004 Bijlage 2. Samenvatting gemeente Venray
Tekst van het document
Samenvatting gemeente Venray
Beleid en visie op zorgfraude De gemeente beschikt niet over specifiek beleid rond de aanpak van zorgfraude. Het algemene beleidskader voor het sociaal domein is neergelegd in de Kadernota Sociaal Domein (2019). In de Verordening jeugdhulp gemeente Venray 2022 en de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning 2022 zijn bepalingen opgenomen over de aanwijzing van respectievelijk een toezichthouder rechtmatigheid Jeugd en toezichthouder rechtmatigheid en kwaliteit Wmo en in het Besluit nadere regels Jeugdhulp 2024 en het Besluit nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2024 staan aanvullende bepalingen over de bevoegdheden van de toezichthouder. In beginsel werkt de gemeente vanuit vertrouwen richting inwoners en zorgaanbieders. Zodra er signalen zijn van mogelijke onrechtmatigheden wordt dit wel nader onderzocht en worden zo nodig vervolgacties ingezet. Er is volgens gesprekspartners in toenemende mate aandacht voor alertheid op fraudesignalen. In dat kader krijgen ook controle en toezicht het laatste jaar meer aandacht. Toegang Proces van indiceren Het proces van indiceren is op hoofdlijnen vergelijkbaar tussen Jeugd en Wmo. Het proces omvat verschillende stappen, waaronder één of meerdere keukentafelgesprekken en nader onderzoek om de ondersteuningsbehoefte scherp in beeld te krijgen. Op basis van de problematiek en hulpvraag wordt gekeken welke aanbieders passend zijn.
Het uitgangspunt is dat de inwoner zelf een keuze maakt uit het aanbod. Daarna volgt een matchingsgesprek tussen aanbieder en inwoner. Het is de bedoeling dat de aanvrager actief deelneemt aan het gesprek en zijn of haar behoeften en voorkeuren duidelijk kenbaar maakt. Bij complexe gevallen wordt zorgconsultatie en -advies aan de voorkant ingeschakeld. Er zijn regionale afspraken gemaakt over regievoering. Bij Jeugd worden standaard regiegesprekken gevoerd. De frequentie van de gesprekken is afhankelijk van de specifieke situatie en intensiteit van benodigde zorg (variërend van enkele keren per jaar tot bijvoorbeeld elke vier weken). Ook bij dagbesteding en begeleiding (Wmo) worden regiegesprekken gevoerd. Bij verstrekte Wmo-voorzieningen (zoals scootmobiel, woningaanpassing, etc.) is geen sprake van monitoring door regiegesprekken, omdat de ondersteuningsvraag langdurig is.
1
Volgens gesprekspartners is er een overzichtelijk speelveld van aanbieders. Het aantal aanbieders is fors verminderd sinds de regionale inkoop en verschilt per segment waarvoor wordt geïndiceerd. Pgb’s Er wordt maar een beperkt aantal pgb’s afgegeven. Vanuit Wmo is er niet tot nauwelijks sprake van nietgecontracteerd aanbod dan wel het verstrekken van pgb’s. Bij Jeugd komt het wat vaker voor dat pgb’s worden verstrekt. De consulenten voeren het werkproces rond pgb’s uit. Inwoners hebben de vrijheid om een keuze te maken tussen ZiN of pgb. De gemeente stimuleert het verstrekken van een pgb echter niet. Afgelopen jaar zijn steekproeven gedaan bij pgb’s, mede om na te gaan waar mogelijke blinde vlekken bestaan. De Toegang is mede naar aanleiding hiervan op dit moment bezig om het werkproces rond pgb’s verder aan te scherpen om meer grip te krijgen op de pgb’s. Op dit punt is ook contact gezocht in de regio hoe andere gemeenten hier mee omgaan. De bedoeling is dat bij pgb’s de achtergrond van de aanvrager, budgethouder en zorgverlener zorgvuldig(er) wordt onderzocht. Bij het screenen van de aanvragers wordt ook gekeken naar hun verleden en eventuele eerdere aanvragen. Een aandachtspunt was dat in de praktijk nog niet standaard een bewustkeuzegesprek werd gevoerd bij het afgeven van een pgb. Sinds kort worden deze gesprekken vaker/standaard gevoerd.
Daarbij is ook aangegeven dat tijdens deze gesprekken de inwoner nog nadrukkelijker kan worden gewezen op de voorwaarden waar een aanbieder aan moet voldoen om de gewenste kwaliteit van zorg te kunnen leveren. Er worden verder nog kansen gezien in het verbeteren van de kennis van de consulenten over pgb’s, bijvoorbeeld door meer verdiepende training. Algemene voorzieningen en voorliggend veld Als een hulpvraag binnenkomt wordt standaard eerst gekeken of er mogelijkheden zijn binnen het voorliggend veld/algemene voorziening voordat een maatwerkvoorziening wordt toegewezen. Met de recent vastgestelde omgekeerde Verordeningen (zowel Jeugd, Wmo als Participatiewet) – die per 1 januari 2025 in werking zijn getreden – is dit uitgangspunt nog verder naar voren gekomen. Er wordt in dat kader meer gekeken naar wat achter de hulp-/zorgvraag zit en welke hulp hier het beste bij past. De hulpvraag hoeft niet per se de oplossing voor het probleem te vormen. Er wordt door de gemeente geïnvesteerd in het voorliggend veld. Bijvoorbeeld door het inrichten van eetpunten, aandacht voor de aanpak van eenzaamheid, inzet van dorpsondersteuners, etc. Goede algemene voorzieningen moeten eraan bijdragen dat het volume aan geboden maatwerkvoorzieningen minder wordt.
Delen van signalen Er is binnen de Toegang wekelijks casusoverleg (waar onder meer de kwaliteitsmedewerker en jurist aanwezig zijn) om signalen en andere opvallen zaken te bespreken. Als een consulent een ‘onderbuikgevoel’ heeft, wordt dit standaard gedeeld. Signalen worden doorgaans met de aandachtsfunctionaris gedeeld. Ook komt het voor dat een signaal wordt besproken met een ervaren senior consulent die als vraagbaak kan fungeren. De route voor het delen van signalen is binnen de organisatie bekend. Er wordt gewerkt met een signaleringslijst van aanbieders en leveranciers waar de ingekomen signalen worden bijgehouden. Een senior consulent, kwaliteitsmedewerker en beleidsmedewerker bespreken maandelijks intern de signaleringslijst om af te stemmen op welke manier hier opvolging aan moet worden gegeven en wie het moet oppakken. Signalen kunnen worden gedeeld met MGR of de toezichthouder. Afhankelijk van het signaal kan deze ook in de regionale werkgroep worden besproken met de beleidsmedewerkers toegang. Met de MGR zijn er korte lijntjes.
2
Er zijn specifieke kwaliteitseisen opgesteld door de MGR waaraan aanbieders moeten voldoen. Bij nietnaleving van deze eisen worden signalen doorgegeven en verdere stappen ondernomen. Er is een meldpunt voor signalen waar inwoners en medewerkers verdachte situaties kunnen melden. Signalen worden vaak doorgezet naar de MGR. Deze signalen kunnen dan worden meegenomen bij de accountgesprekken. Het gaat bijvoorbeeld om aanbieders die opvallen qua declaratiegedrag. Het meldingsformulier van MGR is recent ingekort en werkt daardoor gebruiksvriendelijker. De ervaring is dat MGR niet altijd terugkoppeling geeft van signalen die bij hen zijn neergelegd. Recent probeert de gemeente actiever bij de MGR te sturen op terugkoppeling na acties op gedeelde signalen. Het aantal ‘serieuze’ signalen – dat daadwerkelijk tot onderzoek heeft geleid – betreft minder dan 5 in het afgelopen jaar. Fraude-alertheid Bij de backoffice van de toegangsorganisatie zijn er medewerkers die fraudealert zijn. Deze medewerkers kijken op verzoek van consulenten mee en kunnen bepaalde bijzonderheden of onregelmatigheden signaleren. Alleen bij casuïstiek waar bepaalde opvallende zaken bestaan wordt gewerkt met een vier-ogen principe. Ook ten aanzien van declaraties en uitbetalingen wordt door de backoffice (in bepaalde gevallen) nagegaan of sprake is van opvallendheden en/of ongebruikelijk declaratiegedrag.
De fraude alertheid van de consulenten bij het proces van indiceren en het scherp(er) krijgen van wat risicoindicatoren zijn vormen een aandachtspunt. Er is binnen het werkproces geen systematische aandacht voor risico-indicatoren. Hier zou structureler aandacht voor moeten komen, zodat fraude-alertheid beter in het werkproces wordt geborgd. Volgens gesprekspartners bestaan bij pgb’s de grootste risico’s voor zorgfraude. De gemeente heeft minder zicht en grip op pgb’s. Daarnaast wordt gewezen op de grotere aanbieders die werken met onderaannemers. Ook voor deze onderaannemers wordt een risico gezien, omdat daar eveneens minder zicht op is De gemeente is bezig om de aandacht voor zorgfraude organisatiebreed te versterken. Daarbij worden niet alleen de teams binnen het sociaal domein betrokken, maar ook andere teams die contact hebben met inwoners en signalen kunnen opvangen van zorgfraude, zoals burgerzaken en handhaving (BOA’s). Zo is in 2023 een symposium georganiseerd over zorgfraude om medewerkers mee te nemen in dit thema en om hen alerter te maken op signalen van fraude. Dit symposium ging zowel over zorgfraude als zorgcriminaliteit en de verschillen hiertussen. Alle consulenten hebben na het symposium e-learning van de VNG (fraudealertheid in de zorg) gevolgd.
Verdiepingssessies (workshops) vanuit het RIEC worden overwogen om medewerkers beter toe te rusten met kennis en vaardigheden. Toezicht en handhaving In de voorgaande jaren was het toezicht reactief; door alleen controles te verrichten naar aanleiding van signalen. Bij gebrek aan signalen is vorig jaar het toezicht wat meer proactief ingestoken. Het reactieve toezicht kwam immers onvoldoende uit de verf. In dat kader zijn steekproefsgewijze controles bij pgb’s uitgevoerd (met name bij Wmo). Het onderwerp pgb’s werd uitgelicht, omdat de inschatting was dat pgb’s fraudegevoeliger zijn en bij een afgegeven pgb de monitoring minder strak is. Mede naar aanleiding van deze steekproeven werd geconstateerd dat het werkproces van de consulenten kon worden aangescherpt (zie onder kopje ‘Toegang’). Vanuit de organisatie kwamen er de laatste jaren erg weinig signalen terecht bij de toezichthouders. Het aantal onderzoeken door toezichthouders is dan ook zeer beperkt. Er zijn weinig gevallen waarin wordt overgegaan tot een terugvorderingsproces. Laatst was dit het geval bij een pgb waar een terugbetaling is 3
verzocht voor gelden die niet gebruikt zijn. Vorig jaar is bij een onderaannemer van een aanbieder (zowel Wmo als Jeugd) onderzoek gedaan vanwege het ontbreken van scholingspapieren bij het personeel. Bij deze casus is door de aandachtsfunctionaris samengewerkt met de toezichthouder en contractmanagers MGR en zijn uiteindelijk (na een langdurig traject) onrechtmatig uitbetaalde bedragen in bepaalde trajecten teruggevorderd. Voor het deel Jeugd loopt bij deze aanbieder nog een terugvorderingsproces. Door over te gaan tot terugvordering wordt ook het signaal afgegeven richting de aanbieder dat die zich aan de afspraken dient te houden. Bij terugvordering moet tegelijkertijd een kosten/baten-afweging worden gemaakt en worden beoordeeld of het stand kan houden bij de rechter. In de regio zijn er verschillen hoe met terugvordering wordt omgegaan. Zo week de visie van Venlo af van die van Venray Gesprekspartners geven aan dat het daadwerkelijk doorpakken naar aanleiding van signalen rond een aanbieder soms moeilijk van de grond komt. De ervaring is dat bijvoorbeeld langdurig gesprekken worden gevoerd aanbieders waarover bepaalde signalen bestaan en/of waar onregelmatigheden zijn geconstateerd, maar dat dit uiteindelijk niet resulteert in ander gedrag of verandering van werkwijze.
Er is een behoefte aan meer doorpakken door om effectiever op signalen van fraude en misstanden te kunnen reageren. Voorheen was een toezichthouder op verschillende momenten fysiek aanwezig bij de gemeente. Sinds het vertrek van een van de toezichthouders gebeurt dit niet meer. Tegelijkertijd wordt wel waarde gehecht aan de fysieke aanwezigheid van toezichthouders. Om de toezichthouders zichtbaarder te maken binnen de organisatie en om het contact met hen laagdrempeliger te maken is de bedoeling dat zij (wederom) op gezette tijden fysiek op locatie aanwezig zijn in Venray. Gesprekspartners hebben begrip voor het idee om de toezichthouders bij de MGR onder te brengen, zodat er meer slagkracht komt en signalen efficiënter en effectiever kunnen worden opgepakt. De gemeente hecht er wel waarde aan dat de onafhankelijke rol van de toezichthouders gewaarborgd blijft. Dat geldt ook voor hun fysieke aanwezigheid in Venray. Verbinding met OOV Het contact tussen het sociaal domein en de afdeling OOV is vooral casusgedreven. Signalen die worden besproken, hebben doorgaans betrekking op cliënten en niet op aanbieders. Signalen rond zorgcriminaliteit worden neergelegd bij de coördinator bestuurlijke aanpak die het aanspreekpunt vormt. De coördinator pakt het signaal verder op en kan de casus zo nodig bespreken met het RIEC Limburg.
In Venray zijn er nog geen casussen geweest waar daadwerkelijk zorgcriminaliteit is geconstateerd. Op uitvoeringsniveau is er ook weleens contact tussen BOA’s en medewerkers van toegang. Venray is een relatief kleine gemeente, waardoor de lijntjes tussen de domeinen binnen de organisatie betrekkelijk kort zijn. Wel wil de Toegang zich binnen de organisatie meer gaan profileren om zichtbaarder te zijn voor de rest van de organisatie. Dit zou kunnen resulteren in betere vindbaarheid bij signaleren vanuit buiten de afdeling.
4