CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

22 N270 Via Venray Bodem verkennend onderzoek

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan N270 Via Venray.33.862 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray

projectnummer 417318.13 definitief 25 juli 2018

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

1

2

Achtergrond, situatie en bekende gegevens

3

2.1 2.2 2.3 2.4

Algemeen Locatiegegevens Beknopte samenvatting vooronderzoek Hypothese en onderzoeksopzet

3 3 5 6

3

Verrichte werkzaamheden

10

3.1 3.2

Veldwerkzaamheden Laboratoriumonderzoek

10 11

4

Onderzoeksresultaten

12

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen Analyseresultaten grond Analyseresultaten asbest wegbermen Analyseresultaten asbest puinpaden overige deellocaties Analyseresultaten grondwater Analyseresultaten waterbodem Analyseresultaten asfalt Veiligheidsklassen

12 14 17 17 17 17 18 18

5

Samenvatting en conclusies

20

Bijlagen 1. Toelichting op bodemonderzoek 2. Overzichtstabel veld- en chemisch onderzoek 3. Boorprofielen inclusief overzichtstabel zintuiglijke bijmengingen 4. Veldwerkfoto’s 5. Overzichtstabel grondmonsters 6. Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming inclusief normering 7. Toetsing grondmonsters aan Besluit bodembescherming inclusief normering 8. Overzichtstabel grondwatergegevens 9. Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming inclusief normering 10. Overzichtstabel waterbodemmonsters 11. Toetsing waterbodemmonsters aan Besluit bodemkwaliteit inclusief normering 12. Overzichtstabel asbestmonsters 13. Analysecertificaten grond 14. Analysecertificaten asbest 15. Analysecertificaten grondwater 16. Analysecertificaten waterbodem 17. Analysecertificaten asfalt 18. Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000

Tekeningen

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

1

Inleiding In opdracht van de provincie Limburg is door Antea Group in de periode maart – juni 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied N270 Via Venray fase 1. Onderdeel van het verkennend bodemonderzoek is tevens een verkennend waterbodemonderzoek en (indicatief) asbestonderzoek.

Aanleiding en doel De provincie Limburg is voornemens de provinciale weg N270 Eindhoven – Well gelegen tussen km 38.3 en km 42.0 in de gemeente Venray her in te richten. Dit voornemen is in het huidige bestemmingsplan niet volledig toegestaan. Het plan bevindt zich in een oriënterende fase. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd voor het verkrijgen van inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater en waterbodem) binnen het plangebied N270 Via Venray fase 1. Dit zowel in het kader van bestemmingsplanwijzigingen, de voorgenomen aankoop van perceeldelen, de geplande ontwikkelingen/herinrichting van het plangebied en het opstellen van een uitvoeringsraming. Tevens worden de hergebruiksmogelijkheden van de aanwezige/ vrijkomende grond (indicatief) en waterbodem bepaald en worden de resultaten van het onderzoek tevens gebruikt voor het bepalen van de veiligheidsklassen ten behoeve van de voorgenomen (graaf)werkzaamheden. Voor het verkrijgen van een beeld van de aan- of afwezigheid van asbest in de wegbermen is een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd.

Scope In het kader van het project N270 Via Venray zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd welke raakvlak met onderhavig onderzoek hebben. Deze onderzoeken zijn separaat gerapporteerd. Het betreft de volgende onderzoeken:  Voorafgaand aan dit onderzoek is een vooronderzoek bodem uitgevoerd.  Gecombineerd met dit onderzoek is een infiltratieonderzoek uitgevoerd.  Parallel aan dit onderzoek is een asfaltonderzoek uitgevoerd waarbij tevens de aard en milieuhygiënische kwaliteit van onderliggende funderingslagen en bodem is bepaald.

Onderzoeksstrategie en kwaliteit Navolgend zijn de normen beschreven op basis waarvan het onderzoek is uitgevoerd. Bodemonderzoek Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740+A1 (NNI, april 2016). Waterbodemonderzoek Het verkennend waterbodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5720/A1 (NNI, juli 2014).

Blad 1 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Asbestonderzoek Voor het verkrijgen van een beeld van aan- of afwezigheid van asbest in de wegbermen is een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is gebaseerd op de NEN 5707+C1 (NNI, augustus 2016) waarbij de onderzoeksstrategie pragmatisch is ingestoken. Ter plaatse van de puinverhardingen is asbestonderzoek conform de NEN 5897+C1 (NNI, augustus 2016) uitgevoerd. Asfaltonderzoek Ter plaatse van de voormalige melkfabriek is asfaltonderzoek conform de CROW 210 (CROW, juni 2015) uitgevoerd. Veiligheidsklassen Voor het bepalen van de veiligheidsklassen is de CROW 400 (CROW, december 2017) als richtlijn gehanteerd. Kwaliteitsaspecten Met betrekking tot de kwaliteitsaspecten, toegepaste methoden en betrouwbaarheid/garanties van het onderzoek wordt verwezen naar bijlage 1. Leeswijzer In dit rapport wordt verslag gedaan van de uitgevoerde werkzaamheden en worden de resultaten van het onderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 worden de resultaten van het vooronderzoek samengevat. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met een onderzoeksstrategie. In hoofdstuk 3 wordt het uitgevoerd veld- en chemisch onderzoek beschreven en in hoofdstuk 4 staan de onderzoeksresultaten beschreven. Opgemerkt wordt dat vanwege de grote omvang van dit onderzoek en de leesbaarheid van het rapport de resultaten zoveel mogelijk in tabelvorm in de bijlagen zijn opgenomen.

Tot slot worden in hoofdstuk 5 de samenvatting en conclusies beschreven.

Blad 2 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

2

Achtergrond, situatie en bekende gegevens

2.1

Algemeen Voorafgaand aan het verkennend bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek conform de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, NNI, januari 2009) en de NEN 5717 (strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek waterbodem, NNI, november 2019) uitgevoerd. Daarbij is volgens de NEN 5725 tevens aandacht besteed aan potentiële verontreiniging met asbest. In dit hoofdstuk is een samenvatting met de belangrijkste onderdelen uit het vooronderzoek gegeven. Voor het volledige vooronderzoek wordt verwezen naar de rapportage ‘Vooronderzoek bodem – plangebied N270 Via Venray fase 1’ Antea Group met projectnummer 417318.

2.2

Locatiegegevens Het plangebied bevindt zich ten zuiden van de kern van Venray en omvat de N270 Eindhoven – Well gelegen tussen km 38.3 en km 42.0. De globale situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in figuur 1 en op de tekeningen in de bijlagen. Het plangebied is grotendeels in gebruik als wegtracé van de N270 met bijbehorende kruisingen, rotondes, op- en afritten en wegbermen en de huidige op/afrit van de A73. Kleinere delen van het plangebied zijn in gebruik als landbouwgrond, natuurgebied, weiland of industrieterrein.

Figuur 1: Globale begrenzing van het plangebied (bron: Globespotter, 2017).

Blad 3 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Beschrijving planmaatregelen Het plan omhelst verschillende aanpassingen aan de bestaande weg tussen km 38.3 en km 42.0, inclusief alle binnen dit wegvak gelegen aansluitingen. De voornaamste aanpassingen houden in dat het wegprofiel van de N270 wordt aangepast. Daarnaast worden de volgende aspecten gewijzigd: de kruising tussen de Leunseweg en de Acaciastraat wordt aangepakt. Hier vindt het merendeel van de werkzaamheden ter plaatse van de huidige infrastructuur plaats, waarbij in de wegbermen een groot aantal aan kabels en leidingen zijn gelegen. Aan de westzijde ter plaatse van een groenstrook wordt een fietspad gerealiseerd, waarbij een ingreepdiepte van 1,5 m-mv wordt aangehouden; het huidig viaduct kruising N270-Leunseweg blijft gehandhaafd en er worden enkele open afritten aangepast. In een eerder ontwerp was nog sprake van een amovering van het viaduct en het aanleggen van een ei-rotonde met 2 fietstunnels met een diepte van circa 3 m-mv. Het bodemonderzoek wordt vooralsnog uitgevoerd zodat afdoende informatie bekend is voor beide varianten Er bevinden zich hier veel kabels en leidingen in de bermen. De werkzaamheden vinden grotendeels plaats ter plaatse van de huidige infrastructuur; de aansluiting tussen de Leunseweg en De Brier wordt aangepast. De weg wordt verbreed en er worden in de huidige wegbermen graafwerkzaamheden voorzien tot maximaal 1,5 m-mv.

de huidige landbouwroute (Zuivelweg, Molenhofweg, Laagriebroekseweg en de Locht) wordt aangepakt waarbij het wegprofiel mogelijk wordt verbreed. Hiertoe zullen in de wegbermen en in de funderingsmateriaal gegraven worden. Er wordt tot circa 0,75 mmv gegraven; de westelijke afrit A73 verschuift verder naar het westen en komt grotendeels op huidige weilanden en bosschages te liggen. De nieuwe op/afrit wordt verhoogd aangelegd op een nieuw grondlichaam met sloten erlangs. De huidige op/afrit met het grondlichaam wordt compleet verwijderd. Er wordt tot 1,5 m-mv gegraven. Een deel van de huidige Baggerweg dient door het verplaatsen van de westelijke op- eb afrit ook verplaats te worden naar het westen. Een deel van de Baggerweg wordt hierdoor verwijderd en meer in westelijke richting gelegd ter plaatse van een huidig natuurgebied (nat gebied) ter plaatse van de huidige rotonde De Blakt wordt een kruising aangelegd met een fietstunnel. De huidige rotonde ligt 1,5 tot 2 m hoger dan het omliggende maaiveld. Ter plaatse van de toekomstige fietstunnel worden tot 3 m-mv ontgravingen voorzien; ten oosten van de Nobelstraat/De Germaan wordt een fietspad en fietsbrug over de spoorlijn gerealiseerd. Hier ligt de N270 momenteel al enkele meters hoger (opgebracht grondlichaam) dan omliggende het maaiveld. Hier komen de werkzaamheden dan ook niet tot de oorspronkelijk bodem.

Echter, vanwege het geplande fietspad moet het talud wellicht verbreed worden, waarbij wel graafwerkzaamheden worden voorzien in het oorspronkelijke maaiveld. Daarnaast wordt een fietslus naar onderen aangebracht ter plaatse van een industrieterrein gelegen ten westen van de Oirloseweg. In figuur 2 zijn de beoogde ingrepen op hoofdlijnen op kaart weergegeven.

Blad 4 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Figuur 2: Overzicht beoogde planmaatregelen.

2.3

Beknopte samenvatting vooronderzoek Grond Het plangebied is van oorsprong een agrarische gebied. In de loop der jaren heeft het gebied zich ontwikkeld tot infrastructuur met als belangrijkste wegen de N270 en de A73. Het omliggende gebied is doorontwikkeld tot woonwijken, industrie- en bedrijventerreinen en langs de wegen zijn enkele kleinschalige bedrijven/agrarische activiteiten aanwezig. Het grootste deel van het plangebied kan als onverdacht worden beschouwd. Plaatselijk kunnen in de bovengrond licht verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK, EOX, PCB en minerale olie gemeten welke veelal te relateren zijn aan voormalige activiteiten, aangetroffen bijmengingen en eventueel aanwezige verhardingslagen. Binnen het plangebied zijn de volgende aandachtspunten aanwezig:  ter plaatse van het BP-tankstation aan de Leunseweg 47A zijn na sanering twee spots met sterk verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten in de bodem (grond en grondwater) achtergebleven. De verontreiniging zit deels onder het trottoir/rijweg van de Leunseweg en Acaciastraat. De sterke verontreiniging in de grond is vanaf circa 3,0 m-mv aanwezig;  nabij de toekomstige fietslus bij de Hulst II is 625 m3 grond sterk verontreinigd met arseen. Onbekend is of deze nog aanwezig is.

Deze is in ieder geval grotendeels afgedekt met een gebouw en parkeerterrein met asfaltverharding;  In het plangebied kunnen van nature aanwezig verhoogde gehalten aan arseen voorkomen. Dit geldt met name voor het oostelijke deel van het plangebied en de omgeving van het beekdal Oostrumse Beek maar deze kunnen ook elders voorkomen;

Blad 5 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

wegbermen langs de grotere wegen welke verdacht zijn voor zware metalen, PAK en/of minerale olie.

Asbest Binnen het plangebied zijn geen directe aanwijzingen voor het aanwezig zijn van asbesthoudend materiaal. Daarnaast is in voorgaande onderzoeken die ter plaatse en in de directe omgeving hebben plaatsgevonden vrij weinig aandacht aan asbest besteed. Onbekend is wat voor materiaal is toegepast onder de wegen. Uit ervaring blijkt dat in het verleden allerlei voorhanden (sloop)materialen als funderingsmateriaal kunnen zijn toegepast. Derhalve is het funderingsmateriaal in het beginsel potentieel asbestverdacht. Dit geldt eveneens voor halfverhardingen. Daarnaast geldt dat gezien de ligging van de locatie in stedelijk/bebouwd gebied bij het aantreffen van bijmengingen met puin en/of baksteen, de bodem verdacht is op asbest. Dit geldt met name bij het aantreffen van bijmengingen van puin en asbest in de wegbermen (mogelijk afkomstig van het funderingsmateriaal). Waterbodem Door het plangebied lopen de leggerwaterlopen de Oostrumse Beek met de zijtak Scheide, de Lullsche Pas, de Zandhoek en de Leunse Beek. Naast deze leggerwaterlopen zijn er nog diverse kleinere (afwatering) sloten en droge greppels aanwezig. De kwaliteit van de aanwezige waterbodems en eventueel aanwezige sliblagen is niet bekend. Diverse watergangen zullen in het kader van de toekomstige ontwikkelingen worden gewijzigd of gedempt.

De waterbodems gelegen binnen 2,5 m van de grotere wegen zijn net als de wegbermen verdacht voor zware metalen, PAK en/of minerale olie. De bodemkwaliteit van verderaf gelegen kleinere greppels sluit naar verwachting aan bij die van de aangrenzende bodem. Grondwater In het grondwater kunnen licht tot sterk verhoogde gehalten aan zware metalen voorkomen. Bekend is dat in de regio in het grondwater tot circa 10 m-mv regelmatig verhoogde concentraties aan zware metalen in het grondwater worden gemeten. Dit zijn diffuse verontreinigingen, veroorzaakt door natuurlijke processen. Zeer plaatselijk zijn ook licht verhoogde gehalten aan andere stoffen gemeten, de herkomst hiervan is niet altijd bekend. Halfverhardingen (Oude) halfverhardingen zijn (afhankelijk van het toegepast materiaal) verdacht voor zware metalen, PAK, minerale olie en asbest. Dit geldt in elk geval voor de toegangsinritten naar het onderhoudspad van Oostrumse Beek nabij de rotonde De Blakt.

2.4

Hypothese en onderzoeksopzet Op basis van het vooronderzoek is een onderzoeksopzet bepaald. In overleg met de provincie Limburg en op basis van aanpassingen aan het planontwerp is de onderzoekopzet verder uitgewerkt tot de onderzoeksopzet zoals uitgevoerd in onderhavig bodemonderzoek. In tabel 2.1 is een beknopt overzicht gegeven van de deellocaties en de gehanteerde normen, onderzoeksstrategieën en oppervlaktes voor het verkennend (water)bodem onderzoek en asbestonderzoek. In bijlage 2 is een uitgebreid overzicht gegeven van de onderzoeksinspanning

Blad 6 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

voor het uitgevoerde veld- en chemisch onderzoek. Bijzondere uitgangspunten worden in navolgende paragrafen beschreven. Tabel 2.1 Overzicht deellocaties en onderzoeksstrategie Omschrijving deelgebied

Lengte (m)

Opp. (m2)

onderzoekstrategie

Bodemonderzoek en asbestonderzoek wegbermen E. Wegbermen N270 noord 3575

-

F. Wegbermen N270 zuid

3575

-

G. Wegbermen rotonde Leunseweg oost

200

-

G. Wegbermen rotonde Leunseweg west

200

-

H. Wegbermen Acaciastraat west

150

-

H. Wegbermen Acaciastraat oost

150

-

B. Wegbermen landbouwweg noord*

2825

-

C. Wegbermen landbouwweg zuid*

2825

-

I. Wegbermen westelijke op- /afrit A73 west

460

-

J.Wegbermen westelijke op- /afrit A73 oost

460

-

K. Wegbermen Blakt oost

270

-

K. Wegbermen Blakt west

270

-

L. Wegbermen talud nieuw fietspad

400

-

N. Wegbermen Swingerspad oost en west

200

-

NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief NEN 5740: VED-HO-L NEN 5707: indicatief

Bodem en asbestonderzoek deellocaties D1. Oksels westelijke op/afrit A73 D2. Nieuwe op/afrit tpv huidig weiland D3. Nieuwe op/afrit tpv huidige natuur D4. Nieuwe op/afrit tpv huidige groenstrook D5. Landbouwroute tpv gedeelte Baggerweg D6. Terrein nieuwe fietslus D7. Nieuwe fietstunnel

-

3100 5700 8000 1250 4800 2500 1000

D8. Gedeelte melkfabriek

-

350

D9. Verdachte locatie tankstation D10. Inrit onderhoudspad waterschap

-

<100 1600

Waterbodemonderzoek 11. Sloot langs weiland deellocatie 2 12. Sloot langs natuurgebied deellocatie 3 13. Sloot langs natuurgebied deellocatie 5 14. Sloot ten westen van op/afrit A73 15. Sloot in oksels op/afrit A73 16. Sloot (secundaire waterloop) fietslus

130 275 425 470 350 215

-

Blad 7 van 23

NEN 5740: ONV-GR-NL NEN 5740: ONV-NL NEN 5740: ONV-NL NEN 5740: ONV-NL NEN 5740: ONV-NL NEN 5740: ONV-NL NEN 5740: ONV-NL NEN 5897 (135 m2): halfverhardingen asfalt: CROW 210 fundering: indicatief pragmatisch NEN 5740: ONV-NL NEN 5897 (150 m2): halfverhardingen NEN 5720: overig water, lintvormig NEN 5720: overig water, lintvormig NEN 5720: overig water, lintvormig NEN 5720: overig water, lintvormig NEN 5720: overig water, lintvormig NEN 5720: overig water, lintvormig

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Wegbermen  Conform uitvraag van de provincie Limburg, en op basis van het vooronderzoek, zijn alle wegbermen (eerste 1,5 meter vanaf kant wegverharding) per definitie verdacht. Aanvullend op de NEN 5740 is zodoende de bovenste 20 cm separaat bemonsterd en onderzocht.  In overleg met de provincie Limburg is ter plaatse van de wegbermen een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. Het onderzoek is gebaseerd op de NEN 5707+C1 (NNI, augustus 2016) waarbij de onderzoeksstrategie pragmatisch is ingestoken. De onderzoeksresultaten geven inzicht in de aanwezige (asbestverdachte) bijmengingen in de wegbermen en inzicht in het gehalte aan asbest in de wegbermen middels analyse van een aantal representatieve monsters. In een later stadium is asbestonderzoek conform de gelden norm alsnog noodzakelijk.  Conform de NEN 5740 dienen bij lijnvormige elementen de boringen doorgezet te worden tot 0,25 meter onder de ontgravingsdiepte. De ontgravingsdiepte van de wegbermen bedraagt circa 1,25 meter. De boringen zijn derhalve doorgezet tot 1,5 m-mv. Dit is met uitzondering van de wegbermen van de landbouwroute waarbij de ontgravingsdiepte maximaal 0,75 m-mv is. Ter plaatse van de landbouwroute zijn de boringen derhalve doorgezet tot circa 1,0 m-mv.

 Conform de NEN 5740 geldt bij lijnvormige elementen dat geen grondwateronderzoek noodzakelijk is als het grondwater dieper dan 0,25 meter onder de maximale ontgravingsdiepe is gelegen. Voor de zekerheid, als gevolg van seizoenschommelingen van het grondwater, is een grondwaterniveau van 2 m-mv aangehouden als grens voor grondwateronderzoek in de wegbermen.  Uit het vooronderzoek blijkt dat het oostelijk deel (ten oosten van de spoorlijn) en het gebied rondom het beekdal van de Oostrumse Beek (gebied ten zuiden van de N270 en ten oosten van de Leunseweg) verdacht is voor arseen. Derhalve zijn de grondmonsters in deze gebieden aanvullend op arseen onderzocht.  De boringen ter plaatse van de splitsing Leunseweg/Acaciastraat zijn zo geprojecteerd dat er per restverontreiniging van het BP-tankstation een boring is geplaatst.  Ter plaatse van de aanwezige grondlichamen die in het kader van de planontwikkelingen mogelijk worden verwijderd (viaduct Leunseweg en op/afrit A73) en ter plaatse van de gebieden waar mogelijk fietstunnels worden aangelegd (rotonde Leunseweg, rotonde Blakt en nieuwe fietstunnel) zijn de boringen doorgezet tot 5 m-mv. Per gebied wordt een extra analyse van de opgebrachte grond verricht op het standaard grondpakket.

Deellocaties (anders dan wegbermen)  Uit het vooronderzoek is gebleken dat buiten de bermen nog delen in het plangebied onderzocht moeten worden in verband met bestemmingsplanwijziging of grondaankoop. Dit zijn in totaal 10 deellocaties die derhalve mee zijn genomen in dit bodemonderzoek.  Deellocatie 9 betreft het BP-tankstation aan de Leunseweg. Ter plaatse van het trottoir zijn vanaf 3,0 m-mv sterke restverontreinigingen aan minerale olie en vluchtige aromaten in de grond aanwezig. Hier zijn mogelijk graafwerkzaamheden tot maximaal 1,5 m-mv voorzien. Om te verifiëren of binnen dit graaftraject restverontreiniging aanwezig zijn 2 boringen geplaatst. Gezien er tot 2,0 m-mv geen grondwater is aangetroffen, zijn de boringen niet dieper doorgezet.  Gezien de overige deellocaties op basis van het vooronderzoek niet asbestverdacht zijn en gezien er tijdens het veldwerk geen asbestverdachte bijmengingen zijn aangetroffen,

Blad 8 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

zijn de deellocaties in overleg met de provincie Limburg niet onderzocht op asbest. Dit is met uitzondering van de puinpaden / halfverhardingen. Deze zijn onderzocht conform de NEN 5897. Grondwater  De peilbuizen zijn strategisch geplaatst zodat ter plaatse van het totale plangebied een relatief homogeen dekkend beeld wordt verkregen. Enkele peilbuizen zijn strategisch geplaatst zodat deze ter hoogte van een toekomstige fietstunnels komen te staan om ter plekke lokaal de grondwaterstand te kunnen meten. Dit is van belang of er in de toekomst sprake is eventuele bemaling bij de aanleg van de tunnels en welke tijdelijke verlaging van het grondwater moet worden gerealiseerd. Waterbodems  In het plangebied zijn 6 waterlopen gelegen die gedempt of vergraven worden. Deze zijn onderzocht conform de NEN 5720 ‘overig water, lintvormig’. Per watergang zijn 10 steken in de waterbodem geplaatst;  De waterbodems zijn onderzocht op Pakket A: Standaard waterbodem regionale zoete wateren, aangevuld met arseen.

Blad 9 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

3

Verrichte werkzaamheden

3.1

Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden voor het verkennend bodemonderzoek inclusief asbestonderzoek zijn in de periode van 28 maart – 30 april 2018 uitgevoerd door HMB BV te Maasbree. De veldwerkzaamheden voor het verkennend waterbodemonderzoek is uitgevoerd op 11 en 17 april 2018 door PJ Milieu BV te Maasbree. Het veldwerk is uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000. In de colofon in bijlage 18 is aangegeven welke protocollen zijn gevolgd en welke veldmedewerkers zijn ingezet. Het grondwater uit de peilbuizen is na een rustperiode van minstens één week bemonsterd. Tijdens de bemonstering zijn de grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de geleidbaarheid (EC) en de troebelheid (NTU) gemeten. In totaal zijn geplaatst:  65 boringen tot circa 0,5 m –mv;  91 boringen tot circa 1,0 m-mv;  150 boringen tot circa 1,5 m-mv;  30 boringen tot 2,0 m-mv;  16 boringen tot circa 5,0 m-mv  22 peilbuizen;  62 asbestgaten van circa 0,3 x 0,3 tot 0,5 m-mv;  4 kernboringen in het asfalt;  60 steken in de waterbodem.

Tevens is/zijn:  per deellocatie een globale inspectie van het maaiveld uitgevoerd, daarbij is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbestverdachte materialen op het maaiveld;  het vrijgekomen materiaal/grond zintuiglijk beoordeeld;  van elk proefgat het opgegraven materiaal uitgespreid, gezeefd en visueel geïnspecteerd op het voorkomen van asbestverdachte materialen in de fractie > 20 mm;  van de verdachte bodemlagen representatieve asbest(meng)monsters samengesteld van de gezeefde fractie (<20mm);  per traject van maximaal 50 cm of per te onderscheiden bodemlaag geroerde grondmonsters genomen;  na inspectie en monsterneming zijn de boringen/gaten gedicht met het uitgegraven materiaal;  ter plaatste van boringen 801 en 802 olie-water tests verricht. In bijlage 2a en 2b zijn per deellocatie de uitgevoerde veldwerkzaamheden weergegeven en in bijlage 2c is op boorpuntniveau een overzicht gegeven van de uitgevoerde veldwerkzaamheden. De boorlocaties zijn weergegeven op de situatietekeningen in de bijlagen. De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen zijn opgenomen in bijlage 3.

Blad 10 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Klic-melding Voorafgaand aan de veldwerkzaamheden is een Klic-melding gedaan. Hieruit blijkt dat over een gedeelte van het plangebied een gasleiding van de Gasunie loopt. De boringen in de nabijheid van deze gasleiding zijn verplaatst tot buiten het ‘vrije zone’ en in het veld vrijgegeven door een medewerker van de Gasunie. Conventionele explosieven Een groot gedeelte van het plangebied is verdacht ten aanzien van de aanwezigheid van conventionele explosieven (CE), ook wel bekend als niet gesprongen explosieven. De boorpunten binnen het CE-verdachte gebied zijn voorafgaand aan het veldwerk vrijgegeven door AVG Explosieven Opsporing Nederland. Van deze boorpunten zijn de coördinaten vastgelegd en de locaties zijn in het veld aangegeven met pikketen. Verkeersmaatregelen In overleg met de provincie Limburg zijn de verkeersmaatregelen voor de werkzaamheden in de wegbermen van de N270 vastgesteld. Deze verkeersmaatregelen zijn gemeld en uitgevoerd door HMB. In overleg met Rijkswaterstaat zijn de verkeersmaatregelen in de wegbermen van de A73 vastgesteld. De werkzaamheden in de wegbermen van de A73 zijn uitgevoerd onder begeleiding van Van Rens Mobiliteit. Voor het veldwerk in de wegbermen van de gemeentelijke wegen zijn in overleg met de gemeente Venray geen specifieke verkeersmaatregelen nodig.

3.2

Laboratoriumonderzoek In de volgende bijlagen zijn overzichten gegeven van de samenstelling van de analysemonsters en de uitgevoerde analysepakketten:  Bijlage 5: grondmonsters  Bijlage 12: asbestmonsters  Bijlage 8: grondwatermonsters  Bijlage 10: waterbodemmonsters In totaal zijn de volgende analyses uitgevoerd:  114 x analyse op standaard pakket grond (NEN 5740);  61 x analyse op arseen;  3 x analyse op PAK (uitsplitsing mengmonster met verhoogd gehalte);  2 x analyse op vluchtige aromaten (restverontreiniging tankstation);  22 x analyse op standaard pakket grondwater (NEN 5740);  17 x analyse op asbest in grond (NEN 5898);  4 x analyse op asbest in puin (NEN 5898);  1 x analyse op plaatmateriaal (NEN 5896);  6 x analyse op standaard waterbodempakket regionale wateren (variant A) + arseen;  2 x PAK-detector (RAW 2015 proef 77.2) inclusief laagdikte bepaling (RAW 2015 proef 77.1);  2 x PAK-analyse in asfalt (NEN 7331).

Blad 11 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Lokale bodemopbouw en veldwaarnemingen De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in bijlage 3. In deze bijlage is tevens een overzicht gegeven van de waargenomen bodemvreemde bijmengingen per boring. Grond wegbermen Uit de profielbeschrijvingen blijkt dat de bodem tot de maximaal geboorde diepte van 5 m-mv over het algemeen uit matig fijn, zwak siltig zand bestaat. Plaatselijk zijn vanaf 0,5 m-mv veen-, klei- of leemlagen aangetroffen. In boring 801 en 901 zijn op een diepte van 2,0-3,0 m-mv bijmengingen met asfalt, kolengruis en baksteen waargenomen. Dit duid mogelijk op het oorspronkelijk maaiveld, voordat dit is opgehoogd met het grondlichaam van de N270 / A73. In de overige diepe boringen is geen duidelijke grens van het oorspronkelijke maaiveld en de opgebrachte grond waarneembaar. In de wegbermen zijn sporen baksteen of puin waargenomen en een enkele keer sporen asfalt, glas, hout of kolengruis. Sporadisch zijn ook matige of sterke bijmengingen met puin, baksteen, asfalt of hout waargenomen. Uitzonderingen zijn de matig tot volledig puinhoudende lagen in de wegbermen van de Leunseweg (boringen 304, 605, 306, 401, 403, 404 en 406). Ook ter plaatse van de wegbermen van de Baggerweg (640, 641, 642, 740 en 741) zijn matig tot sterke puin- en baksteen bijmengingen aangetroffen.

In de oostelijk gelegen wegbermen van de Blakt (Germaan / Nobelstraat) zijn sterk tot uiterst puinhoudende lagen aangetroffen. Grond overige deellocaties Ter plaatse van de overige deellocaties zijn over het algemeen geen bijmengingen tot sporen baksteen, asfalt, kolengruis en hout aangetroffen. Ter plaatse van de nieuwe op- / afrit in het huidige natuurgebied (D3) en naastgelegen groengebied langs de Baggerweg (D5) zijn in de bovengrond resten planten en veel houthoudende bijmengingen waargenomen. Bekend is dat op het gehele terrein ter plaatse de nieuwe fietslus (D6) een halfverharding bestaande uit een puinlaag met daarop asfaltgranulaat aanwezig is. Deze laag is onder certificaat aangelegd. Tijdens het veldwerk is deze verhardingslaag niet als zodanig aangetroffen. Soms is deze laag geheel of deels afwezig en soms is een grindlaag waargenomen. Ter plaatse van de nieuwe fietstunnel (D7) is een puinpad aangetroffen welke niet was voorzien. Ter plaatse van de inrit en toegangsweg van het waterschap (D10) is eveneens een puinpad aangetroffen, echter deze was bekend. Ter plaatse van de restverontreinigingen van het BP-tankstation aan de Leunseweg (D10) zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op verontreinig met olie producten. Asbest wegbermen In de wegbermen zijn diverse asbestgaten gegraven voor het verkrijgen van een indruk van de asbesthoudendheid van de bermengrond.

Plaatselijk zijn bijmengingen met puin waargenomen

Blad 12 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

(asbestverdacht). Van de fijne fractie zijn representatieve (meng)monsters samengesteld voor analyse op asbest. Op het maaiveld ter plaatse van asbestgat 228 (wegberm N270 zuid) is asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen. Deze is bemonsterd voor analyse in het laboratorium. In asbestgat 228 is geen asbestverdacht materiaal of puin waargenomen. Verder is zowel op het maaiveld als in de opgeboorde en opgegraven grond visueel geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Bovenaan de boorprofielen staan de lengte en breedte van de asbestgaten aangegeven (indien hier 00,00 staat betekent dit dat er geen asbestgat is gegraven). Indien geen bijmengingen met puin of baksteen zijn aangetroffen dan is dit in de boorprofielen aangeduid als ‘geen bvm’. In dat geval is er geen percentage bepaald van het puintotaal of de grove fractie. Indien de boorprofielen bijmengingen met puin of baksteen (asbestverdachte bijmengingen) zijn aangetroffen dan staat dit in de boorprofielen beschreven. In dat geval is het percentage aan bijmengingen met puin en baksteen aangeduid als ‘puintotaal’ en is het percentage grove fractie bepaald. Indien geen asbestverdacht plaatmateriaal is aangetroffen dan staat dit aangeduid als ‘geen avm’. In bijlage 4 is een fotoreportage opgenomen van het opgeboorde materiaal.

Asbest overige deellocaties Op basis van het vooronderzoek zijn de overige deellocaties niet verdacht ten aanzien van asbest beschouwd. Gezien er tijdens het veldwerk geen asbestverdachte materialen of bijmengingen met puin op of in de bodem zijn waargenomen, blijven deze locaties onverdacht ten aanzien van asbest. In de opgeboorde bodem zijn sporadisch sporen baksteen waargenomen. Omdat er geen aanwijzingen zijn voor bodembelastende activiteiten en geen asbesthoudend materiaal is aangetroffen blijven de locaties onverdacht voor asbest. Derhalve is het graven van proefgaten en uitvoeren van asbestonderzoek achterwegen gebleven. Dit is met uitzondering van het puinpad bij de nieuwe fietstunnel (D7). Hier zijn aanvullend 4 asbestgaten gegraven (D704, D706_N, D707, D708). In het puinpad van de inrit van het waterschap (D10) waren al 4 asbestgaten gepland (H01, H02, H03, H04). Visueel is in de grove fractie van deze puinpaden geen asbestverdacht materiaal waargenomen. Van de fijne fractie zijn mengmonsters samengesteld voor analyse op asbest. Grondwater Een overzicht van de veldwaarnemingen tijdens de grondwaterbemonstering is opgenomen in bijlage 8. Het grondwater is afhankelijk van de maaiveldhoogte aangetroffen tussen de 0,3 á 3,3 m-mv. Dit komt overeen met een grondwaterstand van circa NAP + 19,7 á 22,9 m.

De zuurgraad (pH), het elektrische-geleidingsvermogen (EC) en de troebelheid zijn niet afwijkend van een natuurlijke situatie. In het bemonsterde grondwater uit peilbuizen 239, 807 en D101 is een verhoogde troebelheid (> 10 NTU) vastgesteld. Uit praktijkervaring is gebleken dat een troebelheid hoger dan 10 NTU regelmatig voorkomt. Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan PAK, PCB, OCB, dioxines of andere matig/slecht oplosbare organische parameters. Dergelijke stoffen zijn in dit onderzoek niet verhoogd aangetoond. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd.

Blad 13 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Waterbodem De watergangen van de 6 onderzochte watergangen stonden allen droog. De waterbodems bestaan globaal uit matig fijn, zwak siltig zand. Met in de bovenste circa 5-30 cm een humeuze, plantenhoudend laag. Enkel in de sloot in de oksel van de op- / afrit van de A73 (WB15) is een duidelijke sliblaag van 10-40 cm aangetroffen. In de overige sloten is niet tot sporadisch een sliblaagje aangetroffen. Uitgezonderd van wat sporen baksteen in de sloot ter plaatse van de toekomstige fietslus (WB16) zijn er in de waterbodem geen bijmengingen met bodemvreemd materiaal waargenomen. Er zijn geen asbestverdachte materialen (op de oevers) langs de watergangen of in het opgeboorde materiaal aangetroffen

4.2

Analyseresultaten grond Een overzicht van de onderzochte grond(meng)monsters en de bijbehorende toetsingsresultaten is weergegeven in bijlage 5. De toetsingstabellen inclusief normering zijn opgenomen in bijlage 6 (toetsing Wet bodembescherming) en bijlage 7 (indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit). De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 13. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. Analyseresultaten grond wegbermen In de bodem van de wegbermen zijn over het algemeen geen tot licht verhoogde gehalten aan minerale olie en PAK gemeten. Plaatselijk zijn ook licht verhoogde gehalten aan zware metalen (arseen, cadmium, lood, zink, molybdeen) en PCB gemeten. Er is geen duidelijk verschil in de kwaliteit van de toplaag (0,00-0,20 m-mv), de laag daar onder (0,2-0,5 m-mv) of de diepere laag (0,5-2,0 m-mv). Ook is niet altijd een duidelijk verband tussen de mate van bijmengingen en de bodemkwaliteit. In de matig puin- en baksteenhoudende laag van boring 740 (monster CMM08 0,0-0,5 m-mv) zijn licht verhoogde gehalten aan PCB, minerale olie, zink, cadmium, lood en PAK gemeten en een matig verhoogd gehalte aan koper. Gezien het een individueel monster betreft en de matige puin en baksteenbijmengingen in naastgelegen boringen niet zijn aangetroffen is aanvullend onderzoek niet nodig. De bermgrond is over het algemeen indicatief beoordeeld als ‘Altijd toepasbaar’.

Daar waar PAK verhoogd is gemeten is al snel sprake van klasse ‘Wonen’ en waar minerale olie verhoogd is gemeten, is sprake van klasse ‘Industrie’ of is de grond ‘Niet toepasbaar’. In de tabel in bijlage 5 staat per monster de indicatieve klassebepaling (indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit). Volgens de bodemkwaliteitskaart geldt voor de wegen (N270, A73, Oirloseweg, Albionstraat en Leunseweg) dat door de hoge verkeersintensiteit verhoogde gehalten aan zware metalen, PAK en minerale olie kunnen worden aangetroffen en daarom bodemfunctie ‘Industrie’ geldt. Over het algemeen is de bodemkwaliteit van de bermen beter dan, danwel vergelijkbaar met de verwachtte bodemkwaliteit. Daar waar de grond als ‘Niet toepasbaar’ is beoordeeld, is de kwaliteit slechter dan verwacht.

Blad 14 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Aandachtspunt boring 210 wegbermen N270 zuid In mengmonster FMM01 van de toplaag met sporen/ zwak asfalt is een matig verhoogd gehalte aan PAK gemeten. Dit monster is uitgesplitst waarbij de individuele monsters op PAK zijn geanalyseerd. In boringen 208 en 209 bleef het gemeten gehalte aan PAK beneden de achtergrondwaarde. In boring 210 (0,0-0,2 m-mv) is een sterk verhoogd gehalte aan PAK gemeten. De grond is op basis van het gehalte aan PAK niet toepasbaar. De coördinaten van boring 210 zijn X: 198323,8; Y: 392837,76. Analyseresultaten puinlagen tpv wegbermen De uiterst puinhoudende laag in de wegberm van de Blakt (monster KMM03 0,0-0,7 m-mv) bevat meer dan 50% aan bodemvreemd materiaal en wordt beschouwd als bouwstof. Zodoende is de Wet bodembescherming hierop niet van toepassing. De analyseresultaten van de organische parameters zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarden voor niet-vormgegeven bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit (indicatief). Hieruit volgt dat het materiaal voldoet als niet-vormgegeven bouwstof. Aangezien de bodemvreemde laag indicatief is onderzocht, waarbij geen uitloogonderzoek heeft plaatsgevonden, heeft geen toetsing van de anorganische parameters plaatsgevonden. Analyseresultaten grondlichamen / diepere bodem De opgebrachte grond is over het algemeen niet verontreinigd. Eenmaal is het gehalte aan PCB licht verhoogd.

De bodem is indicatief beoordeeld als ‘Altijd toepasbaar’. Het monster van de bodem van 2,0-3,5 m-mv bij de nieuw fietstunnel (D7MM3) is licht verontreinigd met minerale olie en PAK en voldoet indicatief aan klasse ‘Industrie’. In het mengmonster van het vermoedelijke oorspronkelijk maaiveld (monster IJdiep) zijn licht verhoogde gehalten aan PCB, minerale olie, kobalt en nikkel gemeten. Analyseresultaten overige deellocaties De kwaliteit van de bodem ter plaatse van de overige deellocaties is vergelijkbaar met de kwaliteit van de bodem ter plaatse van de wegbermen. Er zijn hooguit licht verhoogde gehalten gemeten. De interventiewaarde wordt nergens overschreden. Over het algemeen wordt voldaan aan de verwachtte bodemkwaliteit volgens de bodemkwaliteitskaart (AW2000). Plaatselijk is de bodemkwaliteit slechter, dit hangt over het algemeen samen met aangetroffen bijmengingen. Onderstaand is per deellocatie een beknopte beschrijving gegeven van de vastgestelde bodemkwaliteit. 

 

 

D1. Oksels westelijke op/afrit A73: plaatselijk is in de bovengrond een licht verhoogd gehalte aan PCB en PAK gemeten. Deze grond is beoordeel als klasse ‘Industrie’. De overige grond is niet verontreinigd (‘Altijd Toepasbaar’); D2. Nieuwe op/afrit tpv huidig weiland: in de analysemonsters zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde gemeten (‘Altijd Toepasbaar’); D3. Nieuwe op/afrit tpv huidige natuur: de grond is licht verontreinigd met kwik en plaatselijk tevens met lood, kobalt en cadmium. De grond voldoet indicatief aan ‘AW2000’ of klasse ‘Wonen’; D4. Nieuwe op/afrit tpv huidige groenstrook: in de bodem zijn licht verhoogd gehaltes aan PAK en kwik gemeten (‘Altijd Toepasbaar’); D5. Landbouwroute tpv gedeelte Baggerweg: in de bodem zijn licht verhoogde gehalten aan kwik en kobalt gemeten (‘Altijd Toepasbaar’).

Blad 15 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

 

D6. Terrein nieuwe fietslus: in de bodem zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie, PCB en PAK gemeten. De grond met de licht verhoogde gehalten aan minerale olie is indicatief beoordeeld als klasse ‘Industrie’; D7. Nieuwe fietstunnel: in de bodem zijn licht verhoogde gehalten aan minerale olie en PAK gemeten. Deze grond is beoordeeld als klasse ‘Industrie’. De uiterst puinhoudende laag van het puinpad (D7MM05 0,00-0,35 m-mv) voldoet indicatief als nietvormgegeven bouwstof. De analyseresultaten van de organische parameters zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarden voor niet-vormgegeven bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit (indicatief); D8. Gedeelte melkfabriek: de bodem onder de asfaltverharding van de voormalige melkfabriek is niet verontreinigd (‘Altijd Toepasbaar’); D9. Verdachte locatie tankstation: de bodem onder het trottoir langs het tankstation (1,5-2,0 m-mv) is niet verontreinigd (‘Altijd Toepasbaar’). Binnen de verwachtte ontgravingsdiepte zijn geen verhoogde gehalten aan minerale olie of vluchtige aromaten gemeten; D10. Inrit onderhoudspad waterschap: in de analysemonsters zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarde gemeten. De uiterst puinhoudende laag van het puinpad (D10MM04 0,00-0,20 m-mv) voldoet indicatief als niet-vormgegeven bouwstof.

De analyseresultaten van de organische parameters zijn getoetst aan de maximale samenstellingswaarden voor niet-vormgegeven bouwstof uit het Besluit bodemkwaliteit (indicatief).

Arseen Van de 61 uitgevoerde analyses op arseen wordt eenmaal de achtergrondwaarde overschreden. In monster LMM04 (veen: 0,5-1,5 m-mv) in de wegberm ter plaatse van het talud van het nieuwe fietspad overschrijdt het gehalte aan arseen de maximale waarde voor bodemfunctieklasse Wonen (gestandaardiseerd gehalte arseen: 30 mg/kg ds). Dit betekent dat de grond uitsluitend binnen hetzelfde werk en in dezelfde bodemlaag mag worden teruggebracht. Tenzij uit een uit te voeren bodemonderzoek conform de NEN 5740 op de toepassingslocatie blijkt dat het gehalte arseen hoger of gelijk is. In de overige monsters blijft het gehalte aan arseen beneden de achtergrondwaarde. De maximale waarde voor de bodemfunctieklasse AW2000 wordt niet overschreden. Dit betekent dat het gehalte aan arseen in de bodem geen beperking vormt voor hergebruik binnen het werk of daarbuiten. Conserveringstermijn Bij enkele grondmonsters is de conserveringstermijn overschreden. Gezien de ligging van de boorlocaties en de resultaten van de overige analysemonsters worden geen verontreinigingen van vluchtige componenten verwacht. Derhalve wordt niet verwacht dat het overschrijden van de conserveringstermijn consequenties heeft voor de analyseresultaten. De monsters zijn gekoeld opgeslagen. De genoemde afwijking wordt derhalve als een niet-kritieke afwijking beschouwd.

Blad 16 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

4.3

Analyseresultaten asbest wegbermen Een overzicht van de onderzochte asbestmonsters en het bijbehorende toetsingsresultaat is weergegeven in bijlage 12. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 14. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. Enkel de monsters waarin bijmengingen aan puin en/of baksteen zijn aangetroffen, zijn ingezet voor analyse op asbest. In de geanalyseerde grond- en puinmonsters is geen asbest aangetoond. Dit is met uitzondering van de bovengrond in de oostelijke berm van de westelijke op- / afrit van de A73. In de matig puinhoudende bovengrond van proefgat 906 (monster Jasb906 0,00-0,50 m-mv) is een gehalte aan 0,15 mg/kg ds aan asbest gemeten. In het proefgat is geen asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. De in het grondmonster gemeten gehalte is derhalve tevens het totaalgehalte. He aangetoonde gehalte aan asbest ligt ruim beneden de interventiewaarde. Het asbestverdacht materiaal dat tijdens het veldwerk op het maaiveld ter plaatse van asbestgat 228 (wegberm N270 zuid) is aangetroffen is geanalyseerd. Het betreft 2 stuks hechtgebonden plaatmateriaal. Gezien in het opgegraven materiaal van proefgat 228 geen asbestverdacht materiaal danwel puin is aangetroffen is deze grond niet geanalyseerd. Aangenomen wordt dat het een incidenteel stukje zwerfasbest betreft.

Doordat het materiaal ter analyse naar het laboratorium is gebracht, is deze reeds verwijderd.

4.4

Analyseresultaten asbest puinpaden overige deellocaties In het puinpad / inrit onderhoudspad waterschap is een gehalte aan 0,93 mg/kg ds aan asbest gemeten (D10asbMM1 0,00-0,20 m-mvs). In het proefgat is geen asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen. De in het puinmonsters gemeten gehalte is derhalve tevens het totaalgehalte. Het aangetoonde gehalte aan asbest ligt ruim beneden de interventiewaarde. In het puinpad ter plaatse van de nieuwe fietstunnel is geen asbest aangetoond (D7asbMM1 0,0-0,3 m-mv).

4.5

Analyseresultaten grondwater Een overzicht van onderzochte grondwatermonsters en de bijbehorende toetsingsresultaten is weergegeven in bijlage 8. De toetsingstabellen inclusief normering zijn opgenomen in bijlage 9 (toetsing Wet bodembescherming). De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 15. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. In het grondwater zijn geen tot licht verhoogde concentraties aan barium en plaatselijk nikkel gemeten. Verhoogde concentraties aan zware metalen worden binnen deze regio regelmatig aangetroffen. De interventiewaarde wordt nergens overschreden.

4.6

Analyseresultaten waterbodem Een overzicht van de onderzochte mengmonsters van de waterbodem / slib en de bijbehorende toetsingsresultaten is weergegeven in bijlage 10. De analyseresultaten van het

Blad 17 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

laboratoriumonderzoek zijn getoetst met behulp van BoToVa-gevalideerde software (Bodem Toets- en Validatie). Hierbij is gebruik gemaakt van de toetsmodule T1 (kwaliteit grond/bagger bij toepassing op landbodem) en T3 (kwaliteit bagger en ontvangende bodem bij toepassing in oppervlaktewater). De toetsingstabellen inclusief normering zijn opgenomen in bijlage 11. De analysecertificaten zijn toegevoegd in bijlage 16. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 1. De vaste waterbodems van de sloten langs het weiland naast het Swingerspad (WB11), het natuurgebied ten zuiden van dit weiland (WB12) en het natuurgebied langs de Baggerweg (WB13) voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Altijd Toepasbaar’ op zowel landbodem als in het oppervlaktewater. Het slib in de oksel van de op- / afrit van de A73 (WB15) voldoet aan Klasse A bij toepassing in oppervlaktewater en voldoet aan Klasse Industrie voor toepassing op landbodem. De vaste waterbodem met sporen baksteen van de sloot op het terrein van de nieuwe fietslus (WB16) voldoet aan Klasse A bij toepassing in oppervlaktewater en is op basis van het gehalte aan minerale olie niet toepasbaar op landbodem. De vaste waterbodem van de sloot ten westen van de op- / afrit van de A73 (WB14) voldoet aan Klasse B bij toepassing in oppervlaktewater en is op basis van het gehalte aan minerale olie niet toepasbaar op landbodem.

Per watergang zijn 10 steken in de waterbodem geplaatst. Gezien enige heterogeniteit in de waterbodems is waargenomen, was het niet altijd mogelijk om mengmonsters van 10 deelmonsters samen te stellen. Mengmonsters WB11, WB14 en WB16 bestaan daarom uit respectievelijk 8, 8 en 7 deelmonsters. Gezien het doel van het onderzoek ‘overige werkzaamheden’ worden de analyseresultaten als voldoende representatief beschouwd

4.7

Analyseresultaten asfalt De asfaltverharding op het terrein van de voormalige melkfabriek is onderzocht. Uit de constructieopbouw van de kernen 801 en 804 blijkt dat het asfalt een dikte heeft van circa 13 cm. De PAK-marker gaf voor beide kernen geen fluorescentie. Vervolgens zijn 2 asfaltanalyses (Dasf01 en Dasf02) uitgevoerd waaruit blijkt dat het gehele asfalt niet teerhoudend is.

4.8

Veiligheidsklassen De analyseresultaten van de grondmonsters zijn getoetst aan de CROW400. Gezien de gehalten aan zware metalen en PAK beneden de interventiewaarde blijven, kan worden aangenomen dat de 75% van Ernst Risico Waarde (SRC) niet wordt overschreden. Uitzondering hierop is boring F209 (0,00-0,20 m-mv) waar het gehalte aan PAK de interventiewaarde overschrijdt. Dit gehalte overschrijdt de 75% van Ernst Risico Waarde (SRC) niet. Enkel waar het gehalte aan kobalt de achtergrondwaarde of het gehalte aan lood de tussenwaarde overschrijdt is beoordeeld of deze in een hogere veiligheidsklassen vallen. Geconcludeerd kan worden dat de veiligheidsklasse rood of oranje is nergens van toepassing is. Aangezien geen matig verhoogde gehalten aan vluchtige stoffen zijn gemeten is de veiligheidsklasse ‘zwart’ niet aan de orde. Gezien in het grondwater geen matig of sterk verhoogde concentraties zijn gemeten is ook hier geen veiligheidsklasse rood of oranje van toepassing. De hoogste gemeten waarden in de waterbodem zijn ingevoerd in de online Kennisbank van de CROW. Hieruit volgt dat alle gehalten eveneens beneden de SRCwaarden voor klasse Oranje, Rood of Zwart blijven.

Blad 18 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Geconcludeerd kan worden dat voor de gehele onderzoekslocatie de basishygiëne geldt. De veiligheidsklassen (CROW 400) voor de grond en funderingen zijn per (meng)monster opgenomen in de tabel in bijlage 5. De in onderhavig rapport bepaalde veiligheidsklassen zijn voorlopige veiligheidsklassen. De aannemer dient de definitieve veiligheidsklassen vast te stellen.

Blad 19 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

5

Samenvatting en conclusies In opdracht van de provincie Limburg is door Antea Group in de periode maart – juni 2018 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied N270 Via Venray fase 1. Onderdeel van het verkennend bodemonderzoek is een verkennend waterbodemonderzoek en (indicatief) asbestonderzoek.

Aanleiding en doel De Provincie Limburg is voornemens de provinciale weg N270 Eindhoven – Well gelegen tussen km 38.3 en km 42.0 in de gemeente Venray her in te richten. Dit voornemen is echter in het huidige bestemmingsplan niet volledig toegestaan. Het plan bevindt zich in een oriënterende fase. Het verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd voor het verkrijgen van inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater en waterbodem) binnen het plangebied N270 Via Venray fase 1. Dit zowel in het kader van bestemmingsplanwijzigingen, de voorgenomen aankoop van perceeldelen, de geplande ontwikkelingen/herinrichting van het plangebied en het opstellen van een uitvoeringsraming. Tevens worden de hergebruiksmogelijkheden van de aanwezige/ vrijkomende grond (indicatief) en waterbodem bepaald en worden de resultaten van het onderzoek tevens gebruikt voor het bepalen van de veiligheidsklassen ten behoeve van de voorgenomen (graaf)werkzaamheden. Voor het verkrijgen van een beeld van de aan- of afwezigheid van asbest in de wegbermen is een indicatief asbestonderzoek uitgevoerd.

Grond wegbermen De grond van de wegbermen is over het algemeen niet verontreinigd tot licht verhoogd met minerale olie en PAK gemeten. Plaatselijk zijn ook licht verhoogde gehalten aan zware metalen (arseen, cadmium, lood, zink, molybdeen) en PCB gemeten. De bermengrond is over het algemeen indicatief beoordeeld als ‘Altijd toepasbaar’ / ‘AW2000’. Plaatselijk is sprake van klasse ‘Wonen’, klasse ‘Industrie’ of is de grond ‘Niet toepasbaar’. Daarmee voldoet de bodemkwaliteit over het algemeen aan de verwachtte bodemkwaliteit voor bermen (Industrie) volgens de bodemkwaliteitskaart. De hypothese ‘verdacht’ voor de wegbermen is gezien de licht verhoogde gehalten juist gebleken. Aandachtspunt boring 210 (wegberm landbouwweg zuid) In de toplaag met sporen asfalt ter plaatse van boring 210 (0,0-0,2 m-mv) is een sterk verhoogd gehalte aan PAK gemeten. De verontreiniging is zowel horizontaal als verticaal niet afgeperkt. De grond is op basis van het gehalte aan PAK niet toepasbaar. Mogelijk betreft het een kleine spot. Aanbevolen wordt om de verontreiniging verder af te perken.

Grond grondlichamen / diepere bodemlagen De opgebrachte grond / diepere bodemlagen zijn over het algemeen niet verontreinigd tot licht verhoogd met PCB, minerale olie, PAK, kobalt en nikkel. De grond voldoet indicatief aan klasse ‘Altijd toepasbaar’ of klasse ‘Industrie’.

Blad 20 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Grond overige deellocaties De kwaliteit van de bodem ter plaatse van de overige deellocaties is vergelijkbaar met de kwaliteit van de bodem ter plaatse van de wegbermen. Er zijn hooguit licht verhoogde gehalten aan PCB, PAK, minerale olie of zware metalen gemeten. De interventiewaarde wordt nergens overschreden. De grond voldoet indicatief aan klasse ‘Altijd toepasbaar’ of een enkele keer aan ‘Industrie’. Daarmee voldoet de bodemkwaliteit over het algemeen aan de verwachtte bodemkwaliteit (AW2000) volgens de bodemkwaliteitskaart, plaatselijk is deze slechter. De hypothese ‘onverdacht’ voor de deellocaties is niet overal bevestigd gezien plaatselijk licht verhoogde gehalten zijn gemeten. De onderzoekshypothese ‘onverdachte’ locatie dient foermeel op basis van de verkregen onderzoeksresultaten te worden verworpen. Echter zijn de licht verhoogde gehalten van die aard dat aanvullend onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.

Arseen Het plangebied ligt deels binnen gebied met een verhoogde kans op het aantreffen van (natuurlijk) verhoogde gehalten aan arseen in de bodem. Het gehalte aan arseen blijft overal beneden de maximale waarde voor klasse AW2000. Dit betekent dat het gehalte aan arseen in de bodem geen beperking vormt voor hergebruik binnen het werk of daarbuiten. Dit is met uitzondering van de veengrond (0,5-1,5 m-mv ) ter hoogte van boringen 1308 en 1309. in het talud van het nieuwe fietspad. Hier overschrijdt het gehalte aan arseen de maximale waarde voor bodemfunctieklasse Wonen. Dit betekent dat de grond uitsluitend binnen hetzelfde werk en in dezelfde bodemlaag mag worden teruggebracht. Tenzij uit een uit te voeren bodemonderzoek conform de NEN 5740 op de toepassingslocatie blijkt dat het gehalte arseen hoger of gelijk is.

Asbest wegbermen Ter plaatse van de wegbermen is indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. In de onderzochte grond- en puinmonsters is geen tot een verwaarloosbaar gehalte aan asbest gemeten. Gezien er geen volwaardig asbestonderzoek is uitgevoerd kan de hypothese ‘asbestverdacht’ op basis van de resultaten van dit onderzoek niet worden verworpen. Op het maaiveld ter plaatse van asbestgat 228 (wegberm N270 zuid) zijn 2 stukjes zwerfasbest aangetroffen. Doordat het materiaal ter analyse naar het laboratorium is gebracht, is deze reeds verwijderd. Verder is nergens zowel op het maaiveld als in de asbestgaten en boringen asbest waargenomen.

Asbest overige deellocaties Op basis van het vooronderzoek zijn de overige deellocaties niet verdacht ten aanzien van asbest. Gezien er tijdens het veldwerk geen bijmengingen met asbestverdacht materiaal of puin op of in de bodem zijn aangetroffen, blijven deze locaties asbestonverdacht. Asbestonderzoek is derhalve niet noodzakelijk. In het puinpad / inrit onderhoudspad waterschap (D10) is een gehalte aan 0,93 mg/kg ds aan asbest gemeten. In het puinpad ter plaatse van de nieuwe fietstunnel (D7) is geen asbest aangetoond. De resultaten zijn representatief voor het vaststellen van de asbesthoudendheid van

Blad 21 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

deze puinpaden. De locaties zijn voldoende onderzocht. De hypothese ‘verdacht’ voor de aanwezigheid van asbest kan worden verworpen.

Grondwater Het grondwater is afhankelijk van de maaiveldhoogte aangetroffen tussen de 0,3 á 3,3 m-mv. Dit komt overeen met een grondwaterstand van circa NAP + 19,7 á 22,9 m. In het grondwater zijn geen tot licht verhoogde concentraties aan barium en plaatselijk nikkel gemeten. Verhoogde concentraties aan zware metalen worden binnen deze regio regelmatig aangetroffen. De interventiewaarde wordt nergens overschreden. De hypothese ‘verdacht’ voor is gezien de licht verhoogde gehalten juist gebleken.

Waterbodem In het plangebied zijn 6 waterlopen gelegen die gedempt of vergraven worden. Alle onderzochte watergangen stonden ten tijde van het veldwerk droog. In navolgende tabel zijn de conclusies van het waterbodemonderzoek samengevat. De waterbodems zijn voldoende onderzocht. Tabel 5. Conclusie waterbodemonderzoek Locatie 11.Sloot langs weiland Lenssen 12. Sloot langs natuurgebied ten zuiden van weiland Lenssen 13. Sloot langs natuurgebied Baggerweg tpv nieuwe landbouwroute 14. Sloot ten westen van op- / afrit A73 15. Sloot in oksel op- / afrit A73

16. Sloot (secundaire waterloop) fietslus

Conclusie klasse ‘Altijd toepasbaar’ op zowel landbodem als in het oppervlaktewater

Klasse B voor toepassing in oppervlaktewater / Niet toepasbaar op landbodem Klasse A voor toepassing in oppervlaktewater / Klasse ‘Industrie’ voor toepassing op landbodem Klasse A voor toepassing in oppervlaktewater / Niet toepasbaar op landbodem

Asfalt De asfaltverharding ter plaatse van de voormalige melkfabriek is niet teerhoudend. Veiligheidsklassen Geconcludeerd kan worden dat voor de gehele onderzoekslocatie (grond, grondwater en waterbodem) de basishygiëne geldt. De in onderhavig rapport bepaalde veiligheidsklassen zijn voorlopige veiligheidsklassen. De aannemer dient de definitieve veiligheidsklassen vast te stellen.

Conclusies en aanbevelingen De grond en het grondwater ter plaatse van de wegbermen en de overige deellocaties zijn voldoende onderzocht. De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor de bestemmingsplanwijzing, aankoop of geplande graafwerkzaamheden. De gehanteerde onderzoeksstrategieën zijn doelmatig gebleken voor het vaststellen of op de locatie bodemverontreiniging aanwezig is. Derhalve wordt aanvullend onderzoek ter aanvulling van de onderzoeksstrategie niet noodzakelijk geacht.

Blad 22 van 23

Verkennend bodemonderzoek N270 Via Venray projectnummer 417318.13 25 juli 2018 revisie 01 Provincie Limburg - Provinciale Wegen

Uitzondering hierop is het sterk verhoogd gehalte aan PAK in boring 210 (0,0-0,2 m-mv). Hier dient vervolgonderzoek uitgevoerd te worden om uitsluitsel te geven over de mate en omvang van de verontreiniging en de aanwezigheid van risico’s. Het onderzoek van asbest in de bodem ter plaatse van de wegbermen is indicatief. Aanbevolen wordt in een later stadium alsnog asbestonderzoek conform de NEN 5707 danwel NEN 5897 uit te voeren. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek en de veldwaarnemingen blijven de overige deellocaties niet verdacht ten aanzien van asbest. Asbestonderzoek ter bevestigen van de onverdachtheid is niet noodzakelijk danwel verplicht. De inrit / onderhoudspad van het waterschap (D10) en het puinpad ter plaatse van de nieuwe fietstunnel (D7) zijn voldoende op asbest onderzocht. Het waterbodemonderzoek geeft voldoende informatie voor het dempen / vergraven van de onderzochte waterbodems. De resultaten kunnen tevens worden gebruikt bij hergebruik van de aanwezige/ vrijkomende waterbodem. Indien grond van de locatie wordt afgevoerd voor toepassing elders, volstaan de resultaten van het verrichte bodemonderzoek wellicht niet gezien er geen partijkeuring is uitgevoerd. Het voorliggend onderzoek doet derhalve geen definitieve uitspraak over de hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond of verhardingsmaterialen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10736260/1