2022-11-30 - bijlage 2 Toelichting
Tekst van het document
Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, uitbreiding transformatorstation Gemeente Terneuzen Opdrachtgever Stedin Netbeheer B.V.
identificatie
planstatus
identificatiecode:
datum:
status:
NL.IMRO.0715.BPIDM06-VG01
23-11-2021 17-2-2022 28-6-2022
concept voorontwerp ontwerp vastgesteld
projectnummer:
040551.20201792 opdrachtleider:
mr. ir. H. Wenting
2
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
7
1.1
Aanleiding en doel bestemmingsplan
7
1.2
Coördinatieregeling
7
1.3
Ligging plangebied
8
1.4
Leeswijzer
8
Hoofdstuk 2
Planbeschrijving
9
2.1
Huidige situatie
9
2.2
Toelichting op de beoogde ontwikkeling
9
2.3
Toelichting op de juridische regeling
13
Hoofdstuk 3
Toetsing aan beleid en visies
17
3.1
Toetsing aan Rijksbeleid
17
3.2
Toetsing aan provinciaal beleid
18
3.3
Toetsing aan regionaal beleid
19
3.4
Toetsing aan gemeentelijk beleid
19
Hoofdstuk 4
Toetsing aan omgevingsaspecten
23
4.1
M.e.r.-beoordeling
23
4.2
Verkeersaspecten
23
4.3
Cultuurhistorie en archeologie
24
4.4
Bodemkwaliteit
30
4.5
Watertoets
31
4.6
Industrielawaai
31
4.7
Wegverkeerslawaai
33
4.8
Milieuhinder en bedrijven
33
4.9
Luchtkwaliteit
34
4.10
Ecologie en Landschappelijke inpassing
35
4.11
Planologisch relevante leidingen en externe veiligheid
38
4.12
Niet-gesprongen explosieven
41
4.13
Klimaat
41
Hoofdstuk 5
Financiële aspecten
43
5.1
Financiële uitvoerbaarheid
43
Hoofdstuk 6 uitvoerbaarheid
Resultaten overleg en maatschappelijke
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Rho adviseurs voor leefruimte
45 45
040551.20201792
3
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
4
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
5
Toelichting
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
6
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
7
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doel bestemmingsplan
Het bestaande transformatorstation aan de H.H. Dowweg in Terneuzen dient te worden uitgebreid. Deze uitbreiding heeft twee redenen. In de eerste plaats wordt op het terrein van de Mosselbanken een zonnepark ontwikkeld. Om de door dit park geproduceerde stroom op het elektriciteitsnet te kunnen brengen, dient de capaciteit van het transformatorstation te worden uitgebreid. Daarnaast is het nodig om de capaciteit van het bestaande transformatorstation uit te breiden in verband met toekomstige ontwikkelingen op het terrein van Dow of in de directe omgeving. Denk daarbij aan lokaal opgewekte duurzame energie en het aansluiten van nieuwe bedrijven. Als wettelijk aangewezen netbeheerder faciliteert Stedin Netbeheer B.V. (tot 1-1-2022 Enduris b.v.) daarbij ook de energie-transitie. Het totaal opgesteld elektrisch vermogen van het transformatorstation zal gefaseerd ongeveer 490 MVA bedragen. Op basis van de huidige regels met betrekking tot storingsreserve geldt dat het totaal vermogen dat tegelijkertijd in bedrijf is, ten hoogste 345 MVA zal bedragen. In overleg met Dow, als eigenaar van de omliggende gronden, en de gemeente Terneuzen is een locatie bepaald voor de uitbreiding van het transformatorstation direct grenzend aan het bestaande transformatorstation: in de huidige landschappelijke inpassing van het Dow-terrein aan de H.H. Dowweg, ter hoogte van de Elstacentrale.
Op basis van de geldende beheersverordening is de realisatie van het transformatorstation op deze locatie niet mogelijk. Aan de locatie is het besluitvlak 'Groen' toegekend. Met het opstellen van voorliggend bestemmingsplan wordt de beoogde realisatie van het transformatorstation mogelijk gemaakt.
1.2
Coördinatieregeling
Als een bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen, bestaat de mogelijkheid om de procedures voor de omgevingsvergunning bouwen, de omgevingsvergunning milieu en eventuele andere vergunningen en de planologische procedure gecoördineerd te doorlopen. Dit is geregeld in artikel 3.30 lid 1 onder b Wet ruimtelijke ordening. Het toepassen van de coördinatieregeling betekent dat het bestemmingsplan tegelijkertijd met de omgevingsvergunning bouwen, de omgevingsvergunning milieu en eventueel andere vergunningen één beroepsprocedure bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State doorloopt, voor zowel het ruimtelijk besluit als de gecoördineerde vergunningen. De beroepsprocedure is bij toepassing van de coördinatieprocedure ook korter dan zonder coördinatieprocedure (6 maanden in plaats van een jaar). De procedure voor voorliggend bestemmingsplan wordt gecoördineerd doorlopen met de omgevingsvergunning voor het bouwen en de omgevingsvergunning voor milieu.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
8
1.3
Ligging plangebied
De beoogde locatie van het nieuwe transformatorstation ligt tussen de H.H. Dowweg en de Elstacentrale, aan de zuidzijde van Dow Benelux. Het perceel wordt ontsloten via de inrit van Ravago.
Figuur 1.1. Ligging plangebied
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting op het bestemmingsplan heeft de volgende opzet. In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven en wordt de voorgenomen ontwikkeling (het initiatief) toegelicht. Direct daaropvolgend is aangegeven op welke wijze de nieuwe situatie planologisch-juridisch is geregeld in voorliggend bestemmingsplan. In hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan vastgesteld en voorgenomen beleid van verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is het plan getoetst aan sectorale wetgeving en aspecten. In hoofdstuk 5 en 6 wordt ingegaan op de financiële en de maatschappelijke uitvoerbaarheid. In deze toelichting en in de regels van het bestemmingsplan zijn veelvuldig relatieve verwijzingen toegepast ('hyperlinks'). Hiermee is op een snelle en eenvoudige manier onderliggende informatie benaderbaar. Zo kunnen binnen de bestemmingsartikelen gehanteerde begrippen worden aangeklikt waarmee direct wordt gesprongen naar de betreffende begripsbepalingen. Ook kan vanuit de regels de toelichting worden geraadpleegd en kunnen omgekeerd vanuit de toelichting (vooral in paragraaf 2.3 met de juridische planbeschrijving) de regels direct worden benaderd.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
9
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Huidige situatie
De locatie voor de uitbreiding van het transformatorstation maakt op dit moment deel uit van de landschappelijke inpassing van het Dow-terrein aan de H.H. Dowweg dat bestond uit een met bomen beplant perceel. De beplanting is inmiddels gekapt. Het gaat om een gebied van bijna 7.900 m². In figuur 2.1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven. Ten zuiden van het plangebied ligt de H.H. Dowweg. Aan de westzijde grenst de locatie aan het bestaande transformatorstation, aan de noordzijde aan de Elstacentrale en aan de oostzijde aan het parkeerterrein van het 3PL-terrein van Ravago.
Figuur 2.1 Weergave plangebied in de huidige situatie (bron: ESRI)
2.2
Toelichting op de beoogde ontwikkeling
Noodzaak Het bestaande transformatorstation aan de H.H. Dowweg heeft onvoldoende capaciteit om het zonnepark Mosselbanken aan te kunnen sluiten en om andere ontwikkelingen, zoals het elektrificeren van functies voor bedrijven, woningen, mobiliteit en de opwek van duurzame energie in de omgeving te kunnen faciliteren. Netbeheerders zijn op grond van de Elektriciteitswet 1998 verplicht iedereen die daarom verzoekt aan te sluiten op het net en het transport van die elektriciteit uit te voeren. Hiervoor is het noodzakelijk dat het bestaande transformatorstation wordt uitgebreid. Het volledige zonnepark Mosselbanken wordt op de uitbreiding aangesloten. Het zonnepark krijgt een totale omvang van ruim 30 hectare waarbinnen 111.114 panelen zijn opgesteld. De hoeveelheid jaarlijks opgewekte elektriciteit is ongeveer 56 miljoen kilowattuur, dit staat gelijk aan een jaarverbruik van ruim 15.000 huishoudens.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
10
Locatiekeuze De uitbreiding van het bestaande transformatorstation moet aansluiten op op het landelijk hoogspanningsnet op het bestaande station. Hiervoor komen alleen de percelen die direct grenzen aan het bestaande transformatorstation in aanmerking. De locaties ten westen en ten oosten van het huidige station zijn in eigendom van DOW èn vrij van bebouwing. De locatie ten westen van het huidige transformatorstation is niet beschikbaar voor het beoogde transformatorstation van Stedin Netbeheer B.V. omdat deze locatie ook in beeld is voor het project TNZ2030 van DOW voor het reduceren van CO2 uitstoot. Hiermee is alleen het perceel ten oosten van het trafostation beschikbaar voor de uitbreiding. Het bestaande transformatorstation ligt centraal in het voorzieningengebied. Op de uitbreiding worden ook andere ontwikkelingen in de omgeving aangesloten. Een transformatorstation nabij het zonnepark Mosselbanken is geen optie, omdat de niet-centrale ligging ertoe leidt dat er teveel voorzieningen aangelegd moeten worden om andere ontwikkelingen aan te kunnen sluiten. Dit heeft grotere impact op de omgeving dan uitbreiding van het bestaande transformatorstation.
De beoogde ontwikkeling De uitbreiding van het bestaande transformatorstation bestaat (in de eindfase) uit 6 transformatoropstellingen met een maximale bouwhoogte van 8 meter en 4 gebouwen met technische installaties (zie figuur 2.2). De fasering is als volgt: Fase Nieuwe transformator 1 2 x 150/20KV (TR151 en TR152) (2 x 100MVA) 2 2 x 20/10KV (TR21 en TR22) (2 x 45MVA) 3 1 x 150/20KV (TR153) (1 x 100MVA) 4 1 x 150/20KV (TR154) (1 x 100MVA)
Nieuw gebouw 20KV hal
buiten werking op huidige terrein
10KV hal
transformatoren TR51 en TR52
uitbreiding fase 1 met 20KV 20 KV
De totale opstelling heeft een elektrisch vermogen van 4x 100MVA + 2x 45MVA = 490MVA. Vanwege de huidige regels met betrekking tot storingreserve bedraagt het totale vermogen dat tegelijkertijd in bedrijf is ten hoogste 3x 100MVA + 1x 45MVA = 345MVA. De transformatoropstellingen zijn voorzien van zogenoemde bliksempieken van maximaal 15 meter hoog. De beoogde gebouwen en transformatoropstellingen zullen gefaseerd worden gerealiseerd. Bij de realisatie van het transformatorstation zullen met name langs de (noord)oostrand van het plangebied nieuwe bomen worden ingeplant waarmee het zicht op de achterliggende Elstacentrale deels wordt ontnomen (zie figuur 2.3).
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
11
Figuur 2.2 Schetsontwerp beoogde ontwikkeling (Bron: Stedin Netbeheer B.V. 18-01-2022)
Figuur 2.3 Zijaanzicht transformatoropstelling (Bron: Stedin Netbeheer B.V.) Er is geen sprake van een reguliere personele bezetting van de 10kV en/of 20kV schakelgebouwen noch van het Centraal Diensten Gebouw. Het station is onbemand. Slechts bij periodieke inspectierondes, regulier beheer en onderhoud, projecten of eventuele calamiteiten zijn er personen op het station aanwezig. Er is geen sprake van een kantoorgebouw. Verlichting en geluid Er komt terreinverlichting zoals ook aanwezig is op het bestaande transformatorstation. Er worden circa 8 lantaarnpalen geplaatst met een hoogte van maximaal 4 meter. De lampen zijn naar de grond gericht en hebben een sterkte van 5 lux. Dit is vergelijkbaar met openbare straatverlichting. Het verdwijnen van de beplanting zorgt er niet voor dat er sprake is van extra lichthinder van verlichting op het terrein van DOW, omdat de hoge geluidswand in stand blijft die ook voorkomt dat sprake is van lichthinder. Om in beeld te brengen wat de geluidbijdrage van het plan op de omgeving is, is een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De resultaten hiervan zijn beschreven in paragraaf 4.6 en Bijlage 6. Rooien beplanting en herplant Om uitbreiding van het transformatorstation mogelijk te maken is het noodzakelijk de aanwezige beplanting te rooien. Rho heeft een studie uitgevoerd naar de visuele gevolgen van het rooien van de beplanting.
Daaruit komt naar voren dat groot deel geluidswand Elsta al zichtbaar was vanuit het westen (Braakman) en dat er vanwege aanwezige beplanting langs dijken en op erven al een gefilterd beeld aanwezig is. Omdat er in het plangebied beschermde soorten voorkwamen die verstoord zouden worden is door
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
12
Stedin Netbeheer B.V. op 15 december 2021 een ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd. Deze ontheffing is op 11 februari 2022 verleend (zie paragraaf 4.10 voor een uitgebreide beschrijving). In de ontheffing is opgenomen dat de aanwezige beplanting in het plangebied in principe alleen mag worden verwijderd buiten het broedseizoen. Vanaf 1 maart 2022 is gestart met het kappen van de bomen zodat de werkzaamheden voor het broedseizoen zouden plaats vinden. Voor het kappen van de bomen is een melding ingediend bij de provincie voor het vellen van de houtopstand als bedoeld in artikel 4.2 Wet natuurbescherming. Op 15 februari 2022 is aan aanvraag voor een omgevingsvergunning, onderdeel 'aanleggen' (artikel 2.1.1.b) ingediend voor het vellen van houtopstand waarbij stobben worden verwijderd (vanwege de bestemming Waarde - Archeologie en de bescherming van eventueel aanwezige archeologische waarden). Deze omgevingsvergunning is op 24 maart 2022 verleend. Na afloop van de bezwaartermijn zijn de stobben verwijderd. Voor het rooien van de houtopstanden geldt een herplantplicht (zie paragraaf 4.10 voor een uitgebreide beschrijving). Geldend planologisch regime In de geldende 'Beheersverordening Dow, Mosselbanken, Logistiek Park, inclusief 1ste wijziging, waterstofgasleiding' uit 2018 is aan de gronden binnen het plangebied de functie 'Groen' toegekend.
De realisatie van het beoogde transformatorstation is binnen de geldende beheersverordening niet mogelijk. Om de uitbreiding van het transformatorstation mogelijk te maken is Stedin Netbeheer B.V. voornemens om een zelfstandig bestemmingsplan op te stellen. Op de projectlocatie gelden verder de functies 'Waarde-Archeologie-1' en 'Waarde-Archeologie-2'. Op gronden met de functie 'Waarde-Archeologie-1' is bij bodemingrepen dieper dan 50 centimeter en groter dan 100 m² een archeologisch onderzoek noodzakelijk waarin aangetoond wordt dat er geen archeologische waarden geschaad worden door de ontwikkelingen. Voor de gronden met de functie 'Waarde-Archeologie-2' geld dit voor bodemingrepen dieper dan 50 centimeter en groter dan 500 m². Het deel van het plangebied waar de functie 'Waarde-Archeologie-1' geldt betreft een zeer smalle strook aan de westkant van het plan.
Figuur 1.4 Uitsnede geldende beheersverordening met het plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
13
2.3
Toelichting op de juridische regeling
2.3.1 Wettelijk kader In de Wro en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is geregeld dat alle nieuwe ruimtelijke plannen, waaronder bestemmingsplannen, digitaal moeten worden vervaardigd, met inachtneming van de daartoe wettelijk verplicht gestelde ruimtelijke ordeningsstandaarden (thans SVBP2012, IMRO2012, STRI2012). Op die wijze zijn bestemmingsplannen onderling vergelijkbaar en ook digitaal uitwisselbaar. Ook de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is van belang voor bestemmingsplannen. 2.3.2 Opzet van de bestemmingsregeling Ten aanzien van de opzet van de bestemmingsregeling (verbeelding en planregels) is het volgende van belang. Verbeelding Eisen aan de verbeelding In relatie tot de digitale verplichting verdient het de voorkeur zoveel mogelijk onderdelen van de regeling op de verbeelding zichtbaar te maken en de regels zo transparant mogelijk te houden. Op de verbeelding wordt met bestemmingen en aanduidingen aangegeven welk gebruik is toegestaan en of er ten behoeve van die bestemmingen mag worden gebouwd. De bestemmingen worden door middel van hoofdletters aangeduid, zoals 'BT' voor 'Bedrijventerrein'.
De gronden met deze aanduiding zijn bestemd voor opgaande beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het betreffende en achterliggende terrein Naast enkelbestemmingen die met een kleur worden aangeduid, zijn er dubbelbestemmingen die op de verbeelding herkenbaar zijn aan arceringen. De gehanteerde bestemmingen Voor het gehele perceel is de bestemming 'Bedrijventerrein - A' (BT-A) opgenomen. Daarnaast zijn de delen waar archeologische waarden kunnen voorkomen (zie paragraaf 4.3.2) beschermd met de dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 en is de gasleiding in het noordoosten van het plangebied voorzien van de dubbelbestemming Leiding - Gas - gemengd 2. Regels Op grond van SVBP2012 hebben de hoofdstukken waarin de regels zijn opgenomen, de volgende vaste volgorde. In hoofdstuk 1 (Inleidende regels) worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald. In hoofdstuk 2 (Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven. Hoofdstuk 3 (Algemene regels) bevat een aantal regels (voorheen bepalingen genoemd) die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de bepaling welke wettelijke regeling van toepassing).
Hoofdstuk 4 (Overgangs- en slotregels ten slotte bevat het overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan. Ook al is in het plangebied nu geen bebouwing aanwezig, de regeling is wettelijk voorgeschreven. Ook bij de opstelling van een bestemmingsbepaling (Hoofdstuk 2 van de regels) moet een vaste volgorde gebruikt worden: Een bestemmingsregel behoeft niet alle voorgeschreven elementen te bevatten. Dit is afhankelijk van de aard van de bestemming. Alle bestemmingen bevatten wel een
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
14
bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voorts is in het Bro een aantal bepalingen opgenomen waaraan de regels van het bestemmingsplan moeten voldoen. Het gaat hierbij om een aantal begrippen, regels ten aanzien van het overgangsrecht en de anti-dubbeltelbepaling. Tot slot dienen de regels zoveel mogelijk aan te sluiten bij de regels van andere bestemmingsplannen binnen de gemeente Terneuzen en de beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, 1ste wijziging, waterstofgasleiding die op 15 maart 2018 is vastgesteld. Voor meer informatie over de geldende regelingen wordt verwezen naar paragraaf 3.4.5. 2.3.3 Toelichting op de gehanteerde bestemmingen Bedrijventerrein - A (Artikel 3) Voor het plangebied is de bestemming 'Bedrijventerrein - A' (BT-A) opgenomen conform de omliggende gronden. Binnen deze bestemming is, in afwijking van de geldende beheersverordening, vastgelegd dat een transformatorstation is toegestaan met een vermogen tussen de 200 en 1.000 kWh (als aangewezen Wgh-inrichting). Binnen deze bestemming worden alle activiteiten en voorzieningen die met het transformatorstation samenhangen, zoals transformatoropstellingen, installatiegebouwen, leidingen en bliksempieken mogelijk gemaakt zonder dat de exacte positionering daarvan wordt vastgelegd. Met aanduidingen wordt het gebruik nader gespecificeerd en het bouwen gereguleerd.
Zo is een specifieke aanduiding voor groen opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is alleen opgaande beplanting ten behoeve van de landschappelijke inpassing van het betreffende en achterliggende terrein toegestaan. Verder zijn voorzieningen toegestaan die gebruikelijk zijn op een bedrijventerrein, zoals parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen en watervoorzieningen. Dubbelbestemmingen Leiding - Gas - gemengd 2 Deze bestemmingen is opgenomen voor de in paragraaf 4.11 genoemde aardgas-/waterstofgasleiding Deze planologisch relevante leiding heeft een doorgaande transportfunctie. Leidingen, die op het terrein van een inrichting liggen en ook deel uitmaken van die inrichting, zijn niet planologisch relevant en hoeven daarom niet op de verbeelding te worden weergegeven. De afweging of nieuwe functies en bebouwing binnen de bebouwings- en toetsingsafstanden van deze leidingen aanvaardbaar zijn, vindt plaats in het kader van de milieuwetgeving die voor het bedrijf geldt. De breedte van de dubbelbestemming is opgebouwd uit het werkelijke ruimtebeslag (de breedte van de leiding) en de bijbehorende belaste strook (belemmeringenstrook). Deze strook heeft in het plangebied een breedte van 5 m aan weerszijden van de leiding. In verband met risicowetgeving en -beleid zijn het soort gas dat door de leiding mag worden getransporteerd en de druk en diameter vastgelegd.
Ten behoeve van deze dubbelbestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Ten behoeve van de samenvallende bestemmingen dient het bouwen steeds aan het leidingenbelang te worden getoetst. Dit geldt ook voor het uitvoeren van werkzaamheden die geen direct verband houden met het bouwen en die de grond roeren, zoals het aanbrengen of rooien van diepwortelende beplantingen en bomen. Deze werkzaamheden zijn alleen mogelijk met een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (voorheen aanlegvergunning genoemd), die alleen kan worden verleend na advies van de betrokken leidingbeheerder en als het leidingbelang niet wordt geschaad. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2 (Artikel 5) In het bestemmingsplan is op basis van het gemeentelijke archeologiebeleid een archeologische dubbelbestemming opgenomen (zie ook paragraaf 4.3). De dubbelbestemming valt samen met andere bestemmingen en heeft tot doel de bescherming en veiligstelling van het archeologisch erfgoed in de bodem. De regeling is gebaseerd op de standaardregels die de gemeente voor bestemmingsplannen Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
15
heeft opgesteld. Voordat er ten behoeve van een samenvallende bestemming (bijvoorbeeld 'Bedrijven') een activiteit mag worden uitgevoerd die de bodem roert, moet worden nagegaan of daardoor geen onevenredige schade aan de archeologische waarden wordt toegebracht. Om deze afweging mogelijk te maken is het bouwen afhankelijk gemaakt van een omgevingsvergunning en is voor andere werkzaamheden dan bouwen (bijvoorbeeld graven) ook een omgevingsvergunning nodig. Deze wordt niet verleend indien daardoor in onevenredige mate schade aan de archeologische waarde wordt of kan worden toegebracht. Onder bepaalde voorwaarden is geen omgevingsvergunning noodzakelijk. 2.3.4 Toelichting op de algemene regels De algemene regels bestaan uit een aantal algemene, niet aan specifieke bestemmingen gekoppelde, bepalingen. Anti-dubbeltelbepaling (Artikel 6) Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Bro vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Algemene afwijkingsregels (Artikel 7) Voor ondergeschikte afwijkingen van de bestemmingsplanbepalingen (de bouwregels) is een algemene afwijkingsregel opgenomen.
Algemene wijzigingsregels (Artikel 8) Overschrijding bestemmingsgrenzen In lid 8.1 is een algemene flexibiliteitsbepaling opgenomen om voor bepaalde onderdelen van bestemmingen of gebouwen dan wel bouwwerken af te wijken van de bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. Deze bepaling gaat verder dan die van artikel 7 lid 7.1 vandaar dat hier altijd een wijziging voor nodig is van burgemeester en wethouders. Het criterium 'in verband met de werkelijke toestand van het terrein' is vooral aan de orde in situaties waarbij een terrein of gebied een geheel nieuwe inrichting krijgt en waarbij in het veld maar weinig aanknopingspunten zijn. Bij het uitzetten van het gebied blijkt dat de afmetingen niet exact gelijk zijn aan de coördinaten op tekening in het digitale bestand en dat de situering van de nieuwe openbare wegen en de uitgeefbare percelen iets moet worden aangepast. Gezien de nauwkeurigheid van tegenwoordig, gaat het daarbij om centimeters in plaats van meters.
Overige regels (Artikel 9) Dit artikel bevat één bepaling, namelijk "Werking wettelijke regeling (lid 9.1)" In een aantal gevallen wordt in de regels van bestemmingsplannen verwezen naar een (andere) wettelijke regeling of wordt een procedure, begrip en / of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. Ook in de begripsbepalingen komen die verwijzingen voor. Op grond van jurisprudentie mag een bestemmingsplan slechts volgens de vereiste procedure van de Wro worden gewijzigd. Het impliciet wijzigen van een bestemmingsplan door wijzigingen in wetgeving in de bepalingen waarnaar wordt verwezen is niet toegestaan. Het is dan ook nodig dat verwijzingen naar toepasbare wettelijke regelingen worden gefixeerd, namelijk naar de tekst ervan zoals die op het moment van vaststelling van het plan gold. Uit praktische overwegingen is er voor gekozen in dit hoofdstuk van de regels een artikel "Wettelijke regelingen" op te nemen, waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het staatsblad.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
16
2.3.5 Toelichting op de overgangs- en slotbepalingen Overgangsrecht (Artikel 10) Op grond van artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening is het verboden gronden en bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan. In artikel 10 van de regels is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 10.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor bouwwerken opgenomen. In lid 10.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen. Slotregel (Artikel 11) De titel of de naam van het bestemmingsplan is vastgelegd in artikel 11 van de regels.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
17
Hoofdstuk 3
3.1
Toetsing aan beleid en visies
Toetsing aan Rijksbeleid
3.1.1 Programma Energiehoofdstructuur Het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) stelt nationale kaders op zodat overheden en bouwers deze nieuwe energie-infrastructuur goed kunnen plannen. Zo worden de kabels en leidingen veilig en verantwoord voor natuur en landschap aangelegd. De afspraken in het Programma Energiehoofdstructuur gaan over het hele Nederlandse grondoppervlak, behalve de Noordzee. Met energiehoofdstructuur worden de kabels, leidingen, opslag- en conversielocaties die van nationaal belang zijn, zoals hoogspanningskabels bedoeld. Het PEH actualiseert de inhoud van de Structuurvisies Windenergie op Land, Buisleidingen en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III). De Nationale Omgevingsvisie (NOVI, september 2020) vormt een overkoepelend beleidskader voor het Programma Energiehoofdstructuur en bevat zodoende diverse principes en beleidsuitgangspunten die relevant zijn voor de uitwerking van dit programma. Centraal in de NOVI staat de samenhang en afstemming tussen verschillende belangen in de leefomgeving, met als doel een goede leefomgevingskwaliteit. 3.1.2 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen.
Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Deze opgaven moeten worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de volgende generaties. Met de NOVI wordt een perspectief geboden om deze grote opgaven aan te pakken, om samen het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. Een van de nationale opgaven die in de NOVI wordt behandeld is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO2-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur.
De opgave is het waarborgen van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, het vervangen van fossiele energiebronnen door duurzame bronnen (inclusief besparing), de aanpassing van de netwerken voor warmte, gas en elektriciteit en het inpassen en zoveel mogelijk beperken van de ruimtebehoefte voor opwekking, conversie, opslag en transport van energie.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
18
Met de realisatie van het transformatorstation op het terrein van DOW, op korte afstand van de locatie waar de energie wordt gewonnen èn afgezet, wordt invulling gegeven aan deze opgave. 3.1.3 Energieakkoord In september 2013 werd door ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuur- en milieuorganisaties, maatschappelijke organisaties en financiële instellingen het Energieakkoord voor duurzame groei gesloten. Het akkoord heeft als doel het terugbrengen van de energievraag door middel van energiebesparingen met gemiddeld 1,5% per jaar, het terugdringen van het gebruik van aardgas en een toename van het aandeel hernieuwbare energieopwekking naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land, wind op zee, diverse vormen van lokale opwekking zoals zonne-energie, en de inzet van biomassa. In 2016 is het nieuwe Energierapport gepresenteerd waarin wordt aangegeven dat het Klimaatakkoord van Parijs van belang is voor het Nederlandse energie- en klimaatbeleid. De belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland zijn zonne-energie, windenergie, bio-energie en aardwarmte. In het Regeerakkoord Rutte III 'vertrouwen in de toekomst 2018 - 2021' is afgesproken om de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 95% terug te dringen ten opzichte van 1990.
Dit komt neer op een emissiereductiedoel van 49% in 2030. Om deze doelen te behalen moet een transitie plaatsvinden naar een duurzamere energievoorziening. Naast productie op zee, is ook productie op land nodig, waaronder zonne-energie. Zonne-energie zal in de toekomst een steeds groter onderdeel uitmaken van de energiemix. De nationale overheid stimuleert op verschillende manier de grootschalige opwekking van zonne-energie, onder meer door de Stimuleringsregeling Duurzame Energie (SDE+). In het Regeerakkoord is een nieuw Klimaatakkoord aangekondigd met verdergaande ambities en doelen. 3.1.4 Klimaatakkoord Op 28 juni 2019 is het Klimaatakkoord vastgesteld. Het Kabinet heeft met het nationale klimaatakkoord een centraal doel: het terugdringen van de uitstoot van broeikassen in Nederland met 49% ten opzichte van 1990. Het kabinet pleit in Europa voor een broeikasgasreductie van 55% in 2030. Het centrale doel van het Klimaatakkoord, het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, raakt aan het leven van alledag. Het beoogde transformatorstation draagt bij aan de doelstellingen zoals genoemd in het Klimaatakkoord.
3.2
Toetsing aan provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsplan Zeeland Inzet van beleid Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen van het provinciaal beleid voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan heeft betrekking op de onderwerpen economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. Het Omgevingsplan 2018 bevat slechts beperkt nieuw beleid ten opzichte van het Omgevingsplan 2012-2018. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 beoogt naast een concrete invulling voor de vier grote strategische opgaven (duurzame en concurrerende economie, klimaatbestendige en neutrale samenleving, waardevolle leefomgeving en toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfsomgeving) ook een eerste aanzet te geven voor de lange termijn strategische doelen. De verantwoordelijkheid voor het ruimtelijk beleid wordt primair bij de samenwerkende gemeenten gelegd. De provincie beperkt zich tot het bevorderen van de regionale samenwerking en het bewaken van een aantal eigen belangen. Landschappelijke inpassing Ten behoeve van de uitbreiding van het transformatorstation zal de nodige bosbeplanting worden Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
19
gerooid. De herplant vindt grotendeels plaats op een andere locatie. De ruimte voor landschappelijke inpassing van het nieuwe transformatorstation is zeer beperkt. Aan de noordoostzijde van het plangebied zijn gronden gereserveerd voor de aanplant van opgaande beplanting, die het zicht op de achterliggende Elstacentrale beperkt. Langs de H.H. Dowweg zal een aantal bomen en struiken worden geplant. Deze aanplant is bedoeld als versterking van de alternatieve vliegroute voor vleermuizen.
3.3
Toetsing aan regionaal beleid
3.3.1 Regionale Energiestrategie In het nationaal Klimaatakkoord (KA) staat hoe we in Nederland de mondiale klimaatafspraken van Parijs vertalen naar een beleid en een uitvoeringsagenda. Zeeland is als gehele provincie één van de 30 RES-regio’s. In de Regionale Energie Strategie (RES) 1.0 Zeeland staat welke gebieden qua infrastructuur geschikt zijn voor de opwek van zonne- en/of windenergie, waarbij rekening wordt houden met ruimtelijke kwaliteit en andere maatschappelijke opgaven en acceptatie. Ook staat in de RES welke infrastructuur nodig is om het opwekvermogen aan het net te koppelen en wat daarvan de consequenties zijn (ruimtelijk, financieel, planmatig en voor de besluitvorming). Onderdeel van de RES is een zogenaamde Regionale Structuur Warmte (RSW), waarin afspraken zijn gemaakt over de regionale verdeling van het warmteaanbod als voorbereiding op de Transitievisie Warmte (TVW) die iedere gemeente in 2021 af moet hebben. Ook maakt een duurzame mobiliteitsstrategie, inclusief een tank- en laadinfrastructuur, onderdeel uit van de Zeeuwse RES. Toetsing De uitbreiding van het bestaande transformatorstation wordt gebouwd om in eerste instantie het zonnepark op de Mosselbanken aan te sluiten op het netwerk, maar ook om andere toekomstige elektrificatiewerken in de Kanaalzone te kunnen bedienen.
De beoogde ontwikkeling sluit dan ook geheel aan bij de Regionale Energiestrategie.
3.4
Toetsing aan gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Terneuzen 2025 In de structuurvisie Terneuzen wordt op hoofdlijnen vastgelegd waar de gemeente Terneuzen op maatschappelijk, economisch en ruimtelijk gebied zou moeten staan in 2025. De structuurvisie omvat een beschrijving van de lagen van het gemeentelijk grondgebied. Tevens worden de lange-termijnbeelden van het duurzaam ruimtelijk structuurbeeld en het duurzaam maatschappelijk structuurbeeld beschreven. Daarnaast komen verschillende programmatische opgaven aan bod met o.a. (boven)regionale ontwikkelingen, de industrieel-logistieke ontwikkeling in de Kanaalzone, de ontwikkeling van de infrastructuur en de leefomgevingskwaliteit. Een onderdeel binnen leefomgevingskwaliteit is klimaat en energie. Klimaat en energie staan nationaal en internationaal sterk in de belangstelling. De gemeente Terneuzen is al langer bezig met klimaat en energie en profileert zich als energiebewuste gemeente. Het opwekken van duurzame energie wordt gestimuleerd, zowel door te blijven zoeken naar koppelingsmogelijkheden met het aanbod van restwarmte bij industriële bedrijven, maar ook door de plaatsing van zonnepanelen of kleine windturbines mogelijk te maken.
Toetsing De uitbreiding van het bestaande transformatorstation wordt gebouwd om in eerste instantie het zonnepark op de Mosselbanken aan te sluiten op het netwerk, maar ook om andere toekomstige elektrificatiewerken in de Kanaalzone te kunnen bedienen. De beoogde ontwikkeling sluit dan ook aan bij de gemeentelijke structuurvisie.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
20
3.4.2 Structuurvisie zonne-energie De Structuurvisie Zonne-energie en ruimtelijke compensatie (2020) borgt de mogelijkheden voor verduurzaming en vergroening en vormt het toetsingskader voor nieuwe initiatieven met betrekking tot zonnepaneelparken. Het doel van deze structuurvisie is het vastleggen van voorwaarden, eisen en doelstellingen waarom en waarvoor de ruimtelijke compensatie voor grootschalige grondgebonden zonnepaneelparken wordt geheven. Toetsing De uitbreiding van het bestaande transformatorstation wordt gerealiseerd om onder andere het zonnepark Mosselbanken aan te sluiten op het electriciteitsnetwerk. Voor het zonnepark Mosselbanken is een afzonderlijke planologische procedure doorlopen waarbij is getoetst aan de structuurvisie zonne-energie. 3.4.3 Transitie Visie Warmte In het Nederlandse Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2050 alle woningen en gebouwen van het aardgas af zijn. Wijken en dorpen gaan dus overschakelen naar duurzame energie. Dit warmteplan op wijkniveau geeft dus de route aan naar aardgasloze en energieneutrale wijken en kernen van de gemeente Terneuzen in 2050. De gemeente is begonnen met het opstellen van de Transitievisie Warmte. In opdracht van de Zeeuwse gemeenten is de Energie Transitie Atlas opgesteld als bouwsteen hiervoor. De mogelijkheden van een restwarmtenet in de Kanaalzone worden onderzocht.
Toetsing De uitbreiding van het bestaande transformatorstation maakt het mogelijk dat meer gebouwen kunnen overschakelen naar duurzame energie. 3.4.4 Geluidbeleid Visiedocument geluid In het visiedocument voor geluid (september 2007) zijn vier verschillende ambities onderscheiden namelijk 1. Het voorkomen van nieuwe geluidhindersituaties. 2. Het beheersen van bestaande en geaccepteerde geluidhindersituaties. 3. Het opheffen van niet-acceptabele geluidhindersituaties. 4. Het ontwikkelen van beleid en activiteiten ter beperking van geluidbelasting op langere termijn. Uit akoestisch onderzoek dat in het kader van dit bestemmingsplan is uitgevoerd (zie paragraaf 4.6 en bijlage 6), blijkt dat van niet-acceptabele geluidhindersituaties geen sprake is. De ontwikkeling zorgt niet voor een onaanvaardbare geluidsituatie in de omgeving. Na toevoeging van het beoogde transformatorstation aan het gezoneerde industrieterrein Terneuzen-West/Logistiek Park wordt namelijk voldaan aan de grenswaarden die gelden voor de zonegrens en de binnen de zone gelegen geluidsgevoelige objecten.
3.4.5 Geldende beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park Het plangebied is momenteel planologisch-juridisch geregeld in de beheersverordening Dow, Mosselbanken en Logistiek Park, 1ste wijziging, waterstofleiding' die op 15 maart 2018 door de gemeenteraad is vastgesteld (planidentificatie: NL.IMRO.0715.BVIDM02-VG01). Op de verbeelding van de beheersverordening zijn besluitvlakken met gebiedsaanduidingen aangegeven die dezelfde betekenis hebben als bestemmingen in een bestemmingsplan. De beoogde locatie heeft daarin de gebiedsaanduidingen Groen en Waarde - Archeologie 1 en 2. Daarnaast is er een besluitvlak dat gelijk gesteld kan worden met een aanduiding in het bestemmingsplan 'geluidzone industrielawaai. De bescherming van de planologisch relevante leiding(en) is geregeld met een kaart in de regels die is gekoppeld aan het artikel Leiding.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
21
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
22
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
23
Hoofdstuk 4
4.1
Toetsing aan omgevingsaspecten
M.e.r.-beoordeling
Toetsingskader In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunningplanmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: de kenmerken van projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten. Ook voor projecten die zijn opgenomen in bijlage D, maar beneden de drempelwaarden vallen, moet een besluit worden genomen of een milieueffectrapportage nodig is. In dat kader wordt afgewogen of het plan, ondanks dat het ruim onder de drempelwaarde blijft, mogelijk toch belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Dit is een 'vormvrije' mer-beoordeling. Toetsing In het Besluit milieueffectrapportage is de bijlage in categorie D (sectie D 11.3) opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer.
De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder deze drempelwaarden (0,76 hectare). Dit betekent dat kan worden volstaan met een zogenaamde 'vormvrije m.e.r.-beoordeling'. In Bijlage 1 is de m.e.r.-beoordeling opgenomen. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en dat het doorlopen van een volledige m.e.r.-procedure niet noodzakelijk is. Het college heeft dan ook op 5 juli 2022 besloten dat het opstellen van een milieueffectrapport niet nodig is.
4.2
Verkeersaspecten
Ontsluiting Het nieuwe transformatorstation wordt ontsloten via de Herbert H. Dowweg. De Herbert H. Dowweg is een gebiedsontsluitingsweg waar een maximum snelheid geldt van 80 km/uur. Fietsers maken langs deze weg gebruik van een vrij liggend fietspad. De Herbert H. Dowweg sluit aan de oostzijde aan op de rotondes van de N252 van/naar de N62 richting Westerscheldetunnel/Goes en Sluiskil/Gent en de stad Terneuzen. Parkeren In 2019 heeft de gemeente Terneuzen een facetbeheersverordening Parkeren vastgesteld. Hiermee is vastgelegd dat een uniforme gemeente-brede parkeerregeling in de beheersverordening is verankerd.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
24
Vastgelegd is dat, indien wijzigen van het gebruik van gronden en/of bouwwerken daartoe aanleiding geeft, voldoende ruimte moet worden aangebracht voor het parkeren. Hierbij moet worden getoetst aan de gemeentelijke parkeernota. Er zijn in de gemeentelijke parkeernota geen normen opgenomen voor een transformatorstation. Het transformatorstation is onbemand. Uitsluitend ten behoeve van inspectie, onderhoud, beheer en reparatie zullen medewerkers aanwezig zijn. Hiervoor zijn in het stedenbouwkundig plan 8 parkeerplaatsen op eigen terrein opgenomen (zie figuur 2.2). Hiermee voorziet het plan in ruime mate in de parkeerbehoefte. Verkeer De beperkte verkeersgeneratie zal afgewikkeld worden op de H.H. Dowweg. Het transformatorstation is in principe onbemand. In de gebruiksfase bestaat de verkeersgeneratie uitsluitend uit voertuigbewegingen in verband met inspectie, onderhoud, beheer van het transformatorstation. Het gaat hierbij om: inspectieronde: 1x per 2 weken, 1 dag, 1 tot 2 man; onderhoud: 1x per jaar, 1 week, 2 man. De verkeersbewegingen zullen opgaan in het huidige verkeersbeeld en hebben geen gevolgen voor de verkeersafwikkeling. Conclusie Parkeren vindt op eigen terrein plaats. De zeer beperkte toename van de verkeersintensiteit als gevolg van de beoogde ontwikkeling, zal geen gevolgen hebben voor de verkeersafwikkeling op de H.H. Dowweg.
4.3
Cultuurhistorie en archeologie
4.3.1 Cultuurhistorie Toetsingskader Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het Rijk opgenomen dat gemeenten bij het nemen van ruimtelijke besluiten rekening moeten houden met de aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten. De facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Voor de beoordeling van het aspect cultuurhistorie is de cultuurhistorische waardenkaart, als onderdeel van de structuurvisie 2025 van de gemeente Terneuzen beschikbaar. Toetsing aan Cultuurhistorische waardenkaart De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen bestaat uit drie kaartbladen: 'behoud', 'behoud door ontwikkeling' en 'Vernieuwing mogelijk' (zie figuren 4.1 t/m 4.3). Op de kaartbladen 'Behoud door ontwikkeling ' en 'Vernieuwing mogelijk' zijn binnen het plangebied geen elementen die van belang zijn voor de beoogde ontwikkeling. Voor het beoogde transformatorstation is het eerste kaartblad wel van belang. Voor het plangebied geldt de strategie 'Beschermen'. Het plangebied is onderdeel van het gebied 'Grootschalige industrieel-logistieke complexen'.
Deze complexen bestaan uit de vestigingen van Dow en het Valuepark in het noorden, de concentratie rond Yara en de Axelse Vlakte bij Sluiskil en de bedrijvigheid rondom Cargill bij Sas van Gent. Deze complexen hebben een zodanig economische waarde voor de gemeente Terneuzen en Zeeuws-Vlaanderen dat het functioneren van deze bedrijvigheid bescherming verdient. De bedrijfsvoering van deze bedrijven wordt beschermd tegen ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving die de bedrijfsvoering kunnen beperken.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
25
Figuur 4.1: Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Terneuzen - kaartblad 'Behoud'
Figuur 4.2: Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Terneuzen - kaartblad 'Behoud door ontwikkeling'
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
26
Figuur 4.3: Cultuurhistorische waardenkaart gemeente Terneuzen - kaartblad 'Vernieuwing mogelijk' Toetsing aan Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) Zeeland De kaart 'Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zeeland' toont waar cultuurhistorische waardevolle aspecten van het landschap gevonden kunnen worden, zoals aardkundige waardevolle gebieden, zeeweringen of historische landschappen (zie figuur 4.4). Binnen het plangebied zijn geen elementen aanwezig van de kaart 'Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zeeland'.
Figuur 4.4: Kaart 'Cultuurhistorische Hoofdstructuur Zeeland' (Bron: Geoloket provincie Zeeland) Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen het gemeentelijk cultuurhistorische beleid. Uit het
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
27
cultuurhistorisch beleid van de gemeente blijkt dat het plangebied valt binnen het gebied Grootschalige industrieel-logistieke complexen. De bedrijfsvoering van deze bedrijven wordt beschermd tegen ruimtelijke ontwikkelingen in de directe omgeving die de bedrijfsvoering kunnen beperken. 4.3.2 Archeologie Archeologie toets Inleiding Op grond van de Wro en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) zijn behoud en beheer van het bodemarchief integraal verankerd in de ruimtelijke werkprocessen van de gemeenten. Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan moet met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten rekening worden gehouden. In het belang van de archeologische monumentenzorg kan bij een ruimtelijk plan worden bepaald dat de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden een rapport dient te overleggen, waarin de archeologische waarde van het terrein dat volgens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders voldoende is vastgesteld. Gemeentelijk archeologiebeleid Als beleidskader geldt het interimbeleid archeologie 'De onderste steen boven?!' en de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Terneuzen. Op 27 januari 2011 is door de gemeenteraad van Terneuzen het interimbeleid archeologie vastgesteld.
De insteek van dit beleid is het regelen van archeologie in ruimtelijke plannen. In een cyclus van 10 jaar zullen alle ruimtelijke plannen aangepast worden, waarbij archeologie in de plannen zal worden ingebracht of geactualiseerd aan de hand van het dan geldende beleid. Als vangnet fungeert de Erfgoedverordening Terneuzen 2011. Deze verordening is geactualiseerd en is in samenhang met het archeologiebeleid opnieuw vastgesteld. In lijn met de intentie van de wetgever wordt een algemene vrijstelling voor archeologie verleend tot 100 m² en een diepte van 0,50 meter voor de zogenaamde kruimelgevallen. De achterliggende gedachte van het archeologiebeleid is het in beeld brengen van de gebieden in de gemeente Terneuzen met een archeologische verwachtingswaarde. Deze verwachtingswaarde kan per gebied en per geologische laag verschillen. De insteek is daarbij soepel waar het kan en streng waar nodig. Aan de hand van de archeologische verwachtingswaarde wordt per deelgebied een grens gesteld waarboven archeologisch onderzoek verplicht is en waaronder vrijstelling wordt verleend. Een en ander is uitgewerkt in een stroomschema in bijlage 1 van 'De onderste steen boven? Interim-beleid archeologie gemeente Terneuzen'. Voor de duidelijkheid is dit schema ook opgenomen in de Bijlage 2 bij deze toelichting.
Wanneer archeologisch onderzoek verplicht is, dient de Archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus) doorlopen te worden. Deze cyclus is er op gericht om te beoordelen of verdergaand onderzoek of behoud noodzakelijk is. Voor de uitvoering en de beoordeling van de onderzoeken wordt aangesloten bij de landelijke en provinciale regelgeving. Door deze cyclus op een goede manier te doorlopen kan een gedegen afweging gemaakt worden waar behoud ter plaatse (in-situ) of een opgraving (ex-situ) noodzakelijk is of achterwege kan blijven. Toetsing aan het beleid Om inzicht te krijgen in de archeologische verwachtingswaarde van het gebied werd aan vijf criteria getoetst: De Archeologische Monumentenkaart (AMK). Deze kaart geeft de wettelijk beschermde archeologische monumenten weer, waarvoor het Rijk bevoegd gezag is. Daarnaast bevat de kaart de door de RCE gewaardeerde gebieden met een (zeer) (hoge) archeologische verwachtingswaarde. Het plangebied maakt geen deel uit van een archeologisch monumententerrein.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
28
Figuur 4.5. AMK en IKAW (bron: https://www.cultureelerfgoed.nl/ onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederland-amk-en-ikaw ) De Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Deze kaart geeft de verwachtingswaarde weer voor de bovenste 1,2 m van de bodem. Deze kaart is gebaseerd op de geomorfologische en geologische kaart van Nederland. Bij een hoge trefkans wordt aangesloten bij de wettelijke vrijstelling van honderd vierkante meter. Voor een middelhoge trefkans kan een ruimere norm gelden. Deze wordt arbitrair vastgelegd op vijfhonderd vierkante meter. Het plangebied ligt in een gebied met een lage trefkans op de IKAW. Archis (Archeologische Informatie Systeem). Dit is de landelijke database waarin alle recent uitgevoerde archeologische onderzoeken en vondsten worden opgeslagen. Deze database geeft een indicatie van de vondsten die gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. Binnen, of direct grenzend aan, het plangebied worden in Archis geen vindplaatsen weergegeven. Het plangebied maakt wel deel uit een groter onderzoeksgebied: het Kennisplan Buitengebied Terneuzen / Project Leemten in Kennis in 2014 (Archisnummer 2439204100). De vermoedelijke ligging van verdwenen dorpen binnen het grondgebied van de huidige gemeente Terneuzen is onderzocht in het kader van het project Leemten in Kennis (figuur 17).
Op basis van een literatuurvermelding wordt het tweede Vremdijcke/Vroondijke, dat tijdens een storm in 1601 verdronk, op korte afstand ten westen van het plangebied gesitueerd. De omschrijvende cirkel rond de mogelijke vindplaats valt echter buiten het huidige plangebied.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
29
Figuur nummer toekennen Situering van verdronken dorpen in de omgeving van het plangebied, op basis van onderzoek in 2014. Bron: De Visser & Emaus 2014. Zeeuws Archeologisch Archief (ZAA). In dit archief rusten de verslagen van alle in het verleden in Zeeland uitgevoerde archeologische onderzoeken, gegevens over losse vondsten en dergelijke. Dit archief geeft een indicatie van de vondsten die in het verleden gedaan zijn. Veel of belangrijke vondsten geven een hogere archeologische verwachtingswaarde. Navraag bij het Zeeuws Archeologisch Depot (mail helpdesk archeologie d.d. 30 september 2021) heeft geen informatie over bekende vindplaatsen in, of direct grenzend aan, het plangebied opgeleverd. De bodemopbouw. Aan de hand van de geologische kaart kan nagegaan worden welke geologische, voor de archeologie relevante, bodemlagen aanwezig zijn. 1. Pleistoceen: vanaf de steentijd 2. Hollandveen: vanaf de ijzertijd en Romeinse tijd 3. Duinkerke II, inclusief „oudere afzettingen van Duinkerke": vanaf de middeleeuwen 4. Duinkerke III: vanaf de nieuwe tijd Het plangebied maakt deel uit van een zone met code F0.3b met witte ruitjes. Dit wil zeggen dat hier sprake is van afzettingen van Duinkerke IIIb op oudere afzettingen van Duinkerke (beide vallen volgens de nieuwe nomenclatuur onder het Laagpakket van Walcheren) op Hollandveen op Pleistoceen.
Volgens de bijkaarten van de Geologische Kaart heeft het Hollandveen ter hoogte van het plangebied een dikte van 1 tot 1,5 m. Het pleistocene dekzand kan volgens de bijkaarten worden verwacht op een diepte van 2 tot 3 m -NAP.
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
30
Figuur 4.6 Geologische kaart Van Rummelen met aanduiding plangebied Conclusie Binnen het plangebied zijn geen archeologische (rijks)monumenten, (gemeentelijke) vindplaatsen of vermeldingen in het Zeeuws Archeologisch Depot bekend. Het ligt bovendien in een gebied dat op de IKAW een lage trefkans krijgt toegekend. Op basis van de eerste 4 toetsingscriteria uit het stroomschema bestaat dus geen onderzoeksplicht. Het plangebied is echter volledig gesitueerd in een gebied waar volgens de Geologische Kaart van Nederland afzettingen van Duinkerke IIIb op oudere afzettingen van Duinkerke (IIIa of II) op Hollandveen op Pleistoceen voorkomen. Voor dit gebied geldt conform het stroomschema een onderzoeksplicht voor bodemingrepen die groter zijn dan 500 m2. én dieper reiken dan 0,50 m –mv. Volgens het gemeentelijke beleid moeten dergelijke gebieden in de ruimtelijke plannen worden voorzien van de dubbelbestemming of gebiedsaanduiding Waarde - Archeologie 2. In gebieden met een Waarde Archeologie-2 geldt een onderzoeksplicht bij een te verstoren oppervlak >500 m2 , die dieper reikt dan 0,50 m –mv. In het kader van de beoogde ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 3). Dit onderzoek zal worden gebruikt om per fase van de ontwikkeling te beoordelen of vervolgonderzoek noodzakelijk is.
4.4
Bodemkwaliteit
Toetsingskader Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Toetsing en conclusie In het voorjaar van 2021 is door ABO-milieuconsultant B.V. een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 4). Daarbij is een lichte verontreiniging met molybdeen aangetoond. Deze verontreiniging is dermate gering dat nader bodemonderzoek niet noodzakelijk wordt geacht. De Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
31
huidige bodemkwaliteit is geen belemmering voor de toekomstige functie.
4.5
Watertoets
Toetsingskader Ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling dient een watertoets met het waterschap overlegd te worden. Bij de watertoets gaat het om allerlei waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Bij het tot stand komen van deze paragraaf wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder. Toetsing Er heeft overleg plaatsgevonden met het Waterschap Scheldestromen. De resultaten hiervan zijn opgenomen in het ingevulde 'Aanmeldformulier watertoets' aangepast en aangevuld (zie Bijlage 5). De waterbergingsopgave is berekend op 199 m3 . Het waterschap Scheldestromen heeft aangegeven dat het watersysteem van DOW voldoende capaciteit heeft om deze opgave op te vangen. De realisatie van aanvullende waterberging is niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect water levert geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
4.6
Industrielawaai
Toetsingskader Een geluidzone wordt vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die 'in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken' zoals bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh). Dergelijke bedrijven worden in de volksmond ook wel 'grote lawaaimakers' genoemd. In dat kader is in het verleden voor de industrieterreinen Terneuzen West/logistiek park een geluidzone vastgesteld. Op grond van de wet behoort tot de geluidzone het gebied tussen het industrieterrein zelf en de buitengrens van de zone. Het industrieterrein zelf maakt dus geen deel uit van de geluidzone. Volgens de Wet geluidhinder mag de geluidbelasting van alle bedrijven op een gezoneerd industrieterrein, buiten de zone niet hoger zijn dan 50 dB(A) etmaalwaarde. Tevens dient rekening te worden gehouden met de in het verleden vastgestelde MTG's (Maximaal Toegestane Geluidbelasting) en hogere waarden ter plaatse van geluidgevoelige functies binnen de geluidzone. Toetsing De inrichting ligt op industrieterrein Dow en maakt onderdeel uit van het gezoneerde industrieterrein Terneuzen West. Het zonebeheer van industrieterrein Terneuzen-West is door het bevoegd gezag belegd bij de Regionale Uitvoeringsdienst Zeeland (RUD). Er is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting in de omgeving als gevolg van de uitbreiding van het bestaande transformatorstation.
Het onderzoek is opgenomen in Bijlage 6 Akoestisch onderzoek. Uit de rekenresultaten volgt dat de hoogste geluidbelasting op de zonegrens is berekend voor fase 1 . De voor deze situatie berekende geluidniveaus worden nagenoeg volledig bepaald door de huidige transformatoren. Na realisatie van de fasen 2, 3 en 4 worden lagere geluidniveaus berekend. Dit komt omdat de nieuw te plaatsen transformatoren 10 à 11 dB stiller zijn dan de huidige transformatoren. Vanaf fase 2 zijn twee van de huidige transformatoren volledig uit bedrijf genomen (en verwijderd). De op de zonegrens berekende etmaalwaarde bedraagt ten hoogste 24 dB(A). Deze waarde is 26 dB
Rho adviseurs voor leefruimte
040551.20201792
32
lager dan de maximale, voor het gehele industrieterrein toegestane geluidbelasting. Vastgesteld wordt dat de geluidbijdrage van het HS-station van Stedin op de zonegrens volledig verwaarloosbaar is. Ter plaatse van de woningen binnen de geluidszone wordt een geluidbelasting berekend van maximaal 44 à 45 dB(A) etmaalwaarde. Het betreft de woningen aan de Lovenpolderstraat nr. 19 en 18.Voor deze woningen is een MTG-waarde vastgesteld van 61 dB(A). De berekende geluidbelasting is derhalve 16 dB lager dan de maximale, voor het gehele industrieterrein toegestane geluidbelasting ter plaatse. Vastgesteld wordt dat de geluidbijdrage van het HS-station bij de woningen in de zone eveneens nagenoeg verwaarloosbaar is. In het onderzoek is rekening gehouden met de weerkaatsing van het geluid vanwege het transformatorstation op de schermen van de Elsta-centrale. De totale bijdrage van het direct geluid op de woningen en het indirecte geluid op de woningen vanwege de reflectie is berekend. Er treedt geen overschrijding op van de vastgestelde waarden. Conform de beoordelingsmethodiek van de Wet geluidhinder is vooralsnog geen rekening gehouden met het karakter van het geluid. Het is evenwel mogelijk dat het geluid ter plaatse van de dichtstbij gelegen woningen als 'tonaal' wordt aangemerkt.
Dit hangt mede af van het ter plaatse heersende omgevingsgeluid (vanwege overige bronnen op het industrieterrein, wegverkeerslawaai e.d.). Indien het geluid ter plaatse als tonaal wordt aangemerkt, dient, conform de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, een toeslag (K1) van 5 dB in rekening te worden gebracht op het berekende geluidniveau alvorens toetsing aan de grenswaarden plaatsvindt. De berekende geluidniveaus zijn ook inclusief deze toeslag nog steeds vergunbaar. Maximale geluidniveaus Uit de berekeningen volgt dat maximale geluidniveaus tot circa 67 dB(A) kunnen optreden door het schakelen met de vermogensschakelaars. Het aantal keer dat wordt geschakeld is beperkt. Het schakelen vindt normaliter alleen in de dagperiode plaats, behoudens bij storingen. Vastgesteld wordt dat overal wordt voldaan aan de toe te passen grenswaarde van 70 dB(A) voor de dagperiode. Vanwege de nieuw te plaatsen vermogensschakelaars zullen de maximale geluidniveaus op de gevel van nabij gelegen woningen beperkt blijven tot ten hoogste 58 dB(A). Laagfrequent geluid Uitgaande van het aan de buitengevel van woningen maximaal berekende geluidniveau in de tertsband met middenfrequentie 100 Hz van maximaal 51 dB, kan worden vastgesteld dat het geluidniveau binnen in de hoogst belaste woning naar verwachting niet hoger zal zijn dan 32 à 37 dB.