CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Eindrapport zienswijzen bp mer Spurkt

Gemeenteraad 30 maart 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan en MER De Spurkt40.352 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Gemeente Venray Postbus 500 5800 AM Venray

Samengesteld door Team RO

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Inhoud 1

Inleiding

5

2

Zienswijzen

7

3

Ambtshalve aanpassingen in het bestemmingsplan De Spurkt

Bijlage A – Lijst indieners zienswijzen + inhoudelijke zienswijzen 

Bijlage A betreft een vertrouwelijk stuk dat i.v.m. persoonsgegevens niet ter inzage wordt gelegd

98

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

1

Inleiding

Deze nota bevat de gemeentelijke reactie op de binnengekomen zienswijzen naar aanleiding van de terinzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan ‘De Spurkt ’ met identificatienummer NL.IMRO.0984.BP20008-on01. Het ontwerp bestemmingsplan De Spurkt heeft vanaf 26 juni tot en met 6 augustus 2020 ter inzage gelegen (digitaal en op papier) in het klantencontactcentrum gemeentehuis Venray en elektronisch via de internetsite van de gemeente Venray en via www.ruimtelijkeplannen.nl . Tijdens de periode dat het bestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, heeft een ieder de mogelijkheid gehad om zowel mondeling als schriftelijk (tevens via de website van de gemeente Venray) zienswijzen in te dienen bij de gemeenteraad. In deze nota wordt ingegaan op de ingediende zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan. In totaal zijn 20 zienswijzen ontvangen op het ontwerp bestemmingsplan. In hoofdstuk 2 wordt inhoudelijk ingegaan op de ingediende zienswijzen. De zienswijzen zijn hierin beknopt en zakelijk weergegeven. Voor zover bij de samenvatting van zienswijzen onderdelen van de betreffende reacties niet of niet geheel worden genoemd, betekent dit niet dat deze buiten beschouwing zijn gebleven. De zienswijzen zijn als geheel beoordeeld. De reacties worden samengevat weergegeven en voorzien van een gemeentelijke reactie.

Daarbij is steeds aangegeven in welke mate de opmerkingen leiden tot aanpassingen in het vast te stellen bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 worden de inhoudelijke wijzigingen in het bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan aangegeven. Het betreft aanpassingen naar aanleiding van ingediende zienswijzen en/of ambtshalve aanpassingen. Bijlage A bevat de persoonsgegevens van de natuurlijke personen en de rechtspersonen van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamanten) en de inhoudelijke reacties. Deze bijlage A is vanwege de vermelde persoonsgegevens van de natuurlijke personen vertrouwelijk en zal niet ter inzage worden gelegd.

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

2

Zienswijzen

Tegen het ontwerp bestemmingsplan ‘De Spurkt ’ dat ter inzage heeft gelegen zijn 20 schriftelijke zienswijzen binnengekomen. De persoonsgegevens van de natuurlijke personen van de indieners van de zienswijzen (hierna: reclamanten) zijn geanonimiseerd verwerkt in dit rapport, in verband met de bescherming van de privacy van de gegevens op internet.

1.

xxx (reclamant 1), ingekomen 17 juli 2020;

2.

xxx (reclamant 2), ingekomen 2 augustus 2020;

3.

Stichting Dassenwerkgroep Limburg (Dassenwerkgroep Venray-Horst), Eykerstraat 42, 6269 BN MARGRATEN (reclamant 3), ingekomen 28 juli 2020;

4.

Stichting Natuur en Milieu Federatie Limburg, Kapellerpoort 1, 6041 HZ ROERMOND (reclamant 4), ingekomen 20 juli 2020;

5.

Arvalis, namens xxx (reclamant 5), ingekomen 4 augustus 2020;

6.

Arvalis, namens xxx en De Kempen Plants Europe B.V., (reclamant 6), ingekomen 4 augustus 2020;

7.

Arvalis, namens xxx (reclamant 7), ingekomen 4 augustus 2020;

8.

Arvalis, namens xxx (reclamant 8), ingekomen 4 augustus 2020;

9.

DLV advies, namens xxx (reclamant 9), ingekomen 4 augustus 2020;

10. Goorts + Coppens VOF, namens Moorrees Kwekerijen en xxx(reclamant 10), ingekomen 5 augustus 2020; 11. Goorts + Coppens VOF, namens xxx (reclamant 11), ingekomen 5 augustus 2020; 12. Coöperatie Mobilisation for the Environment (MOB), Waldeck Pyrmontsingel 18, 6521 BC NIJMEGEN (reclamant 12), ingekomen 5 augustus 2020; 13. Stichting Das en Boom, Rijksstraatweg 174, 6573 DG BEEK-UBBERGEN (reclamant 13), ingekomen 7 augustus 2020, (poststempel onleesbaar, datum brief 4 augustus 2020); 14. xxx, reclamant 14), ingekomen 6 augustus 2020; 15. IVN natuureducatie Geysteren Venray, (reclamant 15), Beatrixstraat 22, 5864 AH MEERLO, ingekomen 7 augustus 2020 (poststempel 3 augustus 2020); 16. xxx (reclamant 16), ingekomen 6 augustus 2020; 17. Uniegoed BV en Bosma’s Recreatiebureau BV, Maasheseweg 93, 5817 AA SMAKT (reclamant 17), ingekomen 6 augustus 2020; 18. xxx (reclamant 18), ingekomen 6 augustus 2020; 19. Dorpsraad Smakt-Holthees, xxxx, xxx SMAKT (reclamant 19), ingekomen 6 augustus 2020; 20. xxx (reclamant 20), ingekomen 6 augustus 2020 per mail, zienswijze, binnen gestelde termijn zienswijze opnieuw ingediend, ingekomen 30 augustus 2020;

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Aan alle reclamanten is een uniek nummer toegekend. Dit overzicht van nummers inclusief adresgegevens staat in bijlage A. Onderstaand zijn deze zienswijzen samengevat en beantwoord. Opgemerkt kan worden dat de zienswijzen op onderdelen hebben geleid tot aanpassing van het plan. Per zienswijze is aangegeven of deze binnen de gestelde termijn is ontvangen, daarnaast inhoudelijk onderbouwd is en of de zienswijze ontvankelijk wordt verklaard. Dit is in het gemeentelijk antwoord op de zienswijze vermeld. Zienswijze reclamant 1 Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 17 juli 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze a. Reclamant geeft aan dat dit bestemmingsplan dateert van voor de Corona-crisis. Er dient derhalve kritisch naar dit plan worden gekeken, aangezien we niet meer zitten te wachten op nog meer ‘schoenendozen’. Er moet oog zijn voor wat nodig is op lange termijn, meer welzijn naast welvaart en ruimte voor woon- en leefomgeving. b. Daarnaast vraagt reclamant zich af waarom er zo weinig oog is voor het Loobeekdal en wat er nog zichtbaar blijft van de herinrichting van beek. Kloppen de plaatjes in het beeldkwaliteitplan wel? Standpunt gemeente a. De ontwikkeling van bedrijventerrein De Spurkt is bedoeld om doorgroeiende regionaal gebonden bedrijven (uit Venray) de ruimte te bieden. Focus ligt daarbij op bedrijven uit de doelgroepen agrologistiek, maakindustrie en hogere milieucategorie vanaf circa 1,5 tot 2 hectare kavel. Binnen dit segment bedrijven ligt het zwaartepunt van de behoefte. Vestiging van grootschalige bedrijven tot meer dan 5 hectare is echter ook mogelijk. Overheden moeten op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren aan de hand van de Ladder Duurzame Verstedelijking. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6.

Lid 2 Bro en luidt als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. Voor het bedrijventerrein De Spurkt is ook een zgn. “laddertoets”

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

uitgevoerd. Deze is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd (Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 28 oktober 2020, met kenmerk 20.176). In deze toets worden vraag en aanbod met elkaar vergeleken. De verwachting is dat op basis van de opgestelde raming er een totale vraag naar bedrijventerreinen in NoordLimburg is van ca. 250 à 300 hectare tot en met 2029. Deze vraag kan worden opgesplitst naar ruimtevragers voor het specifieke klimaat van Venray en De Spurkt. Het gaat om circa ca. 45-85 hectare tot en met 2029. Het merendeel betreft vraag naar kavels tussen 2 en 5 hectare in Venray. Een incidentele uitschieter (5-10 hectare) behoort ook tot de mogelijkheden. Hieruit kan de vraag naar kleinschalige kavels (>1 ha) van ca. 5-10 hectare tot en met 2029 worden gedestilleerd. Het betreft dan vraag die een (zeer) lokaal karakter heeft, de directe omgeving Venray (lokaal MKB). Aan de aanbodzijde is er nog circa 135 hectare direct uitgeefbare grond met een minimale kaveloppervlak van 2 hectare in Noord-Limburg. Enkele terreinen die kwantitatief geschikt zijn om de beoogde bedrijvigheid van De Spurkt op te vangen, zijn kwalitatief gezien niet geschikt (bijv. FreshPark, Haven Wanssum, Brightlands Campus). Indien deze terreinen buiten beschouwing worden gelaten, is er circa 90 hectare aanbod geschikt.

Binnen Venray is nog circa 5 hectare kwalitatief geschikt aanbod (door samenvoeging) voor kleinschalige MKB bedrijven (>1 hectare), gelegen op de Hulst I en II. Opvang in de bestaande voorraad kan slechts sporadisch voorkomen: er is relatief weinig geschikt aanbod, en het beschikbare aanbod van bedrijfsvastgoed neemt al jaren gestaag af. Verder zijn mogelijkheden voor herinvulling van verouderde of braakliggende kavels nu niet beschikbaar. De Spurkt voorziet met 30 hectare dan ook in een deel van de actuele behoefte van 45 – 85 hectare in de periode tot en met 2029. Hiervan valt het grootste deel van de behoefte in de grootteklasse > 2 hectare. Binnen deze vraag zit ook de vraag naar kleinschalige kavels (>1 ha) van circa 5-10 hectare tot en met 2029. Op basis van deze inzichten kan worden geconcludeerd dat binnen het primaire verzorgingsgebied Noord-Limburg vraag en aanbod van bedrijventerreinen niet in evenwicht zijn. Bedrijventerrein De Spurkt voorziet in een actuele behoefte. Op dit moment is er nog te veel onzekerheid over de vraag of en zo ja, tot welke structurele effecten de coronacrisis leidt. Uit rechtspraak vloeit voort dat gevolgen van een crisis pas kunnen en hoeven te worden meegenomen in een behoefte onderzoek als de mogelijk structurele gevolgen voldoende duidelijk zijn (zie bijvoorbeeld AbRS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1666).

Gelet op het gegeven dat de planperiode zich uitstrekt over een zeer lange periode (ten minste 10 jaar) doen de mogelijke gevolgen van de coronacrisis niets af aan de conclusie uit het behoefteonderzoek uitgevoerd door Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 28 oktober 2020, met kenmerk 20.176. Momenteel is – zo heeft adviesbureau Stec in haar laddertoets vastgesteld – er nog te veel onzekerheid

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

over de diepte van de crisis en de gevolgen op de langere termijn. Mogelijk zal de impact van de coronacrisis de uitgifte de komende jaren enigszins drukken. Echter prognoses kijken over conjunctuurgolven heen. b. Er is wel degelijk oog voor het nabij gelegen Loobeekdal. Hiervoor verwijzen we naar het Beeldkwaliteitsplan De Spurkt, welke separaat bij dit bestemmingsplan als welstandsnota wordt vastgesteld. Tevens zal dit beeldkwaliteitplan worden opgenomen bij de toelichting als bijlage ter verduidelijking. De stedenbouwkundige opzet van het terrein introduceert een groenblauw raamwerk dat voorziet in een robuuste, landschappelijke inpassing van de toekomstige bedrijven en een fijnmazige routestructuur tussen het bestaande werklandschap Smakterheide en het beekdal van de Loobeek. Bestaande houtopstanden en groenstructuren worden waar mogelijk opgenomen in het groenblauwe raamwerk. De landschappelijke inpassing aan de zijde van het Loobeekdal bestaat uit een stevig grastalud met daarop groepen bomen en heesters (zie aanzichten op poster 1/2 van ‘De Spurkt | Beeldkwaliteit’). Het grastalud houdt hekwerken en geparkeerde auto’s en vrachtwagens uit het zicht. Doordat de boomgroepen en heesters verspringen ten opzichte van elkaar ontstaat een gelaagd beeld vanuit het beekdal. Deze landschappelijke inpassing zal de toekomstige bedrijfsbebouwing niet volledig uit het zicht nemen.

Het is daarom dat het beeldkwaliteitplan oproept tot terughoudendheid m.b.t. het gebruik van kleur en materiaal. De inpassing (groene rand) van het te ontwikkelen bedrijventerrein. Deze beelden beogen geen fotorealistische weergave maar wel een correcte indruk te geven van de maat, schaal en betekenis van een robuuste, groene inpassing. De Loobeek zelf is niet zichtbaar op deze beelden en ligt feitelijk achter het standpunt, oftewel ‘in de rug’ van de kijker. De focus in deze beelden ligt dus niet op de wijze waarop de herinrichting van het beekdal gestalte krijgt. Het groen op de voorgrond is thans in agrarisch gebruik. In de planontwikkeling is dit als grasland voorzien. De profielen zoals opgenomen in het beeldkwaliteitplan (zie poster 2/2 van ‘De Spurkt | Beeldkwaliteit’) tonen hoe bestaande, groene kwaliteiten worden versterkt met nieuwe groenelementen en -structuren. Deze structuren bieden tevens ruimte voor de noodzakelijke waterberging. Groenblauwe structuren dooraderen het toekomstig bedrijventerrein en voorzien in fysieke verbindingen tussen Smakterheide met het erachter gelegen Loobeekdal. De aansluiting van deze routestructuren op het toekomstige beekdal behoeft afstemming in de verdere uitwerking. De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 2 Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 2 augustus 2020

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze Reclamant verwijst naar de eerder ingediende zienswijze tegen de Notitie Reikwijdte en Detailniveau in dit proces. Het doet reclamant deugd dat de Loobeekdal een opknapbeurt krijgt, maar vindt het vreemd dat de andere kant van de Venrayseweg wordt verknald door een nieuwe aan te leggen industrieterrein. De nut voor de regio ontgaat reclamant. Daarnaast geeft reclamant aan dat er aan de Spurkterweg vele duizenden vierkante meters in logistieke gebouwen te huur staan, o.a. het recent gebouwde Smartlog. Tot slot de vraag welk doel Venray nastreeft met uitbreiding en of de huidige corona-crisis hier geen invloed op heeft? Standpunt gemeente Het bedrijventerrein De Spurkt wordt ontwikkeld vanuit de gedachte om ruimte te bieden aan (Venrayse) bedrijven die willen doorgroeien en dat op hun huidige locatie niet meer kunnen. Voor die bedrijven kunnen op De Spurkt kavels worden aangeboden die variëren van 1 hectare tot groter dan 5 hectare. Bedrijven die verplaatsen vanuit elders in Venray laten een locatie achter die ook weer geschikt is voor nieuwe Venrayse bedrijven die een nieuwe of doorgroeistap willen zetten. Op deze wijze ontstaat er een dynamiek die goed is voor de economische ontwikkeling en werkgelegenheid van Venray. Bij onvoldoende kwalitatief en kwantitatief aanbod bestaat de kans dat Venrayse bedrijven en hun werkgelegenheid uit Venray zullen vertrekken.

Mogelijk zal de impact van de coronacrisis de uitgifte de komende jaren enigszins drukken. Echter prognoses kijken over conjunctuurgolven heen. Overheden moeten op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen motiveren aan de hand van de Ladder. De Ladder is verankerd in artikel 3.1.6. Lid 2 Bro en luidt als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De behoefte aan een nieuw bedrijventerrein is ook voor De Spurkt onderbouwd met een zogenoemde Laddertoets Duurzame Verstedelijking. In deze toets worden vraag en aanbod met elkaar vergeleken. De verwachting is dat op basis van de opgestelde raming er een totale vraag naar bedrijventerreinen in Noord-Limburg is van ca. 250 à 300 hectare tot en met 2029. Deze vraag kan worden opgesplitst naar ruimtevragers voor het specifieke klimaat van Venray en De Spurkt. Het gaat om circa ca. 45-85 hectare tot en met 2029. Het merendeel betreft vraag naar kavels tussen 2 en 5 hectare in Venray. Een incidentele uitschieter (5-10 hectare) behoort ook tot de mogelijkheden.

Hieruit kan de vraag

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

naar kleinschalige kavels (> 1 ha) van ca. 5-10 hectare tot en met 2029 worden gedestilleerd. Het betreft dan vraag die een (zeer) lokaal karakter heeft, de directe omgeving Venray (lokaal MKB). Aan de aanbodzijde is er nog circa 135 hectare direct uitgeefbare grond met een minimale kaveloppervlak van 2 hectare in Noord-Limburg. Enkele terreinen die kwantitatief geschikt zijn om de beoogde bedrijvigheid van De Spurkt op te vangen, kennen een kwalitatieve (bijv. FreshPark, Haven Wanssum, Brightlands Campus) mismatch. Indien deze terreinen buiten beschouwing worden gelaten, is er circa 90 hectare aanbod geschikt. Binnen Venray is nog circa 5 hectare kwalitatief geschikt aanbod (door samenvoeging) voor kleinschalige MKB bedrijven (>1 hectare), gelegen op de Hulst I en II. Opvang in de bestaande voorraad kan slechts sporadisch voorkomen: er is relatief weinig geschikt aanbod, en het beschikbare aanbod van bedrijfsvastgoed neemt al jaren gestaag af. Verder zijn mogelijkheden voor herinvulling van verouderde of braakliggende kavels nu niet beschikbaar. De Spurkt voorziet met 30 hectare dan ook in een deel van de actuele behoefte van 45 – 85 hectare in de periode tot en met 2029. Hiervan valt het grootste deel van de behoefte in de grootteklasse >2 hectare. Binnen deze vraag zit ook de vraag naar kleinschalige kavels (>1 ha) van circa 5-10 hectare tot en met 2029.

Op basis van deze inzichten kan worden geconcludeerd dat binnen het primaire verzorgingsgebied Noord-Limburg vraag en aanbod van bedrijventerreinen niet in evenwicht zijn. Bedrijventerrein De Spurkt voorziet in een actuele behoefte. Het bedrijventerrein wordt daarnaast zorgvuldig in de bestaande structuren ingepast. Bomenrijen en bomen blijven zoveel mogelijk behouden en worden waar mogelijk versterkt, Hiervoor verwijzen we naar het Beeldkwaliteitsplan De Spurkt, welke separaat bij dit bestemmingsplan als welstandsnota wordt vastgesteld. In het standpunt van de gemeente opgenomen onder zienswijze 1, onderdeel b wordt nader ingegaan op de inhoud van het beeldkwaliteitplan. Daar wordt volledigheidshalve naar verwezen. De herinrichting van de Loobeek zijn geborgd in het bestemmingsplan Loobeek deelgebied Venrays Broek en De Spurkt. Op dit moment is er nog te veel onzekerheid over de vraag of en zo ja, tot welke structurele effecten de coronacrisis leidt. Uit rechtspraak vloeit voort dat gevolgen van een crisis pas kunnen en hoeven te worden meegenomen in een behoefte onderzoek als de mogelijk structurele gevolgen voldoende duidelijk zijn (zie bijvoorbeeld AbRS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1666).

Gelet op het gegeven dat de planperiode zich uitstrekt over een zeer lange periode (ten minste 10 jaar) doen de mogelijke gevolgen van de coronacrisis niets af aan de conclusie uit het behoefteonderzoek uitgevoerd door Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 28 oktober 2020, met kenmerk 20.176. Momenteel is – zo heeft adviesbureau Stec in haar laddertoets vastgesteld – er nog te veel onzekerheid over de diepte van de crisis en de gevolgen

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

op de langere termijn. Mogelijk zal de impact van de coronacrisis de uitgifte de komende jaren enigszins drukken. Echter prognoses kijken over conjunctuurgolven heen. De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 3, Stichting Dassenwerkgroep Limburg (Dassenwerkgroep Venray-Horst) Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 28 juli 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze De Dassenwerkgroep Venray-Horst is door de Stichting Dassenwerkgroep Limburg gemachtigd tot het uitbrengen van de zienswijze. a. aantasting kwaliteiten Loobeekdal vanuit de visie 2009 ‘Samen puzzelen voor de toekomst’: het hiervoor genoemde rapport beschrijft de visie en uitvoeringsprogramma voor het stroomgebied van de Loobeek en is opgeleverd in opdracht van de gemeente. Een belangrijke doelstelling daarbij was dat de visie geaccepteerd wordt in de streek. Het deelgebied binnen deze visie waarbinnen het voorgenomen industrieterrein is geprojecteerd was deelgebied 4. Reclamant citeert een aantal delen uit de visie, waaronder de beschrijving van het gebied en de genoemde knelpunten en kansen van het deelgebied en de kwaliteitskenmerken. In de visie is eveneens opgenomen dat er nog een beperkte economische ontwikkeling mogelijk kan zijn in de noordoosthoek in de vorm van een kantooromgeving van beperkte omvang. Dit wordt in de visie echter niet als gewenst bestempeld. Het is volgens reclamant onverenigbaar met deze visie dat een groot industrieterrein in het Loobeekdal wordt gerealiseerd. Reclamant geeft aan dat deze ontwikkeling als ongewenst wordt gezien, gedragen wordt door meer mensen in de gemeente. De weg Spurkt wordt als ‘rode lijn’ gezien voor stedelijke danwel industriële ontwikkeling. b.

Aantastingen kwaliteiten van het Loobeekdal vanuit het POL: het plangebied ligt voor een groot deel in Bronsgroen welke buffert tegen aantasting van Goudgroene natuurzone. De Omgevingsverordening Limburg beschrijft de kwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone. Reclamant geeft vervolgens aan dat een van de uitgangspunten van de MER is dat het bedrijventerrein zorgvuldig moet worden ingepast in de bronsgroene landschapszone. c.

Ernstige aantasting dassenkernleefgebied en noodzakelijke compensatie onder de maat:

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

het Loobeekdal wordt tot de kernleefgebieden van de das gerekend. Er zijn zeer veel waarnemingen bekend van dassensporen tussen de A73 en de Overloonseweg. Dit toont volgens reclamant aan dat het hele plangebied van de Spurkt belangrijk foerageergebied is. In figuur 4 van de zienswijze zijn de percelen aangegeven met primair en secundair foerageergebied. In het kennisdocument Das (BIJ12, 2017, versie 1.0 Utrecht) wordt aangegeven dat verlies van secundair foerageergebied voor 50% en verlies van primair foerageergebied voor 120% moet worden gecompenseerd. Volgens reclamant dient er dan grofweg 20 ha gecompenseerd te worden in de vorm van ‘optimaal foerageergebied’. De oppervlakte welke in het bestemmingsplan reeds aangewezen is voor natuurcompensatie (perceel aansluitend op driehoekbosje) is volgens reclamant niet hiervoor in te zetten, aangezien dit reeds optimaal foerageergebied voor de das is. d. Geen invulling gegeven aan de opgave gesteld door Commissie MER: Stichting Das en Boom heeft tegen de Notitie Reikwijdte en Detailniveau een zienswijze ingediend. De Commissie MER heeft in haar advies (16 mei 2019/3377) aangegeven dat in het MER een overzicht van de functies van het plangebied voor populaties beschermde soorten moet zijn opgenomen en dat daarbij ook ingegaan moet worden op de betekenis van het gebied in regionale context.

Daarbij dient ook ingegaan te worden op eventuele mitigatie of compensatie. Reclamant stelt hierbij als conclusie dat: 

er onvoldoende onderzoek is gedaan naar de functies van het plangebied voor de populairste beschermde soorten, zoals de das;

de betekenis van het gebied in regionale context beschermde populaties onvoldoende is uitgewerkt;

de beïnvloeding van de gunstige staat van instandhouding onder de maat is , zeker in relatie met de cumulatieve effecten met ander ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied;

de compensatieopgave onder de maat is uitgewerkt. Dit is geen duurzame oplossing.

e. Conclusie van reclamant is dat realisatie van het industrieterrein niet haalbaar is gezien de tegenstrijdige uitgangspunten. De genoemde 30 ha uitgeefbaar terrein zijn bij lange niet haalbaar als ook aan de uitgangspunten van een zorgvuldige inpassing in de bronsgroene landschapszone en ruimte reservering voor mitigerende maatregelen voor beschermde soorten moet worden voldaan. Reclamant is van mening dat dit plan moet worden verlaten en dat het beoogde terrein voor bijvoorbeeld bomenplant wordt ingezet. Standpunt gemeente a. De visie ‘Samen puzzelen voor de toekomst. Visie en uitvoeringsprogramma voor het stroomgebied van de Loobeek’ (projectnummer: 151852) stamt uit 2005 (9 mei 2005). Het is inmiddels 2020, dus 15 jaar later nadat deze visie is opgesteld. In de tussenliggende tijd is er veel gebeurd. Een belangrijk onderdeel van de visie was ook

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

dat het zou resulteren in projecten die het dal van de Loobeek versterken. Deze visie was opgesteld in het kader van de uitvoering van de reconstructie in Noord- en Midden Limburg. De toenmalige Reconstructie, onder welke vlag de visie is opgesteld, bestaat niet meer. Met Maasgaard als paraplu waar zowel waterschap, provincie als gemeenten Horst aan de Maas en Venray in zijn vertegenwoordigd, worden projecten en initiatieven die een belangrijke bijdrage leveren aan ons buitengebied vorm gegeven en uitgevoerd. Een belangrijk project daarbinnen is de inrichting van het Loobeekdal, deelgebied Venrays Broek en Spurkt. Dit deelgebied ligt nabij het plangebied voor bedrijventerrein Spurkt. Het doel van het project Loobeekdal is het realiseren van een klimaatbestendig beekdal dat voldoet aan de Kader Richtlijn Water. Binnen dit plan is veel ruimte voor natuurherstel en natuurontwikkeling en waterberging. Met de inrichting van het beekdal wordt ook invulling gegeven aan de visie ‘Samen puzzelen voor de Toekomst’. De ontwikkeling van het bedrijventerrein ligt de ontwikkeling en de functie van het beekdal daardoor niet in de weg. b. Het plangebied valt inderdaad grotendeels binnen de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Limburg 2014 (het POL2014) onder de beschermingszone Bronsgroene landschapszone (zie ook paragraaf 6.2 van de plantoelichting).

Artikel 2.7.2 lid 1 van het POL schrijft voor dat in de plantoelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone een beschrijving bevat van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe (bij een niet te vermijden aantasting) de negatieve effecten zijn gecompenseerd. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn, kort samengevat, het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf (artikel 2.7.2 lid 2 van het POL). In het bestemmingsplan is rekening gehouden met de kenmerken en de omgevingswaarden van het gebied. Vanuit de kenmerken en omgevingswaarden in het gebied zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd (zie o.a. paragraaf 5.1 van de plantoelichting): het bedrijventerrein moet zorgvuldig in de bronsgroene landschapszone worden ingepast. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het groene karakter, het visueel ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf (aardkundige waarden). Het terrein wordt aan de hand van deze uitgangspunten zorgvuldig ingepast. De Bronsgroene landschapszone omvat beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden.

De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Voor de Bronsgroene landschapszone is behoud, beheer, ontwikkeling en beleving van de landschappelijke kernkwaliteiten in samenhang met versterking van natuurkwaliteiten het hoofddoel. In het MER zijn de gevolgen voor de Bronsgroene landschapszone onderzocht. Het bedrijventerrein heeft effect op het groene karakter en het visueel-ruimtelijke karakter. Om dit effect te verminderen worden bij de inrichting van het bedrijventerrein de huidige landschappelijke dragers (bestaande bomenrijen) zoveel mogelijk gerespecteerd

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

en gebruikt voor de compartimentering van het nieuwe bedrijventerrein. Het bestaande groen wordt daarnaast versterkt met gebiedseigen beplanting en het plan voorziet in een groene inpassing van de bedrijfspercelen aan alle zijden. De belangrijkste structuren langs de weg De Spurkt en de kavelgrenzen wordt zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt. c.

Vooraf wordt opgemerkt dat er uitvoerig onderzoek heeft plaatsgevonden naar de aanwezigheid van dassen en op welke manier ze het gebied gebruiken. Aan de hand daarvan is de compensatie berekend. De maatregelen zijn vastgelegd in het bij de ontheffing behorende activiteitenplan. Op basis hiervan heeft de provincie als bevoegd gezag ontheffing verleend voor het aantasten van het leefgebied (5584.008, d.d. 28 november 2019). Zie eveneens het standpunt zoals hieronder onder d. puntsgewijs is aangegeven. Het is vaste jurisprudentie van de Raad van State dat de vraag of voor de uitvoering van het bestemmingsplan een vrijstelling dan wel een ontheffing op grond van het soortenbeschermingsregime in de Wet natuurbescherming nodig is en zo ja, of deze ontheffing kan worden verleend, pas aan de orde komt in de uitvoeringsfase van het bestemmingsplan (AbRS 25 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2003, r.o. 25.1 e.v.). Immers, de Wet natuurbescherming kent een eigen juridisch regime waaraan concrete bouwplannen en gebruiksveranderingen aan moeten voldoen. Inmiddels is er – zoals hierboven is opgemerkt – een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming verleend. Daarmee staat vast dat de Wet natuurbescherming (en het daarin vastgelegde soortenbeschermingsregime) niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de wet staat (AbRS 1 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2081, r.o. 20.5).

Ook anderszins is niet gebleken – gelet op de aan het bestemmingsplan ten grondslag gelegde ecologische rapporten – dat de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen niet uitvoerbaar zijn.

d. Hieronder volgt de puntsgewijze beantwoording: 

Er is onvoldoende onderzoek gedaan naar de functies van het plangebied voor de populaties van beschermde soorten (met name van de das): De ecologische onderzoeken zijn uitgevoerd conform de geldende protocollen van het Netwerk Groene Bureaus en de kennisdocumenten van BIJ12. Voor de das is jaarrond onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige burchtlocaties en het gebruik van de planlocatie als foerageergebied. De onderzoeken zijn weergegeven in het aanvullend ecologisch onderzoek (5584.002, d.d. 6 februari 2019) en het activiteitenplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag (5584.008, d.d. 28 november 2019). Het soortenbeschermingsregime (zie ook onder c) staat niet aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg.

De betekenis van het gebied in de regionale context beschermde populaties is onvoldoende uitgewerkt: Voor de staat van instandhouding dienen soorten, genoemd in bijlage 4 van de Beleidsregels van Provincie Limburg (2017), beoordeeld te worden op regionaal niveau. Over het algemeen kan gesteld worden dat de staat van instandhouding gunstig is voor de das (zie o.a. Goutbeek, 2018 en

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

kennisdocument Das (BIJ12, 2017)). De meeste dassen komen voor op de Veluwe, het oosten van Noord-Brabant en Limburg. De regionale staat van instandhouding (provincie Limburg) is momenteel dan ook als gunstig te beoordelen. Dit, in combinatie met de te treffen maatregelen, zorgt ervoor dat de staat van instandhouding van de regionale dassenpopulatie niet in het geding komt. 

De beïnvloeding van de gunstige staat van instandhouding is onder de maat uitgewerkt zeker in relatie met de cumulatieve effecten met andere ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied: De ecologische onderzoeken zijn uitgevoerd voor dit specifieke plan. Indien er andere plannen in de omgeving zijn dienen de initiatiefnemers van deze plannen ook de Wet natuurbescherming in acht te nemen en indien effecten op beschermde soorten te verwachten zijn de bijbehorende maatregelen te treffen. Ten tijde van de ecologische onderzoeken zijn geen andere concrete plannen in de directe omgeving bekend.

De compensatieopgave is onder de maat uitgewerkt. Dit is geen duurzame oplossing: Verwezen wordt naar de weerlegging onder c en d.

e. Reclamant trekt hier een conclusie op basis van eerder ingebrachte inhoudelijke gronden. Derhalve wordt hier voor het standpunt van de gemeente verwezen naar bovenstaande onderdelen, a t/m d. De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 4, Stichting Natuur en Milieu Federatie Limburg Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 20 juli 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Zienswijze De zienswijze van Stichting Natuur en Milieu Federatie Limburg (NMFL), hierna reclamant, gaat in op de volgende punten a. Reclamant is van mening dat de noodzaak van een industrieterrein te discussie staat vanwege de Corona-crisis. De Nederlandsche Bank voorziet een diepe economische crisis door de Coronapandemie. Gezien de verwachte recessie lijkt het reclamant goed om te laten berekenen of de realisatie van een nieuw bedrijventerrein economisch wel haalbaar is. b. Provinciaal beleid gaat in eerste instantie uit van inbreiding binnen bestaande bedrijventerreinen. In de Omgevingsverordening Limburg 2014 wordt aangegeven dat gemeenten hiervoor een inspanningsverplichting hebben en dat voor nieuwe

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

ontwikkelingen in eerste instantie naar leegstaande gebouwen moet worden gekeken. Dit wordt eveneens aangegeven in de concept Omgevingsvisie van juni 2020. Volgens reclamant is het onverstandig, zeker gezien de verwachte economische crisis, om landelijk gebied op te offeren voor functies waarvan betwijfeld wordt of die wenselijk/noodzakelijk zijn. c.

Aantasting beekdal van de Loobeek en Bronsgroene landschapszone. De Bronsgroene landschapszone dient als buffer voor de Goudgroene natuurzone. Verder bevat de Bronsgroene zone landschappelijk waardevolle beekdalen. In de Omgevingsverordening Limburg worden de kernkwaliteiten van de Bronsgroene zone beschreven, zijnde het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en aardkundige waarden en reliëf. In bijlage 10 van het ontwerpbestemmingsplan wordt beschreven dat de realisatie van het bedrijventerrein een negatief effect heeft op al deze kernkwaliteiten, behalve op aardkundige waarden en reliëf. Volgens reclamant blijven er, gezien aangehaalde afbeelding van het voorlopig schetsontwerp uit het ontwerpbestemmingsplan, weinig groenstructuren over.

d. Onjuistheden in stifstofberekeningen in de Passende beoordeling (bijlage 6). In de Passende Beoordeling is met een Aerius berekening onderzocht wat de verandering in stikstofdepositie is in Natura 2000-gebieden, als gevolg van de aanleg en het gebruik van De Spurkt, als gevolg van de verkeer genererende werking van het bestemmingsplan in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Conclusie van deze Passende Beoordeling is dat de aanleg en het gebruik van De Spurkt leiden tot een afname van de stikstofdepositie in 13 Natura 2000-gebieden. De afname ontstaat als gevolg van het stopzetten van agrarische activiteiten, namelijk het beëindigen van een paardenhouderij aan de Spurkt 5c. Reclamant geeft aan dat er een aantal onjuistheden zitten in de stikstofberekeningen, namelijk: 

Er wordt geen rekening gehouden met verschil in NOx en NH3.

Het niet meerekenen van het extra (vracht)verkeer op de A73 en de andere aanvoerroutes

De stikstofberekening is gemaakt met AERIUS-SRM2

Verkeerde referentiedata

Verkeerde hoeveelheid kg stikstof per ton mest

Extern salderen met agrarische bedrijven mag nog niet

e. Reclamant geeft aan dat er een ernstige aantasting dan wel verlies is van de leefgebieden van zwaar beschermde soorten. Reclamant mist in het ecologisch onderzoek overigens de streng beschermde boomkikker, die onder andere volgens het rapport ‘Quick scan ecologie Projectplannen Water Loobeek’ (Sweco, s016) net ten zuiden van de Loobeek in de Spurkt is waargenomen, evenals in de vlakbij het plangebied gelegen gebieden van Staatsbosbeheer en in aangrenzende terreinen van particulieren. Reclamant mist vervolgens het activiteitenplan dat bij de ontheffingsaanvraag hoort, in het kader van het onderdeel soortenbescherming van de Wet natuurbescherming, bij de stukken. De conclusie in de bijlage ‘Onderzoek

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

milieuaspecten’ dat er sprake is van (zeer) ernstige aantasting of verlies van leefgebieden van zwaar beschermde soorten, vindt reclamant onacceptabel. f.

De biodiversiteit van het gebied gaat achteruit. De aanleg van een natuurzone aan de oostzijde van het plangebied van 3,4 ha voor de doelsoorten boerenzwaluw, huismus, steenuil, vleermuizen en das zal volgens reclamant niet de biodiversiteit in stand houden of zelfs verbeteren. Een extensief begraasde weide met fruitbomen vormt geen leefgebied voor voornoemde soorten en daarbij duurt het ook even voor fruitbomen vruchten dragen.

g. Dassenkernleefgebied Loobeekdal komt in gevaar. Dit heeft reclamant reeds aangegeven in de zienswijze tegen de Notitie Reikwijdte en Detailniveau van maart 2019. De dassen foerageren in het plangebied. In het kennisdocument Das (BIJ12, 2017, versie 1.0 Utrecht) wordt aangegeven dat verlies van secundair foerageergebied voor 50% en verlies van primair foerageergebied voor 120% moet worden gecompenseerd. Het is reclamant onduidelijk hoe deze compensatie gaat plaatsvinden. Daarnaast geeft reclamant wederom aan dat de dassenpopulatie in de regio in gevaar komt, door een cumulatief effect van meerdere voorgenomen ontwikkelingen in de regio. Dit geldt overigens ook voor andere soorten. Conclusie van reclamant is dat gezien bovengenoemde argumenten en de huidige Corona-crisis de noodzaak van een dergelijk industrieterrein ter discussie staat. Standpunt gemeente a. Op dit moment is er nog te veel onzekerheid over de vraag of en zo ja, tot welke structurele effecten de coronacrisis leidt. Uit rechtspraak vloeit voort dat gevolgen van een crisis pas kunnen en hoeven te worden meegenomen in een behoefte onderzoek als de mogelijk structurele gevolgen voldoende duidelijk zijn (zie bijvoorbeeld AbRS 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1666).

Gelet op het gegeven dat de planperiode zich uitstrekt over een zeer lange periode (ten minste 10 jaar) doen de mogelijke gevolgen van de coronacrisis niets af aan de conclusie uit het behoefteonderzoek uitgevoerd door Stec groep 'LDV De Spurkt' d.d. 28 oktober 2020, met kenmerk 20.176. Momenteel is – zo heeft adviesbureau Stec in haar laddertoets vastgesteld – er nog te veel onzekerheid over de diepte van de crisis en de gevolgen op de langere termijn. Mogelijk zal de impact van de coronacrisis de uitgifte de komende jaren enigszins drukken. Echter prognoses kijken over conjunctuurgolven heen. b. Ingevolge artikel 2.2.3 van de Omgevingsverordening Limburg 2014 rust op de gemeente een inspanningsverplichting. Deze inspanningsverplichting komt er in de kern op neer dat bij nieuwe ontwikkelingen op het gebied van (bijvoorbeeld) bedrijventerrein in eerste instantie naar leegstaande monumentale en leegstaande beeldbepalende gebouwen wordt gekeken. Daarbij is in het Provinciaal omgevingsplan Limburg 2014 (hierna: ‘POL2014’) onder andere opgenomen dat nieuwe bedrijventerrein of uitbreidingen daarvan mogelijk zijn als er binnen de bestaande voorraad geen beschikbare ruimte meer is. Deze beide aspecten zijn teruggekomen in de Laddertoets.

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

In de Laddertoets is uiteengezet dat De Spurkt zich met name richt op middelgrote en grote bedrijven vanaf ca 2 hectare. Ten aanzien van bestaande vastgoed is op pagina 17 en 18 van de Laddertoets is uiteengezet dat slechts enkele panden in de regio kunnen voorzien in de opvang van de beoogde doelgroep. Tevens is in de Laddertoets uiteengezet dat de bestaande voorraad in bedrijventerreinen niet geschikt is voor het beoogde type bedrijvigheid op de Spurkt. c.

Vanuit de kenmerken en omgevingswaarden in het gebied zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het bedrijventerrein moet zorgvuldig in de bronsgroene landschapszone worden ingepast. Hierbij dient rekening gehouden te worden met het groene karakter, het visueel ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf (aardkundige waarden). Het terrein wordt aan de hand van deze uitgangspunten zorgvuldig ingepast. Het plangebied ligt inderdaad voor een groot deel in de Bronsgroene landschapszone. De Bronsgroene landschapszone omvat beekdalen en bufferzones rond bestaande natuurgebieden. De kernkwaliteiten van de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Voor de Bronsgroene landschapszone is behoud, beheer, ontwikkeling en beleving van de landschappelijke kernkwaliteiten in samenhang met versterking van natuurkwaliteiten het hoofddoel. Er zijn negatieve effecten te verwachten op het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter en het cultuurhistorisch erfgoed. Het bedrijventerrein wordt met zorg voor de bestaande structuren ingepast. Bomenrijen en bomen blijven behouden en structuren worden versterkt (zie Beeldkwaliteitsplan De Spurkt).

Een zorgvuldige inpassing door een goed uitgekiende groenstructuur rondom het bedrijventerrein zorgt voor een zo natuurlijk mogelijke overgang tussen het bedrijventerrein en het dal van de Loobeek. Daarnaast vormen de bestaande groenstructuren die min of meer haaks op de weg Spurkt staan belangrijke groene corridors en doorzichten. Die doorzichten bestaan al en worden in het plan versterkt. Tevens vormen ze belangrijke elementen voor een versterking van de biodiversiteit en beleving van de omgeving. Hiermee worden de landschappelijke kernkwaliteiten behouden en de natuurkwaliteiten verbeterd.

d. Reclamant geeft aan dat er een aantal onjuistheden zitten in de stikstofberekeningen, namelijk: 

Er wordt geen rekening gehouden met verschil in NOx en NH3. AERIUS houdt rekening met de verschillen tussen beide stoffen. Derhalve dienen ook voor beide stoffen invoergegevens te worden aangeleverd. De indieners stellen dat NOx tegen NH3 wordt weggestreept. Dit is niet hoe de AERIUS rekentool werkt. Daarnaast is er gebruik gemaakt van de meest recente versie van de rekentool.

Het niet meerekenen van het extra (vracht)verkeer op de A73 en de andere aanvoerroutes Het verkeer dient te worden meegenomen totdat het opgenomen is in het heersende verkeersbeeld. In de Passende Beoordeling (Econsultancy, Passende

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

beoordeling De Spurkt te Venray, Rapport 5584.006, versie D3, d.d. 28-102020) is een argumentatie opgenomen waarmee de ontsluiting van het verkeer wordt verklaard. Daarnaast is het verkeer ingevoerd als ‘binnen bebouwde kom’. Hierbij wordt reeds rekening gehouden met een aantal stopbewegingen t.b.v. stoplichten en kruispunten welke stilstaand verkeer zouden kunnen veroorzaken. 

De stikstofberekening is gemaakt met AERIUS-SRM2 Voor de berekening zijn inderdaad gemaakt met de voorschreven rekentool AERIUS. Naar aanleiding van het advies van de Commissie Hordijk heeft de minister recent (meer specifiek: bij kamerbrief van 13 oktober 2020, kenmerk BPZ/20257109) de Eerste Kamer medegedeeld dat er goede argumenten zijn voor het voortzetten van de huidige systematiek (namelijk rekenen met SRM2). AERIUS rekent voor het wegverkeer met SRM2 omdat deze rekenmethode het beste geschikt is voor berekeningen van wegverkeer. Het gaat hierbij niet alleen om wegenprojecten, maar ook om berekening van uitstoot van wegverkeer in plannen en projecten in het kader van industrie, woningbouw en landbouw, aldus de minister. De minister wijst er verder op dat de modellering in SRM2 specifiek voor wegverkeer is ontwikkeld en daarmee ook rekening houdt met de invloed van specifieke wegkenmerken op de verspreiding, zoals de hoogte en diepteligging van de weg en de aanwezigheid van geluidsschermen. Andere rekenmethoden (zoals OPS) houden met die specifieke kenmerken geen rekening en is niet toegespitst op het wegverkeer, maar is ontwikkeld voor stilstaande bronnen met een verticale uitstoot zoals schoorstenen. Wat betreft de afkapgrens van 5 kilometer, wordt opgemerkt dat dit nu eenmaal een systeemkeuze is in AERIUS.

Hierover merkt de minister in eerder genoemde kamerbrief van 13 oktober op dat de keuze voor de grens van 5 kilometer is gelegen in de omstandigheid dat – citaat – “de berekende bijdragen van extra verkeer door een individueel project op enkele kilometers van de weg niet meer betekenisvol te herleiden zijn tot dit project”. Dit inzicht is, zo merkt de minister op, gebaseerd op de kennis en inzichten die ten grondslag liggen aan de huidige modellering

van

depositiebijdragen

door

wegverkeer.

Verder

wordt

nog

opgemerkt dat bijdragen op meer dan 5 kilometer jaarlijks gemonitord worden door het Rijk. Verder wordt ook nog gewezen op de inhoud van de brief aan de Tweede Kamer (eveneens van 13 oktober 2020, kenmerk DGS/20221912. Daarnaast ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied op minder dan 1 kilometer

van

het

plangebied.

Hierdoor

zullen

de

resultaten

op

het

desbetreffende gebied niet veranderen. 

Verkeerde referentiedata Er wordt uitgegaan van de feitelijke, legale situatie zoals deze aanwezig is voorafgaand aan de vaststelling van het plan. Dit is nader onderbouwd in de

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Passende Beoordeling (Econsultancy, Passende beoordeling De Spurkt te Venray, Rapport 5584.006, versie D3, d.d. 28-10-2020). 

Verkeerde hoeveelheid kg stikstof per ton mest De hoeveelheden stikstof per ton mest kunnen verschillen per locatie, voeding, etc. Er zijn daarnaast verschillende manieren om de hoeveelheid vrijgekomen stikstof te berekenen. Bovendien zullen de emissies tijdens de referentiefase toenemen wanneer uitgegaan wordt van 4,8 kg per ton in plaats van 4,4 kg. De conclusie van het onderzoek zal hiermee niet veranderen.

Extern salderen met agrarische bedrijven mag nog niet Er vindt geen externe saldering plaats. In de aan het bestemmingsplan ten grondslag gelegde passende beoordeling is de stikstoftoename als gevolg van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen afgezet tegen de referentiesituatie (dat is de feitelijk bestaande en planologisch legaal aanwezige situatie). Uit de passende beoordeling blijkt – gelet op de stikstofberekeningen – de stikstofdepositie niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. Ten overvloede wordt nog opgemerkt dat het verdwijnen van de bestaande activiteiten (stallen, bemesting, bewoning, etc.) een rechtstreeks en onlosmakelijk gevolg is van de komst van het bestemmingsplan (zie ook AbRS 23 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:784). Om die reden mag de beëindiging van de feitelijk bestaande en planologisch legaal aanwezige situatie betrokken worden in de passende beoordeling.

f.

Aan het bestemmingsplan ligt een ecologisch rapport ten grondslag (Econsultancy, aanvullend onderzoek Klaver 15 Smakterheide 3 e.o. te Venray, 6 februari 2019). Hieruit blijkt niet dat de boomkikker in het plangebied of de directe omgeving van het plangebied voorkomt (p. 5 van eerder genoemd onderzoek). Het activiteitenplan is geen op het bestemmingsplan betrekking hebbend stuk, nu dat onderdeel uitmaakt van de door gedeputeerde staten verleende ontheffing. Om die reden is het stuk niet ter inzage gelegd. Wat betreft de verwijzing door reclamant naar het ‘Onderzoek milieuaspecten’, merken wij op dat vanwege de nadelige gevolgen ook een ontheffing is aangevraagd bij gedeputeerde staten (deze ontheffing is ook verleend

g. De ecologische onderzoeken zijn uitgevoerd conform de geldende protocollen van het Netwerk Groene Bureaus en de kennisdocumenten van BIJ12. Voor de das is jaarrond onderzoek uitgevoerd naar de aanwezige burchtlocaties en het gebruik van de planlocatie als foerageergebied. De onderzoeken zijn weergegeven in het aanvullend ecologisch onderzoek (5584.002, d.d. 6 februari 2019) en het activiteitenplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag (5584.008, d.d. 28 november 2019). De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

Zienswijze reclamant 5 Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 4 augustus 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Reclamant heeft zowel tegen het ontwerp bestemmingsplan als tegen het ontwerp exploitatieplan een zienswijze ingediend. In dit eindrapport wordt alleen ingegaan op de zienswijzen gericht tegen het ontwerp bestemmingsplan. De beantwoording van de zienswijzen tegen het ontwerp exploitatieplan zal plaatsvinden in het bij die procedure behorende eindrapport zienswijzen. Zienswijze Reclamant is eigenaar van een tweetal percelen welke zijn gelegen binnen het plangebied van het ontwerp bestemmingsplan De Spurkt. Tevens woont reclamant in het plangebied en exploiteert er een eenmanszaak (agrarische aanverwante bedrijvigheid in de vorm van loon- en grondverzetsbedrijf) en landbouwgrond (t.b.v. akkerbouw). De zienswijze gaat in op de volgende onderdelen: a. de eigendommen van reclamant zijn volgens het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Venray 2010 deel bestemd als Bedrijf (specifieke vorm van bedrijflandbouwverwante bedrijven), met bouwvlak en bedrijfswoning, alsmede deels bestemd als Agrarisch met waarden. Reclamant gebruikt zijn eigendommen conform de vigerende bestemmingen. In het thans voorliggende ontwerp bestemmingsplan worden de eigendommen van reclamant bestemd als Bedrijf en Groen. De gevolgen van deze voorgenomen wijziging zijn groot voor reclamant. Er is namelijk geen garantie meer dat het reeds jarenlange gebruik in de toekomst kan worden voortgezet.

Daarnaast kan er geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. In de milieuonderzoeken behorende bij het ontwerp bestemmingsplan is niet onderzocht welke belasting de voorgestane ontwikkelingen opleveren op zijn woning. Er wordt enkel gesteld dat de locatie van reclamant een te amoveren locatie betreft. Er is echter nog geen sprake van overeenstemming tot verkoop van de eigendommen. b. In het milieueffectrapport, alsook de passende beoordeling, wordt eveneens uitgegaan van stopzetting van agrarische activiteiten van reclamant in het plangebied. Los van deze aanname, heeft reclamant twijfels of de conclusie, dat het projecteffect op de Natura 2000-gebieden voor de aanlegfase en gebruiksfase kleiner is dan de referentiesituatie, klopt. Daarbij worden vraagtekens gezet bij de gehanteerde uitgangspunten wat betreft stikstofemissies behorende bij het huidige gebruik. De belangen van reclamant zijn geheel niet meegewogen in de planvorming. Derhalve is er

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

sprake van een onzorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming en planvorming, hetgeen als conclusie heeft dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. c.

Reclamant verzoekt dan ook om het bestemmingsplan niet eerder vast te stellen dan het moment waarop voornoemde aspecten deugdelijk zijn onderzocht. Ook wenst reclamant voor vaststelling tot overeenstemming te komen ten aanzien van een volledige compensatie/schadeloosstelling welke recht doet aan deze specifieke situatie.

d. Reclamant dient bij deze eveneens een zelfstandige zienswijze in tegen het milieueffectrapport. Wederom benadrukt hij dat de milieueffecten voor wat betreft zijn locatie en eigendommen niet zorgvuldig in beeld zijn gebracht, onder meer de effecten op het gebied van geluid, geur, luchtkwaliteit, trilling, water, enz. Reclamant herhaald hier de zienswijze welke onder b. van deze opsomming uiteen is gezet. e. Het volgende onderdeel van de zienswijze betreft een zienswijze tegen het ontwerp exploitatieplan. Daar zal in dit rapport niet op worden ingegaan. Standpunt gemeente a. In het algemeen geldt dat een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Uiteraard dient bij het vaststellen van andere bestemmingen en regels voor gronden de gemeenteraad oog te hebben voor de verschillende belangen, waaronder de belangen van de grondeigenaar. In dit geval moet de wens om de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkelingen (waaronder de realisatie van het bedrijventerrein De Spurkt) zwaarder wegen dan het belang van reclamant die belang heeft bij een ongewijzigde voortzetting van de planologische mogelijkheden op zijn perceel.

Zoals uit de plantoelichting blijkt, bestaat er een aantoonbare behoefte aan de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bedrijventerrein. Dit is ook verder onderzocht en onderbouwd in de aan het bestemmingsplan ten grondslag gelegde (geactualiseerde) ladderrapport dat is opgesteld door adviesbureau Stec. Samenvattend concludeert Stec dat de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bedrijventerrein voorziet in een aanwezige vraag die niet elders in de (markt)regio kan worden opgevangen. Daarbij is het bestaande aanbod veelal niet geschikt voor de combinatie van middelgrote en grootschalige bedrijvigheid waarop de gemeente Venray inzet met voorliggende ontwikkeling. De gemeente Venray zal door de ontwikkeling van nieuw werklandschap aantrekkelijk zijn voor zowel middelgrote als grote bedrijven. Wij wegen hierbij mee dat – zowel uit de laddertoets als het MER – niet blijk van alternatieve locaties waarop de gewenste ontwikkeling akn worden gerealiseerd. Wij betrekken in de belangenafweging tevens het gegeven dat de grondeigenaar schadeloos zal worden gesteld. Met alle betreffende eigenaren – wiens gronden verworven moeten woorden voor de realisartie van het bedrijventerrein – wordt overleg gevoerd over een minnelijke verwerving van gronden en opstallen. Indien partijen er niet minnelijk uitkomen zal het

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

onteigeningstraject worden ingezet, waarbij de eigenaar van de betrokken gronden en opstallen schadeloos wordt gesteld. b. Ten aanzien van het meewegen van de belangen van reclamant wordt verwezen naar het standpunt geformuleerd onder a van deze zienswijze. Vervolgens klopt het dat de berekeningen van mestaanwending zijn gebaseerd op kengetallen. De emissies zijn gebaseerd op de gemiddelde vermestende depositie in Nederland. De getallen zijn verkregen uit het Compendium voor de Leefomgeving welke in beheer is door de Rijksoverheid. (CBS, PBL, RIVM, WUR (2019). Vermestende depositie, 1990-2017 (indicator 0189, versie 17, 4 juni 2019, www.clo.nl). c.

Er wordt hier verwezen naar het standpunt zoals geformuleerd onder 5a.

d. Er wordt hier verwezen naar het standpunt zoals geformuleerd onder 5a en b. e. Dit onderdeel van de zienswijze betreft een zienswijze tegen het ontwerp exploitatieplan. Daar zal in dit rapport niet op worden ingegaan. Voor een standpunt wordt verwezen naar het eindrapport zienswijzen behorende bij het exploitatieplan. De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van de regels of verbeelding van het bestemmingsplan. Zienswijze reclamant 6 Ontvankelijkheid 

Schriftelijke zienswijze ingekomen 4 augustus 2020

De zienswijze is binnen de gestelde termijn ingediend.

De zienswijze is inhoudelijk onderbouwd.

De zienswijze is derhalve ontvankelijk.

Reclamant heeft zowel tegen het ontwerp bestemmingsplan als tegen het ontwerp exploitatieplan een zienswijze ingediend. In dit eindrapport wordt alleen ingegaan op de zienswijzen gericht tegen het ontwerp bestemmingsplan. De beantwoording van de zienswijzen tegen het ontwerp exploitatieplan zal plaatsvinden in het bij die procedure behorende eindrapport zienswijzen. Zienswijze Reclamant is eigenaar van een perceel welke ligt binnen het plangebied van het ontwerp bestemmingsplan De Spurkt. Dit perceel wordt gebruikt ten behoeve van de onderneming De Kempen Plants Europe B.V. De zienswijze gaat in op de volgende onderdelen: a. Het eigendom van reclamant heeft ingevolge het vigerende bestemmingplan Buitengebied Venray 2010, de bestemming Agrarisch. Reclamant gebruikt zijn eigendom conform de vigerende bestemming. In het thans voorliggende ontwerp

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

bestemmingsplan wordt het eigendom van reclamant bestemd als Bedrijf en Groen. De gevolgen van deze voorgenomen wijziging zijn groot voor reclamant. Er is namelijk geen garantie meer dat het reeds jarenlange gebruik in de toekomst kan worden voortgezet. Daarnaast kan er geen goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. In de milieuonderzoeken behorende bij het ontwerp bestemmingsplan is niet onderzocht welke belasting de voorgestane ontwikkelingen opleveren op zijn woning. Er wordt enkel gesteld dat de locatie van reclamant een te amoveren locatie betreft. Er is echter nog geen sprake van overeenstemming tot verkoop van de eigendom. b. In het milieueffectrapport, alsook de passende beoordeling, wordt eveneens uitgegaan van stopzetting van agrarische activiteiten van reclamant in het plangebied. Los van deze aanname, heeft reclamant twijfels of de conclusie, dat het projecteffect op de Natura 2000-gebieden voor de aanlegfase en gebruiksfase kleiner is dan de referentiesituatie, klopt. Daarbij worden vraagtekens gezet bij de gehanteerde uitgangspunten wat betreft stikstofemissies behorende bij het huidige gebruik. De belangen van reclamant zijn geheel niet meegewogen in de planvorming. Derhalve is er sprake van een onzorgvuldige voorbereiding van de besluitvorming en planvorming, hetgeen als conclusie heeft dat er geen sprake is van een goede ruimtelijke ordening. c.

Reclamant verzoekt dan ook om het bestemmingsplan niet eerder vast te stellen dan het moment waarop voornoemde aspecten deugdelijk zijn onderzocht. Ook wenst reclamant voor vaststelling tot overeenstemming te komen ten aanzien van een volledige compensatie/schadeloosstelling welke recht doet aan deze specifieke situatie.

d. Reclamant dient bij deze eveneens een zelfstandige zienswijze in tegen het milieueffectrapport. Wederom benadrukt hij dat de milieueffecten voor wat betreft zijn locatie en eigendommen niet zorgvuldig in beeld zijn gebracht, onder meer de effecten op het gebied van geluid, geur, luchtkwaliteit, trilling, water, enz. Reclamant herhaald hier de zienswijze welke onder b. van deze opsomming uiteen is gezet. e. Het volgende onderdeel van de zienswijze betreft een zienswijze tegen het ontwerp exploitatieplan. Daar zal in dit rapport niet op worden ingegaan. Standpunt gemeente a. In het algemeen geldt dat een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen. Uiteraard dient bij het vaststellen van andere bestemmingen en regels voor gronden de gemeenteraad oog te hebben voor de verschillende belangen, waaronder de belangen van de grondeigenaar. In dit geval moet de wens om de met het bestemmingsplan beoogde ontwikkelingen (waaronder de realisatie van het bedrijventerrein De Spurkt) zwaarder wegen dan het belang van reclamant die belang heeft bij een ongewijzigde voortzetting van de planologische mogelijkheden op zijn perceel.

Zoals uit de plantoelichting blijkt, bestaat er een aantoonbare behoefte aan de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte bedrijventerrein. Dit is ook verder

Bestemmingsplan De Spurkt Eindrapport zienswijzen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9370710/1