CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Concept Jaarverslag en jaarrekening 2020 RUD LN

Gemeenteraad 6 juli 2021, gemeente VenrayBij agendapunt: Ontwerp begroting 2022, jaarverslag en jaarrekening RUD Limburg Noord.18.305 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Jaarverslag en Jaarrekening 2020 GR RUD Limburg Noord

Datum: 18 maart 2021 Versie: 1.2

Inhoudsopgave Voorwoord

3

1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Voorschriften BBV 1.3 Bestuurlijke organisatie 1.4 Leeswijzer 1.5 Resultaat

5 5 5 5 5 6

2 Jaarverslag 2020 2.1 Programmaverantwoording 2.2 Wat hebben we bereikt? 2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? 2.4 Wat heeft het gekost?

7 7 7 8 27

3 Paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.2 Financiering 3.3 Onderhoud kapitaalgoederen 3.4 Bedrijfsvoering

28 28 31 32 33

4 Jaarrekening 2020 4.1 Balans inclusief toelichting 4.2 Overzicht van baten en lasten inclusief toelichting 4.3 Overzicht van incidentele baten en lasten inclusief toelichting 4.4 Overzicht van reserves en voorzieningen 4.5 Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) 4.6 Niet uit de balans blijkende verplichtingen en rechten

36 36 42

Besluit tot vaststelling

54

Controleverklaring van de onafhankelijke accountant

55

48 48 49 53

1

Bijlage 1 Dashboard RUD LN 2020

56

Bijlage 2 Visualisatie jaarrekening RUD LN 2020

57

Bijlage 3 Infografic RUD LN

58

Bijlage 4 Risico-inventarisatie

59

Bijlage 5 Bijdrage per deelnemer

61

Bijlage 6 Berekening kengetallen

65

2

Voorwoord De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) verzorgt een belangrijk deel van de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving in Limburg Noord. De RUD ambieert een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie te zijn, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De gemeenten, provincie en gemeentelijke samenwerkingsverbanden werken binnen de RUD samen om de in onze regio beschikbare capaciteit en kennis zo goed mogelijk in te zetten. Het coördinatiecentrum, als spil in de organisatie, waarborgt de onderlinge afstemming en kwaliteit van uitvoering. De RUD LN kijkt terug op het derde jaar als gemeenschappelijke regeling en het achtste jaar als netwerkorganisatie. In veel opzichten was dit een bijzonder jaar. Evaluatie “goud in handen, schouders eronder” Het door Lysias in 2019 opgestelde rapport werd op 13 februari 2020 in Kasteel Groot Buggenum besproken door bestuurders, gemeentesecretarissen, managers en medewerkers. Nog steeds is onze netwerksamenwerking springlevend, maar er moet wel meer gebeuren om van het verborgen goud (de meerwaarde) te kunnen profiteren.

De aanbevelingen uit dit rapport werden grotendeels overgenomen en het Algemeen Bestuur gaf op basis hiervan aan het Dagelijks Bestuur de opdracht de aanbevelingen uit te werken tot concrete maatregelen. Met name dankzij de grote inzet van alle (lijn)managers van de partners en een aantal medewerkers, werden deze maatregelen in september door het Dagelijks Bestuur vastgesteld. Hoewel het om een pakket gaat dat niet in een jaar is te realiseren, zijn er in 2020 toch al een aantal zaken doorgevoerd. Onder andere het Uitvoeringsprogramma 2021 werd sterk verbeterd in opzet en eind 2020 al vastgesteld, wat nog niet eerder was gelukt. COVID19 In maart, direct na de evaluatie, werden we door de pandemie getroffen en was er een eerste lock-down. De enorme en ongekende impact op de samenleving en de economie had natuurlijk ook gevolgen voor de uitvoering van werkzaamheden in RUD- verband. Ondanks deze beperkingen slaagden medewerkers er toch in de effecten op het uitvoeringsprogramma te beperken. Na een eerste gewenningsperiode bleken we van afstand, digitaal en soms toch op locatie fysiek (met in acht name van veiligheidsmaatregelen), veel meer te kunnen doen dan gedacht was. Thuiswerken en op afstand vergaderen kregen een “boost” die zonder Corona nooit had plaatsgevonden. Dit werpt een heel nieuw licht op het denken over het post-Corona werklandschap.

Door de fysieke beperkingen ontstond wel onderuitputting bij o.a. opleidingskosten en reiskosten. Het najaar kende wel nog een grote piek in het aantal behandelde

3

vergunningen. De uitvoering van het UP bleef iets achter, echter de impact van COVID19 hierop bleek achteraf mee te vallen. Squit20/20 Het ICT- project voor de invoering van een nieuw systeem voor de vastlegging van vergunningen en controles, dat we samen met bijna alle Limburgse gemeenten en de Provincie hadden opgepakt liep verdere vertraging op. De leverancier leek zich onvoldoende te hebben gerealiseerd welke impact deze mega-opdracht (vele gemeenten in Nederland hadden ook voor Visma-Roxit gekozen) had. Dit leidde tot het opleggen van een boete aan dit bedrijf en het aanzeggen van een eventuele schadeclaim. Inmiddels lijkt dit wel zijn vruchten af te werpen. Nog in december werd het systeem “opgeleverd” (ten behoeve van de test- en acceptatieprocedure) en werd een invoeringsplanning voor eerste helft 2021 aangeboden. Omgevingswet en WKB Het wederom verschuiven van de invoeringsdatum naar 1 januari 2022, gaf weliswaar respijt voor de oplevering van ICT-systemen, maar veroorzaakte ook veel onzekerheid. Daarmee werd afbreuk gedaan aan het vertrouwen in een harde invoeringsdatum. Het verschuiven van verantwoordelijkheden richting gemeenten en het digitaal beschikbaar moeten hebben van informatie heeft op tal van vlakken veel werk tot gevolg. In RUD verband zijn diverse kennisgroepen hiermee bezig geweest. Bijvoorbeeld omgevingsveiligheid en bodemaspecten.

Gelukkig zijn veel gemeenten al ver klaar met hun omgevingsvisie, de omslag in denken/handelen en het organiseren van opleidingen hiervoor. In dat kader kreeg de gemeente Venlo bezoek van de onderzoeker namens de VNG, mevrouw Sorgdrager die kwam sonderen hoe ver de regio gevorderd was. Wethouder Roest kon, mede namens de RUD met gepaste trots aangeven dat in ons netwerk overal goede voortgang wordt geboekt. Voor u ligt de derde jaarrekening (2020) van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (GR RUD LN).

Met vriendelijke groet, Namens het Dagelijks Bestuur,

K.G.MC. (Karel) Joosten Directeur RUD Limburg Noord

4

1 Inleiding 1.1 Algemeen De gemeenschappelijke regeling Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord is per 1 januari 2018 volledig operationeel. Het doel van deze regeling was en is om samen met de deelnemers (1) de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en (2) de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren.

1.2 Voorschriften BBV De wijze waarop decentrale overheden hun financiële administratie inrichten en verantwoorden is geregeld in het de Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). In 2016 is de BBV vernieuwd. Voor gemeenschappelijke regelingen is de vernieuwde BBV van kracht met ingang van 2018. De jaarrekening 2020 van de RUD LN is opgezet conform de nieuwe voorschriften van de BBV.

1.3 Bestuurlijke organisatie Het bestuur van de RUD LN bestaat uit een Algemeen en een Dagelijks Bestuur. Algemeen Bestuur Het Algemeen Bestuur bestond in 2020 uit 16 leden, waaronder de voorzitter. De colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten en Gedeputeerde Staten van de provincie hebben uit hun midden elk één lid en één plaatsvervangend lid aangewezen. Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur is door en uit het Algemeen Bestuur gekozen. Het Dagelijks Bestuur bestond uit drie leden en één plaatsvervangend lid. De voorzitter De voorzitter van de RUD Limburg Noord is de heer Tim Snijckers, wethouder van de gemeente Maasgouw.

1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 treft u het jaarverslag 2020 aan. Het betreft de programmaverantwoording, waarin op hoofdlijnen staat wat de RUD heeft bereikt, wat zij daarvoor heeft gedaan en wat het heeft gekost. In hoofdstuk 3 wordt inzicht gegeven in de verplichte paragrafen: weerstandsvermogen en risicobeheersing, financiering, onderhoud kapitaalgoederen en bedrijfsvoering.

5

In hoofdstuk 4 treft u de jaarrekening 2020 aan. In de bijlagen vindt u: 1. Een visualisatie van de prestaties in 2020 (dashboard van de RUD LN 2020); 2. Een visuele weergave van de financiën; 3. De infografic RUD LN; 4. De risico-inventarisatie; 5. De deelnemersbijdrage, inclusief de afrekening over 2020; 6. De berekening van kengetallen.

1.5 Resultaat Wij sluiten het boekjaar 2020 af met een saldo van € 0. Eind 2017 is de GR RUD LN vastgesteld. Daarin is opgenomen dat de middelen die de RUD LN in een boekjaar niet heeft benut, voor bepaling van het rekeningresultaat als uitgangspunt terugbetaald dienen te worden aan de deelnemende partners. Het resultaat met de bijbehorende terugbetalingen is in het volgende overzicht gespecificeerd. Tabel 1

Resultaat Resultaat Resultaat taakveld 0.8 Resultaat Resultaat taakveld taakveld 0.4 overige baten taakveld 7.4 taakveld 7.4 Totalen Deelnemers 0.1 bestuur Overhead en lasten milieubeheer UE Roermond restituties Beesel € -72 € -2.262 € -1.297 € -1.195 € 269 € -4.558 Bergen € -71 € -2.205 € -1.265 € -1.165 € 160 € -4.545 Echt-Susteren € -171 € -5.342 € -3.064 € -2.822 € 2.120 € -9.279 Gennep € -92 € -2.869 € -1.645 € -1.515 € 372 € -5.750 Horst aan de Maas € -228 € -7.112 € -4.079 € -3.757 € 2.145 € -13.030 Leudal € -193 € -6.033 € -3.460 € -3.187 € 1.377 € -11.496 Maasgouw € -128 € -3.987 € -2.287 € -2.106 € 6.891 € -1.616 Mook en Middelaar € -42 € -1.307 € -750 € -690 € 551 € -2.237 Nederweert € -92 € -2.867 € -1.644 € -1.514 € 1.140 € -4.977 Peel en Maas € -233 € -7.287 € -4.179 € -3.849 € 1.947 € -13.602 Roerdalen € -112 € -3.487 € -2.000 € -1.842 € 1.115 € -6.327 Roermond € -311 € -9.718 € -5.574 € -5.133 € 3.151 € -17.585 Venlo € -545 € -17.025 € -9.765 € -8.993 € 4.579 € -31.748 Venray € -234 € -7.292 € -4.182 € -3.852 € 5.002 € -10.558 Weert € -269 € -8.388 € -4.811 € -4.431 € 3.016 € -14.882 Provincie € - € - € - € - € - € Totaal € -2.792 € -87.179 € -50.001 € -46.052 € 33.834 € -152.190

Dit betreft het voorlopig resultaat inclusief de Uitvoeringseenheid Roermond. Voor een nadere specificatie van het bovenstaande wordt verwezen naar de toelichtingen in hoofdstuk 2, hoofdstuk 3 en bijlage 5.

6

2 Jaarverslag 2020 2.1 Programmaverantwoording Hierna wordt, via de programmaverantwoording en de paragrafen, verantwoording afgelegd over de realisatie van de bij de begroting 2020 voorgenomen uitvoering in het jaar 2020.

2.2 Wat hebben we bereikt? In de begroting 2020 is de doelstelling van het programma opgenomen: in een gezamenlijke verantwoordelijkheid met de deelnemers de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken én de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. De GR RUD LN wil daarbij een innovatieve, flexibele, slagvaardige en efficiënte organisatie zijn. De dienstverlening wordt verbeterd door: 1. Een ‘level playing field’ (gelijke benadering en behandeling onder de GR RUD LN); 2. Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden. De ambitie van de RUD Limburg Noord naar de omgevingswet toe is als volgt: • De RUD LN wil een vanzelfsprekende deskundige partner zijn in de regio voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; • De RUD LN zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD LN kan flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers. • De RUD LN groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en procesoptimalisatie.

De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit in de uitvoering zijn daarbij altijd leidend; • De RUD LN doet dat op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier.

7

De RUD heeft op onder meer de volgende wijze in 2020 bijgedragen aan de kwaliteitsverbetering van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden bij de uitvoering van VTH-taken én verbetering van de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving: Initiatiefnemers, vergunninghouders en belanghebbenden werden ondersteund door ervaren medewerkers namens het bevoegd gezag. Specialismen werden, waar mogelijk, ingezet op de dossiers die specialistische kennis vereisten. Door toezichtswerkzaamheden regionaal te (her)verdelen naar kundigheid en ervaring werden toezichthouders in hun “branche-expertise” ingezet. Gevolg is dat ondernemer en toezichthouder elkaar vaktechnisch beter begrijpen. Door het wegnemen van deze “afstand” werd de kans op naleving vergroot en werd de toezichthouder als toegevoegde waarde ervaren. Op basis van de probleemanalyse zijn controles uitgevoerd bij de objecten en activiteiten met de grootste risico’s. Door gebruik te maken van digitale checklisten konden toezichthouders meer gestandaardiseerd/geüniformeerd werken (level playing field), werd de rapportagelast zo veel mogelijk beperkt. Nieuwe ontwikkelingen (zoals Omgevingswet en Wet kwaliteitsborging bouwen) en toepassingen van innovatieve vormen van toezicht werden gevolgd met en door de kennisgroepen.

De uitvoering van maatregelen die uit de evaluatie van Lysias voortkwamen zorgde voor een verbetering in de totstandkoming van het UP, het versterken van de rol van kennisgroepen en de verbetering van de samenwerking in het managementoverleg. Daarnaast werd de communicatie binnen het netwerk verbeterd. De kennisgroepen Bodem en Externe Veiligheid hebben een nieuwe aanpak van die onderwerpen in ons netwerk voorbereid. De voorstellen zullen in 2021 worden geïmplementeerd. Door bijdragen te leveren aan het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht Limburg werd de samenwerking in de keten versterkt; hierbij valt te denken aan de mestketen, waarin verschillende partijen kennis gedeeld hebben en samen optrokken zoals RIVM, OM en Omgevingsdiensten. Er werd samengewerkt bij analyse van data om tot gerichte inspecties te komen. Ook werden bezoeken gezamenlijk gepland om de last voor de bedrijven te verlichten en de kwaliteit te verhogen.

2.3 Wat hebben we daarvoor gedaan? Takenpakket De GR RUD LN heeft zorggedragen voor de uitvoering van tenminste de taken zoals opgenomen in het wettelijk basistakenpakket. Het betreft hier het wettelijke basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit Omgevingsrecht. Daarnaast heeft de RUD LN op verzoek van deelnemers zorggedragen voor de uitvoering van het brede milieutakenpakket, het Wabo-takenpakket inclusief de uitwisseling van specialisten en desgewenst APV en bijzondere wetten.

8

Hieronder is het takenpakket in 2020 per deelnemer weergegeven. Tabel 2

Partner

Ingebracht takenpakket per 1-1-2020 Basistakenpakket

Specialistische Wabo VTH taken

Milieu bij Niet-RUD bedrijven

Wabo breed

Beesel

Ja

Ja

Ja

Bergen

Ja

Deels

Echt-Susteren

Ja

Gennep Horst aan de Maas Leudal

BRIKS (bouwen/slopen en gebruik)

APV

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Ja

Deels

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

Nee

Nee

Nee

Maasgouw

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Mook en Middelaar Nederweert

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Peel en Maas

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Roerdalen

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Roermond

Ja

Ja

Ja

Deels

Ja

Nee

Venlo

Ja

Deels

Nee

Nee

Nee

Nee

Venray

Ja

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Weert

Ja

Ja

Ja

Deels

Nee

Nee

Provincie Limburg

Ja

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Werkwijze Uitvoering heeft plaatsgevonden door uitwisseling van specialistische kennis en capaciteit tussen de deelnemers. Naast de taken op het gebied van vergunningverlening, handhaving en toezicht zijn door de RUD LN ook coördinerende, afstemmende en adviserende taken verricht. De krapte op de arbeidsmarkt is niet afgenomen in het afgelopen jaar. Omdat er wel reguliere uitstroom plaats gevonden heeft (doorstroom, pensionering), werd de vacaturedruk hoger en moest vaak op inhuur worden teruggevallen. In dit jaar met beperkingen door de Corona-pandemie is werving en inwerken van nieuwe medewerkers extra lastig geweest. Daarnaast zijn medewerkers en leidinggevenden soms belast geweest met taken die uit de handhaving van Coronaregels voortvloeiden. Voor leidinggevenden zijn de extra werkzaamheden die ontstonden door de evaluatie van de RUD taakverzwarend geweest. Verder heeft langdurig op afstand/thuiswerken de psychische belasting verhoogd. Ondanks ook uitval door Coronabesmettingen is het ziekteverzuim niet significant gestegen.

9

Borging kwaliteit Voor het takenpakket GR RUD LN stelt het Algemeen Bestuur kwaliteitseisen vast. Hierin zijn de geldende kwaliteitscriteria, de handhavingsarrangementen met het OM en de politie, de opdrachten van het Algemeen Bestuur en de vastgestelde landelijke prioriteiten verwerkt, en daarmee de uitvoering vastgelegd. Gemeentelijke deelnemers hanteerden een gezamenlijk, binnen de RUD overeengekomen, uniforme methode voor probleemanalyse, risicoanalyse, prioriteitstelling en programmering van het basistakenpakket. In de basis was daarmee het uitvoeringsniveau gelijk (level playing field). Doordat de gemeenteraden én Provinciale Staten een verordening kwaliteit VTH-taken hebben vastgesteld, dient de uitvoering van de VTH-taken plaats te vinden door organisaties én medewerkers die voldoen aan de vigerende landelijke kwaliteitscriteria. De colleges van B&W en Gedeputeerde Staten dienen jaarlijks aan de volksvertegenwoordigers te rapporteren in hoeverre uitvoering ook feitelijk heeft plaatsgevonden volgens deze kwaliteitscriteria. Het was de intentie om, voor de taken die door de gemeenten en provincie in de RUD LN zijn belegd, een analyse plaats te laten vinden op de mate waarin is voldaan aan de kwaliteitscriteria. Door de grote werkdruk en de omstandigheden in verband met COVID-19 is deze analyse iets vertraagd en vindt deze in het voorjaar van 2021 plaats.

Naar aanleiding van deze analyse kan bekeken worden of er (op onderdelen) voldaan wordt, beargumenteerd vanaf geweken is of dat de taak anders georganiseerd zal moeten worden. Dit kan bijvoorbeeld door het takenpakket uit te breiden óf de taak organisatorisch elders te beleggen. Dit wordt in 2021 dus verder uitgewerkt. Tenslotte is in het derde kwartaal van 2020 gestart met het traject om bestaande EVP’s te actualiseren (volgens een cycli) en nieuwe EVP’s uit te voeren. Samenspel op basis van de PCDA cyclus Het samenspel binnen de gemeenschappelijke regeling tussen het RUD-bestuur, het coördinatiecentrum en de deelnemers is ingericht op basis van de PDCA-cyclus. Deze is in het onderstaande figuur weergegeven:

10

Uitvoering De uit te voeren werkzaamheden zijn in overleg met de deelnemende partners opgenomen in het Regionaal Uitvoeringsprogramma (RUP) 2020. In 2020 is er met behulp van rapportages (dashboards) en de tussentijdse bestuursrapportage gerapporteerd aan de deelnemende partners. De werkzaamheden die de RUD Limburg Noord heeft uitgevoerd betreft de taken die wettelijk verplicht ondergebracht zijn bij de RUD, de zogenaamde Basistaken. Ook zijn er niet-basistaken uitgevoerd. Dit zijn vrijwillig ingebrachte werkzaamheden die passen bij het werkpakket dat de RUD Limburg Noord uitvoert. De kwaliteitseisen die aan de producten en diensten van de RUD worden gesteld, zijn verwoord in de Producten- en Dienstencatalogus (PDC). Voor de realisatie van producten en diensten is de PDC leidend. Voor een visueel overzicht van de resultaten in 2020 verwijzen wij onderstaande overzichten en naar bijlage 2 dashboard RUD LN 2020. Het dashboard RUP 2020 is uitgesplitst in 4 onderdelen. Het betreft onderdelen Vergunningen en Toezicht (hoofdzakelijk de basistaken) en de onderdelen Juridische werkzaamheden en Bestuurlijke prioriteiten & projecten (hoofdzakelijk niet-basistaken). Monitoring Evenals voorgaande jaren blijft het monitoren op uitgevoerde werkzaamheden door de partners complex.

Dit geldt met name voor het monitoren op producten die gemaakt worden buiten de reguliere “VTH-afdelingen” van de partners. Zo is de gerealiseerde productie van de Provincie tot stand gekomen door de productie tot en met september te prognosticeren richting het einde van het jaar.

11

Het RUP betreft dus het totale werkpakket dat door de RUD wordt uitgevoerd. Wij gaan hieronder in op de grootste onderdelen van het gerealiseerde RUP. Doordat de uitvoerende medewerkers in dienst zijn bij de deelnemers, worden de kosten van het RUP grotendeels verantwoord in de jaarrekeningen van de deelnemers. Alleen de werkzaamheden die onderling zijn uitgewisseld, komen tot uitdrukking in de financiën van de RUD. Dit jaar is er 4% van het RUP uitgewisseld. Deze uitwisseling is financieel zichtbaar bij het product Wabotaken, taakveld 8.3 Wonen en Bouwen en als onderdeel bij het product Basis- en milieutaken, taakveld 7.4 milieubeheer. In onderstaande grafiek is de realisatie van de hoofdrubrieken (RUP 2020) in uren uitgedrukt. Grafiek 1

Gerealiseerde uren in procenten t.o.v. de planning (R)UP realisatie 2020

realisatie 2019

Totaal

77% 83%

1. Vergunningen milieu

83% 84% 86% 90%

2b. Toezicht milieu (uren)

93%

3. Briks

113% 85%

4. APV

95% 57%

5. Juridisch en overig

46% 0%

20%

40%

60%

80%

100%

120%

In 2020 is gewerkt met een vernieuwde opzet (regionaal) uitvoeringsprogramma (RUP). Hierbij zijn de producten in 5 hoofdrubrieken onderverdeeld, waarmee een betere aansluiting is op de praktijk. Ter vergelijk is deze “vertaalslag” ook op de gegevens 2019 toegepast. In totaal is dit jaar 77% van het RUP gerealiseerd. Dit lagere percentage ten opzichte van vorig jaar wordt veroorzaakt doordat er enerzijds in 2020 circa 10.000 uur meer zijn ingebracht. Anderzijds door de impact die COVID-19 op het werk heeft gehad, evenals de PFAS- en stikstofproblematiek. Dit uit zich in de verschillende hoofdrubrieken.

12

Zo konden er minder fysieke toezichtcontroles worden uitgevoerd, zijn er minder bouwvergunningen verleend en zijn er minder adviezen afgegeven. Daarnaast hebben diverse evenementen, onder de rubriek APV, niet plaats kunnen vinden. Tenslotte bestond het aantal geplande uren voor 1/3 uit de categorie juridisch en overig, die het totaal percentage dus negatief beïnvloedt. Hieronder gaan wij dieper in op de vijf hoofdrubrieken. Vergunningen milieu In het RUP zijn producten in aantallen met bijbehorende kengetallen opgenomen, maar ook producten waar geen kengetallen voor zijn opgenomen. Deze producten worden in uren verantwoord. In grafiek 2 zijn het aantal geplande versus gerealiseerde vergunningen weergegeven in aantallen. Grafiek 2

AANTAL VERGUNNINGEN gerealiseerd 2020

gepland 2020

41 41

Industrieel IPPC agrarisch

79

overig vergunningplichtig

82

121 140 600

niet-vergunningplichtige

725 0

100

200

300

400

500

600

700

800

In grafiek 3 is visueel weergegeven welke producten de grootste afwijkingen in uren vertonen ten opzichte van de planning. Het betreft hier zowel de producten die verantwoord zijn op aantallen maal kengetal als de producten die verantwoord zijn op uren.

13

Grafiek 3

Grootste afwijkingen gerealiseerde uren t.o.v. planning (R)UP 2V Verg.verlening milieu bij agrarische IPPC inrichtingen -2306 3V Vergunningverlening milieu bij overige vergunningsplichtige inrichtingen

-1209

4V Verg. verlening milieu bij niet-verg. inrichtingen

-1412

10V Vergunningen grondstromen, bouwstoffen en bodem

-1440

12 Specialistisch advies (externe) veiligheid

-1786

15 Bodem, bouwstoffen en water

584

18 Specialistisch advies ecologie (groene wetten)

665

-2.500

-2.000

-1.500

-1.000

-500

0

500

Door de stikstof problematiek en het tekort aan (agrarische) vergunningverleners zijn er minder vergunningen (2V) gerealiseerd. Bij de niet vergunningplichtige werkzaamheden, die grotendeels bestaan uit het afhandelen van milieumeldingen heeft COVID-19 z’n impact gehad. Vanuit de middenstand en de horeca zijn in 2020 beduidend minder meldingen ontvangen (4V). Dit heeft tot een afname van het aantal vergunningen/ meldingen geleid. Evenals voorgaand jaar blijkt de behoefte aan inzet Externe veiligheid en de afhandeling van meldingen grondstromen hoger ingeschat is dan verantwoord. Complex is vaak dat deze werkzaamheden over verschillende afdeling binnen de gemeentelijke organisaties is geregeld. Beide kennisgroepen zijn in 2020 aan de slag gegaan om te inventariseren wat hun takeninzet inhoudt. Toezicht milieu In het RUP zijn producten in aantallen met bijbehorende kengetallen opgenomen, maar ook producten waar geen kengetallen voor zijn opgenomen. Deze producten worden in uren verantwoord. In grafiek 4 zijn het aantal geplande versus gerealiseerde toezichtcontroles weergegeven in aantallen.

14

1.000

Grafiek 4

AANTAL TOEZICHTCONTROLES BIJ BEDRIJVEN gerealiseerd 2020

gepland 2020 1280 1304

Volledige controles 90 98

Deelcontroles energie 11 15

Deelcontroles bodem

231

Deelcontroles overig

354 920

Milieutoezicht bij asbestsloop Audit / administratieve controle

261

94

497

Hercontrole 44

Handhavingscontrole 0

1071

611

96 200

400

600

800

1000

1200

Door COVID-19 zijn er minder fysieke deel- en hercontroles uitgevoerd en zijn deze uitgewisseld met administratieve controles. Het aantal volledige controles komt nagenoeg overeen met hetgeen wat RUD breed gepland was. Het betreft echter een optelling van diverse volledige controletypes met verschillende kengetallen. Tussen deze controletypes zijn echter verschillen zichtbaar. Zo zijn er 64 controles (op 4T) meer uitgevoerd dan gepland met een bijbehorend kengetal van 6 uur en zijn er 40 controle (op 2T) minder uitgevoerd dan gepland met een bijbehorend kengetal van 23 uur. Per saldo betekent het dat 94% van de totaal geplande controles is gerealiseerd, echter in urenaantal bekeken is dit 90%. Zie ook het dashboard in bijlage 2. Naast aantallen voert de RUD ook producten uit die alleen geregistreerd worden op uren. Deze zijn hieronder in grafiek 5 weergegeven.

15

1400

Grafiek 5

Gerealiseerde uren toezicht controles bij niet bedrijven t.o.v. de planning (R)UP Toezicht (uren) gerealiseerd 2020

Toezicht (uren) gepland 2020 2.463

10T Toezicht op grondstromen, bouwstoffen en bodem 11T Milieutoezicht opsporen milieucriminaliteit buitengebied

360

4.228

1.259 4.810

26T Milieutoezicht bij sloop met asbest

6.368

30T Advies na meldingen, klachten en ongewone voorvallen

7.022 6.975 0

1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000

Naast COVID-19 heeft ook PFAS en de stikstof problematiek grote invloed gehad op toezicht grondstromen en toezicht bij sloop met asbest. Regelgeving was lang onduidelijk waardoor bouwprojecten moeilijk op gang kwamen. BRIKS De afkorting BRIKS staat voor de producten die vallen onder bouwen, ruimtelijke ordening, inritten, kappen van bomen en slopen van bouwwerken. Uitzondering hierop zijn de sloopwerkzaamheden met asbest. Deze zijn onder toezicht milieu verwerkt. De BRIKS producten is uiteen te zetten in vergunningverlening en specialistisch advies en toezicht. Deze worden apart in onderstaande grafieken opgenomen. Grafiek 6

Gerealiseerde uren vergunningverlening en specialistisch advies BRIKS (top 4) t.o.v. planning (R)UP gerealiseerde uren 2020

geplande uren 2020 6.128 6.001

21V Vergunningverlening bouw (complex)

11.781

21V Vergunningverlening bouw (eenvoudig) 23 Specialistisch advies brandveiligheid

2.362 2.680

24 Specialistisch advies constructieve veiligheid

2.585 2.737 0

2.000

4.000

6.000

15.113

8.000 10.000 12.000 14.000 16.000

16

Zoals in grafiek 1 was weergegeven is het programma op BRIKS met 93% net niet behaald dit jaar. Met name op het product 21V is de productie achtergebleven op de planning. Zoals eerder al benoemd zijn er minder bouwvergunningen verleend door de PFAS en stikstofproblematiek in combinatie met COVID-19. Grafiek 7

Gerealiseerde uren toezicht BRIKS (top 3) t.o.v. planning (R)UP gerealiseerde uren 2020

geplande uren 2020

1.708

21T Toezicht bouwen en RO (eenvoudig) - realisatiefase

1.724

7.442

21T Toezicht bouwen en RO (complex) - realisatiefase

6.658

275

21T Toezicht gebruiksfase (bestaande bouw)

1.080 0

1.000 2.000 3.000 4.000 5.000 6.000 7.000 8.000

Er is met name een afwijking zichtbaar bij toezicht in de gebruiksfase. Het betreft toezicht op brandveiligheid bij bedrijven zoals de horeca. Door de lockdown hebben deze controles niet plaats kunnen vinden. APV Met betrekking tot APV is in grafiek 1 aangeven dat 85% van het programma is behaald ten opzichte van 95% in 2019. De nuancering dient hierbij gemaakt te worden dat het programma voor 2020 met ruim 2.350 uur verhoogd is ten opzichte van 2019. In de realisatie blijkt dat er in 2020 zelfs circa 1.000 uur meer zijn gerealiseerd ten opzichte van 2019.

17

Grafiek 8

Gerealiseerde uren APV (top 4) t.o.v. de planning (R)UP gerealiseede uren 2020

geplande uren 2020

1.462

APV

3.055 300 322

Weekmarkten

1.025 1.075

Kermissen

5.356 5560

45T Advies gebiedstoezicht 0

1000

2000

3000

4000

5000

6000

Er zijn met name minder vergunningen op de APV afgegeven i.v.m. het nauwelijks kunnen organiseren van evenementen. Juridisch en overig Op het onderdeel juridisch en overig ligt de productie procentueel gezien hoger dan vorig jaar, zie grafiek 1. Ook in absolute aantallen is er in 2020 circa 9.500 uur meer gerealiseerd dan vorig jaar. Dat de realisatie echter maar op 57% uitkomt ten opzichte van het programma is te wijten aan het feit dat de registratie op deze producten volgens de twee inbrengende partners te complex is. In grafiek 9 is de top 6 van de producten die onder deze categorie vallen visueel weergegeven.

18

Grafiek 9

Gerealiseerde uren Juridisch en overig (top 6) t.o.v. de planning (R)UP gerealiseerde uren 2020

geplande uren 2020

7.305 7.772

36V Juridisch Vergunningverlening

13.099 13.775

36T Juridisch Toezicht en Handhaving Overige (juridische) werkzaamheden

1.052 265

Landelijke projecten/prioriteiten

63 1.025

Regionale projecten/prioriteiten

298

4.395 10.761

Lokale projecten/prioriteiten 0

5.000

10.000

15.000

36.945 20.000

25.000

30.000

35.000

40.000

De uren onder projecten bestaan uit concrete projecturen en ‘overige’ uren, zoals advisering aan gemeenten over verordeningen, beleid, kwaliteitsverbetering, mediation etc. Als verklaring voor het lage realisatie percentage is door de inbrengende gemeenten aangegeven dat alleen de concrete projecturen werden bijgehouden. Op de ‘overige’ uren werd geen tijd geschreven. Hierdoor is een groot verschil ontstaan tussen de planning en realisatie. Zo is er op de landelijke, regionale en lokale projecten in totaal 31.243 uur meer gepland dan verantwoord. Procentueel gezien betreft dit 14% van het totale RUP. Algemene onderdelen Tenslotte wordt hieronder nog ingegaan op enkele algemene onderdelen. Door het te kort aan personeel en het lastig kunnen invullen van vacatures is het percentage uitwisseling gedaald van 5% in 2019 naar 4% in 2020. Omdat tussen de partners niet altijd invulling gegeven kan worden aan verzoektaken, het uithelpen als het specialisme niet in eigen huis is, wordt door de vragende partner zelf ingehuurd. Deze inhuur wordt opgenomen als eigen productie en heeft daarmee een “negatieve” invloed op het uitwisselingspercentage. De uitwisseling heeft echter wel op alle vlakken plaatsgevonden, zowel op reguliere vergunningverlening en toezicht als op specialistische expertises zoals bijvoorbeeld geluid, bodem, cultuurhistorie en constructieve veiligheid.

De 4% uitwisseling wordt verrekend met de vastgestelde uurtarieven van de RUD LN. Hierdoor is ervoor circa € 496.000 uitgewisseld. Deze uitwisseling is zichtbaar in de jaarrekening, voor € 256.000 onder het product Basismilieutaken, voor € 83.000 op het product Wabotaken en voor € 157.000 op de Uitvoeringseenheid Roermond. Hoewel het bereiken van een hoog uitwisselingspercentage geen doel op zich is, geeft het wel een indicatie van de onderlinge samenwerking weer.

19

Het aantal controles bij milieu inrichtingen waar één of meer overtredingen zijn geconstateerd was 21%. Dit percentage was in 2019 17%. In 2020 is 100% van de adviezen van de RUD Limburg Noord door de bevoegde gezagen overgenomen. Van deze adviezen is 94% binnen de voorgenomen termijn opgeleverd. Dit is een toename van 8% ten opzichte van 2019. Bijzondere thema’s Aan onderstaande thema’s is in 2020 speciale aandacht besteed. Omgevingswet Het in werking treden van de Omgevingswet is verder uitgesteld. In 2020 zijn, doordat in de Eerste Kamer nog bedenkingen waren, weer twijfels ontstaan over de planning van de invoering van de Omgevingswet. Er wordt nu gesproken over de “streefdatum” van 1 januari 2022. Er is in 2020 onverminderd gewerkt om hieraan te kunnen voldoen. De regio is er klaar voor. Het takenpakket van de RUD valt vrijwel volledig onder de reikwijdte van de Omgevingswet. In 2020 heeft de R|UD deelgenomen en haar bijdrage geleverd in een regionale samenwerking. Het thema heeft elk overleg op de agenda van het Algemeen Bestuur gestaan. Ook zijn diverse kennisgroepen met de Omgevingswet in relatie tot hun vakgebied aan de slag gegaan, zoals de kennisgroep Bodem en de kennisgroep Externe Veiligheid. Tenslotte is samen met de partners gekeken naar mogelijkheden in het samen vormgeven van trainingen en opleidingen.

Wet private kwaliteitsborging bouwen Met het uitstel van de invoeringsdatum van de Omgevingswet, is ook de inwerkingtreding van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) verschoven naar 1 januari 2022. Bij de voorbereidingen voor de wet heeft de RUD LN een ondersteunende rol gehad. Zo is informatie gedeeld en is op regionaal niveau een opleiding verzorgd aan toezichthouders bouwen over de Wkb. Diverse partners zijn zelf gestart met het uitvoeren van impactanalyses, omdat de Wkb wel grote impact heeft op de taakinvulling van het bouwtoezicht en de leges die gemeenten ontvangen voor het bouwtechnisch toetsen van de bouwwerken. Energie en duurzaamheid Nadat in 2018 een plan van aanpak is opgesteld om energietoezicht te borgen, wordt nu jaarlijks het energietoezicht vastgelegd in het uitvoeringsprogramma. Ook is dit jaar veel aandacht besteed aan het verbeteren van de standaard teksten voor energie in de milieuvergunningen. Bij het toezicht op de informatieplicht energiebesparingen, waarbij bedrijven moeten melden wat ze hebben gedaan aan energiebesparing, heeft de RUD LN in 2020 ondersteuning gekregen van een externe partij (REDO groep, gefinancierd door het Ministerie van EZK). Dit heeft geleid tot een grotere naleving van de voorschriften en daarmee tot een verdere energiebesparing.

De naleving is duidelijk hoger gebleken in de gemeenten die op de informatieplicht zijn aangeschreven.

20

Hoewel COVID-19 ook op dit thema zijn beperkingen heeft opgelegd, is er creatief omgegaan met het toezicht en is de prioriteit gelegd op administratie toezicht. Het energietoezicht en -advies bij bedrijven vanuit de RDU LN is en wordt afgestemd met de RESNML. Dit heeft ertoe geleid dat het energietoezicht een prominentere plek heeft gekregen in de RESNML. Digitaal toezicht In 2018 en 2019 zijn ervaringen opgedaan met digitaal toezicht. Hierbij konden de toezichthouders de constateringen met Digitale Checklisten (DC) vastleggen. De toezichthouders hadden checklisten ter beschikking die toegespitst waren op de branche waarin ze de controle uitvoerden. Ondanks dat in 2019 het feitelijke gebruik van DC vrij laag was, is voor de actieve gebruikers de licenties verlengt voor het jaar 2020. Het bleek namelijk dat onder de actieve gebruikers de behoefte aan DC groot was. De actieve gebruikers ervaren het digitale toezicht als toegevoegde waarde waarmee ze efficiënt hun controles kunnen vastleggen. Uit het dashboard van DC blijkt ook dat het gebruik van het aantal checklisten ongeveer verdubbeld is in 2020 ten opzichte van 2019. In onderstaande grafieken wordt een beeld gegeven van de uitgevoerde controles waarbij gebruik is gemaakt van DC: Grafiek 10 gebruik DC jaar 2020

21

Grafiek 11 gebruik DC jaar 2019

Met de komst van Squit 20/20 en het daaraan verbonden digitale toezicht -genaamd Oppad- is het behoud van motivatie en kennis rondom digitaal toezicht van belang. Opgedane ervaringen met DC zullen hierbij zeker van pas komen. Implementatie gezamenlijk VTH -systeem De RUD LN, de RUD ZL, alle gemeenten in de regio Noord- en Midden-Limburg, de provincie en enkele gemeenten in de regio Zuid-Limburg implementeren gezamenlijk een nieuw VTHsysteem, Squit 20/20. Beoogd resultaat is een kwalitatief betere en efficiëntere taakuitvoering, kostenbesparing en betere dienstverlening aan bedrijven en burgers. Daarnaast kunnen alle deelnemers zich hiermee gezamenlijk voorbereiden op de komst van de Omgevingswet. In de originele planning zou de RUD LN in 2019 over gaan op Squit 20/20. Door diverse oorzaken is in oktober 2019 bekend geworden dat het implementatietraject vertraging oploopt. Het gevolg hiervan was dat de aansluitgroepen later van start zouden gaan dan gepland. Ook geheel 2020 zijn SGIV en een aantal deelnemers van de eerste aansluitgroepen bezig geweest met het implementatietraject. Het werd echter steeds duidelijker dat de oplevering van Squit 20/20 t niet alleen tegen inhoudelijk problemen aanliep, maar dat ook de planning voor de oplevering, acceptatie en life-gang van de applicatie moeizaam verliep.

SGIV heeft geëscaleerd richting de leverancier, waarbij een boete is opgelegd en wordt overwogen om de opgelopen schade te verhalen.

22

De werkzaamheden aan de gesignaleerde issues en aan de life-gang bij de aangesloten partijen ging ondertussen onverminderd verder. De aansluiting van de RUD LN en alle gemeenten op de applicatie, is nu voorzien in de eerste 5 maanden van 2021. Gezien het traject een te groot beslag begon te leggen op het coördinatiecentrum en daardoor taken stagneerden, heeft de RUD LN vanaf oktober een extra projectleider ingehuurd om de aansluiting van de RUD LN te begeleiden. Ketentoezicht / samenwerkingen Ketentoezicht is de samenwerking tussen toezichthoudende organisaties waarbij één of meer toezichthouders controleren op naleving, kwaliteit of veiligheid op een bepaalde branche of (afval-)keten. Hierbij is het kenmerk dat de partijen(toezichthouders), als schakels in de keten, achtereenvolgens betrokken zijn op de naleving wet- en regelgeving. Ketentoezicht is een basistaak en behoort daarmee tot een onderdeel van de RUD-taken. Met de behoefte om een sterke samenwerking tussen de ketenpartners in Limburg te bevorderen is in 2020 zowel bestuurlijk alsook ambtelijke de inzet op samenwerking versterkt. In het BPO (Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht) alsook in het APO (Ambtelijk Platform Omgevingsrecht) was de RUD LN als uitvoerende organisatie vertegenwoordigd in 2020.

Deelnemers aan de overleggen waren waterschap Limburg, NVWA, Provincie Limburg, gemeenten, OM, Politie, RIEC, Staatsbosbeheer, RUD ZL en de RUD LN. De volgende zaken hebben in 2020 de aandacht gehad: - Gebied Gericht Handhaven mestketen (GGH) waarbij gecontroleerd werd op de naleving gebruik mest. Het doel was en is om de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater te verbeteren (lagere nitraatgehaltes) en voor alle ondernemers in de mestketen een eerlijk speelveld te creëren. In 2020 hebben ondanks COVID19 enkele gezamenlijke bedrijfsbezoeken plaatsgevonden én is er een gezamenlijke communicatiestrategie en aanpak opgesteld. - Overdracht bodemtaken waarbij de bevoegdheid van de provincie naar de gemeente gaat. - Afstemming van beleid. - Opzetten samenwerking toezicht rondom Illegale lozingen op het riool. Hierbij waren gemeenten als rioolbeheer, de RUD als toezichthoudende organisatie, het waterbedrijf Limburg als kwaliteitsbewaker zuiveringsschap en het Waterschap Limburg betrokken. Ook heeft het bestuurlijk overleg tussen de RUD ZL en RUD LN in 2020 opnieuw vorm gekregen. In deze overleggen wordt afstemming met elkaar gezocht, ervaringen gedeeld en bekeken waar we elkaar kunnen versterken. Naast bovengenoemde samenwerkingen tussen ketenpartners is ook ingezet op het versterken van de samenwerking tussen betrokken partners bij de RUD LN.

Op ambtelijk niveau is verder ingezet op de samenwerking in de kennisgroepen, het lijnmanagersoverleg maar ook bredere samenwerking in het kader van opleiding en

23

scholing en uiteraard met de Omgevingsdienst NL (ODNL) waar brede thema’s zijn besproken. De RUD LN heeft in 2020 meegedaan met de Europese aanbesteding voor opleidingen van de ODNL-academie en met Train de Trainer Omgevingswet. Evaluatie “goud in handen, schouders eronder” Het door Lysias in 2019 opgestelde rapport werd op 13 februari 2020 in Kasteel Groot Buggenum besproken door bestuurders, gemeentesecretarissen, managers en medewerkers. Er was gekozen voor een opzet waarbij alle gremia hun inbreng konden leveren en waarbij uiteindelijk het Algemeen Bestuur op basis van de resultaten van de dag, ’s avonds een richtinggevende uitspraak kon doen. Dit leverde een mooie dynamiek op in één dag, wat anders meerdere weken zou kosten. Het bleek dat de partners nog steeds de netwerksamenwerking ondersteunen. Er is geen of nauwelijks animo voor het opzetten van een fysieke Omgevingsdienst. Vooral de korte lijnen en de geringere kosten bleven de belangrijkste redenen voor deze keuze. Er moet wel meer gebeuren om van het verborgen goud (de meerwaarde van deze netwerksamenwerking) te kunnen profiteren. De aanbevelingen uit het evaluatierapport werden grotendeels overgenomen en het Algemeen Bestuur gaf op basis hiervan aan het Dagelijks Bestuur de opdracht de aanbevelingen uit te werken tot concrete maatregelen.

Hierbij werd gericht op: Het versterken van de rol van het Dagelijks Bestuur, het Algemeen Bestuur gaat meer op hoofdlijnen sturen. Het aanpassen van de positie van de adviesraad. Het verbeteren en versnellen van de totstandkoming en monitoring van het Uitvoeringsprogramma. Het versterken van de rol van de kennisgroepen en het beter ondersteunen van de kennisgroepen. Het verbeteren van de effectiviteit van het lijnmanagersoverleg. Het versterken van het coördinatiecentrum. Het verbeteren van de communicatie in en over het netwerk. Deze maatregelen werden in een opdracht aan het Dagelijks Bestuur verwoord (de verklaring van Groot-Buggenum). Het Dagelijks Bestuur heeft vervolgens de directeur opdracht gegeven om tot concrete maatregelen te komen. Hiervoor zijn alle lijnmanagers en een aantal medewerkers aan de slag gegaan in diverse werkgroepen met ieder een specifieke opdracht. Door Corona kon de uitwerking niet zoals gepland plaatsvinden. Fysiek contact was beperkt en in maart en april moesten veel mensen eerst “aan de bak” met aanpassingen in hun werk of met concrete handhavingsacties in relatie tot de lockdown. Hoewel hierdoor tijdverlies optrad en niet alle medewerkers direct aangehaakt waren, kon in augustus toch een rapport met de uitgewerkte maatregelen, getiteld “Schouders eronder”, verbeteringen in de governance van de RUD Limburg Noord, worden opgeleverd.

Dit leverde 45 concrete maatregelen op, die wel sterk in soort en omvang variëren, maar allen bijdragen aan de gewenste verbeteringen. Hiervan is eind 2020 al 1/3 uitgevoerd. Om een indruk te geven van de stand van zaken, is in onderstaande tabel weergegeven in welke categorie zaken gereed zijn, in behandeling zijn, of nog opgepakt moeten worden.

24

Tabel 3 Maatregel heeft Betrekking op

Gepland Aantal

Aantal gereed

Aantal in uitvoering

Nog te starten

Algemeen Bestuur

7

4

1

2

Dagelijks bestuur

4

1

1

2

Adviesraad

6

5

1

Uitvoeringsprogramma

3

1

1

1

Kennisgroepen

5

2

3

Lijnmanagersoverleg

6

1

5

Communicatie

4

Coördinatiecentrum

5

Algemeen, door directeur

5

Totalen

45

3

1 1

4

2

2

1

16

11

18

Zoals vaak het geval is kosten de moeilijkste acties het meeste tijd. Vaak zijn ze van meerdere zaken afhankelijk en kunnen daarom niet als losse acties worden uitgevoerd. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een andere manier van monitoren van het UP. Hiervoor moet eerst Squit20/20 zijn ingevoerd en moet bepaald worden hoe de data die hierin wordt vastgelegd, kan worden “geoogst” vanuit de applicaties van de 16 partners en vervolgens kan worden geïnterpreteerd. Aandachtspunten die vanuit het evaluatieproces naar voren kwamen, zijn: Behoud van commitment en sence of urgency op de afgesproken doelen. Beschikbaarheid capaciteit voor het veranderproces bij managers en medewerkers. Financiële gevolgen van gemeentefonds door de coronacrisis. De gevolgen van de lockdown voor de netwerksamenwerking en voor het inrichtingenbestand. “Capaciteitsproblematiek” bij de partners De komst van de Omgevingswet, toenemende zorgen over ondermijning, complexiteit van dossiers, de toegenomen juridisering enz. vragen extra capaciteit vanuit het VTH-domein. Door vergrijzing (uitstroom) en doorstroom ontstonden veel vacatures in de regio. Het blijkt moeilijk tot hernieuwde invulling te komen. Hier doet de eerder geconstateerde arbeidsmarktproblematiek voor technisch/specialistisch personeel zich gelden. Vaak werd (tijdelijke) inhuur toegepast of werden werkzaamheden getemporiseerd.

Om hierop een effectief antwoord te geven (naast de aandacht voor opleidingen) is ook samenwerking in

25

voorbereiding om onderlinge uitwisseling van capaciteit beter te plannen en niet als sluitstuk te behandelen. Als uiterste redmiddel is inhuur natuurlijk ook mogelijk. Omdat dit echter duur is en kennis dan “verloren” gaat, worden in 2021 mogelijkheden bekeken voor het opzetten van een gezamenlijke flexibele schil. In het begrotingsjaar 2020 had natuurlijk ook COVID-19 grote invloed op de prioritering. Vaak werden boa’s of toezichthouders ingezet en had dit gevolgen voor de geplande werkzaamheden. Ondanks dat is de uitvoering van het UP nog op een opmerkelijk niveau gebleven. Opleidingen Daarnaast hebben we aandacht voor de aanwezige kwaliteit en kennis bij de medewerkers. De RUD LN investeert permanent in kennis, kunde en competenties van de medewerkers werkzaam binnen de RUD LN. De RUD-academie verzorgt cursussen en trainingen gericht op de praktijk. Zo willen we de medewerkers blijven boeien en binden aan onze organisaties.

AVG In 2020 is door de nieuwe FG (functionaris gegevensbescherming) een inventarisatie gemaakt van de stappen die bij het coördinatiecentrum nodig zijn in het kader van de AVG. Dit vereist nog de vaststelling van documenten waaronder protocollen bij eventuele datalekken, vastleggen proceseigenaren e.d. Dit zal in 2021 plaatsvinden. Vanwege de voortdurende aandacht die de voortgang van Squit20/20 en de evaluatie vroegen, lukte dit nog niet in 2020. Prestatie-indicatoren De afgelopen jaren heeft de RUD-monitoring uitgevoerd over de prestaties van de uitvoering. Vanuit deze metingen heeft de RUD voor 2020 een eerste opzet van prestatie-indicatoren opgesteld. Deze indicatoren zullen gedurende de jaren verder uitgebreid en doorontwikkeld worden. Dit zal mede mogelijk worden door de invoering van het centrale VTH-systeem. Tabel 4

Indicator

Norm

% uitgevoerde milieucontroles (excl. hercontroles) % volledige controles % deelcontroles

90% 90% 90%

Realisatie 2020 94% 98% 71%

% uren vanuit het RUP gerealiseerd

95%

77%

% adviezen binnen de termijn opgeleverd % adviezen overgenomen door de colleges

90% 100%

94% 100%

26

2.4 Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de totale baten en lasten opgenomen voor de uitvoering. In paragraaf 4.2 als onderdeel van de jaarrekening is een nadere toelichting opgenomen op de lasten en baten. Tabel 5 Begroting

Lasten 1 Programmauitvoering Basis- en milieutaken Projecten Wabotaken 2 Coordinatiecentrum 3 Onvoorzien 4 Vennootschapsbelasting 7 Betalingsverkeer Totaal lasten

Taakveld

2020

2020 2020 Begroting na administratiev Primaire begroting e wijziging Rekening Saldo

2020

7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen 0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 0.9 vpb 0.5 Treasury

€ € € € € € € € €

1.221.000 € € 98.000 € 20.000 € 805.000 € 50.000 € € € 2.195.000 €

1.198.000 € 838.000 € € 145.000 € 98.000 € 83.000 € 20.000 € 21.000 € 805.000 € 728.000 € 50.000 € € € € € € 2.172.000 € 1.816.000 €

360.000 -145.000 15.000 -1.000 77.000 50.000 356.000

0.1 bestuur 0.4 overhead 0.8 overige baten en lasten 7.4 milieubeheer 7.4 milieubeheer 8.3 wonen en bouwen

€ € € € € € €

20.000 € 805.000 € 50.000 € 1.198.000 € € 98.000 € 2.172.000 €

20.000 € 21.000 € 805.000 € 728.000 € 50.000 € € 1.198.000 € 828.000 € € 155.000 € 98.000 € 83.000 € 2.172.000 € 1.816.000 €

-1.000 77.000 50.000 370.000 -155.000 15.000 356.000

€ € €

-23.000 € 23.000 € €

Baten 5 Programmauitvoering Bestuurskosten Overhead Onvoorzien Basis en milieutaken Projecten Wabotaken Totaal baten Resultaat Resultaat voor bestemming 6 Onttrekking reserve Resultaat na bestemming

0.10 mutaties reserves

-

€ € €

-

€ € €

27

-

3 Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de RUD. De RUD int geen belastingen en heffingen, bezit geen grondposities en is zelf geen verbonden partij bij een andere organisatie. Om deze reden zijn de paragrafen lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Financiering; 3. Onderhoud kapitaalgoederen; 4. Bedrijfsvoering.

3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Bufferfunctie In artikel 30 lid 4, 5 en 6 van de GR RUD LN is bepaald dat: “Alvorens het rekeningresultaat te bepalen, vindt een controle plaats op de opbrengsten en kosten in het kader van de vennootschapsbelasting. Een saldo op deze activiteiten zal worden verrekend met de betreffende opdrachtgevers. “Het jaarlijks saldo wordt verdeeld over de deelnemers conform de verdeelsleutels” . “In afwijking van het onder lid 5 bepaalde kan het Algemeen Bestuur incidenteel besluiten om saldo toe te voegen aan een nader te benoemen reserve of weerstandsvermogen”. Dit betekent dat elke deelnemer deelneemt in het risico van een negatief resultaat. In eerste instantie beschikt de RUD LN over een post onvoorzien van € 50.000. Het is echter mogelijk dat de risico’s daarmee niet afgedekt kunnen worden in enig jaar. In beginsel hoeft de RUD LN dan niet zelf te beschikken over een buffer om deze financiële risico’s op te vangen. Er kan immers een beroep gedaan worden op de deelnemers. Een nadeel hiervan is echter dat een negatief exploitatieresultaat steeds bij de deelnemers tot begrotingsoverschrijding zal leiden. Hierdoor is het in overweging te nemen om toch een financiële buffer te creëren. Om hier een goede afweging in te kunnen maken is er een gekwantificeerde risicoinventarisatie.

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit wordt gedefinieerd als de middelen en mogelijkheden waarover de RUD LN kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Het is een buffer om ervoor te zorgen dat de organisatiedoelstellingen niet in gevaar komen, als risico’s werkelijkheid worden.

28

De RUD LN beschikt niet over een algemene reserve. Zij beschikt wel over een post onvoorzien ter hoogte van € 50.000 die tot de weerstandscapaciteit gerekend kan worden. Indien de post onvoorzien in een boekjaar niet voldoende blijkt te zijn dan zullen de deelnemers conform de verdeelsleutel moeten bijdragen aan het tekort. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de buffer om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de risico’s (benodigde weerstandscapaciteit) die de RUD LN loopt. Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in zowel de omvang en de achtergronden van de mogelijke risico’s als ook in de beschikbare weerstandscapaciteit. De ratio tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit (op basis van geïnventariseerde risico’s) bepaalt het weerstandsvermogen van de RUD LN. Risicobeheersing Risico’s De RUD LN inventariseert de risico’s waaraan de RUD LN is blootgesteld. Een aantal risico’s zijn afgedekt met verzekeringen. Denk daarbij aan de aansprakelijkheidsen rechtsbijstandverzekering. Een tabel van de risico-inventarisatie is in bijlage 4 opgenomen. De inventarisatie is in de begroting 2020 niet alleen geactualiseerd maar tevens gekwantificeerd. Gedurende 2020 is deze nog verder geactualiseerd.

Opgemerkt dient te worden dat de tabel inzicht geeft in de verwachtingswaarde van de risico’s. Wanneer een risico zich daadwerkelijk voordoet kan het effect groter of kleiner zijn dan de verwachtingswaarde. Conclusie Het totaal van de risico’s (zie bijlage 4) is becijferd op € 94.500. Op basis van beschikbare weerstandscapaciteit, de post onvoorzien van € 50.000, komt het weerstandsvermogen neer op: € 50.000 / € 94.500 = 0,53. De voor- en nadelen met betrekking tot o.a. de vorming van een algemene reserve zijn door de RUD LN in samenwerking met haar partners afgewogen. Het uitgangspunt blijft om geen algemene reserve in te stellen. Er is bewust gekozen om niet alle mogelijke risico’s af te dekken. Enerzijds omdat ervanuit gegaan wordt dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Anderzijds omdat het rekeningresultaat (positief dan wel negatief) verrekend wordt met de deelnemers. Mochten de risico’s in een jaar boven de post onvoorzien uitkomen, dan worden deze doorberekend aan de deelnemers conform de GR. Kengetallen In artikel 11 van het BBV staat dat gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen in de paragraaf Weerstandsvermogen een set van vijf financiële kengetallen

29

dienen op te nemen. Dit zijn kengetallen voor: de netto schuldquote, solvabiliteitsratio, structurele exploitatieruimte, grondexploitatie en belastingcapaciteit. Gezien de RUD LN geen belastingen en heffingen int en geen grondposities bezit zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet van toepassing. Hieronder zijn de (overige) ratio’s weergegeven. In bijlage 6 is de berekeningswijze uiteengezet. Tabel 6

Kengetallen

Realisatie 2019

Realisatie 2020

Duiding

Beoordeling

- 16,60%

Primaire Begroting 2020 -5,76%

Netto schuldquote

- 18,39%

Dit kengetal geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Hoe lager dit percentage hoe beter.

Netto schuldquote, gecorrigeerd voor verstrekte leningen

-16,60%

-5,76%

- 18,39%

Solvabiliteitsratio

16,77%

8,35%

19,10%

Structurele exploitatieruimte

-1%

0%

- 1%

Bij verstrekte leningen bestaat onzekerheid op terugbetaling. Door deze leningen in mindering te brengen op de financiële activa wordt duidelijk wat het aandeel van de verstrekte leningen in de exploitatie is en wat dat betekend voor de schuldenlast. Hoe lager dit percentage hoe beter. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de RUD in staat is zijn financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage hoe beter. Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de RUD heeft om de eigen lasten te dragen. Hoe hoger dit percentage hoe beter.

De RUD beschikt alleen over een bestemmingsreserve die afneemt. Het uitgangspunt is om geen algemene reserve op te bouwen. De RUD heeft geen leningen verstrekt. Hierdoor wijkt het percentage niet af van de netto schuldquote.

Het uitgangspunt is om geen algemene reserve in te stellen. Eventuele resultaten worden verrekend met de partners. De begroting 20202023 is structureel in evenwicht. Hiermee voldoet het aan de voorwaarde voor het toepassen van repressief toezicht.

Bij het kengetal structurele exploitatieruimte hoort de volgende toelichting: In de jaarrekening komt tot uitdrukking dat de totale structurele lasten in 2020 iets hoger waren dan de structurele baten. Dit heeft te maken met de incidentele subsidieprojecten externe veiligheid. Voor spoor 1 is het volledige subsidiebedrag over het project 2018/2019 uitbetaald, waarvoor niet alle kosten zijn gemaakt. Ditzelfde geldt voor het project 2019/2020. Ook de

30

inzet van het coördinatiecentrum was subsidiabel in deze projecten. Hierdoor komen de incidentele baten € 10.000 hoger uit. Omdat in de gemeenschappelijke regeling RUD LN is opgenomen dat een voorlopig resultaat in mindering gebracht dient te worden op de uiteindelijke bijdrage van de partners, zodat het eindresultaat uitkomt op € 0, zijn de structurele baten onder andere met deze incidentele baten van € 10.000 gecorrigeerd. Er is sprake van een evenwicht.

3.2 Financiering Deze paragraaf gaat in op de wijze waarop de RUD LN zo adequaat mogelijk omgaat met het liquiditeitenbeheer. Hiervoor gelden niet alleen wettelijke kaders en regels, zoals vastgelegd in onder andere de wet FiDo (Financiering Decentrale Overheden) en RUDDO (Regeling Uitzettingen Derivaten Decentrale Overheden), maar ook interne richtlijnen; deze interne richtlijnen zijn vastgelegd in het treasurystatuut. Het statuut geeft de kaders aan waarbinnen het beleid wordt uitgevoerd. Bij de inwerkingtreding van de Wet Financiering decentrale overheden (FiDo) is het opnemen van een financieringsparagraaf in de begroting en in de jaarrekening verplicht voorgeschreven. In het Besluit Begroting en Verantwoording is neergelegd dat de financieringsparagraaf in elk geval de beleidsvoornemens voor het risicobeheer van de financieringsportefeuille dient te bevatten. Onder risico’s worden in dit verband verstaan: renterisico’s, liquiditeitsrisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en voor zover van toepassing valutarisico’s. De grondslag voor de treasuryfunctie van de RUD wordt gevormd door het treasurystatuut. In het treasurystatuut zijn de kaders opgenomen waarbinnen het Dagelijks Bestuur de financieringsfunctie mag uitoefenen.

Treasurybeheer- en beleid De belangrijkste algemene doelstellingen van het treasurybeleid zijn: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het verankeren van de treasuryactiviteiten in de (administratieve) organisatie; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de wet Fido, RUDDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut; • Het bewaken van de financiële risico’s op afgegeven garanties. Renterisico Het renterisico kan worden gedefinieerd als de mate waarin het saldo van de rentelasten en rentebaten verandert door wijziging in het rentepercentage op leningen en uitzettingen met een rente-typische looptijd van één jaar of langer. Bij de inwerkingtreding van de Wet Fido is het begrip ‘renterisico-norm’ ingevoerd. Uitgangspunt hierbij is om zoveel mogelijk spreiding in de looptijden van leningen aan te brengen. De wettelijk vastgestelde renterisico-norm van 20% houdt in dat in enig jaar de aflossing van de lange schuld niet

31

hoger mag zijn dan 20% van het begrotingstotaal. De RUD LN heeft geen opgenomen (noch verstrekte) leningen, waarmee toetsing aan de renterisiconorm niet aan de orde is. Kasgeldlimiet De Wet bepaalt dat in de financieringsparagraaf informatie opgenomen dient te worden over de liquiditeitspositie van de RUD LN in relatie tot de kasgeldlimiet. Door de RUD LN werden uitsluitend positieve saldi aangehouden en kwamen debet standen in de rekening courant niet voor. De activiteiten van de RUD LN werden gefinancierd uit voorschotten van de deelnemers. Deelnemers wordt aan de start van ieder jaar verzocht de deelnemersbijdrage voor het gehele jaar over te maken. Van kasgeldleningen werd aldus geen gebruik gemaakt, waardoor de kasgeldlimiet niet van toepassing is. Schatkistbankieren Sinds 15 december 2013 stelt het Rijk Schatkistbankieren verplicht. Dit houdt in dat overtollige liquiditeiten aangehouden dienen te worden in de Nederlandse schatkist: 'overtollig' verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak.

Aan de verplichting tot het aanhouden van overtollige liquide middelen in de schatkist is een ondergrens verbonden, namelijk 0,75% van het begrotingstotaal, een en ander met een minimum van € 250.000; voor de RUD LN betekent dat, dat overschotten slechts in de schatkist aangehouden dienen te worden, zodra deze minimaal € 250.000 (gemiddeld tegoed gedurende een heel kalenderkwartaal) bedragen. Net als in 2018 en 2019 maakte de RUD LN in 2020 intensief gebruik van schatkistbankieren, waarbij op de rekening courant ‘slechts’ een werksaldo werd aangehouden en het restant werd afgeroomd naar het schatkistbankieren. He saldo op de rekening ‘schatkistbankieren’ bewoog in 2020 van € 625.000 tot € 1.950.000, met een saldo op 31 december 2020 van € 1.325.000. Binnen de huidige geld- en kapitaalmarkt gelden negatieve renteniveaus, waardoor de stalling van overtollige liquiditeiten niet tot rentebaten leidde. Interne ontwikkelingen en renteresultaat Voor saldi, die gedurende 2020 gestald werd binnen het schatkistbankieren is geen rente vergoed, noch in rekening gebracht. Er wordt aldus geen rente geboekt. Berekening omslagrente Nieuwe regelgeving binnen het BBV stelt dat de berekening van de ‘omslagrente’ moet worden opgenomen in de paragraaf Financiering. De omslagrente wordt bepaald door de externe rentelasten te delen door het totaal van de activa.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10207524/1