CConstaterende datTerneuzen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-12-01 - Bijlage 2 - was-wordt tabel

gemeenteraad 15 december 2022, gemeente TerneuzenBij agendapunt: Vaststellen Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 20238.915 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Overzicht ‘was-wordt’ Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 N T I

I I

= wijziging in nummering = tekstuele wijziging = inhoudelijke wijziging Was in 2022 Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022 Aanhef hoofdstuk 1 De aanleiding van deze verordening is het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025. De titel is: “Iedereen aan boord”. Samengevat zegt dit: “Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. De gemeenteraad stelde het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025 op 16 december 2021 vast. Hierin kiest de raad voor meer samenhang tussen verschillende terreinen van het sociaal domein. Dit betekent: niet meer per hulpvraag verschillende regelingen maken maar één regeling waarin uw hulpvraag centraal staat. In deze nieuwe regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen:    

Werken en participeren; Uitkeringen; Gezond en veilig opgroeien, en; Wonen in een veilige en gezonde omgeving.

Wordt in 2023 Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 Aanhef hoofdstuk 1 Deze ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023’ is een aangepaste versie van de ‘Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022’. De aanleiding om deze verordening vast te stellen was het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025. De titel van dit beleidsplan is “Iedereen aan boord”. Samengevat zegt dit: “Iedereen moet mee kunnen doen in onze gemeente. In het sociaal domein werken we aan verdere vernieuwing en aan verbetering van de samenwerking tussen organisaties. We zetten in op integraal werken volgens het principe van één gezin, één plan, één regisseur. Ondersteuning en hulp zijn zo snel, adequaat, vroeg en dichtbij mogelijk. We gaan uit van kwaliteit”. De gemeenteraad stelde het Beleidsplan sociaal domein Terneuzen 2022-2025 op 16 december 2021 vast. Hierin kiest de raad voor meer samenhang tussen verschillende terreinen van het sociaal domein. Dit betekent: niet meer per hulpvraag verschillende regelingen maken maar één regeling waarin uw hulpvraag centraal staat. Om die reden is er in 2022 gekozen voor één verordening in het sociaal domein, de zogenaamde omgekeerde verordening. Op 16 december 2021 heeft de Raad besloten om de verordening 2022 te evalueren in oktober 2022. De Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023 is het resultaat van deze evaluatie.

In deze regeling leest u wat u van de gemeente kunt verwachten maar ook wat wij van u verwachten. De regels gaan over de volgende onderwerpen: •

Werken en participeren;

• • •

I

I I

I

Artikel 1.1 De Adviesraad Wmo en de Adviesraad Participatiewet hebben advies gegeven over deze verordening.

Artikel 2.1: 1. Als u hulp nodig hebt, kunt u dit melden bij de gemeente. U kunt dit schriftelijk, mondeling, telefonisch of digitaal doen. 2. Wij bevestigen uw hulpvraag per brief of e-mail. In de bevestiging kunnen wij u uitnodigen voor een gesprek met een medewerker. In die uitnodiging staat: a. waar en wanneer het gesprek plaatsvindt en waarover het gesprek zal gaan; b. informatie over de mogelijkheid om gratis hulp te krijgen van een (onafhankelijke) cliëntondersteuner; en c. informatie over de mogelijkheid om zelf een plan op te stellen. In dit plan legt u uit hoe uw persoonlijke situatie is en wat u wilt bereiken met uw hulpvraag. In sommige situaties kunnen we afzien van een gesprek. 3. Het college kan nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening/individuele voorziening.

Uitkeringen; Gezond en veilig opgroeien, en; Wonen in een veilige en gezonde omgeving.

Artikel 1.1 De Adviesraad Wmo en de Adviesraad Participatiewet hebben advies gegeven over deze verordening. De reden dat deze zin geschrapt is, is dat er op dit moment geen Adviesraad Wmo is. De Adviesraad Participatiewet wordt nog in de gelegenheid gesteld opmerkingen te geven. Artikel 1.5 Leeswijzer (toegevoegd) Artikel 2.1: Toegevoegd: 3. In sommige situaties kunnen we afzien van een gesprek. 4. Indien u hulp nodig heeft op grond van de Jeugdwet, PW, IOAW of IOAZ, dan kunt u direct schriftelijk of digitaal een aanvraag indienen. 5. Wij beschouwen een verzoek om algemene informatie op grond van de wetten genoemd in lid 4 van dit artikel, als ‘eerste contact’ en nog niet als aanvraag. 6. Wij kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot de procedure voor de hulpvraag van een maatwerkvoorziening, individuele voorziening of andere voorziening. Aangepast naar de praktische uitvoering.

Artikel 2.2.1 lid 1: 1. Tijdens het gesprek wil de medewerker een goed beeld krijgen van uw persoonlijke situatie. De medewerker bespreekt met u wat u wilt bereiken.

Dit lid is geschrapt omdat dit ook in lid 2 genoemd staat.

N Nummering 1.3 Het verslag I/ Artikel 2.3 lid 4: T U ondertekent het verslag en stuurt dit binnen vijf werkdagen naar de gemeente. Als u het niet eens bent met het verslag, kunt u dat aangeven op het verslag. Wij

Nummering 2.3 ‘Het verslag’ Artikel 2.3 lid 4: U ondertekent het verslag en stuurt dit binnen vijf werkdagen naar de gemeente. Als u het niet eens bent met

kunnen dan opnieuw met u in gesprek gaan.

het verslag, kunt u dat aangeven op het verslag. De laatste zin is geschrapt omdat uit de praktijk blijkt dat dit veel tijd kost en weinig effect heeft.

T

Artikel 2.4.1: ‘…, dan kunnen we behoudens de gestelde voorwaarden…’

Artikel 2.4.1: ‘…, dan kunnen we die hulp toekennen in de volgende situaties…’ Lid 2 toegevoegd: Als één van de voorwaarden of weigeringsgronden van artikel 2.4.4 van deze verordening van toepassing is, kunnen we de voorziening niet toekennen.

T

Artikel 2.4.3: Voor iedere stap zoals in artikel 2.4.2 is genoemd geldt, dat de gemeente de deskundigheid inzet die nodig is om die stap goed te kunnen afronden. Als wij niet de juiste kennis in huis hebben om uw aanvraag te behandelen vragen we advies van een daartoe aangewezen externe deskundige. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en inzetten.

Artikel 2.4.3: Bij iedere stap, zoals in artikel 2.4.2 is genoemd, kan de gemeente een (externe) deskundige inzetten voor advies. Dit advies betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We stellen u vooraf op de hoogte welke deskundigheid we op welk moment nodig vinden en inzetten.

T

Artikel 2.4.4

T

Artikel 2.4.5

I

Artikel 2.5.2: Het recht op ondersteuning vervalt als u niet binnen drie maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp.

Artikel 2.4.4 Herschreven op B-niveau Artikel 2.4.5: Herschreven op B-niveau Artikel 2.5.2: Het recht op ondersteuning vervalt als u niet binnen drie maanden na het besluit begint met het gebruikmaken van de hulp. Dit geldt niet als u kunt aantonen dat u een dringende reden heeft waardoor u niet binnen de termijn van drie maanden gebruik kunt maken van de hulp.

T

Artikel 2.5.3: 1. We kennen een aanvraag niet met terugwerkende kracht toe. 2. Voor de Jeugdwet geldt de uitzondering dat in het geval het hulpverleningstraject al op het moment

De laatste zin is toegevoegd om bijvoorbeeld de wachtlijsten bij de huishoudelijke hulp te ondervangen. Artikel 2.5.3: 1. 2.

We kennen een aanvraag niet met terugwerkende kracht toe. Het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing als de wet

van uw aanvraag loopt. In dat geval onderzoeken we of de hulp nodig en passend is. Als uit het onderzoek blijkt dat dit het geval is, kennen we met terugwerkende kracht de ondersteuning toe. De ingezette hulp die de gemeente vergoedt, heeft slechts betrekking op gemaakte kosten over een periode van maximaal drie maanden vóór de aanvraag.

T

T

Het oorspronkelijke lid 2 is vervangen omdat dit reeds vermeld staat in artikel 2.4.4 van de verordening 2023.

Artikel 3.1: De gemeente helpt u op weg naar werk als: 1. u een uitkering van de gemeente krijgt en het niet lukt om zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, werk te vinden; 2. u geen uitkering van de gemeente krijgt en ook geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers. Wij beoordelen per persoon of en hoe wij u kunnen helpen; 3. u jonger bent dan 27 jaar, geen werk hebt en geen havo-, vwo- of mbodiploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. Wij helpen u bij het vinden van een passende opleiding of passend werk of wij helpen u op weg naar hulpverlening of zorg.

Artikel 3.1:

Artikel 3:2: 3.2 Samenwerken

Artikel 3:2: 3.2 Werkwijze

1.

2.

T

of deze verordening het wel mogelijk maakt.

1.

2.

U bent in de eerste plaats zelf, met de hulp van de mensen om u heen of met de hulp van uitzendbureaus en andere organisaties, verantwoordelijk om werk te vinden. Als u dat niet lukt, kunnen wij u helpen. Daarbij gebruiken wij de voorzieningen genoemd in dit hoofdstuk. Wij kunnen u een voorziening aanbieden als: a. u een uitkering van ons ontvangt; b. u geen uitkering van ons ontvangt en geen hulp krijgt van instanties zoals UWV, SVB of werkgevers; c. u jonger bent dan 27 jaar, geen werk heeft en geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger heeft.

PW, IOAW, IOAZ

PW, IOAW, IOAZ

Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, regiogemeenten en organisaties. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen.

1. Bij het vinden van werk of een opleiding die bij u past, werken wij samen met UWV, regiogemeenten en organisaties. 2. Wij ondersteunen werkgevers die werk hebben voor inwoners die onder de doelgroep van de gemeente vallen.

Artikel 3.3: 3.3 Voorzieningen – werk PW, IOAW, IOAZ

Artikel 3.3: 3.3 Voorziening PW, IOAW, IOAZ

1. Wij stemmen de hulp aan u af gelet op de positie op de arbeidsmarkt. 2. Wij bieden hulp aan in de vorm van voorzieningen. Het doel daarvan is het vinden of behouden van passend werk. Voorzieningen die in ieder geval kunnen worden ingezet zijn:  participatieplaats  beschut werk  proefplaatsing  werkervaringsplaats/stage  detacheringsbaan  basisbaan  sociale activering  vrijwilligerswerk  diagnostische instrumenten  werkgeverssubsidie  loonkostensubsidie  scholing, cursussen, trainingen  begeleiding, ondersteuning  jobcoaching  jobhunting, bemiddeling  nazorg  kinderopvang  andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk

1. 2. 3. 4.

5.

6.

7.

Wij kijken welke hulp u nodig heeft. Wij beoordelen welke voorziening passend is voor u. Wij bepalen welke voorziening we inzetten en voor hoe lang. Wij kijken naar uw omstandigheden, uw mogelijkheden en eventuele beperkingen, zorg voor kinderen, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en het beschikbare budget. Wij stemmen de hulp aan u af gelet op uw positie op de arbeidsmarkt. Het doel van de voorziening is het vinden of behouden van passend werk. Wij kunnen in ieder geval de volgende voorzieningen inzetten: • • • •

Meer informatie over de verschillende voorzieningen vindt u in de volgende artikelen.

8.

9.

participatieplaats beschut werk proefplaatsing werkervaringsplaats/stag e • detacheringsbaan • basisbaan • sociale activering • vrijwilligerswerk • diagnostische instrumenten • werkgeverssubsidie • loonkostensubsidie • scholing, cursussen, trainingen • begeleiding, ondersteuning • jobcoaching • jobhunting, bemiddeling • nazorg • kinderopvang • andere voorzieningen en vergoedingen, maatwerk In een plan van aanpak leggen wij vast welke hulp u krijgt en welke afspraken wij met u maken. Wij kunnen nadere regels vaststellen ter uitwerking van dit artikel.

T

Artikel 3.1.1: 3.3.1 Participatieplaats

Artikel 3.1.1: 3.3.1 Participatieplaats PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u voor een periode van maximaal 2 jaar een participatieplaats aanbieden. U komt hiervoor in aanmerking als u een uitkering krijgt, ouder dan 27 jaar bent en de kans op werk klein is. 2. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Het moet gaan om werkzaamheden die passend zijn en speciaal voor u zijn bedacht. 3. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. 4. Na iedere 6 maanden kunt u een premie van maximaal € 250,00 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.

T

Artikel 3.2.2: 3.3.2 Beschut werk

PW, IOAW, IOAZ

1.

2.

3.

4.

5.

Wij kunnen deze voorziening inzetten als u een uitkering krijgt, ouder bent dan 27 jaar en uw kans op werk klein is. Wij kunnen voor een periode van maximaal twee jaar een participatieplaats aanbieden. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Een voorwaarde is dat het werk niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever en ook niet leidt tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties. Na iedere 6 maanden kunt u een premie van maximaal € 250,00 ontvangen. Een voorwaarde is dat u voldoende heeft meegewerkt aan het vergroten van uw kans op werk.

Artikel 3.2.2: 3.3.2 Beschut werk PW, IOAW, IOAZ

1. Wij bieden u een beschutte werkplek aan, als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Daarbij gelden de voorwaarden die in de Participatiewet zijn genoemd. 2. Het doel is om u een veilige werkplek te bieden als u alleen onder aangepaste omstandigheden kan werken. 3. Wij bieden de volgende voorzieningen aan, zodat u beschut kan werken: a. het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt; b. uitsplitsing van taken; c. het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt; d. jobcoaching.

PW, IOAW, IOAZ

1.

2. 3.

Wij kunnen u een beschutte werkplek aanbieden, als het UWV heeft vastgesteld dat u alleen kan werken als het werk en de omgeving zijn aangepast aan uw mogelijkheden. Het doel is om u een veilige werkplek te bieden. Wij bieden de volgende aanpassingen aan, zodat u beschut kunt werken: a. het aanpassen van uw werkplek of de omgeving waarin u werkt; b. uitsplitsing van taken; c. het aanpassen van werktempo, het aantal uren dat u werkt en de begeleiding die u krijgt; d. jobcoaching.

4. Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden: a. helpen bij de invulling van uw dag; b. vrijwilligerswerk; c. scholing; d. schuldhulpverlening. 5. Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven er naar om in ieder geval het door het rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplekken per jaar te realiseren.

T

Artikel 3.3.3: 3.3.3 Proefplaatsing

4.

5.

Als u in aanmerking komt voor beschut werk, kunnen wij helpen om de stap naar beschut werken makkelijker te maken. Wij kunnen de volgende voorzieningen aanbieden: a. helpen bij de invulling van uw dag; b. vrijwilligerswerk; c. scholing; d. schuldhulpverlening. Wij zetten ons in om iedereen die voor beschut werk in aanmerking komt te plaatsen. We streven er naar om in ieder geval het door het rijk opgelegde minimum aantal beschutte werkplekken per jaar te realiseren.

Artikel 3.3.3: 3.3.3 Proefplaatsing PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u een proefplaatsing aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een bedrijf om werkervaring op te doen. 2. Het doel is dat u kennis en vaardigheden opbouwt. 3. Tijdens deze periode kan het bedrijf een beeld krijgen om te zien of u geschikt bent voor het werk. 4. De plaatsing duurt drie maanden maar stopt als het doel eerder duidelijk is. 5. Het uiteindelijke doel is dat u voor minimaal zes maanden in dienst komt bij het bedrijf. 6. De werkgever moet u goed begeleiden. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

PW, IOAW, IOAZ

1.

2.

3. 4.

5.

6. 7.

Wij kunnen u, bij wijze van proef, tijdelijk en met behoud van uw uitkering een proefplaatsing aanbieden bij een bedrijf om werkervaring op te doen. De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt eerder als het doel eerder bereikt is. Het doel is dat u kennis en vaardigheden opbouwt. Het uiteindelijke doel is dat u voor minimaal zes maanden in dienst komt bij het bedrijf. Tijdens de proefplaatsing kan het bedrijf een beeld krijgen om te zien of u geschikt bent voor het werk. De werkgever moet u goed begeleiden. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

T

Artikel 3.3.4: 3.3.4 Werkervaringsplaats/stage

Artikel 3.3.4: 3.3.4 Werkervaringsplaats/stage

PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u een werkervaringsplaats aanbieden. U gaat dan bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uw uitkering aan de slag bij een reintegratiebedrijf om werknemersvaardigheden te leren. 2. Tijdens deze periode willen wij een beeld krijgen van de voortgang van de doelen in het trajectplan. 3. De plaatsing duurt drie maanden maar stopt als u de afgesproken doelen hebt gehaald. 4. We kunnen de plaatsing na 3 maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal 6 maanden. 5. Het doel is de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. U doet tijdens deze periode werkzaamheden die bij u passen. 6. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties

T

Artikel 3.3.5: 3.3.5 Detacheringsbaan

PW, IOAW, IOAZ

1.

2.

3.

4.

5.

Wij kunnen u bij wijze van proef tijdelijk en met behoud van uitkering een werkervaringsplaats/stage aanbieden bij een reintegratiebedrijf. De plaatsing duurt drie maanden, maar stopt eerder als u het doel heeft behaald. Wij kunnen de plaatsing na drie maanden verlengen, maar met verlenging duurt de plaatsing maximaal zes maanden. Het doel is om werknemersvaardigheden te leren en daarmee de kans op betaald werk te vergroten en werkervaring op te doen. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties

Artikel 3.3.5: 3.3.5 Detacheringsbaan PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u een detacheringsbaan aanbieden. 2. Hierbij gaat u via een andere organisatie aan de slag bij een werkgever. 3. Het doel is dat u uiteindelijk bij de werkgever in dienst komt. T

Artikel 3.3.6: 3.3.6 Basisbaan

PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u via een andere organisatie een baan aanbieden bij een werkgever. 2. Het doel is dat u uiteindelijk bij de werkgever in dienst komt.

Artikel 3.3.6: 3.3.6 Basisbaan PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u een basisbaan aanbieden. 2. Deze baan bieden we u aan als na afloop van een werkervaringsplaats blijkt dat er geen werk voor u is, terwijl u uw doelen wel hebt gehaald en

PW, IOAW, IOAZ

1.

Wij kunnen u een basisbaan aanbieden als na afloop van een werkervaringsplaats en/of participatieplaats blijkt dat er geen werk voor u is, terwijl u wel uw doelen heeft behaald.

3. Het doel is u een werkplek te bieden zodat u niet meer afhankelijk bent van een uitkering.

2.

3.

4.

T

Artikel 3.3.7: 3.3.7 Sociale activering

Het doel is u te helpen naar betaald werk zodat u niet meer afhankelijk bent van een uitkering. Een basisbaan kunnen wij enkel aanbieden als u een bijstandsuitkering ontvangt en ouder bent dan 27 jaar. Voor een basisbaan krijgt u het wettelijk minimumloon.

Artikel 3.3.7: 3.3.7 Sociale activering PW, IOAW, IOAZ

PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u sociale activering aanbieden. U gaat dan nuttige werkzaamheden doen die u dichter bij werk brengen. 2. Het doel is u te helpen moeilijkheden op weg naar werk of in uw dagelijks leven te overwinnen.

T

Artikel 3.3.8: 3.3.8 Vrijwilligerswerk

1. Wij bieden u, als u nog niet toe bent aan werken, activiteiten aan die u dichter bij werk brengen. 2. Het doel is u te helpen moeilijkheden op weg naar werk of in uw dagelijks leven te overwinnen.

Artikel 3.3.8: 3.3.8 Vrijwilligerswerk PW, IOAW, IOAZ

T

PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden. Vrijwilligerswerk kan u helpen om uw afstand tot werk kleiner te maken. 2. Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot.

1. Wij kunnen u vrijwilligerswerk aanbieden om uw afstand tot werk kleiner te maken. 2. Het doel van het vrijwilligerswerk is dat u uw kennis en vaardigheden vergroot.

Artikel 3.3.10: 3.3.10 Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie

Artikel 3.3.10: 3.3.10 Werkgeverssubsidie en tijdelijke loonkostensubsidie

PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen werkgevers een subsidie geven. 2. Het doel is om werkgevers te stimuleren u in dienst te nemen. Maar ook om extra kosten die werkgevers maken voor uw begeleiding te vergoeden. 3. Wij stellen vast of een werkgever een subsidie krijgt en hoe hoog de subsidie is. Dit is afhankelijk van uw situatie.

PW, IOAW, IOAZ

1.

2.

3.

Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt, voor een korte periode loonkostensubsidie geven. Dit doen wij alleen als de werkgever geen wettelijke loonkostensubsidie kan krijgen en u niet in aanmerking komt voor andere vergoedingen. Het doel is om werkgevers te stimuleren u in dienst te nemen. Maar ook om extra kosten die

T

4. Een voorwaarde is dat dit niet leidt tot verdringing van andere werknemers bij dezelfde werkgever. Ook mag het niet leiden tot oneerlijke concurrentie met andere organisaties.

werkgevers maken voor uw begeleiding te vergoeden. Het werk mag geen andere werknemers bij hetzelfde bedrijf verdringen. Ook mag er geen oneerlijke concurrentie ontstaan met andere organisaties.

4.

Artikel 3.3.11: 3.3.11 Wettelijke loonkostensubsidie

Artikel 3.3.11: 3.3.11 Wettelijke loonkostensubsidie

PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen een werkgever die u in dienst neemt een wettelijke loonkostensubsidie geven, als u wel kunt werken, maar niet het wettelijk minimumloon kunt verdienen met een fulltime baan. 2. Het doel is om werkgevers te stimuleren inwoners met een beperking in dienst te nemen en hen een vergoeding te geven voor productieverlies. 3. Wij stellen vast of u in staat bent om het wettelijk minimumloon te verdienen. De loonwaarde deskundige bepaalt uw loonwaarde op de manier zoals beschreven in het Besluit loonkostensubsidie Participatiewet. De loonkostensubsidie stemmen we af op de loonwaarde.

PW, IOAW, IOAZ

1.

2.

3.

4. 5.

6.

7.

T

Wij kunnen de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie toekennen als u bij de werkgever in dienst komt, maar niet het wettelijke minimumloon kan verdienen. De werkgever moet voldoen aan de voorwaarden van artikel 10d van de Participatiewet. Het doel van deze subsidie is om werkgevers te stimuleren inwoners met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en productieverlies te vergoeden. Wij stellen vast of u het wettelijke minimumloon kunt verdienen. De loonkostensubsidie aan de werkgever hangt af van de loonwaarde. De hoogte van de loonkostensubsidie is maximaal 70% van het wettelijke minimumloon. Daar komen de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij. Totdat de loonwaarde is gemeten, kunnen wij de werkgever maximaal zes maanden een vaste maandelijkse loonkostensubsidie toekennen van maximaal 50% van het wettelijke minimumloon. Daar komen nog de wettelijke vakantietoeslag en een vergoeding voor werkgeverslasten bij.

Artikel 3.3.12:

Artikel 3.3.12:

3.3.12 Scholing, cursussen, trainingen

3.3.12 Scholing, cursussen, trainingen

PW, IOAW, IOAZ

PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u scholing, een cursus of een training aanbieden. 2. De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden of te kunnen behouden. 3. Wij bepalen wat voor scholing u krijgt en hoe lang dit duurt. De scholing stemmen we af op uw mogelijkheden en uw positie op de arbeidsmarkt. 4. Wij kunnen u ondersteunen bij een leerwerktraject. Dit doen we als je a. 16 of 17 jaar bent en leerplichtig bent, of b. 18 tot 27 jaar bent en nog geen havo-, vwo- of mbo-diploma vanaf niveau 2 of hoger hebt. T

Artikel 3.4: 3.4 Tegenprestatie

1. 2.

3.

Wij kunnen u scholing, een cursus of een training aanbieden. De scholing is bedoeld om werk te kunnen vinden of te kunnen behouden. Wij bepalen wat voor scholing u krijgt en hoe lang dit duurt.

Artikel 3.4: 3.4 Tegenprestatie PW, IOAW, IOAZ

PW, IOAW, IOAZ

Op het moment dat u een uitkering van de gemeente ontvangt, kunnen wij u een verplichting opleggen om een tegenprestatie te doen. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.

1. Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen als u een uitkering ontvangt en wij dit een passende manier vinden om iets terug te doen voor de samenleving. 2. De tegenprestatie moet nuttig zijn voor de samenleving en is onbetaald. 3. Het doel van de tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen op werk. 4. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, duur van de werkloosheid en eventuele beperkingen. 5. U hoeft geen tegenprestatie te leveren als dit niet is te combineren met vrijwilligerswerk of mantelzorg. 6. De tegenprestatie duurt zolang u nog geen re-integratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden. 7. De tegenprestatie mag het vinden van werk niet in de weg zitten. 8. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en tot oneerlijke concurrentie. 9. U mag zelf een voorstel doen hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij

3.4.1 Waarom een tegenprestatie? PW, IOAW, IOAZ

Een tegenprestatie is een passende manier om iets terug te doen voor de samenleving. U zet zich in voor de samenleving als reactie op inspanningen van de gemeente voor u. Het doel van een tegenprestatie is het vergroten van uw zelfredzaamheid en/of het vergroten van uw kansen op werk. Zelfredzaamheid is het vermogen om voor uzelf te zorgen. 3.4.2 Voorbeelden van een tegenprestatie PW, IOAW, IOAZ

1.

U kunt de tegenprestatie invullen door: a. het doen van vrijwilligerswerk; b. het leveren van mantelzorg; c. overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden; d. door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen.

2. De tegenprestatie mag uw stap naar werk niet in de weg staan. 3. U mag zelf een voorstel doen hoe u de tegenprestatie wil invullen. Als dit nodig is, kunnen wij meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel. 4. Het kan zijn dat u al maatschappelijk actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen we deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie.

meedenken en ondersteuning bieden. Wij beoordelen uw voorstel. 10. U kunt de tegenprestatie invullen door: a. het doen van vrijwilligerswerk; b. het leveren van mantelzorg; c. overige maatschappelijke nuttige werkzaamheden; d. door te werken aan persoonlijke problemen zodat u (later) in staat bent aan één van de hiervoor genoemde vormen van tegenprestatie te voldoen. 11. Het kan zijn dat u al maatschappelijke actief bent. Als u al een of meerdere van de hierboven genoemde activiteiten doet, kunnen we deze activiteiten aanmerken als tegenprestatie.

3.4.3 Wanneer doet u een tegenprestatie? PW, IOAW, IOAZ

1. Wij kunnen u een tegenprestatie opleggen, zolang u nog geen reintegratietraject volgt of betaald werk heeft gevonden. 2. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke situatie en omstandigheden;

T

Artikel 3.5 Minimaregelingen Wij hebben verschillende regelingen voor inwoners met een laag inkomen. Wanneer u hier recht op heeft kunt u vergoedingen ontvangen voor verschillende kosten die u maakt. In deze paragraaf leest u er meer over. Binnen de regelingen werken wij met uitkeringsnormen en vermogensgrenzen.

Artikel 3.5 Regelingen voor mensen met een laag inkomen Tekst geschrapt, is dubbelop met wat in de artikelen vermeld staat.

T

Artikel 3.5.1 1. U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of ander aanwezige middelen. 2. U kunt uw aanvraag digitaal indienen via de website van de gemeente. 3. U kunt ook een aanvraag indienen door een aanvraagformulier bijzondere bijstand in te vullen en op te sturen. 4. Voor de uitvoering van de bijzondere bijstand kan het college nadere regels vaststellen.

Artikel 3.5.1 1.

2.

3.

U kunt bijzondere bijstand aanvragen voor extra uitgaven die noodzakelijk zijn en die u niet kunt betalen uit uw maandelijkse inkomen of andere aanwezige middelen. Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u in aanmerking komen voor individuele bijzondere bijstand. In afwijking van lid 2 van dit artikel geldt voor de kosten van bewindvoering, mentor, curatele en rechtsbijstand een inkomensgrens

4.

T /I

Artikel 3.5.2 1. Wij bieden samen met CZ een collectieve zorgverzekering aan voor mensen met een laag inkomen. 2. Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u gebruik maken van deze zorgverzekering voor minima. 3. Als uw inkomen lager dan 120 procent van de bijstandsnorm is kunt u een bijdrage voor de premie van de aanvullende zorgverzekering krijgen.

Lid 2 en lid 3 oud zijn geschrapt omdat dit reeds in artikel 2.1 staat. Artikel 3.5.2 1.

2.

3.

4.

T /I

Artikel 3.5.3 en 3.5.4 3.5.3 Individuele inkomenstoeslag

1. U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger is dan 110 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. 2. U kunt uw aanvraag indienen door een formulier in te vullen. Dit formulier is door de gemeente vastgesteld. 3.5.4 Hoogte van de individuele inkomenstoeslag

1. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 350,00 als u alleenstaand bent;

van 100 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. Voor de uitvoering van de bijzondere bijstand kunnen we nadere regels vaststellen.

Wij bieden samen met CZ een collectieve zorgverzekering aan voor mensen met een laag inkomen. Als u een inkomen heeft lager dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm kunt u gebruik maken van deze zorgverzekering voor minima. Als uw inkomen lager dan 120 procent van de bijstandsnorm is kunt u een bijdrage voor de premie van de aanvullende zorgverzekering krijgen. Voor de uitvoering van deze categoriale bijzondere bijstand kunnen we nadere regels stellen.

Artikel 3.5.3 (beide oude artikelen samengevoegd) Lid 2 van artikel 3.5.3 oud is vervallen omdat dit reeds in artikel 2.1 vermeld staat. W

P

3.5.3 Individuele inkomenstoeslag PW 1.

2.

U kunt individuele inkomenstoeslag aanvragen, als u langdurig een laag inkomen heeft. Hiermee bedoelen we in de 36 maanden voor de aanvraagdatum een inkomen had dat niet hoger is dan 120 procent van de voor u toepasselijke uitkeringsnorm. De individuele inkomenstoeslag is per kalenderjaar: a. € 350,00 als u alleenstaand P bent; W b. € 450,00 als u alleenstaande ouder bent;

b. € 450,00 als u alleenstaande ouder bent; c. € 500,00 als u gehuwd bent.

N Artikel 3.5.5 t/m 3.5.7

N Artikel 3.5.8 en 3.5.9

I

Artikel 3.5.10

I

I

Artikel 3.5.11

T Artikel 4.2 Niet vrij toegankelijke hulp T Artikel 5.1 N Artikel 5.2 Meedoen

N Artikel 5.2.1

I

Artikel 5.3.2

N Artikel 5.3.3 / T N Artikel 5.3.4 N Artikel 5.5.2 Voorwaarden mantelzorgwaardering T Artikel 6.1 /I

Komt te vervallen omdat dit in de Participatiewet is geregeld en dit niet in de verordening nogmaals moet staan. Samengevoegd tot één artikel 3.5.4 Ook hier is de inkomensgrens vastgesteld op 120% i.p.v 100% Artikel 3.5.5 120% Artikel 3.5.6 (nieuw) Artikel opgenomen over het Volwassenfonds Sport en Cultuur Inkomensgrens: 120% Artikel 3.5.7 120% Artikel 4.2 Individuele voorziening geschrapt Artikel 5.1 Dagbesteding (groepsbegeleiding) In dit artikel is het oude artikel 5.1, 5.2 en 5.2.2 verwerkt in één artikel. De term ‘meedoen’ is er uit gehaald om verwarring met de regeling Meedoen uit de PW te voorkomen. Artikel 5.2 Individuele begeleiding In dit artikel is het oude artikel 5.2 en 5.2.1 verwerkt. Geschrapt Reden: op grond van de Wmo 2015 is dit artikel niet langer toegestaan. De Wmo 2015 bepaalt dat terugvordering enkel mogelijk is als de klant opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt. Het anti-speculatiebeding kan niet standaard in een beschikking worden opgenomen omdat er sprake moet zijn van opzet. Opzet is moeilijk aan te tonen. Er is wel een mogelijkheid dat de klant (een deel van) de woningaanpassing terugbetaalt via de eigen bijdrage (abonnementstarief). Artikel 5.3.2 Aanhef is lid 2 geworden. Artikel 5.3.3 Artikel 5.5.3 Voorwaarden mantelzorgwaardering -

Geldt ook voor Jeugdwet

-

Tekst aangepast: ‘als u in aanmerking komt…’ i.p.v ‘als u … nodig heeft’

De term ‘in aanmerking komt’ impliceert dat er voorwaarden aan verbonden zijn. I

Artikel 6.2.1 lid 3: 3.

Het pgb kan niet worden beheerd door de volgende personen of instanties: a. de persoon die de hulp gaat bieden; b. iemand die op hetzelfde adres woont als de persoon die de hulp gaat bieden; c. door een administratiekantoor; d. het gestelde onder a. en b. geldt niet voor de Jeugdwet.

Artikel 6.2.1 Lid 3: Het pgb kan niet worden beheerd door een administratiekantoor.

Toegevoegd: Lid 5 t/m lid 8: 5.U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. In het pgb-plan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en wie de ondersteuning gaat geven. Wij moeten het plan goedkeuren en zullen daarna het pgb vaststellen. 6.Wij stellen een pgb vast waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunt inkopen. 7.Nadat het pgb is toegekend, moet u of uw vertegenwoordiger met de hulpverlener een zorgovereenkomst sluiten. Deze zorgovereenkomst moet gebaseerd zijn op het besluit van de gemeente. 8. Wij kunnen, als wij dit nodig vinden, periodiek met u het pgb en het beheer ervan evalueren. Wij kunnen u verzoeken, in de situatie dat u het pgb niet zelf beheert, om de pgb-beheerder niet bij dit gesprek uit te nodigen. U kunt in voorkomende gevallen desgewenst een beroep doen op een onafhankelijk cliëntondersteuner. 9.We kunnen nadere regels vaststellen.

I

Artikel 6.2.2 verwijderd: 6.2.2 Pgb bij ondersteuning door personen uit het sociale netwerk

Artikel 6.2.2 herschreven: 6.2.2 Professionele en nietprofessionele hulp Jeugdwet, Wmo 2015 1. Bij het vaststellen van de hoogte van Jeugdwet, Wmo 2015 het pgb wordt onderscheid gemaakt tussen professionele en niet1. De persoon die ondersteuning geeft professionele hulp. mag iemand uit uw sociale netwerk 2. Van professionele hulp is sprake als zijn. Dit mag alleen als wij vinden dat de hulp verleend wordt door deze persoon:

a. gemotiveerd heeft aangegeven dat de ondersteuning niet tot overbelasting leidt; b. in staat is om de ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning op grond van de wet; c. een originele verklaring omtrent gedrag (VOG) heeft die niet ouder is dan drie maanden. 2. Het college kan nadere regels vaststellen.

onderstaande personen, met uitzondering van uw bloed- en aanverwanten in de 1e of 2e graad: a. iemand die in dienst is van een instelling of bedrijfsmatig hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister, of b. iemand die als zelfstandige zonder personeel beroepsmatig de hulp verleent en ingeschreven staat in het Handelsregister. 3. U mag het pgb besteden aan hulp die wordt gegeven door een professionele hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden. Deze persoon: a. moet de diploma’s hebben die nodig zijn om de hulp te kunnen geven; b. heeft een originele verklaring omtrent het gedrag (VOG) die niet ouder is van drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag; c. moet als hij jeugdhulp biedt, aantonen dat hij de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling gebruikt en dat hij SKJ of BIG geregistreerd is. 4. Van niet-professionele hulp is sprake als: a. de hulp geboden wordt door personen, al dan niet uit het sociaal netwerk, niet voldoet aan de criteria als genoemd in lid 2; b. de hulp geboden wordt door personen die voldoen aan de criteria genoemd in lid 2, maar bloed- of aanverwanten zijn in de 1e of 2e graad. 5. U mag het pgb besteden aan hulp die wordt gegeven door een nietprofessionele hulpverlener, als deze persoon voldoet aan de volgende voorwaarden. Deze persoon: a.

heeft gemotiveerd aangegeven dat de ondersteuning niet tot overbelasting leidt; b. is in staat om de ondersteuning te bieden die voldoet aan de kwaliteitseisen die gelden voor die ondersteuning op grond van de wet; c. heeft een originele verklaring omtrent het gedrag (VOG) die niet ouder is dan drie maanden voorafgaand aan de datum van de aanvraag. 6. We kunnen nadere regels vaststellen. Dit artikel is herschreven om voor de uitvoering en voor de burger duidelijk te

T

Artikel 6.2.3: 1. U maakt een plan voor de besteding van het pgb. Dit is het pgb-plan. In het pgb-plan schrijft u onder andere welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen en wie de ondersteuning gaat geven. Wij moeten het plan goedkeuren en zullen daarna het pgb vaststellen. 2. Wij stellen een pgb vast waarmee u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunt inkopen. 3. Nadat het pgb is toegekend, moet de budgetbeheerder met de hulpverlener een zorgovereenkomst sluiten. Deze zorgovereenkomst moet gebaseerd zijn op het besluit van de gemeente. 4. Het pgb is niet hoger dan de volledige kostprijs van het hulpmiddel of de dienst (100 procent) en is niet hoger dan de goedkoopst passende ondersteuning. Als het bedrag dat u de hulpverlener uit het pgb gaat betalen hoger is dan het maximumbedrag van 100 procent, of hoger dan de goedkoopst passende ondersteuning, betaalt u de meerkosten zelf. 5. Bij het bepalen van de hoogte van het pgb hanteren wij de volgende regels: a. Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor hulp in natura. b. Als iemand uit uw sociale netwerk de hulp gaat bieden, is het pgb 120 procent van het wettelijk minimumloon  zoals vastgesteld op 1 januari van het voorafgaande jaar,  voor een persoon van 21 jaar of ouder,  inclusief vakantiebijslag, en  bij een 36-urige werkweek. 6.

Als een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad de

hebben wanneer er sprake is van een professionele hulpverlener en wanneer van een niet-professionele hulpverlener. Op die manier kan er geen verwarring ontstaan over het tarief dat van toepassing is. Artikel 6.2.3: Lid 1 tot en met lid 3 oud zijn toegevoegd aan artikel 6.2.1 lid 5 tot en met 7 Lid 4 oud is herschreven in lid 1 nieuw Lid 5 oud is herschreven in lid 2 nieuw Lid 6 oud komt te vervallen, dit is verwoord in artikel 6.2.2 Lid 7 oud is lid 3 nieuw Lid 8 oud is lid 4 nieuw Lid 9 oud is lid 5 nieuw Lid 10 oud is lid 6 nieuw 1.Het pgb voor een hulpmiddel is niet hoger dan de volledige kostprijs van het hulpmiddel en is niet hoger dan de goedkoopst passende voorziening. Als het bedrag dat u voor het hulpmiddel uit het pgb gaat betalen hoger is dan de goedkoopst passende voorziening, betaalt u de meerkosten zelf. 2.Bij het bepalen van de hoogte van het pgb voor het inkopen van hulp hanteren wij de volgende regels: a.Als een professionele hulpverlener de hulp gaat bieden is het pgb 75 procent van de kostprijs voor hulp in natura. b.Als een niet-professionele hulpverlener de hulp gaat bieden, is het pgb 120 procent van het wettelijk minimumloon 

zoals vastgesteld op 1 januari van het voorafgaande jaar,  voor een persoon van 21 jaar of ouder,  inclusief vakantiebijslag, en  bij een 36-urige werkweek. 3. Gaat het om een hulpmiddel, dan houden we bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving. Maar we houden ook rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten. 4. Als u een pgb krijgt voor beschermd wonen, dan gelden de regels die zijn

I

ondersteuning verleent, zien wij dit altijd als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk. Als een professional uit uw sociale netwerk de ondersteuning verleent, dan gelden de regels voor ondersteuning door het sociale netwerk. 7. Gaat het om een hulpmiddel, dan houden we bij de hoogte van het pgb rekening met een reële termijn voor de technische afschrijving. Maar we houden ook rekening met de onderhouds- en verzekeringskosten. 8. Als u een pgb krijgt voor beschermd wonen, dan gelden de regels die zijn vastgelegd in de ‘Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 van de gemeente Vlissingen’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 16 december 2020. 9. Voor een pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u twee offertes op. Wij bepalen aan de hand van deze offertes de hoogte van het pgb. 10. Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar. Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel.

vastgelegd in de ‘Integrale verordening Wmo en Jeugd 2021 van de gemeente Vlissingen’. De gemeenteraad van Vlissingen heeft deze verordening vastgesteld op 16 december 2020. 5. Voor een pgb voor woningaanpassingen stellen wij een document op waarin de eisen staan waaraan een woningaanpassing moet voldoen. Dit heet het programma van eisen. Aan de hand van dit document vraagt u twee offertes op. Wij bepalen aan de hand van deze offertes de hoogte van het pgb. 6. Wij stellen het pgb voor hulpmiddelen als volgt vast: de hoogte van het pgb is gelijk aan de huurprijs die wij betalen voor een vergelijkbaar middel bij zorg in natura. De hoogte van het pgb is maximaal de huurprijs van 7 jaar. Tenzij de situatie verandert waardoor het hulpmiddel niet meer passend is. In deze prijs zitten ook de kosten voor onderhoud, verzekering en reparatie van het hulpmiddel.

Artikel 6.4 6.4 Wat is de eigen bijdrage?

6.4 bijdrage?

Wat is de eigen Wmo 2015

1. Wij passen de wettelijke regels van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 toe. Een bijdrage is nooit hoger dan de feitelijke kosten van de voorziening. 2. Als u gebruik maakt van intramuraal beschermd wonen (hulp in natura) blijft u een inkomensafhankelijke eigen bijdrage betalen. 3. Het abonnementstarief geldt niet voor niet AOW-gerechtigde

1. U betaalt een eigen bijstand in de kosten voor een maatwerkvoorziening. 2. We passen daarbij de wettelijke regels van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 toe. 3. Een bijdrage in de kosten is nooit hoger dan: a. Het bedrag dat betaald moet worden op grond van het

meerpersoonshuishoudens. Deze groep betaalt geen eigen bijdrage.

4.

5. 6.

7.

Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of b. De kostprijs van de voorziening als deze lager is dan het bedrag dat u volgens het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 zou moeten betalen. De duur van de eigen bijdrage hangt af van de soort voorziening. a. Voor hulpverlening vragen wij een eigen bijdrage voor zolang de indicatie duurt. b. Voor voorzieningen die in bruikleen worden verstrekt, vragen wij een eigen bijdrage zolang de voorziening aan u is verstrekt. c. Voor een drempelhulp vragen wij een eigen bijdrage totdat de kostprijs is voldaan. d. Voor een roerende voorziening die wij in eigendom verstrekken, vragen wij een eigen bijdrage totdat de kostprijs is voldaan. e. Voor een bouwkundige of woon technische aanpassing vragen wij een eigen bijdrage totdat u de kostprijs heeft voldaan. Er is slechts één eigen bijdrage per huishouden verschuldigd. Als u gebruik maakt van intramuraal beschermd wonen (hulp in natura) betaalt u een inkomensafhankelijke bijdrage. Er geldt geen eigen bijdrage: a. als u of uw partner/echtgenoot al een bijdrage in de kosten van beschermd wonen moet betalen; b. voor niet AOW-gerechtigde meerpersoonshuishoudens; c. voor een minderjarige, met uitzondering van woningaanpassingen; d. voor een rolstoel; e. voor een algemene voorziening; f. als uw inkomen lager is dan 120 procent van de voor u van toepassing zijnde uitkeringsnorm.

8. Voor het collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV) geldt een eigen bijdrage per kilometer en een starttarief.

I

Hoofdstuk 7 inleiding U leest in dit hoofdstuk over de afspraken tussen inwoners en gemeente. Wij zijn er voor u en u kunt dingen van ons verwachten. Andersom verwachten we ook dingen van u. In dit hoofdstuk beschrijven wij wat de gevolgen zijn als u zich niet aan uw plichten houdt.

geschrapt

Artikel 7.2.6 ingevoegd

Artikel 7.2.6:

7.2.6 Arbeidsverplichtingen die in de wet staan PW 1. Als u een verplichting als bedoeld in artikel 18, vierde lid van de Participatiewet niet of onvoldoende nakomt, bedraagt de verlaging 100 procent van de bijstandsnorm voor een maand. 2. Als er bijzondere omstandigheden zijn, passen we de verlaging van het eerste lid toe over twee maanden in twee gelijke delen. De twee maanden zijn de maand waarover de verlaging oorspronkelijk is opgelegd en de maand daarna. De verlaging voor in de wet vastgelegde verplichtingen was per abuis niet in de verordening 2022 geregeld. Deze omissie is in de verordening 2023 hersteld. N Artikel 7.2.6 t/m 7.2.10 N Artikel 7.2.10 lid 1 T T

Artikel 7.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening Artikel 7.4.1 7.4.1 Beëindiging voorziening Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ

1. We kunnen het recht op een voorziening intrekken als: a. de voorziening of het pgb niet langer passend of nodig is; b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen die we aan de voorziening hebben verbonden;

Artikel 7.2.7 t/m 7.2.11 Artikel 7.2.11 lid 1 Verwijzing naar de juiste artikelen. Artikel 7.4 Intrekken, herzien en terugvorderen voorziening Artikel 7.4.1 7.4.1 Intrekking voorziening Jeugdwet, Wmo 2015, PW, IOAW, IOAZ

1.We kunnen het recht op een voorziening herzien of intrekken als: b. de voorziening of het pgb niet langer passend of nodig is; b. u zich niet houdt aan voorwaarden en verplichtingen

c. we de voorziening of het pgb hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u; d. als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening of het pgb. En we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten; e. u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld; f. u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening of van het pgb, behalve als u daar niets aan kunt doen. 2. We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht intrekken.

die we aan de voorziening hebben verbonden; c. we de voorziening of het pgb hebben verstrekt op grond van verkeerde of onvolledige gegevens door u; d. als u onvoldoende meewerkt aan een onderzoek naar het recht op de voorziening of het pgb. En we hierdoor niet langer kunnen vaststellen of we een voorziening kunnen voortzetten; e. u de voorziening voor een ander doel gebruikt dan bedoeld; f. u binnen drie maanden geen gebruik maakt van de voorziening of van het pgb, behalve als u daar niets aan kunt doen. g. u overlijdt. 2. We kunnen de voorziening met terugwerkende kracht herzien of intrekken.

T

Artikel 7.4.2 7.4.2 Terugvordering voorziening Wmo 2015, PW, Burgerlijk Wetboek

Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening/het pgb of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 7.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen Wmo-voorzieningen of – persoonsgebonden budgetten alleen bij opzet van u, of van een derde terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u en die derde opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt.

Wordt Artikel 7.4.3 (hernummering) Jeugdwet toegevoegd 7.4.3 Terugvordering voorziening Jeugdwet, Wmo 2015, PW, Burgerlijk Wetboek

Wij kunnen, los van de situaties die in artikel 58 van de Participatiewet staan, de voorziening of de waarde daarvan van u terugvorderen. Dit doen wij als er sprake is van één van de redenen die we in artikel 7.4.1 hebben opgesomd. Wij kunnen Wmo-voorzieningen of – persoonsgebonden budgetten alleen bij opzet van u, of van een derde terugvorderen als we die voorzieningen hebben ingetrokken omdat u en die derde opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens aan ons heeft verstrekt. Pgb valt onder de term ‘voorziening’.

I

Artikel 7.6

Artikel 7.6 Lid 4 toegevoegd: Het college kan nadere regels stellen over welke eisen gelden voor het melden van calamiteiten en geweld bij verstrekking van een voorziening.

T

Aanhef hoofdstuk 9

geschrapt

De diensten en producten die de gemeente levert, moeten van goede kwaliteit zijn. Diensten moeten aansluiten bij de behoefte van de inwoner. Producten moeten degelijk zijn en goed bruikbaar voor de inwoner. De gemeente moet zich bij de inkoop van diensten en producten aan bepaalde regels houden. T

Aanhef hoofdstuk 10 U vindt in dit hoofdstuk informatie over:  wanneer het college kan afwijken van deze verordening; en  welke oude verordeningen komen te vervallen.

geschrapt

I

Artikel 10.3 Wij trekken de volgende verordeningen in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding):

Artikel 10.3 Wij trekken de volgende verordeningen in op de datum dat deze verordening ingaat (inwerkingtreding):

        

I

Verordening jeugdhulp Terneuzen 2017 Verordening maatschappelijke ondersteuning Terneuzen 2020 Verordening Tegenprestatie Participatiewet Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet Re-integratieverordening Participatiewet Verordening Cliëntenparticipatie Participatiewet Verordening Individuele Studietoeslag Participatiewet Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Verordening Verrekening Bestuurlijke Boete bij recidive Participatiewet Verordening Individuele Inkomenstoeslag Participatiewet

Artikel 10.4 1. Als u een aanvraag heeft ingediend onder de oude verordeningen en waarop het college nog niet heeft beslist bij het in werking treden van deze verordening, wordt afgehandeld op grond van deze verordening. 2. Als u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen een besluit dat wij hebben genomen op basis van een ingetrokken verordening, beslissen wij op uw bezwaarschrift op de

Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022

Artikel 10.4: 1.

2.

U houdt het recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022, totdat we een nieuw besluit hebben genomen. Als u een aanvraag heeft ingediend onder de oude verordening en waarop wij nog niet hebben beslist bij het in werking treden van deze verordening,

toepasselijke ingetrokken verordeningen.

wordt uw aanvraag afgehandeld op grond van deze verordening. Als u een bezwaarschrift heeft ingediend tegen een besluit dat wij hebben genomen op basis van de ingetrokken verordening, beslissen wij op uw bezwaarschrift op de toepasselijke ingetrokken verordening. We kunnen afwijken van lid 3 als dit gunstiger is voor u. Als u een zorgcontract heeft met iemand uit uw sociaal netwerk en u ontvangt een pgb naar het tarief voor een professionele hulpverlener, dan komt dit hoge tarief te vervallen zodra de looptijd van de voorziening is verstreken. Als uw pgb, zoals bedoeld in lid 5 van dit artikel, doorloopt na 1 maart 2023, dan gaan we uw pgb opnieuw beoordelen vanaf 1 maart 2023. Per 1 januari 2023 zal voor alle nieuwe voorzieningen, met uitzondering van die genoemd in artikel 6.4 van deze verordening, het abonnementstarief gelden. Heeft u een lopende voorziening waarvoor wij een eigen bijdrage op grond van deze verordening kunnen opleggen, dan leggen we de eigen bijdrage op vanaf 1 september 2023.

3.

4. 5.

6.

7.

8.

I

Artikel 10.5: 1. Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2022. 2. Deze verordening treedt in werking op 1 maart 2022.

I

Artikel 11.1:

Artikel 10.5: 1.Wij noemen deze verordening: Verordening sociaal domein gemeente Terneuzen 2023. 2.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2023. Artikel 11.1: Begrippen toegevoegd: -

Algemeen verbindend voorschrift Algemene voorziening Herzien Intrekken Kostprijs Loonwaarde Middelen Ouder Passend werk

-

I

Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 16 december 2021.

Voorziening Voorliggende voorziening Wij Woonplaatsbeginsel Zelfredzaamheid

Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Terneuzen op 15 december 2022.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12063167/1