3. Eerste bestuursrapportage 2026
Tekst van het document
1E BESTUURSRAPPORTAGE 2026
Inhoudsopgave INHOUDSOPGAVE .............................................................................................................. 2 INLEIDING ............................................................................................................................ 3 PROGRAMMA 1: FYSIEKE LEEFOMGEVING .................................................................... 9 Thema I: De groei en ontwikkeling van de stad .................................................................. 9 Thema II: De duurzame stad............................................................................................ 10 Thema III: Het beheer van de stad ................................................................................... 10 PROGRAMMA 2: ECONOMIE, WERK EN ONTWIKKELING ............................................ 15 Thema I: Economische ontwikkeling en werkgelegenheid ............................................... 15 Thema II: Recreatie en toerisme ...................................................................................... 16 PROGRAMMA 3: SOCIALE LEEFOMGEVING .................................................................. 18 Thema I: Inkomen ............................................................................................................
18 Thema II: Sociaal domein - Participatie en re-integratie ................................................... 19 Thema III: Sociaal domein - WMO ................................................................................... 21 Thema IV: Sociaal domein - Jeugd .................................................................................. 23 Thema V: Onderwijs en ontwikkeling ............................................................................... 23 Thema VI: Sport............................................................................................................... 23 Thema VII: Cultuur ........................................................................................................... 24 Thema VIII: Welzijn .......................................................................................................... 24 PROGRAMMA 4: BURGER EN BESTUUR ........................................................................ 31 Thema I: Dienstverlening (extern) .................................................................................... 31 Thema II: Burger en samenwerking ................................................................................. 31 Thema III: Veiligheid samenleving ...................................................................................
31 PROGRAMMA 5: ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN EN ONVOORZIEN ...................... 33 PROGRAMMA 6: BEDRIJFSVOERING ............................................................................. 34 Thema V: Bedrijfsvoering algemeen ................................................................................ 34 VOORTGANG RISICO'S .................................................................................................... 37 BIJLAGEN .......................................................................................................................... 39
2
Inleiding Algemeen Voor u ligt de 1e bestuursrapportage 2026. Deze rapportage is opgezet als een afwijkingenrapportage met peildatum 1 mei 2026. In het najaar van 2025 is de Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027–2029 opgesteld, die u in november 2025 heeft vastgesteld. Via deze bestuursrapportage rapporteert het college over de voortgang van de uitvoering van de doelstellingen uit de Programmabegroting 2026 en de meerjarenraming 2027–2029 en worden de afwijkingen nader toegelicht. In de programma’s zijn alle doelstellingen, inspanningen en acties van de gemeente opgenomen. Bij het opstellen van de begroting 2026 heeft een eerste technische verbeterslag van de doelstellingen plaatsgevonden. Een verdere, ook inhoudelijke, kwaliteitsverbetering kan plaatsvinden aan de hand van het nog te verwachten raadsprogramma. De voortgang van de doelstellingen wordt gepresenteerd met behulp van een stoplichtmodel. De drie kleuren voor de realisatie van beleid op inhoud en planning betekenen het volgende: •
Groen: doel is gerealiseerd en verloopt conform de prognose in de begroting;
•
Oranje: realisatie van het doel conform de prognose in de begroting is onzeker en/of bijsturing van beleid is gewenst;
•
Rood: realisatie van het doel verloopt niet conform de prognose in de begroting.
Voor doelstellingen die als groen zijn beoordeeld, wordt geen nadere toelichting gegeven. Alleen de als oranje of rood beoordeelde doelstellingen zijn voorzien van een toelichting. De bestuursrapportage geeft per programma ook inzicht in de verwachte financiële mee- en tegenvallers (afwijkingen). Deze financiële afwijkingen zijn per programma opgenomen en toegelicht. Conform de Financiële verordening zijn in deze rapportage alleen financiële afwijkingen van € 25.000 en hoger opgenomen. Daarnaast worden in deze bestuursrapportage de ontwikkelingen en de risico’s toegelicht. Om de leesbaarheid van de rapportage te vergroten, kunt u de lijst met afkortingen raadplegen. Hierin zijn de meest voorkomende afkortingen binnen de Planning & Controldocumenten opgenomen. Klik Hier voor de lijst. Op hoofdlijnen laat deze bestuursrapportage zien dat de uitvoering van de doelstellingen grotendeels op koers ligt. Van de in totaal 53 opgenomen doelstellingen zijn er 46 als groen beoordeeld. Dit betekent dat het merendeel van de doelstellingen volgens planning verloopt. Daarnaast zijn 6 doelstellingen als oranje en 1 doelstelling als rood beoordeeld. Deze doelstellingen zijn voorzien van een nadere toelichting, waarbij wordt ingegaan op de oorzaak van de afwijking en de eventuele bijsturing die nodig is. Financieel laat de 1e bestuursrapportage 2026 een negatief beeld zien.
Per saldo bedraagt het verwachte resultaat voor 2026 € 2,534 miljoen negatief. Dit nadeel wordt mede veroorzaakt door hogere uitgaven aan tweedelijns jeugdzorg dan begroot. In de Programmabegroting 2026-2029 was hiervoor reeds een risico opgenomen. Op basis van de actuele prognose wordt nu incidenteel € 3,2 miljoen bijgeraamd voor de uitgaven aan tweedelijns jeugdzorg in 2026. Daarmee doet een deel van het eerder benoemde risico zich inmiddels daadwerkelijk voor. Tegelijkertijd moet worden onderkend dat deze 1e bestuursrapportage betrekking heeft op een relatief vroeg moment in het jaar. Hierdoor blijft het beeld op onderdelen voorlopig van aard. De overige risico’s en bijbehorende bedragen die eerder in de Programmabegroting 2026-2029 zijn opgenomen, kunnen zich later in het jaar alsnog voordoen. De ontwikkeling
3
van de uitgaven aan tweedelijns jeugdzorg en andere financiële risico’s blijft daarom nadrukkelijk onderwerp van monitoring
Investeringsbudget In deze bestuursrapportage wordt, naast de afwijkingen binnen de reguliere exploitatie, ook een voorstel gedaan voor een aanpassing van een investeringsbudget. Hieronder wordt dit voorstel toegelicht. IKC Studio D indexering vanwege vertraging (€ 700.000) Het investeringsbudget voor IKC Studio D (voorheen Dragonder Zuid) is door de raad voor 2025 aan het college beschikbaar gesteld op prijspeil 2025, maar de uitvoering staat nu gepland voor 2027. Hierdoor is een indexatie nodig om op het gewenst prijspeil te komen. De kapitaallasten van deze verhoging bedragen ca € 35.000 per jaar en zullen verwerkt worden in de Programmabegroting.
Saldo 1e bestuursrapportage 2026 Deze 1e bestuursrapportage 2026 (na verwerking van de mutaties in de bestemmingsreserves) resulteert in een negatief saldo van € 2,534 miljoen voor 2026. Voorgesteld wordt dit resultaat te onttrekken aan de algemene reserve. Het raadsvoorstel bij de bestuursrapportage bevat een begrotingswijziging waarin we de financiële over- en onderschrijdingen aan u voorleggen.
Samenvatting beleidsmatige verantwoording 1e bestuursrapportage 2026 Omschrijving (toelichting)
Financieel vertrekpunt Het financieel vertrekpunt voor deze rapportage is de Programmabegroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029. Vervolgens zijn de meerjarige gevolgen van deze Programmabegroting en de structurele effecten vanuit de decemberwijziging 2025 meegenomen bij de bepaling van het vertrekpunt. De effecten van de septembercirculaire en decembercirculaire 2025 zijn voor het jaar 2026 in deze rapportage verwerkt.
4
bedragen x € 1.000
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Saldi Programmabegroting 2026-2029
0
305
404
Verrekening saldo Programmabegroting 2026-2029 met de algemene reserve
-
-
-
783 -
Saldo voor 1e bestuursrapportage 2026
0
305
404
783
*de effecten van circulaires over 2026 e.v. zijn een onderdeel van de 1e bestuursrapportage 2026
Financiële effecten 1e bestuursrapportage 2026 Hieronder treft u een totaaloverzicht aan van de financiële effecten en ontwikkelingen voor de jaren 2026 tot en met 2029, zoals deze in deze rapportage zijn opgenomen.
In de bestuursrapportage hebben we een splitsing aangebracht tussen: •
financiële ontwikkelingen (afwijkingen) die effect hebben op het begrotingssaldo; deze ontwikkelingen zijn opgenomen en toegelicht bij de diverse programma’s;
•
budgettair neutrale afwijkingen; deze ontwikkelingen hebben geen effect op het begrotingssaldo, maar kunnen wel programma-overstijgend zijn en zijn opgenomen in bijlage 1.
In het onderstaande financiële overzicht zijn ook de structurele gevolgen opgenomen van ontwikkelingen die zich in 2026 voordoen. Het gaat hierbij om ontwikkelingen binnen het bestaande beleid. De structurele gevolgen worden betrokken bij de Kadernota 2027–2030. In bijlage 2 vindt u een overzicht van deze structurele mutaties. Financiële effecten voor 2026 Op basis van deze rapportage laat het begrotingsjaar 2026 een negatief saldo zien van € 2,534 miljoen. De grootste afwijkingen die van invloed zijn op dit resultaat betreffen onder andere: - Jeugdhulp (€ 3.171.000 nadeel) - I&A (€ 500.000 voordeel) - Algemene uitkering effecten september- en decembercirculaire (voordeel € 886.000). Voorgesteld wordt om het nadeel van € 2,534 miljoen te onttrekken aan algemene reserve. Financiële effecten voor 2027-2029 In de rapportage worden meerdere financiële ontwikkelingen gemeld die van invloed zijn op het meerjarenperspectief 2027-2029. U vindt deze ontwikkelingen terug bij de diverse programma’s. Per saldo is sprake van de volgende afwijkingen: - 2027 € 225.000 voordelig - 2028 € 225.000 voordelig - 2029 € 225.000 voordelig.
Bedragen x €1.000 Financieel overzicht (bedragen x € 1.000)
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Lasten
3.733
-190
-190
Baten
1.059
-50
-50
-50
A. Saldo van baten en lasten 1e bestuursrapportage 2026
-2.673
140
140
225
Onttrekkingen
140
85
85
0
B. Mutaties reserves 1e bestuursrapportage 2026
140
85
85
0
-2.534
225
225
225
Totaal 1e bestuursrapportage 2026 (A+B)
5
-275
Financieel perspectief na verwerking 1e bestuursrapportage 2026 Het financieel perspectief na deze bestuursrapportage laat het volgende zien: - 2027 € 530.000 voordelig - 2028 € 629.000 voordelig - 2029 € 1.008.000 voordelig. bedragen x € 1.000
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
0
305
404
783
Totaal 1e bestuursrapportage 2026
-2.534
225
225
225
Financieel perspectief na 1e bestuursrapportage 2026
-2.534
530
629
1.008
Saldo voor 1e bestuursrapportage 2026
6
Samenvatting financiële afwijkingen 1e bestuursrapportage 2026 Hieronder vindt u de financiële afwijkingen per programma. Bedragen x €1.000 Programma
Raming 2026 Lasten
Baten
Onttrekkingen
Stortingen
Saldo
1 Fysieke Leefomgeving 0.10A - Mutaties reserves Fysieke Leefomgeving
0
0
140
0
140
2.2B - Parkeren
-37
0
0
0
37
6.1D - Samenkracht en burgerparticipatie
-29
0
0
0
29
0
-300
0
0
-300
8.3A - Wonen en bouwen
0
40
0
0
40
8.3D - Wonen en bouwen
134
0
0
0
-134
Totaal 1 Fysieke Leefomgeving
68
-260
140
0
-189
4.2A - Openbaar basisonderwijs
-202
36
0
0
239
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
-50
0
0
0
50
7.5A - Begraafplaatsen
3 Sociale Leefomgeving
5.2A - Sportaccommodaties
-36
0
0
0
36
5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
180
-170
0
0
-350
6.1F - Samenkracht en burgerparticipatie
74
0
0
0
-74
6.1G - Samenkracht en burgerparticipatie
25
0
0
0
-25
6.22B - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
0
25
0
0
25
6.5A - Arbeidsparticipatie
75
0
0
0
-75
6.752 - Jeugdhulp ambulant regionaal
3.171
0
0
0
-3.171
Totaal 3 Sociale Leefomgeving
3.237
-109
0
0
-3.346
0.1A - Bestuur
130
0
0
0
-130
0.2 - Burgerzaken
50
0
0
0
-50
1.1A - Crisisbeheersing en Brandweer
45
0
0
0
-45
1.1B - Crisisbeheersing en Brandweer
88
0
0
0
-88
1.2 - Openbare orde en veiligheid
53
16
0
0
-37
Totaal 4 Burger en Bestuur
365
16
0
0
-350
0.5 - Treasury
0
-32
0
0
-32
0.61 - OZB-woningen
60
0
0
0
-60
0.7 - Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds
0
886
0
0
886
Totaal 5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien
60
854
0
0
794
-27
0
0
0
27
0
500
0
0
500
0.4O - Overhead (Strategie)
0
58
0
0
58
9.925 - Algemeen Toezicht en handhaving
29
0
0
0
-29
4 Burger en Bestuur
5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien
6 Bedrijfsvoering 0.4C - Overhead (interne dienstverlening) 0.4D - Overhead (I&A)
Totaal 6 Bedrijfsvoering Gerealiseerd resultaat
2
558
0
0
556
3.733
1.059
140
0
-2.534
Prognose stand algemene reserve Onderstaand vindt u de prognose van de stand van de algemene reserve. In deze prognose is nog geen rekening gehouden met het saldo van deze bestuursrapportage.
7
Stand algemene reserve (bedragen x € 1.000)
2026
Stand per 1/1
37.937
Resultaat Jaarstukken 2025
7.694
Prognose stand algemene reserve per 22-04-2026
45.631
8
Programma 1: Fysieke leefomgeving Thema I: De groei en ontwikkeling van de stad Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.a. Een excellente leefstad met een goede balans in de ruimtelijke functie, nu en in de toekomst.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.a.1. De Omgevingsvisie vormt de basis voor de ontwikkeling en uitbreiding van de stad. In 2026 worden omgevingsprogramma's vastgesteld. Tijd (indicator) Tijd (toelichting) Naar verwachting wordt de vaststelling van de omgevingsvisie doorgeschoven naar 2028. De planning van de omgevingsprogramma’s is gekoppeld aan het proces van de omgevingsvisie en schuift daardoor deels mee. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In 2026 maken wij een doorstart om te komen tot actualisatie van de omgevingsvisie. Samen met u stellen wij hiervoor een routeplan vast. Voorgesteld wordt om de hiermee gemoeide kosten in 2026 te dekken via de 2e bestuursrapportage 2026. I.a.2. In het verlengde van de verstedelijkingstrategie en het Regionaal Ruimtelijk Programmeren, en samen met de partners in Regio Foodvalley, komen we in 2026 tot een gedragen keuze voor een volgend ontwikkelgebied.
I.a.3. In het verlengde van het pact Groen Groeit Mee (Provincie Utrecht) werken we aan de versterking van natuurontwikkeling en inrichting van een recreatief uitloopgebied ‘De Roode Haan’. Tijd (indicator) Tijd (toelichting) In juli 2026 wordt, op basis van de kansenkaart, een besluit gevraagd aan de betrokken bestuurders. Daarbij ligt de vraag voor of men gezamenlijk vervolg wil geven aan het gebiedsproces voor De Roode Haan en/of welke kansen (op het gebied van onder meer mobiliteit, recreatie en natuurversterking) op korte termijn gezamenlijk projectmatig worden opgepakt Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Op dit moment werkt een extern bureau, in samenspraak met de provincie, betrokken gemeenten en het waterschap, aan een kansenkaart. Als basis hiervoor wordt gebruikgemaakt van de input uit twee ontwerpateliers die in de afgelopen periode hebben 9
plaatsgevonden. In deze kansenkaart worden zowel kansen vanuit Groen Groeit Mee als vanuit het UPLG (Utrechts Programma Landelijk Gebied) verwerkt.
Thema II: De duurzame stad Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.a. Veenendaal is in 2030 voor 50% circulair als tussenstap naar een volledig circulair Veenendaal in 2050.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.a.1 Met het programma Circulair Veenendaal 2025 - 2030 werken we aan de maatregelen die nodig zijn om in 2030 op koers te liggen richting een 100% circulaire stad in 2050.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.b. Veenendaal heeft in 2050 een duurzaam energiesysteem dat 100% op hernieuwbare energiebronnen draait en klimaatneutraal (CO2-emissieloos) is.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.b.1 Met het programma Energie 2026 - 2030 werken we aan de maatregelen die nodig zijn om in 2030 op koers te liggen richting een duurzaam energiesysteem in 2050.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.c. Veenendaal is in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.c.1 Met het programma Groene groei en Klimaat 2025 - 2030 werken we aan de maatregelen die nodig zijn om in 2030 op koers te liggen richting een 100% groene, waterrobuuste en klimaatbestendige stad in 2050.
10
Thema III: Het beheer van de stad Financiële ontwikkelingen Fysieke leefomgeving Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Lasten 2.2B - Parkeren
-37
-37
-37
-37
6.1D - Samenkracht en burgerparticipatie
-29
-29
-29
-29
8.3D - Wonen en bouwen
134
85
85
0
Totaal Lasten
68
19
19
-66
7.5A - Begraafplaatsen
-300
0
0
0
8.3A - Wonen en bouwen
40
0
0
0
Totaal Baten
-260
0
0
0
Saldo van baten en lasten
-329
-19
-19
66
0.10A - Mutaties reserves Fysieke Leefomgeving
140
85
85
0
Totaal Onttrekkingen
140
85
85
0
Saldo mutaties reserves
140
85
85
0
Totaal 1e bestuursrapportage
-189
66
66
66
Baten
Onttrekkingen
Toelichting financiële ontwikkelingen Algemene toelichting voordeel aanbesteding verzekeringen (meerdere programma’s) In deze bestuursrapportage worden de financiële effecten van de aanbesteding van de gemeentelijke verzekeringen op meerdere taakvelden en programma’s verantwoord. Om voor de lezer duidelijk te maken dat deze voordelen samenhangen met dezelfde aanbesteding, wordt hieronder een algemene toelichting opgenomen. De voordelen moeten daarom in samenhang worden bezien, ook al worden zij afzonderlijk zichtbaar op de betreffende taakvelden. De aanbesteding van de gemeentelijke verzekeringen heeft gezamenlijk geleid tot een voordeel van € 331.000. Dit voordeel is behaald doordat de gemeente de afgelopen vijf jaar een gunstig schadeverloop heeft gehad. Hierdoor is de tariefklasse van de gemeente verbeterd, wat heeft geleid tot lagere verzekeringspremies. Het onderstaande overzicht laat zien op welke vijf taakvelden het voordeel uit de aanbesteding is verwerkt en hoe deze bedragen gezamenlijk optellen tot € 331.000. Programma
Taakveld
Bedrag
Programma 1
2.2B - parkeren
€
Programma 1
6.1D - Samenkracht en burgerparticipatie
€
29.000
Programma 3
4.2A - Openbaar basisonderwijs
€
202.000
Programma 3
5.2A - Sportaccommodaties
€
36.000
Programma 6
0.4C - Overhead (interne dienstverlening)
€
27.000
€
331.000
Totaal
11
37.000
Lasten 2.2B - Parkeren (voordeel € 37.000) Door een aanbesteding van onze verzekeringen zijn de lasten lager uitgevallen dan begroot. Dit voordeel van € 37.040 hangt samen met een gunstig schadeverloop in de afgelopen vijf jaar, waardoor de tariefklasse voor de gemeente Veenendaal is verbeterd. 6.1D - Samenkracht en burgerparticipatie (voordeel € 29.000) Door een aanbesteding van onze verzekeringen zijn de lasten lager uitgevallen dan begroot. Dit voordeel van € 28.594 hangt samen met een gunstig schadeverloop in de afgelopen vijf jaar, waardoor de tariefklasse voor de gemeente Veenendaal is verbeterd. 8.3D - Wonen en bouwen (nadeel € 134.000) In de decembercirculaire 2025 is een taakmutatie opgenomen in het kader van de Wet versterking regie volkshuisvesting ter dekking van incidentele uitvoeringslasten. Deze middelen zijn in 2025 niet besteed en zijn bij de jaarrekening 2025 als incidenteel voordeel verwerkt. Omdat bij de jaarrekening geen resultaatbestemming heeft plaatsgevonden, zijn deze middelen niet automatisch beschikbaar gekomen in 2026. Met deze mutatie wordt voorgesteld het bedrag van € 134.000 alsnog incidenteel beschikbaar te stellen in 2026, zodat het kan worden ingezet voor werkzaamheden die voortvloeien uit deze wet, waaronder voorbereidende en onderzoeksmatige werkzaamheden ten behoeve van het volkshuisvestingsprogramma.
Baten 7.5A - Begraafplaatsen (nadeel € 200.000, neutraal € 100.000) Het aantal nieuwe grafuitgiften blijft dalen door de toename van crematies, natuurbegraven en de nabijheid van natuurbegraafplaats Prattenburg. Hierdoor is de exploitatie van de begraafplaats en het rouwcentrum sinds 2022 niet meer kostendekkend. De egalisatiereserve kan het tekort nog tot en met 2025 opvangen. In 2026 resteert echter een exploitatietekort van circa € 300.000, waarvan € 100.000 nog gedekt kan worden uit de egalisatiereserve. 8.3A - Wonen en bouwen (neutraal € 40.000) Van ontwikkelende partijen zijn bijdragen ontvangen voor zogenoemde project overstijgende kosten en bovenwijkse voorzieningen. Bij deze bestuursrapportage wordt de raming van deze inkomsten in de begroting hierop aangepast. Daarnaast wordt een even hoge storting geraamd in de bestemmingsreserve gebiedsoverstijgende investeringen (voorheen: bovenwijkse voorzieningen). Dit is in overeenstemming met hetgeen is bepaald bij de vaststelling van het programma kostenverhaal en financiële bijdragen. Reservemutatie Reserve bovenwijkse voorziening € 40 .000 zie toelichting taakveld 8.3A wonen en bouwen Egalisatiereserve begraafplaatsen € 100.000 zie toelichting taakveld 7.5A - begraafplaatsen
12
Risico's / ontwikkelingen Fysieke leefomgeving Situatie Netcongestie FGU In februari 2026 kondigde TenneT aan dat er een aansluitstop dreigt voor alle nieuwe aansluitingen op het elektriciteitsnet in de regio Flevoland, Gelderland en Utrecht (FGU). Dit komt boven op het bestaande kader voor prioriteringsruimte bij transportverzoeken, waarbij niet voor alle kleinverbruiksaansluitingen automatisch extra ruimte werd gereserveerd. Dit heeft grote consequenties voor Veenendaal: vertraging en/of stilstand van nieuwe woningbouw en voorzieningen, vertraging van de verduurzaming, onder andere van mobiliteit, en blijvende beperkingen voor de ontwikkeling van bedrijven. Dit werkt ook langdurig door in de financiële ontwikkeling van onze begroting, bijvoorbeeld door minder bouwleges en een lagere woningbouwproductie. De exacte omvang van de gevolgen voor de ontwikkeling van Veenendaal is op dit moment nog niet volledig inzichtelijk. De gemeente brengt de gevolgen op alle gemeentelijke terreinen actief in beeld en werkt aan een nadere kwantificering daarvan. Afhankelijk van de verdere ontwikkeling van de netcongestie en de financiële impact daarvan, kan het nodig zijn om op een later moment een bestemmingsreserve te vormen. Begraven Het aantal uitgiften van nieuwe graven neemt sinds 2010 af, ondanks dat de bevolking groeit.
Dit is het gevolg van meer crematies en omdat natuurbegraven in opkomst is. Het effect van natuurbegraafplaats Prattenburg zal naar verwachting een snellere afname tot gevolg hebben. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de exploitatie van begraafplaats en het rouwcentrum vanaf 2022 niet kostendekkend meer zijn. Tot en met 2025 kon het tekort opgevangen worden binnen de egalisatiereserve begraafplaats. Naar verwachting is deze reserve in 2026 ontoereikend om het volledige tekort te dekken. Het exploitatietekort komt naar schatting in 2026 uit rond de € 300.000. Hiervan kan nog ongeveer € 100.000 gedekt worden vanuit de egalisatiereserve. De afname van het aantal nieuwe grafuitgiften is niet te voorkomen. Wel kunnen voorstellen gedaan worden om het tekort te beperken, bijvoorbeeld met tariefsverhogingen of om een deel van de onderhoudskosten ten laste te brengen van het openbaar groen (ander taakveld). We werken aan een toekomstvisie voor de begraafplaats en rouwcentrum. De raad wordt nog voor de zomer betrokken in dit proces. Onvoorziene kostenstijgingen in realisatie en beheer fysieke domein De aanhoudende geopolitieke spanningen en militaire ontwikkelingen, met name rondom Iran, hebben geleid tot een fors oplopende brandstofprijs.
Deze prijsstijging heeft directe impact op gemeentelijke bouwprojecten, lopende infrastructurele werkzaamheden, onderhoudscontracten in de openbare ruimte en aanbestedingen die nog moeten plaatsvinden. Aannemers en leveranciers geven aan dat zij prijsstijgingen verwachten in hun materieel- en transportkosten. Bij lopende werken is het aannemelijk dat opdrachtnemers, op basis van de bepalingen in de UAV, meerkosten zullen claimen die voortvloeien uit de gestegen brandstofprijzen. De omvang van deze claims is op dit moment onzeker en afhankelijk van zowel de duur en intensiteit van de geopolitieke situatie als van de verdere ontwikkeling van de internationale brandstofmarkten. Gezien de beperkte beïnvloedbaarheid van dit risico en de potentieel aanzienlijke financiële impact, wordt verwacht dat in de komende periode meerkosten ontstaan als gevolg van onvoorziene kostenstijgingen. Zodra meer inzicht bestaat in de financiële gevolgen, wordt dit verwerkt in een eerstvolgend P&C-document.
13
Gladheidsbestrijding Door de aanhoudende winterse omstandigheden aan het begin van het jaar heeft ACV vaker en intensiever gestrooid en sneeuw geruimd om de veiligheid op de wegen te waarborgen. Hiervoor heeft ACV extra personeel en materieel ingezet, wat ook heeft geleid tot een hoger verbruik van strooizout en brandstof. Hierdoor wordt naar verwachting het beschikbare budget voor gladheidsbestrijding flink overschreden. Als deze hogere kosten niet binnen de bestaande budgetten kunnen worden opgevangen, wordt dit opgenomen in de tweede bestuursrapportage. Winterschade De winterse omstandigheden hebben geleid tot schade aan de wegen. De exacte omvang en gevolgen hiervan zijn op dit moment nog niet volledig inzichtelijk. Door vorst, dooi en langdurige neerslag kunnen onder andere scheuren, gaten en verzakkingen in het wegdek zijn ontstaan of zijn verergerd. Deze winterschade kan gevolgen hebben voor de verkeersveiligheid en de levensduur van de wegen. In de komende periode zal een nadere inspectie plaatsvinden om de schade in kaart te brengen en de benodigde herstelmaatregelen en bijbehorende kosten te bepalen. Als het beschikbare budget onvoldoende blijkt, wordt dit meegenomen in de tweede bestuursrapportage.
14
Programma 2: Economie, Werk en Ontwikkeling Thema I: Economische ontwikkeling en werkgelegenheid Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.a. Voldoende arbeidsplaatsen in relatie tot het aantal woningen met als uitgangspunt één woning - één baan.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.a.1. We organiseren jaarlijks een startersevent en informeren en ondersteunen startende ondernemers bij vragen. I.a.2. We organiseren tweejaarlijks een tevredenheidsonderzoek, we voeren het relatie- en accountmanagement uit, het plan van aanpak ondernemersdienstverlening en stimuleren samenwerking/netwerkvorming met ondernemers. I.a.3. We maken de bedrijventerreinen aantrekkelijk voor ondernemers. I.a.4. We voeren de programma's ENV, Groen en Klimaat, Circulair uit, we voeren de Verstedelijkingsstrategie uit en leveren een bijdrage aan het Werklandschap van de Toekomst.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.b. Veenendaal wil een vitale economie stimuleren, waarbij ICT de stuwende kracht is voor zowel innovatief als breed mkb. Hierbij zoeken wij natuurlijke koppelkansen met Food en Tech.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.b.1. Het ecosysteem in kaart brengen en de witte vlekken vullen (door regelmatig overleg met o.m. ICT Campus, ICT Valley, regionale ontwikkelingsmaatschappijen en kennisinstellingen). I.b.2. We bevorderen de koppeling tussen onderwijs en arbeidsmarktkansen via ICT Campus, door ontwikkeling van flexibel diploma- en certificatenonderwijs en een matchingsplatform. Tijd (indicator) Tijd (toelichting) De verbinding tussen de arbeidsmarkt en het onderwijsveld binnen de ICT-sector is één van de belangrijkste pijlers van ICT Campus. ICT Campus is inmiddels een zelfstandige stichting en de gemeente stuurt op deze ambitie via een subsidierelatie. Een adaptief en flexibel onderwijssysteem wordt steeds belangrijker binnen de snel veranderende ICT-sector. Om die reden wordt nog intensiever samengewerkt met alle opleiders. De toegang tot de sector voor nieuwe (zij-)instromers wordt ondersteund via het matchingsplatform Just Enter IT. De flexibilisering van het onderwijs, onder andere door het aanbieden van microcredentials, loopt vertraging op als gevolg van administratieve procedures om accreditaties juridisch goed te borgen.
15
I.b.3. We ondersteunen innovatieprojecten op basis van cross-overs tussen ICT en Agrofood, door kansrijke initiatieven te koppelen aan een ecosysteem van financiering, businesscoaches en wetenschap. I.b.4. Mogelijk maken van planologisch en flankerend beleid voor het realiseren van fysieke locatie(s) t.b.v. hub(s) voor ict en ict-agrofood cross-overs. I.b.5. Groeikansen creëren en verzilveren.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.c. We realiseren ruimte voor bedrijvigheid.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.c.1. Waar mogelijk intensiveren we bestaande bedrijventerreinen.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.d. Veenendaal is een aantrekkelijke stad om te wonen, werken en leven.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.d.1. Uitvoeren van het Actieplan Vitale Binnenstad 2025-2026 met daarin de speerpunten Complete Binnenstad, aantrekkelijke en toegankelijke binnenstad, innovatieve binnenstad en goed georganiseerde binnenstad. I.d.2.Met #DitisVeenendaal werken gemeente, cultuur, bedrijfsleven en diverse maatschappelijke partijen samen om Veenendaal op de kaart te zetten als interessante vestigingsplaats voor bedrijven en als dé stad om te winkelen en recreëren.
Thema II: Recreatie en toerisme Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.a. Veenendaal is een aantrekkelijke stad om te wonen, werken en leven.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.a.1. Met #DitisVeenendaal voorzien wij zowel online als offline onze eigen inwoners en toeristen van informatie over wat er te doen is in Veenendaal. II.a.2. Toename van de bekendheid van Veenendaal in de regio door het profileren van evenementen die passen bij het DNA van Veenendaal. II.a.3. Samen met het Routebureau Utrecht leggen wij een nieuw wandel- en fietsknooppuntennetwerk aan in Veenendaal dat aansluit op de rest van de regio. II.a.4. Het gebruik van duurzame mobiliteit van en naar recreatiegebieden vergroten.
16
Financiële ontwikkelingen Economie, Werk en Ontwikkeling Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen
Raming 2026
Totaal 1e bestuursrapportage
Raming 2027 0
Raming 2028 0
Toelichtingen financiële ontwikkelingen Risico's / ontwikkelingen Economie, Werk en Ontwikkeling Niet van toepassing.
17
Raming 2029 0
0
Programma 3: Sociale leefomgeving Thema I: Inkomen Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.a We verkleinen de effecten van inkomensongelijkheid.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.a.1. Het Budgetloket en Bemoeizorg richten zich op het in beeld krijgen van de onderliggende problematiek bij schulden en maken een plan van aanpak in samenwerking met de inwoner. I.a.2. We ontwikkelen een methodiek voor begeleiding tijdens het traject schuldsanering en nazorg na afronding van het traject.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.b.1. De Participatiewet wordt op essentiële onderdelen gewijzigd (Participatiewet in balans). We brengen het beleid in lijn met de bedoeling van de wet.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.b.1. De Participatiewet wordt op essentiële onderdelen gewijzigd (Participatiewet in balans). We brengen het beleid in lijn met de bedoeling van de wet. Tijd (indicator) Tijd (toelichting) De conceptbeleidsregels zijn opgesteld en liggen momenteel voor advies voor bij de adviesraden. Daarna worden zij definitief vastgesteld. Door dit zorgvuldige proces is enige vertraging opgetreden. Dit heeft echter geen consequenties. Het traject Versterken vakmanschap wordt proactief opgepakt.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) I.c. De ontwikkeling van ons bijstandsbestand is gelijk aan of beter dan het landelijke gemiddelde.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) I.c.1. De werkwijze is erop gericht om de instroom in het bijstandsbestand te beperken en de uitstroom van het bijstandsbestand te bevorderen door inwoners te begeleiden naar werk. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) In lijn met onze ambitie om de ontwikkeling van het bijstandsbestand gunstiger te laten verlopen dan het landelijk gemiddelde, maken wij gebruik van de Divosa Benchmark voor vergelijking met andere gemeenten. Uit de cijfers over januari en februari 2026 blijkt dat de ontwikkeling in Veenendaal licht achterblijft bij het landelijk beeld. Landelijk bedraagt de gemiddelde instroom 2,3% en de uitstroom eveneens 2,3%, waardoor het bijstandsbestand per saldo stabiel blijft. In Veenendaal ligt de instroom met 2,4% iets hoger, terwijl de uitstroom met 2,1% iets lager ligt.
18
Het betreft hier echter een zeer korte meetperiode met minimale afwijkingen. Op basis van deze beperkte verschillen kan geen eenduidige verklaring worden gegeven.
Thema II: Sociaal domein - Participatie en re-integratie Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.a. Bestaanszekerheid voor iedereen.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.a.1. We voeren een onderzoek uit om de belemmeringen inzichtelijk te krijgen bij de uitstroom naar werk en kijken naar de mogelijkheden binnen de participatiewet, beleid schulddienstverlening en lokaal armoedebeleid. Tijd (indicator) Tijd (toelichting) Dit wordt op een later moment opgepakt. Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) Dit onderzoek wordt vanaf het derde kwartaal van 2026 uitgevoerd. Vanwege het vertrek van de verantwoordelijke medewerker en organisatorische aanpassingen moet dit nog worden georganiseerd. Daarnaast zijn we afhankelijk van de ruimte en middelen die het Rijk biedt. Op dit moment is nog onduidelijk welke ruimte daarvoor beschikbaar komt. II.a.2. We voeren een aanbesteding uit voor de Wet Inburgering waarbij het inburgeringstraject voor alle betrokkenen efficiënter wordt. Het gaat hierbij om het slim combineren van een aantal verplichte wettelijke onderdelen. II.a.3. We bieden taallessen aan buiten kantoortijden, zodat de statushouder betaald werk kan behouden.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) II.b. Iedereen doet mee naar vermogen.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) II.b.1. We voeren de wet van School naar Duurzaam Werk uit en ondersteunen jongvolwassenen bij de overgang van onderwijs naar werk. II.b.2. We hervormen de arbeidsmarktregio tot een regionaal werkcentrum voor arbeidsmarkt gerelateerde ondersteuningsvragen van werkgevers en van inwoners. Tijd (indicator) Tijd (toelichting) Op 1 april 2026 heeft het Werkcentrum FoodValley haar deuren geopend. Hoewel de gewenste openingsdatum 1 januari 2026 was, zijn wij tijdig gestart om te profiteren van de landelijke campagne.
19
Op 1 januari 2027 treden de wijzigingen in de Wet SUWI in werking die onderliggend zijn aan de gewenste doorontwikkeling. In die tijd moet onder andere de governance op orde worden gebracht, een meerjarenagenda worden opgesteld en moet het Regionaal Werkbedrijf worden omgevormd tot een Regionaal Beraad. Ook worden de werkgeversdienstverlening, zoals die nu door het Werkgeversservicepunt wordt verzorgd, en de dienstverlening aan werkzoekenden in het Werkcentrum verder ontwikkeld. Daarnaast wordt de personele invulling van de arbeidsmarktregio op orde gebracht. Het is onzeker of we daar tijdig in slagen en we houden rekening met een vertraging van enkele maanden. Dit heeft meerdere oorzaken. Een daarvan zijn verschillen van inzicht tussen partners over de governance en de rolinvulling van de centrumgemeente. Een andere oorzaak is dat de personele bezetting langere tijd niet op orde is geweest. De vertraging heeft geen zwaarwegende consequenties. II.b.3. We voeren het project Simpel Switchen - Kansen voor Veenendaal - uit.
20
Thema III: Sociaal domein - WMO Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.a. De uitgaven aan de Wmo stijgen in 2026 minder dan voorspeld.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.a.1 We zijn sterk aan de poort, voeren regie op de ondersteuning, en sturen vanuit contractmanagement op doelmatigheid en rechtmatigheid.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.b. Het aantal dak- en thuisloze inwoners dat, door middel van een uitstroomurgentie, een passende woonruimte vindt neemt toe in 2026 t.o.v. 2025.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.b.1 We investeren in vroegtijdige signalering en preventie van dakloosheid, waaronder het organiseren van bemoeizorg. We organiseren in de regio een dekkend en toegankelijk opvangaanbod en versterken de samenwerking met ketenpartners.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.c. Het percentage veerkrachtige inwoners is toegenomen in 2028 ten opzichte van 2024. Dit monitoren we middels de indicator "veerkracht" uit de gezondheidsmonitor volwassenen en senioren van de GGDrU.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.c.1. We voeren activiteiten uit vanuit de OKO-aanpak en de vijf ketenaanpakken (welzijn op recept, valpreventie, kansrijke start, overgewicht kinderen en volwassenen).
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.d. Jongeren hebben minder mentale klachten, roken minder en het gebruik van alcohol en drugs onder jongeren neemt af.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.d.1. We leiden jongeren via een platform en sociale media beter toe naar vrijetijdsaanbod en stimuleren een betere samenwerking tussen vrijetijdspartners. We starten een pilot ouderbetrokkenheid en ontwikkelen een preventieleerlijn voor ouders.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.e. Iedereen in Veenendaal kan meepraten, meedoen en meebeslissen over diens eigen leven.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.e.1. Uitvoering geven aan programmaplan Inclusie met in de eerste uitvoeringsfase nadruk opbewustwording via aanbodgericht werken’ en op spoor Samenleving. Tegelijkertijd wordt ook ingehaakt op bestaande initiatieven. Tijd (indicator) Tijd (toelichting) Het loopt volgens planning en er wordt uitvoering gegeven aan het programmaplan. Er wordt momenteel, in positieve zin, meer aandacht besteed dan gedacht aan het spoor Beleid en Uitvoering.
21
Inhoud (indicator) Inhoud (toelichting) De uitvoering komt goed op gang. Er is op dit moment alleen meer aandacht voor het spoor Beleid en Uitvoering dan voor het spoor Samenleving. Dit ervaren we momenteel als positief, om twee redenen: 1. Vanuit andere gemeentes is geleerd dat het goed is om eerst zelf het goede voorbeeld te geven en zaken op het gebied van inclusie te verbeteren of te versterken. 2. Er blijkt vanuit datzelfde spoor veel enthousiasme om aan inclusie te werken, waardoor veel werk zich op natuurlijke wijze aandient. Het aanpassen aan een dergelijke ontwikkeling past bij de vorm van het programma. Voor de (lopende) initiatieven in het spoor Samenleving heeft dit in de komende periode geen gevolgen.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) III.f. Een inclusieve, krachtige wijk in het Franse Gat, zoals staat omschreven in de gebiedsvisie 2022.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) III.f.1. We voeren de in het programmaplan opgenomen inspanningen gericht op de strategische doelen leefbaarheid, meedoen en gezondheid uit, en stellen deze halfjaarlijks bij.
22
III.f.2. We ontwikkelen een proces voor het meer gestandaardiseerd meetbaar en merkbaar maken van de resultaten
Thema IV: Sociaal domein - Jeugd Wat willen we bereiken? (doelstellingen) IV.a. Minder kinderen in de jeugdhulp, en/of lagere intensiteit van hulpverlening per kind/gezin en/of lagere kosten van de jeugdhulp in zijn geheel. De vergelijking wordt gemaakt ten opzichte van de afgelopen vijf kalenderjaren.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) IV.a.1. Via transformatieve stappen en korte deelstappen uitvoering geven aan de keuzes die de raad in het najaar van 2025 heeft gemaakt inzake het project Grenzen aan onze Jeugdzorg.
Thema V: Onderwijs en ontwikkeling Wat willen we bereiken? (doelstellingen) V.a. Onderwijsachterstanden bij kinderen van 2 tot 12 jaar worden doelgericht aangepakt en verminderd.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) V.a.1 Het onderwijsachterstandenbeleid wordt herzien, in overleg met stakeholders. Er worden concrete en meetbare afspraken gemaakt over het verminderen van onderwijsachterstanden (o.b.v. Rekenkameronderzoek 2025). V.a.2 Het aanbod voorschoolse educatie is toereikend om zoveel mogelijk kinderen die voor voorschoolse educatie zijn geïndiceerd hiervan gebruik te kunnen laten maken.
Wat willen we bereiken? (doelstellingen) V.b. Kinderen en jongeren worden beter ondersteund in hun kansen binnen het onderwijs.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) V.b.1. We ontwikkelen een dashboard 'Staat van Educatie', dat inzicht geeft in de verschillende onderdelen in het onderwijs en kinderopvang. V.b.2. We organiseren tweemaal per jaar een LEA overleg, tweemaal een reflectiekamer en minimaal twee bijeenkomsten voor een focussessie op een wettelijk thema.
Thema VI: Sport Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VI.a. De sportdeelname onder inwoners is verhoogd ten opzichte van jaar 2023/2024.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VI.a.1. We optimaliseren de vitaliteitsindex voor clubondersteuning. VI.a.2. We stimuleren sportdeelname via events en we realiseren van goede randvoorwaarden om te sporten en bewegen.
23
Thema VII: Cultuur Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VII.a. Inwoners van Veenendaal nemen in toenemende mate deel aan kunst- en cultuuractiviteiten (doelstelling uit onze cultuurvisie).
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VII.a.1 In 2026 wordt samen met de culturele partners en op basis van de uitkomsten van de tussenevaluatie uit 2025, het uitvoeringsprogramma voor de tweede beleidsperiode van onze cultuurvisie opgesteld.
Thema VIII: Welzijn Wat willen we bereiken? (doelstellingen) VIII.a. In 2026 is de zelfredzaamheid van inwoners van Veenendaal verbeterd, blijkend uit hogere scores op de welzijnsthema’s sociale cohesie, meedoen en identiteitsontwikkeling.
Wat gaan we hiervoor doen? (inspanningen/acties) VIII.a.1. We voeren een impactmeting uit. VIII.a.2. We organiseren een leer- en interpretatiesessie. VIII.a.3. We organiseren minimaal twee dialoogsessies per jaar.
Financiële ontwikkelingen Sociale leefomgeving Bedragen x €1.000 Feiten en ontwikkelingen
Raming 2026
Raming 2027
Raming 2028
Raming 2029
Lasten 4.2A - Openbaar basisonderwijs
-202
-202
-202
4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingenzaken
-50
0
0
-202 0
5.2A - Sportaccommodaties
-36
-36
-36
-36
5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie
180
0
0
0
6.1F - Samenkracht en burgerparticipatie
74
0
0
0
6.1G - Samenkracht en burgerparticipatie
25
25
25
25
6.5A - Arbeidsparticipatie
75
0
0
0
6.752 - Jeugdhulp ambulant regionaal
3.171
0
0
0
Totaal Lasten
3.237
-213
-213
-213
Baten 4.2A - Openbaar basisonderwijs 5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie 6.22B - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd
36
36
36
36
-170
-170
-170
-170
25
25
25
25
-109
-109
-109
-109
Saldo van baten en lasten
-3.346
104
104
104
Totaal 1e bestuursrapportage
-3.346
104
104
104
Totaal Baten
24
Toelichtingen financiële ontwikkelingen Lasten 4.2A - Openbaar basisonderwijs (voordeel € 202.000) Door een aanbesteding voor onze verzekeringen zijn de lasten lager dan begroot. De lagere lasten, ad € 202.365, hebben te maken met een gunstig schadeverleden over de afgelopen vijf jaar. Hierdoor zijn de tariefklassen voor de gemeente Veenendaal verbeterd. 4.3A - Onderwijsbeleid en leerlingzaken (voordeel €50.000) Uit de jaarrekening 2025 blijkt dat sprake is van onderbenutting op het budget leerlingenvervoer en dat € 50.000 kan worden afgeraamd in de 1e bestuursrapportage 2026. Op basis van de nieuwe aanvragen voor het schooljaar 2026-2027 zal een nieuwe prognose voor 2026 worden gemaakt. Een eventuele financiële afwijking uit deze prognose zal worden meegenomen bij het opstellen van de 2e bestuursrapportage 2026. Het structurele voordeel van € 50.000 voor de jaren 2027-2030 wordt meegenomen in de Kaderbrief 2027-2030. 5.2A - Sportaccommodaties (voordeel € 36.000) Door een aanbesteding voor onze verzekeringen zijn de lasten lager dan begroot. De lagere lasten, ad € 35.798, hebben te maken met een gunstig schadeverleden van de afgelopen vijf jaar. Hierdoor zijn de tariefklassen verbeterd voor de gemeente Veenendaal.
5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (nadeel € 180.000) De Stichting Beheer Cultuurcluster Veenendaal (SBCV) is verantwoordelijk voor het beheer en de exploitatie van de gebouwen Cultuurfabriek en Spectrum. Begin januari 2026 heeft een interim-bestuur het vrijwilligersbestuur opgevolgd, met als doel te komen tot duurzame en definitieve afspraken over de exploitatie en het beheer van het culturele vastgoed aan het Kees Stipplein. Vanwege de nauwe verwevenheid tussen de inhoudelijke opdracht en het gebruik van het gebouw hebben de bestuurders van Bibliotheek Veenendaal, het Stadsmuseum Veenendaal, de Historische Vereniging Oud Veenendaal en De Muzen tijdelijk zitting genomen in het bestuur van SBCV. In samenwerking met de afdeling Vastgoed van de gemeente Veenendaal werkt dit interim-bestuur aan een voorstel ten behoeve van de programmabegroting 2027. Dit voorstel betreft de toekomstige governance van SBCV en de noodzakelijke professionaliseringsslag van het gebouwbeheer. Voor het overbruggingsjaar 2026 heeft het college van B&W in november vorig jaar eenmalig een extra budget van € 180.000 gereserveerd.
6.1 Samenkracht en burgerparticipatie (nadeel € 99.000) Subsidieregeling Inclusie (nadeel €14.000) Bij de behandeling van amendement A2025.3, Visiedocument ‘Verbindend en Veelzijdig’ – Veenendaalse kijk op diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid, is besloten de subsidieregeling Diversiteit en inclusie Veenendaal te continueren in 2026 en de daarvoor benodigde € 14.193 te dekken uit de algemene reserve. Inclusie (nadeel € 60.000) Bij de behandeling van amendement A2025.3, Visiedocument ‘Verbindend en Veelzijdig’ – Veenendaalse kijk op diversiteit, inclusie en gelijkwaardigheid, is besloten om verdere uitwerking te geven aan variant B en hiervoor in 2026 € 60.000 beschikbaar te stellen uit de algemene reserve. Huur Buurthuizen Welzijn (nadeel € 25.000) Per 31 december 2025 liepen de huurovereenkomsten van de buurthuizen Turfke, Driehoek, SamSam en Panorama af. Deze contracten zijn per 1 januari 2026 door de gemeente Veenendaal als vastgoedeigenaar verlengd tegen een hogere huurprijs. Stichting Veens Welzijn heeft structureel jaarlijks een extra bedrag van € 25.358 nodig om deze kostenstijging op te vangen en de betreffende buurthuisfunctie in stand te houden.
25
6.5A - Arbeidsparticipatie (nadeel € 75.000) In 2026 is gestart met een nieuwe uitvoeringsstructuur voor maatschappelijke begeleiding, waarbij Refugee Team naast vrijwilligers wordt ingezet en het cliëntenbestand van VluchtelingenWerk Nederland heeft overgenomen. Hiermee wordt op casusniveau gestuurd op voortgang en wordt de ondersteuning efficiënter georganiseerd. Conform het collegebesluit over de aanbesteding Wet inburgering 2021 (zaaknummer 2263282) wordt de formatie van de procesregisseur inburgering tijdelijk uitgebreid ter ondersteuning van de implementatie en als overbrugging naar mogelijke inbesteding. Dit leidt tot een incidentele financiële afwijking van € 75.000 in 2026. 6.75 Jeughulp (nadeel € 3.171.000) In de begroting 2026 is voor de uitgaven aan tweedelijns jeugdzorg via de regio een bedrag opgenomen van afgerond € 32 miljoen. Op basis van de meest recente inzichten is de verwachting dat dit budget niet toereikend is voor de uitgaven aan tweedelijns jeugdzorg in 2026. In de Programmabegroting 2026-2029 was reeds onderkend dat het risico zich kon voordoen dat extra middelen nodig zouden zijn voor de uitgaven aan tweedelijns jeugdzorg. Hiervoor was een risicobedrag van € 7,5 miljoen opgenomen. Vanuit de regio JeugdFV is nog geen actuele prognose voor 2026 ontvangen. Deze wordt naar verwachting in juni/juli 2026 beschikbaar gesteld.
Vooruitlopend daarop is een inschatting gemaakt op basis van de eindstand 2025, de OVA-index 2026 en een aanname voor autonome groei. De eindstand 2025 bedraagt, conform de jaarrapportage van de regio voor Veenendaal, € 34,964 miljoen. Verder is voor het maken van de inschatting rekening gehouden met de OVA-index van 5,09% en een autonome groei van 4,5%. Deze autonome groei ligt lager dan de groei die in 2024 en 2025 is gerapporteerd, namelijk respectievelijk 9,47% en 5,29%. Met het hanteren van 4,5% wordt enerzijds rekening gehouden met een verdere groei van de uitgaven aan tweedelijns jeugdzorg, maar anderzijds ook met de ambitie om deze groei te beperken. Op basis van dit scenario ontstaat ten opzichte van het huidige budget een nadeel van circa € 6,3 miljoen in 2026. Omdat voor het eerste halfjaar van 2026 de beïnvloedbaarheid van de uitgaven beperkt is, wordt voorgesteld om bij de 1e bestuursrapportage de helft van dit nadeel, afgerond € 3,2 miljoen, bij te ramen. Daarmee wordt een deel van het eerder in de Programmabegroting 2026-2029 opgenomen risico financieel verwerkt. Bij de 2e bestuursrapportage wordt het beeld geactualiseerd op basis van de dan beschikbare cijfers uit de eerste voortgangsrapportage van de regio JeugdFV.
Deze cijfers geven naar verwachting meer duidelijkheid over het bedrag dat nodig is om de jeugdzorguitgaven voor de tweede helft van 2026 bij te ramen. Daarnaast worden de effecten betrokken van de projecten die voortkomen uit Grenzen aan onze Jeugdzorg en de vastgestelde verordening. Deze projecten vragen deels om investeringen, maar moeten ook bijdragen aan een reductie van de uitgaven. De verwachting is dat deze projecten pas vanaf 2027 financieel effect zullen hebben. Baten 4.2A - Openbaar basisonderwijs (voordeel € 36.000) Per 1 januari 2026 is de huur van het IKC Franse Gat geïndexeerd. De verhoging bedraagt € 36.231 en is vastgesteld op basis van de door het CBS gepubliceerde prijsindex. 5.3A - Cultuurpresentatie, cultuurproductie en cultuurparticipatie (nadeel € 170.000) Door het uitblijven van huurinkomsten van het Spectrum wordt structureel € 170.000 afgeraamd. In voorgaande jaren werden hiervoor steeds incidenteel huurinkomsten afgeraamd. Hierdoor is inmiddels al meerdere jaren sprake van een ruimteoverschot dat niet wordt benut en ook niet wordt verhuurd.
26
6.22B - Toegang en eerstelijnsvoorzieningen Jeugd (voordeel € 25.000) Per 1 januari 2026 is de huur van De Twijn verhoogd op basis van de contractuele afspraken en de door het CBS gepubliceerde prijsindex. Dit pand wordt onder andere gehuurd door de GGDrU.
Risico's / ontwikkelingen Sociale Leefomgeving Inburgering Landelijke ontwikkelingen De inwerkingtreding van het EU-migratiepact (verwacht in juni 2026), evenals de behandeling van de Asielnoodmaatregelenwet en de Wet invoering tweestatusstelsel (voorzien in april 2026), zullen naar verwachting impact hebben op lokaal niveau. Met name voor statushouders met een tijdelijke verblijfsvergunning kunnen de gevolgen aanzienlijk zijn. Op dit moment is echter nog onvoldoende duidelijk hoe deze impact er concreet uit zal zien. Lokale ontwikkelingen Uit de tussenevaluatie van de Wet inburgering (januari 2026) blijkt dat de begeleiding en het taalniveau (B1) zijn verbeterd, maar dat wachttijden en arbeidsinschakeling aandachtspunten blijven. Lokaal zijn de afspraken met Taalschool Toptaal aangescherpt, wat heeft geleid tot een afname van de wachtlijsten. Deze trend zet naar verwachting door in 2026. De betaalbaarheid en uitvoeringscapaciteit blijven onder druk staan, mede doordat trajecten langer duren en de caseload hoog blijft. In 2026 wordt de formatie opnieuw beoordeeld en waar nodig aangepast. Jeugd Ontwikkelingen De Rijksoverheid is bezig met de voorbereidingen rond het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdhulp. Een belangrijk risico hierin is dat het wetsvoorstel de reikwijdte in de praktijk niet inperkt, terwijl de titel dit wel suggereert.
Er wordt in Veenendaal gewerkt aan het uitwerken van het raadsbesluit Grenzen aan onze Jeugdzorg, dat in oktober 2025 is genomen. Het CJG is voortvarend aan de slag om de organisatie zodanig in te richten dat deze zo goed mogelijk aansluit bij landelijke ontwikkelingen en het raadsbesluit Grenzen aan onze Jeugdzorg. Een belangrijke verandering is dat cliënten/gezinnen zoveel mogelijk één en dezelfde contactpersoon krijgen. Ook wordt gewerkt aan de implementatie van de gewijzigde verordening die op 1 april jl. in werking is getreden. Risico's Omdat de landelijke wetgeving onvoldoende normeert en gemeenten bij wet hierin een beperkte invloed hebben, is het risico dat er veel inspanningen worden geleverd, waarbij de financiële kosten voor Veenendaal opnieuw hoger worden dan 2025. Deze stijging wordt voornamelijk bepaald door loon- en prijsindexaties van aanbieders en nauwelijks door de toename van het aantal cliënten in het stelsel. Invulling taakstelling Voor de invulling van de taakstelling wordt, naast de eerder ingezette maatregelen, binnen het programma Grenzen aan onze Jeugdzorg momenteel gewerkt aan de nadere uitwerking van een aantal projecten en maatregelen. De verwachting is dat in het tweede kwartaal meer duidelijkheid ontstaat over de inhoud hiervan, de potentiële besparingen en de daarvoor benodigde inzet en middelen.
Zoals eerder gecommuniceerd bij de programmabegroting 2026–2029, is de verwachting dat de effecten hiervan op zijn vroegst vanaf 2027 zichtbaar worden.
27
PGB's In 2025 is incidenteel een bedrag van € 273.000 bijgeraamd op het budget voor de pgb’s jeugd. Aanleiding hiervoor was een plotselinge toename van het aantal toegekende pgb’s jeugd en de gemiddelde kosten per pgb. Omdat de jaarprognose 2026 van de totale uitgaven via de SVB pas medio 2026 beschikbaar komt, is op dit moment nog niet duidelijk of de stijging in 2025 incidenteel was. Het is daarom mogelijk dat de onderliggende indicaties nog steeds geldig zijn en dat de hogere kosten voor pgb’s jeugd zich ook in 2026 voortzetten. In de 2e bestuursrapportage 2026 wordt op basis van de informatie van de SVB een prognose voor 2026 opgesteld en wordt een eventuele financiële afwijking verwerkt. Onderwijs In het kader van het raadsbesluit Grenzen aan onze Jeugdzorg van oktober 2025 werken onderwijsinstellingen, het CJG, leerplicht en de gemeente intensiever samen. Deze versterkte samenwerking geeft steeds beter zicht op bestaande knelpunten. Een belangrijk signaal is dat een groep jonge kinderen niet kan instromen in het speciaal basisonderwijs en daardoor ondersteuning ontvangt via jeugdzorgaanbieders. De gemeente acht deze situatie onwenselijk, omdat dit leidt tot onnodig leed bij deze jonge kinderen en hun gezinnen, tot onnodig gebruik van jeugdzorg en tot langere wachtlijsten bij jeugdzorgaanbieders.
Het CJG brengt deze situaties samen met de betreffende zorgaanbieders in kaart en schaalt, conform de prestatieafspraken, op naar de betrokken scholen, leerplicht en de gemeente. Hiermee willen wij eraan bijdragen dat deze kinderen zo snel mogelijk op een passende onderwijsplek terechtkomen. Eind tweede kwartaal wordt de raad via een raadsinformatiebrief nader geïnformeerd over de voortgang binnen het programma Grenzen aan onze Jeugdzorg. Risico’s Door beperkte lokale sturingsmogelijkheden binnen het jeugdhulpstelsel bestaat het risico dat de inzet rond thuiszitters leidt tot oplopende lokale jeugdhulpkosten. Deze ontwikkeling wordt vooral veroorzaakt door loon- en prijsontwikkelingen bij aanbieders en niet door een toename van het aantal cliënten. Gezondheid Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) De bestaande ketenaanpakken uit IZA en GALA worden doorontwikkeld tot basisfunctionaliteiten in het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Voor een deel van de aanpakken staat nu al vast dat er structureel geld beschikbaar komt, maar de verdeling per gemeente of regio is nog niet bekend. Andere aanpakken staan op de ontwikkelagenda en worden de komende jaren verder uitgewerkt.
Door de onduidelijkheid over de financiering vanuit het Rijk voor de basisfunctionaliteiten vanaf 2027, kunnen we nog niet aangeven wat dit financieel betekent voor de uitvoering van onze huidige ketenaanpakken. Als er onvoldoende financiering beschikbaar komt, zullen er mogelijk activiteiten stopgezet moeten worden eind 2026. Hierover verwachten we meer te kunnen melden in de 2e bestuursrapportage.
28
GGD regio Utrecht Bij het aangaan van verplichtingen tot en met 2030 zien wij een beperkt financieel risico. Dit geldt onder meer voor een nieuwe maatwerkafspraak met de GGD regio Utrecht. Om in 2027 te kunnen starten, vraagt de GGD regio Utrecht om een tijdige toezegging. Voor de korte termijn, namelijk 2026 en 2027, worden geen financiële risico’s verwacht. Voor 2026 was aanvankelijk de verwachting dat er een tekort zou zijn van € 61.000, maar uiteindelijk bleek dat het binnen de beschikbare budgetten paste: De 61.000 euro is te dekken uit een toevoeging indexatie. Los daarvan zijn er extra kleine budgetten beschikbaar binnen Opgroeien in een Kansrijke Omgeving (OKO), inzet adviseur Gezonde School en middelen voor Stevig Ouderschap. Voor de langere termijn is sprake van een beperkt financieel risico. Vanaf 2027 verschuiven drie functies van de GGD regio Utrecht (technische hygiënezorg, stevig ouderschap en lokaal onderzoek) van maatwerk naar collectivisering. Dit leidt tot een verhoging van het budget, dat ten laste komt van AZWA. Vanaf 2027 ontstaat hierdoor een risico, omdat nog niet duidelijk is of de beschikbare middelen binnen AZWA hiervoor toereikend zijn. Sport Op dit moment is nog altijd onduidelijk of, en zo ja op welke wijze, de Sport Akkoord middelen in 2027 worden voortgezet.
De Sport Akkoord middelen geven ons de mogelijkheid om te experimenteren (denk aan de totstandkoming van de vitaliteitsmonitor voor sportverenigingen) en vormen ook een deel van de dekking voor clubondersteuning en andere acties richting en vanuit sportaanbieders. Ook voor de Middelen vanuit de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC-middelen) is nog niet duidelijk of deze beschikbaar zullen zijn in 2027 en zo ja, en wat de exacte hoogte dan zal zijn. Uit deze combinatie van ontwikkelingen komt een risico voort voor de continuïteit van de kwaliteit en het aanbod van sport in Veenendaal in de jaren 2027 en verder. Het AZWA gaat ook voor sport mogelijk kansen opleveren die verzachtend kunnen werken ten aanzien van bovenstaande genoemde risico’s. Op dit moment is daar nog te weinig over bekend, maar uiteraard zal daar t.z.t. uitgebreid naar gekeken worden en waar van toepassing gerapporteerd. Cultuur Theater Op dit moment worden voorbereidingen getroffen om een tijdelijk theater te realiseren voor de periode waarin het nieuwe theater gebouwd wordt. Vanuit de RegioDeal Foodvalley zijn middelen aangevraagd om deze kosten te dekken. De verwachting is dat deze middelen toegekend zullen worden, maar op dit moment wacht de gemeente nog op het formele besluit over toekenning.
29
Amendement 'Eén cultuurbedrijf' De gemeenteraad van Veenendaal heeft in juli 2024 besloten te onderzoeken hoe de culturele organisaties beter kunnen samenwerken. Eind 2025 en in het eerste kwartaal van 2026 is, samen met de culturele partijen, nader onderzocht waar de belangrijkste kansen en mogelijkheden liggen. Hieruit blijkt dat de ruimte voor verdere samenwerking beperkt is en dat het draagvlak voor een bestuurlijke fusie gering is. Wel zijn er kansen op het gebied van huisvesting, facilitaire dienstverlening en beheer. Daarnaast loopt een afzonderlijk traject gericht op het meer toekomstbestendig beheer van de cultuurgebouwen via de Stichting Beheercluster Cultuur Veenendaal (SBCV). Inmiddels is er een logisch moment ontstaan om dit traject te verbinden met de uitvoering van het amendement Eén cultuurbedrijf. De komende periode wordt verkend op welke wijze deze trajecten het best met elkaar kunnen worden verbonden. Mogelijk kunnen deze ontwikkelingen financiële gevolgen hebben. In de Kaderbrief 2027-2030 is dit ook als financieel risico opgenomen, waarbij is aangegeven dat sprake kan zijn van extra structurele lasten ad € 150.000 ten behoeve van de governance van de SBCV en de noodzakelijke professionaliseringslag van het gebouwbeheer.