CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

18 Rapport aanvullend onderzoek iepenpage

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Oostverbinding Venray.3.234 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

AANVULLEND ONDERZOEK IEPENPAGE STATIONSSTRAAT TE VENRAY

Rapportage aanvullend onderzoek iepenpage Stationsstraat te Venray Opdrachtgever

Gemeente Venray Raadhuisstraat 1 5801 MB Venray

Rapportnummer Versienummer

10189.002 D1

Status

Eindrapportage

Datum

11 december 2020

Vestiging

Brabant Heinz Moormannstraat 1b 5831 AS Boxmeer 088 - 5001600 boxmeer@econsultancy.nl

Opsteller

Mevrouw drs. L.E.L. Gijsen

Paraaf

Kwaliteitscontrole

Mevrouw N. Janssen, MSc

Paraaf

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1 2.2

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2 Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en te verwachten werkzaamheden ........ 3

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 5

4

ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 6

5

ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 7

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 8

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 9

10189.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Gemeente Venray opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek naar eitjes van de iepenpage in iepen ter hoogte van Stationsweg 81 – Kruidenlaan 2 te Venray. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een herontwikkeling/reconstructie en aanleg van wegen, naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in september 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 10189.001, d.d. 10 september 2019). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.

R 10189.002 versie D1

Pagina 1 van 10

2 2.1

GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (2 iepen) liggen op de kruising van de Stationsweg en Kruidenlaan, ter hoogte van Stationsweg 81 en Kruidenlaan 2, in de kern van Venray (zie Figuur 1 en 2). Volgens de topografische kaart van Nederland zijn de coördinaten van de iepen X = 196.643, Y = 393.480 en X = 196.626, Y = 393.481.

Figuur 1. Topografische ligging (weergegeven met rode pijl) van de onderzoekslocatie met schaal 1:25.000.

Figuur 2. Luchtfoto van de ligging van de onderzoekslocatie.

R 10189.002 versie D1

Pagina 2 van 10

De onderzoekslocatie bestaat uit twee Hollandse iepen (mogelijk cultivar Dodoens en geschatte leeftijd circa 35 jaar, volgens opdrachtgever). De iepen zijn ingepast in het straatbeeld van Venray: geplaatst tussen de stoep en de straat (Kruidenlaan), gelegen aan een kruising binnen de bebouwde kom (zie figuren 3 t/m 5). Verderop aan de Kruidenlaan bevinden zich meerdere iepen in een laan, op circa 80 meter van de onderzoekslocatie. De bomen aan de Stationsweg zijn voornamelijk eiken. De omgeving bestaat verder uit gebouwen en verharding met verspreid aangeplant groen in de vorm van tuinen of straatgroen. Ten zuiden van de Stationsweg bevindt zich een intensief beheerd (gemaaid) gazon richting het Vincent van Gogh-complex.

Figuur 3. Iep aan de westkant van de Kruidenlaan.

2.2

Figuur 4. Iep aan de oostkant van de Kruidenlaan.

Figuur 5. Straatbeeld (met iep) van de Kruidenlaan.

Toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en te verwachten werkzaamheden

De initiatiefnemer is voornemens de Stationsstraat te reconstrueren waarbij enkele bomen (mogelijk) gekapt gaan worden en enkele delen van de berm (mogelijk) zullen verdwijnen of worden verhard (zie figuren 6 en 7).

Figuur 6. Inrichtingsschets van de toekomstige situatie (bron: Sweco i.o.v. Gemeente Venray, tekeningnummer 366303-T004ONT-C03.2-LO d.d. 07-02-2020). Verklaring: rood gearceerd zijn te rooien bomen (geen iep), groen gearceerd zijn nieuw aan te planten bomen. Hierbij dient opgemerkt te worden dat op deze tekening maar één van de twee iepen die onderzocht zijn, rood is gearceerd. Daarom zijn voor de duidelijkheid de twee iepen aangegeven met een oranje ster.

R 10189.002 versie D1

Pagina 3 van 10

Figuur 7. Uitsnede van Figuur 6, waarbij de twee onderzochte iepen zijn gemarkeerd met oranje ster.

R 10189.002 versie D1

Pagina 4 van 10

3

RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK

Uit de quickscan Wet natuurbescherming (rapport 10189.001, d.d. 10 september 2019) blijkt dat: “[…] bij de aansluiting van de Kruidenlaan op de Stationsweg drie grote Hollandse iepen aanwezig (zijn, red). Deze zouden door de streng beschermde iepenpage gebruikt kunnen worden als waardboom. Er zijn in de NDFF in de afgelopen 10 jaar geen waarnemingen bekend van de iepenpage in de gemeente Venray. Het is echter een soort die vaak over het hoofd word gezien omdat deze in rondom de boomtoppen vliegt. De afgelopen jaren zijn er populaties ontdekt in onder andere Eindhoven en Tilburg en waarnemingen gedaan in Roermond en Venlo. Het is derhalve niet uit te sluiten dat deze bomen habitat bieden voor een (deel)populatie van de iepenpage. Indien de betreffende iepen niet behouden kunnen blijven, dienen maatregelen te worden genomen om de lokale populatie in stand te houden.” In opdracht van de initiatiefnemer, worden van de drie bovengenoemde iepen, twee iepen onderzocht. Deze iepen kunnen niet behouden blijven bij de voorgenomen werkzaamheden op locatie.

R 10189.002 versie D1

Pagina 5 van 10

4

ONDERZOEKSMETHODIEK

Vlinders van de iepenpage leven voornamelijk hoog in de boom, maar worden soms in de ochtend of vroege avond gezien als ze (beneden) rondvliegen op vochtige delen van zandwegen of bij bloemen. Vlinders vliegen vanaf over het algemeen tussen begin juni tot half augustus, echter zijn vliegdata sterk afhankelijk van het weer. Zo lag de piek van waarnemingen van vliegende iepenpages in een onderzoek in Vlaams Brabant in 2011 bijna een maand eerder dan in 2010 (Jacobs, 2011). Ontpopte vlinders zetten hun eitjes voornamelijk af in eindknoppen van bomen, en op de overgang van nieuw naar eenjarig hout, in de kruin van de boom. De iepenpage zet de eitjes niet groepsgewijs maar solitair af. Zodra de iep begint te bloeien, meestal in maart, komen de eitjes uit. Eerder uitkomen kan niet worden uitgesloten, zo zijn op afgesnoeide iepentakken al eitjes uitgekomen in februari (Vlinderstichting, pers. comm.). Onduidelijk was of dit kwam door het snoeien of door andere (mogelijk klimatologische) omstandigheden. Jonge rupsen zijn aanwezig vanaf het moment dat ze uit het ei komen (dus circa maart) tot begin juli. Jonge rupsen eten het binnenste van de bloemknoppen van de iep, grotere rupsen leven op of onder de bladeren. De verpopping van rups naar vlinder vindt meestal plaats aan de onderkant van een eindstandig blad, soms aan een bladstengel of een takje.

De soort overwintert als ei bij de eindknoppen in de boomkruin van de waardplant Aanwezigheid van iepenpage kan, buiten de vliegperiode van de vlinder, worden vastgesteld aan de hand van aanwezige eitjes. De beste periode om eitjes te zoeken is tussen september en februari. In verband met de aanwezigheid van bladeren aan de bomen (die het zoeken bemoeilijken) kan beter gewacht worden tot in het bladerloze seizoen (circa november t/m februari). Deze methode is tevens toegepast door andere bureaus (bijv. Antea Group, 2020 en de vondst van iepenpage in Flevoland, link in literatuurlijst). Er is daarom in het bladerloze seizoen, na de eileg-periode van de iepenpage, een intensieve inspectie uitgevoerd naar aanwezigheid van eitjes van de iepenpage op 2 december 2020. Omdat iepenpages hoog in de boom vliegen, is besloten om bovenin de kroon te beginnen met zoeken en vanuit daar verder naar beneden te werken. Binnen een tijdsbestek van 3,5 uur per boom, werden zo veel mogelijk eindknoppen en overgangen van nieuw naar eenjarig hout, grondig en per tak geïnspecteerd. Bij de inspectie werd gebruik gemaakt van een loep en, in geval van een aangetroffen eitje, werden foto’s gemaakt met een grootlens-camera. Om bovenin de kruin te komen, is gebruik gemaakt van een mobiele hoogwerker met een maximale hoogte van 22 meter en is tevens de weg afgezet met verkeersleiders en -borden.

R 10189.002 versie D1

Pagina 6 van 10

5

ONDERZOEKSRESULTATEN

In beide iepen is de zoektijd circa 3,5 uur geweest. Na circa 1 uur zoeken werd in beide bomen het eerste eitje van de iepenpage aangetroffen. In beide bomen werden enkele (circa 5 per boom) eitjes van de iepenpage aangetroffen. De eitjes werden aangetroffen in de windrichtingen oost, west en zuid. De eitjes bevonden zich tussen de top en halverwege de kruin. In de onderste helft van de kruin en in noordelijke windrichting zijn geen eitjes aangetroffen. Van de aangetroffen eitjes zijn foto’s gemaakt (zie figuren 8 t/m 10). Tevens waren er enkele eitjes aanwezig van een andere soort, vermoedelijk een nachtvlinder (figuur 11). Alle takken zijn gemarkeerd met tie-wraps, zodat de eitjes bij een vervolg makkelijk terug te vinden zijn. Voor validatie zijn de foto’s doorgestuurd naar de Vlinderstichting. Uit het feit dat in beide iepen eitjes zijn aangetroffen, kan worden geconcludeerd dat de iepenpage de iepen gebruikt als voortplantingsplaats. Hierdoor kan een functie van rustplaats tevens niet worden uitgesloten. Volgens de Vlinderstichting zijn er populaties bekend van iepenpages die slechts één iep ter beschikking hadden. Bij onderhavig onderzoek is gebleken dat beide iepen gebruikt werden door iepenpages. Direct grenzend aan de twee onderzochte iepen staat een derde iep, en in de directe omgeving (circa 80m afstand) zijn meerdere iepen aanwezig.

Het is aannemelijk, maar niet onderzocht, dat ook deze iepen fungeren als voortplantingsplaats van de iepenpage en dat de populatie verspreid is over meerdere iepen.

Figuur 8. Aangetroffen eitje van iepenpage.

Figuur 9. Aangetroffen eitje van iepenpage (let op grootte).

Figuur 10. Aangetroffen eitje van iepenpage.

Figuur 11. Aangetroffen eitjes van een andere soort, mogelijk een nachtvlinder.

R 10189.002 versie D1

Pagina 7 van 10

6

TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING

De iepenpage is een nationaal beschermde soort. De bescherming van nationaal beschermde soorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming, artikel 3.10. Hierin staat o.a. dat het verboden is deze soorten opzettelijk te doden of te vangen (artikel 3.10 lid 1a) en dat het verboden is de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen (artikel 3.10 lid 1b. De iepen fungeren als voortplantings- en rustplaats van de iepenpage. Bij de voorgenomen werkzaamheden worden de iepen gekapt, waardoor een voortplantingsplaats beschadigd en vernield wordt. Dit zou een overtreding van artikel 3.10 lid 1b van de Wet natuurbescherming inhouden. Tevens kunnen de iepenpages (in alle stadia) niet zondermeer worden gevangen om ze te verplaatsen naar een plaats buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Dit zou een overtreding van artikel 3.10 lid 1a inhouden. Er wordt aangeraden om voor de kap van de twee iepen een ontheffing op de Wet natuurbescherming aan te vragen. Provincie Limburg is hiervoor het bevoegd gezag. Ter begeleiding van de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan opgesteld te worden, met daarin o.a. maatregelen om de staat van instandhouding van de iepenpage niet negatief te beïnvloeden. Na goedkeuring van bevoegd gezag middels ontheffingverlening, worden de uiteindelijke maatregelen vastgelegd in een ecologisch werkprotocol.

R 10189.002 versie D1

Pagina 8 van 10

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Econsultancy heeft van Gemeente Venray opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek naar eitjes van de iepenpage in iepen ter hoogte van Stationsweg 81 – Kruidenlaan 2 te Venray. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van een herontwikkeling/reconstructie en aanleg van wegen, naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in september 2019 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 10189.001, d.d. 10 september 2019). Uit de quickscan Wet natuurbescherming bleek dat de onderzoekslocatie mogelijk een functie kon hebben voor de nationaal beschermde iepenpage. Er is daarom in het bladerloze seizoen, na de eileg-periode van de iepenpage, een intensieve inspectie uitgevoerd naar aanwezigheid van eitjes van de iepenpage op 2 december 2020. In beide bomen werden enkele eitjes van de iepenpage aangetroffen. Uit het feit dat in beide iepen eitjes zijn aangetroffen, kan worden geconcludeerd dat de iepenpage de iepen gebruikt als rust- voortplantingsplaats. De iepenpage is een nationaal beschermde soort. De bescherming van nationaal beschermde soorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming, artikel 3.10. Hierin staat o.a.

dat het verboden is deze soorten opzettelijk te doden of te vangen (artikel 3.10 lid 1a) en dat het verboden is de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen (artikel 3.10 lid 1b. Er wordt aangeraden om voor de kap van de twee iepen een ontheffing op de Wet natuurbescherming van verbodsbepalingen uit artikel 3.10 aan te vragen. Provincie Limburg is hiervoor het bevoegd gezag. Ter begeleiding van de ontheffingsaanvraag dient een activiteitenplan opgesteld te worden, met daarin o.a. maatregelen om de staat van instandhouding van de iepenpage niet negatief te beïnvloeden. Na goedkeuring van bevoegd gezag middels ontheffingverlening, worden de uiteindelijke maatregelen vastgelegd in een ecologisch werkprotocol.

R 10189.002 versie D1

Pagina 9 van 10

LITERATUURLIJST Jacobs I.,(2011), Ecologie en verspreiding van de Iepenpage in Vlaams Brabant’. Rapport Natuurstudie 2011/10 Mechelen via www.natuurpunt.be/uploads/natuurbehoud/natuurstudie/documenten/ iepenpage_2011_web.pdf Antea Group, auteur onbekend, 2020. Nader onderzoek Kempenbaan-Oost, projectnummer 452233.100, datum 6 februari 2020. Vondst van iepenpage in Flevoland via Nature Today d.d. 30 november 2020 via https://www.naturetoday.com/nl/nl/nature-reports/message/?msg=26982

Econsultancy Boxmeer, 11 december 2020

R 10189.002 versie D1

Pagina 10 van 10

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/EHS hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/ EHS, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden.

Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Ontheffing De Wet natuurbescherming is gemaakt om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status.

Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Vaste rust- of voortplantingsplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes gebruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10736612/1