CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting vastgesteld compleet AVG

Gemeenteraad 9 mei 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Van Broekhuizenstraat 63 Oostrum18.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

BESTEMMINGSPLAN “Van Broekhuizenstraat 63 Oostrum” NL.IMRO.0984.BP22017-va01 Vastgesteld

Document:

Bestemmingsplan “Van Broekhuizenstraat 63 Oostrum”

IDN:

NL.IMRO.0984.BP22017-va01

Status:

Vastgesteld

Datum:

9 mei 2023

Auteur:

Mevrouw ing. N.A.H. van den Ekker

Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl

INHOUDSOPGAVE 1.

2.

3.

4.

5.

6.

7.

INLEIDING ...........................................................................................................................................................3 1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan ................................................................................................................................... 3

1.2

Ligging van het plangebied .......................................................................................................................................................................... 4

1.3

Vigerend bestemmingsplan ........................................................................................................................................................................ 4

HUIDIGE SITUATIE ..........................................................................................................................................6 2.1

Algemeen........................................................................................................................................................................................................... 6

2.2

Ruimtelijke structuur.................................................................................................................................................................................... 6

2.3

Functionele structuur................................................................................................................................................................................... 7

BEOOGDE SITUATIE .......................................................................................................................................9 3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan.............................................................................................................................. 10

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten .................................................................................................................................... 10

BELEIDSKADER............................................................................................................................................... 11 4.1

Rijksbeleid....................................................................................................................................................................................................... 11

4.2

Provinciaal beleid......................................................................................................................................................................................... 13

4.3

Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................................................................... 18

RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ............................................................. 22 5.1

Milieuaspecten .............................................................................................................................................................................................. 22

5.2

Externe veiligheid ........................................................................................................................................................................................ 30

5.3

Water............................................................................................................................................................................................................... 31

5.4

Kabels, leidingen en straalpaden........................................................................................................................................................... 33

5.5

Natuur ............................................................................................................................................................................................................. 33

5.6

Archeologie en cultuurhistorie............................................................................................................................................................. 36

5.7

Verkeer en parkeren................................................................................................................................................................................. 37

5.8

Niet-gesprongen explosieven................................................................................................................................................................ 38

JURIDISCHE ASPECTEN .............................................................................................................................. 39 6.1

Toelichting op de verbeelding ............................................................................................................................................................... 39

6.2

Toelichting op de planregels .................................................................................................................................................................. 40

UITVOERBAARHEID ..................................................................................................................................... 41 7.1

Economische uitvoerbaarheid............................................................................................................................................................... 41

7.2

Handhaving .................................................................................................................................................................................................... 41

7.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ....................................................................................................................................................... 42

Vastgesteld

1

8.

PROCEDURE .................................................................................................................................................... 43

BIJLAGEN Bijlage 1: Aerius berekening bouwfase Bijlage 1: Aerius berekening gebruiksfase Separate bijlagen ▪ Archeologisch bureau- en verkennend veldonderzoek ▪ Verkennend bodemonderzoek ▪ Verkennend onderzoek asbest

Vastgesteld

2

1.

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel van het bestemmingsplan

Aan de Van Broekhuizenstraat 63 in Oostrum staat de gezinswoning van de initiatiefnemers. De woning staat op een ruim woonperceel van circa 2.070 m2. Gezien de leeftijd van de initiatiefnemers zijn het woonperceel en de ruime gezinswoning te ruim geworden. Daarnaast is de woning niet levensloopbestendig ingericht. Initiatiefnemers willen dan ook graag kleiner gaan wonen, in een levensloopbestendige woning met alle voorzieningen op de begane grond. Initiatiefnemers zijn daarom voornemens om ten westen van hun woning een nieuwe levensloopbestendige woning te realiseren.

Afbeelding 1. Ligging locatie Van Broekhuizenstraat 63 in Oostrum (rood omcirkeld)

Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Oostrum” is de bouw van een nieuwe woning op deze locatie niet toegestaan. De locatie is weliswaar bestemd als ‘Wonen’, maar hoofdgebouwen mogen alleen worden opgericht binnen een bouwvlak en per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan. Op de locatie is één bouwvlak aanwezig die reeds is bebouwd met de huidige woning. Het is dan ook niet mogelijk om op deze locatie een nieuwe woning op te richten. De locatie leent zich echter uitstekend voor het bouwen van een nieuwe woning. De locatie is gelegen in de bebouwde kom van Oostrum, gelegen op korte afstand van de dorpse voorzieningen. De Van Broekhuizenstraat kenmerkt zich als transparant bebouwingslint, met bebouwing gelegen aan weerszijden van de weg. Het bebouwingslint bestaat uitsluitend uit woningen, de nieuwe woning zal dit bebouwingslint aanvullen c.q. verder dichten. Met het initiatief komt daarnaast de bestaande gezinswoning van de initiatiefnemers vrij voor nieuwe bewoners wat de doorstroming op de woningmarkt binnen Oostrum bevordert. Om de nieuwe woning in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld.

In dit bestemmingsplan wordt aan de betreffende locatie een bouwvlak toegekend, waardoor de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een nieuwe levensloopbestendige woning ontstaan.

Vastgesteld

3

1.2

Ligging van het plangebied

De huidige woning van de initiatiefnemers staat in het noordoostelijke deel van de bebouwde kom van Oostrum, aan de Van Broekhuizenstraat 63. In de achtertuin van deze woning willen initiatiefnemers een nieuwe levensloopbestendige woning oprichten. Deze achtertuin is thans volledig ingericht als tennisveld en daardoor voorzien van een betonnen verharding. Het perceel waarop de nieuwe woning is beoogd staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie S en perceelnummer 1397 (gedeeltelijk). Het deel van perceel 1397 waar de nieuwe woning wordt opgericht wordt in dit bestemmingsplan aangeduid als “het plangebied”.

Afbeelding 2. Luchtfoto en kadastrale begrenzing van de locatie met plangebied rood omlijnd

Het plangebied ligt op korte afstand van het woningbouwgebied “Van Broekhuizenstraat – Geijsterseweg”. Dit woningbouwgebied voorziet in de ontwikkeling van 10 nieuwe woningen waarvan enkele reeds zijn gerealiseerd ten westen en zuidoosten van het plangebied. Dit heeft geleid tot een verdere verdichting met woningen. In het noorden wordt het plangebied begrensd door landbouwgrond. In het oosten grenst het plangebied aan de woning Van Broekhuizenstraat 63 en in het westen aan de woning Van Broekhuizenstraat 61E. In het zuiden grenst het plangebied aan de Van Broekhuizenstraat, waar aan de overzijde eveneens woningen zijn gelegen.

1.3

Vigerend bestemmingsplan

De locatie maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Oostrum” (vastgesteld d.d. 22 december 2015) en is bestemd als ‘Wonen’. Het plangebied is daarnaast voorzien van de dubbelbestemmingen ‘Waarde – Archeologie 2’ en ‘Waarde – Archeologie 4’.

Vastgesteld

4

Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Oostrum” met plangebied rood omcirkeld

De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in een woning. Deze gronden zijn daarnaast onder andere bestemd voor voorzieningen van openbaar nut en bijbehorende voorzieningen zoals waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen. Voor hoofdgebouwen geldt dat deze binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak dienen te worden gebouwd. Per bouwvlak is maximaal één woning toegestaan. Het is niet mogelijk op de locatie op basis van het vigerende bestemmingsplan één nieuwe woning (zijnde één hoofdgebouw) te realiseren, omdat een bouwvlak ontbreekt. Een bouwvlak is benodigd voor de bouw van een nieuw hoofdgebouw.

Vastgesteld

5

2.

HUIDIGE SITUATIE

2.1

Algemeen

Het plangebied ligt in het noorden van de kern Oostrum. Oostrum maakt onderdeel uit van de gemeente Venray, dat is gelegen in het noorden van Limburg. Oostrum is het grootste zelfstandige kerkdorp van deze gemeente, ruim 2.400 inwoners bevolken de kern.

Afbeelding 4. Vogelvluchtperspectief plangebied

Momenteel wordt het plangebied gebruikt als (achter)tuin behorende bij de aanpalende woning. De achtertuin is thans volledig ingericht als tennisveld en daardoor voorzien van een betonnen verharding. De achtertuin is daarnaast bebouwd met een bijgebouw.

2.2

Ruimtelijke structuur

Oostrum is ontstaan als lintbebouwing aan de Mgr. Hanssenstraat. De Mgr. Hanssenstraat vormt dan ook een belangrijke beelddrager in ruimtelijke zin door de aanwezigheid van historische bebouwing en door het bijzondere profiel met de relatief aaneengesloten straatwanden. De kern is vervolgens, na de Tweede Wereldoorlog, uitgebreid door planmatig aangelegde woonwijken. Deze woonwijken zijn in eerste instantie ten noorden en vervolgens ten zuiden van de Mgr. Hansstraat gerealiseerd. Ten noorden van de Mgr. Hanssenstraat bestaat de woonbebouwing met name uit strokenbouw uit de jaren 50-60 en bungalows. Aan de zuidzijde van de Mgr. Hanssenstraat bevinden zich overwegend tweekappers en vrijstaande woningen in twee lagen. Langs de zuidzijde van de kern is de bebouwing overwegend open van structuur.

Vastgesteld

6

Afbeelding 5. Impressie plangebied vanuit de Van Broekhuizenstraat

Afbeelding 6. Impressie Van Broekhuizenstraat

In een later stadium, omstreeks 2000, is Oostrum in oostelijke richting uitgebreid. De bebouwing in deze planmatig opgezette woonwijk bestaat overwegend uit vrijstaande en tweekappers bestaande uit twee bouwlagen. Aan de weg de Horik zijn nog enkele aaneengebouwde woningen gelegen. In het noordoostelijke deel van de kern ligt het woningbouwgebied “Van Broekhuizenstraat – Geijsterseweg”. Dit woningbouwgebied voorziet in de ontwikkeling van 10 nieuwe woningen waarvan enkele reeds zijn gerealiseerd. De andere belangrijke structuurdragers van Oostrum zijn de spoorlijn Nijmegen – Roermond en de Oostrumsche Beek. De spoorlijn doorsnijd de kern in het westen en vormt de afscheiding tussen de feitelijke kern en het stationsgebied. De Oostrumsche Beek vormt de natuurlijke zuidelijke grens van de kern Oostrum.

2.3

Functionele structuur

De gronden ten noorden van Oostrum zijn ontgonnen als een kampontging. Dit type ontginning is ontstaan doordat individuele boeren de hogere gronden ontgonnen voor akkerbouw en de tussengelegen laagtes in gebruik namen als grasen hooiland. Ten noorden van Oostrum lagen dan ook diverse agrarische bedrijven. De agrarische bedrijvigheid is hier gestopt waardoor de agrarische functie naar de achtergrond is getreden. Deze gronden hebben in de loop der tijd dan ook plaats gemaakt voor woningbouw. In de bebouwde kom van Oostrum en in de omgeving van het plangebied overheerst de woonfunctie. De woningvoorraad in de omgeving bestaat grotendeels uit eengezinswoningen van het type twee-onder-één-kap of vrijstaand. In de omgeving van het plangebied liggen tussen de woningen in nog enkele onbebouwde gronden die gebruikt worden als landbouwgrond. Het centrum van Oostrum is geconcentreerd rondom de kruising van de Geysterseweg en de Mgr. Hanssenstraat. Aan deze wegen bevinden zich dan ook voornamelijk de dorpse voorzieningen. De voorzieningen bestaan uit de kerk en enkele winkels, bedrijven en horecagelegenheden. Aan de Watermolenstraat ligt het gemeenschapshuis en de plaatselijke basisschool met kinderopvang. Voor de winkelvoorzieningen is de kern aangewezen op de kern Venray, die direct ten westen van Oostrum ligt.

Afbeelding 7. Impressie buitengebied zijde Van Broekhuizenstraat

Vastgesteld

Afbeelding 8. Impressie Oostrumsche Beek

7

Ten westen van Oostrum ligt bedrijventerrein De Hulst 1. De Hulst I is een relatief kleinschalig bedrijventerrein waar diverse kleine en middelgrote ondernemingen gevestigd zijn. Op het bedrijventerrein overheerst dan ook de bedrijfsfunctie. In het buitengebied van Oostrum overheerst de agrarische functie. Verspreid over het buitengebied liggen dan ook agrarische bedrijven met daartussen enkele burgerwoningen. In het buitengebied zijn de onbebouwde percelen in agrarisch gebruik, als akker of als weiland. Daarnaast zijn in het buitengebied enkele bosgebieden gelegen waaronder het Natura 2000-gebied “Boschhuizerbergen”. Hierdoor is de natuurfunctie prominent aanwezig.

Vastgesteld

8

3.

BEOOGDE SITUATIE

Initiatiefnemers wensen een nieuwe levensloopbestendige woning op te richten achter hun huidige woning Van Broekhuizenstraat 63. De beoogde bouwlocatie betreft in de huidige situatie de achtertuin van de huidige woning en is thans verhard met een tennisbaan. De huidige woning betreft een ruime gezinswoning. De kinderen zijn echter inmiddels het huis uit waardoor de woning te ruim is geworden voor initiatiefnemers. Daarom wensen initiatiefnemers juist om een kleinere, levensloopbestendige woning op te richten. Bij een levensloopbestendige woning worden voorzieningen aangebracht die het mogelijk maken de woning een leven lang te bewonen. Door het oprichten van een badkamer en slaapkamer op de begane grond is de woning levensloopbestendig. Initiatiefnemers zullen zelf in deze levensloopbestendige woning gaan wonen waarmee de bestaande gezinswoning van de initiatiefnemers vrij komt. Het initiatief bevordert dan ook de doorstroming van woningen binnen de kern van Oostrum. Bouwtekeningen voor de nieuwe woning zijn nog niet aanwezig. Middels onderhavig bestemmingsplan wordt dan ook niet een specifieke woning geregeld, maar wordt een bouwrecht aan de locatie toegekend. Het bouwrecht kan worden ingevuld met een woning, zolang deze voldoet aan de bepalingen uit de planregels.

Afbeelding 9. Impressie situering bouwvlak met doorgetrokken gevellijnen (blauw #61e en geel #63) en nieuw bouwvlak (rood)

Belangrijk uitgangspunt voor de realisatie van de nieuwe woning is dat deze onderdeel uit dient te gaan maken van het aanwezige (transparante) bebouwingslint van de Van Broekhuizenstraat en dat deze tot een geleidelijke overgang leidt van de woning Van Broekhuizenstraat 61e naar de woning Van Broekhuizenstraat 63. Ter plaatse maakt de Van Broekhuizenstraat een haakse bocht naar het noorden. Terwijl de voorgevel van de woning Van Broekhuizenstraat 61e gericht is richting het zuiden en op korte afstand van de weg ligt, ligt de voorgevel van de woning Van Broekhuizenstraat 63 richting het oosten. De zijgevel van de woning Van Broekhuizenstraat 63 ligt echter verder weg van de weg verwijderd dan de voorgevel van de woning Van Broekhuizenstraat 61e. Om tot een geleidelijke overgang te komen tussen de voorgevel van de woning Van Broekhuizenstraat 61e en de zijgevel van de woning Van Broekhuizenstraat 63 is ervoor gekozen de voorgevel van de nieuwe woning iets terug te positioneren ten opzichte van de woning Van Broekhuizenstraat 61e (1/3 van de afstand tussen beide bestaande gevels). Naast een geleidelijke overgang tussen de bestaande woningen ontstaat daarmee een niet al te diepe voortuin en blijft de achtertuin voldoende diep voor een mooi formaat achtertuin.

Vastgesteld

9

3.1

Uitgangspunten en doelstellingen van het plan

De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken een nieuwe vrijstaande, levensloopbestendige woning met bijgebouwen op te kunnen richten aan de Van Broekhuizenstraat, direct ten westen van de woning met huisnummer 63. Bij de opstelling van dit bestemmingsplan zijn de volgende uitgangspunten leidend geweest: ▪ Het bestemmingsplan dient een adequate en duidelijke regeling te bevatten dat binnen het plangebied één nieuwe vrijstaande levensloopbestendige woning is toegestaan; ▪ De voorgevel van de nieuwe woning dient op 1/3 deel van het verschil tussen de voorgevel van de naastgelegen woning met huisnummer 61e en de zijgevel van de andere naastgelegen woning met huisnummer 63 worden gepositioneerd; ▪ Zijdelingse afstand van de nieuwe woning tot de perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 meter; ▪ Maximale diepte van de nieuwe woning bedraagt 15 meter; ▪ De maximale goothoogte van de nieuwe woning bedraagt 4,5 meter; ▪ Ten behoeve van de uniformiteit van bestemmingsplannen binnen de gemeente Venray dient onderhavig bestemmingsplan qua systematiek aan te sluiten bij het bestemmingsplan “Oostrum” zoals dat thans voor het plangebied en voor de rest van de bebouwde kom van Oostrum geldt; ▪ Uit het uitgevoerde archeologische onderzoek is gebleken dat het plangebied geen archeologische waarden bevat.

De archeologische dubbelbestemming, zoals die thans voor het plangebied geldt, dient daarom van het plangebied te worden verwijderd. De uitgangspunten hebben geleid tot een bestemmingsplan waarin het plangebied nog steeds bestemd is als ‘Wonen’. Aan het plangebied is echter een bouwvlak toegekend over de totale breedte van het plangebied, maar waarbij wel de afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrenzen is gehanteerd. Diepte van het bouwvlak bedraagt 15 meter. Het bouwvlak is ten slotte voorzien van de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 1’ en ‘maximum goothoogte: 4,5 m’ zodat de bouw van één woning mogelijk wordt gemaakt. In de planregels is expliciet opgenomen dat uitsluitend een levensloopbestendige woning is toegestaan.

3.2

Stedenbouwkundige / ruimtelijke aspecten

De realisatie van een nieuwe woning binnen het plangebied sluit goed aan bij de stedenbouwkundige karakteristiek van de omgeving. Een open ruimte in het transparante bebouwingslint van de Van Broekhuizenstraat wordt opgevuld zodat het bebouwingslint wordt verdicht c.q. versterkt. De locatie maakt onderdeel uit van het bebouwingslint van de Van Broekhuizenstraat en ligt op korte afstand van woningbouwgebied ‘Van Broekhuizenstraat – Geijsterseweg’. In de omgeving overheerst dan ook de woonfunctie. Aan de Van Broekhuizenstraat is sprake van een transparant bebouwingslint, bestaande uit vrijstaande en twee-aaneen gebouwde woningen, de nieuwe woning zal dit bebouwingslint aanvullen c.q. verder dichten. Het initiatief past dan ook functioneel gezien goed bij de omgeving.

Vastgesteld

10

4.

BELEIDSKADER

In dit hoofdstuk worden de op het plangebied van toepassing zijnde beleidskaders behandeld. Gemeenten zijn immers niet geheel vrij in het voeren van hun eigen beleid. Rijk en provincie geven met het door hen gevoerde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op het van toepassing zijnde Rijksbeleid. In de daarop volgende paragraaf komt het provinciaal beleid aan bod. In paragraaf 4.3 volgt ten slotte het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Venray.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2024, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak.

Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel; ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s; ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪ Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; ▪ Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit; ▪ Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; ▪ Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.

Vastgesteld

11

Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken.

In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op Rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. Met het initiatief worden geen van de genoemde belangen geschaad. In het plangebied is geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Het initiatief is daarom niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3 Ladder duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is in oktober 2012 ingevoerd en is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd.

De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De Laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. In artikel 1.1.1 onder i van het Bro is een nadere omschrijving van het begrip stedelijke ontwikkeling vastgelegd. Als stedelijke ontwikkeling wordt genoemd: “ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen”. Met onderhavig initiatief is sprake van een woningbouwlocatie aangezien binnen het plangebied in totaal één woning wordt gerealiseerd, zodoende is in beginsel sprake van een stedelijke ontwikkeling. De omvang van de woningbouwlocatie is echter ook bepalend of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling.

Vastgesteld

12

De Afdeling is in een eerdere zaak van oordeel geweest dat een aantal van 11 toe te voegen woningen, een ontwikkeling is die niet voorziet in een woningbouwlocatie of een andere stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, van het Bro. Artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro is dan ook niet van toepassing (ABRvS 16 september 2015, ECLI: NL: RVS:2015:2921, r.o. 4.3). Gelet hierop kan zeker geconcludeerd worden dat het realiseren van één woning in de bebouwde kom van Oostrum evenmin een stedelijke ontwikkeling betreft als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid Bro. Het initiatief valt derhalve niet onder de werking van de ladder en hoeft er dus niet aan getoetst te worden.

4.2

Provinciaal beleid

4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie (POVI), met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a. In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven.

Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid. b. In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s. 2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag.

In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de ruimtelijke concentratie van kwetsbare groepen. Samen met het verhogen van de arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptie en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed Vastgesteld

13

op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪ Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s; ▪ Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg. De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader.

Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten. Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt.

Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil. Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn, zijn bijvoorbeeld sociaaleconomische omstandigheden, gezondheid, leefbaarheid, het voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Onderhavige ontwikkeling voorziet in het oprichten van één woning in de bebouwde kom van Oostrum. De woning voorziet in de eigen behoefte van de initiatiefnemers en wordt levensloopbestendig opgericht. De woning is daarmee uitermate geschikt voor senioren. In de POVI is opgenomen dat speciale aandacht nodig is voor het toenemend aantal ouderen. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de ontwerp Provinciale Omgevingsvisie Limburg.

4.2.2 Omgevingsverordening Limburg 2021 Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte.

Vastgesteld

14

Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪ Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap; ▪ Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor een ieder gelden of voor specifieke doelgroepen. Het plangebied is op basis van de nieuwe omgevingsverordening aangewezen als ‘landelijk kern’. In een landelijke kern is de leefbaarheid en vitaliteit belangrijk. Het initiatief draagt bij aan een betere leefbaarheid van de landelijke kern en past daarmee binnen dit gebiedstype.

Afbeelding 10. Impressie uitsnede Omgevingsverordening Limburg 2021 kaart Wonen, werken en recreëren.

De volgende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪ Groenblauwe mantel ▪ Wonen, werken en recreëren Groenblauwe mantel Een van de wijzigingen in de Omgevingsverordening 2021 ten opzichte van de Omgevingsverordening 2014 betreft het samenvoegen van de zilvergroene en bronsgroene landschapszone tot de groenblauwe mantel. De regels voor beide typen gebieden komen sterk overeen, net als het feitelijke gebruik. In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat in de Groenblauwe mantel inzichtelijk moet worden gemaakt wat de betekenis van een ontwikkeling in een ‘plangebied’ is voor de natuurwaarden in aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. De provincie geeft daarbij aan dat het belangrijk is dat dit niet meer is dan een motiveringsplicht en geen gebodsbepaling. De verwachting is dat deze motiveringsplicht in veel situaties weinig extra inspanning (motivering) vergt omdat verbindingsof bufferfuncties niet geraakt worden. Het plangebied is gelegen in een beekdal en ligt op korte afstand van een gebied dat is aangewezen als ‘Groenblauwe mantel’ derhalve is een motiveringsplicht benodigd. Met onderhavig initiatief wordt een levensloopbestendige woning gerealiseerd in de bebouwde kom van Oostrum. De woning wordt gerealiseerd in het bebouwingslint van de Van Broekhuizenstraat.

De woning is beoogd tussen de woningen Van Broekhuizenstraat 61E en 63 in en vormt een verdere verdichting van het bestaande bebouwinglint. Daarnaast overheerst in de omgeving van het plangebied de woonfunctie. De woning is daarmee goed passend in de omgeving. Aangezien de woning wordt gerealiseerd in de bebouwde kom en in een bestaand bebouwingslint kan gesteld worden dat met het initiatief geen afbreuk wordt gedaan aan de groenblauwe mantel ten noorden van het plangebied.

Vastgesteld

15

Wonen, werken en recreëren In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat de motivering bij een plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a. Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie; b. Sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek; c. Over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio Noord-Limburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken; d. Het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5; e. Realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen. Onderhavig initiatief is hierboven getoetst aan het rijksbeleid en het provinciaal beleid en wordt hieronder getoetst aan het regionale en gemeentelijk beleid. Uit de toetsing blijkt dat het realiseren van één nieuwe levensloopbestendige woning in de kern Oostrum passend is.

Conclusie Op dit moment geldt nog de Omgevingsverordening Limburg 2014. Met de komst van de Omgevingswet (inwerkingtreding: 1 januari 2024) is een nieuwe verordening nodig die de huidige gaat vervangen. Tot het moment dat de Omgevingswet en de nieuwe Omgevingsverordening Limburg in werking treden, blijft de huidige verordening gelden. Hierna is het initiatief getoetst aan de huidige verordening. 4.2.3 Omgevingsverordening Limburg 2014 Op 12 december 2014 is de Omgevingsverordening Limburg 2014 vastgesteld en in werking getreden. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten zijn opgenomen. De te maken regionale bestuursafspraken worden in de Omgevingsverordening Limburg geborgd. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van 16 december 2022. De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪ Bronsgroene landschapszone ▪ Nieuwe woningen Bronsgroene landschapszone 1.

De toelichting bij een ruimtelijk plan dat betrekking heeft op een gebied gelegen in de Bronsgroene landschapszone, bevat een beschrijving van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, de wijze waarop met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten is omgegaan en hoe de negatieve effecten zijn gecompenseerd. Bij de compensatie van de negatieve effecten op natuurwaarden ( kernkwaliteit “Groene karakter”) stelt de Gedeputeerde Staten de wijze vast waarop de compensatie dient de worden uitgevoerd. 2. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijk karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Bij een ruimtelijke ontwikkeling binnen de bronsgroene landschapszone dienen de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten beschreven te worden, alsmede een motivering hoe met de bescherming en versterking van de kernkwaliteiten in het betreffende gebied wordt omgegaan. De kernkwaliteiten in de Bronsgroene landschapszone zijn het groene karakter, het visueel-ruimtelijke karakter, het cultuurhistorisch erfgoed en het reliëf. Deze zijn aangeduid in het Landschapskader Noord- en Midden Limburg.

Vastgesteld

16

Blijkens de bij het Landschapskader behorende kaart ligt de locatie van de nieuwe woning in een oude stads- en dorpskern. Het meer noordelijk gelegen gebied wordt gekenmerkt als een ‘kampen en oude graslanden’ en ‘Beekdal’. Kampen en oude graslanden De kampen en oude graslanden zijn ontstaan doordat individuele boeren de hogere gronden ontgonnen voor akkerbouw en de tussengelegen laagtes in gebruik namen als gras- en hooiland. Een typisch kampen- en oude graslandenlandschap wordt gekenmerkt door een besloten of halfopen door bos en opgaande beplanting omgeven ruimtes en is bebouwingsarm. Daar waar de karakteristieke kleinschaligheid bewaard is gebleven, is het landschap visueel-ruimtelijk aantrekkelijk en waardevol. Rond de aanwezige bebouwing wordt ingezet op het stimuleren van erfbeplanting en het versterken van groenstructuren. Bovendien is langs oude wegen extra aandacht voor cultuurhistorie. Binnen de vaak transparante linten kan ruimte worden gevonden voor verdichting ten behoeve van de landbouw of ‘rood voor groen’. Hierbij moet uiterst zorgvuldig worden omgegaan met de beeldkwaliteit die in overeenstemming is met een bij het kampenlandschap passende karakteristiek. Beekdal Het beekdallandschap omvat die gronden die vanuit het natuurlijk fundament aangeduid worden als beekdal. De beekdalen zijn belangrijke structuurdragers van het landschap, met name op de zandgronden.

Als gevolg van latere egaliseringen, ontwateringen en ontginningen zijn de beekdalen echter in veel gevallen nog nauwelijks herkenbaar. Een typisch beekdal wordt gekenmerkt door een overwegend halfopen kleinschalig landschap met afwisselend hooilanden, weilanden, bosjes en kleine landschapselementen. In het beekdal bevindt zich meestal weinig tot geen bebouwing. Daar waar de karakteristieke kleinschaligheid bewaard is gebleven, is het landschap visueel-ruimtelijk nog aantrekkelijk en waardevol. Bebouwing moet beperkt worden tot de aan het beekdal grenzende hogere gronden. Hier zal nieuwe bebouwing worden opgenomen in bestaande bebouwingsstructuren (de bestaande linten en kernen). Aanwezige bebouwing in het beekdal is niet wenselijk en moet indien mogelijk worden verwijderd. Met onderhavig initiatief wordt één nieuwe woning gerealiseerd in de bebouwde kom van Oostrum. De woning is beoogd in een bestaand lint en zorgt voor een verdere verdichting van het aanwezige lint. Gelet op het feit dat de woning wordt gerealiseerd in de bebouwde kom en in een bestaand lint kan gesteld worden dat de landschapswaarden van de kampen en oude graslanden en het beekdal niet worden aangetast.

In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro (ladder duurzame verstedelijking). Onderhavig initiatief is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.1.3. Er is sprake van de bouw van één nieuwe woning. Bij het bouwen van één woning is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder niet van toepassing is. In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Zoals in paragraaf 4.2.4 van onderhavige toelichting is vermeld, is de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg inmiddels vervangen door de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. Geconcludeerd wordt dat het initiatief voldoet aan de uitgangspunten voor deze woonvisie. Conclusie De ontwikkeling van de nieuwe woning past derhalve binnen de Omgevingsverordening Limburg 2014.

Vastgesteld

17

4.2.4 Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 De gemeente Venray heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Venlo, Venray en Peel en Maas en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Venray gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 105 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venray de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.

Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren. Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪ Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen; ▪ Gekeken dient te worden naar koppelkansen; ▪ Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot; ▪ Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte; ▪ De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na; ▪ Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen. Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪ Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte. ▪ Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.

▪ Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad. ▪ Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen. De beoogde ontwikkeling betreft het oprichten van één nieuwe woning in de kern van Oostrum. De woning is beoogd in de achtertuin van de woning Van Broekhuizenstraat 63 en wordt levensloopbestendig uitgevoerd. De woning is daarmee uitermate geschikt voor senioren. Gezien de aard van het initiatief en de vraag naar woningen binnen de dorpen sluit de nieuwe woning aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 20202024.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1 Toekomstvisie Venray 2030 In 2009 heeft de gemeente Venray een strategische visie vastgesteld met als tijdzone 2020. In 2013 is de Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel (2025)’ als een aanvulling op en herijking van de strategische visie 2020, ‘Venray Dorp en Stad’ opgesteld met een doorkijk naar 2025. De nieuwe toekomstvisie Venray 2030, ‘Venray loopt voorop’ is tot stand gekomen in 2019 en geeft een doorkijk naar 2030. Vastgesteld

18

De toekomstvisie gaat in op: ▪ De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas); ▪ Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray; ▪ Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie. Ten aanzien van het thema wonen zijn wat betreft het voorliggend project geen nieuwe of afwijkende uitgangspunten geformuleerd. Het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen, wordt andermaal onderstreept. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering. De thema’s die centraal staan zijn: 1. Venray is dorp en stad; 2. Venray is kennisintensief; 3. Venray zorgt voor elkaar; 4. Venray is levendig; 5. Venray voorziet in alle woonwensen. De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving.

Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. Middels onderhavig initiatief wordt één woning toegevoegd in de kern van Oostrum. De vrijstaande woning wordt levensloopbestendig ingericht zodat de woning met name geschikt is voor bewoning door ouderen. Met het initiatief wordt dan ook aangesloten bij het streven van gemeente Venray om te voorzien in alle woonwensen. 4.3.2 Omgevingsvisie Venray De gemeente Venray heeft, in het kader van de op handen zijnde Omgevingswet en door gewijzigde inzichten, op 2 november 2021 een nieuwe omgevingsvisie voor het grondgebied van de gemeente opgesteld. Daarin heeft de gemeente de nieuwe beleidsuitgangspunten voor ontwikkelingen in de gemeente opgenomen. De nieuwe omgevingsvisie biedt de basis van de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente en dient als ruimtelijk toetsingskader. In de omgevingsvisie wil de gemeente laten zien voor welke uitdagingen de gemeente staat en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: de Toekomstvisie 2030 "Venray loopt voorop".

De omgevingsvisie is samen met de input van inwoners, ondernemers en verenigingen tot stand gebracht. De gemeente wil de belangrijke waarden van Venray beschermen en versterken. Daarbij wordt aan de hand van ambities rekening gehouden met verschillende opgaven zoals de klimaatverandering, de energietransitie en de woningbouw om het woningtekort op te lossen. Belangrijk vraagstuk daarbij is hoe de gemeente er over 10 jaar uit zal zien. De ambities spelen een rol in ontwikkelingen binnen de verschillende deelgebieden. Het plangebied is in de Omgevingsvisie van Venray aangewezen als woongebied. Woongebied De woongebieden zijn over een aantal jaar veranderd in groene wijken en dorpen waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. In het toekomstig Venray ziet de gemeente voldoende betaalbare en voldoende nultredenwoningen. De gemeente ziet een groene woonomgeving, bijzondere woonvormen en vitale gemeenschappen die voor elkaar zorgen. De mens staat centraal en de inwoners hebben de kansen en Vastgesteld

19

keuzemogelijkheden om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Denk bijvoorbeeld aan de toegang tot voorzieningen en vervoer. In de kern Oostrum zijn de belangrijkste ruimtelijke ambities en speerpunten als volgt: ▪ Meer doorstroming voor woningbouw in Oostrum, geef de starters een kans zich te vestigen in Oostrum en laat de senioren genieten van hun oude dag in een kleinere (aangepaste) woning. ▪ Nieuw dorpsplein wat zal bijdragen aan het samenkomen van de inwoners. ▪ Ontwikkeling van de Oostrumsche Heide om de natuur rondom Oostrum te versterken. ▪ Realiseren van een verkeersarm centrum met alleen bestemmings verkeer. Dit zal ontstaan door de aanpak van de N270 en de doorsteek op het Oostrumsveld/Lull. ▪ Ontwikkelen van Paschalis tot woningen. ▪ Duurzame industrieterreinen met zonnepanelen en extra groene uitstraling, zodat deze minder zichtbaar zijn vanaf doorgaande routes, bijvoorbeeld naar Sportpark de Spar. In Oostrum is er een tekort aan woningen. Er is op dit moment geen doorstroming mogelijk en er is ook geen ruimte voor starters. Er liggen plannen voor Oostrum-Oost en deze worden in 2021 en 2022 ontwikkelt en verder uitgevoerd. Als we dit niet doen zullen we de ouderen uit ons dorp zien vertrekken en starters vestigen zich dan ook elders. Op de langere termijn zal dit dan mogelijk schadelijk zijn voor onze sociale voorzieningen en dus de leefbaarheid van ons dorp.

Uit de Omgevingsvisie van Venray blijkt dat in Oostrum een woningtekort is en dat de huisvesting voor starters en ouderen de prioriteit heeft. Met onderhavig initiatief wordt één levensloopbestendige woning gerealiseerd in de kern van Oostrum. De woning voorziet in de eigen behoefte van de initiatiefnemers die graag kleiner willen gaan wonen. Met het initiatief komt de bestaande gezinswoning van de initiatiefnemers vrij wat de doorstroming binnen de kern bevordert. Het initiatief sluit dan ook uitstekend aan op de Omgevingsvisie Venray. 4.3.3 Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Venray het Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 vastgesteld. In het Omgevingsprogramma Wonen staat hoe Venray zich wil blijven ontwikkelen als een fijne gemeente om te wonen. Op hoofdlijnen wordt richting gegeven aan de verschillende belangrijke vraagstukken rondom het wonen. Venray staat voor grote opgaven op het gebied van het wonen. De druk op de woningmarkt is groot, wachttijden voor sociale huurwoningen lopen op. En door prijsstijgingen in de koopsector is een koopwoning voor mensen met een lager en middeninkomen steeds minder bereikbaar. Volgens recente prognoses zal de bevolking en het aantal huishoudens in Venray in de komende jaren blijven toenemen. De veronderstelde krimp van de bevolking verschuift naar later.

Daarnaast verandert de samenstelling van de bevolking: ook in de gemeente Venray is sprake van vergrijzing. Maar de opgave is diverser. De gemeente Venray zit midden in een ingrijpende transitie op het gebied van verduurzaming, energie en warmte, met de nodige consequenties voor het bouwen en verbouwen van woningen. En veranderingen in het zorglandschap zorgen eveneens voor een opgave voor andere woonvormen voor mensen die zorg en begeleiding nodig hebben, zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie. Vitaliteit en leefbaarheid van de wijken en kernen staat soms onder druk en vraagt dan ook aandacht. De opgave waar de gemeente voor staat, is dan ook bijzonder complex en veelzijdig. Deze worden samengevat aan de hand van vijf inhoudelijke thema’s, die in het omgevingsprogramma verder zijn uitgewerkt in zo concreet mogelijke aanpak, acties en maatregelen: 1. Snel voldoende woningen bouwen 2. Gevarieerd aanbod 3. Duurzame woningvoorraad 4. Wonen en zorg Vastgesteld

20

5.

Vitale wijken en kernen

Het initiatief voldoet aan deze inhoudelijke thema’s. Het initiatief voorziet in de realisatie van één nieuwe woning die levensloopbestendig wordt opgericht. De woning is daarmee perfect voor bewoning door ouderen, wat bijdraagt aan een gevarieerd woonaanbod. Met het initiatief komt tevens de bestaande woning van de initiatiefnemers vrij, wat de doorstroming bevordert. Het initiatief is dan ook in lijn met het Omgevingsprogramma Wonen. 4.3.4 Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011 In de ‘Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011’ vastgelegde kwaliteitsbeleid omtrent een bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling is gebaseerd op de gedachte dat ruimtelijke ontwikkelingen (bouwactiviteiten) leiden tot verlies aan ruimtelijke kwaliteit en dat dit verlies moet worden gecompenseerd. Achterliggend doel is het behoud en waar mogelijk versterking van de (groene) kwaliteiten van zowel het buitengebied als het stedelijk gebied. Woningbouw dient in principe plaats te vinden binnen de contouren van de dorpen en de grens stedelijke dynamiek. Daarnaast kan het in bepaalde gevallen toch wenselijk zijn om ook in het buitengebied op beperkte schaal incidentele woningbouw toe te staan. In dit geval is het plangebied gelegen in de bebouwde kom van Venray, derhalve binnen de contour.

Voor alle woningbouwontwikkelingen geldt dat alleen kan worden gebouwd bij aantoonbare vraag. Daarnaast is levensloopbestendig en flexibel bouwen het uitgangspunt voor elk nieuw woningbouwplan. Zoals blijkt uit paragraaf 4.3.2 en 4.3.3 is binnen de gemeente Venray vraag naar seniorenwoningen. Het toevoegen van één levensloopbestendige woning die geschikt is voor bewoning door ouderen voldoet derhalve aan de vraag. Voor het bepalen van de hoogte van de bijdrage in het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de bijdrage ruimtelijke ontwikkeling zoals vastgelegd in de nota grondbeleid 2011. De tegenprestatie vindt zo veel mogelijk ter plaatse en/of in de nabijheid van de ingreep plaats. Indien dit niet mogelijk is, komt de bijdrage ten goede van het kwaliteitsfonds stedelijk gebied. Initiatiefnemers hebben met de gemeente Venray een anterieure overeenkomst gesloten waarmee hun zich verplichten de kwaliteitsbijdrage te voldoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12594347/1