003 Bijlage 1. bestuursnotitie Harmonisatie 23 sep 2015 (geanonimiseerd)
Tekst van het document
NA veiligheidsregio limburg-noord
WERKVERGADERING BESTUUR DD.
ALGEMEEN
:
25
september 2015
AGENDAPUNT
:3
ONDERWERP
:
Harmonisatie
BIJLAGEN
1:
-1
aan
1.
het ALGEMEEN
Huisvesting (apart document)-
BESTUUR,
Inleiding
Begin
2014 is in opdracht van het Algemeen Bestuur een start gemaakt met het project harmonisatie. Hiertoe is intern een projectgroep onder leiding van een stuurgroep gevormd onder aansturing van een projectleider van bureau Berenschot in de persoon van (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Deze projectgroep had tot doel een drietal deelresultaten op te leveren. De projectgroep is met ingang van 3 juli 2015 ontbonden en de afronding van het project is ondergebracht bij de reguliere organisatie. De
deelresultaten
1.
Een
het
van
project
waren
als
volgt vastgesteld:
geharmoniseerde programma begroting: overleg met de financiële ambtenaren van de deelnemende gemeenten is gewerkt aan een nieuw model begroting dat voldoet aan de eisen die op grond van het BBV! aan bevan worden Met van de grotingen gemeenschappelijke regelingen gesteld. ingang begroting van 2015 is dit model voor de organisatie ingevoerd, daarmee is aan het gestelde doel voldaan. De komende jaren zal dit model verder worden doorontwikkeld. Een producten- diensten catalogus: In de loop van 2015 is een concept producten diensten catalogus opgesteld. Voor het eind van 2015 zal een eerste concept hiervan aan de gemeenten ter beschikking worden gesteld. Doorontwikkeling van deze catalogus zal in de komende jaren een continu proces zijn. Een geharmoniseerde bijdrage systematiek: Zwaartepunt van het project betreft de geharmoniseerde bijdrage systematiek. In deze notitie gaan we kort in op het bestuurlijke proces zoals dit tot nu toe heeft plaatsgevonden, de onderbouwing en beslispunten, het tijdstip van invoering en de voorgestelde ingroeiregeling. In
2.
—
3.
2.
Geharmoniseerde
bijdrage systematiek
2.1
Bestuurlijk Proces wijziging van de bijdragesystematiek vraagt om aanpassing van artikel 30 van de gemeenschappelijke regeling VRLN. Het besluitvormingsproces over de harmonisatie van de bijdrage vraagt dan ook om een uitgebreide procedure, waarbij de instemming wordt gevraagd van de raden van de deelnemende gemeenten. Omdat de bestaande GR ook wordt aangepast aan de vernieuwde Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en aan de Een
Î
BBV=
Besluit
Begroting
en
Verantwoording
Pagina
1
van
10
uitkomsten van het regionale governance debat worden al deze wijzigingen gelijktijdig voorgelegd. ,
Binnen de VRLN heeft het bestuurlijk proces over de bijdrage voor het programma Gezondheid zich voltrokken binnen de Bestuurscommissie GGD (BC GGD) voor het programma Veiligheid en Huisvesting Brandweer binnen het Algemeen Bestuur (AB). Voor het programma Gezondheid wordt door de BC GGD een dwingend advies afgegeven aan het AB. De verwachting is dat het AB in haar vergadering van 25 september 2015 de inhoud van dit advies integraal zal overnemen. In de gezamenlijke vergadering van 23 oktober 2015 van AB en BC ligt dan het definitieve besluit voor. Dit voorgenomen besluit zal daarna voor zienswijze naar de raden gaan. ,
,
2. 2. Programma Veiligheid In de huidige situatie wordt de bijdrage van de gemeenten voor het programma Veiligheid geheven op grond van in het verleden vastgestelde grondslagen en afspraken. Door de regionalisatie sluit deze historische systematiek niet meer aan bij de praktijk. We zijn één regio met éen kwaliteitsnorm gezamenlijk aangesteld personeel en materieel. De regionale verschillen zijn verdampt het is dan ook opportuun de bestaande systematiek te herzien. Om die reden ligt dit voorstel nu voor ter besluitvorming. Het AB heeft de voorkeur uitgesproken voor een systematiek van het heffen van een gemeentelijke bijdrage die is gebaseerd op de systematiek voor de berekening van de Algemene Uitkering uit het gemeentefonds voor het cluster Brandweer en Rampenbestrijding. Deze uitkering van het Rijk is gebaseerd op het actuele risicoprofiel van de deelnemende gemeenten en doet daarmee recht aan de mogelijke inzet van de verschillende onderdelen van de Veiligheidsregio in die gemeenten. De hoogte van de uitkering van het Rijk aan een gemeente is een percentage van de totale uitkering in dit cluster aan alle gemeenten in onze regio. Het percentage dat de gemeente krijgt van deze koek bepaalt nu ook rechtstreeks het percentage dat een gemeente gaat betalen voor de regionale begroting voor het programma Veiligheid.
De uitkering van het Rijk bepaalt dus niet de hoogte van deze programma begroting dat stelt het AB van de regio in overleg met haar gemeenten zelf vast. De uitkering van het Rijk bepaalt alleen het percentage dat een gemeente gaat bijdragen Deze bijdrage wordt vier jaarlijks herzien op grond van een herijking van het cluster in het gemeentefonds dat ten grondslag ligt aan de gemeentelijke uitkering. ,
,
,
,
Voor de start van de nieuwe systematiek wordt uitgegaan van het ingangsjaar 2017. De bijdrage van de verschillende gemeenten voor de begroting 2016 is de tabel hieronder uitgewerkt. .
Pagina 2 van 10
Veiligheid oud Beesel € 610. 859 Bergen € 848. 997 Echt-Susteren € 1 . 420. 443 Gennep € 918. 622 Horst aan de Maas € 2 . 060. 378 Leudal € 1 . 913. 013 Maasgouw € 1 . 311. 936 Mook en Middelaar € 449. 213 Nederweert € 1 . 015. 485 Peel en Maas € 2 . 370. 199 Roerdalen € 1 . 280. 050 Roermond € 3 . 073. 164 Venlo € 6 . 030. 345 Venray € 2 . 218. 934 Weert € 2 . 697. 315 € 28. 218. 953
Veiligheidsdeel op basis van nieuwe verdeel Meer / sleutel minder € 637. 219 -26. 360 € 849. 857 -860 1 . 558. 153 € -137. 710 € 988. 202 -69. 580 € 2 . 529. 768 -469. 390 € 2 . 108. 023 -195. 010 1 . 256. 626 55. 310 € € 367. 873 81. 340 € 911. 115 104. 370 € 2 . 267. 059 103. 140 1 . 147. 290 € 132. 760 € 3 . 035. 944 37. 220 5 . 406. 415 € 623. 930 € 2 . 329. 124 -110. 190 € 2 . 826. 285 -128. 970 € 28. 218. 953
NB Een negatief bedrag betekent nadeel. 2. 3 Huisvesting brandweer De Veiligheidsregio maakt momenteel gebruik van 31 brandweerkazernes verdeeld over het grondgebied van de 15 gemeenten. Hiervan zijn er 5 in eigendom van de Veiligheidsregio voor 7 kazernes is een huurovereenkomst afgesloten. Aan het gebruik van de overige 19 kazernes ligt geen contract ten grondslag. Wel is bij de overgang van de brandweerdistricten naar de Veiligheidsregio voor deze kazernes een aantal financiële afspraken vastgelegd. ,
Een deel van de huisvestingslasten staan in de begroting van de Veiligheidsregio en worden een op een verrekend met de betreffende gemeente. Ook in de gemeentelijke begrotingen staan nog huisvestingslasten brandweer. Er heerst veel onduidelijkheid over de eigendomsverhoudingen rondom de kazernes en over de verantwoordelijkheid voor het onderhoud. Kwalitatief goede huisvesting is essentieel voor het primaire proces van de brandweer. Wanneer een roldeur niet omhoog gaat kan de brandweer niet uitrukken. Het is dus van belang dat de eigendomsverhoudingen en verantwoordelijkheden goed en uniform worden vastgelegd. Door de regionalisatie van de brandweerzorg zijn kosten niet meer een op een terug te herleiden naar het gemeentelijk niveau. Operationele grenzen komen niet meer overeen met gemeentegrenzen en meerdere kazernes vervullen een (sub)regionale functie voor onder meer opleiden & oefenen en risicobeheersing. Dit maakt het bijzonder lastig en soms zelfs oneerlijk om huisvestingslasten voor de brandweer op gemeentelijk niveau te blijven afrekenen
Pagina 3 van 10
Regionalisatie huisvestingslasten Bovenstaande heeft geleid tot een voorstel waarin alle huisvestingslasten van de brandweer met ingang van 1 januari 2017 een plek krijgen in de begroting van de VRLN. De kosten van de totale huisvesting kunnen het best via de nieuwe bijdragesystematiek voor Veiligheid worden gefinancierd. Dit betekent dat de lasten van de 31 kazernes in de begroting van de Veiligheidsregio worden opgenomen. De kazernes in Venlo Weert Echt Gennep en Mook blijven in eigendom van de Veiligheidsregio. Voor de overige 26 kazernes worden uniforme huurcontracten met de gemeenten afgesloten. Waar reeds huurcontracten bestaan worden deze vervangen. De huurperiode is in principe vijf jaar. In deze vijf jaar vindt een nadere studie plaats naar mogelijke koop van kazernes en de onderliggende voorwaarden. Tevens biedt deze periode van vijf jaar de mogelijkheid om samen met gemeenten te kijken naar eventueel vervangende beter geschikte locaties voor de toekomst. Hier spelen kosten een rol (onderhoudslasten) en er ligt een relatie naar het dekkingsplan. ,
,
,
,
Op dit moment zijn er nog verschillen in het onderhoudsniveau van de kazernes en sommigen voldoen niet aan de huidige arbo-eisen. Bij de regionalisatie van de huisvesting (1 januari 2017) moeten deze verschillen door de gemeenten zelf zijn weggewerkt de kazernes gaan zo schoon door de poort (zie Achterstallig onderhoud/gebreken en Arbo). ,
,
Hoogte van de huisvestingslasten De hoogte van de huisvestingslasten zijn voor de bestuursconferentie van 3 september in kaart gebracht. Deze lasten staan nu verspreid in de begroting van de VRLN en de gemeentelijke begrotingen. Dit bleek een zeer tijdrovende klus te zijn zeker ook voor de gemeenten. Soms zijn huisvestingslasten in de gemeentelijke begroting lastig te ontvlechten uit het geheel aan huisvestingslasten. In een aantal gevallen waren bepaalde kosten niet meer te achterhalen en zijn aannames gedaan. Ook zijn er grote verschillen in de wijze waarop gemeenten met huisvestingslasten van de kazernes om zijn gegaan. Er zijn gemeenten die vervroegd afgelost hebben op hun kazerne (boekwaarde 0) en gemeenten die minder hebben afgelost. Ook de methode van afschrijving verschilt vaak. Het blijkt buitengewoon lastig om een uniform en vergelijkbaar overzicht te produceren voor de bestaande huisvestingslasten. ,
Het voortsel is dus om de gezamenlijke huisvestingskosten te betalen via de verdeelsleutel Veiligheid. Met dit geld moet vervolgens huur worden betaald aan gemeenten die eigenaar blijven van een kazerne. Daartoe hebben we een methode opgesteld waarbij de huisvestingslasten worden bepaald op basis van de huurwaarde per kazerne. De huurwaarde wordt bepaald op basis van 3 indicatoren deels gekoppeld aan het bruto vloeroppervlak (BVO). ,
Voor de 26 te huren kazernes geldt dan: Kale huur € 70 per m2 BVO. Dit is vergelijkbaar met gemiddelde huurprijs in andere regio’s. - Dotatie groot onderhoud (zie Achterstallig onderhoud/gebreken en Arbo); - Servicekosten € 30 per m2 BVO (de beheerskosten zitten in de kale huur). -
Voor de 5 kazernes in eigendom geldt dan: Werkelijke kapitaalslasten zoals die in de begroting van de VRLN staan; - Dotatie groot onderhoud (zie Achterstallig onderhoud/gebreken en Arbo); - Service- en beheerskosten (€ 30 en € 10 per m2 BVO). -
Pagina 4 van 10
De genoemde richtbedragen per m2 zijn gebaseerd op een vergelijkend onderzoek bij andere Veiligheidsregio’s (Twente Friesland en Haaglanden) en op bestaande huurovereenkomsten. Servicekosten bestaan voornamelijk uit kosten nutsvoorzieningen schoonmaak vergunningen en verzekeringen. Bij nutsvoorzieningen (gas water elektriciteit) gaat het om voorziene kosten bij gemiddeld gebruik. ,
,
,
,
,
Op basis van de huurwaarde per kazerne kan het totaal aan huisvestingslasten per 1-1-2017 bepaald worden op € 3. 356. 709 (zie onderstaande tabel: € 1. 589. 936 voor kazernes in eigendom en € 1. 766. 773 voor de huurobjecten). De verdeelsleutel Veiligheid leidt vervolgens tot een gemeentelijke bijdrage verdeling van de ruim € 336 miljoen aan huisvestingslasten. ,
De harmonisatie (herverdeling) van de gemeentelijke bijdrage voor brandweer GGD en huisvesting brandweer leidt tot financiële voor- en nadelen per gemeente. Deze zijn vast te stellen door de ‘was-situatie’ te vergelijken met de ‘wordt-situatie’. De was-situatie geeft de bestaande kosten weer zoals die nu verspreid over de begrotingen van de VRLN en de gemeenten zijn opgenomen. Door daarbij de huurwaarde te nemen per kazerne zijn de bestaande huisvestingslasten per gemeente te bepalen (zie bijlage). ,
,
Vergelijking van de was- en wordt situatie levert de volgende financiële voor- en nadelen op voor de huisvesting brandweer: Meer /
minder Huisvesting Huisvesting Oud Nieuw Beesel € 50. 213 € 73. 170 € -22. 956 Bergen € 92. 827 € 97. 586 € -4. 759 Echt-Susteren € 274. 659 € 201. 463 € 73. 196 474 Gennep € 173. 705 € 113. € 60. 231 Horst aan de maas € 305. 110 € 290. 486 € 14. 623 Leudal € 212. 912 € 242. 059 € -29. 147 Maasgouw € 122. 591 € 162. 478 € -39. 887 Mook en Middelaar € 70. 881 € 42. 241 € 28. 640 Nederweert € 44. 446 € 100. 510 € -56. 064 Peel en Maas € 204. 264 € 257. 597 € -53. 333 Roerdalen € 41. 646 € 137. 652 € -96. 006 Roermond € 362. 395 € 376. 707 € -14. 312 Venlo € 861. 212 € 660. 151 € 201. 062 Venray € 147. 133 € 285. 730 € -138. 596 715 Weert € 392. € 315. 410 € 77. 306 € 3. 356. 709 € 3. 356. 709 Achterstallig onderhoud/gebreken en Arbo Momenteel zijn er nog verschillen in onderhoudsniveau van de diverse kazernes. Voor de regionalisatie van de huisvestingslasten per 1-1-2017 is van belang dat alle kazernes op hetzelfde minimale kwaliteitsniveau zitten. Achterstallig onderhoud moet door de betreffende gemeente vooraf zijn weggewerk.
Pagina 5 van 10
In dat kader zijn alle kazernes de afgelopen maanden geschouwd door een daartoe gecertificeerd bedrijf. Hierbij is als uitgangspunt onderhoudsniveau 3 genomen uit de NEN 2767. Niveau 3 staat voor: redelijk (geen nieuwbouw beperkte onderhoudsschade of onderhoudsbehoefte). Dit heeft geresulteerd in een rapportage per kazerne. De uitkomsten van de schouw en de rapportages zijn besproken met de postcommandanten en de gemeenten. Waar nodig zijn in goede overleg enkele aanpassingen in de rapportages doorgevoerd. De rapportage per kazerne geeft inzicht in: ,
achterstallig onderhoud/gebreken: op welke onderdelen moeten aanpassingen doorgevoerd worden om op onderhoudsniveau 3 te komen? de meerjaren onderhoudsplanning 2015-2035: wat moet er de komende 20 jaar gebeuren om op onderhoudsniveau 3 te blijven? (=dotatie groot onderhoud) De dotatie groot onderhoud per kazerne vanaf 2017 is opgenomen in de huisvestingslasten zoals berekend (methode huurwaarde). In het bijgevoegde cijfermatig overzicht schema staan het achterstallig onderhoud/gebreken op peildatum 1 januari 2015 en de kosten van het noodzakelijke onderhoud 2016 en 2017. Dit leidt in 2015-2016 tot onderstaande door elke gemeente eenmalig afzonderlijk te financieren uitgaven (excl. Arbo/sanitair): ,
Ten aanzien van het meerjaren onderhoud dient opgemerkt te worden dat bij het opstellen van de uniforme huurcontracten met de betreffende gemeente nog afspraken gemaakt worden over eigenaarsonderhoud en huurdersonderhoud (demarcatie). In de genoemde bedragen zijn nog niet de investeringen opgenomen die moeten worden doorgevoerd in het kader van de Arbo-wetgeving (sanitair inclusief legionella). Uit onderzoek is gebleken dat 7 van de 31 kazernes momenteel op het gebied van sanitaire voorzieningen (incl. legionella) niet voldoen aan de geldende Arbonorm (o. a. geen gescheiden sanitair man/vrouw en te weinig sanitaire voorzieningen). Ook deze tekortkomingen dienen door de betreffende gemeenten voor 1-1-2017 te zijn weggewerkt. Hierover vindt de komende maanden nader overleg plaats met de gemeenten mede ook in relatie tot de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van arbeidshygiëne. Dit betreft de kazernes in Heythuysen Kessel Baarlo Maasbree Belfeld Venray en Stramproy. ,
,
,
,
,
,
,
2. 3 Programma Gezondheid Ook binnen de GGD hebben de afgelopen jaren substantiële wijzigingen in de organisatie plaatsgevonden. Op 1 januari 2012 heeft er een fusie plaatsgevonden met de 0-4 jarige Pagina 6 van 10
De decentralisaties in het sociale domein vragen om aanpassingen van bestaande dienstverlening en herijking van taken en rollen. Deze transformatie van dienstverlening wordt in de komende periode verder vormgeven op basis van de bestuurlijke ontwikkelopdracht die aan de GGD is verstrekt. Vooralsnog is de wens uitgesproken de huidige regionale bijdrage als uitgangspunt te nemen. Daarbinnen is in het project Harmonisatie afgesproken om de bestaande verdeelsystematiek voor de gemeentelijke bijdrage te uniformeren en de diversiteit in afspraken zoveel mogelijk te harmoniseren. Belangrijk uitgangspunt voor de verdeling van de kosten blijft een relatie met de kostendrijvers. De huidige verdeelsystematiek voor het programma Gezondheid is gebaseerd op basis van historische afspraken. Voor een belangrijk deel is dit gebaseerd op de inwoneraantallen van de gemeenten. De BC GGD wenst een systematiek waarbij wordt voldaan aan de volgende randvoorwaarden: zorg.
Rechtvaardige verdeling op basis van werkelijke kosten en kostendrijvers programmaonderdelen ; Regionale basis: Uniformiteit in product (uitzondering Mook en Middelaar); Lokaal maatwerk binnen de kaders; Transparante en eenduidige systematiek; Objectieve maatstaven; Administratief eenvoudig. Op grond van deze randvoorwaarden heeft de BC GGD zich uitgesproken voor de volgende systematiek: 1. Alle producten worden verdeeld op basis van inwoneraantallen met uitzondering van activiteiten op het gebied van de WKO en de programmaonderdelen Standaardzorg jeugd en Risicozorg jeugd; 2. Voor de activiteiten op het gebied van de Wet op de kinderopvang wordt de huidige systematiek van facturering op grond van geleverde inzet gecontinueerd; 3. Voor de activiteiten in het kader van het programma onderdeel Standaardzorg jeugd en Risicozorg jeugd wordt een verdeelsystematiek gehanteerd waarbij de verdeling tot stand komt op basis van het aantal kinderen in de leeftijd van 0 tot 18 jaar in combinatie met de statusscore (SES). Variant B Standaardzorg Jeugd en Risicozorg Jeugd op basis van 0-18 jarigen gewogen voor SES score op basis van de notitie van 16 september 2015. ,
In deze variant is om de statusscore tot een bruikbare parameter te maken deze score ingedeeld in 3 categorieën; laag midden en hoog in de verhouding 10-15-75%. Wij merken daarbij op dat elke vorm van onderverdeling en/of classificatie in meer of mindere mate als objectief ervaren kan worden. Voor de afkappunten/categorieën is gekozen om zo groot mogelijk onderscheid te krijgen tussen verschillende wijken. Dit betekent dat een aantal gemeenten in alle wijken een hoge statusscore heeft. Deze beleving wordt door de professionals binnen de jeugdgezondheidszorg van de GGD ook herkend. ,
Bij de binnen de GGD uitgevoerde analyses is tevens gekeken naar de benodigde zorg per categorie (hoog-midden-laag) en de relatie naar de kosten daarvan. Dit leidt tot een gedifferentieerde bijdrage. Op basis van deze eerste analyses (op basis van de beoordeling van een aantal zorgdossiers) leiden we voorzichtig af dat de relatie tussen zorgkosten en statusscore zich als volgt verhoudt: Pagina 7 van 10
• • •
Statusscore hoog: 10% minder zorgkosten (per jongere) Statusscore midden: 20% meer zorgkosten (per jongere) Statusscore laag: 40-45% meer zorgkosten (per jongere)
Conclusie: Op basis van de huidige beschikbare informatie hebben we inzicht in de mate waarin de statusscore van invloed is op de zorgkosten voor de programmaonderdelen ‘Standaardzorg Jeugd’ en ‘Risicozorg Jeugd’. De combinatie met de verdeling op basis van het aantal 0-18 jarigen per gemeente doet meer recht aan de verhouding tussen de daadwerkelijk ingezette middelen in een gemeente en de gemeentelijke bijdrage. Overzicht huidige bijdrage Standaardzorg Jeugd en Risicozorg Jeugd op basis van inwonerbijdrage versus bijdrage op basis van 0-18 jarigen , gewogen voor SES score. Aantal kinderen Beesel Bergen Echt-Susteren Gennep Horst aan de maas Leudal Maasgouw Mook en Middelaar Nederweert Peel en Maas Roerdalen Roermond Venlo Venray Weert
Statusscore indeling procentueel laag midden hoog 2. 630 84% 16% 12% 88% 1. 977 5. 258 2% 98% 2. 756 100% 8. 384 100% 6. 656 100% 3. 947 100%
3. 099 8. 180 3. 483 10. 668 18. 939 8. 271 8. 966
17% 42% 28%
15% 23% 37% 10%
100% 83% 100% 43% 48% 63% 90%
93. 214
Statusscore indeling nominaal aantal kinderen nieuwe bijdrage laag midden hoog 0 2. 209 421 € 379. 036 € 231. 502 0 237 1. 740 0 105 5. 153 € 595. 966 0 0 2. 756 € 310. 309 0 0 8. 384 € 943. 988 0 0 6. 656 € 749. 426 0 0 3. 947 € 444. 409 0 0 0 4. 481 5. 379 0 0
0 1. 391 0 1. 600 4. 394 3. 060 897
3. 099 6. 789 3. 483 4. 587 9. 166 5. 211 8. 069
€ 348. 929 € 973. 210 € 392. 165 € 1. 554. 372 € 2. 649. 250 € 1. 046. 121 € 1. 043. 168
9. 859
13. 893
69. 462
€ 11. 661. 851
verschil met bijdrage op basis van inwoners € 68. 921 -€ 70. 284 -€ 137. 540 -€ 86. 077 -€ 11. 780 -€ 82. 397 -€ 100. 863 € 0 -€ 35. 847 -€ 23. 720 -€ 82. 667 € 244. 688 € 342. 636 € 54. 836 -€ 79. 542
Totaal overzicht bijdrage gezondheid
Pagina 8 van 10
Gezondheids Meer / Gezondheid deel minder Oud Model B Beesel € 410. 971 € 479. 892 € -68. 921 Bergen € 399. 933 € 329. 649 € 70. 284 Echt-Susteren € 972. 057 € 834. 516 € 137. 541 Gennep € 525. 298 € 439. 221 € 86. 077 Horst aan de maas € 1. 266. 602 € 1. 254. 822 € 11. 780 Leudal € 1. 102. 347 € 1. 019. 950 € 82. 397 Maasgouw 741 € 722. 604 € 621. € 100. 863 Mook en Middelaar € 39. 117 € 39. 117 € -0 Nederweert € 509. 912 € 474. 065 € 35. 847 Peel en Maas € 1. 321. 151 € 1. 297. 431 € 23. 720 Roerdalen € 629. 257 € 546. 590 € 82. 667 Roermond € 1. 735. 618 € 1. 980. 306 € -244. 688 Venlo € 3. 056. 768 € 3. 399. 405 € -342. 637 Venray € 1. 313. 671 € 1. 368. 506 € -54. 835 Weert 1. 1. € 487. 838 € 408. 295 € 79. 543 € 15. 493. 508 € 15. 493. 144
3. Voorgestelde invoeringsdatum en ingroeiregeling Invoeringsdatum In verband met de zorgvuldigheid en de periode waarin het gemeentelijke begrotingsproces zich afspeelt is een voorkeur uitgesproken voor invoering van de nieuwe systematiek met ingang van 1 januari 2017. Dit betekent dat de resultaten van de besluitvorming meegenomen worden in de kadernota 2017. ,
,
Teneinde de effecten van de transitie naar de nieuwe systematiek voor alle partijen op een zo evenwichtige wijze te laten verlopen is gekozen voor een ingroeiperiode van drie jaar. Na afloop van deze drie jaren zal de bijdrage zich op het afgesproken niveau zich bevinden. Ten aanzien van de verschillen tussen de oude systematiek en de nieuwe systematiek geldt telkens de begroting van het onderhavige jaar als uitgangspunt De ingroei levert het volgende patroon op: .
Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4
, , , ,
25% van het verschil 50% van het verschil 75% van het verschil volledig 100% volgens de nieuwe systematiek.
Pagina 9 van 10
4.
Resumé
Voor het totaaloverzicht van de effecten van de drie verdeelsleutels is onderstaande tabel opgenomen.
NB Het betreft hier effecten met de begroting 2016 als basis. In verband met de voorgestelde ingangsdatum van 1 januari 2017 zal de begroting 2017 dan als basis dienen.
Meer /
Totaal Totaal minder Oud Nieuw Beesel € 1. 072. 043 € 1. 190. 280 € -118. 237 Bergen € 1. 341. 757 € 1. 277. 092 € 64. 665 Echt-Susteren € 2. 667. 159 € 2. 594. 132 € 73. 027 1. 1. Gennep € 617. 625 € 540. 897 € 76. 728 Horst aan de maas € 3. 632. 090 € 4. 075. 076 € -442. 987 Leudal € 3. 228. 272 € 3. 370. 032 € -141. 760 Maasgouw € 2. 157. 131 € 2. 040. 845 € 116. 286 Mook en Middelaar € 559. 211 € 449. 231 € 109. 979 Nederweert € 1. 569. 843 € 1. 485. 690 € 84. 153 Peel en Maas € 3. 895. 614 € 3. 822. 087 € 73. 527 Roerdalen € 1. 950. 953 € 1. 831. 531 € 119. 422 5. 171. 177 Roermond € € 5. 392. 957 € -221. 780 Venlo € 9. 948. 325 € 9. 465. 970 € 482. 355 Venray € 3. 679. 738 € 3. 983. 360 € -303. 622 Weert € 4. 577. 868 € 4. 549. 990 € 27. 878 47. 47. € 068. 806 € 069. 173
Pagina 10 van 10