CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

21 Vormvrije m.e.r Beoordelingsnotitie Wusterveld

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Verlenen van ontwerp verklaring van geen bedenkingen Zonnepark Wusterveld8.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Vormvrije m.e.r Beoordelingsnotitie Zonnepark Wüsterveld

Opdrachtgever: LC Energy Bronland 12 6708 WH Wageningen

Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl

Projectgegevens: Projectnummer: 201553 Datum: Maart 2021

© 2021 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt..

Inhoudsopgave 1

Inleiding...................................................................................................................................................... 5

1.1

Aanleiding ...............................................................................................................................................5

1.2

M.e.r.-beoordeling..................................................................................................................................6

1.3

Beschrijving projectgebied .....................................................................................................................7

1.4

Realisatie zonnepark.............................................................................................................................10

2

Het project ............................................................................................................................................... 20

2.1

Omvang van het project .......................................................................................................................20

2.2

Cumulatie met andere projecten .........................................................................................................20

2.3

Constructie ...........................................................................................................................................21

3

Milieu-Effecten......................................................................................................................................... 22

3.1

Aanleg- en ontmantelingsfase: hinder en veiligheid ............................................................................22

3.2

Veiligheid ..............................................................................................................................................22

3.3

Inpassing in het landschap....................................................................................................................23

3.4

Bodem ..................................................................................................................................................23

3.5

Archeologie ...........................................................................................................................................24

3.6

Cultuurhistorische waarden .................................................................................................................25

3.7

Natuur en emissie .................................................................................................................................25

3.8

Geluid ...................................................................................................................................................29

3.9

Gevolgen plan voor de waterhuishouding ...........................................................................................30

3.10

Luchtkwaliteit .......................................................................................................................................30

3.11

Lichtreflectie .........................................................................................................................................30

3.12

Elektromagnetische straling .................................................................................................................31

3.13

Warmteontwikkeling ............................................................................................................................31

4

Conclusie .................................................................................................................................................. 32

Bijlagen Zonnepark Wüsterveld Castenray, inrichtingsplan Zonnepark Wüsterveld, Landschappelijk inpassingsrapport, van Bosch & van Rijn (dit betreft een achtergrond document en is tevens gebruikt als bron voor de voorliggende Ruimtelijke Onderbouwing) Meetprotocol Bodem en biodiversiteit bij zonnepark Wüsterveld Quickscan Wet natuurbescherming, diverse agrarische percelen nabij Wusterweg (ong) te Castenray’

www.eelerwoude.nl

-

Stikstofberekening Zonneveld Wüsterveld’ Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek, Wusterweg te Castenray Akoestisch onderzoek: ‘Aspect reflectie geluid zonnepark’ Onderzoek ‘Schittering bij Zonnepark Wüsterveld’

www.eelerwoude.nl

1 Inleiding 1.1 Aanleiding LC Energy wil, in samenwerking met een grondeigenaar, een zonnepark realiseren in het buitengebied van de gemeente Venray, ten noorden van de kern Castenray. Het betreft een zonnepark waar duurzame energie wordt opgewekt. Het plangebied heeft een oppervlakte van bruto circa 9,1 hectare en is momenteel agrarisch in gebruik. Figuur 1 bevat een weergave van het projectgebied.

Figuur 1: Ligging en begrenzing projectgebied Zonnepark Wústerveld op topogrfische kaart

Na een periode van 25 jaar wordt het zonnepark ontmanteld en wordt de grond weer agrarisch gebruikt. Om dit plan verder te realiseren is een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderdeel van de procedure is het beoordelen van milieu-effecten in de vormvrije m.e.r. beoordelingsnotitie.

www.eelerwoude.nl

1.2 M.e.r.-beoordeling Het Besluit milieueffectrapportage geeft activiteiten en gevallen aan waarin een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Ook gelden er verplichtingen als een voorgenomen project valt onder de genoemde activiteiten, maar niet onder de drempelwaarden. Voor projecten of activiteiten die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: 1. belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r. beoordeling noodzakelijk; 2. belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije M.E.R.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. Het project maakt een functiewijziging naar een zonnepark mogelijk. De voorgenomen ontwikkeling is niet opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Het zonnepark betreft bijvoorbeeld geen landinrichtingsproject (D9).

De ontwikkeling van een zonnepark valt pas onder deze categorie als deze onderdeel uitmaakt van een groter landinrichtingsproject (het project dient een voldoende substantieel karakter te hebben). Ook valt het project niet onder categorie D22.1. Hiervan is sprake bij de oprichting, wijziging of uitbreiding van een industriële installatie bestemd voor de productie van elektriciteit, stoom en warm water. Het zonnepark wekt alleen energie op. Verder is categorie D11.2 niet van toepassing, aangezien het geen stedelijk ontwikkelingsproject betreft en het zonnepark een relatief beperkt oppervlak beslaat. Voor de volledigheid verwijzen wij ook naar de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 19 september 2018 en zaaknummer 18_689, waarin bevestigd wordt dat een vergelijkbaar project niet valt binnen de categorie D van het Besluit m.e.r. en er geen beoordeling nodig is. Deze uitspraak is op 14 augustus 2019 bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en na te zien onder het zaaknummer 2019:2770. Voor het voorgenomen plan is geen m.e.r.-beoordeling of vormvrije m.e.r. benodigd. Het zonnepark valt niet onder het Besluit milieueffectrapportage.

Aangezien het plan wel kenmerken vertoont van diverse beoordelingscategorieën zoals hiervoor omschreven, getuigt het van een goede en zorgvuldige ruimtelijke ordening en belangenafweging om voornoemde beoordeling van milieueffecten te doen. Hiertoe is deze vormvrije m.e.r. beoordeling wel opgesteld.

www.eelerwoude.nl

1.3 Beschrijving projectgebied 1.3.1 Huidige situatie projectgebied Het projectgebied is gelegen op ca. 300 meter ten noorden van de kern van Castenray. Het perceel is bereikbaar vanaf de Wusterweg aan de westkant van het gebied. Aan de oostzijde van het projectgebied loopt de snelweg A73, die een harde grenst vormt. Aan de noordzijde van het projectgebied ligt een agrarisch perceel. Het projectgebied wordt aan de zuidkant begrensd door een agrarische perceel, met direct daarachter een aantal woningen. Deze woningen liggen op ca. 250 tot 300 meter afstand van het projectgebied. Andere omwonenden bevinden zich op een grotere afstand, ten oosten en zuidwesten van het projectgebied. Het landschap rondom het projectgebied wordt gekenmerkt door dynamische maar vrij hoekige kavelstructuren en verschillende open en meer besloten gebieden. De wegen kennen ook een dynamische loop door het gebied. Beplanting bestaat veelal uit dichte beboste gebieden en laanstructuren. Vanuit Castenray lopen er een aantal duidelijk lintbebouwing structuren, waarvan er één aan de zuidkant van het projectgebied ligt. Er zijn enkele grote stallen en loodsen prominent aanwezig in dit gebied. Met name aan de andere zijde van de snelweg, ten oosten van het projectgebied, zijn een aantal van deze gebouwen gesitueerd. Figuur 2 betreft een landschappelijke analysekaart van het projectgebied.

Figuur 3 bevat bijbehorende foto’s.

Figuur 2: Landschappelijke analysekaart van het projectgebied.

www.eelerwoude.nl

Figuur 3: Foto’s van het projectgebied (zie figuur 2 voor de posities van waaruit de foto’s zijn genomen).

1.3.2 Ontstaan van het projectgebied Op historische kaarten is te zien hoe het landschap zich heeft ontwikkeld tot het huidige landschap. In figuur 4 zijn historische kaarten opgenomen van circa 1895, van circa 1940 en van circa 1980. Op de kaarten is te zien dat de dynamische, maar vrij hoekige kavelstructuren en verschillende open en meer besloten gebieden, er al rond 1895 waren. De kavelgrootte is iets kleiner geworden door nieuwe ontginningen, maar over het algemeen niet significant veranderd. Op en/of rondom het projectgebied was een perceel met opgaande beplanting aanwezig. De wegen kenden rond 1900 ook al een wat dynamische loop door het gebied en vooral de ligging van de hoofdwegen is niet veel veranderd. De belangrijke bebouwingslint aan de zuidzijde van het projectgebied is goed zichtbaar. De snelweg is rond 1980 zichtbaar als een nieuwe harde structuur in het landschap.

www.eelerwoude.nl

Figuur 4: Historische kaarten projectgebied en omgeving (door middel van het rode rondje op de kaarten is de ligging van het projectgebied indicatief aangeduid. Bron: https://www.topotijdreis.nl, en zoals opgenomen het rapport ‘Zonnepark Wüsterveld, landschappelijk inpassingsrapport’ van Bosch & van Rijn.

www.eelerwoude.nl

1.4 Realisatie zonnepark 1.4.1 Initiatief voor een zonnepark LC Energy wil, in samenwerking met een grondeigenaar, een zonnepark realiseren in het buitengebied van de gemeente Venray, ten noorden van de kern Castenray. Het betreft een zonnepark waar duurzame energie wordt opgewekt. Het plangebied heeft een oppervlakte van bruto circa 9,1 hectare.

1.4.2 De locatiekeuze De locatiekeuze voor het zonnepark is zorgvuldig tot stand gekomen. Het zonnepark kan hier worden aangesloten op het elektriciteitsnet, de gronden zijn beschikbaar, de gronden zijn niet geschikt in de bedrijfsvoering van de aspergeteler (grondeigenaar), het zonneveld is hier landschappelijk goed inpasbaar binnen de aanwezige landschapsstructuren en langs de snelweg, en op deze gronden kan de opwekking van duurzame energie samengaan met andere functies (meervoudig ruimtegebruik).

1.4.3 Technische gegevens zonnepark Het projectgebied voor de ontwikkeling van het zonnepark is circa 9,1 hectare groot. Naast het opwekken van duurzame energie, wordt deze oppervlakte gebruikt voor landschappelijke inpassing en natuurlijke inrichting. Ook vindt er in een klein deel van het projectgebied aspergeteelt plaats. Het zonnepark zelf bestaat uit meerdere elementen. Een ontsluitingsweg, een inkoopstation (onderstation), transformatoren, omvormers, stellages met panelen, kabels- en leidingen, hekwerk en beveiligingscamera’s. Ook dient het zonnepark aangesloten te worden op het elektriciteitsnet. Netaansluiting De netsituatie rondom elektriciteit-station Venray laat het op dit moment niet meer toe om nieuwe duurzame energieprojecten aan te sluiten. Er is sprake van ‘structurele congestie’. Zonnepark Wüsterveld heeft wel de zekerheid van een netaansluiting bij netbeheerder Enexis. Het gaat om een netaansluiting van 6MVA aansluitingen transportcapaciteit. De netaansluiting kan halverwege 2022 worden gerealiseerd. Daarmee kan dit project op korte termijn een bijdrage leveren aan de klimaatdoelstelling van de gemeente. Zonnepanelenveld Voor het zonnepark wordt gebruik gemaakt van één type donkerblauwe óf zwarte zonnepanelen. Deze worden in zuid-opstelling op metalen stellages geplaatst. De panelen krijgen een coating om reflectie tegen te gaan.

De zonnepanelen komen te staan in rechte lijnen en worden aan de randen van het park uitgelijnd voor een zo rustig mogelijk beeld. De zuidoriëntatie (met een lichte aanpassing qua oriëntatie) sluit aan op de kavelstructuur, en geeft een rustig landschappelijk beeld. De schaduwwerking van zuidgerichte panelen is tevens beter voor de bodemkundige waarde en biodiversiteit dan bijvoorbeeld oostwest-gerichte panelen. In totaal worden er 4,9 hectare aan zonnepanelen (glas) gerealiseerd. De bifacial panelen hebben een transparante glazen plaat als achterkant, in plaats van niet-transparant plastic. Hierdoor schijnt/weerkaatst er ook licht op die achterkant waardoor dat stroom opwekt en zo komt er tevens meer licht op de ondergrond wat beter is voor de plantengroei en daarmee de bodem/biodiversiteit. Afhankelijk van het type paneel kan dit percentage meer of minder zijn. Daarnaast wordt bij tweezijdige panelen relatief gezien de afstand tussen de rijen groter gehouden om het albedo-effect (weerkaatsing) van de ondergrond beter te kunnen benutten.

www.eelerwoude.nl

Figuur 5: Technische overzichtstekening.

Tussen de rijen stellages is hier in het projectgebied 2,5 meter ruimte voor regulier onderhoud en beheer, in combinatie met een natuurlijke ondergrond van kruiden- en faunarijk grasland. De panelen liggen met 5 panelen per tafel op 10˚. De hoogte van de panelen bedraagt 1,73 meter wat lager is dan ooghoogte, in combinatie met de lagere ligging van het projectgebied, waardoor de openheid behouden blijft. De onderkant van de stellages ligt op 0,65 meter boven maaiveld. Er kommen twee proefopstellingen met panelen van 2,5 meter hoogte aan de noordzijde (zie inrichtingsplan). Door de nieuwe landschapselementen wordt het zicht op de panelen vanuit de omgeving gefilterd.

www.eelerwoude.nl

Figuur 6: Technische dwarsdoorsnede stellage (tafels) met panelen op 1,73 meter hoogte en beheerpad van 2,5 meter breed.

Technische installaties De opgewekte stroom wordt vanaf de zonnepanelen getransporteerd naar omvormers, gemonteerd op stellages onder de panelen. Vanaf de omvormers wordt de stroom getransporteerd naar de 4 transformatorstations die zijn opgenomen in het grid van de rijen stellages. Vanaf de hier wordt de stroom naar het inkoopstation (onderstation) getransporteerd buiten het hekwerk. Dit inkoopstation heeft een hoogte van maximaal 3,6 meter hoog. De transformatorstation hebben een maximale hoogte van 3 meter vanaf het maaiveld. Ze staan op ruime afstand (minimaal 50 meter) van de omliggende woningen. Daarnaast wordt op het terrein één zeecontainer (20 feet) bij de transformatoren en toegangspoort geplaatst voor opslag van reserveonderdelen. Bij en buiten de toegangspoort worden twee parkeerplekken ingericht (grasbeton) voor onderhoudsvoertuigen. De bouwwerken en parkeerplekken worden evenals de panelen en onderhoudspaden met het aflopen van de vergunning verwijderd.

Figuur 7: Referentiebeeld transformatorstation.

Hekwerk en camera’s Voor het noodzakelijke hekwerk (noodzakelijk voor de verzekering en veiligheid) is een transparante en natuurlijke uitstraling wenselijk. Er wordt een hekwerk (ongeveer 1.300 meter lengte) om de installaties toegepast van 2 meter hoogte met houten palen, zodat het landschappelijk karakter behouden blijft. Het hekwerk heeft een grove maas, heeft houten palen en is daarmee transparant te noemen. Alle nieuwe landschapselementen en beplanting bevinden zich buiten dit hekwerk. De camera’s worden op verlengde palen van het hekwerk geplaatst waardoor een eenduidig en helder beeld ontstaat. Kleine zoogdieren zoals de bunzing, egel en haas en amfibieën kunnen het hekwerk passeren doordat het gaas minimaal 10 centimeter boven

www.eelerwoude.nl

maaiveld wordt geplaatst. Het hekwerk wordt evenals de panelen en overige installaties met het aflopen van de vergunning verwijderd. Ontsluiting voor beheer en onderhoud Het projectgebied wordt via de verharding van de nieuw te realiseren varkensstal, aan de westzijde van het projectgebied, met een nieuw onderhoudspad ontsloten op de Wusterweg. Dit onderhoudspad naar het inkoopstation (buiten hekwerk) en transformatoren is groen doorlatend (grasbeton) en 4,5 meter breed. De beheerpaden (2,5 meter breedte) tussen de stellages worden niet verhard maar kruiden- en faunarijk grasland. Er zal geen verlichting worden toegepast in en om het zonnepark. Kleurgebruik De kasten, elementen en gebouwen op het terrein krijgen een ‘gedekte’, ‘verzadigde’ kleur. Ze voegen zich in het landschap en stralen kwaliteit uit. Er wordt een grijstint toegepast. Zowel de kwartsgrijze tint (RAL 7039) als de blauwgrijs (RAL 7031) zijn kleuren die zich goed voegen in het landschap en ook kwaliteit en een zekere rust uitstralen. De RAL 7031 heeft een menging met blauw, oogt wat killer. De RAL 7039 heeft een menging met bruin, is wat ‘warmer’ en heeft de voorkeur. Benodigde overige elementen zoals beveiligingscamera’s worden meegespoten in dezelfde kleur.

1.4.4 Combinatie met biodiversiteit (natuur-inclusief) Met het voorliggende plan wordt, naast het opwekken van duurzame energie, ingezet op het versterken van de biodiversiteit (natuur-inclusief). Het zonnepark gaat een significante en blijvende meerwaarde betekenen voor de biodiversiteit. De samenwerking met de Stichting Het Levend Archief speelt hierin een belangrijke rol. De biodiversiteit in Nederland staat meer dan ooit tevoren onder druk. Grootschalige insectensterfte, gebruik van gifstoffen, meststoffen en de effecten van klimaatverandering leiden tot een toenemende zorg voor het behoud van de groene waarden om ons heen. De landbouw zal ingrijpend moeten veranderen en de overtuiging groeit dat we toe moeten naar een natuurinclusieve samenleving. Het schrikbeeld van een dode lente zonder het gezoem van bijen en de zang van vogels willen we inruilen voor een wereld waarin volop valt te genieten en te beleven, met een vanzelfsprekende rijkdom aan wilde planten en bloemen. In dit verband is bij een groot aantal mensen en organisaties het plan gerezen om te komen tot een ambitieus programma dat op beide zaken inspeelt: het behoud van onze biodiversiteit en de vernieuwde belangstelling bij een breed publiek voor natuur in het algemeen en planten in het bijzonder.

Planten staan aan de basis van ecosystemen en veel van hun functies, of het nu gaat om voedsel, bouwmaterialen, veiligheid of simpelweg beleving en inspiratie, zijn erg belangrijk voor ons. Hiertoe is een programma opgezet welke wordt aangestuurd door de Stichting Het Levend Archief. Doel van de stichting is het opzetten van een zadencollectie om de genetische diversiteit van wilde planten veilig te stellen. Dit wordt bewerkstelligd door zaden te verzamelen van alle inheemse plantensoorten, te beginnen met de meest bedreigde soorten, en deze op te slaan in de Nationale Zadencollectie. Wanneer een soort achteruit dreigt te gaan kunnen de zaden uit de Nationale Zadencollectie worden gebruikt voor populatieherstel. Zo kunnen kleine populaties worden versterkt met genetisch materiaal dat eerder is verzameld in dezelfde populatie of in de regio. In samenwerking met de Stichting Het Levend Archief en andere stakeholders wordt de bodem van Zonnepark Wüsterveld (o.a. de beheerpaden) ingezaaid met inheems zaad (kruiden- en faunarijk mengsel). Er worden bifacial (semitransparante) zonnepanelen toegepast. De bifacial panelen hebben een transparante glazen plaat als achterkant, in plaats van niet-transparant plastic. Hierdoor schijnt/weerkaatst er ook licht op die

www.eelerwoude.nl

achterkant waardoor dat stroom opwekt en zo komt er tevens meer licht op de ondergrond wat beter is voor de plantengroei en daarmee de bodem/biodiversiteit. Zonnepark Wüsterveld wordt in de aanleg- en beheerfase actief gemonitord op bodemgesteldheid en biodiversiteit. Hiertoe is een meetprotocol opgesteld. Dit ‘Meetprotocol Bodem en biodiversiteit bij zonnepark Wüsterveld’ is als separate bijlage bijgevoegd.

1.4.5 Combinatie met Aspergeteelt Aanleiding Het aantal zonneparken in Nederland neemt snel toe. Hoewel er brede consensus is dat dubbel ruimtegebruik wenselijk is, gebeurd dit maar zeer beperkt en op kleine schaal. Er is behoefte naar meer onderzoek over de effecten van dubbel gebruik. Daarnaast vereist dubbel ruimte gebruik het ineenschuiven van 2 sectoren, die nog niet eerder met elkaar hebben samengewerkt. In Zonnepark Castenray gaat LC Energy, in samenwerking met Aspergeboerderij Friesen, de opwekking van duurzame energie gedeeltelijk combineren met aspergeteelt. Een dergelijke combinatie is uniek, en niet eerder beproefd. Om die reden heeft dit zonnepark een experimenteel karakter, dat het innovatieve karakter van het Wüsterveld (het gebied ten noorden van Castenray) versterkt. Doel Het doel is het integreren van de opwekking van duurzame energie met zonnepanelen, gecombineerd met aspergeteelt, waarbij er gestreefd wordt naar meerwaarde. Hiermee wordt gezocht naar voordelen op alle vlakken: people, planet en profit. Dit bestaat uit: vroegere oogst (profit), duurzamere teelt (planet) en lagere ziekte druk (planet/ profit). • Produceren van duurzame zonne-energie én voedselgewassen (asperges) op een en dezelfde oppervlakte waardoor er sprake is van een multifunctioneel gebruik.

• Innoveren door toepassing bifaciale (semitransparante) zonnepanelen-opstelling en teelttechnieken (biologische aspergeteelt). • Verbeteren van de bodemkwaliteit, koolstofvastlegging in de bodem en biodiversiteit tijdens de aanleg en exploitatie van het zonnepark. Omschrijving belangrijkste kenmerken • Toepassen van zonnepanelen (bifacials/ semitransparante panelen) in zuid-opstelling. • Aspergeteelt in het tussenpad van het zonnepark en onder de hoge zijde van de ‘tafel’. • Duurzame verwarming voor teeltvervroeging van een paar weken. Dit kan elektrisch of thermische warmte. Teeltvervroeging heeft als bijvangst dat het loof eerder opkomt en er dus een langere herstelperiode is voor de aspergeplant. • Wateropvang van paneeloppervlak en irrigatie via druppelslangen

www.eelerwoude.nl

Figuur 8: Visualisatie aspergeteelt in combinatie met zonnepanelen.

Resultaat • Biologische aspergeteelt. Biologische bestrijding van ziektes via natuurlijke beplanting in strokenteelt. En verminderde gevoeligheid door droog houden van het loof • Uniek innovatief agrifood-duurzaam energie project langs de A73. Uniek vanwege de innovatieve paneel-frame-teeltcombinaties. En uniek vanwege de innovatieve manier van ontwerpen, vanuit een optimaal microklimaat, agrarische handelingen en duurzame teelt en bodembeheer.Vergroting robuustheid van aspergeteelt tegen klimaatverandering: irrigatie, beschermde teelt (verminderen zonnebrand en hittestress bij droogte en hoge temperaturen). • Inzicht in duurzame vervroegingstechniek middels actief verwarmen van teelt op basis van de opgewekte energie. Praktijkvoorbeeld hoe de energietransitie kan bijdragen aan verduurzaming van de landbouw unieke combinatie duurzame landbouw-biodiversiteit en zonne-energie.

1.4.6 Inrichtingsplan zonnepark Ten behoeve van het plan is een inrichtings- en beheerplan opgesteld, welk separaat is bijgevoegd (‘Zonnepark Wüsterveld Castenray, inrichtingsplan’). In deze paragraaf wordt het inrichtingsplan beknopt weergegeven. Een belangrijk uitgangspunt bij de inrichting van het zonnepark is dat het bestaande landschap wordt gerespecteerd en waar mogelijk versterkt. De tijdelijke invulling met panelen zal een bijdrage leveren aan het gebied als geheel. Nieuwe landschapselementen in combinatie met het zonnepark geven het gebied een meerwaarde voor landschap, natuur en cultuurhistorie. Dit betekent dat er rekening wordt gehouden met bestaande kavelgrenzen, omliggende beplanting en cultuurhistorische lijnen in het landschap.

www.eelerwoude.nl

Op niveau landschap: versterken landschapsstructuur Technische randvoorwaarden en elementen bepalen deels de uitstraling, inrichting en oriëntatie van het zonnepark. De landschappelijke inrichting gaat uit van landschapspecifieke kenmerken en het versterken van de groene dooradering. De nieuwe landschapselementen dragen bij aan de landschappelijke inrichting binnen de kaders van de mozaïekverkaveling in de omgeving. De beplanting rondom de zonnepanelen blijft laag om de openheid deels te behouden, maar ook historische afwisseling (open- en geslotenheid) terug te brengen. Als het zonnepark met haar technische elementen wordt opgeruimd aan het einde van de levensduur, blijft de landschapsstructuur behouden als onderdeel van het buitengebied en de omgeving. De gronden waar de zonnepanelen en beheerpaden op staan worden dan weer in gebruik genomen voor landbouw. Op niveau landschap: investeren in natuurwaarden De ontwikkeling geeft aanleiding om natuurwaarden te versterken. 25% van het projectgebied blijft vrij van zonnepanelen en grijze elementen, vanaf bovenaf gezien (conform ‘Gedragscode Zon op land’). De toepassing van nieuwe beplanting gebeurd met inheems plantsortiment behorende bij de bodemeenheid. Ook een optimale inrichting en beheer van de gronden draagt bij aan toename in diversiteit in flora- en faunasoorten.

Het zonnepark is onderdeel van de omgeving en daarom ook toegankelijk voor klein wild. De landschapselementen vormen nieuw leefgebied voor soorten en bieden een meerwaarde ten opzichte van het huidige agrarische gebruik, met gebruik van bestrijdingsmiddelen en bemesting.

Figuur 9: Overzichtstekening inrichtingsplan. Een goed leesbare versie is opgenomen in het separaat bijgevoegde inrichtingsplan: Zonnepark Wüsterveld Castenray, inrichtingsplan’. Ook is de innovatieve varkensstal opgenomen. Deze stal maakt geen onderdeel uit van het plan, maar is landschappelijk wel van invloed.

www.eelerwoude.nl

Op niveau kavel: directe omgeving Landschappelijke haag zuidzijde Het zonnepark wordt in de aanwezige kavelstructuur gevoegd en herstelt een historische kavelstructuur. Dit wordt gedaan door nieuwe hagen toe te voegen om het zonnepark. Hiermee wordt het park voor automobilisten en omwonenden deels aan het zicht onttrokken en de groenstructuur versterkt zonder de openheid te niet te doen. Allereerst wordt er aan de zuidzijde van het projectgebied een landschappelijke haag aangeplant van 5 m breedte op de locatie van een steilrand met microreliëf (zie figuur 11). Hiermee wordt de kavelstructuur geaccentueerd en de cultuurhistorie van deze plek herkenbaar en beleefbaar. De agrarische functie en ontstaansgeschiedenis van de plek met reliëf wordt herkenbaar en beleefbaar op een gebiedseigen manier. De struweelbeplanting blijft laag (maximaal 4 m hoogte) zodat het doorzicht naar de kerk (Pastoor Gerardsstraat – Oirlo, in Castenray) behouden blijft.

Figuur 10: Referentiebeeld toe te passen lage landschappelijke haag aan zuidzijde projectgebied.

Randzone oostzijde A73 Aan de oostzijde van het zonnepark, langs de A73 en bij het proefveld met aspergeteelt, wordt ruimte vrijgehouden voor een landschappelijke inrichting met ecologische meerwaarde. De halfopen zone (tevens laagste deel van het projectgebied) biedt deels visuele afscherming van de rafelrand van het zonnepark vanuit de snelweg en de Wusterweg en zicht op het proefveld met asperges (zie figuur 12). De groene zone wordt ingericht met pluksgewijs groepen struweel en kruiden- en faunarijk grasland waardoor het zicht op de kerktoren vanuit de verdere omgeving behouden blijft. Op deze manier wordt tevens voldaan aan de eis van Rijkswaterstaat om 34 meter vanaf de buitenste kantstreep van de snelweg bebouwingsvrij te laten.

www.eelerwoude.nl

Figuur 11: Referentiebeeld half-open groenzone langs snelweg en aan westzijde met struweel en grasland.

Bomenrij Aan de noordzijde en aan de westzijde van het zonnepark komt een bomenrij als groene rand. Door veldesdoorn toe te passen en door middel van een ruime plantafstand (10 meter hart op hart) worden de achterkant van de panelen en de varkensstal deels uit het zicht genomen en blijft het zicht op de kerk behouden. De rijen komen op de perceelsgrens te staan waardoor het karakteristieke kavelpatroon wordt benadrukt. De bomen staan buiten het hekwerk in een strook van 5 meter breedte met kruiden- en faunarijk grasland. Kruiden- en faunarijk grasland Tussen, onder en om de panelen (beheerpaden) wordt kruiden- en faunarijk grasland gerealiseerd. Doordat wordt gestopt met reguliere bemesting is een kruidenrijke begroeiing kansrijker. Door alle gronden (zonder verharding, asperges of bouwwerken) binnen én buiten het hekwerk met kruidenrijk mengsel in te zaaien, zal het projectgebied meer ecologische meerwaarde krijgen voor flora en fauna. Op deze manier wordt de omgeving vergroend en kan de bodem zich herstellen. Beplantings- en beheerplan Ten behoeve van het plan is een concreet beplantings- en beheerplan opgesteld. Hiervoor wordt verwezen naar het separaat bijgevoegde inrichtingsplan (‘Zonnepark Wüsterveld Castenray, inrichtingsplan’).

Groeninrichting als impuls Samenvattend bestaat de ontwikkeling uit 9,1 ha projectgebied met daarbinnen: • 1 ha groen buiten hekwerk: aanleg landschapselementen (zones met grasland met daarin hagen, heesters en 32 bomen). • 8 ha ruimte binnen het hekwerk. • 4,9 ha zonnepanelen op stellages (bovenaanzicht glas): eronder kruiden- en faunarijk grasland. • 2,7 ha kruiden- en faunarijk grasland tussen en om panelen binnen het hekwerk. • 2.650 m² halfverharding grasbeton: onderhoudspad, 2x parkeren, rondom trafo’s en inkoopstation. • 115 m² nieuwe bouwwerken: 4x trafo’s, 1x inkoopstation, 2x inkoopstations en 1x opslagcontainer. • 1.300 m1 nieuw hekwerk: 2 meter hoogte. Als de vergunning afloopt en/of de technische elementen technisch/economisch worden afgeschreven worden de gronden weer in agrarisch gebruik genomen. Het zonnepark wordt dan ontmanteld.

www.eelerwoude.nl

1.4.7 Bouw De bouw van het project zal waar mogelijk gedaan worden met lokale partijen. De start van de bouw is afhankelijk van de vergunningen. Het leggen van de panelen en plaatsen van de omvormers zal enkele maanden in beslag nemen. Om het park aan te sluiten op net zullen de nodige aanpassingen moeten worden gedaan, deze werkzaamheden kunnen 0,5 á 1 jaar in beslag nemen.

1.4.8 Operationeel Zodra het zonnepark gerealiseerd is zal het beheerd gaan worden. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het onderhoud van de systemen, maar ook het monitoren van het zonnepark, het beheer van de landschapselementen, oogsten van asperges en diverse administratieve werkzaamheden.

1.4.9 Looptijd De looptijd van het zonnepark betreft 25 jaar. Hierna wordt het zonnepark ontmanteld.

www.eelerwoude.nl

2 Het project 2.1 Omvang van het project Het projectgebied is bruto circa 9,1 hectare groot. De stellages met zonnepanelen staan in rijen en worden in lijn met de kavelstructuur georiënteerd. De opstelling krijgt een hoogte van 1,73 meter ten opzichte van het maaiveld. De nokken van de panelen (van dezelfde hoogte) worden, per rij, op dezelfde NAP hoogte geplaatst waardoor de panelen als één element in het veld liggen en een rustiger beeld ontstaat. Door toepassing van multifunctioneel ruimtegebruik van panelen boven asperges en een proefopstelling zijn twee stellages in de noordpunt van het projectgebied 2,2 en 2,5 meter hoog, wat ook afwijkt van de gestelde maximumhoogte maar noodzakelijk is voor de aspergeteelt. Tussen de panelenrijen liggen beheerpaden van 2,5 meter breed. Deze paden zijn onverhard en de vegetatie betreft een kruidenrijke grasvegetatie. De panelen worden geplaatst op tafels welke worden gedragen door palen die in de grond worden getrild. Tussen de rijen panelen is het licht genoeg voor bloem- en kruidenrijk grasland, wat voor diverse insecten en vogels in dit gebied een meerwaarde is. Om dit extra te bevorderen worden bifaciale zonnepanelen gebruikt (semitransparant). Op het zonnepark komen kleinere gebouwtjes (zoals transformatorstations) ten behoeve van het zonnepark en opslag van reserve-onderdelen. Rond het zonnepark komt een hekwerk van 2 meter hoog.

Samenvattend bestaat de ontwikkeling uit 9,1 ha projectgebied met daarbinnen: • 1 ha groen buiten hekwerk: aanleg landschapselementen (zones met grasland met daarin hagen, heesters en 32 bomen). • 8 ha ruimte binnen het hekwerk. • 4,9 ha zonnepanelen op stellages (bovenaanzicht glas): eronder kruiden- en faunarijk grasland. • 2,7 ha kruiden- en faunarijk grasland tussen en om panelen binnen het hekwerk. • 2.650 m² halfverharding grasbeton: onderhoudspad, 2x parkeren, rondom trafo’s en inkoopstation. • 115 m² nieuwe bouwwerken: 4x trafo’s, 1x inkoopstation, 2x inkoopstations en 1x opslagcontainer. • 1.300 m1 nieuw hekwerk: 2 meter hoogte. Als de vergunning afloopt en/of de technische elementen technisch/economisch worden afgeschreven worden de gronden weer in agrarisch gebruik genomen. Het zonnepark wordt dan ontmanteld.

2.2 Cumulatie met andere projecten Het project wordt zelfstandig uitgevoerd en zal zelfstandig draaien. Er zijn geen milieu-effecten welke, al dan niet cumulatief met andere projecten in de nabijheid, leiden tot een verslechtering van het milieu. Door het duurzame opwekken van energie zal het cumulatief juist bij kunnen dragen aan een beter milieu. Aan de westzijde van het projectgebied wordt wel een innovatieve varkensstal gerealiseerd. Hiermee is rekening gehouden bij het opgestelde inrichtingsplan. Zonnepark Wüsterveld gaat ook gebruik maken van dezelfde ontsluiting naar de Wusterweg.

www.eelerwoude.nl

2.3 Constructie In paragraaf 2.1 is aangegeven hoe de zonnepanelen geplaatst worden. De tafels met zonnepanelen worden gedeeltelijk geplaatst op palen, die tot ongeveer 1,6 m –Mv de grond in gaan. Bij beëindiging van het park kan dit relatief eenvoudig worden weggenomen. Bij het bouwen/monteren van het project zullen afvalstoffen ontstaan. Dit zijn losse materialen welke afgevoerd kunnen en zullen worden. Dit zal geen grootschalig nadelig effect sorteren op het beperkt aanwezig bodemleven.

www.eelerwoude.nl

3 Milieu-Effecten 3.1 Aanleg- en ontmantelingsfase: hinder en veiligheid Gedurende de aanlegwerkzaamheden, en tijdens de ontmanteling, zullen er kortstondig tijdelijke effecten kunnen optreden door bijvoorbeeld graafwerkzaamheden, bouwwerkzaamheden, beplantingswerkzaamheden tijdelijk afgesloten c.q. geblokkeerde wegen etc. Deze werkzaamheden kunnen tevens kortstondig tot hinder voor nabijgelegen woningen leiden door geluid en verkeersbewegingen. Bij het bouwen/monteren van het project zullen afvalstoffen ontstaan. Dit zijn losse materialen welke afgevoerd kunnen en zullen worden. Dit zal geen grootschalig nadelig effect sorteren op het beperkt aanwezig bodemleven. Er zijn bij het creëren van dergelijke projecten altijd risico’s. Deze hinder wordt hier ingeschat als minimaal, gezien de zeer beperkte bevolkingsdichtheid van het gebied. Wanneer het zonnepark gerealiseerd is kan er gedurende een eerste periode van ca. twee jaar wat hinder worden ervaren vanwege de uitstraling van het zonnepark. Dit omdat de landschappelijke inpassingsmaatregelen nog niet volgroeid zijn. Dit betreft een persoonsafhankelijke perceptie en zal met de tijd verdwijnen doordat de begroeiing verder zal groeien. Bij de realisatie van een zonnepark bestaan er risico’s op ongevallen tijdens de bouwwerkzaamheden. Dit risico is min of meer gelijk aan andere bouwwerkzaamheden van bijvoorbeeld woningen.

Het risico is wellicht wat kleiner omdat de materialen en constructie beperkt is in aard en omvang. Met betrekking tot de aansluiting is het wellicht wat groter omdat er gewerkt wordt met hoge voltages. De vigerende veiligheidsvoorschriften zullen daarin dan ook strikt gevolgd moeten worden. Tevens zullen voorzorgmaatregelen genomen worden ten aanzien van het onmogelijk maken van toetreding tot de bouwplaats. Er worden geen gevaarlijke stoffen gebruikt of verwerkt. De panelen zelf zullen kant-en-klaar aangeleverd worden waardoor, afgezien van montage, geen verdere verwerking nodig is.

3.2 Veiligheid Een zonnepark is geen gevoelig object of een inrichting die formeel een veiligheidscontour kent. Wel betreft een zonnepark een inrichting dat energie in de vorm van elektriciteit opwekt en op het elektriciteitsnet levert. Om de veiligheid te waarborgen komt er een (transparant) hek rondom het zonnepark. Dit hekwerk is 2 meter hoog en staat op ruime afstand van de zonnepanelen waardoor personen niet bij de zonnepanelen kunnen. Daarnaast wordt het zonnepark niet openbaar toegankelijk. Het zonnepark kan enkel middels een afgesloten poort worden betreden ten behoeve van regulier beheer en onderhoud. Daarnaast wordt het zonnepark geaard en worden elektriciteitskabels ondergronds aangelegd. In het plan voor Zonnepark Wüsterveld zijn maatregelen opgenomen betreffende de brandveiligheid. Hierbij is gebruik gemaakt van de ontwerpuitgangspunten voor zonnepaneelvelden die de Veiligheidsregio Limburg-Noord hanteert. De risico-reducerende maatregelen zijn bedoeld om de kans op een incident te verlagen en de gevolgen

www.eelerwoude.nl

van een incident te verkleinen. Deze maatregelen met een ruimtelijk impact zijn integraal verwerkt in dit plan (zoals in het inrichtingsplan en in de technische tekeningen): • Clustering transformatoren in verband met bereikbaarheid voor brandweer. • Realisatie grondwaterput voor bluswatervoorziening minimaal 60 m³/uur op maximaal 75 meter afstand van de systemen, zoals transformatoren en omvormers. • Opstelplaats bluswagen bij bluswatervoorziening minimaal 10 x 4 meter uitvoeren in grasbeton. De opstelplaats is bestand tegen een totaalgewicht van 25 ton; 10 ton aslast en 100 kN/m² stempeldruk. • Onderhoudspad gebruiken als calamiteitenroute: minimaal 4,5 meter vrije ruimte (breedte verharding minimaal 3,25). Deze is geschikt voor motorvoertuigen met een massa van minimaal 14.600 kg. • 1,5 meter rondom trafo’s en klantstation uitvoeren in grasbeton zonder opgaande beplanting. • Rondom stellages met zonnepanelen is minimaal 2 meter vrij van opgaande beplanting. • Compartimenten (stellages) zijn kleiner dan 2.500 m². • Opstellen beheerplan ondergrond om ruigte direct rond panelen te voorkomen.

3.3 Inpassing in het landschap Er kan sprake zijn van een langerdurend nadelig effect met betrekking tot hetgeen als hinder kan worden ervaren, namelijk het verloren gaan van een deel van het uitzicht van omwonenden. Door het project goed landschappelijk in te passen worden deze effecten zo veel mogelijk tegengegaan. Zoals beschreven in paragraaf 1.4.4 wordt het zonneveld landschappelijk ingepast, waardoor de nadelige effecten van hinder in belangrijke mate te niet gedaan zullen worden.

3.4 Bodem Het zonnepark wordt gevormd door bouwwerken, waar geen personen verblijven. Daarnaast zijn er geen grootschalige bodemingrepen aan de orde en wordt er geen grond afgevoerd. De realisatie van een zonnepark brengt niet direct risico’s m.b.t. bodemvervuiling met zich mee. Het projectgebied is geen verdachte locatie m.b.t. bodemverontreinigingen. Er is geen vermoeden van de aanwezigheid van verontreinigde stoffen, door uitgevoerde activiteiten in het verleden. De grond binnen het projectgebied wordt nu gebruikt als vrij intensief gebruikte landbouwgrond. Het bodemleven zal hierdoor minimaal zijn. Na het uitvoeren van de werkzaamheden ter oprichting van het project zal de bodem verder niet worden aangetast. Overigens zijn de werkzaamheden ook gering van diepte. Realisatie van een zonnepark met kruidenrijk grasland als vaste onderbegroeiing kan op deze plek voor de komende decennia een stabiele situatie bieden waar geen chemicaliën (kunstmest of gewasbeschermingsmiddelen) worden toegepast. Dit biedt kansen voor verbetering van het bodemleven, de bodemstructuur, verbetering van het zelfreinigend vermogen en daarnaast extra habitat voor bestuivers en plaagbestrijders. Er zijn derhalve geen nadelige effecten voor de bodem te verwachten.

www.eelerwoude.nl

3.5 Archeologie Aardkundige, archeologische waarden moeten zoveel mogelijk worden behouden. Op basis van het verdrag van Malta en de wet op de archeologische monumentenzorg is het uitgangspunt gesteld om archeologisch erfgoed zoveel mogelijk terplekke te bewaren en maatregelen te nemen om dit te bewerkstelligen. De verstoorder van de bodem is verantwoordelijk voor het behoud van de archeologische resten. Daar waar behoud ter plekke niet mogelijk is, betaalt de verstoorder het archeologisch onderzoek en de mogelijke opgravingen. Voor ruimtelijke plannen die archeologische waarden bedreigen, moeten betrokken partijen in beeld brengen welke archeologische waarden in het geding zijn. Archeologisch bureauonderzoek en verkennend booronderzoek Ten behoeve van het project is een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd. Doel van het onderzoek was een antwoord te vinden op de vraag wat de gespecificeerde archeologische verwachting voor het projectgebied is. Dit is uitgevoerd door middel van het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende en verwachte archeologische waarden. Het uitgevoerde inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft vervolgens tot doel de in het bureauonderzoek opgestelde gespecificeerde archeologische verwachting aan te vullen en te toetsen door middel van boringen.

Het veldonderzoek heeft tot doel antwoorden te vinden op wat de bodem-opbouw is binnen het projectgebied en wat de gevolgen zijn van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting. Met de resultaten van het archeolgisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het projectgebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek dan wel planaanpassing noodzakelijk is. Het uitgevoerde archeologische bureauonderzoek en verkennend booronderzoek is opgenomen in de separate bijlagen bij deze Ruimtelijk Onderbouwing. Gespecificeerde archeologische verwachting bureauonderzoek Op basis van de landschappelijke ligging van het projectgebied en de bekende archeologische waarden in de omgeving heeft het projectgebied een lage gespecificeerde verwachting voor archeologische resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum en een hoge gespecificeerde verwachting voor archeologische resten uit het Neolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Resultaten inventariserend veldonderzoek Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat het projectgebied oorspronkelijk nattere omstandigheden kende dan wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek. Mogelijk leidde de aanwezigheid van verspoelde lemige lagen in de ondergrond tot hangwater.

Verder is de bodem in het projectgebied door moderne bodemingrepen, mogelijk ook om de doorlatendheid te verbeteren (bijvoorbeeld door het verploegen van leemlagen in de ondergrond), matig tot sterk verstoord. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van veel nattere landschappelijke omstandigheden dan op basis van het bureauonderzoek was verwacht, kan worden geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting zoals die is opgesteld in het bureauonderzoek wordt op basis van de resultaten van het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Conclusie en advies Het bureauonderzoek toonde aan dat er zich mogelijk archeologische waarden in het projectgebied zouden kunnen bevinden. Daarom is er aansluitend een inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Op basis van de waargenomen bodemverstoringen en de aanwezigheid van veel nattere landschappelijke omstandigheden dan op basis van het bureauonderzoek was verwacht, kan worden

www.eelerwoude.nl

geconcludeerd dat archeologische waarden niet meer in situ worden verwacht. De gespecificeerde archeologische verwachting zoals die is opgesteld in het bureauonderzoek wordt op basis van de resultaten van het booronderzoek bijgesteld naar laag voor alle perioden. Op grond van de resultaten van het bureau- en veldonderzoek is geadviseerd om het projectgebied vrij te geven. Mochten tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed).

3.6 Cultuurhistorische waarden Volgens de provinciale kaart ‘Cultuurhistorische Waardenkaart Limburg’ liggen er binnen of in de nabijheid van het projectgebied geen relevante belangrijke cultuurhistorische waarden en geen rijks- en of gemeentelijke monumenten die met het voorliggende plan worden aangetast. Het voorliggende plan houdt rekening met de bestaande kavelstructuur en het opgestelde inrichtingsplan speelt in op de hier geldende gebiedskenmerken. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief Er worden, met de realisatie van het zonnepark, geen cultuurhistorische waarden in het geding gebracht.

3.7 Natuur en emissie De voorgenomen ontwikkeling is getoetst aan de Wet Natuurbescherming. Hiertoe is een Quickscan Wet natuurbescherming uitgevoerd. Het onderzoek (‘Quickscan Wet natuurbescherming, diverse agrarische percelen nabij Wusterweg (ong) te Castenray’) is als separaat document toegevoegd bij deze ruimtelijke onderbouwing. De aanwezigheid van geschikt habitat on het projectgebied voor de verschillende soorten en soortgroepen is weergegeven in de tabel zoals weergegeven in figuur 12. In de tabel is samengevat of de voorgenomen ingreep mogelijk verstorend kan werken en wat de consequenties zijn voor eventuele vervolgstappen, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningtrajecten. In de tabel is weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

www.eelerwoude.nl

Figuur 12: Tabel met overzicht geschiktheid projectgebied voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen.

Conclusie is dat overtredingen van de Wet natuurbescherming ten aanzien van algemene broedvogels kunnen worden voorkomen door rekening te houden met het broedseizoen of door voorafgaand aan de werkzaamheden een controle op broedgevallen uit te voeren. Voor overige beschermde soorten zijn overtredingen ten aanzien van de Wet natuurbescherming gezien de aard van de voorgenomen ingreep of wegens het ontbreken van geschikt habitat, het ontbreken van sporen en/of vanwege een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling niet aan de orde. Wel dient rekening te worden gehouden met de algemene zorgplicht. Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden betreffen een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/43/EEG) en de gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Natuurbeschermingswet 1998, inmiddels Wet Natuurbescherming) beschermd. De Ecologische Hoofdstructuur (EHS)/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) betreft een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het omhakken of rooien van bossen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming.

Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat.

www.eelerwoude.nl

Natura 2000-gebieden: niet- stikstof gerelateerde effecten Het projectgebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, Boschhuizerberg, bevindt zich op circa 4,5 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied (zie figuur 13).

Figuur 13. Ligging projectgebied (gele pijl) ten opzichte van Natura 2000.

Het projectgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, licht of depositie van stikstof. Externe effecten als gevolg van licht en geluid door de voorgenomen plannen binnen het projectgebied zijn, gezien de afstand (± 4,5 km) tot de meest nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen niet te verwachten.

www.eelerwoude.nl

Natura 2000-gebieden: Stikstof gerelateerde effecten Activiteiten die in het kader van de aanleg van het zonnepark worden uitgevoerd, kunnen door de uitstoot van stikstof, wel negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden. Om te bepalen of met de nieuwe ontwikkeling/inrichting negatieve effecten op een Natura 2000-gebied plaatsvindt door de uitstoot van stikstof tijdens de aanlegfase, is een berekening uitgevoerd met Aerius calculator (versie 2020). De berekening is uitgevoerd aan de hand van de op de werklocatie in te zetten voer- en werktuigen met benodigde draaiuren en het wegverkeer van en naar het terrein. De Aerius calculator heeft met de ingevoerde gegevens berekend dat er als gevolg van de aanleg het zonnepark geen sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/jr op een Natura 2000-gebied. Men kan hierdoor spreken over een niet significante stikstofdepositie. Dit betekent dat de benodigde inzet van mobiele werktuigen en het aantal transportbewegingen geen significant negatieve invloed hebben op de instandhoudingsdoelen van stikstofgevoelige habitattypen van Natura 2000-gebieden. De Aeriusberekening is separaat bijgevoegd in het rapport ‘Stikstofberekening Zonneveld Wüsterveld’. Ook in de gebruiksfase is er geen sprake is van stikstofdepositie boven de 0,00 mol/ha/jr op een Natura 2000-gebied.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het projectgebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het projectgebied ligt ook niet in de nabijheid van een gebied, behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Het meest nabijgelegen gebied bevindt zich circa 950 meter ten zuiden van het projectgebied. In figuur 14 is de ligging van het projectgebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland weergegeven. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland worden bij de voorgenomen werkzaamheden geen bezwaren voorzien in de uitvoering van de voorgenomen hertontwikkeling binnen het projectgebied.

Figuur 14. Ligging projectgebied (gele pijl) ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland. Groene markering betreft goudgroene natuur en lichtgroene markering betreft zilvergroene natuur, beide behorend tot het Natuurnetwerk Nederland; grijze markering betreft bronsgroene landschapszone.

www.eelerwoude.nl

Houtopstanden Binnen het projectgebied worden geen bomen gekapt. Daardoor is een nadere toetsing niet van toepassing.

3.8 Geluid Bij de bouwwerkzaamheden (en bij de ontmanteling) zal er sprake kunnen zijn van enige geluidsproductie door beton- en montagewerk. Er is daarnaast geen sprake van industrielawaai vanuit het nieuw te realiseren zonnepark. In het projectgebied worden zonnepanelen geplaatst. Deze zonnepanelen produceren geen geluid. Daarnaast worden er ook geen installaties opgenomen die een wezenlijke geluidsemissie veroorzaken. De inkoopstations (onderstations) en de transformatorstations hebben een bronvermogen van maximaal 10,0 MVA, en omvormers, die ook nog enig geluid kunnen produceren, hebben een bronvermogen van maximaal 100 kW. In de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering' is dit gelijk te stellen aan de activiteit 'elektriciteitsdistributiebedrijven met transformatorvermogen tot 10 MVA'. Voor deze activiteit is in de richtafstanden tabel voor het aspect geluid 30 meter opgenomen. Dit betekent dat wordt geadviseerd om, op basis van een goede ruimtelijke ordening, een afstand van minimaal 30 meter aan te houden met geluidsgevoelige functies. De transformatoren en de inkoopstations (onderstations) worden op ruime afstand vanuit de meest dichtbij gelegen woning geplaatst. Ook de omvormers worden op een grotere afstand dan 30 meter gesitueerd. Met betrekking tot geluid blijft dan ook een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aanwezig.

Wel is er een akoestisch onderzoek uitgevoerd om na te gaan of vanwege de opgestelde zonnepanelen sprake kan zijn van ongewenste reflecties van geluid tegen de zonnepanelen, en vervolgens richting omwonenden van Castenray, afkomstig van het wegverkeer op de naastgelegen A73. Dit onderzoek is separaat bijgevoegd (‘Aspect reflectie geluid zonnepark’). Er bestaat in Nederland geen wetgeving of normstelling om de invloed van een zonnepark voor wat betreft het milieuaspect geluid in juridische zin te kunnen toetsen. Daarom is nagegaan bij welke bestaande wetgeving het beste kan worden aangesloten om een uitspraak te doen over het wel of niet mogelijk ontstaan van hinderlijke geluidreflecties na de komst van het zonnepark. Het meest voor de hand liggende lijkt het dan om aan te sluiten bij de normstelling voor geluid zoals deze ook wordt toegepast bij zogenaamde reconstructies van wegen. Bij een verkeerskundige reconstructie van een weg dienen de bestaande woonlocaties binnen de invloedsfeer van de reconstructie getoetst te worden aan het gestelde in de Wet geluidhinder. De definitie van een reconstructie volgens de Wet geluidhinder is als volgt: ‘één of meer wijzigingen op of aan een aanwezige weg, ten gevolge waarvan de geluidbelasting vanwege de weg met 2 dB of meer wordt verhoogd’.

Indien er sprake is van een toename in de geluidbelasting van 2 dB is sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder en kan er sprake zijn van een ontoelaatbare toename van de geluidhinder. Indien er sprake is van een toename in de geluidbelasting van minder dan 2 dB dan is er geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder en is er volgens de wetgever geen sprake van een ontoelaatbare toename van de geluidhinder. De systematiek gaat dus uit van een vergelijking tussen de huidige situatie en een toekomstige situatie. Het verschil hiertussen mag dan niet meer zijn dan 2 dB. Dit wordt het 2 dB criterium genoemd. Met het onderzoek zijn verschillende berekeningsscenario’s uitgevoerd, waaronder een worst case scenario (welke moet worden gezien als een overschatting). Hier is uitgegaan van een modellering als projectgebied met harde, reflecterende ondergrond, zonder objecten. In alle berekeningssituaties is de berekende mogelijke toename echter minder dan 2 dB. Het 2 dB-criterium, zoals bedoeld in de wet Geluidhinder en hier toegepast als beste beoordelingsmethodiek, wordt dus niet overschreden. Zou het hier gaan om een reconstructie aan de weg

www.eelerwoude.nl

in de zin van de wet geluidhinder dan zou worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een ontoelaatbare toename van de geluidhinder.

3.9 Gevolgen plan voor de waterhuishouding Het waterschap hanteert in het gebied een infiltratie- en bergingsnorm van 100 mm/dag. Door de technische en landschappelijke inrichting van het zonnepark voldoet het park aan deze norm van het waterschap. De ondergrond heeft een diepe grondwaterstand (VI – VII) en bestaat uit lemig fijn zand wat een goede waterdoorlatend heeft. Het hoogteverschil in het projectgebied is gering. Er is enkel microreliëf aanwezig in de ondergrond. Het risico op erosie en oppervlakkige afstroming is daarmee klein c.q. afwezig. Rondom het zonnepark komt daarnaast een zone van minimaal 5 meter met nieuwe en bestaande landschapselementen. Door deze groenzone is het niet mogelijk dat er oppervlakkige afstroming van water en erosie naar de omgeving is. Hemelwater kan in bijna het gehele projectgebied infiltreren, behalve onder de 4 transformatoren, het inkoopstation en het klantstation. Ook onder de panelen kan het water infiltreren vanwege het feit dat er 2 centimeter ruimte is rondom de individuele panelen op stellages. Het water stroomt zo niet alleen aan de onderkant van de stellages maar ook tussen de individuele panelen. Het onderhoudspad naar de transformatoren bestaat uit een waterdoorlatende verharding (grasbeton) waardoor hemelwater ook hier kan infiltreren.

Door de ondergrond uit productie te nemen en de grond niet meer te roeren is het mogelijk voor de bodemstructuur om zich te herstellen. Hierdoor zal de sponswerking van de bodem vergroten waardoor infiltratie en buffering van hemelwater beter mogelijk is dan in de huidige situatie. De panelen en de constructie wordt uitgevoerd met niet-uitloogbare materialen. Er komt geen afvalwater vrij. Het plan heeft dan ook geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Er lopen geen beschermde watergangen door het projectgebied.

3.10

Luchtkwaliteit

De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van een zonnepark. De verkeersbewegingen die de ontwikkeling van een zonnepark met zich mee brengt, zijn alleen tijdens de aanleg- en ontmantelingsfases merkbaar. In deze fases zal er tijdelijk sprake zijn van een grotere toename van verkeersbewegingen. Nadat de bouw van het zonnepark is afgerond daalt het aantal verkeersbewegingen weer naar de oude situatie. Zelfs tijdens de bouw- en ontmantelingsfases zal het aantal verkeersbewegingen zo laag zijn, dat de ontwikkeling niet in betekenende mate tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt.

3.11

Lichtreflectie

QING Sustainable heeft een tool ontwikkelt om voor omwonenden van een zonnepark te bepalen of zij mogelijk last zullen krijgen van hinderlijke schittering (lichtreflectie) vanuit een zonnepark. De tool kan aangeven hoeveel minuten, vanaf welke oriëntatie en op welk moment van het jaar er mogelijke reflectie optreedt. Hiermee kan rekening houden bij het inplannen van beplanting en de oriëntatie van de zonnemodules. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Dit onderzoek is ook uitgevoerd voor Zonnepark Wüsterveld (dit onderzoek is separaat bijgevoegd). Het onderzoeksresultaat is dat er geen directe schittering optreedt op omliggende woningen. Daarnaast wordt het

www.eelerwoude.nl

zonnepark ook nog eens omsloten door landschappelijke groenelementen, die de panelen afschermen. Ook wordt gekozen voor een type paneel welke lichtschittering zoveel mogelijk beperkt. Van schittering op woningen is daarmee geen sprake. Ook van schittering op de snelweg is geen sprake, o.a. ook door de situering van deze panelen.

3.12

Elektromagnetische straling

Zowel bij de omvormers als de transformatoren zullen extreem laagfrequente elektromagnetische velden (ELF) vrijkomen. Ten aanzien van elektromagnetische straling bij hoogspanningsmasten hanteert de overheid een voorzorgprincipe waarbij een grens wordt aangehouden van 0,4 micro Tesla (μT). Dit voorzorgsprincipe dient daarmee ook gehanteerd te worden bij de ontwikkeling van een zonnepark, door de afstand van een zonnepark tot woningen en andere gevoelige bestemmingen zodanig te laten zijn dat de magnetische veldsterkte bij de gevoelige bestemmingen niet boven de advieswaarde van 0,4 μT komt. In het RIVM ‘Verkenning van extreemlaagfrequente (ELF) magnetische velden bij verschillende bronnen’ (RIVM-rapport 609300011/2009) wordt aandacht besteed aan elektromagnetische velden als gevolg van de aanwezigheid van transformatorstations. De sterkte van deze velden neemt sterk af wanneer de afstand tot de bron groter wordt. Uit het onderzoek blijkt dat 0,4 μT wordt bereikt op een afstand van maximaal 7 m van onderzochte transformatorstations. Gezien de relatief grote afstand in het voorliggende plan, van zowel omvormers als de transformatoren tot de dichtstbijzijnde woningen, mag redelijkerwijs worden aangenomen dat elektromagnetische straling geen gezondheidsrisico vormt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10146439/1