CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2024-09-11 a. Vaststelling (gewijzigd) bestemmingsplan Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B 99 - Ontwerpbesluit 2

gemeenteraad 26 september 2024, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen (gewijzigd) bestemmingsplan Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B 993.883 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Gemeenteraad Ontwerpbesluit

Zitting van 26 september 2024 Omgeving & Economie - Planvorming zaaknummer: 168189

2024_Raad_00116 - Vaststelling (gewijzigd) bestemmingsplan Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B 99 Portefeuillehouder Frank van Hulle Programma en/of paragraaf Programma Wonen & leefbaarheid Besluit Besluitpunt 1 De gemeenteraad besluit om de zienswijzen van reclamanten genoemd onder 1 en 2 van paragraaf 2.1 van de 'Antwoordnota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen' bestemmingsplan 'Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B99' ontvankelijk te verklaren. Besluitpunt 2 De gemeenteraad besluit om de zienswijze van reclamant genoemd onder 1. van paragraaf 2.1 van de 'Antwoordnota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen' bestemmingsplan 'Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B99' gegrond te verklaren. Besluitpunt 3 De gemeenteraad besluit om de zienswijze van reclamant genoemd onder 2. van paragraaf 2.1 van de 'Antwoordnota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen' bestemmingsplan 'Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B99' ongegrond te verklaren. Besluitpunt 4 De gemeenteraad besluit het bestemmingsplan 'Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B99' als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0715.BPBG90-VG01 met bijbehorende bestanden zowel in digitale als analoge vorm (gewijzigd) vast te stellen. Besluitpunt 5 De gemeenteraad besluit geen exploitatieplan vast te stellen conform artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening.

1/17

Wat is de aanleiding? De Baeckermat is van oorsprong een agrarisch bedrijf, waar in de loop der jaren een landwinkel en horecafaciliteit aan toegevoegd zijn. De bedrijfsvoering bestaat zodoende uit twee takken, het agrarisch bedrijf in hoofdzaak gevestigd aan de Graafjansdijk B 99 en het horecabedrijf met landwinkel hoofdzakelijk gevestigd aan de Graafjansdijk A 84. Voor beide takken van de huidige bedrijfsvoering voorzien de eigenaren een wijziging. De termijn waarop dit speelt, loopt echter niet parallel. Dit bestemmingsplan speelt in op de gewenste wijziging van de bedrijfsvoering voor het agrarisch bedrijf. Het agrarisch bedrijf gevestigd aan de Graafjansdijk B 99 ligt vanuit het aspect bereikbaarheid en verkeersveiligheid op een ongunstige locatie. Daarnaast is een wijziging in de teelt van gewassen gewenst. Die wijziging met intensivering van transportbewegingen maakt de huidige locatie nog minder aantrekkelijk. Door bedrijfsbeëindiging aan de Graafjansdijk B 99 wordt verplaatsing van het agrarisch bouwvlak, en daarmee voortzetting van de agrarische bedrijfsactiviteiten, aan de Middenweg-Eversdam mogelijk. Wat willen we bereiken? Een aanpassing van de geldende planologische regimes op de locaties Graafjansdijk B 99 en hoek Middenweg-Eversdam waardoor de verplaatsing van het agrarisch bedrijf van de Graafjansdijk naar de Middenweg-Eversdam mogelijk wordt.

De verplaatsing draagt bij aan een doelmatigere bedrijfsvoering en verbetering van de verkeersveiligheid op de Graafjansdijk. Argumenten 1.1 De toename van vervoersbewegingen met agrarische voertuigen zorgt voor onveilige situaties Het agrarisch bedrijf gevestigd aan de Graafjansdijk wil zich verder ontwikkelen en specialiseren op het duurzaam geteelde Miscanthus. Door de vestiging aan de Graafjansdijk vinden verplaatsingen over de smalle Graafjansdijk met agrarisch materieel plaats. Dit wordt steeds uitdagender, niet alleen ten aanzien van het materieel en de geparkeerde voertuigen, maar ook vanuit veiligheidsperspectief. De beoogde locatie aan de Middenweg-Eversdam biedt een langdurig toekomstperspectief. 1.2 De capaciteit van de huidige opslag is ontoereikend Tot op heden bevinden zich op drie locaties binnen de bebouwde kom schuren om de huidige bedrijfsvoering enigszins vorm te geven. Deze schuren zijn niet van een dusdanige omvang dat ze toereikend zijn om alle machines en producten van het 100 hectare grote akkerbouwbedrijf onderdak te geven of te bewaren. De locatie Middenweg-Eversdam voorziet in voldoende ruimte om alle activiteiten samen te laten komen. 1.3 Nieuwe opslagruimte is noodzakelijk Het bedrijf Cradle Crops staat voor de uitdaging om de komende jaren te faciliteren in de groei van Miscanthusteelt naar 1.000 hectare.

Er is een overeenkomst gesloten voor afname van deze grondstof voor een industrieel proces, het winnen van cellulose voor de vervaardiging van hygiënepapier. Het bedrijf is verantwoordelijk voor de dagelijkse aanvoer van deze grondstof terwijl eenmaal per jaar geoogst wordt. Dit betekent dat deze grondstof droog opgeslagen moet worden voor verdere verwerking. Het bouwvlak van 1,5 hectare biedt de mogelijkheid om een opslagloods van minimaal 5.000 m² te realiseren die benodigd 2/17

is voor de noodzakelijke opslag. Daarnaast bestaat bij verdere groei de mogelijkheid een tweede opslagloods te bouwen en de opslagcapaciteit voor Miscanthus verder uit te breiden. 1.4 Locatiekeuze De beoogde locatie ligt nabij de Tractaatweg N62 zodat de locatie goed ontsloten is voor de aan- en afvoer van producten. 1.5 Landschappelijke inpassing Een nieuw agrarisch bouwvlak dient landschappelijk te worden ingepast. Deze landschappelijke inpassing leggen wij vast in een anterieure overeenkomst met initiatiefnemer. In het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen om de inpassing te realiseren. Op de plankaart namen wij hiervoor een aanduiding op. Kanttekeningen 1.1 Zienswijzen Tijdens de ter inzagelegging van het ontwerp bestemmingsplan ontvingen wij twee zienswijzen. Eén zienswijze is gegrond, één zienswijze is ongegrond. De volledige beantwoording van de zienswijzen namen wij op in de Antwoordnota zienswijzen. Wat mag het kosten? Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waarin de proceskosten worden verhaald. Initiatiefnemer heeft op eigen kosten opdracht gegeven aan een stedenbouwkundig bureau voor het opstellen van het bestemmingsplan. Voor de gemeente zijn aan deze procedure geen kosten verbonden. Wat gaan we ervoor doen? Voorafgaand aan de behandeling in de commissie Omgeving en de vaststelling door de gemeenteraad: •

krijgen de indieners van een zienswijze een brief met het concept standpunt van de gemeenteraad met betrekking tot de ingediende zienswijzen.

Na vaststelling door de gemeenteraad: •

krijgen de indieners van een zienswijze een brief met het definitief standpunt van de gemeenteraad en worden zij gewezen op de beroepsmogelijkheden;

•

wordt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan toegestuurd aan de Provincie Zeeland;

•

wordt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan bekend gemaakt in ZVA en Gemeenteblad;

•

wordt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan digitaal gepubliceerd op de landelijke voorziening (www.ruimtelijkeplannen.nl) en de gemeentelijke website;

•

wordt het gewijzigd vastgestelde bestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd voor de beroepstermijn bij de Raad van State.

Bijlagen 1. Bp Buitengebied Middenweg-Graafjansdijk B99_Antwoordnota zienswijzen 3/17

2. Bp Buitengebied, Middenweg_Graafjansdijk B99_Overzicht zienswijzen

4/17

TERNEUZEN

Bestemmingsplan Buitengebied, Middenweg-Graafjansdijk B99

Antwoordnota zienswijzen en ambtshalve aanpassingen

Versie 09082024

5/17

INHOUD

BLZ

1.

Inleiding 1.1. Procedure 1.2. Leeswijzer

3 3 3

2.

Zienswijzen 2.1. Overzicht ingebrachte zienswijzen 2.2. Ontvankelijkheid 2.3. Gegrond of ongegrond

4 4 4 4

3.

Samenvatting en beoordeling zienswijzen

5

4.

Ambtshalve aanpassingen

14

2 6/17

1.

INLEIDING

1.1.

Procedure

Bestemmingsplan In de kern van Westdorpe zijn meerdere agrarische bouwvlakken aanwezig. Het bouwvlak aan de Graafjansdijk A84 wordt primair gebruikt door agrarisch bedrijf De Baeckermat CV en het bouwvlak aan de Graafjansdijk B99 wordt gebruikt door Cradle Crops B.V. Cradle Crops B.V. is actief in de teelt, opslag en verwerking van miscanthus. Beide bedrijven zijn eigendom van dezelfde ondernemer, hierna initiatiefnemer te noemen. Verder wordt de schuur aan de Vissersverkorting 1a gebruikt voor het stallen van landbouwmachines. Beide locaties, gelegen in de kern van Westdorpe, bieden onvoldoende ruimte om te kunnen groeien. De noodzakelijke schaalvergroting kan daardoor niet plaatsvinden. Daarom is gezocht naar een geschikte locatie voor verplaatsing van beide bedrijven. Omdat er in de omgeving geen geschikte bestaande bouwvlakken aanwezig zijn, is gezocht naar een nieuwe locatie welke goed ontsloten is. Op 7 november 2023 heeft het college besloten onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan het verzoek tot verplaatsing van het agrarische bouwvlak. Om te kunnen voorzien in voldoende opslag en tevens ruimte te bieden voor beoogde toekomstige groei is een bouwvlak van 2 hectare benodigd. Dit bouwvlak is inclusief de benodigde landschappelijke inpassing welke minimaal bestaat uit een beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van tenminste 5 meter breed.

Het effectieve bouwvlak is dus kleiner (ca. 1,5-1,7ha). De Agrarische Adviescommissie Zeeland (AAZ) heeft een positief advies uitgebracht voor de verplaatsing van de agrarische activiteiten naar de beoogde locatie aan de Middenweg. De AAZ merkt daarbij op dat in de huidige situatie een bouwvlak van 1,5 hectare voldoende ruimte biedt, de AAZ kan de verdere toekomstpotentie van miscanthus niet inschatten. In het geval de grootschalige verwerking van miscanthus in samenhang met de forse uitbreiding van de teelt van de grond komt, ontstaat een marktstructuur waarbij er ruimte is voor het verhandelen en de tussenopslag van grote volumes aan miscanthus. Vanuit ruimtelijk perspectief moet rekening worden gehouden met de ontwikkeling van een grootschalige logistieke locatie voor de opslag van miscanthus. De locatie aan de Graafjansdijk grenst aan het horecabedrijf De Baeckermat. Het vrijkomen van de agrarische functie op deze locatie biedt kansen om het concept van de Baeckermat te versterken. De plannen hiervoor zijn nog niet voldoende concreet, waardoor op dit moment een herbestemming van het agrarisch bouwvlak nog niet mogelijk is. Omdat de kans op herinvulling met agrarische activiteiten nihil is (het bouwvlak heeft onvoldoende potentie voor de hervestiging van een agrarisch bedrijf) wordt deze locatie op dit moment niet meegenomen in de bestemmingswijziging.

Het agrarisch bouwvlak op deze locatie wordt op een later moment wegbestemd. Het herbestemmen van het agrarisch bouwvlak van 1 ha aan de Graafjansdijk B99 maakt wel deel uit van deze bestemmingswijziging. Aan de Graafjansdijk B 99 zal de bedrijfswoning en het bij behorende erf worden gebruikt als burgerwoning. Hierdoor moet de bestemming 'Agrarisch' gewijzigd worden naar 'Wonen'. Het agrarisch bouwvlak wordt verplaatst naar de locatie aan de Middenweg. Het realiseren van agrarische bebouwing is niet toegestaan zonder bouwvlak. Er is een nieuwe planologische regeling voor beide locaties nodig, dit bestemmingsplan voorziet hierin. Op 12 december 2023 besloot het college van burgemeester en wethouders het ontwerpbestemmingsplan in procedure te brengen.

3 7/17

Vaststellingsprocedure Het ontwerpbestemmingsplan lag van 21 december 2023 tot en met 31 januari 2024 ter inzage voor de vaststellingsprocedure (terinzagelegging op grond van artikel 3.8, lid 1, Wet ruimtelijke ordening). Tijdens deze terinzagelegging zijn 2 schriftelijke zienswijzen kenbaar gemaakt. Er is een zienswijze ingetrokken, deze maakt derhalve geen onderdeel uit van deze antwoordnota.

1.2.

Leeswijzer

De opbouw van deze antwoordnota is als volgt. • In hoofdstuk 2 wordt een overzicht gegeven van de kenbaar gemaakte zienswijzen en is ingegaan op de ontvankelijkheid en gegrondheid ervan. • In hoofdstuk 3 zijn de zienswijzen samengevat en beantwoord. • In hoofdstuk 4 zijn de planaanpassingen naar aanleiding van ingekomen zienswijzen beschreven. • In hoofdstuk 5 zijn de ambtshalve wijzigingen beschreven die bij de vaststelling van het bestemmingsplan zijn verwerkt.

4 8/17

2.

ZIENSWIJZEN

2.1

Overzicht ingebrachte zienswijzen

Tijdens de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan Buitengebied, MiddenwegGraafjansdijk B99 zijn binnen de termijn (21 december 2023 tot en met 31 januari 2024) de volgende zienswijzen kenbaar gemaakt. 1. Reclamant 1 Provincie Zeeland 2. Reclamant zienswijze 2

2.2

Ontvankelijkheid

De zienswijzen zijn tijdig (binnen de termijn) kenbaar gemaakt. De zienswijzen zijn dan ook ontvankelijk.

2.3

Gegrond of ongegrond

Op basis van de zienswijzen, zoals behandeld in hoofdstuk 3, wordt het volgende voorgesteld: de zienswijze genoemd onder 2.1 sub 1 is gegrond; de zienswijze genoemd onder 2.1 sub 2 is ongegrond.

5 9/17

3.

SAMENVATTING EN BEOORDELING ZIENSWIJZEN

Zienswijze 1 Provincie Zeeland Zienswijze NED-regeling a. Een bouwvlak van 1,5 hectare strookt niet met onze regeling voor agrarisch verwante bedrijven (de NED-regeling). Op het ontwerpbestemmingsplan is de regeling voor Nieuwe Economische dragers (NED) uit bijlage A van de Omgevingsverordening van toepassing. Hierin is het provinciaal beleid dat is gericht op streven naar voldoende ruimte voor nieuwe en uitbreiding van bestaande niet-agrarische en semi-agrarische activiteiten in het landelijk gebied, juridisch geborgd. De Provincie wil onnodige verstening van het landelijk gebied tegengaan. Om die verdere verstening van het landelijk gebied tegen te gaan zijn voor de nieuwvesting (waaronder verplaatsing) voorwaarden opgenomen. Aan één van de voorwaarden, dat een maximale maatvoering van het toe te kennen bouwvlak geldt van 1 hectare, wordt niet voldaan. Dit betekent dat het ontwerpplan in strijd is met de NED-regeling van de Omgevingsverordening. Landschap b. Voor de locatie Middenweg dient de genoemde landschappelijke inpassing uitgewerkt te worden en juridisch gekoppeld aan en geborgd in de planvoorschriften. Dit is niet gebeurd en daarmee voldoet het ontwerpplan niet aan het provinciaal landschapsbeleid. Overwegingen NED-regeling a. Vanwege de mogelijke strijdigheid is advies gevraagd aan de Agrarische Adviescommissie Zeeland (hierna: AAZ).

Zij hebben in hun advies richtlijnen gegeven zodat voldaan kan worden aan een verantwoorde bedrijfsverplaatsing. Het advies is als bijlage 1 toegevoegd. Het advies behelst: • bezien of hervestiging op een bestaand bouwvlak tot de mogelijkheden behoort; • de bedrijfsvoering van De Baeckermat CV betreft een akkerbouwbedrijf. Het toekomstig ruimtegebruik van de nieuwbouwlocatie zal in hoofdzaak echter ten dienste staan van Cradle Crops BV als agrarisch hulp- en nevenbedrijf; • AAZ merkt op dat in beginsel een bouwvlak van 1,5 hectare volstaat. Echter, de motivering voor de uitbreiding van het bouwvlak naar 2 hectare is gebaseerd op een toenemende afzet van Miscanthus, een handelsvolume van in totaal indicatief 15.000 ton. Dit handelsvolume is op korte termijn realiseerbaar. De volledige opslag vergt dan circa 15.000 m2 aan opslagloodsen. • AAZ kan verdere toekomstpotentie van Miscanthus niet beoordelen. In geval van grootschalige verwerking van Miscanthus moet vanuit ruimtelijk perspectief rekening worden gehouden met de ontwikkeling van een grootschalige logistieke locatie voor opslag van Miscanthus. Inmiddels heeft er afstemming plaatsgevonden met provincie Zeeland, voorts hebben zij aangegeven in te kunnen stemmen met het plan met de aangevulde motivering. Landschap b.

Om te voldoen aan het provinciaal landschapsbeleid s voldoende ruimte opgenomen voor een gedegen landschappelijke inpassing. Ten opzichte van de ontwerpversie is de landschappelijke borging in artikel 3.4.1. sub b, aangescherpt. Tevens zijn de inen uitritten op het perceel zodanig gepositioneerd dat de impact op de omgeving

6 10/17

minimaal is, de bomenrijen en het aanzicht van de Eversdam blijven in tact, zoals weergegeven in de inrichtingsschets. Conclusie De zienswijze is gegrond en leidt tot aanpassingen in het bestemmingsplan, de planregels en de verbeelding. In de planregels en de toelichting zijn de definities en bestemmingsomschrijvingen toegevoegd van een agrarisch hulp- en nevenbedrijf. Op de inrichtingsschets zijn de ontsluitingen nu gesitueerd aan de Middenweg en is de aanduiding agrarisch hulp- en nevenbedrijf toegevoegd. De begrenzing van het bouwvlak is omzoomd met een brede haag voor voldoende landschappelijke inpassing. Een overzicht van de aanpassingen is opgenomen in hoofdstuk 4: Planaanpassingen.

7 11/17

Reclamant zienswijze 2 Zienswijze Openheid gebied a. Naar mening van reclamant past de activiteit niet in het landschappelijk gebied en vindt verdere verstening van het landschap plaats. Dit stuk polder wordt volgens reclamant gekenmerkt door grote, courante percelen en het open karakter ervan. Reclamant stelt dat de polder vanuit België de entree naar Zeeuws-Vlaanderen vormt. Bebouwing is volgens reclamant in deze polder niet aanwezig. b. Reclamant vreest dat als deze bouwplannen doorgaan dit een aanzuigende werking zou kunnen hebben op andere potentiële ondernemers om ook zich daar te willen vestigen. Saneren bestaande bebouwing c. Reclamant vraagt zich af onder welke voorwaarden hier een bouwblok wordt toegekend aan de Middenweg te Westdorpe. Zoals reclamant leest wordt geen agrarische bebouwing gesaneerd en wordt enkel de agrarische bestemming verplaatst. Reclamant meent dat dit tegen de regels is conform de provinciale omgevingsverordening. d. Reclamant vreest dat verstening door initiatief alleen maar zal toenemen, omdat van sloop op de oude locatie geen sprake is. De aanvraag betreft een bouwkavel van 2ha terwijl de AAZ een bouwkavel van 1,5 hectare passend en toereikend vindt. Initiatiefnemer levert een bouwkavel van 0.736 hectare in en vraagt er een aan van 2 hectare. e.

Tevens stelt reclamant dat de AAZ zich uitspreekt tegen het initiatief van initiatiefnemer, waarbij reclamant aangeeft dat er voldoende bouwblokken beschikbaar zouden moeten zijn in de omgeving. Agrarische activiteiten? f. De explosieve hoeveelheden – de leveringen van Miscanthus – baren reclamant zorgen. Initiatiefnemer wil tevens gewassen gaan opslaan voor derden naast zijn eigen areaal. Reclamant vraagt zich af in hoeverre men dan nog is aan te merken als agrarisch ondernemer of dat men dan als een logistiek centrum is te kwalificeren. g. Reclamant geeft aan dat we te maken hebben met een grootschalige logistieke locatie en dat is niet wat reclamant wil in deze polder. h. Reclamant stelt dat initiatiefnemer in de schuur wil gaan wonen, terwijl dat conform het omgevingsplan een woning vereist is.

i.

Verkeersaanbod Reclamant geeft aan dat de 500 vrachtwagenbewegingen die gepaard gaan met de activiteiten van initiatiefnemer een enorme impact hebben op het gebied, de wegen, het geluid, de overlast in het algemeen en de verkeersveiligheid.

Toekomstperspectief Reclamant geeft aan dat indien het contract voor opslag van Miscanthus van initiatiefnemer niet wordt verlengd, de gebouwde loods geen functie meer heeft. k. Het is een feit dat bij dit bedrijf geen akkerbouwgrond is gelegen. j.

8 12/17

l.

Het creëren van waarde middels het verplaatsen van zijn huidige meest onrendabele bouwblok van de twee (0,736 hectare) naar een die toekomstige potentie heeft indien hij deze verzilverd (2 hectare). Dit verzilveren zal dan plaatsvinden tussen de 7 en 15 jaar bij het ophouden van het Miscanthus contract en/of behalen of eerder indien een definitieve opvolging ontbreekt. m. Tot slot moet vermeld worden dat geen enkel ander niet-gerelateerd agrarisch bedrijf zomaar in de open polder mag bouwen. Zoals het er nu naar uitziet, wordt dit middels een twee-traps-raket wel verwezenlijkt. Als voorbeeld hiervan kan men het oude CZAV-complex in Drieschouwen (Axel) nemen. Oorspronkelijk neergezet ten dienste van de landbouw en dus het buitengebied waarbij dit gebied langzamerhand is uitgegroeid tot een industriegebied. Tot slot heeft de CZAV het complex gesloten en is het verkocht aan een niet-agrarisch bedrijf.

9 13/17

Overwegingen Openheid gebied a. Het open karakter van het landschap kenmerkt zich niet alleen door het al dan niet aanwezig zijn van bebouwing. Een open landschap met hier en daar bebouwing is nog steeds te typeren als een open landschap. Door het toevoegen van het bouwvlak op deze locatie wordt geen afbreuk gedaan aan de grootschaligheid van de polder. b. Het tegengaan van verstening in het landelijk gebied wordt geregeld in de omgevingsverordening van provincie Zeeland. Zij hebben het initiatief mede beoordeeld en zijn daarbij gehouden aan diverse toetsingscriteria. Door het wegbestemmen van de voormalige locatie is sprake van een neutrale versteningsbalans en daarmee is het voorkomen van verstening in het landelijk gebied in voldoende mate geborgd. Saneren bestaande bebouwing c. Omdat de kans op herinvulling met agrarische activiteiten nihil is (het bouwvlak heeft onvoldoende potentie voor de hervestiging van een agrarisch bedrijf) wordt deze locatie op dit moment niet meegenomen in de bestemmingswijziging. Het agrarisch bouwvlak op deze locatie wordt op een later moment wegbestemd, conform regelgeving in de omgevingsverordening. Het is niet duidelijk op basis waarvan reclamant meent dat een sloopverplichting zou gelden. d. De aanvraag betreft een projectgebied van 2 hectare, om te voldoen aan een goede landschappelijke inpassing van het bouwvlak wat 1,5 hectare meet. e.

De AAZ spreekt enkel de wens uit om te bezien of hervestiging van bedrijven in het buitengebied op een bestaand bouwvlak tot de mogelijkheden behoort, zij adviseert onafhankelijk en heeft derhalve geen inhoudelijk oordeel over het onderhavige initiatief. Overigens heeft initiatiefnemer wel gekeken naar bouwvlakken in de omgeving. Deze boden echter onvoldoende mogelijkheden voor een toekomstbestendig bedrijf: centrale locatie, goed ontsloten, in nabijheid van eigen agrarische percelen, et cetera. Agrarische activiteiten? Het handelt hier om een agrarisch hulp- en nevenbedrijf, en de opslag van gewassen valt onder de bedrijfsactiviteit. Tevens valt te bezien welke hoeveelheden kunnen worden aangemerkt als explosief. De opslag van deze gewassen tezamen met een eventuele uitbreiding worden door de AAZ gezien als een toekomstig potentieel, waarbij het ruimtelijke aspect in acht genomen moet worden. Het ruimtelijke aspect is in acht genomen door zorg te dragen voor een goede ontsluiting en een goede geografische ligging en borging van de bedrijfsactiviteiten in de planregels. g. Onduidelijk is op welke parameters reclamant zich baseert dat hier sprake is van een grootschalige logistieke locatie. h. Reclamant stelt dat initiatiefnemer in de schuur wil gaan wonen, terwijl dat conform het omgevingsplan een woning vereist is.

Dit is een toekomstige verwachting die enkel reclamant voorziet. f.

i.

Verkeersaanbod Voor dit initiatief is de impact op de omliggende natuurgebieden berekend middels een Aerius-berekening voor zowel de realisatie als de gebruiksfase. De uitkomst is dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000gebieden. Door bovengenoemd onderzoek is aannemelijk gemaakt dat het initiatief geen impact heeft op het gebied. Zie hiervoor bijlage 1 van de toelichting. De impact op wegen wordt verdisconteerd in de wegenbelasting en middels die weg ook gecompenseerd. De factor geluid is een aspect wat wordt meegewogen in de

10 14/17

verkeersgeneratiemodellen en deze vallen binnen de toegestane waarden, zie hiervoor ook de onderbouwing in hoofdstuk 4.6 Geluid van de toelichting. Toekomstperspectief De onzekerheden genoemd door reclamant, zijn onzekerheden die in iedere bedrijfsvoering spelen welke niet enkel terug te voeren zijn naar enkel de bedrijfsvoering van initiatiefnemer. Eenieder kan voor een onvoldongen feit komen te staan waardoor de bedrijfsvoering in gevaar komt, dit zijn toekomstige verwachtingen die enkel reclamant voorziet. Overigens is het toekomstperspectief voor duurzame teelten groot en is Cradle Crops voor haar afzet niet enkel afhankelijk van 1 afnemer. k. Het is een feit dat bij dit bedrijf geen akkerbouwgrond is gelegen, de aanname dat de loods vervolgens een industrieel-logistieke functie zou krijgen is echter ongefundeerd. Het is evenredig aannemelijk om te stellen dat het zijn huidige agrarische functie behoudt. Andere functies ter plaatse moeten via een procedure worden toegestaan en zijn aan toetsing onderhevig. l. Reclamant stelt dat eventuele opvolging ontbreekt bij bedrijfsbeëindiging van initiatiefnemer binnen 15 jaar, dit is een assumptie waarvoor wij in beginsel geen aanleiding zien om deze stelling te volgen.

Het is eveneens redelijk om aan te nemen dat door de duurzame teelt een toekomstbestendig bedrijf wordt neergezet, waarbij het al dan niet hebben van familiaire bedrijfsopvolging niet relevant is. m. Tot slot stelt reclamant dat het buitengebied omgevormd zal gaan worden naar industrie. Hiervoor verwijst reclamant naar de invulling van het voormalige CZAV terrein in Axel. Gemeente Terneuzen verwijst voor haar intenties rondom ruimtelijke invulling naar de Structuurvisie gemeente Terneuzen 2025. Betreffende het CZAV terrein: dit terrein heeft een bedrijfsbestemming (niet agrarisch) en om deze reden is het wenselijk dat herontwikkeling op dit terrein plaatsvindt. Deze vergelijking treft geen doel, aangezien het hier handelt om een agrarisch bedrijf in combinatie met een agrarisch hulp- en nevenbedrijf. j.

Conclusie De zienswijze is ongegrond en leidt niet tot aanpassingen in het bestemmingsplan.

11 15/17

4.

PLANAANPASSINGEN

De ingediende zienswijzen hebben aanleiding gegeven tot de volgende aanpassingen Toelichting inleiding: aanduiding bouwvlak; beschrijving project: aanduiding bouwvlak; beschrijving juridische regeling: aanduiding bouwvlak, oppervlakte bouwvlak en landschappelijke inpassing; provinciaal beleid: doelstellingen initiatief i.r.t. provinciaal beleid. Regels begrippen, artikel 1.7 toegevoegd: aanduiding agrarisch hulp- en nevenbedrijf; bestemmingsregels, artikel 3.1 toegevoegd: aanduiding agrarisch hulp- en nevenbedrijf; specifieke gebruiksregels, sub v toegevoegd: aanduiding agrarisch hulp- en nevenbedrijf; voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing, artikel 3.4.1. sub b toegevoegd: beplantingsstrook met een dichte struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een gemiddelde breedte van tenminste 5m. Verbeelding aanduiding agrarisch hulp- en nevenbedrijf toegevoegd.

12 16/17

5.

AMBTSHALVE WIJZIGINGEN

Bij de vaststelling van het bestemmingsplan zijn de volgende ambtshalve wijzigingen aangebracht. Toelichting beschrijvende alinea archeologie toegevoegd, naar aanleiding van het uitgevoerde archeologisch onderzoek. Verbeelding gewijzigde begrenzing bouwvlak, doordat het plan verder is uitgewerkt was er een directe aanleiding de begrenzing van het bouwvlak aan te passen.

13 17/17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14504111/1