03 Plan van aanpak Programma Landelijk Gebied
Tekst van het document
Plan van aanpak programma landelijk gebied gemeente Venray versie 3 februari 2021.
1
Samenvatting
Er spelen diverse onderwerpen in het landelijk gebied die effecten hebben op de inwoners en gebruikers van het gebied. Onderwerpen als grootschalige bedrijvigheid, PAS, leegstand, NOVIgebied de Peel, Investeringsagenda, Saneringsregeling Varkenshouderij en Stoppersregeling houden ons voortdurend bezig. Het aantal agrarische bedrijven neemt af en voor deze gebouwen wordt gezocht naar nieuwe functies of naar mogelijkheden tot sloop. De blijvende agrarische bedrijven ontwikkelen zich tot veelzijdige en (grote) bedrijven waarbij ze steeds minder lijken op een agrarisch bedrijf van 10 jaar geleden. Recent zijn er nieuwe ruimteclaims vanuit de energietransitie en klimaatopgave die het landschap fors zullen veranderen. Naast deze ontwikkelingen spelen er maatschappelijke discussies over de wijze van voedselproductie en grondgebruik en de gevolgen voor de biodiversiteit. Veelal wordt gesproken over een transitie van het landelijk gebied; er is een verandering gaande waardoor het landelijk gebied wezenlijk gaat veranderen. Kenmerkend bij een transitie is dat het toekomstbeeld van het landelijk gebied niet duidelijk is, met als gevolg dat er onzekerheid is wat er gaat veranderen en hoe de veranderingen uiteindelijk gaan plaatsvinden. Daarom is er behoefte aan een scherper beeld wat er zich in het landelijk gebied afspeelt, wat we willen bereiken en welke koers we daarbij aanhouden.
De belangen in het landelijk gebied zijn divers en uiteenlopend waardoor het niet mogelijk is om te voldoen aan ieders wens. Dit vraagt om een regie waarbij ingezet wordt op een samenhangende aanpak gericht op het landelijk gebied. Daarbij is afstemming nodig met andere overkoepelende thema’s zoals ‘Venray Vergroent’ of programma’s zoals ‘De Gezondste Regio’ en de Regiodeal. Daarvoor dient er een duidelijk beeld te zijn over de ontwikkelingen en maatschappelijke discussies in het landelijk gebied. En vervolgens gaat het over welke opgaven er liggen, welke ambities wij hieraan verbinden, hoe we willen samenwerken en hoe wij als gemeente hierop willen acteren. Doel programma Doel is de ontwikkelingen in het landelijk gebied in samenhang op te pakken en ons handelen als gemeente beter af te stemmen op de ontwikkelingen. Daarmee ontstaat meer grip op het proces en samenhang op de uitvoering, komen de partijen meer in positie en is de rol van de gemeente duidelijker.
1
Het programma ‘Landelijk gebied’ zet een stip op de horizon voor het landelijk gebied .Het bepalen van een visie op het landelijk gebied vindt plaats binnen de context van de toekomstige omgevingsvisie. Aansluitend komt er een omgevingsprogramma waarbij het programma landelijk gebied onderdeel van gaat uitmaken. Vanwege het groot aantal veranderingen in het landelijk gebied is vooraf geen eenduidig eindpunt te formuleren. Langs welke weg en op welke wijze dit wordt bereikt zal gaande weg duidelijk worden.
2
2
Visie
Het programma Landelijk gebied sluit aan bij de stip op de horizon uit de Toekomstvisie Venray: ‘In het Venray van 2030 lopen we voorop, zijn we sterk in verscheidenheid en hebben we een echte aanpakkersmentaliteit. We innoveren, leggen verbanden en doen wat we nog niet weten: met elkaar en voor elkaar’. Voor het benoemen van de ambities wordt aangesloten bij de koers zoals opgenomen in de Toekomstvisie, de Visie Veehouderij en de nog op te stellen Omgevingsvisie. De ‘Toekomstvisie Venray’ bevat een aantal ambities die relevant zijn voor het landelijke gebied. Deze zijn gericht op het koesteren van de landelijke uitstraling en de toeristische beleving in een landelijk gebied waar agrarische bedrijven vooroplopen in duurzaamheid en circulair produceren. De ‘Visie Veehouderij gemeente Venray 2018’ sluit aan bij de ambitie van de Toekomstvisie: de visie is gericht op het verbeteren van het woon- en leefmilieu door het verminderen van de emissie bij veehouderijbedrijven en het sturen op de ontwikkelingen op de juiste plaats door een verdere ruimtelijke scheiding tussen veehouderijbedrijven en bewoners. Deze visie en ambities worden in het programma verder procesmatige en programmatische uitgewerkt gericht op ontwikkelingen en vraagstukken die zich over een langere periode uitstrekken.
Vanwege de dynamiek in het landelijk gebied ligt de focus ligt op de uitvoering en komt beleidsvorming voort uit de praktijk. Het opstellen van een programma landelijk gebied bouwt voort op de huidige ambities en uitvoering. Dat betekent dat wordt gestart met het opstellen van een programma op basis van hetgeen we reeds nu uitvoeren (een eerste aanzet op basis van de huidige uitvoering staat in hoofdstuk 5). Van hieruit krijgt het programma in overleg met alle partners verder vorm.
Tijdens het opstellen en uitvoeren van het programma wordt met alle partners de koers uitgezet. Het gaat om het behouden van maatschappelijk én bestuurlijk draagvlak voor de gekozen richting;
Het programma is gericht op het stroomlijnen van de interne processen om de samenwerking en dienstverlening richting gemeenteraad, burgers en bedrijven te verbeteren;
Er zijn al verschillende doelen en/of ambities gesteld met betrekking tot de thema’s in het landelijk gebied zoals veehouderij en recreatie en toerisme. Voor andere thema’s zoals natuur en biodiversiteit is dat nog onvoldoende uitgewerkt;
De gemeente neemt binnen het programma een actieve rol in met de bestaande beleidskaders als vertrekpunt. Wanneer ontwikkelingen niet passend zijn, wordt vanuit de ambities en doelen actief gezocht naar oplossingen;
Bij het programma ligt de prioriteit bij de huidige uitvoering om ruimte te creëren voor nieuwe zaken. Hierbij wordt een open blijk gehouden op nieuwe ontwikkelingen gezien de dynamiek in het landelijk gebied.
2.1
Context
Het landelijk gebied van de gemeente Venray bestaat uit een groot aantal verschillende gebieden variërend van natuurgebieden tot clusters met overwegend burgerwoningen of met intensieve
3
bedrijvigheid. In het gebied zijn verschillende gebruikers actief en regelmatig resulteert dit in een afweging welke ruimtelijke
intensivering
ontwikkeling passend is. De naastgelegen opsomming van
schaalvergroting
onderwerpen en ontwikkelingen maakt duidelijk dat een goede
gezondheid (geur, fijnstof)
belangenafweging complex is.
toename verkeer industriële uitstraling
Niet alleen de gemeente maar ook de regio, het Rijk en de andere
toename leegstand
overheden zijn bezig met beleidsontwikkeling (mede in het kader
meer burgerwoningen
van de Omgevingswet). Processen als NOVI gebied De Peel, IBP
kansen recreatie en
Vitaal Platteland, Platform Transitie Vitale Landbouw en de
toerisme
Gezondste Regio bieden kansen. Daarbij is het een zoektocht om te
langer wonen/zorg
komen tot een goede samenhangende uitvoering op provinciaal,
asbest
regionaal en lokaal niveau. Verder zijn er allerlei maatregelen (van
duurzame energie
de Rijksoverheid) die invloed hebben op beleid en uitvoering. Naast
droogte/pieken regenbuien
de Stoppersregeling en de Gezondheidsonderzoeken Veehouderij
hitte
zijn dat recent het stikstofdossier en de Saneringsregeling
afname biodiversiteit
varkenshouderij.
stikstof
De bestaande beleidskaders zoals toekomstvisie, visie veehouderij en het beleid voor vrijkomende agrarische bebouwing (VAB-beleid) bieden niet in alle gevallen voldoende houvast om uitvoering te geven aan bovengenoemde ontwikkelingen.
2.2
Kernopgaven
Er spelen diverse maatschappelijke discussies en trends in het landelijk gebied die hieronder worden samengevat tot drie belangrijkste kernopgaven. Deze zijn ook als zodanig opgenomen in de Startnotitie Omgevingsvisie. Deze kernopgaven vragen om een herbezinning van onze huidige beleidskaders en uitvoering. Verschillende ontwikkelingen passen niet meer binnen de bestaande beleidskaders en regelgeving. Dit resulteert in allerlei maatwerk. Door het groot aantal ontwikkelingen en veranderingen in het landelijk gebied gebeurt er veel tegelijk. Dit alles vraagt op gemeentelijk niveau om een duidelijke sturing op beleid en uitvoering. Kernopgave 1 : Een ondernemend gebied De agrarische bedrijvigheid is de grootste economische factor binnen het landelijk gebied en tegelijkertijd ook de sector die de kwaliteit van het landelijk gebied in sterke mate bepaald. In het maatschappelijk debat voeren onderwerpen als welzijn, omvang en emissie van de veehouderij de boventoon. Daarnaast speelt de afname van het aantal bedrijven en leegstand. Bij het bepalen van het toekomstperspectief wordt over het algemeen een sleutelrol neergelegd bij de kringlooplandbouw. Landelijk worden gelden beschikbaar gesteld voor zowel sanering van bedrijven als stimuleren van innovatie.
4
Kernopgave 2 : Een gezonde leefomgeving In samenhang met het vorige is er de roep om een gezonde woon- en leefomgeving. Op verschillende plekken in het landelijk gebied speelt de zorg over gezondheid in relatie tot veehouderij en de overlast als gevolg van geur en verkeer. Kernopgave 3 : Een landelijke omgeving De grote diversiteit in landschap met singels, vergezichten, akkers, weilanden en bossen is vanouds kenmerkend voor het landelijk gebied. Met de toename van wonen, bedrijven en recreatie is de kwaliteit van de landelijk gebied afgenomen. Sinds kort wordt de ruimteclaim vanuit de energie-opgave en klimaatadaptatie steeds concreter. Deels is dit inherent aan het ruimte geven voor andere belangen en ontwikkelingen, tegelijkertijd is duidelijk dat het versterken van biodiversiteit en het behoud van landschappelijke kwaliteiten ook in het belang is van diezelfde belangen.
2.3
Doelstellingen
Op basis van het bestaand beleid is het hoofddoel voor het programma een mooi, gezond en ondernemend landelijk gebied van Venray. De bestaande beleidsdoelen zijn hieronder gegroepeerd per kernopgave. 1. Een ondernemend gebied 1.1. Met economisch gezonde bedrijven. Het geven van ruimte voor de bedrijfsontwikkeling van de ondernemer die dit op een maatschappelijk verantwoorde wijze realiseert zal een verbetering voor de bewoners moeten opleveren. 1.2. Met optimale bereikbaarheid voor ondernemers, bewoners en toeristen. 2. Een gezonde leefomgeving 2.1 Een gezonde leefomgeving voor de bewoners en toeristen. Gezond door rekening te houden met milieuaspecten als geur en fijnstof, maar ook voor landschap en natuur als belangrijk voor positieve gezondheid. Voor een goede sociale omgeving is goede bereikbaarheid noodzakelijk.
5
2.2 Het gaat ook om een veilige omgeving door in te zetten op het voorkomen van ondermijning en een veilig weggebruik waarbij wegen zijn ingericht volgens de geldende veiligheidsrichtlijnen. Het voorkomen van gevaarlijk en/of hinderlijk transport door daarbij rekening te houden met bedrijfsontwikkelingen. En het gaat bij veiligheid ook over maatregelen rondom klimaatadaptatie en het accepteren dat niet alle risico’s kunnen worden uitgesloten. 2.3 Duurzaam om te voorkomen dat onze aarde wordt uitgeput; gericht op biodiversiteit, bodemkwaliteit, hergebruik, duurzame energie. 3. Een landelijk gebied 3.1 Een landelijk gebied wat mooi is: met landschappen en gebouwen die de inwoners van Venray mooi vinden en met activiteiten die passen in het gebied. Het gaat om de invulling van het begrip ruimtelijke kwaliteit (een ruimtelijk kwaliteitskaart). Dit betekent bedrijfsontwikkeling op de juiste plek, minder leegstand/verrommeling, met de ontwikkelingen die thuishoren in landelijk gebied met aandacht voor de bebouwing/uitstraling/afwerking en voor erfgoed en cultuurhistorie van landschap, wegen, water en gebouwen. 3.2 Een natuurlijk gebied waar biodiversiteit, duurzame natuurontwikkeling en klimaatbestendigheid centraal staan. Een natuurlijk gebied met aandacht voor landschap, voor natuurontwikkeling en gericht op het vergroten van de biodiversiteit.
2.4
Eindresultaat
Het groot aantal ontwikkelingen in het landelijk gebied heeft een verandering tot gevolg. Een programma Landelijk gebied is gericht op het ontwikkelen van een samenhangende uitvoering voor het landelijk gebied. Met als doel dat de bewoner duidelijkheid heeft, het bestuur tevreden is, de manager grip op het proces heeft en de medewerkers hun taken goed kunnen uitvoeren. Kortom iedereen begrijpt de keuzes die worden gemaakt.
6
3
Programmaorganisatie
Het opzetten van een programma met bijbehorende procesorganisatie moet leiden tot duidelijkheid en antwoorden geven op de vraag ‘wie doet wat, op welke manier en wanneer?’. Anders gezegd: er is behoefte aan duidelijkheid in het proces hoe actuele vraagstukken zich verhouden tot de bestuurlijke afspraken zoals vastgelegd in het collegeprogramma en tot de werkvoorraad. Dat betekent dat de strategische en tactische afwegingen en de operationele vraagstukken bij elkaar worden gebracht. Vanuit de overtuiging dat het beste resultaat kan worden bereikt door samen te werken aan een samenhangend aanpak. Bij de organisatie van het proces en het opstellen van het programma gaat het om het verbinden van de volgende onderdelen:
Het aansturing van de huidige processen;
Het werken aan een samenhangend programma;
Waarbij ruimte blijft voor experimenteren en ontwikkelen.
Er is sprake van een rijdende trein omdat er allerlei projecten en werkzaamheden worden uitgevoerd. Vanuit de huidige praktijk is behoefte aan handvaten voor de korte termijn waarbij meer samenhang wordt aangebracht aan de verschillende werkzaamheden en het stroomlijnen van processen en de organisatie. Bij een samenhangende aanpak is het voortdurend werken aan alle doelen, wetende dat een verbetering niet altijd en overal op dezelfde mate zal worden bereikt. Het gaat uiteindelijk om een goede balans tussen alle functies in het landelijk gebied. Als voorbeeld kan het dossier stikstof worden genoemd. Deze problematiek raakt zowel de economische ontwikkelingen (belemmering groei), gezondheid (ammoniak veroorzaakt secundaire fijnstof) en biodiversiteit (hoge uitstoot stikstofdioxiden en ammoniak). Vanuit het provinciale Aanvalsplan stikstof wordt gewerkt aan een gebiedsgerichte aanpak rondom N2000-gebieden waarbij onderzocht wordt welk maatgelen gewenst zijn. Er ontstaan voortdurend nieuwe ontwikkelingen die invloed hebben op de uitvoering (urgentie Saneringsregeling Varkenshouderij) of waarbij de behoefte er ligt maar niet duidelijk is hoe het vorm te geven (zoals het onderwerp kringlooplandbouw). Vanuit het Rijk worden maatregelen afgekondigd en komen/zijn gelden beschikbaar die moeten landen op regionaal en lokaal niveau.
Dit vraagt om een goede inbedding binnen de gemeentelijke organisatie. Ervaring met onder meer ‘Venray Vergroent’ toont aan dat het vormgeven van een programma en de inrichting van de organisatie veel tijd kost om samenhang en verbindingen aan te brengen. Bij het landelijk gebied is het programma wellicht complexer gezien de diversiteit in thema’s en belangen(tegenstellingen). Alleen al de totale breedte van de inhoud en samenhang voldoende in beeld brengen kost veel tijd.
7
Uitgangspunten in de organisatie zijn
De organisatiestructuur wordt geordend op basis van de stip op de horizon, de 3 kernopgaven, de rode draad (hoofdstuk 2) en doelstellingen;
Gelet op de complexiteit van het landelijk gebied wordt gewerkt met een organisatiestructuur waarlangs de processen ook horizontaal worden georganiseerd. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om snel te starten en is er ruimte voor het doorontwikkeling;
Om dit aan te sturen worden een tweetal procesbegeleiders ingezet die de regie voeren over proces en inhoud;
Daarbij dient de capaciteit en programmafinanciering op orde zijn om het programma te kunnen uitvoeren;
Gelet op de complexiteit behoort het programma aan de voorzijde ruimte te bieden om te kunnen meebewegen en anticiperen op nieuwe ontwikkelingen;
Aangezien de verschillende delen in het landelijk gebied sterk met elkaar kunnen verschillen is het van belang dat binnen het programma een gebiedsgerichte aanpak een plek krijgt. Dit zorgt aan de voorkant voor meer maatwerk per gebied en worden de verschillende ontwikkelingen in een gebied meer in samenhang benadert;
In het programma worden beleid en uitvoering met elkaar verbonden. Het is één van de intenties van de Omgevingswet om beleid en uitvoering in een cyclisch proces met elkaar te verbinden. Feitelijk niets nieuws maar in de praktijk is het een weerbarstig proces;
In het programma leggen we verbinding tussen de gemeentelijk ambities en uitvoering en die van regio, provincie en rijk. Van belang is om er voor te zorgen dat we de kansen op boven lokaal niveau slagvaardig kunnen oppakken.
3.1
onderdelen programma
Vanwege het groot aantal onderwerpen is een onderverdeling van het programma aangebracht. Om van start te kunnen gaan wordt gekozen voor de drie hoofdthema’s zoals dit in de vorige paragrafen is gehanteerd. De drie deelprogramma’s hebben overlappen en dwarsverbanden. Een ondernemend gebied heeft namelijk effect op een gezonde leefomgeving maar ook effect op het landelijk gebied. In de verdere uitwerking tot een programma wordt bezien of deze indeling en onderlinge samenhang voldoende werkbaar is. Deelprogramma 1 : Een ondernemend gebied 1.1. Thema’s omgevingsvisie: agrarische sector, werk en ondernemen, recreatie en toerisme, bereikbaarheid, eiwit/voedseltransitie, bodemkwaliteit, circulaire economie, kringloopgedachte, innovatie, waterbergend vermogen, etc. 1.2. Concrete producten: stoppersregeling, saneringsregeling, gebiedsgerichte aanpak stikstof, innovatie, vrijkomende agrarische bebouwing (in samenhang met het project VAB uit het regionaal investeringsagenda), sloop. Verder ook uitwerking van : vraagstuk mestverwerking, vraagstuk huisvesting arbeidsmigranten. Deelprogramma 2 : Een gezonde leefomgeving 2.1 Thema’s omgevingsvisie: gezondheid, milieu, energietransitie, klimaat, water en bodem, biodiversiteit, veiligheid, emissies.
2.2 Concrete producten: actualisatie geurverordening, VGO, schone lucht akkoord (SLA), project Boeren en Buren (en het project Grenzeloos Meten uit het regionaal 8
investeringsagenda) samenhang met Venray Vergroent. Verder ook uitwerking van: bomenplan, locatie windpark, recreatieve structuren. Deelprogramma 3 : Een landelijk gebied 3.1 Thema’s omgevingsvisie: klimaat, recreatie en toerisme, natuur en biodiversiteit, groene omgeving, water en omgeving; 3.2 Concrete producten: Ruimtelijk kwaliteitskader, projecten Maasgaard, natuur- en landschapsbeleid en project Maasheggen uit het regionaal investeringsagenda. Verder ook uitwerking: verdroging/vasthouden water, ontwerp energielandschap.
3.2
Samenhang
De drie deelprogramma’s brengen meer samenhang en structuur in de werkzaamheden die we nu reeds uitoefenen. Bij de verdere uitwerking van de deelprogramma’s is de aandacht gericht op de samenhang tussen beleid én uitvoering, tussen regulier én projectmatig, tussen lokaal én regionaal en op de samenhang tussen de deelprogramma’s. Verder is er samenhang noodzakelijk tussen het proces wat we als gemeente aansturen en de bovenlokale ontwikkelingen en processen, zoals: Regio Venlo
De regiodeal / investeringsagenda / regionale visie en uitvoeringsprogramma is in ontwikkeling. Waarbij diverse icoonprojecten uit de regionale investeringsagenda een directe relatie hebben met het landelijk gebied zoals: o
Doorontwikkeling Campus Greenport Venlo;
o
Vitale vrijetijdseconomie in een vitaal landschap;
o
Verduurzamen glastuinbouw, kringlooplandbouw en gezonde voeding;
o
Aanpak vrijkomende bebouwing en tegengaan ondermijning.
Provincie / rijksoverheid
Vitaal en verbonden, kringlooplandbouw (visie)
In het kader van het NOVI is de Peelregio aangewezen als NOVI-gebied. Hierbij wil men ervaring met samenwerking binnen een gebied door onder meer te starten met de pilot Boschhuizenbergen;
Binnen IBP Vitale Platteland wordt gewerkt met proeftuinen in de vorm van projecten op gebieds- op themaniveau. Er is nog ruimte voor een extra proeftuinen in Limburg.
9
3.3
organisatie en proces
De organisatiestructuur ziet er volgt uit:
Stuurgroep
Klankbordgroep/ Kernteam
Deelprogramma Ondernemend gebied
Deelprogramma Gezonde leefomgeving
expertteam
Deelprogramma Landelijk gebied
stuurgroep
Leden: de bestuurlijke opdrachtgever/coördinerende portefeuillehouder, portefeuillehouder, ambtelijke opdrachtgever, ambtelijke opdrachtnemer/procesbegeleider en inhoudelijk trekker;
Delen en afstemmen van ontwikkelingen;
Besluiten nemen over voorstellen met betrekking tot proces en maatregelen om te komen tot een programma Landelijk gebied;
Informeren en adviseren van het college en de gemeenteraad.
kernteam
Leden: ambtelijke opdrachtnemer/procesbegeleider, inhoudelijk trekker en trekker van de deelprogramma’s;
Delen en afstemmen van ontwikkelingen, uitvoering en communicatie;
Werkafspraken maken over deelopdrachten, voortgang en daaruit voortkomende voorstellen;
Samenbrengen van de deelopdrachten tot een samenhangend programma Landelijk gebied.
Voorbereiden stuurgroep.
Deelprogrogramma’s
Leden: trekker van een deelprogramma en een aantal collega’s vanuit de verschillende afdelingen/teams. Per werkgroep een vaste bezetting;
Gezamenlijk werken aan de dagelijkse uitvoering van werkzaamheden.
10
In opdracht uitwerken en uitvoeren van deelprogramma;
Signaleren van voortgang, knelpunten met betrekking tot de uitvoering en inhoud.
Klankbordgroep/expertteam
Leden: nog nader te bepalen;
Participatie van organisatie en ervaringsdeskundigen;
Actief betrekken bij het opstellen van het programma landelijk gebied.
3.4
samenwerking
Je doet het niet alleen maar met anderen. De samenwerking is op verschillende onderwerpen en niveaus en wordt binnen het programma gecoördineerd en afgestemd. Insteek is om de verschillende onderwerpen zoveel mogelijk binnen één deelprogramma te laten landen met verbinding met de andere programma’s. De samenwerking betreft in ieder geval binnen de gemeentelijke organisatie, met stakeholders, Ngo’s, inwoners, de regio, de RUD en met de provincie Limburg.
3.5
communicatie
Gezien de maatschappelijke discussie en ontwikkelingen in het landelijk gebied is een transparante communicatie essentieel. Communicatie bestaat daarbij uit de volgende onderdelen: 1. Het delen van informatie. Dit zal met name verlopen via de website/ digitale nieuwsbrief, bijeenkomsten. 2. Het participatieproces. Voor het opstellen en uitvoeren van het programma wordt samenwerking gezocht met alle partijen zoals genoemd onder 3.4. Deze communicatie is gericht op de bewoners van het landelijk gebied, de betrokken organisaties, de bestuurders en de collega’s. Een communicatieplan wordt nog uitgewerkt.
3.6
monitoring
De vele ontwikkelingen en werkzaamheden vragen om een goede monitoring. Voor elke deelopdracht worden de gegevens verzamelt die als indicator dienen om ontwikkeling te monitoren. Daarbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande gegevensbestanden. Dit dient nog nader te worden uitgewerkt.
11
4
Bedrijfsvoering
4.1
Organisatie
Voor het opstellen van het programma Landelijk Gebied is een procesbegeleider aangetrokken. Samen met de planoloog buitengebied en de drie trekkers van de deelprogramma’s vormen zij het kernteam. De deelnemers aan de deelprogramma’s zijn vooral medewerkers uit de teams VTH, RO, MO en OR. Alle medewerkers zijn functioneel betrokken bij de werkzaamheden in het landelijk gebied. Zij brengen hun expertise in bij de kerngroep respectievelijk werkgroepen. Per 1 februari is de procesbegeleider transitie landelijk gebied werkzaam bij de gemeente Venray. De hoofdtaak is het begeleiden van het proces tot opstellen en uitvoeren van het programma. Bij het opstellen van het programma wordt ook onderzocht of voor het uitvoeren van het programma aanvullende capaciteit noodzakelijk is.
4.2
Financiën
Bij het opstellen van het programma wordt onderzocht of de bestaande budgetten en reguliere uren toereikend zijn voor de uitvoering van het programma en in hoeverre er aanvullende financiering gewenst is. De financiering van de procesbegeleider transitie landelijk gebied is afgedekt. Inzet is om uit te gaan van programmafinanciering met de flexibiliteit om binnen het programma te schuiven. Deze flexibiliteit moet passen binnen de gestelde programmadoelen.
4.3
Risicoparagraaf
Het ontwikkelen van het programma gaat geleidelijk omdat de dagelijkse werkzaamheden gewoon door (moeten) gaan. Wetende dat hier het risico bestaat dat de structuur niet voldoende is doordacht. De dagelijkse werkzaamheden kunnen de nodige aandacht vragen omdat hier vaak hoge urgentie op korte termijnen kan liggen (de ‘waan van de dag’). Dit kan het ontwikkelen van het programma en de langlopende structurele opgaven vertragen. Juist een programma Landelijk Gebied moet hier meer sturing, meer duidelijkheid en prioritering op kunnen geven. Een transitieproces kenmerkt zich door veranderingen waarbij het eindresultaat, de weg ernaar toe en de einddatum nog niet bekend zijn. Dit vraagt om weerbare mensen, wendbare organisatie en vorderende netwerken. Dit betekent dat de koers gaandeweg bijgestuurd moet kunnen worden. Dit kan consequenties hebben in tijd, organisatie en financiën.
12
5 Eerste aanzet programma Landelijk Gebied op basis van de huidige uitvoering In onderstaand overzicht staat een opsomming van activiteiten die invulling geven aan de doelstellingen van de drie deelprogramma’s uit dit plan van aanpak. Dit overzicht is niet compleet en is te beschouwen als input voor het op te stellen programma Landelijk Gebied. Deelprogramma 1 Een ondernemend gebied Beëindigen veehouderijbedrijven kernrandzone dorpen (gemeentelijke regeling RvR) Innovatie agrarische ondernemers Uitvoeren stoppersregeling Uitvoeren Saneringsregeling Varkenshouderij Partiële herziening bestemmingsplan Hergebruik vrijkomende agrarische bebouwing Samenhang Venray Vergroent: circulaire economie Nieuwe toeristische trekkers Economische Agenda 2030 Stimuleren en begeleiden (nieuw) ondernemerschap (relatie met StartersCentrum en programma Business Roadmaps) Stoppersregeling Nertsenhouderij
Deelprogramma 2 Een gezonde leefomgeving actualisatie geurverordening schone lucht akkoord (SLA) project Boeren en Buren (en het project Grenzeloos Meten uit het regionaal investeringsagenda) Gezondheidsteam (huisartsen, dierenartsen, GGD, gemeente) Afstemming ontwikkelingen gezondheid met GGD Samenhang Venray Vergroent: Versterken recreatieve routes Huisvesting arbeidsmigranten
Deelprogramma 3 Een landelijk gebied uitvoeren Ruimtelijk kwaliteitskader uitvoeren natuur- en landschapsbeleid uitvoeren uitvoeringsprogramma Maasgaard Actualiseren en uitvoeren groenstructuurplan Actualiseren en uitvoeren beleid Erfgoed Samenhang stedenbouwkundig kader omgevingsvisie samenhang Venray Vergroent: Energietransitie samenhang Venray Vergroent: klimaatopgave
project continu project project project continu continu continu proefproject
2003 - 2021 2019 - 2022 2020 - 2022
Vooralsnog tot 1-10-2021
nieuw
project project continu continu Project Project Project
Continu Continu Project Project Project Project Project Project
Tot 2022
Samenwerking Regionale platform Vitale Landbouw Kennisgroep veehouderij RUD Limburg Noord Werkgroep landelijk gebied Regio Noord-Limburg Overleg lokale partners (LLTB, GLV) Landelijk agrarisch netwerk VNG Overleg NOVI, IBP
13