CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

4.3 Bijlage 3 Programma van Eisen

Gemeenteraad 22 januari 2026, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Aanvraag investeringsbudget theater Lampegiet37.969 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

22 alinea's met “deur”: 394 397 407 430 442 443 461 485 503 504 505 533 538 554 588 600 601 615 633 878 973 975

Kantoorruimtes met bijbehorende voorzieningen (pantry, archief e.d.)

Kantoor De kantoorruimte is gesitueerd in de Back of House van theater en bestemd voor directie, programmering, marketing & ticketing, secretariaat, financiën, horeca & events, techniek, HR etc. De ruimtelijke zone is geschikt voor verschillende soorten werkzaamheden zoals geconcentreerd werken, overleg etc. Daarbij te voorzien in flexibele werkplekken in combinatie met concentratieruimtes, spreekkamers, stilteplekken, belplekken, vergaderruimte, ontvangstruimte. Als uitzondering hierop moet de kantoorruimte voor de financiële administratie en de kassier afsluitbaar zijn en buiten de “doorloop” liggen. In de ruimtestaat zijn de verschillende ruimten benoemd, zie bijlage 7. De feitelijke indeling zal tijdens de ontwerpfase nader worden overlegd met de Exploitant Theater Lampegiet, waarbij het aangegeven totaaloppervlak van kantoren en spreek-/vergaderruimten taakstellend is. Belangrijk is dat zoveel mogelijk werkplekken centraal bij elkaar liggen t.b.v. snelle communicatie of eenvoudigweg “elkaar zien”. De plek van de kantoorcluster is bij voorkeur centraal in het gebouw voor korte zicht- en looplijnen naar de zalen en foyers. Ook de kantooromgeving moet ‘theater’ uitstralen door bijvoorbeeld de toe te passen materialen en er is via het interne videomeekijksysteem live te zien wat er in foyers en zalen gebeurt.

Minipantry kantoren In het kantorengebied dient een pantry/keuken te worden voorzien met aanrechtblad met onder- en bovenkastjes en voorzieningen, zie beschrijving elders in de PvE. De minipantry is tevens een informele ontmoetingsplek voor medewerkers. In de direct nabijheid is ook de centrale printer/scanner/kopieer machine gesitueerd. Verkleed en locker ruimte voor personeel Te voorzien in 2 kleedruimten voor o.a. horecapersoneel, gastenontvangst en medewerkers techniek.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

64

Door de theaterexploitant zal één locker per medewerker worden voorzien. Dames en heren ruimten van elkaar scheiden waarbij een margeverhouding 60%-40% resp. 40%-60% m.b.t. bezettingsverdeling uitgangspunt kan zijn, zulks overeenkomstig de ruimtematrix, zie bijlage 7. Deze ruimte voorzien van eigen wastafel incl. warm en koud tapwater en aanvullende spiegelverlichting boven de wastafel. Ook op achterzijde van toegangsdeur in de kleedruimte een grote spiegel. Er dient goede afzuiging boven de kledingrekken en lockers aanwezig te zijn zodat de ruimte niet muf gaat ruiken. De overige benodigde kantoorwerkplekken bevinden zich bij de kassa en informatie balie. In de ruimtestaat zijn deze separaat benoemd en qua situering zoveel mogelijk in nabijheid van de podia-, foyer- en horecaruimte (beperken lengte looplijnen). Bij het kantoorcluster hoort een archiefruimte en opslagruimte voor kantoormiddelen en dergelijke. Deze functies grenzen direct aan de “kantoortuin”. Ook is een eigen toiletgroep aanwezig. 6.5.

Dienstruimten

6.5.1. EHBO Op een centrale plaats zo mogelijk nabij grensgebied Front of House en Back of House moet er een ruimte zijn opgenomen voor EHBO (met o.a. een AED/automatische externe defibrillator). Deze ruimte eventueel bij montage activiteiten ook in te zetten als (nood)kleedruimte en/of fysiotherapie ruimte voor een massagetafel. In deze ruimte dient ook een mogelijkheid tot handen wassen (warm en koud tapwater) aanwezig zijn. 6.5.2. Werkkasten achterhuis en containerruimte Werkkast(en) tbv schoonmaak De werkkasten dienen in de directe nabijheid van (grotere) sanitaire ruimten (BoH en FoH) gesitueerd te worden met voldoende opslagruimte voor voorraad schoonmaakartikelen. Daarnaast dienen de wekkasten voorzien te worden van een uitstortgootsteen met warm- en koud tapwater en wanden geschikt voor het ophangen van schappen voor voorraad artikelen. Daarnaast dient er voldoende opslagruimte te zijn voor schoonmaak-/schrobmachines (inclusief 230 Volt aansluiting voor het opladen van accubatterijen), werkmaterialen en schoonmaak karretjes. Afhankelijk van het ontwerp van het gebouw zijn er op tenminste twee plaatsen in het achterhuis werkkasten. Vuilcontainers Er dient een afsluitbare ruimte voor vuilafvoer, fust en lege emballage gesitueerd te worden welke vanaf de buitenzijde (gelijkvloers aan maaiveld) kan worden geopend.

Leveranciers en vuilophaaldienst kunnen zelfstandig hier routeren en afval ophalen. De ruimte dient voorzien te worden van een wateraansluitpunt en schrobput. Deze ruimte betegelen zodat deze eenvoudig kan worden gereinigd. De ruimte dient als buitenruimte goed geventileerd te worden en voorzien van spuitwaterdichte verlichtingsarmaturen. Op het terrein dient rekening gehouden te worden met voldoende ruimte voor logistiek van bakwagens en afvalcontainer vrachtauto’s welke de centrale (decor)laad- en losruimte niet mag blokkeren. Rekening te houden met de geldende hygiëne- en veiligheidsvoorschriften om te voorkomen dat het een broedplaats wordt voor ongedierte. De afvalverwerking zal gescheiden zijn van een (in)stroom van schone goederen. Voor het afvoeren van gescheiden afval dient rekening te worden gehouden met de volgende opslag-/opstelcapaciteit voor afval:

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

65

Papier en karton: Plastic: Chemisch: Glas: Hout: Restafval:

3 maal 240 liter container 3 maal 240 liter container 1 maal 50 liter container 2 maal 240 liter container 1 maal 500 liter container 2 maal 240 liter container.

Bijzondere aandacht in ontwerp dient besteed te worden aan de doorgangen voor intern transport van afvalcontainers van bijvoorbeeld foyer, theatercafé en Multifunctionele zaal naar de centrale vuilopslag en vice versa. 6.5.3. Logistiek en interne routing theatertechniek De interne routing in het theatergebouw dient zodanig ontworpen (en gedimensioneerd) te worden dat de verschillende ruimten goed, efficiënt en drempelloos bereikt kunnen worden. Het gaat dan specifiek om: • Transport van zware kisten op wielen met technische apparatuur erin; • Transport van een concertvleugel op wielen; • Transport van decorelementen, tussen de laad- en losperrons en de tonelen enerzijds, en de orkestbak; • Transport van en naar de opslagruimten en werkplaatsen, • Transport van en naar de (loop)bruggen en volgspotplaatsen, de rollenzolder en andere beloopbare vloeren, • Transport van en naar de regiecabines en de zaalregieplaatsen. • Transport van en naar de kleedkamers en de publieke ruimten met allerlei rollend materieel (zoals bijvoorbeeld een concertvleugel). Dat vraagt op het niveau van de plattegronden drempelloze en voldoende brede doorgangen, voldoende gangbreedte en ruimte voor het manoeuvreren met grote stukken en beschermende voorzieningen tegen mechanische beschadigingen. In verticale zin gaat het om het efficiënt en logisch positioneren van een verticaal-transportvoorziening.

Hellingbanen zijn in de theater technische routing onwenselijk. In de onmiddellijke nabijheid van de laad- en losruimte dient een goederenlift te worden voorzien die (ook) geschikt is voor het vervoer van personen. In geval van storing van één lift moet elders in het gebouw een lift zijn voorzien zijn welke dezelfde stoplocaties heeft om verticaal transport te garanderen. De goederenlift heeft (tenminste) stopplaatsen op de volgende niveaus: • Een stopplaats op kelderniveau t.b.v. Het vaste deel van de orkestbakput (theaterzaal); • Op de begane grond en dus toneelvloerhoogte (tevens het niveau van de parterrevloer in het publieksdeel van de zalen); • Ter hoogte van de verdiepingen (waarbij ook de lichtbruggen in de theaterzalen en rond het speelvlak, evenals de volgspotplaatsen, zonder drempels of hellingbanen, met zwaar rollend materieel bereikbaar moeten zijn). Verder dienen ook de kleedkamers en artiestenfoyer, drempelloos, vanaf het los- en laadperron te kunnen worden bereikt met (rollende) kleed- en keukenkisten en was- en droogapparatuur (alles opgeborgen in flightcases op wielen). Voor de bereikbaarheid van de rollenzolder boven het speelvlak van de Theaterzaal volstaat een kleine personenlift.

Voor grotere lasten (in zowel de TZ als de MZ) dienen theater technische kettingtakels boven het speelvlak beschikbaar te zijn voor het omhoog brengen door de lamellen- of roostervloer heen. Bereikbaarheid van (tijdelijke) technische voorzieningen nabij zaalbruggen te voorzien met theater technische takels of personen liften. In de bijgevoegde IFCmodellen en visualisaties (bijlage 11 en 12) zijn suggesties gedaan voor de positionering van liften. 6.5.4. Buitenruimte en omgeving De buitenruimte rondom het nieuwe theater vormt een essentieel onderdeel van de totale beleving van het gebouw en diens directe omgeving. Het theaterplein, gelegen aan de noord- en westzijde van de hoofdentree, fungeert als belangrijke verblijfsruimte en verbindingszone. Dit plein moet uitnodigend en levendig aanvoelen, met een aangename

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

66

inrichting die ontmoeting stimuleert en voorkomt dat de ruimte (en omgeving) als een stenen vlakte wordt ervaren. Een aantrekkelijk theatercafé terras zal hierin een centrale rol spelen en maakt onderdeel uit van het theaterconcept. Het vormt de verbinding tussen het theatercafé, de entree van het theater en het beoogde evenemententerrein aan de noordzijde. Het buitengebied (of voorplein) grenzend aan de hoofdentree en park- en Kerkewijk-zijde moet ruimte bieden voor informeel gebruik, ontmoeting en verblijf in combinatie met theaterbezoek of horeca. De gevels rondom het theaterterras dienen ’s avonds sfeervol aangelicht te worden om bij te dragen aan de uitstraling en veiligheid van het (voor)plein. Daarnaast wordt van de architect verwacht dat in het ontwerp een heldere visie wordt opgenomen voor de toekomstige aansluiting van het plein op het evenemententerrein/groenpark, met specifieke aandacht voor een logische en aantrekkelijke routing en ruimtelijke overgang.

Onderdeel van dit PvE (en ontwerpopgave) is tevens de inrichting van specifieke zones in de direct aangrenzende buitenruimte, waaronder: • De hoofdentree en het aangrenzende buitenterras; • De logistiek en ontsluiting laad- en loszone ten behoeve van de TZ en MZ; • De locatie van deuren voor vuilafvoer en vrachtverkeer; • De locatie van de deuren voor de bevoorrading van de horeca; • Posities van nood- en vluchtdeuren; • De integratie van openbare informatievoorzieningen (zoals pr-schermen), waarvoor op strategische plekken in de buitenruimte (of in/achter de glasgevel van het theater) ruimte gereserveerd moet worden. De openbare ruimte rondom het theater (zoals Kerkewijk, het aan te leggen evenemententerrein en de nieuwe parkeergarage) valt formeel buiten dit PvE, maar vraagt wél om afstemming, met name waar het gaat om aansluiting van materiaalgebruik, PR-voorzieningen en openbare (licht)architectuur. Het is van belang dat de publieke ruimte in zijn geheel een samenhangend en kwalitatief hoogwaardig beeld oplevert, in samenhang met de uitstraling van het nieuwe theater.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

67

7.

EISEN VANUIT BEHEER EN EXPLOITATIE

Dit hoofdstuk beschrijft op globale wijze de eisen aan de huisvesting vanuit het oogpunt van beheer, gebouw- en gebruiksexploitatie. 7.1.

Integrale Toegankelijkheid

Het theatergebouw dient vanzelfsprekend toegankelijk te zijn voor alle gebruikers: bezoekers, medewerkers, artiesten en leveranciers. Toegankelijkheid is daarbij geen losse voorziening, maar een integraal onderdeel van het ontwerp. Het uitgangspunt is dat iedereen – met of zonder beperking – zelfstandig, veilig en logisch zijn weg door het gebouw kan vinden, zonder drempels of obstakels. Algemene uitgangspunten

7.1.1.

• • •

• •

• • • •

Het gebouw dient volledig te voldoen aan de actuele wet- en regelgeving omtrent toegankelijkheid, waaronder het Bouwbesluit, het Internationaal Toegankelijkheidssymbool (ITS), en het Handboek voor Toegankelijkheid. De centrale entree is breed, herkenbaar en gemakkelijk toegankelijk ook voor rolstoelgebruikers. Toegangspunten zoals deuren zijn bij voorkeur elektrisch bedienbaar en voldoende breed. (Liever geen tourniquet of deur met trekkracht) Indien een draaideur wordt toegepast, is er altijd een alternatieve toegangsdeur aanwezig. Voorzieningen voor geleiding (bijv. geleidestroken of -lijnen) dienen goed aan te sluiten en door te lopen tussen binnen en buiten. Het ontwerp houdt expliciet rekening met de uitgankelijkheid in geval van calamiteiten. Nooduitgangen en vluchtroutes moeten ook bruikbaar zijn voor mensen met een fysieke beperking. Niveauverschillen worden zoveel mogelijk voorkomen. Waar onvermijdelijk, worden ze voorzien van geleidelijke hellingen of gelijkwaardige alternatieven. Hoogteverschillen zijn duidelijk gemarkeerd met kleurcontrast en/of tactiele signalering. Trappen zijn voorzien van voldoende contrastmarkering. De laatste trede krijgt een extra markering of strip om struikelen te voorkomen. Verlichting is goed gedoseerd, gelijkmatig en vrij van verblindende up-lights, zodat ook mensen met een visuele beperking comfortabel door het gebouw kunnen bewegen.

Contrasterende vloerbedekking of vloerafwerking geeft visuele ondersteuning bij looproutes en oriëntatie. In alle belangrijke loopzones wordt vermeden dat deuren of obstakels onverwacht uitsteken in de doorgang.

7.1.2. Liften en verticale ontsluiting • • • •

Liften ontsluiten alle verdiepingen en hebben een logische, centrale ligging t.o.v. publieksruimten. Liften zijn voldoende ruim voor rolstoelgebruikers en begeleiders, en uitgerust met voelbare knoppen (braille of reliëf), auditieve signalering, en goede verlichting. Minimaal twee liften zijn beschikbaar voor publiek, zodat bij uitval of onderhoud een alternatief aanwezig is. Alle verdiepingen zijn ook met trappenhuizen te bereiken. Liften zijn ook geschikt voor het verplaatsen van goederen zoals theatertechniek, horecavoorzieningen en rolcontainers.

7.1.3. Logistiek en techniek • •

De afmetingen van deze doorgangen zijn afgestemd op het te vervoeren materiaal. Per bouwlaag wordt voorzien in ten minste één verhuisraam of eenvoudig te demonteren gevelelement, zodat een vrije doorgang van buiten naar binnen kan worden gecreëerd zonder impact op het dagelijks gebruik.

7.1.4. Publieksvoorzieningen en zalen • •

Alle publieksruimten (foyer, café, zalen, toiletten, terras) zijn drempelloos toegankelijk. Rolstoelplaatsen in de zalen zijn goed gepositioneerd, met vrij zicht op het podium.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

68

• •

Naast elke rolstoelplaats is ruimte voor een standaard stoel zodat bezoeker en begeleider naast elkaar kunnen zitten. Podia zijn voor rolstoelgebruikers bereikbaar vanuit de zaal, bij voorkeur via een vlak zijpad binnen de zaal.

7.1.5. Artiestenvoorzieningen • •

Kleedkamers, artiestenfoyers en ondersteunende ruimten zijn volledig rolstoeltoegankelijk. Ten minste een MIVA-toilet (en douche) te voorzien bij de kleedkamers (BoH).

7.1.6. Sanitair • • • • • •

Toiletten zijn ruim, goed bereikbaar en drempelloos uitgevoerd. Ten minste één grotere, universeel bruikbare toiletruimte is aanwezig op de begane grond (FoH), voorzien van beugels, aangepaste wastafel en ruimte voor persoonlijke verzorging of verschoning. Deur naar het MIVA-toilet is elektrisch bedienbaar en uitgevoerd als schuifdeur. De toiletspoelknop is zijdelings en laaggeplaatst, bereikbaar vanuit een rolstoel. De wastafel heeft voldoende vrije ruimte eronder voor hulpmiddelen en is voorzien van een eenvoudig bedienbare kraan. Verlichting in het MIVA-toilet schakelt automatisch in bij betreding.

7.1.7. Zintuiglijke toegankelijkheid • • •

7.2.

Voor slechthorenden worden voorzieningen getroffen zoals een moderne ringleiding, FM- of infraroodsysteem in alle relevante ruimten (zalen, foyers, ontvangstruimtes). Filmvertoningen bieden (waar mogelijk) ondersteuning met audiodescriptie. In ruimten waar dit van toegevoegde waarde is, wordt gewerkt met duidelijke visuele communicatie en waar nodig tactiele elementen. Oriëntatie bezoekers

Bezoekers moeten door overzichtelijkheid, logische routes en aan de hand van herkenningspunten op een eenvoudige manier de weg in het gebouw kunnen vinden. 7.3.

Interne logistiek

Het gebruik van een theatergebouw wordt gekenmerkt door piekbelastingen, die een goede verkeersafwikkeling vereisen. De logistiek is daarom van essentieel belang. Goede logistiek schept structuur, veiligheid, overzicht en gebruiksefficiency en comfort. Tevens leidt een goede logistieke opzet tot optimaal materiaalgebruik en een eenvoudiger beheer. Speciale aandacht vraagt de logistiek bij het laden en lossen van voorstellingsobjecten (decoronderdelen, kleedkisten, rekwisieten, licht- en geluidapparatuur) en het opbouwen en afbreken van voorstellingen. De looplijnen vanuit de vrachtwagen naar het podium moeten zo kort en zo recht mogelijk zijn, gelijkvloers en van voldoende afmetingen. Zie terzake ook het gestelde in paragraaf 6.5.3. Een ander punt van speciale aandacht is de routing voor de horeca. Er moeten een logische volgorde en korte looplijnen zijn tussen bevoorrading, magazijn, bereidingsplekken en uitgiftepunten. Andersom moet het ophalen en naar de spoelkeuken brengen van gebruikt vaatwerk eenvoudig kunnen plaatsvinden, zonder de bezoekers te storen. De verschillende verkeerstromen zoals publiek, personeel, artiesten mogen elkaar niet kruisen.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

69

7.4.

Clustering ruimtegebruik

Belangrijk is dat de toegankelijkheid en het gebruik van de diverse ruimteclusters voor bepaalde gebruiksgroepen en binnen bepaalde gebruikstijden afzonderlijk geregeld kan worden. Deze onderverdeling in clusters heeft betrekking op o.a. de volgende ruimtegroepen: • Theaterzaal (publieksgedeelte) met bijbehorende foyerruimtes en publieksvoorzieningen • Multifunctionele zaal (publieksgedeelte) met bijbehorende foyerruimtes en publieksvoorzieningen • Filmzaal/ Break-out room (publieksgedeelte) met bijbehorende foyerruimtes en publieksvoorzieningen • Theatercafé met bijbehorende publieks- en keukenvoorzieningen • Multifunctionele ruimte • Front office (kassa/infobalie) met achterliggende kantoorruimtes • Keuken- en magazijnruimtes • Artiestenruimtes • Backstage ruimtes theatertechniek bij Theaterzaal, Multifunctionele zaal en Filmzaal • Kantoorruimtes. Ter illustratie een beeld van de (overlappende) clusters Multifunctionele zaal/foyers en Theaterzaal/foyers:

Cluster Multifunctionele zaal Multifunctionele zaal

Foyer ruimtes

Theaterzaal

cluster Theaterzaal

7.5.

Veiligheid

7.5.1. Gebruiksveiligheid Het gebouw dient gebruiksveilig te zijn voor publiek en medewerkers en te voldoen aan de huidige Arbo-eisen. In het bijzonder moet aandacht worden besteed aan: • Een goed binnenklimaat (daglicht, geen geluidhinder, ventilatie ook i.r.t. koeling, verwarming en luchtvochtigheid); • Hygiëne eisen (horeca - HACCP); • Daar waar nodig gescheiden vuilwater/vet- afvoer, afzuiging; zijlichten naast deuren; • Pauzeruimte en kleedruimte voor medewerkers; • Slipvrije vloeren (wel goed schoon te maken); • Afsluitbare ruimtes; • Zicht op binnenkomende bezoekers, duidelijke vluchtwegen, diefstalpreventie; • Bereikbaarheid EHBO-middelen, BHV- en Blusmiddelen.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

70

7.5.2. Sociale veiligheid Sociale veiligheid zegt iets over omgeving en gedrag van mensen. De voorwaarden voor sociale veiligheid kunnen door het gebouw worden ondersteund. Dat kan preventief (tegengaan van onveiligheid) en scheppend (organiseren van betrokkenheid). Preventieve aandachtspunten zijn in ieder geval: overzichtelijkheid (vermijden van nissen, verborgen hoeken e.d.), bevorderen van goede verlichting en een helder onderscheid tussen openbare en private ruimtes. Daarnaast zijn de in de directe omgeving van het theater gelegen parkeerplaatsen/voorzieningen veilig bereikbaar, vooral in de avond. Goede sociale controle is mogelijk door zichtlijnen vanuit het gebouw en de omgeving en het ontbreken van onoverzichtelijke schuilmogelijkheden. Verder is zorg voor preventieve maatregelen tegen de gevolgen van vandalisme, zoals het gebruik van vandalismebestendige materialen, het voorkomen van opklimpunten e.d. noodzakelijk. 7.5.3. Inbraakveiligheid Het aantal externe en interne toegangen naar de diverse delen van het gebouw dient te worden geoptimaliseerd, zodanig dat een overzichtelijk geheel ontstaat en de inbraakveiligheid wordt bevorderd. Het gebouw moet worden voorzien van een inbraakbeveiligingssysteem dat voor gedeelten van het gebouw separaat moet kunnen worden uitgeschakeld.

Overige aspecten die hierbij een rol spelen zijn onder andere: hang- en sluitwerk, inbraakalarm, verlichting buitenterrein en veiligheidsglas. De borgklasse wordt nader uitgewerkt in het Technisch PvE. De inbraakbeveiliging moet worden afgestemd op de openingstijden van gebouwdelen. De sloten moeten zijn voorzien van een moedersleutel of –passysteem en gradatie van sleutel of toegangspas zodat per functie toegang kan worden verschaft. Een en ander uit te werken in een doordacht sleutel- of toegangsplan in samenhang met het toegangsbeheersysteem. De verzekeringsvoorwaarden met betrekking tot inbraakwering zijn van toepassing. 7.5.4. Brandveiligheid Algemeen Het gebouw dient ten aanzien van brandveiligheid (en veilig vluchten) ontworpen te worden volgens de geldende wettelijke bepalingen en regels (Bouwbesluit) en de aanwijzingen van het bevoegd gezag. Speciaal aandachtspunt zijn de vluchtwegen uit de orkestbak, de (loop)bruggen in de zalen en vanuit de technische ruimten. Toneel-op-toneel (vluchten) Voor de beide theaterzalen wordt benadrukt dat vluchtroutes voor het publiek de theaterzaal uit niet over de tonelen mogen voeren. Niettemin wordt één uitzondering op de regel toegestaan. De veelzijdige programmering die men voor de beide zalen beoogt, vraagt de mogelijkheid publiek op het toneel te plaatsen, zgn.

toneel op toneel, zittend op een voor de gelegenheid opgebouwde tribunes direct rond het speelvlak en in geval van vlakke vloerzaal events in de MZ. Te denken valt bijvoorbeeld aan de opstelling van een boksring of een circusarena. Bij een dergelijk evenement bevinden zich op het toneel van de Theaterzaal circa 350 personen. Voorts dient er voor ontvluchting vanaf het toneel (via BoH) rekening gehouden te worden met voldoende brede gangen waar ook opstelplekken zijn voor event gelieerde flightcaes. Dit geldt ook voor de Multifunctionele zaal waar er tot maximaal ca. 650 bezoekers in de zaal kunnen verblijven, en waarbij in een festival setting (ook in de rest van het gebouw) de bezoekers direct naar een buiten verzamellocatie moeten kunnen worden geleid. Deze situatie zou zich ook kunnen voordoen bij de aanwezigheid van een groot gezelschap artiesten op het toneel, bijvoorbeeld koor en orkest en of rondleiding.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

71

7.6.

Beheermaatregelen

Bij het ontwerp van het nieuwe theater is het van groot belang om al in een vroeg stadium rekening te houden met de toekomst: hoe het gebouw straks wordt beheerd, onderhouden en geëxploiteerd. Een goed doordacht ontwerp draagt bij aan een lange levensduur van het gebouw, lagere onderhoudskosten en een prettig gebruik voor bezoekers, artiesten en medewerkers. In het bijzonder vragen de intensieve gebruiksfunctie van een theater en het poppodium om een zorgvuldige benadering van materiaalgebruik, detaillering en de opzet van technische installaties. Denk aan robuustheid, schoonmaakgemak, bereikbaarheid van installaties en flexibiliteit in het dagelijks gebruik. Ook duurzaamheid en energiegebruik spelen een belangrijke rol, in lijn met gemeentelijke ambities en landelijke doelstellingen. In bijlage 9 zijn de (ontwerp)uitgangs- en aandachtspunten vanuit beheer en onderhoudsperspectief beschreven. Deze bijlage biedt richtinggevende uitgangspunten die bijdragen aan een onderhoudsvriendelijk en toekomstbestendig gebouw. De punten zijn bedoeld ter inspiratie en toetsing, en laten ruimte voor ontwerpvrijheid, zolang de functionele doelstellingen worden geborgd. 7.7.

Inrichting, vast en los

De ruimtes worden voorzien van vaste inrichting en losse inrichting/meubilair. Een overzicht van de demarcatie van de diverse inrichtingsonderdelen (wel of niet behorend bij de ontwerpopgave) is opgenomen in de demarcatielijst nieuwbouw theater Lampegiet (zie bijlage 8). 7.8.

Terreininrichting

De terreininrichting, voor zover vallend binnen de plangrenzen (zie ook Plankaart | Ruimtelijke ontwerpkaders (2D), bijlage 5), maakt integraal deel uit van de ontwerpopgave. Daarnaast dient het ontwerp te voorzien in passende buitenverlichting en voorzieningen voor toekomstige buitenactiviteiten, zoals een buitenaansluitpunt voor krachtstroom en een doorvoervoorziening in de gevel met een aansluitpunt binnen. Deze worden in een latere fase nader gespecificeerd in het ruimteboek als onderdeel van het Technisch PvE. Aan de buitengevel van het theater moeten voorzieningen worden opgenomen voor het tonen van (digitale) aankondigingen van voorstellingen en evenementen. Deze moeten een vanzelfsprekend onderdeel vormen van de architectuur, en visueel aantrekkelijk en goed zichtbaar zijn — ook wanneer eventueel omringende bomen in blad staan.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

72

8.

OMGEVINGSEISEN

De eisen in dit hoofdstuk dienen ter achtergrondinformatie voor de ontwerpende partijen, om zich een beeld te vormen van de verkeersbewegingen en opstelruimte voor voertuigen in de (directe) omgeving van het theater. Deze eisen hebben betrekking op de openbare ruimte. De benodigde voorzieningen (en/of aanpassingen) dienen te worden getroffen door, of in overleg met, de gemeente Veenendaal. 8.1.

Aanrijroute en bereikbaarheid voor vrachtwagens (voorstellingen, bevoorrading)

Voor het laden en lossen van toneelbenodigdheden, horecavoorzieningen en overige goederen is het essentieel dat vrachtwagens het theater goed kunnen bereiken, zonder hinder te veroorzaken voor bezoekers of het publiek in het stadscentrum. De expeditiepunten van zowel de Theaterzaal als de Multifunctionele zaal, evenals de goederenontvangst (bijvoorbeeld voor horeca), dienen goed toegankelijk te zijn voor vrachtverkeer. Uitgangspunt is dat de huidige/ bestaande wegenstructuur wordt benut voor de ontsluiting (en bevoorrading) van het nieuwe theater. Concreet betekent dit dat vrachtwagens – net als in de bestaande situatie – achteruit de laad- en loszone in moeten steken om te kunnen lossen en op het bestaande aangrenzende parkeerterrein moeten draaien/keren om het terrein te kunnen verlaten. Bij het ontwerp dient bovendien rekening te worden gehouden met de toekomstige infrastructuur (volgens Masterplan Duivenweide, bijlage 1), waarbij de ontsluiting via de Duivenwal zal verlopen. De situering (en positionering) van de laad- en losruimte(n) binnen het gebouw moet hierop anticiperen. Vrachtwagens met een lengte van 18,75 meter moeten veilig kunnen manoeuvreren. Daarbij is het noodzakelijk dat de achteruitrijbeweging plaatsvindt met de draairichting aan de kant van de chauffeur, zodat voldoende zicht op de draaibeweging gewaarborgd is.

Indien hierbij voetgangersroutes worden gekruist, moeten afdoende veiligheidsvoorzieningen worden getroffen om dit gecontroleerd en veilig te laten verlopen. Tot slot dient bij het ontwerp ook rekening te worden gehouden met de nabijheid van omliggende woningen. De geluidsbelasting van ladende en vertrekkende vrachtwagens in de avond en nacht (na 23.00 uur) moet tot een minimum worden beperkt. 8.2.

Parkeerbehoefte

8.2.1. Parkeervoorziening auto’s De gemeente voert een verkeerskundig onderzoek uit waarin de uitgangspunten worden opgenomen voor de aanrijroutes ten behoeve van bevoorrading, touringcars van theatergezelschappen en dienstverlenend. Ook bezoekersparkeren voor auto’s en fietsen maakt onderdeel uit van het onderzoek. Aanvullend wordt een parkeerdrukmeting uitgevoerd. Het verkeerskundig onderzoek wordt afgerond in oktober 2025. Voor het theater zijn specifieke parkeervoorzieningen gereserveerd. Bezoekers, medewerkers, artiesten en gezelschapstechnici maken gebruik van een twintigtal ‘eigen’ parkeerplaatsen in de nabijheid van het theater. Bezoekers kunnen gebruik maken van de parkeergarage en de parkeervoorzieningen in de binnenstad. Over de volledige gevellengte van het nieuwe theater wordt geen parkeerplaats of –voorziening aangeboden. 8.2.2. Parkeervoorziening fietsen bezoekers Uitgangspunt is dat gebruik wordt gemaakt van een voorziening In het openbare gebied voor het stallen van fietsen of bromfietsen. In het verkeerskundig onderzoek wordt ook de fietsparkeerplaatsbehoefte gemeten.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

73

8.3.

Opstelmogelijkheden vrachtwagens, bussen, hulpdiensten, taxi's

Er moet opstelruimte zijn voor een vrachtwagen voor de (separate) bevoorrading van de horeca, in de directe nabijheid van de goedereningang. Het theater moet tevens goed bereikbaar zijn voor bussen of touringcars, voor het laten uitstappen en weer ophalen van grotere gezelschappen (bezoekers en artiesten, orkesten). Het gebouw dient goed bereikbaar te zijn voor blusvoertuigen, ambulance, en dergelijke. Voor deze voertuigen moeten opstelplaatsen aanwezig zijn. Daarnaast moet rekening worden gehouden met een opstelruimte voor afvalwagens voor het ophalen van afval. Behalve voor vrachtwagens en hulpdiensten, dient de accommodatie goed bereikbaar te zijn voor opnamewagens (radio, tv, internet), inclusief kabeldoorvoer vanaf de regiewagen naar de zalen en voor cateringwagens. Ook hiervoor moet een opstelplaats aanwezig zijn. De mogelijkheid van kort parkeren nabij de hoofdingang, voor taxi’s, het in- en uitstappen van bezoekers, kort kassabezoek (reserveren van plaatsen en afhalen van kaarten) en dergelijke dient nog nader onderzocht te worden in overleg met de verkeerskundige dienst van de Gemeente Veenendaal. Uitgangspunt is dat deze opstelplaatsen zich bevinden in het openbare gebied, op een logische plaats (m.b.t. functionaliteit en uitstraling) zo dicht mogelijk bij het theatergebouw.

In het ontwerp moet de relatie worden weergegeven tussen de opstelplaatsen en de toegang(en) tot het theater. Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de situering van het gewenste terras bij het theatercafé.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

74

9.

TECHNISCHE KWALITEITSEISEN

In dit hoofdstuk worden voor het gebouw als geheel en op ruimteniveau in hoofdlijnen de technische kwaliteitseisen omschreven. De uitwerking van het Technisch Programma van Eisen (de technische invulling van het zogenaamde ruimteboek) zal in concept bij aanvang SO-fase met het ontwerpteam worden gedeeld. Het screenen, toetsen, aanvullen (en/of herijken) van dit concept ruimteboek is onderdeel van de opdracht van het kernontwerpteam en overige (nog te contracteren) adviseurs (o.a. bouwfysisch en akoestisch adviseur). De in dit hoofdstuk vermelde technische kwaliteitseisen moeten middels te treffen bouwkundige, installatie- en theatertechnische voorzieningen worden gerealiseerd. De architect en de adviseurs dienen heldere, integrale afwegingen te maken voor de bedachte ontwerpoplossingen als het gaat om aspecten als energiebesparing, beperking CO2-uitstoot, beperking van onderhoud- en beheerskosten en duurzaam bouwen. 9.1.

Duurzaamheid

De gemeente Veenendaal waardeert een duurzaam ontwerp van het theater. Het ontwerp dient minimaal te voldoen aan de wettelijke regelgeving. Deze paragraaf beschrijft de duurzaamheidsambities van de gemeente voor het nieuwe theater. De gemeente beoordeelt de ontwerpvisie hoger wanneer er een hoger niveau van duurzaamheid wordt bereikt dan wettelijk is voorgeschreven. 9.1.1.

Ambities duurzaamheid gemeente Veenendaal

De gemeente Veenendaal heeft gezond, duurzaam en veilig als leidende principes van haar omgevingsvisie aangemerkt. De grootste uitdagingen in de duurzame ontwikkeling van Veenendaal liggen bij de energietransitie, klimaatverandering en grondstoffen schaarste. Het "Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal", bouwt voort op de omgevingsvisie en beschrijft de stappen die Veenendaal neemt op het gebied van deze thema’s. Veenendaal is ambitieus in haar duurzaamheidsdoelstellingen en wil hierin het goede voorbeeld geven. Voor de ontwikkeling van het Theater zet de gemeente daarom in op een duurzame en toekomstbestendige ontwikkeling. De gemeente Veenendaal daagt ontwerpers uit om te komen tot mogelijkheden die bijdragen aan een duurzaam en toekomstbestendig theater. Het ontwerp van het theater dient aan te sluiten bij het beleid van de gemeente Veenendaal zoals verwoord in de ‘Omgevingsvisie Veenendaal 2030’ en het ‘Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal’. De gemeente heeft de ambitie om nieuwe ontwikkelingen energieneutraal en zo duurzaam mogelijk te realiseren. (Omgevingsvisie Veenendaal 2030 is als bijlage 14 & Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal is als bijlage 15 toegevoegd). 9.1.2. Omgevingsvisie De gemeente Veenendaal heeft gezond, duurzaam en veilig als leidende principes van haar Omgevingsvisie aangemerkt.

Het ontwerp van het theater dient te passen in het beleid van de gemeente Veenendaal met de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 als uitgangspunt. De gemeente heeft de ambitie om nieuwe ontwikkelingen energieneutraal en zo duurzaam mogelijk te realiseren. (Omgevingsvisie is als bijlage 14 toegevoegd). Gezond, Duurzaam en Veilig Een gezonde leefomgeving is van belang voor de gezondheid van mens, plant en dier. Met de inrichting van de leefomgeving worden inwoners uitgenodigd om meer te bewegen, ontspannen en om elkaar te ontmoeten. Dit draagt bij aan gezond gedrag en het welzijn van onze inwoners. Belangrijke voorwaarde is dat Veenendalers zich op straat en thuis veilig voelen.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

75

Belangrijkste opgaven: 1. De leefomgeving biedt mogelijkheden om meer en vaker te bewegen, ontspannen en ontmoeten (nieuw); 2. Veenendaal werkt aan de energietransitie; 3. Stimuleren circulaire economie; 4. Zorgen voor een klimaatadaptieve leefomgeving; 5. Inwoners voelen zich veilig op straat en in huis. 9.1.3. Opgave perspectief Duurzaamheid Het "Opgaveperspectief Duurzaam Veenendaal" beschrijft de stappen die Veenendaal neemt om een toekomstbestendige, gezonde, duurzame en veilige stad te worden. Binnen deze opgave staat de gemeente voor drie duurzaamheidstransities: 1. Transitie naar een Circulair Veenendaal; 2. Transitie naar een Energieneutraal Veenendaal; 3. Transitie naar een Klimaatbestendig Veenendaal. 9.1.4. Netcongestie en netbewust bouwen Het programma energie neutraal Veenendaal (zie bijlage 16) richt zich op verschillende aspecten, het verminderen van energieverbruik, het bevorderen van duurzame energiebronnen, en het verbeteren van de energie-efficiëntie van gebouwen. De gemeente heeft hierin een voorbeeldfunctie met zijn eigen vastgoed. Hiernaast hebben we binnen Veenendaal te maken met congestie op het elektriciteitsnetwerk. Dit betekent dat er momenteel geen nieuwe grootverbruiksaansluitingen mogen worden uitgegeven of grootverbruik aansluitingen mogen worden uitgebreid. Bij nieuwbouw is het krijgen van een stroomaansluiting daarom niet meer vanzelfsprekend.

Dit dwingt ons om na te denken over het energiesysteem van de toekomst. Het is daarom belangrijk dat nieuwe ontwikkelingen zijn ontworpen met een sterke focus op energie-efficiëntie, innovatie en netbewustzijn. Hiermee wordt minimaal met onderstaande rekening gehouden in het ontwerp van het gebouw: • Warmte- (verwarming en tapwater) en koudevraag wordt duurzaam, energie-efficiënt en netbewust ingevuld. Het ontwerp van het gebouw houdt rekening met een duurzame warmte- en koude voorziening. Hiervoor dient een visie op het installatieconcept te worden aangeleverd. Waarbij de visie op het eventueel aansluiten bij een collectief systeem wordt meegenomen. BENG 3 > dan wettelijke verplichting. Waarbij opwek zo veel mogelijk is afgestemd op gelijktijdig verbruik. • De warmte- en koude vraag van het gebouw wordt beperkt door het toepassen van passieve bouwprincipes die worden geïntegreerd in het architectonisch ontwerp zoals oriëntatie van het gebouw, zonering, bezonning/beschaduwing etc. • Denk na over opslagmogelijkheden en andere oplossingen om pieken op de energievoorziening te beperken. • Resterende warmte- (verwarming en tapwater) en koudevraag wordt duurzaam, energie-efficiënt en netbewust ingevuld door te sturen op de pieken en gebruik te maken van opslagmogelijkheden. Het ontwerp van het gebouw houdt rekening met een duurzame warmte- en koude voorziening.

Hiervoor dient een visie op het installatieconcept te worden aangeleverd. Waarbij de visie op het eventueel aansluiten bij een collectief systeem wordt meegenomen. • Denk na over lokale opwek en buffering en hoe dit kan worden verwerkt in het architectonische ontwerp. Zie de bijlage (16) handreiking netbewust bouwen voor tips. • Aangegeven wordt hoeveel energie kan worden bespaard door de inzet van slimme systemen en het optimaliseren van energiegebruik van apparatuur, verwarming, koeling, en ventilatie door het energieverbruik te managen. • De extra ruimte die nodig is voor technische ruimte en voorzieningen voor lokale opwek, opslag en benodigde (toekomstige) infrastructuur wordt geïntegreerd in het ontwerp.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

76

9.1.5. Circulair bouwen Gemeente Veenendaal heeft de ambitie om in 2030 50% circulair zijn en in 2050 100%. Dit betekent dat ook voor het nieuwe theater circulariteit een belangrijke rol speelt. Dit moet terugkomen in de materiaalkeuze voor het nieuwe gebouw en sloop van het oude gebouw. Waarbij zo veel mogelijk circulair gebouwd of opnieuw ingezet en gebruik gemaakt van duurzame materialen. Om de milieu-impact voor, tijdens en na de bouw te beperken. Om de visie Circulair Veenendaal te realiseren heeft de gemeente 4 strategische doelen: • •

• •

Het verminderen van grondstoffengebruik zodat er minder (nieuwe) producten worden gemaakt en gekocht; Het gebruiken van duurzame grondstoffen in de productie van nieuwe materialen en producten waarbij primaire grondstoffen zoveel mogelijk worden vervangen door secundaire grondstoffen en duurzame hoogwaardige biobased grondstoffen; Het verlengen van de levensduur van onze producten, wegen en werken door ze zo lang mogelijk te blijven gebruiken en in de basis kwalitatief beter te produceren; Het hoogwaardig verwerken van de niet meer te gebruiken goederen en producten door het verbeteren van de inzamelstromen, zodat we betere materialen terugwinnen en op gelijkwaardig niveau verwerken tot nieuwe materialen.

Deze worden in het ontwerp vertaald naar de volgende eisen: • In het ontwerp wordt rekening gehouden met 50% minder primaire grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel) en de inzet van 50% secundaire materialen (hernieuwbaar, hergebruikt en gerecycled). • In het ontwerp moet rekening worden gehouden met een zo groot mogelijke losmaakbaarheid. Dit zorgt ervoor dat het gebouw in de toekomst aanpasbaar is van functie en dat de restwaarde maximaal kan worden ingezet en materialen kunnen worden hergebruikt. • In het ontwerp moet rekening worden gehouden met de inzet van de bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken. De maximale MPG-score is 0,5. • Bij het ontwerp moet rekening worden gehouden met de inzet van zo veel mogelijk vrijkomende materialen en onderdelen uit het huidige theater. Waar dat niet lukt moet gezorgd worden voor hoogwaardige recycling. 9.1.6. Klimaatadaptatie Het gebouwontwerp houdt rekening met hittestress, wateroverlast en drinkwaterschaarste. Dit kan worden bereikt door in het ontwerp rekening te houden met oplossingen zoals regenwateropvangsystemen, toepassen van waterloze urinoirs, inzet van hemelwater voor het spoelen van de toiletten (grijs watercircuit), permeabele bestrating en groene daken. • Uitgangspunt is gescheiden riolering (hemelwater gescheiden inzamelen en verwerken van de droogweerafvoer).

• De riolering dient worden ontworpen op basis van Bui 09. • De waterberging dient een overstortmogelijkheid te hebben (naar riolering, oppervlaktewater of lagergelegen maaiveld). Bij de bouw wordt rekening gehouden met het natuurlijk grondwaterregime. Dit betekent dat het gebouw wordt aangepast aan het grondwaterpeil en niet andersom. • Op het terrein zoveel mogelijk de infiltratie van hemelwater in de bodem bevorderen. • Er dient minimaal 45 mm waterberging te worden gerealiseerd over het totaal verharde oppervlakte binnen het plangebied (gebouw). • Per 100 m2 bebouwd oppervlak dient 2m3 waterberging te worden gecreëerd. De benodigde waterbergingscapaciteit kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld de aanleg van groene/blauwe daken of infiltratievoorzieningen. Door het aanleggen van een groen dak kan de totale benodigde waterbergingscapaciteit worden verlaagd.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

77

• •

Houdt in het ontwerp rekening met wateroverlast. Zorg dat er in het gebouw geen wateroverlast optreedt en dat het gebouw het risico op wateroverlast in de omgeving niet vergroot. Regenwater van de daken van de gebouwen wordt opgevangen en zoveel mogelijk hergebruikt binnen het gebouw en eventueel resterend water wordt buiten het gebouw ingezet.

9.1.7. Gezonde en groene leefomgeving De gemeente Veenendaal wil meer vergroenen voor een gezonde en een prettige leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit en bouwen aan een klimaat adaptieve stad (tegengaan hittestress en beperken van wateroverlast en tegelijkertijd verdroging) horen daarbij. Hierbij geldt dat voor deze nieuwbouw opgaaf de maatregelen die een bijdrage leveren aan dit thema, van toegevoegde waarde moeten zijn voor de locatie en het gebied waar de ontwikkeling plaats gaat vinden. • Behoud van waardevolle bomen; • Waar mogelijk behouden van bestaande bomen in plangebied. De gevel op voldoende afstand van bestaande bomen situeren. Ga uit van volgroeide bomen: 1e orde boom straal van 12,5 m. 2e orde boom straal van 7,5 m. En tel daar 3 meter extra afstand bij tot aan de gevel; • Logistieke routes afstemmen op groene leefomgeving; • Maak een biodivers ontwerp gericht op het realiseren van habitats; • Pas bestrating en cunnet aan ten behoeve van verbeteren van groeiplaatsen van bestaande bomen. • Creëer waar mogelijk gevelgroen dat op maaiveld is geworteld en bijdraagt aan de 5 v's; • Ga voor meervoudige waarde creatie op de daken. D.w.z.

benut dakvlakken optimaal, niet voor een enkel doel als zonne-energie (wellicht als overkapping boven een toegankelijk terras, maar ook voor beplanting, waterbuffer, etc.; • Aantrekkelijk oriëntatie theaterterras “met zicht op het groenpark”; • Pas zoveel mogelijk doorgroeibare en doorlaatbare verharding toe op de logistieke routes; • Zorg voor natuurrijke beplanting op en aan het gebouw. 9.1.8. Natuur inclusief bouwen De gemeente Veenendaal beschikt over een gebiedsbrede vergunning op basis van een Soortenmanagementplan. U kunt aanvragen om gebruik te mogen maken van deze vergunning. U hoeft dan in de meeste gevallen zelf geen uitgebreid onderzoek te doen, maar wel maatregelen nemen om de diersoorten te beschermen. Deze maatregelen zijn opgenomen in werkprotocollen. Als compensatie voor bestaande verblijfplaatsen die zijn weggenomen bij de sloop van het oude theater, moeten er bijvoorbeeld permanente alternatieve verblijfplaatsen en nestlocaties worden gerealiseerd in het nieuwe theater. Het werkprotocol voor het realiseren van alternatieve verblijfplaatsen in nieuwbouw, dat onderdeel uitmaakt van het gemeentelijke Soortenmanagementplan, is hierbij leidend. Wanneer in een vroeg stadium aandacht is voor natuurinclusief bouwen, kunnen voorzieningen eenvoudig worden toegepast.

In het werkprotocol staan standaarden en richtlijnen per soortgroep voor te treffen maatregelen die bewezen effectief zijn. (Zie bijlage 17 & 18 bij dit PvE: Soortenmanagementplan en bijlage van het soortenmanagementplan met daarin de werkprotocollen). • In de uitwerking van het ontwerp dient te worden aangegeven hoe (en op welke wijze) de vereiste maatregelen (en voorzieningen) voor natuur inclusieve nieuwbouw worden toegepast. • Beoogd wordt een natuur inclusieve ontwikkeling waarbij flora en fauna volop aanwezig is op en rondom het gebouw. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande en te ontwikkelen omgeving rondom het theater. Voorzieningen die getroffen worden moeten hierbij aanvullend zijn op dat wat minimaal nodig is om gebruik te kunnen maken van de gebiedsbrede vergunning op grond van het Soortenmanagementplan van de Gemeente Veenendaal.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

78

9.1.9. Aansluiting op de omliggende (toekomstige) ontwikkelingen Plangebied Het ontwerp van het theater is onderdeel van een groter te ontwikkelen gebied. Het is zoals eerder in dit PvE genoemd belangrijk om in het ontwerp rekening te houden met de toekomst en de verdere ontwikkeling in het gebied (realisatie nieuwe parkeergarage, evenemententerrein, openbaar groen park) en eventuele slimme combinaties van functies te maken. Warmte- en koude voorziening Boring vrije zone Het plangebied van het theater (groene vak) bevindt zich binnen een boring vrije zone (rode lijn). Hier mag niet dieper geboord worden dan 30 meter beneden maaiveld. Dit beperkt de mogelijkheden voor het toepassen van een bodemenergiesysteem voor de voorgenomen nieuwbouw van het theater. De gemeente is in overleg om een verdieping van deze boring vrije zone te realiseren. Waardoor de verwachting is dat er op termijn mogelijkheden zijn om lokaal boringen te doen tot circa 70 meter. De termijn waarop dit gerealiseerd kan worden is echter nog niet duidelijk. Warmtenet ontwikkelingen Grenzend aan het gebied vinden onderzoeken plaats voor de aanleg van een collectief (Middentemperatuurs-) warmtenet, door warmtebedrijf Veenwarmte. De gemeente is meerderheidsaandeelhouder in Veenwarmte.

Veenwarmte heeft afspraken gemaakt om een aantal complexen van corporatie Veenvesters in ieder geval aan te sluiten op dit warmtenet, waaronder een aantal complexen aan de Duivenwal, direct naast het theater. Aanleg van de eerste delen van dit warmtenet start eind 2025 (rondom de buurt Engelenburg). Dit biedt kansen om de warmtevoorziening van het theater met een lage netimpact op te lossen. Het warmtenet voorziet echter niet in levering van koude, mogelijk kan dit met een aparte installatie opgelost worden die bijv. gebruik maakt van overschotten van opgewekte duurzame (zonne-) energie om koude te kunnen produceren. Er is een aanzienlijke kans dat de gemeente Veenendaal de komende jaren het gebied aanwijst als ‘warmtekavel’ onder de Wet collectieve warmte. Bij voorkeur wordt het theater dan ook aangesloten op het nieuwe warmtenet – al moet dit wel mogelijk zijn qua planning van het warmtenet. Voor meer informatie kan contact opgenomen worden met Veenwarmte.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

79

9.1.10.

Toetsingsmatrix duurzaamheid ontwerp

In onderstaande matrix is per genoemd thema / onderdeel de door de gemeente Veenendaal gewenste prioritering (1, 2 en 3) aangegeven: Thema

Onderdeel

Energie

Circulariteit

Toetsing door

Prioriteit

Warmte- (verwarming en tapwater) en Kwalitatief oordeel koudevraag wordt duurzaam, energieefficiënt en netbewust ingevuld. Het ontwerp van het gebouw houdt rekening met een duurzame warmte- en koude voorziening. Hiervoor dient een visie op het installatieconcept te worden aangeleverd. Waarbij de visie op het eventueel aansluiten bij een collectief systeem wordt meegenomen (zie paragraaf 3.2).

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

Verplicht

BENG 3 > dan wettelijke verplichting. BENG-3 en kwalitatief oordeel Waarbij opwek zo veel mogelijk is afgestemd op gelijktijdig verbruik.

NTA8800 en Opdrachtgever 1 en Duurzaamheidsadviseur

De warmte- en koude vraag van het gebouw Kwalitatief oordeel. wordt beperkt door het toepassen van passieve bouwprincipes die worden geïntegreerd in het architectonisch ontwerp zoals oriëntatie van het gebouw, zonering, bezonning/beschaduwing etc.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

1

Denk na over opslagmogelijkheden en andere Kwalitatief oordeel. oplossingen om pieken op de energievoorziening te beperken.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

Denk na over lokale opwek en hoe dit kan worden verwerkt in het architectonische ontwerp. Zie de handreiking netbewust bouwen voor tips.

Kwalitatief oordeel.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

Aangegeven wordt hoeveel energie kan Kwalitatief oordeel. worden bespaard door de inzet van slimme systemen en het optimaliseren van energiegebruik van apparatuur, verwarming, koeling, en ventilatie door het energieverbruik te managen.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

De extra ruimte die nodig is voor technische Ja/nee ruimte en voorzieningen voor lokale opwek, opslag en benodigde (toekomstige) infrastructuur wordt geïntegreerd in het ontwerp.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

3

In het ontwerp wordt rekening gehouden met Berekening op basis van de Opdrachtgever en 50% minder primaire grondstoffen meest actuele versie van de Duurzaamheidsadviseur (mineralen, metalen en fossiel) en de inzet van Leidraad Meten van circulariteit 50% secundaire materialen (hernieuwbaar, (CB’23). hergebruikt en gerecycled).

1

In het ontwerp moet rekening worden Losmaakbaarheidsscore gehouden met een zo groot mogelijke losmaakbaarheid. Dit zorgt ervoor dat het gebouw in de toekomst aanpasbaar is van functie en dat de restwaarde maximaal kan worden ingezet en materialen kunnen worden hergebruikt.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

1

In het ontwerp moet rekening worden MPG-score gehouden met de inzet van de bepalingsmethode Milieuprestatie Bouwwerken. De maximale MPG-score is 0,5.

MPG

1

Bij het ontwerp moet rekening worden Kwalitatief oordeel gehouden met de inzet van zo veel mogelijk vrijkomende materialen en onderdelen uit het huidige theater. Waar dat niet lukt moet

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

Indicator

Checklist

80

gezorgd worden voor hoogwaardige recycling. Klimaatadaptie Uitgangspunt is gescheiden riolering (hemelwater gescheiden inzamelen en verwerken van de droogweerafvoer).

Gezonde en groene leefomgeving

Ja/nee

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

Verplicht

De riolering dient worden ontworpen op basis Ja/nee van Bui 09.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

Verplicht

De waterberging dient een overstortmogelijkheid te hebben (naar riolering, oppervlaktewater of lagergelegen maaiveld).

Ja/Nee

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

Verplicht

Bij de bouw wordt rekening gehouden met het Ja/Nee natuurlijk grondwaterregime. Dit betekent dat het gebouw wordt aangepast aan het grondwaterpeil en niet andersom.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

Verplicht

Op het terrein zoveel mogelijk de infiltratie van hemelwater in de bodem bevorderen.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

1

Er dient minimaal 45 mm waterberging te Ja/Nee worden gerealiseerd over het totaal verharde oppervlakte binnen het plangebied (gebouw). De benodigde waterbergingscapaciteit kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld de aanleg van groene/blauwe daken of infiltratievoorzieningen. Door het aanleggen van een groen dak kan de totale benodigde waterbergingscapaciteit worden verlaagd.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

1

Houdt in het ontwerp rekening met Kwalitatief oordeel wateroverlast. Zorg dat er in het gebouw geen wateroverlast optreedt en dat het gebouw het risico op wateroverlast in de omgeving niet vergroot.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

Regenwater van de daken van de gebouwen Kwalitatief oordeel wordt opgevangen en zoveel mogelijk hergebruikt binnen het gebouw en eventueel resterend water wordt buiten het gebouw ingezet.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

3

Behoud van waardevolle bomen

Kwalitatief oordeel

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

Verplicht

Waar mogelijk behouden van bestaande bomen in plangebied

Kwalitatief oordeel

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

1

Logistieke routes afstemmen op groene leefomgeving qua locatie en inrichting.

Kwalitatief oordeel

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

1

Maak een biodivers ontwerp gericht op het realiseren van habitats;

Kwalitatief oordeel

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

Pas bestrating en cunnet aan ten behoeve van Kwalitatief oordeel verbeteren van groeiplaatsen van bestaande bomen.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

Bij toepassen van gevelgroen, zorgen dat dit Kwalitatief oordeel geworteld is op maaiveld en bijdraagt aan de 5 v's;

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

Ga voor meervoudige waarde creatie op de Kwalitatief oordeel daken. D.w.z. benut dakvlakken optimaal, niet voor een enkel doel als zonne-energie (wellicht als overkapping boven een toegankelijk terras, maar ook voor beplanting, waterbuffer, etc.;

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

Kwalitatief oordeel

De gevel op voldoende afstand van bestaande bomen situeren. Ga uit van volgroeide bomen: 1e orde boom straal van 12,5 m. 2e orde boom straal van 7,5 m. En tel daar 3 meter extra afstand bij tot aan de gevel.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

81

Pas zoveel mogelijk doorgroeibare en Kwalitatief oordeel doorlaatbare verharding toe op de logistieke routes.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

2

Zorg voor natuurrijke beplanting op en aan het gebouw.

Kwalitatief oordeel

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

3

SMP en bijlage

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

Verplicht werken volgens ons SMP of anders op een andere manier voldoen aan de wet natuurbescherming.

Opdrachtgever en Duurzaamheidsadviseur

3

Natuur inclusief U geeft in uw ontwerp aan hoe de vereiste bouwen maatregelen voor natuur inclusieve nieuwbouw worden toegepast.

Beoogd wordt een natuur inclusieve Kwalitatief oordeel ontwikkeling waarbij flora en fauna volop aanwezig is op en rondom het gebouw. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de bestaande en te ontwikkelen omgeving rondom het theater. Voorzieningen die getroffen worden moeten hierbij aanvullend zijn op dat wat minimaal nodig is om gebruik te kunnen maken van de gebiedsbrede vergunning op grond van ons Soortenmanagementplan.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

82

9.2.

Comfort

9.2.1. Thermisch en hygrisch comfort In het gebouw is het thermisch en hygrisch binnenklimaat zodanig dat het gebruik in de ruimtes met een optimaal comfort kan plaatsvinden. Tijdens de zomerperiode zijn nadere eisen gesteld aan de maximaal toelaatbare ruimtetemperatuur en in het stookseizoen aan de minimaal toelaatbare ruimtetemperatuur. Het juiste binnenklimaat komt tot stand door een goede samenhang tussen gebouw, gebouwinstallaties, regeling en inrichting. 9.2.1.1. Temperatuur De gestelde eisen voor zowel temperatuur als energiezuinigheid worden bereikt door zoveel mogelijk gebruik te maken van passieve bouwkundige voorzieningen, zoals goede thermische isolatie, hoog rendementsbeglazing, zonwerende voorzieningen en door gebruik van het accumulerende vermogen van extra gebouwmassa. Verblijfsruimtes moeten beschikken over een individuele temperatuurregeling (bijvoorbeeld een bedieningsunit aan de wand of bij de zalen en foyerruimtes op een bedieningspaneel voor het betreffende ruimtecluster). In het stookseizoen geldt een regelbaarheid van +/- 3K. In het koelseizoen, bij toepassing van mechanische koeling, geldt een maximale regelbaarheid tot -3K. De mate van regelbaarheid vermindert bij oplopende buitentemperatuur afhankelijk van de beschikbare koelcapaciteit van de installatie. 9.2.1.2.

Vochtigheid In de verblijfsruimtes geldt dat de relatieve vochtigheid (RV) zich tussen 30% en 70% moet bevinden. Deze norm mag gedurende 5% van de werktijd worden onder- c.q. overschreden. Het doel is dat actieve luchtbevochtiging niet noodzakelijk is, m.u.v. de ruimten waar een parketvloer is toegepast en voor ruimten waarin de vleugel en/of instrumentbergingen zijn ingepland. Voor wat betreft computer- en dimmer, en versterkerruimtes vraagt een lage %RV specifieke aandacht i.r.t. statische elektriciteit. Ook zijn de parketvloeren in de zalen een aandachtspunt waarbij de RV feitelijk binnen de 40 – 65% volgens specificatie van leveranciers moet blijven. In de opslagruimte van de instrumenten (o.a. orkestvelugel) is een marge van 45 -55% RV vereist. 9.2.2. Ventilatie Een gezond leefklimaat in het gebouw is een belangrijk uitgangspunt. Het Ruimteboek als onderdeel van het in latere fase nog uit te werken Technisch PvE beschrijft de eisen ten aanzien van de ventilatie per ruimte (o.a. ventilatievoud). Bijzondere aandacht is vereist voor de kwaliteit van de ventilatielucht, ook na 15 jaar moet deze nog goed zijn. Het ontwerp moet zodanig zijn dat onderhoud en schoonmaak van luchtkanalen kan worden beperkt, maar ook goed mogelijk is.

De wijze van ventileren dient zodanig te zijn dat een goede doorspoeling van de ruimte is gegarandeerd, waarbij tevens aandacht dient te worden besteed aan een goede luchtafvoer van de ruimtes. Het gebouw moet daar waar de ruimtefunctie dit toelaat zijn voorzien van te openen ramen per stramien/ruimte. Voor de luchtsnelheden in de verblijfzone wordt de volgende grens gesteld: de zogenaamde Predicted Mean Vote (PMV) ligt tussen -0,5 en +0,5. Een en ander als functie van de luchttemperatuur en de turbulentie intensiteit. Belangrijk aandachtspunt hierbij zijn bijvoorbeeld werkplekken, waarbij de kans op tochtklachten vanwege de open verbinding met de hal of de entree groot is, zoals baliewerkplekken. Balies die deel uitmaken van of grenzen aan een verkeersruimte (zoals de kassa-/infobalie) moeten worden beschouwd als een verblijfsruimte.

4897 – Theater de Lampegiet Programma van Eisen 8 juli 2025

83

Een speciaal aandachtspunt is de ventilatie op de tonelen van de Theaterzaal en de Multifunctionele zaal in relatie tot toneeleffecten als toneelrook. De ventilatielucht mag geen voordoek, afstoppingstoffering of decordoeken in beweging brengen. Daarnaast vraagt ook de ventilatie in de orkestbak en zaal regieruimte bijzondere aandacht. Voor alle zalen uitgaan van verdringingsventilatie vanuit onder de tribune, waarbij in geval van aanwezigheid van ingeschoven schuiftribunes ook via de zijwanden (in bij vloerniveaus) ventilatielucht moet worden toegevoerd. Voor de Theaterzaal en de Multifunctionele zaal dient i.r.t. de toegangsfoyer te worden voorkomen dat ingebrachte evenementen theaterrook (vanwege onderdruk situatie) in de foyer kan komen bij geopende sluisdeuren. De benodigde hoeveelheid verse lucht in de leefzone is afhankelijk van het gebruik en de intensiteit. Voor het theatergebouw is flexibele indeelbaarheid het uitgangspunt en dus ook een ventilatie-installatie die flexibel gebruik mogelijk maakt. De ventilatie-installatie is hierop uitgelegd inclusief een overcapaciteit per bouwdeel en bouwlaag om eventuele functiewijzigingen op te kunnen vangen.

De mechanische afvoerventilatie heeft voor niet-verblijfsruimtes daarnaast de volgende capaciteit per ruimte: • Werkkasten ≥ 25 m³/h m² • Alle niet genoemde niet-verblijfsruimtes ≥ 5 m³/h m² Verkeersruimtes (gangen, hallen en trappenhuizen en dergelijke) hebben een geklimatiseerde toevoerventilatie, capaciteit: minimaal 1-voudig. 9.3.

Licht

9.3.1. Daglicht Uitgangspunt is in beginsel het beperken van energiegebruik (voor kunstverlichting en koeling) en het creëren van een optimale verblijfs- en werkomgeving - daar waar van toepassing - door optimalisatie van daglichttoetreding, bijvoorbeeld door realisatie van daglichttoetreding via twee zijden. Het doel is, ongeacht waar je bent dat vanuit iedere verblijfsruimte altijd contact met buiten is. In verblijfsruimtes zijn ten behoeve van uitzicht, de daglichtopeningen op ooghoogte aanwezig, zowel in zittende als staande positie. (Onderkant van de daglichtopening op 0,7 m hoogte van de vloer of lager). Daarbij wordt het standpunt van de bezoeker/gebruiker ingenomen. Bij toepassing van zonwerende beglazing bedraagt de lichttoetredingsfactor (LTA) minimaal 0,6. In de verblijfsruimtes met werkplekken is binnen lichtwering aanwezig, zodat wordt voldaan aan de Arbo-eisen. Daglicht (op tonelen) in Theater -en Multifunctionele zaal Vanuit de Arbowet is het verplicht dat er daglichttoetreding op de werkplek is. In ruimten waar langer dan 2 uur per dag gewerkt wordt is toetreding van daglicht een vereiste. Het is verder vereist dat het gezamenlijke oppervlakte dat daglicht doorlaat in een werkruimte, ten minste 5% bedraagt van het vloeroppervlak van dat vertrek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16475705/1