03 Toelichting
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN “Rector Cremersstraat 21 t/m 29, 26 en 28 Smakt” NL.IMRO.0984.BP20025-va01 Vastgesteld
Document:
Bestemmingsplan “Rector Cremersstraat 21 t/m 29, 26 en 28 Smakt”
IDN:
NL.IMRO.0984.BP20025-va01
Status:
Vastgesteld
Datum:
27 september 2022
Aanvrager:
Gemeente Venray
Auteur:
De heer ing. P.W.M. van de Ligt Mevrouw ing. N.A.H. van den Ekker
Bureau Leefomgeving B.V. Schoolstraat 7 5961 EE HORST 077 – 208 60 99 contact@bureauleefomgeving.nl www.bureauleefomgeving.nl
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ................................................................................................................................ 3 1.1 Aanleiding en doel van het bestemmingsplan .........................................................................3 1.2 Ligging van het plangebied ....................................................................................................4 1.3 Vigerend bestemmingsplan ...................................................................................................5
2.
HUIDIGE SITUATIE .................................................................................................................. 6 2.1 Algemeen .............................................................................................................................6 2.2 Ruimtelijke structuur .............................................................................................................6 2.3 Functionele structuur ............................................................................................................7
3.
BEOOGDE SITUATIE ................................................................................................................. 8 3.1 Uitgangspunten en doelstellingen van het plan .......................................................................8 3.2 Beschrijving plan...................................................................................................................8 3.3 Ruimtelijke effecten ............................................................................................................10
4.
BELEIDSKADER....................................................................................................................... 11 4.1 Rijksbeleid ..........................................................................................................................11 4.2 Provinciaal beleid ................................................................................................................13 4.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................21
5.
RANDVOORWAARDEN / RESULTATEN ONDERZOEKEN ....................................................... 26 5.1 Milieuaspecten ....................................................................................................................26 5.2 Externe veiligheid ...............................................................................................................35 5.3 Water .................................................................................................................................38 5.4 Kabels, leidingen en straalpaden ..........................................................................................39 5.5 Natuur................................................................................................................................40 5.6 Archeologie en cultuurhistorie ..............................................................................................42 5.7 Verkeer en parkeren ...........................................................................................................44 5.8 Niet-gesprongen explosieven ...............................................................................................46
6.
JURIDISCHE ASPECTEN ......................................................................................................... 48 6.1 Toelichting op de verbeelding ..............................................................................................48 6.2 Toelichting op de planregels ................................................................................................49
Vastgesteld
1
7.
UITVOERBAARHEID ............................................................................................................... 51 7.1 Economische uitvoerbaarheid ..............................................................................................51 7.2 Handhaving ........................................................................................................................51 7.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................52
8.
PROCEDURE ............................................................................................................................ 54
BIJLAGEN Bijlage 1: Geurberekening Bijlage 2: Aeriusberekening Bijlage 3: Omgevingsdialoog maart 2021 Bijlage 4: Omgevingsdialoog november 2021 Separate bijlagen: ▪
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (HMB Groep)
▪
Archeologisch bureau en verkennend booronderzoek (RAAP)
▪
Archeologisch vooronderzoek proefsleuven (RAAP)
▪
Archeologisch proefsleuvenonderzoek (RAAP)
▪
Explosievenonderzoek (T&A Survey BV)
▪
Quickscan natuurwetgeving (Faunaconsult)
▪
Trillingsonderzoek (AGEL Adviseurs)
▪
Vooronderzoek bodem (HMB Groep)
Vastgesteld
2
1. INLEIDING 1.1
Aanleiding en doel van het bestemmingsplan
De gemeente Venray is voornemens om het bestaande woongebied in de kern Smakt uit te breiden door hier zeven woningen te bouwen. De woningbouwontwikkeling is bedoeld om Smakt op korte, maar vooral langere termijn te voorzien in haar woonbehoefte, zodat inwoners niet genoodzaakt zijn naar elders te vertrekken. De nieuwe woningen zijn beoogd aan de Rector Cremersstraat. Twee van de woningen zijn beoogd op een trapveldje dat is gelegen tussen de woningen Rector Cremerstraat 24 en 30. De andere woningen zijn beoogd aan het einde van de weg, tegenover de woningen Rector Cremersstraat 32 en 34.
Afbeelding 1. Woningbouwlocaties in de kern van Smakt met trapveldje rood omcirkeld en de zuidelijke woningbouwlocatie blauw omcirkeld
Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Smakt” is de bouw van de woningen op deze locaties niet toegestaan. Het trapveldje is bestemd als ‘Groen’ en de zuidelijke woningbouwlocatie is bestemd als ‘Agrarisch’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’. De beoogde woningbouwontwikkeling is daarom strijdig met het vigerend bestemmingsplan. Om de nieuwe woningen in een passend juridisch-planologisch kader vast te leggen is voorliggend bestemmingsplan, in het kader van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgesteld. In dit bestemmingsplan wordt aan beide woningbouwlocaties een woonbestemming met bouwrechten toegekend, waardoor nieuwbouw van woningen mogelijk wordt.
Vastgesteld
3
1.2
Ligging van het plangebied
In het noorden van Limburg, ten noordoosten van Venray ligt de kern ‘Smakt’. Smakt is het kleinste kerkdorp van de gemeente Venray en ligt in het uiterste noorden van de gemeente, tegen de grens met Noord-Brabant, aan de spoorweg Nijmegen-Roermond. Parallel aan de spoorweg ligt de St. Jozeflaan, waarlangs de kern Smakt is gesitueerd. De woningbouwgebieden zijn gelegen ten oosten van deze St. Jozeflaan. Een van de gebieden betreft het trapveldje dat ligt ingeklemd tussen de woningen Rector Cremerstraat 24 en 30. Aan de westzijde wordt dit gebied begrensd door de weg Rector Cremersstraat en in het oosten grenst dit gebied aan het agrarische buitengebied. In onderhavig bestemmingsplan wordt dit gebied aangeduid als ‘trapveldje’. Het trapveldje staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie A, perceelnummer 2923. Het ander gebied wordt begrensd door de weg Rector Cremersstraat in het oosten en de achtertuinen van de woningen St. Jozeflaan 34a, 34b, 36, 36a en 36b in het westen, de woning Rector Cremersstraat 19 in het noorden en het agrarische buitengebied in het zuiden. Dit gebied staat kadastraal bekend als gemeente Venray, sectie A, perceelnummers 2923 (ged.) en 2937.
Afbeelding 2. Luchtfoto en begrenzing plangebied
Vastgesteld
4
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Smakt” (vastgesteld d.d. 28 oktober 2014) en is bestemd als ‘Groen’ ter plaatse van het trapveldje en als ‘Agrarisch’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’ ter plaatse van de zuidelijke woningbouwlocatie. Binnen beide delen van het plangebied zijn ook de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerzone’ en de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4’ opgenomen.
Afbeelding 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan “Smakt”
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere agrarisch grondgebruik, erfbeplanting, wegbeplanting, landschapselementen, bosschages en bestaande voorzieningen van openbaar nut. Op en in de voor 'Agrarisch' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. De voor ‘Groen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder andere groenvoorzieningen, speel-, sport-, en wandelgelegenheid en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op de voor 'Groen' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd, met uitzondering van gebouwen en bouwwerken ten behoeve van voorzieningen van openbaar nut. De voor ‘Verkeer’ aangewezen gronden zijn onder andere bestemd voor verkeer- en verblijfsdoeleinden, water
en
waterhuishoudkundige
doeleinden
en
wegen,
paden
en
verhardingen.
Binnen
de
verkeersbestemming mogen geen gebouwen worden gebouwd. Twee van de woningen zijn beoogd binnen een groenbestemming. Deze bestemming is niet geschikt voor woondoeleinden. Daarnaast ontbreekt de mogelijkheid voor het oprichten van gebouwen. De andere woningen zijn gedeeltelijk beoogd binnen een agrarische bestemming en gedeeltelijk binnen een groenbestemming. Deze bestemmingen zijn eveneens niet geschikt voor woondoeleinden en ook hier ontbreken de mogelijkheden voor het oprichten van gebouwen. Binnen deze bestemmingen is woningbouw dan ook niet toegestaan. Ook zijn er geen afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen waarmee de gewenste woningbouw mogelijk kan worden gemaakt. Daarom is het besluit genomen om het voorliggende nieuwe bestemmingsplan op te stellen zodat de beoogde woningbouwontwikkeling in Smakt mogelijk gemaakt kan worden.
Vastgesteld
5
2. HUIDIGE SITUATIE 2.1
Algemeen
Het plangebied is gelegen in het oostelijke deel van de kern Smakt, aan de Rector Cremersstraat. Smakt maakt onderdeel uit van de gemeente Venray en is het kleinste kerkdorp binnen de gemeente. Smakt wordt in het westen begrenst door de spoorlijn Nijmegen-Roermond. De kern is gelegen ten zuiden van de kern Holthees, gelegen in de provincie Noord-Brabant aan. Ongeveer 220 mensen bevolken de kern. Smakt en Holthees horen allebei bij een andere gemeente en zelfs een andere provincie, maar zien zichzelf wel in heel veel opzichten als één dorp. Smakt vormt dan ook samen met Holthees één gemeenschap genaamd ‘Smakt-Holthees’.
2.2
Ruimtelijke structuur
Smakt is ontstaan door de bedevaarten naar de Sint-Jozefkapel. Het Sint-Jozefkapel is in 1699 gesticht en na 1877 wordt Smakt een bedevaartplaats voor St. Jozef. Bij het kapel zijn enkele jaren later het klooster en de begraafplaats opgericht. Het kapel, klooster en de begraafplaats betreffen karakteristieke bouwwerken. Smakt is een langgerekt kerkdorp dat voornamelijk is opgebouwd als enkelzijdig bouwlint aan de St. Jozeflaan. De St. Jozeflaan ligt parallel aan het spoor, wat een historische verbinding is tussen Nijmegen en Roermond. De bebouwing van de kern is in eerste instantie dan ook voornamelijk gesitueerd aan de St. Jozeflaan. De bebouwing bestaat voornamelijk uit vrijstaande woningen of twee-aaneengebouwde woningen bestaande uit één of twee bouwlagen afgewerkt met een kap.
Afbeelding 4. en 5 Impressie van het ‘trapveldje’
Typerend voor Smakt zijn de breed opgezette straatprofielen met landschapselementen langs de wegen, zoals bomenrijen en singels. Ook opvallend is de groenstructuur die her en der aanwezig is in de kern. Onder andere het klooster en de begraafplaats zijn begrensd door een groene zone. De plangebieden zijn gelegen aan de Rector Cremersstraat, die een zijweg vormt van de St. Jozeflaan. Omstreeks 2010 heeft aan de Rector Cremerstraat uitbreiding plaats gevonden van de kern. Hierbij is de straat verlengd in zuidelijke richting en komt daar uiteindelijk tot zijn eind.
Vastgesteld
6
Afbeelding 6. en 7. Impressie van zuidelijke woningbouwlocatie
Aan de westzijde van het dorp wordt het landschap gekenmerkt als kleinschalig landschap. Aan de oostzijde grenst het dorp direct aan een beekdal. Vanuit de Rector Cremersstraat is een mooi zicht op het beekdal dat langzaam afloopt. Aan de noord- en zuidzijde wordt Smakt begrensd door bosgebieden. Tussen Smakt en Holthees loopt het Afleidingskanaal. Dit kanaal ligt door het landschap en volgt ten noorden van Smakt voor een gedeelte de spoorlijn.
2.3
Functionele structuur
In Smakt overheerst voornamelijk de woonfunctie, zo ook aan de Rector Cremersstraat. Ten noorden van de Rector Cremerstraat, aan de St. Jozeflaan, liggen nog enkele andere functies. Aan de St. Jozeflaan zijn naast woningen tevens een kapel, een kerk en een horeca aangelegenheid gelegen. Aan de St. Jozeflaan ligt ook het voormalige klooster, dat in de huidige situatie in gebruik is genomen als zorghuis. Naast de woonfunctie is Smakt ook ingericht ten behoeve van groen. Het openbaar groen in Smakt bestaat uit een aantal bomenrijen en gazonvakken aan de Sint Jozeflaan. Daarnaast zijn aan de Rector Cremerstraat twee groene speelterreinen gelegen. Achter het zorghuis en de horeca aangelegenheid is nog een park gelegen. Rondom de kern is het buitengebied gelegen. Het buitengebied kenmerkt zich door de agrarische functie. In het buitengebied zijn voornamelijk landbouwgronden gelegen en agrarische bedrijven waaronder (intensieve) veehouderijen.
Vastgesteld
7
3. BEOOGDE SITUATIE 3.1
Uitgangspunten en doelstellingen van het plan
De doelstelling van dit bestemmingsplan is gericht op het planologisch mogelijk maken tot realisatie van een nieuw woningbouwplan in de kern Smakt. Het nieuwbouwplan zal voorzien in de ontwikkeling van zeven woningen, verdeeld over twee nabij elkaar gelegen locaties. Twee van de woningen betreffen vrijstaande woningen op perceelnummer 2923 als aansluiting op het aldaar aanwezige bebouwingslint van vrijstaande woningen. Dit deel van het plangebied wordt bestemd als ‘Wonen’ waarbinnen uitsluitend twee vrijstaande woningen zijn toegestaan. De andere woningen worden opgericht op perceelnummer 2937 en voor een klein gedeelte op perceelnummer 2923. Binnen dit gebied worden twee bouwvlakken opgenomen. In het noordelijke bouwvlak zijn maximaal twee woningen toegestaan in de vorm van vrijstaande of twee-aaneengebouwde woningen. In het zuidelijke bouwvlak zijn respectievelijk drie woningen toegestaan. Binnen dit bouwvlak zijn vrijstaande woningen, twee-aaneengebouwde woningen en aaneengeschakelde woningen toegestaan. Hierdoor is een flexibele opzet waarbij kan worden aangesloten bij de woningbehoefte van de consument.
3.2
Beschrijving plan
In Smakt is een behoefte aan specifiek starters- en seniorenwoningen. Momenteel betreffen de woningen in Smakt voornamelijk gezinswoningen, waardoor starters en senioren nauwelijks de mogelijkheid hebben in Smakt te blijven wonen. De nieuwe woningen zijn beoogd om te voorzien in deze woningbehoefte. Om te voldoen aan de vraag naar starters- en seniorenwoningen in Smakt heeft de gemeente Venray een nieuw woningbouwplan opgesteld. Dit woningbouwplan zal voorzien in de ontwikkeling van twee vrijstaande woningen en maximaal vijf woningen in de vorm van vrijstaand, twee-aaneengebouwd of aaneengebouwd. De woningen zullen levensloopbestendig worden opgericht, dit houdt in dat de woningen geschikt zijn voor iedere levensfase (de mogelijkheid tot het realiseren van alle voorzieningen op de begane grond). De woningen zijn dan ook bij uitstek geschikt voor senioren. De twee vrijstaande woningen zijn beoogd op het trapveldje. Dit deel van het plangebied zal worden bestemd als ‘Wonen’. Binnen de woonbestemming is een bouwvlak opgenomen met de bouwaanduiding ‘vrijstaand’ en de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ en ‘maximum goothoogte: 6 m’. Binnen dit deel van het plangebied mogen dan ook uitsluitend twee vrijstaande woningen worden opgericht met een goothoogte van 6 meter.
Dit type woningen sluit aan bij de aanwezige vrijstaande woningen die aan weerszijden van de Rector Cremersstraat zijn gelegen.
Vastgesteld
8
Afbeelding 8. Inrichtingsschets zuidelijke deel plangebied
De andere vijf woningen zijn beoogd op de grond, tegen over de woningen Rector Cremersstraat 32 en 34. Dit deel van het plangebied zal worden bestemd als ‘Wonen’ en binnen de woonbestemming zijn twee bouwvlakken opgenomen. In het noordelijke bouwvlak zijn de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - wonen 1’ en de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 2’ en ‘maximum goothoogte: 6 m’ opgenomen. Zodat binnen dit bouwvlak maximaal twee woningen zijn toegestaan in de vorm van vrijstaande of twee-aaneengebouwde woningen. In het zuidelijke bouwvlak zijn de bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - wonen 2’ en de maatvoeringsaanduidingen ‘maximum aantal wooneenheden: 3’ en ‘maximum goothoogte: 6 m’ opgenomen. Zodat binnen dit bouwvlak maximaal drie woningen zijn toegestaan in de vorm van vrijstaande woningen, twee-aaneengebouwde woningen en aaneengeschakelde woningen. Door het opnemen van twee bouwvlakken met de bouwaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen 1’ en ‘specifieke vorm van wonen - wonen 2’ ontstaat een flexibele opzet waarbij kan worden aangesloten bij de woningbehoefte van de consument. Hierdoor ligt het aantal woningen en het type van de woningen niet vast maar is wel gewaarborgd dat niet meer dan twee woning in het noordelijke bouwvlak en drie woningen in het zuidelijke bouwvlak zijn toegestaan.
Aan het einde van de Rector Cremersstraat wordt een keerlus gerealiseerd zodat grotere voertuigen (zoals vuilniswagens en hulpverleners) in één keer kunnen rondrijden. Dit leidt tot minder overlast voor de omgeving.
Vastgesteld
9
3.3
Ruimtelijke effecten
Twee van de woningen zijn beoogd op het trapveldje. In Smakt blijkt geen behoefte aan een trapveldje (zie paragraaf 4.3.6). Aangezien geen behoefte is aan het trapveldje wordt deze aanwezige ruimte gebruikt voor het realiseren van twee woningen. De nieuwe woningen op het trapveldje vormen de stedenbouwkundige afronding van het bestaande lint van vrijstaande woningen aan de Rector Cremersstraat. De stedenbouwkundige structuur wordt hiermee gerespecteerd. De woningen in het zuidelijke deel van de Rector Cremersstraat geven een nieuwe invulling aan de rand van de kern. De nieuw te bouwen woningen zijn met de achterzijde tegen de percelen van de bestaande woningen aan de St. Jozeflaan gesitueerd. Tuinen zullen straks aan elkaar grenzen, waardoor dezelfde functies aan elkaar grenzen en negatieve effecten zoveel mogelijk worden vermeden. De structuur van het plan doet geen afbreuk aan de bestaande bebouwingsstructuren van de omgeving, maar sluit juist aan bij de structuur van de omgeving.
Vastgesteld
10
4. BELEIDSKADER 4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 juli 2022, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Op die manier wordt invulling gegeven aan de verplichting tot het opstellen van zo’n visie die is vastgelegd in artikel 3.1, lid 3 Ow. Tot de invoering van de Omgevingswet heeft dit document de status van structuurvisie in de zin van artikel 2.3 Wro. Inhoudelijk gezien bevat de NOVI een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: ▪
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie;
▪
duurzaam economisch groeipotentieel;
▪
sterke en gezonde steden en regio’s;
▪
toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzen. Die zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteiten van verschillende belangen en opgaven: 1.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies;
2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal;
3.
Afwentelen wordt voorkomen.
Op basis van de vier verschillende prioriteiten en de drie afwegingsprincipes zijn 21 nationale belangen geformuleerd, waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Relevante nationale belangen voor onderhavig initiatief zijn als volgt: ▪
Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;
▪
Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit;
▪
Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;
▪
Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.
Met het initiatief wordt ingespeeld op de geformuleerde nationale belangen. Bovendien geldt voor het plangebied dat er geen nationale belangen uit de NOVI in het geding zijn, mede gezien de kleinschaligheid en de aard van het initiatief.
Vastgesteld
11
4.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. Op 1 oktober 2012 zijn enkele wijzigingen daarvan in werking getreden. Voor de nationale belangen die kaderstellend zijn voor besluiten van gemeenten zijn in het Barro regels opgenomen die direct het bestemmingsplan en daarmee gelijk te stellen besluiten betreffen. Zij strekken ertoe dat de nationale ruimtelijke afweging, die door het kabinet in samenspraak met de Tweede en Eerste Kamer der Staten-Generaal is gemaakt, bij besluitvorming over bestemmingsplannen wordt gerespecteerd. Onderwerpen waarvoor het Rijk ruimte vraagt zijn de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam en de uitoefening van defensietaken. In oktober 2012 is het besluit aangevuld met de ruimtevraag voor de onderwerpen veiligheid op rijksvaarwegen, toekomstige uitbreiding van infrastructuur, de elektriciteitsvoorziening, het Nationaal Natuurnetwerk, de veiligheid van primaire waterkeringen, reserveringsgebieden voor hoogwater langs de Maas en maximering van de verstedelijkingsruimte in het IJsselmeer. De beoogde ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van maximaal zeven woningen.
Met het initiatief worden geen van de genoemde belangen geschaad. Op en om de locatie is verder geen sprake van een gebiedsreservering voor de lange termijn. Kortom, de ontwikkeling is niet in strijd met de beleidsregels zoals deze zijn opgenomen in het Barro. 4.1.3
Ladder duurzame verstedelijking
In de genoemde SVIR is de “Ladder voor duurzame verstedelijking” geïntroduceerd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De ladder is juridisch vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ontwikkeling (Bro). Sinds invoering van de ladder is er veel jurisprudentie ontstaan en is er veel over geschreven. De ladder werd als te ingewikkeld ervaren en zorgde voor veel onderzoekskosten. Per 1 juli 2017 is de regeling daarom gewijzigd. De drie treden uit de oorspronkelijke tekst worden losgelaten en vervangen door de volgende tekst: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien”. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling wordt bepaald door de aard en omvang van de ontwikkeling in relatie tot de omgeving. Voor woningbouwlocaties geldt dat in beginsel sprake is van een stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden.
Vastgesteld
12
Indien niet meer dan 11 woningen binnen een bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is er volgende de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geen sprake van de ruimtelijke ontwikkeling van een woningbouwlocatie of een andere stedelijke voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i van het Bro (zie uitspraak ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921). Onderhavige ontwikkeling voorziet in de ontwikkeling van maximaal zeven woningen. Gelet op de kleinschaligheid betreft onderhavig initiatief geen stedelijke ontwikkeling. Er hoeft in het kader van onderhavige ontwikkeling dan ook niet aan de ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Provinciale Omgevingsvisie Limburg Met de komst en invoering van de Omgevingswet dient elke provincie haar eigen provinciale omgevingsvisie op te stellen. Op 1 oktober 2021 hebben Provinciale Staten de Provinciale Omgevingsvisie, met bijbehorend m.e.r vastgesteld. De Provinciale Omgevingsvisie is per 25 oktober 2021 in werking getreden. De Provinciale Omgevingsvisie Limburg vervangt het voormalige ‘Provinciaal Omgevingsplan Limburg’ (POL2014). De omgevingsvisie is een lange termijnvisie, met als doelstelling invulling geven over hoe de provincie Limburg in de periode 2030-2050 op een integrale en toekomstbestendige manier kan door ontwikkelen. De omgevingsvisie is dynamisch en flexibel, aangezien dit mogelijkheden biedt om het document te actualiseren met het oog op toekomstige veranderingen. In de provinciale omgevingsvisie Limburg zijn een aantal hoofdopgaven te onderscheiden, namelijk: 1. Een aantrekkelijke, sociale, gezonde en veilige leefomgeving; a.
In stedelijk c.q. bebouwd gebied; Zowel in de stedelijke centra als in de landelijke kernen liggen er diverse uitdagingen. In stedelijke centra heeft dit met name te maken met de versterking van de stedelijkheid, in de landelijke kernen met het behoud van de leefbaarheid. Limburg is rijk aan volkscultuur en tradities en heeft een rijk verenigingsleven. Hoewel sociale verbanden zoals verenigingen vroeger vanzelfsprekend waren, staan deze nu steeds meer onder druk. Er zijn daarnaast uitdagingen op het gebied van de verbetering en verduurzaming van de woningvoorraad, de toegankelijkheid, beschikbaarheid en bereikbaarheid van voorzieningen en het klimaatbestendig maken van de bebouwde omgeving. Ook kent het bebouwd gebied opgaven met betrekking tot de arbeidsmarkt en ruimte voor bedrijvigheid.
b.
In landelijk gebied; Limburg kent een uniek landschap en prachtige natuurgebieden. Dit is niet vanzelfsprekend. In het landelijk gebied ligt de nadruk op uitdagingen die te maken hebben met onder meer klimaatadaptatie, de transitie van de landbouw, de inpassing van energie en het zoeken van de balans tussen natuur(behoud), ruimtelijke kwaliteit en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Daarnaast zijn schaalvergroting en leegstand van agrarische bebouwing, toeristisch-recreatief (mede)gebruik, biodiversiteit, stikstof en (grond)waterkwaliteit belangrijke thema’s.
2. Een toekomstbestendige, innovatieve en duurzame economie; inclusief landbouwtransitie; Tot 2020 groeit het aantal banen in Limburg. De welvaart en het gemiddelde opleidingsniveau nemen toe, maar niet voor iedereen. Hoewel de werkloosheid gelijk is aan het landelijk gemiddelde (peildatum 2019, 3e kwartaal), is de bruto participatiegraad in Limburg relatief laag. In sectoren als de bouw, horeca en toerisme, zorg en ICT wordt een krapte op de arbeidsmarkt ervaren. Demografische ontwikkelingen maken dat de beroepsbevolking slinkt en het aantal ouderen toeneemt. Een bijzonder punt van zorg is de groeiende maatschappelijke tweedeling die zich ook fysiek uit in de vorm van de
Vastgesteld
13
ruimtelijke
concentratie
van
kwetsbare
groepen.
Samen
met
het
verhogen
van
de
arbeidsparticipatiegraad en het aantrekken van internationale werknemers kunnen ontwikkelingen als digitalisering, robotisering en automatisering het tekort aan arbeidskrachten – onder meer als gevolg van demografische ontwikkelingen – tegengaan. 3. Klimaatadaptieve en energietransitie; Klimaatverandering vergroot de kans op overstromingen en wateroverlast, hittegolven en hittestress en langdurige perioden van droogte. Dit brengt uitdagingen en veiligheidsoverwegingen, maar ook kansen met zich mee. Bijvoorbeeld het koppelen van thema's. Deze klimaatontwikkelingen hebben invloed op onze voedselvoorziening, de leefbaarheid, gezondheid en de natuur. Ook verandert de komende jaren de energievoorziening in Nederland fors. Deze energietransitie zal ook een grote impact hebben op de woon- en leefomgeving in Limburg. Energiebesparing in industrie, landbouw, woningen en mobiliteit én het accommoderen van de ruimtevraag voor de opwekking van duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, zijn hierbij uitdagingen met impact op de omgeving. De Omgevingsvisie Limburg bestaat uit twee delen: ▪
Een thematisch deel waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de provinciale ambities en opgaven voor de diverse thema’s;
▪
Een gebiedsgericht deel waarin de thema’s op hoofdlijnen verbonden worden op regionale schaal voor de drie regio’s Noord-, Midden en Zuid-Limburg.
Wonen en leefomgeving De POVI houdt vast aan een dynamisch en flexibel woonbeleid, de woonbehoeften van de Limburger zijn daarbij leidend. Verder liggen hierin ook mogelijkheden bij te dragen aan klimaat-, energie-, en duurzaamheidsdoelstellingen. Vanuit de wetgeving is de rol van de provincie op dit terrein beperkt. Daarom opereert de provincie, met betrekking tot dit thema, vanuit een agenderende, stimulerende, meesturende en verbindende rol. De POVI is hierbij een op hoofdlijnen richtinggevend kader. Aangezien de toekomst onderhevig zal zijn aan veranderingen, en elke specifieke regio voor een andere aanpak vraagt zijn meer gerichte uitwerkingen in provinciale, regionale en/of gemeentelijke programma’s, agenda’s en instrumenten noodzakelijk. Op het gebied van wonen wordt er specifiek gekeken naar welke behoeften er zijn. De grootste opgave op korte- en middellange termijn zit in het toekomstgeschikt maken van de verouderde en niet-courante bestaande woningvoorraad. Uitgangspunten zijn dat deze woningen in eerste instantie levensloopbestendig dienen te worden gemaakt, en daarna ook verduurzaamd. Getalsmatig zijn er voldoende woningen, kwalitatief gezien zijn dit echter niet overal de juiste woningen en de juiste plannen. Met name in de middenhuur en sociale huur is er een steeds diverser wordende groep mensen aangewezen op nieuwe woon(zorg)concepten.
Verder is er ook speciale aandacht voor de betaalbaarheid van woningen, aangezien kansen voor sommige doelgroepen afnemen door de stijgende prijzen. Een belangrijk instrument om de kwaliteit van het bebouwde gebied op orde te maken is de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierdoor wordt de ruimte in bebouwd gebied optimaal benut. Uitgangspunt hierbij is dat leegstaand vastgoed wordt hergebruikt en herbestemd wordt. Wonen is in principe alleen toegestaan in daarvoor bestemde woongebieden, hierop kunnen – tijdelijke – uitzonderingen worden gemaakt in de vorm van een flexibele schil.
Vastgesteld
14
Woonkwaliteit is niet alleen afhankelijk van de woning zelf. Omstandigheden die hier ook op van toepassing zijn,
zijn
bijvoorbeeld
sociaaleconomische
omstandigheden,
gezondheid,
leefbaarheid,
het
voorzieningenniveau, de bereikbaarheid en een veilige omgeving. De aandacht ligt bij het ontwikkelen van gemengde wijken, die bij kunnen dragen aan een sterk sociaal weefsel en verkleinen op die manier kloven in de samenleving. Ook belangrijk zijn natuur- en klimatologische eigenschappen van een woongebied. Groen, schone lucht, het tegengaan van hittestress en voorzieningen om wateroverlast (zowel overstromingen als droogte) tegen te gaan dragen daarmee bij aan de omgevingskwaliteit. Conclusie Met het initiatief worden maximaal zeven woningen opgericht in Smakt. De woningen zijn met name beoogd voor starters en senioren en dragen bij aan het dringende woningtekort waar Nederland en dus ook de gemeente Venray mee te maken heeft. De opzet van het woningbouwplan is flexibel zodat aangesloten kan worden bij de vraag vanuit de consument. Daarnaast vullen de twee nieuwe woningen, die zijn beoogd op het trapveldje, een stedenbouwkundig gat op in het bestaande lint van vrijstaande woningen aan de Rector Cremersstraat. De woningen in het zuidelijke deel van de Rector Cremersstraat geven een nieuwe invulling aan de rand van de kern. Mede gelet op de regionale en gemeentelijke beleidskaders past het onderhavige initiatief binnen de Provinciale Omgevingsvisie Limburg. 4.2.2
Provinciaal Omgevingsplan Limburg 2014
Op 12 december 2014 hebben Gedeputeerde Staten het POL2014, met bijbehorend m.e.r., de omgevingsverordening Limburg 2014 en het Provinciaal verkeers- en vervoersprogramma vastgesteld. Allemaal als onderdeel van een integrale omgevingsvisie. Deze documenten zijn op 16 januari 2015 in werking getreden. Een deel van het plangebied is gelegen in de zone ‘Overig bebouwd gebied’ en het andere deel van het plangebied is gelegen in de zone ‘Buitengebied’.
Afbeelding 9. Zonering POL 2014 met plangebied rood omlijnd.
Zone overig bebouwd gebied Een deel van het plangebied is gelegen in de zone ‘overig bebouwd gebied’. Dit betreffen gemengde woonen werkgebieden met voorzieningen, deels met stedelijk karakter, deels met landelijk karakter.
Vastgesteld
15
Voor wat betreft wonen streeft de provincie naar een voortreffelijk woon- en leefklimaat, waar mensen zich prettig voelen. Kwantitatief ligt er een aanzienlijke opgave om ervoor te zorgen dat de woningmarkt aansluit bij de demografische ontwikkeling. De top in de woningbehoefte wordt naar verwachting in Midden- en Noord-Limburg bereikt rond 2028 respectievelijk 2030, terwijl de totale behoefte in Zuid-Limburg al daalt. Twee van de woningen zijn beoogd in het overig bebouwd gebied. De woningen zijn gelegen in het bebouwingslint van de Rector Cremersstraat en vullen een stedenbouwkundig gat op in dit lint. Het oprichten van de twee woningen is derhalve passend binnen bestaand stedelijk gebied. Zone buitengebied Het zuidelijke woningbouwgebied ligt voor het grootste deel in het buitengebied. Gronden die zijn aangeduid als buitengebied maken deel uit van het landelijk gebied. Deze gronden zijn niet direct bestemd voor woningbouw. Het betreft veelal agrarische gronden, waarbij de provincie met name ruimte ziet voor de doorontwikkeling van agrarische bedrijven. De rol van de provincie in het buitengebied is primair faciliterend en stimulerend. De agrarische functie is dan ook de belangrijkste functie binnen deze zone. Een verdere functiemenging en aansluiting bij de bestaande woonfuncties is toegestaan binnen deze zone, mits geen afbreuk wordt gedaan aan de agrarische waarden.
Hiervan is geen sprake, zo blijkt uit hoofdstuk 5. Voor woningbouwontwikkelingen in het buitengebied gold op basis van het POL2006 het Limburgs Kwaliteitsmenu (LKM). De verantwoordelijkheid voor uitvoering en invulling van het LKM is inmiddels overgedragen aan de gemeenten. De gemeente Venray heeft het kwaliteitsmenu dan ook uitgewerkt in de “Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling gemeente Venray 2011” welke op 1 januari 2012 in werking is getreden. In paragraaf 4.3.5 wordt ingegaan op de Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling Venray 2011. Hierbij dient te worden aangetekend dat de locatie op basis van de POL2014 is gelegen in het buitengebied, maar dat feitelijk sprake is van een invulling van een ‘open’ stuk agrarische grond, grenzend aan de kern, dat de afronding van de kern vormt. In Smakt zijn geen alternatieve locaties beschikbaar om de behoefte aan woningen voor deze kern op te kunnen vangen. Het zuidelijke deel van de Rector Cremersstraat, waar de woningen beoogd zijn, biedt de meest geschikte mogelijkheid om te voldoen aan de woningbehoefte in Smakt, omdat er fysiek ruimte is en deze locatie al grotendeels omringd wordt door andere woningen. Aangezien voor de voorziene ontwikkeling kwaliteitsverbeterende maatregelen worden genomen conform de gemeentelijke Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling (zie paragraaf 4.3.5), bestaan er vanuit de
in
het
POL2014
geschetste
beleidskaders
geen
belemmeringen
voor
de
voorgenomen
bestemmingswijziging. Conclusie Woningbouw binnen beide delen van het plangebied is op basis van het POL2014 mogelijk indien deze beantwoordt aan de opgave voor een veranderende woningmarkt, waarin aansluiting op de woonwensen, doorstroommogelijkheden en flexibiliteit kernbegrippen zijn. De woningen zijn beoogd om te voorzien in de woningbehoefte op de langere termijn.
Vastgesteld
16
4.2.3
Omgevingsverordening Limburg 2021
Op 17 december 2021 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Limburg vastgesteld. In de Omgevingsverordening Limburg staan regels op het gebied van milieu, wegen, water, grond, landbouw, natuur, wonen en ruimte. Alle regels die betrekking hebben op het omgevingsbeleid zijn ondergebracht in één verordening, die grofweg twee typen regels bevat: ▪
Instructieregels gericht tot gemeenten of het waterschap;
▪
Regels voor activiteiten die rechtstreeks voor eenieder gelden of voor specifieke doelgroepen.
De volgende regels uit de Omgevingsverordening Limburg 2021 zijn in dit geval van toepassing: ▪
Overstromingskansgebieden C en E;
▪
Groenblauwe mantel;
▪
Extensiveringsgebied;
▪
Wonen, werken en recreëren.
Overstromingskansgebieden C en E Vanuit de provincie gelden voor regionale oppervlaktewateren omgevingswaarden, ofwel “normen” voor wateroverlast. De omgevingswaarden geven de maximaal toelaatbare kans op overstroming per jaar van aangewezen gebieden aan. Ze zijn gericht op extreme situaties: neerslag- en afvoersituaties die niet vaak voorkomen. In totaal zijn vijf gebieden opgenomen met de specificatie voor dat gebied en de gemiddelde overstromingskans per jaar. Tabel 1. Overstromingskans per jaar per gebied gespecificeerd
Gebied
Specificatie
Gemiddelde overstromingskans per jaar
Overstromingskansgebieden A
1. 2.
Natuurnetwerk Limburg Groenblauwe mantel langs alle natuurbeken en langs omgevingsgerichte wateren binnen beekdalen en natte laagten
Overstromingskansgebieden
Groenblauwe mantel langs
B
omgevingsgerichte wateren buiten natte
Geen kans aangegeven
1:10
C
laagten 1. Overige landbouwgebieden, recreatieparken 2. Bebouwing in bebouwde kernen langs beken en in droogdalen in beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg
Overstromingskansgebieden
Glastuinbouwgebieden
1:50
Overstromingskansgebieden
Bebouwing in bebouwde kernen behalve
1:100
E
langs beken en in droogdalen in
Overstromingskansgebieden
1:25
D
beschermingsgebied Nationaal landschap Zuid-Limburg
Vastgesteld
17
Het plangebied ligt in overstromingskansgebieden C en E. Voor overstromingskansgebied C is een gemiddelde overstromingskans per jaar 1:25 en voor gebied E 1:100. De norm is uitgedrukt als maximale overstromingskans per jaar. Een norm van 1:100 geeft aan dat de kans per jaar 1:100 is dat een overstroming plaats vindt. Anders gezegd: een overstroming komt statistisch gezien niet vaker voor dan gemiddeld eens per 25 jaar in overstromingskansgebied C en eens per 100 jaar in overstromingskansgebied E. Gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast binnen het plangebied zeer klein is, zodoende kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Groenblauwe mantel Een van de wijzigingen in de Omgevingsverordening 2021 ten opzichte van de Omgevingsverordening 2014 betreft het samenvoegen van de zilvergroene en bronsgroene landschapszone tot de groenblauwe mantel. De regels voor beide typen gebieden komen sterk overeen, net als het feitelijke gebruik. In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat in de Groenblauwe mantel inzichtelijk moet worden gemaakt wat de betekenis van een ontwikkeling in een ‘plangebied’ is voor de natuurwaarden in aangrenzende gebieden van het Natuurnetwerk Limburg. De provincie geeft daarbij aan dat het belangrijk is dat dit niet meer is dan een motiveringsplicht en geen gebodsbepaling.
De verwachting is dat deze motiveringsplicht in veel situaties weinig extra inspanning (motivering) vergt omdat verbindings- of bufferfuncties niet geraakt worden. Het plangebied is gelegen op korte afstand van een gebied dat is aangewezen als ‘Groenblauwe mantel’ derhalve is een motiveringsplicht benodigd. Met onderhavig initiatief worden zeven woningen gerealiseerd aan de Rector Cremersstraat. In paragraaf 4.3.5 wordt ingegaan op de Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling Venray 2011. Met de voorziene ontwikkeling
worden
kwaliteitsverbeterende
maatregelen
genomen
conform
de
gemeentelijke
Structuurvisie Bijdrage Ruimtelijke Ontwikkeling. Met het initiatief wordt dan ook geen afbreuk gedaan aan de groenblauwe mantel in de omgeving van het plangebied. Extensiveringsgebied In extensiveringsgebieden krijgt in hoofdzaak de natuur de ruimte. In extensiveringsgebieden is zowel nieuwvestiging als uitbreiding van intensieve veehouderijen niet toegestaan. Aangezien in onderhavig bestemmingsplan geen intensieve veehouderij wordt opgericht of vergroot is dit niet van toepassing. Wonen, werken en recreëren In de Omgevingsverordening Limburg 2021 is opgenomen dat de motivering bij een plan dat betrekking heeft op de realisatie van een of meerdere woningen beschrijft dat: a.
Rekening is gehouden met de hoofdstukken 3 (Limburgse principes en algemene zonering) en 5 (wonen en leefomgeving) van de provinciale omgevingsvisie;
b.
Sprake is van behoefte in kwaliteit en kwantiteit op basis van actueel onafhankelijk behoefteonderzoek;
c.
Over de behoefte aan realisatie van deze woningen overeenstemming bestaat binnen de regio NoordLimburg of Midden-Limburg of Zuid- Limburg. De regio’s bepalen eigenstandig de regionale overeenstemming, organiseren hun eigen regionale overleggen en dragen zorg voor actuele regionale woonvisies en regionale onderzoeken;
d.
Het omgevingsplan is opgenomen in de Limburgse systematiek van monitoring, bedoeld in Afdeling 14.5;
Vastgesteld
18
e.
Realisatie van de woningen beoogd is binnen 5 jaar na vaststelling van het omgevingsplan en dat, als deze termijn niet wordt gehaald, hoe en wanneer de mogelijkheid tot realisatie van deze woningen komt te vervallen.
Onderhavig initiatief is hierboven getoetst aan het rijksbeleid en het provinciaal beleid en wordt hieronder getoetst aan het regionale en gemeentelijk beleid. Uit de toetsing blijkt dat het oprichten van maximaal zeven woningen passend is. 4.2.4
Omgevingsverordening Limburg 2014
Bij het POL2014 hoort de Omgevingsverordening Limburg. De juridische doorwerking van het omgevingsbeleid wordt in deze verordening geregeld. Naast bepalingen die voor iedereen gelden (gedragsregels), bevat de Omgevingsverordening ook een hoofdstuk "Ruimte", waarin instructieregels naar gemeenten
zijn
opgenomen.
De
te
maken
regionale
bestuursafspraken
worden
in
de
Omgevingsverordening Limburg geborgd. De Omgevingsverordening Limburg 2014 is, net als het POL2014, op 12 december 2014 vastgesteld door Provinciale Staten en is per 16 januari 2015 in werking getreden. Sindsdien hebben allerlei wijzigingen van de Omgevingsverordening Limburg 2014 plaatsgevonden. In het kader van dit initiatief is de meest recente geconsolideerde versie geraadpleegd van december 2019. De volgende regels uit de Omgevingsverordening zijn in dit geval van toepassing: ▪
Extensiveringsgebied intensieve veehouderij;
▪
Regionale wateroverlast – normering 1:25;
▪
Regionale wateroverlast – normering 1:100.
Extensiveringsgebied intensieve veehouderij In extensiveringsgebieden krijgt in hoofdzaak de natuur de ruimte. In extensiveringsgebieden is zowel nieuwvestiging als uitbreiding van intensieve veehouderijen niet toegestaan. Aangezien in onderhavig bestemmingsplan geen intensieve veehouderij wordt opgericht of vergroot is dit niet van toepassing. Regionale wateroverlast In de Omgevingsverordening is voor verschillende te onderscheiden gebieden een norm opgenomen waarin is aangegeven waarop de bergings- en afvoercapaciteit van de regionale wateren moeten zijn ingericht. In de Bronsgroene landschapszone waar geen natuurbeek is gelegen (dit zijn overwegend beekdalen) is de norm (1:10) afgestemd op het meest geëigende en meest toegepaste grondgebruik, namelijk grasland. Voor de overige landbouwpercelen in het buitengebied geldt de referentienorm voor akkerbouw (1:25). Voor belangrijke glastuinbouwgebieden is de referentienorm voor hoogwaardige land- en tuinbouw (1:50) toegepast. Voor bebouwde kernen is meestal de referentienorm voor bebouwd gebied (1:100) vastgesteld. De norm is uitgedrukt als de maximale kans per jaar dat wateroverlast mag optreden. In veel gebieden is de daadwerkelijke kans op wateroverlast kleiner dan de norm aangeeft. Het plangebied ligt voor een deel in de bebouwde kom van Smakt en voor een deel in het buitengebied.
Voor de bebouwde kom is de referentienorm voor wateroverlast vastgesteld op 1:100. Binnen het plangebied is de maximale kans op wateroverlast 1% per jaar. Dit wil zeggen dat in totaal 3,65 – 3,66 dagen per jaar wateroverlast kan optreden binnen het plangebied.
Vastgesteld
19
Voor het buitengebied is de referentienorm voor wateroverlast vastgesteld op 1:25. De maximale kans op wateroverlast is hierbij 4% per jaar. Dit wil zeggen dat in totaal 14,6 – 14,64 dagen per jaar wateroverlast kan optreden. De kans op daadwerkelijke wateroverlast is kleiner dan de norm, gesteld kan worden dat de kans op wateroverlast dan ook zeer klein is. Binnen het plangebied kan een goed woon- en leefklimaat worden gegarandeerd. Overig In artikel 2.2.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, rekening moet houden met het bepaalde in artikel 3.1.6, tweede lid van het Bro (ladder duurzame verstedelijking). Onderhavig initiatief is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking, zie paragraaf 4.1.3. Er is sprake van de bouw van maximaal zeven nieuwe woningen. Bij het bouwen van zeven woningen is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling, waardoor de ladder niet van toepassing is. In artikel 2.4.2 van de verordening is bepaald dat een ruimtelijk plan gelegen in de regio Noord-Limburg niet voorziet in de toevoeging van woningen aan de bestaande voorraad woningen anders dan op de wijze zoals beschreven in de Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg. Zoals in paragraaf 4.2.3 van onderhavige toelichting is vermeld, is er in casu sprake van bouwen naar reële behoefte voor de kern Smakt.
Tevens is sprake van woningen met een duurzaam karakter, afgestemd op de veranderende levensbehoefte. Het initiatief past daarmee in de Regionale Structuurvisie Wonen NoordLimburg. 4.2.5
Regionale Structuurvisie Wonen Noord-Limburg
De gemeente Venray heeft samen met de gemeenten in Noord-Limburg (Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Mook en Middelaar, Peel en Maas en Venlo en de provincie Limburg) afspraken gemaakt over de regionale woningmarkt. In 2016 resulteerde dit in de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’. Ondertussen is op 22 september 2020 de geactualiseerde ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ vastgesteld. Op grond van artikel 2.1, lid 3 Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de ‘Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020 – 2024’ de status van een intergemeentelijke structuurvisie. Hierdoor heeft het document een juridische status en een zelfbindend karakter. Voor de gemeente Venray gold in het kader van de ‘Regionale Structuurvisie wonen Noord-Limburg’ een reductieopgave van 105 woningbouwplannen in de periode 2016-2020. Uit de recent vastgestelde Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024 blijkt dat de gemeente Venray de gestelde opgave ruim heeft overtroffen. Een van de centrale opgave in de Regionale Woonvisie is de kwalitatieve mismatch tussen de (toekomstige) woningbehoefte en de bestaande woningvoorraad. Hierover staat aangegeven dat bij nieuwbouw bij voorkeur ingezet dient te worden op de realisatie van toekomstbestendige en flexibele woonsegmenten.
Hierbij dienen de huishoudprognose van E’til (Progneff) als referentieprognose ten aanzien van het aantal nog toe te voegen nieuwbouwwoningen. Echter, de kwalitatieve toets is leidend. Progneff wordt daardoor als basis gehanteerd, maar er is (indien kwalitatief wenselijk) ruimte om ‘goede dingen’ te blijven realiseren.
Vastgesteld
20
Daarvoor gelden de volgende regionale uitgangspunten: ▪
Toevoegen van woningen in principe alleen in de kernen;
▪
Gekeken dient te worden naar koppelkansen;
▪
Toevoegen van woningen leidt niet tot het vergroten van het kwetsbare woningoverschot;
▪
Het type toe te voegen woning moet passen binnen de kwalitatieve behoefte;
▪
De regio streeft sociale en duurzame woonconcepten na;
▪
Er wordt gezocht naar aansluiting op de landelijk, regionale en lokale duurzaamheidsdoelen.
Aanvullend is daarnaast in de Regionale Woonvisie tevens opgenomen dat: ▪
Naast nieuwbouw dient er ook gekeken te worden naar de potentie van de bestaande voorraad en hoe deze zich verhoudt tot de veranderende (kwalitatieve) behoefte.
▪
Ook dient er aandacht te zijn voor de huisvesting van specifieke doelgroepen, zoals starters en ouderen. Ten aanzien van deze doelgroepen wordt vooral ingezet op het realiseren van geschikte woningen voor ouderen, daar op deze manier de doorstroming wordt bevorderd. Zo ontstaat er tevens ruimte voor de starter op de woningmarkt.
▪
Vraag en aanbod dienen in de regio beter met elkaar in evenwicht te zijn. De oplossing hiervoor ligt grotendeels binnen de bestaande woningvoorraad.
▪
Leefbaarheid in kleine kernen staat onder druk. Toevoegen van woningen (in kleine mate) kan helpen om de leefbaarheid te verbeteren, maar vooral om de doorstroming te bevorderen.
Met
onderhavig
initiatief
worden
maximaal
zeven
woningen
gerealiseerd
in
Smakt.
De
woningbouwontwikkeling is bedoeld om Smakt op korte, maar vooral langere termijn te voorzien in haar woonbehoefte. Bij het woningbouwplan is gekozen voor een flexibele opzet zodat gestuurd kan worden op de vraag vanuit de consument. Gezien de situering en aard van het initiatief en de vraag naar woningen in Smakt sluiten de nieuwe woningen aan op de regionale uitgangspunten op basis van de Regionale Woonvisie Noord-Limburg 2020-2024.
4.3
Gemeentelijk beleid
4.3.1
Toekomstvisie Venray 2030
In 2009 heeft de gemeente Venray een strategische visie vastgesteld met als tijdzone 2020. In 2013 is de Strategische visie ‘Venray, stad in de Peel (2025)’ als een aanvulling op en herijking van de strategische visie 2020, ‘Venray Dorp en Stad’ opgesteld met een doorkijk naar 2025. De nieuwe toekomstvisie Venray 2030, ‘Venray loopt voorop’ is tot stand gekomen in 2019 en geeft een doorkijk naar 2030. De toekomstvisie gaat in op: ▪
De grote ontwikkelingen die op Venray afkomen en aangeven wat dit betekent voor de opgaven op lokaal en regionaal niveau en voor de vraagstukken of agendapunten voor het lokaal bestuur (kompas);
▪
Verbinding en energie opleveren door samen met de Venrayse gemeenschap – inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners – te komen tot een gezamenlijk toekomstbeeld van Venray;
▪
Slim verbinding leggen met andere participatietrajecten, zodat hier op voortgebouwd kan worden onder meer bij de totstandkoming van de omgevingsvisie.
Ten aanzien van het thema wonen zijn wat betreft het voorliggend project geen nieuwe of afwijkende uitgangspunten geformuleerd. Het belang van een goede kwaliteit van woonomgeving en woningen, de aanwezigheid van werkgelegenheid en kwalitatief goede voorzieningen, wordt andermaal onderstreept. Met de visie op de gewenste toekomstrichting kan de gemeente Venray effectief sturing geven aan het proces van beleidsontwikkeling en prioritering.
Vastgesteld
21
De thema’s die centraal staan zijn: 1.
Venray is dorp en stad;
2.
Venray is kennisintensief;
3.
Venray zorgt voor elkaar;
4.
Venray is levendig;
5.
Venray voorziet in alle woonwensen.
De gemeente wil voorzien in alle woonwensen en biedt daarbij de ruimte voor een gevarieerde en boeiende maatschappelijke omgeving. Door een grote zorg voor het in stand houden en verbeteren van de bestaande woonwijken (soms in de vorm van herstructurering) beoogt de gemeente unieke woonmilieus creëren, waarin de bestaande sociale structuren en voorzieningen op een positieve wijze worden beïnvloed. In Smakt is een behoefte aan starters- en seniorenwoningen. Middels onderhavig initiatief wordt voorzien in deze woningbehoefte door het oprichten van twee vrijstaande woningen en vier tot zes tweeaaneengebouwde woningen. Alle woningen worden levensloopbestendig ingericht zodat de woning ook geschikt is voor bewoning door ouderen. Met name de twee-aaneengebouwde woningen zijn geschikt voor starters. Middels onderhavig initiatief wordt dan ook aangesloten bij het streven van gemeente Venray om te voorzien in alle woonwensen, van in dit geval starters en senioren. 4.3.2
Omgevingsvisie Venray
In 2022 gaat landelijk de Omgevingswet in. Die voegt de wetten en regels voor woningbouw, wegen, milieu, natuur en water (de leefomgeving) samen. De Omgevingsvisie Venray geeft aan wat de gemeente belangrijk vindt in de fysieke leefomgeving. De fysieke leefomgeving is alles wat we buiten zien en voelen: bijvoorbeeld hoe de gemeente eruit ziet, wat de kwaliteit is van de lucht en welke bedrijven er zijn. De omgevingsvisie gaat in op ambities, beleidsdoelen en de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, wonen en werken en cultureel erfgoed. Met de omgevingsvisie wilt de gemeente samen met inwoners, ondernemers en verenigingen een toekomstbeeld schetsen en hen inspireren om de gemeente Venray nog mooier te maken om in te wonen, werken en verblijven. In de omgevingsvisie laat de gemeente zien voor welke uitdagingen zij staan en waar zij als gemeente naar toe willen in de toekomst. De omgevingsvisie vormt de ruimtelijke vertaling van de strategische visie: de Toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’. Het plangebied is in de Omgevingsvisie van Venray voor een deel aangewezen als agrarisch gebied en voor een deel als woongebied. Agrarisch gebied In het toekomstige agrarisch gebied zijn de functies tussen wonen en intensieve veehouderij meer gescheiden. In de kernrandzones en woonclusters wordt gewoond met minder geuroverlast.
In het overig agrarische gebied ligt de nadruk op landbouw. Deze gebiedsgerichte benadering zorgt voor een juiste balans tussen wonen, recreatie en veehouderij in het agrarisch gebied. Het bouwen van woningen, de energietransitie en de mogelijkheid tot recreëren is in het agrarisch gebied op de juiste plek ingepast en gaat niet ten koste van het landschap. Er blijft voldoende ontwikkelingsruimte voor de agrarische bedrijven.
Vastgesteld
22
Het realiseren van nieuwe woningen in het agrarische gebied staat de gemeente alleen toe in de kernrandzones en bestaande woonclusters. Wel is de omschakeling van bedrijfswoning naar burgerwoning mogelijk waar het kan. Daarnaast onderzoekt de gemeente welke ruimte kan worden geboden voor woonvormen die minder gangbaar zijn in het agrarisch gebied zoals generatie wonen of kleinere woonvormen. Met onderhavig initiatief worden maximaal vijf woningen gerealiseerd in het agrarische gebied. De locatie is gelegen tegen de kern van Smakt aan en voorziet in de woning behoefte op zowel korte als op lange termijn. In de Omgevingsvisie Venray is opgenomen dat de gemeente nieuwe woningen in het agrarische gebied enkel toe staat in kernrandzones en in bestaande woonclusters. Het initiatief is derhalve in lijn met de Omgevingsvisie van de gemeente Venray. Woongebied De woongebieden zijn over een aantal jaar veranderd in groene wijken en dorpen waar jong en oud over een woning beschikken die past bij hun levensfase en levensstijl. In het toekomstig Venray ziet de gemeente voldoende betaalbare en voldoende nultredenwoningen. De gemeente ziet een groene woonomgeving, bijzondere woonvormen en vitale gemeenschappen die voor elkaar zorgen. De mens staat centraal en de inwoners hebben de kansen en keuzemogelijkheden om te kunnen deelnemen aan de samenleving.
Denk bijvoorbeeld aan de toegang tot voorzieningen en vervoer. In de kern Smakt zijn de belangrijkste ruimtelijke ambities en speerpunten als volgt: ▪
Voorzieningen: -
Het ontwikkelen van een gemeenschapshuis voorziening,
-
Stimuleren van het verenigingsleven en behoud van de basisschool,
-
Jongeren: onderzoeken welke recreatieve en sociale mogelijkheden voor jongeren ontwikkeld kunnen worden.
▪
Veiligheid: verkeersveiligheid is een belangrijk punt. Dit is het meest genoemde punt uit de enquête.
▪
Energie: eerst zon op dak, dan op land
▪
Leefomgeving: Als hinder punten worden de volgende zaken benoemd: verkeerslawaai, (A73), stank, fijnstof, hondendrollen. Aankleding van het plein, of dorp algemeen kan beter.
▪
Kwaliteit van wonen en werken is een belangrijk onderwerp: Meer mogelijkheden voor starters om binding met het dorp te houden, ook voor doorstromers en senioren zijn de mogelijkheden beperkt.
Door ontgroening en vergrijzing verandert de samenstelling van het dorp. Huisvesting voor starters en ouderen (levensloopbestendige woningen, wonen met zorg) verdient hierdoor extra aandacht. Maar ook de bestaande voorzieningen en het aantal vrijwilligers (verenigingsleven) komen hierdoor onder druk te staan. Uit de Omgevingsvisie van Venray blijkt dat in Smakt de huisvesting voor starters en ouderen de prioriteit heeft. De beoogde woningen aan de Rector Cremersstraat zijn beoogd voor onder andere starters en senioren. De woningen zullen levensloopbestendig worden opgericht zodat in de woningen lang en veilig kan worden gewoond. Het initiatief sluit dan ook uitstekend aan op de Omgevingsvisie Venray. 4.3.3
Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026
Op 15 februari 2022 heeft de gemeenteraad van de gemeente Venray het Omgevingsprogramma Wonen 2022-2026 vastgesteld.
Vastgesteld
23
In het Omgevingsprogramma Wonen staat hoe Venray zich wil blijven ontwikkelen als een fijne gemeente om te wonen. Op hoofdlijnen wordt richting gegeven aan de verschillende belangrijke vraagstukken rondom het wonen. Venray staat voor grote opgaven op het gebied van het wonen. De druk op de woningmarkt is groot, wachttijden voor sociale huurwoningen lopen op. En door prijsstijgingen in de koopsector is een koopwoning voor mensen met een lager en middeninkomen steeds minder bereikbaar. Volgens recente prognoses zal de bevolking en het aantal huishoudens in Venray in de komende jaren blijven toenemen. De veronderstelde krimp van de bevolking verschuift naar later. Daarnaast verandert de samenstelling van de bevolking: ook in de gemeente Venray is sprake van vergrijzing. Maar de opgave is diverser. De gemeente Venray zit midden in een ingrijpende transitie op het gebied van verduurzaming, energie en warmte, met de nodige consequenties voor het bouwen en verbouwen van woningen. En veranderingen in het zorglandschap zorgen eveneens voor een opgave voor andere woonvormen voor mensen die zorg en begeleiding nodig hebben, zoveel mogelijk in de eigen thuissituatie. Vitaliteit en leefbaarheid van de wijken en kernen staat soms onder druk en vraagt dan ook aandacht. De opgave waar de gemeente voor staat, is dan ook bijzonder complex en veelzijdig.