Beantwoording technische vragen J Derikx (CDA) - Regionale samenwerking beschermd wonen
Tekst van het document
Verlenen toestemming voor wijziging van de Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg-Noord (Jac) Vanaf 1 januari 2022 komt er een verplichte regionale samenwerking voor Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang en bemoeizorg & preventie. Het gaat hierbij om complexe psychische en/of sociale problemen. Technische vraag: Er komt een verplichte regionale samenwerking: Kan een gemeente zich dan indien hij niet aan deze module mee wil werken zich aansluiten bij een andere regio b.v. Amsterdam? Antwoord: Het uitgangspunt van het Rijk is dat gemeenten in regionaal verband samenwerken. Hierbij is de gemeente Amsterdam geen optie omdat deze gemeente niet in onze regio ligt. Op dit moment is het niet meer mogelijk om aan te sluiten bij een andere regio. Het vormen van een andere regio of aansluiten bij een andere regio had uiterlijk 31-12-2019 gemeld moeten worden bij het ministerie. Daarbij hebben alle gemeenten in Noord- en Midden Limburg begin 2021 ingestemd met een regionale samenwerking door een gezamenlijke inkoop van Beschermd Wonen en de Maatschappelijke Opvang, Bemoeizorg en Preventie aan te gaan. Wij voegen dus een 2e module toe aan de bestaande modulaire gemeenschappelijke regeling en er komen 7 gemeenten bij voor deze 2e module.
Klopt het dat door het optuigen van de modulaire samenwerking wij eigenlijk 2 samenwerkingsovereenkomsten hebben met 2 afzonderlijke besturen etc. Antwoord: Er komt één gemeenschappelijke regeling voor zowel module 1 als voor module 2 samen en er komt ook maar één bestuur. Voor module 2 wordt er naast de GR ook een samenwerkingsovereenkomst tussen de colleges afgesloten. In de samenwerkingsovereenkomst maken de colleges afspraken over de samenwerking en de financiële solidariteit. Elk jaar wordt er een beleidsagenda, regionale begroting, uitvoeringstaken en eventueel bijstellen van de samenwerking met elkaar vast gesteld. Aantal clienten: Hoeveel clienten hebben wij nu en waar is het geschatte aantal clienten zal dalen naar ca 350 clienten op gebaseerd? Antwoord: In de regio Noord- en Midden Limburg zijn op dit moment rond de 775 cliënten die door centrumgemeente Venlo gefinancierd worden vanuit de centrum-gemeente middelen voor beschermd wonen. Er stromen ongeveer 265 cliënten uit naar de Wet langdurige zorg (Wlz) die sinds 1-1-2021 is open gesteld voor ggz-cliënten. Daarnaast ontvangen rond de 190 cliënten een beschermd thuis indicatie. Met deze indicatie ontvangt de zorgaanbieder alleen een bijdrage voor individuele begeleiding en niet voor huisvesting omdat deze cliënten zelfstandig wonen. Per 1 januari 2022 vallen deze cliënten onder de lokale Wmo.
Door de uitstroom naar de Wlz en naar de lokale gemeenten blijven er uiteindelijk rond de 350 cliënten beschermd wonen over. Opbouw regionale samenwerking: De colleges van partijen leggen een keer in vier jaar de regiovisie voor aan de raden. Dit zal waarschijnlijk(hopelijk) de eerste keer in 2022 zijn. Klopt dit? Antwoord: Ja dit klopt
Artikel 7.3 regionale afspraken financiele solidariteit. 1. Waarom is er gekozen voor deze moeilijke constructie en heeft men niet voor een eenvoudigere constructie gekozen? B.v: alleen op basis van aantal inwoners (objectiever! En het spreekt ook meer vertrouwen in elkaar uit) Antwoord: op dit moment is de verdeling van het aantal cliënten over de regio niet evenredig verspreid. Een groot aantal beschermd wonen cliënten zijn gehuisvest in een klein aantal gemeenten. Deze gemeenten hebben hierdoor extra zorgkosten. Met deze constructie worden gemeenten met grote aantallen cliënten en dus ook hoge kosten gecompenseerd. De gemeente Venray is een gemeente met grote aantallen en dus grote zorgkosten. 2. De partijen die alleen deelnemen aan module 2 zijn gevrijwaard van door de overige partijen ten aanzien van de kosten van module 1: Zijn deze kosten ook altijd van elkaar te scheiden en lopen deze niet in elkaar over? Antwoord: Voor module 2 wordt een aparte regionale begroting opgesteld. Deze begroting wordt vervolgens door de MGR verwerkt in de totale begroting van de MGR. Dus de inkomsten en uitgaven worden per module inzichtelijk gemaakt. De gemeente krijgen afzonderlijk de vergoedingen vanuit het rijk en dragen die over naar de regio. Dit zullen de eerste jaren doeluitkeringen zijn. Is er al bekend hoe dit voor de komende jaren is geregeld en overeen gekomen.
Antwoord: Er komt een nieuw objectief verdeelmodel. Het verdeelmodel is afgestemd op de verwachte toekomstige opgave van gemeenten op basis van de nieuwe beleidsmatige uitgangspunten voor beschermd wonen. Het nieuwe objectieve verdeelmodel voor beschermd wonen bestaat uit 5 verdeelmaatstaven: Hoge zorgkosten 10% Aantal EPA-patiënten 50% Oppervlakte land 8% Regionale centrumfunctie 24% Vast bedrag 8% Het nieuwe objectieve verdeelmodel wordt parallel met de herijking van het gemeentefonds vanaf 1 januari 2023 geleidelijk ingevoerd. Dit gebeurt via een overgangsregeling, die in totaal 10 jaar duurt. Voor de gemeente Venray zou dit het volgende betekenen: Geraamde inkomsten uit verdeling saldo: € 2.643.088 Geraamde uitgaven lokale zorg- en toegangskosten 2022: € 839.138 Saldo € 1.803.949 Geven wij dan dat saldo uit aan module 1? Antwoord: De kosten van module 1 zijn al opgenomen in onze begroting 2022. Vanuit de samenwerkingsovereenkomst BW/MO/B&P heeft elke gemeente een inspanningsverplichting om de sociale basis op orde te brengen. Het saldo van € 1.803.949,- wordt hier voor een klein deel voor gebruikt, tevens wordt het gebruikt om de uitvoeringskosten aan module 2 MGR van te bekostigen. Het restant wordt als nader te concretiseren beleid in de reguliere begroting opgenomen. Via separate collegevoorstellen zullen eventuele uitgaven worden voorgelegd aan het college van B&W.
Met betrekking tot het concept regionaal budget BW MO B&P 2022 vragen wij ons af wat wij met elkaar aan het vergelijken zijn. De bedragen tussen 2022 en 2021 verschillen zo veel dat wij dit niet begrijpen. Welk bedrag kreeg de gemeente Venlo voor deze diensten en als wij dat bedrag dan optellen bij 2021 is het misschien wat duidelijker. Een andere verklaring voor het verschil kan ik niet vinden. Antwoord: De inkomsten in 2021 heeft de gemeente Venlo volledig ontvangen. Deze zijn in totaal € 50.155.673,- (post 26). De totale uitgaven in 2021 waren € 41.217.520,- (post 26). Het overschot in 2021 van € 8.937.832,- (post 27) kwam volledig ten goede aan de gemeente Venlo. De inkomsten in 2022 worden op de regionale begroting geboekt. Deze zijn in totaal € 53.346.192,- (post 26). De uitgaven van post 26 van in totaal € 27.604.800 zijn niet volledig. Deze dienen nog te worden aangevuld met de lokale kosten (post M + P + Q), deze zijn € 7.732.542,-. Deze lokale kosten moeten betaald worden van het saldo van € 25.741.392,-. Dit saldo wordt eerst procentueel (via de verdeelsleutel) verdeeld over de 14 gemeenten. Daarna haalt elke gemeente hier de lokale uitvoeringskosten uit. Dus van het overschot-saldo van € 25.741.392,- ontvangt de gemeente Venray € 2.643.088,-. Van dit bedrag is berekend dat wij € 839.138,- aan lokale uitvoeringskosten hebben.
Het uiteindelijke surplus voor Venray bedraagt dan € 1.803.950,-.