4.3 Bijlage 3 Programma van Eisen
Tekst van het document
Er dient daarom een vorm van daglichtinval aanwezig te zijn bij de tonelen van de Theater -en Multifunctionele zaal gecombineerd met een geautomatiseerd systeem voor daglichtverduistering.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
84
9.3.2. Kunstlicht De zaalverlichting van de Theaterzaal, Multifunctionele zaal en Filmzaal/ Break-out room moet zijn opgenomen in het (licht)theatertechnieknetwerk en op meerdere plaatsen bedienbaar zijn (regiecabine, toneel, zaalregiepositie, zaalingang). De zaalverlichting heeft zowel een functie als sfeerverlichting maar moet ook geschikt zijn als werk- en schoonmaak verlichting. In alle zalen wordt een integraal verlichtingssysteem vereist dat volledig van 100% naar 1% van het maximale lichthoeveelheid in lineaire lijn dimbaar is. Wanneer de zaalsluizen zijn uitgevoerd als “steeksluizen”, als overgangsgebied tussen zaal en foyer dient de verlichting in de sluis in een preset functie mee te lopen op de instellingen van zaalverlichting en zodanig gebouwverlichting, zo dat er nooit “vals licht” vanuit foyer direct in de zaal kan schijnen. Ruimten met een representatief karakter, zoals de foyers en het theatercafé, worden voorzien van een combinatie van basisverlichting, sfeerverlichting en expositieverlichting. Op strategische plekken dient bovendien een aparte aansluitvoorziening voor theaterverlichting aanwezig te zijn (bijv. wandcontactdozen), zodat deze ruimten ook geschikt zijn voor evenementen en aanvullende verlichtingstoepassingen.
De basis- en sfeerverlichting dienen te worden uitgevoerd als één integraal, dimbaar systeem met instelbare lichtscènes (presets), afgestemd op verschillende gebruiksmomenten. Toepassing van duurzame LED-verlichting is hierbij verplicht. In ruimtes waar dia- en video- of smartbord presentaties kunnen worden gehouden is de verlichting dimbaar en in verschillende niveaus schakelbaar; deze ruimtes moeten ook verduisterd kunnen worden. Alle verlichting in het gebouw moet: • Centraal regelbaar zijn+ • En per betreffende ruimte regelbaar zijn+ • En daar waar mogelijk d.m.v. beweging/ infrarood sensoren schakelbaar zijn. NB: In ruimtes waar dit mogelijk is kan door een lichte kleur van het plafond en de wanden met minder verlichtingsarmaturen hetzelfde verlichtingsniveau als met donkere wanden worden gehaald. In verband met de sociale veiligheid rondom het gebouw, heeft het gebouw, naast sfeervolle buitenverlichting, ook zgn. “zedenverlichting” die het gebouw voldoende aanstraalt en donkere plekken voorkomt. Het verlichtingsniveau is voldoende voor camerabeveiliging. 10.
GEBOUWAKOESTIEK, ZAALAKOESTIEK EN ZICHTLIJNEN
10.1.
Akoestische aspecten gebouw
Het akoestisch comfort en de benodigde voorzieningen worden aan de hand van het gebruik gedefinieerd. Opvolgend worden de akoestische eisen geformuleerd in relatie tot het gebruik van de ruimten per onderdeel, te weten: • Geluidwering gebouwschil voor inperking geluidsbelasting extern naar binnenzijde gebouw • Geluidisolatie naar aanpalende ruimten, • Maximaal toelaatbare installatiegeluidniveaus en achtergrondgeluid, • Ruimtelijke akoestiek (akoestiek van zaal en elektro akoestiek). 10.2.
Geluiduitstraling naar en geluidbelasting vanuit de omgeving
Geluidwering van gevels en daken dienen te voldoen aan Wet Milieubeheer en aanhangende besluiten. Vanuit de omgeving kunnen relevante geluidbelastingen op de uitwendige scheidingsconstructie van het theatergebouw optreden.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
85
Deze zijn met name van belang voor de drie zalen omdat daar een laag achtergrondgeluidniveau vereist is in relatie tot gebruik/bespeling. In de beoordeling dienen daarom onder andere de navolgende externe geluidbronnen meegenomen te worden: • (Verkeers)lawaai van (vracht)auto’s, hulpdiensten, bestelbussen en touringcars op de wegen in directe nabijheid van het theater en voertuigen op het eigen terrein, of binnen het eigen gebouw, • Evenementen op het voorplein en evenemententerrein. Binnen de beoordeling rekenen met maximaal toegestane (externe) geluidsniveaus. Uitgangspunt is dat het geluidniveau voor achtergrondgeluid gemeten in de ruimten/zalen (als gevolg van geluidsbelasting vanuit de omgeving) niet wordt overschreden. 10.2.1. Geluiduitstraling naar de omgeving De geluidwering van de gevels en daken (en maximale geluidsuitstraling in de gebruik situatie) dient te voldoen aan de Wet Milieubeheer en aanhangende besluiten.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
86
10.3.
Achtergrond geluidniveaus en interne geluidisolatie
Er mogen in de zalen, enige verblijfs- en verkeersruimtes geen hinder worden ondervonden van installatiegeluid afkomstig van technische installaties (o.a. compressormachines, luchtbehandeling, E-kastventilatoren, keukeninstallaties etc.). Dit betreft zowel achtergrondgeluid via o.a. luchtkanalen en roosters als lucht- en contactgeluid van apparatuur. Ook dient geluidhinder t.g.v. trillingen te worden geëlimineerd door trilling geïsoleerde opstellingen of zwevende dekvloeren. Voor wat betreft installatie-achtergrond-geluid wordt in dit PvE de volgende definities gehanteerd: • Achtergrondgeluidniveaus ten gevolge van installaties in de diverse ruimten, • Overspraak van (muziek)geluid tussen ruimten via de installaties, • Installatiegeluid en overspraak via installaties in relatie tot de geluiduitstraling naar de omgeving, • Trillingen. Tabel: Achtergrondgeluidniveaus ten gevolge van installaties Maximaal geluidniveau tgv installaties [dB(A)] Theaterzaal Klassieke bespeling o.a. orkest, vleugel en koor
25
Overige; musical, opera, congres, cabaret, lezing etc.
30
Theater setting tribune, verstrekte muziek, congres, bioscoop
25
Sta concerten (pop-band / dance / feest), beurs/diner/etc.
40
Multifunctionele zaal
Filmhuis/ break-out room Film setting tribune, congres, bioscoop
35
Sta activiteiten beurs/diner/repetities
38
Foyerruimte
35
Garderobe en horeca gelieerde ruimten grenzende bij foyers
38
Theatercafé
35
Keuken en gelieerde horecaruimten (m.u.v. bergingen)
40
Algemene verblijfsruimten (o.a. kleedruimten, kantoren vergaderruimte)
35
Verkeersruimte
40
Technische ruimte LBK en warmtepomp
80
Werkplaats
45
Expeditie ruimte
45
Vanuit gebruiksoverwegingen worden eisen gesteld aan interne geluidisolatie om hinder tussen geluid producerende en geluidgevoelige ruimten te voorkomen. Geluidisolatie (DnT;A) d.w.z. het geproduceerde maximaal equivalent geluidniveau in de ene ruimte en het (maximaal) gewenste achtergrondgeluidniveau in de andere ruimte.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
87
Onderstaande uitgangspunten hierbij ook in acht te nemen: • Tijdens activiteiten in de zalen is een hoger geluidniveau toegestaan in de foyer, feitelijk zijn de foyers akoestisch beschouwd een zgn. geluidsbuffer. • Gebruik van foyer als activiteitenruimten zoals feestruimte of optreden band, echter niet gelijktijdig met geluidgevoelige activiteiten in zalen • Laden en lossen van vrachtwagenverkeer i.r.t. geopende deuren naar zalen en foyer. Bij het bepalen van de geluidisolatie en de benodigde voorzieningen dient rekening te worden gehouden met de aard van de geluidproductie. Daarom worden de referentiespectra opgegeven behorend bij de activiteiten in de ruimten. In onderstaande tabel zijn weegfactoren per referentiespectrum opgegeven:
Referentie spectrum
Frequentie [Hz] 63
125
250
500
1000
2000
4000
Popmuziek
-27
-14
-9
-6
-5
-6
-10
C volgens ISSO 717-1
-32
-22
-15
-9
-6
-5
-5
Ctr volgens ISSO 717-1
-18
-14
-10
-7
-4
-6
-11
Aan de hand van ruimte gebruik en maximaal beoogde geluidniveaus c.q. achtergrondgeluidniveaus moeten de geluidisolatiewaarden worden berekend. Geluidisolatie eisen (DnT;A) bepaling volgens NEN 5077:2006 resp. C1:2008. Bij definitie van geluidisolatie (DnT;A) tussen de ruimten onderling, dient een straffactor op de achtergrondgeluidniveaus te worden gehanteerd, indien er sprake is van tonaal/impulsachtig geluid of muziekgeluid met een strafcorrectie factor van 5 dB. Genoemde correctie te hanteren binnen de octaafbanden van 63 Hz tot en met 4000 Hz. 10.3.1. Contactgeluid Overlast door contact- en loopgeluiden moet worden voorkomen. Onder andere ruimtes met een harde vloerafwerking zijn een aandachtspunt. Technische eisen worden verder uitgewerkt in het Technische PvE. 10.3.2. Installatiegeluid Dit is het maximaal toelaatbare geluidniveau in de betreffende ruimten ten gevolge van alle technische installaties tezamen. Toetsing dient plaats te vinden aan de maatgevende (laagste) van de dB(A)-waarde en NR-curve. De geluidoverdracht tussen technische ruimte en de aangrenzende ruimten moet worden meegenomen bij de toetsing aan het installatiegeluidniveau.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
88
10.3.2.1. Overspraak via luchtkanalen en installaties Naast de eisen uit de tabel dient tevens overspraak via installaties te worden voorkomen en afstraling van leidingen of kanalen te worden ingeperkt. De overspraak via technische installaties of afstraling van technische installaties mag de bouwkundige isolatie niet benadelen. Derhalve dient de prestatie van geluidisolatie van overspraak en afstraling minimaal 7 dB hoger te liggen dan de bouwkundige luchtgeluidisolatie, rekening houdend met de karakteristiek van het brongeluid en het frequentiebereik waarover de luchtgeluidisolatie wordt beschouwd. Op de eisen voor het installatiegeluidniveau dienen strafcorrecties te worden toegepast van 5 dB indien een installatie een tonaal en/of impulsachtig karakter heeft, waardoor het een tonaal karakter krijgt en verschil tussen het equivalente geluidniveau in een tertsband en elk van de twee aangrenzende tertsbanden hoger ligt dan: • 15 dB tussen 50 en 125 Hz • 8 dB tussen 160 en 400 Hz • 5 dB tussen 500 en 10000 Hz. Voor het berekenen van het installatiegeluidniveau, overspraak en geluidafstraling dient ISSO-publicatie 24 'Installatiegeluid" te worden gehanteerd. 10.3.2.2. Trillingen door installaties Tevens dient (geluid)hinder t.g.v. trillingen te worden voorkomen door o.a. trilling geïsoleerde opstelling van apparatuur of toepassing van een zwevende dekvloer.
De benodigde maatregelen om hinder te voorkomen dienen te worden bepaald door de akoestisch adviseur en maken onderdeel uit van de ontwerpopdracht. Deze eis is aanvullend op de prestatie-eis voor contactgeluidsisolatie. 10.4.
Ruimteakoestiek
Theaterzaal Deze zaal is primair geschikt voor versterkte theatervoorstellingen met hoge verstaanbaarheid van muziek en spraak over een toe te voegen luidsprekersysteem. Het frequentiespectrum is van 63 t/m 4000 Hz en in de zaal rekening houden met een geluidproductie vanuit luidsprekersysteem met geluidpieken tot circa 110 dB(A). In deze theaterzaal is een nagalmtijd van 1.2 à 1.3 seconde vereist (combinatie bouwkundige afwerking en zaalstoelen). Deze nagalmtijd gemeten in een ingerichte theaterzaal, zonder bezoekers en met afstopping van poten en friezen op toneel echter uitgaande van een open voordoek in proscenium. De nagalmtijd in de zaal is te verlengen met een zgn. Electro Akoestische Systeem (EAS) welke in de zaalwanden plafond(kaatsers) dient te worden ingebouwd opdat de onderstaande prestaties nagalm prestaties kunnen worden beleefd. • • • • • • • •
Operette Kamermuziek Opera Klassiek ballet Kamerorkest& Klein symfonieorkest Groot orkest Orkest met koor
: tussen de 1,3 en 1,5 seconde, : tussen de 1,2 en 1,6 seconde, : tussen de 1,4 en 1,6 seconde, : tussen de 1,5 en 1,7 seconde, : tussen de 1,6 en 1,8 seconde, : tussen de 1,8 en 2,0 seconde, : tussen de 2,0 en 2,4 seconde.
Multifunctionele zaal Deze zaal is primair geschikt voor allerhande evenementen voor versterkte muziek o.a. primair popconcert en dance functionaliteit en een aanvullend geluidseffecten systeem voor bioscoop toepassing. Het frequentiespectrum is van 63 t/m 2000 Hz en in de zaal rekening houden met een geluidproductie vanuit luidsprekersysteem met geluidpieken tot circa 113 dB(A).
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
89
In deze Multifunctionele zaal is een nagalmtijd van 0.9 à 1.0 seconde vereist (combinatie bouwkundige afwerking en zaalstoelen). Genoemde nagalmtijd gemeten in een ingerichte Multifunctionele zaal inclusief uitgeschoven tribune, zonder bezoekers en met afstopping van poten en friezen op toneel echter uitgaande van geopend voordoek. De nagalmtijd van deze zaal is te verlengen met een EAS-systeem welke in de zaal dient te worden ingebouwd en waarbij deze primair ook zal worden ingezet voor film (dolby)effecten. Daarbij zal deze zaal in basis minder geschikt zijn voor reguliere professionele theaterbespeling doch met inzet van een EAS-systeem kunnen prestaties bijna worden benaderd. Bij een ingeschoven schuiftribune dient de nagalmtijd te worden ingekort door akoestische doeken open te vouwen bij de theaterbruggen van toneeltoren en -zaal ten behoeve van bijv. dance en pop & band optredens. Filmzaal en Break-out room Deze Filmzaal/ Break-out room is geschikt voor lezingen, congressen, repetities, amateurtoneel en primair juist voor de bioscoop functie. Uitgangspunt is een geluidseffecten (dolby)systeem voor bioscoop toepassing en een basisluidsprekersysteem voor spraak en achtergrondmuziek.
Het frequentiespectrum van 63 t/m 2000 Hz en in de zaal dient rekening te worden gehouden met een geluidproductie vanuit luidsprekersysteem voor wat betreft geluidpieken tot ongeveer 110 dB(A). In deze zaal is een nagalmtijd van 0.9 à 1.0 seconde vereist (combinatie bouwkundige afwerking en uitgeschoven tribune) zonder extra toe te voegen theaterstoffering echter met uitgeschoven tribune en zonder bezoekers. De zaal nagalmtijd is tevens te verlengen via het EAS/ effecten processor. Bij het inschuiven van tribune zal de nagalmtijd automatisch langer worden (minder absorptie oppervlak, meer reflectie). Door eventueel stoffering op te hangen aan het plafond-buizengrid kan deze verlenging van nagalmtijd door exploitant worden gereduceerd. Theatercafé Het theatercafé is primair geschikt voor bezoekers voor lunch, diner en pauze- & nazit voorziening voor dranken. Ook moet het mogelijk zijn om in het theatercafé toespraken te houden (al dan niet versterkt) en kleinschalige optredens te realiseren met zang en/of een instrument bespeling. Deze ruimte is primair geschikt voor zowel onversterkte als versterkte spraak en muziekinstrumenten weergave en uitgangspunt is een hoge spreek verstaanbaarheid. Het aanvullende luidsprekersysteem kan ook achtergrondmuziek afdoende diffuus en niet hinderlijk ondersteunen.
Er geldt een frequentiespectrum van 63 t/m 2000 Hz en een geluidproductie vanuit luidsprekersysteem voor wat betreft geluidpieken tot circa 103 dB(A). Voor de nagalmtijd in het theatercafé wordt vanuit bouwkundige (interieur) afwerking i.c.m. inrichting van het café een nagalmtijd van ca. 1.2 seconde vereist, zonder aanwezigheid van bezoekers. Foyers en garderobe De foyers hebben doelstelling om bezoekers tijdelijk kort te laten verblijven als wachtruimte voor de voorstelling, pauzebedrijf en nazit. In geval van uitkoop van bijv. business-to-business zullen de bezoekers er wellicht wat langer verblijven i.c.m. horeca. Ondanks grotere volumes en akoestisch harde gevelglasdelen dienen akoestische ‘cocktail-party effecten’ te worden voorkomen. Deze ruimte is in beperkte zin geschikt voor versterkte spraak- en muziek weergave. Een aanvullend luidsprekersysteem dient met name achtergrondmuziek afdoende diffuus en niet hinderlijk te ondersteunen. Dito voor aankondiging start voorstelling en einde pauze-bedrijf met gongsignaal. Het frequentiespectrum van 63 t/m 2000 Hz en een geluidproductie vanuit luidsprekersysteem in geval van bedrijfsfeesten voor wat betreft geluidpieken tot circa 103 dB(A) vanuit optredende band. Voor de nagalmtijd in deze verschillende deel foyers wordt vanuit bouwkundige (interieur) afwerking i.c.m.
inrichting van de (deel)foyer een nagalmtijd van maximaal 1.4 seconde vereist, zonder dat de foyer is gevuld met bezoekers.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
90
Kantoor De akoestiek van de kantoortuinen dient zodanig te worden ontworpen dat achtergrondgeluid en storende geluiden tot een minimum worden beperkt. Concentratiegericht werken moet goed mogelijk zijn. Voor activiteiten die geluidsoverlast kunnen veroorzaken, zoals telefoneren, overleg of pantrygebruik, worden afzonderlijke ruimten voorzien, zoals beschreven in paragraaf 6.4 van dit PvE. 10.5.
Zichtlijnen
“Zichtlijnen zijn denkbeeldig op de zaalplattegrond getrokken lijnen die de grenzen van het blikveld van de toeschouwer aangeven en die bepalend zijn voor wat hij wel en niet kan zien.” 1 Niet alleen in het horizontale vlak geldt deze uitleg, ook in verticale zin moeten de zichtlijnen onderzocht worden. In de huidige Theaterzaal van Theater Lampegiet zijn de zichtlijnen van hoge kwaliteit; toeschouwers wordt een uitstekend zicht geboden op wat er zich op het toneel afspeelt. In de Theaterzaal van het nieuw te bouwen theater dienen de zichtlijnen van gelijkwaardige hoge kwaliteit te zijn. Voorop staat dat ten aanzien van dit ontwerpaspect, in vergelijking met de bestaande situatie, bij de nieuwbouw niet aan kwaliteit mag worden ingeboet. De zichtcondities in een theaterzaal zijn van groot belang voor de beleving van een theatervoorstelling. Als onderdeel van de ontwerpopgave dient de architect voor zowel de Theaterzaal, de Multifunctionele zaal als de Fimzaal rekening te houden met de door de adviseur theatertechniek voor elke zaal inmiddels opgestelde ruimtelijke modellen (bijlage 11, 12 13) die het resultaat van zijn van verrichte zichtlijnenstudies. 10.6.
Stoelenplan zalen (TZ, MZ, FZ)
Voor zowel de Theaterzaal, de Multifunctionele Zaal als de Filmzaal zijn het aantal zitplaatsen, de positionering van rijen en de indeling van rolstoelplaatsen bepalend voor de functionaliteit, zichtlijnen en toegankelijkheid van de zalen. Omdat deze aspecten sterk samenhangen met de architectonische en technische ontwerpuitgangspunten, zijn de stoelenopstellingen uitgewerkt in de bijlagen 11, 12 en 13 die zijn bijgesloten bij dit PvE. Deze tekeningen geven (naast de primaire ruimtelijke afmetingen van de zalen en toneelvloeren) per zaaltype inzicht in de vaste, flexibele uitneembare stoelenrijen, de positie van de regieplaatsen en mogelijke rolstoelplekken.
1
Bron: Drie kluiten op een hondje – klein lexicon van het theater (Rob Klinkenberg, 2005).
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
91
11.
BOUWTECHNISCHE EISEN
In dit hoofdstuk worden voor het gebouw als geheel en op ruimteniveau in hoofdlijnen de bouwtechnische eisen omschreven, voor zover niet volgend uit de technische kwaliteitseisen. De architect en de adviseurs moeten heldere, inzichtelijke en integrale afwegingen maken voor de bedachte ontwerpoplossingen als het gaat om aspecten energiebesparing, beperking onderhoudskosten, Duurzaam bouwen, welzijn en comfort, architectuur en dergelijke. 11.1.
Constructie
11.1.1. Draagstructuur Bij de constructie rekening houden met de mogelijkheid voor toekomstige aanpassingen door de draagstructuur goed te scheiden van andere functies. De constructiehoogte zodanig kiezen dat de geëiste vrije hoogte in samenhang met de voor de installaties benodigde hoogte, en de beoogde flexibiliteit kan worden gerealiseerd. Bij de bepaling van de vereiste constructiehoogte en de vereiste hoogte (boven het plafond) voor de installaties zorgdragen voor een optimale positionering van functionele, constructie en installatie ruimtes, waarbij de functionele eisen en de totaalkosten worden afgewogen. Constructieve obstakels boven de plafonds beperken. Sparing mogelijkheden opnemen in verband met de installaties, de uitbreidingsmogelijkheden en de bereikbaarheid (beheer en onderhoud). In verband met akoestische eisen rekening houden met akoestische dilataties en doos-in-doosconstructies. 11.1.2. Kolomvrije ruimtes Een aantal specifieke ruimtes dient kolomvrij te zijn, namelijk: • De Theaterzaal inclusief het toneel, de zijtonelen en het achtertoneel; • De orkestbak en toneelrand van de Theaterzaal; • De Multifunctionele zaal; • De Filmzaal / Break-out room. Ook de foyerruimtes dienen grotendeels kolomvrij te zijn.
Kolommen zijn daar, indien noodzakelijk, in minimaal aantal toegestaan, maar onder voorwaarde dat de positie zorgvuldig wordt bepaald en de gebruiksfunctionaliteit op geen enkele manier wordt belemmerd. 11.1.3. Vloerbelastingen Voor de aan te houden vloerbelasting uitgaan van het Bouwbesluit, echter met inachtneming van de flexibiliteiteisen. Nieuwe vloerdelen bouwbesluit 4kN/m2. Multifunctionele zaal t.b.v. flexibel gebruik 5kN/m2. Voor onder andere toneel, zijtoneel, en achtertoneel van de Theaterzaal, Multifunctionele zaal rekening te houden met 12,5 kN/m2. Speciale aandacht te geven aan (overgang van) luikvoorzieningen en verende vloer met gelieerde blokkade safety voorzieningen en behoud van vloer. Voor de laad- en losruimtes, inpandige vrachtwagen parkeerplaats en liftputten 20 kN/m2 aan te houden Per ruimte dient de puntlast in ontwerpfase nader te worden gedefinieerd. Voor opslagruimtes en voorzieningen zoals computerruimtes, alle technische ruimtes, ruimtes voor archief en kluis, gelden ook zwaardere eisen ten aanzien van de vloerbelasting 10 kN/m2.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
92
11.2.
Bouwkundige maatregelen flexibiliteit
Ontwikkelingen gaan sneller dan de levensduur van de huisvesting. Het is dan ook te verwachten dat in de toekomst aanpassingen noodzakelijk zijn. Daarom is het van belang aandacht te besteden aan de flexibiliteit met als doel een gebouw te realiseren dat langdurig in staat is om huisvesting te bieden aan Theater Lampegiet (of aan andere mogelijke gebruiksvormen). Om de te gewenste flexibiliteit te bereiken moet voor het gebouw en de gebouwdelen rekening worden gehouden met indeelbaarheid, aanpasbaarheid (uitbreidbaarheid en inkrimpbaarheid), veranderbaarheid (gebruik van dezelfde ruimte voor een nieuwe functie) en dubbelgebruik.
In verband met de gewenste flexibele indeelbaarheid, moet voor zover de eisen per ruimtefunctie dat toelaten, worden uitgegaan van de volgende voorzieningen: • Vaste en gangbare stramienmaten met goede aansluitmogelijkheden van binnenwanden op de gevel; • Voorkeursmaten voor overspanningen uitgaan van een veelvoud van 0,6 m uitgegaan (moduulmaat); • Optimale kolommenstructuur ten behoeve van flexibele invulling met verplaatsbare wanden (gips- of kalkzandsteen) zodat op een zo groot mogelijk aantal plaatsen de optie bestaat om, indien dit na ingebruikname van het gebouw gewenst is, bestaande binnenwanden te verwijderen, dan wel nieuwe te plaatsen, waarbij de vloeren vlak doorlopen; • Trappenhuizen, liftschachten en sanitair groepen als constructieve wanden, tevens stabiliteitswanden; • Bouwkundige en installatietechnische voorzieningen in het gebouw zo autonoom mogelijk ontworpen van de draagconstructie; • Verplaatsbare scheidingswanden (systeemwanden) met standaard gevelaansluitingen; • Uniforme detailleringen; • Voldoende fijnmazige bediening- en aansluitmogelijkheden in de vorm van bijvoorbeeld vloer- en/of wandgoten (een en ander ter voorkoming van snoeren over de grond); • Goede bereikbaarheid van alle apparatuur boven de verlaagde plafonds.
In verband met de gewenste flexibele aanpasbaarheid, voor zover de eisen per ruimtefunctie dat toelaten, zijn de volgende voorzieningen noodzakelijk: • Vervangbaarheid van bouwdelen en onderdelen en afwerkingen; • Eenvoudige aanpasbaarheid van leidingenstelsels; • Mogelijkheden voor nieuwe sparingen. Flexibele ruimtescheidingen dienen zodanig te worden geplaatst en uitgevoerd dat deze zijn afgestemd op de brandscheidingen, zodat bij aanpassingen deze brandscheidingen ongewijzigd kunnen blijven.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
93
11.3.
Bouwkundige maatregelen energiezuinigheid
Duurzaamheid heeft onder andere te maken met energiegebruik. Het milieu en de exploitatie kunnen door energiezuinigheid worden verbeterd. Een en ander in samenhang met bouwkundige maatregelen, zoals: • Beperking van het glaspercentage versus maximaal gebruik van daglichttoetreding en de gewenste transparante uitstraling (een en ander te optimaliseren); • De oriëntatie van beglazing om zonne-instraling optimaal te benutten; enerzijds voor verlichting en verwarming, anderzijds ter voorkoming van oververhitting en daardoor noodzakelijke koeling; • Toepassing van zonwerende voorzieningen (zonwerende beglazing, buitenzonwering, overstek en dergelijke); • Een geoptimaliseerd thermisch isolatiepakket; • Gebruik van de gebouwmassa voor passieve koeling; • Sedumdak en/of zonnecollectoren (warm water) en/of zonnepanelen (duurzame elektriciteit); • Hemelwateropvang en gebruik; • Bouwkundige voorzieningen voor het gebruik van halogeenvrije bekabeling, buisleidingen en dergelijke; • De toepassing van niet-uitlogende bouwmaterialen. Zie terzake ook de gestelde in paragraaf 9.1 van dit PvE (Duurzaamheid). 11.4.
Constructieve voorzieningen voor theatertechniek en trekkeninstallaties
Voor een veilige, duurzame en storingsvrije werking van de theatertechnische hijsinstallaties zijn er specifieke afdrachtconstructies noodzakelijk ter plaatse van o.a. de rollenzolder en het dakniveau van de toneeltoren. Dit betreft doorgaans een stalen spantconstructie die van de linker- naar de rechterzijde (of vice versa) van de toneeltoren loopt, ter ondersteuning van de rollenzolder en dakconstructie. Er dienen twee gelijke spanten vanaf stage right naar stage left over het toneelvlak te worden gerealiseerd, zodat het toneel wordt verdeeld in drie gelijke zones van elk 1/3 van de vloerbreedte. Deze spanten dragen zowel statische als dynamische belastingen af, afkomstig van hijsinstallaties, dakconstructie en overige gebouwgebonden installaties. Dit geldt voor zowel de grote theaterzaal als de multifunctionele zaal. De dimensionering van deze constructieve voorzieningen, inclusief het primaire skelet van de toneeltoren, dient in een vroegtijdig stadium plaats te vinden. Dit gebeurt in overleg tussen de constructeur en de theatertechnisch adviseur, zodat optimale integratie en belasting overdracht worden gewaarborgd. Daarnaast moet de (primaire) gebouwconstructie zodanig worden ontworpen dat het mogelijk is om in beide zalen een ononderbroken trekkenveld te realiseren, met een vaste tussenmaat tussen de decortrekkenroedes.
Dit is noodzakelijk voor een goed functionerende trekkeninstallatie en een flexibel inzetbare toneelomgeving. 11.5.
Gevels
De gevel is een zeer belangrijk onderdeel van het gebouw. Op het gebied van architectuur en uitstraling maar ook op het gebied van het energiegebruik en de thermische behaaglijkheid in het gebouw. Beperking van het glaspercentage en de toepassing van zonwerende voorzieningen zijn een vereiste, echter met inachtneming van de eisen ten aanzien van architectuur en uitstraling. Overige uitgangspunten: • Bij toepassing van beweegbare buitenzonwering op de zonbelaste geveldelen (bij voorkeur zo beperkt mogelijk en weinig glas aan de zonzijde) dit zowel centraal als individueel bedienbaar; • Klimaatbeheersing meer bewerkstelligen door zorgvuldige oriëntatie en ontwerpkeuzes en minder door automatische zonwering; • Rekening houden in de materiaalkeuze met het onderhoud; • Waar mogelijk gevels benutten voor het opwekken van energie; • De gevel zodanig detailleren dat het water bij gevelsprongen van de gevel wordt afgevoerd;
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
94
• • • • • • 11.6.
Water afkomstig van gesloten geveldelen mag niet langs het glas en de kozijnen lopen; Liggende cementgebonden delen zodanig afwerken dat er geen vervuiling van glas en kozijnen kan plaatsvinden; Voor de water- en luchtdichtheid van de gevels streven naar een zeer luchtdichte gevel in verband met energiebesparing; De onderste 3 m van de gevel is vandalismebestendig; Geen nissen en donkere hoeken creëren; Voorkomen opklimbaarheid gevels. Dak
In geval van platte daken zijn begaanbare looppaden aangebracht en de dakranden hebben een valbeveiliging. Het dak is conform de Arbo-eisen goed bereikbaar voor het uitvoeren van onderhoud en gevelreiniging. Het dakafschot is weloverwogen ontworpen en uitgevoerd. Gewenst is optimale benutting van dak voor beperking van de warmtelast, tijdelijke berging van hemelwater en/of opwekking van duurzame energie door het toepassen van witte dakbedekking, zonnecollectoren, een groen dak/sedumdak en er moet op gerekend worden dat een groot deel dakvlak voorzien wordt van PV-panelen, i.v.m. de eisen van BENG. 11.7.
Vloeren
De vloerafwerking wordt bepaald door de functie en uitstraling van de ruimte. De vloerafwerking is eenvoudig te reinigingen, slijtvast (geschikt voor intensief gebruik), allergeenarm en antistatisch. Alle vloeren dienen dorpelvrij te zijn, behalve de natte ruimtes. Afhankelijk van het ontwerp rekening houden met het opnemen in de vloeren van technische infrastructuur (klimaat, verlichting, veiligheid en dergelijke). 11.8.
Binnenwanden
De wanden en wandafwerking van de verschillende ruimtes te kiezen in overeenstemming met het gebruik van de ruimtes. Behalve met de hier genoemde eisen moet ook rekening worden gehouden met de gewenste uitstraling, zoals benoemd in hoofdstuk 4. De wandopbouw van de Theaterzaal, Multifunctionele zaal, Filmzaal en de aanverwante ruimtes is maatwerk en moet worden uitgewerkt in overleg met de constructeur en de adviseur bouwfysica en akoestiek. De kwaliteit van het toe te passen wandpakket is daarbij cruciaal. De (wegneembare) wanden tussen de Multifunctionele zaal en de foyers vragen bovendien speciale aandacht i.v.m. de benodigde combinatie van uitstraling, geluidisolatie, handzaamheid, duurzaamheid. Het wegnemen en terugplaatsen van de flexibele wanden moet eenvoudig bedienbaar zijn vanwege frequent gebruik. Het is belangrijk hiervoor al in een vroeg stadium een ontwerpoplossing uit te werken. Voor ruimtefuncties waar dit mogelijk is, functiegroepen van kleinere ruimtes zoals kantoorruimtes, dienstruimtes en in beperkte mate kleedruimtes, gaat in verband met flexibele indeelbaarheidseisen de voorkeur uit naar systeemwanden. Echter wel met de uitstraling van vaste wanden. Alle wanden hebben de benodigde akoestische afscheidingen c.q. afdichtingen. Ook boven de plafonds zijn de voorzieningen voldoende geluidsisolerend.
Doorvoeren in scheidingswanden en boven het plafond (bijvoorbeeld kabelgoten) zijn akoestisch afgedicht met het oog op de vereiste geluidsisolatie. Op kwetsbare plaatsen waar veel bezoekers komen en/of transport van goederen (horecawagentjes, kleedkisten e.d.) plaatsvindt, is robuustheid nodig en is de wandafwerking slag- en stootvast. De onderste laag (5 cm) van de
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
95
binnenwanden hebben een stootvaste laag zonder scherpe randen. Op uitwendige hoeken moet een verticale hoekbescherming worden aangebracht. In het kleedhuis ter hoogte van kleedkisten een bufferrand toepassen op de wanden. Wanneer deuren in een transportroute liggen waar veelvuldig met karren/wagentjes/kleedkisten wordt gereden, hebben de deuren stootplaten of gelijkwaardige bescherming. De binnenwanden hebben voorzieningen voor het ophangen van voorwerpen. Denkbaar zijn enkele ingebouwde vitrinekasten voor “museumstukken”. Afhankelijk van het ontwerp rekening houden met het opnemen in de wanden van technische infrastructuur (klimaat, verlichting, veiligheid en dergelijke). De binnendeuren hebben (elektromechanische) sloten op basis van een sleutelplan met een toegangspassen- of moedersleutelsysteem. De deuren in de belangrijkste verkeersruimtes zijn tijdelijk open te zetten door middel van voorzieningen (bijvoorbeeld kleefmagneten). 11.9.
Plafonds
De plafonds van de verschillende ruimtes kiezen in overeenstemming met de functie van de ruimtes. Bij flexibele indeelbaarheid eisen gaat de voorkeur uit naar representatieve plafondtypes die bij indelingswijzigingen eenvoudig aanpasbaar zijn. Indien in ruimtes waar dit mogelijk is systeemwanden in combinatie met systeemplafonds worden toegepast, uitgaan van een bandrasterplafond met een op de hoofdfuncties afgestemde modulering, waarin opgenomen de technische infrastructuur (klimaat, verlichting, veiligheid en dergelijke). In verband met de vereiste akoestiek geluid absorberende plafonds toepassen, tenzij met alternatieven aantoonbaar de gestelde technische kwaliteitseis kan worden gerealiseerd. 11.10. Maatvoeringen In het gebouw moeten vrachtwagens, auto’s en busjes naar binnen kunnen. Dit geldt voor het toneel van de Theaterzaal en voor de Multifunctionele zaal (bij beide ruimtes is dit mogelijk via de laad- en losruimte). In het algemeen dient de maatvoering zodanig te zijn, dat alles wat het gebouw in is gegaan (bij de bouw) er ook weer via deuren uit moet kunnen zonder hak- en breekwerk. Dit geldt bijvoorbeeld voor dimmerrekken, besturingskasten en (onderdelen van) klimaatinstallaties.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
96
12.
KWALITEITSAMBITIE WERKTUIGKUNDIGE EN ELEKTROTECHNISCHE INSTALLATIES
Dit hoofdstuk beschrijft op hoofdlijnen de kwaliteitsambitie voor de werktuigkundige en elektrotechnische installaties voor het gebouw. De architect en de adviseurs moeten heldere, inzichtelijke en integrale afwegingen maken voor de bedachte ontwerpoplossingen als het gaat om aspecten als energiebesparing, beperking van onderhoudskosten, DuBo, welzijn en comfort, architectuur en dergelijke. 12.1.
Bouwkundige voorzieningen
12.1.1. Integratie architectonisch ontwerp, constructie en gebouwinstallaties W en E Componenten van de technische installaties bij voorkeur zo veel mogelijk uit het zicht of qua uitvoering harmoniërend met de bouwkundige omgeving. Dit betekent dat er afsluitbare techniekruimtes en schachten worden voorzien ten behoeve van werktuigkundige installaties, elektrotechnische installaties en liftinstallaties. 12.1.2. Zaalverlichting in publieksruimten In de zalen moet specifieke aandacht worden besteed aan de zaalverlichting, die onderdeel uitmaakt van de cascobouw en functioneel afwijkt van de podiumverlichting (zoals schijnwerpers en toneelverlichting). Het betreft hier de verlichtingsarmaturen in het hoge volume boven het publieksgedeelte van de zalen. Bij het ontwerp van deze installatie moet expliciet rekening worden gehouden met veilige en toegankelijke onderhoudsmogelijkheden. De armaturen dienen zodanig gepositioneerd en bereikbaar te zijn dat inspectie, vervanging en reiniging op efficiënte wijze kunnen plaatsvinden, zonder ingrijpende voorzieningen of hinder voor het dagelijks gebruik van de ruimte. 12.1.3. Gebouwschil in samenhang met gebouwinstallaties De gebouwschil is de huid van het gebouw welke de taak heeft om de koude in de winter en de warmte in de zomer buiten te houden en te zorgen voor voldoende daglichttoetreding.
Naarmate de gebouwschil beter (met hoge weerstanden voor warmteverlies c.q. zonnewarmtetoetreding en met een bepaalde luchtdichtheidsklasse) wordt gemaakt, is dit van invloed op de benodigde omvang van de gebouwinstallaties en de exploitatie. Gestreefd wordt naar een gebouw met een zo laag mogelijke energiebehoefte. Daarnaast zijn er mogelijkheden om pv-cellen als zonwering in te zetten, geïntegreerd in de beglazing van de buitengevel of geplaatst op het dak en om een plat dak als energiedak te gebruiken. 12.1.4. Positie installatieruimte ten opzichte van te bedienen (zaal)ruimtes De positie van een installatieruimte waarin installatiecomponenten staan, welke specifiek bedoeld zijn voor een ruimte (te denken valt aan een luchtbehandelingskast voor de Theaterzaal) dienen bij voorkeur in de nabijheid van die ruimte te worden gepositioneerd. Dit voorkomt dat grote installatieonderdelen (met name luchtkanalen nemen over het algemeen veel ruimte in) over grote afstanden moeten worden aangelegd, wat van invloed kan zijn op verdiepingshoogtes en uiteindelijk op de gebouwhoogte. Ruimtes voor nutsvoorzieningen, zoals inkoopruimte e.d., moeten worden gelokaliseerd op een bereikbare plaats aan de gevel zo mogelijk op de begane grond. De laagspanningsruimte bij voorkeur nabij de inkoopruimte. 12.1.5.
Transportinstallaties Bijzondere aandacht vraagt het verticaal transport van attributen naar de toneelvloer. Backstage moeten beide zalen elk kunnen beschikken over een goederenlift die ook door personen kan worden gebruikt, die direct aansluit op de toneelvloer, brugniveau, rollenzolder en orkestbak. Daarnaast is er een lift nodig voor de horeca en andere dienstfuncties, waarmee elk niveau kan worden bereikt en waar een concertvleugel in past (minimale afmetingen inwendig l x b 3.00 x 1.80 m i.v.m. afmetingen vleugel l x b 2.70 x 1.60 m). Transport van de concertvleugel via de orkestbak is niet gewenst.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
97
12.2.
Compartimentering gebouwinstallaties
Door de grote variatie in gebruikstijden valt het aan te raden de installaties en met name de installaties die zorgen voor een goed en aangenaam binnenklimaat te compartimenteren. Te denken valt hierbij aan het compartimenteren op basis van gebruikstijden in plaats van een andere gebruikelijke manier op basis van gebouwdelen. • De gebruikstijd van kantoren is over het algemeen overdag; • De gebruikstijd van de zalen hangt af van de programmering en daarnaast van de repetitietijden; • Het theatercafé/ restaurant zal over het algemeen voor en na de voorstelling worden gebruikt, maar moet ook buiten voorstellingstijden open kunnen zijn voor publiek; • De keuken weer voor en na de tijd dat het theatercafé/restaurant in gebruik is. Daarnaast zullen er voor elk van bovenstaande deelgebieden nog uitzonderingen mogelijk moeten zijn. 12.3.
Gelijktijdigheid
Uitgangspunt voor de belastbaarheid van de elektrische installatie buiten de zalen is een gelijktijdigheid van circa 60%. Voor de drie zalen dient uitgegaan te worden van een gelijktijdigheid van 100%.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
98
13.
KWALITEITSAMBITIE THEATERTECHNISCHE INSTALLATIE EN INVENTARIS
Dit hoofdstuk gaat wat dieper in op de voorzieningen die deel uitmaken van het ‘Inbouwpakket theatertechniek’. Een deel is gebouwgebonden en vast in het gebouw te monteren en ander deel is losse inventaris. De opzet voor de theatertechnische installaties is uitgebreid omschreven en overlegd met de gebruiker. De wens van Theater Lampegiet voor een optimaal podiumgebruik heeft hierin zijn vertaling gevonden. Eventuele afwijkingen in het ontwerp op de theatertechnische opzet zijn mogelijk maar moeten goed zijn onderbouwd en de gebruiker overtuigen van de kwaliteit en de functionaliteit, waarbij de bijlagen 11, 12 en 13 bij dit PvE richting geven aan de beoogde theater mechanische installaties en hiermede samenhangende posities voor licht, geluid en stoffering. 13.1.
Theater mechanische voorzieningen
13.1.1. Vaste toneel Mechanische bruggen, booms en hijs/rigging voorzieningen Diverse stalen toneelbruggen in de toneeltorens van Theaterzaal en Multifunctionele zaal hebben de functie van belichtings- en verkeersbrug. Op deze beloopbare bruggen bevinden zich aansluitpunten en bevestigingsbooms voor allerhande (theater) technische voorzieningen. Veel van de elektrische kabeltracés volgen de loop van het bruggenstelsel. Buiten de toneeltoren en theaterzaal zijn er op dit theater technisch bruggenniveau ook verkeerswegen welke aansluiten op de back of house ruimten en deel uitmakend van de cascobouw. Genoemde verkeerswegen hebben tevens een directe relatie met de lierenruimtes zowel via een trappenhuis en ook met personenlift bedoeld voor Back of House personeel en theater inventaris/onderdelen. In onderstaande overzicht zijn prestatie-eisen aangeduid voor theatertechnisch gebruik, waarbij getalswaarden zonder rekening te houden met eigengewicht, extra kabelgoten en extra E-W-TT(audio) installaties en andere extra gewichtsbelastingen. • • •
Zaallichtbrug - vloer 400 kg/m2 en zijkant brug lampenboom 200 kg/m1 over 2 booms voor TT licht Toneellichtbrug - vloer 250 kg/m2 en zijkant brug lampenboom 200 kg/m1 over 2 booms voor TT licht Verkeersburgen theaterzaal - vloer 150 kg/ m2 en zijkanten verkeersbrug balustrades gebruik 50 k kg/m1 over 1 boom voor TT licht. Verkeersbruggen Multifunctionele zaal - vloer 200 kg/ m2 en zijkanten verkeersbrug balustrades gebruik 100 kg/m1 over 1 boom voor TT licht.
Specifieke voorzieningen voor de Theaterzaal In de theaterzaal dient tevens een verticale boom te worden voorzien aan de balkonrand voor TT licht uitgaande van 200 kg/ m1. Vanuit de zijwanden van de zaal links en rechts één boom voor zaal front-zijlicht 175 kg/ m1. Specifiek Filmzaal/ break-out room In de break-out room/ filmhuiszaal is een theater technisch buizengrid aanwezig vanaf projectiescherm voor het complete vloerdeel tot de opstel lijn van de beoogde schuiftribune welke een gebruiksbelasting heeft van 175 kg /m1 over elke boombuis. Specifiek Theatercafé In het theatercafé nabij de buitenpui een theatertechnisch buizengrid van beperkte omvang realiseren ca 8 m2 welke een gebruiksbelasting heeft van 175 kg /m1 over elke boombuis. Specifiek foyers In de theaterfoyers op strategische posities in overleg met Exploitant enige theater technisch buizengrideilanden voorzien van beperkte omvang, ca 10 m2 welke een gebruiksbelasting heeft van 175 kg /m1 over elke boombuis.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
99
13.1.2. Toneel mechanische hijsinstallaties Theaterzaal Decortrekken en lierenruimte Boven het speelvlak worden, naast 2 zijtrekken, rideautrek, een voordoekinstallatie en portaaltrekken maximaal 70 computergestuurde decorlieren voorzien boven de toneelvloer met een netto hijshoogte tot ca. 20,6 meter en een nettowerklast van 500 kg, geschikt voor het uitvoeren van hijsbewegingen tijdens de voorstellingen. De decortrekkenroede heeft een lengte van max. 21 meter. Direct achter de bouwkundige toneelopening wordt een portaalzone ontworpen (maximaal 2.00 mm diep tot de traditionele plaats van het nulpunt bij lijsttoneel (‘koperen kees’). Rollenzoldergrid Om ook zware lasten statisch boven het speelvlak in de toneeltoren te kunnen positioneren, worden boven de theatertechnische rollenzoldervloer – zijnde een sterk geperforeerd stalen vloeroppervlak middels zgn. klapplanken boven in de toneeltoren onder c.q. nabij het dakniveau - railbanen met manueel verrijdbare kettingtakels voorzien. Direct grenzend aan de rollenzolder zijn de machinekamers van de decorlieren en portaalhijsinstallaties gepositioneerd. Geleide profielen voor loopkatwagens t.b.v. verrijdbare takels en punttrekkenlieren Op de rollenzoldervloer rekening te houden dat er in de toekomst zgn. verrijdbare punttreklieren kunnen worden bijgeplaatst als flexibel in het speelveld te plaatsen theaterhijsmiddelen.
Verticale storage boven zijtonelen Onder de lierenruimten en boven de zijtonelen c.q. tussen de theaterzijbruggen en de wanden dienen secundaire voorzieningen te worden opgenomen voor takels opdat hier in deze brievenbussen theatertechnische (verticale) storage kan worden gerealiseerd. Uitgaande van enkele 1 ton theater takels aan elke zijde van zijtoneel. Ook tussen de achterbrug en de achterwand van toneeltoren dienen voorzieningen te worden aangebracht dat er 4 theatertakels in de toekomst erbij kunnen worden gehangen voor verticale storage dan wel backdrop of filmscherm (etc) in deze (opberg) brievenbusruimte. Aan de publiekszijde van de toneelopening in de theaterzaal komen een aantal cluster/kettingtakels incl. trussing waaraan de theatergeluidinstallatie hier wordt opgehangen met luidsprekerclusters links en rechts van de opening en wanneer noodzakelijk ook direct boven de opening in het midden van de toneellijst. Aan weerszijden van de toneelopening in de Theaterzaal is er een verrijdbare manteau’s, opgehangen onder een vast gedeelte van de portaalzone en na positionering afsteunend op toneelvloer, die ervoor dient de bouwkundige toneelopening visueel te verkleinen. Aan de bovenzijde van de toneelopening is daarvoor het rideau aanwezig, dat een afzonderlijk, verticaal bewegend onderdeel in de portaalzone is.
Richting upstage is er in deze portaalzone in de toneelopening een portaaltruss te voorzien, welke in gekoppelde zware decorlieren wordt bewogen. PA-takelinstallatie Tussen de prosceniumbrug en de prosceniumwand aan zaal zijde dienen voorzieningen aan te worden gebracht voor de PA. Er dienen takels te worden ingebracht voor een line array links en rechts en tevens een center-cluster.
4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025
100