03 Bijlage TVW Venray
Tekst van het document
concept 1.0
Concept Transitievisie warmte Gemeente Venray 2022-2030 Concept 1.0
Geschreven door Driven by Values 21 september 2021
concept 1.0
Inhoudsopgave Voorwoord
3
Inleiding
5
Samenvatting
7
1 Opgave en doelstelling
10
Sociaal-maatschappelijke analyse
19
3 Technische potentieanalyse
26
4 Van strategie naar uitvoering
35
Bronnen
44
Bijlages
46
2
2
concept 1.0
concept 1.0
Voorwoord
4
concept 1.0
concept 1.0
Inleiding Uiterlijk in 2050 wordt in de gebouwen in Venray geen aardgas of andere fossiele brandstof
meer
gebruikt.
Zo
worden
we
minder
afhankelijk van
buitenlandse
energieleveranciers en beperken we de opwarming van de aarde. Ook voorkomen we dat energie onbetaalbaar wordt. Door hier nu al aan te beginnen en goed na te denken over de juiste strategie, kunnen we de kosten van deze warmtetransitie beperken en eerlijk verdelen. Het jaartal 2050 komt uit het Nationale Klimaatakkoord. Hierin heeft Nederland ook als doel gesteld om in 2030 een emissiereductie van 49% te bereiken ten opzichte van 1990: bijna de helft van de CO2-emissie moet op dat moment verduurzaamd zijn. In 2019 zat Nederland pas op 5%. Voor de gebouwde omgeving is het einddoel om in 2050 om volledig aardgasvrij te zijn. Als tussendoel heeft Nederland in 2030 20% aardgasvrije woningen gedefinieerd. Dit is een landelijk streven, maar geen lokale verplichting. In
deze
visie
wordt
uiteen
gezet,
hoe
Venray
dit
ambitieuze
einddoel
kan
verwezenlijken. Hiervoor wordt eerst de opgave en doelstelling nader beschouwd (hoofdstuk 1). In hoofdstuk 2 volgt een sociaal-maatschappelijke analyse en in hoofdstuk 3 volgt de analyse van de technische mogelijkheden. Hieruit kan in hoofdstuk 4 geconcludeerd worden welke strategie past bij gemeente Venray en wat dit concreet betekent voor de komende jaren tot 2030.
6
concept 1.0
concept 1.0
Samenvatting Deze transitievisie warmte (TVW) beschrijft de strategie van gemeente Venray om, in lijn met het Klimaatakkoord, de warmtetransitie in de gebouwde omgeving in te zetten en de CO2-uitstoot te verminderen richting het jaar 2030. Deze opgave is onderdeel van de energiestrategie die in 2013 is ingezet door gemeentes Beesel, Venlo en Venray. Destijds is al vastgesteld, dat zowel op vermindering van de energiebehoefte als op verduurzamen van de warmtebronnen ingezet moet worden. Het realiseren van de warmtetransitie is niet alleen een technische, maar ook een maatschappelijke opgave. Uiteindelijk krijgt iedereen hiermee te maken en gaat het om ingrepen tot achter de voordeur. Bij het opstellen van deze TVW is daarom naast een technische potentie analyse ook gekeken naar de behoeftes van inwoners en overige stakeholders die een rol spelen of gaan spelen. Uit de technische analyse blijkt, dat de meeste potentie in de gemeente
zit
oplossingen,
in
individuele
zoals
(hybride)
Collectief warmtenet LT 3%
Collectief warmtenet HT 22%
warmtepompen. Daarnaast is er in het centrum potentie voor een warmtenet,
maar
hiervoor
een
voldoende
ontbreekt
nog
kansrijke
warmtebron.
Voor de
overige panden is nu nog geen eenduidige oplossing beschikbaar.
Isoleren 36%
Individuele hybride warmptepomp 15%
Om de energievraag ten behoeve van verwarming te verminderen,
Individuele elektrische warmtepomp 24%
is het verstandig om in de hele gemeente in te zetten op isoleren. Daarnaast
moet
gehouden
worden
verzwaring elektriciteitsnet.
van
rekening met
een het
Figuur 1: Resultaat technische potentie-analyse; mogelijke warmte-oplossingen per pand. (LT = lage temperatuur, HT = hoge temperatuur)
8
concept 1.0 Op basis van een bewonersonderzoek en een gerichte enquête kan geconcludeerd worden, dat bewustwording,
betaalbaarheid
en
laagdrempeligheid essentiële elementen zullen zijn
om
voldoende
draagvlak
te
krijgen.
Bestaande initiatieven uit de samenleving zijn nog erg kleinschalig. Er ligt een belangrijke rol voor
de
verbreden
gemeente
om
draagvlak
te
en
bewonersinitiatieven
te
meer
het
stimuleren en faciliteren. In het traject naar uitvoering, dat in 2022 start, is het advies om op de volgende vier sporen in te zetten: o Een programma ‘verduurzamen
gebouwen’: Dit programma behelst alle projecten om eigenaars van woningen te helpen bij individuele maatregelen. Die maatregelen kunnen gaan van isolatie tot warmtepompen en zonnepanelen.
o Vervolgstappen warmtenet: Dit heeft nu nog te weinig potentie, maar kan in de toekomst wel een belangrijke (deel)oplossing vormen. Advies is, om hier in TVW2.0 aandacht aan te geven voor de strategie richting 2035. o Strategische samenwerking om de
opgave te delen met andere partijen en inwoners van de gemeente.
o Utiliteitsbouw: Zowel het verduurzamen van eigen vastgoed, als
stimuleringsmaatregelen voor overig maatschappelijk vastgoed en bedrijven vallen hieronder.
9
concept 1.0
concept 1.0
Opgave en doelstelling 1.1 Kaders Wat is een transitievisie warmte? De transitievisie warmte (TVW) beschrijft de lokale visie om in 2050 alle gebouwen te verwarmen zonder aardgas en de strategie hiervoor tot 2030. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de TVW uiterlijk 31 december 2021 door elke gemeente wordt vastgesteld. In de TVW wordt beschreven hoeveel woningen en andere gebouwen tot en met 2030 worden geïsoleerd en/of (deels) aardgasvrij worden gemaakt. Dit kan op wijkniveau, buurtniveau, of met een individuele aanpak. Daarnaast wordt in kaart gebracht welke alternatieve warmtevoorzieningen kansrijk zijn en wordt deze onder andere beoordeeld op nationale kosten. Dat is een optelsom van maatschappelijke en particuliere kosten. Daarnaast
wordt
de
opgave
gekoppeld
aan
andere
ruimtelijke
en
sociaal-
maatschappelijke opgaves. Door deze koppelkansen in beeld te brengen, kan een bewuste keuze gemaakt worden tussen een integrale aanpak, waarbij werk met werk gemaakt wordt of een doelgerichte aanpak, waarbij de eerste resultaten wellicht sneller verwacht kunnen worden. Landelijke kaders De verplichting om een TVW te maken volgt dus uit het Klimaatakkoord. Daarnaast is de omgevingswet van invloed. Deze wet, die naar verwachting in zal gaan op 1 juli 2022, biedt gemeentes een juridisch kader om vast te leggen welke warmteoplossing op welke plek gekozen
is.
Ook
Warmtevoorziening
is
de
(in
Wet
Collectieve
de
volksmond:
Warmtewet 2.0) in ontwikkeling. Hierin wordt onder andere de rol van de gemeente bij het aanleggen van een warmtenet beschreven. De gemeente krijgt een grote rol: alleen zij kan een kavel toewijzen aan een ontwikkelaar van een warmtenet.
11
concept 1.0 Regionale kaders De
warmte-opgave
is
slechts
een
onderdeel
van
de
gehele
energietransitie.
Oplossingsrichtingen die gekozen worden binnen de TVW zullen hun impact hebben op andere onderdelen van de transitie en andersom. Een voorbeeld hiervan is dat de elektriciteitsvraag hoogstwaarschijnlijk zal stijgen als gevolg van bijvoorbeeld installatie van warmtepompen. Op regionaal niveau geeft de Regionale Energie Strategie Noord en Midden Limburg (RES NML) richting aan de toekomstige voorzieningen voor duurzame opwek van energie. De RES NML is op 1 juli ingediend bij het Rijk en zal elke 2 jaar worden geüpdatet. Onderdeel van de RES is de RSW: de Regionale Strategie Warmte, welke de strategie op het gebied van warmtebronnen beschrijft. In de RES NML is weinig restwarmte beschikbaar. Mogelijk is er wel geothermie. In de RES is afgesproken om vervolg onderzoek naar geothermie gezamenlijk uit te voeren, zie ook hoofdstuk 3. Er wordt vooral ingezet op groen gas en andere individuele oplossingen. Het is belangrijk om doelstellingen en ambities op regionaal en lokaal niveau (blijvend) met elkaar af te stemmen. Gemeentelijke kaders In
2013
is
voor
energiestrategie
de
gemeentes
opgesteld
door
Beesel,
Venlo
adviesbureau
en
Venray
Ecofys.
Hierop
een
gezamenlijke
volgend
is
een
gemeentelijk kernteam aangesteld, financiering vrij gemaakt en een werkwijze bepaald. Dit is vastgelegd in het procesplan ‘Venray Vergroent’. Er wordt gewerkt in vierjarige uitvoeringsprogramma’s, waarvan de tweede (2018-2021) nu loopt. In 2019 is de gemeentelijke toekomstvisie 2030 ‘Venray loopt voorop’ vastgelegd. De energietransitie is concreet onderdeel van ambitie 3: ‘In 2030 zorgt ondernemerschap met aandacht voor mens, dier en milieu voor nieuwe economische kansen’. De uitwerking van de transitievisie zal de vorm krijgen van een uitvoeringsprogramma voor de hele gemeente en wijkuitvoeringsplannen voor specifieke locaties. Gemeente Venray werkt aan een omgevingsvisie. In de omgevingsvisie komen de uitgangspunten van de transitievisie warmte, (wijk-)uitvoeringsplannen en de RES/RSW samen. Deze visie kan vervolgens uitgewerkt worden in programma’s, waarna een juridisch bindend document wordt opgesteld in de vorm van een Omgevingsplan. Dit Omgevingsplan moet in 2029 beschikbaar zijn.
12
concept 1.0 1.2 Proces In het najaar van 2020 heeft Venray al een technische potentieanalyse laten uitvoeren door bureau BDH. Daarin is beschreven welke bronnen er beschikbaar zijn en is van iedere wijk of kern een karakterisering gegeven. Uit de karakterisering volgt een eerste indicatie van welke oplossing waar van toepassing kan zijn. Voor deze studie is al gesproken met diverse belanghebbenden, zoals WonenLimburg en Enexis. Deze studie is toegevoegd als bijlage I. In maart 2021 is het traject gestart om op met behulp van deze voorstudie te komen tot een
transitievisie
warmte.
Daarbij
zijn
twee
parallelle
sporen
ingezet:
bewonersparticipatie en verder onderzoek. Voor de inwoners is een informatieavond gehouden en een enquête afgenomen. Dit traject loopt nog door en zal blijven doorlopen als het transitievisie wordt vertaald naar uitvoeringsplannen. Deze conceptversie van de Transitievisie Warmte Venray is tot stand gekomen middels een iteratief proces waarin adviesbureau Driven by Values de (technische) potenties voor de gemeente heeft berekend en doorgenomen met de gemeentelijke interne organisatie. Ook is er nogmaals gesproken met Enexis. De TVW die dit jaar gemaakt wordt is pas het startpunt. Hierna zullen de ambities ook wáár gemaakt moeten worden. Bovendien zal het tempo richting 2050 nog worden opgevoerd: Dan moet de hele gebouwde omgeving aardgasvrij zijn. Om die reden wordt de TVW elke 5 jaar geactualiseerd: de eerstvolgende TVW dient uiterlijk 31 december 2026 te worden opgeleverd en bevat de visie voor de periode tot en met 2035.
13
concept 1.0 1.3 Opgave1,2,3 Huidig energieverbruik en CO2-uitstoot De CO2-uitstoot in Venray wordt voor circa 33% veroorzaakt door de gebouwde omgeving. Daarnaast hebben mobiliteit en industrie een groot aandeel. De gebouwde omgeving is op te delen in woningen en utiliteitsbouw (maatschappelijk en
commercieel
vastgoed).
In
Venray
staan
19.300
woningen
en
2.316
utiliteitsgebouwen. Het energiegebruik van al deze gebouwen zorgt jaarlijks voor 124.053 ton CO2-uitstoot, waarvan 71.148 ton CO2 van woningen en de rest van commerciële en publieke gebouwen.
Industrie, Energie, Afval en Water 23%
Landbouw, Bosbouw en Visserij 12%
Utiliteit
Gebouwde Omgeving 33%
Woningen
43% 57%
Verkeer en Vervoer 32%
Figuur 1.1: Links: CO2-uitstoot per sector in gemeente Venray. Totaal wordt er 371.636 ton CO2 uitgestoten. Rechts: Verhouding tussen woningen en utiliteiten. Omdat veel utiliteitsgebouwen groter zijn dan woningen, stoten 2.316 utiliteitsgebouwen bijna evenveel CO2 uit als 19.300 woningen
14
concept 1.0 Het energiegebruik van de woningen (en dus niet alle gebouwen) in Venray bestaat uit twee onderdelen: 1. Huishoudelijk
elektriciteitsverbruik,
voor
Tapwater 15%
Koken 3% Elektriciteit 33%
bijvoorbeeld de TV en de wasmachine. In Venray zorgt dit jaarlijks voor circa 21.238 ton CO2. Dit energieverbruik krijgt elders in de energietransitie een plaats. Bijvoorbeeld in de
RES,
duurzaam
waar
gekeken
opwekken
wordt van
naar
het
elektriciteit.
Verwarming 49%
Elektriciteitsgebruik voor verwarmen van een woning valt wel binnen de transitievisie. In Venray gaat het om 0,8 procent van de woningen.
Deze woningen gebruiken een
warmtepomp in plaats van aardgas voor verwarming en warm water. 2. Aardgasgebruik voor verwarming, koken, en warm tapwater. 99% van de woningen in Venray wordt met aardgas verwarmd. Er zijn geen
warmtenetten
in
Venray.
De
CO2-
uitstoot van het aardgas in de woningen van Venray was 49.802 ton in 2019. Dit is ongeveer als volgt verdeeld:
a. 36.355
ton
bijvoorbeeld
CO2
is
om middels
verwarming, radiatoren
de
ruimte te verwarmen.
b. 11.454
ton
CO2
is
warm
tapwater,
bijvoorbeeld voor de douche.
c. 1992 ton CO2 is koken
15
Figuur 1.2: Uitsplitsing van de CO2uitstoot van de woningen in Venray. Elektriciteit (grijs) valt bijna geheel buiten de scope van deze visie.
concept 1.0 Trend in gasverbruik In Venray loopt de warmtevraag van de gebouwde omgeving al jaren terug, zie figuur 1.3. Dat komt deels doordat de winters milder worden. Daarnaast worden woningen geïsoleerd. Vanuit de gemeente is er bijvoorbeeld het duurzaamheidsprogramma ‘Venray Vergroent’, met diverse project gericht op het verduurzamen van woningen. De warmtevraag daalt dus al, maar om de doelen voor 2030 en 2050 te halen, moet dat veel sneller gaan. Aan de slag daarom! In de technische potentieanalyse (Hoofdstuk 3) wordt uiteengezet welke mogelijkheden er voor de woningen in Venray zijn op korte en
Gasverbruik in miljoen m3 gas
(middel)lange termijn. 40 35 30 25
woningen
20
woningen (temperatuur gecorrigeerd)
15 10 5 0
Figuur 1.3: Aardgasverbruik (miljoen m3) van woningen Venray daalt. In rood het werkelijke gasverbruik, in groen het verbruik gecorrigeerd voor verschillen tussen milde en koude winters
16
concept 1.0 Maatschappelijke opgave De warmtetransitie zal de komende dertig jaar grote impact hebben op de
samenleving.
moeten
open
en
Veel in
straten
bijna
alle
woningen is een ingreep nodig. Dit is een opgave die iedereen raakt en impact heeft achter de voordeur. Dat betekent dat het krijgen en houden van draagvlak cruciaal is. Van
inwoners,
maar
ook
van
ondernemers en andere gebouweigenaars.
Ruimtelijke opgave Op allerlei manieren wordt de openbare ruimte aangepast in de loop van deze transitie. De warmtetransitie
leidt
tot
ingrepen
aan
de
energie-infrastructuur, van extra stroomstations tot het verwijderen van gasnetten. Zie ook paragraaf
3.3.
Daarnaast
hebben
warmtepompen meestal een bron in de grond of een buitenunit die geluid produceert. Ook dit heeft impact op de openbare ruimte. Naast de warmtetransitie zijn er diverse andere grote ontwikkelingen met impact op de openbare ruimte.
Bijvoorbeeld
windmolens
en
energie
opwek
zonneparken.
met En
klimaatadaptatie zal in de toekomst mogelijk ook ruimte vragen. Daarnaast nieuwbouw. Om de impact van al deze ruimtelijke ontwikkelingen goed op elkaar af te stemmen, is regie vanuit de gemeente nodig.
17
concept 1.0 1.4 Doelstelling Zoals vastgesteld in het energietransitie rapport uit 2013 en de daaropvolgende uitvoeringsprogramma’s, wil de gemeente Venray in 2030 een besparing realiseren van 37,5% op het totale energiegebruik in de hele gemeente ten opzichte van 2013, waarbij een hoeveelheid van 45% van de resterende energiebehoefte in 2030 in Venray wordt geproduceerd met schone technieken zoals zon, biomassa en aardwarmte. Hiermee wordt
voldaan
aan
het
gekozen
scenario
‘energieneutraal
met
compensatie-
maatregelen’. Deze doelstelling geldt voor heel Venray, niet alleen voor de gebouwde omgeving. Een belangrijk onderdeel voor het behalen van deze doelstelling, is dus het reduceren van de energiebehoefte. De warmtevraag van de gebouwde omgeving speelt hier een belangrijke rol in.
Doelen voor 2030:
• CO2-reductie ten opzichte van 2020 voor de gebouwde omgeving. We zijn de Energiestrategie 2030 aan het herijken en hebben daarvoor CE Delft opdracht gegeven om de cijfers voor Venray te analyseren. Op basis van deze getallen zullen we gaan bepalen welke doelen we willen bereiken in 2030.
• Grotere maatschappelijke betrokkenheid bij de warmtetransitie, zichtbaar door de aanwezigheid
van
meerdere
samenwerkingsvormen
die
zich
inzetten
voor
verduurzamen van gebouwen en door draagvlak voor energiebesparing
• Helderheid over de toekomstige warmteoplossing voor ieder gebouw in Venray, resulterend in een duidelijk stappenplan. In het bijzonder is er aandacht voor waar/of een warmtenet toekomst heeft.
• De warmtetransitie geeft een impuls aan andere opgaves, zoals de opwekking van duurzame elektriciteit, sociale cohesie of klimaatadaptatie.
18
concept 1.0
concept 1.0
Sociaal-maatschappelijke analyse 2.1 Typering Venray 10%
De warmtetransitie is een enorme
7% 8%
13%
opgave. Dit is geen opgave voor de gemeente alleen, maar wordt
20%
22%
gedaan samen met de inwoners en andere belanghebbenden. Resultaten Motivaction Eind
2019
onderzoeksbureau
25%
23%
is
40%
32%
door Nederland
Motivaction
Venray
gekeken naar de drijfveren van inwoners
van
Venray
om
duurzaam gedrag te vertonen. Er worden
vijf
groepen
mensen Figuur 2.1: Resultaten van een onderzoek naar de drijfveren van inwoners om duurzaam gedrag te vertonen. Binnen resultaten voor heel Nederland en buiten voor de gemeente Venray.
onderscheiden, die verschillen in de manier waarop zij zich met duurzaamheid bezig houden zoals gezien in figuur 2.1. Hieruit blijkt dat inwoners ‘Structuurzoekers’
zijn.
van
Deze
Venray
groep
meer
toont
dan in de rest
weinig
interesse
in
van
Nederland
het
onderwerp
duurzaamheid en is moeilijker te verleiden in actie te komen. Daarnaast is er een grote groep ‘Statusbewusten’, die vooral interesse hebben in comfort, techniek en innovatie. Tot slot is één op de vijf inwoners een ‘Verantwoordelijke’; dit type mensen vindt duurzaamheid belangrijk en is bereid zich te informeren en stappen te zetten. Het feit dat er in Venray nog relatief weinig initiatieven zijn vanuit inwoners om zelf te verduurzamen, klopt met het beeld uit dit onderzoek. Uit een online peiling blijkt bijvoorbeeld, dat maar liefst 44 % van de inwoners het eens is met de stelling: “In mijn woning zal altijd gas nodig zijn”4. De belangrijkste reden hiervoor is zorg over de betaalbaarheid.
20
concept 1.0 Informatieavond Op 22 juni hebben inwoners de mogelijkheid gehad om deel te nemen aan een webinar over de warmtetransitie. Hier werd het ‘waarom’ van de transitie uitgelegd en kregen deelnemers meer informatie over de Nederlandse warmtetransitie. Denk aan het tijdspad, de wettelijke kaders en de technische mogelijkheden. De 43 kijkers konden ondertussen reageren op polls en chatten met experts. Resultaten inwoners-enquête Tussen de informatieavond en 11 juli 2021 is een online enquête afgenomen. Vooraf was
de
verwachting
dat
Venraynaren
overwegend
negatief
tegenover
de
warmtetransitie zouden staan. Dat beeld wordt bevestigd. Met name de vraag over welke ambitie de gemeente zou moeten hebben is hierin verhelderend: het populairste antwoord was dat van de laagst mogelijke ambitie. Overigens verwacht zo’n 30% van de inwoners juist een hoge ambitie van de gemeente. En ook inwoners die minder positief staan tegenover de warmtetransitie als geheel, geven wel aan hun eigen woning te isoleren en/of zonnepanelen te nemen. Financiële motieven zijn hierbij de belangrijkste prikkel. Betaalbaarheid wordt ook met afstand als belangrijkste overweging genoemd voor de gemeente in het opstellen van de transitievisie. Tot slot is opvallend dat de gemeente vaak genoemd wordt als belangrijkste bron voor onafhankelijk informatie over dit thema. Voor de complete uitkomst van de enquête zie Bijlage VI. Initiatieven in de samenleving Inwoners van Venray hebben zich georganiseerd in energiecoöperatie Beepower. Deze houdt zich vooral bezig met duurzame opwekking van elektriciteit, maar wil zich in de toekomst
ook
meer
op
de
warmtetransitie
gaan
richten.
Er
is
nog
geen
inwonerscollectief dat zich specifiek richt op het verduurzamen van gebouwen. Daarnaast zijn diverse ondernemers actief met het benutten van biomassa. Met elf biomassaprojecten
waarvoor
SDE
subsidie
is
aangevraagd,
heeft
Venray
bovengemiddeld veel initiatieven op dit vlak. Gemiddeld zijn er in Nederland minder dan twee biomassa-projecten per gemeente. Eén van de bedrijven die biomassa verbrandt, heeft al aangegeven in staat te zijn eventueel warmte te willen leveren voor een warmtenet
21
concept 1.0 Conclusie en aandachtspunten Op basis van voorgaande uitkomsten, kan een strategie bepaald worden om de inwoners van Venray op een goede manier mee te nemen in het proces. Een sterk participatieplan móet onderdeel zijn van de stap naar uitvoering in de komende jaren. Hierbij kunnen de volgende aandachtspunten geformuleerd worden:
• Betaalbaarheid: Geboden oplossingen moeten laagdrempelig en betaalbaar zijn. Het moet duidelijk zijn, dat de inwoner zélf hier iets aan heeft.
• Bewustwording: Inwoners bewust maken van de opgave, afwegingen en mogelijke oplossingen. Informatie zorgvuldig afstemmen op de doelgroep.
• Samenwerking: Bestaande inwonersinitiatieven verder faciliteren en uitbouwen. Bewoners laten zich vaak sneller enthousiasmeren door een mede-inwoner dan door de gemeente. Om die reden is het belangrijk om de initiatieven die er zijn goed te ondersteunen en meer inwoners aan te moedigen zich te organiseren.
• Realistische doelstellingen: Er lijkt weinig draagvlak te zijn voor een collectief warmtenet. Individuele oplossingen kunnen op meer steun rekenen, zeker bij een korte terugverdientijd. Een logische keuze is om als gemeente extra aandacht te schenken aan isolatie, zonnepanelen en hybride warmtepompen en (nog) niet vol in te zetten op een warmtenet.
22
concept 1.0 2.2 Belanghebbenden Naast de inwoners, zijn er ook diverse andere partners in de warmtetransitie. In de uitwerking van deze visie moeten zij betrokken worden. De rol die zij hierin krijgen, zal voor iedere partner anders zijn. De gemeente gaat met hem in gesprek om dit samen te onderzoeken. In de voorstudie van BDH is met veel van deze partijen al gesproken, en ook in het vervolgtraject zal dat weer gebeuren. Het gaat in ieder geval om de volgende partijen: Enexis De
Regio/RES
netbeheerder
is
verantwoordelijk
voor
In heel Nederland zijn gemeentes
elektriciteits- en gasnet. Het elektriciteitsnet moet
aan
worden verzwaard,
energietransitie.
terwijl het gasnet mogelijk
het
werken In
aan
de
RES
regio
verdwijnt.
Noord en Midden Limurg werken
WonenLimburg
vijftien gemeenten, waterschap
Deze sociale verhuurder is eigenaar van ongeveer 24%
van
de
woningvoorraad
in
Venray.
WonenLimburg heeft bezit in het grootste deel van Limburg en is met 26.000 woningen de grootste corporatie in Limburg. Woningcorporaties zijn door het
Rijk
aangewezen
als
startmotor
van
de
warmtetransitie. Samen met de gemeente Venray moet deze rol vorm krijgen. VvE’s Eigenaars
van
appartementencomplexen
organiseren zich in een Vereniging van Eigenaren. Zo kunnen de bewoners samenwerken om hun gebouw te verduurzamen.
Deze projecten zijn
technisch niet ingewikkelder dan het isoleren van een
enkele
woning,
maar
de
financiering
en
organisatie is wel lastiger. Extra ondersteuning vanuit de gemeente kan helpen de barrières te slechten. In Venray is onderling contact tussen de VvE’s, dat is een bruikbaar uitgangspunt voor de gemeente om hiermee aan de slag te gaan
23
Limburg en Enexis samen om regionale afstemming te bereiken over
duurzame
energie-
opwekking en verwarming.
concept 1.0 2.3 Behaalde successen en lopende projecten Successen uitvoeringsprogramma 2014-2017 Hieronder staan enkele uitkomsten beschreven van het uitvoeringsprogramma 20142017, die relevant zijn voor de transitievisie warmte:
• De collectieve inkoopcampagne zonnepanelen huishoudens (Zonnig Zeker) heeft geleid tot een duidelijke toename van het aantal huishoudens met zon-PV op het dak;
• Naast het lokale loket is er een regionaal energieloket gerealiseerd dat zich richt op het stimuleren van energiemaatregelen bij particuliere woningeigenaren;
• De bouw van nieuwe woonwijk Brabander is in volle gang. Bij fase 3 wordt vanuit de gemeente ingezet op een aardgasloze, bijna energieneutrale wijk;
• De energieprestatieafspraken met de woningcorporatie zijn concreter gemaakt; • Voor de gemeentelijke gebouwen heeft een energieaudit plaatsgevonden. Het aansluitregister is geactualiseerd en alle aansluitingen zijn inmiddels voorzien van een slimme meter;
24
concept 1.0 Lopende projecten uitvoeringsprogramma 2018-2021 De volgende projecten zijn opgezet om inwoners te stimuleren actief aan de slag te gaan met het verduurzamen van hun eigen woning:
• Jaarlijkse deelname aan de landelijke duurzame huizenroute. • Energieadvies om woningen te isoleren. Zowel door een adviseur van de gemeente als via Plus je Huis.
• In 2020 en 2021 is met RRE- en RREW-subsidies de campagne “Venray Bespaart” uitgevoerd. Hierbij zijn onder andere op vier zaterdagen vouchers uitgedeeld voor isolatiematerialen bij lokale bouwmarkten.
• Website Venray Vergroent, waar alle gemeentelijke informatie over duurzaamheid bij elkaar staat. Ook over vervoer, afval en energie.
• Warmtescans
van
1.100
woningen
om
inwoners
bewust
warmtelekken in hun huis en de mogelijkheden voor isolatie.
25
te
maken
van
concept 1.0
concept 1.0
Technische potentieanalyse 3.1 Oplossingen en potentie in Venray Het Expertisecentrum Warmte (ECW) is in Nederland het kennisinstituut als het aankomt op de warmtetransitie. ECW heeft vier hoofdstrategieën geformuleerd om aardgasvrij te worden. Onder elke hoofdstrategie vallen nog een flink aantal suboplossingen. In bijlage II staat een uitgebreide omschrijving van de mogelijke technieken
om
gebouwen
aardgasvrij
te
maken.
Zoals
figuur
3.1
illustreert,
onderscheiden de voorkeursstrategieën van het instituut zich op basis van twee variabelen:
• Is er dichte bebouwing of staan gebouwen ver uit elkaar?
• Is het pand goed geïsoleerd, en daarmee geschikt voor lage temperatuurverwarming? Welke strategie de meeste potentie heeft voor welke panden in Venray is berekend met behulp van de Transitietool Aardgasvrij, die door DbV ontwikkeld is. Deze analyse op pandniveau is diepgaander dan oorspronkelijk bedoeld met de Transitievisie Warmte, maar noodzakelijk om goed onderbouwde keuzes te kunnen maken.
Figuur 3.1: De voorkeursstrategieën van het ECW.5
Met behulp van zeven variabelen wordt voor ieder pand de kansrijkheid van iedere strategie berekend. Variabelen zijn onder andere bouwjaar, warmtedichtheid, type eigenaars en energielabel. Zie bijlage 3 voor verdere toelichting. Voor iedere woning wordt de beste strategie weergegeven op een kaart. Hierbij is een ondergrens gehanteerd, voor sommige panden is (nog) geen van de strategieën realistisch. Dat betekent niet dat het technisch onmogelijk is die panden aardgasvrij te maken, maar wel dat de kosten (te) hoog zouden oplopen of dat het om andere redenen nu niet haalbaar wordt geacht. Het doel van deze analyse is niet om per woning te beslissen wie welke oplossing moet kiezen. De gebruikte data is daarvoor ook niet gedetailleerd genoeg. De analyse helpt wel om clusters te bepalen voor collectieve oplossingen. Ook helpt deze aanpak om inzicht te krijgen in de verhouding tussen de diverse oplossingen per kern. Tot slot geeft de analyse inzicht in de grootte van de opgave in Venray en de potentie die er is.
27
concept 1.0 Een totaaloverzicht van de uitkomsten van de analyse is weergegeven in figuur 3.2 en 3.3. In Venray hebben individuele oplossingen de grootste potentie (46% van de panden). Dat betekent dat er in Venray vooral veel kansen zijn voor elektrische warmtepompen en hybride warmtepompen. Hybride warmtepompen zijn een tussenstap naar een toekomst zonder aardgas, bij deze oplossing is er naast een warmtepomp ook nog een gasgestookte cv-ketel aanwezig. Daarnaast is er in het centrum van Venray mogelijkheid voor een warmtenet met hoge temperaturen (15%
van de
panden).
Lage
temperatuur
warmtenetten
hebben
nauwelijks potentie. Voor 35% van de panden wordt nog geen oplossing gevonden. Dit betekent niet dat er voor deze gebouwen geen oplossing bestaat. Toekomstige ontwikkelingen op technischeconomisch en sociaal-maatschappelijk gebied zullen ertoe leiden dat er nieuwe kansen ontstaan voor deze panden. Daarom moet er periodiek een nieuwe analyse gedaan worden op basis van nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Dit gebeurt elke vijf jaar bij de actualisatie van de Transitievisie Warmte. Deze herijking van de warmtevisie kan ook gevolgen hebben voor de gebouwen waarvoor al een potentiële oplossing gevonden is. Bij alle panden, ook die waarvoor nu nog geen oplossing is gevonden, is isolatie een goede maatregel om voor te bereiden op de toekomstige warmtevoorziening en nu al energie te besparen.
Interpretatie van de analyseresultaten Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de analyseresultaten en
de
daadwerkelijke warmteoplossing die per pand gekozen wordt. De gemeente is geen eigenaar van de woningen en kan niet zomaar inwoners dwingen de oplossing te kiezen die uit deze analyse volgt. Welke oplossing een eigenaar kiest, is bovendien ook afhankelijk van factoren die niet in een rekenmodel te vangen zijn. Bijvoorbeeld persoonlijke voorkeur en onderhoudsstaat van het gebouw. De kaart geeft daarom een voorspelling welke oplossing in welke wijk kan ontstaan, maar is zeker niet bedoeld als bindend advies voor de betreffende eigenaars. Wel kan met deze kaart een inschatting gemaakt worden waar verzwaring van het elektriciteitsnet in de toekomst nodig zal zijn. Ook kan hiermee bepaald worden waar collectieve netten de meeste kans van slagen hebben.
28
concept 1.0
Figuur 3.2: Potentie voor verschillende warmtestrategieën in Venray. In rood is te zien dat er alleen in de dichtbebouwde delen van de stad Venray potentie is voor een warmtenet. Nieuwere woonwijken vallen op door veel potentie voor warmtepompen (geel). Tot slot is te zien dat in het buitengebied vooral hybride-warmtepompen mogelijk zijn. Als bijlage 5 is deze kaart op hogere resolutie toegevoegd
Alleen isoleren 5.906
Individuele elektrische warmtepomp 4.067
MT/HTwarmtenet 2.548 Hybride hernieuwbare gassen 3.665
LT-warmtenet 566
Figuur 3.3: Aantallen panden per oplossing. Aangezien in één pand meerdere woningen aanwezig kunnen zijn (flatgebouw), is het totaal aantal panden lager dan het aantal gebouwen dat genoemd is in hoofdstuk 2.
29
concept 1.0 3.2 Geschiktheid aanwezige warmtebronnen In plaats van aardgas komen meerdere nieuwe energiebronnen en -dragers. Uitgebreide toelichting staat in bijlage IV. In deze paragraaf wordt beschreven hoeveel energie er lokaal beschikbaar is voor een warmtenet en hoe dit zich verhoudt tot de totale warmtevraag. De getallen zijn gebaseerd op de studie van BDH in najaar 2020. De hoeveelheid warmte wordt uitgedrukt in terajoule, TJ. Eén terajoule staat ongeveer gelijk aan het jaarlijkse gasverbruik van 26 huishoudens. Gebouwde omgeving - 2019 Biomassa / biogas Geothermie
Onbekend
Restwarmte HT
Hoge temperatuur
Aquathermie - drinkwater
Lage temperatuur
Aquathermie - afvalwater Aquathermie - oppervlaktewater
> 8.986
Restwarmte LT Potentie Vraag
0
500
1.000 Warmte inhoud [TJ]
1.500
2.000
Figuur 3.4: totale hoeveelheid energie jaarlijks beschikbaar in Venray op basis van BDH
In figuur 3.4 is te zien hoeveel energie er jaarlijks beschikbaar is. In rood staan de bronnen die een hoge temperatuur kunnen leveren, voor een warmtenet of groengas. In blauw staan bronnen die lage temperatuur kunnen leveren aan een warmtenet. Ter vergelijking is in roze de warmtevraag van alle gebouwen in Venray aangegeven. De twee bronnen met de meeste potentiële energie zijn biomassa/biogas en aquathermie Biomassa en biogas Over de duurzaamheid biomassa en biogas woedt een nationale discussie. Als de bron een lokale reststroom is, is de energie het meest duurzaam. Ook fijnstof is een aandachtspunt bij het gebruik van biomassa. Tot slot wordt er nu al veel biomassa gestookt in Venray, vooral door agrarische ondernemingen. Daardoor zal niet de gehele potentie beschikbaar zijn voor de gebouwde omgeving.
30
concept 1.0 Aquathermie Bij aquathermie is naast de hoeveelheid beschikbare energie ook de afstand tot bebouwing van belang, omdat de infrastructuur duur is om aan te leggen. Binnen 500 meter van de bebouwde kom van Venray is 267 TJ beschikbaar voor aquathermie (vooral Loobeek). De overige potentie komt met name van de Maas, maar er is in de buurt van de Maas nauwelijks bebouwing die zich leent voor een warmtenet. Daarbij levert aquathermie in principe lage temperatuur warmte, terwijl er in Venray slechts zeer beperkt potentie is voor een lage temperatuur warmtenet. De RES zal nog onderzoek doen naar aquathermie. Voor een warmtenet in Venray zijn dus wel enkele bronnen denkbaar, maar nadere haalbaarheidsstudie zou moeten uitwijzen of die bronnen ook voldoende aansluiten bij de vraag.
3.3 Impact op elektriciteits- en gasnet De energie- en warmtetransitie heeft de nodige impact
op
het
bestaande
elektriciteits-
en
gasnet. Netbeheerder Enexis is de eigenaar van deze netten. Bij beide onderdelen speelt een andere opgave. Elektriciteitsnetten worden meer belast en moeten verzwaard worden. Gasnetten daarentegen
zullen
op
termijn
mogelijk
verdwijnen, maar moeten tot die tijd wel nog worden onderhouden. Elektriciteitsnet verzwaren Ook
zonder
de
warmtetransitie
zal
elektriciteitsnet meer belast worden.
het
Steeds
meer mensen rijden een elektrische auto en ook in de industrie stappen
bedrijven over
op
elektriciteit. Wanneer woningen over gaan op (hybride) Figuur 3.5: Elektriciteitsnet werkzaamheden in de straat.6
warmtepompen
zal
de
elektriciteitsvraag extra stijgen. Mogelijk kan deze elektriciteit lokaal opgewekt worden door zonnepanelen, maar vraag en aanbod zullen nooit gelijk op gaan.
31
concept 1.0 In de zomer is de opwek het grootst, terwijl de warmtevraag in de winter het grootst is. In praktijk betekent
dit,
dat
er
netverzwaringen nodig zullen zijn: meer kabels in de grond en meer verdeelstations. Dit is werk dat tijdig gepland moet worden en de nodige ruimtelijke impact heeft: de straten moeten open en de
Figuur 3.6: Ruimtelijke impact van een distributiestation.6
distributiestations moeten ergens geplaatst worden. Enexis houdt hier al rekening mee en kan met een zelf ontwikkelde tool in kaart brengen wat voor gevolgen keuzes in de warmtevoorziening hebben op de ontwikkeling van het elektriciteitsnet. In figuur 3.7 is de situatie weergegeven als de helft van de bewoners een hybride warmtepomp zou nemen. In Venray valt de netverzwaring relatief mee. In alle scenario’s zijn alleen in de wijk Landweert extra onderstations nodig. Door de hele gemeente zijn wel zwaardere kabels nodig, maar ook die hoeveelheden zijn te overzien. Afstemming met Enexis blijft van groot belang, om te zorgen dat de verzwaringen op tijd ingepland kunnen worden.
Figuur 3.7: Schermafbeelding uit de tool van Enexis; benodigde netverzwaring wanneer 50% van de bebouwing over gaat op een hybride warmtepomp.
32
concept 1.0 Gasnet Als inwoners zijn overgestapt op
een warmtenet of warmtepomp,
kunnen de
gasleidingen verwijderd worden. Dat kan wel alleen als álle bewoners in een buurt of gebied meedoen en ook bereid zijn hun gasfornuis in te ruilen voor een inductieplaat. Hier speelt dus een belangrijke uitdaging op gebied van draagvlak en participatie. Ook ligt hier een mogelijke koppelkans: Uit de technische potentie analyse is gebleken dat er in het centrum van Venray kansen bestaan voor een warmtenet. Hier liggen relatief verouderde stalen gasbuizen, die ergens in de komende 10 jaar vervangen moeten worden. Geplande vervanging van deze buizen kán dus samen op gaan met de aanleg van een warmtenet, zelfs als het gasnet niet onmiddellijk verdwijnt. Het is belangrijk om te beseffen, dat de netbeheerder zijn werkzaamheden nooit plant op basis van één buurt of wijk. Om die reden moet het plan zo integraal mogelijk zijn:
• Idealiter inclusief duurzame opwek, mobiliteit en klimaatadaptatie • Afstemming tussen gemeentes en overige stakeholders Op basis van bovenstaand kan een maatschappelijk wenselijke prioritering worden vastgesteld.
33
concept 1.0 3.4 Aanbevolen strategie op basis van technische potentie In Venray is vooral veel potentie voor individuele oplossingen, dus volledig elektrische warmtepompen
en
hybride
warmtepompen.
Hiervoor
is
verzwaring
van
het
elektriciteitsnet nodig. Het bijplaatsen van elektriciteitsstations is alleen nodig in de wijk Landweert, door de hele gemeente is (beperkte) verzwaring van elektriciteitskabels noodzakelijk. In het centrale deel van Venray is een warmtenet de meest gunstige oplossing. Op korte termijn is biomassa de enige mogelijke energiebron voor dit net. Op langere termijn kan geothermie of een hoge temperatuur warmtepomp in combinatie met aquathermie ook een bron zijn, dit zijn echter nog geen volwassen technieken. Isoleren is voor alle woningen met weinig of geen isolatie een zinvolle ingreep. Dat komt door het hogere comfort en de verlaging van de energierekening. Daarnaast zijn er oplossingen waarbij goede isolatie een voorwaarde is om de oplossing technisch mogelijk te maken. Bij warmtepompen en lage temperatuur warmtenettten is isolatie op label B of beter nodig. Bij hybridewarmtepompen is isolatie vanaf label C het minimum.
34
concept 1.0
concept 1.0
Van strategie naar uitvoering Om de doelen uit hoofdstuk 2 te realiseren, kunnen vier sporen worden ingezet:
• Een programma ‘verduurzamen woningen’. • Vervolgstappen warmtenet • Strategische samenwerking om de opgave te delen met andere partijen en inwoners van de gemeente.
• Utiliteitsbouw
In al deze sporen is communicatie en participatie van inwoners van cruciaal belang. Alleen met voldoende draagvlak kan de warmtetransitie tot een succes worden. Het informatietraject dat al is ingezet, kan daarbij als startpunt dienen.
4.1 Aanbevolen sporen Programma ‘Verduurzamen woningen’ Het belangrijkste spoor, omdat de meeste gebouwen in Venray zijn aangewezen op individuele oplossingen. Dit programma behelst alle projecten om eigenaars van woningen te helpen bij individuele maatregelen. Die maatregelen kunnen gaan van isolatie tot warmtepompen en zonnepanelen. Dit programma draagt bij aan vrijwel alle doelen uit hoofdstuk 2, zeker ook aan het doel om inwoners te motiveren en organiseren. Door de uitrol van dit programma worden de volgende doelen gerealiseerd:
• Aardgasbesparing
in Venray door isolatie, warmtepompen (ook hybride) en
energiezuinig gedrag
• Er zijn projecten die aansluiten bij de specifieke behoeftes van deze doelgroepen: o VvE’s o Monumenten o Particulieren zonder financiële leenruimte o Verhuurders
• De bestaande energiecoöperatie wordt steviger • Inwoners voelen meer urgentie en inwoners
organiseren zich rondom het
verduurzamen van de woningen
• Iedereen went aan het idee dat volgende stap een aardgasvrije woning is. Genomen maatregelen zijn een logische tussenstap naar dit einddoel.
36
concept 1.0 De meerwaarde van één programma voor alles rondom verduurzamen van de woning is dat dit een herkenbaar instituut kan worden voor inwoners en dat kruisbestuiving makkelijker wordt. Bijvoorbeeld bewoners die in eerste instantie informatie zoeken over zonnepanelen en ook geholpen worden met isolatieadvies. Dit programma kent bij voorkeur een breed scala aan projecten, want er is grote variatie aan type inwoners en behoeftes. Denk aan speciale aandacht voor mensen in energie armoede, VvE’s, monumenten. Twee projecten worden in 2021 al in gang gezet. In de eerste plaats zal de gemeente samen met buurgemeentes Beesel en Horst een samenwerkingsverband opzetten met lokale installateurs. Zij zijn de belangrijkste adviseurs wanneer inwoners een nieuwe cv-ketel of warmtepomp overwegen en kunnen dus een belangrijke rol spelen in het vergroten van het aandeel (hybride) warmtepompen in de gemeente. Het tweede project is om de VvE’s in Venray te ondersteunen bij isolatieprojecten en met elkaar in contact te brengen. Door te kiezen voor een programma, wordt samenhang tussen de projecten bewaakt, worden de projecten die het beste passen bij de gestelde doelen strategisch geselecteerd en wordt gemonitord of de doelstelling behaald wordt.
De acties die tot nu toe op dit vlak zijn uitgevoerd door gemeente Venray, vielen onder het (bredere) ‘Uitvoeringprogramma Energie Venray 2018-2021’ en zijn voorgangers. Aangezien de warmtetransitie van de gebouwde omgeving zo’n grote opgave is, adviseert DbV om hier vanaf 2022 een apart programma van te maken.
37
concept 1.0 Vervolgstappen warmtenet Een warmtenet is een oplossing per wijk met bijbehorend tijdspad per wijk. Er is sterkere centrale sturing nodig, bijvoorbeeld door de gemeente. Uit de potentieanalyse blijkt dat een warmtenet op één plaats kansrijk is: in het centrum van Venray en de wijken daar direct omheen. Echter, uit de bronanalyse blijkt dat er geen bron beschikbaar is die zonder meer kan worden
toegepast.
Biomassa
is
technisch
mogelijk, maar stuit op veel weerstand in de samenleving. De alternatieven zijn geothermie of
aquathermie
met
een
hoge
temperatuurwarmtepomp. Beide technieken zijn nog niet volwassen en zouden nader onderzocht moeten
worden
vóór
ze
kunnen
worden
toegepast. Daarnaast is het draagvlak voor een warmtenet in de samenleving niet groot. Het warmtenet wordt de voorkeursoplossing voor het centrale deel van Venray in 2050, maar om
er
worden
nog
geen
concrete
acties
genomen om een warmtenet aan te kunnen leggen.
In
uitzondering
hierop,
wordt
een
eventueel bewonersinitiatief voor een warmtenet wel ondersteund. De potentiële bronnen zijn in de toekomst wellicht makkelijker te realiseren. Ook kan het standpunt over een warmtenet nog wijzigen. Nu vergelijken veel inwoners een warmtenet met hun huidige gasgestookte cv-ketel. Op termijn zal men wellicht eerder de vergelijking maken met een warmtepomp, wat tot andere conclusies kan leiden. Daarom moet bij de volgende TVW in 2026 opnieuw serieus worden gekeken naar de mogelijkheden voor een warmtenet. 38
concept 1.0 Strategische samenwerking andere partijen Samenwerking is een belangrijke factor om de warmtetransitie te laten slagen. Van enkele belangrijke partners is omschreven hoe de samenwerking eruit zou kunnen gaan zien. Dit moet samen met hen nader worden uitgewerkt. WonenLimburg WonenLimburg is zelf in de lead voor haar eigen bezit. De gemeente stemt plannen af en kijkt waar ondersteuning nodig is. Leert mee van de experimenten van WonenLimburg. Veel sterker tweerichtingsverkeer is de samenwerking bij de koopwoningen
in
WonenLimburg. Samen
buurt
van
bezit
Voorbeelden
van
projecten:
optrekken
de om
gespikkeld
van
bezit
te
isoleren, inspiratie te bieden en bewustwording van
alle
wijkbewoners
te
vergroten.
Prestatieafspraken zijn een logisch vehikel om de samenwerking een formele basis te geven. Enexis Enexis stemt planning van werkzaamheden af met gemeente. Dat gebeurt nu ook al periodiek. Nieuw
is
de
afstemming
van
verwachte
netverzwaring en verwijderen cq niet vervangen van het gasnet. Regionaal Samenwerking
met
gemeentes
die
voor
vergelijkbare opgaves staan, kan leiden tot efficiëntere projecten. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan de RES, maar het kan ook een
ander
soort
samenwerking
zijn,
zoals
bijvoorbeeld de samenwerking met gemeentes Bergen,
Gennep
en Mook
en
Middelaar
Energielandgoed Wells Meer.
39
in
concept 1.0 Intern binnen de gemeente De warmtetransitie raakt aan veel andere onderdelen van de gemeente, zeker die in de openbare
ruimte.
Gebiedsvisies,
omgevingsvisie,
nieuwbouwontwikkelingen
en
herstructureringen moeten worden afgestemd op de warmtetransitie. Energiecoöperatie Een energiecoöperatie werkt ideeën van inwoners uit of is betrokken bij het opstellen van beleid. Er is in Venray nog geen energiecoöperatie die zich met duurzame warmte bezig houdt. Bewonersinitiatieven verdienen ondersteuning van de gemeente in kennis, tijd en geld. Ook moet de gemeente in haar plannen ruimte en flexibiliteit inbouwen voor bewonersinitiatieven. Utiliteitsbouw Alle gebouwen die geen woning zijn vallen onder de utiliteitsbouw. Dit betreft bijvoorbeeld het gemeentelijk vastgoed, maar ook ander maatschappelijk vastgoed en commercieel vastgoed. Vanwege de uiteenlopende gebouwen, zijn uiteenlopende projecten noodzakelijk. Voor gemeentelijk en ander maatschappelijk vastgoed kan een routekaart
gemaakt
worden
om
in
de
energieneutraal te maken.
40
komende
dertig
jaar
alle
gebouwen
concept 1.0 4.2 Rol gemeente De rolkeuze van de gemeente is een combinatie van drie factoren:
• Meer focus op het volgen van initiatieven uit de samenleving of als gemeente meer sturing geven op de grote lijnen
• De opgave verbinden met andere opgaves en integraal aanvliegen of focussen op resultaat in CO2-besparing. Voorbeelden van andere opgaves die onderdeel kunnen zijn van de warmtetransitie: armoede bestrijding (energiearmoede), circulair materiaalgebruik, klimaatadaptatie
• Vooroplopen, maar daarvoor ook veel energie en financiële middelen beschikbaar moeten stellen of voldoen aan de wettelijke doelstellingen met de middelen die er zijn. Venray kiest in het algemeen het liefst voor een rol waarbij initiatieven uit de samenleving veel ruimte krijgen en op die manier ook draagvlak in de samenleving gewaarborgd wordt. Echter, er is op dit moment nog geen energiecoöperatie actief op het vlak van de warmtetransitie. De voorlopige rolkeuze is daarom om het heft in eigen hand te nemen en pro-actief inwoners te helpen bij isolatie en verduurzaming. Tegelijk blijft het doel om dit zoveel mogelijk samen met de inwoners te realiseren. Zodra zich wel initiatieven in de samenleving aandienen, zullen deze alle ruimte krijgen. Ook krijgt participatie veel aandacht in de uitvoeringssporen. In het licht van de huidige personele bezetting voor het onderwerp warmte-transitie en de ruimte in de begroting voor de komende jaren, is een voorlopersrol nu niet realistisch. Ook is gezien deze keuze minder ruimte voor een integrale aanpak.
41
concept 1.0 4.3 Wat betekent dit voor de gemeente Het realiseren van de ambities uit het Klimaatakkoord gaat veel vragen van alle gemeentes. Een heel nieuwe rol, waarvoor in de meeste gevallen ook een heel nieuwe afdeling moet worden opgetuigd. Om vanaf 2022 vol energie met de warmtetransitie te kunnen starten, moet uiteraard budget worden vrijgemaakt. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat gemeentes hiervoor gecompenseerd worden door het Rijk. Op dit moment is nog niet duidelijk vanaf wanneer en met welke bedragen de Rijksoverheid bijdraagt aan de kosten. Onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (AEF) deed najaar 2020 in opdracht van de Raad voor het Openbaar Bestuur een studie naar de kosten van de energietransitie voor gemeentes. In het hoofdstuk gebouwde omgeving worden de gevolgen van de warmtetransitie beschreven. De studie onderscheidt 8 verschillende sporen, van ‘verduurzamen eigen vastgoed’ tot ‘samenwerking met VvE’s en corporaties’ en ‘energieloket’. AEF komt tot de conclusie dat gemeentes alleen al aan extra medewerkers structureel 7,5 tot 11 fte nodig hebben, met een kostenpost van 8 tot 12 ton per jaar. Op dit moment zijn er in Venray drie medewerkers die werkzaamheden rondom de warmtetransitie in hun takenpakket hebben. Geen van deze medewerkers is volledig vrijgemaakt voor het verduurzamen van de gebouwde omgeving.
42
concept 1.0 4.4 Conclusie In 2050 moet alle gebouwen in Venray van het aardgas af zijn. Deze transitievisie warmte beschrijft de route hier naartoe. Op dit moment gebruikt meer dan 99% van de gebouwen in Venray nog aardgas voor verwarming, warm water en/of koken. De opgave is dan ook groot.
De opgave heeft grote impact op iedereen, achter de voordeur van vrijwel iedere woning zal de warmtetransitie gemerkt worden. Dat betekent dat de sociaalmaatschappelijke uitdaging misschien wel groter is dan de technische uitdaging. Om alle Venraynaars te betrekken zijn vier randvoorwaarden geformuleerd: betaalbaarheid, bewustwording, samenwerking en realistische doelstellingen. Ook
andere
partners
krijgen
een
grote
rol
in
de
transitie.
Bijvoorbeeld
de
woningbouwvereniging en Enexis. Op technisch vlak blijkt de meeste potentie voor isolatie en individuele warmtepompen. Daarnaast is een warmtenet voor grote delen van de stad Venray de meest haalbare oplossing. Echter, omdat bronnen nog ontwikkeld moeten worden en het draagvlak beperkt is, zal hier in eerste instantie minder aandacht naar uit gaan. Om de transitie op gang te helpen, zijn vier uitvoeringssporen gesuggereerd: • Een programma ‘verduurzamen gebouwen’. Dit programma behelst alle projecten om eigenaars van woningen te helpen bij individuele maatregelen. Die maatregelen kunnen gaan van isolatie tot warmtepompen en zonnepanelen. • Vervolgstappen warmtenet • Strategische samenwerking om de opgave te delen met andere partijen en inwoners van de gemeente. • Utiliteitsbouw, maatschappelijk en gemeentelijk vastgoed Hiermee kan Venray voldoen aan de doelstellingen voor 2030 en uiteindelijk 2050. De impact op de gemeente zal groot zijn, ook voor wat betreft de gemeentelijke organisatie.
43
concept 1.0
concept 1.0
Bronnen 1
Kerncijfers wijken en buurten, CBS, 2020 https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2020/29/kerncijfers-wijken-en-buurten-2020
2
Klimaatmonitor, 2019 https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/energiegebruik/
3
Vattenfall onderzoek: Nederland aardgasvrij, Vattenfal https://www.vattenfall.nl/duurzame-energie/geef-gas-op-groen/aardgasvrij/
4
In mijn woning zal altijd gas nodig zijn, Burgers van Venray https://burgersvanvenray.nl/
5
Strategiefactsheets, ECW https://expertisecentrumwarmte.nl/themas/de+leidraad/strategiefactsheets/default.aspx
6
“Wijkuitvoeringsplan in samenwerking met de netbeheerder”, Netbeheer Nederland https://www.netbeheernederland.nl/wijkuitvoeringsplan#:~:text=In%20samenwerking%20m et%20de%20netbeheerder.&text=Nederland%20werkt%20aan%20de%20energietransitie.&te xt=Alle%20gemeenten%20in%20Nederland%20stellen,maken%20van%20de%20gebouwde% 20omgeving
7
‘Adiabatic Flame Temperatures’, The Engineering ToolBox https://www.engineeringtoolbox.com/adiabatic-flame-temperature-d_996.html
45
concept 1.0
concept 1.0
Bijlagen Bijlage I: Rapport BDH
45
Bijlage II: Warmtestrategieën ECW
46
Bijlage III: Welke oplossing past waar in Venray
58
Bijlage IV: Warmtebronnen
60
Bijlage V: Hoge resolutie potentiekaarten
67
Bijlage VI: Uitslag enquête
68
47
concept 1.0 Bijlage I: Rapport BDH, los bestand
48
concept 1.0 Bijlage II: Warmtestrategieën ECW5 Strategie 1: individuele elektrische warmtepomp Wat is het? De
individuele
elektrische
warmtepomp
verwarmt een pand door warmte uit de bodem, ventilatieretourlucht of de buitenlucht te halen. Door slimme technieken kan uit lucht of water van bijvoorbeeld maar 10 graden toch genoeg warmte gehaald worden om te douchen en je huis te verwarmen. Omdat een warmtepomp niet veel warm water ineens kan maken, is een opslagvat
(boiler)
nodig.
Een
warmtepomp
verbruikt elektriciteit. Met één kWh elektriciteit kan een warmtepomp 2 tot 5 kWh warmte
Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW
maken. Het gasnet is niet langer nodig voor panden die van deze oplossing gebruik gaan maken. Voor welke panden is het geschikt? Een elektrische warmtepomp maakt water op een relatief lage temperatuur (ongeveer 30 tot maximaal 55 °C). Bij een traditionele cv-ketel wordt het water in de radiatoren tot 90 °C. Een pand moet daarom heel goed geïsoleerd zijn om het voldoende te kunnen verwarmen en moet voorzien worden van speciale radiatoren of van vloerverwarming. De isolatie maakt dat deze oplossing bij bestaande woningen vaak duurder is dan alternatieven. Daarom is een warmtepomp vooral geschikt voor nieuwere woningen en oudere woningen die al heel goed geïsoleerd zijn. Omdat met deze technologie warmte uit omgevingslucht en bodem gehaald wordt, kan deze strategie nagenoeg overal toegepast worden, ook daar waar geen warmtebronnen beschikbaar zijn. Dit betekent wel dat het elektriciteitsnet zwaarder belast wordt. Als veel
woningen
een
individuele
elektrische
warmtepomp
krijgen,
is
verzwaring
noodzakelijk. Dit is één van de redenen dat de transitievisie met netbeheerder Enexis wordt afgestemd.
49
concept 1.0 Een bijkomend voordeel van de individuele elektrische warmtepomp is dat veel modellen ook kunnen voorzien in de toenemende koudevraag ten gevolge van steeds warmere zomers. Wat betekent dit voor de gemeente? De
individuele
warmtepomp oplossing,
is
elektrische
een
individuele
huishoudens
onafhankelijk
van
warmtepomp
nemen.
kunnen
elkaar
een
Centrale
regie is alleen noodzakelijk als de warmtepompen van
gebruik
bodembronnen.
bodembronnen kunnen
maken Meerdere
dicht
bij
elkaar
elkaar
ongewenst
opwarmen of afkoelen. Daarom moeten
afspraken
gemaakt
worden als meerdere bronnen bij elkaar in de buurt komen. Warmtepompen zijn duurder en ingewikkelder dan cv-ketels. Veel mensen hebben moeite overzicht te krijgen van alle verschillende bronnen
en
Onafhankelijke
technieken. informatie
en
praktische hulp bij de keuze kan de
drempel
verlagen
om
een
warmtepomp aan te schaffen.
50
concept 1.0 Strategie 2/3: warmtenet met HT-, MT- of LT-bron Wat is het? Een warmtenet levert collectief warmte aan meerdere panden. Het is ook wel bekend als stadsverwarming.
Afhankelijk
van
de
temperatuur van de bron van het warmtenet zijn er
hoge-,
lage-
warmtenetten.
of Hoe
middentemperatuur hoger
de
aanvoertemperatuur is, hoe kleiner de kans dat er aanpassingen nodig zijn aan de radiatoren en isolatie in een woning. Bij aanvoertemperaturen lager dan zo’n 60 graden is aanvullend een installatie nodig om het risico op legionella in Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW
warm water te beheersen. Dit kan bijvoorbeeld een kleine ‘boosterwarmtepomp’ zijn, die het water extra verwarmt. De bron bepaalt de bijvoorbeeld
van
temperatuur.
hoge
Restwarmte van een elektriciteitscentrale is
temperatuur,
terwijl
met
aquathermie
meestal
geen
temperaturen van meer dan 50 graden gemaakt kunnen worden. Voor welke panden is het geschikt? Het gasnet wordt bij deze oplossing vervangen door een warmtenet waar warm water doorheen wordt gepompt. Deze leidingen vormen de grootste kostenpost bij deze strategie. Perfect voor deze oplossing lenen zich dus panden die dicht bij elkaar staan (bijvoorbeeld in het centrum van een stad of wijken met hoogbouw). Voor matig geïsoleerde panden is een hoge temperatuurbron nodig, voor nieuwe panden volstaat een lagere temperatuurbron. Daarnaast is deze oplossing eenvoudiger te realiseren als er minder verschillende eigenaren zijn, bijvoorbeeld omdat in de wijk veel bezit is van een woningcorporatie.
51
concept 1.0 Bij een warmtenet is niet of nauwelijks een investering nodig in de gebouwen zelf en hoeven de bewoners ook weinig zelf te regelen: ze worden volledig ontzorgd. Een nadeel voor de bewoners is dat er weinig keuzevrijheid is. Deze oplossing is alleen rendabel als een grote groep woningen min of meer tegelijk op het net aansluit, er is daardoor minder mogelijkheid op een natuurlijk moment (cv-ketel gaat kapot, verhuizing) te wachten. Wat betekent dit voor de gemeente? De
gemeente
heeft
een
grote
rol
bij
het
aanleggen van een warmtenet. Een grote groep gebouwen worden.
moet Dit
gelijktijdig
betekent
dat
gemobiliseerd
centrale
sturing
onmisbaar is. Daarnaast is de gemeente onder de nieuwe Wet Collectieve warmte (Warmtewet 2.0 in de volksmond) de enige aangewezen partij om een warmtekavel formeel toe te wijzen aan
een
exploitant.
Dit
gaat
aanbesteding.
Transparantie
maatschappelijke
kosten
en
middels
een
over
de
organisatie
zijn
cruciaal om een warmtenet te laten slagen.
52
concept 1.0 Strategie 4/5: hernieuwbare gassen Wat is het? De minst ingrijpende oplossing voor bewoners is om groengas (S4) of waterstof (S5) in het bestaande gasnetwerk in te voeden. Net als bij aardgas zorgt een cv-ketel voor verwarming en warm water. Voordeel is dat panden niet extra geïsoleerd
hoeven
hernieuwbare
gassen
te
worden
verwarmd
om te
met
worden.
Vanuit oogpunt van comfort en woonlasten kan het uiteraard wel wenselijk zijn te isoleren, maar technische
noodzaak
is
er
niet.
Ook
aanpassingen aan de installatie zijn niet nodig
Bron: Handreiking voor lokale analyse [2020-09-03], ECW
(groengas) of zijn heel beperkt (Waterstof). Voor welke panden is het geschikt? Groengas is momenteel beperkt beschikbaar. Waterstof als warmtebron moet zelfs nog ontwikkeld worden. Tot 2030 is deze strategie daarom niet geschikt om toe te passen, anders dan in pilots. Ook daarna zal er naar verwachting niet genoeg hernieuwbaar gas zijn om op grote schaal gebouwen te verwarmen. Zeer waarschijnlijk zal dit de oplossing worden die leidt tot de hoogste energierekening, omdat hernieuwbare gassen naar verwachting heel duur zullen zijn. Wat is hernieuwbaar gas? (groengas en waterstof) Groengas is een energiedrager die gemaakt wordt door organisch restafval te verwerken tot gas. Deze brandstof haalt hoge temperaturen bij verbranding (1.960 °C7) en is dus ook erg geschikt voor industriële processen. Groengas is vooralsnog echter schaars, en moet dus worden verdeeld onder diverse sectoren. Waterstof is ook een energiedrager met een hoge dichtheid en wordt opgewekt middels een proces genaamd elektrolyse. Bij voorkeur wordt dit proces uitgevoerd met duurzame elektriciteit, maar vooralsnog wordt dit grotendeels gedaan met fossiele energie. Grootschalige, duurzame productie van waterstof staat nog in de kinderschoenen. Net als groengas moet waterstof verdeeld worden tussen de gebouwde omgeving en andere sectoren.
53
concept 1.0 Hybride strategieën Wat is het? Bij een hybride oplossing worden meerdere warmtebronnen gecombineerd. In de praktijk betekent dit meestal een combinatie van een warmtepomp en een cv-ketel. Een kleine warmtepomp zorgt het grootste deel van het jaar voor verwarming. De cv-ketel levert extra vermogen bij een piek in de warmtevraag. Het voor warm tapwater komt volledig van de cv-ketel. Deze combinatie is (veel) goedkoper dan een volledig elektrische warmtepomp. Bovendien is de oplossing ook toepasbaar in woningen met wat minder goede isolatie. De warmtevoorziening is dan nog niet geheel duurzaam, maar het grootste gedeelte van de tijd wel. Een hybride warmtepomp kan zo’n 50% van het aardgasgebruik reduceren. Daar komt wel elektriciteit voor in de plaats, de CO2 reductie is daarom ongeveer 20%. Voor welke panden is het geschikt? Dankzij de back-up van de ketel, kan met een hybride installatie vrijwel iedere woning verwarmd worden. De oplossing is het meest rendabel bij panden met redelijke isolatie. Volledig ongeïsoleerde woningen hebben te vaak ondersteuning van de ketel nodig. Omdat er nog aardgas verbruikt wordt, is op termijn nog een laatste stap nodig naar aardgasvrij. Na 2030 kan het aardgas mogelijk vervangen worden door hernieuwbaar gas, zoals groengas of waterstof. Een andere optie is om op termijn over te stappen op een volledig elektrische warmtepomp.
Dat wordt mogelijk doordat extra isolatie is toegevoegd
of
omdat
warmtepompen
in
temperaturen kunnen maken.
54
de
toekomst
waarschijnlijk
hogere
concept 1.0 Door de tussenstap van een hybride oplossing kunnen de benodigde kosten en inspanningen over een langere tijd gespreid worden, waardoor de transitie beter beheersbaar
wordt en natuurlijke
momenten
aangegrepen
kunnen worden
om
geleidelijk over te gaan op een duurzame warmteoplossing. Voorbeelden zijn overgaan op elektrisch koken als de gaskookplaat aan vervanging toe is, vloerverwarming aanleggen bij renovatie van de vloer en dakisolatie aanbrengen als het dak gerenoveerd wordt. Ook zullen de kosten voor technologieën als warmtepompen en LT (lage temperatuur)-afgiftesystemen naar verwachting verder afnemen in de tijd. Tot slot levert een hybride warmtepomp al op korte termijn voordeel, omdat de investering meestal snel kan worden terugverdiend met een lagere energierekening. Wat betekent dit voor de gemeente? Het gasnet blijft in stand. Net als een individuele elektrische warmtepomp, is dit een oplossing die iedere woningeigenaar zelf kan aanschaffen. De gemeente kan ervoor kiezen deze oplossing aan te moedigen.
55
concept 1.0 Isoleren In alle gevallen is het verstandig om gebouwen
Ook bij hybride verwarming is
tot een minimaal niveau te isoleren. Isolatie leidt
isolatie
noodzakelijk.
tot
slecht
geïsoleerde
hoger
wooncomfort
energierekening.
en
een
lagere
Bij
een
woning
is
Bij elke warmtestrategie is
ondersteuning van de cv-ketel te
isolatie daarom een zinvolle stap. Bij sommige
vaak nodig om de warmtepomp
strategieën is een minimale hoeveelheid isolatie
nog goed zijn werk te kunnen
ook echt noodzakelijk om technisch haalbaar te
laten doen.
worden.
Anders dan bij lage temperatuur
Meer specifiek is de watertemperatuur van de
oplossingen, is de extra isolatie
warmteoplossing belangrijk. Een cv-ketel maakt
voor
water van 75-90 °C. Een warmtepomp of lage
hybride
oplossingen
temperatuur
financieel
rendabel
warmtenet
maakt
water
van
midden-temperatuur
en
vaak om
ook
toe
te
maximaal zo’n 50 °C. Om de woning dan nog
voegen. De exacte isolatiegraad
comfortabel warm te houden is veel isolatie
en het label zijn afhankelijk van
nodig. ECW stelt label B als minimum, in de