CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1.8 Activiteitenplan

Gemeenteraad 23 september 2025, gemeente VenrayBij agendapunt: TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22e, Coppelenberg 3 Merselo.5.710 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

ACTIVITEITENPLAN Wet natuurbescherming Soortenbescherming Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) Project Schoolgebouw Merselo Coppelenberg 3 te Merselo, in de gemeente Venray

Postadres: Schandelo 10, 5941 NH, VELDEN Web: info@livadi.nl | www.livadi.nl KvK-nummer: 75093472 BTW-nummer: NL860139517B01

Colofon Projectnummer:

2205.GVE.ECO3

Rapportnummer:

2205.GVE.ECO3.C00

Status rapport:

Definitief

Versie:

Revisie 00

Datum oplevering rapport:

08-12-2022

Wijze van citeren:

Grinsven, A.A. van, 2022, Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis, schoolgebouw Merselo, Rapportnummer 2205.GVE.ECO3.C00, Adviesbureau LIVADI, Schandelo.

In opdracht van: Gemeente Venray De heer Jan Erik Kikkert Postbus 500 5800 AM Venray

Opsteller Adviesbureau LIVADI Mevrouw A.A. (Aegidia) van Grinsven Schandelo 10 5941 NH Velden 06-51356637 info@livadi.nl www.livadi.nl

Adviesbureau LIVADI is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. De werkzaamheden worden uitgevoerd volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De adviseurs voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek.

Onderhavig rapport is vervaardigd in opdracht van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en auteurs. Adviesbureau LIVADI is niet aansprakelijk voor rechtstreekse of directe of gevolgschade die voortvloeit uit toepassing van de conclusies, aanbevelingen en resultaten uit dit rapport en overige werkzaamheden van Adviesbureau LIVADI. Opdrachtgever vrijwaart Adviesbureau LVADI in deze tevens voor aanspraken van derden. Tussen de uitvoering van het veldbezoek en uitvoering van de werkzaamheden kunnen beschermde soorten zich vestigen. Adviesbureau LIVADI kan niet aansprakelijk gesteld worden voor kosten en of vertragingen die voortvloeien uit het voorkomen van beschermde soorten.

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ................................................................................................................................................ 4

2.

LOCATIE EN VOORGENOMEN HANDELINGEN........................................................................................... 5 1.1

3.

VOORGENOMEN HANDELINGEN EN PROJECTPLANNING ....................................................................................... 5

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ................................................................................................... 6 1.2 VASTGESTELDE BESCHERMDE SOORTEN/FUNCTIES ............................................................................................. 6 3.2.1 Mitigerende maatregelen ter voorkoming van een overtreding ........................................................... 6 3.2.1 Zorgvuldig handelen en Zorgplicht overige soorten .............................................................................. 9 1.3 BESCHERMDE GEBIEDEN ............................................................................................................................. 10 1.4 BESCHERMDE HOUTOPSTANDEN .................................................................................................................. 11

4.

AANVRAAG ............................................................................................................................................ 12 1.5 1.6 1.7

AANGEVRAAGDE HANDELINGEN EN LOCATIE ................................................................................................... 13 AANGEVRAAGDE ONTHEFFINGSTERMIJN ........................................................................................................ 13 AANGEVRAAGDE SOORT(EN) EN VERBODSBEPALING(EN)................................................................................... 13

5.

MAATREGELEN ...................................................................................................................................... 15

6.

WETTELIJK BELANG ................................................................................................................................ 17

7.

ALTERNATIEVENAFWEGING ................................................................................................................... 18

8.

GERAADPLEEGDE BRONNEN .................................................................................................................. 19

BIJLAGE I: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA (ECONSULTANCY, RAPPORTNUMMER 18194.001, D.D. 1 APRIL 2022) ....................................................................................................................................................................... 21 BIJLAGE II: AANVULLEND VELDONDERZOEK HUISMUS EN VLEERMUIZEN (LIVADI, RAPPORTNUMMER 2205.GVE.ECO2.C00, D.D. 30—09-2022) ......................................................................................................... 22 BIJLAGE III: WET NATUURBESCHERMING ....................................................................................................... 23 BIJLAGE IV: ZOEKLOCATIES TIJDELIJKE VOORZIENINGEN ................................................................................ 28

1. INLEIDING Uit de natuurtoets, quickscan flora en fauna (Econsultancy, rapportnummer 18194.001, d.d. 1 april 2022) en het aanvullend veldonderzoek huismus en vleermuizen (Adviesbureau LIVADI, rapportnummer 2205.GVE.ECO2.C00, d.d. 30—09-2022), is geconcludeerd: Voor de methodiek en de resultaten van de onderzoeken verwijzen we u naar bijlage I en II van onderhavig activiteitenplan. Door de voorgenomen handelingen ter plaatse Coppelenberg 3 te Merselo in de gemeente Venray is een overtreding van verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming (Wnb) ten aanzien van de rusten voortplantingsplaatsen van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) niet op voorhand te voorkomen. De handelingen vinden niet plaats onder een goedgekeurde gedragscode. Een ontheffingsaanvraag voor overtreden van een verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de Gewone dwergvleermuis is noodzakelijk. Voor overige soorten en functies is een verbodsbepaling te voorkomen en geldt de Zorgplicht. Aan de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan ten grondslag te liggen. In onderhavig activiteitenplan zij alle benodigde facetten verwoord: -

alternatievenafweging; en wettelijke belang; en staat van instandhouding: mitigerende/compenserende maatregelen.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

4

2. LOCATIE EN VOORGENOMEN HANDELINGEN 1.1

Voorgenomen handelingen en projectplanning

Voor een gebiedsbeschrijving van het plangebied wordt verwezen naar de quickscan flora en fauna van de Wet natuurbescherming Soortenbescherming, zie bijlage I. Gemeente Venray is voornemens om de basisschool (deelgebied 1, Coppelenberg 3, 5815 AJ te Merselo) te slopen. De ontheffing wordt aangevraagd voor de sloop van de bebouwing. De groenverwijdering maakt geen deel uit van de voorgenomen handelingen van de gemeente als aanvrager van de ontheffing. In Figuur 1.1 is de ligging van het schoolgebouw weergegeven, zoals opgenomen in de quickscan. Na de sloop zal een koper van het perceel deze voorzien van nieuwbouw. Bij de verkoop van het perceel zal de ontheffing, het activiteitenplan en ecologisch werkprotocol volgens gemeente Venray deel uitmaken van de koopovereenkomst.

Figuur 2.1. Plangebied (deelgebied met nummer 1).

De sloopwerkzaamheden zullen aangepast worden aan de ecologische planning zoals in onderhavig activiteitenplan beschreven. Het voornemen is om in 2023 te starten met de werkzaamheden.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

5

3. TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING Uit de quickscan flora en fauna en het aanvullend ecologisch veldonderzoek is onderstaand geconcludeerd.

1.2

Vastgestelde beschermde soorten/functies 

Voor de gewone dwergvleermuis is overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming door de handelingen op voorhand niet te voorkomen door aanwezigheid van één zomerverblijffunctie (1-2 individuen) en twee paarterritoria van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Een winterverblijf in milde koude perioden is daardoor niet uit te sluiten. Voor de gewone dwergvleermuis is overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming door de handelingen op voorhand te voorkomen door geen verlichting te laten toenemen op de vliegroute aan de westzijde van het plangebied. Voor de huismus is overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming door de handelingen op voorhand te voorkomen door verstorende werkzaamheden (geluiden > 50 dB(A), licht, trilling, beweging, mechanische effecten) uit te voeren buiten de kwetsbare periode. De minst kwetsbare periode betreft de periode tussen 1 oktober en tot en met eind februari. Binnen de genoemde periode dient de koude periode (vorstperioden) mede ontzien te worden. Voor broedvogels zonder jaarrond beschermd nest is overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming door de handelingen op voorhand te voorkomen door werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen (afhankelijk van de klimatologische omstandigheden).

Leidend is echter ten tijde van uitvoer van de handelingen of er (op korte termijn) een in gebruik zijnd nest aanwezig is. Voor de overige te verwachten algemeen voorkomende soorten geldt de zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb).

3.2.1 Mitigerende maatregelen ter voorkoming van een overtreding Vliegroute gewone dwergvleermuis Grenzend aan het plangebied is een vliegroute van gewone dwergvleermuis aanwezig. Tijdens en na uitvoering van de werkzaamheden kan de vliegroute negatief beïnvloed worden. Tijdens de werkzaamheden (sloop en nieuwbouw) zal er geen toepassing zijn van bouwverlichting tussen 1 april en 1 november (dus enkel tijdens daglicht-uren werken in de periode april-november), waardoor een overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming voorkomen worden. Ondanks dat er geen essentiële foerageergebied vastgesteld is, is geadviseerd om bij de alternatieve verblijfslocaties voldoende foerageermogelijkheden en beschutting aan te bieden. Dit kan door het huidige aanwezige bomen te behouden.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

6

Tabel 3.2.1. Te treffen maatregelen

Voorafgaand aan de handelingen Tijdens handelingen Overtreding voorkomen vliegroute: Geen toepassing van bouwverlichting tijdens sloop- en nieuwbouwfase tussen 1 april en 1 november (dus enkel tijdens daglicht-uren werken in de periode april-november) Na handelingen Bovenwettelijk: Foerageer gewone dwergvleermuis: Handhaven van aanwezige bomen

Huismus Binnen het plangebied is geen huismus territorium aanwezig. In de directe omgeving zijn tientallen huismussen roepend waargenomen en enkele kwetterplekken waargenomen. Voor de in de omgeving broedende huismussen blijft te allen tijde voldoende functioneel leefgebied aanwezig in de vorm van beschutting, voedselaanbod en stofbadjes. Het plangebied zelf betreft geen essentieel deel in het functioneel leefgebied van in de omgeving broedende huismussen. Doordat er dusdanig veel territoria van huismus in de directe omgeving van het plangebied vastgesteld zijn, is een extern effect op de in de omgeving aanwezige huismussen door verstoring, die kan leiden tot (indirecte) beschadiging/vernietiging van nest- en rustplaatsen, aanwezig. Geadviseerd wordt om verstoring door werkzaamheden (geluiden > 50 dB(A), licht, trilling, beweging, mechanische effecten) te voorkomen en werkzaamheden bij voorkeur uit te voeren buiten de kwetsbare periode. De minst kwetsbare periode betreft de periode tussen 1 oktober en tot en met eind februari. Binnen de genoemde periode dient de koude periode (vorstperioden) mede ontzien te worden. Tabel 3.1. Te treffen maatregelen

Voorafgaand aan de handelingen Tijdens handelingen Overtreding voorkomen verstoren huismus: Verstorende werkzaamheden (geluiden > 50 dB(A), licht, trilling, beweging, mechanische effecten) voorkomen en werkzaamheden bij voorkeur uit te voeren buiten de kwetsbare periode. De minst kwetsbare periode betreft de periode tussen 1 oktober en tot en met eind februari. Binnen de genoemde periode dient de koude periode (vorstperioden) mede ontzien te worden. Na handelingen -

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

7

Figuur 3.2. Onderzoeksresultaten huismus (Bron: Rapport Aanvullend veldonderzoek (zie bijlage II))

Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest Overtreding op deze soorten is grotendeels op voorhand te voorkomen door de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot en met eind augustus worden aangehouden. De periode is echter afhankelijk van de soort, seizoen verloop en klimatologische omstandigheden. Een broedvogelcheck door een ter zake kundig ecoloog vooraf aan de werkzaamheden wordt uitgevoerd om te bepalen of in gebruik zijnde nest- en rustplaatsen binnen de invloedssfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn, doordat de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen geldend is. Indien een in gebruik zijnde nest aanwezig is mogen de werkzaamheden die leiden tot een overtreding niet uitgevoerd worden. Men dient dan te wachten totdat de jongen van de broedvogels definitief zijn uitgevlogen. De werkzaamheden starten pas na een natuurvrijverklaring door de ecoloog.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

8

Tabel 3.1. Te treffen maatregelen

Voorafgaand aan de handelingen Overtreding voorkomen: Controle ronde naar aan/afwezigheid van in gebruik zijnde nesten (niet jaarrond beschermd) Tijdens handelingen Na handelingen -

3.2.1 Zorgvuldig handelen en Zorgplicht overige soorten Zorgvuldig handelen De inventarisatie is en blijft te allen tijde een momentopname. Het is dan ook nooit volledig uitgesloten dat soorten en functies niet waargenomen zijn, terwijl dat ze op een ander tijdstip wel aanwezig zijn. Dit is echter acceptabel, de Wet natuurbescherming vraagt een initiatiefnemer om alles te doen wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden. Met de gekozen methodes en inspanningen is dan ook voldoende invulling gegeven aan artikel 1.11 (Zorgplicht) van de Wet natuurbescherming. Wat betreft het onderliggende onderzoek heeft de initiatiefnemer dan ook gedaan wat redelijkerwijs van hem/haar verwacht kan worden. Vanuit zorgvuldig handelen, zal vooraf aan de handelingen nog een controleronde plaatsvinden. Pas na het verkrijgen van een natuurvrijverklaring mag daadwerkelijk gestart worden met de handelingen. Vanuit zorgvuldig handelen vinden daarnaast de werkzaamheden plaats onder ecologische begeleiding. Zorgplicht De zorgplicht (artikel 1.11 Wnb) betekent daarnaast dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan een ieder weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.

Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast zal ten aanzien van algemeen voorkomende soorten, zoals egel en gewone pad die vallen onder de zorgplicht (Artikel 1.11 Wnb). Door rekening te houden dat dieren kunnen ontsnappen of om aanwezige trage soorten als gewone pad of een egel zorgvuldig te verplaatsen naar een geschikte locatie in de directe omgeving wordt voldoende aan de zorgplicht voldaan. Als uitgangspunt kan voor aanvang van de werkzaamheden geschikte locaties binnen de invloedssfeer ongeschikt gemaakt worden door o.a. strooisellagen en takkenhopen op tijd te verwijderen.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

9

Tabel 3.1. Te treffen maatregelen

Voorafgaand aan de handelingen Geschikte delen binnen invloedssfeer ongeschikt maken Controle ronde naar niet ontheffingplichtige soorten en natuurvrijverklaring Tijdens handelingen Rekening houden dat dieren kunnen ontsnappen of aanwezige trage soorten als gewone pad of een egel zorgvuldig verplaatsen naar een geschikte locatie in de directe omgeving. Werken in één richting Na handelingen -

1.3

Beschermde gebieden

Zie hoofdstuk 7 van de quickscan (bijlage I). Daarin is geconcludeerd: Natura 2000 De onderzoekslocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, trilling, licht of depositie van stikstof. Afhankelijk van het toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie kunnen externe effecten als een gevolg van een toename in stikstofdepositie mogelijk niet op voorhand worden uitgesloten. Geadviseerd wordt om, als het toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie definitief bekend is, te bepalen of vervolgonderzoek in het kader van gebiedsbeschermingsparagrafen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van stikstof noodzakelijk is. Dit kan in eerste instantie worden onderzocht middels een modelberekening (AERIUS-calculator), mocht dit noodzakelijk zijn. Addendum: In een tussenuitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van vandaag (2 november 2022) in de zaak over het zogenoemde Porthos-project staat dat de bouwvrijstelling stikstof niet voldoet aan het Europese natuurbeschermingsrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan daardoor niet anders dan constateren dat de bouwvrijstelling niet gebruikt mag worden bij bouwprojecten.

Net als in de situatie vóórdat de bouwvrijstelling werd ingevoerd, blijft het mogelijk om per project onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van de uitstoot van stikstof. Een Aerius berekening zal volgens gemeente Venray nog uitgevoerd worden. Natuur Netwerk Limburg Door de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie in combinatie met de afstand, zullen de wezelijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk derhalve niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het Natuurnetwerk wordt niet noodzakelijk geacht.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

10

1.4

Beschermde houtopstanden

Zie hoofdstuk 8 van de quickscan (bijlage I). Daarin is geconcludeerd: De bomen op de onderzoekslocatie vallen niet onder de definitie houtopstanden als bedoeld in paragraaf 4.1 van de Wet natuurbescherming. De houtopstand op de onderzoekslocatie is gelegen binnen de bij besluit van gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Voor deze houtopstand geldt daarom geen meldingsplicht en herplantplicht.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

11

4. AANVRAAG Tijdens het onderzoek zijn van gewone dwergvleermuis één zomerverblijffunctie (1-2 individuen) en twee paarterritoria van gewone dwergvleermuis vastgesteld. Een winterverblijf van enkele individuen in milde koude perioden is daardoor niet uit te sluiten. Er zijn er geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een winterverblijfplaats voor grotere aantallen dieren. Overtreding ten aanzien van een vliegroute wordt voorkomen en een essentieel foerageergebied is uitgesloten. Wel wordt hiermee bovenwettelijk rekening mee gehouden (zie paragraaf 3.2.1). Bij sloop van het schoolgebouw verdwijnen deze verblijffuncties.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

12

Figuur 3.1. Onderzoeksresultaten gewone dwergvleermuis (Bron: Rapport Aanvullend veldonderzoek (zie bijlage II))

1.5

Aangevraagde handelingen en locatie

De voorgenomen handelingen bestaan uit: o Sloop schoolgebouw, aan de Coppelenberg 3 te Merselo, in de gemeente Venray.

1.6

Aangevraagde ontheffingstermijn

De ontheffing Wet natuurbescherming soorten wordt aangevraagd voor de periode van 1 april 2023 tot en met 31 december 2026.

1.7

Aangevraagde soort(en) en verbodsbepaling(en)

De voorgenomen handelingen (§ 4.1) leiden tot overtreding van de verbodsbepaling(en) van de Wet natuurbescherming ten aanzien in onderstaande tabel 4.1 vermeldde soort(en) en functie(s). Daarvoor wordt ontheffing aangevraagd. Tevens is het wettelijk belang vernoemd in de tabel.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

13

Tabel 4.1. Aangevraagde soort(en), functie(s), verbodsbepaling(en) en wettelijk belang(en)

Soort(en)

Functie(s)

Gewone dwergvleermuis

o

(Pipistrellus pipistrellus)

o

(Artikel 3.8, van de Wnb)

o

Eén zomerverblijffunctie (1-2 individuen) Twee paarterritoria van gewone dwergvleermuis Een niet uit te sluiten klein winterverblijf in milde koude perioden

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

Verbodsbepaling(en) Wnb o

o

De voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen (Artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb) Dieren opzettelijk verstore (Artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb)

Wettelijk belang(en) o

in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten (Artikel 3.8, vijfde lid, onder b, 3⁰ van de Wnb)

14

5. MAATREGELEN Om de staat van instandhouding van de Gewone dwergvleermuis op lokaal niveau te borgen worden onderstaande maatregelen op hoofdlijn getroffen, zie tabel 5.1. Tabel 5.1. Te treffen maatregelen gewone dwergvleermuis

Effect gewone dwergvleermuis 1 zomerverblijf 2 paarterritoria Overall Aanpassen handelingen door rekening te houden met ecologisch de minst kwetsbare periode Werkzaamheden vinden plaats onder ecologische begeleiding. De ontheffing met de daaraan verbonden voorschriften zal voorafgaand aan de werkzaamheden digitaal als op papier verstrekt zal worden aan alle betrokken partijen. Een ecologisch werkprotocol zal opgesteld worden en zal voorafgaand aan de sloopwerkzaamheden digitaal als op papier verstrekt zal worden aan alle betrokken partijen. In het ecologisch werkprotocol mede de maatregelen om een overtreding te voorkomen, de zorgplicht en vanuit zorgvuldig handelen verwoord worden (zie § 3.2.1- § 3.2.4). Voorafgaand aan de handelingen Treffen van tijdelijke voorzieningen, conform eisen kennisdocument gewone dwergvleermuis. 12 x voldoen aan Model A kennisdocument gewone dwergvleermuis: 50 centimeter hoog, 20-30 centimeter breed, 1 - 2 compartimenten, of vergelijkbaar o Zie locatie tijdelijke voorzieningen in Bijlage IV. Bij voorkeur zo dicht mogelijk, maar altijd binnen 100 à 200 meter van de oorspronkelijke verblijfplaats. Wat betreft de nieuwe locaties is afgestemd met functies die het gebied tot geschikt paargebied maken: (massa-) winterverblijfplaatsen, vliegroutes, foerageergebied en met al bestaande territoria van mannetjes.

(Pagina 28 en 31 Kennisdocument gewone dwergvleermuis). o Ophangen is voor half februari 2023 om te voldoen aan de gewenningsperiode van minimaal 6 maanden voorafgaand aan de start van het paarseizoen en aan de 3 actieve maanden bij zomerverblijfplaatsen (Pagina 31, Kennisdocument gewone dwergvleermuis). Ongeschikt maken middels ‘exclusion flaps’ te plaatsen op alle potentiële invliegopeningen in de te slopen bebouwing. Dit in de minst kwetsbare cumulatieve periode (zomer/paar en broedseizoen), namelijk tussen 1 september en half oktober, afhankelijk van de klimatologische omstandigheden o

De minst kwetsbare periode in cumulatie zomer/paar, dus jaarrond (Figuur 14 Kennisdocument gewone dwergvleermuis). Controleronde na ongeschikt maken en uiterlijk 3 dagen vooraf aan de handelingen. Dit in onderzoeksperiode en weersomstandigheden, zoals vermeldt in het vleermuisprotocol bij gewone dwergvleermuis Na het verkrijgen van een natuurvrijverklaring mag daadwerkelijk gestart worden met de handelingen. Tijdens handelingen Geen verlichting toepassen tussen 1 april en 1 november, dus enkel tijdens daglicht-uren werken in de periode april-november Bij onverhoopt aantreffen van een individu wordt het werk direct stilgelegd en wordt contact opgenomen met een ter zake kundige.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

15

Na handelingen (sloop) De nieuwe verblijfplaatsen bevatten gezamenlijk bij voorkeur verschillende kwaliteiten (bijvoorbeeld eigenschappen ten aanzien van opwarming, locaties en dergelijke) maar zijn altijd geschikt voor de functie die verloren gaat. Het aantal aan te brengen verblijfplaatsen is afhankelijk van de potenties van het gebied (pagina 28, Kennisdocument gewone dwergvleermuis). 12x Inbouwvoorziening Met een grootte van minimaal 50 x 80 centimeter en worden ze op de hoek van het gebouw gepositioneerd, zodat de vleermuis zich binnendoor van de ene naar de andere gevelzijde kan verplaatsen afhankelijk van de klimaatomstandigheden (pagina 33, Kennisdocument gewone dwergvleermuis). OF o Spouwmuur 1,5-2 cm Bij gebruik van isolatieplaten in de spouw is het relevant deze platen op te ruwen of stevig duurzaam kunststof gaas met een maaswijdte van 3 tot 10 millimeter te bevestigen. Als glaswol (en dergelijke) als isolatie wordt gebruikt, is het nodig dunne ruwe platen tegen het isolatiemateriaal aan te brengen, bijvoorbeeld houtwolcement. Activiteitenplan, ontheffing en ecologisch werkprotocol wordt gekoppeld aan de omgevingsvergunning en/of nieuwe bestemmingsplan o

Verwijderen tijdelijke voorzieningen kan nadat de permanente voorzieningen gerealiseerd zijn en de permanente voorzieningen aan de juiste gewenningsperiode van het kennisdocument voldaan hebben. De verwijdering van de tijdelijke voorzieningen dient plaats te vinden tussen 1 september en half oktober (minst kwetsbare periode) en na controle ronde van een ter zake kundige dat deze niet in gebruik zijn. De verwijdering dient plaats te vinden voor afloop van de ontheffingsperiode.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

16

6. WETTELIJK BELANG De aanvraag wordt gedaan met als wettelijk belang ‘volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten, artikel 3.8, vijfde lid, onder b 3⁰, van de Wnb. Het gebouw staat in de kern van Merselo en voldoet niet meer aan de huidige eisen die we stellen aan gebouwen. Daarnaast heeft het dorp grote behoefte aan extra woningen. Door het slopen van het gebouw en hier woningen voor terug te plaatsen wordt voldaan aan deze behoefte.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

17

7. ALTERNATIEVENAFWEGING De sloopwerkzaamheden zijn locatiegebonden. Het gebouw is in dermate slechte staat dat deze niet meer opgewaardeerd kan worden naar de huidige en toekomstige wooneisen, waardoor sloop en vervolgens nieuwbouw aan de orde zal zijn. Renovatie betekent daarnaast mede verlies van vaste rusten verblijfplaatsen van gebouwbewonende soorten. Het alternatief van niets doen heeft als gevolg dat op termijn de gebouwen in zullen storten en gesloopt moeten worden waarbij vaste rust- en verblijfplaatsen permanent verloren gaan. De gekozen werkwijze betekent dat de aanwezige soorten altijd kunnen uitwijken naar alternatieve verblijven. Daarnaast wordt met de planning rekening gehouden met de minst kwetsbare periode. Door de gekozen inrichting, werkwijze en de planning (buiten kwetsbare periodes) wordt schade aan de beschermde soorten zoveel mogelijk voorkomen.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

18

8. GERAADPLEEGDE BRONNEN 

Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, Versie 1.0 juli 2017)

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

19

BIJLAGEN

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

20

BIJLAGE I: QUICKSCAN FLORA EN FAUNA (ECONSULTANCY, RAPPORTNUMMER 18194.001, D.D. 1 APRIL 2022) Separaat toegevoegd

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

21

BIJLAGE II: AANVULLEND VELDONDERZOEK HUISMUS EN VLEERMUIZEN (LIVADI, RAPPORTNUMMER 2205.GVE.ECO2.C00, D.D. 30—09-2022) Separaat toegevoegd

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

22

BIJLAGE III: WET NATUURBESCHERMING Algemeen Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, aangevuld met nationale bepalingen. De Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet. De Wet natuurbescherming kent drie pijlers, namelijk: o o o

bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten, bescherming van houtopstanden.

Daarnaast is er een belangrijke plaats ingeruimd voor de zorgplicht (artikel 1.11). De zorgplicht houdt in dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor beschermde gebieden en soorten niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen. Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu van in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in Nederland.

Overgangsrecht

In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd. Onderstaand volgt een eenvoudige weergave van de essentie van de Wet natuurbescherming, voor zover deze betrekking heeft op ruimtelijke ontwikkelingen en festiviteiten. Verbodsartikelen worden voor de leesbaarheid vereenvoudigd weergegeven. Raadpleeg voor de exacte formulering de wetstekst (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2021-07-01). Natura 2000-gebieden Vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn hebben de lidstaten de verplichting om speciale beschermingszones aan te wijzen. Deze speciale beschermingszones heten Natura 2000-gebieden. Elk Natura 2000-gebied heeft instandhoudingsdoelstellingen ten aanzien van: o o

leefgebieden voor vogelsoorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Vogelrichtlijn, en/of natuurlijke habitats en de habitats van soorten, voor zover nodig voor de uitvoering van de Habitatrichtlijn.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

23

Verboden (volgens artikel 2.7, lid 2) is elke activiteit (in de wet: project of handeling) zowel binnen als buiten een Natura 2000-gebied die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen: o o

de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of, een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen.

De activiteit kan alleen doorgang vinden als Gedeputeerde Staten van de provincie waarin de activiteit plaatsvindt een vergunning verleend. Voor diverse werkzaamheden in nationaal belang (zoals werkzaamheden rond de hoofdspoorwegen) is de minister van Economische Zaken bevoegd gezag. Soortbescherming Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, 2. beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn, 3.

beschermingsregime ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten. Hieronder wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden per regime, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd. 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Onder het beschermingsregime Vogelrichtlijn vallen alle van nature in Nederland in het wild levende vogels. Op basis van artikel 3.1 is het verboden om: 1. opzettelijk vogels te doden of te vangen; 2. opzettelijk vogelnesten, -rustplaatsen en -eieren te vernielen of te beschadigen of vogelnesten weg te nemen; 3. eieren van vogels te rapen en deze onder zich te hebben; 4. opzettelijk vogels te storen. Het verbod om vogels opzettelijk te storen geldt niet wanneer dit niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de betreffende soort.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

24

De vogelsoorten die jaar op jaar gebruik maken van hetzelfde nest zijn verdeeld over vier categorieën waarvan de nesten een jaarronde bescherming genieten. Ook is er een vijfde categorie van vogels waarvan een inventarisatie van de nesten gewenst kan zijn. 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Onder het beschermingsregime Habitatrichtlijn vallen: alle dieren uit: de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel a, het Verdrag van Bern, bijlage II, met uitzondering van de soorten bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. o het Verdrag van Bonn, bijlage I, met uitzondering van de soorten bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. en alle planten uit: o o

o o

de Habitatrichtlijn, bijlage IV, onderdeel b, het Verdrag van Bern, bijlage I.

Volgend artikel 3.5 is het verboden om, voor zover het soorten betreft uit bovenstaande bijlagen: 1. 2. 3. 4. 5.

opzettelijk dieren te doden of te vangen; opzettelijk dieren te verstoren; opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen; voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

3. Beschermingsregime andere (nationale) soorten Onder het ‘beschermingsregime andere soorten’ vallen een aantal soorten waarvoor er geen Europese verplichting ligt tot bescherming. Nederland geeft zo uitvoering aan de algemene verplichting van het Biodiversiteitsverdrag om de staat van instandhouding van dier- en plantensoorten te beschermen. Volgens artikel 3.10. is het verboden om, voor zover het soorten uit deze lijst betreft: 1. opzettelijk dieren te doden of te vangen; 2. voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen; 3. opzettelijk planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied te plukken, te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Onder dit beschermingsregime vallen ook een groot aantal zeer algemene zoogdieren en amfibieën. Een groot deel van deze algemene soorten zijn door de provincies en het Ministerie van EZ voor ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van de Wet natuurbescherming. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

25

Ontheffing en vrijstellingen Ontheffingen worden verleend door de Minister van Economische zaken of Gedeputeerde Staten, en geven een initiatiefnemer de mogelijkheid om onder voorwaarden de wet te overtreden. Vrijstellingen worden gegeven door de Minister van Economische zaken of Provinciale Staten en beschrijven handelingen en situaties waarin de wet niet van toepassing is. Ontheffing voor het overtreden van de verbodsbepalingen of het verkrijgen van een vrijstelling kan alleen wanneer er: o o o

geen andere bevredigende oplossing bestaat; geen negatief effect is op de staat van instandhouding van de soort; en er voldaan is aan de in de wet genoemde belangen (artikel 3.3, lid 4b, artikel 3.8, lid 5b en artikel 3.10, lid 2).

Bescherming van houtopstanden Een houtopstand is beschermd wanneer deze: o o

een oppervlakte van 10 are of meer beslaat, of bestaat uit een rijbeplanting van meer dan twintig bomen, gerekend over het totaal aantal rijen.

Volgens artikel 4.2 vallen buiten de bescherming houtopstanden: o o o o o o

houtopstanden binnen door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom houtopstanden; houtopstanden op erven of in tuinen en fruitbomen en windschermen om boomgaarden; naaldbomen bedoeld als kerstbomen en niet ouder dan twintig jaar en kweekgoed; uit populieren of wilgen bestaande wegbeplantingen, beplantingen langs waterwegen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; het dunnen van een houtopstand; uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa en die:  ten minste eens per tien jaar worden geoogst;  bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid bestaande uit een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter;  zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Volgens artikel 4.2 is het verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen zonder daar melding van te doen bij Gedeputeerde Staten. Dit geldt niet voor het periodiek vellen van griend- of hakhout. Binnen drie jaar moet het gevelde deel weer zijn herplant. Vrijstellingen gelden er wanneer het vellen gebeurt middels een goedgekeurde gedragscode of de werkzaamheden voortvloeien uit instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden of nodig zijn voor aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

26

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN; voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) bestaat uit planologisch beschermde gebieden die zijn aangewezen om ecologische verbindingen te realiseren tussen belangrijke natuurgebieden. Deze natuurgebieden en de verbindingen daartussen vormen samen een ecologisch netwerk. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: -

bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee).

De wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle (mogelijke) effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De provincie waarbinnen het plangebied valt geeft invulling aan het NNN en is daartoe het bevoegd gezag. Voor meer informatie over het NNN en het toetsingskader zie https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/natuur-en-biodiversiteit/natuurnetwerk-nederland. Wet dieren De Wet natuurbescherming kent geen verbod op het verwonden van dieren. Dit is namelijk al verboden in de Wet dieren. Volgens artikel 2.1 van de Wet dieren, eerste lid, is het namelijk verboden om: o

zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen.

De Wet dieren kent een ontheffingsmogelijkheid, maar alleen als het belang van het welzijn van dieren zich er niet tegen verzet. Een ontheffing is niet nodig wanneer vaststaat dat het mogelijk verwonden van dieren een ‘redelijk doel’ dient, of ‘noodzakelijk’ is. In onderhavige rapportage is niet getoetst aan de Wet dieren.

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

27

BIJLAGE IV: ZOEKLOCATIES TIJDELIJKE VOORZIENINGEN

Rapport Activiteitenplan Gewone dwergvleermuis Schoolgebouw Merselo Projectnummer 2205.GVE.ECO3 Definitief, revisie 00 Datum: 08-12-2022

28

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15856302/1