd zodat voorkomen wordt dat de wadi's en/of koffers vollopen met grondwater. het Er zijn daarmee voldoende mogelijkheden voor een effectieve hemelwaterberging. Enkel schoon regenwater mag worden geïnfiltreerd. Om de kwaliteit van het hemelwater te garanderen, dienen onderdelen welke met regenwater in aanraking kunnen komen, te worden vervaardigd of te bestaand uit niet-uitloogbare bouwmaterialen zoals kunststoffen of gecoat staal of aluminium (in plaats van zink, lood of asfalt et cetra). Door het gebruik van niet-uitlogende materialen komen geen verhoogde concentraties verontreinigide stoffen (DuBo-maatregelen) voor in het te infiltreren water. Infiltratie van afgekoppelde verharding zoals opritten, parkeerplaatsen en terrassen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.

66

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

Voor hemelwater vraagt het Waterschap Limburg om een voorkeursvolgorde aan te houden, waarbij optie het meest wenselijk en optie 5 het minst wenselijk is: 1. Bergen en vasthouden voor hergebruik; 2. Bergen en vasthouden in de bodem voor infiltratie; 3. Tijdelijk bergen; 4. Afvoeren naar oppervlakte water; 5. Afvoeren naar gemengd of DWA-riool. In artikel 11.2 van de regels bij dit TAM-omgevingsplan is de verplichting opgenomen dat bij het indienen van een omgevingsvergunning voor het technisch bouwdeel voldoende infiltratie/bergingsvoorzieningen op te nemen om het hemelwater afkomstig van daken en verhardingen te kunnen afkoppelen en verwerken op eigen terrein. Een een ander in lijn met de bepalingen in het Gemeentelijk Rioleringsplan Venray2022-2027. Hiermee is in voldoende mate verzekerd dat wordt voldaan aan de eisen aangaande hemelwaterafkoppeling. 4.14.3 Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'water' geen belemmeringen oplevert voor onderhavige wijziging van het omgevingsplan en sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

4.15

Niet gesprongen explosieven

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving. Op basis van de kaart 'Ontplofbare oorlogsresten' van de gemeente Venray ligt het plangebied in een gebied 'KKM, hand- en geweergranaten, munitie voor granaatwerpers, raketten en geschutmunitie.

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

67

Uitsnede kaart 'Ontplofbare oorlogsresten' Het gebied ten zuiden en oosten van het plangebied zijn al vrijgemaakt van explosieven volgens de bommenkaart van de explosievenopruimingsdienst.

68

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

Uitsnede bommenkaart opruimingsdienst Als onderdeel van de aanvraag van de omgevingsvergunning zal te zijner tijd een vooronderzoek conflictperiode en (indien noodzakelijk) vervolgonderzoek worden uitgevoerd. Om dit te waarborgen is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels.

4.16

Plan-mer-beoordeling

4.16.1 Wettelijk kader In de Omgevingswet is vastgelegd dat voorafgaande aan een besluit of plan dat voorziet in een grootschalig project met belangrijke nadelige milieugevolgen, een milieueffectrapport opgesteld dient te worden. In een milieueffectrapport worden de effecten van een plan of project op het milieu beschreven. De milieueffectrapportage (MER) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Op deze manier krijgt het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming. De milieueffectrapportage sluit aan bij de voorbereidingsprocedure van een plan of besluit. Voor welke plannen en projecten en op welke wijze de milieueffecten moeten worden getoetst, staat in de wetgeving rond de milieueffectrapportage (MER), opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit (implementatie van de EU-richtlijn mer en EUR richtlijn voor strategische milieubeoordeling). Niet voor alle plannen en besluiten hoeft een MER te worden opgesteld. De projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een mer-plicht of een mer-beoordelingsplicht geldt, staan in het Omgevingsbesluit bijlage V. Er wordt onderscheid gemaakt tussen een m.e.r.-beoordeling (kolom 3), waarbij het bevoegd gezag een beslissing kan nemen of een m.e.r. nodig is, en een verplicht m.e.r. (kolom 2).

Om te bepalen in welke categorie een besluit of plan valt is er een lijst met projecten opgenomen in bijlage V van het

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

69

Omgevingsbesluit (kolom 1). Hierin zijn ook de drempelwaardes in opgenomen, die aangeven welke procedure er doorlopen moet worden (kolom 2 en 3). Voor plannen en programma geldt een mer-(beoordelings)plicht als het plan of programma het kader vormt voor te nemen besluiten voor mer-(beoordelings) plichtige projecten (kolom 1 bijlage V bij Omgevingsbesluit) of wanneer er voor het plan of programma een passende beoordeling in het kader van natuur moet worden gemaakt. Daarnaast geldt dat er ook een mer-beoordeling moet worden opgesteld als een plan of programma kaderstellend is voor projecten die aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben, maar niet zijn opgenomen in bijlage V van het Omgevingbesluit. Als een plan kaderstellend is voor de projecten uit bijlage V van het Omgevingsbesluit, maar niet boven de drempelwaarde van kolom 2 uitkomen, moet een plan-mer-beoordeling worden uitgevoerd. Een plan-mer-beoordeling vindt alleen plaats als: Het plan een kleine wijziging van een plan of programma is Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau én als dat plan of programma een bestuursorgaan van een gemeente het bevoegd gezag is. Lokaal niveau Lokaal niveau staat voor gemeentelijk niveau. Europese jurisprudentie geeft een eerste inkleuring van het begrip 'klein gebied'.

Het Hof concludeerde dat de grootte van het betrokken gebied, vergeleken met die van het grondgebied, klein moet zijn. (omgevingsbesluit, artikel 11.11)

De plan-mer-beoordeling moet worden opgesteld met in achtneming van de criteria uit Bijlage II van de smb-richtlijn (Afdeling 16.4, artikel 16.36, lid 5 Ow). Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met: De kenmerken van het plan, waaronder de ligging, aard, omvang en gebruiksvoorwaarden. De kenmerken van de effecten van de gebieden die kunnen worden beïnvloed. Hierbij wordt onder andere gelet op de waarschijnlijkheid, duur, frequentie en omkeerbaarheid van effecten. Risico's voor de menselijke gezondheid en het milieu worden meegenomen. Daarnaast wordt ook de cumulatie van effecten beoordeeld. In een plan-mer-beoordeling (artikel 16.36, lid 3 en 4 Omgevingswet) toetst het bevoegd gezag of er bij het plan of programma aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden. Er zijn twee mogelijke uitkomsten: Het is uitgesloten dat er aanzienlijke milieueffecten voor het milieu optreden; er is geen mer nodig en er wordt geen milieueffectrapport opgesteld. Dat aanzienlijke milieueffecten zijn uitgesloten moet in het besluit worden gemotiveerd. Aanzienlijke milieueffecten zijn niet uitgesloten; in dit geval moet er een mer worden doorlopen en een milieueffectrapport worden gemaakt. 4.16.2 Toetsing Het omgevingsplan is kaderstellend voor een project dat genoemd wordt in Bijlage V Omgevingsbesluit: categorie J11 Stedelijk ontwikkelingsproject.

Omdat het een kaderstellend omgevingsplan betreft is het omgevingsplan 'plan-mer-beoordelingsplichtig'. In dat kader is een plan-mer-beoordeling opgesteld (zie Bijlage 17) op de milieueffecten van de ontwikkeling inzichtelijk te krijgen. In onderstaande tabel zijn de conclusies per milieu aspect weergegeven waarbij is aangegeven of een significant effect kan worden uitgesloten. Verkeer

70

Het planvoornemen geeft een toename van verkeersbewegingen. De verkeerskundige gevolgen zijn goed oplosbaar met aanpassingen in de ontsluiting in de omgeving van het plangebied.

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

Luchtkwaliteit

De luchtkwaliteit blijft ruim onder de wettelijke normen en benaderen de gezondheidskundige advieswaarden. Het planvoornemen draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Geur Binnen het plangebied en ter plaatse van het bouwvlak is in de vergunde situatie sprake van een redelijk goed en daarmee aanvaardbaar leefklimaat. Er is geen sprake van beperkende werking voor de ontwikkelingsmogelijkheden voor bedrijven in de omgeving. Beschermende natuurgebieden Behalve mogelijk stikstofeffecten, heeft het planvoornemen geen overige nadelige effecten voor beschermende natuurgebieden. Stikstof Geen sprake van overschrijdingen en daarmee geen vergunningplicht als Natura 2000 activiteit. Natuurnetewerk Eventuele milieueffecten voor het Limburgs Natuurnetwerk (LNN) kunnen vanwege deze afstand worden uitgesloten. Beschermende soorten Er worden geen bomen gekapt met holten voor boombewonende vleermuizen. De bomen die geschikt zijn voor de andere soorten staan op voldoende afstand. Uit het nader ecologisch onderzoek is gebleken dat de bouw van het nieuwe pand niet tot een overtreding van de Omgevingswet. Een vergunningsaanvraag voor een flora en fauna activiteit in het kader van de Omgevingswet is niet noodzakelijk.

Beschermende houtopstanden Houtopstanden binnen het plangebied worden niet beschermd door natuurwetgeving, aangezien deze bomen binnen de bouwde kom staan. Geluid De geluidbelasting door wegverkeer op de N270 overschrijdt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de gevels van het beoogde gebouw met maximaal 10 dB. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB voor nieuwbouw in stedelijk gebied wordt nergens overschreden Wel zal in het kader voor het 'bouwtechnische deel' een akoestisch onderzoek geluidwering gevels uitgevoerd moeten worden om aan te tonen dat het binnenklimaat in voldoende mate wordt gewaarborgd. Daarnaast blijkt dat het planvoornemen geen effect heeft op het gecumuleerde geluid bij de omliggende geluidgevoelige objecten als gevolg van de toename van het verkeer als gevolg van het planvoornemen. Externe veiligheid Uit een inventarisatie van de risicobronnen in de omgeving van het plangebied volgt dat er geen belemmeringen gelden voor het planvoornemen. Bodem en water Water en bodem vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Het plangebied ligt niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Ondanks de licht verhoogde concentraties in de bovengrond is er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen belemmering voor het planvoornemen en geen aanleiding voor een nader bodemonderzoek.

Het plangebied is geschikt voor infiltratie van hemelwater vanwege de goede doorlatendheid van de bodem en lage grondwaterstand. Archeologie en cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Het plangebied ligt niet binnen een Provinciaal Archeologisch Aandachtsgebied en is niet aangewezen als AMK-terrein. Ten aanzien van archeologie wordt een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Dit zal uitgevoerd worden voor aanvang van de start van de bouw

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

71

Klimaat

Gezondheid en veehouderij

Molenbiotoop

4.16.3

Binnen het plangebied zijn ten aanzien van klimaateffecten geen grote knelpunten op gebiedsniveau te verwachten, ook niet voor de komende jaren. Het plangebied is zeer kansrijk voor natuurlijke klimaatbuffers om weersextremen als gevolg van klimaatverandering op te vangen. Bouwkundige maatregelen, meer water en meer groen in de gebouwde omgeving verminderen het risico op hittestress, droogtestress en wateroverlast Ten aanzien van luchtkwaliteit, geluid en geur is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het plangebied ligt niet binnen een endotoxine risico-contour van een veehouderij. Binnen 1 km van het plangebied liggen geen pluimveehouderijen. Binnen 250 meter ligt alleen de varkenshouderij Enge Steeg 1. Hiermee wordt voldaan aan de adviesafstanden van de GGD. Gezien de ligging van het plangebied, het geitenmoratorium én het Medisch Centrum voorzien wordt van een luchtbehandelingsinstallatie, kan een aanvaardbaar leefklimaat worden gegarandeerd en kunnen aanzienlijke milieugevolgen door geitenhouderijen worden uitgesloten. Uitgaande van de maximum bouwhoogte en de situering van het bouwvlak in het oostelijk deel van het plangebied in aansluiting op bestaande bebouwing, vormt de realisatie van het nieuwe Medisch Centrum geen belemmering voor de St. Petrusmolen op Sportlaan 10.

Conclusie

Zoals uit de plan-mer-beoordeling blijkt geven de kenmerken van het beoogde planvoornemen, de locatie van het beoogde planvoornemen en potentiële effecten van het beoogde planvoornemen geen aanleiding aan te nemen dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden, waardoor het opstellen van een milieueffectrapport niet noodzakelijk of zinvol is.

72

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

Hoofdstuk 5 5.1

Participatie

Verplichte participatie

Met onderhavig TAM-omgevingsplan vindt een wijziging van het (tijdelijke) omgevingsplan van rechtswege plaats. In dat kader moet dan in het vaststellingsbesluit staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En ook wat met de resultaten is gedaan. Dit staat in artikel 10.2, lid 2 van het Omgevingsbesluit. Wie bij de vroegtijdige participatie betrokken moet worden, hangt af van het type omgevingsplanwijziging, de aard, de omvang en de invloed op de fysieke leefomgeving voor belanghebbenden. De verplichting om een wijziging van het omgevingsplan voor te bereiden met participatie geldt voor het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag kan met de initiatiefnemer afspreken dat deze zorg draagt voor de uitvoering van de participatie. In dat kader is tussen de gemeente en VieCuri afgesproken dat zij als initiatiefnemer zorgdragen voor de participatie in de vorm van een omgevingsdialoog. Hiervoor is aan de voorkant door VieCuri een Plan van Aanpak voor de omgevingsdialoog opgesteld. In dit plan van aanpak is aangeven op welke wijze de omgevingsdialoog gaat plaatsvinden en welke omwonenden, belanghebbenden dan wel stakeholders betrokken worden in de omgevingsdialoog.

5.2

Intaketafel/omgevingstafel

Op 2 juli 2024 is het planvoornemen besproken op de omgevingstafel met de ambtelijke vakdisciplines en ketenparners. Op basis van de omgevingstafel kan geconcludeerd worden dat er een positieve grondhouding is van uit de ambtelijke vakdisciplines en ketenpartners en dat men zich kan vinden in het planvoornemen. Wel zijn er nog een aantal aandachtspunten die nadere invulling vragen bij de uitwerking van de concrete bouwplannen, maar minder relevant zijn voor onderhavige wijziging van het (tijdelijk) omgevingsplan. Het verslag van de omgevingstafel is als Bijlage 18 (gemeente Venray, d.d. 2 juli 2024) toegevoerd.

5.3

Participatie omgeving

In het voortraject heeft een eerste afstemming met de omgeving plaatsgevonden d.d. 15 juni 2021 middels een informatieavond. Tijdens deze informatieavond is de omgeving voor het eerst geinformeerd over de toekomstige ziekenhuisvoorziening VieCuri in Venray. Tijdens deze informatieavond is in het kort de tijdslijn van Venray en VieCurie geschetst.

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

73

Tijdslijn Vervolgens is aangeven waarom een nieuwe locatie noodzakelijk is in samenhang met verschillende projecten ten aanzien van de locaties Venlo, Venray (nieuw en oud) alsmede de rol van de gemeente (verplaatsing sportvelden, aanpassing N270 en gemeentelijke verkeersstructuur). Tot slot is toen de visie voor de nieuwe locatie aangeven qua programma en massastudie alsmede de planning. Tijdens deze eerste informatieavond konden de aanwezige vragen stellen, welke naar tevredenheid zijn beantwoord. Daarna is het lange tijd stil geweest omdat er uiteindelijk pas begin 2024 een koopovereenkomst voor de grond is getekend tussen de gemeente Venray en VieCuri. Ten behoeve van de wijziging van het omgevingsplan is de participatie met de omgeving weer opnieuw opgestart. In dat kader zijn persoonlijke gesprekken met de omgeving gevoerd en heeft een inloopbijeenkomst d.d. 30 oktober 2024 plaatsgevonden. De eindrapportage van de omgevingsdialoog is bijgevoegd als Bijlage 19 (Pouderoyen Tonnaer, rapportnummer TON240021.003.007/MWI, d.d. 28 november 2023). Naar aanleiding van de bevindigen uit de omgevingsdialoog worden de volgende aanbevelingen gedaan: De aanbeveling aan VieCuri is om in gesprek te blijven met stakeholders nabij plangebied ten behoeve van de vervolgfase.

In de persoonlijke gesprekken zijn zowel kansen (delen van voorzieningen zoals parkeren en verkennen van mogelijke samenwerking met nabij gelegen medisch centrum, e.a.) als ook bedreigingen (bomen nabij hockeyvelden, veilige verharding parkeerplaats, ruimte voor nabijgelegen veehouderij en de molen etc.) genoemd. In overleg met elkaar kunnen aandachtspunten verder besproken en uitgewerkt worden. Eventuele onderzoeken ten behoeve van de planontwikkeling kunnen desgewenst met partijen gedeeld en besproken worden. Veel inwoners zijn benieuwd naar wat het zorgaanbod gaat worden. Het specifieke zorgaanbod wordt in de vervolgfase zorgvuldig uitgewerkt in samenspraak met zorgverzekeraars en andere (keten)partners. Dit onderwerp zal de nodige aandacht en zorgvuldigheid in communicatie vragen. Verschillende partijen hebben zorgen geuit over de huidige verkeersveiligheid in het gebied. VieCuri kan gemeente Venray vragen om het voortouw te nemen om met partijen samen mogelijke oplossingsrichting te verkennen op dit thema, zowel voor de huidige situatie als ook voor de toekomstige situatie met de nieuwe ziekenhuisvoorziening. Waar mogelijk zal met deze aanbevelingen rekening worden gehouden in het verdere traject om te komen tot een nieuw medisch centrum op deze plek.

74

TAM-omgevingsplan Nieuw Medisch Centrum Venray

Hoofdstuk 6 Conclusie evenwichtige toedeling van functies aan locaties Bij het wijzigen van het omgevingsplan moet sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hiervoor moet het planvoornemen beleidsmatig worden getoetst en getoets worden aan aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en milieu. Deze toetsing heeft plaatsgevonden in hoofdstuk 3 en 4. Tevens zijn in dat kader de noodzakelijke onderzoeken uitgevoerd en heeft een plan-mer-beoordeling plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat er als gevolg van de realisatie van een nieuw medisch centrum op deze locatie géén sprake is significante negatieve effecten. Daarnaast heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden om te komen tot de nieuwe locatie van het nieuwe medisch centrum (zie paragraaf 2.2). Uit het locatieonderzoek is gebleken dat deze locatie het beste scoort. Het nieuwe medisch centrum sluit op deze locatie aan op een reeds bestaande gezondheidsvoorziening waardoor sprake is van clustering en samenhang op een goed bereikbaar knoopunt aan de zuidzijde van de kern Venray.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15858649/1