CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Toelichting bp Spiekert 4 Heide

Gemeenteraad 26 maart 2024, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan 'Spiekert 4, Heide'14.152 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide Gemeente Venray Toelichting

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Toelichting bestemmingsplan Spiekert 4 Heide

in opdracht van Venterra B.V. Noorderpoort 11a 5916 PJ VENLO

betreffende locatie Spiekert 4-6 Heide documentkenmerk 2210/187/FB-01 versie Vastgesteld Vestiging Nuenen Datum 18 januari 2024

opgesteld door:

gecontroleerd door:

Tritium Advies (CW)

Tritium Advies (FB)

Projectleider ruimtelijke ordening

Projectleider ruimtelijke ordening

Op dit rapport is een disclaimer van toepassing; zie https://www.tritium.nl/disclaimer/29-04-2021/

Tritium Advies B.V. Adviseurs in bouwen, milieu en veiligheid T.

088 44 02 900

E.

info@tritium.nl

I.

www.tritium.nl

KvK-nr.

17108024

Tritium Advies is gevestigd in:

Breda >> Nuenen >> Rijkevoort

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Inhoudsopgave pagina 1

Inleiding

1

1.1

Aanleiding en doel

1

1.2

Ligging en begrenzing plangebied

1

1.3

Geldend bestemmingsplan

2

1.4

Leeswijzer

3

2

Beschrijving plan

4

2.1

Bestaande situatie

4

2.2

Toekomstige situatie

5

3

Beleidskader

7

3.1

Rijksbeleid

7

3.2

Provinciaal beleid

9

3.3

Regionaal beleid

11

3.4

Gemeentelijk beleid

12

4

Milieu- en omgevingsaspecten

14

4.1

Bodem

14

4.2

Geluid

16

4.3

Bedrijven en milieuzonering

17

4.4

Geur

19

4.5

Luchtkwaliteit

23

4.6

Externe veiligheid

24

4.7

Water

26

4.8

Flora en fauna

30

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

31

4.10 Verkeer en parkeren

33

4.11 Kabels en leidingen

34

4.12 Niet gesprongen explosieven

34

4.13 M.e.r.-beoordeling

34

5

Juridische toelichting

36

5.1

Inleiding

36

5.2

Toelichting op de verbeelding

36

5.3

Toelichting op de planregels

37

5.4

Beschrijving bestemmingen

38

6

Uitvoerbaarheid

39

6.1

Economische uitvoerbaarheid

39

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

39

Bijlagen bij de toelichting

40

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer is voornemens om de locatie aan de Spiekert 4-6 te Heide, gemeente Venray, te herontwikkelen. De bedrijfslocatie wordt deels omgevormd naar een woonlocatie waarbij de bestaande showroom van Kusters 2.0 blijft behouden. De locatie is gelegen binnen vigerend bestemmingsplan ‘Heide’ (vastgesteld op 28 oktober 2014) en heeft de bestemming ‘Bedrijf’. De ontwikkeling van woningen past op deze locatie niet binnen de regels van het bestemmingsplan. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. In dit nieuwe bestemmingsplan wordt een deel van de bestemming ‘Bedrijf’ gewijzigd naar de bestemming ‘Wonen’ en ‘Verkeer’.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Spiekert 4-6 in de dorpskern Heide en betreft de percelen kadastraal bekend gemeente Venray, sectie N, nummers 2917 t/m 2921. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van circa 7.100 m2. Het plangebied wordt aan de oost- en zuidzijde begrensd door agrarische percelen, aan de westzijde door de woningen langs de Heidseweg en aan de noordzijde door de Spiekert.

Figuur 1.1: Ligging plangebied (rood omcirkeld)

pagina 1 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Figuur 1.2: Begrenzing plangebied

1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt bestemmingsplan ‘Heide’, vastgesteld op 28 oktober 2014. Het plangebied heeft de bestemming ‘Bedrijf’, de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ en de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone’. Ter plaatse van Spiekert 6 geldt tevens de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’. De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven die zijn opgenomen in de categorieën 1 en 2 van de bijbehorende Staat van Bedrijfsactiviteiten, een bedrijfswoning ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijfswoning’, ondergeschikte detailhandel en voorzieningen van openbaar nut, één en ander met bijbehorende voorzieningen waaronder waterhuishoudkundige en parkeervoorzieningen, paden en verhardingen, in- en uitritten en tuinen en erven. De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende (basis)bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming van de archeologische waarden in het gebied. De ontwikkeling van woningen past niet binnen de bestemming ‘Bedrijf’. Derhalve dient een bestemmingsplanprocedure doorlopen te worden om onderhavig planvoornemen mogelijk te maken.

pagina 2 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

1.4 Leeswijzer Voorliggende toelichting vormt samen met de regels en verbeelding het bestemmingsplan. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. De toelichting vormt de ruimtelijke onderbouwing van het initiatief. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 met een analyse van het plangebied en een beschrijving van de beoogde ruimtelijke ontwikkeling (het plan). In hoofdstuk 3 wordt het plan getoetst aan het relevante rijks-, provinciale - en gemeentelijke beleid. Hoofdstuk 4 bevat een expliciete toetsing van het plan aan alle relevante milieu-planologische aspecten. De juridische vormgeving van het bestemmingsplan wordt behandeld in hoofdstuk 5. Hoofdstuk 6 behandelt de economische uitvoerbaarheid van dit plan.

pagina 3 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

2 Beschrijving plan 2.1 Bestaande situatie Historische schets De eerste nederzetting die het latere kerkdorp Heide vormt, bestond uit enkele verspreid liggende boerderijen in de directe nabijheid van weidegronden waar het vee kon grazen. De latere (lint)bebouwing is gesitueerd aan de lokale verbindingsweg van Ysselsteyn naar Venray. In tegenstelling tot Leunen, dat aan de andere zuidelijke as van Venray ligt, is Heide agrarisch van karakter gebleven. Het groene dorpscentrum (in rechthoekige vorm) bestaat uit de R.K. kerk met begraafplaats en het omliggend openbaar groen. Ruimtelijke structuur Het plangebied ligt in de dorpskern Heide aan de uitvalsweg van Heide richting Leunen. Deze weg is nog terug te vinden op historische kaarten uit de 19e eeuw. Aan de zuidkant van de Spiekert liggen oude akkerlanden, waarbij de bolling van de bouwlanden nog herkenbaar is. De oost- en zuidzijde van het plangebied worden begrenst door bomenrijen. Aan de westzijde vormt de bebouwing de begrenzing van het plangebied. Aan de noordzijde vindt de ontsluiting van het plangebied plaats op de Spiekert. Functionele structuur De dorpskern Heide is voornamelijk een woondorp met daaromheen agrarische bedrijven in het buitengebied. Er is maar een beperkt aantal andere functies in Heide aanwezig, zoals de RK kerk met begraafplaats en de voormalige school die is omgebouwd tot huiskamer (De Schol).

Bij De Schol kan onder anderen vier dagen in de week vers brood worden gehaald. Ook het aantal bedrijfslocaties is beperkt, waar onderhavig plangebied is er één van is. Op onderhavige bedrijfslocatie is een winkel in tegels, plavuizen en stenen gevestigd, Kusters 2.0, bestaande uit een showroom met achterbouw (voormalig Boerenbondsgebouw), een opslagloods, buitenopslag en de bijbehorende bedrijfswoning. De opslag van dit bedrijf zal worden verplaatst naar een nabijgelegen industrieterrein, waardoor de bedrijfsactiviteiten van Kusters 2.0 op deze locatie zich nog beperken tot uitsluitend advieswerkzaamheden in de showroom.

Figuur 2.1: Luchtfoto bestaande situatie pagina 4 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

2.2 Toekomstige situatie Het planvoornemen betreft de ontwikkeling van in totaal 9 nieuwe woningen op een deel van de voormalige bedrijfslocatie. De showroom van Kusters 2.0 blijft behouden en houdt de bestemming ‘Bedrijf’. De achterbouw van de showroom zal behouden en gerenoveerd worden tot 7 appartementen. De naastgelegen opslagloods wordt grotendeels gesloopt, behoudens een gedeelte van de buitengevels in verband met de functie als draagmuur/erfafscheiding bij de buurlocaties. Daarnaast worden er nieuwe bergingen gerealiseerd ten behoeve van de appartementen. De huidige bedrijfswoning met het bestaand bijgebouw aan Spiekert 6 blijft behouden en wordt herbestemd naar een reguliere woonbestemming. Op het terrein van de voormalige buitenopslag worden twee bouwkavels ontwikkeld waarop twee nieuwe vrijstaande woningen kunnen worden gerealiseerd.

Figuur 2.2: Situatieschets planvoornemen

Bereikbaarheid De appartementen zijn gelegen aan een woonhofje en bereikbaar via de reeds bestaande toegangsweg tussen de showroom en de woning aan Spiekert 6. De vrijstaande woning aan de zuidzijde van het plangebied is tevens via deze toegangsweg bereikbaar. De toegangsweg wordt aan het eind voorzien van een keermogelijkheid. De vrijstaande woning aan de oostzijde van het plangebied, de voormalige bedrijfswoning en de showroom worden direct ontsloten op de Spiekert. Programma en doelgroep De 7 appartementen krijgen een gebruiksoppervlak variërend van 55 tot 120 m2, met aan de voorzijde een eigen buitenruimte en een berging. De appartementen zijn bedoeld voor starters en/of senioren en zullen worden verhuurd, zodat ze ook bereikbaar zijn (en blijven) voor de beoogde doelgroep. De ontwikkeling van de twee bouwkavels ten behoeve van vrijstaande woningen zijn beoogd voor verkoop in het hogere segment. pagina 5 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Parkeren De parkeerbehoefte van het planvoornemen wordt volledig binnen het plangebied opgelost. De bestaande parkeerplaatsen langs de Spiekert, behorende bij de showroom, blijven gehandhaafd. Voor de 7 appartementen worden parkeerplaatsen langs de toegangsweg van het woonhofje gerealiseerd. De parkeerbehoefte voor de twee vrijstaande woningen wordt op eigen terrein gerealiseerd. Groen De bestaande bomenrij langs de oost- en zuidzijde van het plangebied blijft behouden. Daarnaast zal de openbare ruimte langs de toegangsweg groen worden ingericht. Tevens zal bij de bergingen behorende bij de appartementen een gezamenlijke (moes)tuin worden gerealiseerd. Duurzaamheid De beoogde herontwikkeling met de sanering van een bedrijfslocatie betreft bij voorbaat een duurzaam en maatschappelijk verantwoord initiatief. Overtollige emissies in de directe woonomgeving van Heide worden geamoveerd en er wordt een kleinschalig en kwalitatief woonmilieu gecreëerd. Daarbij zullen de nieuw te bouwen woningen voldoen aan de meest recente eisen vanuit het Bouwbesluit. Dit betekent onder andere dat de woningen worden voorzien van een duurzaam energiesysteem door bijvoorbeeld het gebruik van zonnepanelen en warmtepompen/wisselaars. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het klimaatneutraal ontwikkelen van het terrein.

Dit door waar mogelijk toepassing te geven aan duurzame bouwmethodes (inzet van elektrisch materieel), het gebruik van duurzame bouwmaterialen en het creëren van voldoende groen- en wateropvangvoorzieningen (voorkomen wateroverlast en hittestress).

pagina 6 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de lange termijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op het moment dat die wet in werking treedt. De NOVI is op 11 september 2020 vastgesteld en onder intrekking van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte in werking getreden. De NOVI bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken; te kiezen voor slimme combinaties van functies; uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met het Rijk, provincies, gemeenten, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners van ons land. Er zijn 21 nationale belangen beschreven die het lokale en regionale belang overschrijden. Enkele voorbeelden hiervan zijn: •

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.

•

Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving.

•

Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

•

Beperken van klimaatverandering.

Toetsing plangebied Onderhavige ontwikkeling is dermate kleinschalig en lokaal van aard, dat er geen nationale belangen mee gemoeid zijn. Daarmee is de ontwikkeling niet in strijd met de NOVI. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd, om nationale en provinciale belangen te beschermen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) komen de volgende veertien nationale belangen terug: 1. Rijksvaarwegen; 2. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; 3. Kustfundament; 4. Grote rivieren; 5. Waddenzee en waddengebied; 6. Defensie; 7. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; 8. Elektriciteitsvoorziening; 9. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; 10. Natuurnetwerk Nederland; 11. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament;

pagina 7 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

12. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); 13. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 14. Ruimtereservering parallelle Kaagbaan. Het Barro blijft van kracht totdat de omgevingswet in gaat, daarna wordt het Barro vervangen door het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In het verlengde van het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) van kracht. Deze regeling bevat o.a. een uitwerking van het ruimtelijke regime rond radars voor militaire luchtvaart en een aanwijzing van reserveringsstroken ten behoeve van uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet. Toetsing plangebied Het westelijke deel van het plangebied is gelegen binnen het obstakelbeheergebied rondom Vliegbasis De Peel / luitenant-generaal Bestkazerne. Binnen deze zone is het niet toegestaan om een object te realiseren of de bodem op te hogen met een grotere hoogte dan 65 meter boven NAP. De planlocatie is gelegen op circa 30 meter boven NAP. Dit betekent dat de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan circa 35 meter. De maximale bouwhoogte van de nieuw te realiseren zal ver onder de maximaal toegestane hoogte blijven en worden vastgelegd in de regels van het bestemmingsplan. De ontwikkeling is daarmee niet in strijd met de belangen uit het Barro.

Ladder voor duurzame verstedelijking Het doel van de 'Ladder voor Duurzame Verstedelijking' (de 'Ladder') is het bewerkstelligen van een zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden en met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de NOVI binnen een breder kader van een goed systeem van ruimtelijke ordening. Indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, dient daarvoor op grond van de Ladder een verantwoording te worden gegeven. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt heeft zodoende: •

Een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling;

•

En, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Om te bepalen of de Ladder van toepassing is, dient eerst beoordeeld te worden of er sprake is van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling. Op basis van vaste jurisprudentie kan gesteld worden dat een ruimtelijke ontwikkeling welke voorziet in de realisatie van minder dan 12 woningen in beginsel niet als stedelijke ontwikkeling wordt gezien. Toetsing plangebied In onderhavige situatie gaat om de transformatie van een bestaande bedrijfslocatie in het bestaand stedelijk gebied tot een kleinschalige en kwalitatieve woningbouwontwikkeling in totaal 9 woningen. Het nieuwe programma, met de realisatie van 7 appartementen (voor starters en/of senioren) en 2 vrijstaande woningen (voor nieuwe inwoners), sluit aan bij de ambities van de gemeente Venray uit de Omgevingsvisie Venray. Tevens blijkt uit het Omgevingsprogramma Wonen dat er vooral behoefte is aan passende woningen voor senioren en starters en een passend pagina 8 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

aanbod van betaalbare huur- en koopwoningen voor lage en middeninkomens. De herbestemming van het voormalige Boerenbond gebouw naar betaalbare huurappartementen voor starters en/of senioren sluit hierop aan. Ook blijkt dat hiermee wordt aangesloten bij de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024. In paragraaf 3.2, 3.3 en 3.4 is de volledige inhoud vanuit het woonbeleid/woningbouwprogramma en bijbehorende toetsing opgenomen. Ondanks de Laddertoets in beginsel niet noodzakelijk wordt geacht, blijkt uit de toetsing van het beleid omtrent woningbouwontwikkelingen bovenal dat de realisatie van woningen in de dorpskern Heide passend is binnen de behoefte.

3.2 Provinciaal beleid Provinciale Omgevingsvisie Limburg (POL) Op 1 oktober 2021 is door Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie Limburg vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategische en lange termijn (2030-2050) visie op de fysieke leefomgeving en beschrijft onderwerpen zoals wonen, infrastructuur, milieu, water, natuur, landschap, bodem, ruimtelijke economie, luchtkwaliteit en cultureel erfgoed. Daarnaast zijn ook de aspecten gezondheid, veiligheid en een gezonde leefomgeving in de Omgevingsvisie meegenomen. De concrete regels omtrent deze onderwerpen heeft de provincie in de Omgevingsverordening vastgelegd. Omgevingsverordening Limburg In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening. De Omgevingsverordening bevat grofweg twee typen regels: •

instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap;

•

regels voor activiteiten die rechtstreeks voor een ieder gelden of voor specifieke doelgroepen.

Met de komst van de Omgevingswet is een nieuwe omgevingsverordening nodig die de huidige gaat vervangen. De nieuwe Omgevingsverordening Limburg (2021) is op 17 december 2021 vastgesteld, maar nog niet in werking getreden. Op dit moment geldt de Omgevingsverordening Limburg 2014. Toetsing plangebied Het plangebied en de beoogde ontwikkeling zijn gelegen binnen een aantal zoneringen van kaarten welke relevante onderwerpen van de Omgevingsverordening aansnijden. Hierna volgen de meest relevante. Binnen de kaart ‘Ruimte’ wordt voor ruimtelijke ontwikkelingen een duurzame verstedelijking nagestreefd. De herontwikkeling van een bestaande bedrijfslocatie ten behoeve van een kleinschalige woningbouwontwikkeling op basis van de behoefte in het ‘Bebouwd gebied’ levert hier een bijdrage aan.

pagina 9 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Figuur 3.1: Uitsnede kaart Ruimte – Duurzame verstedelijking Omgevingsverordening Limburg 2014

Binnen de kaart ‘Milieubeschermingsgebieden’ is de locatie gelegen binnen een ‘Boringsvrije zone’ van Venloschol. Binnen dit gebied gelden er restricties voor bepaalde bodemingrepen en grondboringen beneden 5 meter +NAP. Het maaiveld van het plangebied is overeenkomstig de kaarten van de Algemene Hoogtekaart Nederland gelegen op een hoogte van circa 23 meter +NAP. Er worden geen bodemingrepen, dan wel boringen verwacht die tot een diepte van 5 m +NAP of dieper reiken. Indien van toepassing zal voldaan worden aan de regels die gesteld zijn in de Omgevingsverordening.

Figuur 3.2: Uitsnede kaart Milieubeschermingsgebieden – Boringsvrije zones Omgevingsverordening Limburg 2014

Binnen de kaart ‘Water’ is de locatie gelegen binnen een grondwateronttrekkingszone van het gebied ‘Venloschol’. Binnen dit gebied gelden er restricties voor bepaalde grondwateronttrekkingen en infiltratie beneden 5 meter +NAP. Het maaiveld van het plangebied is overeenkomstig de kaarten van de Algemene Hoogtekaart Nederland gelegen op een hoogte van circa 23 meter +NAP. Er worden geen grondwateronttrekkingen, dan wel infiltraties verwacht die tot een diepte van 5 m +NAP of dieper reiken. Indien van toepassing zal voldaan worden aan de regels die gesteld zijn in de Omgevingsverordening.

pagina 10 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Figuur 3.3: Uitsnede kaart Water – Grondwateronttrekking Omgevingsverordening Limburg 2014

Voornoemde zoneringen en regels vanuit de Omgevingsverordening Limburg 2014 zijn overgenomen in de nog niet inwerking getreden Omgevingsverordening Limburg 2021. Hierna volgt een uitsnede van de integrale kaart. De inhoudelijke strekking is vergelijkbaar met de huidige Omgevingsverordening en zien tevens toe op een duurzame verstedelijking binnen bestaande kernen en bescherming van de Venloschol. Voor de inhoudelijke toetsing wordt derhalve aangesloten bij voorgaande toetsing van het beleid.

Figuur 3.4: Uitsnede integrale kaart Omgevingsverordening Limburg 2021

3.3 Regionaal beleid Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 Op 22 september 2020 heeft de gemeente Venray de nieuwe Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 vastgesteld. Deze woonvisie geeft richting aan het woonbeleid voor de komende 4 jaar. Het is de 2e visie die door de 8 Noord-Limburgse gemeenten in gezamenlijkheid is opgesteld. In deze visie wordt teruggekeken naar de vorige visie: waar komen we vandaan en wat willen we meenemen naar de nieuwe visie. En zijn er ook zaken die veranderd zijn? Daarbij wordt de pagina 11 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

huishoudensontwikkeling inzichtelijk gemaakt en wordt er nadrukkelijker de link tussen de (toekomstige) bevolkingssamenstelling en de bestaande woningvoorraad. Tevens wordt er ingegaan op de trends en ontwikkelingen die de druk op de leefbaarheid vergroten. Ook wordt weergegeven welke acties er in de regiovisieperiode opgepakt gaan worden. Uit de analyse in de visie komen aantal opgaven die kunnen worden samengevat in: −

Mismatch woningbehoefte en woningvoorraad.

−

Zoektocht om alle doelgroepen een plek te geven binnen onze woningmarkt.

Doordat er verschuivingen plaatsvinden in de demografische samenstelling van de bevolking, verandert de woonbehoefte kwalitatief. Door de veranderende samenstelling van huishoudens ontstaat een stijgende woonbehoefte aan nultredenwoningen en appartementen. In de regio wordt een afnemende woonbehoefte aan reguliere grondgebonden woningen geconstateerd, zowel in de huur- als de koopsector. Er zal met name ingezet moeten worden op de realisering van levensloopbestendige grondgebonden woningen. In de Regionale Woonvisie wordt de nadruk gelegd op een goede leefbaarheid. Dit is mede belangrijk omdat er zoveel verschillende doelgroepen zijn, die allemaal hun plekje moeten zien te vinden in de regionale woningvoorraad. De regio streeft daarmee naar een inclusieve samenleving voor iedereen. Toetsing plangebied Het planvoornemen voorziet in een particulier initiatief met de transformatie van een bedrijfslocatie naar een kleinschalige woonlocatie, waarbij 7 huurappartementen en 2 vrijstaande woningen worden gerealiseerd. Dit gevarieerde aanbod sluit aan bij de woningbehoefte die er ligt voor de verschillende doelgroepen. Het planvoornemen sluit daarmee aan bij de ambities uit de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024.

3.4 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Venray Op 2 november 2021 heeft de gemeente Venray de Omgevingsvisie Venray vastgesteld. De Omgevingsvisie laat zien voor welke uitdagingen de gemeente Venray staat en waar de gemeente naar toe wil in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: onze Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. De gemeente Venray wil hun belangrijkste waarden beschermen en versterken. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillende opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie en woningbouw om het woningtekort op te lossen. Er zijn daarbij vier ambities die centraal staan; groen wonen voor iedereen, natuurlijk Venray, een gezond Venray heeft de toekomst en Venray bloeit, bruist en boeit. Daarnaast worden op basis van verschillende thema’s de doelen van de gemeente Venray uiteengezet. Thema ‘wonen’ De vergrijzing en veranderingen in de zorg vragen om een andere kijk op het thema wonen in relatie tot de voorzieningen en de leefbaarheid in de wijken. De toenemende behoefte aan huisvesting van bijzondere groepen (denk aan statushouders, in- en uitstroom uit de maatschappelijke opvang en beschermd wonen, huisvesting van jongeren via de jeugdwet) en aan pagina 12 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

levensloopbestendige woningen betekent een extra opgave voor het aanbod van betaalbare woningen, in een veilige en beschermde woonomgeving. De omgevingsvisie maakt onderscheid in het centrum van Venray, woongebieden, werkgebieden, agrarische gebieden en natuurgebieden. De planlocatie ligt in een woongebied. Er wordt onder anderen ingezet op het verbeteren van de woonkwaliteit door realiseren van de juiste woningen op de juiste plek en het aanpassen van de bestaande woningvoorraad, het bevorderen van goede huisvesting en integratie van bijzondere doelgroepen en het zorgen voor voldoende toegankelijk groen om te ontmoeten en bewegen. Woongebied ‘Heide’ Om de leefbaarheid in het dorp te behouden moet Heide groeien. Door de vergrijzing is het noodzakelijk om aan de woningbehoefte van het dorp tegemoet te komen. De groei is noodzakelijk om het dorpsleven, stichtingen en verenigingen levensvatbaar te houden. Dit betekent dat er woonruimte moet kunnen worden geboden aan starters, nieuwe inwoners van buitenaf en senioren. Toetsing plangebied Het planvoornemen voorziet in een particulier initiatief met de transformatie van een bedrijfslocatie naar een kleinschalige woonlocatie.

De beoogde ontwikkeling met het programma zoals opgenomen in het planvoornemen, met de realisatie van 7 appartementen (voor starters en/of senioren) en 2 vrijstaande woningen (voor nieuwe inwoners) en het behoud van de bestaande woning (voor bestaande bewoners), sluit aan bij de ambities van de gemeente Venray uit de Omgevingsvisie Venray. Omgevingsprogramma Wonen Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van Venray het nieuwe Omgevingsprogramma Wonen vastgesteld. In het Omgevingsprogramma Wonen staan vijf inhoudelijke thema’s centraal: −

snel voldoende woningen bouwen;

−

een gevarieerd aanbod;

−

duurzame woningvoorraad;

−

wonen, gezondheid en zorg;

−

vitale wijken en dorpen.

Uit het omgevingsprogramma blijkt dat er vooral behoefte is aan passende woningen voor senioren en starters en een passend aanbod van betaalbare huur- en koopwoningen voor lage en middeninkomens. Toetsing plangebied De herbestemming van het voormalige Boerenbond gebouw naar betaalbare huurappartementen voor starters en/of senioren sluit aan bij het Omgevingsprogramma Wonen.

pagina 13 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Bodem In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen beoordeeld te worden in hoeverre de milieukundige kwaliteit van de bodem van invloed kan zijn op het beoogd planvoornemen. Met oog op hierop heeft Tritium Advies in opdracht van Venterra B.V. een milieutechnisch en nader bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 2211/030/LLU-01, versie A d.d. 14 juli 2023). Met dit onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) vastgesteld. Hierna volgen de belangrijkste conclusies uit het uitgevoerde onderzoek. Zintuiglijke waarnemingen Onder de asfaltverharding op het westelijk terreindeel is een puinfundering aanwezig. Op het noordoostelijk terreindeel, onder de stelconplaten en klinkers, is ook een puinfundering aanwezig. Ter plaatse van inspectiegat 10, gelegen in de noordoostelijke puinfundering, is sprake van sterk puinhoudende bodem. De bij de boringen vrijkomende grond onder de puinfunderingen is in het veld zintuiglijk beoordeeld. Hierbij is enkel bij boring 06 een matige bijmenging met baksteen waargenomen. Hoogstwaarschijnlijk betreft dit materiaal welke afkomstig is van de bovengelegen puinfundering. In de overige boringen, verspreid over de gehele locatie, zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen in de boven- en ondergrond.

Verkennend- en nader bodemonderzoek Uit de analyseresultaten blijkt dat de baksteenhoudende bovengrond ter plaatse van boring 06 sterk verontreinigd is met nikkel en PAK en licht verontreinigd is met kobalt en minerale olie. Uit het nader onderzoek naar de sterke verontreiniging blijkt het volgende: De verontreiniging is aanwezig in het traject 0,30 – 0,50 m-mv. De bodemverontreiniging heeft een verband met de bijmenging met baksteen. Zowel de verticale- als horizontale afperkingen blijken maximaal licht verontreinigd te zijn met PAK en niet verontreinigd te zijn met nikkel. Omdat de verontreiniging alleen in de bovengrond aanwezig is, kan deze zich niet verspreiden naar het grondwater (grondwaterstand 3,42 m-mv). De sterke verontreiniging is aanwezig over een oppervlakte van circa 10 m2 met een laagdikte van 0,2 meter. Het sterk verontreinigde bodemvolume wordt derhalve geraamd op 2 m3. De exacte oorzaak van de bodemverontreiniging is niet bekend. Omdat het bedrijfsterrein reeds eind jaren ’40 op de locatie is gerealiseerd is het aannemelijk dat de verontreiniging vóór 1987 is ontstaan en daarmee historisch van aard is. Omdat minder dan 25 m3 grond sterk verontreinigd is, is er geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

Uit de overige analyseresultaten blijkt dat de sterk puinhoudende bovengrond ter plaatse van boring 10 licht verontreinigd is met minerale olie en de zintuiglijk schone ondergrond licht verontreinigd is met lood. In het grondwater, de zintuiglijk schone bovengrond en de zintuiglijk schone grond onder de puinfunderingen zijn geen verontreinigingen aangetoond met de onderzochte stoffen.

pagina 14 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Toetsing hypothese De aangetoonde verontreinigingen zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie verdacht is hiervoor. Voor de sterke verontreiniging geldt dat direct nader onderzoek is uitgevoerd. Voor de lichte verontreinigingen geldt dat de gehalten dermate laag zijn, dat nader onderzoek hiernaar niet noodzakelijk wordt geacht. Verkennend asbest- en funderingsonderzoek In de aanwezige fundaties is geen asbest aangetoond boven de detectiegrens van 2 mg/kg d.s. Derhalve wordt geconcludeerd dat de puinfunderingen niet verontreinigd zijn met asbest. Nader onderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. De puinfundaties worden indicatief geclassificeerd als “N-bouwstof”. Asfaltonderzoek De asfaltverharding ter plaatse van de onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van 675 m2 met een dikte van circa 6,5 centimeter. Binnen de asfaltverharding zijn geen reparatievakken aanwezig. De asfaltverharding is opgebouwd uit een laag dicht asfaltbeton met daaronder een laag grindasfaltbeton. Op basis van de PAK-marker testen blijkt de laag dicht asfaltbeton teerhoudend te zijn. De onderliggende laag grindasfaltbeton blijkt op basis van de analyseresultaten teervrij te zijn. Omdat de bovenliggende laag ter plaatse teerhoudend is dient er rekening te worden gehouden met de veiligheidsmarge van 20 mm.

Derhalve komt de asfaltverharding grotendeels niet in aanmerking voor hergebruik en wordt geadviseerd de gehele onderliggende laag eveneens als teerhoudend asfalt af te voeren. Naar verwachting dient circa 110 ton asfalt als teerhoudend afgevoerd te worden. Voorlopige veiligheidsklasse (CROW 400) Voor de werkzaamheden in de grond geldt op basis van de onderzochte (meng)monsters dat geen veiligheidsklasse van toepassing is (basishygiëne). Conclusies en aanbevelingen Bij de voorgenomen herontwikkeling van de locatie dient rekening te worden gehouden met de sterke (spot) verontreiniging met nikkel en PAK. Werkzaamheden in verontreinigde grond mogen niet zondermeer worden uitgevoerd. Voor de verontreiniging geldt geen saneringsverplichting. Indien ter plaatse werkzaamheden in de grond worden voorzien, wordt geadviseerd om een plan van aanpak op te stellen en het sterk verontreinigde materiaal te verwijderen en af te voeren naar een erkende verwerker. De overige onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het voorgenomen gebruik van de locatie en vormen naar mening van Tritium Advies geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen.

Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. Conclusie Met onderhavig onderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem in afdoende mate vastgesteld. Omdat er met dit plan geen werkzaamheden in de sterk verontreinigde grond plaats zullen vinden, daar deze spot onder het asfalt is gelegen welke behouden blijft, en er voor het pagina 15 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

overige geen bijzonderheden zijn aangetroffen, zijn er geen belemmeringen met oog op het beoogde planvoornemen. De rapportage van het bodemonderzoek is als separate bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen.

4.2 Geluid In het kader van de beoogde ontwikkeling dient aan de hand van de Wet geluidhinder (Wgv) getoetst te worden of er ter plaatse van de nieuwe woning sprake is van een aanvaardbaar woon en leefklimaat ten aanzien van geluid afkomstig van omliggende bedrijven en (spoor)wegen. Industrielawaai Voor wat betreft de geluidhinder afkomstig vanuit de bedrijvigheid kan gesteld worden dat het aspect geluid reeds getoetst is in het kader van ‘Bedrijven en milieuzonering’. Hieruit is gebleken dat er ten aanzien van omliggende bedrijvigheid voldaan wordt aan de gestelde richtafstanden en dat er geen belemmeringen te verwachten zijn omtrent geluidhinder. Nader onderzoek naar industrielawaai in het kader van de Wgv wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Spoorweglawaai Voor wat betreft spoorweglawaai kan worden gesteld dat het plangebied niet is gelegen in de nabijheid (of binnen de geluidszone) van een spoorweg. Hiermee kan worden gesteld dat geluidshinder afkomstig van spoorwegen is uitgesloten en dat deze geen invloed hebben op het woon- en leefklimaat ter plaatse. Wegverkeerslawaai Voor wat betreft wegverkeerslawaai is het plangebied gelegen binnen de geluidzone van het gedeelte van de weg Spiekert waar een snelheidsregime van 60 km/uur geldt. Derhalve is door Tritium Advies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd (kenmerk 2210/187/FB-11 d.d. 21 december 2022).

Uit het onderzoek is gebleken dat voor de 30 km/uur weg Heidseweg en het 30 km/uur gedeelte van de Spiekert de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze wegen de richtwaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen en appartementen overschrijdt. Voor het gezoneerde 60 km/uur gedeelte van de Spiekert geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woningen en appartementen overschrijdt. Aangezien voor onderhavige woningen en appartementen geen sprake is van een procedure hogere waarde wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. De rapportage van het akoestisch onderzoek is als separate bijlage bij de toelichting van dit bestemmingsplan opgenomen.

pagina 16 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

4.3 Bedrijven en milieuzonering Een project dat afwijkt van het geldende bestemmingsplan mag niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening en dient in het kader van de juridisch-planologische procedure goed onderbouwd te worden. Hierbij dient onder anderen ingegaan te worden op het voorkomen van voorzienbare hinder door milieubelastende activiteiten. Functiescheiding en milieuzonering zijn hierbij leidende begrippen. De Vereniging Nederlands Gemeenten (VNG) heeft een handreiking geschreven om duidelijkheid te geven in welke situaties deze begrippen dienen te worden toegepast en van welke richtafstanden dient te worden uitgegaan. De VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering, editie 2009" (verder: VNG-uitgave) geeft op systematische wijze informatie over de ruimtelijk relevante milieuaspecten van een scala aan bedrijfsactiviteiten. De handreiking is oorspronkelijk bedoeld als hulpmiddel bij de ruimtelijke planvorming. Uit de rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: de Afdeling) vloeit voort dat de handreiking als hulpmiddel is erkend. In de handreiking zijn bedrijven en bedrijfsactiviteiten ingedeeld in verschillende typen (milieubelastende) bedrijvigheid, gerangschikt naar SBI-code. Dit betekent dat er is gestandaardiseerd en dat is uitgegaan van gemiddelde situaties.

De hieruit voortvloeiende richtafstanden (10 tot 1500 meter) geven een indicatie van de te verwachten milieubelasting. Deze milieubelasting dient vervolgens te worden afgezet tegen de belasting waarvan in de omgeving al sprake is. Ook dit is gestandaardiseerd, in dit geval in twee omgevingstypen: 'rustige woonwijk/rustig buitengebied' en 'gemengd gebied'. Gezien de matige tot sterke functiemenging van de directe omgeving van het plangebied, met daarbij onder andere woon-, bedrijfs- en maatschappelijke functies, kan gesteld worden dat er sprake is van het omgevingstype ‘gemengd gebied’.

1. 2.

4.

3.

Figuur 4.1: Uitsnede verbeelding BP met omliggende functies (plangebied ter plaatse van rode druppel).

In het plangebied wordt een nieuwe milieugevoelige functie mogelijk gemaakt (wonen). Er liggen pagina 17 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

een aantal functies in de omgeving van het plangebied die voor het aspect bedrijven en milieuzonering relevant kunnen zijn. In de navolgende tabel zijn deze inzichtelijk gemaakt en is aangegeven wat de afstanden van de relevante bedrijfsactiviteiten tot de gevoelige functie is. Tabel 4.1: Relevante bedrijvigheid plangebied en omgeving. Nr.

Adres

Bestemming en (type) bedrijf

Grootste richtafstand

Afstand tussen activiteiten

VNG o.b.v.

en gevoelige objecten

gemengd gebied 1

Heidseweg 33

Kleinschalige detailhandel

0m

ca. 35 m

10 m (geluid)

ca. 52 m

10 m (geluid)

ca. 52 m

0m

0m

Kleinschalige dienstverlening Kleinschalige horeca Kleinschalige kantoren (max milieucategorie 1) 2

Heidseweg 44

Maatschappelijke dienstverlening (max milieucategorie 2)

3

Heidseweg 46-48

Maatschappelijke dienstverlening (max milieucategorie 2)

4

Spiekert 4

Showroom steenhandel Kusters 2.0 (milieucategorie 1)

Uit voorgaande tabel blijkt dat de richtafstanden tot de omliggende relevante bedrijvigheid niet worden overschreden. Tevens kan gesteld worden dat de gronden ter plaatse van de Heidseweg 44, 46, 48 tevens bestemd zijn ten behoeve van evenementen. Gezien dit slechts zeer sporadisch plaatsvindt, bijvoorbeeld bij het organiseren van een kermis, hiervoor separate toestemmingen/vergunningen worden aangevraagd en bestaande woningen reeds dichterbij dit terrein zijn gelegen (waarbij de belangen van deze woningen en haar omgeving reeds worden afgewogen en maatgevend zijn ten opzichte van de nieuwe woningen in het plangebied), kan gesteld worden dat daarbij reeds sprake is van een verantwoorde scheiding van functies. Daarnaast zijn er ten oosten en zuiden van het plangebied gronden gelegen welke bestemd zijn ten behoeve van agrarisch grondgebruik, waaronder de teelt van gewassen en (fruit)bomen. Voor deze activiteiten mag er gebruik gemaakt van gewasbeschermingsmiddelen, welke vanwege drift kan verspreiden richting de gevoelige functies in de omgeving. Om te zorgen dat deze geen nadelige effecten ondervinden van de activiteiten, worden zogeheten “spuitzones” aangehouden in de ruimtelijke ordening. Er zijn geen wettelijke bepalingen in Nederland voor een minimale afstand tussen de activiteiten en de gevoelige functies.

Vanuit jurisprudentie wordt er doorgaans uitgegaan van een minimale afstand van 50 meter tussen de gevoelige functies en de activiteiten. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken indien er driftreducerende maatregelen worden toegepast. Vooropgesteld wordt dat er reeds landelijke wetgeving is met betrekking tot de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen, namelijk het Activiteitenbesluit milieubeheer. Deze stelt dat per 1 januari 2018 er spuittechnieken moeten worden gebruikt die drift met minimaal 75% reduceren ten opzichte van de vastgestelde referentietechniek. Zo kan er gebruik gemaakt worden van driftarme doppen, welke grotere druppels bestrijdingsmateriaal geven die minder snel verwaaien. Volgens de Technische Commissie Techniekbeoordeling, TCT, zorgen deze spuitdoppen ervoor dat er bij juist gebruik geen sprake is van gevaar voor de volksgezondheid. Gezien voorgaande dient er bij de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen ter plaatse reeds rekening gehouden te worden met het tegengaan van drift om een gevaar voor de volksgezondheid ter plaatse van de aangrenzende woningen en tuinen (zowel binnen als buiten het plangebied) te voorkomen. Deze bestaande pagina 18 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

gevoelige bestemmingen/objecten zorgen in de huidige situatie al voor een beperking van deze spuitzone ten zuidwesten van het plangebied. Voor het overige kan gesteld worden dat er tussen de agrarische gronden en het plangebied ook een robuuste houtsingel aanwezig is (zie foto’s in de bijlage), welke drift van gewasbeschermingsmiddelen richting het plangebied grotendeels zal voorkomen. Dit landschapselement zal met het plan behouden blijven, wat geborgd wordt in de regeling van onderhavig bestemmingsplan. In de regels is opgenomen dat het bestaande landschapselement behouden moeten blijven, danwel een kwalitatief vergelijkbaar landschapselement dient te worden aangelegd en in stand moet worden gehouden. Conclusie Gezien voorgaande kan gesteld worden dat er sprake is van een verantwoorde scheiding van functies, waarmee een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gewaarborgd en omliggende bedrijven niet onevenredig zullen worden belemmerd.

4.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de omgevingsvergunning milieu voor het aspect geurhinder van dierenverblijven van veehouderijen. Met minimumafstanden en maximale waarden voor geurbelasting krijgen geurgevoelige objecten bescherming tegen geurhinder. Dit toetsingsregime wordt andersom ook toegepast bij beoordeling van plannen volgens het principe van de omgekeerde werking, zodat bedrijven niet in hun mogelijkheden worden beperkt ten gevolge van planontwikkelingen en er ter plaatse van de (nieuwe) geurgevoelige objecten een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Eén en ander op basis van het wettelijke kader en de ‘Handreiking wet geurhinder en veehouderij’. Wettelijk kader Vanaf 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (hierna: Wgv) het toetsingskader als het gaat om geurhinder afkomstig van dierenverblijven van (individuele) veehouderijen. De geuremissie is afhankelijk van het aantal en soort dieren dat binnen de inrichting aanwezig is. In de aan de Wgv gekoppelde Regeling geurhinder en veehouderij (hierna: Rgv) is per diercategorie een geuremissiefactor vastgesteld, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid per dier (ouE/s/dier). De totale geuremissie van een veehouderij is de som van alle geuremissies van de verschillende diercategorieën die binnen de inrichting aanwezig zijn.

In de Wgv zijn normen opgenomen om de geurbelasting op geurgevoelige objecten te maximaliseren. De geurnormen zijn opgenomen in artikel 3, lid 1 van de Wgv en zijn van toepassing op veehouderijen waar dieren worden gehouden waarvoor een geuremissiefactor is vastgesteld. De normen zijn afhankelijk van de ligging van de geurgevoelige objecten, waarbij onderscheid wordt gemaakt ‘binnen concentratiegebied’ of ‘buiten concentratiegebied’ en de ligging ‘binnen de bebouwde kom’ of ‘buiten de bebouwde kom’. Voor een aantal diercategorieën zijn geen geuremissiefactoren vastgesteld. In het geval dat er geen geuremissiefactoren zijn vastgesteld, gelden minimaal aan te houden afstanden. Deze zijn opgenomen in artikel 4.1 van de Wgv. Voor alle dieren (met of zonder geuremissiefactor) geldt een minimumafstand tussen de buitenzijde van een dierenverblijf en de buitenzijde van een geurgevoelig object. Deze zijn opgenomen in artikel 5.1 van de Wgv.

pagina 19 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Hierna volgt een overzicht met de wettelijke geurnormen en minimale afstanden op basis van artikel 3, 4 en 5 van de Wgv. Tabel 4.2: Geurnormen en vaste afstanden op basis van artikel 3, 4 en 5 Wgv. Geurnormen artikel 3.1 Concentratiegebieden 3

Afstanden artikel 4.1

Afstanden artikel 5.1

Niet-

(zonder emissiefactor,

(minimale afstanden

concentratiegebieden

emissiepunt tot gevel)

gevel-tot-gevel)

3

Bebouwde kom

3 ouE/m

2 ouE/m

100 meter

50 meter

Buiten bebouwde kom

14 ouE/m3

8 ouE/m3

50 meter

25 meter

Gemeentelijke verordening en gebiedsvisie Gemeenten mogen van de hiervoor genoemde normen en afstanden afwijken middels een gemeentelijke verordening. In de Wgv is in artikel 6.1 opgenomen dat gemeenten middels deze verordening binnen bepaalde bandbreedten mogen afwijken van de wettelijk bepaalde normen/afstanden. Mits onderbouwd op basis van artikel 8 Wgv, namelijk op basis van een zorgvuldig tot stand gekomen ‘gebiedsvisie’. De maximale bandbreedtes voor het afwijken van de normen (artikel 3 Wgv) bedragen: •

0,1 - 14 ouE /m³ binnen een concentratiegebied in de bebouwde kom

•

3 – 35 ouE/m³ binnen een concentratiegebied buiten de bebouwde kom

•

0,1 - 8 ouE/m³ buiten een concentratiegebied in de bebouwde kom

•

2 - 20 ouE/m³ buiten een concentratiegebied buiten de bebouwde kom

De maximale bandbreedtes voor het afwijken van de afstanden (artikel 4 Wgv) bedragen: •

minimaal 50 meter binnen de bebouwde kom

•

minimaal 25 meter buiten de bebouwde kom

De gemeenteraad van de gemeente Venray heeft een Verordening geurhinder en veehouderij vastgesteld. In deze verordening wijkt de gemeente Venray deels af van de wettelijke normen uit de Wgv. De geurverordening van de gemeente Venray stelt de volgende normen: •

Bestaande woongebieden 3,0 ouE/m³

•

Zoekgebieden woningbouw en bedrijventerreinen 8,0 ou E/m³

•

Buitengebied 14,0 ouE/m³

De in onderhavig plangebied te ontwikkelen woningen zijn gedeeltelijk gelegen binnen zoekgebied woningbouw en gedeeltelijk binnen buitengebied, waarvoor een norm van respectievelijk 8 ouE/m³ en 14 ouE/m³ voor de voorgrondbelasting geldt. In onderhavige toetsing worden derhalve de normen gehanteerd zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 4.3: Van toepassing zijnde geurnormen en vaste afstanden ter plaatse van plangebied. Ligging

Geurnormen artikel 3.1

Afstanden artikel 4.1

Afstanden artikel 5.1 (minimale

(zonder emissiefactor,

afstanden gevel-tot-gevel)

emissiepunt tot gevel) Binnen concentratiegebied:

8 ouE/m3

Zoekgebied woningbouw

14 ouE/m3

50 meter

25 meter

Buitengebied

pagina 20 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Daarnaast wordt een maximale achtergrondbelasting gehanteerd van 20 ouE/m³. De normstelling is onderbouwd in de Gebiedsvisie geurhinder en veehouderij inclusief aanvulling. Toetsing In de directe omgeving van het plangebied zijn een aantal veehouderijbedrijven gelegen. Om de relevante veehouderijen in het geuronderzoek te kunnen betrekken is de Kernregistratie Dierverblijven geraadpleegd (https://krd.igoview.nl/). Hierna volgt een uitsnede van de kaart met alle veehouderijen in de omgeving van het plangebied.

Figuur 4.2: Uitsnede kaart krd.igoview.nl met info omliggende veehouderijen (projectlocatie omcirkeld)

Kijkend naar de individuele veehouderijen is binnen de straal van 500 meter slechts één maatgevende veehouderij gelegen met een potentieel effect op de nieuwe geurgevoelige objecten ter plaatse van het plangebied. Dit betreft de Begijnhofweg 5 te Heide op een afstand van circa 200 meter ten zuidoosten van het plangebied; een rundvee- en varkenshouderij met een totale geuremissie van 31.278 ouE. De individuele geurbelasting van deze veehouderij is derhalve berekend om te beoordelen wat de invloed van deze veehouderij is op de nieuw te projecteren geurgevoelige objecten. De naastgelegen veehouderij/parkdierenhouderij aan de Begijnhofweg 7 te Heide heeft een dermate lage geuremissie (266 ouE), dat deze met oog op dezelfde windrichting als de Begijnhofweg 5 te Heide niet maatgevend is. De varkenshouderij aan de Steegse Peelweg 51 te Leunen is met een vergelijkbare geuremissie op een vele grotere afstand van circa 1 kilometer in dezelfde windrichting eveneens niet maatgevend qua individuele veehouderij. Bovendien zijn er reeds diverse bestaande geurgevoelige objecten dichterbij deze veehouderij gelegen welke maatgevend zijn.

De overige veehouderijen zijn dusdanig ver van het plangebied gelegen (allen buiten de 500 meter van de nieuwe geurgevoelige objecten), waarbij reeds bestaande geurgevoelige objecten dichterbij de betreffende veehouderijen zijn gelegen (zoals in de bebouwde kom van Heide ten opzichte van de veehouderijen ten noordwesten van het plangebied), dat deze ook niet maatgevend zijn voor de individuele geurbelasting ter plaatse van het plangebied. Deze hebben afzonderlijk dan ook geen significante invloed op het planvoornemen en andersom. Vanzelfsprekend is wel de achtergrondbelasting als gevolg van alle veehouderijen in de omgeving van het plangebied opgesteld om de geurbelasting afkomstig van deze veehouderijen tezamen te beoordelen.

pagina 21 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Om de voorgrondbelasting van de veehouderij aan de Begijnhofweg 5 te berekenen is een geurberekening opgesteld door middel van V-Stacks Gebied 2020. Dit op basis van de emissiegegevens van de laatst verleende vergunning en de meest actuele geuremissiefactoren vanuit de Regeling geurhinder en veehouderij, welke zijn verkregen vanuit de gemeente Venray. Wel zijn hierbij de emissiepunten van de dierenverblijven geprojecteerd op het dichtstbijzijnde punt van de rand van het bouwvlak om tevens de planologische ruimte van de veehouderij te kunnen beoordelen. Voor de toetsing van de geurbelasting ter plaatse van het plangebied zijn zowel toetspunten opgenomen op de dichtstbijzijnde randen van het plangebied als het middelpunt van de te projecteren bouwvlakken van de nieuwe woningen. De bestaande bedrijfswoning en showroom zijn bestaande geurgevoelige objecten in het kader van de Wgv en het bestaande planologische regime, waardoor deze reeds beschermd zijn tegen onevenredige geurbelasting afkomstig van veehouderijen. Voor de afweging van het woon- en leefklimaat is de bestaande bedrijfswoning alsnog meegenomen in de berekening. Tabel 4.4: Rekenresultaten voorgrondbelasting plangebied. Nr.

X en Y - coördinaten

Geurnorm (ouE)

Geurbelasting (ouE)

1

194167

390802

8.00

5.50

2

194199

390796

8.00

6.85

3

194197

390781

8.00

6.73

4

194265

390778

14.00

11.43

5

194270

390844

14.00

7.81

6

194177

390820

8.00

5.73

7

194213

390804

8.00

7.39

8

194256

390836

14.00

8.03

9

194212

390848

8.00

6.88

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geurbelasting als gevolg van de maatgevende veehouderij aan de Begijnhofweg 5 ter plaatse van zowel de rand van het plangebied als ter plaatse van de bouwvlakken van de geurgevoelige objecten voldoet aan de gestelde geurnorm van respectievelijk 8 en 14 ouE/m³ en dat de bedrijfsvoering van deze veehouderij derhalve niet zal worden belemmerd. Daarnaast is zoals aangegeven tevens een geurberekening opgesteld om de achtergrondbelasting op de nieuw te projecteren geurgevoelige objecten te bepalen als gevolg van alle veehouderijen tezamen. Hierbij is voor de veehouderij aan de Begijnhofweg 5 gebruik gemaakt van de eerder genoemde invoergegevens. Voor de overige veehouderijen is gebruik gemaakt van de standaardgegevens vanuit de KRD provincie Limburg. Tabel 4.5: Rekenresultaten achtergrondbelasting plangebied. Nr.

X en Y - coördinaten

Norm maximale

Geurbelasting (ouE)

achtergrondbelasting (ouE) 1

194167

390802

20.00

14.80

2

194199

390796

20.00

16.02

3

194197

390781

20.00

15.91

4

194265

390778

20.00

19.33

5

194270

390844

20.00

16.76

6

194177

390820

20.00

14.99

7

194213

390804

20.00

16.41

8

194256

390836

20.00

16.89

9

194212

390848

20.00

15.01

pagina 22 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geurbelasting als gevolg van alle veehouderij tezamen voldoet aan de gestelde maximale geurnorm van de achtergrondbelasting van 20 ouE/m³ en dat er ter plaatse van het plangebied en de nieuw te projecteren geurgevoelige objecten sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Gezien voorgaande kan gesteld worden dat er geen belemmeringen zijn met betrekking tot het aspect geur en veehouderij. In het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en omgekeerd worden omliggende veehouderijen niet beperkt in hun mogelijkheden. De volledige invoergegevens en rekenresultaten zijn separaat toegevoegd aan de bijlage.

4.5 Luchtkwaliteit In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de Wet luchtkwaliteit in beeld te worden gebracht. De Wet luchtkwaliteit voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Bijdrage ontwikkeling aan luchtkwaliteit Draagt een project ‘Niet In Betekenende Mate’ (hierna: NIBM) bij aan de luchtverontreiniging, dan is geen toetsing aan de grenswaarde voor luchtkwaliteit nodig. Een plan is vanaf 1 augustus 2009 NIBM als het een toename van de concentratie van fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) veroorzaakt die niet meer bedraagt dan 3% van de jaargemiddelde concentratie van die stof. Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 microgram/m³ voor zowel PM10 en NO2.

Voor woningbouw is bijvoorbeeld in de NIBM-regeling een grens opgenomen van 1500 nieuwe woningen met één ontsluitingsweg en 3000 nieuwe woningen met twee ontsluitingswegen. Plannen voor woningbouw met een omvang onder deze grens beschouwt de Wet luchtkwaliteit als ‘niet in betekenende mate’. Deze plannen mogen zonder verdere toetsing worden gerealiseerd. Onderhavige planontwikkeling voorziet in de realisatie van slechts 9 nieuwe woningen, waardoor de norm van 1500 nieuwe woningen niet wordt overschreden. Gesteld kan worden dat het project ‘niet in betekende mate’ bijdraagt aan de luchtkwaliteit van de omgeving. Woon- en leefklimaat op basis van de luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient te worden bezien of de luchtkwaliteit ter plaatse aanvaardbaar is om een goed woon- en leefmilieu te kunnen waarborgen voor de (toekomstige) bewoners. Hierbij dient getoetst te worden aan de normen in het kader van de Wet luchtkwaliteit, waaronder de maximale jaargemiddelde concentraties van NO 2 en PM10. Deze concentraties mogen maximaal 40 µg/m³ bedragen. Hiernaast is er een indicatieve Europese grenswaarde voor PM2,5, waarbij de jaargemiddelde concentratie maximaal 20 µg/m³ mag bedragen.

pagina 23 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

Figuur 4.3: Uitsnede kaart Atlas Leefomgeving (projectlocatie ter plaatse van informatieteken)

Volgens de kaarten van de Atlas Leefomgeving, een initiatief van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en het Rijksinstituut voor Volksgezondheid (RIVM), worden de jaargemiddelde grenswaarden omtrent luchtkwaliteit niet overschreden. Gelet op het bovenstaande kan gesteld worden dat het woon- en leefklimaat ter plaatse als ‘aanvaardbaar’ kan worden beschouwd. Conclusie Gezien voorgaande vormt het aspect luchtkwaliteit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6 Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het risico dat aan bepaalde activiteiten verbonden is voor niet bij de activiteit betrokken personen. Het externe veiligheidsbeleid richt zich op het voorkomen en beheersen van risicovolle bedrijfsactiviteiten en van risicovol transport. Het gaat daarbij om de bescherming van individuele burgers en groepen tegen ongevallen met gevaarlijke stoffen of omstandigheden. Daarbij gaat het om de risico's verbonden aan 'risicovolle inrichtingen', waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, opgeslagen of gebruikt en anderzijds om het 'vervoer van gevaarlijke stoffen' via wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen. De regelgeving is vervat in onder andere het ‘Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)’, het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)’ en het ‘Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)’. Wanneer er sprake is van een situatie waarin externe veiligheid een rol speelt en waarin de overheid als bevoegd gezag een beslissing dient te nemen, moet beoordeeld worden of de situatie niet in strijd is met de grenswaarden voor het plaatsgebonden risico en dient het groepsrisico te worden verantwoord. De 'verantwoording van groepsrisico' is ingevoerd met de inwerkingtreding van het Bevi.

Kort gezegd komt het er op neer dat het bevoegd gezag verantwoording aflegt over het groepsrisico en de maatregelen die getroffen zijn om dat risico zoveel mogelijk te beperken. Bij de inventarisatie van risicobronnen rondom het plangebied is gebruik gemaakt van de “Risicokaart Nederland” - www.risicokaartnederland.nl (samenwerking van het Rijk, de provincies en de gemeenten).

pagina 24 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

De volgende relevante risicobronnen zijn aangetroffen en afgebeeld op figuur 4.2: 1. Buisleiding Z-541-15 2. Buisleiding Z-541-17 3. Diverse inrichtingen met propaantanks

1

3

2

Figuur 4.4: Uitsnede van de risicokaart (plangebied aangeduid met informatieteken).

De buisleidingen betreffen aardgastransportleidingen en zijn in beheer bij Gasunie. Beide buisleidingen hebben een uitwendige diameter van 8,62 inch en een werkdruk van 4000 kPa. Daarmee ligt de 1%-letaliteitszone op 95 meter en de 100%-letaliteitszone op 50 meter vanaf de buisleiding. Het plangebied ligt op een afstand van 825 meter vanaf de buisleidingen en is daarmee buiten het invloedsgebied van de buisleidingen gelegen. De buisleidingen vormen derhalve geen belemmering voor het planvoornemen. In het buitengebied zijn diverse agrarische bedrijven gelegen met een propaantank op eigen terrein. De aangeduide propaantanks op de risicokaart hebben een minimale inhoud van 13 m 3 en een veiligheidsafstand van 150 meter. De dichtstbijzijnde propaantank ligt op een afstand van circa 360 meter van het plangebied. Het plangebied ligt daarmee op voldoende afstand, de propaantanks vormen geen belemmering voor het planvoornemen. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkelingen in het plangebied.

pagina 25 van 39

Bestemmingsplan Spiekert 4 Heide, vastgesteld

4.7 Water Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water een sturende factor in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit en verdroging te voorkomen. Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. In deze paragraaf wordt beschreven op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Waterbeheerplan Waterschap Limburg Het plangebied ligt in het beheergebied van Waterschap Limburg. Waterschap Limburg is in 2017 ontstaan uit de fusie tussen Waterschap Roer en Overmaas en Waterschap Peel en Maasvallei. Op 8 december 2021 heeft het waterschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteld. In het Waterbeheerprogramma staat welke aanpak en welke maatregelen op hoofdlijnen nodig zijn om het watersysteem en de waterkeringen op orde te brengen en te houden. Er wordt een koers en de belangrijkste maatregelen voor de komende periode beschreven. De thema’s zijn: −

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13807842/1