1. Nota zienswijzen Bethuneweg 3 en 5
Tekst van het document
Nota zienswijzen Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 in Maarssen
Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 in Maarssen Kenmerk: Z2024-00001757 Auteur: Joost Broeke Datum: 2 maart 2026 Besluit B&W: 2026
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ..................................................................................................................................... 1 1 Inleiding ............................................................................................................................................. 2 Doel van deze nota ................................................................................................................ 2 2 Zienswijze .......................................................................................................................................... 2 Voorgeschiedenis .................................................................................................................. 2 Zienswijze onderdeel 1: uitgebreide procedure ..................................................................... 3 Zienswijze onderdeel 2: ondeugdelijke motivering ................................................................ 3 Zienswijze onderdeel 3: ruimtelijke onderbouwing ................................................................ 4 Zienswijze onderdeel 4: alternatief plan ................................................................................ 4 3 Bijlagen .............................................................................................................................................. 5
Nota zienswijzen: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 1
1 Inleiding Doel van deze nota Deze nota stelt belanghebbenden in de gelegenheid om kennis te nemen van alle ingekomen zienswijzen op het ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 in Maarssen. Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen. Gedurende de termijn hebben wij één zienswijze ontvangen. Deze is afkomstig van aanvrager (hierna reclamant). In hoofdstuk 2 komt deze zienswijze aan de orde. De zienswijze wordt kort samengevat en vervolgens beantwoord. Omdat de zienswijzen worden samengevat gaat het om een verkorte en niet volledige weergave en kan het zijn dat de formulering van de zinnen anders is dan in de oorspronkelijke zienswijze, maar de kern en inhoud blijft overeind. De volledige, originele, zienswijzen zullen ook beschikbaar worden gesteld en bij besluitvorming worden meegenomen. De zienswijze is als bijlage 1 bij deze nota gevoegd.
2 Zienswijze Zienswijze Voorgeschiedenis In voorbereiding op het ontwerpbesluit heeft de gemeente een memo opgesteld: “Motivering besluit Bethuneweg 3, 3a en 5” (hierna motivering), welke onderdeel is van het ontwerpbesluit dat ter inzage heeft gelegen en het hoort bij het raadsbesluit tot weigering van de Verklaring van geen bedenkingen (VVGB) van 30 september 2025. In onderdelen 1.1. en 1.2 van deze motivering wordt ingegaan op de voorgeschiedenis. Daarin wordt onder andere aangegeven dat de ODRU in 2013 constateert dat de agrarische bedrijfsvoering is geëindigd, nog voordat reclamant het perceel in 2017 in eigendom krijgt. Vanaf 2021 ontvangt reclamant enkele vergunningen en worden diverse aanvragen voor wijzigingen ingediend. Op 9 september 2022 is een aanvraag ingediend. Bij besluit van 12 januari 2023 is de omgevingsvergunning geweigerd. Daartegen heeft de aanvrager een bezwaarschrift ingediend. Op 12 juni 2023 heeft de bezwaarschriftencommissie een advies uitgebracht. In haar advies heeft de commissie ons geadviseerd de geweigerde omgevingsvergunning te herroepen. Op 17 februari 2023 heeft de aanvrager op grond van art. 8:55f Awb beroep ingesteld tegen het niet tijdig bekendmaken van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning.
Bij uitspraak van 14 september 2023 heeft de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig bekend maken van een van rechtswege verleende vergunning niet- ontvankelijk verklaard. De rechtbank komt tot het oordeel dat op de aanvraag de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Dat betekent dat er geen omgevingsvergunning van rechtswege kan zijn verleend. Tegen deze uitspraak heeft de aanvrager een hoger beroepschrift ingediend bij de ABRvS. Op het moment van schrijven van deze nota is daarop nog geen uitspraak gedaan. Adviescommissie bezwaarschriften De Adviescommissie bezwaarschriften geeft het college opdracht om met inachtneming van de overwegingen van de commissie de motivering van het besluit opnieuw te bezien en te onderzoeken of het besluit in stand kan blijven of moet worden herroepen. In haar overwegingen komt zij o.a. tot de conclusie dat er geen sprake is van een van rechtswege verleende vergunning en dat het college redelijkerwijs heeft kunnen aannemen dat de aanvraag feitelijk geen betrekking heeft op een nevenactiviteit bij een grondgebonden veehouderij als bedoeld in artikel 5.5.3 van het ter plaatse geldende bestemmingsplan “Landelijk gebied Maarssen”. Uitspraak Rechtbank Midden-Nederland In haar uitspraak van 14 september 2023 komt de Rechtbank Midden-Nederland tot de beslissing dat het beroep niet-ontvankelijk is.
In haar overwegingen onder 2.6 tot en met 2.9 geeft zij aan dat uit de aanvraag omgevingsvergunning en de later ingediende aanvulling, ter plaatse geen sprake is van een grondgebonden veehouderij en dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Nota zienswijzen: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 2
Aanvullende gegevens Ter voorbereiding op het ontwerpbesluit heeft de gemeente reclamant verzocht om een ruimtelijke onderbouwing met aanvullende motivering aan te leveren. Ondanks herhaaldelijke verzoeken heeft reclamant hier geen gehoor aan gegeven. Belangrijk onderdeel van het geschil is de vraag of hier sprake is van een grondgebonden agrarisch bedrijf. In onze brief van 14 november 2024, waarin wij verzoeken om aanvullende gegevens, hebben wij expliciet gevraagd naar meer duidelijkheid over de agrarische activiteiten op het perceel. Daarbij hebben wij reclamant gevraagd om het “Formulier Bedrijfsgegevens Aanvrager” in te vullen. Aan de hand van dit formulier had de Agrarische Beoordelings Commissie een onafhankelijk advies kunnen geven op de vraag over de agrarische activiteiten. Reclamant heeft de gevraagde gegevens, inclusief het benodigde formulier, niet aangeleverd. Zienswijze onderdeel 1: uitgebreide procedure Reclamant begint de zienswijze met een verwijzing naar zijn eerdere standpunt ten aanzien van de te volgen procedure. Reclamant stelt zich op het standpunt dat voldaan wordt aan de voorwaarden voor de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid en daarmee de reguliere procedure gevolgd had moeten worden.
Reactie gemeente Voor wat betreft de beantwoording van dit deel van de zienswijze herhalen wij ons eerdere standpunt en verwijzen wij naar het advies van Adviescommissie bezwaarschriften en de uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland. Op het perceel aan de Bethuneweg is geen sprake van een grondgebonden agrarisch bedrijf zoals bedoeld in artikel 1.9. en artikel 5.1 van het omgevingsplan en daarmee geen sprake van een nevenfunctie zoals bedoeld in artikel 5.5.3 van de planregels. De aanvraag past dus niet binnen de geldende planregels. Daarmee moet uitvoering gegeven worden aan de uitgebreide procedure. Uit de door Reclamant aangeleverde toelichting blijkt niet dat het bedrijf dat is (of wordt) gevestigd op het perceel gericht is op het voorbrengen van producten door middel van het houden van dieren. Het bedrijf is daarentegen gericht op het verlenen van zorg. Hoe dit wordt georganiseerd wordt verder niet uitgelegd door reclamant. Uit de uitspraak van de Rechtbank MiddenNederland volgt dat het verpachten van de grond aan een ander agrarisch bedrijf niet voldoende is om te kunnen spreken van een grondgebonden agrarisch bedrijf. Uit het bestemmingsplan volgt immers dat het moet gaan om een ‘ter plaatse functionerend bedrijf.’ Reclamant heeft, ondanks herhaaldelijk verzoek, geen ruimtelijke onderbouwing met nadere motivering over de agrarische activiteiten aangeleverd.
Ook in de zienswijze wordt geen nieuwe aanvullende informatie aangedragen. Zienswijze onderdeel 2: ondeugdelijke motivering Reclamant geeft aan dat het ontwerpbesluit volgens hem gebaseerd is op een ondeugdelijke motivering. Reclamant stelt dat voldaan kan worden aan een de voorwaarden zoals genoemd in artikel 5.5.3 van het geldende bestemmingsplan. Reactie gemeente Dit onderdeel van de zienswijze komt opnieuw voort uit de aanname van reclamant dat hier toepassing gegeven had moeten worden aan een reguliere procedure via een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid. Zoals aangegeven delen wij dit standpunt niet. Met ons ook de Adviescommissie bezwaarschriften en de Rechtbank Midden-Nederland. Nu er geen sprake is van een grondgebonden agrarisch bedrijf en er geen toepassing gegeven kan worden aan een reguliere procedure en moet afgeweken worden van geldende planregels is een ruimtelijke onderbouwing vereist. Reclamant heeft ondanks herhaaldelijk verzoek geen ruimtelijke onderbouwing aangeleverd en daarmee geen nieuwe aanvullende motivering aangeleverd. Ook in de zienswijze wordt geen nieuwe aanvullende informatie aangedragen. Omdat er geen sprake is van een grondgebonden agrarisch bedrijf kan, in tegenstelling tot wat reclamant stelt, niet getoetst worden aan de voorwaarden voor nevenfuncties en de afwijkingsbevoegdheid uit het bestemmingsplan.
In de zienswijze staat het volgende: “Bovendien is niet in geschil dat de 4,5 hectare van het agrarische perceel Bethuneweg 3 door VOF de Bethune worden gebruikt en dat het de intentie is om de gebouwen na realisatie aan VOF de Bethune te verhuren, tenzij de zorgboerderij mogelijk is.”
Nota zienswijzen: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 3
Hiermee lijkt reclamant aan te geven dat de agrariër die de grond pacht niet berokken zal zijn bij zorgboerderij. Dit terwijl de betrokkenheid van deze agrariër altijd gebruikt werd ter motivering van een nevenfunctie en terwijl er in de toelichting bij de aanvraag ook gesproken werd over de betrokkenheid van een zorgboer/zorgboerin. Zienswijze onderdeel 3: ruimtelijke onderbouwing Reclamant stelt zich op het standpunt dat hij geen ruimtelijke onderbouwing hoeft aan te leveren aangezien zijn initiatief past binnen de afwijkingsbevoegdheid. Er zou geen sprake zijn van verstedelijking en geen intensivering van het gebruik in relatie tot de bestaande planologische mogelijkheden. Volgens reclamant mag het perceel gebruikt worden voor een intensieve agrarische bedrijfsvoering. Het initiatief heeft volgens reclamant geen significant effect op Natura-2000 gebied en de weigering zou haaks staan op geldend gemeentelijk beleid. Reactie gemeente Vooropgesteld moet worden dat reclamant ten behoeve van zijn initiatief, ondanks herhaald verzoek, geen inzicht heeft gegeven in de gevolgen voor enkele omgevingsaspecten zoals natuur etc. Reclamant had dit kunnen doen aan de hand van een ruimtelijke onderbouwing.
Dat reclamant zich op het standpunt stelt dat er geen ruimtelijke onderbouwing nodig is, komt voor uit zijn standpunt dat er sprake is van een agrarisch bedrijf en dat de reguliere procedure gevolgd zou moeten worden. Zoals gezegd delen wij dit standpunt niet. Hierbij verwijzen wij opnieuw naar het standpunt van de Adviescommissie bezwaarschriften en de Rechtbank Midden Nederland. Zij ondersteunen ons standpunt. Nu onvoldoende vaststaat dat sprake is van een grondgebonden agrarisch bedrijf (veehouderij) kan de aangevraagde zorgfunctie niet gezien worden als een nevenfunctie. Het betreft hier dan ook een nieuwe en zelfstandige functie wat kan leiden tot een intensivering van het gebruik van het perceel met gevolgen voor verschillende omgevingsaspecten zoals natuur. Reclamant maakt niet inzichtelijk wat die gevolgen kunnen zijn. In haar motivering spreekt de gemeente, aan de hand van voorkomende waarden en kwaliteiten, tenminste haar verwachting uit. Zo wordt ook de mogelijke procedure ten aanzien van de gevolgen voor een Natura 2000-gebied geschetst. In de motivering is onder 3.3. onder andere opgenomen dat binnen het provinciaal beleid polders en andere natuurgebieden vaak worden bestemd voor agrarisch gebruik, natuurbehoud en extensieve recreatie, waarbij verstedelijking wordt ontmoedigd om de ecologische en landschappelijke functies te behouden.
De Bethunepolder is aangemerkt als een gebied met diverse waarden en kwaliteiten, waardoor er beperkt ruimte is voor nieuwe vormen van verstedelijking. Omdat het hier, gelet op de aard, omvang en uitstraling, niet gaat om een ondergeschikte nevenfunctie is sprake van verstedelijking volgens het provinciaal ruimtelijk beleid. Een maatschappelijke functie wordt gezien als een kernrandactiviteit. Ook de gemeente is terughoudend voor wat betreft het toestaan van nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied. Daarin volgt de gemeente het ruimtelijk beleid van de provincie Utrecht waarin een verstedelijkingsverbod geldt. Slechts in sommige gevallen (artikel 9 van de provinciale Omgevingsverordening) kan medewerking verleend worden aan een plan dat voorziet in verstedelijking. Vaak gaan deze gepaard met de beëindiging van de agrarische functie en de sloop van agrarische bedrijfsbebouwing. Dat is bij deze aanvraag omgevingsvergunning niet het geval. Zienswijze onderdeel 4: alternatief plan Reclamant verwijst naar een ander plan in de Bethunepolder voor de Middenweg 6 waar mogelijk twee woningen worden gerealiseerd. Reclamant zou bereid zijn om het initiatief voor een nevengeschikte zorgboerderij te vervangen voor een plan om in de vergunde schuren twee woningen te realiseren. Daar kan volgens reclamant een korte reguliere procedure voor doorlopen worden.
Reactie gemeente Voor het perceel Middenweg 6 in Tienhoven loopt momenteel een juridische procedure voor de wijziging van het omgevingsplan. En geen reguliere procedure zoals reclamant voorstelt. Deze wijziging voorziet in de mogelijkheid om de agrarische bestemming / activiteit te wijzigen in een woonbestemming / woonactiviteit. Daarmee worden naast de bestaande woning twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Hierbij wordt toepassing gegeven aan de provinciale ruimte-voor-ruimte-regeling. Eén van de voorwaarde daarbij is dat de volledige agrarische bestemming, inclusief bouwvlak, verdwijnt. Indien reclamant gebruikt wil maken van deze regeling kan hiertoe een verzoek worden
Nota zienswijzen: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 4
ingediend. Of medewerking verleend kan worden is afhankelijk van de verdere uitwerking maar ook instemming van overlegpartners. Momenteel is de provincie Utrecht bezig met een aanpassing van haar ruimtelijk beleid waardoor ook de ruimte-voor-ruimte-regeling zal veranderen. De haalbaarheid van het plan is ook afhankelijk van de uitkomsten van de benodigde onderzoeken in het kader van een goede fysieke leefomgeving.
3
Bijlagen 1. Zienswijze (anoniem) 2. Advies Adviescommissie bezwaarschriften en uitspraak Rechtbank Midden-Nederland 3. Aangepast “Motivering besluit Bethuneweg 3, 3a en 5” d.d. 2 maart 2026
Nota zienswijzen: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 5
Bijlagen 1 Zienswijze
Nota zienswijzen: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 6
Bijlage 2 2. Advies Adviescommissie bezwaarschriften en uitspraak Rechtbank MiddenNederland
Nota zienswijzen: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 7
Bijlage 3: Aangepast “Motivering besluit Bethuneweg 3, 3a en 5”
Nota zienswijzen: Ontwerpbesluit weigering omgevingsvergunning Bethuneweg 3, 3a en 5 8