CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

SD 2026 Verordening SD okt

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: Verordening Sociaal Domein 2026 gemeente Venray.32.465 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “deur”: 3877

8.3.2 Professionele of niet-professionele hulp

volgende voorwaarden:

1. Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb, wordt

a. De inwoner kan voldoende voor haar eigen

onderscheid gemaakt tussen professionele en nietprofessionele hulp.

belangen opkomen. Daardoor kan zij de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier

2. Van professionele hulp is sprake als de hulp

uitvoeren, eventueel met hulp van iemand uit

verleend wordt door onderstaande personen, met

het sociale netwerk, of met iemand die haar

uitzondering van bloed- of aanverwanten in de 1e of

vertegenwoordigt.

2e graad van de inwoner: a. iemand die in dienst is van een instelling die

b. De inwoner maakt de gemeente duidelijk waarom zij een pgb wil ontvangen. Gaat het om

bedrijfsmatig de hulp verleent en ingeschreven

jeugdhulp, dan moet de inwoner motiveren

staat in het Handelsregister (artikel 5

waarom hulp-op-maat door een aanbieder van

Handelsregisterwet 2007); of

de gemeente, niet passend is.

b. iemand die als zelfstandige zonder personeel

c. De hulp die de inwoner met het pgb wil betalen,

beroepsmatig de hulp verleent en ingeschreven

is van goede kwaliteit. De hulp moet veilig en

staat in het Handelsregister (artikel 5

doeltreffend zijn en op de inwoner gericht. Dit

Handelsregisterwet 2007).

moet duidelijk worden uit het pgb-plan van de

3. De inwoner mag het pgb besteden aan hulp die

inwoner.

wordt gegeven door een professionele hulpverlener,

2. De gemeente kan een pgb in elk geval weigeren in

als deze persoon voldoet aan de volgende

de volgende situaties:

voorwaarden. Deze persoon:

a. De inwoner kan het pgb niet zelf beheren en wil

a. moet de diploma’s hebben die nodig zijn om de

het pgb laten beheren door de hulpverlener.

hulp te kunnen geven;

b. De gemeente heeft eerder hulp-op-maat of een pgb toegekend, en dit besluit is herzien of ingetrokken. c. De inwoner vraagt een pgb voor kosten die zijn gemaakt, voordat de aanvraag is gedaan. d. Soms is zelf ingekochte zorg duurder dan zorg in natura. Dat is geen reden om een pgb te weigeren. Maar de gemeente hoeft ook geen extra geld uit te geven. De gemeente mag beslissen dat de inwoner alleen het bedrag krijgt dat de zorg in natura zou kosten. De meerkosten betaalt de inwoner dan zelf. 3. Het pgb is bedoeld voor hulp, maar kan niet aan alle kosten die daarmee te maken hebben worden besteed. Het pgb kan niet besteed worden aan: a. kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers;

45

Verordening SD

b. moet op verzoek van de gemeente, een

offerte. De gemeente stelt de hoogte van het pgb

‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen

vast op het bedrag van de laagste offerte.

(VOG)’ overleggen, specifiek screeningsprofiel

4. De hoogte van het pgb voor professionele hulp voor

45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en

hulp-op-maat (individueel, groep en logeren),

dier’; De verklaring mag niet ouder zijn dan

persoonlijke verzorging, behandeling (individueel

3 maanden, voorafgaand aan de datum van de

en groep), wonen en gezins- en woonvormen en

aanvraag.

hulp bij het (zelfstandig) wonen stelt de gemeente

c. moet voor het bieden van jeugdhulp

vast op basis van het laagst geoffreerde tarief op

aantonen de meldcode huiselijk geweld en

dienstverleningsniveau binnen de aanbesteding

kindermishandeling te gebruiken en Stichting

van hulp in natura voor de Wmo en Jeugdwet. Het

Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) of Beroepen

pgb is toereikend voor de aanschaf van het product

in de individuele gezondheidszorg (BIG)

of dienst bij minimaal 1 aanbieder. Maatwerk is

geregistreerd zijn.

mogelijk.

4. Van niet-professionele hulp is sprake als:

5. De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp

a. de hulp geboden wordt door personen, al dan niet

voor hulp-op-maat in het kader van de Jeugdwet,

uit het sociaal netwerk, die niet voldoen aan de

respijtzorg en Wmo-ondersteuning is gelijk aan

criteria als genoemd in lid 2;

het wettelijk minimum (uur)loon. Het gaat om het

b. de hulp wordt geboden door personen die voldoen

uurloon bij een 36-urige werkweek per 1 januari van

aan de criteria als genoemd in lid 2, maar bloed-

het jaar waarin het pgb wordt verstrekt, inclusief

of aanverwanten in de 1e of 2e graad zijn van de

vakantiegeld, vakantie-uren en sociale lasten.

inwoner.

6. Voor respijtzorg uitgevoerd door niet-professionele

5. De inwoner mag het pgb besteden aan hulp

hulp bestaat ook een tegemoetkoming per kalender-

die wordt gegeven door een niet-professionele

maand zoals genoemd in het besluit nadere regels.

hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de

7. Het pgb is voldoende om hulp in te kunnen kopen

volgende voorwaarden. Deze persoon:

die voldoet aan de kwaliteitseisen die staan in

a. heeft aannemelijk gemaakt dat de hulp niet tot

de wet, deze verordening en het Besluit nadere

overbelasting leidt en dat zij kwalitatief goede

regels. En het is geschikt voor het doel waarvoor het

hulp kan bieden, en

pgb wordt toegekend.

b. moet op verzoek van de gemeente, een ‘verklaring omtrent gedrag natuurlijke personen (VOG)’ overleggen, specifiek screeningsprofiel 45, ‘Gezondheidszorg en welzijn van mens en dier’. De verklaring mag niet ouder zijn dan 3 maanden voor de datum van de aanvraag. 8.3.3 Hoogte en tarief pgb 1. De gemeente stelt de hoogte van het pgb voor een product vast aan de hand van, en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de inwoner goedkoopst compenserende hulp in natura. Het pgb is toereikend voor de aanschaf van het product bij minimaal 1 aanbieder. 2. De gemeente houdt bij het vaststellen van de hoogte van het pgb voor een product rekening met de levensduur van het product en met de kosten voor onderhoud en verzekering. Met uitzondering van een woonvoorziening, de inwoner is hierbij zelf verant woordelijk voor de verzekering van het product. 3. De gemeente kan de hoogte van het pgb voor een product vaststellen op basis van minimaal twee offertes van de aanbieder uit het goedgekeurde pgb-plan en/of een door de gemeente opgevraagde

46

De vorm van de hulp

8. De gemeente stelt in het besluit nadere regels

van fictief aantal te leveren uren voor beschermd

de hoogte van het pgb vast op basis van de in dit

wonen van 8 uur ondersteuning per week.

artikel vermelde regels. Aanpassing van de lopende pgb-budgetten vindt, indien nodig, plaats door

8.3.6 Verantwoording pgb

middel van een overgangsregeling.

1. De gemeente kan de inwoner vragen om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke

8.3.4 Hoogte van het persoonsgebonden budget

resultaten de hulp voor de inwoner heeft gehad.

bestemd voor hulp-op-maat beschermd

De inwoner is verplicht die informatie te geven. De

wonen

gemeente kan daarvoor een formulier vaststellen

1. De hoogte van het pgb voor beschermd wonen:

dat de inwoner moet gebruiken. 2. Als een inwoner hulp-op-maat in de vorm van een

a. wordt gebaseerd op de kostprijs van de goedkoopst passende voorziening in natura, en;

pgb krijgt, wordt alleen de hulp uitbetaald die echt

b. bedraagt bij: •

•

•

geleverd is.

professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst

8.3.7 Opschorten pgb

passende voorziening in natura;

De gemeente kan aan de Sociale Verzekeringsbank

gediplomeerde ZZP’ers (zelfstandig

(SVB) vragen om de uitbetaling uit het pgb helemaal of

ondernemer zonder personeel), maximaal

gedeeltelijk uit te stellen totdat een besluit is genomen

90% van de goedkoopst passende voorziening

om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit

in natura;

kan de gemeente doen als zij een sterk vermoeden

De hoogte van het pgb voor niet-professionele

heeft dat:

hulp voor hulp-op-maat beschermd wonen

a. de inwoner onjuiste of onvolledige informatie heeft

is gelijk aan het wettelijk minimum (uur)

gegeven, terwijl het geven van de juiste of volledige

loon. Het gaat om het uurloon bij een

informatie zou hebben geleid tot een andere

36-urige werkweek per 1 januari van het

beslissing van de gemeente;

jaar waarin het pgb wordt verstrekt, inclusief

b. de inwoner niet voldoet aan de voorwaarden die

vakantiegeld, vakantie-uren en sociale lasten.

horen bij het ontvangen van het pgb; c. de inwoner het pgb niet of voor een ander doel

8.3.5 Aanvullende ondersteuning in uitzonderlijke

(heeft) gebruikt;

gevallen bij beschermd wonen

d. de inwoner in een instelling verblijft als bedoeld in de Wet langdurige zorg (Wlz) of de

1. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt structureel behoefte heeft aan aanvullende

Zorgverzekeringswet; of als

ondersteuning kan in uitzonderlijke gevallen een

e. de inwoner een modulair pakket thuis of volledig

toeslag intensieve ondersteuning toegekend worden.

pakket thuis ontvangt vanuit de Wet langdurige zorg;

Deze toeslag wordt toegekend indien er:

8.4 Kostprijs

a. als een gevolg van een lichamelijke of somatische aandoening, inzet van (verpleegkundige)

[Jeugdwet, Wmo]

ondersteuning nodig is aanvullend op de

De kostprijs van een product of dienst wordt als volgt

ondersteuningsvorm Beschermd Wonen en/of;

bepaald: a. voor hulp-op-maat in natura of voor een algemene

b. er sprake is van dermate complexe psychiatrische problematiek, in combinatie met ernstige

voorziening uit deze verordening: door een

gedragsproblematiek, waardoor er inzet

aanbesteding, na het raadplegen van aanbieders of

van begeleiding nodig is aanvullend op de

na overleg met de aanbieder;

ondersteuningsvorm Beschermd Wonen.

b. voor een hulpmiddel wordt de kostprijs ook bepaald

2. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt

door de vraag of de inwoner dit product in bruikleen

behoefte heeft aan een geregisseerde dagbesteding,

of eigendom krijgt. De kostprijs is inclusief de

kan er een toeslag dagbesteding aanvullend op de

kosten van verzekeringen, beheer en onderhoud.

ondersteuningsvorm Beschermd Wonen worden

c. de kostprijs voor een woningaanpassing die in

toegekend.

eigendom is verstrekt, is gelijk aan het bedrag van

3. Voor de toepassing en berekening van de

de offerte dat moet worden voldaan na afronding

tariefdifferentiatie, zoals bedoeld in artikel 8.3.5 lid

van de woningaanpassing.

1 van deze verordening, wordt in de basis uitgegaan

d. de kostprijs voor een woningaanpassing die

47

Verordening SD

in bruikleen is verstrekt, is gelijk aan het

is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft

aanschafbedrag, plaatsingskosten, verzekeringen,

toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het

beheer en onderhoud;

Burgerlijk Wetboek); en voor

e. voor hulp-op-maat in de vorm van een pgb

b. degene die samen met de ouder het gezag

wordt de kostprijs vastgesteld op basis van laagst

uitoefent over een minderjarige inwoner, maar

geoffreerde tarief op dienstverleningsniveau

die niet zelf een ouder is.

binnen de aanbesteding van zorg in natura voor

5. De inwoner betaald een bijdrage in de kosten voor

Wmo en Jeugdwet. Het gaat om ondersteuning

maatschappelijke opvang rekening houdend met

(wmo-ondersteuning en respijtzorg), persoonlijke

artikel 3.20 uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

verzorging, behandeling (individueel en groep),

6. De opvanginstelling mag personen die verblijven in

wonen en gezins- en woonvormen. Het pgb is

de acute opvang een redelijke vergoeding vragen

toereikend voor de aanschaf van de voorziening bij

voor verstrekte maaltijden.

minimaal 1 aanbieder. Maatwerk is mogelijk.

7. De gemeente vraagt geen bijdrage voor: a. de onder lid 1 genoemde hulp-op-maat aan

8.5 Bijdrage in de kosten

inwoners die gehuwd zijn of een gezamenlijke

[Wmo]

huishouding voeren en waarvan 1 van de

1. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten voor

partners de Aow-leeftijd nog niet heeft bereikt;

Wmo hulp-op-maat, zolang de inwoner gebruik

b. een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik en het

maakt van die hulp of voor de periode waarvoor

onderhoud daarvan;

een pgb is verstrekt. Gaat het om een product, dan

c. sportvoorzieningen;

betaalt de inwoner een bijdrage totdat de kostprijs is

d. ondersteuning bij verhuizing en inrichting van de

betaald. De inwoner betaalt de bijdrage per maand

nieuwe woonruimte; e. het gebruik van de winteropvang tijdens de

aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan

duur van de winter- en/of kouderegeling.

het bedrag dat maximaal betaald moet worden op

f. acute opvang gedurende de onderzoeksperiode.

grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De

Tot een maximum van 2 weken.

hoogte van de bijdrage in de kosten voor hulp bij

Als er verdiepend onderzoek nodig is kan het

het (zelfstandig) wonen in de vorm van beschermd

college deze termijn verlengen.

wonen en opvang is afhankelijk van het inkomen

8. De inwoner betaalt een eigen bijdrage in de kosten

en vermogen van de inwoner en diens eventuele

voor de maatschappelijke opvang, zolang de inwoner

echtgenoot op grond van het Uitvoeringsbesluit

gebruik maakt van die hulp. De inwoner betaalt

Wmo 2015.

de bijdrage [per maand] aan de gecontracteerde

2. Lid 1 geldt niet voor collectief taxivervoer

aanbieder voor Maatschappelijke Opvang, Moveoo

Omnibuzz. Hiervoor stelt de gemeente de

of Leger des Heils. Moveoo of Leger des Heils stelt

hoogte van de bijdrage vast. Deze eigen bijdrage

de hoogte van de bijdrage in de kosten voor hulp bij

wordt geïnd bij werkelijk gebruik en is per zone/

het (zelfstandig) wonen in de vorm van beschermd

kilometer(s).

wonen en opvang vast. De hoogte is afhankelijk

3. De inwoner betaalt een bijdrage in de kosten

van het inkomen en vermogen van de inwoner

van respijtzorg in de vorm van logeren vanuit

en diens eventuele echtgenoot op grond van het

ondersteuning mantelzorger, zolang de inwoner

Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.

gebruik maakt van die hulp en als deze ingezet wordt door middel van hulp-op-maat. De inwoner betaalt de bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van de periodieke bijdrage van de inwoner is gelijk aan het bedrag dat maximaal betaald moet worden op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 4. Gaat het om de kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige inwoner, dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Die verplichting geldt ook voor: a. de ouder tegen wie een vaderschapsactie

48

Afspraken tussen inwoner en gemeente

9 Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over de manier waarop de gemeente en de inwoner met elkaar omgaan. Het gaat over de manier waarop de gemeente zich moet gedragen en wat er van de inwoner wordt verwacht. Als de inwoner rechten heeft, dan staan daar plichten tegenover. Houdt de inwoner daar onvoldoende rekening mee, dan kan de gemeente de bijstandsuitkering of voorziening beëindigen, terugvorderen of verlagen. De gemeente gaat hierbij uit van een realistisch mensbeeld en neemt daarbij het gedrag en het doen-vermogen van de inwoner mee. Hieronder staan de hoofdregels die daarvoor gelden.

Voor dit hoofdstuk gelden in ieder geval de volgende kernwaarden:

Inwoners zijn in de eerste plaats (als het mogelijk is) zelf verantwoordelijk om hun eigen doelen te realiseren en zetten zich daar ook voor in.

De gemeente Venray bevordert preventie, een sterke omgeving en een duurzame uitstroom en voorkomt instroom.

Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).

9.1 Hoe gaan we met elkaar om?

e. De gemeente streeft naar eenvoudige

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv,

aanvraagformulieren. Daarmee kan de inwoner een

Gemeentewet, Awb]

bijstandsuitkering of voorziening aanvragen.

9.1.1 De rol van de gemeente

Het is voor de inwoner duidelijk waar die

1. De gemeente zoekt samen met de inwoner naar

aanvraagformulieren verkrijgbaar zijn.

een oplossing voor haar probleem. Gemeente en

f. De gemeente informeert de inwoner over procedures

inwoner gaan daarbij op een respectvolle manier

die worden gevolgd. De gemeente zorgt ervoor dat

met elkaar om. De gemeente zorgt voor het

deze procedures zo eenvoudig mogelijk zijn.

volgende:

g. De gemeente respecteert zoveel mogelijk de privacy

a. Voor de inwoner is het duidelijk wie er namens

van de inwoner. De gemeente maakt binnen de

de gemeente contact met haar onderhoudt. De

wettelijke mogelijkheden gebruik van gegevens die

gemeente houdt het aantal contactpersonen zo

al binnen de gemeente aanwezig zijn. De gemeente

beperkt mogelijk.

vraagt alleen gegevens die nodig zijn voor het beoordelen van de hulpvraag.

b. De inwoner heeft, om haar probleem te bespreken, altijd recht op een gesprek met een medewerker.

h. De gemeente wijst de inwoner op cliënt-

c. De gemeente helpt de inwoner om haar probleem

ondersteuning.

bij een andere organisatie te bespreken, als het

2. De gemeente reageert op een professionele manier

bieden van hulp bij dit probleem een taak is voor

op ontoelaatbaar gedrag van de inwoner. De

die organisatie.

gemeente zorgt voor het volgende:

d. De websites van de gemeente voldoen aan erkende

a. De inwoner wordt op tijd geïnformeerd over:

kwaliteitseisen.

-

49

rechten en plichten;

Verordening SD

-

wat er van de inwoner wordt verwacht;

-

welk gedrag niet deugt;

-

wat de reactie van de gemeente is op gedrag

-

van de inwoner. Dit geldt ook als de hulp al is toegekend. b. De inwoner houdt zich aan termijnen die de

dat niet deugt; en

gemeente heeft gesteld. De gemeente geeft

waarom de gemeente tegen het gedrag

duidelijk aan hoeveel tijd de inwoner krijgt om

optreedt.

alle informatie aan te leveren.

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner voldoende

c. De inwoner brengt de gemeente zo snel mogelijk

geïnformeerd blijft over deze punten.

op de hoogte van veranderingen in haar situatie,

b. De gemeente geeft de inwoner de kans om haar

als die van belang kunnen zijn voor de gemeente.

mening te geven vóórdat de gemeente beslist om

9.2 Het verlagen van een bijstandsuitkering

op het gedrag van de inwoner te reageren door een maatregel te nemen.

9.2.1 Wanneer wordt de bijstandsuitkering

c. De reactie van de gemeente op ontoelaatbaar

verlaagd?

gedrag past bij: -

de ernst van het gedrag;

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

-

de mate waarin dat de inwoner verweten kan

1. De gemeente verlaagt een bijstandsuitkering

worden; en

als dat volgens de regels van de wet en deze

-

de persoonlijke situatie van de inwoner; en

verordening past bij de houding of het gedrag van

-

is gericht op het veranderen van dit gedrag bij

de inwoner.

de inwoner.

2. Als de gemeente besluit om de bijstandsuitkering te

d. De gemeente stuurt de inwoner een brief met

verlagen, houdt de gemeente rekening met:

daarin duidelijk vermeld wat de gemeente gaat

a. de ernst van het gedrag dat tot het verlagen van

doen als reactie op het gedrag, wat dit precies

de bijstandsuitkering heeft geleid;

betekent voor de inwoner en wat de inwoner

b. de mate waarin de inwoner het gedrag verweten

daartegen kan doen.

kan worden; en c. de persoonlijke situatie van de inwoner.

e. De gemeente maakt de inwoner ook duidelijk op welke manier de inwoner het gedrag kan

3. Voordat een bijstandsuitkering wordt verlaagd, geeft

aanpassen, zodat de relatie hersteld wordt en

de gemeente de inwoner de kans om haar mening te

de gemeente eventueel de dienstverlening zal

geven. De inwoner kan dat doen met een brief of in

voortzetten (als die is stopgezet).

een persoonlijk gesprek.

9.1.2 De rol van de inwoner

9.2.2 Afstemming verlaging

1. De inwoner is in de eerste plaats zelf

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

verantwoordelijk voor het oplossen van haar

1. De gemeente kan de verlaging op de

probleem. De gemeente vult de mogelijkheden

bijstandsuitkering aanpassen als de gemeente

van de inwoner en haar sociale netwerk aan als dat

daarvoor dringende redenen ziet. Dan wordt de

nodig is. De inwoner zorgt voor het volgende:

inwoner op de hoogte gebracht.

a. De inwoner gaat eerst na welke mogelijkheden zij

2. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering niet als:

zelf heeft om haar probleem op te lossen.

a. het gedrag de inwoner niet te verwijten is;

b. Als de gemeente hulp verleent, werkt de inwoner

b. er meer dan 1 jaar ligt tussen het gedrag van de

mee aan de oplossing van haar probleem. De

inwoner en het moment waarop de gemeente dat

inwoner doet wat nodig is om de hulp van de

gedrag heeft vastgesteld;

gemeente tot een minimum te beperken.

c. door een gedraging al een weigering van de bijstandsuitkering op grond van de IOAZ of

c. De inwoner zorgt ervoor dat de hulp van de

IOAW heeft plaatsgevonden.

gemeente niet langer duurt dan nodig is. 2. De inwoner denkt mee en heeft inspraak in de manier waarop haar probleem zo snel mogelijk kan

9.2.3 Het besluit om de uitkering te verlagen

worden opgelost. Dat betekent het volgende:

De gemeente stuurt de inwoner een brief als de

a. De inwoner informeert de gemeente zo snel en

bijstandsuitkering wordt verlaagd. In die brief staat in

zo volledig mogelijk over alles wat van belang

ieder geval:

is voor het beoordelen van de hulpvraag, de

a. waarom de bijstandsuitkering wordt verlaagd;

persoonlijke situatie en de rechten en plichten

b. hoe hoog de verlaging is;

50

Afspraken tussen inwoner en gemeente

9.2.7 Niet nakomen andere verplichtingen in

c. wanneer de verlaging ingaat;

verband met werk en tegenprestatie

d. hoe lang de verlaging duurt; en

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

e. waarom de gemeente afwijkt van de hoofdregels, als dat het geval is.

1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een maand met 50% van de uitkeringsnorm, als de

9.2.4 Ingangsdatum en periode verlaging

inwoner:

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

a. jonger is dan 27 jaar en niet of niet voldoende

De verlaging gaat in op de eerste dag van de

meewerkt aan het opstellen, uitvoeren of

kalendermaand die op het besluit volgt. De verlaging

evalueren van

duurt 1 maand of langer. Als de bijstandsuitkering

i. een plan van aanpak als bedoeld in artikel 44a

tijdens die periode wordt beëindigd, dan kan de

Participatiewet, of

verlaging niet volledig worden uitgevoerd. De gemeente

ii. een werkplan waarin de stappen richting werk

legt dan het overgebleven deel van de verlaging

worden vastgelegd;

alsnog op, als de inwoner binnen 12 maanden na

b. niet of niet voldoende meewerkt aan het

de beëindiging opnieuw een bijstandsuitkering gaat

afleggen van een taaltoets uit artikel 18b van de

ontvangen.

Participatiewet; c. niet of niet voldoende een opgedragen

9.2.5 Berekening verlaging

tegenprestatie uitvoert; of

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

d. alleenstaande ouder is en niet wil meewerken

1. De bijstandsuitkering wordt verlaagd met een

aan activiteiten om dichter bij werk te komen;

percentage van de uitkeringsnorm. De uitkerings-

De gemeente heeft daarom de ontheffing van

norm is de bijstandsuitkering die de inwoner in haar

de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de

situatie maximaal kan krijgen. Krijgt de inwoner

Participatiewet, ingetrokken.

bijstand, dan gaat het om de bijstandsnorm,

e. Niet of niet voldoende de in artikel 56a, 2e lid, van

voor een inwoner in de leeftijd 18 tot en met 20

de Participatiewet neergelegde verplichting nakomt.

jaar gaat het ook om de aanvullende bijzondere

Het gaat hierbij om meewerken aan het betalen

bijstand. Krijgt de inwoner een IOAW- of IOAZ-

van huur, gas, water en stroom en de verplichte

uitkering, dan is het de grondslag uit de IOAW

zorgverzekering, gedurende een periode van 6

of IOAZ. Hieronder staat met welk percentage de

maanden, gerekend vanaf de dag waarop het recht

uitkeringsnorm verlaagd wordt.

op bijstand ontstaat. De gemeente verricht die

2. De verlaging wordt berekend over de uitkeringsnorm

betalingen uit de toegekende bijstand in naam van

die geldt in de maand(en), waarin de verlaging

de inwoner.

wordt toegepast.

2. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering een

3. De verlaging kan ook worden toegepast op de

maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de

bijzondere bijstand, indien de inwoner bijzondere

inwoner niet voldoende probeert werk te vinden.

bijstand ontvangt en het verwijtbare gedrag van de

3. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering

inwoner ziet op de bijzondere bijstand.

een maand met 50% van de uitkeringsnorm als de inwoner:

9.2.6 Niet nakomen wettelijke

a. niet of niet voldoende gebruikmaakt van een

arbeidsverplichtingen

aangeboden voorziening. Dit gedrag heeft er niet

[PW, Awb]

toe geleid dat de voorziening niet doorging of te

De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering voor de

vroeg moest worden beëindigd;

duur van een maand met 100% van de uitkeringsnorm,

b. niet of niet voldoende meewerkt aan een

als de inwoner een verplichting uit artikel 18, 4e lid

onderzoek naar de mogelijkheden om te werken;

van de Participatiewet niet nakomt. Het gaat om

c. niet of niet voldoende meewerkt aan het

bijzondere verplichtingen in verband met (onbetaald)

opstellen, uitvoeren of evalueren van een

werk. De verlaging kan over maximaal 3 maanden

werkplan waarin de stappen richting werk worden

worden uitgesmeerd, dit doet de gemeente alleen als

vastgelegd;

dit past bij bijzondere omstandigheden van de inwoner.

d. door houding of gedrag moeilijker aan het werk komt; e. niet of niet voldoende een door de gemeente opgedragen tegenprestatie uitvoert; of

51

Verordening SD

9.2.9 Ontoelaatbaar gedrag (zeer ernstige

f. alleenstaande ouder is en niet wil meewerken aan activiteiten om dichter bij werk te komen.

misdragingen)

De gemeente heeft daarom de ontheffing van

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

de arbeidsplicht uit artikel 9a, eerste lid, van de

De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering van een

Participatiewet, ingetrokken.

inwoner die zich ontoelaatbaar gedraagt tegenover

4. De gemeente verlaagt de IOAW- of IOAZ-uitkering

personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW

een maand met 100% van de uitkeringsnorm, als de

en IOAZ uitvoeren. De bijstandsuitkering wordt een

inwoner:

maand verlaagd met 50% van de uitkeringsnorm bij

a. niet voldoende probeert werk te vinden;

fysiek geweld tegen materiële zaken en bij mondelinge

b. aangeboden werk niet accepteert;

of schriftelijke bedreigingen gericht op deze personen

c. door eigen schuld ontslagen wordt of ontslag

en instanties. De bijstandsuitkering wordt een maand

neemt; of

verlaagd met 100% van de uitkeringsnorm bij fysiek

d. niet of niet voldoende gebruikmaakt van een door

geweld tegen deze personen.

de gemeente aangeboden voorziening, en dit gedrag er toe geleid heeft dat de voorziening niet

9.2.10 Niet nakomen van andere verplichtingen

doorging of te vroeg is beëindigd.

[PW, Awb]

5. De gemeente kan besluiten de bijstandsuitkering

1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering als de

niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de

inwoner een opgelegde verplichting uit artikel 9

inwoner zich niet aan de verplichtingen van dit

(anders dan het niet nakomen van geüniformeerde

artikel houdt.

verplichtingen zoals genoemd in artikel 18 Participatiewet), 55 of 57 van de Participatiewet

9.2.8 Te weinig besef van verantwoordelijkheid

niet of niet voldoende nakomt. Het gaat om een

[PW, Awb]

verplichting die hieronder wordt genoemd. De

1. De gemeente verlaagt de bijstandsuitkering

verlaging duurt een maand en is:

van een inwoner die te weinig beseft dat

a. 10% van de uitkeringsnorm, als het gaat om de

zij zelf verantwoordelijk is voor haar eigen

verplichting om op een bepaalde tijd en plaats te

levensonderhoud. Door dat gedrag heeft de

verschijnen voor een gesprek in het kader van de

inwoner eerder, meer of langer uitkering nodig,

uitvoering van de wet;

dan als de inwoner zich verantwoordelijk had gedragen. De gemeente is daardoor benadeeld. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente meer of eerder heeft uitbetaald dan nodig was (benadelingsbedrag). 2. De verlaging duurt een maand en is: a. 10% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 1.000; b. 20% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 1.000 tot € 2.000; c. 50% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 2.000 tot € 4.000; d. 100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000; e. 100% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet kan worden vastgesteld. 3. De bijzondere bijstand kan geheel of gedeeltelijk worden geweigerd bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.

52

Afspraken tussen inwoner en gemeente

b. 20% van de uitkeringsnorm, als het gaat om

3. Bij opnieuw een herhaalde verlaging op grond

verplichtingen die gericht zijn op het krijgen van

van artikel 18 Participatiewet binnen 12 maanden

werk of een verplichting in verband met bijstand

bedraagt de verlaging volgens de Participatiewet 3

die in een bepaalde vorm (bijvoorbeeld in natura)

maanden van de bijstandsnorm.

of voor een specifiek doel wordt verstrekt; verplichting die is gericht op vermindering van de

9.3 Handhaving in de Wet Inburgering 2021

bijstand;

9.3.1 Verplichtingen

c. 50% van de uitkeringsnorm, als het gaat om een

1. De inburgeringsplichtige is verplicht om:

d. 100% van de uitkeringsnorm, als het gaat om

a. na de oproep te verschijnen bij de brede intake

een verplichting die is gericht op beëindiging van de bijstand.

en hieraan mee te werken; en b. de afspraken in het PIP na te komen, waaronder

2. De gemeente kan besluiten de bijstandsuitkering niet te verlagen, als het de eerste keer is dat de

deelname aan voortgangsgesprekken en

inwoner de verplichting uit het eerste lid, onder a,

aan activiteiten in het kader van de Module

niet nakomt.

Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het PVT.

9.2.11 Samenloop van gedragingen

2. De asielstatushouder is daarnaast ook verplicht deel

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

te nemen aan de taallessen en andere activiteiten

1. Een gedraging waardoor de inwoner meerdere

van de gevolgde leerroute.

verplichtingen niet nakomt, leidt tot 1 verlaging. 9.3.2 Handhaving verplichtingen bij de brede

De bijstandsuitkering wordt dan verlaagd met het

intake

hoogste percentage dat voor het niet nakomen van 1 van de verplichtingen geldt.

1. Wanneer de inburgeringsplichtige na de eerste

2. Als sprake is van meerdere gedragingen die

oproep voor de brede intake niet verschijnt of

ertoe leiden dat meerdere verplichtingen niet

onvoldoende meewerkt, geeft de gemeente een

worden nagekomen, wordt voor iedere gedraging

schriftelijke waarschuwing. De gemeente wijst

een afzonderlijke verlaging opgelegd. Deze

daarbij op de gevolgen voor de inburgeringsplichtige

verlagingen worden gelijktijdig opgelegd en indien

als zij opnieuw niet verschijnt na een oproep of als

nodig uitgesmeerd over meerdere maanden. De

zij op een andere manier onvoldoende meewerkt

gemeente stelt de verlaging naar beneden bij, als de

aan de brede intake. De gemeente nodigt de

gedragingen nauw met elkaar samenhangen en de

inburgeringsplichtige opnieuw uit om te verschijnen

totale verlaging niet meer in verhouding staat tot de

binnen 2 maanden.

ernst van de gedragingen.

2. Wanneer de inburgeringsplichtige na deze volgende

3. Er wordt geen verlaging opgelegd, als voor het niet-

oproep niet verschijnt of onvoldoende meewerkt,

nakomen van een of meerdere verplichtingen door 1

legt de gemeente de inburgeringsplichtige een boete

gedraging een bestuurlijke boete wordt opgelegd.

op. De hoogte van de boete is vastgesteld in artikel

4. Bij het niet-nakomen van een of meerdere

7.1.1 van het Besluit inburgering 2021.

verplichtingen voor meerdere gedragingen wordt

3. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt

per gedraging een bestuurlijke boete of verlaging

onderzocht waarom de inburgeringsplichtige

opgelegd, tenzij dit niet verantwoord is.

niet komt of onvoldoende meewerkt. De inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover

9.2.12 Herhaling (recidive)

de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer

[PW, IOAW, IOAZ, Awb]

de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit

1. De duur van de verlaging wordt 2 maanden als

gesprek, biedt de gemeente haar de gelegenheid

de inwoner binnen 12 maanden na het eerste

haar zienswijze binnen 2 weken per brief of digitaal

verlagingsbesluit zich opnieuw zo gedraagt,

duidelijk te maken.

bij een verplichting anders dan artikel 18 lid 4

4. De gemeente legt geen boete op wanneer

Participatiewet.

aannemelijk is dat de inburgeringsplichtige niets te

2. De verlaging bedraagt 100% van de bijstandsnorm

verwijten valt.

gedurende 2 maanden bij een herhaalde gedraging

5. De gemeente legt een lagere boete op dan

op grond van artikel 18 Participatiewet lid 4 binnen

vastgesteld in artikel 7.1.1 van het Besluit

12 maanden na verlagingsbesluit.

inburgering 2021, als op basis van de reactie van

53

Verordening SD

de inburgeringsplichtige aannemelijk is dat de boete

het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt,

vanwege bijzondere omstandigheden te hoog is.

dan vindt bij voorkeur verlaging van de uitkering

Als de gemeente al op de hoogte is van bijzondere

plaats op grond van artikel 18 Participatiewet en

omstandigheden, wordt daarmee bij het opleggen

de verordening zoals bedoeld in artikel 9.2.1.

van de boete rekening gehouden.

De gemeente legt voor hetzelfde gedrag dan geen bestuurlijke boete op grond van de Wet

6. In de brief (beschikking) waarmee de boete wordt opgelegd, nodigt de gemeente de

inburgering 2021 op.

inburgeringsplichtige opnieuw uit om binnen 2

2. Houdt een inburgeringsplichtige met een

weken alsnog te verschijnen of mee te werken.

bijstandsuitkering zich niet aan verplichtingen en

Wanneer de inburgeringsplichtige hieraan niet

afspraken uit het PIP, waarin de nadruk ligt op het

voldoet, legt de gemeente weer een boete op

vergroten van de taalbeheersing en aan overige

met inachtneming van artikel 7.1.1 van het

afspraken en verplichtingen in het PIP, dan legt

Besluit inburgering 2021 en de brede intake

de gemeente bij voorkeur een boete op grond

wordt dan voltooid zonder medewerking van de

van de Wet inburgering 2021 op. De gemeente

inburgeringsplichtige.

verlaagt in dat geval voor hetzelfde gedrag de bijstandsuitkering niet.

9.3.3 Handhaving tijdens het inburgeringstraject

3. Bij de keuze tussen i) handhaven op grond van de

1. De gemeente legt een boete op als de

Participatiewet door een verlaging van de uitkering

inburgeringsplichtige de afspraken in het PIP

en ii) handhaven op grond van de Wet inburgering

tijdens het inburgeringstraject verwijtbaar niet of

2021 via een boete, weegt de gemeente ook af wat

onvoldoende nakomt.

het best bijdraagt aan het succesvol voltooien van

2. De gemeente legt de inburgeringsplichtige een boete

het inburgeringstraject.

op als zij verwijtbaar niet of onvoldoende deelneemt

4. Wanneer gedrag leidt tot een overtreding van

aan de activiteiten van de gekozen leerroute.

de Participatiewet en artikel 18 of 18b van de

3. Voordat de gemeente een boete oplegt, wordt

Participatiewet laat de gemeente geen ruimte om af

onderzocht waarom de afspraken in het PIP

te zien van verlaging van de bijstand, dan legt de

of de afspraken over de activiteiten bij de

gemeente een maatregel op en geen boete op grond

gekozen leerroute niet zijn nagekomen. De

van de Wet inburgering 2021.

inburgeringsplichtige krijgt in een gesprek hierover

5. In de brief (beschikking) aan de

de gelegenheid een verklaring te geven. Wanneer

inburgeringsplichtige vermeldt de gemeente of er

de inburgeringsplichtige niet verschijnt bij dit

een boete op grond van de Wet inburgering 2021

gesprek, biedt de gemeente haar de gelegenheid

wordt opgelegd of dat de uitkering wordt verlaagd

haar zienswijze binnen 2 weken per brief of digitaal

op grond van de Participatiewet.

kenbaar te maken. 9.3.5 Verrekening boete met bijstandsuitkering

4. Mede op basis van het gesprek met de inburgeringsplichtige dan wel haar schriftelijke

De gemeente kan de bestuurlijke boete die

zienswijze bepaalt de gemeente de mate van

op grond van de Wet inburgering 2021 aan de

verwijtbaarheid. De gemeente beoordeelt of er

inburgeringsplichtige is opgelegd, verrekenen met de

sprake is van opzet, van grove schuld, van normale

algemene bijstandsuitkering. Onder verrekenen wordt

verwijtbaarheid of van verminderde verwijtbaarheid

in dit artikel verstaan verrekenen zoals geregeld in

en stemt de boete daarop af met inachtneming van

artikel 4:93 van de Awb. De gemeente houdt hierbij

artikel 7.1 van het Besluit inburgering 2021.

rekening met een fictieve draagkracht van 5% van de bijstandsnorm die van toepassing is, inclusief

5. De gemeente legt geen boete op wanneer aannemelijk is dat de inburgeringsplichtige niets te

vakantietoeslag.

verwijten valt.

9.4 Terugvorderen uitkering 9.3.4 Samenhang met handhaving op grond van

[PW, IOAW, IOAZ]

de Participatiewet

1. De gemeente vordert gemeentelijke uitkeringen terug in de gevallen die in de wet zijn beschreven.

1. Houdt een inburgeringsplichtige met een bijstandsuitkering (Participatiewet) zich niet aan

De gemeente volgt hierbij de regels van de wet en

verplichtingen en afspraken uit het PIP, waarin de

de gemeentelijke beleidsregels, welke te vinden zijn

nadruk ligt op het bevorderen van participatie en

op www.overheid.nl. De gemeente vordert niet terug

54

Afspraken tussen inwoner en gemeente

als terugvordering onaanvaardbare gevolgen heeft

voor een voorziening. De gemeente houdt dan

voor de inwoner.

wel rekening met een redelijke overgangsperiode.

2. Bij de incasso zorgt de gemeente ervoor dat

2. De voorziening kan met terugwerkende kracht

inwoners een inkomen blijven houden dat past

worden beëindigd (ingetrokken). De gemeente trekt

bij hun persoonlijke situatie. Dit inkomen is in

dan het toekenningsbesluit in. 3. De gemeente kan een besluit om een pgb toe

ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. Dat is het bedrag dat de inwoner in ieder geval moet

te kennen intrekken, als de inwoner het pgb niet

overhouden van zijn inkomen.

binnen 3 maanden na toekenning heeft gebruikt om de voorziening te betalen waarvoor het pgb is

9.5 Beëindigen en terugvorderen voorziening

bestemd, tenzij: a. de gemeente een langere termijn heeft bepaald;

9.5.1 Beëindiging voorziening

of

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv,

b. de inwoner niet te verwijten is dat zij het pgb

Gemeentewet]

niet binnen die termijn heeft gebruikt.

1. De gemeente kan een voorziening geheel of gedeeltelijk beëindigen als dat in de wet of in deze

9.5.2 Terugvordering en verrekening voorziening

verordening is aangegeven. De voorziening kan

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Llv,

in ieder geval worden beëindigd, vanaf het moment

Gemeentewet]

dat:

1. De gemeente kan, behoudens de gevallen zoals

a. de voorziening niet langer passend of nodig is;

bedoeld in artikel 9.4, de voorziening, of de waarde

b. de inwoner zich niet houdt aan voorwaarden

daarvan, van de inwoner terugvorderen. Dat kan

en verplichtingen die aan de voorziening zijn

de gemeente doen vanaf het moment waarop

verbonden;

is voldaan aan 1 van de intrekkingsgronden die

c. de gemeente niet langer kan beoordelen of de

genoemd worden in artikel 9.5.1.

inwoner in aanmerking komt voor de voorziening,

2. Hulp-op-maat voorziening Wmo kan alleen worden

omdat de inwoner onvoldoende of onjuiste

teruggevorderd als die voorziening is ingetrokken

informatie geeft, of onvoldoende meewerkt aan

omdat de inwoner opzettelijk onjuiste of onvolledige

een onderzoek naar het recht op de voorziening;

gegevens aan de gemeente heeft verstrekt.

d. de voorziening is verstrekt op grond van onjuiste

3. De gemeente kan een vordering op de inwoner op

of onvolledige gegevens van de inwoner;

grond van dit artikel, verrekenen met een vordering

e. de voorziening voor een ander doel wordt

die de inwoner op de gemeente krijgt op grond

gebruikt dan bedoeld; of

van 1 van de wetten waarop deze verordening is

f. het gemeentelijk beleid is gewijzigd, en de

gebaseerd.

inwoner daarom niet meer in aanmerking komt

55

Verordening SD

9.6 Hoe controleert de gemeente of afspraken worden nagekomen? 9.6.1 Controle [Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ] 1. De gemeente controleert regelmatig of de inwoner die een uitkering of voorziening van de gemeente ontvangt, recht heeft op een uitkering of voorziening. De gemeente kan daarvoor onder andere gebruik maken van: a. huisbezoeken: medewerkers van de gemeente gaan langs bij de inwoner en kijken in en om de woning. De gemeente kan een huisbezoek aankondigen, maar dat hoeft niet. Het huisbezoek vindt alleen plaats met toestemming van, en samen met de inwoner; 9.6.3 Privacy bij controle op misbruik en

b. waarnemingen: medewerkers van de gemeente

oneigenlijk gebruik

verzamelen gegevens over de inwoner zonder dat

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

de inwoner hierover vooraf is geïnformeerd. c. bestandsvergelijkingen: de gemeente vergelijkt

De gemeente stelt alles in het werk om misbruik en

de gegevens van de inwoner met de gegevens

oneigenlijk gebruik te voorkomen (preventie). Daarom

die bekend zijn over deze inwoner bij andere

informeert de gemeente inwoners op een duidelijke

organisaties, zoals bij UWV, de Belastingdienst en

en volledige manier over de rechten en plichten. Ook

andere gemeenten;

informeert de gemeente inwoners over de gevolgen

d. signalen en tips van organisaties of particulieren;

van misbruik en oneigenlijk gebruik van uitkeringen en

e. andere onderzoeksmethoden.

voorzieningen. Bij het niet (behoorlijk) nakomen van de

2. Het controleren van voorzieningen is ook bedoeld

inlichtingenplicht kan de gemeente een waarschuwing

om de kwaliteit van de voorziening te beoordelen en

geven of een boete opleggen. De gemeente heeft

om te kijken of de voorziening op de juiste manier

hiervoor beleidsregels opgesteld. belastend is.

wordt gebruikt. 9.6.4 Toezichthouders

3. Het college houden zich aan de regels die horen bij het onderzoek naar rechtmatig gebruik van

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

voorzieningen en uitkeringen.

De gemeente kan een of meer ambtenaren aanwijzen

4. Bij beëindiging van de uitkering of voorziening op

die de taak hebben erop toe te zien dat de wetten

verzoek van de inwoner, informeert de gemeente

en de bijbehorende regels worden nageleefd. Voor

wat de reden is van de beëindiging. De gemeente

hulp-op-maat Wmo geldt dat de gemeente verplicht is

gaat ook na of de uitkering of voorziening tot de

toezichthouders aan te wijzen.

einddatum terecht is verstrekt.

9.7 Handhavingsplan en verantwoording

9.6.2 Voorkomen van misbruik en oneigenlijk gebruik

De gemeente stelt een handhavingsplan op voor het

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de

De gemeente stelt alles in het werk om misbruik

Participatiewet, IOAW en IOAZ en de te verwachten

en oneigenlijk gebruik te voorkomen (preventie).

resultaten.

Daarom informeert de gemeente inwoners op een duidelijke en volledige manier over de rechten en

9.8 Aangifte Openbaar Ministerie

plichten. Ook informeert de gemeente inwoners over

Indien het benadelingsbedrag het bedrag, genoemd in

de gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van

de aanwijzing en richtlijn voor strafvordering in sociale

uitkeringen en voorzieningen. Bij het niet (behoorlijk)

zekerheidsmisbruik en oneigenlijk gebruik, overschrijdt

nakomen van de inlichtingenplicht kan de gemeente

wordt door of namens het college proces-verbaal

een waarschuwing geven of een boete opleggen. De

opgemaakt en aangifte gedaan bij het Openbaar

gemeente heeft hiervoor beleidsregels opgesteld.

Ministerie.

56

Inwonerparticipatie

10 Inwonerparticipatie Het beleid dat de gemeente maakt en uitvoert is bedoeld voor de inwoners. Met de ervaringen van de inwoners kan de gemeente haar beleid als het nodig is aanpassen en verbeteren. In dit hoofdstuk is vastgelegd hoe inwoners hun invloed kunnen uitoefenen. Ook is geregeld dat er een adviesraad is en staat de taak van deze raad beschreven. Ten slotte is hier ook geregeld op welke manier inwoners met leveranciers, zoals zorgaanbieders, kunnen overleggen over diensten en producten die bedoeld zijn voor inwoners met een beperking.

Voor dit hoofdstuk geldt in ieder geval de volgende kernwaarde:

Gemeente Venray zet in op vitale inwoners en een sterke omgeving.

10.1 Inspraak van inwoners

doel van de Adviesraad sociaal domein is het geven van

[Jeugdwet, Wmo, PW, IOAW, IOAZ,

advies over beleid van de gemeente bij de uitvoering

Gemeentewet]

van de genoemde wetten.

1. De gemeente kiest ervoor om inwoners inspraak te geven in de onderwerpen die in deze

10.2.1 Samenstelling en werkwijze

verordening worden geregeld. Inwoners kunnen

1. De Adviesraad sociaal domein bestaat uit maximaal

inspraak hebben bij:

12 personen.

a. plannen voor beleid en regels;

2. De leden worden benoemd door het college voor 4

b. de manier waarop de gemeente beleid en regels

jaar. Leden kunnen 1 keer worden herbenoemd. De

uitvoert;

leden van de Adviesraad sociaal domein wijzen uit

2. Inspraak houdt ook in het doen van voorstellen

hun midden een voorzitter en een secretaris aan.

voor ander beleid, andere regels of een andere

3. Inwoners kunnen een vergadering van de

uitvoering.

cliëntenraad bijwonen, behalve als er een

3. De gemeente kan inwoners op verschillende

zwaarwegend belang is om dit niet te doen.

manieren inspraak geven:

Inwoners kunnen bij de cliëntenraad onderwerpen

a. via de Adviesraad sociaal domein

voor de agenda aanmelden. De cliëntenraad

b. door inwoners te raadplegen, bijvoorbeeld met

informeert inwoners waar en wanneer de

enquêtes en bijeenkomsten;

vergaderingen zijn en hoe zij onderwerpen kunnen

c. door samen met inwoners een plan te

aanmelden.

ontwerpen; of

4. De gemeente zorgt voor goede ondersteuning van

d. op andere geschikte manieren.

de Adviesraad sociaal domein, bijvoorbeeld door

4. De gemeente kiest die vorm van inspraak die past

a. zorgt het college voor een ambtelijk

bij het onderwerp en bij de groep waar het om gaat.

aanspreekpunt voor de Adviesraad sociaal domein

10.2 Adviesraad sociaal domein

b. geschikte vergaderruimte;

[Jeugdwet, LLV, Wmo, PW, IOAW, IOAZ]

c. voldoende informatie over plannen voor nieuw

De gemeente zet zich ervoor in dat er een Adviesraad

beleid;

sociaal domein is die betrokken wordt bij de

d. voldoende tijd om advies over nieuw beleid te

vraagstukken in het sociaal domein De Adviesraad

kunnen geven. De gemeente zorgt ervoor dat een

sociaal domein vormt een afspiegeling van de

plan voor nieuw beleid tijdig bij de Adviesraad

inwoners die kenmerkend zijn voor de Venrayse

sociaal domein ligt, zodat het gegeven advies nog

samenleving met een inhoudelijke kennis en een

van invloed kan zijn op het te nemen besluit;

aantoonbaar netwerk binnen het sociaal domein. Het

e. Het college zorgt ervoor dat het standpunt van

57

Verordening SD

belanghebbenden in de beleidsontwikkeling

2. De Adviesraad sociaal domein brengt jaarlijks voor

zichtbaar wordt gemaakt en betrekt het advies

1 april aan het dagelijks bestuur verslag uit van de

van de Adviesraad sociaal domein zichtbaar bij

activiteiten en bevindingen over het afgelopen jaar

de besluitvorming. Als het college afwijkt van

en van de besteding van het budget over dat jaar.

het advies van de Adviesraad sociaal domein dan

Budget dat niet in het betreffende jaar is besteed

wordt dit bij het voorstel vermeld en een reden

gaat terug naar de gemeente.

voor genoemd.

3. De leden van de Adviesraad sociaal domein ontvangen een door het college te bepalen

10.2.2 Taken en bevoegdheden

vergoeding.

• 1.De Adviesraad sociaal domein geeft gevraagd en ongevraagd advies over plannen voor nieuw beleid

10.3 Inspraak bij aanbieders

van burgemeester en wethouders of van de

[Jeugdwet, Wmo]

gemeenteraad. De Adviesraad sociaal domein kan

1. Aanbieders zijn verplicht om inwoners die gebruik maken van hun diensten of producten, inspraak

ook advies geven over het geldende beleid. • 2.De Adviesraad sociaal domein houdt zich niet bezig

te geven en daarover regels te maken. Dat kan

met individuele klachten en bezwaarschriften of

bijvoorbeeld door middel van een cliëntenraad of

met andere zaken over een bepaalde inwoner. Ook

andere vormen van inspraak. 2. De gemeente ziet erop toe dat de aanbieder

kan niet geadviseerd worden op het gebied van de gemeentelijke bedrijfsvoering en financiën.

van Wmo-hulp de regels over inspraak naleeft. De gemeente overlegt regelmatig met deze aanbieders

10.2.3 Budget, verslag, vergoeding en

over de dienstverlening en onderzoekt jaarlijks

voorzieningen

hoe tevreden inwoners met de aanbieder zijn. Voor

1. Het college stelt een uitvoeringsbudget beschikbaar

jeugdhulp is het toezicht geregeld in de Jeugdwet.

voor de Adviesraad sociaal domein voor de kosten

De Inspectie voor de Volksgezondheid ziet erop toe

in het kader van deskundigheidsbevordering,

dat de aanbieder van jeugdhulp de regels uit de

bijwonen studiedagen of symposia en voorlichting

Jeugdwet naleeft.

en PR. Op basis van een onderbouwde begroting van de Adviesraad sociaal domein. De Adviesraad sociaal domein moet de begroting uiterlijk in januari van het jaar dat voorafgaat aan het begrotingsjaar aanleveren.

58

Aanmerkingen op de uitvoering

11 Aanmerkingen op de uitvoering De gemeente probeert het beleid en de regels zo goed mogelijk uit te voeren. Toch is het mogelijk dat inwoners het niet eens zijn met de aanpak van de gemeente. Wanneer een inwoner niet tevreden is, vindt de gemeente dit een belangrijk signaal. De gemeente wil dan graag de kritiek met de inwoner bespreken en nagaan of er een oplossing is. Als dit niet mogelijk is, bestaat de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. In dit hoofdstuk staan enkele regels over de mogelijkheid om een klacht in te dienen of bezwaar te maken. Bij problemen met jeugdhulp, kan de inwoner een vertrouwenspersoon spreken. Dit hoofdstuk sluit aan bij de visie op klachtbehandeling van de Nationale ombudsman.

Voor dit hoofdstuk geldt in ieder geval de volgende kernwaarde:

Gemeente Venray gaat voor maatwerk (hulp op maat voor wie dat echt nodig heeft).

11.1 Doelen klacht- en bezwaarprocedure

3. De inwoner kan kritiek op de uitvoering van wettelijke taken door de gemeente uiten via

[Awb, Gemeentewet]

een eenvoudige en effectieve klachten- en

1. De gemeente ziet een klacht of bezwaar als:

bezwaarprocedure.

a. een aanleiding om een besluit te heroverwegen;

4. De gemeente zorgt ervoor dat klachten en bezwaren

b. een mogelijkheid om de dienstverlening aan

zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de

inwoners te verbeteren;

wettelijke termijnen, worden afgehandeld.

c. een aanleiding om een vertrouwensbreuk te

5. De gemeente zet zich ervoor in dat de inwoner die

herstellen; en

een klacht of bezwaar heeft ingediend, zich gehoord

d. een aanzet om fouten bij de uitvoering van

voelt.

wettelijke taken te herstellen.

11.2 Klachtenprocedure

2. De inwoner die een klacht of bezwaar heeft ingediend, krijgt de gelegenheid om haar klacht of

[Awb, Gemeentewet]

bezwaar mondeling toe te lichten.

De inwoner kan een klacht indienen over het gedrag van bestuursorganen en medewerkers van de gemeente bij de uitvoering van hun taak. In de Awb en de Klachtenregeling gemeente Venray staan de regels die gelden voor het indienen en behandelen van

@

klachten.

11.3 Klachten over andere personen of organisaties [Awb, Gemeentewet] 1. De inwoner met een klacht over het gedrag van een medewerker van een organisatie die namens de gemeente hulp verleent, kan die klacht indienen bij die organisatie. Die organisatie moet een klachtenregeling hebben en deze met de gemeente hebben gedeeld. Is de inwoner niet tevreden over de behandeling van de klacht, dan kan de inwoner zjin klacht alsnog indienen bij de gemeente.

59

Verordening SD

11.4 Vertrouwenspersoon

2. Als de inwoner niet tevreden is over de manier waarop de klacht door de gecontracteerde persoon

[Jeugdwet]

of organisatie is afgehandeld, verwijst de aanbieder

De gemeente zorgt ervoor dat de inwoner die

de inwoner door naar de gemeente. De inwoner kan

jeugdhulp krijgt, een onafhankelijke vertrouwens-

dan een klacht indienen bij de gemeente.

persoon kan spreken. De vertrouwenspersoon kan

3. De inwoner die geraakt is door geweld of ander

de inwoner ondersteunen bij problemen, klachten en

strafbaar gedrag van personen of van een

vragen in verband met de jeugdhulp.

organisatie die die hulp verlenen op grond van een besluit van de gemeente, kan dit melden bij de

11.5 Bezwaar

gemeente. De gemeente bepaalt hoe die melding

[Awb, Gemeentewet]

wordt behandeld.

1. Als de gemeente een besluit neemt, informeert de gemeente de inwoner over de manier waarop bezwaar kan worden gemaakt tegen dat besluit. 2. De inwoner die het niet eens is met een besluit kan daartegen bezwaar maken volgens de regels die zijn beschreven in de Awb en de verordening commissie bezwaarschriften gemeente Venray.

60

Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

12 Kwaliteit, inkoop en aanbesteding De diensten en producten die de gemeente en aanbieders leveren, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoeften van de inwoner. Producten moeten veilig, degelijk en goed bruikbaar zijn voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. Dit hoofdstuk gaat over de kwaliteit, de inkoop en de aanbesteding van diensten en producten.

Voor dit hoofdstuk geldt in ieder geval de volgende kernwaarde:

Gemeente Venray normaliseert, versterkt de toegang tot ondersteuning en werkt samen met (zorg)aanbieders.

12.1 Kwaliteit

12.2 Inkoop en aanbesteding

[Jeugdwet, Wmo, Gemeentewet]

1. De gemeente zorgt er voor dat de kwaliteit van

1. Alle diensten en producten die de gemeente in het

de diensten en producten in het kader van deze

kader van deze verordening aanbiedt moeten van

verordening gegarandeerd is. Bij inkoop en

goede kwaliteit zijn zodat het gewenste resultaat

aanbesteding toetst de gemeente of aanbieders

voor de inwoner wordt bereikt.

rekening houden met de voorwaarden uit artikel

2. De gemeente zorgt voor een goede prijs-

12.1 derde lid.

kwaliteitverhouding door:

2. De gemeente houdt bij het vaststellen van prijzen

a. een vaste prijs te bepalen. Die prijs geldt dan

rekening met:

voor inschrijving op een aanbesteding en voor

a. het soort dienst of product;

een daaropvolgende overeenkomst met een

b. het salaris en andere arbeidsvoorwaarden van

aanbieder; of

werknemers;

b. een reële prijs vast te stellen. Die geldt dan als

c. een redelijke toeslag voor overheadkosten;

ondergrens voor een inschrijving en voor een

d. andere personeelskosten die niet direct met de

overeenkomst met een aanbieder.

dienstverlening te maken hebben, zoals kosten

3. De diensten en producten:

voor werkoverleg, bijscholing, ziekte en verlof

a. passen bij de behoefte van de inwoner;

van werknemers;

b. zijn veilig, geschikt en bruikbaar voor de

e. reis- en opleidingskosten van werknemers;

inwoner;

f. het jaarlijks aanpassen van de reële prijs in

c. voldoen aan normen en eisen die door de

verband met wijziging van de kosten;

beroepsgroep of in het vakgebied algemeen zijn

g. andere kosten die het gevolg zijn van

aanvaard;

verplichtingen voor aanbieders, zoals rapportage-

d. worden afgestemd op andere diensten of

en administratieve verplichtingen.

producten die aan de inwoner worden geleverd; e. worden geleverd volgens een bepaalde structuur, die op tijd aan de inwoner wordt meegedeeld.

61

Verordening SD

13 Begrippenlijst In deze verordening worden allerlei begrippen gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wetten waarop deze verordening is gebaseerd. Waarom deze begrippenlijst? • Soms worden bepaalde begrippen in meerdere wetten gebruikt en hebben ze in die wetten een verschillende betekenis. Hier staat wat de betekenis van deze begrippen in deze verordening is. • Voor een aantal begrippen geldt dat ze in deze verordening een ruimere betekenis hebben dan in de genoemde wetten, omdat we zoveel mogelijk aansluiten bij het normale, dagelijkse taalgebruik. • Ook staan er voor de duidelijkheid enkele wettelijke begrippen in de lijst, die in deze verordening wel dezelfde betekenis hebben, maar hier in andere woorden zijn omschreven. • Ten slotte worden in deze verordening ook begrippen gebruikt die niet zijn terug te vinden in de wetten. Ook die zijn hier omschreven.

Aanbieder(s):

de natuurlijke persoon of rechtspersoon die goederen of diensten levert op grond van een besluit van de gemeente.

Aangepast vervoer:

vervoer met een besloten (school)bus, taxi, treintaxi of bustaxi, niet zijnde openbaar vervoer.

Aanvraag:

een schriftelijk verzoek van een inwoner om een schriftelijk besluit te nemen.

Algemeen gebruikelijke voorziening(en):

een voorziening die • niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking; • daadwerkelijk beschikbaar is; • een passende bijdrage levert aan het realiseren van zelfredzaamheid of participatie; en • financieel kan worden gedragen met een inkomen op minimumniveau.

Andere voorziening(en):

een voorziening waarop de inwoner een beroep kan doen voor de hulp die zij nodig heeft, anders dan hulp-op-maat. Het gaat om voorzieningen die buiten de regeling liggen van de aangevraagde voorziening of om voorzieningen die binnen het bereik van die regeling liggen, maar vrij toegankelijk zijn voor de inwoner. Dat kan bijvoorbeeld een andere uitkering zijn, een algemeen gebruikelijke, algemene of voorliggende voorziening, of voorliggende voorzieningen op grond van andere regelingen, zoals alimentatie en toeslagen.

Anw-uitkering:

een maandelijkse uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet.

Aow-leeftijd:

leeftijd waarop een uitkering (pensioen) op grond van de Algemene ouderdomswet ingaat.

Arbeidsverplichting:

de verplichting om werk te zoeken en te aanvaarden, om mee te werken aan activiteiten om aan het werk te komen, waaronder het onderzoeken van de mogelijkheden, of het leveren van een tegenprestatie, als bedoeld in artikel 9, 18 4e lid en 18a 5e lid van de Participatiewet, artikel 20a 5e lid en 37 van de IOAW en artikel 20a 5e lid en 37 van de IOAZ.

Awb:

Algemene wet bestuursrecht.

62

Begrippenlijst

Basisonderwijs:

onderwijs op een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.

Basisschool:

basisschool als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs.

Benadelingsbedrag:

netto bedrag dat ten onrechte aan bijstand is verstrekt of het bedrag dat de inwoner onverantwoord heeft ingeteerd (te snel opmaken van eigen middelen) waardoor zij eerder een beroep dient te doen op bijstand.

Beperking(en):

de vermindering van mogelijkheden door een lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke, psychische of psychosociale handicap. Dat heeft tot gevolg gehad dat er een belemmering is ontstaan in het sociaal-maatschappelijk functioneren.

Als het om vervoer naar school gaat: het vervoer naar school.

Beschermd wonen:

is een hulp-op-maat voorziening bestaande uit de volgende kenmerken: - wonen in een accommodatie van een instelling met daarbij behorende toezicht en begeleiding, gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd voor personen met psychische of psychosociale problemen, die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving; en, - de begeleiding wordt planbaar en onplanbaar (24 uur per dag) geboden op gevraagde en ongevraagde momenten, zodat er goed kan worden ingespeeld op de (al dan niet geëxpliceerde) zorgvraag van de cliënt.

Bestuurlijke boete:

een boete, vanwege het niet (behoorlijk) nakomen van de inlichtingenplicht op grond van artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet, artikel 13, eerste lid, van de IOAW, artikel 13, eerste lid, van de IOAZ, of artikel 30c van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen.

Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG):

De Wet BIG geeft regels voor beroepen in de gezondheidszorg en beschermt patiënten tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen. Op grond van de Wet BIG zijn bepaalde zorgverleners verplicht zich in te schrijven in het BIG-register.

Brede intake:

voor de Wet inburgering wordt er een brede intake afgenomen. De brede intake is een onderzoek naar de mogelijkheden die de inburgeringsplichtige heeft om aan de inburgeringsplicht te voldoen. De brede intake bestaat in ieder geval uit een leerbaarheidstoets, een onderzoek over het onderwijs dat is gevolgd en de werkervaring uit het land van herkomst. Daarnaast bestaat de brede intake uit een verkenning naar de persoonlijke omstandigheden. En tot slot een verkenning van de mogelijkheden om het kind van de inburgeringsplichtige deel te laten nemen aan de voorschoolse educatie.

Bijstandsnorm:

de maximale hoogte van de bijstandsuitkering, bedoeld in artikel 5, onderdeel c van de Participatiewet, artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) of artikel 5 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikt gewezen zelfstandigen (IOAZ). De hoogte hangt af van de woon- en leefsituatie en de leeftijd van de inwoner.

63

Verordening SD

Bijstandsuitkering:

de algemene bijstand voor levensonderhoud op grond van de Participatiewet, IOAW en IOAZ. Gaat het om een jongere van 18 tot 21 jaar, dan wordt met bijstandsuitkering bedoeld: de algemene bijstand plus de eventuele aanvullende bijzondere bijstand op grond van artikel 12 van de Participatiewet.

Collectief taxivervoer:

vervoer van deur tot deur, op afroep en met een deeltaxi (ook wel collectief vraagafhankelijk vervoer genoemd).

Dichtstbijzijnde school:

school die het dichtst bij de woning of opstapplaats van het kind ligt, gemeten via de kortste route waarlangs het kind veilig kan reizen. Als het kind naar een speciale school voor basisonderwijs gaat, dan is de dichtstbijzijnde school de school in het samenwerkingsverband waarop het kind eerst zat, of een andere speciale school voor basisonderwijs binnen dit samenwerkingsverband, als het vervoer naar die school voor de gemeente goedkoper is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16151415/2