CConstaterende datVenray
Koppel je AI →
Document · PDF

03 Bp Cremershof 42a - Toelichting

Gemeenteraad 15 februari 2022, gemeente VenrayBij agendapunt: Bestemmingsplan Cremershof 42a Wanssum15.162 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige functies of gebieden. Om deze milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals die is opgenomen in de VNG Handreiking 'Bedrijven en milieuzonering', van maart 2009.

4.6.1 Bedrijven en Milieuzonering; Staat van bedrijfsactiviteiten De VNG Handreiking is ingedeeld in een zestal categorieën met toenemende potentiële milieuemissies. Per bedrijfsactiviteit is voor elk ruimtelijk relevante milieucomponent (geur, stof, geluid en gevaar) een richtafstand aangegeven die in beginsel moet worden aangehouden tussen een bedrijf en milieugevoelige objecten (woningen) om hinder en schade aan mensen binnen aanvaardbare normen te houden. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstype 'rustige woonwijk' , 'rustig buitengebied' of vergelijkbare omgevingstypen; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De grootste afstand van de milieucomponenten vormt de indicatie voor de aan te houden afstand van de bedrijfsactiviteit tot een milieugevoelig object. Elk bedrijf c.q. bedrijfsactiviteit wordt in een bepaalde milieucategorie ingedeeld.

De milieucategorie is direct afgeleid van de grootste afstand: categorie 1: grootste afstand 10 meter; categorie 2: grootste afstand 30 meter; categorie 3.1: grootste afstand 50 meter; categorie 3.2: grootste afstand 100 meter; categorie 4.1: grootste afstand 200 meter; categorie 4.2: grootste afstand 300 meter; categorie 5.1: grootste afstand 500 meter; categorie 5.2: grootste afstand 700 meter;

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 29

categorie 5.3: grootste afstand 1.000 meter; categorie 6: grootste afstand 1.500 meter. Indien de aard van de omgeving dit rechtvaardigt, kunnen gemotiveerd kortere richtafstanden worden aangehouden bij het omgevingstype 'gemengd gebied', dat gezien de aanwezige functiemenging of ligging nabij drukke wegen al een hogere milieubelasting kent. In zo'n geval is het ruimtelijk aanvaardbaar dat de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd.

4.6.2 Invloed milieuhinder op het plangebied Haven- en industrieterrein Wanssum Ten noorden van het plangebied is het haven- en industrieterrein van Wanssum gelegen. Op een deel van het bestaande industrieterrein Wanssum zijn inrichtingen toegelaten die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken. Rond het industrieterrein is daarom een geluidzone vastgesteld zoals bedoeld in artikel 54 Wet geluidhinder in samenhang met artikel 41 Wet geluidhinder. Buiten de zonegrens mag de geluidbelasting van alle op het industrieterrein gevestigde bedrijven tezamen niet meer bedragen dan 50 dB(A). Het plangebied is gelegen buiten deze zonegrens. Overige functies Het plangebied maakt deel uit van een rustige woonwijk. Binnen de bestemming ‘Wonen’ - die geldt voor alle woningen in deze woonwijk - zijn alleen beroepen aan huis, bedrijven aan huis en kleinschalige verblijfsrecreatie in de vorm van B&B’s toegestaan. Het betreft hier activiteiten die naar aard, omvang en invloed zodanig zijn dat deze in een woning en bijgebouwen kunnen worden uitgeoefend waarbij de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd (milieucategorie 1). Dergelijke lichte en kleinschalige beroeps-en bedrijfsmatige activiteiten zijn dus qua ruimtelijke gevolgen en milieubelasting aanvaardbaar binnen een woonwijk.

Er behoeft derhalve redelijkerwijs niet gevreesd te worden dat door de milieu-invloed van deze activiteiten een goed woon-en leefklimaat in de toekomstige woning niet gegarandeerd kan worden.

4.7

Externe veiligheid

Het wettelijk kader voor risicovolle bedrijven is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor het transport van gevaarlijke stoffen is het vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor buisleidingen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het Nederlandse externe veiligheidsbeleid is gebaseerd op twee elementen: een harde norm in de vorm van het plaatsgebonden risico (PR) en een oriënterende waarde in de vorm van het groepsrisico (GR). De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt één op de miljoen (10-6) per jaar, ofwel 1 op de miljoen blootgestelde personen. Het hanteren van een norm voor het plaatsgebonden risico biedt een basisveiligheidsniveau voor de individuele burger in de omgeving van een risicovolle activiteit. Voor nieuwe situaties geldt deze norm als grenswaarde. Dat wil zeggen dat kwetsbare objecten buiten de 10-6 contour moeten zijn gelegen. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de plaatsgebonden risico-contour ook, maar daar geldt de contour alleen als richtwaarde. Het groepsrisico gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Rondom een risicobron wordt een invloedsgebied (1 % letaliteitgrens) gedefinieerd, waarbinnen grenzen worden gesteld aan het maximaal aanvaardbare aantal personen, de oriënterende waarde.

Dit is een richtwaarde waarvan het bevoegd gezag, voldoende gemotiveerd, kan afwijken.

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 30

4.7.1 Bedrijven en transport gevaarlijke stoffen Binnen dit plan wordt een woonbestemming gerealiseerd. Het betreft hier een beperkt kwetsbare object in de zin van artikel 1 Bevi. Volgens de Risicokaart Limburg zijn er binnen een straal van ruim 500 meter om het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig. De dichtstbijzijnde risicovolle inrichting is gelegen aan de Gagel 1 (bovengrondse propaantank van 3000 ltr) met een PR 10-6 contour van 20 meter. Het plangebied ligt op ca. 550 meter van deze inrichting.

plangebied (rood omcirkeld) en risicovolle inrichtingen in de omgeving

De dichtstbijzijnde weg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt is de omleiding N270. Dit wegtracé is pas recent aangelegd en is derhalve nog niet opgenomen op de Risicokaart Limburg. De omleiding N270 is ook niet opgenomen in het Basisnet wegen. Het betreft hier immers een provinciale weg en geen rijksweg. De omleiding van de N270 is geregeld via het Provinciaal InpassingsPlan (PIP) Ooijen-Wanssum. In het kader van dit PIP is ook uitgebreid onderzoek verricht naar de externe veiligheidsaspecten vanwege – onder meer – het vervoer van gevaarlijke stoffen over de nieuwe omgeleide N270. De omgeleide N270 is opgedeeld in twee wegvakken: N270-1: vanaf de A73 tot de N554; N270-2: vanaf de N554 tot de N271.

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 31

wegvakken 1 en 2 omleiding N270

In onderstaande tabellen zijn de vervoersintensiteiten voor 2015 en 2030 weergegeven voor de 4 soorten gevaarlijke stoffen die vooral over deze wegtracés vervoerd worden, namelijk LF1 en LF2-stoffen (brandbare vloeistoffen), LT2 (zeer toxische vloeistoffen) en GF3-stoffen (brandbare gassen/ LPG en propaan). Deze gegevens zijn afkomstig uit het genoemde externe veiligheidsonderzoek voor de omleiding van de N270 in het PIP Ooijen-Wanssum4. Onderstaande afbeelding geeft de plaatsgebonden risicocontouren weer van de toekomstige situatie van de omgeleide N270 (2030).

4

PIP Ooijen-Wanssum, Onderzoek externe veiligheid ,versie: 5.0, Provincie Limburg d.d. 22 januari 2016.

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 32 -6

De uiteindelijk PR-contour 10 /jr bedraagt op het traject 34 meter gemeten van het midden van de weg. Het plangebied ligt op een afstand van ca. 460 meter. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART (paragraaf 2.1)) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico.

Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is wel aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van bepaalde stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. Voor de stofcategorieën LF1 en LF2 is dit een invloedsgebied van maximaal 45 meter, voor de stofcategorieën LT2 en GF3 bedraagt het invloedsgebied maximaal 880 meter resp. 355 meter. De gemeente Venray echter hanteert als maximum afstand van het invloedsgebied in dergelijke situaties de afstand behorend bij GF3stoffen (355 meter). Het plangebied ligt buiten dit invloedsgebied. Een (beperkte) groepsrisicoverantwoording is niet noodzakelijk. Vervoer over het water Wanssum ligt dicht bij de Maas waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen per water is in het kader van het Basisnet een risicoplafond vastgesteld. De Maas is gelegen op een afstand van ca. 1,2 kilometer van het plangebied. De Maas heeft een plaatsgebonden risico van 0 meter. Het plaatsgebonden risico vormt dus geen knelpunt.

Voor de hoogte van het groepsrisico van de Maas zijn personendichtheden binnen een zone van 200 meter bepalend (zogenaamde afkapgrens; hierbuiten heeft de aanwezigheid van personen nauwelijks of geen invloed op de hoogte van het groepsrisico). Aangezien de personendichtheid binnen deze zone beperkt is, moet gesteld worden dat de Maas geen relevant groepsrisico heeft ter hoogte van de kern Wanssum. Het plangebied is gelegen buiten de contouren van zowel het plaatsgebonden risico als van het groepsrisico met betrekking tot de Maas.

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 33

4.7.2 Ondergrondse buisleidingen Een buisleiding die wordt gebruikt voor transport van gevaarlijke stoffen, vormt een risico voor de veiligheid. Als de leiding gaat lekken, kunnen de gevaarlijke stoffen vrijkomen en ontstaat er een kans op een explosie, vergiftiging van mensen of dieren of verontreiniging van het milieu. In het Besluit externe veiligheid buisleidingen zoals dit vanaf 1 januari 2011 geldt, staan veiligheidseisen voor de exploitant en de gemeente. Exploitanten hebben een zorgplicht en moeten ervoor zorgen dat hun buisleidingen veilig zijn. Gemeenten moeten buisleidingen in hun bestemmingsplannen opnemen en bij nieuwbouw zorgen voor genoeg afstand tot de buisleidingen. Op basis van de Risicokaart Limburg en het vigerende bestemmingsplan blijkt dat er binnen het plangebied en in de omgeving van het plangebied geen ondergrondse olie- of gasbuisleidingen zijn gelegen die van invloed zijn op het plan.

4.7.3 Hoogspanningsleidingen Zonering rond het bovengrondse hoogspanningsnet in Nederland is vastgelegd in de Netkaart van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). De Netkaart bevat o.a. gegevens over de netbeheerder en de breedte van de indicatieve zones. Op basis van de informatie van o.a. de Netkaart blijkt dat er geen hoogspanningslijnen in de directe nabijheid van het plangebied liggen die van invloed zijn op het plan.

4.8

Niet Gesprongen Explosieven (NGE)

Op vele locaties in Nederland bevinden zich nog conventionele explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in de ondergrond, zoals niet ontplofte vliegtuigbommen (blindgangers), granaten, mijnen en (handwapen)munitie. Ook in Venray hebben delen van het gemeentelijke grondgebied in de Tweede Wereldoorlog onder vuur gelegen. Bij eventuele grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen in het besluitgebied, dient er uit het oogpunt van veiligheid en zorgvuldigheid gezocht te worden naar niet gesprongen explosieven (NGE). Met behulp van het explosievenonderzoek worden de aanwezigheid en risico’s van explosieven uit de Tweede Wereldoorlog in kaart gebracht. De gemeente Venray adviseert bij grondwerkzaamheden en nieuwe ontwikkelingen een detectieonderzoek uit te (laten) voeren. Dit onderzoek dient plaats te vinden in het kader van de Arbowetgeving en is in het kader van de bestemmingsplanprocedure niet juridisch afdwingbaar. Het is echter te allen tijden de verantwoordelijkheid van de eigenaar van de grond om bij grondwerkzaamheden te zorgen voor een gezonde en veilige werkomgeving.

4.9

Ecologie

4.9.1 Natuur en landschap Het plangebied is gelegen binnen stedelijk gebied. Het maakt geen onderdeel uit van het Nationaal Natuurnetwerk Limburg (voorheen Ecologische HoofdStructuur (EHS)), Natura 2000-gebieden of beschermde natuurmonumenten. Het plangebied zelf heeft geen bijzondere natuurwaarden.

4.9.2 Stikstof De bescherming van de Natura 2000-gebieden is geregeld in de Wet natuurbescherming. In zowel de Habitatals de Vogelrichtlijn zijn de gebieden opgenomen welke als Natura 2000-gebied worden aangemerkt. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 34

Na de uitspraak van de Raad van State (d.d. 29 mei 2019) mag het Programma Aanpak Stikstof (PAS) niet meer als basis voor toestemming voor activiteiten die stikstof uitstoten worden gebruikt. Daarom moet per activiteit duidelijk worden gemaakt dat beschermde natuurgebieden daardoor niet worden aangetast. Het beoogde project mag geen negatieve effecten veroorzaken op de omliggende Natura 2000-gebieden. Het geplande project kan leiden tot verhoogde emissie van stikstof. In deze rapportage wordt een analyse uitgevoerd van de hierdoor veroorzaakte extra depositie van stikstof op voor stikstof gevoelige habitattypen een leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het project is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied ‘Maasduinen’ ligt op circa 3 kilometer afstand en het Natura 2000-gebied ‘Boschhuizerbergen’ ligt op circa 4 kilometer afstand. berekening Voor de berekening van de planbijdrage voor de depositie van NOx en NH3 in Natura 2000-gebieden is gebruik gemaakt van de AERIUS-2020. aanlegfase Ten behoeve van de realisatie van een woning aan Cremershof 42A Wanssum zal gedurende de aanlegfase gebruik worden gemaakt van een stikstof uitstotende graafmachine, mobiele kraan en een betonwagen.

Voor de bepaling van de stikstofdepositie van deze handelingen is uitgegaan van standaard emissieschattingen. Daarnaast vinden er vervoersbewegingen plaats naar de bouwlocatie en is er sprake van een stationaire belasting van de voertuigen op de locatie. Het betreft zowel licht verkeer, middel zwaar vrachtverkeer als zwaar vrachtverkeer. In het bij deze plantoelichting gevoegde stikstofonderzoek en –berekening met AERIUScalculator zijn deze emissieschattingen en vervoersbewegingen aangegeven en uitgewerkt. bouwvrijstelling Met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering alsook het gelijknamige Besluit per 1 juli 2021 is een bouwvrijstelling van het bepaalde in artikel 2.7 lid 2 Wnb ingevoerd. De gevolgen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden die wordt veroorzaakt door bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten van de bouwsector, worden buiten beschouwing gelaten voor de toepassing van artikel 2.7, lid 2 Wnb (zie artikel 2.9a Wnb). De AMVB waarnaar verwezen wordt is het Besluit natuurbescherming (Bn). Als activiteiten van de bouwsector als bedoeld in artikel 2.9a Wnb worden aangewezen: a.

het verrichten van een bouwactiviteit of een sloopactiviteit die het feitelijk verrichten van bouw- of sloopwerkzaamheden aan een bouwwerk betreft, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen;

b.

het aanleggen, veranderen of verwijderen van een werk, met inbegrip van de daarmee samenhangende vervoersbewegingen (zie artikel 2.5 Bn).

gebruiksfase De verkeersaantrekkende werking in de gebruiksfase is gemodelleerd overeenkomstig met het traject van de realisatiefase. Voor de invoer worden de kencijfers van CROW, 2012 genomen voor een ‘vrijstaande woning, koop, weinig stedelijk, rest bebouwde kom, maximale verkeersgeneratie’. De totale verkeersgeneratie per woning komt dan op 8,6 vervoersbewegingen per dag. Vanwege het gebruik van de woning wordt verondersteld dat het gebruik licht wegverkeer betreft. Er is geen sprake van een stookinstallatie. Uit berekening van de invoerwaardes blijkt dat de gemodelleerde emissies van de gebruiksfase niet leiden tot overschrijding van gestelde depositie-norm.

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 35

conclusie Op basis van bovenstaande uitgangspunten en bijgesloten bijlagen kan geconcludeerd worden dat de geplande activiteiten ten behoeve van het gebruik van een woning aan Cremershof 42A te Wanssum geen belemmeringen vormen als gevolg van de stikstofuitstoot voor stikstof gevoelige habitattypen een leefgebieden van soorten in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. De stikstofuitstoot van tijdelijke en kortdurende bouwactiviteiten mag geheel buiten beschouwing worden gelaten. Voor de volledige inhoud van het stikstofonderzoek en –berekening met AERIUS-calculator wordt verwezen naar het rapport dat als bijlage 2 integraal onderdeel uitmaakt van deze plantoelichting.

4.9.3 Flora en fauna Op de site van de Provincie Limburg (www.natuurgegevensprovincielimburg.nl) zijn de actuele natuurgegevens (flora en avifauna) van de provincie Limburg ontsloten . Uit deze gegevens blijkt dat op de locatie geen rode lijst soorten of aandachtsoorten voorkomen. Gezien het huidige gebruik van de locatie is het de verwachting dat er alleen algemene soorten planten en dieren aanwezig zijn. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in Limburg een vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. In het gebied kunnen vleermuizen aanwezig zijn. Het betreft dan alleen vleermuizen die hier kunnen foerageren. Ook na realisering van de extra woning kunnen vleermuizen hier foerageren en zullen er mogelijk nieuwe plekken voor kraamkolonies ontstaan. Verder kunnen algemene soorten zoals een veldmuis, mol, konijn en egel van het gebied gebruik blijven maken. Overigens kunnen al deze dieren ook in tuinen leven, waardoor de ingreep (op termijn) zelfs positief zal zijn.

Gezien het gebruik van het gebied en het ontbreken van geschikte wateren is dit gebied niet geschikt voor amfibieën of reptielen. Gelet op het ontbreken van beschermde soorten planten en broedvogels op de bouwlocatie vindt er geen verstoring plaats. Vervolgonderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming is derhalve niet noodzakelijk.

4.10 Cultuurhistorie en archeologie 4.10.1 Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen rijks -of gemeentelijke monumenten gelegen. Ook ligt het plangebied niet binnen een molenbiotoop.

4.10.2

Archeologie

Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Venray en de – gedetailleerdere – archeologische beleidskaart voor het PIP gebiedsontwikkeling Oijen-Wanssum, is het plangebied gelegen in een gebied met monumenten van zeer hoge waarde en monumenten die betrekking hebben op de historische kernen alsmede een gebied met een hoge archeologische verwachting. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien er een bodemingreep plaatsvindt van meer dan 50 cm –mv en er vervolgens een oppervlak van meer dan 250 m2 resp. 500 m2 verstoord wordt.

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 36

uitsnede archeologische beleidskaart PIP gebiedsontwikkeling Oijen-Wanssum

In de planregels zal via de opgenomen dubbelbestemmingen ‘Waarde-Archeologie 2’ en ‘Waarde-Archeologie 4’ geborgd worden dat bouwen boven de ter plaatse geldende verstoringsgrenzen (250 m2 resp. 500 m2) niet kan plaatsvinden, tenzij uit een overlegd onderzoek blijkt dat er geen archeologische waarden verstoord worden.

4.11 Verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten via het Cremershof. Deze weg heeft verkeerskundig een functie als verblijfsgebied/erftoegangsweg. Het bestaande profiel is op deze functie afgestemd. Ter hoogte van het plangebied geldt een 30 km/u-regime. Het benodigd aantal parkeerplaatsen wordt berekend aan de hand van de 'Beleidsnota Parkeernormen Venray'. In deze beleidsnota zijn de parkeerkencijfers van het CROW vertaald naar parkeernormen voor de Gemeente Venray. De normen staan weergegeven in bijlage 3 van de Beleidsnota. In de beleidsnota staan verder de uitgangspunten en toepassingsregels m.b.t. parkeren. De woningbouwlocatie valt onder de zone 'Rest bebouwde kom, kerkdorpen en buitengebied'. De Beleidsnota Parkeernormen Venray kent een specifieke parkeerkencijfer voor wonen in deze zone, namelijk 2,0 pp /woning. In het kader van dit plan zullen derhalve minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein aanwezig moeten zijn. Gezien de hoge parkeerdruk ter plaatse is het wenselijk om voor de toekomstige woning de inrit aan de zijde van Cremershof 42 – derhalve aan de zuidzijde van het perceel – te realiseren. Het plangebied c.q. het nieuw te vormen woonperceel is zodanig bemeten dat op het nieuwe zijerf aan de zuidzijde van de beoogde woning voldoende ruimte is om 2 auto’s naast elkaar op eigen terrein te parkeren.

Bovendien zal de locatie van de inrit alsmede van de parkeerlocatie juridisch dwingend worden vastgelegd in de planregels en op de verbeelding.

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 37

HOOFDSTUK 5

WATERPARAGRAAF

Ruimte maken voor water in plaats van ruimte onttrekken aan water; dat is de kern van het waterbeleid voor de 21e eeuw. Het watertoetsproces is één van de instrumenten om dit te bereiken. Het proces is er om waterbelangen in ruimtelijke plannen en besluiten te waarborgen. Een van de instrumenten om het nieuwe waterbeleid voor de 21e eeuw vorm te geven is het watertoetsproces. Het watertoetsproces moet ervoor zorgen dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle ruimtelijke plannen en besluiten die relevant zijn voor de waterhuishouding.

5.1

Regelgeving, beleid en uitgangspunten

5.1.1 Waterbeheerplan Waterschap Limburg De gemeente Venray valt in de zin van wateraangelegenheden binnen de Keur van het Waterschap Limburg. Het Waterschap Limburg is de waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheerder en de beheerder van de primaire en secundaire waterkeringen. In het waterbeheerplan 2016-2021 is de koers uitgezet voor een toekomstbestendig waterbeheer in Limburg en wordt aangegeven hoe het waterschap invulling zal geven aan de taak om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten en voldoende en schoon water. In het plan is vastgelegd hoe men het watersysteem en waterkeringen op orde wil brengen en houden. Ook staat hierin welke bijdrage het waterschap levert aan de Europese Kaderrichtlijn Water. Voorbeelden van maatregelen zijn: 1.

het aanleggen en verbeteren van dijken tegen overstromingen;

2.

het aanpakken van knelpunten van wateroverlast;

3.

herstellen van beken;

4.

het verbeteren van de effluentkwaliteit van de rioolwaterzuiveringsinstallaties.

Voor het aan de orde zijnde plan en plangebied kent het Waterbeheerplan geen specifieke uitgangspunten.

5.1.2 Legger en Keur Waterschap Limburg Het waterschap kent naast zijn beleid de Keur als regelgeving (en de bijbehorende Legger als kaart). Om zijn taak uit te kunnen oefenen, maakt het waterschap gebruik van deze Keur. De Keur is een door het waterschapsbestuur vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Keur bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhoud- en beschermingszones. Het waterschap levert deze gegevens aan de gemeente, teneinde de hoofdwatergangen en waterkeringen, inclusief de onderhoud- en beschermingszone in het bestemmingsplan te regelen. Op 1 april 2019 heeft het Waterschap een nieuwe Keur vastgesteld.

5.1.3 Toetsingspunten waterparagraaf in de toelichting van bestemmingsplannen Het Waterschap Limburg hanteert sinds 1 april 2019 de volgende uitgangspunten voor haar toetsing met betrekking tot de behartiging van waterhuishoudkundige belangen binnen een bestemmingsplan alsmede voor de toetsing van de waterparagraaf van een bestemmingsplan: 1.

Circa 10% van het plangebied reserveren voor water. Doorgaans zijn lager gelegen gebiedsdelen het meest geschikt. Nagaan of plangebied nodig is voor wateropgave van omliggende gebieden; zorgen dat geen logische waterstructuren worden geblokkeerd.

2.

Rekening houden met hoogteverschillen in plangebied en omgeving. Voorkomen van wateroverlast en erosie door afstromend water vanuit de omgeving naar het plangebied en andersom.

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 38

3.

Uitvoeren van bodem- en infiltratieonderzoek en bepalen grondwaterstand. Input voor ontwerpen van het hemelwatersysteem. Denk ook aan bodemverontreinigingen.

4.

Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwaliteit. Schoonhouden, scheiden, zuiveren.

5.

Toepassen voorkeursvolgorde voor de waterkwantiteit. Hergebruik water, vasthouden in de bodem (infiltratie), tijdelijk bergen, afvoeren naar oppervlaktewater, afvoeren naar gemengd of DWA-riool.

6.

Toepassen voorkeurstabel afkoppelen. Verantwoorde systeemkeuze conform voorkeurstabel; maatwerk per situatie. Bij voorkeur toepassen van bovengrondse waterhuishoudkundige voorzieningen. Bij diepteinfiltratie gelden zeer strenge randvoorwaarden; liever geen diepte-infiltratie toepassen.

7.

Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren op 100 mm per etmaal voor Noord Limburg (ten noorden van Sittard) en 80 mm per twee uur ten zuiden van Sittard met een beschikbaarheid van de gehele berging binnen 24 uur. Voldoende opvangcapaciteit en een duurzame leegloop realiseren.

8.

Beheer en onderhoud regelen. Denk aan bereikbaarheid, controlemogelijkheid, verantwoordelijkheid.

9.

Watersysteem verankeren in het bestemmingsplan.

5.1.4 Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2021 In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2018-2021 is het beleid voor het beheer van de gemeentelijke riolering voor de periode 2018 tot en met 2021 vastgelegd. Het plan bevat een beschrijving van de huidige situatie, een evaluatie van de aan het plan voorafgaande periode en een beschrijving van de te verwachten toekomstige ontwikkelingen. In het GRP wordt onder andere ingegaan op hemelwater- en oppervlaktewaterafvoer. In het kader van het GRP is onderzoek gedaan naar de geschiktheid van het uitvoeren van afkoppelprojecten binnen de gemeente. Op basis van de bodemgesteldheid, de hoogte van de grondwaterstand en de aanwezigheid van oppervlaktewater is onderzocht welke mogelijkheden er zijn voor afkoppeling: uit het onderzoek blijkt dat in het overgrote deel van de gemeente Venray voldoende mogelijkheden voor afkoppeling aanwezig zijn. Bij afkoppelprojecten wordt in de eerste plaats gekeken naar openbare verharde oppervlakken. Daarbij wordt opgemerkt dat afkoppelen als maatregel slechts wordt uitgevoerd in combinatie met wegwerkzaamheden (onder andere reconstructies van wegen) of rioolvervangingen, dit gezien de kosten die dergelijke ingrepen met zich meebrengen. Het afkoppelen van particuliere oppervlakten wordt slechts in uitzonderlijke situaties meegenomen.

Bij particuliere duurzame waterhuishoudkundige systemen, zoals bergings- en infiltratievoorzieningen hanteert de gemeente Venray de volgende voorwaarden: 1.

infiltratievoorziening dient minimaal een neerslaggebeurtenis van 40 mm te kunnen verwerken;

2.

de infiltratievoorziening dient een leeglooptijd te hebben van 24 uur of minder;

3.

noodoverloop gaat via maaiveld - en niet via ondergrondse buizen of leidingen - naar de openbare riolering.

5.2

Waterhuishoudkundige situatie plangebied

afvoerend verhard oppervlak en riolering Het plangebied heeft een oppervlakte van 530 m2. Het plangebied bestaat uit een grasveld. Het plangebied is geheel onbebouwd. Het nieuwe bestemmingsplan maakt woningbouw met bijbehorende bouwwerken mogelijk. Omdat op dit moment een concreet woningbouwplan ontbreekt kan de oppervlakte van het af te koppelen dakoppervlak en erfverharding nog niet bepaald worden. Ter plaatse van het Cremershof ligt een gemengd rioolstelsel.

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 39

bodem en grondwater Het maaiveld van het plangebied ligt op een hoogte van 15,5 meter boven NAP, net als de omliggende gronden. De bodemopbouw tot 5,5 m-mv bestaat voornamelijk uit zand en leem. De gemiddelde freatische grondwaterstand ligt op 3,5 m-mv. Er staan geen peilbuizen in de directe omgeving van het plangebied. Er zijn geen klachten bekend van grondwateroverlast in de omgeving. Het plangebied heeft verder geen specifieke status als grondwaterbeschermingsgebied. geohydrologie Er is geen informatie aanwezig over de feitelijke K-waarden van het plangebied zelf. De K-waarden (geeft de mate van infiltratiegeschiktheid aan) van het plangebied e.o. wordt – op basis van informatie uit de bodemdoorlatendheidskaarten van het waterschap Limburg - geschat op 0,45 - 0,75 m/dag. Onderstaande tabel geeft de classificatie van de waterdoorlatendheid van bodemlagen weer:

De onderhavige gronden zijn derhalve 'vrij goed doorlatend' en daarmee geschikt voor hemelwaterinfiltratie. oppervlaktewater Oppervlaktewater en waterlopen zijn binnen het plangebied niet aanwezig. Het plangebied ligt buiten het stroomvoerend en bergend rivierbed van de Maas, een en ander zoals geregeld in de beleidsregels "Grote Rivieren" alsmede buiten het dal van beken met een specifieke of algemene ecologische functie.

5.3

Duurzame verwerking van regenwater

Omdat op dit moment er nog geen concreet woningbouwplan ontwikkeld is, kan een volledig uitgewerkt systeem van duurzame hemelwaterverwerking nog niet gepresenteerd worden. Het aanleggen en in stand houden van een systeem van duurzame hemelwaterverwerking op eigen terrein zal echter als een voorwaardelijke verplichting opgenomen worden in de planregels van het bestemmingsplan (artikel 3.1.1 onder d. jo artikel 6.3). De technische uitwerking van het uiteindelijk te realiseren systeem (vorm, inhoud) zal plaatsvinden in het kader van de aanvraag - omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. In deze vergunningaanvraag zal de infiltratievoorziening ook worden opgenomen. De voorzieningen die - op basis van de locatiespecifieke kenmerken en de beslismethodiek – geschikt zijn voor de onderhavige situatie zijn: 1.

wadi, greppel, infiltratievijver;

2.

infiltratiekratten, -koffers, -sleuf, -riool;

3.

infiltratie door waterpasserende verharding.

De voorkeur van zowel de gemeente Venray als het waterschap Limburg gaat uit naar een open bovengrondse infiltratievoorziening. In deze voorzieningen worden eventuele verontreinigingen in de bovengrond gebonden. Door de toplaag periodiek te vervangen wordt de kans op het ontstaan van een bodem- of grondwaterverontreiniging en het dichtslibben van de voorziening tot een minimum beperkt. Een voorbeeld van zo’n voorziening is een wadi, infiltratiesloot of infiltratievijver.

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 40

Bij de bepaling van de kwantitatieve bergingscapaciteit van een te realiseren bergende – en infiltrerendevoorziening zal uitgegaan worden van de onderstaande uitgangspunten: 1.

een minimale K-waarde van 0,45 m/dag;

2.

veiligheidsfactor van 0,5 m;

3.

absoluut infiltratiesysteem met een dimensionering voor 40 mm berging/etmaal (cfm GRP);

4.

100% afkoppeling van het totaal afvoerend verhard dakoppervlak;

5.

hemelwater vanaf erfverharding afstromen naar de tuin.

huishoudelijk afvalwater Onder het Cremershof ligt een gemengd rioolstelsel. De woning zal echter een gescheiden riolering aanleggen. Het hemelwater zal op eigen terrein verwerkt worden. Hemelwater mag ook geloosd worden op de riolering, mits er eerst 40 mm op eigen terrein wordt geïnfiltreerd. Het huishoudelijk afvalwater mag wel volledig op het riool geloosd worden.

bouwmaterialen De gemeente Venray streeft naar het terugdringen van het gebruik van uitlogende bouwmaterialen (zoals koper, zink e.d.). Dit aspect is als aanbeveling opgenomen in het pakket duurzaam bouwen. Van de bouwende partij wordt daarom, voorzover relevant, gevraagd geen gebruik te maken van uitlogende bouwmaterialen.

5.4

Overleg met waterschap

Vooroverleg met en advies van het waterschap Limburg maakt onderdeel uit van de watertoets.

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 41

HOOFDSTUK 6 6.1

JURIDISCHE VORMGEVING

Algemeen

Het bestemmingsplan heeft als doel het planologisch-juridisch kader te geven voor de ontwikkeling van het beschreven plan. De nadere juridische invulling is gedetailleerd geregeld. Dit bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: 1. plantoelichting (inclusief bijlagen); 2. planregels; 3. verbeelding. Bij het opstellen van het onderhavige bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening geformuleerde uitgangspunten. Waar dat noodzakelijk was , is afgeweken van de standaard en is het plan specifiek toegesneden op de feitelijke situatie in het onderhavige plangebied. Verder voldoet dit bestemmingsplan aan de digitale eisen uit het ' Uitbestedingsprotocol digitale bestemmingsplannen gemeente Venray (versie 090305)' . De plansystematiek voldoet - onder meer - aan de volgende RO-standaarden 2012: 1. Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012; 2. PraktijkRichtlijn BestemmingsPlannen (PRBP) 2012; 3. Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (STRI) 2012.

6.2

Planmethodiek

Er is, volgens de Wro, gekozen voor een analoge en digitale verbeelding van het plan. Aan de bestemmingen zijn bouw- en gebruiksregels gekoppeld die direct inzichtelijk maken welke ontwikkelingen zijn toegestaan. Verbeelding en regels bieden een directe bouwtitel voor bebouwing en gebruik.

6.3

Toelichting op de verbeelding

In de analoge en digitale verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis ingevolge het voorliggende plan, indien en voor zover deze in de regels daaraan wordt gegeven. Als een aanduiding juridisch gezien geen enkele betekenis heeft, is deze niet opgenomen in de verbeelding. Ten behoeve van de leesbaarheid is het plan wel op een topografische ondergrond gelegd. De bestemmingen en de aanduidingen zijn ingedeeld in de hoofdgroepen volgens de SVBP2012 en zijn bij de verbeelding opgenomen in een renvooi. Opgemerkt wordt nog dat de analoge en digitale verbeelding qua verschijning van elkaar kunnen verschillen, immers de wijze van raadplegen is ook verschillend. Inhoudelijk zijn er echter geen verschillen te vinden.

6.4

Toelichting op de regels

De planregels zijn ondergebracht in inleidende regels, in bestemmingsregels, in algemene regels en in overgangs- en slotregels. De Inleidende regels bestaan uit begrippen en de wijze van meten, teneinde te voorkomen dat discussie ontstaat over de interpretatie van de regels. In de Begrippen (artikel 1) wordt een omschrijving gegeven van de in de regels gehanteerde begrippen. Als gebruikte begrippen niet in deze lijst voorkomen, dan geldt de uitleg/interpretatie conform het dagelijks taalgebruik. In het artikel over de Wijze van meten (artikel 2) worden de te gebruiken meetmethodes vastgelegd.

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 42

De bestemmingsregels van een bestemmingsplan bevatten regels omtrent het gebruik van de in het plan begrepen gronden en bebouwing. Per onderscheiden bestemming is een apart artikel gemaakt. Het onderhavige bestemmingsplan bevat de enkelbestemming 'Wonen' en de dubbelbestemmingen ‘ WaardeArcheologie-2’ en ‘ Waarde-Archeologie-4’ (artikelen 3 t/m 5). Per bestemming is in de bestemmingsomschrijving aangegeven welke doeleinden binnen die bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt verder aangegeven welke bebouwing mogelijk is binnen de betreffende bestemming. Tevens kunnen Burgemeester en Wethouders nadere eisen stellen aan de situering van gebouwen en de inrichting van gronden. Daarnaast zijn in de voorkomende gevallen per bestemming flexibiliteitsregels opgenomen, in de vorm van een afwijkingsmogelijkheid voor het bevoegd gezag om in nader aangegeven gevallen van de bouw-of gebruiksregels te kunnen afwijken. In de Algemene regels zijn opgenomen de Anti-dubbeltelbepaling (artikel 6), de algemene bouwregels (artikel 7), een algemene gebruiksregel (artikel 8), de algemene afwijkingsregels (artikel 9) en de procedure- en overige regels (artikelen 10 en 11). In de Overgangs- en slotregels zijn het overgangsrecht (artikel 12) en de slotregel (artikel 13) opgenomen.

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 43

HOOFDSTUK 7 7.1

UITVOERBAARHEID

Economische uitvoerbaarheid

De realisatie van het plan geschiedt voor rekening van de initiatiefnemer. Het plangebied is ook geheel in eigendom van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer en de gemeente Venray hebben samen een anterieure exploitatie-overeenkomst (inclusief planschadeverhaalsclausule) gesloten ten behoeve van het gemeentelijk kostenverhaal en de afwenteling van eventuele planschadeclaims op de initiatiefnemer. De economische uitvoerbaarheid is niet in het geding.

7.2

Handhaving

De doelstellingen van het ruimtelijke beleid kunnen slechts verwezenlijkt worden, indien de regels van het bestemmingsplan worden nageleefd. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray hebben sinds 1 april 2005 via een gemeenschappelijke regeling hun handhavingscapaciteit gebundeld. Beleidsuitgangspunten voor toezicht en handhaving zijn vastgelegd in de Nota Integraal Handhavingsbeleid Horst aan de Maas en Venray (2012-2015). Het beleidsplan bevat naast een visie, doelstellingen en prioriteiten ook de werkwijzen hoe met geconstateerde overtredingen wordt omgegaan en welke strategieën daarbij worden gevolgd. Ook wordt invulling gegeven aan de vele eisen die wet- en regelgeving aan de gemeentelijke taakuitvoering stelt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray voeren hun handhavingstaken uit op basis van het volgende uitgangspunt. De gemeenten Horst aan de Maas en Venray stellen een gezonde, veilige, leefbare en groene leefomgeving centraal. Handhaving is één van de middelen om de kwaliteit van wonen, leven en werken te behouden en te versterken. Het bestuur streeft naar een gestructureerd en integraal handhavingsbeleid waarbij preventief beleid voorop staat. De betrokkenheid en het eigen verantwoordelijkheidsbesef van de burgers, bedrijven en instellingen moeten daarbij worden vergroot.

Als de preventieve inzet (informatievoorziening) niet werkt en het geschonken vertrouwen wordt beschaamd, volgt daadwerkelijke handhavend optreden. Zo krijgt iedereen de aanpak die hij/ zij verdient. De uit deze visie voorvloeiende doelstellingen en beleidsuitgangspunten van het handhavingsbeleid zijn: 1.

Appelleren aan de eigen verantwoordelijkheid.

2.

Preventie gaat boven repressie.

3.

Draagvlak creëren.

4.

Klantgericht handelen.

5.

Alleen noodzakelijke en handhaafbare kaders stellen.

Concreet betekent dit dat nadrukkelijk wordt ingezet op preventie. Leidend uitgangspunt is dat burgers, bedrijven en instellingen worden vertrouwd in een rechtmatige uitoefening van hun activiteiten. Er wordt daarbij van uitgegaan dat het maatschappelijk veld met gerichte voorlichting en communicatie, verantwoordelijk kan worden gemaakt (en gehouden) voor de naleving van voor hen geldende wet- en regelgeving. Daarbij past een bewuste differentiatie van de handhavingsinzet. ln een jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden de prioriteiten vertaald naar actie. Het jaarlijkse HUP wordt vastgesteld door de colleges van burgemeester en wethouders van beide gemeenten en ter kennis gebracht van de gemeenteraden.

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 44

7.3

Procedure en maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.3.1

Bekendmaking ex artikel 1.3.1. Bro

Op 28 oktober 2021 hebben burgemeester en wethouders van Venray - op grond van artikel 1.3.1 Besluit ruimtelijke ordening - via de gemeentelijke website bekendgemaakt dat zij het voornemen hebben om het bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum voor te bereiden.

7.3.2

Overleg ex artikel 3.1.1 Bro

Gelet op het feit dat dit plan is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied alsmede gelet op het feit dat het plan leidt tot een toename van het afvoerend verhard oppervlak van minder dan 2000 m2 en niet is gelegen in een aandachtsgebied, betekent dat er geen overleg met de provincie Limburg resp. met het waterschap Limburg hoeft plaats te vinden.

7.3.3

Omgevingsdialoog

Als onderdeel van een goede ruimtelijke ordening heeft de gemeente Venray aan de initiatiefnemer verzocht om met betrekking tot dit plan een zorgvuldige omgevingsdialoog te voeren met omwonenden en evt. andere belanghebbenden. Hierbij geldt dat de uitkomst van de omgevingsdialoog geen toetsingsgrond vormt voor het wel of niet meewerken aan dit plan. De gemeente beoordeelt uitsluitend of de omgevingsdialoog op een (voldoende) zorgvuldige wijze is gevoerd. Communicatie en dialoog Op 4 maart 2021 hebben omwonenden een informatiebrief over dit plan ontvangen (is bijgevoegd als bijlage 3 bij deze plantoelichting). Zij zijn op de hoogte gesteld van het voornemen en de mogelijkheden. Zij hebben vervolgens t/m 18 maart 2021 de tijd gekregen om vragen te stellen en/of te reageren op dit plan. Er zijn geen reacties ontvangen. Daarmee is de omgevingsdialoog afgesloten.

7.3.4

Procedure ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 19 november 2021 tot en met 30 december 2021. In deze periode was het voor eenieder mogelijk om zienswijzen in te dienen tegen het plan. In deze periode zijn geen zienswijzen ontvangen.

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 45

BIJLAGEN BIJ TOELICHTING

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 46

BIJLAGE 1 VERKENNEND BODEMONDERZOEK

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 47

BIJLAGE 2 STIKSTOFONDERZOEK

|bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

Pagina | 48

BIJLAGE 3 INFORMATIEBRIEF OMGEVINGSDIALOOG

| bestemmingsplan Cremershof 42A Wanssum gemeente Venray | status: vastgesteld |

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11002820/1