CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Kadernota RUD LN 2023

Gemeenteraad 27 september 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Ontwerpbegroting 2023 RUD Limburg Noord.5.295 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

KADERNOTA RUD LIMBURG NOORD 2023

4 november 2021

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ..................................................................................................................................... 3

2.

Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN .............................................................. 3

3.

Beleidskaders en ontwikkelingen ......................................................................................... 4

3.1 Organisatorische ontwikkelingen ........................................................................................... 4 Verbeteringen in het VTH-stelsel .............................................................................................. 4 Uitwerking eigen evaluatie RUD Limburg Noord .................................................................... 4 Omgevingsdienst NL (ODNL) ..................................................................................................... 5 3.2 Landelijke ontwikkelingen ......................................................................................................... 5 Omgevingswet en takenpakket ................................................................................................. 5 Ketensamenwerking ..................................................................................................................... 6 Gezamenlijk VTH-systeem .......................................................................................................... 6 Inspectieview Milieu ..................................................................................................................... 7 3.3 Vakinhoudelijke ontwikkelingen .............................................................................................

7 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen .................................................................................. 7 Energie ............................................................................................................................................ 7 Bodem, overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten ...................................... 8 Zeer zorgwekkende stoffen ........................................................................................................ 9 Nieuwe stikstofwet ....................................................................................................................... 9 IPPC Veehouderijen ...................................................................................................................... 9 Asbest.............................................................................................................................................. 9 Geluid ............................................................................................................................................ 10 Omgevingsveiligheid .................................................................................................................. 10 3.4 Personele ontwikkelingen ......................................................................................................

11 Algemeen ...................................................................................................................................... 11 Personeel ...................................................................................................................................... 11 4.

Financiële uitgangspunten ................................................................................................... 12

4.1 Algemeen .................................................................................................................................. 12 4.2 Exploitatie (lasten en baten) ................................................................................................ 12 4.3 Tarieven .................................................................................................................................... 12 4.4 Impact ontwikkelingen ........................................................................................................... 12 Bijlage 1: Overzicht ingebracht takenpakket............................................................................... 13

2

1. Inleiding

De Regionale Uitvoeringsdienst Limburg Noord (RUD LN) is een samenwerkingsverband tussen de 15 gemeenten in Noord- en Midden-Limburg en de provincie Limburg. De RUD Limburg Noord is sinds 1 januari 2018 een gemeenschappelijke regeling (GR). In de Wet gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het Algemeen Bestuur voor 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders toestuurt naar de raden en staten van haar deelnemers. In de voorliggende kadernota 2023 zijn de uitgangspunten voor de begroting 2023 opgenomen. De kadernota is tot stand gekomen na afstemming met financieel adviseurs van de deelnemers en het lijnmanagersoverleg (LMO). De ontwerpbegroting 2023 zal vervolgens worden opgesteld en uiterlijk 1 april aan de raden en staten worden toegezonden.

2. Doelstelling, takenpakket en werkwijze RUD LN

In het beslisdocument van de RUD Limburg Noord (21-12-2017 in AB) zijn de missie en visie opgenomen die richtinggevend zijn voor de organisatie van de RUD LN. Deze zijn als volgt: Missie De deelnemers aan de RUD LN hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van dienstverlening aan burgers, bedrijven en belanghebbenden te verbeteren bij de uitvoering van VTH-taken en de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de leefomgeving te verbeteren. Visie De RUD Limburg Noord is een innovatieve, slagvaardige en efficiënte organisatie, die bijdraagt aan de verbetering van de kwaliteit, gezondheid en veiligheid van de leefomgeving en aan de verbetering van de dienstverlening aan burgers en bedrijven. De dienstverlening wordt o.a. verbeterd door: • Een ‘level playing field’ (gelijke benadering en behandeling onder de RUD LN); • Minder toezichtlasten door efficiënte en innovatieve toezichtmethoden. De RUD Limburg Noord is daarbij een flexibele organisatie die zich verhoudt tot de ontwikkelingen in de omgeving en hiervoor samenwerkt met ketenpartners. De RUD Limburg Noord draagt zorg voor de uitvoering van tenminste het wettelijke basistakenpakket als bedoeld in artikel 7.1 lid 1 van het Besluit omgevingsrecht (Bor).

Daarnaast kan een deelnemer de uitvoering van het milieutakenpakket voor niet RUD-inrichtingen, het WABO takenpakket (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) en desgewenst APV (Algemene Plaatselijke Verordening) en bijzondere wetten onderbrengen bij de RUD Limburg Noord. De feitelijke uitvoering van de taken die bij de RUD Limburg Noord zijn “ondergebracht” gebeurt door medewerkers van de deelnemers. Ze werken samen aan de realisering van het jaarlijks door het Algemeen Bestuur vastgestelde regionale uitvoeringsprogramma. Ambitie De RUD Limburg Noord: wil een vanzelfsprekende deskundige partner in de regio zijn voor het bereiken van de (kern)doelen van de Omgevingswet; zit bij de partners aan tafel en werkzaamheden worden in gezamenlijkheid uitgevoerd. De RUD kan daarbij flexibel inspringen op veranderende behoeften vanuit haar deelnemers; groeit van de uitvoeringsdienst zoals we nu zijn naar dé omgevingsadviseur in brede zin binnen onze leefomgeving, die input levert aan beleid, vergunningverlening, toezicht en handhaving en tot slot procesoptimalisatie. Dit met een organisatievorm die passend is bij de beschreven rol. De inhoud van het werk en te leveren kwaliteit is daarbij altijd leidend; voert uit op een ondernemende, innovatieve, betrouwbare én uitdagende manier.

3

Werkwijze Voor de uitvoering van VTH-taken wordt gebruik gemaakt van de expertise die aanwezig is bij de deelnemers. Daarbij blijft het loket voor het indienen van vergunningaanvragen, meldingen en klachten en besluitvorming over vergunningen en handhavingszaken bij de individuele deelnemers. Om kwaliteit van uitvoering en onderlinge afstemming te borgen is er een coördinatiecentrum in dienst van de RUD Limburg Noord. Het coördinatiecentrum ondersteunt en faciliteert de partners, coördineert werkzaamheden en opleidingen.

3. Beleidskaders en ontwikkelingen

De kadernota voor 2023 wordt in december 2021 door het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur vastgesteld. In onderstaande paragrafen zijn de beleidskaders benoemd die een belangrijke rol spelen bij de uitvoering van de VTH-taken door de RUD Limburg Noord en haar deelnemers (zoals in hoofdstuk 2 benoemd).

3.1 Organisatorische ontwikkelingen Verbeteringen in het VTH-stelsel Er is kamerbrede steun voor de lijn die gesteld is door de commissie van Aartsen. De komende maanden wordt duidelijk welke vorm dit zal krijgen en wat de effecten zijn voor RUD Limburg Noord. Het ziet ernaar uit dat dit een combinatie van aanpassingen in wetgeving (o.a. Omgevingswet), bestuurlijke afspraken (VNG, IPO) en werkwijzen (o.a. toezicht op stelsel en rol ILT hierin) zal zijn. Daarnaast ligt er veel “op het bordje” van de Omgevingsdiensten zelf. Als individuele diensten, maar ook als collectief in ODNL-verband. De RUD Limburg Noord heeft aangegeven het advies op hoofdlijnen te onderschrijven en voegt de daad bij het woord door niet alleen de acties vanuit de eigen (interne) evaluatie uit te voeren, maar nu ook verdergaande acties, die inspelen op het advies van de commissie. Om de uitoefening van VTH-taken effectiever te maken behoeft bestuurlijke en strafrechtelijke handhaving extra aandacht. Naast Van Aartsen heeft ook de Algemene Rekenkamer gesignaleerd dat er te weinig wordt “doorgepakt” en dat sommige partijen hierdoor handhaving zien als een in te calculeren risico. Boetes worden voor lief genomen en de gewenste gedragsverandering wordt niet bereikt. Naast de Omgevingsdiensten zal ook het Openbaar Ministerie meer moeten inzetten op de opsporing en bestraffing van milieucriminaliteit.

De extra aandacht/inspanning zal waarschijnlijk alleen geleverd kunnen worden als er voldoende middelen worden ingezet, dus naast de efficiencyslag. Mogelijk wordt dit vertaald in een minimum-inspanning voor de (verplichte) basistaken. Nu gaat er circa 570 miljoen om in de werkzaamheden die de 29 diensten uitvoeren. Bij de RUD Limburg Noord is dat, anno 2021, circa 18,75 miljoen. Uitwerking eigen evaluatie RUD Limburg Noord In 2020 kwam de RUD LN op basis van een evaluatie op een plan voor de versterking van de RUD LN. Het pakket van maatregelen was vrij omvangrijk en daarnaast werd in de begroting 2021 een financiële impuls gegeven om deze acties te ondersteunen. Er zijn al veel van deze maateregelen gerealiseerd. In 2023 zullen er naar verwachting nog slechts een klein aantal openstaan. De nadruk zal steeds meer op de inhoud komen te liggen en op de gevolgen van landelijke aanpassingen in het stelsel. Na het verschijnen van het rapport van de commissie Van Aartsen is door het Dagelijks Bestuur de opdracht gegeven om te kijken in hoeverre de reeds ingezette maatregelen vanuit de eigen evaluatie uit 2020 aansluiten op de aanbevelingen vanuit de commissie en op welke manier verder ingespeeld kon worden op de adviezen van deze commissie. Er zijn door de externe onderzoeker 4 aanvullende maatregelen voorgesteld:

4

Toets de nu ingezette capaciteit en kennis (is dit voldoende?) en versterk het pakket van taken door inbreng van plustaken; Beleg budgettering van het uitvoeringsprogramma bij het CC; Versterk het mandaat van de directeur (m.b.t. sturing en inhoud); Organiseer een adviesfunctie binnen de RUD LN voor omgevingsplannen. Daarnaast zijn er 4 maatregelen voorgesteld die eigenlijk een versnelling/intensivering vormen op reeds afgesproken maatregelen. Beleg de regionaal vereiste specialistische kennis centraal (CC of partner); Een meer uniforme inbreng van taken (nu zijn er grote verschillen); Harmonisatie informatie-uitwisseling en kennisontwikkeling; Eén handhavingsbeleid in de regio. -

De onderbouwing, uitwerking en besluitvorming over deze maatregelen zal zijn doorloop hebben in 2022 en effect hebben op de werkwijze in 2023. Wat dit concreet voor de RUD Limburg Noord betekent is nog niet duidelijk in beeld te brengen. Omgevingsdienst NL (ODNL) De RUD Limburg Noord is lid van deze vereniging van directeuren van 29 Omgevingsdiensten. De ODNL heeft zich in de afgelopen jaren ontwikkeld tot een platform dat ondersteuning biedt aan de aangesloten diensten, landelijke projecten coördineert, subsidie voor bepaalde projecten verdeelt, kennis ontwikkelt (kennisnet) en gesprekspartner voor ministerie (I&W) en VNG is. Ook bij de verbeteringen in het VTH-stelsel heeft ODNL een rol. Er is een transitieproces gestart van beheren van verenigingszaken naar programmabureau voor de 29 diensten met circa 4700 medewerkers in totaal. Het programmabureau van ODNL is de spil in de kennisdeling en bij coördinatie van landelijke projecten en subsidiestromen. Die nieuwe rol vereist een transitieproces bij medewerkers, bestuur en leden van ODNL. ODNL voert onderling de zogenaamde collegiale toetsen uit. De betekenis van deze toets zal verder toenemen als deze, als een onderdeel van de uitwerking van de adviezen van de commissie Van Aartsen, een formele plek in het stelsel krijgt.

3.2 Landelijke ontwikkelingen Omgevingswet en takenpakket De Omgevingswet is een onderdeel van de stelselherziening. Het doel van deze wet is om beter te kunnen inspelen op de dynamiek in de fysieke leefomgeving en in onderlinge samenhang: a. Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, en b. Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van de maatschappelijke behoefte. De Omgevingswet heeft een grote impact op de manier van werken, de cultuur, het juridisch en technisch instrumentarium en heeft grote gevolgen voor de bevoegde gezagen en organisaties die bij de wet betrokken zijn. De wet beoogt het vergroten van de inzichtelijkheid van vigerend beleid regelgeving en het gebruikersgemak voor initiatiefnemers, het versnellen van de besluitvorming, meer lokale afwegingsruimte en een samenhangende benadering. Ook vraagt het om een andere manier van denken. Van “nee tenzij” naar “ja mits”. Hoewel het dus gaat om een beleidsmatige ontwikkeling, zal het ook een grote impact hebben op de uitvoering van taken. Uitgaande van inwerkingtreding van de wet op 1 juli 2022, zal ook in 2023 nog geleerd moeten worden door praktijkervaring op te doen.

Ondanks dat de rijksoverheid beleidsneutraal de transitie naar de Omgevingswet wenst in te zetten, zijn wijzigingen in de samenstelling van het basistakenpakket niet te vermijden. Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt daardoor onder meer provinciale bodemtaken

5

overgebracht naar de gemeenten. Omdat het hierbij om basistaken gaat komen deze taken (behoudens de beleidsvorming) in het takenpakket van de RUD. Verder komen enkele nieuwe milieubelastende activiteiten onder het basistakenpakket. Deze verandering wordt in de PDC en het uitvoeringsprogramma van de RUD Limburg Noord verwerkt. Om te kunnen bepalen welke milieubelastende activiteiten de hoogste prioriteit hebben bij het uitvoeren van het toezicht, wordt in 2022 de risicoanalyse voor de basistaken uit 2018 geactualiseerd. Ketensamenwerking Het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) in Limburg is in 2019 ingericht voor een effectieve en slagvaardige samenwerking bij de uitvoering van de VTH-taken (vergunningverlening, toezicht en. Het betreft een platform en geen besluitvormend overleg. Het doel van de VTH-coördinatie is het verhogen van de kwaliteit en doelmatigheid van de uitvoering en strafrechtelijke en bestuursrechtelijke handhaving van de VTH-taken binnen de provincie Limburg, met inachtneming van ieders eigen taken en verantwoordelijkheden. In 2023 wordt het platform verder geprofessionaliseerd middels het continueren en structureren van overleggen tussen de ketenpartners. Met behulp van een speelveldanalyse worden de thema’s waarbij samenwerking aan de orde is geïnventariseerd. Het BPO prioriteert vervolgens deze thema’s en bepaalt welke actief worden opgepakt.

Het doel van het, sinds enkele jaren lopende, project Gebiedsgericht handhaven Mest (GGH Mest) is om de kwaliteit van het oppervlaktewater te verbeteren door samenwerking en uitwisseling van gegevens op het vlak van toezicht in de mestketen. In dit project wordt data-gestuurd werken in de praktijk gebracht door de ketenpartners NVWA, RVO, provincie Noord-Brabant, een tweetal Brabantse OD’s, het waterschap Limburg en onze RUD LN. Dit project wordt naar verwachting beëindigd. De waardevolle aspecten (o.a. samenwerking en communicatie) worden meegenomen voor de komende jaren en doorontwikkeld. Om daadwerkelijk de waterkwaliteit en de naleving op de mestregelgeving te kunnen verbeteren vraagt het meer capaciteit en middelen. Het opzetten van een ‘Taskforce Mest’ kan hiervoor een oplossing bieden. Uitdagingen die naast de mestketen gezamenlijk worden opgepakt zijn de aanpak van drugsdumpingen, asbest, externe veiligheid, afval en samenwerking strafrecht-bestuursrecht, illegale lozingen op riolering en het volgen van de landelijke handhavingsstrategie. Gezamenlijk VTH-systeem Om de informatievoorziening voor de uitwisseling van werkzaamheden en de monitoring op kwaliteit en kwantiteit te borgen is het noodzakelijk om te beschikken over een gezamenlijk VTHsysteem. In oktober 2018 is de realisatie en het onderhoud hiervan gegund aan ROXIT BV.

In de aanbestedingsprocedure is rekening gehouden met de mogelijkheid om alle Limburgse overheidsorganisaties aan te laten sluiten op deze applicatie, Squit 20/20. Met de implementatie van het VTH-systeem is onze regio klaar voor de omgevingswet op ICT-vlak. Vanaf het moment dat alle individuele gemeenten over zijn op Squit 20/20 en de samenwerkingsruimte naar behoren functioneert, maken zij gebruik van de gestandaardiseerde en geüniformeerde processen en documenten in de RUD-omgeving. Daarmee nemen ook de mogelijkheden voor voortgangsbewaking, monitoring en kwaliteitsborging toe, welke vertaald kunnen worden naar dashboards. Vooralsnog wordt er uitgegaan van aansluiting van alle NoordLimburgse gemeenten in de loop van 2022. Na aansluiting ervaren de VTH-medewerkers profijt, doordat bij uitwisseling van werkzaamheden dossiers niet meer opgehaald hoeven te worden en gegevens vanuit de eigen locatie bijgewerkt kunnen worden. Indien iedereen dan is aangesloten, zal 2023 in het teken staan van ontwikkelen en uitbouwen van het systeem en de gegevens.

6

Naast de implementatie van het VTH-systeem wordt de aankomende tijd ook meer naar innovatieve manieren van toezicht gekeken. Denk bijvoorbeeld aan het uitbreiden van de checklists voor het uitvoeren van controles én het kunnen inlezen van logsystemen van installaties, waardoor minder fysieke controles uitgevoerd hoeven te worden. Inspectieview Milieu Landelijk is besloten dat alle Omgevingsdiensten moeten aansluiten bij inspectieview milieu. Dit is wettelijk verankerd omdat dit de enige manier is om aan de voorgeschreven informatie-uitwisseling over handhaving te voldoen. Op deze manier wordt de (keten)samenwerking tussen verschillende instanties vormgegeven. De gegevensuitwisseling tussen diverse overheidsinstanties en de uit te voeren controles worden vereenvoudigd waardoor er ook efficiënter opgetreden kan worden tegen bewust “ontduiken” van regels en tegen afvalstromen vanuit andere regio’s. Betere data betekent een completer beeld en de mogelijkheid om op basis van analyses patronen te herkennen/signaleren. Naar verwachting zijn in 2023 alle gemeenten in onze regio op Squit20/20 aangesloten en daarmee ook (via de RUD LN) op Inspectieview Milieu.

3.3 Vakinhoudelijke ontwikkelingen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Door de toenemende complexiteit in de bouw vindt men dat een herziening van het huidig stelsel van kwaliteitsborging noodzakelijk is. De Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen gaat gelijk met de nieuwe Omgevingswet in. De wet moet enerzijds de bouwkwaliteit een impuls geven, maar anderzijds geen verdere juridisering of kostenverhoging in de hand werken. Met de wet wordt de positie van de particuliere en zakelijke bouwconsument versterkt. De invoering van deze wet betekent dat de technisch-inhoudelijke toetsing aan en toezicht op het Bouwbesluit 2012 voor de gemeenten grotendeels vervalt en er een aantal voornamelijk administratieve taken bijkomen. De bevoegde gezagen zijn verantwoordelijk voor deze taken. De provincie en enkele gemeenten hebben deze taken ingebracht in de RUD Limburg Noord. In 2022 is er sprake van een afname en transformatie van de formatie voor bouwtaken (vergunningverlening en toezicht) bij de gemeenten en provincie. Doordat de bouwtechnische toetsing bij de complexere bouwwerken (waaronder monumenten) blijft bestaan én meer marktwerking aan de voorkant waarschijnlijk gaat leiden tot een intensievere handhaving, blijft capaciteit op bouwtechnisch gebied noodzakelijk.

De impact op de begroting van de RUD Limburg Noord is beperkt, behalve in de ondersteunende, faciliterende en organiserende rol bij de bevoegde gezagen. De gevolgen voor leges zullen de partners vanaf 2022 ervaren en zichtbaar moeten maken in hun begrotingen. Energie Intensivering van energiebesparing en het vergroten van het aandeel duurzaam opgewekte energie zijn belangrijke speerpunten van het Klimaatakkoord en vanuit de Regionale Energie Strategie. Energie en duurzaamheid zijn beleidsmatig met elkaar verbonden. In de uitvoeringspraktijk ligt de focus tot op heden bij het aspect energie. Het is nog onduidelijk hoe en op welke termijn het aspect duurzaamheid in de uitvoeringspraktijk opgenomen gaat worden. Het Klimaatakkoord verlangt dat de inspanningen van bedrijven op het gebied van energiebesparing en dat het toezicht geïntensiveerd wordt. De toename van regelgeving op klimaataspecten leidt tot meer werk op het gebied van energietoezicht. Vanuit het rijk zijn voor het toezicht in 2022 en 2023 extra middelen (VUE-regeling1 ter beschikking gesteld. Voor 2023 zal de uitvoering op dit onderwerp binnen de RUD Limburg Noord beter geborgd dienen te zijn. 1

VUE = Versterkte Uitvoering Energiebesparing

7

Op 1 juli 2021 is RES NML 1.0 bij het rijk ingediend, hierin is opgenomen dat energiebesparing en kleinschalige opwek 25% van de opgave invult. Voor een deel van deze opgave staat het bedrijfsleven aan de lat. Voor een gezamenlijke aanpak van het energietoezicht in de RUD Limburg Noord is een deskundigengroep energie gevormd waarin de energiespecialisten van de diverse partners zitting hebben. Tot nu toe is de insteek van het energietoezicht voornamelijk adviserend en ondersteunend geweest. Om de klimaatdoelstellingen te halen, zal het echter op enig moment noodzakelijk zijn om handhavend te gaan optreden naar bedrijven die niet voldoen aan de gestelde energiebesparingseisen. In de uitvoeringsprogramma’s geven de gemeenten aan waar specifieke energiecontroles plaatsvinden. De RUD Limburg Noord coördineert de opleidingsbehoefte, bewaakt kwaliteit en ondersteunt de uitvoering. De beschikbare capaciteit en het aantal controles hangt echter af van de inbreng van de partners zelf in het uitvoeringsprogramma. Bodem, overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 juli 2022 zullen taken en bevoegdheden vanuit de huidige Wet bodembescherming (wbb) van provincies naar niet-bevoegd gezag gemeenten verschuiven. De gemeenten worden daarmee verantwoordelijk voor de bodemkwaliteit en de sanering van bodemverontreiniging.

Ook kent de Omgevingswet nieuwe bodemtaken. De gemeenten krijgen zodoende meer taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Daarnaast zullen de gemeenten potentieel extra risico lopen door de verschuiving van verantwoordelijkheden als verantwoordelijke saneerders niet aan hun financiële verplichtingen (kunnen) voldoen. In 2023 (na de eerste tussentijdse evaluatie) zal er een goed beeld ontstaan van de consequenties voor de individuele gemeenten en de RUD Limburg Noord. In 2020 is in een samenwerking van de 15 gemeenten binnen de RUD Limburg Noord, het Rijk en provincie door een extern bureau een rapport2 afgerond dat een eerste aanzet vormt om de warme overdracht van bodemtaken in goede orde te laten verlopen. In het rapport is geadviseerd om samen op te trekken bij de overdracht. Dit zou naar schatting 2 f.t.e. voor 2 jaar inzet verlangen, echter als gemeenten dit ieder voor zich gaan doen, zal de taakbelasting een veelvoud hiervan zijn. Verder is geadviseerd om de informatievoorziening met bijbehorende ICT-voorziening (Bodem Informatiesysteem (BIS) gezamenlijk te organiseren teneinde daarmee efficiency en de noodzakelijke kwaliteit te bereiken. In 2021 is op basis van het rapport het project “warme overdracht en implementatie Owbodemtaken” gestart.

De samenwerking is opgeschaald tot alle Limburgse gemeenten, de provincie, beide Limburgse RUD’s, het Rijk en het Waterschap. Het doel van het project is om eenieder goed voor te bereiden op de consequenties van de Omgevingswet en de samenwerking tussen de verschillende instanties te organiseren voor nu en in de toekomst. Hiertoe zijn deelprojecten benoemd met elk zijn eigen doelen en doorlooptijd. Hoewel in voornoemd rapport al vingerwijzingen zijn gedaan, zijn de structurele consequenties op dit moment nog niet volledig in te schatten. Wel is duidelijk dat er meer taken op de gemeenten af komen. De nieuwe taken zijn overwegend basistaken. Andere taken zijn bijvoorbeeld het maken van keuzes voor en opstellen van regels voor het Omgevingsplan. Ook hierbij is samenwerking gewenst. Bodem en bodemkwaliteit houden immers niet op bij de gemeentegrenzen. Door eenduidig beleid vast te stellen kan bij elkaars doelstellingen worden aangesloten en wordt het makkelijker gemaakt voor burgers en bedrijven.

Onderzoeksrapport Verkenning Ow Bodemtaken NML 10 juli 2020, rapportnummer J201678.024.R2/WSC Pouderoyen Tonnaer 2

8

Zeer zorgwekkende stoffen Er ontstaat steeds meer zicht op de impact van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), waaronder PFAS, voor mens en natuur. Om aantasting van gezondheid en omgeving te voorkomen, wordt bij vergunningverlening en toezicht hieraan steeds meer aandacht gegeven. ZZS herkennen en beoordeling ervan, maken deel uit van de reguliere VTH-werkprocessen. Vanwege het grote aantal stoffen en de complexiteit van het beoordelen in de bedrijfsprocessen, wordt hier extra aandacht aan gegeven. De RUD Limburg Noord faciliteert het maken van samenwerkingsafspraken met partners, inbedding in werkprocessen en checklists, rapportages en monitoring en organiseert opleidingen. Nieuwe stikstofwet Op 1 juli 2021 is de nieuwe stikstof wet in werking gegaan. Deze wet regelt enkele (reductie) doelstellingen. Om deze doelstellingen te halen wordt er onder andere geld vrij gemaakt voor verschillende sectoren. Op het gebied van vergunningverlening (bouwen en milieu) heeft het ook gevolgen. Er geldt een stikstofvrijstelling voor bouw/sloop werkzaamheden, omdat bouwen een tijdelijke activiteit is. Voor milieuvergunningen/activiteiten is er, op hoofdlijnen, geen Natuurvergunning meer nodig, indien de toekomstige uitstoot onder de reeds aanwezige uitstoot blijft. Afhankelijk van de landelijke en provinciale ontwikkelingen kunnen hier werkzaamheden uit voort vloeien voor de RUD.

De eerste opkoopregelingen zijn inmiddels in gang gezet. Bij definitieve beëindiging van een bedrijf zal de vergunning moeten worden ingetrokken (meestal RUD-taak vergunningen) en is toezicht gewenst bij sloopwerkzaamheden. Ook mogelijke subsidies of verdere aanscherping van de emissie eisen voor stikstof, kunnen leiden tot extra werkzaamheden voor de RUD. De RUD Limburg Noord volgt deze (beleids)ontwikkelingen, regelgeving en jurisprudentie. IPPC Veehouderijen

Op 21 februari 2017 zijn er Europese regels voor het actualiseren van de toepassing van de best beschikbare technieken (BBT) voor IPPC-inrichtingen (veehouderijen) gepubliceerd. Op grond van deze publicatie heeft het bevoegd gezag een actualisatieplicht om binnen 4 jaar na publicatie (21 februari 2021) van de BBT-publicatie voor de IPPC-installatie vast te stellen of de vergunningvoorschriften voldoen aan deze BBT-conclusies en indien nodig te actualiseren. De actualisatie wordt in RUD-verband nu projectmatig opgepakt en is naar verwachting eind 2024 afgerond. De actualisatieplicht is ook een terugkerende verplichting. Asbest De afgelopen periode zijn er geen regel- of werkwijzeveranderingen doorgevoerd. Er heerst nog steeds onduidelijkheid over mogelijke nieuwe subsidies en versoepelingen van geldende regels. Om kosten te drukken wordt er nagedacht over een soort deelcertificaat waarbij bijvoorbeeld gerenommeerde dakdekkers onder versoepelde omstandigheden ook asbesthoudende golfplaten mogen saneren. Een andere is om het door een particulier zelf te verwijderen oppervlakte te vergroten naar 40 tot 50m2 per kadastraal perceel. Beide geven meer werking op de markt waarop er meer sloopmeldingen zullen worden ingediend en zo meer toezicht verwacht wordt vanuit het bevoegd gezag.

Een mogelijke versoepeling van de regelgeving betekent dus zeker niet dat er minder werk voor de gemeentelijke toezichthouders zal volgen. Eerder zal er, ondanks een uitbreiding van het aantal inspecteurs bij de ISZW, juist meer werk voor deze gemeentelijke toezichthouders ontstaan, aangezien zij vaak als eerste op locatie zijn en middels kundig toezicht de fouten in de daar uitgevoerde werkzaamheden herkennen en een halt toeroepen.

9

Ook is nu een lichte toename van het aantal gedumpte asbesthoudende golfplaten te zien. Met name in de bossen en natuurgebieden nabij de Duitse grens is het aantal (grotere) dumpen toegenomen. Om meer aandacht te vestigingen op asbestsanering en de werkwijze waarop, is er vanuit de kennisgroep een nieuwe folder opgesteld die de mensen gemakkelijk leesbaar doch heel gericht informeert over wat een particulier wel en niet zelf mag verwijderen. We willen bereiken dat het gericht informeren over asbest de mensen gemakkelijk en snel op de juiste weg helpt en wellicht dalen hierdoor ook het aantal illegale saneringen en asbestdumpingen. Ondertussen houden een paar leden van de kennisgroep zich bezig met het actualiseren van uitvoeringsrichtlijnen voor asbest zodat de werkzaamheden voor het toezicht en het beoordelen van de meldingen eenduidiger in RUD-verband worden uitgevoerd. Deze gelijke werkwijze geven niet alleen voordelen voor de toezichthouders die de asbestsaneringen op locatie controleren maar ook duidelijkheid aan diegenen die sloopmeldingen binnen RUD LN gemeenten indienen. Geluid Bij het in werking treden van de Omgevingswet wordt de wet- en regelgeving over geluid ingrijpend gewijzigd. Het voorkomen van onbeheerste groei en cumulatie van geluid staat daarbij voorop. Meer inzet op metingen zal hierdoor nodig zijn.

De gemeenten krijgen er een aantal geluidtaken bij en dit “lokaal doen wat lokaal kan” (Ow) betekent ook meestal: lokaal méér doen. Er zal meer informatie-uitwisseling tussen afdelingen en met andere bestuursorganen moeten gaan plaatsvinden (o.a. een landelijk geluidsregister). Hierdoor zullen meer geluidrekenmodellen, geluidrapportages en actieplannen moeten worden opgesteld. Bij het nemen van besluiten geldt een motiveringsplicht. Zowel geluid- als verkeersgegevens moeten worden verzameld en aangeleverd. Er zal een werkwijze voor dataverzameling moeten komen. Interne en externe partijen zullen betrokken moeten worden waarbij afstemming over dataverzameling en aanlevering plaatsvindt. Tevens zal besloten moeten worden of deze werkzaamheden in opdracht gegeven worden aan de RUD Limburg Noord. Verwacht mag worden dat dit een significante toename in de werkzaamheden van de geluidspecialisten zal vragen. Omgevingsveiligheid Omgevingsveiligheid gaat over de risico’s van het gebruik en transport van gevaarlijke stoffen, de veiligheid van inrichtingen en de veiligheid van nieuwe, zich snel ontwikkelende technologieën. Provincie en gemeenten zijn bevoegd gezag voor omgevingsbesluiten, waarin de veiligheidsrisico's voor de burgers meegewogen worden in de besluitvorming.

In de besluitvorming wordt gebruik gemaakt van de expertise van de RUD Limburg Noord en de Veiligheidsregio Limburg-Noord. De expertise omgevingsveiligheid binnen de regiogemeenten en de RUD in het bijzonder, is opgebouwd met behulp van Rijksmiddelen. Vanaf 2021 vindt de financiering plaats in de vorm van een decentralisatie-uitkering in het gemeentefonds. De regionale behoefte aan beschikbare expertise en aan gezamenlijke uitvoering van taken wordt jaarlijks in het regionaal uitvoeringsprogramma Omgevingsveiligheid vastgelegd. Zodoende kan de capaciteit en kwaliteit die binnen de RUD Limburg Noord op het gebied van omgevingsveiligheid aanwezig is, doelmatig worden ingezet. Hierdoor wordt ook bereikt, dat de partners kunnen voldoen aan de landelijk geformuleerde kwaliteitscriteria 2.2.

10

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet: • verandert het werken met aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk. Het werken met aandachtsgebieden is een andere manier van omgaan met het groepsrisico. Deze verandering gaat leiden tot andere werkmethoden en -processen. Omgevingsveiligheid krijgt een belangrijke plaats in de omgevingsvisie en in het omgevingsplan. • leveren gemeenten gegevens met betrekking tot externe veiligheidsrisico’s aan, aan het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Ook leveren gemeenten gegevens aan het REV over de ligging van beperkt kwetsbare gebouwen, kwetsbare gebouwen, zeer kwetsbare gebouwen, beperkt kwetsbare locaties en kwetsbare locaties. Het REV vervangt het Register Risicosituaties Gevaarlijke Stoffen (RRGS). • Zal er extra tijd besteed worden aan het aanpassen van de werkmethoden en -processen als

gevolg van de implementatie van deze wet en het Register Externe Veiligheidsrisico’s. Voor de RUD Limburg Noord betekent dit dat zij ondersteunt in de vraag en aanbod van de werkzaamheden, het aantrekken en opleiden van personeel en het ondersteunen van de deskundigenpool.

3.4 Personele ontwikkelingen Algemeen De hierboven onder 3.3 geschetste vakinhoudelijke ontwikkelingen hebben invloed op het takenpakket dat binnen RUD-verband wordt georganiseerd. Over de wijze waarop deze taken het best kunnen worden georganiseerd blijft de RUD in dialoog met haar deelnemers. Personeel Inmiddels is overgestapt op meer hybride werkvormen en zijn als positief gevolg van de pandemie de mogelijkheden om plaats-onafhankelijk te werken sterk toegenomen. Er is echter wel op onderdelen een achterstand ontstaan in de werkzaamheden, zoals voor de actualisering van vergunningen bij IPPC-veehouderijen als gevolg van de Europese regelgeving over best beschikbare technieken (BBT). Met een meerjarige aanpak wordt hierop projectmatig ingespeeld, wat echter grotendeels binnen de bestaande formatie moet gebeuren. Verwacht wordt dat hierdoor de werkdruk hoog zal blijven. Wat de arbeidsmarkt betreft: Er wordt een voortzetting van de krapte in ons vakgebied verwacht. Er is onvoldoende “opvolging” voor medewerkers die met pensioen gaan en ook op het gebied van vakgericht management (affiniteit met VTH-taken) heerst een toenemende krapte. Het leidt ertoe dat vacatures bij de gemeenten en provincie niet altijd ingevuld kunnen worden en dit kan een toename van (duurdere) inhuur tot gevolg hebben.

Deze krapte geldt niet alleen in onze regio, maar landelijk binnen het gehele VTH-domein. Intensivering van de samenwerking, b.v. op het gebied van inhuur en begeleiding stagiaires/trainees kan een hulpmiddel zijn in deze problematiek. Daarnaast zullen we ook meer moeten uitdragen welke mooie kansen er zijn in ons vak. Zo willen we de medewerkers blijven boeien en binden aan onze organisaties.

11

4. Financiële uitgangspunten

In dit hoofdstuk worden de financiële uitgangspunten voor de begroting 2023 benoemd. De afwijkingen ten opzichte van de begroting 2022 zijn beperkt.

4.1 Algemeen •

•

Het belangrijkste uitgangspunt voor de meerjarenbegroting 2023-2026 is dat de baten en lasten in evenwicht zijn, zodat er meerjarig een sluitende begroting ligt. Dit is tevens een voorwaarde voor repressief toezicht. De financiële consequenties van de in het voorgaande hoofdstuk beschreven ontwikkelingen zijn op dit moment nog niet helemaal duidelijk. Zo is de invloed van wetswijzigingen voor een groot deel nog onbekend. Over het algemeen is de verwachting dat de impact voor de RUD Limburg Noord in 2023 gericht is op extra inzet op het trainen en opleiden van personeel, het inrichten van systemen en het aanpassen van processen. De opleidingen zullen veelal gefinancierd worden binnen reguliere budgetten. De extra capaciteitsinzet van medewerkers voor de aangepaste en nieuwe taken zullen besproken moeten worden met de partners en keuzes zullen gemaakt moeten worden in de uitvoeringsprogramma’s 2023.

4.2 Exploitatie (lasten en baten) •

•

Voor de indexering van loon-en prijsstijgingen wordt uitgegaan van de meest actuele raming van het CPB (MEV, loonvoet sector overheid en overheidsconsumptie netto materieel imoc) en voor de provincie het CBS (DPI). Zoals bij de ontwikkelingen is weergegeven wordt er geïnvesteerd in een VTH-systeem. Conform de eerdere besluitvorming worden de kosten van het VTH-systeem in eerste instantie gedekt uit de bestemmingsreserve VTH-systeem. Na uitputting, verwachting in 2026, worden de jaarlijkse licentie-, hosting- en beheerkosten verdisconteerd in de deelnemersbijdrage.

4.3 Tarieven Voor de uitwisseling van expertise tussen de deelnemers is de afspraak dat de gewerkte uren worden verrekend op basis van vooraf vastgestelde uurtarieven. De tarieven 2023 worden in de vergadering van het Algemeen Bestuur van december 2022 vastgesteld.

4.4 Impact ontwikkelingen De hiervoor geschetste ontwikkelingen kunnen financiële gevolgen met zich meebrengen. De impact op de begroting 2023 van de GR RUD Limburg Noord is naar inschatting beperkt, maar bij de gemeenten zal deze impact mogelijk wel gevoeld worden. Een toename in werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld door de overdracht van bodemtaken, kan voor individuele partners betekenen dat zij of (1) meer capaciteit vragen van de RUD Limburg Noord of (2) herprioriteren in werkzaamheden, waarbij de restrisico’s individueel afgewogen worden of (3) dat zij meer budget beschikbaar gaan stellen. Zo kan het ook op andere werkterreinen gaan. Het blijft echter een separate afweging van de individuele partner.

12

Bijlage 1: Overzicht ingebracht takenpakket

Partner

Ingebracht takenpakket (per 1-1-2021) Basistakenpakket

Specialistische Wabo VTH

Wabo breed

Niet RUD bedrijven

Beesel

Ja

Ja

Ja

Ja

Bergen

Ja

Deels

Nee

Ja

Echt-Susteren

Ja

Ja

Ja

Ja

Gennep

Ja

Nee

Nee

Nee

Horst aan de Maas

Ja

Nee

Nee

Nee

Leudal

Ja

Ja

Nee

Ja

Maasgouw

Ja

Ja

Ja

Ja

Mook en Middelaar

Ja

Nee

Nee

Nee

Nederweert

Ja

Ja

Ja

Ja

Peel en Maas

Ja

Nee

Nee

Nee

Roerdalen

Ja

Ja

Ja

Ja

Roermond

Ja

Ja

Deels

Ja

Venlo

Ja

Deels

Nee

Nee

Venray

Ja

Nee

Nee

Nee

Weert

Ja

Ja

Nee

Ja

Provincie

Ja

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11728660/1