13 Regels bestemmingplan
Tekst van het document
5.6 Afwijken van de gebruiksregels 5.6.1 Afwijken nevenactiviteiten Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in: a. artikel 5.1 onder j en 5.5.1 en onder m van de planregels en een grotere omvang van aan-huis-gebondenberoep respectievelijk een aan-huis-gebonden-bedrijf toestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. de omvang van de activiteit bedraagt maximaal 70 m 2; 2. de primaire woonfunctie in ruimtelijke en visuele zin in overwegende mate wordt gehandhaafd; 3. detailhandel vindt slechts plaats voor zover deze beperkt blijft tot verkoop in direct verband met het aan-huis-gebonden-beroep en/ of aan-huis-gebonden-bedrijf; 4. de activiteit geen zodanige verkeersaantrekkende werking heeft dat als gevolg daarvan extra verkeersmaatregelen - waaronder parkeervoorzieningen - noodzakelijk zijn; 5. de activiteit mag uitsluitend in het hoofdgebouw en/ of aanbouw plaatsvinden; b. artikel 5.5 onder d van de planregels ten behoeve van het houden van een kleinschalig kampeerterrein voor recreatief gebruik, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie, inclusief eventueel andere niet-agrarische functies op het bouwperceel, ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 22 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
2. 3. 4.
de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; het maximaal 25 kampeerplaatsen betreft; de ontwikkeling moet gepaard gaan met verbetering van de omgevingskwaliteit. Hiertoe moet een landschappelijk inpassingsplan worden overgelegd waaruit blijkt dat de voorziening wordt ingepast; 5. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 6. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 7. het kampeerterrein gelegen is binnen het bouwvlak ofwel binnen een strook van 100 m aan een zijde (niet zijnde de voorzijde) ofwel aan de achterzijde, direct aansluitend aan het bouwvlak; 8. de inrichting van het kampeerterrein niet leidt tot onevenredige aantasting van de aanwezige gebiedskwaliteiten; 9. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 10. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; 11. voor oprichting van gebouwen ten dienste van het kleinschalig kamperen dient de omgevingsvergunning in combinatie met de omgevingsvergunning van artikel 5.4 onder a te worden aangevraagd. c.
artikel 5.5 onder l van de planregels ten behoeve van het ontplooien van activiteiten met betrekking tot kleinschalige dagrecreatie, zoals ontbijt- en lunchmogelijkheid, theetuin, terras, speeltuin, huifkartochten, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de activiteiten ten dienste staan van dagrecreatief medegebruik 1 in het gebied (ondersteuning wandel- en fietsroutes). 3. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 4. de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein; 6. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 7. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid; d. artikel 5.5 onder f van de planregels ten behoeve van het bewerken van agrarische producten, onder de voorwaarden dat: 1. de niet-agrarische functie ondergeschikt blijft aan het bestaande gebruik van het bouwperceel; 2. de nevenactiviteiten qua aard en omvang passen in de omgeving; 3. het de bewerking van producten afkomstig van het eigen bedrijf dan wel van in de directe omgeving gelegen agrarische bedrijven betreft; 4.
de activiteiten infrastructureel goed inpasbaar zijn en niet tot onevenredige verkeersoverlast leiden; 5. de natuurlijke, cultuurhistorische, visueel-landschappelijke, abiotische en archeologische waarden niet onevenredig mogen worden aangetast; 6. sprake is van een goede milieuhygiënische uitvoerbaarheid. 5.6.2 Afwijken voorwaardelijke verplichting Landschappelijk inpassingsplan Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.5.2 en het landschappelijk inpassingsplan zoals is opgenomen in Bijlage 1, mits in plaats daarvan andere landschapsmaatregelen worden getroffen, met dien verstande dat deze landschapsmaatregelen: d. minimaal gelijkwaardig zijn aan de in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen landschapsmaatregelen; e. voorzien in een minimaal gelijk beschermingsniveau van de landschappelijke waarden waarvoor de in het landschappelijk inpassingsplan genoemde landschapsmaatregelen zijn bepaald; f. zijn afgestemd op de specifieke omgevingskenmerken.
23 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Artikel 6
Waarde – Archeologie 1
6.1 Bestemmingsomschrijving De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Waarde - Archeologie - 1' zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied, waarbij artikel 12.3 van de planregels in acht dient te worden genomen.
6.2 Bouwregels a.
b.
Op of in de als 'Waarde - Archeologie - 1' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming en worden gebouwd, waarbij de grond voor maximaal 2.500 m2 (gemeten op maaiveldniveau) wordt verstoord; Indien de verstoring meer dan 2.500 m2 bedraagt en deze verstoring dieper gaat dan 50 cm, dient de aanvrager een rapport (voortoets, bijvoorbeeld bureauonderzoek, inventariserend veldonderzoek, proefsleuvenonderzoek, opgraving, sleufgraaf, archeologische begeleiding) van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige heeft overgelegd waaruit blijkt dat de in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
6.3 Afwijken van de bouwregels 6.3.1 Algemeen Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.2 van de planregels en meer bebouwing toestaan, indien door archeologisch onderzoek is gebleken dat geen onevenredige aantasting van archeologische waarden plaatsvindt door de bouwactiviteiten. Uitsluitend indien archeologische waarde is vastgesteld worden aan de omgevingsvergunning daartoe de volgende voorwaarden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden. Hierbij kan gedacht worden aan het al dan niet bouwen van kelders, het aanbrengen van een beschermende bodemlaag, het gebruiken van alternatieven voor het funderen van bouwwerken zoals heien, of b. de verplichting tot het doen van opgravingen, of c. de verplichting de uitvoering van de (bouw)activiteiten te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
6.3.2 Afwegingskader Alvorens te beslissen over de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 6.3.1 vragen burgemeester en wethouders een archeologisch deskundige om schriftelijk advies of door het verlenen van de omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en of en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld.
6.4 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden en opstallen voor: a. grondbewerkingen uit te voeren, voor zover de werkzaamheden dieper gaan dan 50 cm ten opzichte van het oorspronkelijke maaiveld; b. het indrijven van voorwerpen in de grond, dieper dan 50 cm.
6.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 6.5.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); 24 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
b. c. d. e. f. g. h. i. j.
het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; het beplanten van gronden met opgaand houtgewas in verband met boom- en sierteelt waarbij de oogst dieper dan 50 cm zal plaatsvinden.
6.5.2 Uitzonderingen Het in artikel 6.5.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen; b. een oppervlakte beslaan van ten hoogste 2500 m2; c. blijkens een rapport van een door gemeenteweg erkende archeologisch deskundige (voortoets) de in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemmingsplan omschreven archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden geschaad; d. het aanbrengen van leidingen in wegbermen binnen de bestemming verkeer, voor zover deze niet aansluit op de bestemming natuur. 6.5.3 Afwegingskader Een in artikel 6.5.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de archeologische waarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad.
25 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Artikel 7
Waarde – Beekdal
7.1 Bestemmingsomschrijving De gronden op de verbeelding nader aangewezen voor 'Waarde - Beekdal' zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor de bescherming van de natuurwaarden die verbonden zijn aan een vochtig milieu, landschapswaarden alsmede behoud van kwelgebieden welke een belangrijk onderdeel vormen van het hydrologisch systeem, waarbij artikel 12.3 van de planregels hierbij in acht dient te worden genomen.
7.2 Bouwregels Op of in de als 'Waarde - Beekdal' aangegeven gronden mag op basis van de onderliggende bestemming worden gebouwd mits de in 7.1 genoemde waarden niet worden onevenredig aangetast, met uitzondering van tijdelijke lage boogkassen.
7.3 Specifieke gebruiksregels Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend het gebruik van de gronden voor het aanbrengen van een ondergrond voor containervelden.
7.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.4.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. het verwijderen van de bovenste bodemlaag / bodemlagen (afgraven); b. het opbrengen van grond van elders op de bestaande toplaag (ophogen); c. het verwijderen van een of meer bodemlagen en het daarna weer opbrengen van grond, bestaand uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders (vergraven); d. het vermengen, keren van (alle) lagen in het bodemprofiel met een diepte van minimaal 50 centimeter (gemeten vanaf het peil) ten behoeve van agrarisch gebruik (diepploegen- en woelen); e. het verwijderen van het microreliëf in de toplaag (egaliseren); f. het diep in de grond indrijven van heipalen of andere voorwerpen; g. het aanbrengen van leidingen en daarna weer terugbrengen van de grond, bestaande uit de oorspronkelijke toplaag en/ of grond van elders; h. het aanbrengen van drainagebuizen in de grond; i. het bemalen van een of meerdere percelen (aanbrengen onderbemaling); j. het aanleggen van sloten of greppels, verbreden en/of uitdiepen van bestaande sloten of greppels; k. het dempen van sloten of greppels; l. het verwijderen van bomen en/of struiken (solitairen of in de vorm van bos, houtsingels, houtwallen); m.
het planten van bomen en/of struiken; n. het beplanten van gronden met opgaand houtgewas in verband met boom- en sierteelt waarbij de oogst dieper dan 50 cm zal plaatsvinden; o. het aanbrengen van verhardingen van meer dan 200 m2. 7.4.2 Uitzonderingen Het in artikel 7.4.1 van de planregels vervatte verbod is niet van toepassing op werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden die het normale onderhoud en/of de normale exploitatie betreffen. 7.4.3 Afwegingskader Een in artikel 7.4.1 van de planregels genoemde vergunning kan slechts worden verleend indien door de werken en/of werkzaamheden dan wel door de daarvan (direct of indirect) te verwachten gevolgen de landschappelijke en/of natuurwaarden van deze gronden, zoals omschreven in de bestemmingsomschrijving van onderhavige bestemming, niet onevenredig (kunnen) worden geschaad, dan wel de mogelijkheden voor het herstel van die waarden niet onevenredig (kunnen) worden verkleind.
26 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8
Anti-dubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
27 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Artikel 9
Algemene gebruiksregels
9.1 Stikstof Het gebruik van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet leiden tot een (tijdelijke) een toename in stikstofemissie ten opzichte van de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het plan, tenzij: a. hiervoor een vergunning is afgegeven als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming; of b. is aangetoond dat een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming niet noodzakelijk is, daar de toename in stikstofemissie niet resulteert in een toename in stikstofdepositie (mol/ha/jaar) groter dan 0,00 mol/ha/j op voor stikstof gevoelige habitats in Natura 2000-gebieden.
28 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
10.1 Omgevingsvergunning Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. de planregels en toestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven, mits van de wegbeheerder een positief advies is ontvangen; b. de planregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein, mits de structuur van het plan niet wordt aangepast, de belangen van derden in redelijkheid niet worden geschaad en de omgevingsvergunning gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; c. de planregels ten aanzien van het bouwen van kunstuitingen en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, waarbij voor een hoogte van meer dan 65 m +NAP, in het kader van voorkoming van onaanvaardbare radarverstoring, voorafgaand aan het toestaan schriftelijk advies dient te zijn ingewonnen bij de Dienst Vastgoed Defensie; d. afmetingen in de planregels en op de verbeelding met een maximum van 10%.
10.2 Afwegingskader Een in artikel 10.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. de situering, de oppervlakte en de (goot)hoogte van de bebouwing; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; e. het bijdragen aan het behoud en/of versterking van de aanwezige gebiedskwaliteiten.
29 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Artikel 11
Algemene wijzigingsregels
11.1 Algemeen Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen en: a. bestemmingsgrenzen met max. 10 m verschuiven, of b. functieaanduidingen van de verbeelding verwijderen.
11.2 Afwegingskader Ter beoordeling van de toelaatbaarheid van de in artikel 11.1 genoemde wijzigingsregels vindt een belangafweging plaats, waarbij betrokken worden: a. de mate waarin waarden, die het plan beoogt te beschermen worden geschaad; b. de mate waarin de belangen van gebruikers en/of eigenaren van de aanliggende gronden worden geschaad; c. de mate waarin de uitvoerbaarheid, waaronder begrepen de milieutechnische-, de waterhuishoudkundige-, de archeologische-, de ecologische-, de verkeerstechnische toelaatbaarheid en de stedenbouwkundige inpasbaarheid is aangetoond.
30 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Artikel 12
Overige regels
12.1 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan.
12.2 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening De regels van de bouwverordening ten aanzien van onderwerpen van stedenbouwkundige aard blijven overeenkomstig het gestelde in artikel 9 lid 1 van de Woningwet buiten toepassing, behoudens ten aanzien van de volgende onderwerpen: a. de bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer; b. brandblusvoorzieningen; c. de bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten; d. het bouwen bij ondergrondse hoofdtransportleidingen; e. de parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden; f. de ruimte tussen bouwwerken.
12.3 Prioriteit van dubbelbestemmingen a.
Waar een enkelbestemming samenvalt met een dubbelbestemming geldt primair het bepaalde ten aanzien van de dubbelbestemming; b. Waar dubbelbestemmingen samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de regels van de bestemming ‘Waarde – Archeologie 1’; 2. in de tweede plaats de regels van de bestemming ‘Waarde – Beekdal’.
12.4 Oprichting van (beperkt) kwetsbare objecten Nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten als bedoeld in artikel 1, eerste lid van het Besluit externe veiligheid inrichtingen mogen niet gebouwd worden binnen (geprojecteerde) 10-6-risicocontour voor het plaatsgebonden risico van aanwezige risicobronnen zoals (onder meer) bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en / of het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).
12.5 Oprichting van risicovolle activiteiten De 10-6-risicocontour voor het plaatsgebonden risico van nieuwe risicobronnen zoals (onder meer) bedoeld het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en / of het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) mogen niet over (geprojecteerde) (beperkt) kwetsbare objecten komen te liggen.
12.6 Strijdig gebruik Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit het gebruiken, doen gebruiken of laten gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.
31 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13
Overgangsrecht
13.1 Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan: a. aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, b. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; c. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. d. Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van lid a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. e. lid a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
13.2 Overgangsrecht gebruik a. b.
c.
d.
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
32 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Artikel 14
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als ‘Regels van het bestemmingsplan Steegse Peelweg 87a te Veulen’.
33 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen
Bijlagen Bijlage 1:
Landschappelijk inpassingsplan
34 Regels Steegse Peelweg 87a te Veulen