4. Evaluatie subsidieprogramma 2021 – 2024.pdf
Tekst van het document
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024 Evaluatie Jurjen Weemstra | Tara Hof
Februari 2026 Jurjen Weemstra jweemstra@dsp-groep.nl +31 6 53480208 Tara Hof thof@dsp-groep.nl
Inhoudsopgave Maatschappelijke context en positionering van deze evaluatie ..................................................2 1.
Managementsamenvatting ................................................................................................ 3
2.
Inleiding ..........................................................................................................................4
3.
Het subsidieprogramma in een notendop ...........................................................................6
4.
Bevindingen ................................................................................................................... 10 4.1
Grondslag subsidies ............................................................................................................ 10
4.2
Categorieën ......................................................................................................................... 11
4.3
Regelingen........................................................................................................................... 12
4.4
Doeltreffendheid en doelmatigheid (monitoring en evaluatie) .......................................... 13
5.
Conclusie ....................................................................................................................... 18
6.
Aanbevelingen ............................................................................................................... 19
Bijlage 1 gesprekspartners .................................................................................................... 21
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
1
Maatschappelijke context en positionering van deze evaluatie Deze evaluatie van het Subsidieprogramma 2021–2024 van de gemeente Stichtse Vecht is uitgevoerd in een periode waarin het sociaal domein te maken had met uiteenlopende maatschappelijke ontwikkelingen. Zowel landelijk als lokaal was sprake van economische onzekerheid, demografische veranderingen en toenemende druk op voorzieningen en ondersteuning, waardoor het belang van preventie, samenhang en een sterke sociale basis nadrukkelijk zichtbaar was. In deze periode heeft de gemeente Stichtse Vecht ingezet op het ondersteunen van inwoners en het versterken van de sociale infrastructuur. Uit beschikbare gemeentelijke monitors, waaronder de Monitor Sociale Kracht (2021, 2023 en 2025) en de Gezondheidsmonitor van de GGD Regio Utrecht, komt een beeld naar voren waarin: •
De financiële zelfredzaamheid van inwoners over meerdere jaren bezien stabiel is gebleven;
•
Participatie en sociale cohesie zich geleidelijk hebben ontwikkeld;
•
De zelfredzaamheid van ouderen op een hoog niveau blijft;
•
De fysieke gezondheid zich gunstig verhoudt tot regionale gemiddelden;
•
De preventieve infrastructuur in deze periode verder is opgebouwd.
Deze ontwikkelingen schetsen de maatschappelijke context waarin het subsidieprogramma is uitgevoerd. Zij geven inzicht in de bredere omgeving waarin gemeentelijk beleid en uitvoering hebben plaatsgevonden. De voorliggende evaluatie richt zich primair op de inrichting en werking van het subsidieprogramma als instrument. Het onderzoek is niet opgezet als effectevaluatie en bevat geen analyses waarmee maatschappelijke ontwikkelingen direct kunnen worden toegeschreven aan het subsidieprogramma of aan afzonderlijke subsidies. De beschreven maatschappelijke context dient daarom als achtergrond en duidingskader bij het lezen van dit rapport. Zij is bedoeld om de bevindingen over het subsidie-instrument te plaatsen binnen de periode waarin het is ingezet, en niet om conclusies te trekken over de effectiviteit van het subsidieprogramma zelf. De conclusies van deze evaluatie hebben betrekking op de mate waarin het subsidieprogramma ondersteuning biedt aan sturing, verantwoording en inzicht in maatschappelijke opbrengsten, en bieden aanknopingspunten voor verdere doorontwikkeling van het instrument.
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
2
1. Managementsamenvatting De evaluatie van het Subsidieprogramma 2021–2024 van de gemeente Stichtse Vecht vindt plaats tegen de achtergrond van een periode waarin het sociaal domein landelijk en lokaal onder druk stond. In deze jaren is door de gemeente ingezet op het versterken van de sociale basis, preventie en ondersteuning van inwoners. Ontwikkelingen uit onder andere de Monitor Sociale Kracht laten zien dat op kernindicatoren sprake is van stabiliteit en op onderdelen van positieve ontwikkeling. Deze maatschappelijke context vormt een relevant duidingskader voor deze evaluatie. De evaluatie van laat zien dat het subsidie-instrument in juridische en systematische zin verbetering behoeft. Met name de juridische grondslag van regelingen, de eenduidigheid van doelen en de verbinding tussen outcome-monitoring en outputverantwoording vragen om herstructurering. Daarnaast laat de evaluatie zien dat het subsidieprogramma wordt ingezet in het kader van beleidsdoelen die zijn gericht op het realiseren van maatschappelijke effecten, maar dat de huidige systematiek onvoldoende houvast biedt om de invloed van subsidies op deze effecten systematisch, doelmatig en onderbouwd zichtbaar te maken. Dit heeft een aantal redenen: •
De huidige verantwoording van partners richt zich vooral op activiteiten en output (bijvoorbeeld aantallen), waardoor onvoldoende inzicht ontstaat in de realisatie van beleidsdoelen en maatschappelijke effecten. Monitoringinstrumenten zoals de Monitor Sociale Kracht en effectindicatoren worden onvoldoende verbonden aan de output van partners waardoor het lastig is om de doeltreffendheid en doelmatigheid van het programma te beoordelen.
•
De indeling in subsidiecategorieën en de uiteenlopende uitwerking van regelingen sluiten niet goed aan op de uitgangspunten van het Integraal Beleidskader Sociaal Domein en daarmee op de doelstellingen van de gemeente. Hierdoor worden effecten versnipperd zichtbaar en blijven delen van de inzet onderbelicht.
•
Doelen, resultaten en effecten zijn regelmatig onvoldoende scherp te onderscheiden, wat onduidelijkheid schept over wat de gemeente nastreeft en wat van subsidiepartners wordt verwacht. Dit geldt vooral voor het subsidieprogramma. Regelingen die in een latere fase zijn opgesteld zijn concreter geformuleerd.
•
Een consistente koppeling tussen kosten, activiteiten en resultaten ontbreekt, waardoor het moeilijk is om te beoordelen of middelen doelmatig worden ingezet en waar bijsturing nodig is.
Gezamenlijk maken deze bevindingen duidelijk dat het subsidieprogramma toe is aan herstructurering. Belangrijke ingrediënten hiervoor zijn een eenduidige (langjarige) benadering, betere aansluiting op het IBK, een duidelijk afwegingskader, scherpe doelen en beter gebruik van de opgestelde effectindicatoren.
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
3
2. Inleiding Een gedegen subsidieprogramma is onmisbaar voor Stichtse Vecht. Alleen als het subsidieprogramma qua inhoud en vorm aansluit op de ambities die Stichtse Vecht heeft, kan de gemeente deze ambities realiseren. Voor het zomerreces van 2026 wil Stichtse Vecht het subsidieprogramma voor de periode 20272030 presenteren. Om tot een nog sterker subsidieprogramma te komen, heeft Stichtse Vecht DSPgroep gevraagd om het subsidieprogramma 2021-2024 te evalueren. Door uiteen te zetten hoe Stichtse Vecht het vorige subsidieprogramma heeft ingericht, hoe een aantal andere gemeenten dit voor soortgelijke subsidies doet en om de verschillende onderdelen van het subsidieprogramma Op basis hiervan komen wij tot een conclusie en doen wij Stichtse Vecht een aantal concrete aanbevelingen. In de evaluatie van de verschillende onderdelen van het subsidieprogramma hebben wij aandacht voor de volgende punten: •
Juridische grondslag: hoe zou de juridische grondslag van subsidieverlening eruit moeten zien en
•
voldoet Stichtse Vecht hieraan? Sturing en monitoring: hoe kan de gemeente op een adequate manier sturen op de resultaten van
•
subsidieverlening? Besluitvorming: hoe ziet de rolverdeling eruit tussen het college en de gemeenteraad?
•
Afwegingskader: op basis waarvan maakt Stichtse Vecht de afweging wat er wel gesubsidieerd
•
wordt en wat niet? Wat heeft prioriteit en wat past in het beleid? Flexibiliteit: hoe zorgen we dat we gedurende de looptijd van subsidiebeleid ruimte blijft voor het
•
toevoegen en veranderen van regelingen? Aansluiting op het Integraal Beleidskader voor het sociaal domein: hoe kan het subsidieprogramma goed aansluiten op het nieuwe IBK voor het sociaal domein?
Afbakening van de evaluatie Deze evaluatie richt zich op het Subsidieprogramma 2021–2024 van de gemeente Stichtse Vecht als beleidsinstrument. Het onderzoek heeft tot doel inzicht te geven in de inrichting, juridische grondslag en systematiek van het subsidieprogramma, waaronder de samenhang van doelen, de wijze van subsidieverlening en verantwoording, en de aansluiting tussen outputverantwoording en outcomemonitoring. De evaluatie is niet opgezet als effectevaluatie en bevat geen analyses waarmee maatschappelijke effecten of ontwikkelingen causaal kunnen worden toegeschreven aan afzonderlijke subsidies of aan het subsidieprogramma als geheel. Het onderzoek doet daarmee geen uitspraken over de effectiviteit van gesubsidieerde activiteiten of over maatschappelijke opbrengsten in termen van impact.
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
4
Verantwoording Voor inspiratie voor het opzetten van subsidieprogramma’s hebben wij naar de gemeenten Woerden, Wijdemeren, Krimpenerwaard, Dijk en Waard, Bunschoten en Amsterdam gekeken omdat zij relevante variatie bieden in de manier waarop zij hun subsidieprogramma’s vormgeven, terwijl een deel van deze gemeenten ook qua schaal en karakter vergelijkbaar is met Stichtse Vecht. In hoofdstuk 3 gaan we hier op hoofdlijnen op in; in hoofdstuk 4 volgt op onderdelen een nadere vergelijking. Voor de evaluatie van het subsidieprogramma 2021-2024, hebben wij naast de documentanalyse die wij hebben gedaan, met zowel beleidsmedewerkers als subsidiepartners gesproken. Hierbij is gebruik gemaakt van een met de gemeente Stichtse Vecht afgestemde interviewleidraad. In de interviews waren de beleidsdoelen en beoogde effecten, de behoeften en knelpunten in de uitvoeringspraktijk en mogelijkheden voor verbetering, de belangrijkste thema’s. Voor een aantal subsidiecategorieën en één aparte regeling is, in afstemming met de opdrachtgever, één regeling onder de loep genomen, om zo meer inzicht in de doeltreffendheid en doelmatigheid van de regelingen te krijgen.1 Het gaat om de volgende regelingen: •
Preventieve jeugdhulp en opvoedondersteuning (categorie 1 – Kennis en informatie)
•
Maatschappelijke dienstverlening (categorie 3 – Informele ondersteuningsnetwerken en vangnetvoorzieningen)
•
Welzijnsvoorzieningen gericht op Ontmoeting, activering en signalering (categorie 4 – ontmoeting)
•
Jeugd- en jongerenwerk (later opgestelde regeling).
De conclusies die we trekken uit deze analyse zijn uitgewerkt in paragraaf 4.4. Voor twee van de vier regelingen hebben we in een kader (binnen paragraaf 4.4) de analyse gedeeld. Leeswijzer In hoofdstuk 3 beschrijven we de opbouw van het subsidieprogramma 2021-2024. We sluiten het hoofdstuk af met een beknopte vergelijking met andere gemeenten. In hoofdstuk 4 werken we onze bevindingen uit langs dezelfde lijnen, waarna we in hoofdstuk 5 tot een conclusie komen. Vervolgens doen we in hoofdstuk 6 enkele aanbevelingen. In de bijlage hebben we een overzicht van de gesprekspartners opgenomen.
Doeltreffendheid gaat over of je het juiste doel bereikt, terwijl doelmatigheid gaat over hoe je dat doet. Doeltreffendheid focust op de output en de maatschappelijke effecten (bereik je het beoogde resultaat?), terwijl doelmatigheid kijkt naar de input en de verhouding tussen kosten en baten (doe je het met de juiste hoeveelheid geld en inspanning?). 1
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
5
3. Het subsidieprogramma in een notendop In dit hoofdstuk geven we kort weer hoe het subsidieprogramma 2021-2024 is opgebouwd. We eindigen het hoofdstuk met een korte vergelijking met andere gemeenten. Grondslag subsidie Het subsidieprogramma is onderdeel van een pakket van drie documenten om subsidieverlening mogelijk te maken. De andere twee documenten zijn: •
De subsidieverordening. De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat subsidies alleen kunnen worden verstrekt als daarvoor een wettelijke basis is. De verordening Algemene Subsidieverordening (ASV) Stichtse Vecht 2020 biedt het juridisch kader en beschrijft de procedure en regelt de bevoegdheden van het college van de gemeente.
•
De uitvoeringsvoorschriften. Dit document geeft aan hoe de gemeente Stichtse Vecht de subsidiecyclus organiseert van aanvraag tot vaststelling.
Het subsidieprogramma beschrijft welk doel, activiteit en effect via subsidies (per regeling) wordt gestimuleerd. Categorieën Het subsidieprogramma 2021-2024 kent vijf categorieën. 1. Kennis en informatie. Regelingen die activiteiten en voorzieningen stimuleren waarbij inwoners kennis en informatie vergaren en de zelfredzaamheid vergroten. 2. Ervaringen en competenties. Regelingen die activiteiten en voorzieningen stimuleren waarbij inwoners sportieve, recreatieve, culturele en sociale ervaringen en competenties opdoen. 3. Informele ondersteuningsnetwerken en vangnetvoorzieningen. Regelingen die activiteiten en voorzieningen stimuleren die ondersteuning en een vangnet bieden tijdens hulpbehoevendheid. 4. Ontmoeting. Regelingen die activiteiten en voorzieningen stimuleren die mogelijkheden bieden tot ontmoeting tussen inwoners in Stichtse Vecht. 5. Klimaat, duurzaamheid en omgeving. Regelingen die activiteiten en voorzieningen stimuleren die een bijdrage leveren voor een duurzame, klimaatbestendige en kwalitatieve leefomgeving. Binnen de categorieën is een splitsing gemaakt tussen een subsidie als basisinfrastructuur of stimuleringsbudget. •
Basisinfrastructuur: dit zijn voorzieningen en activiteiten die de gemeente Stichtse Vecht wil
•
behouden als vaste regeling. Stimuleringsbudget: dit zijn voorzieningen en activiteiten die de inwoners en lokale organisaties de kans geven om op basis van behoefte uit de samenleving met initiatieven te komen als aanvulling op de basisinfrastructuur. Uitzondering hierop is categorie 1, waar geen stimuleringsbudget beschikbaar is.
Regelingen Onder deze categorieën hangen diverse regelingen. In totaal zijn er 46 regelingen opgenomen. Per regeling is het doel, het beoogde effect, een beschrijving, een verwijzing naar het beleidsdocument waar de regeling uit voortkomt en het subsidieplafond opgenomen. Hiernaast bestaan er binnen het Sociaal Domein van Stichtse Vecht nog enkele aparte subsidieregelingen, die momenteel niet binnen het Subsidieprogramma vallen:
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
6
•
•
Subsidieregeling onafhankelijke cliëntondersteuning: door middel van onafhankelijke cliëntondersteuning (hierna: OCO) wil Stichtse Vecht de weg naar het juiste antwoord op een (hulp)vraag eenvoudiger maken. Subsidieregeling Jeugd- en jongerenwerk: Jongeren kunnen zich in Stichtse Vecht naar vermogen ontwikkelen, binnen hun mogelijkheden meedoen en aan de samenleving bijdragen.
•
Dit geeft voldoening en heeft een positief effect op het welzijn en de gezondheid van jongeren. Subsidieregeling preventieve schuldhulpverlening: voorkomen dat er financiële problemen ontstaan en juiste ondersteuning bieden op financiën waarbij afstemming en samenhang wordt gezocht met verschillende leefgebieden.
•
Nadere regels subsidievoorwaarden peuteropvang en voorschoolse educatie: alle peuters een zo goed mogelijke start geven. Door het verlenen, verantwoorden en vaststellen van subsidie voor peuteropvang voor peuters van ouders die geen beroep kunnen doen op de kinderopvangtoeslag en voor het aanbod.
Tussen de regelingen zit een verschil in kwaliteit en concreetheid. Dit komt door het verschil in abstractieniveau van het Integraal Beleidskader (IBK) waarop het subsidieprogramma oorspronkelijk is gebaseerd en de uitwerking van het IBK uit 2022 waarop later opgestelde subsidieregelingen zijn gebaseerd. Het IBK bevat vooral richtinggevende uitgangspunten en minder uitgewerkte, meetbare doelen en effecten. In een latere fase zijn doelen en effecten nader geconcretiseerd in de uitwerking van het IBK. Subsidieregelingen die in die periode zijn opgesteld konden daardoor beter en concreter worden ingericht. Daarnaast geldt voor sommige van deze later opgestelde regelingen dat zij meer zijn toegeschreven naar een specifieke subsidieontvanger. Dit leidt tot scherpere doelen, resultaten en indicatoren. De kwaliteit van deze later opgestelde regelingen kan niet los kan worden gezien van de ontwikkeling op effectgerichte monitoring en beleidsmatige sturing door middel van de uitwerking van het IBK en het Plan van Aanpak Monitoring Subsidieprogramma binnen de organisatie. Monitoring en evaluatie De monitoring van subsidies richt zich in Stichtse Vecht op twee niveaus: outcome (maatschappelijke effecten) en output (activiteiten).2 Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad, het college en de subsidiepartners.
Outcome – gemeenteraad De gemeenteraad stelt de outcome-indicatoren vast en legt deze vast in de beleidsbegroting en het Plan van Aanpak Monitoring Subsidieprogramma (vastgesteld in 2022). De raad wordt periodiek geïnformeerd over de ontwikkeling van deze indicatoren, op basis waarvan zij haar kaderstellende en controlerende rol kan uitoefenen. Het gaat om de volgende indicatoren: •
Mate waarin inwoners zich zelfredzaam voelen
•
Mate waarin inwoners zichzelf kunnen redden in het dagelijks leven (zelfzorgend)
•
Mate waarin inwoners terug kunnen vallen op anderen (zelforganiserend vermogen)
•
Mate waarin inwoners om kunnen gaan met veranderingen (weerbaarheid)
•
Mate van eenzaamheid
•
Mate van sociale samenhang in de buurt
•
Mate van betrokkenheid bij de buurt (sociale cohesie)
Het rekenkameronderzoek uit 2020 concludeerde dat het subsidiebeleid 2016-2019 zijn erg gericht was op ‘output’ (activiteiten) en niet op ‘outcome’ (doel). Dit laatste is benodigd om de doeltreffendheid van de subsidies op doelniveau te beoordelen en ondervangen met het Plan van Aanpak Monitoring Subsidieprogramma 2021-2024 dat is vastgesteld door de raad in 2022. 2
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
7
Tweejaarlijks worden deze indicatoren gemonitord via de Monitor Sociale Kracht. De analyses hiervan worden voorgelegd aan zowel college als raad om inzicht te geven in de ontwikkeling van maatschappelijke effecten. Output – college Het college is verantwoordelijk voor de uitvoering van het subsidieproces. Op dit niveau wordt gemonitord welke activiteiten subsidieontvangers uitvoeren en in welke mate deze aansluiten bij de doelstellingen van de subsidieregelingen. Hiervoor worden per subsidieregeling outputindicatoren afgesproken, zoals aantallen activiteiten, bereik of cliëntervaring. Rol van de subsidiepartners Per regeling worden specifieke outputindicatoren vastgesteld, zoals: •
Aantal activiteiten;
•
Bereik van doelgroepen;
•
Cliëntervaringen;
•
Samenwerking met partners.
Subsidiepartners rapporteren jaarlijks over deze output. Bij subsidies boven €10.000 wordt een inhoudelijk verslag gevraagd waarin wordt toegelicht in welke mate en op welke wijze activiteiten hebben bijgedragen aan de doelen van de regeling. Accounthouders analyseren deze jaarverslagen en bespreken de uitkomsten met subsidiepartners. Samenhang tussen outcome en output Tweejaarlijkse outcome-monitoring en jaarlijkse outputverantwoording vormen samen de basis voor het monitoren van het subsidieprogramma. De outcome-informatie geeft inzicht in maatschappelijke ontwikkelingen op gemeentelijk niveau, terwijl de outputinformatie laat zien welke activiteiten door subsidiepartners zijn uitgevoerd. In het plan van aanpak staat benoemd dat het de bedoeling is dat deze twee manieren van verantwoording logischerwijs elkaar opvolgen en versterken. Andere gemeenten Uit ons onderzoek blijkt dat veel gemeenten werken met exact dezelfde driedeling als Stichtse Vecht (ASV, subsidieprogramma, uitvoeringsvoorschriften), al werken sommige gemeenten nog met een subsidiebeleid als basis voor deze drieslag. In zo’n subsidiebeleid beschrijft de gemeente waarom zij subsidie inzet, voor welke maatschappelijke doelen en hoe dit zich verhoudt tot andere instrumenten (inkoop, regie, samenwerking). De ASV vormt overal het juridische fundament voor subsidiëring, zoals wettelijk vereist (Awb).
Vrijwel alle gemeenten hebben één ASV, soms aangevuld met aparte thematische verordeningen. Het verschil tussen gemeenten is vooral gelegen in het tweede onderdeel. Sommige gemeenten hebben één programma waar diverse regelingen onderdeel van zijn, terwijl anderen regelingen koppelen aan thema’s of domeinen (bijvoorbeeld Krimpenerwaard). Ook komt het voor dat het subsidieprogramma een jaarlijks door de raad vastgestelde begroting van subsidiabele maxima per beleidsterrein is (Zwolle). Sommige gemeenten werken überhaupt niet met een programma, maar alleen met subsidieregelingen (Den Haag). In algemene zin zien wij een tendens richting meerjarige relaties, themagericht subsidiëren, met duidelijkere criteria en meer inhoudelijke sturing via puntensystemen of afwegingskaders
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
8
Qua uitvoeringsvoorschriften zagen wij twee verschillende routes. Aparte uitvoeringsvoorschriften (zoals in Stichtse Vecht) waarbij er sprake is van een cyclus aanvraag → beoordeling → beschikking → monitoring → vaststelling. De aandacht voor monitoring en werken met dashboards neemt daarbij toe. Een tweede route is uitvoeringsregels geïntegreerd in subsidieregelingen. Kijken we naar monitoring en evaluatie zien we dat de benadering van Stichtse Vecht zeer vergelijkbaar is met andere gemeenten. In algemene zin sturen gemeenten meer en meer op kaders en outcome, niet op uitvoering. De monitoring gebeurt net als in Stichtse Vecht met de Monitor Sociale Kracht door middel van dashboards en effectmetingen (zoals data-gestuurde monitoring in Wijdemeren met dashboard iNzicht). Evidence-based waar kan, practice-based waar nodig (“doen wat werkt”). Ter inspiratie: Gemeente Amsterdam Amsterdam hanteert vier sporen voor monitoring: 1. Meer onafhankelijk kwalitatief onderzoek (jaarlijks één of enkele interventies in meerdere stadsdelen). 2. Output t.o.v. gebiedsopgaven (tweejaarlijks: doen we de juiste dingen?). 3. Uitbreiden stedelijke monitor sociale basis (gezamenlijke indicatoren; ook voor kernfuncties, zodat je stadsbreed kunt vergelijken). 4. Indicatoren in de begrotingscyclus (besteding beter koppelen aan opbrengst; o.a. benutten Bestuursrapportage Wmo).
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
9
4. Bevindingen In dit hoofdstuk beschrijven we per onderdeel van het subsidieprogramma (zie hoofdstuk 3) de belangrijkste bevindingen.
4.1
Grondslag subsidies
Ontoereikende juridische basis Volgens de juridisch adviseur van de gemeente bieden het huidige subsidieprogramma en de daarin opgenomen, summier uitgewerkte regelingen onvoldoende juridische grondslag voor subsidieverstrekking. Een toereikende juridische basis kan worden gerealiseerd door afzonderlijke subsidieregelingen vast te stellen en te publiceren op Overheid.nl, waarin concreet en gedetailleerd wordt uitgewerkt aan welke voorwaarden subsidieontvangers moeten voldoen. Daarnaast is er een rechterlijke uitspraak gedaan die belangrijke consequenties heeft voor de subsidiëring vanuit gemeenten. Deze uitspraak dwingt gemeenten tot meer transparantie en zorgvuldigheid in het subsidieproces. Het gaat om de Peel en Maas-uitspraak (23 juli 2025) van de Raad van State. Deze bepaalt dat gemeenten bij schaarse subsidies (waaronder begrotingssubsidies) vooraf moeten onderzoeken of er meer gegadigden zijn. Als een gemeente direct wil subsidiëren, moet zij op basis van objectieve en toetsbare criteria motiveren waarom er slechts één serieuze gegadigde is. Indien deze motivering ontbreekt (zoals in de zaak Peel en Maas met Stichting Vorkmeer), is de besluitvorming onrechtmatig en kan een openbare tenderprocedure alsnog noodzakelijk zijn.
Ook is transparantie belangrijk: er moet voorafgaand aan de subsidieverlening worden gepubliceerd dat men van plan is de subsidie aan één specifieke partij te verlenen. Ruimte voor een meer zakelijke benadering Vanuit de gemeente Stichtse Vecht leeft de wens dat subsidies worden verstrekt vanuit een (meer) zakelijke benadering. Op basis van onze analyse van de gesprekken houdt dit het volgende in: • •
Iedere subsidiëring zou explicieter gekoppeld moeten worden aan gemeentelijke doelen. De voorwaarden waaronder subsidie verstrekt wordt, zouden duidelijker naar voren gebracht moeten worden.
•
Bij iedere subsidie zou de vraag moeten worden gesteld of het doel niet op een efficiëntere manier behaald kan worden, bijvoorbeeld via bijzondere bijstand of het Jeugdfonds Sport en Cultuur
Aanscherping van afwegingskader Stichtse Vecht beschikt over een afwegingskader met criteria voor de beoordeling van subsidieaanvragen. Dit kader geeft adviseurs richting, bijvoorbeeld rond aanvullende waarde, bereik, cofinanciering en aansluiting op behoeften. In de praktijk blijkt echter dat het afwegen pas echt goed werkt wanneer de onderliggende doelen, effecten en beschrijvingen van regelingen en activiteiten scherper en consequenter zijn uitgewerkt. Zolang deze basis onvoldoende concreet is, blijven beoordelaars verschillend interpreteren wat ‘aanvullend’, ‘noodzakelijk’ of ‘passend bij de behoefte van inwoners’ precies betekent, en wordt het moeilijk om aanvragen op een eenduidige manier te wegen. Ook speelt de vraag of afwegingen gezamenlijk of individueel moeten worden gemaakt, en op welk niveau een toetsingskader moet gelden, generiek of meer richtinggevend per regeling. Een generiek afwegingskader werkt beter naarmate doelen per regeling concreter zijn geformuleerd. Wanneer regelingen duidelijk omschrijven welke resultaten worden nagestreefd en welke effecten
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
10
worden beoogd, wordt het vanzelf makkelijker om inhoudelijke afwegingen per regeling te maken. Een generiek afwegingskader voor de gemeente Stichtse Vecht zou er als volgt uit kunnen zien: 1. Bijdrage aan maatschappelijke effecten en beleidsdoelen o
Bijdrage aan preventie, zelfredzaamheid, participatie en inclusie
o
Ondersteuning van kwetsbare inwoners
o
Aansluiting op actuele beleidsopgaven en maatschappelijke ontwikkelingen
o
Mate waarin de activiteit publieke waarde toevoegt
2. Doelgroep, bereik en toegankelijkheid o
Relevantie van de doelgroep voor de opgave
o
Realistisch en passend verwacht bereik
o
Laagdrempelige toegankelijkheid (financieel, fysiek, sociaal)
o
Activiteit vindt plaats voor inwoners van Stichtse Vecht
3. Samenhang en Samenwerking o
Aansluiting op bestaand aanbod (voorkomt overlap of dubbelingen)
o
Samenwerking met relevante partners in het gebied
o
Mate van versterking van lokale netwerken en initiatieven
o
Multifunctioneel gebruik van ruimte (indien relevant)
4. Effectiviteit, uitvoerbaarheid eb proportionaliteit o
Of subsidie het juiste instrument is (vs. inkoop of anderszins)
o
De verhouding tussen kosten en het beoogde maatschappelijke effect
o
Verhouding tussen subsidiebedrag en frequentie/toegankelijkheid
o
Uitvoerbaarheid (organisatie, planning, professionaliteit)
o
Realistische begroting en doelmatige inzet van middelen
5. Financiële verantwoordelijkheid en cofinanciering o
Of subsidie noodzakelijk is om de activiteit te kunnen uitvoeren
o
Of andere financieringsbronnen zijn benut (cofinanciering, contributie, fondsen, sponsoring)
4.2
o
Of de eigen bijdragen/inzet in verhouding staan tot het project
o
Of sponsoring in natura inzichtelijk is gemaakt (zoals hulp, materialen, korting)
o
Of de afhankelijkheid van gemeentelijke middelen beperkt blijft
Categorieën
Indeling categorieën sluit niet aan op IBK Het Integraal Beleidskader Sociaal Domein 2020-2024 beschrijft vier samenhangende uitgangspunten (Voorkomen is beter, Samenspel van eigen keuze en onderlinge afhankelijkheid, Iedereen doet mee, de leefwereld van onze inwoner is leidend). Het subsidieprogramma sluit hier in beperkte mate op aan. De subsidiecategorieën vormen geen herkenbare doorvertaling van deze uitgangspunten. 3 In de beschrijving van de doelen en effecten van subsidieregelingen komen veel van de IBKuitgangspunten wel terug (zoals preventie en samenredzaamheid), maar de categorieën zijn niet expliciet en eenduidig gekoppeld aan de uitgangspunten van het IBK. Hierdoor blijft onduidelijk waar de gemeente prioriteit aan geeft. Daarbij is het ook zo dat dezelfde uitgangspunten in uiteenlopende
In de uitwerking van het IBK uit 2022 het nieuwe IBK 2026-2030 zijn deze uitgangspunten vertaald naar ambities en doelen. De uitwerking van de doelen vond dus plaats na de vaststelling van het subsidieprogramma 3
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
11
subsidieregelingen terugkomen, zonder dat helder wordt wat deze uitgangspunten in de praktijk betekenen voor de uitvoering en de verantwoording. Indeling in categorieën leidt tot verkokering De huidige indeling in subsidiecategorieën sluit onvoldoende aan op de integrale manier waarop organisaties werken. Veel subsidiepartners leveren bijdragen aan meerdere beleidsdoelen tegelijk, terwijl zij in de aanvraag en verantwoording worden gedwongen om hun werk te “knippen” en onder één categorie te scharen. Dit leidt tot verkokering in verantwoording en tot het onderbelicht blijven van bepaalde doelen en effecten. Hier komt nog bij: sommige partijen krijgen uit verschillende regelingen geld. Daar wordt dus arbitrair geknipt. Subsidiepartners geven aan dat zij hun activiteiten meestal “kwijt kunnen” binnen een categorie. Ontmoetingen worden in aanvragen en verantwoordingen gekoppeld aan begrippen als preventie, samenredzaamheid, ontmoeting of inclusie, waardoor ze formeel goed passen binnen de doelen van het programma. Tegelijkertijd leidt deze brede indeling tot onduidelijkheid. In interviews geven partners aan dat zij bij subsidieaanvraag en verantwoording vallen onder een bepaalde categorie, maar deze vaak niet volledig recht doet aan hun werkzaamheden.
Zo geeft de bibliotheek aan dat hun werkzaamheden onder kennis en informatie vallen, terwijl haar dagelijkse praktijk ook draait om ontmoeting, educatie, taalontwikkeling en het bereiken van kwetsbare groepen. In de verantwoording wordt dan vooral ingezoomd op informatievoorziening, terwijl andere effecten, zoals het fungeren als laagdrempelige ontmoetingsplek, minder zichtbaar worden gemaakt. Een vergelijkbaar beeld ontstaat bij HandjeHelpen. Deze organisatie wordt volledig gefinancierd vanuit het mantelzorgbudget, terwijl zij ook intensief werkt met gezinnen, jeugd en vrijwilligers. Hun taak bestaat uit het koppelen van mensen die hulp nodig hebben aan de juiste vrijwilligers. In de verantwoording wordt dan vooral de koppeling met mantelzorg gelegd, terwijl dit in de praktijk niet altijd de kern van de activiteiten vormt. Dit wordt door organisaties als inhoudelijk onlogisch en soms willekeurig ervaren.
4.3
Regelingen
Verschil in uitwerking doelen en effecten regelingen leidt tot verschil in verantwoording Opvallend is dat de doelen van regelingen binnen het subsidieprogramma verschillen in abstractieniveau, wat leidt tot uiteenlopende manieren van verantwoorden. Een deel van dit verschil is te verklaren: sommige regelingen hebben een enorm brede insteek. Tegelijkertijd zijn de doelen hier, zoals bij Maatschappelijke Dienstverlening zo breed geformuleerd, namelijk preventie, samenredzaamheid en inclusie, dat zij onvoldoende concreet zijn om houvast te beiden bij verantwoording. Er kan bijvoorbeeld wel verder uitgewerkt worden wat er dan precies verstaan wordt met preventie. Daartegenover staan regelingen zoals Preventieve jeugdhulp en opvoedondersteuning en de later uitgewerkte regeling Jeugd- en jongerenwerk, waar doelen veel concreter zijn geformuleerd. In deze regelingen zijn doelen, beoogde effecten en indicatoren concreter vastgelegd. Bijvoorbeeld: “het laagdrempelig organiseren van opvoedondersteuning” of “het informeren van ouders”. In deze gevallen wordt ook concreter verantwoord, zo worden in een verantwoording doelen genoemd die hier direct aan bijdragen zoals “het verstevigen van de informele netwerkstructuur rond opvoeden en opgroeien, zorgen dat voor alle ouders informatie over opvoeden en ouderschap beschikbaar is, zorgen DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
12
dat ouders toegang hebben tot laagdrempelige steun door professionals”. In deze gevallen is de vertaalslag van regeling naar uitvoering goed zichtbaar. Tegelijkertijd wordt in veel verantwoordingsstukken nauwelijks of helemaal niet gerefereerd aan de doelen, effecten en beschrijvingen uit het subsidieprogramma. De doelen worden zelden letterlijk genoemd en het is vaak niet inzichtelijk op welke manier de activiteiten bijdragen aan de achterliggende beleidsdoelen. In plaats daarvan wordt regelmatig volstaan met algemene formuleringen zoals: “deze aanvraag voldoet aan de subsidiecriteria” of “de activiteiten zijn getoetst aan de doelstelling van de categorie”. Wat hiermee precies wordt bedoeld en hoe deze toetsing heeft plaatsgevonden, blijft onduidelijk. Subsidiepartners geven dan ook aan dat ze bij het opstellen van hun verantwoordingsstukken zich niet baseren op de doelen en effecten uit het programma en ook beperkt op de effectindicatoren die zijn opgesteld door de gemeente. In plaats daarvan gaan ze uit van hun eigen dagelijkse praktijk en koppelen daar indicatoren aan, gericht op de output. In meerdere gesprekken noemen partners dat zij onvoldoende op de hoogte zijn van de beleidsdoelen en het effect dat de gemeente wil behalen. Met name op outcomeniveau is daardoor de bijdrage van subsidiepartners beperkt zichtbaar.
Subsidiënten geven overigens aan dat ze goed uit de voeten kunnen met de later uitgewerkte regelingen (die dus niet onderdeel zijn van het subsidieprogramma), omdat hier de maatschappelijke effecten, en doelen beter zijn uitgewerkt. Dit komt mede dankzij het feit dat sommige regelingen zijn toegeschreven naar bepaalde partijen. Doel en effect lopen door elkaar heen in regelingen In het subsidieprogramma worden voor alle regelingen het doel en effect apart beschreven, maar deze lopen soms door elkaar heen. Het onderscheid tussen doel en effect is niet duidelijk, de twee niveaus worden vaak door elkaar heen gebruikt. Bij de regeling Ondersteuning van vrijwillige inzet van mensen wordt het doel geformuleerd als “preventie, samenredzaamheid en inclusie”, terwijl het effect staat beschreven als “problemen in de leefwereld opgelost; bloeiend verenigingsleven”. Beide zijn brede maatschappelijke uitkomsten die niet direct herleidbaar zijn tot concrete beleidsinterventies of activiteiten door subsidiepartners. Wat de gemeente samen met subsidiënten bijdraagt, bijvoorbeeld het organiseren van een infrastructuur voor vrijwilligersmatching wordt niet als doel benoemd. Het activeren van een bloeiend verenigingsleven wordt juist als effect genoemd, terwijl dit beter onder een doel past.
Beoogde effect regelingen niet altijd realistisch Hier komt bij dat in de interviews meermaals naar voren kwam dat het geformuleerde beoogde effect binnen regelingen regelmatig als ‘onrealistisch’ worden bestempeld. Een voorbeeld is de regeling Voorzieningen voor informatie/advies in het sociaal domein. Het beoogde effect is hier: Iedereen weet zich naar vermogen te redden, iedereen doet naar vermogen en believen mee.
4.4
Doeltreffendheid en doelmatigheid (monitoring en evaluatie)
In deze paragraaf staan we stil bij de doeltreffendheid en doelmatigheid van de verstrekte subsidie, voor zover meetbaar. In de twee kaders hebben we de analyse van twee van de vier bestudeerde regelingen opgenomen.
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
13
Prettige samenwerking Subsidienten geven unaniem aan dat de samenwerking en het contact met de gemeente als prettig, open en transparant wordt ervaren. De gemeente betrekt hen bovendien actief bij nieuwe initiatieven en vraagt om extra inzet wanneer dat nodig is.
Categorie 4 – Ontmoeting Subsidie: Welzijnsvoorzieningen gericht op Ontmoeting, activering en signalering •
Doel: Ontmoeting, activering en signalering vormen de basis voor het realiseren van goede preventie, versterken de onderlinge redzaamheid en bevorderen dat iedereen naar wens en vermogen kan meedoen in de samenleving.
•
Effect: Minder eenzaamheid, meer verbondenheid, meer onderlinge hulp
Doeltreffendheid Het doel is meer een uitgangspunt over hoe er in het Sociaal Domein gewerkt moet worden dan een meetbaar doel, wat het lastig maakt om te meten wat precies behaald moet worden door de subsidiepartner. Er wordt veel onder het doel geplaatst, zoals ontmoeting, activering, preventie en redzaamheid. Dat zorgt voor een onduidelijk verband met het effect. Het effect lijkt vooral toegespitst op samenredzaamheid. In de verantwoordingstukken wordt teruggegrepen op het effect via kwalitatieve bijdragen, zoals het verminderen van eenzaamheid en het versterken van sociale netwerken. De gemeente monitort op het effect met de Monitor Sociale Kracht. Doelmatigheid Het meten van het effect wordt gedaan met de Monitor Sociale Kracht, waar relevante gegevens over sociale netwerken en participatie beschikbaar zijn. Het zou helpen om deze informatie te koppelen aan de output indicatoren van de subsidieontvanger in de verantwoordingen. Op deze manier kan er een beter beeld worden verkregen. In de tevredenheidsonderzoeken zou hier bijvoorbeeld ook meer direct naar gevraagd kunnen worden.
Jeugd- en jongerenwerk Jeugd- en jongerenwerk Belangrijke kanttekening: regeling is specifiek naar deze partij geschreven, daarom sluit de regeling goed aan bij de verantwoording. •
Doelen (8), waaronder: preventie en tijdig signaleren en doorverwijzen, een inclusieve samenleving, demedicaliseren, normaliseren en mogelijkheid voor afschaling binnen de jeugdsector, samenwerking tussen informele en formele aanbieders.
•
Effect: Jongeren kunnen zich in Stichtse Vecht naar vermogen ontwikkelen, binnen hun mogelijkheden meedoen en aan de samenleving bijdragen. Dit geeft voldoening en heeft een positief effect op het welzijn en de gezondheid van jongeren. (Bron: Integraal Beleidskader Sociaal Domein)
•
Resultaten (5), waaronder: Jongerenwerkers zijn aanwezig op belangrijke locaties voor jongeren, er zijn locaties en activiteiten waar jongeren elkaar ontmoeten, een goede samenwerking tussen de lokale partijen.
Doeltreffendheid De subsidieregeling voor jeugd- en jongerenwerk is sterk uitgewerkt, sluit goed aan op het IBK en bevat heldere doelen, effecten en indicatoren. De doeltreffendheid is goed onderbouwd, dit is
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
14
mogelijk door de concreet geformuleerde doelen in de regeling. Er zijn 8 doelen beschreven, waar in de verantwoording van de subsidiepartner dan ook direct aan wordt gerefereerd. Het zijn wel heel veel doelen, maar hierdoor passen er ook veel verschillende activiteiten onder. Omdat verwachte resultaten worden beschreven in de regeling, kunnen partners hier ook aan refereren in hun jaarverantwoording. Doelmatigheid Doordat doelen, resultaten zo opgedeeld en handig opgeschreven zijn, kan subsidiepartner hier ook aan verantwoorden per doel: uren worden beschreven per activiteit, aantal jongeren per activiteit, en evaluatie van jongeren per activiteit. Kans om monitoring effecten en subsidieprogramma beter te verbinden Hoewel samen met de raad outcome indicatoren zijn geformuleerd, wordt hier in de praktijk nog te weinig op gereflecteerd. Deze werkwijze vraag nog om doorontwikkeling. Het betreft hier een eerste ervaring met deze manier van monitoring waarin duidelijke stappen zijn gerecht naar meer effectgerichte sturing. In de uitvoering wordt daarnaast gewerkt met outputindicatoren die door subsidiepartners worden gerapporteerd. De beschikbare indicatoren uit de Monitor Sociale Kracht worden echter nog nauwelijks betrokken bij het aanvragen, uitvoeren en verantwoorden van subsidies.
Hierdoor ontstaat weinig samenhang tussen wat organisaties rapporteren (output) en wat de gemeente op beleidsniveau wil volgen (outcome). Feitelijk bestaan er hierdoor twee parallelle monitoringsprocessen: 1. Beleidsmatige outcome-monitoring, uitgevoerd door de gemeente op basis van de Monitor Sociale Kracht; 2. Uitvoeringsgerichte outputverantwoording, aangeleverd door subsidiepartners en geanalyseerd door accounthouders. Deze twee lijnen sluiten momenteel onvoldoende op elkaar aan. Een deel van deze situatie is te verklaren doordat de effectindicatoren later zijn ontwikkeld dan de oorspronkelijke totstandkoming van het subsidieprogramma. Daardoor maken partners niet vanzelfsprekend gebruik van deze indicatoren in hun verantwoording. Tegelijkertijd geven subsidieontvangers aan dat ook in recente gesprekken met accounthouders weinig aandacht is voor het maatschappelijk effect van hun activiteiten. Ook in recente jaarverantwoordingen zien we de maatschappelijke effecten nauwelijks terug. In de verantwoording wordt vooral gerapporteerd over output, zoals aantallen activiteiten, deelnemers of contactmomenten. Deze cijfers laten zien wat er is gedaan, maar zeggen weinig over wat dit oplevert voor de gemeente. Belangrijke vragen blijven daardoor onbeantwoord, zoals of de inzet leidt tot meer sociale cohesie en minder eenzaamheid.
Sommige organisaties vullen hun rapportage aan met casuïstiek, bijvoorbeeld over het voorkomen van uithuisplaatsing of vermindering van stress bij gezinnen. Daarmee wordt al meer gereflecteerd op effecten, maar ook deze informatie wordt niet structureel gebruikt in de beoordeling of in de gesprekken over voortzetting of aanpassing van subsidies.
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
15
Om het subsidieprogramma sterker in te zetten als beleidsinstrument dat bijdraagt aan maatschappelijke effecten, is het noodzakelijk om de twee sporen beter met elkaar te verbinden. Het ontbreken van deze koppeling maakt het moeilijk om te beoordelen of de ingezette middelen bijdragen aan structurele verbeteringen en waar bijsturing nodig is. Het bestaande Plan van Aanpak voor monitoring biedt hiervoor een kader, maar stap 5 en stap 7 worden nog onvoldoende toegepast. Juist deze stappen zijn bedoeld om outcome en output dichter bij elkaar te brengen. Stap 5: Gezamenlijk duiden van de uitkomsten •
Wat zeggen de uitkomsten over het bereiken van het doel?
•
Dragen de activiteiten bij aan de (sub)doelen?
•
Is het nodig om activiteiten bij te stellen of te prioriteren?
Zonder dit gezamenlijke duidingsproces, en hierbij aandacht te besteden aan de effectindicatoren, blijven indicatoren losse gegevens in plaats van een basis voor gerichte sturing. Stap 7: Koppelen van maatschappelijke effecten aan inhoudelijke verslagen Deze stap moet inzicht geven in vragen zoals: •
Is het doel bereikt?
•
Zijn de beoogde effecten gerealiseerd?
•
Hoe kunnen we de resultaten verklaren?
•
Wat zijn verbeterpunten?
Zonder deze gezamenlijke duiding blijven indicatoren afzonderlijke gegevens, in plaats van een basis voor gerichte sturing. Ontbrekende koppeling tussen kosten, activiteiten en effecten Het inzicht in de besteding van middelen is in de meeste verantwoordingsstukken vooral financieel en organisatorisch van aard. Subsidiepartners verantwoorden hun lasten doorgaans op hoofdcategorieën zoals personeelskosten, ICT, onderhoud en energiekosten. Hun baten worden verantwoord in termen van geleverde diensten, activiteiten of collectief aanbod. In sommige gevallen wordt daarbij onderscheid gemaakt naar type dienstverlening, maar dit gebeurt niet consistent. Hierdoor ontbreekt een eenduidig en vergelijkbaar beeld van hoeveel middelen worden ingezet per activiteit of doelgroep, en wat deze inzet oplevert in termen van doelen en maatschappelijke effecten. De koppeling tussen kosten, uitgevoerde activiteiten en beoogde of gerealiseerde resultaten wordt in de verantwoording nauwelijks expliciet gemaakt. Daardoor is het lastig om uitspraken te doen over doelmatigheid: niet alleen over de vraag óf middelen rechtmatig zijn besteed, maar vooral of zij zo efficiënt en effectief mogelijk zijn ingezet. Deze beperkte transparantie bemoeilijkt het maken van afwegingen tussen verschillende vormen van inzet.
Zo blijft onduidelijk of vergelijkbare activiteiten tegen vergelijkbare kosten worden uitgevoerd, of dat bepaalde interventies relatief veel middelen vergen zonder aantoonbaar meer effect. Jaarlijkse cyclus inefficiënt; continuïteit gewenst Subsidiepartners geven aan dat het jaarlijks aanvragen en verantwoorden van subsidies veel tijd en capaciteit kost. Jaarlijks moet grotendeels dezelfde informatie opnieuw worden aangeleverd, wat ten koste gaat van de tijd die besteed kan worden aan uitvoering en doorontwikkeling van activiteiten. Deze (jaarlijkse) manier van monitoren en verantwoorden beperkt de doelmatigheid. De wens van
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
16
veel subsidiepartners is verstrekking van subsidie voor vier jaar, omdat dit meer continuïteit en zekerheid biedt. Vooral grotere partners geven aan dat dit voor hen belangrijk is, terwijl kleinere en meer informele organisaties juist behoefte hebben aan meer flexibiliteit in de aanvraag en verantwoording. Uniformiteit nodig in rol en werkwijze van accounthouders Hoewel het subsidiebureau zorgt voor een duidelijke en gestandaardiseerde werkwijze voor aanvragen en beschikkingen, ervaren subsidiepartners dat de verwachtingen vanuit accounthouders sterk kunnen verschillen. De basisprocessen zijn goed ingericht, maar in de uitvoering blijft onduidelijkheid bestaan over wat precies wordt gevraagd, vooral bij de verantwoording en de benodigde diepgang. Het is daarom niet de gestandaardiseerde werkwijze zelf die ontbreekt, maar de consequente toepassing ervan door accounthouders. Door hier meer lijn in te brengen, kan de gemeente zorgen voor meer voorspelbaarheid en eenduidigheid voor subsidiepartners. Samenwerking versterken om overlap te voorkomen Een aantal subsidiepartners ervaart overlap tussen verschillende regelingen en initiatieven Tegelijkertijd geven meer partners aan dat er meer afstemming en samenwerking tussen organisaties mogelijk is om overlap te voorkomen en om beter gebruik te maken van bestaande structuren en netwerken.
Het voorkomen van versnippering en het versterken van samenhang en samenwerking blijft daarmee een aandachtspunt, ook als feitelijke overlap beperkt is.
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
17
5. Conclusie De evaluatie laat zien dat de juridische basis van de subsidieregelingen aandacht behoeven. Er is een beter afwegingskader nodig zodat het instrument subsidie een meer stevige basis krijgt. Binnen de gemeente Stichtse Vecht zien we op onderdelen gewenste maatschappelijke effecten. Ook zien we dat er gemonitord wordt op outcome en output. De gemeente volgt de ontwikkeling op outcome via onder andere de Monitor Sociale Kracht, terwijl subsidieontvangers jaarlijks rapporteren op de afgesproken output. Verantwoording van subsidieontvangers richt zich vooral op activiteiten en aantallen. Daarmee is sprake van monitoring op zowel outcome- als outputniveau. Deze twee sporen bestaan echter grotendeels naast elkaar. De verbinding tussen de beleidsmatige outcome monitoring en de verantwoording op niveau van output ontbreekt, waardoor inzichten onvoldoende samenkomen. Hierdoor zijn monitoren en verantwoorden nu twee afzonderlijke onderdelen, terwijl een meer geïntegreerde aanpak nodig is om het effect van activiteiten goed zichtbaar te maken en meer zicht te krijgen op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het subsidieprogramma. Een belangrijke verklaring hiervoor ligt in de opzet van het programma.
De indeling in subsidiecategorieën en de uiteenlopende uitwerking van regelingen sluiten niet altijd goed aan op de uitgangspunten van het Integraal Beleidskader Sociaal domein en daarmee op de doelstellingen van de gemeente. Hierdoor worden effecten versnipperd zichtbaar en blijven delen van de inzet onderbelicht. Verschillen in concreetheid tussen regelingen zorgen bovendien voor variatie in de manier van verantwoorden. Doelen, resultaten en effecten zijn niet altijd onvoldoende scherp te onderscheiden, wat onduidelijkheid schept over wat de gemeente nastreeft en wat van subsidiepartners wordt verwacht. Deze onduidelijkheid werkt door in monitoring en evaluatie. De nadruk hierin ligt op output, terwijl beschikbare effectindicatoren weinig worden benut om de bijdrage van de activiteiten hieraan het meten. Opvallend is dat verantwoordingsstukken regelmatig niet refereren aan de doelen en activiteiten zoals deze geformuleerd staan in het subsidieprogramma. De reflectie op de bijdrage aan de doelen en effecten zoals deze in het programma staan wordt gemist. Tegelijkertijd ontbreekt een consistente koppeling tussen kosten, activiteiten en resultaten, waardoor het moeilijk is om te beoordelen of middelen doelmatig worden ingezet en waar bijsturing nodig is.
Gezamenlijk maken deze bevindingen duidelijk dat het subsidieprogramma toe is aan herstructurering: een meer eenduidige en samenhangende opzet, een helder afwegingskader, scherpere doelstellingen en beter benutten van beschikbare effectindicatoren. Dit is nodig om de bijdrage van subsidies aan beleidsdoelen en maatschappelijke effecten beter inzichtelijk te maken en gerichter te kunnen sturen op doeltreffendheid en doelmatigheid.
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
18
6. Aanbevelingen Op basis van de conclusie hebben we onze aanbevelingen onderverdeeld in drie categorieën: grondslag subsidie en besluitvorming, doeltreffendheid en tot slot doelmatigheid. Het zijn praktische aanbevelingen waarmee Stichtse Vecht tot een subsidieprogramma met voldoende (juridische) grondslag kan komen, aan de gewenste doelen kan werken en de wijze waarop verschillende partijen aan deze doelen werken, beter kan volgen en evalueren.
1. Zorg voor voldoende juridische grondslag én flexibiliteit Voor Stichtse Vecht vinden wij het passend naast de ASV te werken met thematische subsidieregelingen (bijvoorbeeld Cultuur, Sport en bewegen, Wmo, etc.). Dat geeft juridische zekerheid, maar ook beleidsmatige wendbaarheid die past bij een middelgrote, bestuurlijk diverse gemeente. Het college is bevoegd deze regelingen (die allemaal hun eigen subsidieplafond hebben) vast te stellen. Dit biedt overzicht, maar ook flexibiliteit gedurende de looptijd van vier jaar bij te sturen. Bovendien kun je per thematische regeling andere voorwaarden stellen en maatwerk leveren waar nodig. Iedere regeling kan zijn eigen afwegingskader krijgen, waarbij Krimpenerwaard als voorbeeld kan dienen. Tot slot is het praktisch de uitvoeringsregels op te nemen binnen de regelingen.
2. Doeltreffendheid: koppel de subsidie directer aan de IBK ambities en doelen en stuur op effecten Binnen deze aanbeveling komen we tot een aantal sub-aanbevelingen: •
Werk per regeling expliciet uit welk IBK ambities en doelen centraal staan, welke bijdrage van
•
subsidiepartners aan dit uitgangspunt wordt verwacht en welk effect daarbij wordt nagestreefd Vraag in verantwoordingstukken om expliciete reflectie op de doelen en effecten zoals geformuleerd in het IBK en de regelingen.
•
Erken dat effecten in het sociaal domein vaak lastig te kwantificeren zijn. Combineer daarom: o beperkte kernindicatoren (bijvoorbeeld bereik, doorverwijzingen); o
•
structurele kwalitatieve reflectie (casuïstiek, patronen, leerpunten).
Benut bestaande gemeentelijke gegevens meer, zoals de Monitor Sociale Kracht en de hieruit opgestelde effectindicatoren als vaste referentie in de subsidiecyclus. Dit kan door: o vooraf vast te leggen welke indicatoren relevant zijn per subsidieregeling; o
subsidiepartners te vragen in de verantwoording hun inzet te relateren aan effectindicatoren en trends uit deze monitors;
o
deze informatie mee te nemen in het gesprek over voortzetting of bijstelling van subsidies.
•
Stuur actiever op samenhang en afstemming tussen subsidieontvangers: gezamenlijke doelen te formuleren, periodieke afstemmingsmomenten te organiseren, overlap bespreekbaar te maken
•
Werk per subsidieregeling met een vaste en herkenbare opbouw en op hetzelfde abstractieniveau. Bouw hierbij voort op de aanpak van verder uitgewerkte regelingen (zoals preventieve schuldhulpverlening en jeugd- en jongerenwerk)4 en koppel dit aan het IBK: o Beleidsdoelen o
Output (resultaten)
o
Outcome (maatschappelijk effect’
Let wel: regeling is naar specifieke subsidieontvanger schreven, daarom was het voor de regeling makkelijker om concrete doelen te formuleren 4
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
19
3. Doelmatigheid: Stuur op een zakelijke overheid Ook binnen deze aanbeveling komen we tot een aantal sub-aanbevelingen: •
Verbind kosten, prestaties en effecten explicieter in aanvragen en verantwoording. Vraag subsidiepartners inzichtelijk te maken: welke activiteiten zijn uitgevoerd, welke kosten daarmee gepaard gaan, welk maatschappelijk effect hiermee wordt bereikt.
•
Biedt ruimte voor gezamenlijke aanvragen en samenwerking tussen verschillende partijen, vooral voor langdurige projecten.
•
Introduceer waar mogelijk meerjarige subsidies om continuïteit te bieden en administratieve lasten te verminderen, voor zowel gemeente als subsidiepartners, maakt langere termijn investeringen mogelijk,
•
Verhalen, casuïstiek en praktijkvoorbeelden bevatten vaak waardevolle informatie over effecten, maar worden nu beperkt benut. Door deze informatie systematisch te koppelen aan kosten en inzet (bijvoorbeeld ter illustratie van wat wordt voorkomen), kan zij bijdragen aan een beter begrip van doelmatigheid, zonder dat zware meetinstrumenten nodig zijn.
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
20
Bijlage 1 gesprekspartners Gesprekken gemeente Stichtse Vecht Functies • directeur Sociaal domein • teamleider Ontwikkeling samenleving en Veiligheid • wethouders • coördinator subsidiebureau • jurist sociaal domein • accounthouders • strategen Sociaal domein • financieel adviseurs Sociaal domein • business controller SD • beleidsadviseurs team OSV
Perspectief Beleidsmatige sturing en domeinbrede samenhang Bestuur en politiek-strategisch juridisch kader en subsidie coördinatie accounthouderschap en subsidierelaties financiën, data beleidsinhoudelijke expertise
Gesprekken subsidiepartners •
Jeugd-Punt
•
MOmenz
•
Kwadraad
•
Leef
•
Handje Helpen
•
Gezinsbuddy
•
Buurtgezinnen
•
Ouders Lokaal
•
Bibliotheek
•
Kind & Co
•
Adviesraad Sociaal Domein
•
Sportraad
•
Seniorenraad
DSP-groep
Subsidieprogramma Stichtse Vecht 2021-2024
21
DSP-GROEP BV Van Diemenstraat 410 1013 CR Amsterdam +31 (0)20 625 75 37 dsp@dsp-groep.nl KvK 33176766 IBAN: NL28 INGB 0004 6225 36 Btw-nummer: NL006785438B01 www.dsp-groep.nl Als onafhankelijk bureau ondersteunen wij ministeries, provincies en gemeenten en maatschappelijke organisaties met toegankelijke en toepasbare onderzoeksresultaten en adviezen. Wij moedigen onze medewerkers aan om te doen waar zij goed in zijn en zich hierin te blijven ontwikkelen. Waar mogelijk werken wij samen met vaste freelancers en organisaties met aanvullende expertise en kwaliteiten. Om nieuwe perspectieven en positieve energie te bieden, leggen wij verbinding tussen de verschillende thema’s waarop wij werken en bewegen wij ons voortdurend tussen verschillende werelden. Goed beleid is inclusief en neemt verschillende soorten kennis mee. Onze kracht ligt in onze gedrevenheid, betrokkenheid en een frisse, onafhankelijke blik. Wat we doen DSP-groep zorgt voor gedegen kennis, nieuwe perspectieven en positieve energie in complexe maatschappelijke opgaven. Wij ontwikkelen advies en beleid vanuit en voor de mensen om wie het gaat. Advies en beleid waar onze opdrachtgevers graag mee verder gaan. Advies en beleid dat werkt. Meer weten Neem vrijblijvend contact met ons op voor meer informatie of om een afspraak te maken. Bezoek onze website www.dsp-groep.nl voor onze projecten.