6. Regionaal Risicoprofiel 2025-2028
Tekst van het document
De afname van de waterkwaliteit en de toename van de watertemperatuur zorgt voor vissterfte en planten en bomen drogen uit doordat de wortels niet meer bij het gedaalde grondwater kunnen.
86
9.3.7
Storm en windhozen
Met betrekking tot het crisistype ‘Extreem weer’ wordt een onderscheid gemaakt tussen de incidenttypen ‘Koudegolf, sneeuw en ijzel’, ‘Hittegolf’ en ‘Storm en windhozen’. In de landelijke Handreiking Regionaal Risicoprofiel worden geen variabelen genoemd over de ondergrens. Eigenschappen risico Geografische en temporele kenmerken Storm kan in Nederland het hele jaar door voorkomen. Het stormseizoen begint in september en duurt tot maart. De eerste storm komt vaak in november langs. Stormen in het zomerhalfjaar (april tot en met september) noemen we zomerstormen. Zomerstormen komen niet zo vaak voor, dit in tegenstelling tot stormen in het winterhalfjaar (oktober tot en met maart). Een zomerstorm is door de kleinere temperatuurverschillen vaak minder zwaar en duurt korter dan een winterstorm. Ze leveren vaak wel meer problemen op. Zomerstormen zijn compact en kunnen in vrij korte tijd ontstaan. Vanaf windkracht 9 wordt gesproken over storm. De windkracht volgens Beaufort wordt bepaald uit het gemiddelde van de windsnelheid over 10 minuten. Maar wat betreft de benaming ‘storm’ is het bij het KNMI het gemiddelde over 1 uur bepalend. Het KNMI gaat uit van storm als een uurgemiddelde windsnelheid tussen 75 en 88 kilometer per uur (20,8 - 24,4 meter per seconde) gemeten wordt.
Volgens de schaal van Beaufort is er sprake van storm (9 Beaufort) als er een 10 minuut gemiddelde windsnelheid tussen 75 en 88 km/u gemeten wordt. Langs de kust wordt deze situatie gemiddeld ieder jaar wel een keer bereikt. In het binnenland, waaronder de regio Zuidoost-Brabant, zijn stormen meestal minder intens dan aan de kust, maar ze kunnen nog steeds aanzienlijke schade veroorzaken. Een zware storm bereikt windkracht 10 en een en zeer zware storm windkracht 11. Windkracht 12 staat voor een orkaan. In Europees Nederland is de kans op orkanen zeer klein vanwege de geografische en klimatologische omstandigheden. De hoogste windsnelheden worden in de regel langs de kust bereikt, waar de wind weinig geremd wordt door obstakels en wrijving met het aardoppervlak. De herhalingstijd voor een storm is aan zee een stuk korter dan in het binnenland. Windkracht 10, een zware storm, is boven land een zeldzaamheid. Naast zware stormen, die meestal enkele uren duren, kan de regio Zuidoost-Brabant ook te maken krijgen met windhozen. Een windhoos is een zeer plaatselijke wervelwind die optreedt bij kritische verschillen in luchtvochtigheid en temperatuurverschillen. Windhozen komen vooral voor in de zomerperiode. Ze zijn vaak gekoppeld aan onweersbuien. Kleinere windhozen worden elk jaar wel ergens in Nederland gemeld met daarbij soms ook lokale schade.
Maar zware windhozen (ook wel een tornado genoemd) zijn zeldzaam in Nederland. In Nederland blijft het vaak bij een windhoos in wording waarbij het slurfje als een uitstulping onder de wolk zichtbaar is en de schade beperkt blijft. Casuïstiek en statistiek De winter van 2022 kende maar liefst vier stormen, genaamd Corrie, Dudley, Eunice en Franklin. De stormen Corry en Franklin waren goed voor een code oranje, de zware storm Eunice voor een code rood (in de kustprovincies). Storm Eunice staat in de top 3 zwaarste stormen in ruim vijftig jaar. Dat er zoveel stormen waren in 2022 is toeval. In 2023 was er maar één storm (genaamd Poly) in Nederland. Storm Poly is een van de zwaarste zomerstormen in ruim vijftig jaar. In het hele land werd gewaarschuwd voor (zeer) zware windstoten. Rond het IJsselmeergebied was het code
87
rood. In het noorden van het land gold code oranje en in de rest van het land code geel. De storm trok van het zuidwesten naar het noordoosten over Nederland. In Haarlem overleed een vrouw door een boom die op een auto viel. Ook in het centrum van Amsterdam raakten twee mensen gewond. In het hele land was er veel schade en hinder. Op KNMI-weerstation IJmuiden is een windstoot van 146 km/uur gemeten. De waarnemingen laten daar windkracht 11 zien, dat is bijna orkaankracht. De hoogste windsnelheden worden in de regel langs de kust bereikt, waar de wind weinig geremd wordt door obstakels en wrijving met het aardoppervlak. Op basis van het stormgetal hoort Poly bij de top 7 zwaarste zomerstormen in ruim vijftig jaar. Windhozen zijn vrijwel niet te voorspellen, maar kunnen alleen optreden bij bepaalde weersomstandigheden. De verschillen in temperatuur en vochtigheid tussen de lucht aan het aardoppervlak en op grote hoogte in de atmosfeer, moeten heel groot zijn. De ergste windhozen van de laatste tientallen jaren in Nederland met dodelijke slachtoffers traden op bij Chaam en Tricht (1967), Ameland (1972), Moerdijk (1981) en Ameland (1992). Gemiddeld enkele malen per jaar veroorzaken minder zware hozen zeer plaatselijk een enorme ravage.
Op 7 juni 2012 werd het Limburgse Montfort getroffen door een windhoos en op 21 juni werd in Aalsmeer schade aangericht door hoosachtige verschijnselen. Oorzaken Grote tegenstellingen in temperatuur in de atmosfeer liggen meestal ten grondslag aan het ontstaan stormdepressies. Vandaar dat de zwaarste stormen meestal in het winterhalfjaar voorkomen, van oktober tot en met maart. Op het noordelijk halfrond wordt het in het noorden snel kouder terwijl het in het zuiden nog nazomert. Dit leidt tot grote temperatuurtegenstellingen over korte afstanden. Er ontwikkelt zich vaak een krachtige straalstroom, een storm op zo’n 10 kilometer hoogte, waarmee de ene depressie na de andere ook richting Nederland komt. Als de atmosfeer onrustig is, komen stormen vaak kort na elkaar. Objecten van belang In de regio Zuidoost-Brabant zijn verschillende objecten van belang die getroffen kunnen worden door storm en windhozen. Zo is vooral de infrastructuur (weg, spoor en vaarwegen) kwetsbaar. In de bebouwde omgeving kan ook veel schade ontstaan door bijvoorbeeld losgeraakte stukken dak of gevel, glasschade in het kassengebied, enzovoorts. Daarnaast kan de energievoorziening en telecommunicatie hinder ondervinden door mogelijke schade aan masten. Maar ook omvallende bomen kunnen breuken in leidingen en kabels veroorzaken.
Tevens kunnen risico’s ontstaan wanneer grote massa’s mensen zich verzamelen (bijvoorbeeld bij evenementen), waarbij gedacht kan worden aan paniek door omwaaiende objecten en bijvoorbeeld het instorten van een feesttent. Ontwikkelingen Klimaatverandering heeft invloed op de windsterkte in Nederland, met name door de toename van extreme weersomstandigheden en zware stormen. Hoewel de gemiddelde windsterkte niet eenduidig toeneemt, nemen de frequentie en intensiteit van zware stormen en windstoten wel toe. Het KNMI verwacht dat de frequentie van zware stormen met name in de winter kan toenemen, zomers zouden daarentegen relatief stabiele of zelfs iets afnemende windsterkten kunnen laten zien.
88
Maatregelen Preventief -
Alarmering met weercodes door het KNMI. Gemeenten en ProRail rooien preventief bomen die bij een storm om kunnen waaien en daarmee het (trein)verkeer kunnen hinderen. De brandweer heeft bij extreem weer procedures voor een permanente bezetting van kazernes (stormnachtprocedure).
Reactief Gemeenten zorgen dat wegen toegankelijk worden en blijven. Partners De belangrijkste actoren zijn de hulpdiensten, beheerders van wegen, vaarwegen en spoorwegen (gemeenten, provincie, Rijkswaterstaat, Prorail). Het KNMI (in relatie tot het waarschuwen) en elektriciteitsnetbeheerders. Perceptie Risicoperceptie onderzoek VRBZO 2021, storm en windhozen. Maakt zich wel eens zorgen: 61% van de inwoners maakt zich minimaal 1 keer per jaar zorgen. Ik ben niet voorbereid: 58% van de inwoners vindt zich niet voorbereid. Informatiebehoefte: 10% geeft aan in (zeer) grote mate informatiebehoefte te hebben. In de regionale factsheet VRBZO van de najaarsmeting Risico- en Crisisbarometer 2023 is het risico ‘extreem weer’ opgenomen. Hoewel dit breder is dan alleen storm en windhozen, geeft dit wel een indicatie van de perceptie van de inwoners in de regio Zuidoost-Brabant. Uit de factsheet blijkt: Ingeschatte waarschijnlijkheid: 65% van de inwoners in de regio Zuidoost-Brabant vindt het (zeer) waarschijnlijk dat het risico ‘extreem weer’ plaatsvindt. Dit is exact hetzelfde als het percentage van de Nederlanders. Zorgen over risico’s en dreigingen: 40% van de inwoners in de regio Zuidoost-Brabant geeft aan zich zorgen te maken over het risico ‘extreem weer’, tegenover 36% van de Nederlanders.
89
Gevolgen en waarschijnlijkheid Gevolgen Impactcriteria 1.1
Aantasting integriteit grondgebied
2.1
Doden
2.2
Ernstig gewonden en chronisch zieken
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
3.1
Kosten
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
5.1
Verstoring van het dagelijks leven
5.2
Aantasting lokaal en regionaal bestuur
5.3
Sociaal psychologische impact
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
Score
Storm en windhozen kunnen in relatief korte tijd leiden tot een ernstige ontwrichting. De gevolgen hangen onder andere af van de windsnelheden en het gebied dat wordt getroffen. Voor de gevolgen van een storm maakt het veel uit op welk moment van de dag en in welk seizoen de storm optreedt. Doordat het hoogtepunt van een storm over het algemeen niet langer dan een dagdeel aanhoudt, levert een storm ’s nachts minder problemen op dan overdag. Zomerstormen zijn compact en kunnen in vrij korte tijd ontstaan. En vooral het verkeer en de recreatie, in het bijzonder op het water, in de problemen brengen. Bomen staan vol in blad en kunnen de wind moeilijker verdragen, vooral als het hevig regent. Tijdens warm, zonnig en droog zomerweer zijn mensen vaak ook niet goed voorbereid op het omslaan van het weer. Stormen in Nederland kunnen slachtoffers en doden veroorzaken, hoewel dit relatief zeldzaam is. Wanneer stormen slachtoffers veroorzaken, gaat het vaak om enkele doden of gewonden. De meeste dodelijke slachtoffers en gewonden zijn het gevolg van vallende bomen, rondvliegende objecten, omgewaaide structuren of ongevallen in het verkeer. Stormen en windhozen hebben vaak behoorlijke gevolgen voor infrastructuur (weg, spoor en vaarwegen). Mogelijk worden ook vaarverboden ingesteld waardoor de scheepvaart stil komt te liggen. Dit geldt met name voor de kanalen.
Ook het vliegverkeer van en naar Eindhoven Airport kan stil komen te liggen. Verder is het mogelijk dat de energievoorziening en telecommunicatie hinder kunnen ondervinden door bijvoorbeeld schade aan masten. Ook zijn er risico’s op plaatsen waar massa’s mensen zich verzamelen, bijvoorbeeld bij evenementen. Omvallende bomen kunnen naast schade aan wegen ook breuken in leidingen en kabels veroorzaken, met de bijbehorende overlast tot gevolg. Stormen kunnen ook leiden tot uitval van elektriciteits- en gasvoorziening, wateroverlast en problemen met de informatievoorziening. Zo leidt een storm in een bebouwde omgeving ertoe dat er vanwege stormschade een groot beroep wordt gedaan op hulpverleningsdiensten. Dit kan leiden tot overbelasting van de meldkamer, waardoor reguliere hulpverlening in gevaar kan komen. Er kan ook schade ontstaan aan cultureel erfgoed. Zo kunnen monumenten en andere historische structuren schade oplopen door bijvoorbeeld vallende objecten zoals bomen en puin.
90
Hoewel het KNMI steeds beter kan voorspellen wanneer storm of windhozen Nederland of een bepaalde regio bereiken, kunnen de gevolgen lokaal erg verschillen. Hierdoor kunnen mensen in sommige gevallen alsnog worden overvallen. Al met al kan de impact voor het dagelijkse leven dan ook groot zijn. Een combinatie van zowel een storm met zware windstoten en hevige neerslag kan de impact voor de maatschappij extra vergroten.
Waarschijnlijkheid Zware stormen komen in Nederland geregeld voor. Soms kunnen er meerdere zware stormen voorkomen in één jaar en soms slaan ze een paar jaar over. Hoewel de gemiddelde windsterkte niet consistent toeneemt, nemen zowel de frequentie als de intensiteit van zware stormen en windstoten wel toe. Het KNMI voorspelt dat vooral in de winter de frequentie van zware stormen kan toenemen, terwijl de windsterkten in de zomer relatief stabiel blijven of zelfs iets kunnen afnemen.
91
Illustratief scenario In het weekend waarschuwt het KNMI voor naderende westerstorm en geeft voor maandag voor het westelijke en zuidelijke deel van Nederland code geel. Het KNMI verwacht een windkracht 8 met windstoten. In de nacht van zondag op maandag gaat het harder waaien en op maandagochtend verhevigt de storm zich. Het KNMI geeft op basis van metingen code rood af, het teken dat het een heftige storm is met maatschappelijke effect van ontwrichting. De wind heeft vat op alles wat los of niet vast genoeg zit. Omgevallen bomen, rondvliegende dakpannen zorgen voor verstoringen. Al snel wordt opgeroepen om niet meer naar buiten te gaan. In de regio Zuidoost-Brabant stort door de wind een bouwsteiger in die op twee personen terecht komt. Ook raakt een vallende boom een voorbijrijdende auto. De automobilist overlijdt ter plaatse. De storm leidt tot vertragingen in het treinverkeer. Ook vliegverkeer van en naar Eindhoven Airport komt gedurende enkele uren stil te liggen. Daarnaast staan op de snelwegen lange files, onder andere op de A67 vanwege een omgevallen vrachtauto. De hulpdiensten worden overspoeld met meldingen. De meldkamer moet de inzet van de hulpdiensten prioriteren en de autoriteiten roepen op om niet langer 112 te bellen voor niet spoedeisende meldingen.
De gemeente en brandweer proberen zo goed en zo kwaad mogelijk de voornaamste doorgaande routes vrij te maken en houden. In de avond gaat de storm liggen en kan de balans opgemaakt worden. Door verstoringen blijft het verkeer in de regio tot laat in de avond verstoord.
92
9.3.8
Humane infectieziekten
Eigenschappen risico Geografische en temporele kenmerken Humane infectieziekten zijn ziekten die worden veroorzaakt door micro-organismen zoals bacteriën, virussen, parasieten of schimmels. Voorbeelden zijn griep, COVID-19, tuberculose, malaria en HIV/AIDS. Deze ziekten kunnen zich (snel) verspreiden via onder andere direct contact, lucht, water, voedsel of vectoren (zoals insecten). Infectieziekten kunnen worden onderverdeeld in van mens-op-mens overdraagbare infectieziekten en niet van mens-opmens overdraagbare infectieziekten. Van mens-op-mens overdraagbare infectieziekten worden direct of indirect overgedragen tussen mensen. Directe transmissie omvat rechtstreekse overdracht door nauw contact, zoals aanraking, zoenen, of seksuele activiteit. Bij indirecte transmissie vindt overdracht plaats via onder meer voedsel, water, voorwerpen, oppervlakken of door de lucht. Niet van mens-op-mens overdraagbare infectieziekten worden niet rechtstreeks tussen mensen overgedragen. Deze ziekten worden vaak overgedragen door vectoren zoals insecten, bijvoorbeeld malaria door muggen en de ziekte van Lyme door teken. Andere voorbeelden zijn zoönosen, die van dieren op mensen worden overgedragen, zoals rabiës.
Binnen de groep zoönosen is er verder onderscheid te maken in infectieziekten waarbij de ziekteverwekkers alleen overgedragen worden van dier op mens (alleen dier-op-mens transmissie) en zich niet kunnen verspreiden van mens tot mens, of ziekteverwekkers die zich na overdracht van dier op mens wel mens overdraagbaar kunnen verspreiden (ook mens-op-mens transmissie). Die eerste maakt onderdeel uit van het crisistype ‘Dierziekte’. Infectieziekten die van mens op mens overdraagbaar zijn, hebben over het algemeen grotere gevolgen voor mens en maatschappij dan infectieziekten die niet van mens op mens overdraagbaar zijn. Dit komt door hun vermogen om snel te verspreiden en grote populaties te infecteren. Er is sprake van een epidemie wanneer in een bepaalde menselijke populatie een infectieziekte bij een groter aantal individuen voorkomt dan normaal. Een epidemie klinkt ernstig, maar jaarlijks en soms meerdere keren per jaar vindt er in Nederland wel een epidemie plaatst. Het gaat dan niet om een heel ernstige ziekte, maar om bijvoorbeeld de griep. Van een pandemie is pas sprake als een epidemie zich over de hele wereld verspreidt en met grote aantallen ziektegevallen gepaard gaat. Een pandemie is een stuk zeldzamer dan een epidemie.
Geografische en temporele kenmerken spelen een belangrijke rol in de verspreiding en gevolgen van humane infectieziekten, zowel wereldwijd als in Nederland en specifiek in de regio Zuidoost-Brabant. In Zuidoost-Brabant vergroten de hoge mate van mobiliteit door nationale en internationale reizen (onder andere via Eindhoven Airport) de kans op snelle verspreiding van infectieziekten. Er zijn verschillende infectieziekten die je in Nederland niet of nauwelijks ziet, maar die elders in de wereld wel voorkomen. Daarentegen zijn er ook infectieziekten die veelvoorkomend zijn in Nederland maar bijvoorbeeld in andere delen van de wereld minder vaak worden gezien. Infectieziekten zijn dan ook vaak gebonden aan specifieke geografische, klimatologische, en ecologische omstandigheden. In gematigde klimaten zoals Nederland komen bepaalde ziekten vaker voor in specifieke seizoenen, bijvoorbeeld een piek in griepgevallen tijdens de winter. Tekenoverdraagbare ziekten zoals de ziekte van Lyme pieken daarentegen in de lente en zomer. Naast seizoensgebondenheid vertonen sommige infectieziekten periodieke uitbraken zonder vast seizoenspatroon.
93
Demografische kenmerken Demografische kenmerken spelen een belangrijke rol in de verspreiding en de gevolgen van humane infectieziekten. Mensen met minder weerstand zijn vatbaarder voor infectieziekten. Het gaat hier met name om jonge kinderen, ouderen, zwangeren en immuungecompromitteerden. Daarnaast zijn er een aantal risicoberoepen waar mensen in contact komen met ziekteverwekkers. De regio Zuidoost-Brabant heeft een bovengemiddeld aantal ouderen vergeleken met het landelijk gemiddelde in Nederland. Dit kan tijdens uitbraken leiden tot een hogere ziektelast en mortaliteit, aangezien oudere mensen vatbaarder zijn voor (ernstige) complicaties. Daarnaast kan de bevolkingsdichtheid van de regio ZuidoostBrabant mogelijk zorgen voor een snelle verspreiding van infectieziekten. Casuïstiek en statistiek COVID-19, veroorzaakt door het SARS-CoV-2-virus, leidde tot een wereldwijde pandemie die ook Nederland en de regio Zuidoost-Brabant zwaar trof. De eerste gevallen in Nederland werden begin 2020 gemeld, en de ziekte verspreidde zich snel door het land. In Nederland leidde de pandemie tot een reeks strikte maatregelen om de verspreiding van het virus te beperken, waaronder lockdowns, social distancing, mondkapjesplicht en reisbeperkingen.
De gezondheidszorg kwam onder grote druk te staan, met ziekenhuizen die hun capaciteit moesten opschalen en zorgmedewerkers die overuren maakten om de toestroom van COVID-19-patiënten te kunnen behandelen. In de regio Zuidoost-Brabant, was de impact bijzonder groot. Hier werden hoge aantallen besmettingen en sterfgevallen geregistreerd, vooral in de eerste golf. De regio moest snel reageren met noodmaatregelen, zoals het opzetten van extra IC-bedden en het organiseren van testen vaccinatiecampagnes. De economische en sociale gevolgen van de pandemie waren ook aanzienlijk. Veel bedrijven moesten tijdelijk of permanent sluiten, en er was een toename van werkloosheid en mentale gezondheidsproblemen. De overheid bood verschillende vormen van financiële steun aan getroffen bedrijven en individuen. De COVID-19-pandemie laat verder zien dat de gevolgen zich manifesteren in een groot aantal impactcriteria binnen de nationale veiligheidsbelangen, zoals aantallen chronisch zieken en doden (fysieke veiligheid), kosten en aantasting van de Nederlandse economie (economische veiligheid), verstoring van het dagelijks leven en sociaal-maatschappelijke impact (sociale en politieke stabiliteit).
Dit wordt veroorzaakt door de grote druk op het zorgsysteem, (tijdelijke) tekorten aan beschermingsmiddelen en capaciteit, gebrek aan een eenduidige internationale aanpak en de effecten van maatregelen, zoals een lockdown. Hierbij is er een duidelijke koppeling met verstoring van delen van de vitale infrastructuur, bijvoorbeeld de beperkingen in het openbaar vervoer en internationale vluchten. Een andere belangrijke factor is het gebrek aan effectieve behandeling of vaccin. Als er geen effectieve middelen beschikbaar zijn, zoals bij het begin van de COVID-19-uitbraak, kan de angst en onzekerheid rondom de ziekte de crisis verergeren. Daarnaast vormen snel muterende virussen, zoals influenzavirussen en coronavirussen, een extra uitdaging, omdat nieuwe varianten het moeilijk maken om effectieve vaccins en behandelingen te ontwikkelen en toe te passen, wat kan leiden tot aanhoudende uitbraken en pandemieën. Deze ziekten kunnen snel escaleren door hun besmettelijkheid, hoge sterftecijfers, en het potentieel om gezondheidszorgsystemen te overweldigen, waardoor ze aanzienlijke maatschappelijke en economische gevolgen hebben.
Hoewel andere pathogenen zoals antibioticaresistente bacteriën, vector-gedragen ziekten, en zoönotische infecties ook ernstige bedreigingen vormen, zijn het de respiratoire virussen die door hun snelle verspreiding en mutatiecapaciteit het grootste risico op een pandemie vormen.
94
De snelheid van verspreiding wordt vooral bepaald door de vraag of de ziekteverwekker van mens tot mens overdraagbaar is, of de transmissie van ziekteverwekkers via de lucht of direct contact kan plaatsvinden en door de responstijd. Daarbij is (zeker ook door de COVID-19- pandemie) duidelijk dat globalisering (inclusief toerisme) een factor is die de verspreiding wereldwijd versterkt. Oorzaken De belangrijkste oorzaken van humane infectieziekten zijn bacteriën, virussen, parasieten en schimmels. Bacteriële infecties omvatten ziekten zoals tuberculose, cholera en salmonella. Virale infecties omvatten bijvoorbeeld influenza, HIV en COVID-19. Parasitische ziekten zoals malaria en schistosomiasis zijn ook belangrijke oorzaken van infectieziekten bij mensen, net als schimmelinfecties zoals candidiasis en aspergillose. Naast deze micro-organismen spelen andere factoren een rol bij de verspreiding van infectieziekten. Slechte hygiëne, dichtbevolkte gebieden en internationale reizen dragen bij aan de verspreiding. Veranderingen in het milieu en klimaat kunnen eveneens invloed hebben op het optreden en de verspreiding van deze ziekten. Opwarming van de aarde kan bijvoorbeeld de leefgebieden van ziekteverspreidende insecten zoals muggen uitbreiden, waardoor ziektes zoals malaria en dengue zich naar nieuwe gebieden kunnen verspreiden.
Ontwikkelingen Een belangrijke ontwikkeling in de context van humane infectieziekten is de opkomst van antibioticaresistentie. Dit maakt de behandeling van bacteriële infecties steeds moeilijker, wat leidt tot langere en ernstigere uitbraken. Tegelijkertijd hebben innovaties zoals mRNA-vaccins de snelheid en effectiviteit van vaccinontwikkeling aanzienlijk verbeterd, wat de gevolgen van ziekten kan verminderen, zoals duidelijk werd tijdens de COVID-19-pandemie. Tevens verbeteren digitale gezondheidstechnologieën de voorspellingsmodellen en het reactievermogen op uitbraken, waardoor gezondheidsautoriteiten sneller en nauwkeuriger kunnen reageren. Verder zorgen globalisering en toegenomen mobiliteit ervoor dat infectieziekten zich sneller wereldwijd kunnen verspreiden, waardoor lokale uitbraken in korte tijd kunnen uitgroeien tot pandemieën. Daarnaast beïnvloedt klimaatverandering de verspreiding van vector-gedragen ziekten door het uitbreiden van de leefgebieden van muggen en andere vectoren, waardoor ziektes zoals malaria en dengue nieuwe regio's kunnen bereiken. Voornamelijk op het vlak van de detectie en signalering van mogelijke uitbraken van ziekteverwekkers zijn er de laatste jaren gunstige ontwikkelingen geweest.
Er worden steeds meer geavanceerde moleculaire technieken ingezet om in combinatie met bioinformatica sneller en nauwkeuriger diagnostiek te kunnen bedrijven om aard en omvang van de uitbraken te kunnen vaststellen. Daarnaast loopt er een geïntegreerde signaleringsstructuur tussen humane infectieziekten en besmettelijke dierziekten (de One Health aanpak). Deze signaleringsstructuur is ook gebruikt tijdens de COVID-19-pandemie. Maatregelen Preventief De meldingsplichtige infectieziekten zijn verdeeld over de groepen A1, A2, B1, B2 en C. Deze indeling is gebaseerd op de mate waarin dwingende maatregelen opgelegd kunnen worden om de bevolking te beschermen. Een infectieziekte valt in groep A1 als er een kans is dat de ziekte pandemisch wordt. Bij A1infectieziekten kunnen persoonlijke en gezamenlijke maatregelen genomen worden om verspreiding van de ziekte te voorkomen.
95
-
Algemene antivirale middelen en antibiotica, niet specifiek voor het betreffende virus of bacterie. GHOR/GGD’en hebben draaiboeken opgesteld die de effecten van een pandemie moeten beperken.
-
Veel bedrijven en overheidsinstellingen hebben continuïteitsplannen opgesteld. Op basis van de recente ervaringen met de griepepidemie werkte de GHOR, in samenwerking met de ketenpartners, maatregelen uit (bijvoorbeeld cohortverpleging). De GHOR en partners kunnen deze maatregelen toepassen om de zorgcontinuïteit op peil te houden.
Reactief Een vaccin kan pas ontwikkeld worden tijdens de uitbraak van een pandemie. Vaccins kunnen dus niet voorkomen dat pandemieën uitbreken, maar wel de impact ervan beperken. In Zuidoost-Brabant fungeert tijdens een pandemie het Coördinatieorgaan Infectieziekten, waarin alle eerste- en tweedelijns zorgpartners zitting hebben. Het Coördinatieorgaan heeft als taak de situatie in de regio te monitoren, knelpunten te signaleren en maatregelen binnen de keten af te stemmen Partners De belangrijkste partners bij het beheersen van infectieziekten en pandemieën in de regio Zuidoost-Brabant zijn de GGD Brabant-Zuidoost, het RIVM, VRBZO, het Centrum Infectieziektebestrijding (CIb), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), en de Minister van Volksgezondheid. De GGD monitort en bestrijdt uitbraken door middel van bron- en contactonderzoek (BCO), testen en vaccinaties. Het RIVM biedt nationaal overzicht en ondersteuning, terwijl de Veiligheidsregio noodhulp en crisismanagement coördineert. Het CIb houdt toezicht op infectieziekten en geeft richtlijnen voor preventie en behandeling. Het ministerie van VWS en de Minister van Volksgezondheid leiden het nationale beleid, zorgen voor middelen, en communiceren met het publiek en internationale partners. Deze organisaties werken nauw samen om de volksgezondheid te beschermen en de impact van pandemieën te minimaliseren.
Perceptie De perceptie van de samenleving in Nederland ten aanzien van infectieziekten, epidemieën en pandemieën is complex en beïnvloed door recente ervaringen, zoals de COVID-19-pandemie. Er is een verhoogde bewustwording en bezorgdheid, een algemeen vertrouwen in de gezondheidszorg, bereidheid tot vaccinatie, en bezorgdheid over de economische en sociaal-psychologische impact. Tegelijkertijd zijn er maatschappelijke discussies en polarisatie over de beste benaderingen om dergelijke crises aan te pakken. Risicoperceptie onderzoek VRBZO 2021, pandemie. Maakt zich wel eens zorgen: 69% van de inwoners maakt zich minimaal 1 keer per jaar zorgen. Ik ben niet voorbereid: 45% van de inwoners vindt zich niet voorbereid. Informatiebehoefte: 46% geeft aan in (zeer) grote mate informatiebehoefte te hebben. In de regionale factsheet VRBZO van de najaarsmeting Risico- en Crisisbarometer 2023 is het risico ‘infectieziekten’ opgenomen. Uit de factsheet blijkt: Ingeschatte waarschijnlijkheid: 41% van de inwoners van de regio Zuidoost-Brabant vindt het risico ‘infectieziekte’ (zeer) waarschijnlijk, tegenover 49% van de Nederlanders. Zorgen over risico’s en dreigingen: 36% van de inwoners in de regio Zuidoost-Brabant geeft aan zich zorgen te maken over het risico ‘infectieziekten’, tegenover 37% van de Nederlanders.
96
(Verwachte) maatschappelijke aandacht Humane infectieziekten met epidemische of zelfs pandemische potentie zullen veel maatschappelijke aandacht trekken, vooral bij snelle verspreiding of een hoge mortaliteit. De maatschappelijke druk op autoriteiten om preventieve maatregelen te versterken en snel te reageren is vaak groot. Hierbij valt ook terug te denken aan de COVID-19pandemie waarbij de overheid gedwongen werd om drastische maatregelen te nemen zoals lockdowns en reisbeperkingen.
97
Gevolgen en waarschijnlijkheid Gevolgen Impactcriteria 1.1
Aantasting integriteit grondgebied
2.1
Doden
2.2
Ernstig gewonden en chronisch zieken
2.3
Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)
3.1
Kosten
4.1
Langdurige aantasting natuur en milieu
5.1
Verstoring van het dagelijks leven
5.2
Aantasting lokaal en regionaal bestuur
5.3
Sociaal psychologische impact
6.1
Aantasting cultureel erfgoed
Score
Een grootschalige uitbraak van een infectieziekte kan verstrekkende gevolgen hebben op meerdere vlakken. De mate waarin de samenleving wordt ontwricht, hangt af van de ernst van de ziekte. Bij een pandemie kan de impact sterk variëren, afhankelijk van factoren zoals het aantal mensen dat ziek wordt, de complicaties die zich voordoen, de beschikbaarheid van antivirale middelen of antibiotica en de tijdige beschikbaarheid van een specifiek vaccin. Een dergelijke uitbraak kan leiden tot een groot aantal sterfgevallen, zoals bij COVID-19 en Ebola, waarbij miljoenen mensen zijn gestorven. Veel mensen kunnen ook ernstige langdurige complicaties ervaren, zoals blijvende longschade door COVID-19. Kwetsbare groepen zoals jonge kinderen, ouderen, zwangeren en mensen met een verzwakt immuunsysteem zijn extra vatbaar voor infecties. Infectieziekten die van persoon tot persoon overdraagbaar zijn, hebben doorgaans een grotere impact op de samenleving dan ziekten die niet op deze manier worden verspreid. Dit komt doordat ze zich snel kunnen verspreiden en grote aantallen mensen kunnen besmetten. Ziekten met ernstige complicaties en hoge sterfte leggen een zware druk op de gezondheidszorgsystemen. Ook wanneer veel mensen tegelijkertijd ziek worden, kunnen zorgsystemen overbelast raken, wat resulteert in tekorten aan bedden, personeel en medische voorraden, zoals tijdens de COVID-19-pandemie.
Economisch gezien nemen de zorgkosten aanzienlijk toe door de behoefte aan medische behandelingen, ziekenhuisopnames en noodhulp. Het massale aantal ziektegevallen en quarantaine leiden tot verlies van productiviteit en sluiting van bedrijven, met aanzienlijke economische gevolgen. Vele bedrijven moeten wellicht tijdelijk of permanent sluiten, met toename van werkloosheid en mentale gezondheidsproblemen tot gevolg. Op sociaal vlak kunnen maatregelen zoals quarantaine en lockdowns grote verstoringen in het dagelijks leven veroorzaken, zoals duidelijk werd tijdens de COVID-19-pandemie. Hierbij is er een duidelijke koppeling met verstoring van delen van de vitale infrastructuur, bijvoorbeeld de beperkingen in het openbaar vervoer en internationale vluchten. Ook kan dit potentieel leiden tot sociaal-maatschappelijke impact, zoals polarisatie, afnemende solidariteit en rellen. Politiek gezien kan een grootschalige uitbraak het lokaal en regionaal bestuur onder druk zetten. Overheden moeten snel en effectief handelen om de crisis te beheersen, wat kan leiden tot spanningen tussen inwoners en de overheid, en soms
98
tot maatschappelijke onrust. Een andere belangrijke factor is het gebrek aan effectieve behandelingen of vaccins. Wanneer deze middelen ontbreken, zoals aan het begin van de COVID-19-uitbraak, kan de angst en onzekerheid rondom de ziekte de crisis verergeren.
Waarschijnlijkheid Volgens de RbRa valt op dat de waarschijnlijkheid van een griepepidemie hoog is. Dit is gebaseerd op het feit dat er bijna elk jaar een griepepidemie voorkomt, veroorzaakt door bestaande typen influenzavirussen. Hoewel een pandemie een lagere waarschijnlijkheid heeft, heeft deze wel een grotere impact op de nationale veiligheid. De jaarlijkse griepepidemieën zijn relatief voorspelbaar en worden veroorzaakt door bekende influenzavirussen, wat betekent dat de volksgezondheidssystemen meestal goed voorbereid zijn. Daarentegen zijn pandemieën veroorzaakt door nieuwe respiratoire virussen, zoals SARS-CoV-2, veel minder voorspelbaar. In de Rbra is de waarschijnlijkheid van het uitbreken van een pandemie door een nieuwe respiratoir en mens overdraagbaar virus gescoord als ‘enigszins waarschijnlijk’.
99
Illustratief scenario Gedurende het griepseizoen breekt er een pandemie uit die ook Nederland en de regio Zuidoost-Brabant treft. Omdat deze pandemie in het griepseizoen plaatsvindt, duurt het enkele weken voordat de oorzaak is vastgesteld. Het blijkt om een nieuw van mens tot mens overdraagbaar respiratoir virus te gaan, waarvan de morbiditeit en mortaliteit hoger blijken te zijn dan bij COVID-19. De infectieziektebestrijding wordt snel opgeschaald en er worden zeer restrictieve maatregelen getroffen, gebaseerd op onder andere de door COVID-19 opgedane ervaringen. De zorgsector in Zuidoost-Brabant, waaronder enkele ziekenhuizen, wordt ernstig geraakt en kan de toestroom van patiënten gedurende enkele maanden niet aan. Ook de ontwikkeling van medicijnen en vaccins loopt door allerlei wetenschappelijke problemen ernstige vertraging op. Een zeer groot gedeelte van de Nederlandse bevolking, inclusief de inwoners van Zuidoost-Brabant, wordt ziek. Er zijn honderdduizenden ziekenhuisopnames en er vallen tienduizenden doden. De kosten zijn enorm, oplopend tot tientallen miljarden euro's, en het dagelijks leven wordt gedurende maanden tot een jaar ernstig verstoord. Verschillende sectoren vallen nagenoeg stil, met faillissementen en andere economische effecten tot gevolg. Ook bepaalde vitale diensten en infrastructuur, zoals openbaar vervoer en nutsvoorzieningen, worden geraakt.
In Zuidoost-Brabant ontstaan er voor enkele maanden tekorten aan acute zorg en levering van specifieke producten, wat zorgt voor grote onrust, angst en polarisatie onder de bevolking. In de maatschappij, zowel nationaal als regionaal, woedt een stevige discussie over aantasting van vrijheden en grondrechten. Mede daardoor vinden er met grote regelmaat demonstraties plaats vanuit verschillende belangengroepen, die soms leiden tot ernstige ongeregeldheden, rellen en plunderingen vanwege de strikte handhaving van de beheersmaatregelen.
100