6. Technische vragen en antwoorden RV 4e wijziging van de Integrale verordening sociaal domein
Tekst van het document
TECHNISCHE VRAGEN Raadscyclus:
Juni 2024
Naam fractie:
GroenLinks/PvdA, SP
Onderwerp:
Raadsvoorstel 4e wijziging van de Integrale verordening sociaal domein
Vragen GroenLinks/PvdA Sluit het raadsvoorstel aan bij een modelverordening van de VNG? Zo nee, Waarom? De hoofdstukken uit de integrale verordening zijn gebaseerd op de modelverordeningen van de VNG. Dit geldt niet voor hoofdstuk 1, waarin de lokale context staat beschreven en de leidende principes in Veenendaal. Ook het hoofdstuk 4.5 minimaregelingen is lokaal doorontwikkeld. Dit komt omdat gemeenten vrij zijn om lokaal minimabeleid naar eigen inzicht vorm te geven. Als basis voor de verordening minimabeleid 2024 hebben we de verordening uit 2021 gebruikt. Wel sluiten we voor de begrippen “huishouden, inkomen en vermogen” aan bij de definities uit de Particpatiewet.
Vragen SP 1. Hoeveel jongeren hebben er in 2023 en 2024 een zoekperiode/wachttijd gehad van vier weken bij de aanvraag van bijstand? 2. Hoeveel jongeren hebben er in 2023 en 2024 (als uitzondering) geen zoekperiode/wachttijd gehad van vier weken bij de aanvraag van bijstand? Antwoord vraag 1 en 2: Over het jaar 2023 en het jaar 2024 (1 januari 2024 t/m 31 mei 2024) hebben we een totaal van 216 jongeren een melding gehad voor bijstand en deze zijn door de gemeente in behandeling genomen. De wettelijke zoekperiode passen wij standaard toe, behalve bij de uitzonderingssituaties. Het afwijken van de zoekperiode kan wanneer er bijvoorbeeld sprake is van: • Een verhuizing vanuit een andere gemeente, waarbij de jongere al eerder bijstand ontving: • Jongeren met een indicatie banenafspraak, waardoor kenbaar is dat zij een afstand hebben tot de arbeidsmarkt; • Jongeren die tot een jaar geleden nog praktijkonderwijs hebben gevolgd; • Multi-probleem casussen en/of vanuit het oogpunt van menselijke maat. Wat ons opvalt is dat er in een behoorlijk aantal situaties sprake was van bovenstaande. Wij bekijken de meldingen ook vanuit het oogpunt van menselijke maat. Van de 216 jongeren hebben wij bij circa 40% afgeweken voor het toepassen van de zoekperiode. 3.
Is er berekend in hoeverre de gebruikers van de minimaregeling erop vooruit/achteruit gaan, nu de prijzen in de winkels stijgen, maar het totaal budget gelijk blijft? De koopkracht van gebruikers van minimaregelingen wordt voor meer dan 90% procent bepaald door landelijke ontwikkelingen, waaronder prijsstijgingen, verhoging minimumloon, verhoging toeslagen, verhoging kinderbijslag, verhoging kindgebonden budget, wegvallen tijdelijke energietoeslag etc. Daarnaast speelt onder andere de gezinssamenstelling een rol. Aanvullend kennen we lokaal minimabeleid. Het totaal budget voor de afzonderlijke regelingen blijft gelijk, echter
ongebruikt tegoed vervalt nu niet meer na één jaar. Daarmee denken we dat het uitnutten van de minimaregelingen wordt vergroot.
a. Zo ja, wat is hier uit gekomen? In januari 2024 heeft het Nibud berekeningen gemaakt van 117 voorbeeldhuishoudens. We verwijzen hierbij naar het rapport. https://www.nibud.nl/nieuws/koopkracht-verbetert-voor-bijna-alle-huishoudens/ Ook kunt u zelf berekeningen maken KoopkrachtBerekenaar - Nibud In het algemeen kunnen we stellen dat de bijstandsuitkering in 2024 stijgt 8,0% (5,5% per 1 januari en 2,3% per 1 juli) daar waar het Centraal planbureau inschat dat de prijzen in 2024 met gemiddeld 3,6 procent zullen stijgen.
b. Zo nee, is dit op korte termijn mogelijk? Zie antwoord a 4. Wat zijn de verwachte jaarlijkse extra kosten als de verschillende categorieën van het Doe-Mee budget voor kinderen met 50 euro per categorie verhoogd wordt? We verwachten dat een ophoging van € 50,- van het Doe-Mee budget leidt tot extra kosten van € 100.000 per jaar. Toelichting - In het vorige pasjaar 2022-2023 is er voor 1.308 kinderen gebruikgemaakt van (één van) de budgetten voor kinderen. Dit zou betekenen dat de kosten naar verwachting met € 65.400,- toenemen. - In het huidige pasjaar 2023-2024 is er tot en met mei 2024 voor 1.215 kinderen gebruikgemaakt van (één van) de budgetten voor kinderen. Dit zou betekenen dat de kosten naar verwachting met € 60.750 toenemen. Let wel, deze maand worden nog openstaande budgetten aangesproken, omdat het pasjaar eindigt op 1 juli 2024. -Voor komend pasjaar 2024-2025 gaan de budgetten wijzigen, waardoor het aantrekkelijker wordt deze (volledig) te besteden. De verwachting is dan ook dat er komend pasjaar voor meer kinderen gebruikt gemaakt gaat worden van het Doe mee-budget, waardoor de kosten waarschijnlijk hoger uit komen te vallen dan de bedragen die hierboven vermeld staan die gebaseerd zijn op het historisch gebruik.