CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Toelichting

Gemeenteraad 9 mei 2023, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan St. Leonardsweg 25 Wanssum11.933 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

30

St. Leonardsweg 25 Wanssum

van afvalwater de aansluiting op het bestaande drukriool. Verder is er binnen het plangebied en in de directe omgeving geen oppervlaktewater aanwezig. Het plangebied ligt, anders dan binnen het rivierbed, niet in of nabij een gebied waarin waterschapsbelangen een rol spelen, zoals waterkeringen of waterwinningsgebieden. Voorliggend plan heeft geen negatieve effecten vanuit het aspect water. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect water.

4.3

Ecologie

Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Per 01-012017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora en faunawet en de Boswet opgegaan in de nieuwe Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijn moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.

Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is. Planspecifiek Gebiedsbescherming Om de gevolgen van gebiedsbescherming te beoordelen is de website synbiosys.alterra.nl/natura2000 geraadpleegd. Bijgevoegd een screenshot van die website:

St. Leonardsweg 25 Wanssum

31

Uitsnede van de Natura 2000 'gebieden' kaart waarop de ligging van het plangebied is aangegeven met de rode cirkel (bron: www.natura2000.nl/gebieden)

Het plangebied ligt niet binnen of in de directe omgeving van een Natura 2000-gebied. De twee dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden, Boschhuizerbergen aan de westkant (ca 3,7 km) en Maasduinen (2,4 km) aan de oostkant, liggen op ruime afstand vanaf het plangebied. Door deze afstand, het ontbreken van bouwactiviteiten en de aard van de toekomstige bedrijfsactiviteiten, kunnen negatieve effecten, ook vanuit het deelaspect stikstofdepositie, zowel in de aanleg- als gebruiksfase op voorhand worden uitgesloten. Vanuit gebiedsbescherming is het aanvragen van een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Soortenbescherming Als gevolg van de ontwikkeling hoeven er geen gebouwen of andere bouwwerken te worden gesloopt. Ook zullen er geen bomen worden gekapt en wordt er geen oppervlaktewater gedempt. Daarmee kunnen negatieve effecten vanuit soortenbescherming op voorhand worden uitgesloten en hoeft geen onderzoek naar flora en fauna plaats te vinden. De uitvoerbaarheid van het initiatief voor ecologie is hiermee aangetoond.

32

St. Leonardsweg 25 Wanssum

4.4

Verkeer en parkeren

Onderdeel van een goede ruimtelijke ordening is het effect van een beoogd nieuw project op de verkeersstructuur. De bestaande woning blijft behouden en het aantal verkeersbewegingen behorende bij de toekomstige bedrijfsactiviteiten nemen niet noemenswaardig toe ten opzichte van de verkeersbewegingen behorende bij de bestaande planologische agrarische bedrijfsmogelijkheden. Het bouw- en timmerbedrijf beschikt over zeven eigen bedrijfsbusjes. De toekomstige verkeersbewegingen in relatie tot de bedrijfsactiviteiten vinden (calamiteiten en een uitzondering daargelaten) uitsluitend plaats in de dagperiode (07.00-19:00). Per dag zijn er maximaal 30 verkeersbewegingen van personenauto's en busjes. Per dag zijn er maximaal vier verkeersbewegingen van een vrachtwagen met een maximum van zes vrachtwagenbewegingen per week. Op basis van dit geschetste beeld van de toekomstige verkeersbewegingen van de bedrijfsactiviteiten is er geen sprake van een noemenswaardig effect op de verkeerskundige situatie ter plaatse. Rondom de bestaande woning is in de bestaande situatie al voldoende parkeergelegenheid aanwezig om te voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm van 2 parkeerplaatsen per woning in het buitengebied (bron: Beleidsnota Parkeernormen gemeente Venray, 2013).

Voor de bedrijfsactiviteiten (voor zowel het bouw- en timmerbedrijf als de opslaglocatie is uitgegaan van een arbeidsextensief- en bezoekersextensief bedrijf) is in de beleidsnota een norm van 1,1 parkeerplaats per 100 m² BVO opgenomen. In de toekomstige situatie worden alle leegstaande bedrijfsgebouwen in gebruik genomen voor de beoogde bedrijfsactiviteiten. In totaal gaat hem om ca 2.750 m² BVO. Conform de gemeentelijke norm volgt daaruit een parkeerbehoefte van in totaal afgerond 31 parkeerplaatsen. Gelet op de aard en omvang van de toekomstige bedrijfsactiviteiten is deze parkeerbehoefte niet realistisch en zullen er in de praktijk minder parkeerplaatsen nodig zijn. Een aanzienlijk deel van de bedrijfsgebouwen wordt in gebruik genomen als opslaglocatie (ca 1.430 m²). De verkeersaantrekkende werking van deze activiteit is zeer beperkt. Rondom de twee bedrijfsgebouwen ligt een verhard buitenterrein waar genoeg ruimte aanwezig is om te voorzien in de beperkte parkeerbehoefte. Het bouw- en timmerbedrijf betreft een kleinschalig bedrijf. Conform de gemeentelijke normen komt de parkeerbehoefte uit op afgerond 15 parkeerplaatsen (ca 1.300 m² BVO* 1,1 per 100 m² BVO). Ook deze behoefte is gelet op de kleinschaligheid van de bedrijfsopzet aan de hoge kant.

Rondom de bedrijfsgebouwen van het bouw- en timmerbedrijf ligt ook een verharde buitenruimte waar voldoende parkeergelegenheid aanwezig is om in de beperkte behoefte te kunnen voldoen. De parkeerbehoefte van de bedrijfsactiviteiten wordt geheel opgevangen aan de westkant van de St. Leonardsweg (specifiek binnen het bouwvlak met de functieaanduiding 'sb-kb'). Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect verkeer en parkeren.

St. Leonardsweg 25 Wanssum

33

4.5

Cultuurhistorie en archeologie

In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.

Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Planspecifiek Cultuurhistorie Een deel van het plangebied ligt binnen het waardevolle beekdallandschap waarvoor in de vigerende bestemmingsplan regels zijn opgenomen ter bescherming van de voorkomende landschaps- en natuurwaarden van het beekdal. Voorliggend initiatief heeft geen fysieke veranderingen van het plangebied tot gevolg. Negatieve effecten op de landschapswaarden kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. De beschermingsregeling van het beekdallandschap wordt overgenomen in voorliggend bestemmingsplan. Sint Leonarduskapel In paragraaf 2.1 is reeds ingegaan op de aanwezigheid van de Sint Leonarduskapel binnen het plangebied. In de regels van voorliggend bestemmingsplan is een sloopverbod voor de kapel opgenomen, zodat de kapel voor toekomstige generaties behouden blijft. Vanuit cultuurhistorie heeft voorliggend plan geen negatief effect.

Archeologie In de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied gelden verschillende archeologische dubbelbestemmingen, zie verder 3.3.6. Voor dit plan is aangesloten bij de Archeologische beleidskaart 2011, waarvan onderstaand een uitsnede is opgenomen. Deze kaart is ook de basis geweest voor de dubbelbestemmingen archeologie in het bestemmingsplan 'Buitengebied - Oost gemeente Venray'.

34

St. Leonardsweg 25 Wanssum

Uitsnede van de archeologische beleidskaart (Actualisatie 2011)

In voorliggend bestemmingsplan zijn de meest actuele archeologische verwachtingswaarden en bijbehorende dubbelbestemmingen conform de beleidskaart uit 2011 overgenomen. Na inwerkingtreding van voorliggend plan gelden de volgende archeologische dubbelbestemmingen binnen het plangebied:  Waarde - Archeologie 1 (middelhoge verwachting);  Waarde - Archeologie 2 (hoge verwachting);  Waarde - Archeologie 3 (zeer hoge verwachting'); Omdat voorliggend initiatief geen bodem verstorende activiteiten tot gevolg heeft, zijn negatieve effecten vanuit het aspect archeologie op voorhand uit te sluiten. Nader archeologisch onderzoek is niet aan de orde. Het initiatief is uitvoerbaar vanuit het aspect cultuurhistorie en archeologie.

St. Leonardsweg 25 Wanssum

35

4.6

Explosieven

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers, granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Het gehele grondgebied van de gemeente Venray heeft in de Tweede Wereldoorlog zwaar onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het plangebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico's van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

4.7

Economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient, op grond van artikel 3.1.6 lid 1, sub f van het Bro, onderzoek plaats te vinden naar de (economische) uitvoerbaarheid van het plan. In principe dient bij vaststelling van een ruimtelijk besluit tevens een exploitatieplan vastgesteld te worden om verhaal van plankosten zeker te stellen. Op basis van 'afdeling 6.4 grondexploitatie', artikel 6.12, lid 2 van de Wro kan de gemeenteraad bij het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan echter besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien:  het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd is;  het bepalen van een tijdvak of fasering als bedoeld in artikel 6.13, eerste lid, onder c, 4°, onderscheidenlijk 5°, niet noodzakelijk is;  het stellen van eisen, regels, of een uitwerking van regels als bedoeld in artikel 6.13, tweede lid, onderscheidenlijk b, c of d, niet noodzakelijk is. Planspecifiek De ontwikkelingskosten komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Hiertoe zal de gemeente voorafgaand aan de planologische procedure met de initiatiefnemer een exploitatieovereenkomst afsluiten. Voor de realisatie van het plan hoeft de gemeente geen investering te doen.

De kosten die door de gemeente gemaakt worden voor het voeren van de planologische procedure en eventuele extra gemeentelijke kosten zijn verrekend in de exploitatieovereenkomst. Tevens zal een overeenkomst betreffende planschade worden afgesloten. Deze kosten komen eveneens geheel voor rekening van de initiatiefnemer. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd kan worden dat het plan economisch uitvoerbaar is.

36

St. Leonardsweg 25 Wanssum

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Algemeen

Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).

Daar waar een verschil is tussen de digitale en de analoge verbeelding, is de digitale versie leidend. Regels De planregels zijn standaard onderverdeeld in vier hoofdstukken.  Hoofdstuk I : Inleidende regels, deze bevatten de begrippen en wijze van meten;  Hoofdstuk II: Bestemmingsregels, dit zijn de verschillende bestemmingen op alfabetische volgorde. De regels bevatten een bestemmingsomschrijving en regels voor het bouwen en het gebruik.  Hoofdstuk III: Algemene regels, dit zijn regels die gelden voor alle bestemmingen. Dit zijn onder meer (mogelijke) flexibiliteitsbepalingen in de vorm van wijzigings- en afwijkingsbevoegdheden.  Hoofdstuk IV: Overgangs- en slotbepalingen.

St. Leonardsweg 25 Wanssum

37

5.2

Wijze van bestemmen

Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen:  Bedrijf, met een bouwvlak met daarbinnen de functieaanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf kleinschalige bedrijven' (aan de noordkant, waar het bouw- en timmerbedrijf is voorzien) en 'opslag' (aan de zuidkant). Ter plaatse van de bestaande bedrijfswoning is de aanduiding 'bedrijfswoning' opgenomen.  Agrarisch met waarden, zonder agrarisch bouwvlak. Binnen deze bestemming kunnen de bestaande activiteiten en het agrarisch landgebruik aan de oostkant van het plangebied worden gecontinueerd. Ter plaatse van de kapel is de functieaanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - kapel' opgenomen, waarna in de regels een beschermingsregeling is gekoppeld aan deze functieaanduiding. Opgemerkt dient te worden dat de bestaande functieaanduiding van de kapel uit het PIP is verplaatst aangezien de aanduiding uit het PIP niet op de juiste locatie is opgenomen. De volgende dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen zijn overgenomen uit het vigerende bestemmingsplannen (zie voor archeologie de toelichting onder 4.5):  Waarde - Archeologie 1;  Waarde - Archeologie 2;  Waarde - Archeologie 3;  Waarde - Beekdal;  Waterstaat - Waterbergend rivierbed;  geluidzone - industrie;  reconstructiewetzone - verwevingsgebied. Dit plan kent verder geen noemenswaardige bijzonderheden.

Met dit hoofdstuk is voldaan aan artikel 3.1.3 van het Bro.

38

St. Leonardsweg 25 Wanssum

Hoofdstuk 6 6.1

Procedure

Algemeen

Bij de voorbereiding van een (voor)ontwerp bestemmingsplan dient overleg te worden gevoerd als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro. Dit is het vooroverleg, waarin het conceptplan wordt voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Voor wat kleinere plannen kan, in overleg, afgezien worden van dit overleg. Op basis van artikel 3.1.6 Bro dient verslag te worden gedaan van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Dit is de inspraak. Van (formele) inspraak kan, zeker bij wat kleinere plannen, worden afgezien. De gemeentelijke inspraakverordening is daarbij ook van belang. Een ontwerpbestemmingsplan dient conform afdeling 3.4 Awb gedurende 6 weken ter inzage gelegd te worden. Hierbij is er de mogelijkheid voor een ieder om zienswijzen in te dienen op het plan. Na vaststelling door de Raad wordt het vaststellingsbesluit bekend gemaakt. Het bestemmingsplan ligt na bekendmaking 6 weken ter inzage. Gedurende deze termijn is er de mogelijkheid voor belanghebbenden beroep in te dienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.

Het bestemmingsplan treedt vervolgens daags na afloop van de tervisielegging in werking als er geen beroep is ingesteld.

6.2

Handhaving

De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeente heeft in juli 2022 het Beleidsplan Vergunningen, Toezicht en Handhaving in de fysieke leefomgeving vastgesteld. Het beleidsplan bevat naast een visie, analyse en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt omgegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. Volgens de visie van de gemeente Venray op toezicht en handhaving staat in de gemeentelijke werkwijze een gezonde, veilige, duurzame leefomgeving centraal. Toezicht en handhaving zijn instrumenten om de kwaliteit van de leefomgeving te vergroten en te waarborgen. De gemeente heeft de strategie met betrekking tot toezicht en handhaving in 4 stappen verdeeld: 1. Kader: De gemeente probeert de regels zo duidelijk en begrijpelijk mogelijk vast te leggen en heeft aandacht voor de handhaafbaarheid van regels. Daar waar het nodig is en de risico's groot zijn is een vergunning nodig. Waar de risico's klein zijn, voldoet een melding. 2.

Preventie: de preventiestrategie richt zich op de vergroting van bewustwording bij burgers, bedrijven en instellingen dat bepaalde regels gelden en dat de gemeenten ook erop toezien dat die regels worden nageleefd. Het doel is om de naleving van wet- en regelgeving te vergroten, zonder dat hier repressieve middelen aan te pas komen. 3. Toezicht: Onder controle en toezicht verstaat de gemeente het nagaan of en in hoeverre wettelijke regels en voorschriften uit vergunningen en ontheffingen worden nageleefd. Er worden geplande aangekondigde of onaangekondigde controles uitgevoerd, controles naar aanleiding van een klacht/melding of projectmatige controles. 4. Handhaving: Als alle hiervoor genoemde strategieën (kader, preventie, toezicht) niet tot een oplossing leiden, kan de gemeente handhaven. Handhaving is erop gericht om een situatie die in strijd is met voorschriften, op te heffen of om herhaling ervan te voorkomen.

St. Leonardsweg 25 Wanssum

39

6.3

Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro

Dit bestemmingsplan is in het kader van het wettelijk overleg toegezonden aan de provincie omdat de provincie Limburg ook initiatieven met een beperkt ruimtelijk effect wenst te beoordelen. Voorliggend plan heeft geen effect op de waterstaatkundige belangen. Het plan is echter wel toegezonden aan het waterschap Limburg vanwege het ontbreken van de mogelijkheid om het waterschap via de digitale watertoets op de hoogte te brengen van het initiatief.

6.4

Verslag inspraak ex artikel 3.1.6 Bro

Bij voorliggend plan is er geen sprake van een formele inspraakprocedure. Het bestemmingsplan zal direct als ontwerpbestemmingsplan ter inzage worden gelegd. Omwonenden zijn door de initiatiefnemer op de hoogte gebracht van het initiatief. Er zijn door de omwonenden geen bezwaren of bedenkingen geuit tegen het plan.

6.5

Verslag zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft voor eenieder gedurende een periode van zes weken, van 23 december 2022 tot en met 2 februari 2023, ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn er geen zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan ingediend.

40

St. Leonardsweg 25 Wanssum

78

St. Leonardsweg 25 Wanssum

St. Leonardsweg 25 Wanssum

79

80

St. Leonardsweg 25 Wanssum

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12567576/1