04 Overbroekseweg 8 Akoestisch onderzoek
Tekst van het document
AKOESTISCH ONDERZOEK (t.b.v. ruimtelijke onderbouwing) Overbroekseweg 8 Leunen kenmerk HMB BV: 19341801N
opdrachtgever:
Arvalis te Venlo
datum rapport:
09-01-2020
kenmerk:
19341801N
status:
Definitief
uitgevoerd door:
HMB BV
projectleider:
de heer ing. H.G.M. Meelkop | r.meelkop@hmbgroep.nl
rapporteur:
de heer ing. H.G.M. Meelkop
autorisatie:
de heer ing. W.A.T. van der Sterren
HMB B.V. | Voltaweg 8 | 5993 SE Maasbree | 077-4652808 | info@hmbgroep.nl | www.hmbgroep.nl
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING ........................................................................................................... 3
2
GEBRUIKTE GEGEVENS ......................................................................................... 4 2.1 Algemene gegevens ..................................................................................... 4 2.2 Situatiebeschrijving ...................................................................................... 4
3
TOETSINGSKADER ................................................................................................ 5 3.1 Toetsingskader Wet geluidhinder ................................................................... 5 3.2 Toetsingskader Wet ruimtelijke ordening ........................................................ 6 3.3 De Toetsingskader Wet ruimtelijke ordening .................................................... 6 3.4 Definitie geluidgevoelige bestemmingen ......................................................... 7
4
ONDERZOEKSMETHODE ........................................................................................ 8 4.1 Wet geluidhinder ......................................................................................... 8 4.2 Wet ruimtelijke ordening............................................................................... 8 4.3 Verantwoording rekenmodel .......................................................................... 8
5
ONDERZOEKSRESULTATEN .................................................................................... 9 5.1 Wegverkeerslawaai (Wro + Wgh) ................................................................... 9 5.2 Industrielawaai (Wro) .................................................................................. 10 5.3 Geluidreducerende maatregelen voor de gevelbelasting Lden ............................. 11
6
VERHOOGDE GRENSWAARDE ................................................................................ 12
7
CONCLUSIES ....................................................................................................... 13
BIJLAGEN 1 | Onderzoekslocatie 2 | Overzicht verkeersgegevens 3 | Invoergegevens en rekenresultaten verkeerslawaai
Akoestisch onderzoek
1
INLEIDING
In opdracht van Arvalis, Sint Jansweg 20d te Venlo, is door HMB BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd op locatie Overbroekseweg 8 te Leunen. Directe aanleiding tot het onderzoek is de beoogde splitsing van een bestaande langgevelboerderij naar twee burgerwoningen. De plannen passen niet binnen de vigerende bestemming. Het doel van dit onderzoek is meerledig: er wordt onderzocht hoe de plannen zich verhouden tot omliggende zoneplichtige geluidbronnen (toetsingskader Wgh); er wordt bepaald in hoeverre een herbestemming inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen (toetsingskader Wro); er wordt beoordeeld wat het effect van omliggende geluidbronnen is op het woon- en leefklimaat op de onderzoekslocaties (toetsingskader Wgh en Wro). Voor zover betrekking op de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is het onderzoek uitgevoerd conform de richtlijnen zoals opgenomen in de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’. Onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) is uitgevoerd conform het ‘Reken- en meetvoorschrift geluid 2012’. Het voorliggende rapport doet verslag van de uitgangspunten en berekening. figuur 1: impressie onderzoekslocatie
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
3
Akoestisch onderzoek
2
GEBRUIKTE GEGEVENS
2.1
Algemene gegevens
Bij de samenstelling van dit rapport is gebruik gemaakt van de onderstaande uitgangsgegevens: de verkeersgegevens van de omliggende wegen zoals opgenomen in het Verkeersmodel Noord-Limburg Online; via BGT, AHN en BAG beschikbare geografische informatie.
2.2
Situatiebeschrijving
Opdrachtgever is voornemens om een op de onderzoekslocatie aanwezige langgevelboerderij te splitsen in twee burgerwoningen. De plannen passen niet binnen de vigerende bestemming. De locatie bevindt zich buiten de bebouwde kom van Leunen. In de omgeving bevinden zich zowel bestaande woningen als enkele bedrijven. Tevens bevindt de locatie zich binnen de invloedsfeer van de Overbroekseweg. Onderstaande figuur geeft een verbeelding van de onderzoekslocatie. figuur 2: verbeelding bestemmingsplan
bron: www.ruimtelijkeplannen.nl
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
4
Akoestisch onderzoek
3
TOETSINGSKADER
Omdat de plannen niet passen binnen de vigerende bestemming dient aangetoond te worden dat er in de beoogde situatie sprake blijft van een goede ruimtelijke ordening. Voor wat betreft het deelaspect geluid is daarbij in eerste instantie de Wet geluidhinder (Wgh) van belang. Hierin worden zogenoemde ‘geluidgevoelige bestemmingen’ zoals woningen scholen en ziekenhuizen beschermd tegen geluidhinder van alle volgens de wet zoneplichtige geluidbronnen (bepaalde wegen, spoorwegen, industrieterreinen en eventueel door de Minister aangewezen ‘overige zones’). Ook in situaties waarin de Wgh niet van toepassing is zal in het kader van een goede ruimtelijke ordening een akoestische beschouwing gegeven moeten worden. Het betreft bijvoorbeeld functies die volgens de Wgh niet als geluidgevoelig gelden, maar toch een bepaalde mate van bescherming tegen geluid behoeven (zoals bijvoorbeeld kantoren of vakantiewoningen). Maar ook bij het realiseren van gevoelige functies in de nabijheid van geluidbronnen die buiten de zoneringsplicht van de Wgh vallen zal het deelaspect geluid getoetst moeten worden (zoals bijvoorbeeld 30 km-wegen of bedrijven die niet zijn gelegen op gezoneerde industrieterreinen).
3.1
Toetsingskader Wet geluidhinder
Industrielawaai: In de omgeving bevindt zich geen gezoneerd industrieterrein. Verdere beoordeling van industrielawaai is daarom niet aan de orde. Wegverkeerslawaai: De onderzoekslocatie ligt binnen de geluidzone van de Overbroekseweg. Voor nieuw te realiseren woonfuncties binnen de zone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB (art. 82.1 Wet geluidhinder). Voor woningen in buitenstedelijk gebied kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot maximaal 53 dB (art. 83.1 Wgh). Berekening van de geluidbelasting gebeurt volgens het Reken- en meetvoorschrift Geluid 2012. Conform artikel 110g van de Wet geluidhinder mag bij de bepaling van de gevelgeluidbelasting voor wegen een aftrek in rekening worden gebracht van: 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder aftrek 56 dB is; 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder aftrek 57 dB is; 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder aftrek anders is dan 56 of 57 dB; 5 dB voor alle overige wegen, waaronder ook 30 km-wegen (zie ook jurisprudentie 201304862/3/R2, d.d.
29-07-2015) Indien de gecorrigeerde geluidbelasting op de gevel boven de voorkeursgrenswaarde doch onder de maximale ontheffingswaarde ligt kan door het college van B&W ontheffing worden verleend voor een hogere grenswaarde. Hieraan kan enkel medewerking worden verleend indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zijn of op bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Mocht de geluidbelasting op de gevel boven de maximale ontheffingswaarde liggen, dan is het realiseren van een woonfunctie in principe niet toegestaan.
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
5
Akoestisch onderzoek
Op grond van het Bouwbesluit dient de uitwendige scheidingsconstructie een karakteristieke geluidwering (GA;k) te hebben van minimaal 20 dB(A). Daarnaast mag de geluidbelasting binnen een verblijfgebied niet meer bedragen dan 33 dB, en binnen een verblijfsruimte niet meer dan 35 dB. Indien de ongecorrigeerde geluidbelasting op de gevel dus hoger is dan 33 + 20 = 53 dB, dient onderzocht te worden welke maatregelen noodzakelijk zijn om aan de in het Bouwbesluit genoemde eisen te voldoen. Railverkeerslawaai: De locatie ligt niet binnen de zone van een spoorweg. Beoordeling is niet aan de orde. Andere geluidzones: De onderzoekslocatie ligt niet binnen een gebied waarvoor bij algemene maatregel van bestuur een geluidzone is aangewezen. Verdere beoordeling is daarom niet aan de orde. Cumulatie: Indien een geluidgevoelige bestemming is gelegen binnen de zone van verschillende types geluidbronnen (bijvoorbeeld weg én spoor) en er daarnaast sprake is van een ‘relevante blootstelling’ (hiervan is enkel sprake indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden), dan dient onderzoek te worden gedaan naar het effect van samenloop van de verschillende bronnen. De Wet geluidhinder geeft voor een dergelijke cumulatieve geluidbelasting wel een bepalingsmethode, maar geen toetsingskader. Het bevoegd gezag komt daarmee een bepaalde mate van beoordelingsvrijheid toe.
Omdat in onderhavige situatie slechts sprake is van één geluidtype (alleen wegverkeer), is cumulatie van geluid niet aan de orde.
3.2
Toetsingskader Wet ruimtelijke ordening
3.3
De Toetsingskader Wet ruimtelijke ordening
De VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’ is een algemeen geaccepteerd hulpmiddel voor milieuzonering in de ruimtelijke planvorming. De methode gaat uit van richtafstanden tussen milieubelastende activiteiten enerzijds en geluidgevoelige functies anderzijds. Hierbij wordt rekening gehouden met de aard van de betreffende activiteit (milieucategorie) en de aard van de lokale omgeving. Gesteld wordt dat in een gemengd gebied al een hoger achtergrondgeluidsniveau heerst dan in een rustige omgeving, en dat daardoor in gemengd gebied een kleinere richtafstand gehanteerd kan worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, en zonder dat de betreffende bedrijven onevenredig worden beperkt. De te hanteren richtafstanden zijn opgenomen in onderstaande tabel 1. In §4.2 van de brochure wordt vervolgens een stappenplan uitgewerkt ter beoordeling van de inpasbaarheid van een woningbouwlocatie in de nabijheid van bedrijven. tabel 1: richtafstanden op basis van VNG-brochure milieucategorie 1
rustige woonwijk of rustig buitengebied [m] 10
gemengd gebied [m] 0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
5.1
500
300
5.2
700
500
5.3
1000
700
6
1500
1000
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
6
Akoestisch onderzoek
Als de afstand tussen het plangebied en de inrichting voldoet aan de richtafstand voor het betreffende omgevingstype, wordt gesteld dat het bedrijf niet onevenredig worden geschaad, en dat een goed woon- en leefklimaat in het plangebied gewaarborgd is. Indien de afstand kleiner is dan de richtafstand dient in eerste instantie onderzocht te worden of de plannen dusdanig kunnen worden aangepast dat wel aan de richtafstand voldaan kan worden. Mocht dit niet mogelijk of wenselijk zijn, dan is het plan pas mogelijk na bestuurlijke danwel beleidsmatige afweging, waarbij de belangen van zowel de geluidgevoelige als belastende functies zijn meegewogen. In die afweging speelt ook de langere termijnvisie op de bedrijfslocatie een rol. Voor wegverkeer geldt dat de invloed van alle omliggende wegen in de beoordeling betrokken moet worden, dus ook wegen die in het kader van de Wgh niet zoneplichtig zijn. Indien de gecumuleerde gecorrigeerde geluidbelasting voldoet aan de grenswaarde uit de Wgh wordt gesteld dat een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient als er sprake is van blootstelling aan meerdere bronnen inzicht te worden gegeven in de gecumuleerde geluidbelasting.
Het gaat dus niet om de individuele geluidbronnen (bedrijven, wegen of spoorwegen) maar om de totale geluidbelasting van alle relevante omliggende bronnen. Eventuele vrijstellingen of toeslagen op basis van aanverwante wetgevingen worden bij de beoordeling van het woonen leefklimaat in het kader van de ruimtelijke ordening niet betrokken. Het ontbreekt echter aan een wettelijk normenstelsel waardoor het bevoegd gezag een bepaalde mate van beoordelingsvrijheid toekomt.
3.4
Definitie geluidgevoelige bestemmingen
Op grond van de Wet geluidhinder worden woningen, andere geluidgevoelige gebouwen en geluidgevoelige terreinen beschermd tegen geluid. In het Besluit geluidhinder worden vervolgens de termen ‘ander geluidgevoelig gebouw’ en ‘geluidgevoelig terrein’ nader omschreven. Conform de Wgh gelden daarom de volgende objecten als geluidgevoelig: woningen; onderwijsgebouwen; ziekenhuizen en verpleeghuizen; verzorgingstehuizen; psychiatrische inrichtingen; kinderdagverblijven; woonwagenstandplaatsen; ligplaatsen voor woonschepen. Voor ‘andere geluidgevoelige gebouwen’ geldt de bescherming alleen voor bepaalde verblijfsruimten zoals genoemd in art. 1.1 lid d van het Besluit. Alle functies die niet onder bovenstaande categorieën vallen zijn volgens de Wet geluidhinder niet beschermd tegen geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan het wenselijk zijn om ook bescherming te bieden aan functies die op grond van de Wgh niet als geluidgevoelig gelden. Te denken valt aan recreatiewoningen, kantoren of kampeerplaatsen. In principe kan elke situatie waarin met enige regelmaat en gedurende langere tijd personen kunnen verblijven als geluidgevoelig worden beschouwd1. Het bevoegd gezag bezit enige mate van beoordelingsvrijheid om te bepalen welke objecten bescherming tegen geluidhinder behoeven en wat het beschermingsniveau voor dergelijke objecten is.
1
zie ook uitspraak ABRvS d.d. 29-02-2012, nr. 201002029/1/T1/R2
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
7
Akoestisch onderzoek
4
ONDERZOEKSMETHODE
4.1
Wet geluidhinder
Het onderzoek in het kader van de Wet geluidhinder is uitgevoerd overeenkomstig het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. De berekening heeft enkel betrekking op volgens de Wgh zoneplichtige geluidbronnen. Er is gebruik gemaakt van het computerprogramma Geomilieu. Zie §4.3 voor een verantwoording van het rekenmodel. De toetspunten liggen op de gevels van de nieuw beoogde geluidgevoelige functie. Op grond van art. 1b lid 4 uit de Wet geluidhinder gelden de geluideisen niet op een zogenaamde ‘dove gevel’. Een dergelijke gevel bevat geen (of slechts bij uitzondering) te openen delen, en heeft een dusdanige geluidwering dat een leefbaar binnenklimaat in de woning gewaarborgd is. Alle waardes worden vóór correctie (art. 110g Wgh) afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het even getal (art. 1.3 lid 1 uit het ‘RMV geluid’).
4.2
Wet ruimtelijke ordening
In het kader van de Wro is in kaart gebracht welke geluidbelastende functies van invloed kunnen zijn op het woon- en leefklimaat op de onderzoekslocatie. Hierbij is gekeken naar alle relevante geluidbronnen zoals omliggende bedrijven, wegen en spoorwegen. Het betreft zowel zoneplichtige als niet-zoneplichtige bronnen. De geldende richtafstanden tot omliggende bedrijven en inrichtingen zijn ontleend aan de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009’, zie ook §3.2.
4.3
Verantwoording rekenmodel
Alle berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het rekenprogramma Geomilieu V5.21 van dgmr. Gebouwen zijn in het rekenmodel ingevoerd als objecten met een reflectiefactor 0,8 (representatief voor wanden van gebouwen met ramen en kleine uitsparingen). Gebouwen zijn geïmporteerd vanuit BAG3D van TU Delft (gebouwhoogte 75%). Verharde bodemgebieden en wateroppervlaktes zijn geïmporteerd vanuit BGT en ingevoerd met een bodemfactor Bf=0,0. Voor het omliggende terrein is gerekend met een bodemfactor Bf=0,8 (overwegend zachte bodem). Toetspunten zijn ingevoerd ter plaatse van de gevels van de nieuwe woonfunctie. De emissiewaarden zijn berekend op een hoogte van 1,5 en 4,5 m. De punten zijn gekoppeld aan het betreffende gebouw. Dit betekent dat reflecties in de achterliggende gevel niet worden meegenomen. Wegen (RMW-2012) zijn ingevoerd op basis van de door de wegbeheerder aangeleverde verkeersgegevens. Kruisingen, mini-rotondes en obstakels zijn voor zover van toepassing in het model ingevoerd overeenkomstig de regels uit het reken- en meetvoorschrift. Zie bijlage 3 en 4 voor een uitgebreid overzicht van alle invoergegevens.
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
8
Akoestisch onderzoek
5
ONDERZOEKSRESULTATEN
5.1
Wegverkeerslawaai (Wro + Wgh)
De onderzoekslocatie binnen de zone van de Overbroekseweg. Zie tabel 2 voor een overzicht van de gehanteerde verkeersgegevens. tabel 2: overzicht verkeersgegevens voor het jaar 2030 weg
zonebreedte [m]
Overbroekseweg
intensiteit rijsnelheid [mvt./etmaal] [km/h]
250
500
60
wegdektype referentiewegdek
De berekeningen voor wegverkeerslawaai zijn uitgevoerd conform Standaard RekenMethode 2 (SRM2) uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de gebruikte verkeersintensiteiten en de –verdelingen en bijlage 3 voor een uitgebreid overzicht van de invoergegevens en onderzoeksresultaten. Zie tabel 3 voor een overzicht van alle rekenresultaten. tabel 3: berekende resultaten voor de geluidbelasting Lden [dB] rekenpunt
1,5 m
4,5 m
ongecorrigeerd
gecorrigeerd*
ongecorrigeerd
gecorrigeerd*
01: voorgevel
55
50
55
50
02: voorgevel
56
51
56
51
03: oostgevel
51
46
52
47
04: achtergevel
25
20
26
21
05: achtergevel
27
22
28
23
06: westgevel
49
44
49
44
voorkeursgrenswaarde:
-
48
-
48
max. ontheffingswaarde:
-
53
-
53
* inclusief correctie op basis van artikel 110g uit de Wet geluidhinder
Uit de berekening blijkt dat de gecorrigeerde gevelbelasting ten gevolge van de Overbroekseweg ten hoogste 51 dB bedraagt, en daarmee hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, maar wel voldoet aan de maximale ontheffingswaarde. Nader onderzoek naar mogelijk te treffen maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen tot beneden de voorkeursgrenswaarde is dan ook noodzakelijk, zie § 5.3. De grenswaarden uit de Wgh zijn gerelateerd aan de kwaliteit van de leefomgeving. Indien voldaan wordt aan deze grenswaarden kan gesteld worden dat een aanvaardbaar akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd is. Omdat de ongecorrigeerde geluidbelasting hoger ligt dan 53 dB, dient aangetoond te worden welke maatregelen noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het maximaal toelaatbare binnengeluidniveau.
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
9
Akoestisch onderzoek
5.2
Industrielawaai (Wro)
In de omgeving van de onderzoekslocatie bevinden zich enkele bedrijven. De adressen Overbroekseweg 1 & 4 zijn volgens het bestemmingsplan bestemd als ‘agrarisch’ en ‘agrarisch met waarden’. Overbroekseweg 12b is bestemd als ‘agrarisch’, en De Hoef 2 als ‘agrarisch – glastuinbouw’. Deze bestemmingen zijn overeenkomstig de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering’ vertaald naar de overeenkomende milieuklasse. Zie ook figuur 2. figuur 3: richtafstanden omliggende inrichtingen
B
A
C
adres A: Overbroekseweg 1 & 4 B: Overbroekseweg 12b C: De Hoef 2
milieuklasse (vergund) 3.1 (agrarisch) 3.1 (agrarisch) 2 (glastuinbouw)
richtafstand geluid (rustig buitengebied) 50 m 50 m 30 m
Uit figuur 2 blijkt dat voor alle omliggende bedrijven voldaan wordt aan de richtafstand uit de VNG-brochure ‘Bedrijven en milieuzonering 2009. Daaruit volgt dat omliggende bedrijven door de bouwplannen niet in hun bedrijfsvoering worden geschaad, en dat op de onderzoekslocatie een goed akoestisch woon- en leefklimaat ten gevolge van de omliggende bedrijven niet in het geding is.
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
10
Akoestisch onderzoek
5.3
Geluidreducerende maatregelen voor de gevelbelasting Lden
Bij het ontwerpen van geluidreducerende maatregelen dienen achtereenvolgens de volgende aspecten onderzocht te worden: maatregelen aan de bron; maatregelen in de overdrachtsweg; maatregelen bij de ontvanger. Maatregelen aan de bron. Door bijvoorbeeld het verlagen van de rijsnelheid, het omleiden van de verkeersstroom en/of het aanbrengen van een akoestisch gunstigere wegverharding kan de geluiduitstraling vanwege de weg worden beperkt. Echter gezien de kleinschaligheid van het bouwplan lijken dergelijke ingrijpende en kostbare maatregelen geen haalbare optie. Indien bijvoorbeeld de bestaande asfaltlaag op de Overbroekseweg over 500 m (wegbreedte 6m) wordt vervangen door ZOAB, zal de geluidbelasting afnemen van 56 dB naar 54 dB. Ter indicatie dient rekening te worden gehouden met een kostenpost van € 150.000,00 (€ 50,00/m2). Maatregelen in de overdrachtsweg. De geluidbelasting op de nieuw te bouwen woning kan worden verlaagd door bijvoorbeeld het vergroten van de afstand van de woning tot de wegas en/of het plaatsen van geluidschermen of –wallen. Omdat het een bestaande bouwmassa betreft, is het verplaatsen van de woning niet mogelijk. Los van de vraag of eventuele geluidschermen vanuit stedenbouwkundig of verkeerstechnisch opzicht wenselijk zijn, dienen deze geplaatst te worden tussen de woning en de maatgevende weg, in dit geval de Overbroekseweg.
Om ook voor de verdieping effectief te zijn dienen schermen forse afmetingen te hebben. Het plaatsen van dergelijke schermen lijkt in dit kader niet realistisch. Maatregelen bij de ontvanger. Indien eerder besproken maatregelen om bijvoorbeeld stedenbouwkundige of financiële redenen niet wenselijk of mogelijk blijken, kan bij het College van B&W ontheffing worden aangevraagd voor een hogere grenswaarde. Hierbij dient te worden welke maatregelen noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het maximaal toelaatbare binnengeluidniveau.
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
11
Akoestisch onderzoek
6
VERHOOGDE GRENSWAARDE
De Wet geluidhinder (Wgh) kent een systeem van voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, kan een hogere grenswaarde worden vastgesteld tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde. In de regel is het college van B&W hiertoe het bevoegd gezag. In enkele uitzonderlijke gevallen dient de hogere grenswaarde door Gedeputeerde Staten of zelfs door de Minister te worden vastgesteld. Een aanvraag voor een hogere grenswaarde wordt door de initiatiefnemer ingediend bij het bevoegd gezag. Het verzoek dient minimaal de volgende informatie te bevatten: de verzochte hogere waarde; de redenen die aan het verzoek ten grondslag liggen; de resultaten van een akoestisch onderzoek; inzicht in kosten en effect van eventuele akoestische maatregelen (zie §3.2.1). Een hogere waarde mag alleen worden verleend wanneer maatregelen om de geluidsbelasting terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel stuiten op bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Het bevoegd gezag kan in een ‘Hogere Waarde Beleid’ aangeven in welke situaties en onder welke voorwaarden zij zal meewerken aan een verzoek tot hogere grenswaarde. In dit beleid kan ook worden opgenomen hoe wordt omgegaan met zaken als geluidluwe gevels, 30 kmwegen, cumulatie van geluid en dove gevels.
Indien het verzoek positief is beoordeeld, dienen belanghebbenden hierover te worden geïnformeerd, en in de gelegenheid te worden gesteld om het ontwerpbesluit in te zien en eventuele bezwaren hiertegen in te dienen. Na de inspraakprocedure wordt door het College een definitief besluit genomen. Ten slotte dient een vastgestelde hogere grenswaarde door de gemeente te worden doorgegeven aan het Kadaster, opdat de waarde hier kan worden ingeschreven. Bij het vaststellen van een hogere waarde moeten de vastgestelde termijnen uit de Algemene wet bestuursrecht (Awb) worden gerespecteerd. Binnen 6 maanden na ontvangst van de aanvraag dient het bevoegd gezag een definitief besluit te hebben genomen. Wanneer er geen zienswijzen zijn ingediend tegen het ontwerpbesluit, moet het bevoegd gezag beslissen binnen vier weken nadat de beroepstermijn van 6 weken is verstreken. In onderhavige situatie dient een verhoogde grenswaarde aangevraagd te worden voor de in tabel 1 genoemde waarden. tabel 1: overzicht van aan te vragen hogere waarden ontheffingsgrond:
art. 83.1 Wet geluidhinder (wegverkeer, buitenstedelijk)
categorie
nieuwe woonfunctie langs aanwezige weg in buitenstedelijk gebied
voorkeursgrenswaarde
48 dB (art. 82.1 Wgh)
max. ontheffingswaarde
53 dB (art. 83.1 Wgh)
aan te vragen waarde
51 dB (voorgevel)
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
12
Akoestisch onderzoek
7
CONCLUSIES
In opdracht van Arvalis, Sint Jansweg 20d te Venlo, is door milieukundig adviesbureau HMB BV een akoestisch onderzoek uitgevoerd op locatie Overbroekseweg 8 te Leunen. Directe aanleiding tot het onderzoek is de beoogde splitsing van een bestaande langgevelboerderij naar twee burgerwoningen. De plannen passen niet binnen de vigerende bestemming. Het doel van dit onderzoek is meerledig: er wordt onderzocht hoe de plannen zich verhouden tot omliggende zoneplichtige geluidbronnen (toetsingskader Wgh); er wordt bepaald in hoeverre een herbestemming inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen (toetsingskader Wro); er wordt beoordeeld wat het effect van omliggende geluidbronnen is op het woon- en leefklimaat op de onderzoekslocaties (toetsingskader Wgh en Wro). Uit het onderzoek volgt: dat de gecorrigeerde gevelbelasting ten gevolge van de Overbroekseweg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, maar wel voldoet aan de maximale ontheffingswaarde. Maatregelen om de geluidbelasting tot beneden de voorkeursgrenswaarde te krijgen lijken niet reëel.
Het is derhalve noodzakelijk om bij College van B&W in het kader van de Wet geluidhinder ontheffing aan te vragen voor een hogere grenswaarde; dat de nieuw beoogde woonfunctie geen inbreuk doet op de geluidruimte van omliggende bedrijven/inrichtingen; dat een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woonfunctie gewaarborgd is. Omdat de ongecorrigeerde geluidbelasting hoger ligt dan 53 dB, dient aangetoond te worden welke maatregelen noodzakelijk zijn om te kunnen voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit aangaande het maximaal toelaatbare binnengeluidniveau.
19341801N | Overbroekseweg 8 te Leunen
13
Bijlage | 1 Onderzoekslocatie
Schaal:
Bladnr: 01/01
Datum: 06-01-2020
Formaat: A4
Getekend: RM
Bestandsnaam: kad_kaart
Project: 19341801N
Omschrijving: kadastrale kaart
Locatie: Leunen, Overbroekseweg 8
kadastralekaart [kadastralekaartv3:default_groupstyle]
legenda:
Bijlage | 2 Overzicht verkeersgegevens
HMB BV projectnr. 19341801N
bijlage 2 verkeersverdeling
Bepaling van de verkeersintensiteiten volgens een model van ir. W.A. Verhave (uit G. en O. dec.1981) Berekening van autonoom groeipercentage uit twee bekende etmaalintensiteiten etmaalintensiteit 1 = n.v.t. motorvoertuigen per etmaal jaartal 1 = n.v.t. [-] etmaalintensiteit 2 = n.v.t. motorvoertuigen per etmaal jaartal 2 = n.v.t. [-] berekend autonoom groeipercentage = n.v.t. [-] Invulgegevens straatnaam = wegcategorie = toegestane rijsnelheid volgens categorie = tellingsjaar = Qetmaal;tellingsjaar = autonoom groeipercentage = prognosejaar = Qetmaal;prognosejaar = aandeel middelzware vrachtauto's = aandeel zware vrachtauto's =
Overbroekseweg 2 70 2030 500 0.00% 2030 500 75% 25%
[-] [-] km/h [-] motorvoertuigen [-] [-] motorvoertuigen [-] [-]
Tabel: indeling wegcategorieën ter bepaling van de geluidsbelasting volgens ir. W.A. Verhave wegcategorie
vmax [km/h]
wegtype
Qdaguur/Qetm.
1 2 3 4 5
100/80/70 80/70 50 50 80/50
nationaal lokaal/regionaal stadshoofdwegennet wijk- en buurtwegen woon- en buurtstraten
6.7% 6.7% 6.7% 7.0% -
Qavonduur/Qetm. Qnachtuur/Qetm. 2.7% 2.7% 2.7% 2.6% -
1.1% 1.1% 1.1% 0.7% -
aandeel zwaar aandeel zwaar aandeel zwaar verkeer overdag verkeer 's avonds verkeer 's nachts 18% 24% 30% 13% 13% 13% 8% 8% 8% 6% 5% 4% -
Tabel: verdeling van middelzware en zware vrachtauto's als functie van de maximale rijsnelheid vmax [km/h] 30 50 70 80 100
pmv 95% 85% 75% 65% 55%
pzv 5% 15% 25% 35% 45%
Gedifferentieerde verkeersintensiteiten dagperiode Qlv [mvt./uur] Qmv [mvt./uur] 29.1 3.3 87.00% 9.75%
Qzv [mvt./uur] 1.1 3.25%
Qtotaal [mvt./uur] 33.5 100.00%
avondperiode Qlv [mvt./uur] Qmv [mvt./uur] 11.7 1.3 87.00% 9.75%
Qzv [mvt./uur] 0.4 3.25%
Qtotaal [mvt./uur] 13.5 100.00%
nachtperiode Qlv [mvt./uur] Qmv [mvt./uur] 4.8 0.5 87.00% 9.75%
Qzv [mvt./uur] 0.2 3.25%
Qtotaal [mvt./uur] 5.5 100.00%
verdeling Verhave
datum: 06-01-2020 bestand: srm_19341801N
Bijlage | 3 Invoergegevens en rekenresultaten wegverkeerslawaai
HMB BV projectnr. 19341801N Model: Groep: Naam 01
bijlage 3 invoer wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 Omschr. Overbroekseweg
Geomilieu V5.21
V(LV(D)) 60
V(MV(D)) 60
V(MV(N)) 60
Wegdek Referentiewegdek
Totaal aantal 500.00
Hbron 0.75
Cpl False
Helling 0
Groep --
06-01-2020 14:49:42
HMB BV projectnr. 19341801N Model: Groep: Naam 01
bijlage 3 invoer wegen
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %Int(D) 6.70
Geomilieu V5.21
%Int(A) 2.70
%Int(N) 1.10
%LV(D) 87.00
%LV(A) 87.00
%LV(N) 87.00
%MV(D) 9.75
%MV(A) 9.75
%MV(N) 9.75
%ZV(D) 3.25
%ZV(A) 3.25
%ZV(N) 3.25
06-01-2020 14:49:42
HMB BV projectnr. 19341801N Model: Groep:
bijlage 3 invoer toetspunten
eerste model (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam 01 02 03 04 05
Omschr. voorgevel voorgevel oostgevel achtergevel achtergevel
X 196717.86 196733.29 196746.87 196735.90 196719.68
Y 389576.04 389579.60 389576.96 389568.19 389567.55
Maaiveld 26.00 26.00 25.70 25.90 26.00
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief Relatief
Hoogte A 1.50 1.50 1.50 1.50 1.50
Hoogte B 4.50 4.50 4.50 4.50 4.50
Hoogte C ------
Hoogte D ------
Hoogte E ------
Gevel Ja Ja Ja Ja Ja
06
westgevel
196714.51
389570.62
26.00
Relatief
1.50
4.50
--
--
--
Ja
Geomilieu V5.21
06-01-2020 14:52:27
HMB BV projectnr. 19341801N Rapport: Model:
bijlage 3 rekenparameters
Lijst van model eigenschappen eerste model
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
eerste model RM #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
rick op 06-01-2020 rick op 06-01-2020 Geomilieu V5.21
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger [m] Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km] Meteorologische correctie Waarde voor C0
07:00 - 19:00 19:00 - 23:00 23:00 - 07:00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, Nacht + 10) 0 4 Bronresultaten Groepsresultaten ---0.80 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0.00; 0.00; 1.00; 2.00; 4.00; 10.00; 23.00; 58.00 Conform standaard 3.50
Geomilieu V5.21
06-01-2020 15:01:03
HMB BV projectnr. 19341801N Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
bijlage 3 rekenresultaten
Resultatentabel eerste model LAeq totaalresultaten voor toetspunten (hoofdgroep) Nee
Naam Toetspunt 01_A 01_B 02_A 02_B 03_A
Omschrijving voorgevel voorgevel voorgevel voorgevel oostgevel
X 196717.86 196717.86 196733.29 196733.29 196746.87
Y 389576.04 389576.04 389579.60 389579.60 389576.96
Hoogte 1.50 4.50 1.50 4.50 1.50
Dag 53.6 53.7 55.2 55.0 50.4
Avond 49.7 49.8 51.3 51.1 46.5
Nacht 45.8 45.9 47.4 47.2 42.6
Lden 54.6 54.7 56.2 56.0 51.4
03_B 04_A 04_B 05_A 05_B
oostgevel achtergevel achtergevel achtergevel achtergevel
196746.87 196735.90 196735.90 196719.68 196719.68
389576.96 389568.19 389568.19 389567.55 389567.55
4.50 1.50 4.50 1.50 4.50
50.7 24.3 25.3 26.4 27.5
46.8 20.3 21.3 22.4 23.6
42.9 16.4 17.4 18.5 19.7
51.7 25.3 26.3 27.4 28.5
06_A 06_B
westgevel westgevel
196714.51 196714.51
389570.62 389570.62
1.50 4.50
47.8 48.3
43.8 44.4
39.9 40.5
48.8 49.3
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen Geomilieu V5.21
06-01-2020 15:01:43