CConstaterende datStichtse Vecht
Koppel je AI →
Document · PDF

3.3. Toelichting Bestemmingsplan Garsten Noord.pdf

Raad 17 december 2024, gemeente Stichtse VechtBij agendapunt: 9: Tussenuitspraak bestemmingsplan "Garsten Noord", 1ste bestuurlijke lus34.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

1 alinea's met “vrom”: 549

Voor Vreelandseweg 12 is in het Peutz onderzoek overigens uitgegaan van het akoestisch onderzoek R065341aaA1.md, “Nagel te Nigtevecht; Akoestisch onderzoek Vreelandseweg 4 en 12” d.d. 17 april 2007 door LBP|Lichtveld Buis & Partners dat onderdeel uitmaakte van de verleende milieuvergunning. Aanvullende daarop is rekening gehouden met het geluidscherm met een hoogte van 3 m dat geplaatst is op de terreingrens tussen Vreelandseweg 12 en 14. Met dit geluidscherm wordt bij de woning aan de Vreelandseweg 14 juist voldaan aan de grenswaarde van het Activiteitenbesluit gedurende de dagperiode. Ten behoeve van het cumulatieonderzoek is een locatiebezoek gebracht om het scherm te inspecteren. Daaruit is gebleken dat het geluidscherm absorberend is uitgevoerd aan de zijde van de Vreelandseweg 12. Het model is hierop aangepast. Inrichtinghouder heeft in zijn zienswijze aangegeven dat hij ook gedurende de nacht- en avondperiode activi-

77

teiten verricht en daarnaast langere bedrijfsduren heeft dan aangehouden in het akoestisch onderzoek dat ten grondslag ligt aan de berekeningen. De genoemde activiteiten zijn echter niet gemeld in het kader van het Activiteitenbesluit, noch is daarvoor een OBM-vergunning aangevraagd of verleend. Onderzocht is of de inrichting in het kader van het Activiteitenbesluit, geluidruimte heeft om de genoemde activiteitenbesluit te verrichten. De genoemde activiteiten zouden niet voldoen aan de geluidgrenswaarden in het kader van het Activiteitenbesluit. In het kader van het bestemmingsplan is daarom enkel rekening gehouden met de hiervoor genoemde geluidsonderzoeken. Geluidsbelasting in relatie tot een goede ruimtelijke ordening Wegverkeer De Vreelandseweg is, ter hoogte van het plangebied, een 50 km-weg met 1 rijstrook. Op circa 200 meter ligt de Kanaaldijk Oost. Aan de overkant van de Vecht bevindt zich de Eilandseweg. De verkeersintensiteit van de Kanaaldijk Oost ligt op circa 3.000 motorvoertuigen per etmaal. De intensiteiten van de Vreelandseweg en de Eilandseweg liggen onder de 1.000 motorvoertuigen per etmaal. De Vreelandseweg en de Kanaaldijk Oost hebben ter plaatse van een plangebied een 60 km/h regime, De Eilandseweg heeft een snelheidsregime van 80 km/uur (bron: Google streetview) waardoor formeel gezien akoestisch onderzoek noodzakelijk is.

In onderstaande geluidsbelastingkaart is echter de actuele cumulatieve geluidsituatie vanwege wegverkeerslawaai (zonder aftrek ex 110g Wgh) voor peiljaar 2030 in beeld gebracht:

78

Uit bovenstaande geluidbelastingkaart blijkt dat de geluidbelasting onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB ligt. Gecumuleerde geluidsniveaus In het cumulatieonderzoek van de ODRU zijn de gecumuleerde geluidsniveaus als gevolg van de onderzochte bedrijven bepaald. De geluidsbelasting van wegverkeer is dusdanig laag dat dit geen effect heeft op het totale gecumuleerde niveau. Daarom is alleen de cumulatie van het geluid van de omliggende bedrijven onderzocht. Bestaande woningen (niet zijnde bedrijfswoningen) Uit de resultaten van de cumulatieberekeningen blijkt dat de gecumuleerde geluidsbelasting bij de bestaande geluidsgevoelige bestemmingen (niet zijnde bedrijfswoningen of woningen op een bedrijventerrein) maximaal 56 dB(A) bedraagt bij de woning aan de Vreelandseweg 19. Ter plaatse van de locatie Vreelandseweg 19 is het bouwen van een nieuwe woning bestemd. Omdat de woning Vreelandseweg 19 mogelijk binnen afzienbare periode wordt gesloopt, achten wij het aanvaardbaar dat daar tijdelijk een gecumuleerde geluidsbelasting van 56 dB(A) optreedt. De geluidsbelasting op de nieuwe geluidsgevoelige bestemming is vanwege de enigszins veranderde locatie is weliswaar lager maar bedraagt nog altijd (afgerond) 56 dB(A) . Voor alle overige bestaande woningen in de nieuwe situatie wordt voldaan aan de streefwaarde van 55 dB(A).

Bedrijfswoningen en woningen op een bedrijventerrein De gecumuleerde geluidsbelasting bij bedrijfswoningen bedraagt maximaal 66 dB(A) bij de woning aan de Vreelandseweg 12. Deze geluidsbelasting wordt echter volledig bepaald door het bedrijf waartoe deze woning behoort. Zonder de geluidsbelasting van de eigen inrichting bedraagt de gecumuleerde waarde slechts 47 dB(A). Voor de overige bedrijfswoningen en woningen gelegen op een bedrijventerrein wordt voldaan aan de streefwaarde. Na het opleveren van het cumulatie-onderzoek is er een aanvraag ingediend voor de nieuwbouw van de woning Vreelandseweg 4. De nieuwe woning komt enkele meters naar achteren te liggen (t.o.v. de Vreelandseweg). Er is in een aparte notitie onderzocht wat het effect hiervan is (notitie geluid Vreelandseweg 4, ODRU, 26 oktober 2018, kenmerk Z2018-60139 / D – 15938). Daarin is geconcludeerd dat de geluidbelasting op Vreelandseweg 4 iets toeneemt, maar de conclusies van het cumulatie-onderzoek niet veranderen.

Plan Vechtoever De gecumuleerde geluidsbelasting is bij 5 van de 6 bouwblokken van Plan Vechtoever ruimschoots lager dan de streefwaarde van 55 dB(A)-etmaalwaarde. Alleen bij het meest zuidelijk gelegen bouwblok (ter plaatse van de huidige Vreelandseweg 19) is de gecumuleerde geluidsbelasting hoger. Ter hoogte van de Vreelandseweg 19 (en in de nieuwbouwsituatie het meest zuidelijke bouwblok van Plan Vechtoever) is gedurende de dagperiode sprake van maximaal 56 dB(A). Deze waarde is slechts 1 dB(A) hoger dan de streefwaarde en is toelaatbaar indien geen maatregelen mogelijk zijn en indien aangetoond kan worden dat nog altijd voldaan kan worden aan de eis voor het binnenniveau van 35 dB(A)-etmaalwaarde. Bovendien betreft het hier een bestaande situatie gezien de ligging van de huidige woning Vreelandseweg 19 en ligt het in de verwachting dat deze woning wordt geamoveerd. De gecumuleerde geluidsbelasting bij dit bouwblok wordt in min of meer gelijke mate bepaald door twee van de vier beschouwde bedrijven waardoor maatregelen niet zonder meer mogelijk zijn. Bovendien is de gevelwering van de nieuw te bouwen wonin79

gen minimaal 20 dB op basis van het Bouwbesluit. Door middel van een gevelweringsberekening moet aangetoond worden dat voor dit bouwblok een minimale gevelwering van 21 dB gerealiseerd kan worden. Ook voor het meest zuidelijk gelegen bouwblok is daarmee sprake van een goed woon- en leefklimaat. Niet-geluidgevoelige bestemmingen De geluidbelasting bij de logiesfunctie aan de Vreelandseweg 10 vanwege alle bedrijven samen bedraagt maximaal 59 dB(A) etmaalwaarde (waarvan 57 dB(A) vanwege het eigen bedrijf ). Dit is lager dan de eerder benoemde streefwaarde van 65 dB(A). Overigens is in de avond- en nachtperiode sprake van veel lagere geluidniveaus, omdat de betonfabriek dan nauwelijks in bedrijf is. In de dagperiode, als de betonfabriek wel in bedrijf is, verblijven de werknemers in het algemeen ook niet in de voor logies bestemde ruimten maar zijn zij werkzaam in de betonfabriek. Geconcludeerd wordt dat een logiesfunctie op de eerste etage van het kantoor van Betonfabriek Nigtevecht akoestisch inpasbaar is, zowel voor wat betreft geluid van de eigen inrichting als van omliggende bedrijven. Ter plaatse van de logiesfunctie is sprake van een acceptabel leefklimaat. Ook worden omliggende bedrijven door de realisatie van de logiesfunctie niet beperkt in hun bedrijfsvoering. Bij de recreatiewoning aan de Vreelandseweg 21 wordt een gecumuleerde geluidsbelasting van 58 dB(A) berekend.

Dit is lager dan de streefwaarde van 65 dB(A) en daarmee is ook bij deze woning sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat.

Maximale geluidsniveaus Uit de berekeningen blijkt dat op diverse posities en in alle etmaalperiodes sprake is van overschrijding van de grenswaarden voor maximale geluidsniveaus. Betonfabriek Nigtevecht Bij de betonfabriek worden de overschrijdingen veroorzaakt door personenwagens die in de avond- en nachtperiode parkeren aan de voorzijde van het bedrijfspand. Dit resulteert in de avond- en nachtperiode in een overschrijding van de grenswaarden voor maximale geluidsniveaus bij de drie zuidelijk gelegen bouwblokken van het plan Vechtoever. Voor het meest zuidelijke bouwblok is in feite sprake van een bestaande situatie omdat de rooilijn van dit bouwblok vrijwel samenvalt met de huidige gevel van de huidige maar nog te slopen woning aan de Vreelandseweg 19. Ter plaatse van de overige twee bouwblokken is op dit moment geen geluidsgevoelige bestemming aanwezig. Voor de betonfabriek worden maatwerkvoorschriften opgesteld. Met deze maatwerkvoorschriften is er nog altijd sprake van een acceptabel woon- en leefklimaat. Ook ter plaatse van de logiesfunctie welke onderdeel is van de betonfabriek is sprake van een overschrijding van de grenswaarde. Het betreft hier echter een nietgeluidgevoelige bestemming welke bovendien onderdeel is van de inrichting. P. Nagel (Vreelandseweg 12) Gedurende de dagperiode is er sprake van hoge maximale geluidsniveaus als gevolg van P.

Nagel door het storten van metaal en het werken met de grijper. Dit zijn activiteiten die direct gerelateerd zijn aan het laden en lossen. De hoogste maximale geluidsniveaus treden op bij de bestaande woningen aan de Vreelandseweg 14 en 23 maar ook bij de recreatiewoning aan de Vreelandseweg 21 en de eigen woning van

80

de inrichting. Maximale geluidsniveaus als gevolg van de overige activiteiten zijn lager dan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Ook bij de nieuw te bouwen woningen binnen plan Vechtoever (de drie zuidelijke bouwblokken) is sprake maximale geluidsniveaus in de dagperiode die hoger zijn dan zoals opgenomen in het Activiteitenbesluit. Omdat het hier maximale geluidsniveaus betreft als gevolg van bestaande en reeds gemelde activiteiten die direct gerelateerd zijn aan het laden en lossen, worden deze bij toetsing aan het Activiteitenbesluit buiten de beoordeling gelaten. Bij toetsing in het kader van de ruimtelijke ordening is de geluidsbelasting wel beoordeeld, en wordt geconcludeerd dat op de relevante woningen ook al vergelijkbare of zelfs hogere maximale geluidsniveaus zullen optreden als gevolg van verkeer rijdend op de openbare weg. Bovendien is er sprake van een bestaande reeds vergunde situatie. In die bestaande situatie is middels maatwerkvoorschriften de aangevraagde situatie vergund waarbij ter plaatse van Vreelandseweg 19 en 23 hogere langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn toegestaan (tot 53 dB(A) gedurende de dagperiode. Dit heeft tot gevolg dat bij het meest zuidelijk gelegen bouwblok van Plan Vechtoever (ter vervanging van Vreelandseweg 19) ook een langtijdgemiddelde beoordelingsniveau van 53 dB(A) verwacht wordt.

Gezien het bovenstaande en het feit dat de gecumuleerde geluidsbelasting maximaal 56 dB(A) bedraagt wordt geconcludeerd dat er in de nieuwe situatie nog altijd sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Aannemersbedrijf Vreelandseweg 10a Voor het aannemersbedrijf aan de Vreelandseweg 10a betreffen de overschrijdingen van de grenswaarden vertrekkende of arriverende vrachtwagens gedurende de dagen avondperiode. Vanwege de ligging van de bestaande maar nog te slopen woning aan de Vreelandseweg 19 is hier sprake van een bestaande situatie. Als gevolg van de nieuwbouw ter plaatse van de Vreelandseweg 19 treden geen hogere maximale geluidsniveaus op. Ook in dit geval worden bij de woningen hogere maximale geluidsniveaus verwacht vanwege verkeer rijdend op de openbare weg. Door het aannemersbedrijf treedt daarom geen verslechtering op van het woon- en leefklimaat. Nagel Demontage (Vreelandseweg 4) De maximale geluidsniveaus bij Nagel Demontage gedurende de dagperiode worden veroorzaakt door het laden en lossen met behulp van een heftruck welke conform het Activiteitenbesluit buiten de beoordeling gelaten kunnen worden. Gedurende de nachtperiode vinden er overschrijdingen plaats van de grenswaarde voor het maximale geluidniveau bij een aantal bestaande woningen aan de Vreelandseweg en bij de nieuw te bouwen woningen van plan Vechtoever .

De overschrijding wordt veroorzaakt door vertrekkende of arriverende vrachtwagens. Voor Nagel Demontage gaat het om maximaal 2 voertuigbewegingen gedurende de nachtperiode. Deze activiteiten worden middels maatwerkbesluit toegestaan en betreffen overigens bestaande vergunde bedrijfsactiviteiten. Ook hier is sprake van een situatie waarbij vergelijkbare of zelfs hogere maximale geluidsniveaus zullen optreden als gevolg van verkeer rijdend op de openbare weg. De maximale geluidsniveaus als gevolg van Nagel Demontage leiden niet tot een onacceptabel woon- en leefklimaat.

81

Conclusie Wegverkeer De geluidsbelasting voor wegverkeer ligt onder de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Geluid als gevolg van wegverkeer vormt daarom geen belemmering voor dit plan. Industrielawaai Voor wat betreft industrielawaai wordt niet in alle gevallen voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus en maximale geluidsniveaus voldaan aan de standaard grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de bedrijven waarvoor al maatwerkvoorschriften opgesteld zijn of waarvoor nog (aanvullende) maatwerkvoorschriften worden opgesteld.

Noodzakelijke maatwerkvoorschriften Bij bijna alle gevoelige bestemmingen wordt voldaan aan de streefwaarde voor de gecumuleerde langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Daar waar niet voldaan kan worden is de overschrijding beperkt (maximaal 1 dB). Voor de maximale geluidsniveaus is sprake van diverse overschrijdingen van de streefwaarden. Het betreft hier echter veelal bestaande situaties, een beperkte frequentie en/of bronnen die normaliter (gedurende de dagperiode) buiten de beoordeling gelaten mogen worden. Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat er bij alle geluidgevoelige bestemmingen sprake is van een goed woon- en leefklimaat. 4.2.3

Luchtkwaliteit Wettelijk kader Tussen de luchtkwaliteitseisen van de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening is een koppeling gelegd. Zo dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst aan de in de Wet milieubeheer opgenomen richtwaarden en grenswaarden voor een aantal luchtvervuilende stoffen. Voor luchtkwaliteit is de Wet milieubeheer (Wet luchtkwaliteit, artikel 5.16, eerste lid, Wm) van kracht. Hierin is vastgelegd dat onder meer ruimtelijke ontwikkelingen dienen te worden getoetst aan de in de wet opgenomen grenswaarden en richtwaarden. Deze wet is nader uitgewerkt in besluiten en regelingen, waarvan het Besluit en de Regeling niet in betekenende mate (NIBM) en de Regeling beoordeling luchtkwaliteit

82

2007 de belangrijkste zijn. Daarnaast is ook het beginsel van een goede en duurzame ruimtelijke ordening van belang. Niet in betekenende mate (NIBM) Alleen projecten die ‘in betekenende mate’ bijdragen aan de concentraties luchtvervuiling worden getoetst aan de grenswaarden. Er dient te worden onderzocht of een project ‘in betekenende’ mate van invloed is op de luchtkwaliteit. Het Besluit NIBM bepaalt dat een ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie luchtvervuiling als deze minder dan 3% van de grenswaarde, ofwel 1,2 microgram per m3. Via de NIBM-tool kan de bijdrage van kleinere ruimtelijke plannen en verkeersplannen aan de luchtkwaliteit worden vastgesteld. De NIBM-tool is in 2008 ontwikkeld door het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil. De NIBM-tool wordt jaarlijks door InfoMil geactualiseerd. Goede ruimtelijke ordening Plannen dienen te voldoen aan het beginsel van een goede ruimtelijke ordening. De formele definitie van het beginsel van een goede ruimtelijke ordening is: “het coördineren van de verschillende belangen tot een harmonisch geheel dat een grotere waarde vertegenwoordigd dan het dienen van de belangen afzonderlijk”. Een goede luchtkwaliteit is een van de belangen, ofwel de luchtkwaliteit dient geschikt te zijn voor de beoogde functie.

Daarom is inzicht in de luchtkwaliteit situatie van belang. Daarnaast wordt gekeken naar de beoordelingsmethoden die de landelijke GGD en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hanteert. Evenzo wordt hierbij meteen geanticipeerd op de Omgevingswet, waarin gezondheid en milieu meer aan elkaar worden gekoppeld. De GGD hanteert een zogenaamde gezondheidseffectscreening (GES), een screeningsmethode om de blootstelling aan diverse milieuaspecten met verschillende gezondheidseffecten, ook onder grenswaarden, gezondheidskundig te kunnen beoordelen. De WHO hanteert advieswaarden voor fijn stof vanaf een bepaalde drempel waarin aantoonbare gezondheidsklachten kunnen voorkomen Grenswaarden In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn de richtwaarden en de grenswaarden opgenomen voor een aantal luchtvervuilende stoffen. De belangrijkste zijn weergegeven in tabel 1. De advieswaarde van de WHO voor fijn stof is eveneens opgenomen. De concentraties van de overige stoffen benaderen de grenswaarden en richtwaarden in Nederland niet. Er hoeft daarom niet te worden getoetst aan deze richtwaarden en grenswaarden en zijn dus niet opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 1: Grenswaarden stikstofdioxide en fijn stof van bijlage 2 Wet milieubeheer

Stof

Type Norm

Stikstofdioxide (NO2)

jaargemiddelde

Wettelijke grenswaarde Concentratie (µg/m3) 40

83

WHOadvieswaarde Concentratie (µg/m3) -

Max. overschrijdingen per jaar

Fijn stof (PM10) Fijner stof (PM2,5)

uurgemiddelde jaargemiddelde daggemiddelde jaargemiddelde

* = indicatieve grenswaarde (EU)

200

-

40

20

50

-

25 20*

10 -

18

35

Achtergrondinformatie luchtverontreinigende stoffen Stikstofdioxide (NO2) Een concentratie tot 10 microgram per kuub voor stikstofdioxide wordt door de landelijke GGD (handboek voor een gezonde inrichting van de leefomgeving - 2018) bestempelt als zijnde milieugezondheidskwaliteit goed. Boven de 20 microgram wordt de kwaliteit als matig bestempelt en boven de 30 microgram onvoldoende. De wettelijke jaargemiddelde concentratie ligt met 40 microgram per kuub daar aanzienlijk boven. Fijn stof (PM10) Fijn stof draagt volgens de huidige inzichten bij aan ruim 75% van alle ziektelast van milieufactoren. Daarnaast is van fijn stof bekend dat er ook significant schadelijke effecten zijn op de gezondheid beneden de wettelijke grenswaarde van 40 microgram per kuub. De Wereld Gezondheid Organisatie hanteert daarom een advieswaarde van 20 microgram per m3. Een concentratie van boven de 20 microgram per kuub voor fijn stof wordt door de landelijke GGD bestempelt als zijnde milieugezondheidskwaliteit onvoldoende en boven de 30 microgram als zijnde zeer onvoldoende. De wettelijke jaargemiddelde concentratie ligt daar dus aanzienlijk boven. Fijner stof (PM2,5) Fijner stof (PM2,5) is een belangrijke schadelijke component van fijn stof. De Wereld Gezondheid Organisatie hanteert daarom een advieswaarde van 10 microgram per m3.

Een concentratie van boven de 10 microgram per kuub voor fijner stof wordt door de landelijke GGD bestempelt als zijnde milieugezondheidskwaliteit onvoldoende en boven de 14 microgram als zijnde zeer onvoldoende. De wettelijke jaargemiddelde concentratie ligt met 25 microgram per kuub daar aanzienlijk boven. Elementair koolstof (roet) Elementair koolstof is een maat voor de massa van roetdeeltjes in fijn stof en is daardoor een goede indicator voor te verwachten geuroverlast. Er gelden geen formele grenswaarden voor elementair koolstof. Roet is een verzamelnaam voor zwarte deeltjes in de lucht, die ontstaan bij onvolledige verbranding. De belangrijkste bronnen voor roet zijn het wegverkeer (met name uitstoot van roetdeeltjes uit dieselmotoren), industriële bronnen en huishoudens (open haarden en kachels). In steden draagt het verkeer voor circa 50% bij aan de heersende roetconcentraties. Als vuistregel wordt op dit moment voor het gezondheidseffect 6 maanden “levensjaar” winst per microgram/kuub verlaagde EC concentraties gehanteerd (Commissie voor de milieueffectrapportage). De gehanteerde advieswaarden van WHO en GGD ligt aanzienlijk lager dan de wettelijke grenswaarden. Pas als aan deze waarden wordt voldaan kan vanuit een goede motivering worden gesproken over acceptabele concentraties en goed woon- een leefklimaat.

84

Situatie plangebied Toetsing NIBM (verkeerstoename) Vreelandseweg 6 Het wonen aan Vreelandseweg 6 heeft geen relevante negatieve invloed op de verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte. Het aantal verkeersbewegingen van en naar de woningen zal zeker niet groter zijn ten opzicht van een bedrijfsmatige invulling van het perceel, eerder kleiner. Dit geldt ook voor de parkeerbehoefte. Een bedrijf heeft ten opzichte van een woning een veel grotere verkeersaantrekkende werking. Nagel demontage B.V. Vreelandseweg 4 De Vreelandseweg wordt als hoofdontsluiting gebruikt, waarbij vrijwel alle verkeer van en naar de firma Nagel in noordelijke richting wordt afgewikkeld via de Kanaaldijk Oost. De capaciteit van deze wegen is voldoende. De beoogde wijziging in de bedrijfsvoering zal niet leiden tot een significant groter aantal verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie. Dit omdat de bestaande bedrijfssituatie sinds jaar en dag reeds is gebaseerd op een opslagcapaciteit van 50.000 ton. Hierbij is ook van belang dat de uitbreiding van de activiteiten met montagewerkzaamheden en het scheiden van kunststoffen in principe niet tot meer verkeersbewegingen zal leiden aangezien deze activiteiten worden gecombineerd met de bestaande demontageactiviteiten.

Betonfabriek De ontwikkeling van de nieuwe woon-/logiesfuncties bij de betonfabriek zullen leiden tot extra verkeer van en naar het plangebied. Tegelijkertijd is er sprake van een afname van verkeer, omdat de werknemers van de betonfabriek op het terrein gehuisvest worden en er dus minder woon-werkverkeer is. Bovendien beschikken de meeste werknemers niet over een auto. Het aantal extra verkeersbewegingen over de Vreelandseweg kan worst-case bepaald worden op basis van CROW-kentallen zoals opgenomen in de ASVV2012. Voor kamerverhuur aan zelfstandigen (geen studenten) wordt een kental aangehouden van 2,1 voertuigbewegingen per kamer per etmaal. Het totale aantal extra verkeersbewegingen bedraagt dus maximaal 18 x 2,1 = 38 verkeersbewegingen per etmaal over de Vreelandseweg. Vechtoever Binnen dit woningbouwplan zijn ter plaatse van de Vreelandsweg 17-19 vier vrijstaande woningen geprojecteerd. Aan de Vreelandseweg 11-13 zijn tien appartementen geprojecteerd. Vanwege parkeereisen wordt hier gedacht aan het realiseren van een ondergrondse parkeerkelder. Op nummer 13, 17 en 19 staan in de huidige situatie (bedrijfs)woningen. De vrijstaande woning op nummer 17 blijft voorlopig gehandhaafd. Gezien de omvang van het plan zou het plan in betekende mate kunnen bijdragen. De verkeersgeneratie is berekend met de CROW-publicatie 317 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie'.

Het plangebied is gelegen in de ‘rest bebouwde kom’ en kan als ‘weinig stedelijk’ worden aangemerkt. Hiervoor geldt voor vrijstaande koopwoningen een norm voor verkeersgeneratie van per 7,8 – 8,6 per woning. Voor de geplande appartementen geldt een norm voor verkeersgeneratie van 7,0 – 7,8 per woning. Als

85

gevolg van de totale ontwikkeling is de totale verkeersgeneratie als volgt berekend: 1 extra woning x 8,2 = 8,2. 14 extra appartementen x 7,4= 103,6. De totale verkeersgeneratie komt daarmee afgerond uit op 112 verkeersbewegingen per etmaal over de Vreelandseweg. Totaal Alles opgeteld bedraagt de toename 150 verkeersbewegingen (personenwagens). Vanuit een worstcase benadering is deze hoeveelheid met een factor 2 vermenigvuldigd en is het aandeel vrachtverkeer op 5 % gezet. Hieronder is de uitkomst van de NIBM-berekening weergegeven: Uit de berekening met de NIBM-tool blijkt dat de planbijdrage van de gehele ontwikkeling kleiner is de NIBM-grens van 1,2 ųg/m³, daardoor zal het plan ‘niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Directe uitstoot van bedrijven Betonfabriek

Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van een plan op de luchtkwaliteit Jaar van planrealisatie 2030 Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)

300

Aandeel vrachtverkeer

5,0 %

NO2 in μg/m3

0,14

PM10 in μg/m3

0,05

Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3

1,2

Conclusie De bijdrage van het extra verkeer is niet in betekenende mate; geen nader onderzoek nodig Stuifgevoelige stoffen die toegepast worden in de betonproductie (cement, kalkmeel, hoogovenslak en dergelijke) worden in silo's opgeslagen en via een gesloten systeem in het productieproces ingebracht. Hierbij ontstaat derhalve geen stofoverlast. Nagel demontage B.V. Vreelandseweg 4, Vreelandseweg 6/6a en Vechtoever Er zijn buiten de aanwezige wegenstructuur in de directe omgeving geen activiteiten welke de luchtkwaliteit significant beïnvloeden. Op Nationaal niveau zijn de emissies van de provinciale en IPPC bedrijven opgenomen in de nationale emissie registratie. De emissies van de grote bedrijven worden samen met de emissies van rijkswegen, provinciale wegen, scheepvaart en luchtvaart verdeeld over Nederland. Voor de kleinere gemeentelijke bedrijven wordt een bijschatting gedaan van maximaal enkele microgrammen. In 2007 heeft TNO een onderzoek uitgevoerd naar deze bijschatting. Hieruit is gebleken dat de bijdragen binnen de pro-

86

vincie Utrecht maximaal enkele microgrammen bedraagt. De berekende concentraties worden door de meetstations van het RIVM gevalideerd en hieruit blijkt dat de uitgevoerde berekeningen niet significant afwijken van de metingen. Op basis van deze onderzoeken wordt geconcludeerd dat de directe uitstoot van dit bedrijf dermate gering is dat er geen overschrijdingen worden verwacht van de wettelijke grenswaarden voor luchtkwaliteit. Toetsing Luchtconcentratie De Omgevingsdienst regio Utrecht heeft de concentraties stikstofdioxide, fijn stof en elementair koolstof voor het jaar 2015 en 2025 berekenend met het rekenmodel GeoMilieu, versie 4.00. In dit rekenmodel is het rekenhart STACKS geïntegreerd, welke voldoet aan de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007. De hieruit voortgekomen concentraties zijn weergegeven in figuren 1 t/m 7.

Figuur 1: Concentraties stikstofdioxide (NO2) tussen 12 - 14 µg/m3 in 2030 in het plangebied. Figuur 2: Concentraties fijn stof (PM10) van 16 tot 17 µg/m3 in 2030 in het plangebied

87

Figuur 3: Concentraties fijner stof (PM2,5) van 9,5 tot 10 µg/m3 in 2020 in het plangebied

Figuur 4: Concentraties elementair koolstof (EC) tot 0,7 µg/m3 in 2030 in het plangebied Uit de figuren is af te leiden dat de concentraties stikstofdioxide voor 2030 uitkomt op maximaal 14 µg/m3. De wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m3 wordt niet overschreden. De uurgemiddelde grenswaarde voor stikstofdioxide van 200 microgram per m3 wordt overschreden wanneer de concentraties gemiddeld op jaarbasis boven de 60 microgram per m3 uitkomen. De concentraties in het plangebied overschrijden nergens de grens van 60 microgram per m3, wat betekent dat voor het plangebied aan de uurgemiddelde grenswaarde wordt voldaan voor 2030. Voor fijn stof (PM10) bedraagt de concentratie voor 2030 maximaal 17 µg/m3. Ook hier wordt de wettelijk toegestane jaargemiddelde grenswaarde van 40 microgram per m3 niet overschreden. Aan de WHO-advieswaarde van 20 microgram per m3 wordt ook voldaan.

88

Naast een jaargemiddelde grenswaarde voor fijn stof is er ook een daggemiddelde grenswaarde van 50 microgram per m3 van kracht, die per jaar 35 keer mag worden overschreden. Uit statistische vergelijkingen van TNO en het RIVM blijkt dat deze grenswaarde bij een concentratie van circa 31,3 microgram per m3 vaker dan 35 keer wordt overschreden. Aangezien de concentratie fijn stof in het plangebied niet boven de 31,3 microgram per m3 uitkomt in de jaren 2015 en 2025, wordt aan deze daggemiddelde grenswaarde voldaan. Uit figuur 3 blijkt dat de concentraties voor fijner stof (PM2,5) in 2030 uitkomt op maximaal 10 µg/m3. Hiermee wordt voldaan aan de jaargemiddelde grenswaarde (25 microgram per m3). Aan de WHO-advieswaarde van 10 microgram per m3 wordt tevens voldaan. Uit figuur 4 is te zien dat de concentratie elementair koolstof (EC) op maximaal 0,7 µg/m3 uitkomt. EC is een maat voor de massa van roetdeeltjes in fijn stof en is daardoor een goede indicator voor te verwachten geuroverlast. Er gelden geen formele grenswaarden voor elementair koolstof. Roet is een verzamelnaam voor zwarte deeltjes in de lucht, die ontstaan bij onvolledige verbranding. De belangrijkste bronnen voor roet zijn het wegverkeer (met name uitstoot van roetdeeltjes uit dieselmotoren), industriële bronnen en huishoudens (open haarden en kachels).

In steden draagt het verkeer voor circa 50% bij aan de heersende roetconcentraties. Conclusie Voor het plangebied geldt dat de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof (PM10 en PM2,5) in 2030 niet worden overschreden. Dit betekent dat er wordt voldaan aan het wetgevende kader voor luchtkwaliteit, zoals vastgelegd in hoofdstuk 5.2 van de Wet milieubeheer. 4.2.4

Geur De bedrijven in de omgeving veroorzaken geen geurhinder. Voor het overige zijn er in de omgeving geen activiteiten gesitueerd die geurhinder veroorzaken.

4.2.5

Externe veiligheid Wettelijk kader Algemeen Externe veiligheid is de kans om te overlijden als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Beleid en regelgeving op dit gebied is gericht op het beperken en beheersen van risico’s voor de omgeving vanwege: − het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); − het transport van gevaarlijke stoffen over wegen, waterwegen en spoorwegen; − het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen. Met betrekking tot risico’s wordt onderscheid gemaakt in twee risicomaten: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als het risico op een plaats buiten een risicobron, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbe-

89

schermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die risicobron waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. Binnen de wet- en regelgeving zijn aan deze definitie grens- en richtwaarden opgehangen ten aanzien van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Het groepsrisico is gedefinieerd als cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicobron en een ongewoon voorval binnen die risicobron waarbij een gevaarlijke stof, gevaarlijke afvalstof of bestrijdingsmiddel betrokken is. In wet- en regelgeving is aan het groepsrisico een oriënterende waarde toegekend als indicator voor de omvang van een ramp en een afwegingsproces gericht op zelfredzaamheid, beheersbaarheid, rampenbestrijding en resteffecten. Wet- en regelgeving De wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid biedt geen absolute veiligheid. Een kleine kans op een zwaar ongeval met gevaarlijke stoffen wordt geacht tot het normaal maatschappelijk risico te behoren. Getracht wordt om door middel van regelgeving de gevolgen zo veel als mogelijk is te beperken.

De regelgeving voor inrichtingen met (over het algemeen) grotere hoeveelheden gevaarlijke stoffen is samengebracht in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In dit Besluit is aangegeven welke bedrijven bij het verlenen van een milieuvergunning of het nemen van een besluit op grond van de Wro nadere aandacht behoeven. In andere regelgeving dan Bevi kunnen ook risiconormen of aan te houden effectafstanden zijn opgenomen ten aanzien van inrichtingen. Te denken valt aan het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit ten aanzien van propaantanks, benzine- en aardgastankstations en gasdrukregelstations. De regelgeving met betrekking tot het transport van gevaarlijke stoffen is neergelegd in het “Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)”. Deze wetgeving verankert het zogenaamde Basisnet en daarmee komt de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen per 01-04-2015 te vervallen. Externe veiligheid in relatie tot transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen is geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) dat op 01-01-2011 in werking is getreden. De gevolgen van elektromagnetische straling worden zo veel als mogelijk beperkt met een beleidsadvies van VROM voor hoogspanningslijnen en door middel van het hanteren van blootstellingslimieten op grond van Europese regels voor antennes.

90

Situatie plangebied Bedrijven die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) In én in de directe omgeving van het plan zijn geen bedrijven gelegen die vallen onder Bevi. Gulf Oil Nederland B.V. ligt op ruim voldoende afstand. Het plan zelf maakt de vestiging van Bevi-bedrijven niet mogelijk. Nader onderzoek is niet nodig. Bedrijven die vallen onder overige veiligheidswetgeving In en in de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven gelegen die vallen onder overige veiligheidswetgeving. Propaantanks zijn in dit gedeelte van de gemeente Stichtse Vecht wel bekend in het bedrijvenbestand van de Omgevingsdienst. Deze liggen echter op voldoende afstand. Daarnaast dienen de tanks te voldoen aan de regels gesteld in het Activiteitenbesluit, waarbij zowel de verantwoordelijke voor de tank als het bevoegd gezag er voor moeten zorgen dat aan die afstanden voldaan blijft worden. Nader onderzoek is niet nodig. Transport van gevaarlijke stoffen Transport van gevaarlijke stoffen over de weg Het plangebied ligt op meer dan 200 meter van wegen waarover structureel en grootschalig transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Nader onderzoek naar de risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over de weg is niet nodig.

Voor de gemeentelijke en provinciale wegen die aansluiten op de rijksweg A2 is in de gemeente Stichtse Vecht een routering voor gevaarlijke stoffen vastgesteld. Over de vastgestelde route mag uitsluitend bestemmingsverkeer rijden. Deze route loopt niet door of langs het plangebied. Voor noodzakelijk transport ten behoeve van laden en/of lossen van gevaarlijke stoffen buiten de vastgestelde routes is een ontheffing nodig. Aan deze ontheffing kunnen voorwaarden worden verbonden om een veiligere leefomgeving te realiseren. Er kan langs het plangebied dus wel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvinden van de niet-routeplichtige stoffen (zoals benzine) en routeplichtige stoffen met ontheffing (zoals propaan), maar de frequentie daarvan is dermate laag dat daardoor geen risico’s ontstaan die ruimtelijk relevant zijn. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor Het plangebied ligt op meer dan 200 meter van de spoorlijn AmsterdamUtrecht/Gouda, zodat nader onderzoek naar de risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over het spoor niet nodig is. Transport van gevaarlijke stoffen over water Het plangebied ligt langs het Amsterdam-Rijnkanaal zodat nader onderzoek naar de risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over het water wel nodig is.

Op grond van het wettelijk kader zijn drie beoordelingsaspecten van belang, namelijk het plaatsgebonden risico, het plasbrandaandachtsgebied en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico Er mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten bestemd en gebouwd worden binnen de contour die hoort bij het plaatsgebonden risico. In het Basisnet Water is een veiligheidsafstand opgenomen gebaseerd op de maximaal toegestane gebruiksruimte voor transport van gevaarlijke stoffen. Deze veiligheidsafstand bedraagt 0 (nul) meter en valt op de rand van de vaarweg.

91

Het plan is niet in strijd met de uitgangspunten voor het plaatsgebonden risico, aangezien de risicocontour niet over kwetsbare of beperkt kwetsbare bestemmingen valt. Plasbrandaandachtsgebied Het plasbrandaandachtgebied voor het Amsterdam-Rijnkanaal bedraagt 30 meter gemeten uit de rand van de vaarweg. Deze afstand geldt voor kwetsbare objecten. Aan deze afstand moet zoveel mogelijk voldaan worden. Afwijken is mogelijk als maatregelen getroffen worden die door de minister zijn opgenomen in het Bouwbesluit. Het plan is niet in strijd met de uitgangspunten van het plasbrandaandachtsgebied, aangezien er geen kwetsbare objecten binnen 30 meter worden bestemd. Groepsrisico Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied dat strekt tot 200 meter ter weerszijden van het midden van het Amsterdam-Rijnkanaal. Het groepsrisico is voor het betreffende gebied zeer laag. Er zijn slechts enkele burger- en bedrijfswoningen aanwezig. Het merendeel van het plan (in ieder geval het deel langs het kanaal) omvat een bedrijfsbestemming. Het groepsrisico wijzigt niet significant, aangezien het bestaande gebruik grotendeels wordt herbestemd. Het ligt daarom voor de hand om het groepsrisico zonder verdere verantwoording te accepteren.

In het Basisnet Water hoeft een gedetailleerde groepsrisicoberekening en een uitgebreide verantwoording van het groepsrisico pas plaats te vinden als de personendichtheid groter is dan 1.500 personen per hectare. Daarvan is in dit geval geen sprake. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Er ligt in of bij het plangebied géén buisleiding voor transport van gevaarlijke stoffen zoals aardgas of benzine waar rekening mee gehouden zou moeten worden. Het gasnet voor huishoudens en bedrijven valt overigens niet binnen het kader van externe veiligheid. Elektromagnetische straling Er zijn in de omgeving geen hoogspanningslijnen aanwezig waarvan de indicatieve magneetveldzones tot het plangebied reiken. Uit de gegevens op de website www.antenneregister.nl blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen zendmasten aanwezig zijn die overschrijdingen van de geldende blootstellingslimieten voor elektrische en magnetische veldsterkten veroorzaken. Conclusie Het vaststellen van dit bestemmingsplan is niet in strijd met het beleid en de regelgeving ten aanzien van externe veiligheid.

4.2.6

Bedrijven en milieuzonering Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende

92

en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gebruikt. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de dichtst daarbij gelegen situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.

Indien bekend is welke activiteiten concreet binnen een inrichting worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Hoe gevoelig een gebied is voor milieubelastende activiteiten is mede afhankelijk van het omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een rustige woonwijk is ingericht volgens het principe van de functiescheiding: afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies voor; langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Vergelijkbaar met de rustige woonwijk zijn rustig buitengebied, stiltegebied en natuurgebied. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een variatie aan functies; direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren tot het omgevingstype gemengd gebied. Het gemengd gebied kent door de aanwezige variatie aan functies en situering al een hogere milieubelasting. Dit is aanleiding om een één stap kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Uitzondering op het verlagen van de richtafstanden vormt het aspect gevaar: de richtafstand voor dat milieuaspect wordt niet verlaagd.

De tabel geeft de relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype weer.

Milieucategorie Richtafstand Rustige woonwijk 1 10 m 2 30 m 3.1 50 m 3.1 100 m 4.1 200 m 4.2 300 m 5.1 500 m

93

Richtafstand Gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m

5.2 5.3 6

700 m 1.000 m 1.500 m

500 m 700 m 1.000 m

Bij de beoordeling van nieuwe ontwikkelingen wordt zowel de feitelijke invloed van de milieubelastende functies als de invloed die kan uitgaan van milieubelastende functies die op grond van de geldende bestemming gevestigd kunnen worden onderzocht. Het plangebied De ontwikkeling van Garsten-Noord is niet planmatig, maar organisch verlopen. De inrichting is puur functioneel. Onderstaande afbeelding geeft het huidige feitelijke gebruik globaal weer.

Binnen het plangebied bevinden zich verschillende functies. Garsten-Noord wordt voor een groot deel in beslag genomen door de betonfabriek Nigtevecht met enkele forse loodsen en een opslagterrein. Ook zijn er twee metaalrecyclingbedrijven gevestigd. Er is ook sprake van de aanwezigheid van enkele loodsen en opstallen waar kleinschalige opslag plaatsvindt. In verband met de aanwezigheid van een variatie aan functies is het plangebied aan te merken als ‘gemengd gebied’. De gemeente Stichtse Vecht heeft geen gemeentelijk geluidbeleid voor bedrijvenlawaai. Om de effecten van de aanwezige bedrijven bij de gevoelige bestemmingen in beeld te brengen dient daarom het stappenplan van VNG doorlopen te worden: Stap 1 Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: buitenplanse inpassing is mogelijk. Stap 2 Indien stap 1 niet toereikend is,

94

is bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: o 50 dB(A) langtijd gemiddeld beoordelingsniveau; o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden); o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; buitenplanse inpassing mogelijk. •

Stap 3 Indien stap 2 niet toereikend is, • is bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype gemengd gebied van maximaal: o 55 dB(A) langtijd gemiddeld beoordelingsniveau; o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden), exclusief piekgeluiden door aanen afrijdend verkeer; o 65 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking; buitenplanse inpassing mogelijk. Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Het bevoegd gezag kan daarbij gebruik maken van gemeentelijk geluidbeleid, indien de te verwachten geluidbelasting voldoet aan de in dat gemeentelijk geluidbeleid vastgestelde grenswaarden voor het betreffende gebied. Stap 4 Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal buitenplanse inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Voor die bedrijven die ter plaatse functioneren en dat ook in de toekomst willen doen, wordt in het bestemmingsplan een passende bestemming toegekend.

Daarbij wordt bezien welke ontwikkelingswensen de aanwezige bedrijven eventueel hebben. Deze wensen moeten worden afgezet tegen het kunnen bieden van een acceptabel woonen leefklimaat van omliggende bestaande en geprojecteerde milieugevoelige functies (wonen). Binnen het plangebied bevinden zich in de bestemming bedrijf de volgende bedrijven: Betonfabriek Nigtevecht, Nagel Demontage & Recycling, Aannemersbedrijf Vreelandseweg 10a en P. Nagel.

Bedrijf en adres Betonfabriek Nigtevecht BV 11, Vreelandseweg 10

SBI Omschrijving Betonwarenfabrieken met persen, triltafels of bekistingstrillers, p.c. >

11 Volgens de feitelijke huidige

Cat. 5.2

Afstanden gemengd gebied geur stof geluid gevaar 10 100 500 30

situatie nog milieucategorie 4.2 met de afstanden van 10 me-

ter voor geur, 100 meter voor stof, 300 meter voor geluid en 30 meter voor gevaar 95

100 t/d

Nagel Demontage & Recycling, Vreelandseweg 4a Aannemersbedrijf, Vreelandseweg 10 a Sloopbedrijf P. Nagel, Vreelandseweg 12 Fa. Otten Vreelandseweg 14

Demontage en recycling van metalen

3.2

10

10

50

30

Aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² Demontage en recycling van metalen

2

0

0

10

10

3.2

0

10

30

10

Fokken en houden van overige graasdieren

3.1

30

0

0

0

Hieronder wordt de ligging van verschillende functies binnen het plangebied weergegeven.

Globale overzichtskaart functies binnen het plangebied Nagel Demontage & Recycling (Vreelandseweg 4a) Het bedrijf ligt op een afstand van enkele meters van de woningen aan de Vreelandseweg 4 en op een afstand van 20 meter van de woning aan de Vreelandseweg 6. Het bedrijf behoort tot milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 50 meter voor geluid (voor gemengd gebied). Er wordt niet aan deze afstand voldaan.

96

Voor het bedrijf wordt een hinderafstand voor stof gegeven van 10 m. Stof zou met name kunnen worden veroorzaakt door activiteiten op het open terrein dat vrijwel volledig afgeschermd wordt door gebouwen. Daarbij komt dat ingevolge het bestemmingsplan opslag van oude metalen en metaalbewerking uitsluitend in een gesloten ruimte is toegestaan. Het bedrijf veroorzaakt geen stofhinder. In Cumulatie van geluid als onderdeel van het bestemmingsplan Garsten Noord van mei 2018 is de werkelijke geluidbelasting van Nagel Demontage in beeld gebracht. Voor Nagel Demontage is gedurende de nachtperiode overschrijding geconstateerd van de streefwaarden bij een aantal bestaande woningen aan de Vreelandseweg en bij de nieuw te bouwen woningen van plan Vechtoever. Er is hier echter sprake van een situatie waarbij vergelijkbare of zelfs hogere maximale geluidsniveaus zullen optreden als gevolg van verkeer rijdend op de openbare weg. De maximale geluidsniveaus als gevolg van Nagel Demontage leiden daarom niet tot een onacceptabel woon- en leefklimaat. De uitgebreide beoordeling van de geluidbelasting van het bedrijf is in paragraaf ‘Geluid’ te vinden. Betonfabriek Nigtevecht BV, Vreelandseweg 10 Op grond van het bestemmingsplan wordt is milieucategorie 5.2 togestaan met de volgende richtafstanden: 10 meter voor geur, 100 meter voor stof, 500 meter voor geluid en 10 meter voor gevaar.

Het bedrijf ligt op een gezoneerd industrieterrein. In de geluidzone rondom het industrieterrein bevinden zich meerdere bestaande en geprojecteerde woningen. De woning aan de Vreelandseweg 6a bevindt zich op het gezoneerd industrieterrein en behoort tot de eigen inrichting. De geluidsniveaus van de betonfabriek bij de geluidsgevoelige bestemmingen worden in het kader van het zonebeheer vastgelegd. Voor de woningen in de geluidzone waar sprake is van een overschrijding van de waarde van 50 dB(A) worden hogere waarden vastgesteld. Het zonebeheer biedt voldoende bescherming van de omliggende bestaande en geprojecteerde woningen In Cumulatie van geluid als onderdeel van het bestemmingsplan Garsten Noord van mei 2018 is de werkelijke geluidbelasting van Betonfabriek Nigtevecht in beeld gebracht. De uitgebreide beoordeling van de geluidbelasting van het bedrijf is in paragraaf ‘Geluid’ te vinden. Bij Betonfabriek Nigtevecht B.V. worden mogelijke activiteiten die in beperkte mate stofhinder veroorzaken afgeschermd door bedrijfsgebouwen. Deze gebouwen liggen aan de kant van de woningen. Door ventilatie of ontluchting wordt gezorgd dat er geen stofhinder ter plaatse van de woningen ontstaat. Bij de aanwezige silo’s worden maatregelen getroffen die mogelijke stofontwikkeling minimaliseren.

De optredende jaargemiddelde (achtergrond)concentraties stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en ultrafijnstof (PM2,5) bedragen ter plaatse van het plangebied zijn ruimschoots lager dan de grenswaarden. Ten aanzien van de luchtkwaliteit is in het plangebied dus sprake van een goed leefklimaat. De wijzigingen binnen het bedrijf dragen niet in betekenende mate bij aan de concentratie van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht. Aannemersbedrijf Vreelandseweg 10a Het bedrijf ligt op een afstand van 9 meter van de woning aan de Vreelandseweg 21 en 15 meter van de woning aan de Vreelandseweg 12. Het bedrijf behoort tot milieucategorie 2 met een richtafstand van 10 meter voor geluid (voor gemengd gebied). Er 97

wordt niet aan de afstand voor geluid voldaan. In Cumulatie van geluid als onderdeel van het bestemmingsplan Garsten Noord van mei 2018 is de werkelijke geluidbelasting van het aannemersbedrijf in beeld gebracht. Er is geconstateerd dat er geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Er zijn wel overschrijdingen van de streefwaarden voor maximale geluidsniveaus gedurende de dag- en avondperiode geconstateerd. Vanwege de ligging van de bestaande maar nog te slopen woning aan de Vreelandseweg 19 is hier sprake van een bestaande en daarmee vergunde situatie. Als gevolg van de nieuwbouw ter plaatse van de Vreelandseweg 19 treden geen hogere maximale geluidsniveaus op. Bij de woningen worden hogere maximale geluidsniveaus verwacht vanwege verkeer rijdend op de openbare weg. Door het aannemersbedrijf treedt daarom geen verslechtering op van het woon- en leefklimaat. De uitgebreide beoordeling van de geluidbelasting van het bedrijf is in paragraaf ‘Geluid’ te vinden. P. Nagel, Vreelandseweg 12 Het bedrijf ligt op een afstand van 10 meter van de woning aan de Vreelandseweg 14. De woning aan de Vreelandseweg 12 behoort tot de inrichting. Het bedrijf behoort tot milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 30 meter voor geluid en 10 meter voor stof (voor gemengd gebied). Er wordt niet aan de afstand voor geluid voldaan.

In Cumulatie van geluid als onderdeel van het bestemmingsplan Garsten Noord van mei 2018 is de werkelijke geluidbelasting van P.Nagel in beeld gebracht. Er is geconstateerd dat er geen sprake is van overschrijding van de grenswaarden voor de langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Gedurende de dagperiode is er sprake van hoge maximale geluidsniveaus. Omdat het hier maximale geluidsniveaus betreft als gevolg van bestaande en reeds gemelde activiteiten die direct gerelateerd zijn aan het laden en lossen, worden deze bij toetsing aan het Activiteitenbesluit buiten de beoordeling gelaten. Op de relevante woningen zullen vergelijkbare of zelfs hogere maximale geluidsniveaus optreden als gevolg van verkeer rijdend op de openbare weg en dat daarom sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. De uitgebreide beoordeling van de geluidbelasting van het bedrijf is in paragraaf ‘Geluid’ te vinden. Conclusie Binnen het gebied Garsten Noord worden nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen dan wel nieuwe activiteiten van bedrijven mogelijk gemaakt. Er wordt bij enkele bedrijven niet voldaan aan de richtafstanden. Om de echte milieubelasting van de bedrijven in beeld te brengen zijn meerdere onderzoeken uitgevoerd. De Wet geluidhinder en Wet milieubeheer staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

De resultaten zijn te vinden in paragraaf 4.2.3 Luchtkwaliteit en paragraaf 4.2.2 Geluid. Uit uitgevoerde onderzoeken is gebleken dat in combinatie met maatwerkvoorschriften sprake is van aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woningen. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het bestemmingsplan.

98

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raadsinformatie.stichtsevecht.nl/api/v1/meetings/2532/documents/57409